YT85208 - Grasmaaier Yato - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YT85208 Yato in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur YT85208 Yato
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YT85208 - Yato en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YT85208 van het merk Yato.
GEBRUIKSAANWIJZING YT85208 Yato
8. kap uitstoortopening
OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES PRODUCTIDENTIFICATIE Elektrische maaimachine is bestemd voor het maaien van gazons. Dank de instelling van de gewenste maaihoogte is de veel- zijdige toepassing van de maaimachine mogelijk. Wielen met een grote diameter zorgen voor gemakkelijk bewegen van de maaimachine. Dank de netvoeding is de werking van de maaimachine stiller dan bij het gereedschap aangedreven door een verbrandingsmotor. Het correcte, betrouwbare en veilige werking van het tuingereedschap is van het juiste gebruik afhankelijk: Lees voor het werk met het gereedschap de gebruiksaanwijzing en bewaar voor later gebruik. Voor schades door het niet navolgen van de veiligheidsregels en aanbevelingen van deze gebruiksaanwijzing is de leverancier niet aansprakelijk. Het gebruik van het product in strijd met de bestemming leidt tot verlies van de garantie- en waarborgrechten. MEEGELEVERD Het product is compleet geleverd, moet toch volgens de in de gebruiksaanwijzing inleidende handelingen worden geïnstalleerd. De maaimachine is niet met de stroomkabel geleverd. TECHNISCHE GEGEVENS Parameter Meeteenheid Waarde Catalogusnummer YT-85208 Nominale spanning [V~] 230 Nominale frequentie [Hz] 50/60 Nominaal vermogen [W] 2000 Maaibreedte [mm] 430 Maaihoogte [mm] 20/30/40/50/60/70 Nominaal toerental [min
] 3300 Geluidsniveau Geluidsdruk L
LEES DE GEBRUIKSAANWIJZING VOOR GEBRUIK
BEWAAR OM DEZE LATER TE KUNNEN RAADPLEGEN Gebruiksaanwijzing Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing. Maak kennis met de controlesystemen en bediening van het gereedschap. Bij overdracht van het gereedschap aan andere persoon moet de gebruiksaanwijzing worden bijgevoegd. Laat kinderen of personen die deze voorschriften niet hebben gelezen dit tuingereedschap nooit gebruiken. Landelijke voorschrif- ten bepalen de leeftijd van de bediener. Maai nooit dicht in de buurt van personen in het bijzonder kinderen of huisdieren. Bepaal vóór aanvang van de werkzaamheden een veiligheidszone die niet voor omstanders en huisdieren is toegankelijk. De bediener of gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen, persoonlijk letsel of schade aan het eigendom van anderen. Voorbereiding Draag altijd stevige schoenen en een lange broek Gebruik het tuingereedschap niet met blote voeten of met open sandalen. Ver- mijd versleten kleiding dat te los is, die met loshangende bandjes of linten is. Losse kledingstukken kunnen worden vastgehouden door bewegende delen van het tuingereedschap die letsel kunnen veroorzaken. Controleer het te bewerken oppervlak zorgvuldig op stenen, verwijder alle voorwerpen die in het tuingereedschap kunnen raken. De geklemde voorwerpen kunnen het tuingereedschap beschadigen, ze kunnen ook met hoge snelheid worden weggegooid, wat een bedreiging vormt voor de bediener en de omgeving. Controleer vóór gebruik altijd of de messen, de mes schroeven of het maaimechanisme versleten of beschadigd zijn. Vervang ver- sleten of beschadigde onderdelen altijd als complete set om onbalans te voorkomen. Vervang beschadigde of onleesbare platen.83
OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES Controleer voor gebruik of het netsnoer en het verlengsnoer beschadigd of versleten zijn. Als het netsnoer tijdens het gebruik is beschadigd, koppel het dan van de directe voeding los. RAAK HET NETSNOER NIET AAN VOORDAT DE VOEDING IS LOS- GEKOPPELD. Gebruik het tuingereedschap niet als het netsnoer beschadigd of versleten is. Gebruik Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht. Onjuiste verlichting van de werkplek kan ongelukken veroorzaken. Gebruik het tuingereedschap bij voorkeur niet wanneer het gras nat is. Zorg ervoor dat u op een helling of op nat gras altijd stevig staat. Loop altijd rustig, nooit te snel. Maai altijd dwars op een helling, nooit naar boven of naar beneden Het is dan eenvoudiger om het tuingereedschap te bedienen. Ga altijd uiterst voorzichtig te werk bij het veranderen van richting op een helling. Maai geen bijzonder steile hellingen. Ga uiterst voorzichtig te werk bij het achteruitlopen of bij het trekken van het tuingereedschap. De snijmechanisme moet stilstaan als u het tuingereedschap voor het vervoer moet kantelen, als u rijdt over een plaats waar geen gras groeit en als u het tuingereedschap verplaatst naar een plaats waar u wilt maaien. Gebruik het tuingereedschap nooit met defecte veiligheidsvoorzieningen of afschermingen of zonder veiligheidsvoorzieningen zoals stootbescherming en/of grasvanger. Schakel de motor in zoals in de gebruiksaanwijzing beschreven en let erop dat uw voeten ver genoeg van ronddraaiende delen verwijderd zijn. Kantel het tuingereedschap bij het starten of aantrekken van de motor niet, behalve wanneer dit nodig is voor het kantelen bij het starten. Til in dit geval de van de bediener afgewende zijde door het omlaagduwen van de hendel niet verder dan nodig omhoog. Start het tuingereedschap niet terwijl u in de uitworpzone blijt. Als het tuingereedschap alleen met de grasbak werkt, moet de bak altijd goed worden geïnstalleerd voordat met werk wordt gestart. Breng handen en voeten niet in de buurt van of onder ronddraaiende delen. Zorg ervoor dat het uitstortopening niet verstopt is. Controleer het vulniveau van de grasbak, vermijd overvulling van de grasbak. Verplaats het tuingereedschap niet met draaiende motor. Stop het tuingereedschap en trek de stekker uit het stopcontact. Zorg ervoor dat alle ronddraaiende delen stilstaan. Stop het tuingereedschap en verwijder de blokkering. Zorg ervoor dat alle ronddraaiende delen stilstaan - altijd wanneer u zich van het tuingereedschap verwijdert, - vóór het reinigen of verwijdering van het uitstortgat, - als u het tuingereedschap controleert, reinigt of eraan werkt - na het raken van een voorwerp. Controleer het tuingereedschap onmiddellijk op beschadigingen en laat het indien nodig repareren. Als het tuingereedschap op een ongewone manier begint te trillen (onmiddellijk controleren) - op beschadiging, - vervang of repareer beschadigd onderdeel, - controleer en draai de losse onderdelen vast. Onderhoud en opslag Controleer of alle moeren, bouten en schroeven vastzitten, zorg dat een veilige toestand van het tuingereedschap is gewaarborgd. Controleer de grasbak regelmatig op toestand en slijtage. In de grasbak kunnen voorwerpen raken die door het blad zijn gevan- gen. Het kan grasbak beschadigen. Wees voorzichtig bij tuingereedschap voorzien van meerdere messen, de rotatie van een snijblad de rotatie van andere bladeren kan veroorzaken. Wees voorzichtig bij de instelling van het tuingereedschap, vermijd dat de vingers tussen de ronddraaiende messen en vaste onderdelen raken. Laat altijd het gereedschap dat het afkoelt voordat het opnieuw wordt gestart. Wees altijd voorzichtig bij het bedienen van de messen zelfs als de aandrijving stilstaat die kunnen altijd roteren. Wacht altijd tot de messen absoluut stilstaan voordat verder wordt gewerkt. Vervang versleten en beschadigde onderdelen om de veiligheid te waarborgen. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Aanbevelingen voor het gereedschap van Klasse II Het tuingereedschap moet door een aardlekschakelaar (RCD) met een stroom maximaal 30 mA worden gevoed. Risico’s van lawaai en trillingen Het gereedschap is ontworpen om de risico’s met de blootstelling van de gebruiker aan geluid en trillingen zoveel mogelijk te be- perken. Het is echter niet mogelijk om deze risico`s volledig te elimineren. Bovendien in de werkomgeving verblijvende personen worden ook blootgesteld aan geluidshinder. Het risico verbonden met de voornoemde risico`s kunnen worden beperkt mits de aanstaande regels worden gevolgd: - gebruik het product met beoogd doel zoals in de gebruiksaanwijzing beschreven, - zorg ervoor dat het tuingereedschap in goede toestand is en regelmatig onderhouden, - gebruik juiste en scherpe snijbaden,84
OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES - gebruik een stevige grip op de handgreep van het product, - plan het werk zo om regelmatige pauzes te maken. Restrisico Zelfs als alle veiligheidsmaatregelen worden gevolgd tijdens het werken, bestaat er nog steeds een potentieel risico op letsel. Door het ontwerp van het product blijven volgende bedreigingen. Letsels door trillingen veroorzaakt door een te lange bediening van het tuingereedschap, op de verkeerde manier werken of met het tuingereedschap werken dat niet goed wordt onderhouden. Letsels veroorzaakt door onverwacht raken door verborgen, gegooide voorwerpen.
BEDIENING VAN HET PRODUCT
Op bedrijf voorbereiden Het product moet uit de verpakking worden gehaald en alle verpakkingselementen moeten worden verwijderd. Het wordt aanbe- volen om de verpakking te bewaren die bij het transport of opslag van het product nuttig kan zijn. Controleer of tijdens het vervoer geen onderdeel van het product wordt beschadigd, eventuele geconstateerde schades bv. bar- sten of vervorming sluiten het product van verder gebruik uit totdat de beschadigde onderdelen worden vervangen of gerepareerd. Het is aangeraden alle onderdelen op een vlak, hard en schoon oppervlak te plaatsen. Gebruik tijdens de montage persoonlijke beschermingsmiddelen zoals beschermende handschoenen, oogbescherming en be- schermende kleding. Let op! Controleer voordat de maaimachine wordt geïnstalleerd dat het niet op de voeding is aangesloten. Het netsnoer moet van de maaischakelaar worden losgekoppeld. Duw het onderste deel van de handgreepbeugel in de opening naast het achterwiel en zet met de schroeven vast (II). Herhaal de handelingen aan de andere kant van de behuizing van de maaimachine. Pas het middendeel van de handgreepbeugel aan de onderste delen en verbind met schroeven en moeren (III). Draai de moeren buiten de handgreepbeugel. Verbind het bovenste deel van de handgreepbeugel met de midden deel van een getande koppeling, dat aanpassing van de hendel hoogte mogelijk maakt, de hendel moet naar boven worden gericht. De beugel is voorzien van twee getande koppelingen aan elke zijde. De kop- peling helften moeten met elkaar zo worden verbonden dat ze in elkaar grijpen en daarna moet de positie worden verzekerd door de hendels aan beide zijden van de beugel (IV) vast te klemmen. Het drukniveau van de hendel kan worden aangepast door hem vast te draaien (druk verhogen) of door los te draaien (druk verlagen) nadat wordt geopend (V). De hendels moeten zo worde vastgedrukt dat ze tijdens het gebruik niet automatisch worden geopend en de hendel niet van positie verandert. Let op! Zorg ervoor dat de hendel parallel aan de bodem is. Installeer de schakelaarkabel aan de handgreepbeugel met een klem (VI). De positie van de beugel moet zo worden gekozen dat de kabel niet strak is maar tegelijkertijd niet te veel uit de beugel steekt. Te veel uitstekende kabel kan tijdens gebruik een obstakel (bv. struik) vastgrijpen, het kan schade en gevaar voor elektrische schokken veroorzaken. Installeer de hendel van de grasbak aan de bovenkant van de bank met de schroeven (VII). Draai de bovenklep om en bevestig met de schroeven en sluitringen het frame aan het elastische deel van de bak (VIII). Het fl exi- bele deel van de grasbak aan het frame en de bovenwand van de bak installeren. De voorkant van het fl exibele deel is voorzien van de klemmen die op het frame (IX) moeten worden geplaatst. De bovenrand van het fl exibele deel heeft verstijving en grendels die in de openingen van de bovenwand van de bak (X) moeten worden bevestigd. Pak de grasbak aan de handel en til deze door de juistheid van de installatie te controleren (XI). Installeer de grasbak aan de grasmaaierbehuizing. Open de uitwerpklep, houd klep in de maximaal bovenste positie en installeer de grasbak op de haken aan de achterwand van de grasmaaierbehuizing(XII). Laat zo de klep dat de opening in de bovenwand van de grasbak is bedekt (XIII). Demontage van de grasbak in omgekeerde volgorde uitvoeren. De grasmaaier met geïnstalleerde grasbak is klaar voor gebruik. Instelling van de maaihoogte (XIV) De grasmaaier is voorzien van een hendel waarmee de maaihoogte eenvoudig en snel kan worden gewijzigd. Duw de hendel opzij door deze uit de geleiding te schuiven. Beweeg vervolgens naar voren of naar achteren en beweeg de hendel opzij nadat de gewenste maaihoogte is ingesteld, daardoor wordt in de geleiding geblokkeerd. Door de hendel naar voren van de grasmaaier te bewegen, wordt de maaihoogte hoger en als de hendel in de tegenovergestelde richting wordt verplaatst, wordt de maaihoogte lager. Waarschuwing! Indien nodig de maaihoogte tijdens het gebruik te wijzigen, moet de grasmaaier altijd eerst worden uitgescha- keld, wacht tot het mes stilstaat, de grasmaaier koppel het netsnoer en wijzig de maaihoogte. Onbedoeld starten van het mes tijdens hoogte instelling kan tot ernstig letsel leiden.85
OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES De grasmaaier aansluiten De grasmaaier is niet voorzien van een traditionele stekker die aan de voedingskabel is bevestigd. De stekker is stevig aan de schakelaar bevestigd en daarom moet de grasmaaier met een stopcontact met een externe kabel worden aangesloten. Gebruik vanwege de aard van de grasmaaier altijd kabels die voor buitenwerkzaamheden zijn geschikt. De voedingskabel moet enkele aansluiting hebben die met de stekker in de grasmaaier overeenkomt. Het is verboden om de stekker of aansluiting aan te pas- sen. De elektrische parameters van de stroomkabel moeten met de elektrische parameters van het tuingereedschap zoals op het typeplaatje overeenkomen. Let erop dat de grootte van de kabeldoorsnede van de voedingskabel van de lengte van de kabel is afhankelijk. Volg volgende aanbevelingen betreff ende het doorsnede-gebied van de voedingskabel: - 1,0 mm
–kabellengte niet groter dan 40 m. - 1,5 mm
– kabellengte niet groter dan 60 m, - 2,5 mm
- kabellengte niet groter dan 100 m. Let op het netsnoer voordat het werk wordt gestart en tijdens het werk. Bescherm het netsnoer tegen water, vocht, olie, warmte- bronnen en scherpe voorwerpen. Leg zo de kabel dat het niet in de bereik van de mes komt. Het afsnijden van de kabel kan een elektrische schok veroorzaken die tot ernstig letsel of de dood kan leiden. Zorg ervoor om in de kabel niet verstrikt te raken. Dit kan een val veroorzaken en kan tot ernstige letsels leiden. Overbelast de voedingskabel niet, laat niet toe dat de kabel op enig gedeelte verspannen is. Trek niet aan de kabel tijdens het verplaatsen van het tuingereedschap. Koppel de stekker en de contact altijd los door aan de stekker en de behuizing te trekken en nooit aan de kabel te trekken. De behuizing van de grasmaaischakelaar is met een vergrendeling uitgerust die de stekker van het netsnoer tegen het trekken van de schakelaarstekker beschermt. Bereid een lus met een lengte van ca. 30 cm in de buurt van de contact, zet het door de opening waar de haak is en koppel ermee (XV). Sluit de kabelaansluiting aan de schakelaarstekker (XVI). Controleer of de kabel niet breekt of strak is. Koppel zo nodig de kabel van de stekker los, verleng de lus en sluit hem opnieuw aan. De grasmaaier starten en stoppen Plaats de grasmaaier op een vlakke, gelijke en harde grond. Zorg ervoor dat er geen obstakels onder de grasmaaier zijn waarmee het mes in contact zou kunnen komen. Zorg ervoor dat het netsnoer niet in contact met het mes tijdens het opstarten van het gereedschap komt. De schakelaar is uitgerust met een vergrendeling die voorkomt dat het apparaat per ongeluk bij het drukken van de schakelaar wordt ingeschakeld. Druk en houd de vergrendelingsknop (XVII) ingedrukt en trek dan de schakelhendel naar de handgreep. Er worden dan de mesbladeren gestart. Laat de druk op de schakelaarvergrendeling los en grijp de handgreep (XVII) met beide handen vast. Het loslaten van de druk op de schakelaarhendel stopt de grasmaaier. Het blad kan nog kort roteren. Met de grasmaaier weren Voordat het wordt gewerkt, moet een plaats voor het maaien van gras worden voorbereid. Zorg ervoor dat het maaioppervlakte geen obstakels bevat die als ze door het mes worden gegrepen, de grasmaaier kunnen beschadigen of worden uitgeworpen en een gevaar voor de gebruiker of omstanders kunnen vormen. Controleer of er geen elektrische kabels op de werkplek zijn die door het mes kunnen worden doorgesneden. Schade aan de elektrische kabel kan een elektrische schok veroorzaken, het kan tot ernstig letsel of de dood leiden. Zorg ervoor dat er geen omstanders of huisdieren op de werkplek zijn. Bij verschijnen van personen tijdens het werk moet de grasmaaier onmiddellijk worden gestopt en de persoon voor het gevaar worden gewaarschuwd. Controleer de graslengte en pas de maaihoogte aan. Maai nooit meer dan 1/3 van de graslengte. Is het gras erg hoog, moet dan in fasen worden gemaaid. Het moet regelmatig worden gemaaid en ervoor zorgen dat de grashoogte de prestaties van de grasmaaier niet overschrijdt. Maai nooit nat gras. Nat gras heeft de neiging om aan de binnenkant van het product te kleven wat zijn ophoping in de grasbak verstoort. Nat gras kan ook het uitglijden en vallen veroorzaken. Controleer alle onderdelen van de grasmaaier voordat met werk wordt gestart. Wanneer schades worden geconstateerd, werk dan niet voordat beschadigde onderdelen worden verwijderd of vervangen. Controleer de ventilatieopeningen. Reinig ze indien nodig met een zachte borstel of kwats. Gebruik geen scherpe of metalen voorwerpen om de ventilatieopeningen van de gras- maaier te reinigen. Controleer of de schroefverbindingen niet los zijn. Indien nodig vastdraaien. Controleer of de handgrepen schoon, vrij van vet en ander vuil zijn. Reinig ze indien nodig met een zachte doek. Tijdens het werk regelmatig pauzes nemen om vermoeidheid en overwerk te voorkomen. Dit zal een betere productcontrole mogelijk maken en het risico op een ongeluk minimaliseren. Let op! De grasmaaier altijd duwen nooit trekken. Door aan de grasmaaier te trekken, beweegt de bediener achteruit wat bete- kent dat hij de oppervlakte achter hem niet controleert. Als de grasmaaier wordt getrokken, kan het netsnoer worden opgevangen. De grasmaaier moet langzaam worden geduwd, altijd rustig lopen en nooit te snel. Het zorgt voor meer controle over de grasmaai- er en vermindert de reactietijd voor onverwachte gebeurtenissen.86
OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES Beweeg in de rijen (XVIII) tijdens het maaien. De rijen moeten gelijk worden gehouden, ook overlappen, zodat geen vrije plaats niet overslaan. Wees bijzonder voorzichtig bij richting wijziging. Zorg ervoor dat het maaien aan de kant van de elektrische aansluiting wordt gestart. Het vermindert het risico van de beschadi- ging van het netsnoer. Wanneer gras in de buurt van bloembedden wordt gemaaid, moet het rond de bloembedden gebeuren. Maak tijdens het werk de grasbak leeg. Nadat met werkzaamheden wordt afgerond, wordt de grasmaaier uitgeschakeld, wacht tot het stil staat, koppel de voedingskabel los en laat de grasmaaier afkoelen, ga tot onderhoud over. Let op! Als een vreemd voorwerp de grasmaaier raakt. Schakel de grasmaaier onmiddellijk uit, wacht tot het stil staat, koppel de voedingskabel los en laat de grasmaaier afkoelen, ga tot onderhoud over. Controleer dat de grasmaaier niet is beschadigd. Wan- neer schade wordt vastgesteld, is verder werk verboden voordat het wordt verwijderd. Overmatige trillingen tijdens het gebruik kunnen door schade aan de grasmaaier worden veroorzaakt. Stop met werken, koppel het netsnoer los en controleer het product.
ONDERHOUD VAN HET PRODUCT
Let op! Controleer voor elk onderhoud dat het product is losgekoppeld. Het netsnoer moet van de grasmaaier worden losgekoppeld. Gebruik bij alle onderhoudswerkzaamheden de veiligheidshandschoenen. Als een onderhoudsbeurt niet in de gebruiksaanwijzing wordt beschreven, moet dan door de geautoriseerde service van de fabrikant worden uitgevoerd. Het product moet na elk gebruik worden gereinigd. Verwijder grasresten met een zachte borstel, kwast of doek. Reinig de venti- latieopeningen dat ze open blijven. Moeilijke vervuiling kan met een luchtstroom van max. 0,3 MPa worden verwijderd . Gebruik nooit chemicaliën, alkaloïden, schuurmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen om het product te reinigen. Het pro- duct mag niet met een waterstraal of ondergedompeld in water worden schoongemaakt. Controleer op slijtage en op schades aan de maaibladen. Wanneer overmatige slijtage of schade worden geconstateerd, moet het blad door nieuwe worden vervangen. Vervang het blad altijd door een origineel dat identiek op fabriek op de grasmaaier was geïnstalleerd. Het gebruik van originele re- serveonderdelen garandeert de veiligheid van het product. Het vervangen van het mes moet door een ervaren gebruiker worden uitgevoerd. Neem bij twijfels contact op met het servicecentrum van de fabrikant. Draai met een sleutel (tegen de klok) de schroef die het mes bevestigt (XIX) en demonteer het met de sluitring. Verwijder oude mes. Reinig indien nodig het oude mes. Installeer een nieuw mes en let daarbij op zijn richting. De pijl die op de draairichting van het blad wijst, moet met de draairichting van de motor overeenkomen. Installeer het mes door de schroef (met de klok mee) met een draaimoment van 55-60 Nm te draaien. Na elk gebruik en reiniging van het mes moeten de snijkanten met een dunne laag lichte machineolie worden bedekt. Het ver- mindert corrosie en verlengt de levensduur van het blad. Het blad moet om de twee jaar of om de 50 uur worden vervangen. Verwijder na elk werk de grasbak en maak leeg. De grasbak kan met zeepwater worden schoongemaakt. Laat na het schoon- maken in de werkstand drogen. Wanneer de interne kabel die de schakelaar met de motor verbindt, wordt beschadigd, moet deze bij het servicecentrum van de fabrikant worden vervangen. De kabel kan niet worden gerepareerd, hij moet worden vervangen. Het is verboden om met een beschadigde kabel te werken.
OPSLAG EN VERVOER VAN HET PRODUCT
Let op! Koppel het product altijd van de stroom voor opslag of transport. Reinigen volgens de gebruiksaanwijzing. In een donkere, droge, vorstvrije, goed geventileerde ruimte opslaan. De opslagplaats moet tegen toegang door kinderen worden beschermd. Het product wordt bij een temperatuur van 10 en 30 gr. opgeslagen. C. Het is aangeraden het product in de originele verpakking of een andere verpakking die tegen stof beschermt. Voordat het product wordt vervoerd, dient de maximale maaihoogte te worden ingesteld. Verplaats het producten door het aan de handgrepen te houden. Bescherm het product tijdens het vervoer tegen stoten en trillingen. Bescherm het product tijdens het uitglijden of kantelen.87
SimpelGids