Kuarz - Elektrische scooter Vermeiren - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Kuarz Vermeiren in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Kuarz Vermeiren
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Kuarz - Vermeiren en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Kuarz van het merk Vermeiren.
GEBRUIKSAANWIJZING Kuarz Vermeiren
2.1. Beoogd gebruik en indicaties 78
2.2. Veiligheidsinstructies en relevante risico's 79
2.3. Symbolen op de scooter 80
2.4. Transport 81
2.5. Eerste gebruik en opslag 82
3. Uw scooter gebruiken 83
3.1. De eerste rit 83
3.2. Uw scooter bedienen 84
3.3. Transfer in/uit de scooter 92
3.4. Rem en vrijloophendel 93
3.5. Batterijschakelaar 94
3.6. Comfortaanpassingen 95
3.7. Batterijstatus en opladen 98
3.8. Anti-tipping 101
4. Onderhoud 102
4.1. Tijdstippen voor onderhoud 102
4.2. Onderhoudsinstructies 103
4.3. Verwachte levensduur 104
4.4. Hergebruik 105
4.5. Beëindiging van gebruik 105
4.6. Garantie 105
5. Probleemoplossing 106
6. Technische specificaties 108
Voorwoord
NL
Gefeliciteerd! U bent nu eigenaar van een Vermeiren scooter!
Deze scooter is gemaakt door gekwalificeerd en toegewijd personeel. Hij is ontworpen en geproduceerd volgens hoge kwaliteitsnormen, toegepast onder toezicht van Vermeiren.
Bedankt voor uw vertrouwen in de producten van Vermeiren. Deze handleiding wordt u aangeboden om u te helpen bij het gebruik en de bedieningsmogelijkheden van uw scooter. Lees deze informatie zorgvuldig door: het zal u helpen om vertrouwd te raken met de bediening, mogelijkheden en beperkingen van uw product.
Indien u na het lezen van deze handleiding nog vragen heeft, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw vakhandelaar. Hij/Zij zal u met plezier verder helpen.
Belangrijke opmerking
Om uw veiligheid te garanderen, en om de levensduur van uw product te verlengen, raden we u aan om er goed zorg voor te dragen en om regelmatig nazicht en onderhoud te laten uitvoeren.
Deze handleiding houdt rekening met de recentste productontwikkelingen. De Firma Vermeiren behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan dit type product door te voeren zonder verplicht te zijn om voordien geleverde producten aan te passen of te vervangen.
Afbeeldingen van het product worden gebruikt om de instructies in deze handleiding te verduidelijken. Details van het afgebeelde product kunnen afwijken van uw aangekochte product.
Beschikbare informatie
Op onze website http://www.vermeiren.com/ kan u steeds de meest recente versie terugvinden van de informatie in deze handleiding. Contacteer deze website regelmatig voor mogelijke updates.
Personen met een visuele beperking kunnen de elektronische versie van de handleiding downloaden en met behulp van een tekst-naar-spraak softwareapplicatie laten voorlezen.
![]() | GebruiksaanwijzingVoor gebruiker en vakhandelaar |
![]() | Gebruiksaanwijzing voor de batterijladerVoor gebruiker en vakhandelaar |
![]() | Onderhoudshandleiding voor scootersVoor de vakhandelaar |
![]() | EC-conformiteitsverklaring |
1. Uw product
NL

- Hoofdsteun
- Rug
- Armsteun /armlegger
- Zit
- Achterwielen
- Voetplaat
- Voorwielen
- Voorlicht
- Richtingaanwijzers
-
Achteruitkijkspiegel
-
Snelheidshendel
- Handgrepen
- Vrijloophendel
- Achterlicht
- Anti-tipping
- Identificatieplaat
1.1. Opties
Neem contact op met uw vakhandelaar voor opties. Hij adviseert u graag.
2. Voor gebruik
2.1. Beoogd gebruik en indicaties
- Dit product is een medisch hulpmiddel.
- Indicaties en contra-indicaties: De scooter wordt door de gebruiker zelf bediend. Hij is bedoeld om ouderen en mensen met een verminderd loopvermogen te vervoeren. Gebruik deze scooter NIET indien u lijdt aan psychische of mentale beperkingen waardoor u uzelf of andere mensen in gevaar kan brengen bij het rijden, bijvoorbeeld slecht zicht, mentale stoornis of functieverlies in beide armen. Consulteer daarom eerst uw huisarts, en informeer uw vakhandelaar over zijn/haar advies.
- De scooter is geclassificeerd als product klasse C en is vooral bedoeld voor gebruik buiten.
- Deze scooter is uitsluitend ontworpen voor het vervoer/transfer van één (1) persoon met een maximumgewicht van 150 kg. Het is niet bedoeld om goederen of objecten te vervoeren, noch voor enig ander gebruik dan hiervoor beschreven.
- Gebruik enkel accessoires en reserveonderdelen die werden goedgekeurd door Vermeiren.
- Lees eerst alle technische details en limieten van uw scooter in hoofdstuk 6..
- De garantie op dit product is gebaseerd op normaal gebruik en onderhoud zoals beschreven in deze handleiding. De garantie vervalt bij schade die werd veroorzaakt door verkeerd gebruik of gebrek aan onderhoud.
NL
2.2. Veiligheidsinstructies en relevante risico's
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en/of beschadiging
- Lees de instructies in deze handleiding en volg ze nauwkeurig op. Zo niet, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of beschadiging aan uw scooter.
Houd rekening met de volgende algemene waarschuwingen tijdens het gebruik:
- Gebruik de scooter niet indien u onder invloed bent van alcohol, medicijnen of andere substanties die uw rijvermogen verminderen.
- Houd er rekening mee dat sommige onderdelen van uw scooter zeer warm of koud kunnen worden door omgevingstemperatuur, de zon, verwarmingstoestellen of de motor tijdens gebruik. Wees daarom voorzichtig bij het aanraken. Draag beschermende kleding bij koud weer. Na gebruik, wacht tot de scooter/motor is afgekoeld.
- Wees u bewust van uw omgeving/situatie vooraleer de scooter in te schakelen. Pas uw snelheid hieraan aan bij vertrek. We adviseren om de laagste snelheidsinstelling te gebruiken wanneer u binnenshuis rijdt. Bij buitengebruik kan u de snelheid aanpassen tot een snelheid waarbij u zich veilig en comfortabel voelt.
- Houd er ALTIJD rekening mee dat uw scooter plots kan stoppen door een ontladen batterij, of een beveiliging die voorkomt dat uw scooter schade oploopt. Lees ook de mogelijke oorzaken zoals vermeld in §5..
- Uw scooter werd getest op elektromagnetische compatibiliteit en voldoet aan de standaard. Toch kunnen elektromagnetische velden de rijprestatie van uw scooter beïnvloeden, bijvoorbeeld bij gsm's, stroomgeneratoren of energiebronnen met hoog vermogen. De elektronica van uw scooter kan echter ook andere elektrische apparaten beïnvloeden, zoals alarmsystemen in winkels en
automatische deuren. We raden daarom aan om uw scooter regelmatig te checken op schade of slijtage aangezien dit de storing kan vergroten (zie ook hoofdstuk 4.).
- Rijd enkel op vlakke oppervlakken waarbij alle wielen de grond raken, en waarbij voldoende contact met de grond mogelijk is voor veilig gebruik van de scooter.
- Houd tijdens gebruik uw vingers, gespen, kledij en juwelen uit de buurt van de wielen of bewegende onderdelen.
leder ernstig incident [MDR (EU) 2017/745 §2 (65)] dat zich heeft voorgedaan met betrekking tot het product dient gerapporteerd te worden aan de producent en de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de gebruiker en/of patiënt gevestigd is.
2.3. Symbolen op de scooter
![]() | Type aanduiding |
![]() | Catalogusnummer |
![]() | Serienummer |
![]() | Medisch hulpmiddel |
![]() | Producent |
![]() | Fabricagedatum |
![]() | EC-conformiteitsverklaring |
![]() | Let op: belangrijke informatie |
![]() ![]() | Het is aangeraden om de handleiding te lezenRisico voor knellen |
![]() | Enkel gebruik voor binnen |
![]() | Maximum gewicht van de gebruiker in kg |
![]() | Maximale veilige helling in ° (graden) |
![]() | Niet bedoeld om te gebruiken als een zitplaats in een voertuig |
![]() | Maximale snelheid |
![]() | Maximale korfbelasting |
![]() | Enkel voor elektrische apparaten: Deponeer onderdelen niet in het huishoudelijk afval! Lever in voor recyclage. |
2.4. Transport
2.4.1. De scooter verplaatsen
De beste manier om de scooter te verplaatsen is gebruik te maken van het vrijloopsysteem, zie §3.4.. Plaats de scooter in vrijloop en rol de scooter naar de gewenste plaats.
Als dit niet mogelijk is, kan u de scooter via onderstaande instructies dragen:
- Schakel de scooter uit.
- Verwijder afneembare onderdelen en opties.
- Stockeer de afneembare onderdelen op een veilige plaats.
- Draag het frame + stuureenheid met 2 of 3 personen naar de gewenste plaats. Til de scooter op aan het chassis of de vaste onderdelen van het frame, niet aan de schokdempers of de kunststof onderdelen.
2.4.2. Transport per voertuig, als bagage
AWAARSCHUWING
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Gebruik uw scooter NIET als zit in een voertuig.
- Verwijder alle afneembare onderdelen alvorens te transporteren.
- Er mogen zich geen personen of voorwerpen onder de scooter, op de voetplaat of zit bevinden gedurende het transport.
- Zorg ervoor dat de scooter voldoende vastgemaakt is om verwonding van de inzittenden tijdens aanrijding of plots remmen te voorkomen.
- Houd uw vingers niet tussen de onderdelen van de scooter.
De beste manier om de scooter in de auto te transporteren is gebruik te maken van oprijplaten. Indien u geen ervaring heeft in het oprijden van oprijplaten met de scooter, kan u de scooter ook in vrijloop plaatsen en deze via oprijplaten in de auto duwen.
Wanneer de scooter niet in de auto past, is het ook mogelijk om de scooter op volgende manier te transporteren:
- Verwijder alle verwijderbare onderdelen alvorens te transporteren (zit, enz.).
- Stockeer de afneembare onderdelen op een veilige plaats.
- Indien mogelijk, verwijder de batterijen / batterijbehuizing om zo gewicht te verminderen.
- Vouw de stuurkolom naar beneden via de hoekverstelling.
- Plaats de scooter in de auto met behulp van 2 of 3 personen.
- Maak het frame van de scooter goed vast aan het voertuig.
2.5. Eerste gebruik en opslag
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging aan de batterij
- Laat de batterij nooit volledig ontladen.
-
Onderbreek de oplaadcyclus niet: koppel de batterijlader enkel los wanneer de batterij volledig opgeladen is.
-
Zorg ervoor dat uw scooter droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen, zie ook hoofdstuk 6.. Indien nodig, gebruik een afdekkap.
- Lees de instructies voor bewaring en onderhoud in §4., en de technische details in §6..
Zorg ervoor dat de batterij volledig werd opgeladen voor het eerste gebruik. Vraag aan uw vakhandelaar of dit reeds gebeurde. Om de batterij te laden, volgt u de instructies in §3.7..
Indien de verpakking van uw product bij levering beschadigd, (onbedoeld) geopend, of aangetast is door omgevingsfactoren (vocht, hitte, ...), controleer dan de productintegriteit. Contracteer bij twijfel uw vakhandelaar.
3. Uw scooter gebruiken
AVAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Lees eerst de voorgaande hoofdstukken en informeer uzelf over het beoogde gebruik. Gebruik uw scooter NIET voordat u alle instructies gelezen en begrepen heeft.
- Als u nog vragen heeft of als u ergens aan twijfelt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw lokale vakhandelaar, zorgverlener, of technisch adviseur om u te helpen.
3.1. De eerste rit
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- Zorg ervoor dat uw scooter UIT staat wanneer u op- of afstapt.
- Koppel steeds de batterijlader los van de scooter vooraleer te rijden.
Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met de werking van uw scooter vooraleer deze te gebruiken op drukke en mogelijk gevaarlijke plaatsen. Oefen eerst in een grote open ruimte met weinig omstaanders.
1. Zorg ervoor dat:
- de scooter op een vlakke ondergrond staat met alle wielen op de grond;
– de batterij volledig is opgeladen, zie §3.7.;
– de motor gekoppeld is, zie § 3.4.;
– de banden de juiste bandenspanning hebben (indien van toepassing), zie § 4.2.1.; - u een correcte zitpositie hebt;
-
alle aanpassingen stevig vastzitten, zie §3.6..
-
Zet uw scooter AAN, zie §3.2..
- Stel de snelheid in op de laagste stand, zie §3.2..
- Houd beide handen aan de handgrepen.
- In een knijpende beweging, trek licht aan de snelheidshendel om te rijden. Gebruik de linker snelheidshendel om achteruit te rijden. Laat de hendel los om te stoppen. Herhaal dit een paar keer.
- Als u zich zeker genoeg voelt, kan u aan een hogere snelheid proberen te rijden.
- Probeer nu te draaien, zowel voorwaarts als achterwaarts. Herhaal dit enkele keren.
- Zorg ervoor dat uw scooter stabiel staat wanneer u de rit beëindigt.
- Schakel de scooter UIT en verwijder de sleutel om diefstal te voorkomen.
3.2. Uw scooter bedienen
AVAARSCHUWING
Kans op letsel of schade
- Rijd NIET op hellingen, hindernissen, treden of stoepranden die groter zijn dan beschreven in hoofdstuk 6..
- Houd rekening met de lokale verkeerswetgeving; deze kan verschillen van land tot land. Dit geldt voor het rijden op de stoep, onverharde en verharde wegen.
- Stel de snelheid niet in terwijl u aan het rijden bent.
-
Hou rekening met de weersomstandigheden. Vermijd het rijden bij vochtig weer, extreme hitte, sneeuw, ijzel en vriestemperaturen; zie de technische specificaties in hoofdstuk 6..
-
Neem bochten en hoeken met lage snelheid en indien mogelijk met een grote draaicirkel om kantelen te voorkomen. Snij geen hoeken af en maak geen scherpe bochten. Probeer nauwe doorgangen recht te nemen zodat u niet bekneld geraakt.
- Leun niet te ver naar links/rechts/voor/achter om kantelen te voorkomen. Let extra op bij het nemen van hellingen en obstakels.
- Hou rekening met andere weggebruikers waarvoor uw scooter mogelijk een obstakel is. Let vooral op bij het nemen van bochten, bij keren of achteruitrijden. Als u niet gewoon bent om achteruit te rijden, oefen dit eerst op een open plaats. Geef bij afdraaien op voorhand aan welke richting u uit wil gaan.
- Gebruik enkel de laagste snelheidsinstelling wanneer u binnenshuis rijdt.
- Schakel uw scooter niet UIT terwijl u rijdt. Dit zal leiden tot een noodstop met kans op ongeval en letsel.
- Houd de remafstand in gedachten. Houd er rekening mee dat de remafstand beïnvloed wordt door snelheid, rijoppervlak, weersomstandigheden, helling en gewicht van de gebruiker.
- Pas op als de weg gaten of spleten heeft waardoor de wielen kunnen vastlopen.
3.2.1. Besturing
- Zet de scooter AAN door de sleutel te draaien.
- Het LCD-scherm (1) licht nu op en zal de huidige status van uw batterij weergeven.
- Druk op de snelheidsregelaar (2, 3, 4) om de gewenste rijsnelheid in te stellen.
– Druk toets (4) om te kiezen tussen de lage/hoge snelheidsinstelling.
- Druk toets (2) om de snelheid binnen de gekozen instelling te verlagen.
– Druk toets (3) om de snelheid te verhogen.
- Om de claxon te horen, druk toets (5).
- Om de voorste en achterste lichten aan te zetten, druk knop (7).
- Om de waarschuwingsknipperlichten aan te zetten, druk knop (10).
-
Om de richtingaanwijzers aan te zetten, druk de gewenste knop (9) (rechtse aanwijzer) of (8) (linkse aanwijzer). De zoemer maakt een piepgeluid wanneer u de richtingsaanwijzers aanzet.
-
Om de functie van de versnellingshendels om te wisselen, drukt u 3 seconden op knop (12). U kunt nu vooruit rijden met de linker hendel en achteruit met de rechter hendel. Druk nogmaals 3 seconden op knop (12) om weer om te schakelen.
- Druk op de MODE-knop (11) om te wisselen tussen de totale afgelegde afstand of de huidige ritafstand.

text_image
VERMEIREN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 MODE SET L/H MODE 0.0mp 12 11 12 13 14 15 16 17 18 H TWP P2°F AFL 12:17 1- Batterij-indicator / LCD display
- Snelheidsregelaar (traag)
- Snelheidsregelaar (snel)
- Snelheidsregelaar
- Claxon
- SET knop
- Verlichting (voor en achter)
- Linker richtingaanwijzer
- Rechter richtingaanwijzer
- Waarschuwingsknipper- lichten
- MODE-knop
- Snelheidshendel omkeer-knop
3.2.2. LCD display
NL

other
| Label | Value | |-------|-------| | 1 | 37.5 °C | | 2 | 1234.5 Km | | 3 | 12:30 | | 4 | 12:30 | | 5 | 12:30 | | 6 | 12:30 | | 7 | 12:30 | | 8 | 12:30 | | 9 | 12:30 | | Temp | 37.5 °C | | AM | 12:30 | | L | 18 | 25.8 Km/h- Temperatuurweergave
- Snelheidsindicator
- Snelheid
- Tijd
- Weergave van de afstand
- Batterij-indicator
- Hoge/Lage snelheidsinstelling
- Lichten aan
- Richtingaanwijzers links/rechts, Waarschuwingsknipperlichten
- Snelheidshendel omgekeerd
- Systeemcode
- Opladen
De instelling van de tijd is gelinkt aan het batterijsysteem. Bij het verwisselen of aansluiten van nieuwe batterijen moet u de instelling van de tijd resetten.
Het systeem heeft een geheugen voor de rijafstand. De weergave van de kilometerstand hoeft u niet te resetten na het vervangen van de batterijen.
3.2.2.1. Achteruitrijcamera (optioneel)
Wanneer uw scooter is uitgerust met een achteruitrijcamera, schakelt het LCD-scherm automatisch over naar de camera zodra u achteruit rijdt.
Om te voorkomen dat de batterij per ongeluk leeg raakt, is uw scooter voorzien van een automatische uitschakeling. Indien de scooter is ingeschakeld en tien minuten niet wordt gebruikt, wordt hij automatisch uitgeschakeld. In dit geval schakelt u gewoon de scooter uit en weer in.
3.2.4. Instellingen
- Druk 3 seconden op SET (§3.2.1., 6) om het instellingenmenu te openen.
- Druk kort op SET om het item te selecteren dat u wilt wijzigen in het instellingenmenu.
- Gebruik de pijlen (§3.2.1., 8 of 9) om elk item te wijzigen.

text_image
KPH MPH Wheel Diameter 340 KM MILE TIME 2.19 °C °FVermeiren is verantwoordelijk voor aanpassingen in de software. Contacteer uw dealer of Vermeiren voor vragen of updates.
3.2.4.1. De ritafstand resetten
- Druk op MODE (§3.2.1., 11) om de huidige ritafstand weer te geven.
- Houd de snelheidsregelaars (§3.2.1., 2 en 3) 3 seconden ingedrukt totdat de tripafstand weer op 0 km staat.
3.2.5. De remmen bedienen
3.2.5.1. Om de elektromagnetische remmen in te schakelen:
- Laat de snelheidshendel los. De elektromagnetische rem in de motor wordt geactiveerd en de scooter komt tot stilstand.
3.2.5.2. Om de manuele remmen in te schakelen (optioneel) - noodrem:
- Trek de remhendel (1) naar de handgreep.
- Laat de remhendel (1) los.

- Trek de remhendel (1) naar de handgreep en gebruik de knop om de hendel te blokkeren.
- Knijp opnieuw op de remhendel om de knop terug los te koppelen.
De spanning van de handmatige rem kan worden aangepast via de remkabel regelaar.
3.2.6. Rijden met de scooter
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Gebruik nooit beide kanten van de snelheidshendel tegelijkertijd. Dit kan ervoor zorgen dat u de scooter niet onder controle kan houden.
Beweeg de snelheidshendel in de gewenste richting:
- TREK ACTIE DOOR DE RECHTERHAND = VOORWAARTSE BEWEGING
- TREK ACTIE DOOR DE LINKERHAND = ACHTERWAARTSE BEWEGING
Door de hendel meer in te drukken, zal de snelheid verhogen binnen de gekozen snelheidsinstelling. Gebruik enkel een hogere snelheidsinstelling wanneer u zeker bent dat u de scooter nog makkelijk kan besturen en onder controle kan houden.
Wanneer u de scooter inschakelt, dient u eerst 3 seconden te wachten vooraleer de snelheidshendel in te drukken. Indien u dit niet doet, zal de claxon luiden en zal de scooter niet bewegen. In dit geval schakelt u de scooter UIT en opnieuw AAN.
3.2.7. Remmen
Om te remmen laat u de snelheidshendel los. De hendel zal terugkeren naar de neutrale stand en de scooter remt zacht af tot stilstand. Oefen het rijden en remmen zodat u uw scooter gewoon wordt; u dient te kunnen inschatten hoe uw scooter reageert bij het rijden en remmen.
3.2.8. Rijden in bochten en rond hoeken
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Minder uw snelheid vooraleer een bocht te nemen.
- Houd steeds voldoende zijdelingse afstand van hoeken en hindernissen.
- Neem geen S-bochten en maak geen onregelmatige bochten met uw voertuig.
Om hoeken en bochten te nemen, draait u het stuur met beide handen in de gewenste richting. Let er bij bochten en hoeken altijd op dat er voldoende plaats is om de bocht of hoek te nemen. Smalle doorgangen moeten bij voorkeur benaderd worden met een grote bocht zodat u het smalste deel van de doorgang vrijwel recht kan nemen. Denk eraan dat uw scooter achteraan meestal breder is dan vooraan.
3.2.9. Achterwaarts rijden
De snelheid bij het achterwaarts rijden wordt automatisch verlaagd in vergelijking met voorwaarts rijden. We raden ook aan om de laagste snelheidsinstelling te gebruiken wanneer u achterwaarts rijdt.
Denk eraan dat de stuurrichting bij het achterwaarts rijden tegenovergesteld is dan bij voorwaarts rijden en dat uw scooter in de tegenovergestelde richting zal draaien.
3.2.10. Rijden op hellingen
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- Zet uw scooter nooit in vrijloopstand op een helling. De scooter kan beginnen te bewegen, wat verwondingen bij uzelf of omstaanders kan veroorzaken.
- Neem geen bochten bij het afrijden van de helling. Door het gewicht van uw scooter kan deze kantelen.
- Zorg ervoor dat alle vier wielen de grond raken wanneer u op of af een helling rijdt.
- Rijd nooit achterwaarts op een helling.
3.2.10.1.Oprijden
- Rij de helling in rechte lijn op en met een hogere snelheid, en leun een beetje naar voor. Als u de helling schuin neemt of te traag, bestaat er kans op kantelen of vallen.
3.2.10.2.Afrijden:
-
Rij de helling in rechte lijn op (voorwaarts of achterwaarts) en met een lage snelheid. Als u de helling schuin neemt of te snel, bestaat er kans op kantelen of vallen.
-
Leun bij het voorwaarts afdalen een beetje naar achter; leun bij achterwaarts afdalen een beetje naar voor.
3.2.11. Omgaan met hindernissen
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Gebruik met uw scooter nooit de roltrap.
- Benader een stoeprand altijd van de voorkant.
- Let erop dat de vier wielen altijd de grond raken tijdens het omhoog of omlaag rijden.
Het is mogelijk om met uw scooter hindernissen te nemen van maximum 100 mm. Neem een aanloop van 500 mm om de hindernis te kunnen oprijden.

- Plaats de scooter zo dicht mogelijk bij de plaats waar u wil overstappen.
- Zorg ervoor dat de scooter uit staat.
- Draai de armlegger omhoog aan de kant waar u wil in-/uitstappen.
- Draai de stoel indien nodig (zie §3.6.2.).
- Beweeg naar/uit de stoel van de scooter.
3.3.1. Correcte positie in de scooter
NL
Enkele aanbevelingen om comfortabel van uw scooter gebruik te maken:
- Ga zitten op de zit met uw onderrug tegen de rugsteun.
- Zorg ervoor dat uw bovenbenen horizontaal zijn, met uw voeten in een comfortabele positie. Maak aanpassingen indien nodig.
3.4. Rem en vrijloophendel
VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
- Bedien de vrijloophendel enkel wanneer de scooter UIT staat!
- Een begeleider moet de vrijloophendel bedienen indien u een mobiliteitsbeperking heeft. Bedien de hendel NOOIT vanuit zittende positie.
De scooter is voorzien van een vrijloopsysteem dat bereikbaar en bedienbaar is door een begeleider, of de gebruiker wanneer hij/zij niet in de scooter zit. Zet de scooter enkel in vrijloop om deze te transporteren of uit een gevaarlijk gebied te halen.
3.4.1. Rijden
- Wanneer de scooter UIT staat, zet de vrijloophendel op de positie "drive" (rijden).
- Schakel de scooter AAN.
- Elektronisch gestuurd rijden is nu mogelijk.
3.4.2. Neutraal
- Schakel de scooter UIT.
- Zet de vrijloophendel op de positie "neutraal".
- De scooter kan nu zonder elektronische aansturing voortgeduwd worden.

text_image
NEUTRAL DRIVE3.5. Batterijschakelaar
Uw scooter is uitgerust met een batterijschakelaar om het circuit tussen de vermogensmodule en de batterij te ontkoppelen. Deze ontkoppeling wordt gebruikt voor veiligheid bij transport, onderhoud en herstelling. Het is ook mogelijk om de knop van de batterijschakelaar te verwijderen, om te voorkomen dat de scooter verplaatst wordt tijdens uw afwezigheid.
Draai de rode batterijschakelaar
- rechtsom tot "I" om de batterij en vermogensmodule te verbinden [A].
- linksom tot "0" om de batterij te ontkoppelen [B].
- linksom, voorbij "0" tot de eindpositie [C] en verwijder de knop van de schakelaar.

- Voer nooit aanpassingen uit tijdens het rijden.
- De toegestane aanpassingen kunnen de stabiliteit van uw scooter beïnvloeden (zijwaarts of achterwaarts kantelen).
3.6.1. De stuurkolom aanpassen
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Schakel de scooter uit vooraleer u de hoek van de stuurkolom aanpast.
- Leun niet met uw volledige lichaam op de stuurkolom.

De stuurkolom kan versteld worden in een groot aantal standen (traploos) naargelang de voorkeur van de bestuurder.
- Duw de hendel naar beneden.
- Verstel de stuurkolom naar de gewenste positie.
- Laat de hendel los.
3.6.2. De zit aanpassen
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Controleer of de zit goed is vergrendeld.
![]() | 3.6.2.1. De zit verwijderen1. Trek de zithendel naar voren.2. Draai de zit een beetje en til deze uit de bar voor hoogteverstelling.3. Laat de zithendel los. |
| 3.6.2.2. De zit plaatsen en vergrendelen1. Trek de zithendel naar voren.2. Plaats de zit op de bar voor hoogteverstelling en houd tegelijkertijd de zithendel ingedrukt.3. Laat de zithendel los. | |
| 3.6.2.3. De zit draaien1. Trek de zithendel naar voren.2. Draai de zit in de gewenste positie.3. Laat de zithendel los. De zit wordt steeds na 90° vergrendeld. | |
![]() | 3.6.2.4. Afstelling van diepte1. Trek de hendel voor de zitdiepte naar boven.2. Schuif de zit naar voren of achteren over de geleidingen van de zitdiepte.3. Laat de hendel los om de zit in de gewenste stand te vergrendelen.4. Draai de zit lichtjes tot deze vastklikt. |
3.6.3. De rug aanpassen

text_image
1. Zitsysteem 2. Kantelhendel- Trek en houd de hendel om het vergrendelingsmechanisme van de rug te ontgrendelen.
- Plaats de rug in de gewenste positie, of klap de rug neer op de zit voor transport.
- Laat de hendel los. Zorg ervoor dat de rug goed vastzit.
3.6.4. De hoofdsteun aanpassen
- Duw de borgplaat (1) lichtjes naar de hoofdsteun.
- Zet de hoofdsteun in de gewenste hoogte.
- Laat de borgplaat (1) weer los.
- De hoofdsteun klikt hoorbaar vast.

3.6.5. Afstellen van de armsteunen
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
- Plaats geen vingers, gespen, kledij of juwelen tussen het klapsysteem van de armsteun.

- Klap de armlegger naar achteren.
- Draai de draaiknop (3) omhoog/omlaag tot de gewenste hoek van de armlegger:
- Draaiknop volledig omhoog: horizontale armlegger.
- Draaiknop volledig omlaag: hoogste hoek van de armlegger.
Gevaar voor letsel of beschadiging door brand
- Gebruik enkel de batterijlader die geleverd werd bij uw scooter. Het gebruiken van een andere lader kan gevaarlijk zijn (brandgevaar).
- De lader is enkel bedoeld om de batterijen op te laden die geleverd werden bij uw scooter, geen andere batterijen.
- Maak geen aanpassingen aan de geleverde onderdelen, bijv. kabels, stekkers of de batterijlader. Open of vervang nooit de batterij of de aansluitpunten.
- Bescherm de batterij en batterijlader tegen vlammen, hoge en lage temperaturen (zie hoofdstuk 6.), vochtigheid, zon, hevige schokken (bijvoorbeeld vallen). Gebruik de batterij NIET als ze is blootgesteld aan een van de voornoemde omstandigheden.
- Laad de batterij op met de geleverde lader, binnenshuis, in een goed geventileerde ruimte, buiten het bereik van kinderen.
- Lees eerst de gebruiksaanwijzing van uw batterijlader vooraleer de batterijen van uw scooter op te laden. Voor meer informatie, neem contact op met uw vakhandelaar of consulteer onze website http://www.vermeiren.com/
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Automatische ontlading van de batterij en de ruststroom van de verbonden gebruikers zullen de batterij langzaam ontladen. De batterij kan onherstelbaar beschadigd raken indien ze volledig ontladen wordt. Zorg er daarom steeds voor dat de batterij tijdig wordt opgeladen:
- Bij intensief gebruik (lange afstanden, dagelijks gebruik):
Onmiddellijk opladen na gebruik.
- Bij gemiddeld gebruik (korte afstanden, dagelijks of enkele keren per week): Opladen wanneer batterij-indicator 50% ontlading aangeeft.
- Bij weinig gebruik of opslag: Eén keer per maand opladen.
- Lees de instructies voor bewaring en onderhoud in §4., en de technische details in §6..
- Koppel de batterijlader pas los wanneer de batterij volledig werd opgeladen, zie volgende symbolen op de lader.

- Laad batterijen niet op onder 0°. Verplaats de batterij naar een warmere plaats en begin het opladen.
- Houd het aansluitpunt voor de batterijlader vrij van stof of vuil.
- In geval van problemen waardoor de batterij niet opgeladen kan worden volgens de gebruiksaanwijzing van de lader, neem dan contact op met uw vakhandelaar.
- Instructies voor het vervangen van de batterijen kan u terugvinden in de installatiehandleiding.
We raden aan om de batterijlader los te koppelen van het stopcontact wanneer deze een tijdje niet gebruikt wordt. Zo voorkomt u onnodige energieconsumptie.
Indien apparaten aangesloten blijven op de USB-poort tijdens het opladen van de scooter, zal de accu nooit volledig opgeladen worden. Ontkoppel daarrom alle apparaten los van de USB-poort vooraleer de scooter op te laden.
De LED-lampjes in de stuureenheid geven de resterende capaciteit van de batterijen weer. Als de baterijlader is ingeschakeld en er geen LED's branden, controleert u de zekering. Indien de rode LED niet brandt, is de lader defect. Contacteer in dit geval uw vakhandelaar.
- Schakel de scooter UIT en verwijder de sleutel.
- Verbind EERST de batterijlader met een 230V AC stopcontact. Gebruik de batterijlader rechtstreeks in het stopcontact, zonder verlengsnoer (en zonder tijdschakelaar).
- Lees de handleiding van de batterijlader voor meer uitleg over de indicators op de lader.
- Indien van toepassing, open het afdekkapje over het aansluitpunt op de scooter en sluit de lader aan op de scooter.
- Wacht tot de batterij volledig is opgeladen. Lees de gebruiksaanwijzing van de batterijlader voor meer informatie.
- Koppel de batterijlader los.
- Schakel de scooter AAN en ga na of alle lampjes van de batterijstatus indicator branden.
- Verwijder de lader uit het stopcontact, laat afkoelen en bewaar op een veilige plaats.
Wanneer de stuureenheid de systeemcode "Rijbelemmering" weergeeft na het laden, kijk dan na of de batterijlader zeker is losgekoppeld. Deze veiligheidsmaatregel voorkomt dat u zou rijden terwijl de lader nog verbonden is met het stopcontact.

- Sleutel
- USB-aansluiting
- Aansluitpunt voor de batterijlader
3.8. Anti-tipping
Op de achterkant van de scooter is een anti-tipping (1) bevestigd. Het is niet mogelijk om deze anti-tipping te verwijderen. De anti-tipping is geïnstalleerd voor uw veiligheid en voorkomt dat uw scooter naar achter kantelt bij het nemen van kleine hindernissen die NIET hoger zijn dan de gespecifieerde maximum obstakelhoogte in §6..

Regelmatig onderhoud zorgt ervoor dat uw scooter in perfect functionele staat gehouden wordt. Voor de onderhoudsinstructies, raadpleeg de Vermeiren website: www.vermeiren.com.
4.1. Tijdstippen voor onderhoud
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Reparaties en vervangingen mogen enkel uitgevoerd worden door opgeleid personeel, en enkel originele onderdelen van Vermeiren mogen hierbij gebruikt worden.
De laatste pagina van deze handleiding bevat een registratieformulier voor de vakhandelaar om elke service te registreren.
De onderhoudsfrequentie hangt af van de frequentie en intensiteit van gebruik. Neem contact op met uw vakhandelaar om een tijdschema vast te leggen voor nazicht/onderhoud/reparatie.
Lees de gebruiksaanwijzing van de batterijlader voor specifieke onderhoudsinstructies.
4.1.1. Voor ieder gebruik
Kijk de volgende punten na:
- Alle onderdelen: aanwezig en niet beschadigd of versleten.
• Alle onderdelen: schoon, zie § 4.2.2.. - Batterijstatus: laad de batterij op indien nodig, zie §3.7..
• Staat van de wielen, zie § 4.2.1..
Contacteer uw vakhandelaar voor eventuele reparaties of vervanging van onderdelen.
4.1.2. Jaarlijks of vaker
Laat uw scooter nakijken en onderhouden door uw vakhandelaar, ten minste één keer per jaar of vaker. De minimale onderhoudsfrequentie is afhankelijk van het gebruik en moet daarom besproken worden met uw vakhandelaar.
4.1.3. Bij opslag
Zorg ervoor dat uw scooter droog wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen. Koppel de batterij los om schade te voorkomen.
Als uw scooter voor een periode wordt opgeslagen, raden we aan om de batterijen nog steeds iedere maand op te laden. Zie §3.7. voor meer informatie.
4.2. Onderhoudsinstructies
4.2.1. Wielen en banden
De goede werking van de remmen hangt af van de staat van de banden, die onderhevig zijn aan slijtage en verontreiniging (water, olie, modder,...).
Houd de wielen vrij van draden, haar, zand en vezels.
Kijk het profiel van de banden na. Als de profieldiepte minder dan 1 mm bedraagt, moeten de banden vervangen worden. Contacteer hiervoor uw vakhandelaar.
Pomp de banden op volgens de correcte spanning (zie drukindicatie op de banden).
4.2.2. Schoonmaak
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging door vocht
- Houd de besturing schoon en bescherm ze tegen water en regen.
- Gebruik nooit een tuinslang of hogedrukreiniger om de scooter schoon te maken.
Veeg alle harde onderdelen van de scooter schoon met een vochtig doek (niet doorweekt). Indien nodig, gebruik een milde zeep die geschikt is voor vernis en synthetische materialen.
De bekleding kan schoon worden gemaakt met lauw water en een milde zeep. Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen.
Houd de ventilatieopeningen op de batterijlader schoon en vrij van stof. Blaas het stof weg en maak de batterijlader schoon met een vochtig doek indien nodig.
4.2.3. Ontsmetting
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Ontsmetting mag enkel worden uitgevoerd door getraind personeel. Neem contact op met uw vakhandelaar.
4.3. Verwachte levensduur
De scooter is ontworpen voor een gemiddelde levensduur van 5 jaar. Afhankelijk van de gebruiksfrequentie, rijomstandigheden en het onderhoud, zal uw scooter langer of minder lang meegaan.
4.4. Hergebruik
Voor ieder hergebruik moet de scooter ontsmet, geïnspecteerd en onderhouden worden volgens de instructies in de onderhoudshandleiding.
4.5. Beëindiging van gebruik
Op het einde van de levensduur moet u de scooter vernietigen volgens de lokale milieuwetgeving. De beste manier om dit te doen, is de scooter te demonteren om het vervoer van de recycleerbare onderdelen te vergemakkelijken. Batterijen worden meestal apart ingezameld.
4.6. Garantie
De garantie op dit product is onderhevig aan de algemene voorwaarden van ieder land.
5. Probleemoplossing
Ook wanneer u de scooter correct gebruikt, is het toch mogelijk dat er een technisch probleem optreedt. Neem in dat geval contact op met uw vakhandelaar.
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Probeer NOOIT zelf uw scooter te repareren.
- Bij storingen in de besturing dient u contact op te nemen met uw vakhandelaar. Hij/zij zal beslissen of de besturing geherprogrammeerd moet worden.
De volgende tekenen kunnen wijzen op een ernstig probleem. Neem daarom steeds contact op met uw vakhandelaar als u een van de volgende afwijkingen opmerkt:
• Vreemde geluiden;
• Gerafelde/beschadigde kabelboom;
- Gebarsten of gebroken aansluitingen;
- Oneven bandenslijtage op een van de banden;
• Schokkerige bewegingen;
- De scooter buigt af naar één kant;
- Beschadigde of kapotte wielmontages.
- De scooter start niet op;
- De scooter staat aan maar beweegt niet.
Bij mogelijke problemen wordt door de scooter op het LCD display een systeemcode weergeven, zie ook §3.2.2.. In volgende tabel staan de systeemcodes opgesomd. Sommige problemen kan u zelf oplossen. Voor alle storingen met een sterretje (*) dient u echter uw vakhandelaar te contacteren.
| Code Probleem Betekenis | ||
| 1 Batterijspanning laag Laad de batterij onmiddellijk op. | ||
| 2 * Motorspanning Controleer de motor en alle aansluitingen en bedrading. Contacteer uw vakhandelaar. | ||
| 3 * Kortsluiting motor Contacteer uw vakhandelaar. | ||
| 4 * Parkeerrem Parkeerrem niet geactiveerd; draai de vrijloophendel van "Neutraal" naar "Drive". | ||
| 5 Overbelasting motor Schakel de scooter uit, wacht enkele minuten en zet weer aan.Neem minder steile hellingen. | ||
| 6 Rijbelemmering Koppel de batterijlader los. OF Laat de snelheidshendel los vooraleer de scooter aan te zetten. | ||
| 7 * Snelheidsregeling Controleer de snelheidshendel en snelheidsregelaar, alsook alle aansluitingen en bedrading. Contacteer uw vakhandelaar. | ||
| 8 * Bediening Schakel de scooter uit, wacht enkele minuten en zet weer aan.Controleer de motor en alle aansluitingen en bedrading. Contacteer uw vakhandelaar. | ||
| 9 * Parkeerrem niet gevonden Controleer alle aansluitingen en bedrading.Contacteer uw vakhandelaar. | ||
| 10 | Batterijspanning hoog | Als u een helling afrijdt, stop / verlaag uw snelheid. Neem minder steile hellingen. |
| * Batterijspanning hoog | Defecte batterij; contacteer uw vakhandelaar. | |
NL
6. Technische specificaties
Onderstaande technische gegevens zijn enkel geldig voor deze scooter, met standaard instellingen en optimale omgevingscondities. Indien andere accessoires worden gebruikt, zulen de data verschillen. Houd er rekening mee dat de rijprestatie beïnvloed wordt door omgevingstemperatuur, luchtvochtigheid, hellingen (op/neer), soort oppervlak en batterijstatus.
Houd bij gebruik rekening met deze details. Deze waarden zijn niet meer van toepassing als uw scooter werd gewijzigd, of wanneer hij beschadigd of ernstig versleten is.
| Merk Vermeiren | |
| Productgroep Scooters, Klasse C | |
| Type Kuarz | |
| Beschrijving Afmetingen | |
| Max. gebruikersgewicht 150 kg | |
| Totale lengte 1505 mm | |
| Totale breedte 680 mm | |
| Totale hoogte 1345 mm - 1395 mm | |
| Hoogte dichtgevouwen 870 mm | |
| Totaal gewicht 158 kg | |
| Gewicht zwaarste onderdeel 136 kg | |
| Massa van afneembare onderdelen Zit 21,3 kg | |
| Energieconsumptie * | 45 km |
| Nominale helling | 10° |
| Maximum hoogte hindernis | 100 mm |
| Max. snelheid | 10 km/h13 km/u (XD-versie)15 km/h |
| Maximale remafstand bij hoogste snelheid | 4,5 m |
| Zithoek | 6° |
| Effectieve zitdiepte | 480 mm |
| Effectieve zitbreedte | 525 mm |
| Rughoek | Max. 115° |
| Rughoogte | 550 mm |
| Afstand tussen voetplaat en zit | 480 mm - 530 mm |
| Afstand vloer tot zit 680 mm - 730 mm | |
| Hoogte voetplaat 200 mm | |
| Afstand armsteun tot zit 205 mm | |
| Minimale draaicirkel 3400 mm | |
| Keerbreedte 2300 mm | |
| Grondspeling 100 mm | |
| Wieldiameter 350 x 70 mm | |
| Bandendruk ** Max. 3,5 bar | |
| Min. batterij 80 Ah (C20), 12V DC, lekvrije AGM-batterijen, onderhoudsvrij | |
| Aandrijfmotoren | Nom. 750 Watt, elektromagnetische remmen |
| Zekering | 10 A120 A |
| Batterijlader | 8 Amp (external) |
| Beschermingsklasse | IPX4 |
| Sterktetesten volgens | ISO 7176-8 |
| Testen voor vermogen en besturing volgens | ISO 7176-14 |
| Brandweerstand van de bekleding volgens | EN 1021-2:2006 |
| EMC-compatibiliteit volgens | ISO 7176-21 |
| Opslagtemperatuur | +5°C - +41°C |
| Gebruikstemperatuur | -10°C - +40°C |
| Opslag en gebruiksluchtvochtigheid | 30% - 70% |
| We behouden ons het recht voor om technische wijzigingen te introduceren.Meettolerantie +- 15 mm / 1,5 kg / 1,5°* De theoretische actieradius zal worden verlaagd als de scooter vaak wordt gebruikt op hellingen, ruw terrein of stoepranden.** Omdat verschillende banden gebruikt kunnen worden, controleer de correcte bandendruk voor de band die u gebruikt. Raadpleeg uw vakhandelaar voor andere diameters van de banden. | |
NL
Inhalt
Vorwort
1. Ihr Produkt 113
1.1. Optionen 114






















