One Air+ Spring - Elektrische scooter Vermeiren - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis One Air+ Spring Vermeiren in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over One Air+ Spring Vermeiren
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding One Air+ Spring - Vermeiren en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. One Air+ Spring van het merk Vermeiren.
GEBRUIKSAANWIJZING One Air+ Spring Vermeiren
2.1. Beoogd gebruik en indicaties 70 2.2. Veiligheidsinstructies en relevante risico's 71 2.3. Symbolen op de scooter 72 2.4. Transport 73 2.5. Montage/Demontage 74 2.6. Eerste gebruik en opslag 76
3. Uw scooter gebruiken 77
4.1. Tijdstippen voor onderhoud 90 4.2. Onderhoudsinstructies 92 4.3. Verwachte levensduur 93 4.4. Hergebruik 93 4.5. Beëindiging van gebruik 93 4.6. Garantie 93
Inhoudsopgave68Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One Voorwoord Gefeliciteerd! U bent nu eigenaar van een Vermeiren scooter! Deze scooter is gemaakt door gekwalificeerd en toegewijd personeel. Hij is ontworpen en geproduceerd volgens hoge kwaliteitsnormen, toegepast onder toezicht van Vermeiren. Bedankt voor uw vertrouwen in de producten van Vermeiren. Deze handleiding wordt u aangeboden om u te helpen bij het gebruik en de bedieningsmogelijkheden van uw scooter. Lees deze informatie zorgvuldig door: het zal u helpen om vertrouwd te raken met de bediening, mogelijkheden en beperkingen van uw product. Indien u na het lezen van deze handleiding nog vragen heeft, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw vakhandelaar. Hij/Zij zal u met plezier verder helpen. Belangrijke opmerking Om uw veiligheid te garanderen, en om de levensduur van uw product te verlengen, raden we u aan om er goed zorg voor te dragen en om regelmatig nazicht en onderhoud te laten uitvoeren. Deze handleiding houdt rekening met de recentste productontwikkelingen. De Firma Vermeiren behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan dit type product door te voeren zonder verplicht te zijn om voordien geleverde producten aan te passen of te vervangen. Afbeeldingen van het product worden gebruikt om de instructies in deze handleiding te verduidelijken. Details van het afgebeelde product kunnen afwijken van uw aangekochte product. Beschikbare informatie Op onze website http://www.vermeiren.com/ kan u steeds de meest recente versie terugvinden van de informatie in deze handleiding. Contacteer deze website regelmatig voor mogelijke updates. Personen met een visuele beperking kunnen de elektronische versie van de handleiding downloaden en met behulp van een tekst-naar-spraak softwareapplicatie laten voorlezen.69 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
Gebruiksaanwijzing Voor gebruiker en vakhandelaar Gebruiksaanwijzing voor de batterijlader Voor gebruiker en vakhandelaar Onderhoudshandleiding voor scooters Voor de vakhandelaar EC-conformiteitsverklaring70Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One
1. Uw product71 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
13. Identificatieplaat
1.1. Opties Neem contact op met uw vakhandelaar voor opties. Hij adviseert u graag.
2.1. Beoogd gebruik en indicaties
- Dit product is een medisch hulpmiddel.
- Indicaties en contra-indicaties: De scooter wordt door de gebruiker zelf bediend. Hij is bedoeld om ouderen en mensen met een verminderd loopvermogen te vervoeren. Gebruik deze rolstoel NIET indien u lijdt aan psychische of mentale beperkingen waardoor u uzelf of andere mensen in gevaar kan brengen bij het rijden, bijvoorbeeld slecht zicht, mentale stoornis of functieverlies in beide armen. Consulteer daarom eerst uw huisarts, en informeer uw vakhandelaar over zijn/haar advies.
- De scooter is geclassificeerd als product klasse A en is vooral bedoeld voor gebruik buiten.
- Deze scooter is uitsluitend ontworpen voor het vervoer/transfer van één (1) persoon met een maximumgewicht van 136 kg. Het is niet bedoeld om goederen of objecten te vervoeren, noch voor enig ander gebruik dan hiervoor beschreven.
- Gebruik enkel accessoires en reserveonderdelen die werden goedgekeurd door Vermeiren.72Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One
- Lees eerst alle technische details en limieten van uw scooter in hoofdstuk 6..
- De garantie op dit product is gebaseerd op normaal gebruik en onderhoud zoals beschreven in deze handleiding. De garantie vervalt bij schade die werd veroorzaakt door verkeerd gebruik of gebrek aan onderhoud. 2.2. Veiligheidsinstructies en relevante risico's
VOORZICHTIG Gevaar voor letsel en/of beschadiging
- Lees de instructies in deze handleiding en volg ze nauwkeurig op. Zo niet, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of beschadiging aan uw scooter. Houd rekening met de volgende algemene waarschuwingen tijdens het gebruik:
- Gebruik de scooter niet indien u onder invloed bent van alcohol, medicijnen of andere substanties die uw rijvermogen verminderen.
- Houd er rekening mee dat sommige onderdelen van uw scooter zeer warm of koud kunnen worden door omgevingstemperatuur, de zon, verwarmingstoestellen of de motor tijdens gebruik. Wees daarom voorzichtig bij het aanraken. Draag beschermende kleding bij koud weer. Na gebruik, wacht tot de scooter/motor is afgekoeld.
- Wees u bewust van uw omgeving/situatie vooraleer de scooter in te schakelen. Pas uw snelheid hieraan aan bij vertrek. We adviseren om de laagste snelheidsinstelling te gebruiken wanneer u binnenshuis rijdt. Bij buitengebruik kan u de snelheid aanpassen tot een snelheid waarbij u zich veilig en comfortabel voelt.
- Houd er ALTIJD rekening mee dat uw scooter plots kan stoppen door een ontladen batterij, of een beveiliging die voorkomt dat uw rolstoel schade oploopt. Lees ook de mogelijke oorzaken zoals vermeld in §5..
- Uw scooter werd getest op elektromagnetische compatibiliteit en voldoet aan de standaard. Toch kunnen elektromagnetische velden de rijprestatie van uw scooter beïnvloeden, bijvoorbeeld bij gsm's, stroomgeneratoren of energiebronnen met hoog vermogen. De elektronica van uw scooter kan echter ook andere elektrische apparaten beïnvloeden, zoals alarmsystemen in winkels en automatische deuren. We raden daarom aan om uw scooter regelmatig te checken op schade of slijtage aangezien dit de storing kan vergroten (zie ook hoofdstuk 4.).
- Rijd enkel op vlakke oppervlakken waarbij alle wielen de grond raken, en waarbij voldoende contact met de grond mogelijk is voor veilig gebruik van de scooter.73 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
- Houd tijdens gebruik uw vingers, gespen, kledij en juwelen uit de buurt van de wielen of bewegende onderdelen. Ieder ernstig incident [MDR (EU) 2017/745 §2 (65)] dat zich heeft voorgedaan met trekking tot het product dient gerapporteerd te worden aan de producent en de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de gebruiker en/of patiënt gevestigd is. 2.3. Symbolen op de scooter Type aanduiding Catalogusnummer Serienummer Medisch hulpmiddel Producent Fabricagedatum EC-conformiteitsverklaring Let op: belangrijke informatie Het is aangeraden om de handleiding te lezen Risico voor knellen Enkel gebruik voor binnen Maximum gewicht van de gebruiker in kg74Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One Maximale veilige helling in ° (graden) Niet bedoeld om te gebruiken als een zitplaats in een voertuig Maximale snelheid Maximale korfbelasting 2.4. Transport
2.4.1. De scooter verplaatsen
De beste manier om de scooter te verplaatsen is gebruik te maken van het vrijloopsysteem, zie §3.4.. Plaats de scooter in vrijloop en rol de scooter naar de gewenste plaats. Als dit niet mogelijk is, kan u de scooter via onderstaande instructies dragen:
1. Schakel de scooter uit.
2. Verwijder afneembare onderdelen en opties.
3. Stockeer de afneembare onderdelen op een veilige plaats.
4. Draag het frame + stuureenheid met 2 of 3 personen naar de gewenste plaats. Til
de scooter op aan het chassis of de vaste onderdelen van het frame, niet aan de schokdempers of de kunststof onderdelen.
2.4.2. Transport per voertuig, als bagage
WAARSCHUWING Gevaar voor letsel of beschadiging
- Gebruik uw scooter NIET als zit in een voertuig.
- Verwijder alle afneembare onderdelen alvorens te transporteren.
- Er mogen zich geen personen of voorwerpen onder de scooter, op de voetplaat of zit bevinden gedurende het transport.75 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
- Zorg ervoor dat de scooter voldoende vastgemaakt is om verwonding van de inzittenden tijdens aanrijding of plots remmen te voorkomen.
- Houd uw vingers niet tussen de onderdelen van de scooter. De beste manier om de scooter in de auto te transporteren is gebruik te maken van oprijplaten. Indien u geen ervaring heeft in het oprijden van oprijplaten met de scooter, kan u de scooter ook in vrijloop plaatsen en deze via oprijplaten in de auto duwen. Wanneer de scooter niet in de auto past, is het ook mogelijk om de scooter op volgende manier te transporteren:
1. Demonteer de scooter (zie §2.5.).
2. Plaats alle onderdelen van de scooter in het voertuig.
3. Maak het frame en andere onderdelen van de scooter goed vast aan het voertuig.
2.4.3. Transport in een vliegtuig, als bagage
One, One Air+ en One Air+ LED kunnen per vliegtuig als geheel of gedemonteerd worden vervoerd. Aangezien One Air+ Spring is uitgerust met een lithiumbatterij, is het niet mogelijk om deze scooter per vliegtuig te vervoeren. Indien u dit toch overweegt, raadpleeg dan uw luchtvaartmaatschappij voordat u uw vlucht boekt. Het is mogelijk om uw scooter zonder batterij per vliegtuig te vervoeren en een nieuwe batterij te kopen op de plaats van aankomst. Contacteer hiervoor uw vakhandelaar. 2.5. Montage/Demontage
VOORZICHTIG Gevaar voor letsel
- Schakel de scooter uit voor demontage/montage.
- Houd uw vingers uit de buurt van de bewegende onderdelen van de scooter. De scooter kan zonder gereedschap gedemonteerd worden in vier hoofdonderdelen: de zit, het voorframe, het achterframe, en de batterijbehuizing.76Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One
2.5.1. Montage bij levering
Om de scooter te monteren bij levering:
1. Neem alle onderdelen van de scooter uit de verpakking.
2. Vouw de stuurkolom omhoog en zet stevig vast (zie §3.5.1.).
3. Bevestig het mandje.
4. Plaats de bevestiging van de zit in de gewenste hoogte (zie §3.5.2.).
5. Plaats de zit (zie §3.5.2.) en vouw de rug open. Zorg ervoor dat de zit stevig vast zit.
6. Bevestig de armsteunen en zet ze vast met de sterknoppen (zie §3.5.3.).
7. Plaats de batterijbehuizing.
8. Om de kleuraccenten te veranderen, trek de gekleurde plaatjes van het frame en vervang
door de gewenste kleur. De plaatjes worden op hun plaats gehouden door klitteband.
9. Zet de vrijloophendel in rijmodus (zie §3.4.).
1. Schakel de scooter uit, verwijder de sleutel en plaats hem in rijmodus met de
2. Verwijder de zit (zie §3.5.2.).
3. Verwijder de batterijbehuizing door deze verticaal omhoog te trekken.
4. Verwijder het winkelmandje.
5. Vouw de stuurkolom naar beneden (zie §3.5.1.).77 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
6. Trek aan de ontgrendelingshendel (1) en koppel het voor- en achterframe van elkaar los.
Til het voorframe op aan het chassis of de vaste onderdelen van het frame, niet aan de kunststof onderdelen of stuurkolom.
1. Bevestig en voor- en achterframe aan elkaar door de haken van het voorframe over de
buis van het achterframe te trekken.
2. Vouw de stuurkolom omhoog en zet stevig vast (zie §3.5.1.).
3. Bevestig het mandje.
4. Plaats de batterijbehuizing.
5. Plaats de zit (zie §3.5.2.) en vouw de rug open. Zorg ervoor dat de zit stevig vast zit.
6. Zet de vrijloophendel in rijmodus (zie §3.4.).
VOORZICHTIG Gevaar voor beschadiging aan de batterij
- Laat de batterij nooit volledig ontladen.
- Onderbreek de oplaadcyclus niet: koppel de batterijlader enkel los wanneer de batterij volledig opgeladen is.
- Zorg ervoor dat uw scooter droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen, zie ook hoofdstuk 6.. Indien nodig, gebruik een afdekkap.
- Lees de instructies voor bewaring en onderhoud in §4., en de technische details in §6.. Zorg ervoor dat de batterij volledig werd opgeladen voor het eerste gebruik. Vraag aan uw vakhandelaar of dit reeds gebeurde. Om de batterij te laden, volgt u de instructies in §3.6.. Indien de verpakking van uw product bij levering beschadigd, (onbedoeld) geopend, of aangetast is door omgevingsfactoren (vocht, hitte, …), controleer dan de productintegriteit. Contracteer bij twijfel uw vakhandelaar.78Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One
3. Uw scooter gebruiken
WAARSCHUWING Gevaar voor letsel
- Lees eerst de voorgaande hoofdstukken en informeer uzelf over het beoogde gebruik. Gebruik uw scooter NIET voordat u alle instructies gelezen en begrepen heeft.
- Als u nog vragen heeft of als u ergens aan twijfelt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw lokale vakhandelaar, zorgverlener, of technisch adviseur om u te helpen. 3.1. De eerste rit
- Zorg ervoor dat uw scooter UIT staat wanneer u op- of afstapt.
- Koppel steeds de batterijlader los van de scooter vooraleer te rijden. 4 Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met de werking van uw scooter vooraleer deze te gebruiken op drukke en mogelijk gevaarlijke plaatsen. Oefen eerst in een grote open ruimte met weinig omstaanders.
ɣ de scooter op een vlakke ondergrond staat met alle wielen op de grond; ɣ de batterij volledig is opgeladen, zie §3.6.; ɣ de motor gekoppeld is, zie § 3.4.; ɣ de banden de juiste bandenspanning hebben (indien van toepassing), zie § 4.2.1.; ɣ u een correcte zitpositie hebt; ɣ alle aanpassingen stevig vastzitten, zie §3.5..
2. Zet uw scooter AAN, zie §3.2..
3. Stel de snelheid in op de laagste stand, zie §3.2..
4. Houd beide handen aan de handgrepen.
5. In een knijpende beweging, trek licht aan de snelheidshendel om te rijden. Gebruik de
linker snelheidshendel om achteruit te rijden. Laat de hendel los om te stoppen. Herhaal dit een paar keer.
6. Als u zich zeker genoeg voelt, kan u aan een hogere snelheid proberen te rijden.
7. Probeer nu te draaien, zowel voorwaarts als achterwaarts. Herhaal dit enkele keren.79 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
8. Zorg ervoor dat uw scooter stabiel staat wanneer u de rit beëindigt.
9. Schakel de scooter UIT en verwijder de sleutel om diefstal te voorkomen.
- Rijd NIET op hellingen, hindernissen, treden of stoepranden die groter zijn dan beschreven in hoofdstuk 6..
- Houd rekening met de lokale verkeerswetgeving; deze kan verschillen van land tot land. Dit geldt voor het rijden op de stoep, onverharde en verharde wegen.
- Stel de snelheid niet in terwijl u aan het rijden bent.
- Hou rekening met de weersomstandigheden. Vermijd het rijden bij vochtig weer, extreme hitte, sneeuw, ijzel en vriestemperaturen; zie de technische specificaties in hoofdstuk 6..
- Neem bochten en hoeken met lage snelheid en indien mogelijk met een grote draaicirkel om kantelen te voorkomen. Snij geen hoeken af en maak geen scherpe bochten. Probeer nauwe doorgangen recht te nemen zodat u niet bekneld geraakt.
- Leun niet te ver naar links/rechts/voor/achter om kantelen te voorkomen. Let extra op bij het nemen van hellingen en obstakels.
- Hou rekening met andere weggebruikers waarvoor uw scooter mogelijk een obstakel is. Let vooral op bij het nemen van bochten, bij keren of achteruitrijden. Als u niet gewoon bent om achteruit te rijden, oefen dit eerst op een open plaats. Geef bij afdraaien op voorhand aan welke richting u uit wil gaan.
- Gebruik enkel de laagste snelheidsinstelling wanneer u binnenshuis rijdt.
- Schakel uw scooter niet UIT terwijl u rijdt. Dit zal leiden tot een noodstop met kans op ongeval en letsel.
- Houd de remafstand in gedachten. Houd er rekening mee dat de remafstand beïnvloed wordt door snelheid, rijoppervlak, weersomstandigheden, helling en gewicht van de gebruiker.
- Pas op als de weg gaten of spleten heeft waardoor de wielen kunnen vastlopen.80Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One
- Zet de scooter AAN door de sleutel (4) in het slot te plaatsen.
- De batterij-indicator (1) licht nu op en zal de huidige status van uw batterij weergeven.
- Draai de snelheidsschakelaar (2) naar de gewenste rijsnelheid. ɣ Draai met de klok mee om de snelheidsinstelling te verhogen. ɣ Draai tegen de klok in om de snelheidsinstelling te verlagen.
- Om de claxon te horen, druk toets (5).
1. Indicator batterijniveau
2. Snelheidsregelaar (traag/snel)
1. Laat de snelheidshendel los. De elektromagnetische rem in de motor wordt geactiveerd en
de scooter komt tot stilstand.
3.2.3. De verlichting bedienen (One Air+ LED)
- Zet de lichtschakelaar op [ I ] om de lichten aan te zetten.
- Zet de lichtschakelaar op [ 0 ] om de lichten uit te zetten.
3.2.4. Rijden met de scooter
VOORZICHTIG Gevaar voor letsel
- Gebruik nooit beide kanten van de snelheidshendel tegelijkertijd. Dit kan ervoor zorgen dat u de scooter niet onder controle kan houden. Beweeg de snelheidshendel in de gewenste richting:
- TREK ACTIE DOOR DE RECHTERHAND = VOORWAARTSE BEWEGING
- TREK ACTIE DOOR DE LINKERHAND = ACHTERWAARTSE BEWEGING81 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
Door de hendel meer in te drukken, zal de snelheid verhogen binnen de gekozen snelheidsinstelling. Gebruik enkel een hogere snelheidsinstelling wanneer u zeker bent dat u de scooter nog makkelijk kan besturen en onder controle kan houden. Wanneer u de scooter inschakelt, dient u eerst 3 seconden te wachten vooraleer de snelheidshendel in te drukken. Indien u dit niet doet, zal de claxon luiden en zal de scooter niet bewegen. In dit geval schakelt u de scooter UIT en opnieuw AAN.
Om te remmen laat u de snelheidshendel los. De hendel zal terugkeren naar de neutrale stand en de scooter remt zacht af tot stilstand. Oefen het rijden en remmen zodat u uw scooter gewoon wordt; u dient te kunnen inschatten hoe uw scooter reageert bij het rijden en remmen.
3.2.6. Rijden in bochten en rond hoeken
VOORZICHTIG Gevaar voor letsel
- Minder uw snelheid vooraleer een bocht te nemen.
- Houd steeds voldoende zijdelingse afstand van hoeken en hindernissen.
- Neem geen S-bochten en maak geen onregelmatige bochten met uw voertuig. Om hoeken en bochten te nemen, draait u het stuur met beide handen in de gewenste richting. Let er bij bochten en hoeken altijd op dat er voldoende plaats is om de bocht of hoek te nemen. Smalle doorgangen moeten bij voorkeur benaderd worden met een grote bocht zodat u het smalste deel van de doorgang vrijwel recht kan nemen. Denk eraan dat uw scooter achteraan meestal breder is dan vooraan.
3.2.7. Achterwaarts rijden
De snelheid bij het achterwaarts rijden wordt automatisch verlaagd in vergelijking met voorwaarts rijden. We raden ook aan om de laagste snelheidsinstelling te gebruiken wanneer u achterwaarts rijdt. Denk eraan dat de stuurrichting bij het achterwaarts rijden tegenovergesteld is dan bij voorwaarts rijden en dat uw scooter in de tegenovergestelde richting zal draaien.82Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One De claxon zal piepen terwijl de scooter achteruit rijdt.
3.2.8. Rijden op hellingen
- Zet uw scooter nooit in vrijloopstand op een helling. De scooter kan beginnen te bewegen, wat verwondingen bij uzelf of omstaanders kan veroorzaken.
- Neem geen bochten bij het afrijden van de helling. Door het gewicht van uw scooter kan deze kantelen.
- Zorg ervoor dat alle vier wielen de grond raken wanneer u op of af een helling rijdt.
- Rijd nooit achterwaarts op een helling.
1. Rij de helling in rechte lijn op en met een hogere snelheid, en leun een beetje naar voor. Als
u de helling schuin neemt of te traag, bestaat er kans op kantelen of vallen.
1. Rij de helling in rechte lijn op (voorwaarts of achterwaarts) en met een lage snelheid. Als u
de helling schuin neemt of te snel, bestaat er kans op kantelen of vallen.
2. Leun bij het voorwaarts afdalen een beetje naar achter; leun bij achterwaarts afdalen een
3.2.9. Omgaan met hindernissen
VOORZICHTIG Gevaar voor letsel
- Gebruik met uw scooter nooit de roltrap.
- Benader een stoeprand altijd van de voorkant.
- Let erop dat de vier wielen altijd de grond raken tijdens het omhoog of omlaag rijden. Het is mogelijk om met uw scooter hindernissen te nemen van maximum 45 mm. Neem indien nodig een korte aanloop om de hindernis te kunnen oprijden.83 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
1. Plaats de scooter zo dicht mogelijk bij de plaats waar u wil overstappen.
2. Zorg ervoor dat de scooter uit staat.
3. Draai de armlegger omhoog aan de kant waar u wil in-/uitstappen.
4. Draai de stoel indien nodig (zie §3.5.2.).
5. Beweeg naar/uit de stoel van de scooter.
3.3.1. Correcte positie in de scooter
Enkele aanbevelingen om comfortabel van uw scooter gebruik te maken:
1. Ga zitten op de zit met uw onderrug tegen de rugsteun.
2. Zorg ervoor dat uw bovenbenen horizontaal zijn, met uw voeten in een comfortabele
positie. Maak aanpassingen indien nodig.84Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One 3.4. Rem en vrijloophendel
- Bedien de vrijloophendel enkel wanneer de scooter UIT staat!
- Een begeleider moet de vrijloophendel bedienen indien u een mobiliteitsbeperking heeft. Bedien de hendel NOOIT vanuit zittende positie. De scooter is voorzien van een vrijloopsysteem dat bereikbaar en bedienbaar is door een begeleider, of de gebruiker wanneer hij/zij niet in de scooter zit. Zet de scooter enkel in vrijloop om deze te transporteren of uit een gevaarlijk gebied te halen.
1. Wanneer de scooter UIT staat, zet de vrijloophendel op de positie “drive” (rijden).
2. Schakel de scooter AAN.
3. Elektronisch gestuurd rijden is nu mogelijk.
2. Zet de vrijloophendel op de positie “neutraal”.
3. De scooter kan nu zonder elektronische aansturing voortgeduwd worden.85 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
- Voer nooit aanpassingen uit tijdens het rijden.
- De toegestane aanpassingen kunnen de stabiliteit van uw scooter beïnvloeden (zijwaarts of achterwaarts kantelen).
3.5.1. De stuurkolom aanpassen
VOORZICHTIG Gevaar voor letsel
- Schakel de scooter uit vooraleer u de hoek van de stuurkolom aanpast.
- Leun niet met uw volledige lichaam op de stuurkolom. De stuurkolom kan versteld worden in een groot aantal standen (traploos) naargelang de voorkeur van de bestuurder.
1. Zet de sterknop (1) los.
2. Verstel de stuurkolom naar de gewenste positie.
3. Draai de sterknop (1) terug goed vast.86Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One
3.5.2. De zit aanpassen
VOORZICHTIG Gevaar voor letsel
- Controleer of de zit goed is vergrendeld.
3.5.2.1. De zit verwijderen
1. Trek de zithendel naar boven.
2. Draai de zit een beetje en til deze uit de bar voor
3.5.2.2. De zit plaatsen en vergrendelen
1. Trek de zithendel naar boven.
2. Plaats de zit op de bar voor hoogteverstelling en
houd tegelijkertijd de zithendel ingedrukt.
3. Laat de zithendel los.
3.5.2.3. De zit draaien
1. Trek de zithendel naar boven.
2. Draai de zit in de gewenste positie.
De zithoogte kan in 4 posities worden aangepast (bereik 45 mm).
1. Verwijder de zit en de batterijbehuizing.
2. Verwijder de borgpen die de zitbevestiging op zijn
3. Verhoog/verlaag de zitbevestiging tot de gewenste
4. Plaats de borgpen om de zitbevestiging weer vast te
5. Plaats de zit en batterijbehuizing terug. Zorg ervoor
dat alles stevig vastzit.87 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
VOORZICHTIG Kans op kantelen en vallen
- Zorg ervoor dat de armsteunen symmetrisch aan de zit geplaatst worden.
1. Verwijder de sterknop aan de onderzijde van de zit.
2. Neem de binnenste vierkante buis vast.
3. Beweeg deze buis om de armsteun in de gewenste
breedte te plaatsen (bereik: 70 mm aan elke kant, niet verder naar binnen dan aangegeven door de stickers).
4. Draai de sterknop handvast aan.
5. Controleer dat de armsteun terug goed is
WAARSCHUWING Gevaar voor letsel of beschadiging door brand
- Gebruik enkel de batterijlader die geleverd werd bij uw scooter. Het gebruiken van een andere lader kan gevaarlijk zijn (brandgevaar).
- De lader is enkel bedoeld om de batterijen op te laden die geleverd werden bij uw scooter, geen andere batterijen.
- Maak geen aanpassingen aan de geleverde onderdelen, bijv. kabels, stekkers of de batterijlader. Open of vervang nooit de batterij of de aansluitpunten.
- Bescherm de batterij en batterijlader tegen vlammen, hoge en lage temperaturen (zie hoofdstuk 6.), vochtigheid, zon, hevige schokken (bijvoorbeeld vallen). Gebruik de batterij NIET als ze is blootgesteld aan een van de voornoemde omstandigheden.
- Laad de batterij op met de geleverde lader, binnenshuis, in een goed geventileerde ruimte, buiten het bereik van kinderen.88Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One
VOORZICHTIG Gevaar voor beschadiging
- Automatische ontlading van de batterij en de ruststroom van de verbonden gebruikers zullen de batterij langzaam ontladen. De batterij kan onherstelbaar beschadigd raken indien ze volledig ontladen wordt. Zorg er daarom steeds voor dat de batterij tijdig wordt opgeladen: ɣ Bij intensief gebruik (lange afstanden, dagelijks gebruik): Onmiddellijk opladen na gebruik. ɣ Bij gemiddeld gebruik (korte afstanden, dagelijks of enkele keren per week): Opladen wanneer batterij-indicator 50% ontlading aangeeft. ɣ Bij weinig gebruik of opslag: Eén keer per maand opladen.
- Lees de instructies voor bewaring en onderhoud in §4., en de technische details in §6..
- Koppel de batterijlader pas los wanneer de batterij volledig werd opgeladen, zie volgende symbolen op de lader.
- Laad batterijen niet op onder 0°. Verplaats de batterij naar een warmere plaats en begin het opladen.
- Houd het aansluitpunt voor de batterijlader vrij van stof of vuil.
- In geval van problemen waardoor de batterij niet opgeladen kan worden volgens de gebruiksaanwijzing van de lader, neem dan contact op met uw vakhandelaar. 4 We raden aan om de batterij los te koppelen van de rolstoel wanneer deze een tijdje niet gebruikt wordt. Zo voorkomt u onnodige energieconsumptie. De LED-lampjes in de stuureenheid geven de resterende capaciteit van de batterijen weer. Als de baterijlader is ingeschakeld en er geen LED’s branden, controleert u de zekering. Indien de rode LED niet brandt, is de lader defect. Contacteer in dit geval uw vakhandelaar.89 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
1. Schakel de scooter UIT en verwijder de sleutel.
2. Verbind EERST de batterijlader met een 230V AC stopcontact. Gebruik de batterijlader
rechtstreeks in het stopcontact, zonder verlengsnoer (en zonder tijdschakelaar).
3. Indien van toepassing, open het afdekkapje over het aansluitpunt op de scooter en sluit de
lader aan op de scooter.
4. Wacht tot de batterij volledig is opgeladen.
7. Verwijder de lader uit het stopcontact, laat afkoelen en bewaar in de bijhorende tas.
4 Wanneer de stuureenheid de systeemcode “Rijbelemmering” weergeeft na het laden, kijk dan na of de batterijlader zeker is losgekoppeld. Deze veiligheidsmaatregel voorkomt dat u zou rijden terwijl de lader nog verbonden is met het stopcontact. Aansluitpunt voor de batterijlader
3.7. Thermische zekeringen Om de motor te beveiligen tegen overbelasting is de scooter aan de achterkant voorzien van een thermische zekering die automatisch het vermogen naar de motoren onderbreekt omdat deze anders warm kunnen lopen en daardoor sneller verslijten of defect raken. U kan de thermische zekering vinden in de opening aan de achterkant van de kunststof bescherming. De thermische zekering kan worden geactiveerd wanneer stijgende of dalende hellingen worden bereden die de vermelde maximumwaarden overschrijden. Ook bij een nominale belasting die hoger is dan de maximumwaarde kan de zekering doorslaan. Ook wanneer u90Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One probeert te rijden terwijl de motorrem is geblokkeerd, kan de motor overbelast raken. De te respecteren waarden vindt u in hoofdstuk §6.. Om de scooter opnieuw in gebruik te nemen, lost u de betreffende overbelasting op en wacht u tot de motor is afgekoeld. Daarna drukt u de zekering voorzichtig in. Het systeem is nu weer klaar voor gebruik. 3.8. Anti-tipping Op de achterkant van de scooter is een anti-tipping (1) bevestigd. Het is niet mogelijk om deze anti-tipping te verwijderen. De anti-tipping is geïnstalleerd voor uw veiligheid en voorkomt dat uw scooter naar achter kantelt bij het nemen van kleine hindernissen die NIET hoger zijn dan de gespecifieerde maximum obstakelhoogte in §6..91 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
4 Regelmatig onderhoud zorgt ervoor dat uw scooter in perfect functionele staat gehouden wordt. Voor de onderhoudsinstructies, raadpleeg de Vermeiren website: www.vermeiren.com. 4.1. Tijdstippen voor onderhoud
VOORZICHTIG Gevaar voor letsel of beschadiging
- Reparaties en vervangingen mogen enkel uitgevoerd worden door opgeleid personeel, en enkel originele onderdelen van Vermeiren mogen hierbij gebruikt worden. 4 De laatste pagina van deze handleiding bevat een registratieformulier voor de vakhandelaar om elke service te registreren. De onderhoudsfrequentie hangt af van de frequentie en intensiteit van gebruik. Neem contact op met uw vakhandelaar om een tijdschema vast te leggen voor nazicht/ onderhoud/reparatie. 4 Lees de gebruiksaanwijzing van de batterijlader voor specifieke onderhoudsinstructies.
4.1.1. Voor ieder gebruik
Kijk de volgende punten na:
- Alle onderdelen: aanwezig en niet beschadigd of versleten.
- Alle onderdelen: schoon, zie § 4.2.2..
- Batterijstatus: laad de batterij op indien nodig, zie §3.6..
- Staat van de wielen, zie § 4.2.1.. Contacteer uw vakhandelaar voor eventuele reparaties of vervanging van onderdelen.92Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One
4.1.2. Jaarlijks of vaker
Laat uw scooter nakijken en onderhouden door uw vakhandelaar, ten minste één keer per jaar of vaker. De minimale onderhoudsfrequentie is afhankelijk van het gebruik en moet daarom besproken worden met uw vakhandelaar.
Zorg ervoor dat uw scooter droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen. Koppel de batterij los om schade te voorkomen. Als uw scooter voor een periode wordt opgeslagen, raden we aan om de batterijen nog steeds iedere maand op te laden. Zie §3.6. voor meer informatie. 4.2. Onderhoudsinstructies
4.2.1. Wielen en banden
4 De goede werking van de remmen hangt af van de staat van de banden, die onderhevig zijn aan slijtage en verontreiniging (water, olie, modder,...). Houd de wielen vrij van draden, haar, zand en vezels. Kijk het profiel van de banden na. Als de profieldiepte minder dan 1 mm bedraagt, moeten de banden vervangen worden. Contacteer hiervoor uw vakhandelaar. Pomp de banden op volgens de correcte spanning (zie drukindicatie op de banden).
VOORZICHTIG Gevaar voor beschadiging door vocht
- Houd de besturing schoon en bescherm ze tegen water en regen.
- Gebruik nooit een tuinslang of hogedrukreiniger om de scooter schoon te maken.93 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
Veeg alle harde onderdelen van de scooter schoon met een vochtig doek (niet doorweekt). Indien nodig, gebruik een milde zeep die geschikt is voor vernis en synthetische materialen. De bekleding kan schoon worden gemaakt met lauw water en een milde zeep. Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen. Houd de ventilatieopeningen op de batterijlader schoon en vrij van stof. Blaas het stof weg en maak de batterijlader schoon met een vochtig doek indien nodig.
VOORZICHTIG Gevaar voor beschadiging
- Ontsmetting mag enkel worden uitgevoerd door getraind personeel. Neem contact op met uw vakhandelaar. 4.3. Verwachte levensduur De scooter is ontworpen voor een gemiddelde levensduur van 5 jaar. Afhankelijk van de gebruiksfrequentie, rijomstandigheden en het onderhoud, zal uw scooter langer of minder lang meegaan. 4.4. Hergebruik Voor ieder hergebruik moet de scooter ontsmet, geïnspecteerd en onderhouden worden volgens de instructies in de onderhoudshandleiding. 4.5. Beëindiging van gebruik Op het einde van de levensduur moet u de scooter vernietigen volgens de lokale milieuwetgeving. De beste manier om dit te doen, is de scooter te demonteren om het vervoer van de recycleerbare onderdelen te vergemakkelijken. Batterijen worden meestal apart ingezameld.94Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One 4.6. Garantie De garantie op dit product is onderhevig aan de algemene voorwaarden van ieder land.
5. Probleemoplossing
Ook wanneer u de scooter correct gebruikt, is het toch mogelijk dat er een technisch probleem optreedt. Neem in dat geval contact op met uw vakhandelaar.
WAARSCHUWING Gevaar voor letsel of beschadiging
- Probeer NOOIT zelf uw scooter te repareren.
- Bij storingen in de besturing dient u contact op te nemen met uw vakhandelaar. Hij/zij zal beslissen of de besturing geherprogrammeerd moet worden. De volgende tekenen kunnen wijzen op een ernstig probleem. Neem daarom steeds contact op met uw vakhandelaar als u een van de volgende afwijkingen opmerkt:
- Gebarsten of gebroken aansluitingen;
- Oneven bandenslijtage op een van de banden;
- Schokkerige bewegingen;
- De scooter buigt af naar één kant;
- Beschadigde of kapotte wielmontages.
- De scooter start niet op;
- De scooter staat aan maar beweegt niet. Bij mogelijke problemen wordt een systeemcode weergegeven door de knipperende LEDs op de batterijstatusindicator, zie §3.2.1. (2). De volgende tabel somt de mogelijke systeemcodes op (aantal knipperingen). Sommige problemen kan u zelf oplossen. Voor alle storingen met een sterretje (*) dient u echter uw vakhandelaar te contacteren.95 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
Code Probleem Betekenis 1 Batterijspanning laag Laad de batterij onmiddellijk op. 2 * Batterijspanning laag Laad de batterij op. Controleer de batterij en alle aansluitingen en bedrading. Als het probleem niet opgelost is, neem dan contact op met uw vakhandelaar. 3 Batterijspanning hoog Als u een helling afrijdt, stop / verlaag uw snelheid. Neem minder steile hellingen. 4 * Stroomlimiet bereikt OF bediening te warm Schakel de scooter uit, wacht enkele minuten en zet weer aan. Controleer de motor en alle aansluitingen en bedrading. Als het probleem niet opgelost is, neem dan contact op met uw vakhandelaar. 5 * Parkeerrem Controleer de rem / de vrijloophendel en alle aansluitingen en bedrading. Als het probleem niet opgelost is, neem dan contact op met uw vakhandelaar. 6 Rijbelemmering Koppel de batterijlader los. OF Laat de snelheidshendel los vooraleer de scooter aan te zetten. 7 * Snelheidsregeling Controleer de snelheidshendel en snelheidsregelaar, alsook alle aansluitingen en bedrading. Contacteer uw vakhandelaar. 8 * Motorspanning Controleer de motor en alle aansluitingen en bedrading. Contacteer uw vakhandelaar. 9 * Overige Controleer alle aansluitingen en bedrading. Contacteer uw vakhandelaar.96Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One
6. Technische specificaties
Onderstaande technische gegevens zijn enkel geldig voor deze scooter, met standaard instellingen en optimale omgevingscondities. Indien andere accessoires worden gebruikt, zulen de data verschillen. Houd er rekening mee dat de rijprestatie beïnvloed wordt door omgevingstemperatuur, luchtvochtigheid, hellingen (op/neer), soort oppervlak en batterijstatus. Houd bij gebruik rekening met deze details. Deze waarden zijn niet meer van toepassing als uw scooter werd gewijzigd, of wanneer hij beschadigd of ernstig versleten is. Merk Vermeiren Productgroep Scooters, Klasse A Type One Beschrijving Afmetingen Max. gebruikersgewicht 136 kg Totale lengte 1030 mm Totale breedte 490 mm Totale hoogte 880 mm 840 mm Hoogte dichtgevouwen 330 mm (zit verwijderd; Stuurkolom gevouwen) Totaal gewicht One One Air+ , One Air+ LED One Air+ Spring 44,9 kg 50 kg 42,35 kg Gewicht van demonteerbare onderdelen Mand Zit Batterij Voorframe Achterframe 1 kg 8,85 kg One : 9 kg One Air+, One Air+ LED : 14 kg One Air+ Spring : 4,25 kg One, One Air+, One Air+ LED : 14,65 kg One Air+ Spring : 16 kg One, One Air+, One Air+ LED : 11,4 kg One Air+ Spring : 12,15 kg Energieconsumptie * One One Air+ , One Air+ LED One Air+ Spring 16 km 30 km 26 km Nominale helling 8° Maximum hoogte hindernis 45 mm97 OneGebruiksaanwijzing | 2025-03
Merk Vermeiren Productgroep Scooters, Klasse A Type One Beschrijving Afmetingen Max. snelheid 6 km/h 8 km/h Maximale remafstand bij hoogste snelheid 6 km/h : 1m 8 km/h : 1,5 m Zithoek 0° Effectieve zitdiepte 370 mm Effectieve zitbreedte 410 mm Zithoogte aan voorzijde (gemeten vanaf de grond)
Zithoogte aan voorzijde (gemeten vanaf de voetplaat)
Rughoek 12 ° Rughoogte 390 mm Hoogte voetplaat 110 mm Afstand armsteun tot zit 190 mm Minimale draaicirkel 1150 mm Keerbreedte 1250 mm Grondspeling 35 mm Diameter achterwielen 8x2.5" Diameter voorwielen 8x2.5" Bandendruk One One Air+, One Air+ LED, One Air+ Spring Niet van toepassing 3,5 bar Min. batterij One One Air+ , One Air+ LED One Air+ Spring 15 Ah (C20), 24V DC, gelbatterijen, onderhoudsvrij 25 Ah (C20), 24V DC, gelbatterijen, onderhoudsvrij 20Ah, 24V DC, Lithium Aandrijfmotoren Nom. 270 Watt, elektromagnetische remmen Beschermingsklasse IPX5 Sterktetesten volgens ISO 7176-8 Testen voor vermogen en besturing volgens ISO 7176-14 Brandweerstand van de bekleding volgens EN 1021-2:2006 EMC-compatibiliteit volgens ISO 7176-2198Gebruiksaanwijzing | 2025-03 One Merk Vermeiren Productgroep Scooters, Klasse A Type One Beschrijving Afmetingen Opslag en gebruikstemperatuur +5°C - +41°C Werkingstemperatuur van de elektronica -10°C to +40°C Opslag en gebruiksluchtvochtigheid 30% - 70% We behouden ons het recht voor om technische wijzigingen te introduceren. Meettolerantie +- 15 mm / 1,5 kg / 1,5°
- De theoretische actieradius zal worden verlaagd als de rolstoel vaak wordt gebruikt op hellingen, ruw terrein of stoepranden.99 OneGebrauchsanweisung | 2025-03
SimpelGids