i31 - Fietsendrager Uebler - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis i31 Uebler in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over i31 Uebler
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fietsendrager in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding i31 - Uebler en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. i31 van het merk Uebler.
GEBRUIKSAANWIJZING i31 Uebler
Fietsendrager voor trekhaak
- Uebler i21, voor 2 fietsen
- Uebler i31, voor 3 fietsen
- Uebler i21, voor 2 fietsen
- Uebler i31, voor 3 fietsen
Montage- en gebruiksaanwijzing
Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van een UEBLER-fietsdrager.
De in deze montage- en gebruiksaanwijzing beschreven werkzaamheden en veiligheidsvoorschriften moeten in acht worden genomen. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade als gevolg van het niet in acht nemen van de aanwijzingen en voorschriften.
Aanwijzing
Beschreven en weergegeven worden de montage en bediening van de fietsdrager Uebler i21. Voor de fietsendrager Uebler i31 moet overeenkomstig te werk worden gegaan.
Onderdelenoverzicht

Onderdeelnummer
Fietsdrager Uebler i21 voor 2 fietsen
Artikelnr. 15900 (wagen met stuur links)
Artikelnr. 15901 (wagen met stuur rechts)
Fietsdrager Uebler i31 voor 3 fietsen
Artikelnr. 15910 (wagen met stuur links)
Artikelnr. 15911 (wagen met stuur rechts)
ECE-goedkeuringsnummer

Inhoud van de levering
| Aanduiding | i21 i31 | |
| Aantal stuks | Aantal stuks | |
| 1 Fietsdrager 1 1 | ||
| 2 Houder 1e fiets 1 1 | ||
| 3 Houder 2e fiets 1 1 | ||
| 4 Houder 3e fiets – 1 | ||
| 5 Sleutel 6 8 |
Aanwijzing
Wijzigingen in de inhoud van de levering voorbehouden. Laat reparaties of vervanging van onderdelen uitvoeren door een gespecialiseerd bedrijf. Om veiligheidsredenen raadt Uebler aan om alleen originele onderdelen te gebruiken die verkrijgbaar zijn bij uw dealer.
Aanwijzing
De houders (2), (3) en (4) liggen los in het geleverde pakket en zijn niet voorgemonteerd. De sleutels (5) steken in het slot van de houders (2), (3) en (4) en in het slot van de borghendel (11).
Onderdelenaanduiding
| Aanduiding | i21 i31 | |
| Aantal stuks | Aantal stuks | |
| 6 Draagframe 1 1 | ||
| 7 Snelspanners voor draagframe 2 2 | ||
| 8 Draagrails 4 6 | ||
| 9 Achterlichten | 2 2 | |
| 10 Opname trekhaak | 1 1 | |
| 11 Borghendel voor opname trekhaak | 1 | 1 |
| 12 Stekker voor verlichtingsinstallatie | 1 | 1 |
| 13 Kentekenplaathouder | 1 1 |
Technische gegevens
| Maximaal laadvermogen | ||
| Uebler i21: Als het voertuig of de trekhaak geen D-waarde ^a (0) heeft of als de D-waarde ≥ 5,3 kN, dan geldt: kogeldruk ^b – eigen gewicht = max. laadvermogen | ||
| Kogeldruk | Eigen gewicht Max. | laadvermogen |
| 50 kg | kg | 37 kg |
| 60 kg 47 | ||
| 70 kg 57 | kg | |
| ≥ 75 kg | 60 kg ![]() | |
| Uebler i21 = ca. 13 kg | ||
| Uebler i31: Als het voertuig of de trekhaak geen D-waarde ^a (0) heeft of als de D-waarde ≥ 6,7 kN, dan geldt: kogeldruk ^b – eigen gewicht = max. laadvermogen | ||
| Kogeldruk | Eigen gewicht Max. | laadvermogen |
| 50 kg | kg | 34 kg |
| 60 kg 44 | ||
| ≥ 70 kg | 54 kg![]() | |
| Uebler i31 = ca. 16 kg | ||
a zie typeplaatje op de trekhaak
b Als de waarden van trekhaak en wagen afwijken, moet de lagere waarde in aanmerking worden genomen.
| Stroomvoorziening | |
| Uebler i21, voor max. 2 fietsen | 13-polig, 12 V |
| Uebler i31, voor max. 3 fietsen | 13-polig, 12 V |
| Maximale buisdiameter van het fietsframe | |
| Ronde buis 75 mm | |
| Ovale buis 75x45 mm |
Fietsdrager op de wagen monteren/ demonteren

Voorzichtig
De trekhaak en de wagen moeten geschikt zijn voor de montage van een fietsdrager:
- Kogeldruk van de trekhaak (zie typeplaatje op de trekhaak en de gebruiksaanwijzing van de wagen)
- D-waarde van de kogelkop (zie 'Technische gegevens' op pagina 50)
- Materiaal van de trekhaak minstens St 52-3 (zie typeplaatje op de trekhaak)
Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen losraken van de wagen en daardoor uzelf en andere personen verwonden of een ongeluk veroorzaken. De kogelkop moet voor montage worden gereinigd en ontvet.

Voorzichtig
Door de gewijzigde wagenafmetingen (breedte, hoogte, diepte) tijdens het gebruik van de fietsdrager kan het niet in acht nemen van deze wagenafmetingen persoonlijk letsel en/of materiële schade tot gevolg hebben.
Bij afslagen en doorgangen de gewijzigde wagenafmetingen in acht nemen. Voorzichtig achteruitrijden.

Voorzichtig
De verlichtingsinstallatie voor elke rit controleren op een goede werking, anders kunnen er ongevallen gebeuren.
Fietsdrager op de wagen monteren

- Deksel van de tas (18) ^1 openen.
- De borghendel (11) indrukken, zodat de opname (10) openklapt.
- Fietsdrager (1) verticaal houden en met de opname (10) op de kogelkop van de trekhaak (19) schuiven.
- Fietsdrager (1) omlaag klappen tot de borghendel (11) hoorbaar vergrendelt.
De rode markering op de borghendel (11) mag niet meer zichtbaar zijn.
- Controleren of de fietsdrager (1) parallel aan de bumper en ongeveer parallel aan de ondergrond is.
Door schudden controleren of de fietsdrager (1) goed vastzit. Indien nodig de fietsdrager (1) verwijderen en opnieuw monteren.

- Tas (18) ^2 van de fietsdrager (1) trekken.
- Fietsdrager (1) met de sleutel (5) vergrendelen en sleutel (5) eruit trekken.
- Stekker (12) uit de stekkerhouder van de wielrail (8) trekken.

- Stekker (12) in de contactdoos (20) van de wagen steken en helemaal rechtsom draaien.

- Snelspanners (7) naar boven openen.
- Draagframe (6) omhoog klappen en de snelspanners (7) weer volledig sluiten, zodat het draagframe (6) is gefixeerd.

- Wielrails (8) met achterlichten (9) bij de verbindingsstukken (21) uitklappen en vergrendelen.
⚠️ Voorzichtig
Wielrails (8) altijd aan de verbindingsstukken (21) uitklappen en niet aan de achterlichten (9). Anders kunnen de achterlichten (9) worden beschadigd.
- Werking van de verlichtingsinstallatie controleren.

-
Houder (22) omlaag drukken. Kentekenplaat (23) in de kentekenplaathouder (13) schuiven, omhoog duwen en er helemaal in plaatsen.
-
Houder (22) loslaten en de juiste bevestiging van het nummerbord controleren.
Aanwijzing
Voor het aanbrengen van hogere kentekenplaten de stopper (24) naar achteren duwen en de kentekenplaat volledig in de kentekenplaathouder (13) schuiven.
Aanwijzing
De kentekenplaat op de fietsdrager moet overeenkomen met de wettelijke kentekenplaat van de wagen en goed leesbaar zijn.
Fietsdrager van de wagen demonteren

-
Wielrails (8) met achterlichten (9) aan de linker zijde (pijl I) met de verbindingsstukken (21) inklappen.
-
Wielrails (8) met achterlichten (9) aan de rechter zijde (pijl II) met de verbindingsstukken (21) inklappen.

Voorzichtig
Wielrails (8) altijd aan de verbindingsstukken (21) inklappen en niet aan de achterlichten (9). Anders kunnen de achterlichten (9) worden beschadigd.
-
Snelspanners (7) naar boven openen.
-
Draagframe (6) omhoog klappen (pijl III) en de snelspanners (7) weer volledig sluiten, zodat het draagframe (6) is gefixeerd.
Aanwijzing
Snelkoppeling (7) en draagframe (6) regelmatig of in geval van verontreiniging/stroefheid reinigen met zeepsop.

-
Stekker (12) uit de contactdoos (20) van de wagen trekken en in de stekkerhouder van de wielrail (8) steken.
-
Fietsdrager (1) met de sleutel (5) openen.
-
Tas (18) 3 op de fietsdrager (1) schuiven.
-
Borghendel (11) indrukken en fietsdrager (1) verticaal omhoog zetten (pijl IV).
-
Fietsdrager (1) naar achteren van de kogelkop van de trekhaak (19) trekken.
-
Fietsdrager (1) met de opname (10) op de grond zetten en zo de opname (10) afsluiten.
-
Deksel van de tas (18) ^3 sluiten.
-
Gemonteerde houder (2), (3) en (4) in omgekeerde volgorde demonteren, zie pagina 53 en in de zijtas van de tas (18) ^3 opbergen.
Fietsen monteren/demonteren

Voorzichtig
De fietsdrager voor de trekhaak mag uitsluitend voor het transport van fietsen worden gebruikt. Er mogen alleen fietsen met een gewicht van elk max. 30 kg op de fietsdrager worden getransporteerd. Hierbij mag het maximaal toegestane laadvermogen van de fietsdrager, de kogeldruk van de trekhaak alsmede het maximaal toegestane gewicht van de wagen en de maximaal toegestane asbelasting van de wagen (zie instructieboekje van de wagen) in geen geval worden overschreden. Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor persoonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken.

Voorzichtig
De fietsen moeten zo gelijkmatig mogelijk en met laag zwaartepunt op de fietsdrager worden bevestigd en elk met een houder aan het fietsframe en spanriemen aan de voor- en achterwielen worden beveiligd tegen vallen. Door niet-inachtneming kunnen de fietsen en/of losse delen tijdens het rijden losraken van de wagen en bij andere verkeersdeelnemers leiden tot een ongeval met letsel en materiële schade tot gevolg. Voor de montage kinderzitjes en alle losse onderdelen, bijv. drinkflessen, zadeltassen, accu's van e-bikes enz., van de fietsen verwijderen en opbergen.

Voorzichtig
Door wegglijden/kantelen bestaat gevaar voor letsel. Beveilig de fietsen tegen wegglijden/kantelen. Voer de montage en de demontage van de fietsen samen met een tweede persoon uit.

Voorzichtig
Afhankelijk van het voertuigtype kan de fietsdrager met de fietsen te dicht bij het uitlaatsysteem van de wagen zijn gepositioneerd. Door de hete uitlaatpijp en/of de hete uitlaatgassen kunnen de fietsdrager en/of de fietsen beschadigd raken. In dit geval mag de fietsdrager niet worden gebruikt. Raadpleeg voor het transport van fietsen met carbondelen de fabrikant/dealer of deze fietsen geschikt zijn voor transport op de fietsdrager.
Indeling van de fietsen

Neem de indeling van de fietsen in de rijrichting (pijl), zoals hier weergegeven, in acht.
Aanwijzing
Zware fietsen dicht bij de wagen en lichte fietsen (bijv. kinderfietsen) verder achter op de fietsdrager monteren. De eerste fiets met de tandkrans richting de wagen monteren.
Eerste fiets monteren

- Houder (2) uit de verpakking nemen en voorbereiden voor montage van de fiets.
- Draaigreep (27) met sleutel (5) ontgrendelen.
- Klem (28) met draaigreep (27) openschroeven tot de klem (28) geopend is (A).
- Klem (28) samendrukken en vasthouden. De klem (29) wordt geopend.

- De geopende klem (29) om het draagframe plaatsen en door loslaten van klem (28) om het draagframe sluiten.
- Spanner (31) indrukken (pijl II) en de spanriem (26) eruit trekken.


Voorzichtig
Houder (2) uitsluitend aan het fietsframe bevestigen, omdat andere onderdelen van de fiets beschadigd kunnen raken. Er mogen geen onderdelen, bijvoorbeeld versnellings- en remkabels, worden ingeklemd. Defecte houders moeten onmiddellijk worden vervangen.
- Fiets op de draagrails zetten en met klem (28) van houder (2) positioneren. Fiets borgen tegen kantelen.
- Klem (28) op het fietsframe met draaigreep (27) vastschroeven.
- Houder (2) met sleutel (5) vergrendelen en sleutel (5) eruit trekken.
- Spanriem (26) in het midden tussen twee spaken steken, in de gesp (30) steken en vasttrekken.

Voorzichtig
De spanriemen (26) niet te strak spannen, omdat anders de banden of velgen beschadigd kunnen raken.
- Met de spanner (31), de spanriemen (26) vasttrekken (pijl I).
Aanwijzing
De schroeven van de houder moeten regelmatig worden gereinigd en gesmeerd, zodat de draaigrepen niet vastroesten.
Tweede fiets monteren

De montage van de tweede fiets wordt op dezelfde wijze als de eerste uitgevoerd. De tweede fiets moet in tegenovergestelde richting worden bevestigd.

Voorzichtig
Houder (3) uitsluitend aan het fietsframe bevestigen, omdat andere onderdelen van de fiets beschadigd kunnen raken. Er mogen geen onderdelen, bijvoorbeeld versnellings- en remkabels, worden ingeklemd. Defecte houders moeten onmiddellijk worden vervangen.
De tweede fiets wordt met de lange houder (3) bevestigd.
Derde fiets monteren ^4

De montage van de derde fiets wordt op dezelfde wijze als de eerste uitgevoerd. De fietsen moeten steeds in tegenovergestelde richting worden bevestigd.

Voorzichtig
Houder (4) uitsluitend aan het fietsframe bevestigen, omdat andere onderdelen van de fiets beschadigd kunnen raken. Er mogen geen onderdelen, bijvoorbeeld versnellings- en remkabels, worden ingeklemd. Defecte houders moeten onmiddellijk worden vervangen.
De derde fiets wordt met de extra houder (4) aan de tweede fiets bevestigd.
Fietsen demonteren
De demontage van de fietsen en het losmaken van de houders (2), (3) en (4) wordt in omgekeerde volgorde uitgevoerd.
Fietsdrager kantelen/terugklappen

Voorzichtig
Fietsdrager langzaam kantelen en controleren of zich geen personen of voorwerpen in het kantelbereik bevinden.
Er bestaat klemgevaar voor personen en voorwerpen in het kantelbereik.
Opletten dat de fietsdrager tijdens het terugklappen met beide haken volledig vergrendelt, anders kan de fietsdrager tijdens het rijden kantelen en daardoor aan u of andere personen letsel toebrengen en/of materiële schade tot gevolg hebben.
Fietsdrager kantelen
De fietsdrager kan voor het openen van de achterklep en het laden en lossen van de wagen worden gekanteld.

Pedaal (32) bedienen en fietsdrager (1) kantelen door aan draagframe (6) of bij gemonteerde fietsen aan het fietsframe te trekken.
Fietsdrager terugklappen

- Fietsdrager (1) terugklappen tot beide haken (33) volledig in het frame (34) vergrendelen.
- Door schudden controleren of de fietsdrager (1) goed vastzit. Indien nodig fietsdrager (1) opnieuw kantelen en opnieuw terugklappen.
Voorbereiding voor de rit
⚠️ Voorzichtig
Alle schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsdrager en de fietsen moeten na elke montage, voor elke rit en ook tijdens een langere rit op goede bevestiging worden gecontroleerd en eventueel worden vastgedraaid. Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor persoonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken. Deze controle moet, afhankelijk van de toestand van de weg, regelmatig worden herhaald.
⚠️ Voorzichtig
De verlichtingsinstallatie voor elke rit controleren op een goede werking, anders kunnen er ongevallen gebeuren.
Aanwijzing
Het wettelijke kenteken en de verlichtingsinstallatie van de fietsdrager mogen niet bedekt zijn.
Als de fietsdrager niet compleet beladen is, moeten:
- niet-benodigde houders van het draagframe worden verwijderd en veilig in de kofferbak worden opgeborgen.
- alle sleutels worden uitgetrokken en opgeborgen.
- de spanriemen van alle draagrails gesloten zijn.
Lampen vervangen
⚠️ Voorzichtig
Om de lampen te vervangen, moet het contact van de wagen uitgeschakeld zijn en de stekker voor de verlichtingsinstallatie uit het stopcontact van de trekhaak zijn getrokken. Niet-inachtneming kan leiden tot kortsluiting of materiële schade. Bij onduidelijkheden moeten de lampen door een specialist worden vervangen.
Aanwijzing
Het vervangen van de lampen wordt aan de hand van het linker achterlicht van de fietsdrager beschreven en weergegeven. Voor het rechter achterlicht moet op dezelfde wijze te werk worden gegaan.
Aanwijzing
Bij bestelling van een nieuwe gloeilamp moet de desbetreffende gloeilamp (14, 15, 16, 17) worden vermeld.

| Aanduiding | Reserveond erdeelnr. |
| 14 KnipperlichtaBL PY21W 12 V geel | E1687 |
| 15 KentekenplaatverlichtingaBL C5W 12 V (35 mm lang) wit | E1687 |
| 16 Mistachterlichta bij linker achterlichtBL PR21W 12 V rood | E1687 |
| Achteruitrijlampabij rechter achterlichtBL P21W 12 V wit | E1687 |
| 17 Rem/achterlichtaBL P21/5W 12 V wit | E1687 |
a De gloeilamp is in de handel verkrijgbaar.

- Schroeven (45) eruit draaien. Vergrendelingen (35) indrukken en achterlicht (9) voorzichtig naar boven tillen.
- Met de kabel (44) van het achterlicht (9) voorzichtig de afdekking (37) optillen en in pijlrichting eruit trekken.
- Achterlicht (9) volledig uit de houder (36) nemen.

- Schroeven (38) losdraaien en transparant plaatje (39) verwijderen.

- Defecte gloeilamp (14, 16, 17) licht in de fitting (40) drukken, 90° linksom draaien en eruit trekken.
- Gloeilamp (15) uit de fitting (41) trekken.
Aanwijzing
Nieuwe gloeilampen alleen met een schone doek aanraken en in de fitting (40, 41) plaatsen.
- Nieuwe gloeilamp (14, 16, 17) licht in de fitting (40) drukken en 90° rechtsom draaien. Vereiste gloeilampen, zie pagina 56.
- Nieuwe gloeilamp (15) licht in de fitting (41) drukken. Vereiste gloeilamp, zie pagina 56.
- Transparant plaatje (39) weer stevig vastdraaien met schroeven (38).

-
Achterlicht (9) in de houder (36) schuiven zonder te vergrendelen.
-
Kabel (44) in de kabelgeleiding van de houder (36) plaatsen.
- Lange lus van de afdekking (37) in wielrail rijgen en afdekking (37) volledig in de houder (36) plaatsen.
- Achterlicht (9) volledig in de houder (36) schuiven tot de vergrendelingen (35) hoorbaar vastklikken en met schroeven (45) borgen.
Algemene veiligheidsaanwijzingen
De bestuurder is ervoor verantwoordelijk dat zicht en akoestische waarneming niet door de lading of de toestand van de wagen worden beperkt. Hij moet ervoor zorgen dat de wagen en de lading voldoen aan de voorschriften en dat de verkeersveiligheid van de wagen door de lading niet nadelig wordt beïnvloed.
Voorgeschreven verlichting en verlichtingsinstallaties moeten ook overdag aanwezig en functioneel zijn.
Deze montage- en gebruiksaanwijzing bevat de algemene toelating van de fietsdrager voor trekhaken en moet altijd in de wagen worden bewaard.
Neem de desbetreffende wettelijke bepalingen voor het gebruik van fietsdragers in het land van gebruik in acht.

Voorzichtig
De in deze montage- en gebruiksaanwijzing beschreven werkzaamheden en veiligheidsvoorschriften moeten in acht worden genomen.
De fietsdrager voor de trekhaak is uitsluitend geschikt voor het transport van fietsen. De fietsdrager is niet geschikt voor gebruik op ruw terrein.
Alle schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsdrager en de fietsen moeten na elke montage, voor elke rit en ook tijdens een langere rit op goede bevestiging worden gecontroleerd en eventueel worden vastgedraaid. Deze controle moet afhankelijk van de toestand van de weg regelmatig worden herhaald.
Tijdens het rijden moet de bestuurder door kijken in de achteruitkijkspiegel de fietsdrager en de fietsen controleren op eventuele verschuivingen/verplaatsingen.
Bij veranderingen met verlaagde snelheid naar de volgende stopmogelijkheid rijden en schroefverbindingen en bevestigingen van fietsdrager en fietsen vastdraaien.
Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor persoonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken.

Voorzichtig
Beweeglijke delen, zoals de schroeven van de houder en de snelkoppeling, moeten regelmatig worden gereinigd en gesmeerd, zodat de draaigrepen niet vastroesten.
Geen smeermiddelen op de voorgemonteerde schroefverbindingen gebruiken. De schroefverbindingen kunnen hierdoor vanzelf losraken; de fietsdrager kan samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor uzelf en andere personen verwonden en/of een ongeluk veroorzaken.

Voorzichtig
Als de lading (de fietsen) meer dan 40 cm over de buitenste rand van het lichtstraalvlak van de stads- en achterlichten van de fietsdrager uitsteekt, moet dit kenbaar worden gemaakt: aan de zijkant maximaal 40 cm van de rand en maximaal 150 cm boven de weg, naar voren door een lamp met wit licht, naar achter door een lamp met rood licht.
Tijdens het transport van de fietsen de aan de zijkant uitstekende wielen extra kenbaar maken.
Bij nachtelijke ritten de achterlichten en reflectors van de fietsen afdekken om te voorkomen dat een verkeerde waarneming van de verlichting van het voertuig andere verkeersdeelnemers hindert of verwart.
Niet-inachtneming kan leiden tot ongevallen.

Voorzichtig
Voor de rit moet de werking van de verlichtingsinstallatie worden gecontroleerd. Bij ingeschakeld mistachterlicht van de fietsdrager moet het mistachterlicht van de wagen uitgeschakeld zijn; ze mogen niet tegelijkertijd branden.
Bij voertuigmodellen die na 01-10-1998 zijn toegelaten, mag de gemonteerde fietsdrager of de transportlading (de fietsen) het derde remlicht van de wagen niet afdekken. Het derde remlicht van de wagen moet zichtbaar zijn: rechts en links van de lengteas van de wagen – in een horizontale hoek van 10° naar boven ten opzichte van de lamprand – in een verticale hoek van 10° en naar beneden ten opzichte van de lamponderzijde – in een verticale hoek van 5°.
Indien deze waarden niet worden aangehouden, moet een 'derde' reserveremlicht worden gebruikt.
Niet-inachtneming kan leiden tot ongevallen.

Voorzichtig
De montage van de fietsdrager en de fietsen leidt tot veranderde rij- en remeigenschappen en gevoeligheid voor zijwind van de wagen. De maximale snelheid van 130 km/u mag niet worden overschreden.
De fietsen niet door zeilen, beschermingsdoeken e.d. bedekken; deze leiden tot aanzienlijke veranderende eigenschappen met betrekking tot de invloed van wind.
Zware lading in de kofferbak zo ver mogelijk naar voren schuiven om het zwaartepunt niet te veel naar achteren te laten verschuiven.
Pas het rijgedrag altijd aan de weg-, verkeers- en weersomstandigheden aan en rij extra voorzichtig als de fietsdrager beladen is.
Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor persoonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken.

Voorzichtig
Als de wagen is uitgerust met een elektrische achterklep, moet bij de montage van de fietsdrager op voldoende vrije ruimte worden gelet. Indien mogelijk moet de elektrische achterklep worden gedeactiveerd en handmatig worden bediend.
De fietsdrager demonteren alvorens de autowasstraat in te rijden. Anders kunnen de fietsdrager, de wagen en/of de autowasstraat beschadigd raken.
Aanwijzingen m.b.t. afvoer
Voer de componenten, het toebehoren en de verpakking op milieuvriendelijke wijze af. Gooi lampen niet bij het huisvuil of restafval.
Conform de Europese norm 2012/19/EU moeten in onbruik geraakte elektrische apparaten gescheiden worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze worden gerecycled.
Verwijder de lampen van de fietsdrager en geef de niet meer bruikbare componenten af bij een geschikt inzamelpunt.
Vraag uw dealer om informatie.



Szanowny Kliencie,

