43Vario E - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 43Vario E SABO in PDF-formaat.

📄 104 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SABO 43Vario E - page 54
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 43Vario E - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 43Vario E van het merk SABO.

GEBRUIKSAANWIJZING 43Vario E SABO

Conversion kit for mulching system BSA625 (47-VARIO E) BSA632 (43-VARIO E) Cutter bar For safety reasons, the cutter bar must always be replaced by an authorised workshop. This workshop has the respective spare part numbers for the cutter bar available.1 1 Inleiding .................................................................................................................... 2 2 Verklaring van het op de machine aangebrachte typeplaatje ............................ 2 3 Verduidelijking van de pictogrammen .................................................................. 2 4 Verklaring van de symbolen ................................................................................... 2 5 Gebruik conform de voorschriften ........................................................................ 3 6 Algemene veiligheidsvoorschriften voor handmatig bestuurde cirkelmaaiers (benzine) ................................................................................................................... 3 Algemene veiligheidsinstructies ................................................................................ 3 Voorbereidende maatregelen .................................................................................... 4 Gebruik ...................................................................................................................... 4 Onderhoud en opslag ................................................................................................ 5 7 Beschrijving van de componenten ........................................................................ 6 8 Voorbereidende werkzaamheden .......................................................................... 7 Duwboom omhoog zetten (Afbeelding A1 + B1 + V4 + E1 ) ............................. 7 Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1 ) .................................... 7 Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I ) ............................................................. 7 Montage van de geladen accu (Afbeelding N2 + W1 + T4 + V1 + U1 ) ........ 7 9 Voor de eerste ingebruikneming ........................................................................... 7 Accu laden ................................................................................................................. 8 Wanneer wordt de accu geladen............................................................................... 8 Hoe wordt de accu geladen (Afbeelding W1 + T4 ) ............................................... 8 Indicatie van de accustand (Afbeelding U4 ) ........................................................... 8 Olie bijvullen (Afbeelding Y1 ) .................................................................................. 8 Brandstof invullen ...................................................................................................... 9 10 Starten van de motor (afbeelding D + P4 ) ......................................................... 9 11 Uitschakelen van de motor (Afbeelding F + P4 ) .............................................. 9 12 Stoppen in geval van nood ..................................................................................... 9 13 Rijaandrijving ........................................................................................................... 9 Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G ) ......................................... 9 Regelen van de snelheid (Afbeelding H )................................................................. 9 14 Grasopvanginrichting ............................................................................................. 9 Gebruik met grasopvangzak ..................................................................................... 9 Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak) (Afbeelding J + K ) ..... 9 Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding L ) ...................................................... 10 Gebruik zonder opvangzak ..................................................................................... 10 15 Het maaien.............................................................................................................. 10 Maaien op hellingen ................................................................................................ 10 Oliepeilcontrole ........................................................................................................ 10 Controle van de bedrijfsveiligheid ........................................................................... 10 Tijdelijke beperkingen .............................................................................................. 10 Tips voor de verzorging van het gazon ................................................................... 10 Maaien (Afbeelding M ) .......................................................................................... 10 Mulchen ................................................................................................................... 10 Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1 ) ............................................ 10 16 Onderhoudsintervallen ......................................................................................... 10 17 Verzorging en onderhoud van de maaier ........................................................... 11 Reiniging (Afbeelding O ) ....................................................................................... 11 Opbergen ................................................................................................................. 11 Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1 ) .......................................... 11 Transport en beveiliging van het apparaat .............................................................. 11 Onderhoud van de messenbalk .............................................................................. 11 Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q ) ............................ 11 Vervangen van de messenbalk ............................................................................... 12 Onderhoud van de voorwielen ................................................................................ 12 Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R ) ..................................... 12 Onderhoud van de aandrijving ................................................................................ 12 Vervangen van aandrijf-V-riem ................................................................................ 12 Accu naladen (Afbeelding N2 + W1 + T4 + V1 ) .............................................. 12 18 Onderhoud van de motor ..................................................................................... 12 Olie wisselen............................................................................................................ 12 Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W ) ........................ 13 Controle van de bougie (Afbeelding Y ) ................................................................. 13 Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand) .......... 13 19 Oorzaken van storingen en het verhelpen daarvan .......................................... 13 20 Technische gegevens ........................................................................................... 14 Motor ........................................................................................................................ 14 Accu en laadapparaat.............................................................................................. 14 Maaier ...................................................................................................................... 14 Geluidsvermogen .................................................................................................... 14 Geluidsdrukniveau ................................................................................................... 14 Trillingen .................................................................................................................. 15 21 Originele onderdelen............................................................................................. 15 Conformiteitsverklaring .................................................... zie achter, na de laatste taal2 1 INLEIDING Beste tuinliefhebber, als bij de trots op een verzorgd gazon ook nog het plezier aan het werk in de tuin komt, dan weet men pas wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe grasmaaier heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne high-tech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt, en dat verheugt u als u het wonderlijke resultaat ziet. Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden. Voordat u de maaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw grasmaaier te vermijden. Gebruik de grasmaaier voorzichtig. De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De betekenis van de pictogrammen is uitgelegd op deze pagina. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De verklaring van de symbolen vindt u in de tabel op de volgende pagina. De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat. Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen. Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein. 2 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHTE TYPEPLAATJE 1 Model 2 Productidentificatienummer 3 Nominaal vermogen 4 Gewicht 5 Gecontroleerde veiligheid (afhankelijk van het model) 6 Nominaal toerental motor 7 Bouwjaar 8 CE-conformiteitsteken 9 Handgeleide grasmaaier 10 Gegarandeerd geluidsdrukniveau 11 Serienummer Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen: 43-VARIO E (SA224020): met B&S-motor 675IS Series InStart en inschakelbare VARIO-aandrijving met snelheidsregeling, snedebreedte 430 mm 47-VARIO E (SA224319): met B&S-motor 775iS Series DOV InStart en inschakelbare VARIO-aandrijving met snelheidsregeling, snedebreedte 470 mm Gelieve de correcte modelbenaming van uw apparaat en het serienummer af te leiden van het typeplaatje. De paragraaf onder een opschrift in tekst cursief en onderlijnd geldt tot aan het volgende zo gemarkeerde opschrift voor het betreffende model.

3 VERDUIDELIJKING VAN DE PICTOGRAMMEN

Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen! Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsafstand aanhouden / derden uit de gevarenzone houden! Opgelet voor scherpe messen! Contact met roterende mesbalk vermijden! Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen! – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor afzetten en de bougiestekker uittrekken. Veiligheidsinstructies voor de hantering van de accu en het oplaadapparaat lezen en in acht nemen! Vóór de eerste inbedrijfstelling accu opwekken en volledig laden! Accu´s en laadapparaten horen niet bij het huisvuil. Overhandig de accu of het laadapparaat aan uw handelaar of lever deze in op een openbaar verzamelpunt. Motor STOP Aandrijving inschakelen Gevaar voor geluid - Oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling. Waarschuwing voor hete oppervlakken - motor en uitlaat niet aanraken. Verbrandingsgevaar! Uitlaatgassen zijn giftig - motor niet in gesloten ruimtes laten lopen. Vergiftigingsgevaar! Benzine is licht ontvlambaar - vonken en vlammen uit de buurt houden, niet roken. Brandgevaar! Dit toestel hoort niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt.

4 VERKLARING VAN DE SYMBOLEN

WAARSCHUWING Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. WAARSCHUWING Derden uit de gevaarszone verwijderd houden! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn. WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Uitlopende benzine en olie op de hete motor zijn licht ontvlambaar. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Terwijl de motor loopt of bij hete machine mag de tankdop niet geopend en geen benzine bijgevuld worden.3 Bij lopende motor moet de oliepeilstaaf steeds vast ingeschroefd zijn. WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Roken en open vuur zijn bij het tanken verboden. WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware voetletsels leiden. De motor alleen achter de maaier staand starten. Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen. WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden. Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Vóór het maaien, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroef controleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigd mes door een geautoriseerde werkplaats laten vervangen. De schroef van het mes door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien. Vóór het starten van de motor controleren of de gereedschappen verwijderd zijn. WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen. VOORZICHTIG Uitlaat en motor bereiken tijdens het bedrijf zeer hoge temperaturen. Verbrandingsgevaar! De accu nooit bij lopende motor uit het accuvak nemen of erin zetten. Vóór onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine minstens 15 minuten laten afkoelen. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigd of ontbrekend beschermrooster voor uitlaatgassen. VOORZICHTIG Als bij werkzaamheden aan het apparaat de bougiestekker en de contactsleutel niet worden uitgetrokken, zou de motor gestart kunnen worden en kunnen ernstige verwondingen het gevolg zijn. Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor afzetten, de bougiestekker uittrekken en de contactsleutel eruit halen. Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok! Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken. WAARSCHUWING Het contact met de roterende mesbalk kan tot ernstige verwondingen aan handen en voeten leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. De motor afzetten en wachten tot het snijgereedschap stilstaat, contactsleutel uittrekken: – wanneer de maaier opgetild of gekanteld moet worden, bijv. voor het transport; – bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; – wanneer de machine, ook slechts korte tijd, onbeheerd wordt achtergelaten; – voordat de snijhoogte wordt ingesteld; – voordat de grasvangzak wordt verwijderd; – voordat de mulch-stop wordt verwijderd; – voordat wordt bijgetankt. Alleen tanken wanneer de motor koud is; – voordat de accu uit het accuvak aan de motor weggenomen of erin gezet wordt! VOORZICHTIG Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk en met andere scherpe kanten van het toestel kan tot letsels leiden. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen. VOORZICHTIG Gevaar voor geluid - Oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling.

5 GEBRUIK CONFORM DE VOORSCHRIFTEN

  • Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Doelmatig gebruik"). Elke daarboven uitgaande inzet geldt als niet doelmatig; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.
  • Bij de inzet in publieke plantsoenen, parken, op sportterreinen, straten en in agrarische en bosbouwbedrijven is bijzondere voorzichtigheid vereist.
  • De maaier mag met name niet worden ingezet voor het snoeien van struikgewas, heggen en struiken, voor het snoeien van rankende klimplanten of van begroeiing op daken en balkons, noch voor het afzuigen en/of vrij blazen van stoepen.
  • Het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.

6 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR

HANDMATIG BESTUURDE CIRKELMAAIERS (BENZINE) Algemene veiligheidsinstructies Lees voor uw eigen veiligheid en om een goede werking te garanderen zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.

  • Denk eraan dat de bediener van de machine of de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.
  • Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet in het geval van doorverkoop aan de koper van het apparaat worden overhandigd.
  • Sta nooit toe dat kinderen en personen onder 16 jaar, noch andere personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen, de machine gebruiken. Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.
  • Geef iedereen die met het apparaat moet werken uitleg over de mogelijk gevaarlijke momenten, en over hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn.
  • Dit apparaat is niet ervoor bedoeld om te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens en/of bij gebrek aan kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is. Maai nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn.4
  • Berg uw machine veilig op! Ongebruikte apparaten moeten in een droge, afgesloten ruimte en ontoegankelijk voor kinderen bewaard worden.
  • Contactsleutel uittrekken en ontoegankelijk bewaren op een veilige plaats voor kinderen en onbevoegde personen.
  • Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden!
  • De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen van kabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders! De kabels moeten zodanig tegen de buitenkant van de boom liggen dat ze bij het neerklappen van de boom niet verpletterd of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. Voorbereidende maatregelen
  • Tijdens het maaien moet altijd stevig schoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.
  • Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Gehoorbescherming dragen. Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok! Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen. Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een maairobot gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot werkoppervlak van de maairobot in acht worden genomen: – vóór de werkzaamheden op deze oppervlakken (maaien, verticuteren, enz.) moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd. – wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation. – wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing. – de begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden. – rondslingerende kabelresten voor de maaier verwijderen. Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
  • Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Vóór het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen. WAARSCHUWING – Benzine is licht ontvlambaar en zeer explosief. Vuur en explosies kunnen ernstige verwondingen en materiële schade veroorzaken. – Benzine alleen bewaren in toegelaten reservoirs en ontoegankelijk voor kinderen. – Reservoirs niet vullen op een laadplatform of een aanhanger met kunststof bekleding. Reservoirs vóór het vullen met brandstof niet neerzetten in de buurt van het voertuig en altijd op de grond. – Alleen tanken in de openlucht en bij koude motor. Roken en open vuur zijn bij het tanken verboden. – Met brandstof aangedreven apparaten die zich op een laadplatform of een aanhanger bevinden, niet vanuit de pomp voltanken, maar voltanken met een draagbare jerrycan. – Vóór het starten van de motors moet benzine worden ingegoten. – Terwijl de motor loopt of bij een hete machine mag de tankdop niet worden geopend noch benzine worden bijgevuld. – Indien er benzine is overgelopen, mag geen poging worden ondernomen om de motor te starten. In plaats daarvan moet het apparaat van het door benzine vervuilde oppervlak verwijderd, en de overgelopen brandstof aan de motor afgeveegd worden. Ook onder de accu moet de overgelopen brandstof worden afgeveegd. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden, tot de benzinedampen zijn vervluchtigd. – Om veiligheidsredenen moeten benzinetank en -jerrycan weer zorgvuldig worden afgesloten. – Bij beschadiging moeten benzinetank en tankafsluiting worden vervangen.
  • Vóór het gebruik moet altijd door een zichtcontrole gecontroleerd worden of het snijgereedschap, bevestigingsschroeven en de hele snijeenheid versleten of beschadigd zijn. Ter vermijding van onbalans moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsschroeven door een geautoriseerde vakwerkplaats worden vervangen.
  • De toestand van de pictogrammen moet bij elke inzet gecontroleerd worden. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Gebruik
  • Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
  • Laat de verbrandingsmotor niet draaien in afgesloten ruimten waarin zich gevaarlijke verbrandingsgassen kunnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging!
  • Dragers van pacemakers mogen bij draaiende motor geen motoronderdelen aanraken die onder spanning staan.
  • Opgelet! Apparaat niet voor aanzuigopeningen van ruimtebeluchtingstoestellen laten lopen.
  • Maai niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat.
  • Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok!
  • Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar!
  • Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.
  • Maai alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets.
  • Pas de rijsnelheid aan de persoon en het terrein aan. Verhoog de snelheid langzaam totdat u de juiste snelheid heeft bereikt en schakel eventueel de rijaandrijving uit.
  • Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
  • Niet te dicht op terreinhellingen, greppels en taluds afrijden. De machine kan plotseling over de kop gaan, als een wiel over de rand van een klip of een greppel rijdt of een rand plotseling zakt.
  • Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaat zou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel.
  • De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
  • Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
  • Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
  • Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw grasmaaier is zo krachtig, dat hij nog kan maaien op hellingen die tot 46% (25° helling) aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat.
  • Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt.
  • Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
  • Houd de door de lengte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan.
  • Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep!5
  • Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid.
  • Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
  • Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten): – Veiligheidsschakelbeugel motorstop (1) De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. In het lopende bedrijf en op een moment van gevaar wordt door de beugel voor de motorstop los te laten de verbrandingsmotor afgezet. De verbrandingsmotor en het mes moeten binnen 3 seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de verbrandingsmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het afzetten van de verbrandingsmotor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is, moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden. – Contactsleutel (15) (bij 47-VARIO E) resp. (16) (bij 43-VARIO E) Deze veiligheidsinrichting beschermt tegen verwondingen door een onopzettelijk starten van de motor. Om een onbevoegd activeren van de starter resp. van de machine te verhinderen moet bij alle werkzaamheden aan het apparaat, vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, wanneer de machine wordt verlaten en tijdens de opslag de contactsleutel worden uitgetrokken. Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten): – Behuizing, grasopvangzak, uitwerpklep (14), deflector Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsels door omhoog geslingerde voorwerpen. Het toestel mag niet met beschadigde behuizing c.q. zonder reglementair bevestigde opvangzak resp. deflector of tegen de behuizing aanliggende uitwerpklep worden gebruikt. – Behuizing Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. – Afdekkingen van de riemaandrijving (11), motorafdekkingen (6) (bij 47- VARIO E) resp. (5) (bij 43-VARIO E) Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door bewegende onderdelen. Het apparaat mag niet met beschadigde c.q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde afdekkingen worden gebruikt. – Uitlaatrooster (10) (bij 43-VARIO E) resp. (9) (bij 47-VARIO E) De motor/uitlaat wordt zeer heet. Het beschermrooster beschermt tegen verbrandingen. Apparaat niet gebruiken zonder uitlaatrooster. De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.
  • Wijzig de basisafstelling van de motor niet of jaag hem niet over zijn toeren.
  • Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, niet inschakelen. Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisysteem staan. Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het maaimes in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. Start de motor niet, als er personen of dieren voor de maaier staan. Bij apparaten met zijdelingse uitwerp mag u de motor niet starten, als u voor het uitwerpkanaal staat of als er zich personen of dieren in het uitwerpbereik bevinden. Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Houd u altijd verwijderd van de uitwerpopening. Zet de motor af door de beugel motorstop los te laten, trek de bougiestekker eraf, vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stil staan en dat de contactsleutel is uitgetrokken: – wanneer de machine wordt verlaten; – voordat u de machine controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert; – voordat u blokkeringen losmaakt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert; – wanneer een vreemd voorwerp werd geraakt; – wanneer de machine ongewoon begint te trillen.
  • Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
  • Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Wend u als er sterke trillingen optreden meteen tot een geautoriseerde vakwerkplaats.
  • WAARSCHUWING De in deze bedieningshandleiding vermelde geluids- en trillingsniveaus zijn de maximum waarden voor de inzet van het apparaat. De inzet van een snij-element in onbalans, overmatige bewegingssnelheid of gebrekkig onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen. Daarom is het noodzakelijk om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat eventuele schade als gevolg van hoge geluidsniveaus en belasting door trilling wordt vermeden. Onderhoud het apparaat goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzes tijdens het werk. De in deze bedieningshandleiding opgesomde onderhoudswerkzaamheden uitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren en onderhouden. Zet de motor af door de beugel voor de motorstop los te laten, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan en de contactsleutel is uitgetrokken, – als u de maaier moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport; – als u de machine naar het maaivlak toe en weer weg transporteert; – bij het rijden buiten het gazon; – als u de machine korte tijd verlaat; – als u de snijhoogte wilt verstellen; – voordat u de grasvangzak eraf neemt; – voordat u de mulchstop verwijdert; – voordat u bijtankt. Alleen bijtanken bij koude motor!
  • Indien de motor een benzinekraan bezit, dient deze na het maaien dicht te worden gedraaid. Onderhoud en opslag
  • Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
  • Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is. U mag alleen bij uitgeschakelde motor de uitwerpklep openen en de grasopvangzak verwijderen of de mulchprop verwijderen. Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in een gesloten ruimte waarin eventueel benzinedampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen of kunnen ontvlammen.6 Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen. Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten afkoelen.
  • Houd, om brandgevaar te vermijden, de motor, uitlaat en brandstoftank vrij van gras, bladeren en lekkende olie (vet). Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Laat de motor eerst afkoelen, voordat u de machine in een afgesloten ruimte wegzet. De machine in geen geval in de nabijheid van open vuur of warmtebronnen zoals boilers of verwarmingen wegzetten. Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasopvangbak niet versleten is en of die nog goed functioneert. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen. Het vervangen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes moet worden uitgevoerd door een erkend vakbedrijf. Door een foutief gemonteerde meskoppeling kan de mesbalk losraken, wat tot ernstige verwondingen kan leiden. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen.
  • Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen. Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen. Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd op vlakke ondergronden bij uitgeschakelde motor, uitgetrokken bougiestekker en uitgetrokken contactsleutel. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen.
  • Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken! Gevaar: elektrische schok.
  • Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar!
  • Op goede zitting van de bougiestekker letten! Gevaar: elektrische schok.
  • Indien de tank geledigd dient te worden, dan moet dit in open lucht en bij koude motor te gebeuren. Er op letten, dat er geen brandstof wordt gemorst. De machine altijd in schone toestand in een gesloten, droge ruimte, buiten het bereik van kinderen wegzetten. Wanneer de machine wordt weggezet altijd de contactsleutel eruit trekken, om het ongeoorloofd starten resp. bedienen van de machine te verhinderen. Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.

7 BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN

47-VARIO E 1 Veiligheidsschakelbeugel motorstop 2 Draaigreep Vario-activering 3 Aandrijfschakelbeugel 4 Olievulopening met peilstok 5 Accuvak met accu 6 Motorafdekking 7 Snijhoogte-instelling 8 Bougie 9 Uitlaatrooster 10 Draaggreep 11 Afdekkingen van de riemaandrijving 12 Luchtfilter 13 Tankafsluiting 14 Uitwerpklep 15 Startsleutel 43-VARIO E 1 Veiligheidsschakelbeugel motorstop 2 Varioactivering 3 Aandrijfschakelbeugel 4 Tankafsluiting 5 Motorafdekking 6 Snijhoogte-instelling 7 Luchtfilter 8 Bougie7 9 Draaggreep 10 Uitlaatrooster 11 Afdekkingen van de riemaandrijving 12 Olievulopening met peilstok 13 Accuvak met accu 14 Uitwerpklep 15 Snelspanner (afhankelijk van het model) 16 Startsleutel Alle modellen 8 VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN Voor de montage van de maaier zitten de volgende onderdelen in de verpakking:

  • Maaier met voorgemonteerde duwboom
  • Vangdoek, vangzakframe
  • Gereedschapszak met de volgende inhoud: – Bedieningshandleiding met Conformiteitsverklaring – Garantiebepalingen – Diverse montageonderdelen. Als er onverwacht een deel ontbreekt, gelieve dan contact op te nemen met uw specialist. OPGELET Vóór montage van de duwboom altijd de bougiestekker uittrekken! Na montage, ten laatste vóór het starten van de motor de bougiestekker weer erop drukken! Duwboom omhoog zetten (Afbeelding A1 + B1 + V4 + E1 ) BELANGRIJK Let erop, dat de bowdenkabels bij optillen van de duwboom niet geknikt worden of bekneld raken! BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. De Z-vormig ingeklapte duwboom in onderstaande volgorde naar boven uit elkaar trekken: – Eerst het onderstuk van de duwboom omhoog tillen A1 , dan de uiteinden van het onderstuk zo ver uit elkaar duwen, dat de aan beide kanten naar binnen wijzende arrêteringsnokken inklikken in de bijhorende boringen B1 . Er kunnen drie verschillende hoogtes van de duwboom worden ingesteld. – De vleugelmoeren aan beide kanten met de hand stevig aandraaien B1 . – Het bovenste deel van de duwboom zover optillen tot het bovenstuk en onderstuk op één niveau liggen. 43-VARIO E, 47-VARIO E (Afbeelding E1 ) – Als het bovenstuk en onderstuk op één niveau liggen, de vleugelmoeren met de hand vast aandraaien. – De bowdenkabels in de kabelgeleiding leggen. Daardoor wordt verhinderd dat de bowdenkabels bij het omklappen van de duwboom bekneld raken. VOORZICHTIG Bij de activering van de hoogteverstelling van de duwboom kan het gebeuren dat de boom ongewild omslaat bij het losdraaien van de vleugelmoeren B1 voor de bevestiging van het onderstuk aan de behuizing (maar zo ver losdraaien, dat de boom vrij kan worden bewogen) en het losspringen van de vergrendelingsnokken uit de boringen in de behuizing. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom en behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar! Alle modellen Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1 ) – Het vangzakframe met de beugel vooraan in de vangdoek zetten. De bovenste naden van de vangdoek aan de beugel uitrichten. – De bevestigingsprofielen op het raam van het vangzakframe drukken R1 . – De uitwerpklep van de maaier naar boven openen. – De grasvangzak aan de draagbeugel optillen, de schans (1) R1 aan de vangzakopening in de uitwerpopening zetten en de grasvangzak met zijn beide zijdelingse haken boven aan de maaierbehuizing inhangen S1 . – De uitwerpklep op de grasvangzak klappen. Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I ) Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 De door u gewenste maaihoogte wordt ingesteld met de hendel (1) op de linkerkant van de maaimachine. – De hendel uit de inkeping trekken en na verschuiving naar de zijkant weer fixeren in de gewenste positie. – De markering links op het huis geeft de maaihoogte aan. BELANGRIJK Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde gazons! Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden. Behalve de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld en opvangresultaat. Snijhoogte en rijsnelheid aanpassen aan de hoogte van het te snijden gras, indien nodig de rijaandrijving niet inschakelen. Montage van de geladen accu (Afbeelding N2 + W1 + T4 + V1 + U1 ) Veiligheidsinstructies voor de hantering van de accu en het oplaadapparaat lezen en in acht nemen! Vóór de eerste inbedrijfstelling accu opwekken en volledig laden! – De accu (1) ontgrendelen door de zijdelingse knop in te drukken, accu uit het accuvak aan de motor trekken N2 . – Het laadapparaat in een contactdoos met 230V steken. – De accu (1) in het laadapparaat (2) schuiven W1 . Wanneer de rode laadcontrolelamp (3) T4 niet oplicht, de accu eruit nemen en opnieuw erin zetten. Erop letten dat de accu vast in het laadapparaat zit. OPMERKING De lithium-ion accu werd vóór de levering gedeeltelijk geladen. Om de lading te behouden en schade tijdens de opslag te vermijden werd de accu geprogrammeerd op een „Slaapmodus“. Om een nieuwe accu op te wekken is een eerste snellading van ca. 10 seconden vereist. Wij bevelen aan om de accu in het laadapparaat te laten, tot hij volledig is geladen. Laden van de accu zie hoofdstuk „Accu laden“. – Na het opladen de accu (1) uit het laadapparaat trekken en weer vast in het accuvak (5) aan de motor schuiven V1 . Erop letten dat de accu zeker wordt bevestigd. – Van tevoren het accuvak bovenaan de motor onderzoeken op vreemde voorwerpen en eventueel met een borstel of doek reinigen. Bij de eerste montage – De gele kleefband verwijderen van de accustekker U1 . – De accustekker verbinden met de contrastekker van de kabelboom.

9 VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMING

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Alle schroefverbindingen en de bougiestekker controleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien! Met name de bevestiging van de mesbalk moet gecontroleerd worden (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk“). De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen.8 Meten van de nalooptijd Na het starten van de verbrandingsmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het afzetten van de verbrandingsmotor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Accu laden Voor alle veiligheidsmaatregelen met betrekking tot hantering, opslag, opberging, transport, verwijdering van de lithium-ionbatterij, eerstehulpmaatregelen en maatregelen voor brandbestrijding, vindt u in het "productveiligheidsinformatieblad" op www.sabo-online.com in de gebruiksaanwijzingen. Informatie-telefoonnummer voor lithium-ionbatterijen +49 (0) 2261 704-0 Wanneer wordt de accu geladen Voor de eerste keer – De lithium-ion accu werd vóór de levering gedeeltelijk geladen. Om de lading te behouden en schade tijdens de opslag te vermijden werd de accu geprogrammeerd op een „Slaapmodus“. – Om de accu op te wekken is een eerste snellading van ca. 10 seconden vereist. – Wij bevelen aan om de accu in het laadapparaat te laten, tot hij volledig is geladen. Om de accu te laden zie hoofdstuk „Hoe wordt de accu geladen, Afbeelding W1 + T4 “. Indien nodig – Ter controle van de beschikbare lading de indicatieknop van de accustand indrukken (zie hoofdstuk „Indicatie van de accustand, Afbeelding U4 “) en de accu dienovereenkomstig laden. Hoe wordt de accu geladen (Afbeelding W1 + T4 ) Gebruik het meegeleverde oplaadapparaat alleen voor de accu die bij de grasmaaier hoort. Probeer eveneens nooit om uw accu op te laden met een ander laadapparaat. U zou uzelf in gevaar kunnen brengen of uw apparaat kunnen beschadigen. Verkeerd gebruik van accu en laadapparaat kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Om veiligheidsredenen en om schade aan het laadapparaat en de accu te vermijden mag het laadapparaat alleen binnen in een gebouw en in droge ruimtes worden gebruikt. Accu resp. laadapparaat niet blootstellen aan regen of vocht. De accu mag niet onder direct zonlicht worden geladen. Bij het eraf nemen van het laadapparaat niet aan de kabel trekken, maar aan de stekker, omdat anders stekker of kabel zouden kunnen worden beschadigd. Voor zover niet absoluut nodig, mag er geen verlengkabel worden gebruikt. Bij gebruik van een ongeschikte verlengkabel kan brand en het gevaar van een elektrische schok ontstaan. Wanneer een verlengkabel moet worden gebruikt, dan moet men letten op het volgende: – Aantal, grootte en vorm van de contacten aan de stekker van de verlengkabel moeten overeenkomen met de stekker van het laadapparaat. – De verlengkabel moet in een goede toestand zijn en volgens de voorschriften worden aangesloten. – Voor het nominale AC vermogen van het laadapparaat moet de dikte van de draad minstens 16 AWG bedragen (1,3 mm

Het laadapparaat mag niet worden ingezet, als de stekker of de kabel beschadigd zijn. De verbindingskabel kan niet worden vervangen. Als de kabel beschadigd is, dan moet het laadapparaat meteen worden vervangen (bestel-nr. laadapparaat zie Originele onderdelen en toebehoren). Het laadapparaat niet gebruiken als het is blootgesteld aan een sterke schok, is gevallen of op een andere manier beschadigd is geraakt. Wanneer het laadapparaat is beschadigd, dan moet het worden vervangen. Het kan niet worden gerepareerd. Het laadapparaat niet uiteenhalen en niet proberen om het te repareren. Om het gevaar van een elektrische schok te vermijden moet men erop letten dat er geen water in de stekker belandt. Vóór de reiniging de stekker van het laadapparaat uit de contactdoos trekken. Het apparaat niet kortsluiten. Nooit voorwerpen in de contacten van de accu steken. Het laadapparaat isoleren en bewaren op een koele, droge plaats, als het niet wordt gebruikt. In vochtige omgevingen kan corrosie van klemmen en elektrische contacten ontstaan. Het laadapparaat mag niet door personen (inclusief kinderen) met beperkte lichamelijke of mentale waarneming worden gebruikt, indien deze niet door een persoon zijn onderricht, die verantwoordelijk is voor hun veiligheid bij de hantering van het apparaat. Kinderen moeten onder toezicht staan, opdat ze niet met het laadapparaat kunnen spelen. – Het laadapparaat in een contactdoos met 230V steken. – De accu (1) in het laadapparaat (2) schuiven W1 . Wanneer de rode laadcontrolelamp (3) niet oplicht T4 , de accu eruit nemen en opnieuw erin zetten. Erop letten dat de accu vast in het laadapparaat zit.

  • De rode controlelamp (3) geeft aan, dat de accu normaal wordt geladen.
  • De groene controlelamp (4) geeft aan, dat de accu volledig is geladen T4 .
  • De knipperende rode controlelamp geeft aan, dat de accu ofwel te heet of te koud is en niet kan worden geladen. De accu aangesloten laten. Wanneer de normale bedrijfstemperatuur wordt bereikt, dan begint het oplaadproces automatisch. Voor de normale bedrijfstemperatuur zie hoofdstuk „Gegevensblad over de productveiligheid: Hantering en opslag“
  • Knipperende rode/groene controlelampen geven aan, dat de accu niet kan worden geladen en moet worden vervangen. – Uit de „Slaapmodus“ wekt de accu binnen ca. 10 seconden op, wanneer hij zich in het aangesloten laadapparaat bevindt. – Een volledig ontladen accu heeft ca. 1 uur nodig om volledig te worden geladen. Snellading De snellaadfunctie maakt mogelijk:
  • door een lading van 10 seconden: het opwekken van de accu uit de „Slaapmodus“
  • door een lading van 10 minuten: meer dan 10 startprocessen
  • door een lading van 60 minuten: meer dan 50 startprocessen met een volledig geladen accu – De accu blijft volledig geladen, wanneer hij in het laadbedrijf blijft. – Wanneer de groene controlelamp (4) aangeeft dat de accu volledig is geladen, dan kan hij uit het laadapparaat worden genomen. – Ter controle van de beschikbare lading de knop voor de indicatie van de accutoestand indrukken (zie hoofdstuk „Indicatie van de accustand“). – De netstekker van het laadapparaat uit de contactdoos trekken, als hij niet meer nodig is. – Om een onbevoegd gebruik van de maaier vooral door kinderen te verhinderen trekt u de contactsleutel uit: – wanneer u de machine verlaat, – wanneer u de grasmaaier afzet tot aan het volgende maaiproces, – vóór opslag van de maaier voor de winterpauze. – Sla de accu in een droge, koele en vorstvrije ruimte op. Indicatie van de accustand (Afbeelding U4 ) Ter controle van de beschikbare lading de knop voor de indicatie van de accustand (6) indrukken. De indicatielampen geven de ongeveer resterende lading van de accu aan:
  • vier lampen – 78% tot 100%
  • drie lampen – 55% tot 77%
  • twee lampen – 33% tot 54%
  • één lamp – 10% tot 32%
  • knipperende lamp – minder dan 10% Olie bijvullen (Afbeelding Y1 ) Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 BELANGRIJK Schade vermijden! De motor wordt zonder olie geleverd. De motor moet voor het starten met olie worden gevuld.9 Vóór de eerste start motorolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) met een trechter na de peilstok eraf te hebben geschroefd in deze opening gieten. – De maaier parkeren op vlakke ondergrond. – Olie langzaam in de vulopening gieten. Niet overvullen. Na het vullen van de olie eerst enkele minuten wachten en dan pas het oliepeil controleren. De oliepeilstok aanbrengen en vastschroeven. – Oliepeil controleren Meetstaaf eruit nemen. De peilstok afvegen met een schone doek, weer erin steken en vastschroeven. Dan de peilstok weer uitnemen en het oliepeil aflezen. De olie moet tot boven aan de Vol-markering (pijl) staan. Eventueel olie bijvullen. Het oliepeil mag echter niet boven de Vol-markering liggen. Meetstaaf weer erin zetten en vastdraaien. – Na de eerste vulling het bord „NO OIL“ (GEEN OLIE) boven aan de motor verwijderen. Brandstof invullen Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 – Gebruik als tankvulling alleen verse en schone loodvrije standaard brandstof. Brandstof met maximaal 10% ethanol is acceptabel. – Benzinedop losdraaien. – Brandstof m. b. v. een trechter tot max. onderkant van de vulpijp invullen. – Benzinedop weer aanbrengen en vastdraaien. 10 STARTEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING D + P4 ) Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 De motor alleen starten als u achter de maaier staat. De maaier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. BELANGRIJK De motor loopt alleen wanneer de veiligheidsschakelbeugel op het bovenste deel van de duwboom wordt gedrukt. Op het moment, dat u de schakelbeugel loslaat, dan klapt deze door veerdruk weer terug omhoog naar zijn uitgangspositie, de motorrem wordt geactiveerd en binnen drie seconden komen de motor en de messenbalk tot stilstand. – De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenste deel van de duwboom (2) drukken en vasthouden D . – De contactsleutel (4) zo lang tot aan de aanslag naar rechts draaien, tot de motor aanspringt P4 . AANWIJZING Om een lange levensduur van accu en starter te garanderen mag het startproces nooit langer dan 5 seconden duren. Tussen de activeringen telkens een minuut wachten. Om de volle elektrische energie voor een herstart te garanderen wordt aanbevolen om een wachttijd van 60 seconden aan te houden. AANWIJZING Als de motor niet aanspringt en de controlelampen van de accu knipperen, dan is de accu oververhit of de krachtontneming te hoog. Alle vier de controlelampen van de accu knipperen ter waarschuwing 10 seconden lang. De accu heeft geen beveiliging, maar wordt na 10 seconden automatisch teruggezet. Wanneer de accu te heet is (boven 60 °C), dan moet hij gedemonteerd worden en afkoelen op omgevingstemperatuur. Om een overmatige krachtontneming tijdens het startproces te vermijden moet men ervoor zorgen dat de maaierbehuizing schoon is en vrij van grasophopingen en vreemde voorwerpen. AANWIJZING Deze motor heeft een ReadyStart

-systeem: Dit systeem heeft een temperatuurgeregelde automatische choke. De motor loopt automatisch bij optimaal max. toerental, dat vereist is voor een zuiver snijbeeld (motortoerental = mestoerental). 11 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING F + P4 ) – Veiligheidsschakelbeugel (1) loslaten F . – Contactsleutel (3) uittrekken P4 .

12 STOPPEN IN GEVAL VAN NOOD

Veiligheidsschakelbeugel en aandrijfschakelbeugel loslaten. – De maaier stopt. – Het mes komt tot stilstand. – De motor wordt uitgeschakeld. OPGELET Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem en de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos functioneren. – als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaaan. – als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de machine meteen tot stilstand komen. Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken. 13 RIJAANDRIJVING Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G ) De achterwielaandrijving wordt door de aandrijfschakelbeugel (1) aan het bovenstuk van de duwboom (2) bij lopende motor in- en uitgeschakeld: – Aandrijfschakelbeugel aantrekken en vasthouden = maaier rijdt. – Aandrijfschakelbeugel loslaten = maaier blijft staan (0-stand). De aandrijfschakelbeugel moet altijd strak tegen het bovenstuk van de duwboom aan getrokken worden. Een ondeskundige bediening leidt tot slijtage van de transmissie. De hogere weerstand van de beugel in de begintoestand is gewenst om een verkeerde bediening te bemoeilijken. AANWIJZING De achterwielen klikken als de maaier vooruit wordt geschoven. Regelen van de snelheid (Afbeelding H ) BELANGRIJK Het regelen van de snelheid mag alleen geschieden als de motor draait, om beschadigingen te voorkomen! De rijsnelheid wordt ingesteld met de links aangebrachte greep. – Om de snelheid in te stellen de greep in beide richtingen draaien en aldus de gewenste snelheid instellen. De pijl op de draaigreep geeft de rijsnelheid aan. – Stand „Haas” = snel (max. snelheid). – Stand „Schildpad” = langzaam (min. snelheid). AANWIJZING Maaien met te hoge snelheid leidt tot een slecht snijbeeld resp. Opvangresultaat. Pas de snelheid altijd aan aan de omstandigheden. Bij langere afgesneden grassprieten moet een langzamere rijsnelheid worden gekozen. 14 GRASOPVANGINRICHTING Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Gebruik met grasopvangzak WAARSCHUWING Bij gebruik van de grasvangzak moet deze volledig gemonteerd en in perfecte technische staat zijn. BELANGRIJK Men moet erop letten dat bij het hanteren met de opvangzak de schans (1) R1 niet verbogen wordt. Let er bij het maaien op, dat de opvangzak op tijd wordt leeggemaakt. Het turbosignaal op de opvangzak geeft het juiste tijdstip aan om de zak leeg te maken. Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak) (Afbeelding J + K ) Aan de bovenkant van de opvangzak is een indicatie geplaatst, waarmee men zien kan of de opvangzak leeg of vol is: – Indien de opvangzak leeg is gaat het signaal onder het maaien bol staan J . – Indien de opvangzak vol is valt het signaal in elkaar; dan moet het maaien dadelijk gestaakt en de opvangzak leeg gemaakt worden K .10 BELANGRIJK Indien het weefsel van de opvangzak erg vuil is gaat het signaal niet bol staan. Het weefsel moet dan worden schoongemaakt! Alleen met een luchtdoorlatende opvangzak is een foutloos opnemen van het gras mogelijk. BELANGRIJK Opvangzak niet met warm water reinigen! Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding L ) – Motor afzetten en contactsleutel uittrekken. – Uitwerpklep optillen. – Aan de draagbeugel de gevulde grasvangzak van de maaier uithangen – uitwerpklep sluit automatisch. – Grasvangzak vasthouden aan de draagbeugel en de greepuitsparing aan de onderkant van de bodem en grondig uitschudden. Gebruik zonder opvangzak WAARSCHUWING Bij het gebruik zonder opvangzak moet de uitwerpklep aan het maaichassis steeds gesloten zijn (naar onder geklapt). 15 HET MAAIEN Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Maaien op hellingen OPGELET De maaier kan in bermen en op hellingen die tot 46% (25° helling) aflopen, worden ingezet. Steilere schuinstanden kunnen schade aan de motor veroorzaken. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg er altijd voor dat u stevig en stabiel staat. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat! Oliepeilcontrole Vóór elk maaien het oliepeil controleren Y1 . De motor nooit met te weinig of te veel olie laten lopen. Onherstelbare schade zou het gevolg kunnen zijn. Controle van de bedrijfsveiligheid De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de verbrandingsmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het afzetten van de verbrandingsmotor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Ook de foutloze werking van de schakelbeugel voor de rijaandrijving moet vóór elk maaien gecontroleerd worden. Als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de machine meteen tot stilstand komen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Ter vermijding van een gevaar elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes controleren. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk”). Om de 10 bedrijfsuren ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting. Daarnaast schroeven en moeren van het apparaat controleren op goede bevestiging en eventueel aandraaien! Controleren of de bougie goed bevestigd is! Gevaar: elektrische schok. Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok! Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar! Bij blokkering van het maaiwerk, bijv. door tegen een hindernis aan te rijden, door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren of delen van de maaier beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Tijdelijke beperkingen De periode waarin grasmaaiers mogen worden ingezet varieert van regio tot regio. Gelieve navraag te doen bij de bevoegde overheidsinstanties, voordat u uw grasmaaier gebruikt. Tips voor de verzorging van het gazon Maaien (Afbeelding M ) WAARSCHUWING Verwijder vóór elke maaibeurt alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let echter ook tijdens het maaien nog op rondslingerende voorwerpen. Een instructie over het thema gazonverzorging krijgt u op aanvraag van uw handelaar. Informatie en instructies voor het maaien vindt u ook op de homepage van de fabrikant. Mulchen Uw grasmaaier kan worden uitgerust met een mulchkit. De voor de ombouw op mulchsysteem benodigde ombouwset is in de gespecialiseerde handel verkrijgbaar als toebehoren (bestel-nr. ombouwset zie Originele onderdelen en toebehoren). De mulchkit bevat ook tips en informatie over mulchen. Ook op de homepage van de fabrikant vindt u informatie over het thema mulchen WAARSCHUWING De ombouw van de maaier op mulchsysteem altijd laten uitvoeren door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd geassembleerde meskoppeling of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kunnen de mesbalken loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben. Als het gras toch eens te hoog is om te mulchen, dan kan de mulchmaaier in een handomdraai worden omgebouwd voor het maaien met grasvangzak. Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1 ) AANWIJZING Zolang het mulchmessysteem niet wordt omgebouwd, kan deze ombouw (verwijderen van de mulchstop/inhangen van de grasopvangzak) worden uitgevoerd zonder een geautoriseerde werkplaats erbij te halen. – Motor afzetten en contactsleutel uittrekken. – Uitwerpklep optillen. – De mulchstop verwijderen uit het kanaal U2 . – De grasopvangzak in de voorziene houder aan de behuizing van de maaier hangen S1 . Een ombouw van het mulchmessysteem is niet noodzakelijk! Bij moeilijke maaiomstandigheden (bijv. nat gras) kan het wel voorkomen dat de opvangzak minder gevuld wordt. Opdat het apparaat opnieuw als mulchmaaier kan worden ingezet, moet de mulchstop weer worden ingebouwd. Hiervoor de grasopvangzak eraf nemen, de muIchstop in het uitwerpkanaal steken en de uitwerpklep sluiten. Uitwerpkanaal van tevoren reinigen. 16 ONDERHOUDSINTERVALLEN BELANGRIJK Vermijd schade! Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Indien u gebreken vaststelt, gelieve u dan te wenden tot een geautoriseerde vakwerkplaats. Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen. De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden. Vóór de eerste inbedrijfstelling11

  • Het oliepeil controleren Y1 .
  • Accu opwekken en laden.
  • Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
  • De messchroef controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
  • Controleren of de veiligheidsschakelbeugel motorstop foutloos werkt.
  • Controleren of de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos werkt.
  • Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Vóór elk bedrijf
  • Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen.
  • Radius van de begrenzingskabel controleren (indien ook een automatische maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
  • Het oliepeil controleren Y1 .
  • Lading van de accu controleren U4 .
  • Toestand en goede bevestiging van het mes controleren, de messchroef eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
  • Controleren of de veiligheidsschakelbeugel motorstop foutloos werkt.
  • Controleren of de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos werkt.
  • Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
  • Grasopvanginrichting controleren op slijtage of slechter functioneren. Na elk bedrijf
  • De maaier schoonmaken.
  • Het mes controleren op beschadigingen en slijtage. Om de 10 bedrijfsuren
  • Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
  • Ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting. Om de 15-20 bedrijfsuren of jaarlijks
  • De lagers van de wielen invetten. Om de 25 bedrijfsuren of jaarlijks
  • Papierelement van het luchtfilter schoonmaken W .
  • Bougie reinigen en elektrodenafstand instellen Y . Bij de jaarlijkse inspectie
  • Papierelement van het luchtfilter laten vervangen W .
  • Bougie laten vervangen Y .
  • De overbrenging en het gebied onder de snaarafdekking laten reinigen.
  • De bowdenkabel van de aandrijving controleren en zo nodig laten afstellen.

17 VERZORGING EN ONDERHOUD VAN DE MAAIER

Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en een storingsvrij bedrijf! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken! Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit! Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Reiniging (Afbeelding O ) BELANGRIJK Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de maaier niet op de zijkant leggen, maar vooraan omhoog kantelen (bougie naar boven), aangezien anders startproblemen kunnen optreden. Bij het omhoog kantelen van de maaier erop letten dat de uitwerpklep niet beschadigd wordt. In opgetilde toestand de maaier beveiligen! OPGELET Bij het omhoog kantelen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Vuil en grasresten direct na het maaien verwijderen. Voor de reiniging een borstel of doek gebruiken. De mesbalk niet draaien, aangezien er anders motorolie in de carburateur/het luchtfilter gepompt wordt en er startproblemen kunnen optreden. OPGELET De vingers niet in de openingen van het ventilatorhuis steken en de ventilator vasthouden. Als de mesbalk bij het reinigen toch gedraaid moet worden, dan bestaat het gevaar dat de vingers tussen ventilator en ventilatorhuis bekneld raken! BELANGRIJK In geen geval de omgeving van de aandrijving, motordelen (zoals ontstekingssysteem, carburateur enz.), afdichtingen en lagerplaatsen met een hogedrukreiniger of normale waterstraal reinigen. Beschadigingen resp. dure reparaties kunnen het gevolg zijn. Opbergen De machine moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in gesloten ruimten opbergt. Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1 ) – Voor plaatsbesparende opslag of voor transport de vier vleugelmoeren zo ver losdraaien, dat de duwboom zonder weerstand in Z-vorm boven de motor in elkaar kan worden geklapt A1 . De vergrendelingsnokken op het onderste uiteinde van de duwboom moeten losspringen uit de boringen in de behuizing. – De bowdenkabels hierbij niet knikken of beknellen. VOORZICHTIG Bij het omleggen van de duwboom voor transport- en opslagdoeleinden kan de boom ongewild omslaan bij het losdraaien van de vleugelmoeren en het losmaken van de vergrendelingsnokken uit de boringen in de behuizing. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom, bovenstuk en behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar! Transport en beveiliging van het apparaat – Als het apparaat gedragen moet worden, het niet vastpakken aan de uitwerpklep! Pak het voor en achter vast aan de draaggreep (zie afbeelding N ). Houd bij het optillen of dragen rekening met het gewicht van de machine (zie Technische gegevens). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken. Wij raden aan om het apparaat altijd met minstens twee personen op te tillen of te dragen. – Het apparaat staand transporteren. – Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond, opdat het apparaat niet kan wegrollen voordat het wordt vastgezet. – De grasvangzak uithangen en tijdens het transport apart vastmaken. – Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn banden van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt met een etiket. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik. De aanwijzingen op dit etiket moeten bij gebruik van de sjorriem in acht worden genomen. – Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Beveilig het apparaat aan de wielen zo, dat het zich tijdens de rit niet beweegt. OPGELET De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te strak wordt vastgezet, dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn. Onderhoud van de messenbalk Een scherp mes garandeert optimaal snijresultaat. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q ) WAARSCHUWING Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaaier beschadigen. De snijranden van de mesbalk mogen slechts zolang worden bijgeslepen totdat de desbetreffende waarde (zie afbeelding Q ) of de markering (1) op de mesbalk (ring) bereikt is. Opgelet! Slijphoek van 30° in acht nemen. Uw vakbedrijf kan deze waarde (slijtagelimiet) voor u controleren!12 WAARSCHUWING Een mes waarbij de slijtagegrens (markering) werd overschreden kan breken en weggeslingerd worden, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Vervangen van de messenbalk WAARSCHUWING Het vervangen van de mesbalk moet absoluut worden uitgevoerd door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd geassembleerde meskoppeling of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kan de mesbalk loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben. – Bij de vervanging alleen originele mesbalken gebruiken. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen. – Snijgereedschappen ter vervanging moeten permanent met de naam en/of het logo van de firma of leverancier en met het deel-nr. zijn gekenmerkt. Onderhoud van de voorwielen Eenmaal per jaar of om de 15-20 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten. – Aan beide kanten de afdekking van de wielkap eraf nemen. – Met een steeksleutel de zeskantmoer losdraaien, onderlegplaatje verwijderen, wielen samen met wielkap en kraagschijf van de wielas aftrekken. Wielkap verwijderen van het wiel. – Nadat de lagers met een wentellagervet „KAJO-langetermijnvet LZR 2“ werden ingevet, de wielen erop schuiven. Eerst de kraagschijf in het wiel zetten, de wielkap erop zetten en aandrukken tot er een klik te horen is. Het onderlegplaatje erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Afdekking van de wielkap weer erin zetten. (Bestel-nr. wentellagervet zie Originele onderdelen en toebehoren) Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R ) Eenmaal per jaar of om de 15-20 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten. – Aan beide kanten de afdekking van de wielkap eraf nemen. – Met een steeksleutel de zeskantmoer losdraaien, onderlegplaatje verwijderen, aandrijfwielen samen met wielkap en kraagschijf van de wielas aftrekken. – De wielafdekking eraf nemen, daarbij op de aanloopschijf letten. – Het vuil van de wielafdekking, het vrijlooprondsel op de tandwielas en de tandkrans aan de binnenkant van het wiel verwijderen. AANWIJZING Vrijlooprondsel niet van de as aftrekken! – De lagers invetten met een wentellagervet „KAJO-langetermijnvet LZR 2“. Vrijlooprondsel en tandkrans in het wiel niet invetten! – De wielafdekking erop zetten en de aanloopschijf op de wielas schuiven. Bij het erop steken van het aandrijfwiel erop letten dat rondsel en tandkrans in elkaar grijpen, evt. het wiel op de as licht verdraaien. – Indien de wielkap is losgekomen van het wiel, eerst de kraagschijf conform afbeelding R in het wiel zetten, de wielkap erop zetten en aandrukken tot er een klik te horen is. Het onderlegplaatje erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Afdekking van de wielkap weer erin zetten. (Bestel-nr. wentellagervet zie Originele onderdelen en toebehoren) Onderhoud van de aandrijving – Voor een onberispelijke functie van de riemaandrijving is in ieder geval vereist, dat de bowdenkabel voor het in- en uitschakelen van de rijaandrijving makkelijk beweeglijk is. – De bowdenkabel is door de fabriek ingesteld en hoeft niet te worden bijgeregeld. Vervangen van aandrijf-V-riem Laat devervanging van de aandrijf-V-riem alleen door erkend vakpersoneel uitvoeren. Accu naladen (Afbeelding N2 + W1 + T4 + V1 ) Voor alle veiligheidsmaatregelen met betrekking tot hantering, opslag, opberging, transport, verwijdering van de lithium-ionbatterij, eerstehulpmaatregelen en maatregelen voor brandbestrijding, vindt u in het "productveiligheidsinformatieblad" op www.sabo-online.com in de gebruiksaanwijzingen. Informatie-telefoonnummer voor lithium-ionbatterijen +49 (0) 2261 704-0 – Motor afzetten en contactsleutel uittrekken. – De accu (1) ontgrendelen door de zijdelingse knop in te drukken, accu uit het accuvak aan de motor trekken N2 . – Het laadapparaat in een contactdoos met 230V steken. – De accu (1) in het laadapparaat (2) schuiven W1 . Wanneer de rode laadcontrolelamp (3) T4 niet oplicht, de accu eruit nemen en opnieuw erin zetten. Erop letten dat de accu vast in het laadapparaat zit. – Een volledig ontladen accu heeft ca. 1 uur nodig om volledig te worden geladen. Snellading De snellaadfunctie maakt mogelijk:

  • door een lading van 10 minuten: meer dan 10 startprocessen
  • door een lading van 60 minuten: meer dan 50 startprocessen met een volledig geladen accu – Meer instructies vindt in het het hoofdstuk „Vóór de eerste inbedrijfstelling – Accu laden“. – Na het opladen de accu (1) uit het laadapparaat trekken en weer vast in het accuvak (5) aan de motor schuiven V1 . – Van tevoren het accuvak bovenaan de motor onderzoeken op vreemde voorwerpen en eventueel met een borstel of doek reinigen. – De netstekker van het laadapparaat uit de contactdoos trekken, als hij niet meer nodig is.

18 ONDERHOUD VAN DE MOTOR

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 WAARSCHUWING Verwondingen vermijden! Motoruitlaatgassen bevatten koolmonoxide en kunnen ernstige aandoeningen of dood tot gevolg hebben. De motor niet in gesloten ruimten, zoals garages, inschakelen, ook niet als deuren en vensters geopend zijn. De machine naar buiten bewegen voordat de motor wordt gestart. BELANGRIJK Voor de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor en/of de maaier niet op de zijkant leggen, maar naar voren omhoogkantelen O (bougie naar boven), omdat anders startmoeilijkheden kunnen optreden. Bij het omhoog kantelen van de maaier, er op letten, dat de uitwerpklep niet beschadigd wordt. De maaier in omhoog gekantelde toestand beveiligen! OPGELET Bij het omhoog kantelen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Het regelmatig uitvoeren van de voorgeschreven service- en onderhoudswerkzaamheden vormt de voorwaarde voor een duurzame en storingvrije functie van de motor en bovendien een basisvoorwaarde voor garantieaanspraken. De motor vooral uitwendig altijd schoonhouden, vooral de omgeving van geluiddemper en cilinder moet altijd vrij van vreemde voorwerpen zijn (bijv. grasresten). Uitlaat en motor bereiken tijdens het bedrijf zeer hoge temperaturen. Brandbare vreemde voorwerpen zoals loof, gras enz. kunnen ontbranden. Ook een foutloze koeling is alleen gegarandeerd als de cilinderribben steeds schoon zijn. BELANGRIJK De motor nooit met een hogedrukreiniger of een normale waterstraal reinigen. Beschadigingen resp. dure reparaties kunnen het gevolg zijn. Olie wisselen Voor ieder gebruik eerst het oliepeil controleren en zo nodig olie bijvullen (zie „Oliepeil controleren“ en „Olie vullen“, afbeelding Y1 ). De olie hoeft niet te ververst te worden. Wanneer u de olie toch wilt verversen, volg dan de onderstaande aanwijzingen op. Olie verversen – Voordat de motor of het apparaat worden gekanteld om olie af te laten, de benzinetank leegmaken en de motor zo lang laten lopen, tot hij wegens brandstofgebrek stilvalt. – Motor afzetten en bougiestekker eraf trekken. – De olie verversen, zolang de motor warm is. – Voor de olieverversing de peilstok verwijderen uit de olievulopening. – De maaier zo op zijn kant leggen, dat de kant van de bougie boven is en de oude olie wegstroomt in een opvangvat. Oude olie niet in de riolering of in de grond terecht laten komen, maar verwerken conform de plaatselijke voorschriften.13 – De maaier recht zetten en aan de opening merkolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) gieten. De peilstok inschroeven en het oliepeil controleren (zie „Oliepeil controleren“ en „Olie vullen“, afbeelding Y1 )! Bij oliepeil zoals voorgeschreven de oliepeilstok erin steken en vastdraaien. AANWIJZING Om het milieu te beschermen adviseren wij de olieverversing door een vakwerkplaats te laten uitvoeren. Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W ) BELANGRIJK Nooit de motor met gedemonteerde luchtfilter starten of laten lopen. De schroeven (1) aan het luchtfilterdeksel (2) losdraaien en het deksel eraf nemen. – Het papieren filterelement (3) wegnemen. – Papieren filterelement bij lichte vervuiling uitkloppen; bij sterke vervuiling of beschadiging vernieuwen. Papieren filter niet uitblazen met perslucht. Niet inoliën. – Het papieren filterelement aanbrengen op de luchtfilterplaat (4). – De afdekking (2) erop zetten en de schroeven (1) in de luchtfilterplaat (4) vast aandraaien. Bij ongunstige inzetvoorwaarden (sterke stofontwikkeling) is de reiniging vereist elke keer als er gemaaid werd, anders na 25 bedrijfsuren of eenmaal per jaar. (Bestel-nr. filterelement zie Originele onderdelen en toebehoren) Controle van de bougie (Afbeelding Y ) Om de slijtage van de bougie te controleren, bougiestekker aftrekken en de bougie losschroeven. Als de elektrode sterk versleten is, dan dient de bougie te worden vervangen (bestelnummer: zie originele reserveonderdelen en accessoires). De bougie kan eventueel ook met een staalborstel worden gereinigd. Vervolgens dient de elektrodeafstand te worden afgesteld op 0,5 mm (bij 47-VARIO E) resp. 0,76 mm (bij 43-VARIO E). De bougie (op omkeerring letten) met de hand in de motor vastschroeven en met een dopsleutel handvast monteren. Bougiestekker erop drukken. De bougie elk jaar vervangen. Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand) – Benzinetank leegmaken en motor zo lang laten draaien tot deze door gebrek aan brandstof automatisch afslaat. – Schakel de motor uit en trek de bougiestekker af. – De olie aftappen zolang de motor nog warm is. Met verse olie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) bijvullen. – Gras- en maaibezinksel van cilinder en koelribben, onder de motorkap en rondom de uitlaat verwijderen. – De maaier moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.

19 OORZAKEN VAN STORINGEN EN HET VERHELPEN

DAARVAN Storingen Mogelijke oorzaken Oplossing Motor springt niet aan Schakelbeugel niet omgeklapt. Schakelbeugel op het bovenstuk van de duwboom indrukken D . Brandstoftank leeg. Schone en verse brandstof bijtanken. Bougiestekker los. Bougie erop drukken of door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Bougie defect resp. vervuild of elektroden afgebrand. Bougie vervangen resp. reinigen, elektrodenafstand instellen op 0,5 mm (bij 47- VARIO E) resp. 0,76 mm (bij 43-VARIO E) Y . Motor krijgt te veel benzine (bougie nat). Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Luchtfilter vervuild. Luchtfilterelement reinigen resp. vernieuwen W . Accu niet geladen. Accu laden W1 , X1 . Startproces langer dan 5 seconden resp. werd te vaak herhaald. Als er tegen de verwachting in startproblemen zouden optreden, dan moet de accu ook tussentijds worden opgeladen. Motorvermogen neemt

Luchtfilter vervuild. Luchtfilterelement reinigen resp. vernieuwen W . Bougie onder het roet. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Brandstof verouderd of vervuild Benzinetank leegmaken en verse brandstof erin gieten. Motor draait onregelmatig Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken resp. vervangen W . Bougie verkoold. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Maaimachine rijdt niet Aandrijfbedieningshendel niet getrokken. Aan de aandrijfbedieningshendel trekken G . Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Rijsnelheid kan niet worden geregeld Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Sterke trillingen (vibratie) Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Onzuivere afsnijding, gras wordt geel Messenbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten slijpen en uitbalanceren Q . Snijhoogte te laag. Grotere snijhoogte instellen I . Toerental van de motor te laag. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Maaien met te hoge snelheid. Maaisnelheid aanpassen, indien nodig rijaandrijving uitschakelen. Maaibanen onvoldoende overlapt. Bij hoog gras moeten de maaibanen verder overlappen. Het gras vervilt Door gebruik een verticuteerder kan merkbare verbetering worden bereikt. Verstopte afvoer Turbo-signaal wordt niet waargenomen J + K . Leegmaken van de opvangzak L . Toerental van de motor te laag. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Bij lage snijhoogte bij te hoog gras. Grotere snijhoogte instellen I . Maaien met te hoge snelheid. Maaisnelheid aanpassen, indien nodig rijaandrijving uitschakelen. Het gras is vochtig. Gras laten drogen. De gemulchte gras ziet er slecht uit: Klonten, overmatige maaiselhoeveelheden, grof gesneden Messenbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten slijpen en uitbalanceren. Mulchregel niet opgevolgd (max. 1/3 van grashoogte snijden; de af te snijden grashoogte moet minder dan 10 cm zijn) Grotere snijhoogte instellen I . Maaier ombouwen naar achterwaartse uitworp U2 + S1 en gras eerst met hoge snij-instelling maaien.14 Rijsnelheid te hoog. Rijsnelheid aanpassen, indien nodig rijaandrijving uitschakelen. Ophoping van gras onder het maaiwerk Grotere snijhoogte instellen I . Maaibanen onvoldoende overlapt. Bij hoog gras moeten de maaibanen verder overlappen. Het gras is vochtig. Grotere snijhoogte instellen I . Gras laten drogen. Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtst bijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats. Laat reparaties die vakkennis vereisen, altijd alleen door een vakman uitvoeren. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert. 20 TECHNISCHE GEGEVENS Motor 47-VARIO E Motor B&S 4-takt motor, 775iS Series DOV InStart Slagvolume 161 cm

Serviceklasse SF, SG, SH, SJ of een olie hogere klasse Oliehoeveelheid 0,6 liter 43-VARIO E Motor B&S 4-takt-motor, 675IS Series InStart Cilinderinhoud 163 cm

Apparaatvermogen 2,6 kW Afstand elektroden 0,76 mm Brandstof Loodvrije standaard brandstof, met max. 10% ethanol Tankinhoud ca.0,9 liter Smeerolie SAE 30, SAE 10W30, SAE 5W30 of soort-gelijke kwaliteitsolie, Minimale kwaliteit SF Hoeveelheid olie 0,4 – 0,5 liter Accu en laadapparaat Alle modellen Accu Lithium-ion accu, oplaadbaar Nominale spanning 10,8 V DC Nominale capaciteit 1,45 Ah Nominaal vermogen 15,7 Wh Optimaal vermogen 0 tot +45 °C Gewicht 288,4 g Aantal/Type cellen: 3 x ICR 18650HB2 Typische laadtijd 60 minuten Laadapparaat Stroomtoevoer 100 - 240 V AC, 50/60 Hz AC-stroomingang naar de voedingseenheid 0,8 A Laadstation en spanningsingang van de maaier 1,45 V DC Maaier 47-VARIO E Behuizing Aluminium spuitgietwerk Snijbreedte 470 mm Snijhoogtes Centrale instelling van de snijhoogte, (15), 25, 30, 40, 45, 55, 60, 70, 80 mm In hoogte verstelbare duwboom 3 standen Inhoud van de opvangzak 65 liter Rijsnelheid 2,7 – 4,3 km/h Gewicht 39,5 kg Lengte 1625 mm Breedte 500 mm Hoogte 935 mm Wielen voor/achter Ø 180 mm/Ø 200 mm Lagering voor Conisch kogellager Lagering achter Conisch kogellager 43-VARIO E, Behuizing Aluminium spuitgietwerk Maaibreedte 430 mm Maaihoogte Zentrale, (15), 25, 30, 40, 45, 55, 60, 70, 80 mm Stuurboom in hoogte regelbaar 3-voudig Capaciteit opvangzak 65 liter Snelheid 2,5 – 4,3 km/h Gewicht 36,5 kg Lengte 1565 mm Breedte 500 mm Hoogte 1025 mm Wielen voor / achter Ø 180 mm / Ø 200 mm Lagers voor Conische kogellagers Lagers achter Conische kogellagers Geluidsvermogen Alle modellen Gegarandeerd geluidsvermogen; gemeten conform 2000/14/CE

= 96 dB(A) Geluidsdrukniveau 47-VARIO E Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens EN ISO 5395-2 Meetonzekerheden; conform ISO 4871

= 85 dB(A) 3 dB 43-VARIO E Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens EN ISO 5395-2 Meetonzekerheden; conform ISO 4871

= 83 dB(A) 1,5 dB15 Trillingen Alle modellen Trillingen aan de stuurboom; gemeten volgens EN ISO5395-2 Meetonzekerheden; conform EN12096

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SABO

Model : 43Vario E

Categorie : Grasmaaier