Twinclip 955 VR - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Twinclip 955 VR STIGA in PDF-formaat.

📄 425 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIGA Twinclip 955 VR - page 264
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : Twinclip 955 VR

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Twinclip 955 VR - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Twinclip 955 VR van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING Twinclip 955 VR STIGA

Lopend bediende grasmaaier - GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing  .........................................

LET OP: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AAN- DACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften. INHOUDSOPGAVE

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen,  die gegevens van bijzonder belang bevatten met  betrekking tot de veiligheid of de werking, op verschillende  wijze gekenmerkt, volgens het volgende criterium:

OPMERKING OFWEL BELANGRIJK

verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool   wijst op een gevaar. Veronachtzaming van  de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of  letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze  stippen-boord wijzen op optionele kenmerken die  niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze  handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen “voor”, “achter”, “rechts” en “links”  hebben betrekking op de zithouding van de bestuurder.

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen  zijn genummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in  afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst:  “Zie afb. 2.C" of eenvoudigweg "(Afb. 2.C)”. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen  kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken  en paragrafen. De titel van de paragraaf “2.1 Training” is een ondertitel van “2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen  naar titels of paragrafen zijn aangegeven met  de afkorting hfdst. of par. en het desbetreend  nummer. Voorbeeld: “hfdst. 2” of “par. 2.1”

  3.1  Beschrijving machine en beoogd gebruik .......... 3

7.5 Moeren en schroeven voor bevestiging............ 10

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedie- ningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door  kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn  met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van  de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
  • Gebruik de machine nooit indien de gebruiker  vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen,  drugs, alcohol of andere stoen ingenomen  heeft die een negatieve invloed kunnen hebben  op zijn reactievermogen en aandacht.
  • Vervoer geen kinderen of andere passagiers.
  • Denk eraan dat de persoon die de machine bedient  of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en  onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de  verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s,  die het terrein waarop hij moet werken met zich  mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige  voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn  eigen veiligheid en die van anderen, met name op  hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
  • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen,  moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de  gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Draag werkhandschoenen voor alle handelingen  die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen.
  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden,  kledij met losse delen, of met bandjes of dassen   of andere hangende of wijde accessoires die  vastgegrepen kunnen worden door de machine of  voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
  • Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden. Werkzone / Machine
  • Controleer grondig de hele werkzone en  verwijder alles wat door de machine weg zou  kunnen uitgestoten worden of de snij-inrichting/ draaiende organen zou kunnen beschadigen  (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.). Benzinemotoren: brandstof GEVAAR!  De brandstof is zeer ontvlambaar.
  • Bewaar de brandstof in speciale houders die daarvoor  gehomologeerd zijn, op een veilige plaats, uit de  buurt van warmtebronnen of naakte vlammen.
  • Zorg ervoor dat de houders vrij blijven van resten gras, bladeren of een overdreven hoeveelheid vet.
  • De recipiënten moeten buiten het bereik  van kinderen bewaard worden.
  • Rook niet tijdens het tanken of het bijvullen van brandstof  of elke keer wanneer men met de brandstof werkt.
  • Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof  toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien.
  • Open de dop van het reservoir langzaam om  de interne druk geleidelijk aan af te laten.
  • Reinig onmiddellijk elk spoor van brandstof dat  op de machine of op de grond gelekt is.
  • Draai de dop altijd weer goed op het brandstofreservoir  en op de houder van de brandstof.
  • Start de machine nooit op de plaats waar de brandstof  bijgevuld werd; de motor moet steeds gestart  worden op een afstand van minstens 3 meter van  de plaats waar de brandstof bijgevuld werd.
  • Zorg ervoor dat de brandstof niet in aanraking komt  met de kledij en trek in ieder geval steeds nieuwe  kleren aan vooraleer de motor op te starten.
  • Schakel de motor niet aan in gesloten ruimtes, waar  er zich gevaarlijke koolstofmonoxidedampen kunnen  vormen. De machine dient altijd in de open lucht of  in een goed geventileerde ruimte gestart te worden!  Denk er altijd aan dat de uitlaatgassen giftig zijn!
  • Richt, tijdens het opstarten van de machine,  de geluiddemper en dus de uitlaatgassen  nooit naar ontvlambare materialen.
  • Gebruik de machine niet in omgevingen met  gevaar op ontplong, in aanwezigheid van  ontvlambare vloeistoen, gas of stof. De  elektrische gereedschappen genereren vonken  die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
  • Werk enkel bij daglicht of met goed kunstmatig  licht en bij goede zichtbaarheid.
  • Verwijder personen, kinderen en dieren uit de  werkzone. De kinderen moeten onder toezicht  van een andere volwassene staan.
  • Werk niet op nat gras, bij regen of bij risico op onweer,  in het bijzonder wanneer er kans op bliksem bestaat.
  • Let bijzonder goed op de onregelmatigheden  van het terrein (drempels, geulen), op de  hellingen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die  de zichtbaarheid zouden kunnen beperken.NL - 3
  • Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken. De machine kan omkantelen indien een  wiel over de rand gaat of indien de rand inzakt.
  • Werk in de dwarse richting van de helling en nooit in  de richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, verzeker  ervan een goed  steunpunt te hebben, en let er goed op dat de wielen  niet op hindernissen stoten (stenen, takken, wortels,  enz.) die een zijdelingse verschuiving of verlies van  controle over de machine zouden kunnen veroorzaken.
  • Let goed op het verkeer, wanneer de machine  dicht bij de straat gebruikt wordt.
  • Om brandgevaar te voorkomen, de machine  niet met warme motor achterlaten op bladeren,  droog gras, of ander ontvlambaar materiaal. Gedrag
  • Let op wanneer u achteruit of achterwaarts rijdt. Kijk  achteruit voor en tijdens het achteruit rijden om u  ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
  • Loop nooit, maar stap.
  • Laat u niet door de grasmaaier trekken.
  • Houd altijd de handen en voeten ver van de snij- inrichting, zowel wanneer de motor gestart wordt  als tijdens het gebruik van de machine.
  • Let op: het snij-element blijft gedurende  enkele seconden na zijn afkoppeling of na  uitschakeling van de motor draaien.
  • Blijf steeds op afstand van de aaatopening.
  • Raak de delen van de motor niet aan, tijdens het  gebruik worden ze heet. Gevaar voor brandwonden. In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven. Beperkingen voor het gebruik
  • Gebruik de machine nooit wanneer de  beveiligingen beschadigd zijn, ontbreken of niet  correct geplaatst zijn (opvangzak, zijdelingse  aaatbescherming, achterste aaatbescherming).
  • Gebruik de machine niet indien de  toebehoren/werktuigen niet op de  voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn.
  • De aanwezige veiligheidsinrichtingen/ microschakelaars niet uitschakelen,  afschakelen, verwijderen of schenden.
  • Wijzig de afstellingen van de motor niet, en overbelast  hem niet. Indien de motor aan een te hoog toerental  werkt, verhoogt het risico op persoonlijke letsels.
  • Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine  machine om zware werken te verrichten; het gebruik van  een machine met aangepaste afmetingen zal de risico’s  beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.
  • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of  beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden.
  • Om het risico op brand te verminderen,  moet men regelmatig controleren of er geen  lekken van olie en/of brandstof zijn.
  • Tijdens de afstellingen van de machine, moet  men erop letten dat de vingers niet tussen  de bewegende snij-inrichting en de vaste  delen van de machine geklemd geraken. Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdre- ven bewegingssnelheid en gebrekkig onderhoud heb- ben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevol- ge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk. Stalling
  • Zet de machine niet met brandstof in de tank in een  ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonken  of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
  • Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten  ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

2.5 BESCHERMING VAN DE OMGEVING

De milieubescherming moet een belangrijk en  prioritair aspect vormen voor het gebruik van de  machine, ten gunste van de civiele samenleving  en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren.  Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet  's ochtends vroeg of 's avonds laat wanneer  dit andere personen zou kunnen storen).
  • Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het  verwerken van de verpakking, versleten delen of eender  welk element met een sterke invloed op het milieu;  deze afval mag niet met de huisafval weggeworpen  worden, maar moet gescheiden worden en aan  speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die  de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
  • Volg scrupuleus de lokale normen op  voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag  deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar  moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden,  volgens de geldende plaatselijke normen.

BEOOGD GEBRUIK Deze machine is een lopend bediende grasmaaier. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die  een snij-inrichting aanschakelt die beschermd is door  een carter, voorzien van wielen en een handgreep.NL - 4 De bediener kan de machine besturen en de  belangrijkste commando’s bedienen terwijl hij  steeds achter de handgreep blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende snij-inrichting. Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen  de motor en de snij-inrichting na enkele seconden stil.

3.1.1 Voorzien gebruik

grond aaten (indien voorzien).

3. Het gras maaien en zijdelings aaten (indien voorzien)

4. Het gras maaien, jnmalen en op het gazon 

achterlaten (eect "mulching" - indien voorzien). Het gebruik van bijzonder toebehoren, voorzien  door de Fabrikant als oorspronkelijke uitrusting of  afzonderlijk aan te kopen, staat toe dit werk uit te  voeren volgens de verschillende werkwijzen die  in deze handleiding of in de instructies die met het  toebehoren geleverd worden, beschreven zijn.

3.1.2 Onjuist gebruik

Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat  hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en  schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):

  • Andere personen, kinderen of dieren op de machine  vervoeren, aangezien deze zouden kunnen vallen en  ernstige letsels zouden kunnen opdoen of de veiligheid  van de rit in het gedrang zouden kunnen brengen.
  • Zich door de machine laten vervoeren.
  • De machine gebruiken voor het aanslepen  of aanduwen van een last.
  • De snij-inrichting aanschakelen op zones zonder gras.
  • De machine gebruiken voor het  verzamelen van bladeren of afval.
  • De machine gebruiken voor het knippen van heggen  of voor het maaien van andere vegetatie dan gras.
  • De machine gebruiken door meer  dan één persoon tegelijk. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.

3.1.3 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door  consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor een "amateuriëel gebruik". BELANGRIJK De machine mag steeds slechts door een enkele bediener gebruikt worden.

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig  (afb.2.0). Hun taak is de bediener te herinneren aan het  gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de  nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen: Let op: Lees de aanwijzingen  alvorens de machine te gebruiken. Waarschuwing! Steek uw handen  of voeten niet in de holte van de snij- inrichting. Maak de dop van de bougie  los en lees de aanwijzingen vóór eender  welke onderhoudswerkzaamheid  of reparatie te verrichten. Gevaar! Risico op wegschietende voorwerpen. Houd de personen tijdens het gebruik buiten de werkzone. Gevaar! Gevaar voor snijwonden. Bewegende snij-inrichting.  Steek  uw handen of voeten niet in de  holte van de snij-inrichting. BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL

Het identicatielabel geeft de volgende  gegevens aan (afb.1.0).

2. CE-conformiteitsteken.

voor de werking van de motor.

9. Massa van de machine met lege tank in kg.

Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de  vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens die aangegeven zijn op het identicatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de voorlaatste pagina's van de handleiding.

3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De machine is samengesteld uit de volgende  hoofdonderdelen, met de volgende functies (afb.1.0): A. Chassis: dit is de carter die de draaiende snij-inrichting omvat.NL - 5 B. Motor: geeft de beweging zowel van  de snij-inrichting als van de aandrijving aan de wielen (indien voorzien). C. Snij-inrichting: dit is het element  dat het gras maait. D. Achterste aaatbeveiliging: dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele voorwerpen, die  door de messen meegenomen worden, ver  van de machine weg kunnen schieten. E. Achterste aaatdeector (indien voorzien): deze dient niet alleen om het gemaaide gras  achteraan op het terrein af te laten, maar vormt  bovendien een veiligheidselement, daar het  voorkomt dat eventuele voorwerpen, die door  de snij-inrichting meegenomen worden, ver  van de machine weg kunnen schieten. F. Zijdelingse aaatbeveiliging (indien voorzien): dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele  voorwerpen, die door de messen meegenomen  worden, ver van de machine weg kunnen schieten. G. Zijdelingse aaatdeector (indien voorzien): deze dient niet alleen om het gemaaide gras  zijdelings op het terrein af te laten, maar vormt  bovendien een veiligheidselement, daar het  voorkomt dat eventuele voorwerpen, die door  de snij-inrichting meegenomen worden, ver  van de machine weg kunnen schieten. H. Opvangzak: deze dient niet alleen om het  gemaaide gras op te vangen, maar vormt  bovendien een veiligheidselement, daar het  voorkomt dat eventuele voorwerpen, die door  de snij-inrichting meegenomen worden, ver  van de machine weg kunnen schieten.

I. Steel: dit is de werkpositie van de bediener. 

Dank zij de lengte van de steel, kan de bediener  tijdens het werk steeds op een veiligheidsafstand  van de draaiende snij-inrichting blijven. J. Hendel rem motor / snij-inrichting: deze hendel staat toe de motor op te starten en te stoppen en  schakelt tegelijkertijd de snij-inrichting in/uit. K. Bedieningshendel aandrijving: dit is de hendel die de aandrijving aan de wielen inschakelt en de  voortbeweging van de machine mogelijk maakt.

De veiligheidsnormen die in acht genomen mo- eten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Om vervoers- en opslagredenen worden sommige  onderdelen van de machine niet direct in de fabriek  gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd  te worden aan de hand van de volgende instructies. De machine moet op een vlakke en solide onder- grond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. Ge- bruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.

4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE

De verpakking bevat de onderdelen voor de montage.

1. Open de verpakking voorzichtig, let erop 

geen onderdelen te verliezen.

2. Raadpleeg de documentatie in de doos, 

inclusief deze gebruiksaanwijzingen.

3. Haal alle onderdelen die niet

gemonteerd zijn uit de doos.

volgens de plaatselijke normen.

4.2 MONTAGE VAN DE ZAK

De zak wordt reeds gemonteerd geleverd. Verzeker u ervan dat de onderdelen correct  gemonteerd zijn (afb.3.A) (Type “I” - “II”).

4.3 MONTAGE VAN DE STEEL

Open de steel voorzichtig in de werkpositie  (afb.4.A). Steek de startkabel in de onderste en bovenste  geleidespiralen(7a) en draai de moer (afb.4.B) aan.

Stelt het aantal toeren van de motor af (afb.6.A). De diverse standen staan als volgt aangeven op de sticker:

1. Vol toerental. Dit moet steeds gebruikt 

worden tijdens de werking van de machine.

2. Minimum. Te gebruiken wanneer de motor 

warm genoeg is tijdens de parkeerfasen.

3. “Choke” ingeschakeld. Dit wordt 

gebruikt om de motor koud op te starten.NL - 6 OPMERKING Met start bij koude motor wordt bedoeld een start na minstens 5 minuten dat de motor uitgeschakeld is of na het bijvullen van brandstof.

5.4 COMMANDO SNELHEIDSREGELAAR

De snelheidsregelaar staat toe de voortbewegingssnelheid te regelen (afb.7.A). De diverse standen staan als volgt aangeven op de sticker:

BELANGRIJK De overgang van een snelheid op een andere gebeurt wanneer de motor draait en de koppeling ingeschakeld is. Raak de snelheidsregelaar aan niet wanneer de motor uitgeschakeld is. Dit kan de regelaar zelf beschadigen. OPMERKING Indien de machine niet vooruitgaat met de bediening in de stand « » volstaat het de hendel in de stand « » en vlak daarna weer in de stand « » te brengen.

Deze hendel schakelt de aandrijving aan de wielen  in en staat de voortbeweging van de machine toe.

1. Aandrijving ingeschakeld. De grasmaaier 

beweegt wanneer de hendel tegen de steel  geduwd is (afb.8.B). De grasmaaier stopt met  rijden wanneer de hendel losgelaten wordt. Activering van de transmissie. (Afb.8.B) BELANGRIJK De motor moet steeds met uitgeschakelde aandrijving gestart worden. BELANGRIJK Om te vermijden de aandrijving te beschadigen, mag men de machine niet achteruit trekken met de aandrijving ingeschakeld.

  • Regeling Type "II". De hoogteverstelling van de maaihoogte  gebeurt aan de hand van de daarvoor bestemde  hendel (afb.9.C) die de chassis omhoog of  omlaag brengt tot op de gewenste positie.

6. GEBRUIK VAN DE MACHINE

De veiligheidsnormen die in acht genomen mo- eten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. BELANGRIJK Voor de aanwijzingen met betrekking op de motor en de accu (indien voorzien), verwijst men naar de desbetreende handleidingen.

6.1.1 Olie en benzine bijvullen

BELANGRIJK De machine wordt zonder motorolie en brandstof geleverd. Alvorens de machine voor de eerste keer na de aankoop  te gebruiken, moet men brandstof en olie bijvullen  volgens de werkwijzen en met inachtneming van de  voorzorgsmaatregelen die aangegeven zijn in de  Gebruiksaanwijzing van de motor en in de par. 7.2/7.3. Voor eender welk gebruik Controleer of er brandstof aanwezig is en controleer  het oliepeil volgens wat aangegeven is in de  Gebruiksaanwijzing van de motor en in de par. 7.2/7.3.

6.1.2 Voorbereiding van de machine voor het werk

OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verschillende wijzen maaien; vooraleer het werk aan te vangen, raadt men aan de machine af te stellen al naargelang de wijze waarop men het gras wil maaien. a. Voorbereiding voor het maaien en opvangen van het gras in de opvangzak:NL - 7

1. Bij de modellen met mogelijkheid tot zijdelings 

aaten: verzeker u ervan dat de zijdelingse  aaatbeveiliging (afb.10.B) omlaag is en geblokkeerd  is met de veiligheidshendel (afb.10.B).

2. Plaats de opvangzak zoals aangegeven op de 

afbeelding  (afb.10.C). Plaats de zijdelingse pinnen in  de geleiders aan de basis van de steel (afb.10.D) en  duw de zak vooruit tot u een "klik" hoort (afb.10.E).

1. Plaats de achterste aaatbeveiliging (afb.11.A) 

omhoog en bevestig de opvangzak correct  door de zijdelingse pinnen in de geleiders op de basis van de steel te steken (afb.11.B). b. Voorbereiding voor het maaien en aaat van het gras op de grond achteraan:

3. Bij de modellen met mogelijkheid tot 

zijdelings aaten: verzeker u ervan  dat de zijdelingse aaatbeveiliging  (afb.12.C) omlaag is en geblokkeerd is  met de veiligheidshendel (afb.12.D). Om de achterste aaatdeector te verwijderen:

hem los uit de openingen (afb.12.B). c. Voorbereiding voor het maaien en jnmalen van het gras (functie “mulching”):

2. Bij de modellen met mogelijkheid tot zijdelings 

aaten: verzeker u ervan dat de zijdelingse  aaatbeveiliging (afb.12.C) omlaag is en  geblokkeerd is met de veiligheidshendel (afb.12.D). Om de deectordop te verwijderen:

1. Til de achterste aaatbeveiliging op (afb.13.A).

2. Verwijder de deectordop (afb.13.B).

d. Voorbereiding voor het maaien en zijdelingse aaat van het gras op de grond :

3. Plaats de zijdelingse aaatdeector (afb.14.E).

4. Hersluit de zijdelingse aaatbeveiliging 

(afb.14.D) zodat de zijdelingse aaatdeector  (afb.14.E) geblokkeerd is. Om de achterste aaatdeector te verwijderen:

6. Maak de zijdelingse aaatdeector los (afb.14.E).

Om de deectordop te verwijderen:

1. Til de achterste aaatbeveiliging op (afb.14.A).

2. Verwijder de deectordop (afb.14.B).

6.1.3 Afstelling van de maaihoogte

Stel de maaihoogte af zoals aangegeven in (par. 5.7).

6.1.4 Afstelling van de steel

Doe dit enkel wanneer de snij-inrichting stil staat. De hoogte van de steel kan op 3 verschillende  posities afgesteld worden, die aangegeven zijn door  de indicator op de basis van de steel (afb.15.A). Om de hoogte van de steel te wijzigingen, moet men  beide hendels aan de zijkanten van de steel gebruiken  (afb.15.B) (Type “I”- “II”), en ze op hun positie houden. Breng de steel voorzichtig naar de gewenste  hoogte en laat beide hendels los. Vanuit de werkpositie kan de steel  ook dichtgeplooid worden.

6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

Voer de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen  met wat aangegeven is in de tabellen. Voer steeds de veiligheidscontroles uit vooraleer de machine te gebruiken.

6.2.1 Algemene veiligheidscontrole

Object Resultaat Handgrepen Schoon, droog. Steel Correct en stevig aan de machine bevestigd. Snij-inrichting Schoon, niet beschadigd of versleten. Achterste aaatbescherming;  opvangzak ongeschonden. Geen schade. Correct gemonteerd. Zijdelingse aaatbescherming,  zijdelingse aaatdeector ongeschonden. Geen schade. Correct gemonteerd. Hendel rem motor  / snij-inrichting De hendel moet vrij  kunnen bewegen, zonder  geforceerd te worden,  en bij het loslaten moet  deze automatisch en  snel terug in de neutrale stand komen.NL - 8 Startkabel De kabel moet  ongeschonden zijn. Schroeven/moeren  op de machine en op  de snij-inrichting Goed vastgedraaid (niet los). Elektrische kabels  en kabel bougie Ongeschonden om de  vorming van vonken  te vermijden. Kap van de bougie Ongeschonden en correct op de bougie gemonteerd. Machine Geen tekens van  beschadiging of slijtage.

6.2.2 Test werking van de machine

automatisch en snel  naar de neutrale stand terugkeren, de  motor moet stilvallen  en de snij-inrichting moet binnen enkele  seconden stoppen.

van de aandrijving in.

3. Laat de hendel van

en de machine stopt  de voortbeweging. Rijtest Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluid. Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Richt u tot een dienstencentrum voor de nodige controles en herstelling.

OPMERKING Start de machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras.

6.3.1 Modellen met handmatige start

1. In geval van koud starten: de versnelling

inrichting naar de steel (afb.16.A). OPMERKING De hendel rem motor / snij- inrichting moet aangetrokken gehouden worden om te vermijden dat de motor stilvalt.

4. Breng de versnellingshendel na het

inschakelen naar de stand van het  vol toerental (indien aanwezig). OPMERKING Het gebruik van het commando "Choke" bij reeds warme motor kan de bougie vervuilen en een onregelmatige werking van de motor veroorzaken.

6.3.2 Modellen met elektrisch

startcommando met toets

1. Plaats de meegeleverde accu in de holte voorzien 

op de motor (afb.17.A.1 / 17.A.2). (Volg de  aanwijzingen in de handleiding van de motor.) Op sommige modellen is er een motor  met geïntegreerde niet-verwijderbare  accu voorzien (afb.17.A.3).

2. Steek de sleutel goed in (indien 

aanwezig) (afb.17.B).

  • Indicator  aan  =  de  accu  is  behoorlijk  op- geladen
  • Indicator knippert = de accu is bijna leeg
  • Indicator  uit  =  de  accu  is  bijna  helemaal  leeg Volg de instructies in de instruc- tiehandleiding  voor  de  noodoplaadmotor  via een extern USB-oplaadapparaat (niet  meegeleverd met de machine). OPMERKING De hendel rem motor / snij- inrichting moet aangetrokken gehouden worden om te vermijden dat de motor stilvalt.

4. Druk op de starttoets en houd deze 

ingedrukt tot de motor ingeschakeld is.  (afb.17.D). In de (afb.17.A.3)-motoren, gaat de laadstatusindicator  van de accu (1) uit. Voor meer informatie in verband met de motor, verwijst  men  naar  de  aanwijzingen  van  de  handleiding  van  de  motor.NL - 9

BELANGRIJK Behoud tijdens het werk steeds de veiligheidsafstand ten opzichte van de snij-inrichting, die overeenstemt met de lengte van de steel.

6.4.1 Het gras maaien

2. Pas de snelheid en de maaihoogte aan (par. 

5.7) aan de condities van het gazon (hoogte,  dichtheid en vochtigheid van het gras) en  aan de hoeveelheid gemaaid gras.

3. Het gazon zal er beter uitzien als het steeds

op dezelfde hoogte en afwisselend in de  twee richtingen gemaaid wordt (afb.19.0). In geval van "mulching" of aaat van het gras achteraan:

  • Vermijd steeds grote hoeveelheden gras af te  snijden. Maai nooit meer dan een derde van de totale  hoogte van het gras in een enkele beurt (afb.18.0).
  • Houd het chassis steeds goed schoon (par. 7.4.2). In geval van zijdelingse aaat: het is raadzaam  een baan te volgen waarbij het gemaaide  gras niet op het deel van het veld dat nog gemaaid moet worden, afgelaten wordt

6.4.2 Tips om altijd een mooi gazon te hebben

  • Voor een mooi, groen en zacht gazon is het nodig dat  het gras regelmatig gemaaid wordt. Het gazon kan  van verschillende soorten gras zijn. Bij regelmatige  maaibeurten, groeit het gras sneller, waardoor meer  wortelgroei ontstaat en een mooi dicht gazon bekomen  wordt; indien minder vaak gemaaid wordt, wordt ook  de groei van hoog en wild gras bevorderd (klaver,  margrieten, enz.) De maaifrequentie wordt bepaald  aan de hand van de groei van het gras, waarbij  vermeden moet worden dat het gras te hoog wordt.
  • De optimale hoogte van het gras van een goed verzorgd  gazon bedraagt ongeveer 4-5 cm en met een enkele  maaibeurt wordt best niet meer dan een derde van  de volledig lengte gemaaid. Als het gras erg hoog is,  raden wij aan om het gazon, met tussenpoos van één  dag, in twee keer te maaien, de eerste keer met de  snij-inrichtingen in de hoogste stand en de tweede  keer met de snij-inrichtingen in de gewenste stand.
  • Een te laag maainiveau veroorzaakt scheuren en  leegtes in het grasveld, en een “gevlekt” aspect.
  • In de warmste en droogste tijden van het jaar  is het beter om het gras iets hoger te laten  worden zodat het gazon niet uitdroogt.
  • Het is beter het gras te maaien als het gazon goed  droog is. Maai het gras niet wanneer het nat is;  dit zou de werkzaamheid van de snij-inrichting  verminderen omwille van het gras dat eraan vastkleeft  en zou scheuren in het grasveld veroorzaken.
  • De snij-inrichtingen mogen geen gebreken vertonen en  moeten goed scherp zijn, zodat het gras op de juiste  manier wordt afgesneden zonder uitgerukt te worden.  Dit kan namelijk tot vergeling van de punten leiden.

6.4.3 Lediging van de opvangzak

Wanneer de opvangzak (afb.1.H) te vol wordt,  wordt het gras niet meer eciënt opgevangen  en verandert het geluid van de grasmaaier. In geval van opvangzak met signaalinrichting van de inhoud: Omhoog = leeg. Omlaag = vol. Tijdens het werk, wanneer de snij-inrichting in beweging  is, blijft de signaalinrichting omhoog zolang de  opvangzak in staat is het gemaaide gras te ontvangen;  wanneer de inrichting omlaag gaat, betekent dit dat de  opvangzak vol is en dat hij geledigd moet worden. Om de opvangzak te verwijderen en te ledigen:

verwijderen; de opvangzak rechtop .

Na de machine stopgezet te hebben, moet men enkele seconden wachten vooraleer de snij-inrichting tot stilstand komt. Onmiddellijk na het uitschakelen kan de motor zeer warm zijn. Niet aanraken. Gevaar op brandwonden. BELANGRIJK De machine steeds stoppen:

  • Tijdens verplaatsingen tussen werkzones.
  • Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras.
  • Elke keer wanneer men een hindernis moet overkomen.
  • Vooraleer de snijhoogte af te stellen.
  • Elke keer wanneer u de opvangzak verwijdert of opnieuw monteert.
  • Elke keer wanneer u de achterste aaatdeector verwijdert of opnieuw monteert (indien voorzien).
  • Elke keer wanneer men de zijdelingse aaatdeector verwijdert of opnieuw monteert (indien voorzien).

3. Duw op het lipje (afb.24.B) en verwijder de 

6. Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd

zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouten aan. BELANGRIJK Telkens wanneer u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat.

  • Haal de dop van de bougie (afb.24.A).
  • Verwijder de sleutel (afb.24.C) of de accu wordt (bij de modellen met elektrisch startcommando met toets).

De veiligheidsnormen die in acht genomen mo- eten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:

  • Zet de machine stil.
  • Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
  • Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
  • Haal de kap van de bougie (afb.24.A).
  • Verwijder de sleutel (afb.24.C) of de accu wordt (bij de modellen met elektrisch startcommando met toets).
  • Lees de desbetreende instructies.
  • Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril.
  • De frequenties en de soorten ingrepen zijn  samengevat in de "Tabel Onderhoud". Het doel van  de tabel is om uw machine een optimale conditie  te laten behouden. Hierin staan de voornaamste  ingrepen en de tijden waarop ze uitgevoerd moeten  worden. Voer de desbetreende handeling uit in  functie van de eerstkomende vervaldatum.
  • Het gebruik van niet originele of niet correct  gemonteerde wisselstukken en toebehoren kan  negatieve gevolgen hebben op de werking en de  veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle  aansprakelijkheid af in geval van schade, letsels  of ongevallen veroorzaakt door die producten.
  • De originele wisselstukken worden geleverd door de  geautoriseerde dienstencentra en wederverkopers. BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2 BRANDSTOF BIJVULLEN

Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein. De brandstof moet bijgevuld worden wanneer de machine stilstaat en de dop van de bougie verwijderd is. Vul de brandstof bij volgens de werkwijzen en  de voorzorgsmaatregelen die aangegeven zijn  in de Gebruiksaanwijzing van de motor. De machines die verticaal gestald kunnen wor- den (hfst. 9.1) hebben een brandstofreservoir met een indicator van het peil van de brandstof. Vul het re- servoir niet boven de onderkant van de peilindicator (afb.22.A). BELANGRIJK Giet geen benzine op de plastic onderdelen van de motor of de machine, om schade te voorkomen en verwijder onmiddellijk elk spoor van benzine dat eventueel gemorst werd. De garantie dekt geen schade aan de plastic onderdelen, veroorzaakt door benzine. OPMERKING Benzine is onderhevig aan bederf en mag niet langer dan 30 dagen in het reservoir blijven. Alvorens de machine gedurende een lange tijd op te bergen, dient men een voldoende hoeveelheid brandstof in het reservoir te laden om het laatste gebruik teneinde te kunnen brengen (hfdst. 9).

7.3 CONTROLE / BIJVULLEN MOTOROLIE

Controleer/vul de motorolie bij volgens de werkwijzen  en de voorzorgsmaatregelen die aangegeven  zijn in de Gebruiksaanwijzing van de motor. Om de goede werking en levensduur van de machine  te verzekeren, is het raadzaam de olie an de motor  regelmatig te vervangen, volgens de frequentie die  aangegeven is in de Handleiding van de motor zelf. Verzeker u ervan dat de olie bijgevuld werd,  vooraleer de machine weer te gebruiken.

Reinig de machine na ieder gebruik  volgens de volgende aanwijzingen.

7.4.1 Reiniging van de machine

  • Verzeker u er steeds van dat de  luchtgaten vrij zijn van afval.
  • Gebruik geen agressieve vloeistoen  voor de reiniging van het chassis.

7.4.2 Reiniging van de snijgroep

  • Verwijder de resten van gras en modder die  binnen het chassis opgestapeld worden om te  vermijden dat deze resten, wanneer ze opdrogen,  een volgend opstarten moeilijk maken.
  • Indien toegang tot het binnendeel van de machine  nodig is, moet de machine op de kant die  aangegeven is in de handleiding van de motor,  gelegd worden, volgens de instructies, en moet  men zich ervan verzekeren dat de machine stabiel  is alvorens eender welke ingreep uit te voeren.NL - 11 In geval van zijdelingse of achterste aaat: indien de aaatdeector gemonteerd  is, moet men deze verwijderen. Voor de interne reiniging van de snij- inrichting, gaat men als volt te werk:

speciale aansluiting (afb.22.A).

3. Zet de maaihoogte helemaal omlaag.

4. Blijf steeds achter de steel van de grasmaaier.

5. Schakel de motor in.

De verf aan de binnenkant van het chassis kan  mettertijd loskomen tengevolge van de abrasieve  actie van het gemaaide gras; in dit geval moet  men onmiddellijk de veraag bijwerken met een  antiroestverf, om de vorming van roest te voorkomen,  die tot corrosie van het metaal zou kunnen leiden.

7.4.3 Reiniging van de zak

een plaats waar hij snel op kan drogen.

7.5 MOEREN EN SCHROEVEN

VOOR BEVESTIGING Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om  er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt

De accu wordt  meegeleverd bij de modellen met  elektrisch startcommando met toets. Voor de  aanwijzingen met betrekking op de autonomie,  de herlading, de stalling en het onderhoud van de accu, dient men de aanwijzingen in de  handleiding van de motor in acht te nemen. In de motoren (afb.17.A.3) moet de accu niet  opgeladen worden. Alleen in noodgevallen kan  deze via een extern USB-oplaadapparaat worden  opgeladen (niet meegeleverd met de machine). Volg  de aanwijzingen in de handleiding van de motor.

Deze regeling moet uitgevoerd worden wanneer de  hendel (afb.23.A) niet in de stand « » blijft. BELANGRIJK De regeling gebeurt wanneer de motor uitgeschakeld is. Met de hendel (afb.23.A) in stand «

draai het register (afb.23.B) van de kabel in de  richting aangegeven door het pijltje, net zoveel totdat de hendel in de stand blijft staat.

8. BUITENGEWOON ONDERHOUD

Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:

  • Zet de machine stil.
  • Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
  • Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
  • Haal de kap van de bougie (afb.24.A).
  • Verwijder de sleutel (afb.24.C) of de accu wordt (bij de modellen met elektrisch startcommando met toets).
  • Lees de desbetreende instructies.
  • Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril.

Een botte snij-inrichting rukt het gras uit een  veroorzaakt de vergeling van het gazon. Raak de snij-inrichting niet aan totdat de sleutel verwijderd is en de snij-inrichting volledig stilstaat. Alle handelingen die betrekking hebben op de snij-inrichtingen (demontage, slijpen, in balans bren- gen, herstelling, hermontage en/of vervanging) vergen een specieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen moeten deze handelingen daarom steeds uitgevoerd worden in een Gespecialiseerd centrum. Laat de beschadigde, geplooide of versleten snij- inrichtingen steeds als geheel vervangen, samen met de schroeven, om de balans te behouden. BELANGRIJK Gebruik steeds originele snij-inrichtingen, met de code aangegeven in de tabel “Technische Gegevens”. Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen  de snij-inrichtingen aangegeven in de "Technische Gegevens" in de loop van de tijd vervangen worden  door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat  betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid.

toerental draaien tot de stilstand, zodat alle in het reservoir overgebleven brandstof opgebruikt wordt.

4. Verwijder de sleutel (afb.24.C) of de accu wordt (bij de 

vertoont. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstencentrum.

  • Indien mogelijk bedekt met een doek.NL - 12
  • Buiten bereik van kinderen.
  • Na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of  werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden,  verwijderd te hebben.

9.1 VERTICALE BERGING

Indien nodig, kunnen sommige modellen  (zie Tabel Technische Gegevens) verticaal  geborgen worden (afb.25.0). Berg de machine niet verticaal wanneer het re- servoir boven de onderkant van de peilindicator van de brandstof gevuld is (afb.21.A). Ga als volgt te werk:

3. Plooi de steel voorzichtig naar de gesloten positie.

4. Til het frontale deel van de machine op (afb.25.0).

Berg de machine zodanig dat de snij-inrichting naar een wand gericht is of degelijk bedekt is, zodat dit geen gevaar kan vormen in geval van, ook onvoor- ziene of ongewilde, aanraking door personen, kinde- ren of dieren. Berg de machine niet met een hoek groter dan de verticale positie (90°); anders zou de benzine uit het benzinereservoir kunnen lekken. Tracht geen machines verticaal te bergen die hier niet voor ontworpen werden.

10. HANTERING EN TRANSPORT

Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven,  vervoerd of overgeheld moet worden, moet men:

  • Een beroep doen op een toereikend aantal personen die  het gewicht van de machine kunnen heen, volgens de  kenmerken van het transportmiddel of de plaats waar  de machine opgenomen of opgesteld moet worden.
  • U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de  machine geen schade of letsels veroorzaken. Wanneer men de machine met een wagen of  aanhangwagen vervoert, moet men:
  • Opritten gebruiken met geschikte  weerstand, breedte en lengte.
  • De machine laden met de motor uitgeschakeld,  en ze op de oprit duwen met behulp van  een geschikt aantal personen.
  • De snijgroep omlaag brengen (par 5.7).
  • De machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt.
  • Ze stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met  koorden of kettingen om te vermijden dat ze kantelt. Vervoer de machines die verticaal geborgen kunnen worden, niet in verticale positie.

11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN

Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u  nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken  en om er op de juiste manier eenvoudige  onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten,  die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen  en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door  uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat  beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om  de werken correct uit te voeren, met respect voor het  oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in niet geschikte structuren of door  onbekwame personen uitgevoerd werden, doen  elke vorm van garantie en alle verplichtingen of  aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.

  • Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen  de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
  • De geautoriseerde dienstencentra gebruiken  enkel originele wisselstukken. De originele  wisselstukken en toebehoren werden  speciaal voor de machines ontwikkeld.
  • Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn  niet goedgekeurd; het gebruik van niet originele  wisselstukken en toebehoren brengt de veiligheid  van de machine in gevaar en ontheft de Fabrikant  van alle verplichtingen en aansprakelijkheden.

De garantiedekking is enkel bestemd voor de  consumenten, d.w.z. niet professionele bedieners. De garantie dekt alle kwaliteits- en fabricagefouten die  tijdens de garantieperiode door uw Wederverkoper of  door een gespecialiseerd Centrum vastgesteld worden. De toepassing van de garantie is beperkt tot de herstelling  of vervanging van het defect geachte onderdeel. Men  raadt aan de machine eens per jaar aan  een geautoriseerd dienstencentrum toe te  vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en  controle van de veiligheidsinrichtingen. De toepassing van de garantie is ondergeschikt  aan een regelmatig onderhoud van de machine. De gebruiker moet aandachtig de aanwijzingen volgen  die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:

  • Onvoldoende kennis van de vergezellende  documentatie (Gebruiksaanwijzing).
  • Professioneel gebruik.
  • Onjuist of niet door de fabrikant  toegestaan gebruik en montage
  • Wijziging van de machine.
  • Gebruik van niet originele wisselstukken  (aanpasbare stukken).
  • Gebruik van toebehoren dat niet door de  fabrikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:
  • De handelingen voor gewoon/buitengewoon  onderhoud (beschreven in de gebruiksaanwijzing).
  • De steunen van de snij-inrichtingen.
  • De eventueel bijkomende onkosten voor activering  van de garantie, zoals de reiskosten tot bij de  gebruiker, het vervoer van de machine naar de  Wederverkoper, de huur van uitrustingen voor  de vervanging of de oproep van een externe  maatschappij voor alle onderhoudswerkzaamheden. De garantie van de thermische motoren, naast  de “ST”-motoren zijn gedekt door de garantie  van de fabrikant van de motor in kwestie,  volgens de door hem bepaalde condities. De gebruiker is beschermd door de nationale wetten  van zijn eigen land. De gebruiker van de koper die  voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land,  zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.

Ingreep Frequentie Opmerkingen MACHINE Controle van alle bevestigingen Voor eender welk gebruik par. 7.5 Veiligheidscontroles / Controle van de commando's  (Inclusief hendel van de motorrem) Voor eender welk gebruik par. 6.2 Controle van de beschermingen van de  achterste aaat / zijdelingse aaat. Voor eender welk gebruik par. 6.2.1 Controle van de opvangzak, zijdelingse aaatdeector. Voor eender welk gebruik par. 6.2.1 Controle van de snij-inrichting Voor eender welk gebruik par. 6.2.1 Algemene reiniging en controle Aan het einde van ieder gebruik par. 7.4 Controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer,  indien nodig, het geautoriseerde dienstencentrum. Aan het einde van ieder gebruik - Regeling van de kabel van de regelaar ** par. 7.7 Vervanging snij-inrichting - par. 8.1 *** MOTOR Controle / bijvullen brandstof Voor eender welk gebruik par. 6.1.1 / 7.2 * Controle / bijvullen motorolie Voor eender welk gebruik par. 6.1.1 / 7.3 * Controle en schoonmaken luchtlter * * Controle en schoonmaken contactpuntjes * * Vervanging bougie * * Lading van de batterij * par. 7.6 * * Raadpleeg de handleiding van de motor. ** Handeling die uitgevoerd moet worden bij de eerste tekens van slechte werkingNL - 14 *** Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moet uitgevoerd worden

blijft niet draaien. De startprocedure is niet correct. Volg de aanwijzingen (zie hoofdstuk 6.3). Er is geen olie of benzine in de motor. Controleer het oliepeil en het benzinepeil. De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast. Controleer de bougie (Raadpleeg de handleiding van de motor). Verstopte luchtlter. Reinig en/of vervang de lter (Raadpleeg  de handleiding van de motor). Brandstofproblemen. Contacteer het geautoriseerde dienstencentrum. De benzine werd niet uit de  grasmaaier gehaald aan het  einde van het vorige seizoen. De vlotter kan geblokkeerd worden. Raadpleeg de handleiding van de motor en  contacteer het geautoriseerd dienstencentrum.

onregelmatig, heeft geen  vermogen bij belasting  of stopt tijdens het werk. Verstopte luchtlter. Reinig en/of vervang de lter (Raadpleeg  de handleiding van de motor). De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast. Controleer de bougie (Raadpleeg de handleiding van de motor). Brandstofproblemen. Contacteer het geautoriseerde dienstencentrum.

3. Flooding motor. Het handvat voor handmatig starten 

werd meerdere malen ingedrukt  met de starter ingeschakeld. Raadpleeg de handleiding van de motor. Het handvat voor handmatig starten  werd meerdere malen ingedrukt met  de kap van de bougie verwijderd. Plaats de kap van de bougie en  tracht de motor in te schakelen. (Raadpleeg de handleiding van de motor).

4. Het gemaaide gras 

komt niet meer in de  opvangzak terecht. De snij-inrichting heeft tegen een vreemd voorwerp gestoten en  heeft een schok ondergaan. Schakel de motor uit en koppel  de bougiekabel los. Controleer eventuele beschadigingen en contacteer een Dienstencentrum  voor de eventuele vervanging van de snij-inrichting. 8.1). De binnenkant van het chassis is vuil. Maak de binnenkant van het chassis  schoon zodat het gras makkelijker naar de  opvangzak afgevoerd wordt (par. 7.4.2).

5. Het maaien verloopt 

moeizaam. De snij-inrichting is niet in goede staat. Contacteer een dienstencentrum voor het  bijslijpen en vervangen van de snij-inrichting.

6. Men hoort overdreven

geluiden en/of trillingen tijdens het werk. Beschadiging of losgekomen delen De pin op de snij-inrichting is uit zijn zitting gekomen. Schakel de motor uit en koppel de  kabel van de bougie los (afb.24.0). Controleer eventuele beschadigingen. Controleer of er delen losgekomen  zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een geautoriseerd centrum. Bevestiging van de snij- inrichting losgekomen of  snij- inrichting beschadigd. Schakel de motor uit en koppel de  bougiekabel los (afb.24.0). Contacteer een dienstencentrum voor controle,  vervangingen of herstellingen (par. 8.1).NL - 15

Versnippert het pas gemaaide gras en laat het achter op  het terrein, als alternatief voor het opvangen in de zak  (voor hiervoor voorziene machines) (afb.26.0).NO - 1

NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de

machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: benzinemotor

3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen:

e) Certificatie-instituut

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum