MAKITA DUC356 - Zaag

DUC356 - Zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DUC356 MAKITA in PDF-formaat.

📄 148 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DUC356 - page 62
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DUC356

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DUC356 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DUC356 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DUC356 MAKITA

Accukettingzaag GEBRUIKSAANWIJZING 62

  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. *1: Gewicht, met de grootste accu en een lege olietank, en zonder zaagblad en zaagketting, volgens EN ISO 11681-2. *2: De lichtste en zwaarste combinatie in gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2014. Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. Toepasselijke accu’s BL1830 / BL1830B / BL1840 / BL1840B / BL1850 / BL1850B / BL1860B
  • Sommige van de hierboven vermelde accu’s zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu kan leiden tot letsel en/of brand. Combinatie van zaagketting, zaagblad en kettingwiel Type zaagketting 90PX Aantal kettingschakels 40 46 52 56 Zaagblad Lengte zaagblad 250 mm 300 mm 350 mm 400 mm Zaaglengte 238 mm 294 mm 350 mm 387 mm Steek 3/8″ Maat 1,1 mm Type Tandwielzaagblad Kettingwiel Aantal tanden 6 Steek 3/8″ Type zaagketting 91PX Aantal kettingschakels 40 46 52 56 Zaagblad Lengte zaagblad 250 mm 300 mm 350 mm 400 mm Zaaglengte 238 mm 294 mm 350 mm 387 mm Steek 3/8″ Maat 1,3 mm Type Tandwielzaagblad Kettingwiel Aantal tanden 6 Steek 3/8″63 NEDERLANDS Type zaagketting 25AP Aantal kettingschakels 60 Zaagblad Lengte zaagblad 250 mm Zaaglengte 253 mm Steek 1/4″ Maat 1,3 mm Type Precisieblad Kettingwiel Aantal tanden 9 Steek 1/4″ WAARSCHUWING: Gebruik de juiste combinatie van zaagblad en zaagketting. Anders loopt u de kans op lichamelijk letsel. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap worden gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze beteke- nen alvorens het gereedschap te gebruiken. Lees de gebruiksaanwijzing. Draag een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. Draag een veiligheidshelm, veiligheidsbril en gehoorbescherming. Gebruik afdoende beschermingsmiddelen voor voet/been en hand/arm. Deze zaag mag alleen worden gebruikt door goed opgeleide personen. Stel niet bloot aan vocht. Maximaal toegestane zaaglengte Gebruik altijd twee handen om de ketting- zaag te bedienen. Wees bedacht op terugslag van de kettingzaag en vermijd zagen met de punt van het zaagblad. Draairichting van de ketting Afstelling voor zaagkettingolie Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Geef elektrisch gereedschap en accu’s niet met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten, en inzake batterijen en accu’s en oude batterijen en accu’s, en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen elektrisch gereedschap, accu’s en batterijen die het einde van hun levensduur hebben bereikt, gescheiden te worden ingeza- meld en te worden afgevoerd naar een recyclebe- drijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen. Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld om takken te zagen en bomen te snoeien. Het is ook geschikt om bomen te onderhouden. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN ISO 11681-2: Model DUC256 Geluidsdrukniveau (L

): 103 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.64 NEDERLANDS WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroffen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom- standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedu- rende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN ISO 11681-2: Model DUC256 Gebruikstoepassing: zagen van hout Trillingsemissie (a h,W ): 3,2 m/s

Model DUC306 Gebruikstoepassing: zagen van hout Trillingsemissie (a h,W ): 3,2 m/s

Model DUC356 Gebruikstoepassing: zagen van hout Trillingsemissie (a h,W ): 3,2m/s

Model DUC406 Gebruikstoepassing: zagen van hout Trillingsemissie (a h,W ): 3,2 m/s

Model DUC256C Gebruikstoepassing: zagen van hout Trillingsemissie (a h,W ): 2,5 m/s

OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroffen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom- standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en statio- nair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder- staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accukettingzaag

1. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de

zaagketting terwijl de kettingzaag in gebruik is. Alvorens de kettingzaag te starten, verzekert u zichzelf ervan dat de zaagketting niets raakt. In slechts een kort moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van de kettingzaag kan uw kleding of lichaam in aanraking komen met de zaagketting.

2. Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand

vast aan de bovenhandgreep en met uw linker- hand aan de voorhandgreep. Houd de ketting- zaag nooit vast met uw handen verwisseld, omdat dan de kans op lichamelijk letsel groter is.

3. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast

aan de geïsoleerde vlakken omdat de zaag- ketting met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer de zaagketting in aanraking komt met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereed- schap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.

4. Draag een veiligheidsbril en gehoorbescher-

ming. Verdere veiligheidsmiddelen voor hoofd, handen, benen en voeten worden aanbevolen. Afdoende beschermende kleding verkleint de kans op lichamelijk letsel als gevolg van rondvliegend afval of onbedoeld contact van de zaagketting.

5. Zorg altijd voor een stevige stand.65 NEDERLANDS

6. Bij het afzagen van een tak die onder span-

ning staat, let u goed op eventuele terugslag. Wanneer de spanning in de houtvezels vrij komt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker een terugslag geven en/of de controle over de kettingzaag doen verliezen.

Wees uiterst voorzichtig bij het zagen van strui- ken en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan zich vasthaken aan de zaagketting en naar u toe geslingerd worden of u uit balans brengen.

8. Draag de kettingzaag aan de voorhandgreep

terwijl deze uitgeschakeld is en van uw lichaam af gekeerd is. Bij het transporteren of opbergen van de kettingzaag moet altijd de schede om het zaagblad worden gedaan. Een juiste behandeling van de kettingzaag verkleint de kans op het per ongeluk aanraken van de bewe- gende zaagketting.

9. Volg de instructies voor het smeren, ketting

spannen en verwisselen van accessoires. Een verkeerd gespannen of gesmeerde zaagketting kan breken of de kans op terugslag verhogen.

10. Houd de handgrepen droog, schoon en vrij

van olie en vetten. Met vet of olie bevuilde hand- grepen zijn glad en leiden tot verlies van controle over de kettingzaag.

11. Zaag uitsluitend hout. Gebruik de ketting-

zaag niet voor doeleinden waarvoor deze niet bedoeld is. Bijvoorbeeld: gebruik de kettingzaag niet om kunststof, steen of bouwmaterialen anders dan hout te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze bedoeld is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.

12. Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker

hieraan kan doen: Terugslag kan optreden wanneer de neus of voorrand van het zaagblad een voorwerp raakt, of wanneer het hout zich sluit en de zaagketting in de zaagsnede vastklemt. Zagen met alleen de punt van het zaagblad kan een plotselinge, omgekeerde reactie veroorzaken waardoor het zaagblad omhoog geworpen wordt in de richting van de gebruiker. Het beknellen van de zaagketting langs de bovenrand van het zaagblad kan het zaagblad snel terugwerpen in de richting van de gebruiker. Deze beide reacties kunnen ertoe leiden dat u de controle over de kettingzaag verliest waar- door ernstig lichamelijk letsel kan ontstaan. Wees niet afhankelijk van alleen de veiligheidsvoorzieningen die in uw kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag moet u meerdere stappen onderne- men om ervoor te zorgen dat uw zaagwerkzaamhe- den zonder ongelukken of letsel verlopen. Terugslag is het gevolg van misbruik van het gereedschap en/of onjuiste gebruiksprocedures of -omstandigheden, en kan worden voorkomen door de juiste voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals hieronder vermeld:

  • Houd de kettingzaag stevig met beide han- den vast, met uw duimen en vingers rondom de handgrepen van de kettingzaag, en posi- tioneer uw lichaam en armen zodanig dat u een eventuele terugslag kan opvangen. De kracht van een terugslag kan worden opgevangen door de gebruiker mits de juiste voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Laat de kettingzaag nooit los. ► Fig.1
  • Reik niet te ver en zaag nooit boven schou- derhoogte. Dit helpt te voorkomen dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en biedt een betere controle over de ketting- zaag in onverwachte situaties.
  • Gebruik bij het vervangen van het zaagblad of de zaagketting uitsluitend onderdelen die zijn opgegeven door de fabrikant. Vervanging door een verkeerd zaagblad of zaagketting kan ertoe leiden dat de zaagket- ting breekt en/of het zaagblad terugslaat.
  • Volg de instructies van de fabrikant over het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Het verlagen van de hoogte van de diepte- voeler kan leiden tot meer terugslag.

13. Alvorens met het werk te beginnen, controleert

u of de kettingzaag zich in goede werkende staat bevindt, en dat deze voldoet aan de vei- ligheidsregels. Controleer met name of:

  • De kettingrem goed werkt;
  • De uitlooprem goed werkt;
  • Het zaagblad en de afdekking van het ket- tingwiel goed zijn gemonteerd;
  • De ketting is geslepen en gespannen over- eenkomstig de regels.

14. Start de kettingzaag niet terwijl de schede om

het zaagblad is geplaatst. Als de kettingzaag wordt gestart terwijl de schede om het zaagblad is geplaatst, kan de schede naar voren worden weggeworpen, waardoor lichamelijk letsel en materiële schade aan voorwerpen in de buurt van de operator kan worden veroorzaakt. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen:

1. Bij gebruik van het gereedschap met de

accuadapter, bent u voorzichtig tijdens gebruik niet over de kabel te struikelen.

2. Bij gebruik van het gereedschap met de

accuadapter, houdt u de kabel tijdens gebruik uit de buurt van obstakels, zoals een werkstuk en takken. Als de kabel vast blijft haken achter obstakels, kan ernstig letsel worden veroorzaakt. Veiligheidswaarschuwingen speciek voor kettingzagen met een bovenhandgreep

Deze kettingzaag is speciaal ontworpen voor boomverzorging en boomchirurgie. De ketting- zaag is bedoeld om te worden gebruikt door goed opgeleide personen. Houd u aan alle instructies, procedures en aanbevelingen van de betreffende brancheorganisatie. Anders kunnen zich fatale ongevallen voordoen. Wij adviseren u altijd een hoogwerker (telescoophoogwerker, schaarhoog

werker) te gebruiken voor het zagen in bomen. Abseiltechnieken zijn extreem gevaarlijk en vereisen speciale training. De gebruikers moeten opgeleid worden om bekend te raken met het gebruik van veiligheidsuitrusting en klimtech

nieken. Gebruik altijd de toepasselijke riemen, touwen en karabijnhaken wanneer u in een boom werkt. Gebruik altijd valpreventiemiddelen voor zowel de gebruiker als de zaag.66 NEDERLANDS

2. Alvorens het gereedschap op te slaan,

voert u reinigings- en onderhoudswerk- zaamheden uit in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing.

3. Verzeker u ervan dat tijdens vervoer in een

auto de kettingzaag op een veilige plaats staat om morsen van brandstof of kettingolie, beschadiging van het gereedschap en per- soonlijk letsel te voorkomen.

4. Controleer regelmatig de werking van de

5. Vul geen kettingolie bij in de buurt van vuur.

Rook niet wanneer u kettingolie bijvult.

6. Het gebruik van de kettingzaag kan landelijk

gereglementeerd zijn.

7. Nadat tegen het gereedschap is gestoten of

het is gevallen, controleert u de staat van het gereedschap voordat u de werkzaamheden hervat. Controleer de bedieningselementen en veiligheidsvoorzieningen op een juiste wer- king. Als enige beschadiging zichtbaar is of u twijfelt, vraagt u ons erkende servicecentrum om inspectie en reparatie.

8. Activeer altijd de kettingrem voordat u de

Houd de zaag stevig op zijn plaats om te voorko- men dat de zaag wegspringt (zijwaarts verplaatst) of stuitert wanneer een snede wordt gestart.

10. Wees aan het einde van de snede voorzich-

tig uw evenwicht te bewaren vanwege het ‘doorvallen’.

11. Houd rekening met de windrichting en -snel-

heid. Voorkom zaagsel en kettingoliemist. Beschermingsmiddelen

1. Om letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten

te voorkomen en om uw gehoor te bescher- men, moeten de volgende beschermingsmid- delen worden gebruikt tijdens het werken met de kettingzaag:

Het type kleding moet geschikt zijn, d.w.z. deze moet nauwsluitend zijn zonder u te hinderen. Draag geen juwelen of kleding die zich kunnen vasthaken aan struiken en takken. Als u lang haar hebt, moet u een haarnetje gebruiken! — Het is noodzakelijk een veiligheidshelm te dragen wanneer u met de kettingzaag werkt. U moet de veiligheidshelm regelmatig controleren op beschadigingen en deze na uiterlijk 5 jaar vervangen. Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidshelmen.

Het spatscherm van de veiligheidshelm (of de veiligheidsbril) beschermt u tegen zaagsel en houtsnippers. Draag tijdens het gebruik van de kettingzaag altijd een veiligheidsbril of een spatscherm om oogletsel te voorkomen. — Draag geschikte geluidsbeschermingsmid- delen (oorkappen, oordopjes, enz.). — De veiligheidsjas bestaat uit van 22 lagen nylon en beschermt de gebruiker tegen sneden. Deze moet altijd worden gedragen tijdens het werken op een hoogwerker (tele- scoophoogwerker, schaarhoogwerker), op een platform bevestigd aan ladders, of bij het klimmen met touwen. — De veiligheidsoverall bestaat uit nylonma- teriaal van 22 lagen en beschermt u tegen sneden. Wij raden het gebruik ervan sterk aan. — Veiligheidshandschoenen gemaakt van dik leer maken deel uit van de voorgeschreven uitrusting en moeten altijd worden gedragen tijdens het gebruik van de kettingzaag. — Tijdens het gebruik van de kettingzaag moet u altijd lage of hoge veiligheidsschoenen met antislipzolen, stalen neus en beenbe- scherming dragen. Veiligheidsschoenen die zijn voorzien van een beschermende laag bieden bescherming tegen sneden en zorgen ervoor dat u stevig staat. Voor het werken in bomen moeten de veiligheids- schoenen geschikt zijn voor klimtechnieken. Trillingen

1. Personen met een slechte bloedsomloop die

worden blootgesteld aan sterke trillingen, kunnen verwondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen. Trillingen kunnen de volgende sympto- men veroorzaken in de vingers, handen of polsen: “Slapen” (gevoelloosheid), tintelen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw huisarts! Om de kans op deze ‘witte-vingerziekte’ te verkleinen, houdt u uw han- den warm tijdens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Neem de accu niet uit elkaar.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplofng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.67 NEDERLANDS

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar het gereedschap en de accu niet op

plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur.

8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen

en hem niet blootstelt aan schokken of stoten.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempe-

ratuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.

BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN

► Fig.2 1 Accu-indicatorlampje 2 Testknop 3 Trekkerschakelaar 4 Bovenhandgreep 5 Uit-vergrendelknop 6 Beschermkap van de voorhandgreep 7 Zaagblad 8 Zaagketting 9 Kettingvanger 10 Bevestigingsmoer 11 Stelschroef voor de zaagketting 12 Accu 13 Bedrijfslampje 14 Functie-indicator 15 Hoofdschakelaar 16 Dop 17 Stelschroef (voor oliepomp) 18 Karabijnhaak 19 Voorhandgreep 20 Olietankdop 21 Getande kam 22 Zaagbladschede - - - -68 NEDERLANDS

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. ► Fig.3: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap. Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan wor- den geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren ► Fig.4: 1. Accu-indicatorlampje 2. Testknop Druk op de testknop om de resterende acculadingen te zien. De accu-indicatorlampjes geven per accu de resterende acculading aan. Toestand van accu-indicator Resterende acculading Aan Uit Knippert 50% tot 100% 20% tot 50% 0% tot 20% Laad de accu op. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ► Fig.5: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu- rende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. Gereedschap-/accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Als de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch en knippert het bedrijfs- lampje groen. In dat geval schakelt u het gereedschap uit en stopt u met het gebruik waardoor het gereed- schap overbelast raakte. Schakel daarna het gereed- schap in om verder te gaan. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en gaat het bedrijfs- lampje rood branden. In dat geval laat u het gereed- schap en de accu afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. OPMERKING: In een omgeving met een hoge tem- peratuur treedt de oververhittingsbeveiliging sneller in werking waardoor het gereedschap automatisch stopt.69 NEDERLANDS Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereedschap auto- matisch en knippert het bedrijfslampje rood. In dat geval verwij- dert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Hoofdschakelaar WAARSCHUWING: Zet altijd de hoofdscha- kelaar uit indien niet in gebruik. Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op de hoofd- schakelaar totdat het bedrijfslampje groen brandt. Om uit te schakelen, drukt u opnieuw op de hoofdschakelaar. ► Fig.6: 1. Bedrijfslampje 2. Functie-indicator

OPMERKING: Het bedrijfslampje knippert groen als de trekkerschakelaar wordt ingeknepen bij omstandigheden waaronder bediening onmogelijk is. De lamp knippert onder een van de volgende omstandigheden.

  • Wanneer u de hoofdschakelaar inschakelt terwijl u de uit-vergrendelknop ingedrukt houdt en de trekkerschakelaar ingeknepen houdt.
  • Wanneer u de trekkerschakelaar inknijpt terwijl de kettingrem is geactiveerd.
  • Wanneer u de kettingrem los zet terwijl u de uit-vergrendelknop ingedrukt houdt en de trek- kerschakelaar ingeknepen houdt. OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen, wordt de hoofdschakelaar automatisch uitgeschakeld wanneer de trekkerscha- kelaar niet is ingeknepen gedurende een bepaalde tijdsduur nadat de hoofdschakelaar is ingeschakeld. U kunt het gereedschap gebruiken in de koppelboostfunctie voor het zagen van dikke of harde takken. Om het gereedschap in de koppelboostfunctie te gebruiken, drukt u, terwijl het gereedschap is uitgeschakeld, gedurende enkele seconden op de hoofdschakelaar totdat de functie-indicator groen brandt. OPMERKING: In de koppelboostfunctie kunt u het gereed- schap gedurende 60 seconden gebruiken. Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden, kan deze functie omschakelen naar de normale functie in minder dan 60 seconden. OPMERKING: Als de functie-indicator groen knippert wanneer u gedurende enkele seconden op de hoofd- schakelaar drukt, is de koppelboostfunctie niet beschik- baar. Volg in dat geval de onderstaande stappen.
  • De koppelboostfunctie is niet beschikbaar onmiddellijk na het zagen. Wacht langer dan 10 seconden en druk daarna opnieuw gedurende enkele seconden op de hoofdschakelaar.
  • Als u de koppelboostfunctie meerdere keren gebruikt, wordt het gebruik van de koppelboost- functie beperkt om de accu te beschermen. Als de koppelboostfunctie niet beschikbaar is nadat u langer dan 10 seconden hebt gewacht, vervangt u de accu door een volledig opgeladen accu, of laadt u de accu op. OPMERKING: Als het bedrijfslampje rood brandt, of rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies voor het gereedschap-/accubeveiligingssysteem. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Voor uw veiligheid is dit gereedschap uitgerust met een uit-vergren- delknop die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld start. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer het start door alleen de trekkerschake- laar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Stuur het gereedschap naar ons erkende servicecentrum voor deugdelijke repara- tie ZONDER het verder te gebruiken. WAARSCHUWING: U mag NOOIT het doel of de werking van de uit-vergrendelknop teniet doen of deze vastplakken. LET OP: Alvorens de accu in het gereed- schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. KENNISGEVING: Knijp de trekkerschakelaar niet hard in zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan. Om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, houdt u de uit-vergren- delknop ingedrukt en knijpt u de trekkerschakelaar in. De snelheid van het gereedschap neemt toe naarmate u meer druk uitoefent op de trekkerschakelaar. Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen. ► Fig.7: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknop De kettingrem controleren LET OP: Houd de kettingzaag met beide handen vast wanneer u hem inschakelt. Houd de bovenhandgreep met uw rechterhand vast en de voorhandgreep met uw linkerhand. Het zaagblad en de zaagketting mogen geen enkel voorwerp raken. LET OP: Als de zaagketting niet onmiddellijk tot stilstand komt wanneer deze controle wordt uitgevoerd, mag de kettingzaag onder geen beding worden gebruikt. Neem contact op met ons erkende servicecentrum.

1. Druk eerst de uit-vergrendelknop in en knijp

daarna de trekkerschakelaar in. De zaagketting begint onmiddellijk te draaien.

2. Duw de beschermkap van de voorhandgreep naar

voren met de rug van uw hand. Verzeker u ervan dat de zaagketting onmiddellijk tot stilstand komt. ► Fig.8: 1. Beschermkap van de voorhandgreep

2. Vrij gezette stand 3. Vergrendelde stand70 NEDERLANDS

De uitlooprem controleren LET OP: Als de zaagketting bij deze con- trole niet binnen twee seconden tot stilstand komt, stopt u met het gebruik van de ketting- zaag en neemt u contact op met ons erkende servicecentrum. Laat de kettingzaag draaien en laat daarna de trekker- schakelaar helemaal los. De zaagketting moet binnen twee seconden tot stilstand komen. De kettingsmering afstellen U kunt de toevoersnelheid van de oliepomp afstellen met de stelschroef met behulp van de universele sleu- tel. De hoeveelheid olie kan in 3 standen worden afge- steld. Open de dop om de stelschroef te draaien. ► Fig.9: 1. Dop 2. Stelschroef Karabijnhaak (bevestigingspunt voor een touw) U kun het gereedschap laten hangen door een touw vast te knopen aan de karabijnhaak. Trek de karabijn- haak omhoog en knoop er daarna een touw aan vast. ► Fig.10: 1. Karabijnhaak Getande kam Het gereedschap is standaard uitgerust met een getande kam. Als u de getande kam wilt ver- vangen, neemt u contact op met een erkend Makita-servicecentrum. Zet tijdens het zagen de getande kam tegen de stam en gebruik hem als een scharnierpunt. Elektronische functies Het gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening.

  • Constant-toerentalregeling De toerentalregelfunctie zorgt voor een constant toerental ongeacht de belastingsomstandigheden. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. LET OP: Raak de zaagketting niet met blote handen aan. Draag altijd handschoenen wanneer u de zaagketting hanteert. De zaagketting aanbrengen of verwijderen LET OP: De zaagketting en het zaagblad zijn kort na gebruik nog heet. Laat ze eerst afkoelen, voordat u enige werkzaamheden aan het gereed- schap uitvoert. LET OP: Voer de procedure voor het aanbren- gen of verwijderen van de zaagketting uit in een schone omgeving, vrij van zaagsel en dergelijke. Om de zaagketting te verwijderen, gaat u als volgt te werk:

1. Zet de kettingrem los door aan de beschermkap

van de voorhandgreep te trekken.

2. Draai de stelschroef voor de zaagketting los en

draai daarna de bevestigingsmoer los. ► Fig.11: 1. Stelschroef voor de zaagketting

3. Verwijder de afdekking van het kettingwiel en

verwijder daarna de zaagketting en het zaagblad vanaf de kettingzaag. Om de zaagketting aan te brengen, gaat u als volgt te werk:

1. Controleer de richting van de zaagketting. Zorg

ervoor dat de richting van de zaagketting hetzelfde is als die van de markering op het kettingzaaghuis.

2. Leg één kant van de zaagketting op de bovenkant

3. Leg de andere kant van de zaagketting rond het

kettingwiel, en bevestig daarna het zaagblad aan het kettingzaaghuis, waarbij het gat in het zaagblad moet zijn uitgelijnd met de pen op het kettingzaaghuis. ► Fig.12: 1. Kettingwiel 2. Gat

4. Steek het uitsteeksel en de pen op de afdekking

van het kettingwiel in het kettingzaaghuis, en sluit daarna de afdekking zodat de bout en pen op het ket- tingzaaghuis op hun plaats in de afdekking vallen. ► Fig.13: 1. Uitsteeksel 2. Afdekking van het ketting- wiel 3. Bout 4. Pen

5. Draai de bevestigingsmoer vast om de afdekking

van het kettingwiel vast te zetten, en draai hem daarna iets los om de spanning te kunnen afstellen. ► Fig.14: 1. Bevestigingsmoer De kettingspanning afstellen LET OP: Span de zaagketting niet te strak. Bij een buitensporig hoge spanning op de zaagketting kan de zaagketting breken en het zaagblad slijten. LET OP: Een zaagketting die te los zit kan van het zaagblad af springen en een ongeluk met letsel veroorzaken. De zaagketting kan na vele gebruiksuren los gaan zitten. Controleer regelmatig de kettingspanning vóór gebruik.

1. Zet de kettingrem los door aan de beschermkap

van de voorhandgreep te trekken.

2. Draai de bevestigingsmoer iets los om de afdek-

king van het kettingwiel iets los te maken. ► Fig.15: 1. Bevestigingsmoer71 NEDERLANDS

3. Til het uiteinde van het zaagblad iets omhoog en

stel de kettingspanning af. Draai de stelschroef voor de zaagketting rechtsom om de zaagketting strakker te zetten en linksom om hem losser te zetten. Voor kettingmes 90PX en 91PX: Zet de zaagketting strakker totdat de onderkant van de zaagketting in de zaagbladrail past zoals afgebeeld. ► Fig.16: 1. Zaagblad 2. Zaagketting 3. Stelschroef voor de zaagketting Voor kettingmes 25AP: Zet de zaagketting strak zodat de opening tussen het midden van de onderrand van het zaagblad en de zaagketting ongeveer 1 mm tot 2 mm is.

4. Houd het zaagblad licht vast en zet de afdekking

van het kettingwiel vast. Voor kettingmes 90PX en 91PX: Zorg ervoor dat de zaagketting aan de onderrand van het zaagblad niet los hangt. Voor kettingmes 25AP: Verzeker u ervan dat de opening tussen het midden van de onderrand van het zaagblad en de zaagketting ongeveer 1 mm tot 2 mm is.

5. Draai de bevestigingsmoer vast om de afdekking

van het kettingwiel vast te maken. ► Fig.17: 1. Bevestigingsmoer BEDIENING Smering De zaagketting wordt automatisch gesmeerd tijdens het gebruik van het gereedschap. Controleer regelmatig hoe- veel olie er nog in de olietank zit door het oliepeilglas. Om de olietank bij te vullen, legt u de kettingzaag op zijn zijkant, duwt u op de olietankdop en verwijdert u de olie- tankdop. De correcte hoeveelheid olie is 200 ml. Draai na het bijvullen van de olietank altijd de olietankdop stevig erop. ► Fig.18: 1. Olietankdop 2. Oliepeilglas Houd na het bijvullen de kettingzaag uit de buurt van de boom. Start de kettingzaag en wacht tot de zaagketting voldoende gesmeerd is. ► Fig.19 KENNISGEVING: Wanneer u voor het eerst kettingolie bijvult, of de olietank bijvult nadat deze geheel leeg is geraakt, vult u olie bij tot aan de onderrand van de vulnek. Anders kan de olie- toevoer gehinderd worden. KENNISGEVING: Gebruik zaagkettingolie exclusief voor Makita-kettingzagen of een in de winkel verkrijgbare gelijkwaardige kettingolie. KENNISGEVING: Gebruik nooit olie die is veront- reinigd met vuil- en stofdeeltjes of vluchtige olie. KENNISGEVING: Gebruik botanische olie voor het snoeien van bomen. Minerale olie kan schade- lijk zijn voor bomen. KENNISGEVING: Voordat u begint te zagen, contro- leert u of de bijgeleverde olietankdop erop is gedraaid.

WERKEN MET DE KETTINGZAAG

LET OP: Als minimale voorbereiding dient een beginnende gebruiker eerst te oefenen door stammen te zagen op een schraag of bok. LET OP: Bij het zagen van losse stukken hout dient u een veilige steun te gebruiken (een schraag of zaagbok). Zet niet uw voet op het werk- stuk om dat tegen te houden en vraag ook nooit iemand anders om het vast te houden. LET OP: Zet ronde stukken zo vast dat ze niet kunnen gaan draaien. LET OP: Houd alle delen van uw lichaam uit de buurt van de zaagketting wanneer de motor draait. LET OP: Houd de kettingzaag stevig vast met beide handen wanneer de motor draait. LET OP: Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt en uw evenwicht behoudt. KENNISGEVING: Gooi nooit met het gereed- schap en laat het niet vallen. KENNISGEVING: Dek de luchtuitstroomope- ningen van het gereedschap niet af. Bomen snoeien Plaats het kettingzaaghuis tegen de af te zagen tak voordat u hem inschakelt. Anders kan het zaagblad gaan wiebelen en de gebruiker verwonden. Zaag het hout door de kettingzaag met behulp van zijn eigen gewicht omlaag te bewegen. ► Fig.20 Als u niet in één keer door het hout kunt zagen: Oefen lichte druk uit op de handgreep, blijf zagen en trek de kettingzaag een stukje terug. ► Fig.21 Als u dikke takken doorzaagt, maakt u eerst een ondiepe zaagsnede aan de onderkant en maakt u ver- volgens de denitieve zaagsnede vanaf de bovenkant. ► Fig.22 Als u een dikke tak vanaf de onderkant probeert door te zagen, kan de tak tijdens het zagen doorbuigen en de zaagketting beknellen. Als u een dikke tak vanaf de bovenkant probeert door te zagen zonder een ondiepe snede aan de onderkant, kan de tak splinteren. ► Fig.23 Afzagen

Plaats het kettingzaaghuis tegen het te zagen hout. ► Fig.24

2. Zaag met draaiende zaagketting in het hout en

gebruik de bovenhandgreep om de zaag omhoog te brengen terwijl u met de voorhandgreep het zagen begeleidt.

3. Vervolg de zaagsnede door licht op de boven-

handgreep te drukken en de zaag een stukje terug te trekken.72 NEDERLANDS KENNISGEVING: Als u meerdere zaagsneden maakt, schakelt u de kettingzaag uit tussen de zaagsneden. LET OP: Als de zaagketting langs de boven- rand van het zaagblad wordt gebruikt om te zagen, kan de kettingzaag in uw richting worden bewogen als de ketting klem komt te zitten. Om deze reden moet u met de onderrand van het zaagblad zagen zodat de kettingzaag van uw lichaam af wordt bewogen. ► Fig.25 Het gereedschap dragen Alvorens het gereedschap te dragen, trekt u altijd de kettingrem aan en haalt u de accu’s van het gereed- schap af. Breng vervolgens de zaagbladschede aan. Plaats ook het accudeksel op de accu. ► Fig.26: 1. Zaagbladschede 2. Accudeksel ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. LET OP: Draag bij inspectie- of onderhouds- werkzaamheden altijd handschoenen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. De zaagketting slijpen Slijp de zaagketting als:

  • Poederachtig zaagsel wordt geproduceerd tijdens het zagen van vochtig hout;
  • De zaagketting moeizaam in het hout bin- nendringt, zelfs wanneer hoge druk wordt uitgeoefend;
  • De zaagsnijrand duidelijk beschadigd is;
  • De kettingzaag naar links of rechts trekt in het hout. (veroorzaakt door een ongelijkmatige scherpte van de zaagketting, of een beschadiging aan slechts een kant) Slijp de zaagketting veelvuldig, maar iedere keer slechts weinig. Twee of drie bewegingen met een vijl zijn doorgaans voldoende voor regelmatig bijslijpen. Als de zaagketting meerdere malen is bijgeslepen, laat u deze een keer slijpen door een in ons erkende servicecentrum. Criteria bij het slijpen: WAARSCHUWING: Een buitensporige afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoe- ler vergroot de kans op terugslag. ► Fig.27: 1. Lengte van het mes 2. Afstand tus- sen de zaagsnijrand en de dieptevoeler

3. Minimumlengte van het mes (3 mm)

— Alle messen moeten gelijk van lengte zijn. Door een verschillende lengten van messen kan de zaagketting niet gelijkmatig lopen en kan de zaag- ketting breken. — Slijp de zaagketting niet verder als de lengte van de messen 3 mm of korter is. De zaagketting moet worden vervangen door een nieuwe. — De dikte van spaanders wordt bepaald door de afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler (ronde neus). — De beste zaagresultaten verkrijgt u met de vol- gende afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler.

  • Kettingmes 25AP: 0,65 mm ► Fig.28 — De slijphoek van 30° moet voor alle messen gelijk zijn. Bij verschillende slijphoeken zal de zaagket- ting ruw en ongelijkmatig lopen, de slijtage toene- men en de zaagketting kunnen breken. — Gebruik een geschikte ronde vijl tegen de tanden zodat een correcte slijphoek behouden blijft.
  • Kettingmes 25AP: 55° Vijl en vijlbeweging — Gebruik een speciale ronde zaagkettingvijl (opti- oneel accessoire) voor het slijpen van de ketting. Een gewone ronde vijl is niet geschikt. — De doorsnede van de ronde vijl voor elke zaagket- ting is als volgt:
  • Kettingmes 25AP: 4,0 mm — De vijl mag het mes alleen in voorwaartse richting raken. Haal de vijl van het mes voor de terug- waartse beweging. — Slijp eerst het kortste mes. De lengte van dit mes wordt dan de maatstaf voor alle andere messen op de zaagketting. — Beweeg de vijl zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.29: 1. Vijl 2. Zaagketting — De vijl kan gemakkelijker worden bewogen als een vijlhouder (optioneel accessoire) wordt gebruikt. Op de vijlhouder staan merktekens voor de juiste slijphoek van 30° (lijn de merktekens parallel uit met de zaagketting) en beperkt de diepte waartoe de vijl doordringt (tot 4/5 van de vijldiameter). ► Fig.30: 1. Vijlhouder73 NEDERLANDS — Nadat de zaagketting is geslepen, controleert u de hoogte van de dieptevoeler met behulp van het kettingmeetgereedschap (optioneel accessoire). ► Fig.31 — Verwijder eventueel uitstekend materiaal, onge- acht hoe klein, met een speciale vlakke vijl (optio- neel accessoire). — Maak de voorkant van de dieptevoeler weer rond. Het zaagblad schoonmaken Spaanders en zaagsel zullen zich in de groef van het zaagblad ophopen. Deze kunnen de groef verstoppen en de oliestroom belemmeren. Verwijder de spaanders en het zaagsel elke keer wanneer u de zaagketting slijpt of vervangt. ► Fig.32 De afdekking van het kettingwiel schoonmaken Spaanders en zaagsel zullen zich binnenin de afdek- king van het kettingwiel ophopen. Verwijder de afdek- king van het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap, en verwijder vervolgens de spaanders en het zaagsel. ► Fig.33 De olie-uitstroomopening schoonmaken Kleine vuil- of stofdeeltjes kunnen zich tijdens gebruik ophopen in de olie-uitstroomopening. Deze vuil- of stof- deeltjes kunnen het uitstromen van de olie belemmeren waardoor de hele zaagketting onvoldoende wordt gesmeerd. Wanneer onvoldoende toevoer van kettin- golie optreedt aan het uiteinde van het zaagblad, maakt u de olie-uitstroomopening als volgt schoon.

1. Verwijder de afdekking van het kettingwiel en de

zaagketting vanaf het gereedschap.

2. Verwijder de kleine vuil- of stofdeeltjes met een

platkopschroevendraaier of iets dergelijks. ► Fig.34: 1. Platkopschroevendraaier

2. Olie-uitstroomopening

3. Plaats de accu in het gereedschap. Knijp de trek-

kerschakelaar in om opgehoopte vuil- en stofdeeltjes uit de olie-uitstroomopening te persen door kettingolie eruit te laten stromen.

4. Verwijder de accu van het gereedschap. Monteer

de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting weer op het gereedschap. Het kettingwiel vervangen LET OP: Een versleten kettingwiel zal de nieuwe zaagketting beschadigen. Laat in dat geval het kettingwiel vervangen. Controleer de staat van het kettingwiel voordat u een nieuwe zaagketting monteert. ► Fig.35: 1. Kettingwiel 2. Plaatsen die slijten Monteer bij het vervangen van het kettingwiel altijd een nieuwe borgring. ► Fig.36: 1. Borgring 2. Kettingwiel KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat het ket- tingwiel wordt gemonteerd zoals aangegeven in de afbeelding. Het gereedschap opbergen

1. Maak het gereedschap schoon voordat u het

opbergt. Haal de afdekking van het kettingwiel eraf en verwijder alle spaanders en zaagsel vanaf het gereedschap.

2. Laat na het schoonmaken het gereedschap

onbelast draaien om de zaagketting en het zaagblad te smeren.

3. Plaats de zaagbladschede over het zaagblad.

4. Maak de olietank leeg.74 NEDERLANDS

Instructies voor periodiek onderhoud Om zeker te zijn van een lange levensduur, om schade te voorkomen en om zeker te zijn van de volledige werking van de veiligheidsvoorzieningen, moet het volgende onderhoud regelmatig worden uitgevoerd. Garantieclaims kunnen alleen worden geaccepteerd als deze werkzaamheden regelmatig en correct worden uitgevoerd. Als deze voorgeschreven onderhoudswerkzaamheden niet worden uitgevoerd, kan dat ongelukken veroorzaken! De gebrui- ker van de kettingzaag mag echter geen werkzaamheden uitvoeren die niet worden beschreven in de gebruiksaan- wijzing. Dergelijke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door ons erkende servicecentrum. Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruik Elke dag Elke week Elke 3 maanden Jaarlijks Vóór opbergen Kettingzaag Inspecteren.

Laten contro- leren door een erkend ser- vicecentrum.

Zaagketting Inspecteren. - - - - - Slijpen indien nodig.

Zaagblad Inspecteren. - - - - Verwijderen van de kettingzaag.

Kettingrem Controleren van de werking.

Regelmatig laten inspec- teren bij een erkend ser- vicecentrum.

Kettingsmering Controleren van de olietoe- voersnelheid.

Trekkerschakelaar Inspecteren. - - - - - Uit- vergrendelknop Inspecteren. - - - - - Olietankdop Controleren op vastzitten.

PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demonteren. Laat repara- ties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Symptoom of storing Oorzaak Handeling De kettingzaag start niet. De accu is niet geplaatst. Plaats een opgeladen accu. Probleem met de accu (onvoldoende spanning). Laad de accu’s op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. De hoofdschakelaar staat uit. De kettingzaag wordt automatisch uitge- schakeld wanneer deze gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend. Schakel de hoofdschakelaar weer in. De zaagketting draait niet. De kettingrem is aangetrokken. Zet de kettingrem los. De motor slaat al na korte tijd af. De lading van de accu is bijna op. Laad de accu’s op. Als het opladen geen verbete- ring brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Geen olie op de zaagketting. De olietank is leeg. Vul de olietank. De olietoevoergroef is verstopt. Maak de groef schoon. Slechte olietoevoer. Stel de hoeveelheid toegevoerde olie af met behulp van de stelschroef. Het maximumtoerental van de kettingzaag wordt niet bereikt. De accu is verkeerd aangebracht. Plaats de accu zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. De accuspanning wordt minder. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Het aandrijfsysteem werkt niet goed. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. Het bedrijfslampje knippert groen. De trekkerschakelaar wordt ingeknepen bij omstandigheden waaronder bediening onmogelijk is. Knijp de trekkerschakelaar in nadat de hoofdschakelaar is ingeschakeld en de kettingrem is los gezet. De zaagketting stopt niet wanneer de kettingrem wordt aangetrokken: Stop het gereedschap onmiddellijk! De remband is versleten. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. Abnormale trillingen: Stop het gereedschap onmiddellijk! Losgeraakt zaagblad of zaagketting. Stel het zaagblad en de kettingspanning af. Het gereedschap is defect. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. De koppelboostfunctie is niet beschikbaar nadat de accu is vervangen door een volledig opgeladen accu. Afhankelijk van de gebruiksomstandighe- den is de koppelboostfunctie niet beschik- baar nadat de accu is vervangen. Gebruik het gereedschap in de normale functie totdat de geplaatste accu leeg is en vervang daarna de accu door een volledig opgeladen accu, of laad de accu op. De zaagketting kan niet worden aangebracht. De combinatie van zaagketting en ketting- wiel is niet juist. Gebruik de juiste combinatie van zaagket- ting en kettingwiel door het hoofdstuk met technische gegevens te raadplegen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Originele Makita-accu en -acculader WAARSCHUWING: Als u een zaagblad van een andere lengte dan het standaardzaagblad aanschaft, koopt u tevens een bijbehorende zaag- bladschede. Deze moet passen en het zaagblad van de kettingzaag volledig bedekken. OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.76 ESPAÑOL ESPAÑOL (Instrucciones originales) ESPECIFICACIONES Modelo: DUC256 DUC306 DUC356 DUC406 DUC256C Longitud total (sin la placa de guía) 270 mm Tensión nominal CC 36 V Peso neto *1 4,2 kg *2 4,6 - 4,8 kg 4,7 - 4,9 kg 4,8 - 5,0 kg 4,8 - 5,1 kg 4,6 - 4,7 kg Longitud de la placa de guía estándar 250 mm 300 mm 350 mm 400 mm 250 mm Longitud recomendada de la placa de guía con 90PX 250 - 400 mm - con 91PX 250 - 400 mm - con 25AP - 250 mm Tipo de cadena de sierra aplicable (consulte la tabla de abajo) 90PX 91PX 25AP Piñón estándar Número de dientes 6 9 Paso 3/8″ 1/4″ Velocidad de la cadena 0 - 20 m/s (0 - 1.200 m/min) Volumen del depósito de aceite de la cadena 200 cm