Phoenix Inverter Compact - Elektrische omvormer VICTRON ENERGY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Phoenix Inverter Compact VICTRON ENERGY in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Phoenix Inverter Compact VICTRON ENERGY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische omvormer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Phoenix Inverter Compact - VICTRON ENERGY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Phoenix Inverter Compact van het merk VICTRON ENERGY.
GEBRUIKSAANWIJZING Phoenix Inverter Compact VICTRON ENERGY
Dimensions (hxwxd in mm) 520 x 255 x 125 STANDARDS Safety EN 60335-1, EN 60335-2-29 Emission / Immunity EN 55014-1, EN 55014-2, EN 61000-3-31 EN NL FR DE ES SE IT Appendix 1.VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Algemeen Lees eerst de bij dit product geleverde documentatie, zodat u bekend bent met de veiligheidsaanduidingen en aanwijzingen voordat u de apparatuur in gebruik neemt. Dit product is ontworpen en getest overeenkomstig internationale normen. De apparatuur dient uitsluitend voor de bestemde toepassing te worden gebruikt. WAARSCHUWING: KANS OP ELEKTRISCHE SCHOKKEN. Het product wordt gebruikt in combinatie met een permanente energiebron. (batterij) Zelfs als de apparatuur is uitgeschakeld, kan een gevaarlijke elektrische spanning optreden bij de in -en/ of uitgangsklemmen. Schakel altijd de wisselstroomvoeding en de batterij uit voor het plegen van onderhoud. Het product bevat geen interne onderdelen die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Haal het paneel aan de voorkant er niet af en stel het product niet in werking als niet alle panelen zijn gemonteerd. Al het onderhoud dient door gekwalificeerd personeel te worden uitgevoerd. Gebruik het product nooit op plaatsen waar gas -of stofexplosies kunnen optreden. Raadpleeg de gegevens van de fabrikant van de batterij om u ervan te verzekeren dat het product bestemd is voor gebruik in combinatie met de batterij. De veiligheidsvoorschriften van de fabrikant van de batterij dienen altijd te worden opgevolgd. WAARSCHUWING: Til geen zware lasten zonder hulp. Installatie Lees de installatievoorschriften in de bedieningshandleiding voordat u de apparatuur inschakelt. Dit is een product uit veiligheidsklasse I. (dat wordt geleverd met een aardklem ter beveiliging). Aan de buitenkant van het product bevindt zich een aardingspunt. Als het aannemelijk is dat de aardbeveiliging is beschadigd, moet het product buiten werking worden gesteld en worden beveiligd tegen iedere onopzettelijke inwerkingstelling; neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel. Zorg ervoor dat de aansluitkabels zijn voorzien van zekeringen en stroomonderbrekers. Vervang een beveiligingsonderdeel nooit door een ander Typ. Raadpleeg de handleiding voor het juiste onderdeel. Controleer voordat u het apparaat inschakelt, dat de beschikbare spanningsbron overeenkomt met de configuratie-instellingen van het product zoals beschreven in de handleiding.2 Zorg ervoor dat de apparatuur onder de juiste bedrijfsomstandigheden wordt gebruikt. Stel het product nooit in bedrijf in de regen of in een stoffige omgeving. Zorg ervoor dat er altijd voldoende vrije ruimte rondom het product is voor ventilatie en dat de ventilatie- openingen niet zijn geblokkeerd. Verzeker u ervan dat de vereiste spanning niet hoger is dan de capaciteit van het product. Vervoer en opslag Zorg ervoor dat de netspanning en batterijkabels zijn losgekoppeld bij opslag of vervoer van het product. Er kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor transportschade indien de apparatuur wordt vervoerd in een andere dan de originele verpakking. Sla het product op in een droge omgeving; de opslagtemperatuur moet tussen de –20 °C en 60 °C liggen. Raadpleeg de handleiding van de fabrikant van de batterij met betrekking tot vervoer, opslag, opladen, herladen en verwijderen van de batterij.3 EN NL FR DE ES SE IT Appendix
SinusMax – Superieure techniek De Phoenix omvormers zijn ontwikkeld voor professioneel gebruik en geschikt voor zeer uiteenlopende toepassingen. Dankzij hybride HF technologie gaan uitzonderlijke specificaties en mogelijkheden gepaard met licht gewicht en geringe afmetingen. Extra hoog startvermogen Een belangrijke eigenschap van de SinusMax technologie is het hoge piekvermogen. De Phoenix omvormers zijn daarom zeer geschikt voor apparaten die een hoog startvermogen vragen zoals compressoren, elektromotoren en airconditioners. Geschikt voor parallel en voor drie fase bedrijf Twee tot zes omvormers of kunnen parallel geschakeld worden. De omvormers kunnen bovendien in 3 fase configuratie geschakeld worden. Overschakelen naar een andere voedingsbron: de volautomatische omschakelautomaat Indien automatische omschakeling gewenst is, adviseren wij om de MultiPlus of Quattro serie toe te passen. De MultiPlus/Quattro heeft een geïntegreerde omschakel automaat en de laadfunctie kan uitgeschakeld worden. De omschakeltijd van de MultiPlus/Quattro is zo kort dat computers en andere gevoelige apparaten ongestoord blijven functioneren. Programmeerbaar relais De Phoenix omvormer is voorzien van een multifunctioneel relais, dat standaard is geprogrammeerd als alarm relais. Het relais kan echter voor allerlei andere toepassingen geprogrammeerd worden, bijvoorbeeld als start relais voor een aggregaat. Programmeerbaar met dipswitches, met een VE.Net paneel, en met de PC De Phoenix omvormer wordt klaar voor gebruik geleverd. Mocht U sommige instelling willen wijzigen, dan zijn er drie mogelijkheden: - De belangrijkste instellingen: uiterst eenvoudig, met dipswitches. - Alle instellingen, met uitzondering van het programmeerbare relais, met een VE.Net paneel. - Alle instellingen met een PC en gratis software.4
Wanneer de schakelaar op “on” wordt geschakeld werkt het apparaat volledig. De omvormer zal inschakelen en de LED “inverter on” zal gaan branden.
3.2 Afstandsbediening
Afstandsbediening is mogelijk met een simpele aan/uit schakelaar of met een Phoenix Inverter Control paneel.
Batterij bedrijf. De omvormer staat aan en levert vermogen aan de belasting. inverter
De omvormer is ingeschakeld en levert vermogen aan de belasting. Voor-alarm: overbelasting, of accu spanning te laag, of omvormer temperatuur hoog inverter
De omvormer is uitgeschakeld. Alarm: overbelasting, of accuspanning laag is, of inverter temperatuur hoog, of DC rimpelspanning op de accu terminal was te hoog. inverter
Batterij bedrijf. De omvormer staat aan in “eco mode” en levert vermogen aan de belasting. inverter
De omvormer dient in een droge, goed geventileerde ruimte te worden geïnstalleerd zo dicht mogelijk bij de accu’s. Rondom het apparaat dient een ruimte van tenminste 10cm te worden vrijgehouden voor koeling.
Een te hoge omgevingstemperatuur heeft de volgende consequenties: Kortere levensduur. Lagere laadstroom. Lager piek vermogen of geheel afschakelen van de omvormer. Plaats het apparaat nooit direct boven de accu’s.
De omvormer is geschikt voor wandmontage. Voor de montage zijn aan de achterzijde van de behuizing gaten en een beugelbevestiging aangebracht, zie Appendix A. Het apparaat kan zowel horizontaal als verticaal gemonteerd worden maar verticaal monteren is de beste montage. In deze positie is de koeling namelijk optimaal.
De binnenzijde van het apparaat dient ook na installatie goed bereikbaar te blijven. Houd de afstand tussen het product en de accu zo kort mogelijk om het spanningsverlies over de kabels tot een minimum te beperken.
In alle apparatuur waarin sprake is van het omvormen van een groot elektrisch vermogen, moet uit voorzorg dit product in een hittebestendige omgeving geïnstalleerd worden. Voorkom daarom de aanwezigheid van bijvoorbeeld chemicaliën, kunststof onderdelen, gordijnen of ander textiel, etc. in de directe omgeving.
Dit product mag alleen door een gekwalificeerde elektrotechnicus worden geïnstalleerd.7 EN NL FR DE ES SE IT Appendix
4.2 Aansluiten accukabels
Om de capaciteit van het product volledig te kunnen benutten, dient uitsluitend gebruik te worden gemaakt van accu’s met voldoende capaciteit en van accukabels met de juiste dikte. Zie tabel.
Aanbevolen accucapaciteit (Ah) 200 – 500 350 – 1000 Opmerking: Interne weerstand is een belangrijke factor als u werkt met lage capaciteit accu’s. Raadpleeg uw leverancier of relevante secties uit ons boek “Electriciteit aan boord”, te downloaden van onze website. Procedure Ga bij het aansluiten van de accukabels als volgt te werk:
Om het gevaar van kortsluiting van de accu te voorkomen, dient u een geïsoleerde pijpsleutel te gebruiken. Voorkom kortsluiting van de accukabels.
Suit de accukabel aan: de + (rood). Sluit de accukable aan: de – (zwart), zie Appendix A. Draai de moeren stevig aan om overgangsweerstanden zo laag mogelijk te maken.8
4.3 Aansluiten AC kabels
Procedure De aansluitpunten zijn duidelijk gecodeerd. Van links naar rechts: “PE” aarde, “L” (fase) en “N” (nulleider).
Het product is op twee manieren op afstand te bedienen. - Met alleen een externe schakelaar. Werkt alleen als de schakelaar van de Multi op “on” staat. - Met een afstandsbedieningspaneel. Werkt alleen als de schakelaar van de Multi op “on” staat. Er mag slechts 1 afstandsbediening aangesloten worden: of een schakelaar, of een paneel.
4.4.2 Programmeerbaar relais
De Phoenix omvormer is voorzien van een multifunctioneel relais, dat standaard is geprogrammeerd als alarm relais. Het relais kan echter voor allerlei andere toepassingen geprogrammeerd worden, bijvoorbeeld als start relais voor een aggregaat. Een LED vlakbij de aansluitklemmen zal gaan branden zodra het relais geactiveerd is (zie S, appendix A).
Dit is een product uit veiligheidsklasse I. (dat wordt geleverd met een aardklem ter beveiliging) Deze nulleider van de AC uitgang van deze inverter is verbonden met de behuizing, dit om verzekerd te zijn van de goede werking van een aardlek schakelaar. De behuizing moet geaard worden met het aard punt aan de buitenkant van het product.9 EN NL FR DE ES SE IT Appendix
4.4.3 Parallel schakelen (zie appendix C)
De omvormer is parallel te schakelen met meerdere identieke apparaten. Hiertoe wordt een verbinding tussen de apparaten gemaakt met behulp van standaard RJ45 UTP kabels. Het systeem (apparaten samen met eventueel een bedieningspaneel) dient hierna geconfigureerd te worden (zie hoofdstuk 5). Bij parallel schakelen moet aan de volgende voorwaarden voldaan worden: - Maximaal zes units parallel. - Schakel alleen identieke apparaten qua type en vermogen parallel. - De DC aansluitkabels naar de apparaten moeten allemaal even lang zijn en dezelfde doorsnede hebben. - Indien een plus en min DC distributiepunt wordt gebruikt, moet de doorsnede van de aansluiting tussen de accu’s en het DC distributiepunt minstens gelijk zijn aan de som van de vereiste doorsneden van de aansluitingen tussen het distributiepunt en de MultiPlus’s. - Plaats de inverters dicht bij elkaar maar zorg voor minimaal 10 cm ventilatieruimte onder, boven en opzij van de units. - De UTP kabels dienen steeds direct van de ene unit op een andere unit aangesloten te worden (en op het remote paneel). Er mag geen gebruik gemaakt worden van aansluit/splitter boxen. - Er kan maar één afstandsbediening (paneel of schakelaar) op het systeem aangesloten worden.
4.4.4 Drie-fase configuratie (zie appendix D)
De inverters kunnen ook gebruikt worden in een 3-fase wye (Y) configuratie. Hiertoe wordt een verbinding tussen de apparaten gemaakt met behulp van standaard RJ45 UTP kabels (dezelfde als voor parallel bedrijf). Het systeem (apparaten samen met eventueel een paneel) dient hierna geconfigureerd te worden (zie hoofdstuk 5). Voorwaarden: zie paragraaf 4.4.3. Opmerking: de Phoenix inverter is niet geschikt voor 3-fase delta (Δ) configuratie.10
5.1 Standaard instellingen: klaar voor gebruik
De Phoenix Omvormer wordt geleverd met standaard instellingen. Deze zijn in het algemeen geschikt voor toepassing van één apparaat. Standaard fabrieksinstellingen Omvormer frequentie 50 Hz Omvormer spanning 230 VAC Stand alone / parallel / 3-fase stand alone Search mode off Programmeerbaar relais alarm functie
5.2 Verklaring instellingen
Hieronder volgt een korte verklaring van de instellingen voor zover die niet vanzelfsprekend zijn. Meer informatie is te vinden in de help files van de software configuratie programma’s (zie paragraaf 5.3). Omvormer frequentie Uitgangsfrequentie wanneer er geen AC op de ingang aanwezig is. Instelbaar: 50 Hz; 60 Hz Omvormer spanning Instelbaar: 210 – 245 V Stand alone / parallel operation Met meerdere apparaten is het mogelijk om: - Het totale omvormer vermogen te vergroten (meerdere apparaten parallel). - Een 3-fase systeem te maken. Hiertoe moeten de apparaten onderling verbonden worden met RJ45 UTP bekabeling. Daarnaast moeten de apparaten geconfigureerd worden. Het wijzigen van de instellingen mag alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektrotechnicus. Lees voor het wijzigen goed de instructies. Tijdens het laden moeten accu’s in een droge, goed geventileerde ruimte staan.11 EN NL FR DE ES SE IT Appendix Search mode Met de search mode wordt het nullast stroomverbruik met ongeveer 70 % verlaagd. De search mode houdt in dat de Compact uit schakelt wanneer er geen belasting is of wanneer deze heel laag is. Iedere 2 seconden zal de Compact even aan schakelen. Als de belasting dan de ingestelde waarde overschrijdt blijft de Compact aan. Zo niet, dan gaat de omvormer weer uit. De “uit” en “aan” belastingniveaus kunnen ingesteld worden met VEConfigure3. De fabrieksinstelling is: “UIT”: 40 Watt. “AAN”: 100 Watt. Instelbaar met DIP switches. Uitsluitend toepasbaar in stand alone configuratie. AES (Automatic Economy Switch) In plaats van “search mode” kan ook de AES gekozen worden. Wanneer deze instelling op “on” gezet wordt het stroomverbruik bij nullast en lage belasting met ca. 20 % verlaagt, door de sinusspanning wat te “versmallen”. Niet instelbaar met DIP switches. Uitsluitend toepasbaar in stand alone configuratie. Programmeerbaar relais Het programmeerbare relais is standaard ingesteld als alarm relais, d.w.z. dat het relais afvalt i.g.v. een alarm of een voor-alarm (omvormer bijna te warm, rimpel op de ingang bijna te hoog, accuspanning bijna te laag). Niet instelbaar met DIP switches. Een LED vlakbij de aansluitklemmen zal gaan branden zodra het relais geactiveerd is (zie S, appendix A).
VEConfigure3 software De VirtualSwitch is een software functie in de microprocessor. De inputs van deze functie zijn parameters die met VEConfigure3 gekozen kunnen worden (bijv. bepaalde alarms, of spanning niveaus). De output is een binaire status (0 of 1). De output kan gekoppeld worden aan het multifunctionele relais.12
5.3 Instellingen wijzigen met een computer
Alle instellingen kunnen met behulp van een computer of met een VE.Net paneel worden gewijzigd (uitzondering VE.Net: het multifunctionele relais en de VirtualSwitch). Veel gebruikte instellingen kunnen gewijzigd worden door middel van dipswitches, zie par. 5.5. Voor het wijzigen van instellingen met de computer heeft u het volgende nodig: - VEConfigure3 software. U kunt de VEConfigure3 software gratis downloaden van www.victronenergy.com. - Een MK3-USB (VE.Bus naar USB) imterface Als alternatief kan de MK2.2b interface (VE.Bus naar RS232) gebruikt worden (RJ45 UTP kabel is dan nodig).
5.3.1 VE.Bus Quick Configure Setup
VE.Bus Quick Configure Setup is een software programma waarmee systemen met maximaal 3 Multi’s (parallel of drie fase bedrijf) op eenvoudige wijze geconfigureerd kunnen worden. VEConfigure3 maakt deel uit van dit programma. U kunt de software gratis downloaden van www.victronenergy.com.
5.3.2 VE.Bus System Configurator
Voor het configureren van geavanceerde toepassingen en/of systemen met 4 omvormers of meer moet de software VE.Bus System Configurator gebruikt worden. U kunt de software downloaden van www.victronenergy.com. VEConfigure3 maakt deel uit van dit programma.
5.4 Instellen met een VE.Net paneel
Hiervoor heeft U een VE.Net paneel en de “VE.Net to VE.Bus converter” nodig. Met VE.Net kunt u alle parameters instellen, met uitzondering van het multifunctionele relais en de VirtualSwitch.13 EN NL FR DE ES SE IT Appendix
5.5 Instellen met DIP switches
Een aantal instellingen kan gewijzigd worden door middel van DIP switches Dit gaat als volgt: a) Schakel de Compact aan, bij voorkeur zonder belasting. b) Stel de dipswitches in zoals gewenst. c) Sla de instellingen op in het microprocessor geheugen door DIP switch 8 “on” en daarna weer “off” te schakelen.
5.5.1. DIP switch 1 en 2
Standaard instelling: om het product te gebruiken met de “On/Off/Charger Only” ds 1: “off” ds 2: “on” De standaard instelling is vereist wanneer u de “On/Off/Charger Only” schakelaar op het voorpaneel gebruikt. Deze instelling moet ook worden gebruikt in configuraties met een GX-apparaat of VE.Bus Smart-dongle wanneer er geen extra Digital Multi Control-panel of VE.Bus BMS aangesloten is. Raadpleeg de onderstaande instellingen als er een Digital Multi Control-panel of een VE.Bus BMS is inbegrepen. Instellingen voor bediening op afstand met een Multi Control Panel of een VE.Bus BMS: ds 1: “on” ds 2: “off” Deze instelling is vereist wanneer een Multi Control Panel en/of een VE.Bus BMS is aangesloten. Het Multi Control Panel moet verbonden zijn met één van de twee RJ45 sockets B, zie bijlage A. Instelling voor het op afstand gebruiken middels een 3-way switch: ds 1: “off” ds 2: “off” Deze instelling is vereist wanneer een 3-way switch is verbonden. De 3-way switch moet aangesloten zijn met klem L, zie bijlage A. Er kan maar één apparaat op afstand verbonden zijn, bijv. een switch of paneel. In beide gevallen dient de schakelaar op het apparaat zelf op “on” te staan.14
Voorbeeld 1 is de fabrieksinstelling (Muv DS-2 staan de DIP switches van een nieuw product staan allemaal in de “off” stand omdat de fabrieksinstelling per computer is ingevoerd).
Voorbeeld 1: (fabrieksinstelling) 1 Geen paneel 2 Geen paneel 5 Frequentie: 50 Hz 6 Zoekmodus off 8 Opslaan: off→ on→ off
Voorbeeld 2 1 Geen paneel 2 Geen paneel 5 Frequentie: 50 Hz 6 Zoekmodus on 8 Opslaan: off→ on→ off
Paneel aangesloten 2 Paneel aangesloten 5 Frequentie: 60 Hz 6 Zoekmodus on 8 Opslaan: off→ on→ off Sla de instellingen op in het microprocessor geheugen door DIP switch 8 “on” en daarna weer “off” te schakelen. Bij acceptatie van de settings zullen de “Inverter” en “Eco mode” en “Alarm” LED’s vier keer knipperen.15 EN NL FR DE ES SE IT Appendix
De Phoenix Omvormer vereist geen specifiek onderhoud. Het volstaat alle verbindingen eenmaal per jaar te controleren. Voorkom dat de Phoenix Omvormer Compact vochtig wordt en houd het apparaat schoon.
Met behulp van onderstaande stappen kunnen de meest voorkomende storingen snel worden opgespoord. Indien de fout niet opgelost kan worden, raadpleeg uw Victron Energy distributeur. Probleem Oorzaak Oplossing De omvormer werkt niet wanneer deze wordt ingeschakeld De accuspanning is te hoog of te laag. Zorg dat de accuspanning binnen de juiste waarde is. De omvormer werkt niet Processor staat in uit-mode Ontkoppel de netspanning. Schakel de omvormer uit. Wacht 4 seconden. Schakel de omvormer weer aan. De LED “alarm” knippert. Voor-alarm, alt. 1: de accuspanning is laag. Laad de accu op of controleer de accu aansluitingen. De LED “alarm” knippert. Voor-alarm, alt. 2: de belasting op de omvormer is hoger dan de nominale belasting. Ontkoppel een deel van de belasting. De LED “alarm” knippert. Voor-alarm, alt. 3: lage accuspanning en te hoge belasting. Laad de accu’s op, ontkoppel een deel van de belasting of plaats accu’s met een hogere capaciteit. Monteer kortere en/ of dikkere accukabels. Controleer de dynamo. De LED “alarm” knippert. Voor-alarm, alt. 4: rimpelspanning op de DC- aansluiting overschrijdt 1,25 Vrms. Controleer de accukabels en accuaansluitingen. Wees er zeker van dat de accucapaciteit voldoende is, verhoog deze eventueel. De alarm LED knipperend met tussenpozen. Voor-alarm, alt. 5: Lage accuspanning en overmatige belasting. Laad de accu's op, verlaag de belasting of installeer accu's met een hogere capaciteit. Gebruik kortere en/of dikkere accu-bekabeling. De LED “alarm” brandt. De omvormer is uitgeschakeld als gevolg van voortduring van een van bovenstaande voor- alarm omstandigheden. Zie de bovenstaande oplossingen16
1) Kan worden ingesteld op 60 Hz en op 240 V
a) Kortsluiting b) Overbelasting c) Accuspanning te hoog d) Accuspanning te laag e) Temperatuur te hoog f) 230 VAC op omvormeruitgang g) Ingangsspanning met een te hoge rimpel
3) Niet lineaire belasting, crest faktor 3:1
4) Relais instelbaar als algemeen alarm relais, onderspanning alarm of start relais voor een aggregaat
Continu vermogen bij 25 °C (W)
Continu vermogen bij 40 °C (W)
Continu vermogen bij 65 °C (W) 1000 1000 Piek vermogen (W)
Output Uitgang Sortie
SimpelGids