2953031 - Pastamachine BARTSCHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 2953031 BARTSCHER in PDF-formaat.
| Producttype | Professionele pastakoker |
| Merk | Bartscher |
| Model | 2953031 |
| Voeding | Gas (natuurlijk of propaan, instelbaar) |
| Hoofdmateriaal | Roestvrij staal |
| Ontsteking | Piezo-elektrisch |
| Vermogensregelaar | Ja, voor de hoofdbrander |
| Watervulling | Geïntegreerde waterkraan |
| Afvoer | Afvoerkraan |
| Waterniveau-indicator | Maximaal en minimaal niveau |
| Verstelbare voeten | Ja, in hoogte |
| Veiligheidsvoorzieningen | Gassluiter, veiligheidsthermokoppel, veiligheidsthermostaat tegen watertekort |
| Gebruik | Koken van pasta en andere meelproducten in water |
| Aanbevolen reiniging | Geen waterstraal gebruiken; reinigen met geschikte producten; voedselvaseline aanbrengen op roestvrij staal |
| Periodiek onderhoud | Controle van branders, sproeiers, leidingen door gekwalificeerde technicus |
| Installatie | Gas- en wateraansluiting; afvoer van verbrandingsproducten via afzuiger |
| Conformiteit | CE-markering, WEEE-richtlijn |
| Inbegrepen accessoires | Mandjes (afhankelijk van model) |
| Gebruik | Professioneel, binnen |
Veelgestelde vragen - 2953031 BARTSCHER
Gebruikersvragen over 2953031 BARTSCHER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pastamachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 2953031 - BARTSCHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 2953031 van het merk BARTSCHER.
GEBRUIKSAANWIJZING 2953031 BARTSCHER
4.1. Algemene aanwijzingen 4
4.2. Omschrijving van het apparatus 4
4.3. Veiligheidsvoorzieningen 5
4.4. Typenschild 6
4.5. Het verwangen van de onderdelen (onderhoudsmonteur) 6
5.1. Beschrijving van de bediening.. 7
5.2. Branderontsteking 7
5.3. Container vullen 8
5.4. De container legen 8
5.5. Tips voor gebruik van het apparaat 8
- REINIGING EN ONDERHOUD 9
6.1. Aanwijzingen voor reiniging en onderhoud 9
6.2. Routine-onderhoud 9
- STORINGEN 10
- INSTALLATIE 10
8.1. Verpakking en uitpakken 10
8.2. Installatie (onderhoudsmonteur) 11
8.3. Wateraansluiting (onderhoudsmonteur) 11
8.4. Gasaansluiting (onderhoudsmonteur) 12
8.5. Afvoer van de verbrandingsproducten 12
8.6. Montage van het apparatusat in rij 13
8.7. Ombouw van gastoevoer (onderhoudsmonteur) 13
8.8.Het testen (onderhoudsmonteur) 13
- INSTELLINGEN 14
9.1. Minimale instelling van het branderventiel (onderhoudsmonteur) 14
9.2. Vervanging van de sproeiers van de brander (onderhoudsmonteur) 14
9.3. Vervanging van de sproeier van de ontstekingsvlambrander (onderhoudsmonteur) 15
10.VERWIJDERING VAN HET APPARAAT 15
BIJLAGEN
2. INDEX
A
Aanwijzingen voor reiniging en onderhoud 9
Afvoer van de verbrandings-producten 12
Algemene aanwijzingen 4
B
Beschrijving van de bediening 7
Branderontsteking 7
C
Container vullen 8
D
De container legen 8
G
Gasaansluiting 12
H
Het testen 13
Het verwangen van de onderdelen 6
1
Installatie 11
M
Minimale instelling van het branderventiel 14
Montage van het apparaat in rij 13
0
Ombouw van gastroevoer 13
Omschrijving van het apparaat 4
R
Routine-onderhoud 9
s
STORINGEN 10
T
Tips voor gebruik van het apparaat 8
Typenschild 6
U
Uitpakken 10
V
VEILIGHEID 3
Veiligheidsvoorzieningen 5
Verpakking 10
Vervanging van de spreier van de
ontstekingsvlambrander 15
Vervanging van de sproeiers van de brander 14
VERWIJDERING VAN HET APPARAAT 15
W
Wateraansluiting 11
3. VEILIGHEID

Vooraleer het apparaat worden
gebruikt, dient de gebruikshandleiding nauwkeurig te worden gelezen.
De handleiding bevat belangrijke informatie betreffende veilig gebruik en onderhoud van het apparaat.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig en raadpleeg wanner nodig.
De fabrikant heeft bij het ontwerpen en de fabricage speciala gezorgd om risico's voor de veiligheid en gezondheid van het personeel tijdens de bediening van het apparaat te voorkomen.
Lees aandachtig de instructies in de gebruikshandleiding en alle instructies geplaatst direct op het apparaat. Besteed bijzondere aandacht aan de instructies betreffende veiligheid.
De ingebouwde verilgheidsvoorzieningen mogen nooit worden aangepast of verwijderd. Het Niet navolgen van deze regels kan verilgheids- en gezondheidsrisico van de aan Werkende personen opleveren.
Het worden aanbevolen enige testen uit te voeren om over de plaatsing en de functies van de bedieningselementen kennis te krijgen en vooral over deze die voor aan- en uitschakelen van het apparaat� verantwoordelijk.
Het apparaat dient alleen te worden bestemd voor het gebruik waarvoor het ontworpen is; ieder ander gebruik worden beschouwd als incorrect.
De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor materiaele schaden of schade aan Personen voroorzaakt door incorrect of onjuist gebruik van het apparaat.
Alle onderhoudswerkzaamheden die een specifieke technische kennis of speciale vaardigheden vereisen, worden uitsluitend door gekwalificeerd personeel uitgevoerd.
Om de hygiène te verzekeren en het voedsel gegen verontreiniging te beschermen,要去en de elementen die direct of indirect in contact met het voedsel komen en alle naburige gebieden grondig worden gereinigd. Hiervoor de wasmiddelen gebruiken die voor de voedingsindustrie zich geschikt, vermijd het gebruik van brandbare of schadelijke stoffen.
Zorg ervoor dat na elk gebruik alle branders en controle elementen zijn uitgeschakeld en de aansluitkabelsং losingkoppeld.

Na elk gebruik zich ervan verzekeren
dat de brander uit staat, de bedieningselementen gedexeerd zich en de gastoevoer afgesloten is.
Als het apparaat langereijd Niet zal worden gebruikt, dan要去en Niet alleen de kabels voor het gastoevoer zijn afgesloten, maar ook alle elementen aan de binnen-, en buitenkant van het apparaat zorgvuldig zijn gereinigd.

Het apparaat mag nicht onder
waterstraal worden gereinigd.
4. ALGEMENE AANWIJZINGEN EN WAARSCHUWINGEN
4.1. Algemene aanwijzingen
Deze gebruikhandleiding is door de fabrikant opgesteld om voor bevoegt personeel informatie nodig voor werk met het apparaat te verstrekken.
Het worden aanbevolen dat de geadresseerden van de informatatie het zorgvuldig en strikt doorlezen.
Door het doorlezen van deze informatie kan het risico voor menselijk gezondheid en verilgheid worden voorkomen.
Bewaar deze instructies voor de gehele levensduur van het apparaat op een bekend en goed bereikbareplaats wanner nodig.altijd kan worden geraadpleegd.
Om belangrijke informaties van de tekst te benadrukken of aandacht op belangrijke gegevens te leggen, worden speciale symbolen gebruikt:
Waarschuwing

Het wijst op belangrijke veiligheidschriften aan. Om de gezondheid enligheid van Personen Niet in gevaarlogen en geen schade te veroorzaken,juiste gedrag nodig.
Voorzichtig

Wijst op belangrijke technischeatie die nicht anderschat moot worden.
4.2. Omschrijving van het apparaat
Dit apparaat, genaamd elektrische pastakoker, is geprojecteerd en geproduceerd voor de professionele gastronomie voor het koken van meelproducten in water.
1) Container
2) Inspectieklep
3)Instelbare poten
4) Aansluiting gas
5) Afvoer: Afvoer van de verbrandingsgassen
6) Waterventiel: vult en reguleert de waterinhoud in de container.
7) Vermogensregelaar: regelt het vermogen van de brander (min. - max.)
8) Branderontsteking: piezo-elektrische ontsteking van de brander
9) Waterinlaat: vult de container met water
10) Minimaal en maximaal waterniveau in de container

4.3. Veiligheidsvoorzieningen
Het toestel is uitgerust met beveiligingsystemen. De figuur toont de opstelling van de voorzieningen.
A) Gas shutt-off ventiel: Voor het openen en sluiten van de gastoevoerleiding.
B) Thermokoppel: blokkeert de gastoevoer als de ylam dooft.
C) Veiligheidsthermostat: blokkeert de gastoevoer in het geval van afwezigheid van water.

Controller elke dag de
veiligheidsthermostaten op juiste montage en correcte werking.
Als de veiligheidsthermostat worden ontkoppeld, dient in de werkmodus terug te worden gekeerd tot de eerdere instellenen van het apparatus.
- Wacht tot het apparaat is afgekoeld.
- Open de klep (D).
- Druk op de knop van de veiligheidsthermostat (B) om de gastoevoer opnieuw te activeren.
- Sluit de klep (D).

Bij het ontkoppelen van de
veiligheidsthermostat de knop (C) indrukken.


4.4. Typenschild
4.5. Het verwangen van de onderdelen (onderhoudsmonteur)

Activeer alle aanwezigveeiligheids
voorzieningen voordat je een onderdeel verwangt. Let er voraal op de gaskraan te sluiten en de toegang tot voorzieningen die, als ze geactiveerd worden, onverwachte gezaren voor de verilgheid en gezondheid van personen können beteken, te verhinderen.
Vervang indien nodig versleten onderdelen uitsluitend door originele reserveonderdelen

Wijল Niet aansprakelijk voor schade
aan Personen of onderdelen ontstaan door gebruik van andere dan originele onderdelen of ingrepen aan het apparaat zonder de toestemming van de fabrikant, die de veiligheidsvereisten konnen veranderen.
5.1. Beschrijving van de bediening...
De bedieningselementen van de belangrijkste functies bevinden zich op het bedieningspaneel.
A) Brander regelaar: voor het ontsteken, uitzetten en het reguleren van de hoofdrander.
B) Waterventiel: voor het vullen van de container.
C) Piezo-elektrische ontsteking: voor het ontsteken van de ontstekingsvlam van de brander.

5.2. Branderontsteking
ONTSTEKEN
A) Druk de brander regelaar in en draai maar links (positie 1); tegelijkertijd de knop B indrukken om de ontstekingsvlam te ontsteken.
B) Hou regelaar B onceveer 10 seconden lang ingedrukt om het thermo-element op te warmen; LAST de regelaar los.
UITSCHAKELEN
A) Om de brander uit te schakelen, de brander regelaar maar rechts draaien (positie 1); de ontstekingsvlam brandt nog steeds.
C) Om de brander regelaar te ontsteken,\
deze waar links draaien (positie 2).
D) Het vermogen van de brander instellen (positie 3).

5.3. Container vullen
Aan het waterventiel draaien om de container tot het gewenste niveau te vullen. Na het bereiken van het maximale niveau, kan de brander worden ontstoken.
Na het vullen van de container, moet het waterventiel worden gesloten, om overlopen te vermijden.
Als het waterviveau op minder dan het minimum niveau staat, dient opnieuw het waterventiel te worden geopend.
Het apparaat kan worden aangesloten op het warme water, om de verwarmingstijd te verkorten (max. 60^ ).
Als het waterniveau tot onder het niveau van de mand daalt, kan de veiligheidsthermostat inschakelen: Vul de container in ieder geval tot minimaal niveau enzetervolgensdebrander aan.
! Gebruik het apparaat nicht wanner water onder gemarkeerd minimum oliestand is.

5.4. De container legen
Het afvoerwater dient te worden afgevoerd met behulp van het juiste lade, die bestendig is tegen een temperatuur van min. 100^
Om de container te legen, de aftapkraan A waar beneden draaien.

Controleer voor het vullen van het
bakje of de aftapkraan A is gesloten.

5.5. Tips voor gebruik van het apparaat
Als het apparaat langereijd Niet zar worden gebrukt, dient men als volgt te handelen:
- Sluit het gas shut-off ventiel
- Maak het toestel en de zone daaromheen grondig schoon;
- Breng op de roestvrijstalen oppervlakken een laagVASeline aan;
- Voer alle onderhoudswerkzaamheden uiit;
- Het apparatusat onafgedekt latent staan, de gaarruiimten open.

Maak de bak na gebruik
steeds leeg.
Handel volgens de onderstaande instructies om normalaagebruik van het apparaat te garanderen:
Gebruik uitsluitend de door de fabrikant aangegeven accessoires;
Gebruik de mandjes op gegaste wijze;
Controller voor het vullen van de container of het afwateringsventiel is gesloten.
Zorg ervoor dat het waterpeil nooit onder het gemarkeerde minimumiveau daalt;

Gebruik het apparaat nooit zonder in de container. Dit kan leiden tot stelbare schade aan het apparaat.
6. REINIGING EN ONDERHOUD
6.1. Aanwijzingen voor reiniging en onderhoud

Activeer alle aanwezige veiligheidsieningen voordat je onderhoudsaamheden uitvoert.
Let er vooral op de gaskraan te sluiten en de toegang tot voorzieningen die, als ze geactiveerd worden, onverwachte gezaren voor de verilgheid en gezondheid van personen+kunnen beteken, te verhinderen.
6.2. Routine-onderhoud
Het routineonderhoud bestaat uit het dagelijk schoonmaken van alle onderdelen die in contact komen met levensmiddelen en het regelmatig onderhoud van de branders, spreieers en afvoerleidingen.
Zorgvuldig onderhoud maakt het bereik van de Beste resultaten möglichk, verzekert langere levensduur en houdt de verilgheidseisen van het apparatus op een constant niveau.
Richt geen directe waterstralen of hogedrukreiniger op het toestel.
Gebruik voor het schoonmaken van roestvrij staal geen staalwol of borstels waar dat ze ijzerdeeltjes op het oppervlakte kurenchterlaten die door oxidatie roest veroorzaken. Gebruik voor het verwijderen van opgedroogde resten, spatels van hout of kunststof of zachte schuursponsjes.
Als het apparaat gedurende langere tijd Niet zal worden gebruikt, op alle oppervlakken van edelstaal een laag vaseline ter bescherming aanbrengen met behulp van een doeke en de ruimte regelmatig ventileren.

Gebruik geen reinigingsmiddelende, waarlijke of voor de gezondheid telijke stoffen (oplosmiddelen, die enz.) bevatten.
Laat regelmatig de volgende
onderhoudswerkzaamheden door gespecialiseerd
personael uitvoeren:
controle van de druk en de luchtdichtheid van het systeme;
controle van de goede werkig van de thermo-elementen;
controle van de goede werkking van de afvoerijp en eventuele reiniging ervan;
controle en ev. smeren van de gasventielen.
Controle van het juiste werkig van de veiligheidsdrukschakelaar.
7. STORINGEN
De volgende informatie dient voor het herkennen en oplossen van eventuele functiestoringen die zichijdens het gebruik konnen voordoen.
Sommige van deze problemen können door de gebruiker opgelost worden, voor alle andere is préciese vakkennis vereist en geldt dan ook dat deze uitsluitend door gekwalificeerd personeel opgelost mooten worden.
| Probleem Oorzaken | Oplossingen | |
| Gaslucht. | Soms ontsnapt gas door hetuitdoven van de vlam. | Het gas shut-off ventiel sluiten en deruihte ventileren. |
| De ontstekingsvlam ontsteekt Niet. | De vonkontsteking werkt nicht. | Controleer de werkung van hetontstekingsapparaat. De vlamhandmatig ontsteken.Noem contact op met de service. |
| Lucht in de leidingen doordattoestel voor langerearend Nietwerd gebruikt. | ||
| De ontstekingsvlam dooft aldoor. | Het thermoelement is nicht heet genoeg. | Verleng het ontstekingsproces. |
| De vlam is geel. De brander is vies | of vochtig. | De brander reinigen en latent staanom te drogen.Als het probleem zich nogsteeds voordoet, contact opnemenmet de service. |
| De branderegelaar is moeilijk te draaien. | Het ventiel is defect. | Neem contact op met de service. |
8. INSTALLATIE
8.1. Verpakking en uitpakken
Bij uitpakken en installmentie van het apparaat dieren de instructies van de fabrikant worden nageleefd die direct op de verpakking en in deze gebruiksaanwijzing worden omschreven.
Voor hijsen en transport van het product is het gebruik van een vorkheftruck of palletwagen aanbevolen waar bij bijzondere aandacht moet op de gelijkmatige gewichtsverdeling worden besteed om het risico van kantelen te voorkomen (het vermijden van overmatige hellingen!).

Wanner gebruik worden gemaakt van
de lift, aandacht besteden aan de buizen die het gas toevoeren en de positie van de poten.
De verpakking bestaatuitkartonnen dosje en de houten pallet.Op de kartonnen doos is aantal symbolen weergegeven die in overeenstemming met de internationale regelgeving over de regels tijdens het laden en het lossen, bij transport en opslag het apparatusat informeren.


HIER NAAR BOVEN
LETOP GLAS
Controleer bij ontvangst of de verpakking volledig is enijdens het vervoer nicht worden beschadigd.
Meld de eventuele schade onverwijld bij de vervoerder.
Pak het apparaat zo snel möglichkuit om te controlleren of het Niet beschadigd worden.
Een kartonnen doos Niet met scherpe gereedschappen open doeon. Dit kan schade aan de roestvrij stalen platen binnen de verpakking voroorzaken.
Haal de kartonnen verpakking uit het apparaat van boven.
Controleer na het uitpakken van het apparaat of de uitrusting met de bestelling overeenkomt.
Bij onregelmatigheid informeer onmiddelijk de verkoper.

Bewaar het verpakkingsmaterial zakjes, piepschuim,ieten,...) het bereik van kinderen!
Verwijder de beschermende PVC-laag van de binnenste en buitenste oppervlaken. Gebruik hiervoort geen metalen gereedschap.
8.2.Installatie (onderhoudsmonteur)
Het hele installmentieproces moet vanaf het begin van de uitvoering goed worden overwogen.
De installmentieplaats moet van alle toevoeraansluitingen en de afvoerleiding voor productieresten worden voorzien. Deplaats要去 tevens goed worden verlicht en aan alle hygienische en sanitaire vereisten volgens de geldende wetgeving voldoen.
De installmentie moet op een afstand van minstens 5cm van de wand gebeuren als deze Niet gegen een temperatuur van minstens 150^ bestand is.
Plaats het apparaat horizontally door het instellen van de afzonderlijke stelvoeten.

Om de goede werking van het
apparaat te garanderen, mag het enkel in permanent verluchte ruimten worden geinstalleerd en gezruikt.

ID 06
Het interne gastoevoersysteme en de ruimten waarin het toestel wordt opgesteld, moeten aan de geldende bepalingen van het land van gebruik voldoen (ministerieel besluit van 12 juli '96 en UNI-CIG 87/23).
Men dient de voor een regelmatige verbranding van het gas aan de branders vereiste luchthoeveelheid toe te voeren, d.w.z. ont. 2 kubieke meter per uur per kW geinstalleerd vermogen.
8.3. Wateraansluiting (onderhoudsmonteur)
De aansluiting komt tot stand door het verbinden van de aansluitslang van het apparaat met de buis van het waternet. Aan de verbinding moet een afsluitklep (A) worden geinstalleerd om de watertoevoer indien nodig te kunnen onderbreken. Daarachter dienen gemakkelijk bereikbare filters te worden geplaatst.


Op het apparaat dient op drinkwater den aangesloten. In de tabel waarden vastgelegd door de ese Unie.
| Beschrijving | Waarde |
| Druk | 150-300 kPA 1.5-3 bar |
| pH | 6.5-8 |
| Hardheid | 8-15°F (80-150 ppm CaCO3) |
| Mineralen | <1500 mg/L |
| IJzer | < 0.2 mg/L |
| Mangaan | <0.05 mg/L |
| Chloor | <0.25 mg/L |
| Sulfaten | <0.25 mg/L |
8.4. Gasaansluiting (onderhoudsmonteur)
De gasaansluiting moet volgens de geldende bepalingen gebeuren.
Voordat je het apparaat aansluit, dien je de specificaties, het gastype, de werkingsdruk en het debiet, die weergegeven worden op het typeplaatje, te controleren.
De aansluiting komt tot stand door het verbinden van de aansluitingsslang van het apparatus met de buis van het gasnet. Aan de verbinding moet een afsluitklep worden geinstalleerd om de gastoevoer indien nodig te konnen onderbreken.
Indien in het gastoevoersystem e aanzienlijke drukschommelingen optreden, dan worden het gebruik van een drukregelaar aanbevolen.
Na de aansluiting dien je te controleren of er eventueel gaslekken zich.


Gebruik nooit open vuur om.
zaken te zoeken!
8.5. Afvoer van de verbrandingsproducten
Voor de installmentie van apparaten van het type "A" is geen aansluiting op een rookafvoersystem voorzien, maar een geschikte afvoerkap met veilige werkung zodate verbrandingsproducten aan buiten afgevoerd worden.
Installatie onder afvoerkap (A).
Plaats het apparaat onder de kap (1) en monteer aan de afvoeraansluiting van het apparaat een buis met de in de figuur weergegeven afmetingen.
Het uiteinde van de afvoerleiding moet zich minstens 1,8 meter bevinden boven het oppervlak waarop het apparaat is opgesteld.

De gasteovoer van het apparaatrechtstreeks met het systeme vanlongen afvoer verbonden zijn:een flpping van de afvoerblazer要去 debreking van de gasteovoer Erzaken.

De blazer van het afvoersysteme automatisch aanslaan als de aan geopend worden.
8.6. Montage van het apparaat in rij
Om de apparaten in rij (naast elkaar) te monteren, dien je als volgt te werk te gaan.
- Demonteer de bedieningspanelen en verwijder indien nodig de afvoerrooster.
-
Gebruik op de aangrenzende zichdelen een aufdichtband (A).
-
Schuif de apparaten gegen elkaar aan en plaats ze horizontaal (door het instellen van de stelvoeten).
- Verbind de apparaten met de bevestigings-elementen.

B


8.7. Ombouw van gastoevoer (onderhoudsmonteur)
Het apparaat werk door de fabrikant met het op het typeplaatje weergegeven gas getest. Indien een ander gastype gebruikt worden, dan dient men als volgt te werk te gaan:
- Sluit de gaskraan (A).
- Vervang het mondstuk van de brander (zie parte paragraaf).
- Vervang het mondstuk van de ontstekingsvlam (zie parte paragraaf).
- Stel het minimum aan de gaskraan van de brander in (zie aparte paragraaf).
-
Stel indien nodig de primaire luchttoevoer van de brander af.
-
Verwijder de op het typeplaatje aangebrachte sticker en breng de neue sticker aan, waarop het gebruikte gas worden weergegeven (pos. 4 van het typeplaatje).

8.8. Het testen (onderhoudsmonteur)
Vór de ingebruikname van het apparaat, dien je het systeme te testen om de werkingsvoorwaarden van elk onderdelen te beoordelen en eventuale onregelmatigheden op te merken.
Voer voor het testen de volgende controlehandelingenuit:
-
Open de gaskraan en controllerer de luchtdichtheid van de verbindingen;
-
Controller of de brander goed ontsteekt en gas verbrandt;
- Controller en regel indien nodig de gasdruk en het debiet bij minimum en maximum (zie除去 paragraaf);
- Controller of het veiligheidsthermo-element goed werkt;
- Controller de gasaansluiting op lekken.
9. INSTELLINGEN

Activeer alle aanwezigige veiligheidseningen voordat je het apparaat in te stellen.
Let er vooral op de gaskraan te sluiten en de toegang tot voorzieningen die, als
ze geactiveerd worden, onverwachte genvaren voor de veiligheid en gezondheid van personen+kennen betekenen, te verhinderen.
9.1. Minimale instelling van het branderventiel (onderhoudsmonteur)
Deze instelling mag enkel uitgevoerd worden als het gastype dat dient aangesloten te worden, afwikt van het testgastype, waaroor de toevoerombouw werk uitgevoerd. Voor het uitvoeren van deze instelling dient gecontroleerd te worden of de gasdruk overeenstemt met de waarde van de aan het gastype beantwoordende nominale druk (zie bijgevoegde tabel). Ga hiervoor als volgt te werk.

- Sluit het gas shut-off ventiel.
- De draaiknop voor de regulering A.
- Draai schroef B los en haal het bedieningspaneel (C) eraf.
- Trek injector D eruit en verrang deze voor een injector die juist is voor het te gebruiken soort gas (zie bijlage). Na instelling de schroef lakken.
- Na beeindiging, het bedieningspaneel (C) monteren en de draaiknoop voor de regulering (A).

9.2. Vervanging van de spreieers van de brander (onderhoudsmonteur)
Ga hiervoar als volgt te werk.
Sluit het gas shut-off ventiel
Open het deksel (A)
Vervang de spreier (B) door één die voor het gezbruike type gas geschikt is (zie bijlagen).Schroef C losdraaien en de venturibuis (D) plaatsen.
Na beëindiging dient opniew te worden teruggekeerd maar de oorspronkelijke staat.
Het deksel sluiten.

9.3. Vervanging van de sproeier van de ontstekingsvlambrander (onderhoudsmonteur)
Ga hiervoar als volgt te werk.
Sluit het gas shut-off ventiel.
Open het deksel (A)
De ontstekingsvlam bevindt zich naast de brander.
Schroef de dop (B) af.
Trek spreoeier C eruit en verrang deze spreoeier door een dat voor het gebruekte type gas geschikt is (zie bijgevoegde tabellen).
Opniow de moer aandraaien en terugkeren tot de oorspronkelijke staat.
Het deksel sluiten.

10. VERWIJDERING VAN HET APPARAAT
Het apparatus is in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG, WASTE ELECTRICAL AND ELECTRONIC EQUIPMENT (WEEE) gekenmerkt.

Door de verwijdering van het act op de juiste manier draagt de ieker bij om potentièle negatieve gen voor het milieu en de gezondheidorkomen.

Het symbol op het product of op de meegeleverde documentatione informeert dat dit product Niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld maar het moet in een bepaalde inzamelpunt voor de recycling van elektrische en elektronische apparaten worden geleverd.
Neem deplaatselijke regelgeving in acht voor het verwijderen van afval.
Voor meer informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product, neem contact op met de gemeente, het afvalverwerkingsbedrijf of de winkel waar het product worden gekocht.
1. SPIS TRESCI
- SPIS TRESCI 1
- INDEKS RZECZOWY 2
-
BEZPIECZENSTWO 3
-
OGOLNE USTALENIA I OSTRZEZENIA 4