DGPLM 4219 SP - Grasmaaier Deltafox - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DGPLM 4219 SP Deltafox in PDF-formaat.
| Producttype | Benzinegrasmaaier |
| Merk | Deltafox |
| Model | DGPLM 4219 SP |
| Motor | RATO RV 125-S, 127,1 cm³, 1,9 kW (2,6 PS) |
| Snijdiameter | 420 mm |
| Snijhoogte | 6 verstelbare standen van 25 tot 75 mm |
| Inhoud brandstoftank | 0,8 L |
| Inhoud olietank | 0,5 L |
| Aanbevolen motorolie | SAE 30 of 10W-30 |
| Bougie | TORCH F5RTC |
| Opvangzak | 45 L |
| Gewicht | 21,3 kg |
| Wielaandrijving | Ja, voorwielaandrijving (aandrijfbeugel) |
| Geluidsdrukniveau (LpA) | 81,5 dB(A) (K=3 dB) |
| Gegarandeerd geluidsvermogen (LWA) | 96 dB(A) |
| Trillingen aan de handgreep | 3,813 m/s² (K=1,5 m/s²) |
| Brandstof | Loodvrije benzine 95-98 octaan |
| Stuurtype | Inklapbaar met snelspanners |
| Veiligheid | Veiligheidsbalk, uitlaatbescherming, schokbescherming |
| Onderhoud | Olieverversing, luchtfilter, bougies, messlijpen |
| Garantie | 2 jaar (huishoudelijk gebruik) |
Veelgestelde vragen - DGPLM 4219 SP Deltafox
Gebruikersvragen over DGPLM 4219 SP Deltafox
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DGPLM 4219 SP - Deltafox en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DGPLM 4219 SP van het merk Deltafox.
GEBRUIKSAANWIJZING DGPLM 4219 SP Deltafox
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
NL Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing 61
Gebruiksdoeleinde 62
Algemene beschrijving 62
Omvang van de levering 62
Overzicht....62
Beschrijving van de werking......63
Beschermingsinrichtingen....63
Symbolen op het apparaat......64
Symbolen in de gebruiksaanwijzing ...65
Veiligheidsinstructies......65
Ingebruikname 68
Hoofdigger van de handgreep monteren....68
Grasvangmand monteren/ledigen .....69
Niveau-indicator 69
Motorolie ingieten en oliepeil controleren....69
Benzine ingieten....70
Bediening....70
Motor starten en stoppen 70
Maaien 71
Werkinstructies....71
Algemene werkinstructies .....71
Snoeihoogte instellen....71
Reiniging en onderhoud ....72
Reiniging en algemene onderhoudswerkzaamheden....72
Luchtfilter uitwisselen....73
Bougie wisselen / instellen ....73
Motorolie verversen....73
Mes slijpen/uitwisselen....73
Bowdenkabel instellen ....74
Onderhoudsintervallen 74
Opslag 75
Algemene opslaginstructies ....75
Opslag tijdens langere bedrijfsonderbrekingen....75
Afvalverwijdering/ milieubescherming....76
Vervangstukken/Accessoires....76
Garantie....76
Foutopsporing ....78
Vertaling van de originele CE-conformiteitsverklaring ....169
Service-Center 175
Inleiding
Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuw apparaat.
Daarmee hebt u voor een hoogwaardig product gekozen
Dit apparaat werd tijdens de productie gecontroleerd op kwaliteit en onderworpen aan een eindcontrole. De werking van uw apparaat wordt bijgevolg gegarandeerd.

De gebruiksaanwijzing vormt een bestanddeel van dit product. Lees, om een verkeerd gebruik te voorkomen, eerst deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt. Maak u vóór het gebruik van het product met alle bedienings- en veiligheidsinstructies vertrouwd. Gebruik het product uitsluitend zoals beschreven en voor de aangegeven toepassingsgebieden.
Bewaar de handleiding goed en overhandig alle documenten bij het doorgeven van het product mee aan derden.
Gebruiksdoeleinde
Het apparaat is voor het gebruik in de sector van doe-het-zelvers bestemd.
Dit apparaat is niet geschikt voor commercieel gebruik. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie.
ledere andere toepassing, die in deze handleiding niet uitdrukkelijk toegestaan wordt, kan tot beschadigingen aan het apparaat leiden en een ernstig gevaar voor de gebruiker vormen.
Het apparaat is voor het gebruik door volwassenen bestemd. Kinderen en ook personen, die met deze handleiding niet vertrouwd zijn, mogen het apparaat niet gebruiken.
De bediener of gebruiker van het apparaat is verantwoordelijk voor ongelukken of schades aan andere personen of hun eigendom.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die door onreglementair gebruik of verkeerde bediening werd veroorzaakt.
Algemene beschrijving

De afbeelding van de voornaamste functionele onderdelen vindt u op de pagina 2 - 4.
Omvang van de levering
Pak het apparaat uit en controleer, of de inhoud volledig is:
- Benzinegrasmaaier
- Bovenste hoofdigger van de hand- greep
-
Onderste hoofdigger van de hand-greep (2x)
-
Bougiesleutel
- Grasvangmand
- Kabelklem
- Korte handleiding
- Gebruiksaanwijzing
Overzicht
A 1 Bovenste hoofdigger van de handgreep 2 Veiligheidsbeugel 3 2 Vastzethefboom ter bevestiging van de draagbalk 4 Kabelklem

5 Onderste hoofdigger van de handgreep
6 Bowden kabel
7 Motorafdekking met verluchtings- openingen (vingerbescherming)
8 Tankdeksel
9 Luchtfilterafdekking
10 Luchtfilter (niet zichtbaar)
11 Bougiedop
12 Bougie (niet zichtbaar)
13 Uitlaatbescherming
14 Greep
15 Uitlaat
16 Apparaatbehuizing
17 2 Stergreepschroeven voor het vastzetten van de stang
18 Hefboom voor de instelling van de snoeihoogte
19 Olietankdop met oliemeetstaaf
20 Grasvangmand
21 Stootbescherming
22 Draaggreep grasbak
22.1 Schroeven (niet zichtbaar)
23 Vulpeilindicator
24 Starterkabelgeleiding
25 Startergreep met starterkabel
26 Aandrijfbeugel
27 Slangaansluiting
28 Benzinepomp (primer)

29 Kunststoflussen Frame van grasbak

31 Ophanging van grasbak

32 Vulstop

33 Positie maaihoogte

34 Mes Messchroef Spanflens

37 Vastzetmoer bowdenkabel Instelmoer bowdenkabel
Beschrijving van de werking
Het apparaat wordt met een 4-takt motor (RATO RV 125-S) met een zeer groot prestatievermogen aangedreven.
Het apparaat is met een hoogwaardige plaatstalen behuizing, een grasvangmand en een opvouwbare handgreephendel uitgerust.
De werking van de verschillende bedie- ningselementen wordt hieronder beschre- ven.

Beschermingsinrichtingen
2 Veiligheidsbeugel
Bij het loslaten van de veilig
13 Uitlaatbescherming
verhindert dat handen of ontvlambare materialen met een hete uitlaat in aanraking komen.
21 Stootbescherming
bescherm de bedieningspersoon te- gen weggeslingerde onderdelen en tegen een onopzettelijke aanraking van de messen wanneer er zonder grasvangmand gemaaid wordt.
Technische gegevens
Benzinegrasmaaier .....DG-PLM 4219 SP
Motor ......RATO RV 125-S
Motorslagvolume ....127,1 cm ^3 (cc)
Vermogen 1,9 kW (2,6 PS)
Toerental van de messen n_0 max. 2900 min ^-1
Aanzetmoment messen......max. 45 Nm
Volume benzinetank....0,8 l
Octaangetal 95-98
Volume motorolietank....500 ml
Snoeihoogte ......6 stappen, 25 - 75 mm
Volume grasvangmand....45 l
Gewicht 21,3 kg
Geluidsdrukniveau
(L_pA) 81,5 dB(A); K_pA = 3 dB
Akoëstisch niveau (L _WA )
gemeten ..... 94,29 dB(A); K_WA = 1,05 dB
gegarandeerd....96 dB(A)
Vibratie aan de handgreep
(a_h) 3,813 m/s², K = 1,5 ~m / s^2
Geluids- en trilwaarden worden in overeenstemming met de in de conformiteitverklaring vermelde normen en bepalingen vastgesteld.
Technische en optische wijzigingen kunnen in het kader van de verdere ontwikkeling zonder aankondiging doorgevoerd worden. Alle in deze gebruiksaanwijzing vermelde afmetingen, aanwijzingen en gegevens zijn daarom niet bindend. Wettige aanspraken, die op basis van deze gebruiksaanwijzing gemaakt worden, kan men daarom niet doen gelden.
De aangegeven trillingemissiewaarde werd volgens een genormaliseerd testme- thode gemeten en kan ter vergelijking van
NL
een stuk elektrisch gereedschap met een ander gebruikt worden.
De aangegeven trillingemissiewaarde kan ook voor een inleidende inschatting van de blootstelling benut worden.

Waarschuwing: Afhankelijk van de manier, waarop het elektrische gereedschap gebruikt wordt, kan de trilingemissiewaarde tijdens het effectieve gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde verschillen.
Probeer de belasting door trillingen zo gering mogelijk te houden. Voorbeeldmaatregelen voor de reductie van trillingsbelasting zijn het dragen van handschoenen bij het gebruik van het gereedschap en de beperking van de werktijd. Daarbij moeten alle delen van de bedrijfscyclus in acht worden genomen (bij voorbeeld tijden, waarop het elektrische werktuig is uitgeschakeld en tijden waarin het weliswaar is ingeschakeld, maar zonder belasting draait).
Pictogrammen/Symbolen
Symbolen op het apparaat

Gebruiksaanwijzing lezen.
Gevaar voor verwondingen door weggeslingerde onderdelen. Omringende Personen op een veilige afstand tot het apparaat houden.
Opgepast - Giftige dampen!
Apparaat niet in gesloten lokalen bedienen.

Opgepast – Benzine is brandbaar! boken en warmtebronnen op een veilige afstand houden.

Gevaar voor verwondingen door scherpe messen! Voeten en handen op een veilige afstand houden. Vóór onderhoudswerkzaamheden motor uitschakelen en bougiedop afrekken.

Apparaat niet blootstellen aan re- gen.
op van het mes van de gras- maaier. Gevaar door verwondin- gen!

epast - Hete oppervlakke Gevaar voor brandwonden.
Opgepast: gevaar voor verwondingen! Draag oog- en gehoorbescherming.

Zet de motor uit wanneer u het apparaat verlaat. Maai nooit terwijl er personen, in het bijzonder kinderen, of dieren zich in de nabijheid bevinden.

Aanduiding van het geluidsvolume L_WA in dB.

Gevaar! Handen en voeten op een veilige afstand houden.

Snoeicirkel
Symbool aan het tankdeksel:

Aanwijzing op benzinevulpijp Tank geen E85-mengsel!
Pictogram aan de benzinepomp:

Benzinepomp (primer) vóór de start 3x indrukken.
Symbolen aan de hoofdigger van de handgreep:

Apparaat inschakelen (ON): Veiligheidsbeugel aantrekken.
Apparaat uitschakelen (OFF): Veiligheidsbeugel loslaten.

Wielaandrijving aan: Aandrijfbeugel aantrekken
Pictogrammen op de zijdelingse uitworp met botsbescherming:

Ontgrendeling zijdelingse uitworp
Symbool aan het grasvangmand:

Niveau-indicator
Symbolen in de gebruiksaanwijzing

Gevaarsymbool met informatie over de preventie van personen- of zaakschade.

Gebodsteken (in plaats van het uitroepingsteken wordt het gebod toegelicht) met informatie over de preventie van schade.

Aanduidingsteken met informatie over hoe u het apparaat beter kunt gebruiken.
Veiligheidsinstructies
Deze paragraaf behandelt de essentiële veiligheidsvoorschriften bij het werk met het apparaat.

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Verzuim bij de naleving van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kan een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Aanwijzingen:
- Lees zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Informeer u over de instelmogelijkheden en het juiste gebruik van het apparaat.
- Informeer u passend indien u onzeker bent over hoe u het apparaat moet gebruiken en welke bedieningen verboden zijn.
- Wees aandachtig, let op wat u doet en ga verstandig te werk. Gebruik het apparaat niet als u moe of ziek bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicatie. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstige letsels.
- Dit apparaat is niet bestemd om te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring /en of kennis, tenzij ze onder toe-zicht staan van een persoon die instaat voor hun veiligheid of als ze van deze persoon aanwijzingen hebben gekregen over het gebruik van het apparaat.
NL
- Kinderen moeten onder toezicht staan zodat wordt gegarandeerd dat ze niet met het apparaat zullen spelen.
- Sta kinderen of andere personen die de handleiding niet kennen niet toe het apparaat te gebruiken. Plaatselijke bepalingen kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.
- Maai nooit als er personen, vooral kinderen, of dieren in de buurt zijn. Wanneer u bent afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen.
- Denk eraan dat de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.
- Neem de geluidsbescherming en de plaatselijke voorschriften in acht.
Voorbereidende maatregelen:
- Draag tijdens het maaien steeds schoenen met antislipzool en een lange broek. Maai niet op blote voeten of in lichte sandalen. Loszittende kle- dij, sieraden of lang haar kunnen door bewegende onderdelen vastgegrepen worden. Het dragen van geschikte kledij doet het risico voor verwondingen afnemen.
- Controleer het terrein, waarop het apparaat wordt gebruikt en verwijder alle voorwerpen (bijv. stenen, stokken draden, speelgoed) die kunnen worden gegrepen en weggeslingerd.
-
Waarschuwing: benzine is in hoge mate ontbrandbaar. Vuur of ontploffingen kunnen tot ernstige brandwonden leiden:
-
Bewaar benzine uitsluitend in de daarvoor voorziene reservoirs.
- Tank uitsluitend in de open lucht en rook niet terwiil u benzine ingiet.
- Benzine dient vóór de start van de motor ingegoten te worden. Terwijl de motor draait of bij een heet apparaat mag de tankdop niet ge-
opend of benzine bijgevuld worden.
- Indien er benzine overgelopen is, mag er geen poging ondernomen worden, de motor te starten. In plaats daarvan dient het apparaat van het door benzine bevuilde oppervlak gereinigd te worden. ledere ontstekingspoging dient vermeden te worden totdat benzinedampen verdampt zijn.
- Omwille van de veiligheid dienen benzinetank- en andere tankdoppen bij beschadiging uitgewisseld te worden.
• vervang defecte geluiddempers.
- Vóór het gebruik dient er altijd een visuele controle doorgevoerd te worden, of het snoeigereedschap, de bevestigingsbouten en de complete snoei-eenheid versleten of beschadigd is/zijn. Om een onbalans te vermijden, mag/mogen versleten of beschadigd gereedschap en bouten slechts per paar uitgewisseld worden.
- Wees voorzichtig bij apparaten met verschillend snoeigereedschap omdat de beweging van een mes tot rotatie van de overige messen kan leiden.
- Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en aan slijtage onderhevige toebehoren, die door de fabrikant geleverd en aanbevolen worden. Het gebruik van vreemde onderdelen kan tot verwondingen leiden en heeft een onmiddellijk verlies van de garantieclaim tot gevolg.
Hantering:
- Laat de verbrandingsmotor niet draaien in gesloten lokalen, waar er zich gevaarlijk koolmonoxide kan ophopen.
-
Maai uitsluitend bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting. Een onverlicht werkterrein kan tot ongevalen leiden.
-
Vermijd zo mogelijk het gebruik van het apparaat bij nat gras.
-
Let steeds op een veilige stand, vooral op hellingen, vuilnisterreinen, putten of dijken. Daardoor kunt u het apparaat in onverwachte situaties beter controleren.
-
Werk altijd dwars op de helling, nooit op- of neerwaarts.
- Wees uiterst voorzichtig als u de rijdrichting op de helling wijzigt.
- Maai niet op overdreven steile hellingen (max. 10°).
- Beweeg het apparaat slechts stapvoets voort.
- Wees uiterst voorzichtig wanneer u het apparaat omkeert of het naar u toe trekt.
- Houd het snoeigereedschap stil wanneer het apparaat gekanteld moet worden, voor het transport op andere vlakten dan gras en wanneer het apparaat van de te maaien vlakte weg of in de richting van de te maaien oppervlakte voortbewogen wordt.
- Gebruik nooit het apparaat met beschadigde beschermingsinrichtingen of beschermroosters of zonder aangebouwde beschermingsinrichtingen, bijvoorbeeld stootbescherming en/of grasvanginrichtingen. Daardoor wordt ervoor gezorgd dat de veiligheid van het apparaat gehandhaafd blijft.
- Wijzig de regelaarinstelling van de motor niet of draai deze niet dol. U zou het apparaat kunnen beschadigen.
- Voordat u de motor start, ontkoppelt u al het snoeigereedschap en alle aan-drijvingen.
- Start of activeer de startschakelaar met voorzichtigheid en dit in overeenstemming met de door de fabrikant verstrekte instructies. Let op voldoende afstand van de voeten tot het snoeigereedschap. Er bestaat gevaar voor verwondingen.
- Bij het starten of aanzetten van de motor mag het apparaat niet gekanteld worden tenzij het apparaat bij het procédé op-getild moet worden. In dit geval kantelt u het apparaat slechts in die mate als absoluut noodzakelijk is en tilt u enkel de van de gebruiker afgewende zijde op.
- Start de motor niet wanneer u vóór het uitwerpkanaal staat.
- Schakel de motor op instructie in en enkel wanneer uw voeten zich op een veilige afstand tot het snoeigereedschap bevinden.
- Breng nooit handen of voeten tegen of onder draaiende onderdelen. Neem altijd een veilige afstand tot de uitwerpopening in acht. Eén moment van onoplettendheid bij het gebruik van het apparaat kan tot ernstige verwondingen leiden.
- Het apparaat nooit met een draaiende motor optillen of dragen.
- Zet de motor uit, trek de bougiedop af en vergewis u dat alle beweegbare onderdelen stilstaan:
- voordat u blokkeringen lost of verstoppingen in het uitwerpkanaal verhelpt;
- voordat u het apparaat controleert, reinigt of eraan werkt;
- wanneer een vreemd voorwerp geraakt werd. Zoek naar beschadigingen aan het apparaat en voer de noodzakelijke reparaties door voordat u herstart en met het apparaat werkt;
- indien het apparaat ongewoon sterk begint te trillen, is een onmiddellijke controle noodzakelijk.
- Zet de motor uit
- wanneer u het apparaat verlaat; - voordat u bijtankt;
- Bij het uitlopen van de motor dient de smoorklep gesloten te worden.
- Laat het apparaat nooit zonder toezicht op de werkplaats achter.
NL
- Werk niet met een beschadigd, onvolledig of zonder de toestemming van de fabrikant omgebouwd apparaat.
Het gebruik van machines voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. - Werk niet met het apparaat als er een risico is op blikseminslag. Gevaar door elektrische schok.
Onderhoud en opslag:
- Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven vast aangedraaid zijn en het apparaat zich in een veilige arbeidstoestand bevindt. Tal van ongevallen zijn te wijten aan slecht onderhouden apparaten.
- Bewaar het apparaat nooit met benzine in de tank in een gebouw, waar benzinedampen mogelijkkerwijs met open vuur of met vonken in aanraking kunnen komen.
- Laat de motor afkoelen voordat u het apparaat in gesloten lokalen wegzet. Er bestaat brandgevaar.
- Om brandgevaar te vermijden, houdt u motor, uitlaat en de zone rond de brandstoftank vrij van gras, bladeren of vrijkomend vet (olie).
- Controleer regelmatig de grasvang-inrichting op slijtage of verlies van de functionaliteit.
- Vervang versleten of beschadigde onderdelen omwille van de veiligheid. Vervang defecte geluiddempers.
- Indien de brandstoftank geledigd dient te worden, dient dit in de open lucht te gebeuren.
-
Behandel uw apparaat met zorgzaamheid. Houd het gereedschap scherp en netjes om beter en veiliger te kunnen werken. Leef de onderhoudsvoor-schriften na.
-
Tracht niet, het apparaat zelf te repa- reren, tenzij u hiervoor een opleiding genoten heeft. Al de werkzaamheden, die niet in deze handleiding vermeld worden, mogen uitsluitend door klan- tenserviceafdelingen, die door ons ge- machtigd werden, uitgevoerd worden.
- Bewaar het apparaat op een droge plaats en buiten het bereik van kinderen. Machines zijn gevaarlijk als ze door onervaren personen gebruikt worden.
Ingebruikname

Opgepast! Gevaar voor verwondingen door roeterend mes. Voer werkzaamheden aan het apparaat uitsluitend bij een uitgeschakeld en stilstaand mes door.
Voordat u het apparaat start, moet u
- hoofdigger van de handgreep monteren,
- motorolie ingieten
- benzine ingieten
- eventueel de grasbak monteren;
- eventueel de snoeihoogte instellen
Hoofdigger van de handgreep monteren

Zorg ervoor dat bij de montage van de grijpstang de bowdenkabel(s) (6) niet wordt (worden) ingeklemd.

Onderste stangen monteren:
- Verwijder de beide stergreepschroeven (17) van de behuizing van het apparaat (16).
- Plaats de uiteinden van de onderste stangen (5) tegen de behuizing van het apparaat (16).
- Schroef de beide onderste stan-gen (5) met de stergreepschroe-
ven (17) rechts en links aan de houder tegen de behuizing van het apparaat (16).
- Til de stootbescherming (21) op en neem de grasvangmand uit.

Bovenste grijpstang monteren:
-
Schroef de bovenste grijpstang (1) met de bijgeleverde snel-spanners en moeren (3) rechts en links van de onderste stangen (5) vast.
-
Klap de bovenste grijpstang (1) uit (kleine afbeelding) en druk de vergrendelingshendel (3) in de richting van de stang.

- Bevestig de bowdenkabel(s) (6) met behulp van de kabelklem (4) aan de onderste stang (5).
Vangmand afnemen/ledigen:
:1. Til de stootbescherming (21) op en neem de vangmand (20) uit.
- Ledig de vangmand (zie hoofdstuk „Afvalverwijdering/milieubescherming“) en monteer ze weer.
Niveau-indicator
Zijdelings aan de grasvangmand (20) is een niveau-indicator (23) aangebracht. De aërodynamische luchtgeleiding van de klep zorgt aanvullend voor de optimale vulling.
Opgelet: apparaat niet zonder volledig aangebrachte grasvangmand of zonder stootbescherming bedienen. Gevaar voor verwondingen!

Vangmand monteren:
-
Stulp de kunststofstrips (26) over het stangenmechanisme van de vangmand.
-
Steek de opvangzak-greep (22) op de opvangzak (20).
-
Bevestig de opvangzak-greep (22) met de schroeven (22.1).

Grasvangmand aan het apparaat aanbrengen:
-
Til de stootbescherming (21) op.
-
Haak de grasvangmand (20) in de daarvoor voorziene ophanging (31) aan de achterzijde van het apparaat vast.
GO Klep geopend: Grasvangmand leeg STOP Klep gesloten: Grasvangmand vol

Motorolie ingieten en oliepeil controleren

Zet het apparaat op een effen vloer
-
Draai de olietankdop met meetstaaf (19) os en giet olie in de tank. De olietank bevat 0,5 l olie. Gebruik olie van een bekend merk (bijvoorbeeld SAE 30).
-
Om het oliepeil te controleren, veegt u de meetstaaf (19) met een schoon vodje af en brengt u de meetstaaf weer tot aan de aanslag in de tank aan.
-
Lees na het uittrekken het oliepeil aan de meetstaaf af. Het oliepeil moet zich in het gemarkeerde veld tussen merkteken "Minimum" en merkteken "Maximum" bevinden.
-
Veeg eventueel gemorste olie af en sluit de olietankdop (19) terug.

NL

Telkens vóór het maaien contro- leert u het oliepeil en vult u bij het bereiken van het onderste punt van de markering olie bij.
Benzine ingieten



Waarschu- wing! Benzine is ontvlam-
baar en schadelijk voor de gezondheid:
- Benzine in daarvoor voorziene reservoirs bewaren.
- Tanken uitsluitend in de open lucht en nooit bij een draaiende motor of hete machine.
- Tankdeksel voorzichtig openen opdat de overdruk kan afnemen.
- Bij het tanken niet roken.
- Huidcontact en het inademen van de dampen vermijden.
- Gemorste benzine verwijderen.
- Benzine op een veilige afstand tot vonken, open vlammen en andere ontstekingsbronnen houden.
- Benzineresten op een milieuvriendelijke wijze afvoeren (zie „Afvoeren/milieubescherming“).

- Gebruik geen mengsels van benzine met olie.
- Gebruik loodvrije normale of superbenzine.
Bij het gebruik van biobrandstof mag die met niet meer dan 10% ethanol zijn gemengd.
- Gebruik uitsluitend zuivere benzine.
- Bewaar benzine niet langer dan één maand lang omdat de kwaliteit van benzine verslechtert.

-
Schroef het tankdeksel (8) los en giet benzine tot aan de onderkant van de vulpijp (32) in. Giet de tank niet helemaal vol opdat de benzine plaats heeft om uit te zetten.
-
Veeg rond het tankdeksel benzi- neresten af en sluit het tankdek- sel terug.
Bediening

Een zekere mate van geluidslast door dit apparaat valt niet te vermijden. Plan luidruchtig werk in op toe-gestane en daarvoor voorziene periodes. Houd u evt. aan rusttijden en beperk de duur van de werkzaam-heden tot een minimum. Er dient geschikte oorbescherming gedragen te worden, voor uw persoonlijke bescherming en de bescherming van personen in uw nabijheid.
Motor starten en stoppen

Waarschuwing! Benzine is ont- vlambaar. Start de motor op een afstand van minstens 3 m van de plaats, waar ze ingegoten wordt.
Start het apparaat op een vaste, effen vloer, zo mogelijk niet in hoog gras. Vergewis u dat het snoeige-reedschap noch voorwerpen, noch de grond raakt.

Voor uw veiligheid: Sta achter het apparaat als u het start.

Controleer regelmatig benzine en oliepeil (zie „Ingebruikname“) en vul tijdig bij.
Koude start:
- Bij de koude start drukt
u 3 x op de benzinepomp (28) (Primer).

-
Trek de veiligheidsbeugel (2) in de richting van de hoofd-ligger van de handgreep (1) en houd deze tegen.
-
Trek aan de startergreep (25).
- Wanneer de motor start, laat u startergreep langzaam terug in de startkabelgeleiding (24) glijden.

Bij een warme start is het niet nodig de primer (28) in te drukken.

Als de primer te vaak wordt ingedrukt, komt er teveel benzine in de carburator en de motor kan dan moeilijk worden gestart
Motorstop:
- Laat de veiligheidsbeugel (2) los. De motor wordt uitgeschakeld en het mes wordt geremd.
Messenstopsysteem:
- Controleer regelmatig het messensto- psysteem: Laat de veiligheidsbeugel (2) los. De motor wordt uitgeschakeld en het mes wordt geremd. Het mes moet binnen 7 seconden stoppen.

Maaien
- Start de motor (zie ).
- Houd de grijpstang (1) en de veiligheidsbeugel (2) tijdens het maaien vast met beide handen.
Wielaandrijving :
- Aan: Trek de aandrijvingbeugel (26) in de richting van de grijpstang (1): het apparaat beweegt naar voor.
Uit: Laat de aandrijvingbeugel (26) los. Het apparaat blijft staan.
Werkinstructies
eAlgemene werkinstructies
- Maai zo droog mogelijk gras om de grasnerf te ontzien.
- Stel de snoeihoogte zodanig in, dat het apparaat niet overbelast wordt.
- Breng het apparaat stapvoets in zo recht mogelijke stroken. Om compleet te maaien, moeten de banen elkaar altijd enkele centimeters overlappen.
• Beweeg niet achterwaarts. - Werk op hellingen altijd dwars op de helling.
- Indien de messen met een vreemd voorwerp in aanraking komen, zet u de motor onmiddellijk uit. Wacht de stilstand van het mes af en controleer het apparaat op beschadigingen. Hervat het werk uitsluitend bij een onbeschadigd apparaat.
- Schakel bij langere werkonderbrekin-gen en voor het transport het apparaat uit en wacht de stilstand van het mes af.
- Reinig het apparaat telkens na gebruik zoals in het hoofdstuk „Reiniging en onderhoud“ beschreven.

Snoeihoogte instellen
Het apparaat bezit 6 posities voor de instelling van de snoeihoogte:
- Trek de hefboom (18) naar buiten en verschuif deze tot in de gewenste positie (33).
NL
- Duw de hefboom (18) weer naar binnen.
De correcte snoeihoogte bedraagt bij een siergazon ongeveer 30 - 45 mm, bij een nuttig gazon ongeveer 40 - 65 mm.

Om voor de eerste keer in het seizoen te snoeien, dient een hoge snoeihoogte gekozen te worden.
Reiniging en onderhoud

Laat reparatiewerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze handleiding beschreven zijn, op een service-werkplaats doorvoeren. Maak uitsluitend gebruik van originele wisselstukken. Er bestaat ge-vaar voor ongevallen!
Voer onderhouds- en reinigingswerkzaamheden in principe bij een uitgeschakelde motor en een afgetrokken bougiedop door. Er bestaat gevaar voor verwondingen!
Laat het apparaat vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden afkoelen. Elementen van de motor zijn heet. Er bestaat gevaar voor brandwonden!

Draag bij de omgang met het mes handschoenen.
Reiniging en algemene onderhoudswerkzaamheden

Voor reinigings- en onderhoudswerken aan de onderkant van het apparaat kantelt u het apparaat naar achteren, zodat de bougie naar boven steekt.
Zorg ervoor dat een tweede persoon het apparaat vasthoudt, omdat het risico bestaat dat het terug kantelt.

Kantel het apparaat niet opzij of voorwaarts. Bedrijfsvloeistoffen kunnen uitlopen en de motor kan beschadigd worden..
- Houd het apparaat steeds netjes. Gebruik om te reinigen een borstel of een doek, maar geen bijtende reini-gings- of oplosmiddelen.
Gebruik om te reinigen van de motor geen water, het zou de brandstofinstallatie kunnen verontreinigen.
- De blade-behuizing schoon te maken kan op de top van huisvesting (A16) een worden verbonden met slang (zie fig. 27).
- Verwijder na het maaien vastklevende plantenresten met een stuk hout of plastic. Reinig in het bijzonder de ventilatieopeningen (7),de uitwerp-opening en het bereik van de messen (zie ook „Mes reinigen“).Gebruik geen harde of puntige voorwerpen, u zou het apparaat kunnen beschadigen.
- Smeer de wielen van tijd tot tijd met olie in.
- Controleer de grasmaaier telkens vóór gebruik op zichtbare gebreken zoals losse, versleten of beschadigde onderdelen. Ga de vaste zitting van alle moeren, bouten en schroeven na.
- Controleer afdekkingen en beschermingsinrichtingen (2, 7, 13, 21) op beschadigingen en correcte zitting. Wissel deze eventueel uit.

Luchtfilter uitwisselen

Bedien het apparaat nooit zonder luchtfilter. Stof en vuil geraken anders in de motor en leiden tot beschadigingen aan de machine
- Trek de bougiestekker (A11) eraf (zie „Bougie onderhouden“).
- Open de luchtfilterbox (9) en neem er de luchtfilter (10) uit.
- Reinig de luchtfilter (10) in een sopje en laat hem drogen. Kneed enkele druppels verse motorolie in de luchtfilter.
- Vervang een defecte luchtfilter door een nieuwe luchtfilter (zie „Vervangstukken/accessoires“).
- Voor de montage zet u de luchtfilter (10) in de luchtfilterbox (9) en sluit die opnieuw.

Bougie wisselen / instellen

Versleten bougies of een te grote ontstekingsafstand leiden tot een vermindering van het vermogen van de motor.
- Trek de bougiedop (11) af door gelijk-tijdig aan de bougie te trekken en te draaien.
- Schroef de bougie (12) te gen de richting van de wijzers van de klok in uit.
- Kijk de ontstekingsafstand met behulp van een (in de gespecialiseerde handel verkrijgbaar) voelkaliber na. De ontstekingsafstand moet 0,5-0,6 mm bedragen.
- Stel de afstand eventueel in doordat u de aardelektrode van de bougie voorzichtig buigt.
-
Reinig de bougie met een draadborstel.
-
Breng de gereinigde en ingestelde bougie aan of vervang een beschadigde bougie door een nieuwe (aanbevolen aanzetmoment 20 Nm, met draaimomentsleutel vastgesteld) (zie „Reserveonderdelen“).
Motorolie verversen

Vervang de motorolie als de benzine-tank leeg is en de motor warm heeft.

- Ververs de motorolie voor de eerste keer na ongeveer 5 bedrijfsuren, daarna telkens na 50 bedrijfsuren of jaarlijks.
- Voer de oude olie op milieuvrien-delijke wijze af (zie „Afvalverwijdering/milieubescherming“).
- Trek de bougiestekker af (A11) ab (zie „Bougie wisselen / instellen“).
- Open de dop van de olietank (19) en pomp de motorolie af met een oliepomp.
- Giet motorolie bij (zie „Ingebruikne- ming“).
Mes slijpen/uitwisselen

Laat het mes uitsluitend door een gespecialiseerde werkplaats slijpen.

Draag handschoenen als u het mes hanteert.

Kantel een met benzine of olie gevulde grasmaaier nooit op zijn kant of naar voren!
Dit leidt tot schade aan de motor en doet de garantie vervallen.
- Trek de bougiestekker (11) af en controleer het mes op slijtage en beschadigingen.
NL
- Laat een stop mes altijd op een servicewerkplaats bijslijpen omdat men daar een controle van de onbalans kan doorvoeren.
- Laat een beschadigd mes of een mes met onbalans altijd op een service-werkplaats uitwisselen.

Een verkeerde montage kan leiden tot ernstige verwondingen.

1. Zorgervoordatdegrasmaai-erveiligopgesteldis!
- Doe stevige handschoenen aan en houd het mes (34) vast. Draai de mesbout (35) tegen de klok in met behulp van een schroeven-draaier los van de motoras.

Zodra u de mesbout (35) een keer losgedraaid heeft, moet de spanflens (36) worden vervangen.
- Monteer het nieuwe mes weer in omgekeerde volgorde. Let erop dat het mes juist is gepositioneerd en dat de schroef vast aangespannen is.

Bowdenkabel instellen
Als de bowdenkabels zich verplaatsen en te veel speling hebben, kunt u ze bijregelen.
- Draai de kleine vaststelschroeven (37) los.
-
- Draai de instelmoer (38) linksom: De bowdenkabel wordt korter
- Draai de instelmoer (38) rechtsom: De bowdenkabel wordt langer.
- Draai de kleine vaststelschroeven (37) weer vast.
De carburateur werd in de fabriek vooraf op een optimaal vermogen ingesteld. Indien instellingen achteraf noodzakelijk zijn, laat u de instellingen op een service-werkplaats doorvoeren.
Onderhoudsintervallen
Voer de in de tabel vermelde onderhoudswerkzaamheden regelmatig door. Door een regelmatig onderhoud wordt de levensduur van het apparaat verlengd. U komt bovendien tot optimale snoeiprestaties en vermijdt ongevallen.
| Onderhouds-werkzaamheden (zie „Reiniging en onderhoud“) | Vóór na | Na eerste 5 uren | Na 8 uren | Na50 uren | Jaar- lijks | |
| hetwerk | ||||||
| Schroeven, moeren, bouten nakijken en aandraaien | √ | |||||
| Motoroliepeil/benzinestand controleren en, zo nodig, motorolie/benzine bijvullen | √ | √ | ||||
| Bedieningselementen/bereik en ge-luiddempers reinigen | √ | √ | ||||
| Vingerbescherming reinigen | √ | |||||
| Motorolie verversen | √ √ | √ | ||||
| Luchtfilter uitwisselena | √ | |||||
| Bougie reinigen/instellen/uitwisselen | √ | √ | ||||
| Mes reinigen/slijpen/uitwisselen | √ | √ | ||||
| Luchtkoelingssysteem reinigena | √ | |||||
^a bij aanzienlijke stofproductie of sterke vervuiling vaker reinigen
Opslag
Algemene opslaginstructies

Bewaar het apparaat niet met een gevulde vangmand. Bij heet weer begint het gras onder invloed van warmte te broeien. Er bestaat brandgevaar.
- Reinig en onderhoud het apparaat vóór de opslag.
- Laat de motor afkoelen voordat u het apparaat in gesloten lokalen wegzet.
- Gebruik voor de bewaring van de brandstof geschikte en toegestane reservoirs.
- Bewaar het apparaat op een droge en tegen stof beschermde plaats en dit buiten het bereik van kinderen.
- Omhul het apparaat niet met nylonzakken omdat vochtigheid en schimmel tot ontwikkeling zouden kunnen komen.
Opslag tijdens langere bedrijfsonderbrekingen

Veronachtzaming van de opslagin-structies kan door brandstofresten in de carburateur tot startproblemen of permanente beschadigingen leiden.
- Ledig de benzinetank op een goed geventileerde plaats.
- Ledig de carburateur: Start daarvoor de motor en laat hem draaien totdat de motor stopt. Laat de motor afkoelen.
- Ververs de olie (zie „Motorolie verversen“).
- Conserveer de motor:
- Draai de bougie uit ( 12) (zie „Reiniging en onderhoud“ (Bougie wisselen / instellen);
NL
- Giet een eetlepel motorolie door de bougieopening in de motorruimte;
- Trek meermaals langzaam aan de starterkabel (1 25) bij een afgetrokken veiligheidsbeugel (12) en dit om de olie in het binnenste gedeelte van de motor te verdelen.
- Schroef de bougie ( 12) weer vast.
- Voer oude olie en benzineresten op milieuvriendelijke wijze af (zie „Afvalverwijdering/milieubescherming“).

De benzinetank moet niet geledigd worden wanneer u aan de benzine een brandstofstabilisator toevoegt.
Afvalverwijdering/milieubescherming
- Breng het apparaat, de toebehoren en de verpakking naar een geschikt recyclagepunt.
- Ledig de benzine- en olietank zorgvuldig en geef uw apparaat in een recyclingpark af. De gebruikte kunststof- en metalen onderdelen kunnen per soort gescheiden worden en zo-doende aan een recycling onderworpen worden.
- Oude olie en benzineresten in een recyclingpark afgeven en niet in de riolering of in de afvoer gieten.
- Raadpleeg hiervoor uw dealer.
- De afvalverwijdering van uw defecte ingezonden apparaten voeren wij gratis door.
- Werp gesnoeid gras niet in de vuilnisbak, maar onderwerp het aan compostering of verdeel het als mulchlaag onder struiken en bomen.
Vervangstukken/Accessoires
Reserveonderdelen en accessoires verkrijgt u op www.service-deltafox.de
IBij andere vragen neemt u contact op met het "Service-Center" (zie „Service-Center").
Garantie
- De garantieperiode voor dit apparaat bedraagt 2 jaar vanaf aankoopdatum en geldt uitsluitend voor de eerste koper. Dit apparaat is niet geschikt voor commercieel gebruik. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie.
• Van de garantie uitgesloten zijn:
- Schade, die aan natuurlijke slijtage, overbelasting of onoordeelkundige bediening te wijten is.
- Apparaten, die voor een commerciele toepassing gebruikt worden.
- Beschadigingen, die ten gevolge van veronachtzaming van de bedieningshandleiding ontstaan zijn of als de reinigingsintervallen niet nageleefd werden.
- Apparaten, waarbij reeds technische ingrepen doorgevoerd werden.
- Ook buiten de garantie valt motor- schade die zijn ontstaan door ver- keerde brandstof of een verkeerde mengverhouding en iedere schade aan de machine die te wijten zijn aan onvoldoende smering.
- Volgende onderdelen zijn aan normale slijtage onderhevig en vallen daarom niet onder de garantie: snoeiinrichting, bougies, luchtfilter, brandstofffilter, startkabel, grasbak.
- Gelieve geen apparaten zonder voor- afgaande telefonische coördinatie naar onze servicewerkplaatsen te zenden. In het andere geval kunnen u ten gevolge van weigering van acceptatie kosten ten deel vallen.
- Opgelet: Stuur ons in geen geval een defecte machine met een volle brandstof- of olietank toe. Maak de tanks in ieder geval leeg. Alle materiële schade die hier het gevolg van is (uitlopende olie/benzine als het apparaat op zijn kant of op de kop wordt gelegd) c.q. brandschade tijdens het transport valt ten laste van de afzender.
- De reparatie of de uitwisseling van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode, noch wordt door deze voor het apparaat te leveren prestatie of voor eventueel ingebouwde onderdelen een nieuwe garantieperiode ingeleid. Dit geldt ook bij gebruikmaking van een service ter plaatse.
- De afvalverwijdering van uw defecte ingezonden apparaten voeren wij gratis door.
Foutopsporing
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing van de fout | ||
| Motor start niet | Te weinig benzine in de tank | Benzine ingieten |
| Verkeerde startvolgorde | Aanwijzingen om de motor te starten in acht nemen (zie „Bediening“) | |
| Bougiedop (11) niet correct opgestoken Vol roet gekomen bougie | Bougiedop opsteken Bougie reinigen, instellen of vervangen (zie „Reiniging en onderhoud“) | |
| Foutief ingesteld carburateur-mengsel | Carburateur op een servicewerkplaats laten instellen | |
| Motor start, maar apparaat draait niet met maximale capa-citeit | Vervuilde luchtfilter (10) | Luchtfilter vervangen (zie „Reiniging en onderhoud“) |
| Foutief ingesteld carburateur-mengsel | Carburateur op een servicewerkplaats laten instellen | |
| Motor hapert, loopt vast | Foutief ingesteld carburateur-mengsel | Carburateur op een servicewerkplaats laten instellen |
| Vol roet gekomen bougie (12) | Bougies reinigen, instellen of vervan-gen (zie „Reiniging en onderhoud“) | |
| Motor wird überhitzt | Ventilatiesleuven (7)ver-stopt | Ventilatiesleuven reinigen |
| Verkeerde bougie (12) | Bougie wisselen | |
| Te weinig motorolie in de motor | Motorolie ingieten (zie „Ingebruikname“) | |
| Motor rookt | Vervuilde luchtfilter (M 10) | Luchtfilter vervangen (zie „Reiniging en onderhoud“) |
| Te weinig motorolie in de motor | Motorolie ingieten (zie „Ingebruikname“) | |
| Resultaat van het werk niet bevredigend of motor werkt moeilijk | Gras te kort of te hoog | Snoeihoogte wijzigen (zie „Snoeihoogte instellen“) |
| Mes stomp | Laat mes door gespecialiseerd bedrijf slijpen - zie „Mes slijpen/vervangen“ | |
| Mes door gras geblokkeerd, grasvangmand vol, uitwerpkanaal verstopt | Gras verwijderen (zie „Reiniging en onderhoud“) | |
| Mes roteert niet | Mes door gras geblokkeerd Gras verwijderen | |
| Mes niet correct gemonteerd ze „Mes slijpen/vervangen“ | ||
| Abnormale ge-luiden, geram-mel of trillingen | Mes niet correct gemonteerd | zie „Mes slijpen/vervangen“ |
| Mes beschadigd | ||
Content
Introduction....79
IntendedUse....80
![]() | Vertaling van de originele CE-conformiteitsverklaring |
| Hiermede bevestigen wij dat de Benzinegrasmaaier bouwserie DG-PLM 4219 SPLot-nummer: B-46290aan de hierna volgende, van toepassing zijnde EU-richtlijnen | |
| 2006/42/EC • 2014/30/EU • 2000/14/EC • 2005/88/EC • 2011/65/EU* | |
| Om de overeenstemming te waarborgen, werden de hierna volgende, in overeenstemming gebrachte normen en nationale normen en bepalingen toegepast: | |
| EN ISO 5395-1:2013+A1 • EN ISO 5395-2:2013+A1+A2EN ISO 14982:2009 • IEC 62321-3-1:2013 | |
| Bovendien wordt in overeenstemming met de geluidsemissierichtlijn 2000/14/EC bevestigd:Akoestisch niveau gegarandeerd: 96,0 dB(A)gemeten: 94,29 dB(A)Toegepaste conformiteitbeoordelingsprocedure in overeenstemming met Annex VI/2000/14/EC + 2005/88/EAangemeld bij: TÜV Rheinland LGA Products GmbH, Tillystraße 2,90431 Nürnberg, Deutschland, Notified Body: 0197 | |
| De exclusieve verantwoordelijkheid voor de uitgifte van deze conformiteitsverklaring wordt gedragen door de fabrikant: | |
| [IMAGE]Grizzly Tools GmbH & Co. KGStockstädter Straße 2063762 Großostheim, Germany07.02.2020 | Christian Frank(Documentatiegelastigde) |
* Het hierboven beschreven voorwerp van de verklaring voldoet aan de voorschriften van de richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en van de Raad van 8 juni 2011 inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten.

Christian Frank(Documentatiegelastigde)