Deltafox DGECS 1830 - Zaag

DGECS 1830 - Zaag Deltafox - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DGECS 1830 Deltafox in PDF-formaat.

📄 208 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Deltafox DGECS 1830 - page 48

Gebruikersvragen over DGECS 1830 Deltafox

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DGECS 1830 - Deltafox en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DGECS 1830 van het merk Deltafox.

GEBRUIKSAANWIJZING DGECS 1830 Deltafox

  • Inleiding Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuw apparaat. Daarmee hebt u voor een hoogwaardig product gekozen. Dit apparaat werd tijdens de productie op kwaliteit gecontroleerd en aan een eind- controle onderworpen. De functionaliteit van uw apparaat is bijgevolg verzekerd. De gebruiksaanwijzing vormt een bestanddeel van dit product. Ze omvat belangrijke aanwijzingen voor veiligheid, gebruik en afvalver- wijdering. Maak u vóór het gebruik van het product met alle bedie- nings- en veiligheidsinstructies vertrouwd. Gebruik het product uitsluitend zoals beschreven en voor de aangegeven toepassings- gebieden. Bewaar de handleiding goed en overhandig alle documenten bij het doorgeven van het product mee aan derden. Doeleinden De elektrische kettingzaag is enkel voor het zagen van hout gekonstrueerd. Voor alle andere toepassingen (bv. het snijden van metselwerk, kunststoen of levensmidde- len) is de zaag niet geschikt. De kettingzaag is voor de doe-het-zelver bedoeld. Ze werd niet voor industriëel langdurig gebruik ont- wikkeld. De machine is voor gebruik door volwas- senen bedoeld. Jongeren onder de 16 jaar mogen enkel onder toezicht de kettingzaag Inhoud Inleiding p. 48
  • Doeleinden p. 48
  • Algemene beschrijving p. 49
  • Omvang van de levering p. 49
  • Functiebeschrijving p. 49
  • Overzicht p. 49
  • Technische informatie p. 50
  • Veiligheidsvoorschriften p. 50
  • Symbolen op de zaag p. 51
  • Symbolen in de handleiding p. 51
  • Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap p. 52
  • Veiligheidsfunkties p. 57
  • Ingebruikname p. 57
  • Zwaard en zaagketting monteren p. 58
  • Ketting aanspannen p. 58
  • Kettingsmering p. 59
  • Bedienen van de kettingzaag p. 59
  • Starten p. 59
  • Kettingrem kontroleren p. 60
  • Automatische oliebevloeiing kontroleren p. 60
  • Zaagtechnieken p. 60
  • Allgemeen p. 60
  • Doorzagen p. 61
  • Snoeien p. 62
  • Bomen vellen p. 62
  • Onderhoud en reiniging p. 64
  • Reiniging p. 64
  • Onderhoudsintervallen p. 65
  • Kettingen oliën p. 65
  • Ketting slijpen p. 65
  • Tabel onderhoudsintervallen p. 65
  • Spanning instellen p. 66
  • Nieuwe ketting laten inlopen p. 67
  • Zwaard onderhouden p. 67
  • Bewaren p. 67
  • Berging en milieu p. 67
  • Reserveonderdelen/accessoires p. 68
  • Garantie p. 68
  • Reparatieservice p. 68
  • Foutmeldingen p. 69
  • Vertaling van de originele CE-conformiteitsverklaring p. 201
  • Explosietekening p. 206
  • Service-Center p. 2074

gebruiken. De bediener of gebruiker van het appa- raat is verantwoordelijk voor ongelukken of schades aan andere personen of hun eigendom. De producent is niet verantwoordelijk voor schade die veroorzaakt wordt door foute bediening of door gebruik bij toepassingen waarvoor de zaag niet geschikt is. Algemene beschrijving De afbeeldingen voor de bediening en het onderhoud vindt u op de zijde 2 + 3. Omvang van de levering - Elektrische Kettingzaag - Zwaard - Ketting - Beschermkoker voor zwaard - kettingolie - Gebruiksaanwijzing - Montagesleutel Functiebeschrijving De kettingzaag wordt aangedreven door een elektromotor. De rondlopende ketting loopt over een zwaard (geleidingsrails). Het apparaat is uitgerust met een snel- stop-kettingrem. Door de automatische olievoorziening wordt de ketting continu gesmeerd. Ter bescherming van de ge- bruiker is de kettingzaag voorzien van verschillende veiligheidsvoorzieningen. Hieronder wordt de functie van de bedie- ningsonderdelen omschreven. Overzicht 1 achterste handvat 2 Oliepeilweergave 3 olietankdop 4 kettingremhendel/ voorste handvat 5 zwaard 6 ketting 7 Neuswiel 8 klemhendel 9 voorste handvat 10 elektromotor 11 aan- en uitschakelaar 12 startvergrendeling 13 Kettingvanger 14 Bevestigingsmoer voor kettingwielafdekking 15 Kettingwielkap 16 Achterste handbescherming 17 Kabelhouder 18 Voedingskabel 19 Beschermkoker voor zwaard 20 Kettingspanschroef 21 Kettingspanbalkje 22 Bevestigingbouten 23 Olievulmond 24 Houder van kettingspanbalkje 25 Neus van kettingswielafdekking 26 Inkeping behuizing 27 Kettingrondsel50

De aangegeven trillingemissiewaarde werd volgens een genormaliseerd testmethode gemeten en kan ter vergelijking van een stuk elektrisch gereedschap met een ander ge- bruikt worden. De aangegeven trillingemis- siewaarde kan ook voor een inleidende in- schatting van de blootstelling benut worden. Waarschuwing: Afhankelijk van de manier, waarop het elektrische gereedschap gebruikt wordt, kan de trilingemissiewaarde tijdens het ef- fectieve gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde verschillen. De noodzaak bestaat, veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de operator vast te leggen, die op een inschatting van de blootstelling in de eectieve gebruiksomstandigheden gebase- erd zijn (hierbij moet er met alle aan- delen van de bedrijfscyclus rekening gehouden worden, zo bijvoorbeeld met tijden, tijdens dewelke het elek- trische gereedschap uitgeschakeld is, en tijden, tijdens dewelke het weliswaar ingeschakeld is, maar zonder belasting functioneert). Technische en optische veranderingen kunnen in het kader van voortdurende ontwikkeling onaangekondigd worden aangebracht. Alle afmetingen, aanwij- zingen en gegevens in deze bedienings- handleiding zijn daarom onder voorbe- houd. Op basis van deze bedienings- handleiding kunnen daarom geen wettige aanspraken worden gemaakt. Dit apparaat is voor de werking op een elektriciteitsnet met een systeemimpedantie Zmax op het overdrachtpunt (huisaansluiting) van maximaal 0,335 ohm voorzien. De gebruiker dient ervoor te zorgen dat het apparaat uitsluitend op een elektriciteitsnet bediend wordt, dat aan deze eis voldoet. Zo nodig, kan de systeemimpedantie bij het lokale energiebedrijf opgevraagd worden. Veiligheidsvoorschriften Dit gedeelte behandelt de fundamentele veiligheidsrichtlijnen bij het werken met de elektrische kettingzaag. Maakt u zich vooraleer u met de elektronische kettingzaag gaat werken met alle onderdelen ver- trouwd. Oefen het hanteren van51

355 mm Zwaardlengte Machines horen niet bij huishou- delijk afval thuis. Veiligheidsklasse II (Dubbele isolatie) Pictogram onder de kettingwielafdekking: Looprichting van de zaagketting in acht nemen. Let op! Lees de gebruiksaanwij- zing. Pictogram op de olietankdop/ Oliepeil- weergave Zaagketting oliën Symbolen in de handleiding Gevaarsymbolen met gegevens ter preventie van lichamelijke letsels en materiële schade. Gebodsteken (in plaats van het uitroepingsteken is het gebod toegelicht) met gegevens ter pre- ventie van beschadigingen. Aanwijzingsteken met informatie voor een betere omgang met het apparaat. de zaag (doorzagen van rond hout op een zaagbok) en vraag uitleg aan een ervaren gebruiker of een vakman i.v.m.het functioneren, werkwijze en zaagtechnieken. Symbolen op de zaag Opgelet! Gevaar! Lees aandachtig de gebruiksaan- wijzing die bij de machine hoort! Draag een persoonlijke veiligheidsuitrusting. Draag vooral een veiligheidsbril of beter nog een veiligheids- masker, bescherming voor de oren, veiligheidshelm, snijvaste werkkledij, snijvas- te handschoenen en sni- jvaste veiligheidslaarzen met anti-slip-zolen. Hou de machine met beide han- den vast. Opgepast! Terugslag – let op voor terugslag van de machine Stel de machine niet bloot aan vocht. De machine mag noch vochtig zijn noch in vochtige omgeving ge- bruikt worden. Opgepast! Trek bij beschadiging of doorsnijden van de stroomdraad onmiddellijk de stekker uit het stopcontact.

Gegarandeerd akoestisch niveau52

Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING! Lees alle vei- ligheidsinstructies en aanwijzin- gen. Verzuim bij de naleving van de veiligheidsinstructies en aanwi- jzingen kan een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzing voor de toekomst. Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip „Elektrisch gereedschap“ heeft be- trekking op elektrisch gereedschap met netvoeding (met netsnoer) en op elek- trisch gereedschap met batterijvoeding (zonder netsnoer).

1) VEILIGHEID OP DE WERKPLAATS

a) Houd uw werkruimte netjes en goed verlicht. Wanorde of onverlich- te werkomgevingen kunnen tot onge- vallen leiden. b) Werk met het elektrische geree- dschap niet in een explosieve om- geving, waarin er zich brandbare vloeistoen, gassen of stoen bevinden. Elektrisch gereedschap produceert vonken, die het stof of de dampen kunnen doen ontsteken. c) Houd kinderen en andere per- sonen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap op een veilige afstand. In geval van afleiding kunt u de controle over het apparaat verliezen.

2) ELEKTRISCHE VEILIGHEID

a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stek- ker mag op geen enkele manier veranderd worden. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewi- jzigde stekkers en passende stop- contacten doen het risico voor een elektrische schok afnemen. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals van buizen, verwarmingsinstallaties, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektri- sche schok als uw lichaam geaard is. c) Houd elektrisch gereedschap op een veilige afstand tot regen of nattigheid. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap doet het risico voor een elektrische schok toenemen. d) Gebruik het snoer niet voor een ander doeleinde om het elektrische gereedschap te dragen, op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer op een veilige afstand tot hitte, olie, scherpe kanten of be- wegende apparaatonderdelen. Beschadigde of verstrikt geraakte snoeren doen het risico voor een elektrische schok toenemen. e) Als u met elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, maakt u en- kel gebruik van verlengsnoeren, die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van een voor buiten geschikt verlengsnoer doet het risico voor een elektrische schok afnemen. f) Als de werking van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet te vermijden is, maakt u gebruik van een RCD (Residual Current Device) met een uitschakelstroom van 30 mA of53

minder. Het gebruik van een aard- lekschakelaar doet het risico voor een elektrische schok afnemen.

3) VEILIGHEID VAN PERSONEN

a) Wees aandachtig, let erop wat u doet en ga verstandig aan het werk met elektrisch gereedschap. Ge- bruik geen elektrisch gereedschap als u moe bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicijnen staat. Een moment van onoplettend- heid bij het gebruik van het elektri- sche gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden. b) Draag persoonlijke bescherming- suitrusting en altijd een bescherm- bril. Het dragen van een persoonlijke beschermingsuitrusting, zoals stof- masker, slipvrije veiligheidsschoenen, beschermende helm of gehoorbe- scherming, al naargelang de aard en de toepassing van het elektrische gereedschap, doet het risico voor verwondingen afnemen. c) Vermijd een onopzettelijke inge- bruikname. Vergewis u dat het elektrische gereedschap uitges- chakeld is voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het opneemt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger aan de scha- kelaar hebt of het apparaat ingescha- keld p de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschap of schroefsleutel voordat u het elektrische gereedschap ins- chakelt. Gereedschap of een sleutel, die zich in een draaiend apparaaton- derdeel bevindt, kan tot verwondin- gen leiden. e) Vermijd een abnormale li- chaamshouding. Zorg voor een veilige stand en houd te allen tijde uw evenwicht. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onver- wachte situaties beter controleren. f) Draag geschikte kledij. Draag geen ruimzittende kleding of sieraden. Houd haar, kledij en handschoe- nen op een veilige afstand tot be- wegende onderdelen. Loszittende kledij, sieraden of lang haar kan/ kunnen door bewegende onderdelen vastgegrepen worden. g) Als er stofafzuig- en –opvangin- richtingen gemonteerd kunnen worden, vergewist u zich dat deze aangesloten zijn en correct ge- bruikt worden. Gebruik van een stofafzuiginrichting kan gevaren door stof doen afnemen.

DSCHAP a) Overbelast het apparaat niet. Ge- bruik voor uw werk het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische geree- dschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensgebied. b) Gebruik geen elektrisch geree- dschap, waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepa- reerd worden. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu voordat u apparaatinstellingen doorvoert. Toebehoren wisselen of het appa- raat wegleggen. Deze voorzorgs- maatregel voorkomt een onopzetteli-54

jke start van het elektrische geree- dschap. d) Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Laat personen het apparaat niet gebruiken, die daar- mee niet vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet gelezen hebben. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk als het door onervaren personen ge- bruikt wordt. e) Verzorg elektrisch gereedschap met zorg. Controleer, of beweeg- bare onderdelen foutloos func- tioneren en niet klemmen, of er onderdelen gebroken of zodanig beschadigd zijn, dat de werking van het elektrische gereedschap in negatieve zin beïnvloed wordt. Laat beschadigde onderdelen vóór het gebruik van het apparaat re- pareren. Tal van ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrisch gereedschap. f) Houd snijd-/snoeigereedschap scherp en netjes. Zorgvuldig on- derhouden snijd-/snoeigereedschap met scherpe snijdkanten geraken minder gekneld en is gemakkelijker te bedienen. g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, gebruiksgereedschap enz. in overeenstemming met deze aanwijzingen. Houd daarbij reke- ning met de arbeidsomstandighe- den en de uit te voeren activiteit. Het gebruik van elektrisch geree- dschap voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke si- tuaties leiden.

a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd, vakkundig geschoold personeel en enkel met originele reserveon- derdelen repareren. Daardoor wordt verzekerd dat de veiligheid van het elektrische gereedschap in stand gehouden wordt.

6) VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR

KETTINGZAGEN a) Houd bij een in werking zijnde zaag alle lichaamsdelen op een veilige afstand tot de kettingzaag. Vergewis u vóór het starten van de zaag dat de kettingzaag niets raakt. Bij het werken met een kettingzaag kan een moment van onoplettend- heid ertoe leiden dat bekleding of lichaamsdelen door de kettingzaag vastgegrepen worden. b) Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep. Het vasthou- den van de kettingzaag in een om- gekeerde werkhouding verhoogt het risico voor verwondingen en mag niet toegepast worden. c) Draag beschermbril en gehoorbes- cherming. Bijkomende bescher- mingsuitrusting voor hoofd, han- den, benen en voeten wordt aanbe- volen. Passende beschermende kledij doet het gevaar afnemen voor verwondingen door rondslingerend spaanmateriaal en een toevallige aa- nraking van de kettingzaag. d) Werk met de kettingzaag niet op een boom. Bij de werking van de kettingzaag op een boom bestaat er gevaar voor verwondingen. e) Let op een vaste stand en gebruik de kettingzaag enkel als u op een vaste, veilige en een grond staat. Een glibberige ondergrond55

Voorbeeld: gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van plastic, metselwerk of bouwmaterialen, die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-doelmatige werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden. m) Houd het elektrische gereedschap uitsluitend aan de geïsoleerde handgreepoppervlakken vast omdat de zaagketting in contact met verborgen stroomleidingen of met het netsnoer kan komen. Het contact van de zaagketting met een spanningvoerende leiding kan metalen apparaatonderdelen onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden. n) Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd wordt, moet het ver- vangen worden door een speciaal netsnoer, dat via de fabrikant of via zijn klantenserviceafdeling verkri- jgbaar is. o) Gebruik alleen goedgekeurde H07RN-F netkabels die bestemd zijn voor buitengebruik. De doorsnede van de litzedraad moet minstens 2,5

bedragen. Rol een kabeltrommel vóór gebruik steeds volledig af. Con- troleer de netkabel op schade.

7) OORZAKEN EN PREVENTIE VAN

EEN TERUGSLAG Opgepast terugslag! Let tijdens het werken op terugslag van de machine. Er bestaat verwonding- gevaar. U kan terugslag vermijden door behoedzaamheid en de juiste zaagtechniek. Een terugslag kan zich voordoen als het uiteinde van de geleiderail een voorwerp of onstabiele standvlakken zoals op een ladder kunnen tot verlies van het evenwicht of tot verlies van de controle over de kettingzaag leiden. f) Houd er bij het snoeien van een onder spanning staande tak rekening mee dat deze laatste terugveert. Wanneer de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de gespannen tak de persoon, die de kettingzaag bedient, raken en/of de kettingzaag en de controle over de kettingzaag afhandig maken. g) Wees uiterst voorzichtig bij het snoeien van onderhout en jonge bomen. Het dunne materiaal kan in de kettingzaag verstrikt geraken en op u slaan of u uit uw evenwicht brengen. h) Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep in de uitges- chakelde toestand, de zaagketting van uw lichaam afgewend. Bij transport of bewaring van de ket- tingzaag steeds de beschermende afdekking opzetten. Een zorgvuldige omgang met de kettingzaag doet de waarschijnlijkheid van een onopzet- telijke aanraking van de in werking zijnde kettingzaag afnemen.

i) Volg de aanwijzingen voor de sme-

ring, de kettingspanning en de wis- sel van toebehoren. Een onoordeel- kundig gespannen of gesmeerde ketting kan ofwel scheuren, ofwel het risico voor terugslag doen toenemen. k) Houd handgrepen droog, netjes en vrij van olie en vet. Vettige, olieachtige handgrepen zijn glibberig en leiden ertoe dat u de controle ver- liest. l) Enkel hout zagen. De kettingzaag niet gebruiken voor werkzaamhe- den, waarvoor ze niet bestemd is.56

raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede gekneld geraakt. Een aanraking van het uiteinde van de rail kan in sommige gevallen tot een onver- wachtse, achterwaarts gerichte reactie leiden, waarbij de geleiderail naar boven en in de richting van de persoon, die de kettingzaag bedient, geslagen wordt. Het vastzitten van de kettingzaag aan de bovenkant van de geleiderail kan de rail heftig terug in de richting van de persoon, die de kettingzaag bedient, stoten. Iedere van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u zich mogelijkerwijs ernstig verwondt. Vertrouw niet uitsluitend op de in de ket- tingzaag gemonteerde veiligheidsvoorzie- ningen. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treen om vrij van ongevallen en verwon- dingen te kunnen werken. Een terugslag is het gevolg van een foutief of verkeerd gebruik van het elek- trische gereedschap. Een terugslag kan door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven, voorkomen worden: a) Houd de zaag met beide handen vast, warbij duim en vinger de handgrepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw lichaam en uw armen in een positie, waarin u tegen de krachten van een te- rugslag bestand kunt zijn. Wals er geschikte maatregelen getroen worden, kan de persoon, die de ket- tingzaag bedient, de krachten van een terugslag beheersen. Nooit de kettingzaag loslaten. b) Vermijd een abnormale li- chaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daardoor wordt een onopzettelijk contact met het uiteinde van de rail vermeden en een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk ge- maakt. c) Gebruik steeds door de fabrikant voorgeschreven reserverails en zaagkettingen. Verkeerde reser- verails kunnen ertoe leiden dat de ketting scheurt en/of dat er terugslag ontstaat. d) Houd u aan de aanwijzingen vanwege de fabrikant om de zaagketting te scherpen en te on- derhouden. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot terugslag

Ook als u dit elektrische gereedschap zoals voorgeschreven bedient, blijven er altijd restrisico’s bestaan. Volgende gevaren kunnen zich in verband met de constructiewijze en uitvoering van dit elektrische gereedschap voordoen: a) Snijdwonden b) Gehoorschade indien er geen ge- schikte gehoorbescherming gedra- gen wordt. c) Schade aan de gezondheid, die van hand-/armtrillingen het gevolg zijn indien het apparaat gedurende een langere periode gebruikt wordt of niet zoals reglementair voorgeschre- ven beheerd en onderhouden wordt. Waarschuwing! Dit elektrische gereedschap produceert tijdens de werking een elektromagnetisch veld. Dit veld kan in bepaalde om- standigheden actieve of passieve medische implantaten in negatieve zin beïnvloeden. Om het gevaar57

12 startvergrendeling om de machine te kunnen star- ten, moet eerst de startvergren- deling ontgrendeld worden. 13 kettingvanger vermindert het gevaar voor ver- wondingen als de ketting breekt of losspringt. Ingebruikname Draag bij het werken met de kettingzaag altijd veiligheids- handschoenen en gebruik enkel de originele onderdelen. Trek de stekker uit als u aan de machine zelf wil werken. Er bestaat ge- vaar voor verwondingen! Voordat u de elektrische kettingzaag in gebruik neemt, moet u zwaard, ketting en kettingwielafdekking monteren, de ketting justeren, kettingolie ingieten, de werking van de kettingrem nagaan en het olieau- tomatisme nakijken. Opgepast! De zaag kan olie verliezen Let u alstublieft erop dat de zaag na ge- bruik kan naoliën of leeglopen, vooral als ze zijdelings of op kop wordt gelegerd. Dit is normaal en wordt door de noodzakeli- jke verluchtingsopeningen in de bovenste tankrand veroorzaakt en is geen reden tot klacht. Aangezien elke zag in de pro- ductie gekontrolleerd en met olie getest wordt, kan het zijn dat ondanks lediging een klein beetje olie in de tank gebleven is, welke tijdens het transport de behui- zing licht met olie bevuild. Maak de be- huizing met een vod schoon. voor ernstige of dodelijke verwon- dingen te verminderen, adviseren wij personen met medische im- plantaten, hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine bediend wordt. Veiligheidsfunkties 1 achterste handvat met be- scherming voor de hand beschermt de hand tegen tak- ken en twijgen en als de ketting losspringt. 4 kettingremhendel / bescher- ming van de hand Veiligheidsvoorziening, die de ketting bij terugslag onmiddellijk stopzet; de hendel is ook manu- eel te gebruiken; beschermt de linker hand van de gebruiker als deze van het voorste handvat afglijdt. 6 ketting met lichte terugslag helpt u door speciaal ontwik- kelde veiligheids voorzieningen terugslagen op te vangen. 8 klemmhendel versterkt de stabiliteit als verti- kale snedes doorgevoerd wor- den en maakt het zagen makke- lijker. 10 elektromotor is om veiligheidsredenen dubbel geïsoleerd 11 Aan-/uitschakelaar met ket- tingblokkering bij loslaten van de aan- en uit- schakelaar stopt de machine onmiddellijk58

Zwaard en zaagketting monteren

1. Leg de zaag op een vlakke on-

2. Draai de bevestigingsmoeren

14) los en verwijder de

tegen de wijzers van de klok in totdat de kettingspanstift (21) in de richting van de zaag zich aan de aanslag bevindt.

4. Leg de ketting zo uit, dat de tan-

den met de klok mee wijzen (6).

5. Leg de ketting rond het zwaard

(5) en in de zwaardmoer. Maak met de overtollige kettingelmen- ten aan de kant van de boorga- ten (24) in het zwaard (5) een lus.

6. Houd de ingelegde ketting met

een behandschoende hand op het zwaard vast. Leg nu de ket- ting rond het kettingrondsel (27).

7. Plaats het zwaard (5) en de ket-

ting (6) op de railpin (24). Als de neus, rechts onder de railpin (23), in de onderste ronde uit- sparing aan het zwaard zit, zit het zwaard juist. Het is normaal dat de ketting (5) doorhangt.

8. Plaats de kettingwielkap (15).

Plaats eerst de nok (25) op de afdekking in de daarvoor be- doelde inkeping op het apparaat worden geplaatst (26). Trek de bevestigingsschroef (16) slechts licht aan, omdat de ketting nog moet worden opgespannen.

9. Schroef de afdekking met de

bevestigingsmoeren (14) vast. De ketting mag daarbij niet van het zwaard glijden. Draai de moer slechts losvast aan, omdat de zaagketting nog gespannen moet worden. Ketting aanspannen Met een goed aangespande ketting zijn goede prestaties en een langere levens- duur gegarandeerd. Kontroleer voor elk gebruik van de elektrische kettingzaag de spanning van de ketting. De ketting is juist aangespand als ze aan de onderkant van het zwaard niet door- hangt en men met de hand de ketting er volledig kan omheen trekken. Bij het trek- ken aan de zaagketting met een trekkracht van 9 N (ca. 1 kg) mag de afstand tussen de zaagketting en de geleidingsrail niet meer dan 2 mm bedragen.

1. Controleer of de kettingrem los

staat, d.w.z. of de kettingrem tegen de voorste handvat (2) is gedrukt.

2. Draai de bevestigingsmoeren

3. Om de zaag te spannen, draait u

de kettingspanschroef (20) met de klok mee. Om de spanning losser te ma- ken, draait u de kettingspan- schroef (20) tegen de wijzers van de klok in.

4. Draai de bevestigingsschroeven

(14) vast aan. Een nieuwe zaagketting moet u na minimaal 5 zaagsneden nogmaals opspannen.59

Bedienen van de ketting- zaag Start de kettingzaag pas als het zwaard, de ketting en de ketting- wielbescherming juist gemonteerd zijn. Let erop, dat de netspanning overeenkomt met het typelabel op de machine. Let bij het starten op een stabiele houding. Wees er zeker van voor het starten dat de elektrische kettingzaag geen voor- werpen raakt. Starten Kontroleer voor het starten of er genoeg olie in de tank is, vul anders olie bij (zie gedeelte over ingebruikname).

1. Ontgrendel de kettingrem door

de remhendel (4) tegen het voor- ste handvat te drukken.

2. Vorm aan het einde van de ver-

lengkabel een lus en plaats deze in de trekontlasting (17) aan de achterste greep.

3. Sluit de machine op de netspan-

zaag goed met beide handen vast, met de rechter hand aan het achterste en met de linker hand aan het voorste handvat. Duimen en vingers moeten de handvaten goed omsluiten.

5. Voor het starten ontgrendelt u

met de rechter duim de startver- grendeling (12) en drukt dan op de aan- en uitschakelaar (11), de elektro-motor loopt nu met de hoogste snelheid. Laat de start- vergrendeling los. Kettingsmering Zwaard en ketting mogen nooit zon- der olie vallen. Gebruikt u de elektri- sche kettingzaag met te weinig olie, worden de prestaties van de zaag minder en wordt de levensduur korter, aangezien de ketting sneller stomp wordt. Bij te weinig olie is er rookontwikkeling of een verkleuring van het zwaard zichtbaar. De motorzaag is met een automatische olie-bevloeiing uitgerust. Zodra de motor versnelt, vloeit ook de olie sneller naar het zwaard toe. Kettingolie bijvullen:

  • Controleer regelmatig de oliepeilin- dicatie (2) en giet olie bij als de mini- mummarkering is bereikt. De olietank bevat ca. 270 ml olie.
  • Maakt u gebruik van Bio-olie. Deze olie omvat ter reductie van wrijving en slijtage bijvoegingen en schaadt het pompsysteem niet. U kunt deze olie via ons servicecenter bestellen.
  • Als u niet beschikt over Deltafox bio-olie, kunt u het beste een kettin- golie zonder hechtende additieven gebruiken.

1. Draai de dop van de olietank (3) en

vul de tank met kettingolie.

2. Veeg eventueel gemorste olie weg en

Laat de elektrische kettingzaag door onze klantenservice repa- reren. Automatische oliebevloeiing kon- troleren Kontroleer voor het starten het oliepeil en de automatische olie-bevloeiing.

  • Start de kettingzaag en houdt ze bo- ven een lichte ondergrond. De zaag mag de bodem niet aanraken. Als u oliesporen ziet, funktioneert de ket- tingzaag naar behoren. Bij koud weer kan de olie dik wor- den. Indien u geen oliesporen ziet, rei- nig dan de olieleiding of laat de elektrische kettingzaag door onze klantenservice repareren. Zaagtechnieken Allgemeen Neem de bescherming tegen lawaai en lokale voorschriften bij het houthakken in acht. Plaatselijke bepalingen kunnen een onderzoek naar geschiktheid noodzakelijk maken. Vraag bij het bosbeheer na.
  • Leg het netsnoer zodanig, dat het tijdens het zagen niet door takken of dergelijke vastgegrepen wordt.
  • Zet bij iedere snede de klauwaanslag er vast tegen en begin dan pas met het zagen.

6. De motorzaag stopt als u de

aan- en uitschakelaar weer los- laat. Een continu-schakeling is niet mogelijk. Kettingrem kontroleren De motor kan niet starten als de kettingrem vergrendeld is. Gebruik de kettingrem niet om de ketting- zaag te starten of te stoppen.

1. Ontgrendel de kettingrem door

de remhendel tegen het voorste handvat te duwen (4).

2. Leg de elektrische kettingzaag

op een vaste, een ondergrond. Ze mag niet met voorwerpen in aanraking komen.

3. Sluit de machine op de netspan-

goed met beide handen vast, met de rechter hand aan het achterste en met de linker hand aan het voorste handvat. Duimen en vingers moeten de handvaten goed omsluiten (ze

(zie “Bedienen van de ketting- zaag”).

neert, laat u de aan-/uitschake- laar los en haalt u de rem van de ketting. Indien de kettingrem niet goed funtioneert, mag u de elektri- sche kettingzaag niet gebruiken.61

  • U heeft een betere kontrole over de zaag als u met de onderkant van het zwaard (met trekkende ketting) en niet met de bovenkant van het zwaard (met schuivende ketting) zaagt.
  • De ketting mag tijdens of na het doorzagen noch de aarde noch an- dere voorwerpen aanraken.
  • Let op dat de zaagketting nooit in de zaagsnede wordt geklemd. De boomstam mag niet breken of scheu- ren.
  • Let ook op de veiligheidsmaatregelen i.v.m. terugslag (zie veiligheidsvoor- schriften).
  • Bij zaagwerkzaamheden op een helling steeds boven de boomstam staan. Om op het moment van het „doorza- gen“ de volledige controle te behou- den tegen het einde van de snede de drukkracht verminderen zonder de vaste grip aan de handgrepen van de kettingzaag te lossen. Erop letten dat de kettingzaag niet de grond raakt. Na voltooiing van de snede de stilstand van de kettingzaag afwachten voordat men de zaagketting daar ver- wijdert. De motor van de kettingzaag altijd uitschakelen voordat men van de ene naar de andere boom overgaat. Als de ketting vast komt te zit- ten, probeer dan in geen geval de elektrische kettingzaag met geweld uit de boom te trekken. Er bestaat verwondingsgevaar. Zet de motor af en gebruik een wig of een hefboomarm om de elektrische kettingzaag los te krijgen. Doorzagen Doorzagen is het zagen van de gevelde boom in kleinere, te hanteren stukken. Zorg ervoor dat u stabiel staat en dat uw lichaamsgewicht gelijkmatig is verdeeld over beide voeten. Indien mogelijk moet de stam zijn geplaatst op takken, balken of wiggen of erdoor ondersteund worden.
  • Let erop dat de ketting tijdens het zagen niet de aarde raakt.
  • Zorg voor een goede, stabiele hou- ding en stelt u zich op steile terreinen boven de stam.

1. Stam ligt op de grond

Zaag de stam langs boven vol- ledig door en let erop, op het einde de bodem niet te raken. Indien de stam kan worden gedraaid, zaagt u hem voor 2/3 door. Vervolgens draait u de stam om en zaagt u de rest van boven naar beneden door.

2. Stam is aan 1 kant gestut

Zaag de stam eerst van bene- den naar boven (met de bo- venkant van het zwaard) voor 1/3 door, om te voorkomen dat stam scheurt. Zaag vervolgens de boom van boven naar bene- den (met de onderkant van het zwaard) naar de eerste zaag- snede toe, om te voorkomen dat de ketting wordt vastgeklemd.

3. Stam is aan beide kanten ge-

stut Zaag de stam eerst van boven naar beneden (met de onder- kant van het zwaard) voor 1/3 door. Zaag de stam vervolgens van onder naar boven (met de bovenkant van het zwaard)62

door, tot de onderste zaagsne- de is bereikt.

4. Zagen op een zaagbok

Houd de elektrische kettingzaag met beide handen stevig vast en beweeg de kettingzaag tij- dens het zagen van het lichaam af. Als de stam is doorgezaagd, brengt u de zaag rechts langs uw lichaam (1). Houd uw linker- arm zo recht mogelijk (2). Let op de vallende stam. Ga zo staan, dat de vallende stam geen ge- vaar oplevert. Let op uw voeten. De vallende stam kan op uw voeten vallen. Denk ook om uw evenwicht (3). Snoeien Met snoeien wordt het afzagen van tak- ken en twijgen van een gevelde boom bedoeld. Er gebeuren vaak ongelukken bij het snoeien. Zaag nooit tak- ken af als u op een boomstam staat. Let op een eventuele te- rugslag als takken onder span- ning staan.

  • Verwijder de zijtakken pas na het doorzagen.
  • Onder spanning staande takken moeten van onder naar boven ge- zaagd worden om vastklemmen van de kettingzaag te voorkomen.
  • Bij het afzagen van dikkere takken gebruikt men dezelfde techniek als bij het verzagen.
  • Werk links van de stam en zo dicht mogelijk bij de elektrische ketting- zaag. Laat het gewicht van de zaag zoveel mogelijk op de stam rusten.
  • Verander van plaats om takken aan de andere kant van de stam af te zagen.
  • Vertakte takken worden apart afge- zaagd.
  • Laat bij het snoeien de grotere naar beneden gerichte takken die de boom steunen, in eerste instantie staan. Kleinere takken, zoals afbeel- ding , met een snijbeweging afsni- jden. Bomen vellen Er is veel ervaring vereist om bomen te vellen. Vel enkel bo- men als u zeker en veilig met de elektrische kettingzaag kan omgaan. Gebruik de elektri- sche kettingzaag in ieder geval niet als u zich onzeker voelt.
  • Let erop dat er geen mensen of die- ren in de buurt van het werkterrein zijn. De veilige afstand tussen de te vellen boom en de eerstvolgende werkplaats moet 2 ½ boomlengte bedragen.
  • Let op de valrichting. De gebruiker moet zich in de buurt van de gevelde boom veilig kunnen bewegen om de boom makkelijk te kunnen doorzagen en snoeien.
  • Vermijdt dat de vallende boom in een andere boom blijft hangen. Let op de natuurlijke valrichting die van neiging en kromming van de boom, van de windrichting en het aantal tallen af- hankelijk is.
  • Sta bij steile terreinen steeds boven de te vellen boom.
  • Kleine bomen met een diameter van 15-18 cm kunnen normaal met 1 sne- de afgezaagd worden.63
  • Bij bomen met een grotere diameter moet er met kerfsnijwerk en een vals- nede gewerkt worden (zie onder).
  • Worden bomen door twee of meer- dere personen tegelijk gesnoeid en geveld, dan moet de afstand tussen de personen die bomen vellen en snoeien ten minste het dubbele van de hoogte van de boom bedragen die wordt geveld. Bij het vellen van bomen moet worden gegarandeerd dat andere personen niet worden blootgesteld aan gevaar, dat er geen nutsvoorzieningen worden geraakt en er geen materiële schade wordt veroorzaakt. Komt een boom met een voedingskabel in aanraking, dan moet het nutsbedrijf onmiddellijk op de hoogte worden gebracht.
  • Vuil, stenen, losse schors, nagels, klemmen en draad moeten van de boom worden verwijderd. Vel geen boom als er een ster- ke of draaiende wind is of als er gevaar voor beschadiging van eigendom bestaat of als de boom op leidingen zou kunnen vallen. Zet onmiddellijk na einde van de werkzaamheden de oorbescher

Verwijder takken die naar bene- den hangen door even boven de tak te beginnen. Snoei nooit ho

ger dan op schouderhoogte.

Verwijder het kreupelhout rondom de boom, zodat u zich eenvoudig kunt terugtrekken. Het vluchttraject (1) dient in ongeveer 45° te staan op de ge

Breng een inkeping aan in de richting waarin de boom moet vallen. Begin met de onderste, horizontale snede. De snijdiepte moet ongeveer 1/3 van de dia

meter van de stam bedragen. Daardoor wordt vermeden dat de zaagketting of de gelei

dingsrail bij de tweede inkeping ingeklemd raakt. Maak nu een schuine zaagsnede met een snijhoek van ongeveer 45°, van boven, die exact uitkomt op de onderste zaagsnede. Ga nooit voor een boom staan die ingekerfd is.

Voer de velsnede van de andere kant van de stam uit, terwijl u links van de boomstam staat en met trekkende zaagketting zaagt. De velsnede moet hori

zontaal minstens 5 cm boven de horizontale inkeping lopen. Zij moet zo diep zijn dat de afstand tot de lijn van de inkeping min

stens 1/10 van de stamdiameter bedraagt. Het niet doorgezaag

de gedeelte van de stam wordt bestempeld als scharnierstuk (valkerf). Het scharnierstuk ver

hindert dat de boom draait en in de verkeerde richting valt. Zaag het scharnierstuk niet door. Schuif een velwig of een bree- kijzer in de zaagsnede, zodra64

de snijdiepte dit toelaat, om een vastklemmen van het blad te verhinderen. Als de velsnede aan het scharnierstuk wordt benaderd, zou de boom moeten beginnen te vallen. Als blijkt dat de boom eventueel niet in de gewenste richting valt of terug neigt en de zaagketting klem komt te zitten, onderbreekt u de velsnede en gebruikt u een wig van hout, kunststof of aluminium om de snede te openen en de boom om te leggen in de ge- wenste vallijn.

5. als de stamdiameter groter is

dan de lengte van het zwaard, maak dan 2 snedes. Wij raden onervaren gebruikers veiligheidshalve af om een boom- stam te vellen waarvan de diame- ter groter is dan de lengte van het zwaard.

6. Na het zagen van de valsnede valt de

boom vanzelf of met behulp van de wig of het breekijzer. Trek de zaag uit de snede, scha- kel de motor uit, leg de elektri- sche kettingzaag neer en verlaat het terrein via de vluchtweg van zodra de boom begint te vallen. Let principieel op het neerval- lende gesneden goed. Onderhoud en reiniging Voer onderhouds- en reinigings- werkzaamheden hoofdzakelijk bij uitgeschakelde motor en uitgetrokken stekker uit. Ver- wondinggevaar! Laat onderhoudswerkzaamhe- den die niet in deze handleiding worden genoemd door onze werkplaats uitvoeren. Gebruik enkel originele vervangstukken. Laat de machine eerst afkoelen vooraleer u de machine gaat rei- nigen of herstellen. Gevaar voor verbranding! Reiniging

  • Reinig de machine grondig na elk gebruik. Daardoor verlengt u de le- vensduur van de machine en vermijdt u ongelukken.
  • Houdt de handvaten benzine-, olie- en vetvrij. Maak de handvaten indien nodig met een vochtige, in zeep ge- wassen vod schoon. Gebruik geen oplosmiddel of benzine voor het reini- gen!
  • Reinig na elk gebruik de ketting. Gebruik hiervoor een penseel of handveger. Gebruik geen vloeistoen voor het reinigen van de ketting. Na reiniging de ketting licht met olie in- strijken.
  • Reinig de verluchtingsgaten en de oppervlakken van de machine met een penseel, handveger of droge vod. Gebruik geen vloeistoen voor het reinigen.65

Onderhoudsintervallen Voer de in onderstaande tabel opgesomde onderhoudswerkzaamheden regelmatig uit. Door regelmatig onderhoud van uw zaag wordt haar levensduur verlengd. Bovendien kan u dan optimaal zagen en worden ongelukken vermeden. Kettingen oliën Reinig en olie de ketting regelma- tig. Daardoor houdt u de ketting scherp en levert de machine top- prestaties. Bij schade veroorzaakt door ontoereikend onderhoud van de elektrische kettingzaag vervalt de garantie. Trek de stekker uit en gebruik snijvaste handschoenen als u aan de ketting of aan het zwaard werkt.

  • Olie de ketting na reiniging, na 10 uur gebruik of minstens 1 maal per week naar gelang wat eerst voorkomt.
  • Voor het oliën moet het zwaard, voor- namelijk de tanden van het geleispoor, grondig gereinigd worden. Gebruik hier- voor een handveger of een droge vod.
  • De delen van de ketting kan u het best met behulp van een oliespuit met punt oliën (in de vakhandel te Tabel onderhoudsintervallen Maschine-onderdeel Uit te voeren Voor elk ge- bruik Na 10 uur gebruik Onderdelen van de kettingrem Kontroleren, indien nodig vervangen

Ketting Kontroleren, oliën, indien nodig slijpen of vervangen

Zwaard Kontroleren, omdraaien, reinigen,Oliën

verkrijgen). Breng druppelsgewijs olie aan op de punten van de tanden en de schakels van de ketting. Ketting slijpen Een fout geslepen ketting ver- hoogt het risico op terugslag! Gebruik snijvaste handschoenen als u aan de ketting of het zwaard werkt. Een scherpe ketting garandeert optimale prestaties. Ze gaat moei- teloos door het hout en laat grote, lange houtspanen achter. Als u het zwaard door het hout moet duwen en de houtspanen zeer klein zijn, betekent dat dat de ketting stomp is. Als de ketting zeer stomp is, heeft men überhaupt geen spa- nen, alleen houtstof.66

  • De zagende delen van de ketting zijn de snij-onderdelen die uit een zaagtand en een dieptebegrenzer bestaan. Het hoog- teverschil tussen deze twee bepaalt de slijpdiepte.
  • Bij het slijpen van de zaagtanden moeten volgende waarden in acht genomen worden: - slijphoek (30°) - borsthoek (85 °) - slijpdiepte (0,65 mm) - diameter van de ronde veil (4,0mm) Afwijkingen van de aangegeven maten van de slijpgeometrie kunnen de neiging van de machi- ne tot terugslag verhogen. Ver- groot het gevaar op ongevallen. Voor het slijpen van de ketting zijn spe- ciale werktuigen noodzakelijk, waarvan de messen de juiste hoek hebben en in de juiste diepte geslepen zijn. Onervaren gebruikers van kettingzagen raden wij aan de ketting door een vakman of in een werkplaats te laten slepen. Als u toch zelf de ketting wil slepen, koop dan het noodzakelijke gereedschap in de vakhan- del.

1. Schakel de zaag uit en trek de stekker

uit het stopcontact:

2. Verwijder de ketting (zie hoofdstuk

‚Bedienen van de kettingzaag‘). Om te zorgen dat de tanden goed kunnen worden geslepen, dient de ketting strak rond het zwaard te zitten.

3. Voor het slijpen is een ronde vijl met

een diameter van 4,0 mm vereist. Andere diameters beschadigen de ketting en verhogen het ge- vaar op ongevallen bij het wer- ken met de zaag.

4. Slijp enkel van binnen naar buiten.

Leidt de veil van de binnenkant van de zaagtand naar buiten. Houdt de veil omhoog als u ze terugtrekt.

5. Slijp eerst de tanden aan een kant.

Draai de zaag om en slijp de tanden aan de andere kant.

6. De ketting is versleten en moet door

een nieuwe vervangen worden als er slechts nog ca. 4 mm van de zaag- tand over is.

7. Na het slijpen, moeten alle snijdelen

even lang en breed zijn.

8. Na 3 keer slijpen, moet telkens de

slijpdiepte (dieptebegrenzing) gekon- troleerd worden en de hoogte met behulp van een platte vijl aangepast worden. De dieptebegrenzing moet ca. 0,65 mm tegenover de zaagtand naar achter geplaatst worden. Rond daarna de dieptebegrenzing een beetje naar voor af. Spanning instellen Het instellen van de kettingspanning is in het gedeelte over ingebruikname, ketting- zaag spannen, beschreven.

  • Schakel de zaag uit en trek de stekker uit
  • Kontroleer de spanning regelmatig en stel deze zo veel mogelijk bij zodat de ketting nauw aan het geleispoor ligt, maar toch nog los genoeg zit om met de hand aan te kunnen trekken.67

Nieuwe ketting laten inlopen Bij een nieuwe ketting vermindert de span- kracht na enige tijd. Daarom moet u na de eerste 5 snedes, daarna in grotere afstan- den, de ketting opnieuw aanspannen. Bevestig nooit een ketting op een afgesleten aandrijfwiel of een beschadigd zwaard. Zwaard onderhouden Gebruik snijvaste handschoenen als u aan de ketting of het zwaard werkt. Het zwaard moet na alle 8-10 uren gebruik omgedraaid worden, om een gelijkmatige slijtage te garanderen (zie ook gedeelte inge- bruikname)

1. Schakel de zaag uit en trek de stekker

ketting en het zwaard af.

3. Kontroleer het zwaard op slijtage.

Verwijder beschadigingen op het ge- leispoor met een platte vijl.

zwaard om een optimale, automa- tische oliebevloeiing van de ketting tijdens het zagen te garanderen.

5. Monteer zwaard, ketting en kettingwiel-

bescherming en span de ketting aan. Bi optimale oliedoorvoer sproeit de ketting enkele seconden auto- matisch een beetje olie nadat de zaag wordt gestart Bewaren

  • Reinig het apparaat voordat u het bewaart.
  • Maak de olietank leeg als u langere werkpauzes inlast. Verwijder de oude olie op een milieuvriendelijke wijze. (zie „Onderhoud en reiniging“).
  • Breng de beschermkoker voor zwaard hoes aan.
  • Bewaar het apparaat op een droge en stofvrije plaats en buiten het bereik van kinderen. Berging en milieu Giet afgwerkte olie niet in de riool of afvo- er. Ontdoet u zich op een milieuvriende- lijke manier van uw afgewerkte olie, geef de oli aan een afvalinzamelpunt af. Breng het apparaat, de toebehoren en de ver- pakking naar een geschikt recyclagepunt. Machines horen niet thuis in het huisafval. Leeg de olietank zorgvuldig en geef uw elektrische kettingzaag ter recycling af. De kunststoen en metalen onderdelen kunnen volgens soort gescheiden worden en zijn zo voor recyclage geschikt. Voor vragen hieromtrent kunt u terecht bij ons servicecenter.68

Garantie Wij geven 24 maanden garantie op dit product. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie. Beschadigingen, die op natuurlijke slijtage, overbelasting of onachtzame bediening berusten, vallen niet onder de garantie. Bepaalde bouwelementen zijn onderhevig aan slijtage en vallen niet on- der de garantie. Hiertoe behoren vooral: ketting, zwaard, kettingwiel en koolbors- tel, zolang de reclamatie niet op fouten in het materiaal berust. Ook beschadigingen aan de ketting of het zwaard, die door ontoereikend sme- ren veroorzaakt zijn, vallen niet onder de garantie. Voorwaarde voor de garantie is boven- dien, dat de in de gebruiksaanwijzing opgegeven onderhoudsintervallen wer- den nageleefd als ook de richtlijnen i.v.m. reiniging, onderhoud en reparatie. Na reparatie of vervanging van het pro- duct begint geen nieuwe garantieperi- ode. Beschadigingen die door produktie of materiaalfouten ontstaan zijn, worden kostenloos door vervangstukken of repa- ratie verholpen. Voorwaarde voor deze bepaling is wel, dat het apparaat intact en met koop- en garantiebewijs aan ons servicecenter wordt overhandigd. Reparatieservice U kunt reparaties, die niet onder de ga- rantie vallen, tegen berekening door ons servicefiliaal laten doorvoeren. Zij maakt graag voor u een kostenraming op. Wij kunnen uitsluitend apparaten behan- delen, die voldoende verpakt en gefran- keerd ingezonden werden. Opgelet: Gelieve uw apparaat gereinigd en met een aanwijzing op het defect naar ons servicefiliaal te zenden. Ongefrankeerd – als volumegoed, per expresse of via een andere speciale ver- zendingswijze – ingezonden apparaten worden niet geaccepteerd. De afvalverwerking van uw defecte inge- zonden apparaten voeren wij gratis door Reserveonderdelen/accessoires Reserveonderdelen en accessoires verkrijgt u op www.service-deltafox.de Ondervindt u problemen bij het orderproces, gebruik dan het contactformulier. Bij andere vragen neemt u contact op met het Service Center (zie pag. 207).69

Foutmeldingen Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Machine start Geen stroom Zekering springt Stopcontact, kabel, leiding, stekker kontroleren, indien nodig reparatie door vakman. Zekering kontroleren, zie aanwi- jzing Aan- en uitschakelaar is defekt Reparatie door klantendienst Koolborstel is versleten Reparatie door klantendienst Motor is defekt Reparatie door klantendienst Ketting loopt niet Kettingrem geblokkeerd ketting Kettingrem kontroleren, eventu- eel rem ontgrendelen Slechte snijprestatie Ketting fout gemonteerd Ketting juist monteren Ketting stomp Zaagtanden scherpen of nieuwe ketting spannen Ontoereikende spanning Spanning kontroleren Zaag loopt moeizaam, ketting springt los Onvoldoende spanning Spanning kontroleren Ketting wordt heet, rookontwikkeling bij zagen, verkleuring van het zwaard Te wenig olie Oliepeil kontroleren en ev. olie bijvullen, Olie-automatisme kontroleren en ev. olietoevoer reinigen of repara- tie door klantendienst70

  • Het hierboven beschreven voorwerp van de verklaring voldoet aan de voorschriften van de richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en van de Raad van 8 juni 2011 inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten.
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Deltafox

Model : DGECS 1830

Categorie : Zaag