Titan 48/50 - Batterijlader VICTRON ENERGY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Titan 48/50 VICTRON ENERGY in PDF-formaat.
| Producttype | Acculader (batterijlader) |
| Model | Titan 48/50 |
| Ingangsspanning (AC) | 185-265 Vac (230 Vac nominaal) |
| Ingangsfrequentie | 45-65 Hz |
| Uitgangsspanning (DC) | 48-66 Vdc (instelbaar) |
| Maximale laadstroom | 50 A |
| Laadkarakteristiek | IUoUo (3-traps: boost, equalize, float) |
| Aanbevolen accucapaciteit | 200-400 Ah (loodzuur) |
| Rendement | 85% bij 230 Vac en 60 Vdc / 50 A |
| Maximaal uitgangsvermogen | 3000 W |
| Beveiligingen | Kortsluitbeveiliging, overstroombegrenzing, overspanningsbeveiliging, temperatuurbeveiliging, accu watchdog timer |
| Koeling | Geforceerde luchtkoeling |
| Geluidsniveau | < 45 dB(A) |
| Beschermingsgraad | IP21 |
| Kleur | Blauw (RAL5012) met epoxy coating |
| Afmetingen (B x H x D) | 515 x 260 x 265 mm (zonder verpakking) |
| Startaccu-uitgang | Ja, 4 A max (elektronisch begrensd) |
| Remote panelen | COV, CMV, CSV, SKC (optioneel) |
| Opties | Diodesplitter compensatie, tractie compensatie, voltage-sense, temperatuursensor, intelligent startup |
| Onderhoud | Jaarlijkse controle van accu aansluitingen; lader droog, schoon en stofvrij houden |
| Gebruik als voeding | Mogelijk door inschakelen permanente boost en afregelen uitgangsspanning |
Veelgestelde vragen - Titan 48/50 VICTRON ENERGY
Gebruikersvragen over Titan 48/50 VICTRON ENERGY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Titan 48/50 - VICTRON ENERGY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Titan 48/50 van het merk VICTRON ENERGY.
GEBRUIKSAANWIJZING Titan 48/50 VICTRON ENERGY
GEBRUIKSAANWIJZING TITAN GENERATIE LADERS
1. INTRODUCTIE 33
1.1 Victron Energy 33
1.2 De Titan Generatie laders 33
1.3 Waarschuwingen 33
2. BESCHRIJVING 35
2.1 De Titan accu lader 35
2.2 De accu 36
2.3 Beveiligingen 37
3.1 Installatie 39
3.2 Bediening 43
3.3 Onderhoud 44
4. OPTIES 45
4.1 Permanent boost-laden 46
4.2 Afregelen van de laadspanningen 46
4.3 Afregelen van de equalize tijd 47
4.4 Diodesplitter compensatie 47
4.5 Tractie-compensatie 48
4.6 Gebruik als voeding 48
4.7 De temperatuursensor 48
4.8 Accu's laden met voltage-sense 49
4.9 Intelligent Startup 49
4.10 Aansluiten van het uitgangspannings alarm 50
4.11 Aansluiten van de remote panelen 50
4.12 Aansluiten van de remote aan/uit schakelaar 51
4.13 Aansluiten van de remote boost schakelaar 51
4.14 Aansluiten van een Voltmeter 52
4.15 Aansluiten van een Ampère meter 52
5. STORINGEN 53
6.1 Algemeen 54
6.2 Ingang 54
6.3 Uitgang 55
6.4 Mechanisch 56
1. INTRODUCTIE
1.1 Victron Energy
Victron Energy is internationaal bekend door het ontwerpen en het fabriceren van elektrische energievoorzieningssystemen. Dit is te danken aan de voortdurende aandacht die de ontwikkelingsafdeling besteedt aan productonderzoek en het toepassen van nieuwe technologieën in haar producten.
Victron Energy systemen zorgen voor een kwalitatief hoogwaardige energie- voorziening op plaatsen waar geen permanente aansluiting op het elektriciteitsnet aanwezig is.
Een “stand alone” automatisch werkend energievoorzieningssysteem kan bestaan uit: een Victron Energy omvormer, een Victron Energy acculader, eventueel een Victron Energy Mains Manager en accu's met voldoende capaciteit.
De mogelijkheden en toepassingen in het veld, op schepen of op andere plaatsen waar een mobiele 230Vac wisselspanningsbron nodig is, zijn legio. Victron Energy-apparatuur is te gebruiken voor alle soorten elektrische apparaten waarvoor een energievoorziening van hoge kwaliteit vereist is. Dit kan zowel huishoudelijke, technische of administratieve apparatuur zijn maar ook een storingsgevoelig instrument.
1.2 De Titan Generatie laders
Deze gebruiksaanwijzing bevat de aanwijzingen voor het installeren van de volgende types accu laders: de Skylla-TG 24/80, de Skylla-TG 24/100, de Skylla-TG 24/100 3-Phase en de Titan 48/50. Tevens beschrijft deze gebruiksaanwijzing de werking, de bediening, de beveiligingen en de technische kenmerken van de laders uit de Titan Generatie.
1.3 Waarschuwingen

De behuizing van de acculader mag alleen geopend worden door een bevoegd elektriciën. Voordat de behuizing geopend wordt moet de verbinding met de netspanning worden onderbroken.

Tijdens het laden van een loodzuuraccu kunnen explosieve gassen ontstaan. Voorkom open vuur en vonkvorming. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het laden.

De acculader mag niet gebruikt worden voor het opladen van een niet oplaadbare accu of batterij.

Er staat een gevaarlijke spanning op sommige metalen delen in de acculader.

De acculader is NIET beveiligd tegen ompoling van de aangeslotte accu ("+" aangesloten op "-" en '-' aangesloten op "+"). Volg of aansluitprocedure. De fabrieksgarantie vervalt wanneer er door ompoling een defect aan de acculader is ontstaan.

De aan/uit schakelaar op het front van de acculader schakelt niet de netspanning uit.

De acculader mag niet op de netspanning zijn aangesloten wanneer de accu wordt aangesloten op of losgekoppeld van de acculader.

De voltage-sense voorziening mag niet in combinatie met de diodesplitter-compensatie gebruikt worden. Hierdoor stijgt de uitgangspanning tot een te hoge waarde, welke schadelijk kan zi voor de aangesloten accu.
2. BESCHRIJVING
2.1 De Titan accu lader
De Titan acculader is een volautomatische lader voor 24V of 48V accu's en wordt gevoed door een netspanning van 230Vac, 50Hz. De acculader laadt de accu op volgens de IUoUo karakteristiek, dit is een 3-traps laadkarakteristiek, zie figuur 1. Tijdens het laden wordt continu de accuspanning en -stroom gemeten, de laadspanning wordt aangepast aan de hand van de gemeten waarden.

Er van uitgaande dat de accu leeg is, wordt de accu eerst in de boostfase geladen. De accu wordt geladen totdat de accuspanning gelijk is aan de boostspanning. De accu is dan tot ongeveer 80% van zijn capaciteit geladen en de lader schakelt automatisch naar de equalize-fase.
In de equalize-fase blijft de laadspanning hetzelfde als de boostspanning, maar de laadstroom neemt geleidelijk af. De tijdsduur van deze fase is instelbaar op 4, 8, of 12 uur. De standaard instelling van de equalize-fase is 4 uur. Zodra deze tijd verstreken is schakelt de lader automatisch over naar de float-fase.
In de float-fase is de laadspanning gelijk aan de floatspanning en de laadstroom blijft afnemen. Deze fase duurt 20 uur.
Na de float-fase keert de lader voor 30 minuten terug naar de equalize-fase. In deze tijd wordt de accu kortstondig geladen, dit om de inwendige verliezen van de accu te compenseren.
De lader kan voor een lange tijd op de accu aangesloten blijven zonder dat er gasvorming in de accu optreedt door overladen. De accu hoeft dus niet te worden losgekoppeld van de lader tijdens bijvoorbeeld de winterberging van een schip. De lader houdt de accu onder alle omstandigheden in een optimale conditie, wat resulteert in een langere levensduur van de accu.
De Titan lader schakelt automatisch naar de boostfase zodra de accuspanning onder de minimale waarde zakt. Een te lage accuspanning kan worden veroorzaakt doordat er een parallelle belasting op de accu aangesloten kan zijn.
De Titan lader heeft een aparte aansluiting om een extra accu op te laden, bijvoorbeeld een startaccu. Deze extra accu kan gebruikt worden voor het opstarten van machines, zoals een bootmotor.
De Titan lader heeft een gestabiliseerde uitgangspanning. Hierdoor kan de lader als een gelijkspanningsvoeding gebruikt worden, ook als er geen accu aanwezig is.
2.2 De accu
Voor de verschillende modellen Titan laders is de aanbevolen accu capaciteit aangegeven in onderstaande tabel:
| Type | Aanbevolen capaciteit |
| 24/80 | 300 - 600 Ah |
| 24/100 | 500 - 1000 Ah |
| 24/100 | 3-Ph 500 - 1000 Ah |
| 48/50 | 200 - 400 Ah |
De laadspanningen van de Titan lader zijn fabrieksmatig ingesteld. De meeste accufabrikanten bevelen deze laadspanningen aan voor het optimaal laden van 24V of 48V loodzuur accu's. Het is mogelijk om verschillende accu types op te laden, zoals tractie accu's. Om deze accu's te kunnen laden moeten de laadspanningen van de lader veranderd worden. Neem contact op met uw Victron Energy dealer of uw accu leverancier voor de aanbevolen laadspanningen.
2.3 Beveiligingen
De Titan lader is door zijn ingebouwde beveiligingen uitermate bedrijfszeker. De beveiligingen worden hieronder nader toegelicht.
☐ De maximale laadstroom van de Titan lader is elektronisch begrensd op 50A voor de 50A lader, op 80A voor de 80A lader en op 100A voor de 100A lader.
☐ De maximale laadstroom kan ook begrensd worden door een extern potentiometerpaneel, het Victron Energy COV paneel of het SKC paneel.
Kortsluitbeveiliging
☐ De uitgang van de lader is beveiligd tegen kortsluiting. De kortsluitstroom is elektronisch begrensd op 50A, 80A of 100A, afhankelijk van het model. Zodra de uitgang wordt kortgesloten wordt de uitgangspanning nagenoeg 0 Volt. De lader hervat zijn normale werking zodra de kortsluiting wordt opgeheven.
☐ De kortsluitstroom kan ook begrensd worden door een extern potentiometer-paneel, het Victron Energy COV paneel of het SKC paneel.
Ingangsbeveiliging
□ De netspanningsingang van de lader is beveiligd door een zekering.
☐ De lader wordt niet beschadigd door een netspanning tussen 0 en 300 Vac.
☐ De lader wordt niet beschadigd door een netspanning met een frequentie tussen 0 en 65 Hz.
Uitgangsspanningsbeveiliging
☐ De lader schakelt automatisch uit wanneer de accuspanning hoger wordt dan de overspanningswaarde. De lader schakelt weer in zodra de accuspanning is gedaald tot onder de opkomstwaarde, zie onderstaande tabel.
| Model Overspanningswaarde Opkomstwaarde | ||
| 24V 35,5 Vdc | 33,5 Vdc | |
| 48V 68,1 Vdc | 64.1 Vdc | |
□ De laaduitgang is beveiligd met een zekering.
Startaccubeveiliging
☐ De uitgangsstroom van de startaccu-uitgang is elektronisch begrensd op 4AT. Tevens is deze uitgang gezekerd tegen verkeerd aansluiten door middel van een zekering van 10AT.
Temperatuurbeveiliging
De interne temperatuur van de lader wordt continu gemeten. Echter, door een hoge omgevingstemperatuur buiten de behuizing kan de temperatuur binnen in de behuizing oplopen. Zodra de externe temperatuur van de lader hoger wordt dan 40°C zal de uitgangsstroom lager worden en gaat de "failure" led knipperen.
- Voordat de interne temperatuur te hoog wordt door extreme condities schakelt de lader uit en de “failure” led brandt continu. De lader hervat zijn werking zodra de temperatuur voldoende is gedaald.
Voltage-sense beveiliging
□ Wanneer de voltage-sense optie gebruikt wordt, vermindert de lader automatisch de laadspanning zodra het totale spanningsverlies over de accukabels meer dan 2 Volt is.
Accu watchdog timer
☐ De lader is uitgerust met een accu watchdog timer. Deze meet de duur van de boost-fase. Zodra de boost-fase langer dan 10 uur duurt, schakelt de lader over naar de float-fase. De laadspanning wordt dan de float-spanning. Hierdoor wordt voorkomen dat een kapotte accu onnodig met een hoge laadspanning wordt geladen.
Plaats de Titan lader en de accu in een droge en goed geventileerde ruimte. De afstand tussen de lader en de accu mag niet meer dan 6 meter bedragen. De lader kan op de vloer of aan de wand gemonteerd worden. Wandmontage verbetert de luchtcirculatie binnen de lader en verlengt de levensduur van de lader. De aansluit openingen voor de kabels voor de netspanning, de accu, de aarde, de startaccu en de remote panelen bevinden zich aan de onderkant van de lader, zie figuur 2.

Figuur 2, Positie van de aansluit openingen
Aansluiten van de aarde
Sluit de aardschroef van de Titan lader aan op een echt aardpunt. Aardaansluitingen moeten in overeenstemming zijn met geldende veiligheidseisen.
□ Op een boot moet de aardschroef verbonden worden met de aardplaat of de scheepshuid.
□ Aan land moet de aardschroef verbonden worden met de aarde van het elektriciteitsnet.
□ Bij mobiele toepassingen (auto, caravan etc.) moet de aardschroef verbonden worden met het chassis van het voertuig.
Aansluiten van de accu
De verbindingen tussen de Titan lader en de accu zijn essentieel voor een goede werking van de lader. Draai daarom de kabelverbindingen goed aan en gebruik zo kort en zo dik mogelijke kabels om het spanningsverlies tussen de lader en de accu tot een minimum te beperken. Hoe korter en dikker de kabels zijn, des te geringer is hun weerstand. Daarom wordt het afgeraden om accukabels langer dan 6 meter te gebruiken. In de onderstaande tabel staan de aanbevolen minimum doorsneden van de koperkern van de accukabels.
| Type | kern diameter van kabels tot 1,5m | Kern diameter van kabels tussen 1,5m en 6m |
| 24/80 | 16 mm2 | 25 mm2 |
| 24/100 | 35 mm2 | 50 mm2 |
| 24/100 3-Ph | 35 mm2 | 50 mm2 |
| 48/50 | 10 mm2 | 16 mm2 |

De acculader is NIET beveiligd tegen ompoling van de aangesloten accu ("+" aangesloten op "-" en "-" aangesloten op "+").
Volg de aansluitprocedure. De fabrieksgarantie vervalt wanneer er door ompoling een defect aan de lader is ontstaan.

De acculader mag niet op de netspanning zijn aangesloten wanneer de accu wordt aangesloten op of losgekoppeld van de acculader.

De aan/uit schakelaar op het front van de acculader schakelt niet de net-spanning uit.
Accu-aansluitprocedure
- Controleer of de lader is uitgeschakeld en dat de netspanning is afgesloten.
□ Verwijder het front van de lader om bij de accuaansluitingen te kunnen komen.
□ Als de aansluithulp nog niet geplaatst is, sluit deze dan aan op de negatieve accu aansluiting (-) van de lader, zie figuur 3.
☐ Sluit de positieve accukabel (+) aan op de positieve accuaansluiting van de lader, zie figuur 3.
□ Verbindt de negatieve accukabel met de aansluithulp, zie figuur 3.
☐ Controleer of de groene led brandt, zie figuur 3. Als deze niet brandt wissel dan de positieve en de negatieve accukabel om.
□ Verwijder de aansluithulp en sluit de negatieve accukabel (-) aan op de negatieve accuaansluiting van de lader, zie figuur 3
Accu-afsluitprocedure
□ Schakel de lader uit.
□ Sluit de netspanning af.
□ Verwijder de negatieve accukabel.
□ Verwijder de positieve accukabel.
Figuur 3. Positie van de accu- aansluitingen.
- startaccuaansluiting
- startaccuaansluiting
Groene led
Negatieve accuaansluiting
Uitgangszekeringen
Positieve accuaansluiting
Rode led
Aansluithulp

Aansluiten van de startaccu
De startaccu moet met een kabel met een kern van tenminste 1.5 m 2 worden aangesloten.
☐ Sluit de positieve (+) accu-pool aan op de rechter kant van de startaccu-aansluiting, zie figuur 3.
☐ Sluit de negatieve (-) accu-pool aan op de linker kant van de startaccu-aansluiting, zie figuur 3.
Aansluiten van de netspanning
□ Controleer of de accu al op de lader is aangesloten.
□ Verwijder het front van de lader om bij de netspanningsaansluiting te kunnen komen.
☐ Sluit de net PE kabel (geel/groen) aan op de netspanningsaansluiting op de print, zie figuur 4.
□ Sluit de net N kabel (blauw) aan op de netspanningsaansluiting.
☐ Sluit de net P kabel (bruin) aan op de netspanningsaansluiting.
☐ Sluit het netsnoer aan op de netspanning, controleer of de aarde van het net is aangesloten op aarde. Aardaansluitingen moeten in overeenstemming zijn met de geldende veiligheidseisen.

Figuur 4.
Positie van de
netspanningsconnector.

Figuur 4b
Aansluitingen van de 3 fasen netspanning
□ Controleer of de accu al op de lader is aangesloten.
□ Verwijder het front van de lader om bij de netspanningsaansluiting te kunnen komen.
☐ Sluit de net PE kabel (geel/groen) aan op de netspanningsaansluiting op de print naast de Magnetische Circuit Verbreker, zie figuur 4b.
☐ Sluit de 3 net kabels aan op de Magnetische Circuit Verbreker.
☐ Sluit het netsnoer aan op de netspanning, controleer of de aarde van het net is aangesloten op aarde. Aardaansluitingen moeten in overeenstemming zijn met de geldende veiligheidseisen.
3.2 Bediening
Op het front van de Titan lader bevinden zich een aan/uit schakelaar en drie rijen met led's, zie figuur 5.
De acculader kan aan en uit geschakeld worden met de on/off schakelaar.
De "output voltage" led's geven de waarde aan van de uitgangspanning.
De "output current" led's geven de waarde aan van de uitgangsstroom.
De overige led's geven aan in welke toestand de lader zich bevindt.

Figuur 5. Voorbeeld van het frontpaneel van een Titan lader.
De bediening:

Tijdens het laden van een loodzuuraccu kunnen explosieve gassen ontstaan. Voorkom open vuur en vonkvorming. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het laden.
Zodra de lader aangeschakeld wordt met de on/off schakelaar gebeurt het volgende:
☐ De “on” led knippert ongeveer 2 seconden. In deze eerste 2 seconden bekijkt de lader alle ingangssignalen en berekent de lader de benodigde laadspanning. Na deze 2 seconden schakelt de lader aan en gaat de “on” led aan.
- Afhankelijk van de conditie van de accu begint de lader in de boost- of de float-fase de accu te laden. Als aangenomen wordt dat de accu leeg is begint de lader in de boostfase de accu te laden en de "boost" led gaat aan.
□ Met een dipswitch is in te stellen dat de lader, onafhankelijk van de conditie van de accu, altijd in de boost-fase begint te laden.
Zodra de boostspanning is bereikt schakelt de lader automatisch naar de equalize-fase, de "boost" led gaat uit en de "equalize" led gaat aan. Deze fase is instelbaar en duurt 4, 8 of 12 uur.
□ Nadat deze tijd verstreken is schakelt de lader automatisch over naar de float-fase, de "equalize" led gaat uit en de "float" led gaat aan.
Nadat de accu is opgeladen hoeft de lader niet uitgeschakeld te worden en kan de accu op de lader aangesloten blijven.
3.3 Onderhoud
De Titan lader vereist geen specifiek onderhoud. Wel is een jaarlijkse controle van de accu aansluitingen aan te bevelen.
Houd de lader droog, schoon en stofvrij. Wanneer zich problemen met de Titan lader voordoen, kunt u aan de hand van het foutzoekschema in hoofdstuk 5 de storing opsporen.
4. OPTIES
De Titan lader is in de fabriek op standaardwaarden ingesteld. Sommige van deze standaardwaarden kunnen door een bevoegde elektricien veranderd worden. Dit hoofdstuk beschrijft welke waarden veranderd kunnen worden en hoe dit gedaan kan worden.

De behuizing van de acculader mag alleen geopend worden door een bevoegd elektriciën. Voordat de behuizing geopend wordt moet de verbinding met de netspanning worden onderbroken.

Er staat een gevaarlijke spanning op sommige metalen delen in de acculader.

Let op ! De waarde van de potmeters I, Vboost en Vfloat mogen alleen door een bevoegd electricien veranderd worden. De overige potmeters mogen in geen geval veranderd worden.
Het openen van de behuizing
Om de standaardwaarden te kunnen veranderen moet het frontpaneel van de lader verwijderd worden. Dit gaat als volgt:
☐ Haal de stekker uit het stopcontact.
□ Verwijder de 4 schroeven aan de voorkant van de laderbehuizing, zie figuur 6.
□ Verwijder het frontpaneel van de lader.
De waarden kunnen veranderd worden door potmeters te verdraaien of door posities van een DIP-switch te veranderen. Zie figuur 7 voor de posities van de potentiometers en de DIP-switch.

Figuur 6.
Verwijderen van het frontpaneel.

Figuur 7.
Positie van de DIP switch en de potentiometers.
4.1 Permanent boost-laden
Wanneer de accu bijna geheel ontladen is, is het raadzaam om de accu 10 uur lang in boost op te laden. Doe dit niet met gasdichte loodzuuraccu's. Neem contact op met uw Victron Energie dealer of accu leverancier voor meer informatie over het laden van accu's.
De lader instellen op permanent boost:
☐ Schuif DIP-switch nummer 8 “R boost” naar links. In deze stand 8 wordt de accu alleen in boost opgeladen.
☐ Het is niet raadzaam om de accu langer dan 10 uur in permanent boost op te laden, dit kan gasvorming in de accu veroorzaken en de accu kan hierdoor beschadigen.
- Controleer tijdens permanent boost laden regelmatig het waterniveau in de accu en vul dit bij indien noodzakelijk.

4.2 Afregelen van de laadspanningen
De float- en boostspanning zijn op standaard waarden afgesteld. De boostspanning is altijd hoger dan de floatspanning. Deze spanningen zijn aangeraden door de meeste accufabrikanten. Informeer voor de exacte afstelwaarde van uw accu bij uw acculeverancier. Voordat de laadspanning wordt aangepast moet altijd eerst de temperatuur sensor en/of de voltage-sense worden verwijderd.
Veranderen van de floatspanning:

□ Verwijder de accu's en alle andere gebruikers welke aangesloten zijn op de uitgang van de lader.
□ Sluit de netspanning aan en schakel de lader aan.
☐ Schuif de DIP-switches 7 “Eq2” en 6 “Eq1” naar links. Dit heeft tot gevolg dat de equalize tijd verkort wordt naar 0 uur, en de lader dus meteen naar float schakelt.
☐ Schuif DIP switch 4 “Fine” naar links, zodat de spanning extra 3 nauwkeurig kan worden afgeregeld.
□ Meet de floatspanning met een voltmeter.
☐ Regel de floatspanning af op de gewenste waarde met potentiometer "V float".
- Corrigeer de equalize tijd door DIP-switch 7 “Eq2” en 6 “Eq1” terug te schuiven.
☐ Schuif DIP switch 4 “Fine” weer neer rechts. In deze stand is de waarde van de uitgangsspanning veel minder gevoelig voor temperatuursinvloeden.
Veranderen van de boostspanning:
☐ Schuif DIP-switch 7 “Eq2” naar rechts en schuif DIP-switch 8 “R boost” naar links. De lader schakelt nu naar boost.
☐ Schuif DIP switch 4 “Fine” naar links, zodat de spanning extra nauwkeurig kan worden afgeregeld.
□ Meet de boostspanning met een voltmeter.
☐ Regel de boostspanning af op de gewenste waarde met potentiometer "V boost".
□ Schuif DIP-switch 8 “R boost” terug naar rechts.
- Corrigeer de equalize tijd door DIP-switch 7 “Eq2” en 6 “Eq1” terug te schuiven.
☐ Schuif DIP switch 4 “Fine” weer naar rechts. In deze stand is de waarde van de uitgangsspanning veel minder gevoelig voor temperatuursinvloeden.

4.3 Afregelen van de equalize tijd
De tijd van de equalize-fase kan veranderd worden, dit om de specificaties van de accu tegemoet te komen. De tijd kan op 0, 4, 8 of 12 uur gezet worden. Als 0 uur gekozen word betekent dit dat de lader de equalize-fase overslaat en dus direct doorschakelt naar de float-fase. De standaard instelling van de equalize tijd bedraagt 4 uur.
De equalize tijd kan worden ingesteld door de DIP-switches 7 “Eq2” en “Eq1” te verschuiven zoals staat aangegeven in onderstaand diagram.

4.4 Diodesplitter compensatie
Als er een diodesplitter (Victron Energy Argo) op de lader is aangesloten moet de laadspanning verhoogd worden om het spanningsverlies over de diodesplitter te compenseren. De diodesplitter-compensatie kan niet tezamen met de spanning-sense optie gebruikt worden. Dit heeft tot gevolg dat de laadspanning te hoog wordt.
Activeren van de diodesplitter-compensatie:
☐ Schuif DIP-switch 5 “split” naar links.

4.5 Tractie-compensatie
Als er met de Titan lader tractie-accu's opgeladen worden moet de tractie-compensatie geactiveerd worden. De laadspanning moet namelijk verhoogd worden. Zie de technische specificaties voor de tractie laadspanningen.
Activeren van de tractie-compensatie:
□ Schuif DIP-switch 3 "trac" naar links.

4.6 Gebruik als voeding
De Titan lader kan gebruikt worden als voeding zonder dat er een accu op de lader aangesloten hoeft te worden.
De lader als voeding gebruiken:
☐ Schakel de lader in de permanente boost stand, zie hoofdstuk 4.1.
☐ Regel de uitgangspanning af op de gewenste spanning, zie hoofdstuk 4.2.
Met de bovenstaande procedure is het instelbereik van de uitgangsspanning beperkt. Indien het volledige instelbereik gewenst is dient u contact op te nemen met uw Victron Energy dealer. Voor specificaties zie hoofdstuk 6.3.
4.7 De temperatuursensor
Op de lader kan de meegeleverde temperatuur-sensor aangesloten worden met een 3 meter lange kabel met gestripte en vertinde kabeluiteinden. De sensor moet op de accu gemonteerd worden. De sensor regelt afhankelijk van de accutemperatuur de laadspanning af.
Aansluiten van de temperatuursensor:
□ Sluit de netspanning af.
☐ Sluit de (-) zwarte draad van de temperatuursensor aan op de "-tmp" connector, zie figuur 8.
☐ Sluit de (+) rode draad van de temperatuur-sensor aan op de “+tmp” connector, zie figuur 8.
□ Sluit de netspanning weer aan.
□ Als de temperatuursensor goed is aangesloten, gaat de "TMP OK" led op de print aan. Als deze led niet aan gaat dan is de sensor fout aangesloten.

Figuur 8. Positie van de externe aansluitingen.
4.8 Accu's laden met voltage-sense

De spanningsense voorziening mag niet in combinatie met de diodesplitter-compensatie gebruikt worden. Hierdoor stijgt d e uitgangspanning tot een te hoge waarde, welke schadelijk kan zi voor de aangesloten accu.
Wanneer er een hoge stroom door dunne kabels loopt tussen de lader en de accu ontstaat er een spanningsverlies over de kabels. De spanning, gemeten op de accu polen, zal dan lager zijn dan de laadspanning van de lader. Hierdoor duurt het langer om de accu op te laden.
Daarom heeft de Titan lader een Voltage-sense optie. De Voltage-sense meet nauwkeurig de accuspanning en verhoogt de uitgangsspanning zodra er een spanningsverlies over de accu kabels is.
De lader kan niet meer dan 2 Volt aan spanningsverlies compenseren. Zodra het spanningsverlies groter dan 2 Volt is gaat de "failure" led aan en gaat de "on" led knipperen. De laadspanning wordt nu teruggeregeld zodat het spanningsverlies maximaal 2
Volt wordt. Wanneer dit gebeurt moet de lader uitgeschakeld worden en moeten de accukabels gecontroleerd of vervangen worden omdat ze te dun zijn of omdat ze slecht zijn aangesloten.
Installeren van de voltage-sense optie:
□ Sluit de netspanning af.
☐ Sluit een rode 0,75mm 2 draad aan tussen de positieve accu-pool en de “+vse” connector, zie figuur 8.
☐ Sluit een zwarte 0,75mm 2 draad aan tussen de negatieve accu-pool en de “-vse” connector, zie figuur 8.
□ Sluit de netspanning aan.
☐ De “VSE OK” led op de print gaat aan als alles goed is aangesloten, als de led uit blijft dan zijn de voltage-sense draden fout aangesloten.
4.9 Intelligent Startup
Vanuit de fabriek is de lader zo ingesteld dat bij het inschakelen van de lader de accuspanning wordt gecontroleerd (Intelligent Startup). Bij lege accu gaat de lader in de boost-fase laden. Indien de accu-spanning tijdens opstarten van de lader hoog genoeg is, zal de lader in de float-fase laden.
In sommige situaties is het gewenst dat de lader de accuspanning niet controleert bij het inschakelen. Dit is op deze lader mogelijk gemaakt door DIP-switch 2 "Watch" naar links te schuiven.
Als deze dipswitch naar links staat, dan begint de lader altijd in de boost-fase te laden.

Als DIP-switch 2 “Watch” naar rechts staat, dan wordt tijdens opstarten gekeken of de accuspanning al hoog genoeg is om te starten in float-mode, zoniet dan wordt alsnog in boost-mode gestart.
4.10 Aansluiten van het uitgangspannings alarm
□ De lader is uitgerust met een potentiaal vrij alarm contact (wisselcontact).
Als de accuspanning zich tussen Vmin en Vmax bevindt en de lader is ingeschakeld, is het contact geactiveerd. (Zie figuur 8, remote contacten: NO, NC, COM).
| Model Vmin Vmax | |
| 24V 23,8 Vdc 33,5 Vdc | |
| 48V 47,6 Vdc 67 Vdc |
4.11 Aansluiten van de remote panelen
Victron Energy levert vier remote panelen welke aangesloten kunnen worden op de lader. Zie figuur 8 voor de printconnector waar de remote panelen op kunnen worden aangesloten.
Het COV paneel:
Dit paneel heeft een potentiometer. Hiermee kan de maximale laadstroom verminderd worden. Dit kan gebruikt worden om de accu volgens zijn specificaties op te laden of om te zorgen dat de walzekering niet doorsmelt.
Aansluiten van het paneel:
□ Schakel de netspanning van de lader uit.
☐ Sluit de current control aan tussen de “+ pot” en “-pot” connector.
Het CMV paneel:
Dit paneel geeft de laad-fase en een eventuele foutmelding (failure) aan.
Aansluiten van het paneel:
□ Schakel de netspanning van de lader uit.
☐ Sluit de “boost” led aan op de “L_BO” connector.
☐ Sluit de “equalize” led aan op de“L_EQ” connector.
☐ Sluit de “float” led aan op de “L_FL” connector.
☐ Sluit de “failure” led aan op de “L_FA” connector.
☐ Sluit de “ground” aan op de“GND” connector
Het CSV paneel:
Dit paneel heeft een “on” led en kan de lader aan of uit schakelen. Dit paneel werkt alleen als de “on/off” schakelaar op de kast van de lader op “on” staat.
Aansluiten van het paneel:
☐ Schakel de netspanning van de lader uit.
☐ Sluit de “on” led aan op de “L_ON” connector.
☐ Sluit de “ground” aan op de“GND” connector
☐ Sluit de aansluiting “TG switch” aan op de “REM” connector.
Het SKC paneel:
Dit paneel geeft aan of de lader uit of aan is, in welke fase de lader zich bevindt en heeft een potentiometer. Met de potentiometer kan de maximale laadstroom verminderd worden. Dit kan gebruikt worden om de accu nauwkeuriger volgens de specificaties van de accufabrikant op te laden of om te zorgen dat de walzekering niet doorsmelt.
Aansluiten van het paneel:
□ Schakel de netspanning van de lader uit.
☐ Sluit de “on” led aan op de “L_ON” connector.
☐ Sluit de “boost” led aan op de “L_BO” connector.
☐ Sluit de “float” led aan op de “L_FL” connector.
☐ Sluit de “ground” aan op de“GND” connector.
☐ Sluit de current control aan tussen de “+ POT” en “-POT” connector.
4.12 Aansluiten van de remote aan/uit schakelaar
Op de lader kan een remote aan/uit schakelaar aangesloten worden. Met deze schakelaar kan de lader op een afstand aan en uit geschakeld worden. Deze schakelaar werkt alleen als de “on/off” schakelaar op de kast van de lader op “on” staat.
Aansluiten van de schakelaar:
□ Schakel de netspanning van de lader uit.
☐ Sluit de schakelaar aan tussen de "REM" en de "GND" connector.
4.13 Aansluiten van de remote boost schakelaar
Op de lader kan een remote boost schakelaar aangesloten worden. Met deze schakelaar kan de lader op afstand permanent in de boostfase geschakeld worden.
Wanneer er parallelle belastingen op de accu aangesloten zijn, is het aan te raden om de lader, via deze schakelaar, in de permanent boost te schakelen, zodat de accu's niet te veel ontladen worden.
Als de schakelaar gesloten wordt, schakelt de lader naar permanent boost. Zodra de schakelaar weer geopend wordt, schakelt de lader automatisch naar float. Dit om de accu niet te overladen met de hogere boostspanning.
Aansluiten van de boost schakelaar:
☐ Schakel de netspanning van de lader uit.
☐ Sluit de schakelaar aan tussen de “RBOO” en de “GND” connector.
4.14 Aansluiten van een Voltmeter
Op de remote connector kan een Voltmeter worden aangesloten. Dit kan zowel een digitale als een analoge Voltmeter zijn. Deze uitgang is alleen bruikbaar indien men voltage-sense heeft aangesloten. De spanning op deze uitgang is in dat geval gelijk aan de spanning op het punt waar de voltage-sense is aangesloten.
Aansluiten van een Voltmeter
□ Schakel de netspanning van de lader uit.
□ Zorg er voor dat de voltage-sense is aangesloten, zie paragraaf 4.8.
☐ Sluit een zwarte draad aan tussen de - aansluiting van de Voltmeter en “-VM” op de remote connector.
☐ Sluit een rode draad aan tussen de + aansluiting van de Voltmeter en “+VM” op de remote connector.
□ Schakel de netspanning weer in.
4.15 Aansluiten van een Ampère meter
Op de remote connector kan een millivolt meter worden aangesloten, die de uitgangsstroom van de lader weergeeft.
Voor de 80A lader is een meter nodig die bij 60mV ingangsspanning 80A aangeeft. Voor de 50A lader is een meter nodig die bij 60mV ingangsspanning 50A aangeeft. Voor de 100A lader is een meter nodig die bij 60mV ingangsspanning 100A aangeeft.
Aansluiten van een Ampère meter
□ Schakel de netspanning van de lader uit.
☐ Sluit de mV meter aan op de uitgangen “+AM” en “-AM”.
☐ Schakel de netspanning weer in.
5. STORINGEN
Wanneer er een storing optreedt in de acculader, kan het onderstaande diagram u helpen om de storing op te sporen. Voordat er controles aan de acculader uitgevoerd worden, moet alle apparatuur die op de acculader aangesloten is, losgekoppeld worden. Indien de storing niet verholpen kan worden neem dan contact op met uw Victron Energy dealer.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
| De lader werkt niet De ingangszekering | De waarde van de netspanning moet tussen de 185Vac en 265 Vac liggen. is kapot. Breng de lader terug naar uw dealer. | Meet de netspanning en zorg dat deze tussen de 185Vac en 265 Vac komt te liggen. | |
| De accu wordt niet volledig opgeladenEen slechte accu-aansluiting. | De duur van de equalize-fase is te kort. | Stel de duur van de equalize-fase op een langere tijd in. | |
| sluiting. Controleer de accu-aansluitingen. | |||
| De boostspanning is op een verkeerde waarde ingesteld. | Regel de boostspanning af op een goede waarde. | ||
| De floatspanning is op een verkeerde waarde ingesteld. | Regel de floatspanning af op een goede waarde. | ||
| De capaciteit van de accu is te groot. Sluit een accu aan met een kleinere capaciteit of installeer een grotere lader. | |||
| De uitgangszekeringen zijn kapot. Vervang de uitgangszekeringen. | |||
| De accu wordt overladenDe boostspanning is op een verkeerde waarde ingesteld. | Schakel de continue boost optie uit. (DIP-switch: Rboost). | ||
| De floatspanning is op een verkeerde waarde ingesteld. | Regel de boostspanning af op een goede waarde. | ||
| Een slechte accu. Conntroleer de accu. Een te kleine accu. Reduccer de laadstroom. | |||
| De accu staat te warmSluit een temperatuursensor aan | |||
| De failure led is aan De lader is uitgeschakeld door een te hoge omgevingstemperatuur. | Plaats de lader in koelere of beter geventileerde ruimte. | ||
| De failure led knippert De lader reduccert de uitgangsstroom door een te hoge omgevingstemperatuur. | Plaats de lader in koelere of beter geventileerde ruimte. | ||
| De failure led knippert in code 1 De uitgangszekeringen zijn kapot. | Vervang de uitgangszekeringen. | ||
| De failure led is aan en de on led knippert Er is een spanningsverlies in de accukabels van meer dan 2 Volt. | Schakel de lader uit. Vervang de accukabels of sluit ze goed aan. | ||

De behuizing van de acculader mag alleen geopend worden door een bevoegd elektriciën. Voordat de behuizing geopend wordt moet de verbinding met de netspanning worden onderbroken.
Schakelgedrag De lader kan onder elke belasting inschakelen
Rendement 24/80 85 % bij 230Vac en 30Vdc 80A
24/100 85 % bij 230Vac en 30Vdc 100A
48/50 85 % bij 230Vac en 60Vdc 50A
Temperatuursbereik 0 °C tot +40 °C, uitgangsvermogen neemt af als
temperatuur > +40°C is
EMC Overeenkomstig Council Directive 89/336 EEG
Emissie EN 55014 (1993)
EN 61000-3-2 (1995)
EN 61000-3-3 (1995)
Immuniteit EN 55104 (1995)
Vibratie IEC 68-2-6 (1982)
Veiligheid EN 60335-2-29 (1991)
6.2 Ingang
Ingangspanningsbereik 185 - 265 Vac, vol uitgangsvermogen beschikbaar
Ingangspanningsbereik 3-Ph 320 - 460 Vac 3-Ph, vol uitgangsvermogen beschikbaar
Frequentiebereik 45 - 65 Hz, vol uitgangsvermogen beschikbaar
Maximale ingangsstroom Bij 230Vac ingangsspanning :
model: 24/80 13A bij 30V / 80A
24/100 16A bij 30V / 100A
24/100 3-Ph 3x 6A bij 30V / 100A
48/50 16A bij 60V / 50A
Ingangszekering
model: 24/80 250Vac/ 8A en 12A snel 6,3x32mm, of equivalent
Uitgangsspanningsbereik 24-33Vdc 24-33Vdc 48-66Vdc
Uitgangsspanningsbereik 0-33V 0-33V 0-66V voedingsstand 2
Voltage compensatie voor + 0,6 V + 0,6 V + 0,6 V
diodesplitter, via DIP-switch Laadkarakteristiek IUoUo IUoUo IUoUo
Boost-laadspanning compensatie voor een +2,0 V +2,0V +4,0 V
tractie-accu, via DIP-switch Maximale uitgangsstroom 80A 100A 50A
Uitgangsstroombereik 0 - 80A 0 - 100A 0 - 50A
Uitgangsspanningsrimpel gemeten met een 25A of 50A <100mVtt <100mVtt <200mVtt ohmse belasting
Maximaal uitgangsvermogen 2400W 3000W 3000W
Kortsluitstroom 80A 100A 50A
Maximale startaccu-stroom 4A 4A n.v.t.
alarm relais "Low battery" 23,8 Vdc 23,8 Vdc 47,6 Vdc
Uitgangszekering 6 x 20A 8 x 20A anders *
(platte auto zekering)
Acculekstroom, wanneer de
acculader is uitgeschakeld. ≤ 6,4 mA ≤ 6,4 mA ≤ 6,4 mA
6.4 Mechanisch
TG 24/80 TG24/100 TG 24/100 3-Ph
TG48/50
Kast Aluminium,
zeewaterbestendig
Aluminium,
zeewaterbestendig
Bescherming IP 21 IP 21
Kleur Blauw (RAL5012), epoxy
Blauw (RAL5012), epoxy
coating
coating
Afmetingen 368 x 250 x 257mm 515 x 260 x 265mm
Afmetingen incl. 438 x 320 x 330mm 645 x 370 x 375mm
verpakking
Netspanningsaan- Aansluitblok, geschikt
Aansluitblok, geschikt voor
sluiting 230Vac voor draden tot 4 mm²
draden tot 10 mm²
Accu-aansluiting
M8 bouten
M8 bouten
Aardaansluiting
M6 bouten
M6 bouten
Temperatuursensor
Aansluitblok
Aansluitblok
Startaccu-
Aansluitblok, geschikt
Aansluitblok, geschikt voor
aansluiting
voor draden tot 1,5 mm²
draden tot 1,5 mm²
Koeling
Geforceerde luchtkoeling
Geforceerde luchtkoeling
Geluid
< 45dB(A)
< 45dB(A)
Relatieve
95% (maximaal)
95% (maximaal)
vochtigheid