Sedna Premium - Elektrische scooter Vermeiren - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Sedna Premium Vermeiren in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Sedna Premium Vermeiren
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Sedna Premium - Vermeiren en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Sedna Premium van het merk Vermeiren.
GEBRUIKSAANWIJZING Sedna Premium Vermeiren
Instructies voor de vakhandelaar
Deze handleiding is deel van het product en dient bij iedere product te worden geleverd.
Versie: D, 2023-05
DE
Alle rechten, inclusief vertaling, voorbehouden.
2.1 Bedoeld gebruik....5
2.2 Algemene veiligheidsinstructies....5
2.3 Symbolen op de scooter aanwezig....6
2.4 Transport....6
2.5 Vouwen/Openvouwen....7
2.6 Eerste gebruik en opslag 9
3 Uw scooter gebruiken ....10
3.1 De eerste rit 10
3.2 Uw scooter bedienen 10
3.3 Transfer in/uit de scooter 13
3.4 Rem en vrijloophendel 13
3.5 Comfort instellingen 14
3.6 Batterijstatus, statusweergave en opladen 16
4 Onderhoud 19
4.1 Onderhoudsinstructies....19
4.2 Verwachte levensduur....20
4.3 Hergebruik 20
4.4 Einde gebruik....20
4.5 Garantie....20
5 Problemen oplossen....21
6 Technische specificaties....23
Voorwoord
Gefeliciteerd! U bent nu eigenaar van een Vermeiren scooter!
Deze scooter is gemaakt door gekwalificeerd en toegewijd personeel. Hij is ontworpen en geproduceerd volgens hoge kwaliteitsnormen, toegepast onder toezicht van de Vermeiren.
We danken u voor uw vertrouwen in de producten van Vermeiren. Deze handleiding wordt u aangeboden om u te helpen bij het gebruik en de bedieningsmogelijkheden van uw scooter. We vragen u met nadruk deze handleiding aandachtig te lezen. Op die manier raakt u vertrouwd met de bediening, de mogelijkheden en beperkingen van uw scooter.
Als u, na het lezen van deze handleiding, toch nog vragen heeft, aarzel dan niet om uw vakhandelaar te contacteren. Hij/Zij zal u graag helpen met uw vraag.
Belangrijke opmerking
Om uw veiligheid te garanderen en om de levenduur van uw product te verlengen, raden we u aan om goed zorg te dragen voor uw product en om het regelmatig te (laten) inspecteren en onderhouden.
De garantie van dit product is gebaseerd op normaal gebruik en onderhoud zoals beschreven in deze handleiding en bijbehorende documentatie. Bij schade aan uw product, ten gevolge van oneigenlijk gebruik of gebrek aan onderhoud, zal de garantie vervallen.
Deze handleiding weerspiegelt de laatste productontwikkelingen. Vermeiren heeft het recht om wijzigingen aan dit type product aan te brengen zonder de opgelegde verplichting om vergelijkbare producten, die voordien geleverd werden, aan te passen of te vervangen.
Beschikbare informatie
Op onze website http://www.vermeiren.com/ kan u steeds de meest recente versie terugvinden van de informatie in deze handleiding. Contacteer deze website regelmatig voor mogelijke updates.
Mensen met een visuele beperking kunnen de elektronische versie van deze handleiding downloaden en laten voorlezen door een tekst-naar-spraak programma.

text_image
Deze gebruiksaanwijzing Voor de gebruiker en vakhandelaar Gebruiksaanwijzing voor de batterijlader. Voor de gebruiker en vakhandelaar Onderhoudshandleiding voor scooters Voor de vakhandelaar EC-conformiteitsverklaring1 Uw product

text_image
1. Rug 2. Armsteun 3. Achterwiel / aangedreven wiel 4. Blokkeringshendel 5. Transportwiel 6. Voorwiel 7. Stuurkolom 8. Bedieningspaneel 9. Handgreep 10. Zit 11. Voetplaat 12. Vrijloophendel 13. Anti-tipping wielen 14. Batterij 15. ReflectorFiguur 1 Belangrijke onderdelen
- Vrijloophendel
- Anti-tipping wielen
- Batterij
- Reflector

- Plaats van identificatieplaat
2 Voor gebruik

2.1 Bedoeld gebruik
Deze paragraaf beschrijft in kort het bedoeld gebruik van uw scooter. Bij de instructies in de overige paragrafen zijn de nodige waarschuwingen opgenomen die dit aanvullen. Op deze manier willen we u bewust maken van het mogelijke misbruik dat kan optreden.
- De scooter is geclassificeerd als product van Klasse A en is geschikt voor gebruik buitenhuis.
- De scooter is uitsluitend ontworpen en gemaakt voor het transport van één (1) persoon, met een maximaal gewicht van 115 kg. Hij is niet ontworpen voor het vervoer van goederen of objecten of voor een ander gebruik dan het eerstgenoemde transport.
- Indien van toepassing, gebruik enkel de accessoires en reserveonderdelen die door Vermeiren goedgekeurd zijn.
- U kunt de scooter best NIET gebruiken indien u een fysieke of mentale beperking heeft die u of anderen in gevaar kan brengen tijdens het rijden, bijvoorbeeld slecht zicht, mentale stoornis, hemiplegie of paraplegie. Consulteer daarom eerst uw dokter, en informeer uw vakhandelaar over zijn/haar advies.
- Lees eerst alle technische details en limieten van uw rolstoel in hoofdstuk 6.
- De garantie op dit product is gebaseerd op normaal gebruik en onderhoud zoals beschreven in deze handleiding. De garantie vervalt bij schade die werd veroorzaakt door verkeerd gebruik of gebrek aan onderhoud.
2.2 Algemene veiligheidsinstructies
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en/of beschadiging
Lees de instructies in deze handleiding en volg ze nauwkeurig op. Zo niet, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of beschadiging aan uw scooter.
Tijdens het gebruik, hou volgende algemene waarschuwingen in gedachte:
- Gebruik uw scooter NIET indien u onder invloed bent van alcohol, medicijnen of andere middelen die uw rijprestatie kunnen beïnvloeden.
- Hou er rekening mee dat bepaalde delen van uw scooter erg warm of koud kunnen worden ten gevolge van de omgevingstemperatuur, zonnestralen, verwarmings-toestellen of door de motoraandrijving tijdens het rijden. Wees dus voorzichtig bij het aanraken. Draag bij koud weer beschermende kledij. Wacht na het rijden tot de scooter/motor afgekoeld is.
- Voordat u de scooter inschakelt, wees u bewust van de omgeving/situatie waarin u zich bevindt. Pas voor het rijden uw snelheid daarop aan. We adviseren dat u binnenshuis de laagste snelheidsinstelling gebruikt. Buitenshuis kunt u een aangepaste snelheid, die voor u comfortabel en veilig is, instellen.
- Hou er ALTIJD rekening mee dat uw scooter plots kan stoppen ten gevolge van een lege batterij of een beveiliging, die ervoor zorgt dat uw scooter niet beschadichd raakt. Zie ook de oorzaken vermeld in hoofdstuk 5.
- Uw scooter is getest op elektromagnetische compatibiliteit en voldoet aan de norm, zie hoofdstuk 6. Desondanks kan de rijprestatie van uw scooter beïnvloed worden door elektromagnetische velden zoals deze van draagbare telefoons, stroomgenerators of energiebronnen met een hoog vermogen. Anderzijds kan de elektronica van uw scooter ook andere elektronische apparaten beïnvloeden, zoals de alarmsystemen van winkels en automatische deuren. Het is daarom aanbevolen om uw scooter regelmatig te controleren op beschadigingen en slijtage, die de interactie kunnen vergroten, zie ook hoofdstuk 4.
- Rijd enkel op vlakke oppervlakken waarbij alle wielen de grond raken, en waarbij voldoende contact met de grond mogelijk is voor veilig gebruik van de scooter.
- Houd tijdens gebruik uw vingers, gespen, kledij en juwelen uit de buurt van de wielen of bewegende onderdelen.
Indien zich een ernstig incident heeft voorgedaan met uw product, breng dan Vermeiren of uw vakhandelaar op de hoogte, evenals de bevoegde autoriteit in uw land.
2.3 Symbolen op de scooter aanwezig
De symbolen in volgende lijst zijn van toepassing voor uw scooter. Symbolen die hier niet vermeld staan kunnen teruggevonden worden in de betreffende ISO-norm (ISO 7000, ISO 7001 en IEC 417).

text_image
max kg Maximale massa van gebruiker Gebruik binnenshuis/buitenshuis (batterij lader uitgezonderd) Gebruik enkel binnenshuis (enkel voor batterijlader) Maximale veilige helling in °. Maximale snelheid TYPE Type aanduiding Beknellingsgevaar2.4 Transport
i Vanwege de Lithium batterij, is het niet mogelijk om deze scooter (in zijn geheel) per vliegtuig te vervoeren. Wilt u dit toch overwegen, neem dan contact op met de luchtvaartmaatschappij voordat u uw vlucht boekt. Eventueel kunt u de scooter zonder batterij vervoeren en deze ter plaatse van bestemming nieuw aanschaffen. Contacteer hiervoor uw vakhandlaar.
Laat voor het vliegen de banden iets leeglopen. Na landing kunt u ze terug op druk zetten.
Zo voorkomt u dat de luchtbanden tijdens de vlucht klappen.
2.4.1 De scooter verplaatsen
Om uw scooter over een korte afstand te verplaatsen maakt u gebruik van de vrijloophendel (aandrijving ontkoppeld). Lees de instructies in §2.5 over het open- en dichtvouwen van de scooter.
2.4.2 Transport in de auto

WAARSCHUWING
Kans op ernstige verwondingen
Gebruik uw scooter NIET als zitplaats in een voertuig, zie symbool hiernaast. Om de scooter te vervoeren, kunt u deze best opvouwen en met hulp in het voertuig tillen. Maak de scooter goed vast aan het voertuig, zodat deze in de bochten niet verplaatst en bij abrupt remmen niet naar voor katapulteert.


VOORZICHTIG
Kans op schade of letsel
Bij transport in een voertuig (ongevouwen) moet de vrijloophendel naar achter staan, in gekoppelde stand, zodat de rem in werking is.
2.5 Vouwen/Openvouwen
2.5.1 Scooter openvouwen en motor koppelen

text_image
15 4 6[1]
Hou de framebuis (15) vast en draai de achterkant van de scooter neer tot de achterwielen (4) op de grond staan.

text_image
8 5[2]
Duw met je voet de rode hendel (5) om de stuurkolom (8) te deblokkeren; een klik is hoorbaar.

text_image
1 8 11[3]
Neem de handgrepen vast en draai de stuurkolom (8) omhoog. Laat de handgrepen los voordat de voorwielen de grond raken. Een klik is hoorbaar als teken dat de stuurkolom geblokkeerd zit.

Draai de rug (1) omhoog.

VOORZICHTIG
Let erop dat uw vingers niet bekneld raken bij het scharnierpunt.

text_image
A 14 B[5]
Zet de vrijloophendel (14) in gekoppelde stand (B); dit is richting achterzijde van de scooter. De scooter is nu klaar voor gebruik.
2.5.2 Dichtvouwen

Zet de scooter UIT en verwijder de sleutel van de AAN/UIT schakelaar (20).

text_image
A 14 B[2]
Zet de vrijloophendel (14) in vrijloopstand (A), dit is in de richting van de voorzijde van de scooter.

text_image
[2] 8 5[3]
Duw met een voet de rode hendel (5) naar beneden om te deblokkeren; een klik is hoorbaar.

text_image
[4][4]
Vouw eerst de rug (1) tegen de zit. Buig vervolgens stuurkolom (8) richting zit.

text_image
8 15 [5][5]
Als de stuurkolom (8) op de zit ligt, druk hem dan rustig naar beneden tot hij geblokkeerd zit (hoorbare klik). Controleer of de stuurkolom goed vast zit door hem op te tillen.

text_image
15 7 6[6]
Til de achterzijde van de scooter aan de framebuis (15) op tot de scooter op zijn voorwielen (7) landt. De scooter kan nu naar de bergplaats geduwd worden.
2.6 Eerste gebruik en opslag
WAARSCHUWING
Gevaar voor beschadiging aan de batterij
- Laat de batterij nooit volledig ontladen. Als de scooter voor langere tijd opgeborgen wordt, verwijder eerst de batterij en hou rekening met het onderhoud bij stilstand, zie hiervoor §3.6.
- Onderbreek de oplaadcyclus niet: koppel de batterijlader enkel los wanneer de batterij volledig opgeladen is.
- Zorg ervoor dat uw scooter droog en binnen wordt bewaard om schimmel of schade aan de bekleding te voorkomen. Indien nodig, gebruik een afdekkap.
- Ga de technische details voor opslag na in hoofdstuk 6.
Zorg ervoor dat de batterij volledig werd opgeladen voor het eerste gebruik. Vraag aan uw vakhandelaar of dit reeds gebeurde. Om de batterij te laden, volgt u de instructies in §3.6.
3 Uw scooter gebruiken

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Lees eerst de voorgaande hoofdstukken en informeer uzelf over het beoogde gebruik. Gebruik uw scooter NIET voordat u alle instructies gelezen en begrepen heeft.
- Als u nog vragen heeft of als u ergens aan twijfelt, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw lokale vakhandelaar, zorgverlener, of technisch adviseur om u te helpen.
3.1 De eerste rit

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel of beschadiging
- Zorg ervoor dat uw scooter UIT staat wanneer u op- of afstapt.
- Koppel steeds de batterijlader los van de scooter vooraleer te rijden.
i Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met de werking van uw scooter vooraleer deze te gebruiken op drukke en mogelijk gevaarlijke plaatsen. Oefen eerst in een grote open ruimte met weinig omstaanders.
-
Zorg ervoor dat:
-
de scooter op een vlakke ondergrond staat met alle wielen op de grond;
- de batterij volledig is opgeladen, zie § 3.6;
- de motor gekoppeld werd, zie § 3.4;
- de banden de correcte bandendruk hebben, zie § 6;
- u een correcte zitpositie hebt;
-
alle verstellingen goed werden vastgezet.
-
Zet uw scooter AAN, zie § 3.2.
- Draai de snelheidsregelaar naar de laagste stand, zie § 3.2.
- Houd beide handen aan de handgrepen.
- In een knijpende beweging, trek licht aan de snelheidshendel om te rijden. Laat de hendel los om te stoppen. Herhaal dit een paar keer.
- Als u zich zeker genoeg voelt, kan u aan een hogere snelheid proberen te rijden.
- Probeer nu te draaien, zowel voorwaarts als achterwaarts. Herhaal dit enkele keren.
- Zorg ervoor dat uw scooter stabiel staat wanneer u de rit beëindigt.
- Schakel de scooter UIT en verwijder de sleutel om diefstal te voorkomen.
3.2 Uw scooter bedienen

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel of schade
- Rijd NIET op hellingen, hindernissen, treden of stoepranden die groter zijn dan beschreven in de technische specificaties van hoofdstuk 6.
- Houd rekening met de lokale verkeerswetgeving; deze kan verschillen van land tot land.
- Stel de snelheid niet in terwijl u aan het rijden bent.
- Hou rekening met de weersomstandigheden. Vermijd rijden bij vochtig weer, extreme hitte, sneeuw, ijzel, vriestemperaturen; zie de technische specificaties in hoofdstuk 6.
- Uw scooter is niet voorzien van verlichting en is daarom niet geschikt om bij slechte zichtbaarheid (duister, mist, schemering) op de openbare weg te rijden. Zorg zelf dat u ook overdag goed zichtbaar bent, door middel van fluorescerende kleding en/of eigen verlichting aan voor en achterkant van de scooter.
-
Neem bochten en hoeken met lage snelheid en indien mogelijk met een grote draaicirkel om kantelen te voorkomen. Snij geen hoeken af en maak geen scherpe bochten. Probeer nauwe doorgangen recht te nemen zodat u niet bekneld geraakt.
-
Leun niet te ver naar links/rechts/voor/achter om kantelen te voorkomen. Let extra op bij het nemen van hellingen en obstakels.
- Hou rekening met andere weggebruikers waarvoor uw scooter mogelijk een obstakel is. Let vooral op bij het nemen van bochten, bij keren of achteruitrijden. Als u niet gewoon bent om achteruit te rijden, oefen dit eerst op een open plaats. Geef bij afdraaien op voorhand aan welke richting u uit wil gaan.
- Gebruik enkel de laagste snelheidsinstelling wanneer u binnenshuis rijdt.
- Schakel uw scooter niet UIT terwijl u rijdt. Dit zal leiden tot een noodstop met kans op ongeval en letsel.
- Houd rekening met de remafstand, zie ook de technische specificaties in hoofdstuk 6. Weet dat de remafstand afhangt van de snelheid, ondergrond, weersomstandigheden, helling en het gewicht van de gebruiker.
- Let op indien de weg gaten of spleten heeft waar de wielen in kunnen blijven steken.
3.2.1 Besturing

- Handgreep
- AAN/UIT schakelaar
- Fout indicatie
- Drukknop voor claxon
- Bedieningshendel (achteruit rijden)
- Batterij status weergave
- Bedieningshendel (vooruit rijden)
- Snelheidsregelaar
3.2.2 Aan- en uitschakelen
AAN zetten met AAN/UIT schakelaar (2)
UIT zetten met AAN/UIT schakelaar (2)
Automatisch UITschakelen (tijd)
Plaats de sleutel in schakelaar (2) en draai de sleutel in wijzerzin om (AAN).
De lampjes van de statusweergave (3) gaan enkel seconden aan als de sleutel omgedraaid is (gedurende zelf-test). De batterijstatus (6) blijft zichtbaar. Zie ook §3.2.
Draai de sleutel in schakelaar (2) in tegenwijzerzin (UIT) en verwijder de sleutel. De lampjes van de statusweergave (3) gaan uit.
De scooter schakelt automatisch UIT als het voertuig gedurende 30 minuten niet gebruikt wordt.
Om de scooter opnieuw te starten:
- Draai de sleutel in tegenwijzerzin om.
- Verwijder de sleutel uit AAN/UIT schakelaar (2).
- Plaats de sleutel terug in de schakelaar.
- Draai de sleutel in wijzerzin om (AAN).
3.2.3 De remmen bedienen
Om de elektromagnetische remmen in te schakelen:
- Laat de snelheidshendel los (5 of 7). De elektromagnetische rem in de motor wordt geactiveerd en de scooter komt tot stilstand.
3.2.4 Rijden

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Gebruik nooit beide kanten van de snelheidshendel tegelijkertijd. Dit kan ervoor zorgen dat u de scooter niet onder controle kan houden.
- Deze paragraaf is een eerste kennismaking met het rijden. Lees eerst de hele handleiding vooraleer u echt een rit gaat maken. - Tijdens gebruik wordt het oppervlak van de controller lichtjes warm.
| Bedieningshendel (7)(vooruit rijden) | Om de beweging naar VOOR te starten of te stoppen.De beweging start zodra je de hendel lichtjes met de vingers naar je toe trekt. Hoe meer de hendel ingedrukt wordt, hoe sneller de scooter gaat (tot de maximaal ingestelde snelheid). Als de hendel losgelaten wordt komt de elektromagnetische rem in. De scooter stopt onmiddellijk. |
| Bedieningshendel (5)(achteruit rijden) | Om de beweging naar ACHTER te starten of te stoppen.De beweging start zodra je de hendel lichtjes met de vingers naar je toe trekt. Hoe meer de hendel ingedrukt wordt, hoe sneller de scooter gaat (tot 50% van de maximale ingestelde snelheid). Als de hendel losgelaten wordt, komt de elektromagnetische rem in. De scooter stopt onmiddellijk. |
| Snelheidsregelaar (8) | Draai de instelknop (8) in wijzerzin om de maximale snelheidsinstelling te verhogen. Draai de knop in tegenwijzerzin om de maximale snelheidsinstelling te verlagen. |
| Drukknop voor claxon (4) | Druk op de knop (4) om omstaanders te waarschuwen via de claxon. |
Rijden in bochten en rond hoeken

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door kantelen
- Minder uw snelheid vooraleer een bocht te nemen.
- Houd steeds voldoende zijdelingse afstand van hoeken en hindernissen.
- Neem geen S-bochten en maak geen onregelmatige bochten met uw voertuig.
Om hoeken en bochten te nemen, draait u het stuur met beide handen in de gewenste richting. Let er bij bochten en hoeken altijd op dat er voldoende plaats is om de bocht of hoek te nemen. Smalle doorgangen moeten bij voorkeur benaderd worden met een grote bocht zodat u het smalste deel van de doorgang vrijwel recht kan nemen. Denk eraan dat uw scooter achteraan meestal breder is dan vooraan.
Achterwaarts rijden
De snelheid bij het achterwaarts rijden wordt automatisch verlaagd in vergelijking met voorwaarts rijden. We raden ook aan om de laagste snelheidsinstelling te gebruiken wanneer u achterwaarts rijdt.
Denk eraan dat de stuurrichting bij het achterwaarts rijden tegenovergesteld is dan bij voorwaarts rijden en dat uw scooter in de tegenovergestelde richting zal draaien.
De claxon zal piepen terwijl de scooter achteruit rijdt.
Helling nemen

WAARSCHUWING
Kans op letsel door onverwachte beweging
- Zet uw scooter op een hellend vlak nooit in vrijloopstand. De scooter kan gaan bewegen met letsel aan uzelf of omstaanders tot gevolg.
- Neem geen bochten bij het afrijden van de helling, want door het gewicht van uw scooter kan deze kantelen.
- Let erop dat de vier wielen altijd de grond raken tijdens het omhoog of omlaag rijden.
i Indien u op een helling stopt zal de rem automatisch inkomen om het wegrollen (achteruit of vooruit) tegen te gaan.
Omhoog rijden
- Rij de helling in rechte lijn op en met een hogere snelheid en leun een beetje naar voor. Als u schuin de helling neemt of te traag, bestaat er kans op kantelen of vallen.
- Keer nooit om op een helling.
Omlaag rijden
- Rij de helling voorwaarts of achterwaarts in rechte lijn af en met een lage snelheid. Als u schuin de helling neemt of te snel, bestaat er kans op kantelen of vallen.
- Leun bij het voorwaarts afdalen een beetje naar achter; leun bij achterwaarts afdalen een beetje naar voor.
Obstakels nemen

WAARSCHUWING
Kans op letsel door onverwachte beweging
- Gebruik met uw scooter nooit de roltrap.
- Rijd een drempel altijd recht van voren op en af.
- Let erop dat de vier wielen altijd de grond raken tijdens het omhoog of omlaag rijden.
Indien nodig, neem het obstakel of drempel met een korte aanloop zodat de scooter meer snelheid heeft. Voorkom dat uzelf en de scooter een grote slag moeten opvangen.
3.3 Transfer in/uit de scooter
- Plaats de scooter zo dicht mogelijk bij de plaats waar u wil overstappen.
- Zorg ervoor dat de scooter uit staat.
- Draai de armlegger omhoog aan de kant waar u wil in-/uitstappen.
- Draai de stoel indien nodig (zie §3.5.4).
- Beweeg naar/uit de stoel van de scooter.
3.4 Rem en vrijloophendel

VOORZICHTIG
Kans op letsel
Bedien de vrijloophendel enkel als de scooter UIT staat! Laat een begeleider de vrijloophendel bedienen als u niet voldoende mobiel bent. Doe dit NOOIT zelf vanuit zitpositie.
i Zorg ervoor dat de vrijloophendel altijd in achterste stand staat VOORDAT de scooter ingeschakeld wordt. De elektromagnetische remmen werken NIET als de scooter in vrijloop staat.
Uw scooter is uitgevoerd met elektromagnetische remmen. Deze remmen werken automatisch indien de vrijloophendel (9) in de achterste stand staat, zie Figuur 2. In deze situatie komen de remmen automatisch in als:
• de scooter UIT staat of;
- de scooter AAN staat en de bedieningshendels losgelaten worden.

text_image
A 9 BVrijloophendel (14):
- Zet de hendel naar VOOR (stand A) om de scooter in vrijloop te zetten. De motor is dan ontkoppeld. De scooter kan nu manueel verplaatst worden.
- Zet de hendel naar ACHTER (stand B) om de motor te koppelen. Doe dit voordat de scooter ingeschakeld wordt.
Figuur 2 Vrijloophendel bedienen
3.5 Comfort instellingen
i Voordat u de scooter inschakelt, kunt u best eerst de volgende instellingen doen.

VOORZICHTIG
Kans op beknelling
Let erop dat uw handen/vingers niet bekneld raken tijdens het instellen van de scooter.
3.5.1 Zitpositie
Voor een comfortabele en veilige rit wordt aanbevolen:
- om de hoogte van de stuurkolom aan uw lengte aan te passen, zie § 3.5.2;
- om, indien er armsteunen aanwezig zijn, deze omhoog te zetten, zie § 3.5.3;
- om, indien aanwezig, de draaibare zit correct te gebruiken, zie § 3.5.4;
- om met uw onderrug tegen de rugsteun plaats te nemen;
- om uw voeten op de voetplaat te houden.

VOORZICHTIG
Kans op letsel of beschadigingen
- Zorg ervoor dat er geen losse kleding bij wielen of stuurkolom hangt.
- Leun nooit te ver naar links/rechts/voorwaarts/achterwaarts om kantelen van de scooter te voorkomen. Let zeker op bij het nemen van hellingen en obstakels.
3.5.2 Stuurkolom
Stel de hoogte van de stuurkolom met bedieningspaneel in, zodat u de hendels en knoppen makkelijk kunt bedienen.
Hoogte
- Draai de knop van de hoogteverstelling (10) los.
- Verschuif het bedieningspaneel met de handgrepen omhoog of omlaag.
- Draai de knop terug vast.
- Vergewis u ervan dat de hoogteverstelling goed vast zit.

Figuur 3 Draaibare zit en armsteunen
- Armsteun (2x)
- Hoogteverstelling armsteunen
- Stand-verstelling armsteun
i De armsteunen worden door de vakhandelaar gemonteerd op een vaste breedtemaat. U kunt eventueel de breedte tussen de armsteunen laten aanpassen.
Stand
De armsteunen kunnen naar achter gedraaid worden om makkelijker op de zit plaats te nemen.
- Druk de smalle knop (13) naast de reflector in en draai de armsteun in de gewenste stand (omhoog of naar achter).
- Laat de knop los en vergewis u ervan dat de armsteun vast zit.
Hoogte
- Neem plaats op de zit.
- Draai armsteun (11) omhoog.
- Druk op de hoogteverstelling (12) aan de zijkant van de armsteun en verschuif de armsteun naar de gewenste hoogte.
- Laat de knop los en vergewis u ervan dat de armsteun vast zit.
- Herhaal dit voor de andere armsteun.
3.5.4 Draaibare zit
Zit zijwaarts draaien
- Ga naast de scooter staan.
- Trek de hendel (15) omhoog en draai de zit (14) naar u toe.
- Laat de hendel los en verifieer of de zit geblokkeerd is.
Zit terug naar voor draaien
- Terwijl u op de scooter zit, trekt u hendel (15) omhoog en draait u met de zit naar voor.
- Laat de hendel los en verifieer dat de zit geblokkeerd is.

De lampjes van de statusweergave en batterijstatus gaan branden zodra de scooter ingeschakeld wordt, zie onderstaande figuur.
- Controleer of alle lampjes branden (als de batterij volledig opgeladen is, zie verder).

text_image
16 17Figuur 4 Statusweergave en batterijstatus
Status (fout)weergave (16)
Deze rode lampjes branden bij het inschakelen en gaan daarna uit. Indien er een probleem is zullen deze lampjes traag knipperen. Het aantal maal dat ze oplichten geeft het nummer van de foutcode weer. De betekenis van deze code kunt u vinden in hoofdstuk 5.
Batterij status weergave (17)
Na het inschakelen van de scooter zal de batterij status indicator oplichten van links naar rechts. Als de batterij volledig opgeladen is, zullen alle blokjes/lampjes aan zijn. Bij gebruik van de scooter zal de batterijspanning afnemen en zullen er rechts lampjes uit gaan. Hoe meer lampjes er oplichten, hoe hoger de batterijlading.
Als enkel de 3 rode lampjes aan de linkerzijde oplichten, moeten de batterijen opgeladen worden. Hou er bij het rijden rekening mee, dat als de batterijspanning te laag wordt, de scooter automatisch uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk 3.6)
3.6.2 Batterij uitnemen en plaatsen
i De sleutel om de scooter te starten dient eveneens om de batterij te deblokkeren.
Om de batterij (18) uit de scooter te nemen:
- Steek de sleutel in het slot en draai de sleutel in tegenwijzerzin (stand A).
- De batterij is vrij en kan met het handvat uit de scooter getild worden.
Om de batterij terug te plaatsen:
- Zorg dat de sleutel in de "vrij" stand staat.
- Plaats de batterij in de behuizing van de scooter.
- Draai de sleutel in wijzerzin (stand B), om de batterij te blokkeren.
- Verifieer of de batterij vast zit.
Figuur 5 Batterij blokkeren/deblokkeren

text_image
18 A B3.6.3 Batterij opladen

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel of beschadiging door brand
- Gebruik enkel de batterijlader die geleverd werd bij uw scooter. Het gebruiken van een andere lader kan gevaarlijk zijn (brandgevaar).
- De lader is enkel bedoeld om de batterijen op te laden die geleverd werden bij uw scooter, geen andere batterijen.
- Maak geen aanpassingen aan de geleverde onderdelen, bijv. kabels, stekkers of de batterijlader. Open of vervang nooit de batterij of de aansluitpunten.
- Bescherm de batterij en batterijlader tegen vlammen, hoge en lage temperaturen (zie hoofdstuk 6), vochtigheid, zon, hevige schokken (bijvoorbeeld vallen). Gebruik de batterij NIET als ze is blootgesteld aan een van de voornoemde omstandigheden.
- Laad de batterij op met de geleverde lader, binnenshuis, in een goed geventileerde ruimte, buiten het bereik van kinderen.
VOORZICHTIG
Gevaar voor beschadiging
- Automatische ontlading van de batterij en de ruststroom van de verbonden gebruikers zullen de batterij langzaam ontladen. De batterij kan onherstelbaar beschadigd raken indien z volledig ontladen wordt. Zorg er daarom steeds voor dat de batterij tijdig wordt opgeladen:
○ Bij intensief gebruik (lange afstanden, dagelijks gebruik): Onmiddellijk laden na gebruik.
○ Bij gemiddeld gebruik (korte afstanden, dagelijks of enkele malen per week): Laden wanneer de batterij-indicatie 50% ontlading aangeeft.
○ Bij laag gebruik of opslag: éénmaal per week laden.
- Als uw scooter langere tijd niet gebruikt wordt, kan de batterij best verwijderd worden en apart opgeborgen worden.
- Lees de instructies voor bewaring en onderhoud in hoofdstuk 4 en de technische details in hoofdstuk 6.
- Koppel de batterijlader pas los wanneer de batterij volledig werd opgeladen, zie volgende symbolen op de lader.
- Laad batterijen niet op onder 0°. Verplaats de batterij naar een warmere plaats en begin het opladen.
- Houd het aansluitpunt voor de batterijlader vrij van stof of vuil.
- In geval van problemen waardoor de batterij niet opgeladen kan worden volgens de gebruiksaanwijzing van de lader, neem dan contact op met uw vakhandelaar.

- We raden aan om de batterijlader los te koppelen van het sstopcontact wanneer deze een tijdje niet gebruikt wordt. Zo voorkomt u onnodige energieconsumptie.
VOORZICHTIG
Kans op schade
Scherm de batterijlader af van grote bronnen die elektro-magnetische straling uitzenden.
i
Bij problemen, raadpleeg de instructies van de batterijlader of contacteer uw vakhandelaar.
Volg de instructies voor het opladen:
- Zet de scooter UIT.
- Sluit EERST de oplader aan, op een 230V AC stopcontact. De indicator gaat aan (groen) om aan te geven dat er spanning op de oplader komt. Gebeurt dit niet, raadpleeg de handleiding
van de oplader vooraleer de batterij aangesloten wordt. Als de indicator afwisselen groen-rood oplicht is er een defect. Gebruik de lader niet meer.
-
Schuif/draai het afdekkapje (19) van het oplaadpunt van de batterij open.
-
Koppel de batterij aan de oplader. De indicator licht rood op tijdens het opladen.
-
Wacht tot de batterij volledig opgeladen is. De indicator is dan terug groen.
-
Koppel de batterij los, schuif het afdekkapje terug.
-
Zet de scooter aan en controleer of de batterij status weergave volledig oplicht.
-
Verwijder de oplader van het stopcontact, laat deze afkoelen en berg deze op een droge plaats op.

text_image
19 Sv30Figuur 6 Aansluitpunt voor batterijlader
Afhankelijk van de batterijconditie, zal de batterij na 4 tot 10 uur volledig opgeladen zijn. Langer opladen is niet schadelijk, maar laad niet langer op dan 24 uur. Aangeraden wordt om bij dagelijks gebruik van uw scooter de batterijen na gebruik 8 tot 10 uur op te laden.
Indien de batterij niet meer werkt zal het laden na 5 uur stoppen en "status" indicator zal elke seconde oplichten. Verder opladen heeft geen zin.
Het laden van de batterij kan op ieder moment onderbroken worden of terug gestart worden, volgens bovenstaande instructie.
4 Onderhoud
Regelmatig onderhoud zorgt ervoor dat uw scooter in perfect functionele staat gehouden wordt. Voor de onderhoudsinstructies, raadpleeg de Vermeiren website: www.vermeiren.com.

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel of beschadiging
Reparaties en vervangingen mogen enkel uitgevoerd worden door opgeleid personeel, en enkel originele onderdelen van Vermeiren mogen hierbij gebruikt worden.
i De laatste pagina van deze handleiding bevat een registratieformulier, bedoeld voor de vakhandelaar om ieder onderhoud te registeren.
De onderhoudsfrequentie hangt af van de frequentie en intensiteit van gebruik. Neem contact op met uw vakhandelaar om een tijdschema vast te leggen voor nazicht/onderhoud/reparatie.
Voor elk gebruik
Inspecteer volgende punten visueel:
- Batterij status: Hou rekening met de actieradius genoemd in de technische specificaties, zie hoofdstuk 6. Laad de batterij indien nodig op, zie § 3.6;
- Conditie van de wielen/banden, zie § 4.1.1;
- Alle onderdelen: Vuil, zie § 4.1.2.
- Bedieningsconsole en bekabeling: Beschadigingen zoals draden die rafelig of gebroken zijn, of bloot liggen.
- Wielen, stuurkolom, bedieningsconsole: Goed vastzitten.
- Zit en rug: Ingedrukte plekken, beschadigingen of scheuren. Vervang de zit en/of rug indien nodig.
Neem contact op met uw vakhandelaar voor eventuele reparaties of vervanging van onderdelen.
Maandelijks
Indien uw scooter voor lange tijd opgeborgen wordt, dient u toch maandelijks de batterijen op te laden. Voor meer informatie, zie § 3.6.
Jaarlijks of frequenter
Laat uw scooter minimaal jaarlijks, of vaker, nakijken en onderhouden door uw vakspecialist. De minimale onderhoudsfrequentie hangt af van het gebruik en kan best in overleg met uw vakhandelaar afgesproken worden.
Bij opbergen
Zorg dat uw scooter droog opgeborgen wordt zodat schimmel geen kans krijgt om de bekleding aan te tasten.
4.1 Onderhoudsinstructies
4.1.1 Wielen en banden
- Hou de wielen vrij van draden, haar, zand en tapijtvezels.
- Controleer het profiel van de band. Als de diepte minder dan 1 mm is, moeten de banden vervangen worden. Contacteer daarvoor uw lokale vakhandelaar.
- Controleer de bandenspanning van elke band. De druk is afhankelijk van het type band. De benodigde druk staat op de zijkant van de band.
- Indien de band niet op druk blijft of indien deze duidelijk lek is, contacteer uw vakhandelaar om deze te laten vervangen.

VOORZICHTIG
Kans op letsel of schade
Zorg, bij het oppompen van de band ervoor, dat de maximale druk niet overschreden wordt. Zie hiervoor de gegevens op de zijkant van de band.
4.1.2 Reinigen
VOORZICHTIG
Kans op schade door vocht
- Hou de bedieningsconsole schoon en scherm deze af van water en regen.
- Gebruik nooit een tuinslang of hogedrukreiniger om de scooter schoon te maken.
Veeg de harde delen van de scooter af met een vochtige doek (niet nat). Gebruik hiervoor eventueel een milde zeep die geschikt is voor lakken en kunststoffen.
De bekleding kan met lauw-warm water en milde zeep afgewassen worden. Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen.
Houd de ventilatieopeningen op de batterijlader schoon en vrij van stof. Blaas het stof weg en maak de batterijlader schoon met een vochtig doek indien nodig.
4.2 Verwachte levensduur
De scooter is ontworpen voor een gemiddelde levensduur van 5 jaar. Afhankelijk van de gebruiksquentie, rijomstandigheden en het onderhoud, zal uw scooter langer of minder lang meegaan.
4.3 Hergebruik
Voor ieder hergebruik moet de scooter ontsmet, geïnspecteerd en onderhouden worden volgens de instructies in de onderhoudshandleiding.
4.4 Einde gebruik
Bij einde levensduur dient u de scooter en alle toebehoren volgens de lokale milieuwetgeving af te voeren. Best kunt u de scooter demonteren zodat de herbruikbare materialen makkelijker vervoerd en gerecycleerd kunnen worden. Batterijen worden meestal apart ingezameld.
4.5 Garantie
De garantie op dit product is onderhevig aan de algemene voorwaarden van ieder land.
5 Problemen oplossen
Soms kan er een technisch probleem ontstaan ondanks dat u de scooter goed gebruikt. Als dit het geval is, raadpleeg dan eerst uw lokale vakhandelaar.

WAARSCHUWING
Kans op letsel en schade aan de scooter
- Ga in GEEN geval zelf aan uw scooter sleutelen in een poging om het probleem op te lossen.
- Bij storing in het besturingspaneel contacteert u best de vakhandelaar. Hij bepaalt of het paneel opnieuw geprogrammeerd dient te worden.
Volgende symptomen kunnen op een ernstig probleem duiden. Contacteer dan ook uw vakhandelaar als u één van volgende afwijkingen constateert:
- Afwijkend geluid;
- Versleten/beschadigde kabelbomen;
• Gescheurde of gebroken connectoren; - Ongelijke slijtage van één van de banden;
• Schokkerige beweging; - Scooter buigt af naar één zijde;
- Beschadigde of gebroken wieldelen;
- Scooter schakelt niet in;
- Scooter krijgt wel spanning, maar gaat niet voor- of achteruit.
Bij mogelijke problemen wordt door de scooter een systeemcode weergegeven door de knipperende LED van de mogelijke foutindicator, zie ook §3.6.1 (16). In volgende tabel staan de systeemcodes (aantal knipperingen) opgesomd. Enkele van deze punten kunt u zelf oplossen. Voor de problemen in de grijze vakken dient u uw vakhandelaar te raadplegen.
(*) OONAPU fout betekent "Out Of Neutral At Power Up". Deze fout treedt bijvoorbeeld op als de besturingshendel links of rechts niet terugveert waardoor de scooter in beweging komt zodra de AAN/UIT schakelaar ingeschakeld wordt. Om deze abrupte beweging te voorkomen is de scooter/controller beveiligd.
Tabel 1: Probleem oplossen
| Code | Probleem | Betekenis |
| 1 | Batterijspanning laag | (Geluidsignaal gaat aan)De scooter schakelt automatisch UIT als de batterijspanning lager is dan 21.0 V.Laad de batterij opnieuw op. Voor meer informatie zie § 3.6. |
| 2 | Fout door lage batterijspanning | Batterijspanning is te laag.Laad de batterij terug op.Controleer de batterij, de aansluiting en bedrading. |
| 3 | Fout door hoge batterijspanning | Battery spanning is te hoog.Dit kan optreden indien de batterij overladen wordt, bijvoorbeeld bij het afdalen van een lange helling. Verlaag in dat geval uw snelheid om het opladen van de batterij te beperken. |
| 4 | Stroom limiet bereiktOfTijdelijke onderbreking door te hoge temperatuur van de controller | Het maximale vermogen van de motor is gedurende een te lange tijd overschreden:doordat de scooter vastgelopen is. Zet de scooter uit. Wacht enkel minuten en zet hem opnieuw aan.door een motor fout. Controleer de motor, de aansluitingen en bedrading.De scooter schakelt automatisch UIT als de temperatuur van controller of motor te hoog oploopt. Dit kan gebeuren doordat:ue een lange steile helling opgereden bent;de omgevingstemperatuur te hoog is;de scooter te lang in de zon heeft gestaan.Door het afschakelen kunnen de componenten afkoelen.Als de temperatuur terug lager is, kan de scooter opnieuw gestart en bediend worden. Maar we raden aan om de scooter 5 minuten extra UIT te laten staan om verder af te koelen. |
| 5 | Rem fout | Of een rem vrijgave schakelaar is actiefOf de rem is in storing.Controleer de rem en de aansluiting en bedradingZorg ervoor dat de bijbehorende schakelaars in de juiste stand staan. |
| 6 | Aandrijving geblokkeerd | Of een stop functie is actief;Of de oplader is geblokkeerd;Of een OONAPU (*) conditie is opgetreden.Geef de stopvoorwaarde vrij.Ontkoppel de batterijlader.Zorg ervoor dat de besturingshendels in neutrale stand staan als de scooter ingeschakeld wordt.Mogelijk dient het mechanisme van de besturingshendels opnieuw gecalibreerd te worden. |
| 7 | Fout in de snelheidsregeling | De besturingshendels, de snelheidsregelaar, SRW of hun bijbehorende bedrading kunnen een fout bevatten.Controleer het mechanisme van besturingshendels en snelheidsregelaar, de aansluitpunten en bedrading. |
| 8 | Motor spanningsfout | De motor en bijbehorende bedrading kan een fout bevatten.Controleer de motor, de aansluitpunten en bedrading. |
| 9 | Ander probleem | De controller kan een interne fout hebben.Controleer alle aansluitingen en de bedrading. |
6 Technische specificaties
Onderstaande technische gegevens zijn enkel geldig voor deze scooter, met standaard instellingen en optimale omgevingscondities. Indien andere accessoires worden gebruikt, zulen de data verschillen. Houd er rekening mee dat de rijprestatie beïnvloed wordt door omgevingstemperatuur, luchtvochtigheid, hellingen (op/neer), soort oppervlak en batterijstatus.
Tabel 2: Technische specificaties
| Merk | Vermeiren |
| Type | Scooter met achterwielaandrijving, Klasse A |
| Model | Sedna |
| Beschrijving | Afmetingen |
| Max. gewicht gebruiker | 115 kg |
| Max. snelheid (vooruit rijden) | 6 km/h |
| Min. remafstand bij max snelheid | 2600 mm |
| Actieradius* | 14 km |
| Maximale hoogte hindernis | 30 mm |
| Maximale veilige helling | 6° |
| Minimale draaicirkel | 820 mm |
| Minimale breedte nodig om te keren | 1250 mm |
| L x B x H Afmetingen niet-gevouwen | 960 mm x 530 mm x 870 mm |
| L x B x H Afmetingen dichtgevouwen | 750mm x 530 mm x 485 mm |
| Totale massa, inclusief batterij | 31,6 kg |
| Totale massa, exclusief batterij | 28,3 kg |
| Totaal massa van zwaarste onderdeel | 24,3 kg |
| Effectieve zitdiepte | 330 mm |
| Effectieve zitbreedte | 406 mm |
| Zithoogte aan voorste rand (vanaf de grond) | 540 mm |
| Hoek zit-oppervlak | -6° |
| Rughoek | 103° |
| Rughoogte | 330 mm / 360 mm |
| Horizontale positie van de as | 50 mm |
| Motor | Nom. 270 Watt, elektromagnetische rem |
| Batterij | 1x Li-batterij 24V DC – 10,5 Ah – 276 Wh |
| Controller | Dynamic controller, R-series |
| Beschermingsklasse | IP X4 |
| Batterij lader | METCO, NL07-25HT, 29.4Vdc, 2.36A |
| Beveiligingsklasse batterijlader | IPx1 |
| Isolatieklasse batterijlader | II |
| Max. geluidsniveau scootermotor | 60 dB(5A) |
| Geluidsniveau claxon | 77 dB(5A) |
| EMC compatibiliteit volgens | ISO 7176-21 |
| Ontsteekbaarheid bekleding volgens | EN 1021-2 |
| Diameter achterwielen (aantal) | 2.80 / 2.50 - 4 air (2) |
| Diameter stuurwielen (aantal) | 200 x 50 mm air (2) |
| Ophanging | Voorzijde |
| Besturing (wig-wag) | Hendel voor start/stop beweging |
| Bedieningspaneel | Draaiknop voor snelheidsregeling |
| Temperatuur voor opslag en gebruik | +5 °C tot +40 °C |
| Werk temperatuur voor de elektronica | -10°C tot +40°C |
| Vochtigheidsgraad voor opslag en gebruik | 30% |
| We behouden ons het recht voor om technische wijzigingen te introduceren.Meettolerantie ± 15 mm /1,5 kg / 1,5°.* De theoretische actieradius wordt lager indien de scooter vaak wordt gebruikt op hellingen, ruw terrein of stoepranden. De maximale rijafstand is getest volgens ISO 7176-4 bij ideale omstandigheden. | |