B 90 R - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B 90 R Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B 90 R - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B 90 R van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING B 90 R Kärcher
Chairman of the Board of Management Director Regulatory Affairs & Certification 38 IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Voordat u het apparaat voor de eerste keer in gebruik neemt, dient u deze gebruiks- handleiding en de bijgevoegde brochure met veiligheidsaanwijzingen voor borstel- reinigingsapparaten 5.956-251.0 te lezen en er nota van te nemen. Het apparaat is toegelaten voor het gebruik op oppervlakken met een helling tot 10%. Beveiligingselementen dienen ter bescher- ming van de gebruiker en mogen niet bui- ten gebruik gesteld worden of in de functie omgaan worden. Voor een directe buitengebruikstelling van alle functies: Noodstopknop indrukken. – Bij drukken op de Nood-Uit-knop remt het apparaat hard. – Nood-Uit werkt direct op alle apparaat- functies. – Het display blijft aangeven. Schakelt de rijmotor met een korte vertra- ging uit, wanneer de bediener tijdens het werken resp. tijdens het rijden, de stoel ver- laat. GEVAAR Verwijzing naar een onmiddellijk dreigend gevaar dat tot ernstige en zelfs dodelijke li- chaamsverwondingen leidt. 몇 WAARSCHUWING Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot ernstige en zelfs dodelijke li- chaamsverwondingen kan leiden. 몇 VOORZICHTIG Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke si- tuatie die tot lichte verwondingen kan lei- den. LET OP Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden. Deze schuurzuigmachine wordt gebruikt voor de natte reiniging of het polijsten van vlakke vloeren. Het apparaat kan door het instellen van de waterhoeveelheid, de aandrukkracht van de borstels, de hoeveelheid reinigingsmid- del en de rijsnelheid makkelijk aangepast worden aan de overeenkomstige reini- gingstaak. Dit apparaat is geschikt voor bedrijfsmatig en industrieel gebruik, zoals bijvoorbeeld in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, winkels, kantoorgebouwen en verhuurkan- toren. Gebruik dit apparaat uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing. – Het apparaat mag uitsluitend gebruikt worden voor het reinigen van gladde vloeren die niet gevoelig zijn voor vocht en polijstwerkzaamheden. – Dit apparaat is voor gebruik binnen be- stemd. – Het gebruikstemperatuurbereik ligt tus- sen +5°C en +40°C. – Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijv. in koelhuizen). – Het apparaat is geschikt voor een maxi- male waterhoogte van 1 cm. Niet in een zone rijden wanneer het gevaar bestaat dat de maximale waterhoogte over- schreden wordt. – Het apparaat mag alleen uitgerust wor- den met originele toebehoren en reser- veonderdelen. – Het apparaat is niet bestemd voor de reiniging van openbare verkeerswegen. – Het apparaat mag ook niet gebruikt worden op drukgevoelige vloeren. Re- kening houden met de toegelaten op- pervlaktebelasting van de vloer. De op- pervlaktebelasting van het apparaat is vermeld in de technische gegevens. – Het apparaat is niet geschikt voor het gebruik in explosiegevaarlijke omgevin- gen. – Met het apparaat mogen geen brand- bare gassen, onverdunde zuren of op- losmiddelen opgezogen worden. Daartoe behoren benzine, verfverdun- ners of stookolie die door de inwerking van de zuiglucht explosieve mengsels kunnen vormen. Alsook aceton, onver- dunde zuren en oplosmiddelen aange- zien ze materialen die in het apparaat gebruikt worden, aantasten. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH Afbeelding 1, zie omslagpagina 1 Schraaplip * 2 Reinigingskop * 3 Reinigingsmiddelfles (alleen variant Dose) 4 Zuigslang reinigingsmiddel (alleen vari- ant Dose) 5 Hendel voor het optillen / neerlaten van de zuigbalk 6 Regelknop waterhoeveelheid 7 Bedieningsveld 8 Vuilwaterreservoir 9 Deksel reservoir vuil water 10 Zuigbalk * 11 Vleugelmoeren voor het verstellen van de zuigbalk 12 Vleugelmoeren voor het bevestigen van de zuigbalk 13 Zuigslang 14 Vlotter 15 Elektriciteitskabel oplaadapparaat (al- leen variant Pack) 16 Zekeringssteun 17 Batterijstekker (niet bij variant Pack) 18 Accu 19 Zitplaats (met veiligheidsschakelaar) 20 Stuurwiel 21 Deksel schoonwatertank 22 Hendel Borstelaandrukkracht (alleen bij versie Adv) 23 Filter vers water 24 Pedaal voor het omhoog / omlaag zet- ten van de reinigingskop 25 Vlak harmonicafilter 26 Lade voor grof vuil (alleen bij R-reini- gingskop) * 27 Doseerapparaat voor vuil water 28 Aftapslang vuil water 29 Waarschuwingslampje bij achteruitrij- den * 30 Vulsysteem * 31 Treeplaat rechts 32 Gaspedaal 33 Instelwiel schraaplip * 34 Pedaal borstelvervanging (alleen bij D- reinigingskop) *
- niet in leveringspakket – Bedieningselementen voor het reini- gingsproces zijn geel. – Bedieningselementen voor het onder- houd en de service zijn lichtgrijs. Inhoud Veiligheidsinstructies. . . . . . . . NL 1 Functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 1 Reglementair gebruik . . . . . . . NL 1 Zorg voor het milieu. . . . . . . . . NL 1 Bedieningselementen . . . . . . . NL 1 Voor de inbedrijfstelling . . . . . . NL 2 Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 3 Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Opslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Onderhoud. . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Hulp bij storingen. . . . . . . . . . . NL 6 Technische gegevens . . . . . . . NL 8 Toebehoren en reserveonder- delen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 8 Garantie. . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 8 EU-conformiteitsverklaring . . . NL 8 Veiligheidsinstructies Veiligheidsinrichtingen Noodstopknop Veiligheidsschakelaars Gevarenniveaus Functie Reglementair gebruik Zorg voor het milieu De verpakkingsmaterialen zijn re- cyclebaar. Gooi het verpakkings- materiaal niet met het huisvuil weg, maar zorg dat het gerecy- cled kan worden. Oude apparaten bevatten waar- devolle materialen die gerecycled kunnen worden. Batterijen, olie en gelijksoortige stoffen mogen niet in het milieu terechtkomen. Geef oude apparaten daarom bij een geschikte verzamelplaats af. Bedieningselementen Kleurmarkering 39NL- 2 Afbeelding 2, zie omslagpagina 1 Rijrichtingschakelaar 2 Programma schakelaar 3 Claxon 4 Sleutelschakelaar 5 Noodstopknop 6 Schakelaar doseerapparaat reinigings- middel (alleen bij versie Dose) 7 Schakelaar waarschuwingslampje bij achteruitrijden * 8 Infotoets (alleen variant Adv) 9 Display 10 Controlelampje service 11 Controlelampje automatische parkeer- rem actief 12 Controlelampje accubewaking 13 Controlelampje storing 14 Controlelampje vuilwaterreservoir vol 15 Controlelampje overbelasting borstel GEVAAR Explosiegevaar! Geen werktuig e.d. op de batterij leggen. Gevaar van kortsluiting en explosie. Verwondingsgevaar. Wonden nooit in con- tact brengen met lood. Na het werk aan ac- cu's altijd de handen reinigen. Bij de variant "Pack" zijn de batterijen reeds ingebouwd Stoel naar voren klappen. Afbeelding 3, zie omslagpagina Batterijen inzetten. Instructie: Beide aanbevolen batterijtypen worden verschillend in verschillende opstellingen in het apparaat geplaatst. LET OP Beschadigingsgevaar. Op juiste polariteit letten. Accupolen met poolvet invetten. Polen met de bijgevoegde verbindings- kabels verbinden. Meegeleverde aansluitingskabels aan de nog vrije accupool (+) en (-) vast- klemmen. Accustekker insteken. Zekeringssteun optillen en stoel naar omlaag zwenken. LET OP Beschadigingsgevaar door volledige ontla- ding. Voor inbedrijfname van het apparaat batterijen opladen. Instructie: Het apparaat beschikt over een diepontla- dingsbeveiliging, d.w.z. wanneer de nog toelaatbare minimale capaciteit bereikt wordt, kan het apparaat alleen nog gere- den en eventuele aanwezige verlichting in- geschakeld worden. Op het bedieningspa- neel brandt de accubewaking in dat geval rood. Rijd het apparaat direct naar het laad- station en vermijd daarbij stijgingen. Instructie: Bij het gebruik van andere batterijen (bv. van andere fabrikanten) moet de beveili- ging tegen volledige ontlading voor de overeenkomstige batterij opnieuw inge- steld worden door de Kärcher-klantenser- vice. GEVAAR Gevaar door elektrische schok Stroomlei- dingnet en beveiliging in acht nemen – zie „Oplaadapparaat“. Gebruik het oplaadapparaat enkel in droge ruimten met voldoende verluchting! Instructie: De oplaadtijd bedraagt gemiddeld ca. 10- 12 uren. De aanbevolen oplaadapparaten (passend bij de telkens gebruikte batterijen) zijn elek- tronisch geregeld en beëindigen het laad- proces zelfstandig. GEVAAR Explosiegevaar. Het opladen van natte ac- cu's is alleen toegestaan bij omhoogge- klapte stoel. Stoel omhoog klappen. Elektriciteitskabel uit de houder nemen en in het stopcontact steken. Op het display wordt de ladingstoe- stand van de batterijen weergegeven. Instructie: Bij het opladen zijn alle reinigings- en rij- functies geblokkeerd. De functies zijn ge- blokkeerd tot de minimale oplaadtijd van 90 minuten verstreken is en de netstekker er weer uitgetrokken is. Na het opladen moet de netstekker uit- getrokken en in de houder aan het ap- paraat gelegd worden. Stoel omhoog klappen. Accustekker uittrekken en verbinden met de oplaadkabel. Oplaadapparaat in het stopcontact ste- ken en inschakelen. Na het opladen het oplaadapparaat uit- schakelen en van het stroomnet schei- den. Accukabel van de laadkabel trekken en met het apparaat verbinden. Een uur voor het einde van het laadpro- ces gedestilleerd water toevoegen, let- ten op het juiste zuurpeil. Accu is over- eenkomstig gekenmerkt. Aan het einde van het laadproces moeten alle cellen gas ontwikkelen. 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor invreten! – Navullen van water in de ontladen toe- stand van de accu kan leiden tot het vrijkomen van zuren. – Bij de omgang met accuzuur een veilig- heidsbril dragen en de voorschriften in acht nemen om verwondingen en de beschadiging van kledij te vermijden. – Eventuele zuurspatten op huid of kledij onmiddellijk met overvloedig water uit- spoelen. LET OP Gevaar voor beschadiging! – Voor het navullen van de batterijen al- leen gedestilleerd of gedemineraliseerd water (EN 50272-T3) gebruiken. – Geen vreemde toevoegingsstoffen (zo- genoemde verbeteringsmiddelen) ge- bruiken, anders vervalt elke garantie. Bedieningspaneel Voor de inbedrijfstelling Accu's Aanwijzingen op de accu, in de ge- bruiksaanwijzing en in de voertuigge- bruiksaanwijzing naleven Oogbescherming dragen Kinderen uit de buurt houden van zu- ren en accu's Ontploffingsgevaar Vuur, vonken, open licht en roken verboden Pas op voor bijtende vloeistoffen Eerste hulp Waarschuwingstekst Afvalverwerking Accu niet in vuilnisbak gooien Accu's inzetten en aansluiten Opstelling A (afbeelding 3A) 180 Ah Opstelling B (afbeelding 3B) 240 Ah Accu's opladen Variant „Pack“ Variant zonder ingebouwd oplaadapparaat Onderhoudsarme accu's (natte accu's) Aanbevolen accu's, laadapparaten Bestel-nr. Accuset 180 Ah, onder- houdsvrij (4 batterijen) 6.654-124.0 Accuset 240 Ah, onder- houdsvrij (4 batterijen) 6.654-119.0 Oplaadapparaat, voor onderhoudsvrije batte- rijen 6.654-125.0 Maximale batterijafmetingen Opstelling A B Lengte 244 mm 312 mm Breedte 190 mm 182 mm Hoogte 275 mm 365mm 40 NL- 3 Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Stoel naar voren klappen. Batterijstekker uittrekken. Kabel van de minpool van de batterij losmaken. Resterende kabels van de batterijen af- halen. Batterijen eruit nemen. Verbruikte batterijen conform de gel- dende bepaleingen verwijderen. Instructie: Voor een onmiddelijke buitengebruikstel- ling van alle functies de Nood-Uit-schake- laar indrukken en de sleutelschakelaar in de stand „0“ draaien. Vier vloerplanken van de pallet zijn met schroeven bevestigd. Schroef deze planken er af. Afbeelding 4, zie omslagpagina Leg de planken op de kant van de pal- let. Plaats de planken zo, dat ze voor de wielen van het apparaat liggen. Beves- tig de planken met de schroeven. De in de verpakking bijgevoegde bal- ken voor ondersteuning van de helling gebruiken. Houten latten voor de wielen verwijde- ren. Afbeelding 5, zie omslagpagina Aan de hendel van de rem trekken en het apparaat bij een aangetrokken hen- del van het platform schuiven.
Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Sleutelschakelaar op „1“ stellen. Rijrichtingsschakelaar bedienen en ap- paraat langzaam van het platform rij- den. Sleutelschakelaar weer op „0“ zetten. Het inbouwen van de reinigingskop is be- schreven in het hoofdstuk „Onderhouds- werkzaamheden“. Instructie: Bij bepaalde modellen is de reinigingskop reeds gemonteerd. De montage van de borstels is beschreven in het hoofdstuk „Onderhoudswerkzaam- heden“. Afbeelding 6, zie omslagpagina Zuigbalk zodanig in de ophanging plaatsen dat de vormplaat boven de op- hanging ligt. Vleugelmoeren aanspannen. Zuigslang plaatsen. GEVAAR Gevaar voor letsel. In gebieden waar de bediener geraakt kan worden door vallende voorwerpen, mag het apparaat niet zonder beschermdak worden gebruikt. Instructie: Voor een onmiddellijke buitengebruikstel- ling van alle functies de Nood-Uit-schake- laar indrukken. GEVAAR Ongevalgevaar. Voor elke werking moet de functionaliteit van de parkeerrem op een vlakke ondergrond gecontroleerd worden. Zitpositie innemen. Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Sleutelschakelaar op "1" zetten. Rijrichting selecteren. Gaspedaal licht induwen.
De rem moet hoorbaar ontgrendelen (het controlelampje parkeerrem op het bedieningspaneel dooft). Het apparaat moet op een vlakte zacht beginnen te rollen. Indien het pedaal losgelaten wordt, vergrendelt de rem hoorbaar. Het apparaat moet buiten werking ge- zet worden en de klantendienst moet geraadpleegd wordt indien het boven- genoemde niet geldt. GEVAAR Ongevalgevaar Als het apparaat niet meer remt, gaat u als volgt te werk: Wanneer het apparaat op een helling van meer dan 2% bij het loslaten van het rijpedaal niet tot stilstand komt, mag om veiligheidsredenen de noodstop- knop alleen ingedrukt worden, wanneer de juiste mechanische functie van de parkeerrem bij iedere inbedrijfname van de machine van te voren gecontro- leerd is. Het apparaat moet bij het bereiken van de stilstand (op een effen vlakte) buiten werking gesteld worden en de klanten- dienst moet geraadpleegd worden! Bijkomend moeten de onderhoudsin- structies voor remmen in acht genomen worden. GEVAAR Kantelgevaar bij de sterke hellingen. In rijrichting mogen enkel stijgingen tot 10% bereden worden. Kantelgevaar bij snel door de bochten rijden. Slipgevaar bij natte bodems. In bochten langzaam rijden. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen. Dwars op de rijrichting mogen enkel stij- gingen tot max. 10% bereden worden. Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Gaan zitten en sleutelschakelaar naar stand „1“ draaien. Instellen van rijrichting met de rijrich- tingsschakelaar op het bedieningspa- neel. Rijsnelheid bepalen door het bedienen van het gaspedaal. Apparaat stoppen: Gaspedaal loslaten. Instructie: De rijrichting kan ook tijdens de rit veran- derd worden. Zo kunnen door meermaals voor- en achteruit te rijden ook heel matte plaatsen gepolijst worden. Bij het inschakelen van het apparaat ver- schijnen op het display na elkaar de vol- gende meldingen: – „ < ZELFTEST >“: De besturing voert een zelftest uit. – „Water E-----F“ (variant Adv): Waterpeil in het schoonwaterreservoir (6 secon- den lang). „B-urenxxxxxhxxm+“ (variant Classic): Bedrijfsuren (6 seconden lang) – „Batterij: E-----F“: Ladingstoestand van de batterij. Bij overbelasting wordt de motor van de wielaandrijving na een bepaalde tijd uitge- schakeld. Op het display verschijnt een sto- ringsmelding. Bij oververhitting van de be- sturing wordt het betrokken aggregaat uit- geschakeld. Apparaat gedurende minstens 15 minu- ten laten afkoelen. Schleutelschakelaar op „0“ draaien, korte tijd wachten en weer op „1“ draaien. LET OP Beschadigingsgevaar. Gebruik uitsluitend aanbevolen reinigingsmiddelen. Bij gebruik van andere reinigingsmiddelen draagt de exploitant het verhoogde risico wat betreft de bedrijfsveiligheid en het ongevalgevaar. Gebruik enkel reinigingsmiddelen die vrij zijn van oplosmiddelen, zout- en fluorzuut. 몇 VOORZICHTIG Veiligheidsinstructies op de reinigingsmid- delen in acht nemen. Instructie: Gebruik geen sterk schuimende reinigings- middelen. Aanbevolen reinigingsmiddelen: Batterijen demonteren Afladen Reinigingskop inbouwen Borstels monteren Zuigbalk monteren Werking Parkeerrem controleren Rijden Rijden Display Overbelasting Bedrijfsstoffen vullen Reinigingsmiddel Gebruik Reinigings- middel Onderhoudsreiniging van alle waterbestendige vloe- ren RM 746 RM 780 Onderhoudsreiniging van blinkende oppervlakken (bijv. Granit) RM 755 es Onderhoudsreiniging en ba- sisreiniging van industriële vloeren RM 69 ASF Onderhoudsreiniging en ba- sisreiniging van fijne stenen tegels RM 753 Onderhoudsreiniging van stenen in de sanitaire sector RM 751 Reiniging en ontsmetting in de sanitaire sector RM 732 Reiniging van alle alkalibe- stendige vloeren (bijv. PVC) RM 752 Reiniging van linoleumvloeren RM 754 41NL- 4 Deksel van het schoonwaterreservoir openen. Vers water (maximum 60 °C) tot 15 mm onder de bovenkant van het reservoir vullen. Vullen met reinigingsmiddel. Instructie: Als eerst reinigingsmiddel en vervolgens water in het reinigingsmiddelreservoir wordt gegoten, kan dat tot sterke schuim- vorming leiden. Deksel van het schoonwaterreservoir sluiten. Instructie: Vul het schoonwaterreservoir voor de eer- ste inbedrijfstelling volledig om het water- leidingsysteem te ontluchten. Waterslang aansluiten aan de aansluit- mof van het vulsysteem. Open de watertoevoer. Wanneer het maximale vulpeil bereikt is, stopt de ingebouwde vlotterklep de watertoevoer. Watertoevoer sluiten. Waterslang verwijderen. Aan het schoon water wordt op de weg naar de reinigingskop door een doseerap- paraat reinigingsmiddel toegevoegd. Reinigingsmiddelfles in het apparaat plaatsen. Dop van de fles losdraaien. Zuigslang van het doseerapparaat in de fles steken. Instructie: Met de doseerinrichting kan maximum 3% reinigingsmiddel gedoseerd worden. Bij een hogere dosering moet het reinigings- middel in het schoonwaterreservoir gego- ten worden. LET OP Gevaar voor verstopping door opgedroogd reinigingsmiddel bij toevoeging van het rei- nigingsmiddel in het schoonwaterreservoir van de variant Doos. De debietmeter van de doseerinrichting kan verkleven door op- gedroogd reinigingsmiddel en het functio- neren van de doseerinrichting verhinderen. Schoonwatertank en apparaat vervolgens spoelen met zuiver water. Voor het spoelen reinigingsprogramma met opdracht voor water op de programmakeuzeschakelaar instellen. Waterhoeveelheid op de hoogste waarde instellen, reinigingsmiddeldosering op 0% zetten Instructie: Het apparaat beschikt over een verswater- niveau-indicatie op het display. Bij een leeg schoonwaterreservoir wordt de dosering van het reinigingsmiddel uitgezet. De reini- gingskop werkt zonder vloeistoftoevoer verder. Afbeelding 7, zie omslagpagina 1 Rijden Naar gebruiksplaats rijden. 2 Schuurzuigen Vloer met nat reinigen en vuil water op- zuigen. 3 Natschrobben Vloer nat reinigen en reinigingsmiddel laten inwerken. 4 Zuigen Vuil opzuigen. 5 Polijsten Vloer zonder vloeistof polijsten. 6 Schuurzuigen zonder water (polijstzuigen) Vloer polijsten zonder vloeistof en po- lijststof opzuigen. Instructie: Om het geselecteerde programma uit te voeren, moeten bovendien, afhankelijk van het programma, de zuigbalk en reinigings- kop met de juiste bedieningselementen worden neergelaten. Met de infotoets worden menupunten ge- selecteerd en instellingen uitgevoerd. – Rechts-/Links bladert vooruit/achteruit door de menu's. – Indrukken voor de geselecteerde instel- ling te kiezen. In het bedienersmenu worden instellingen voor de verschillende reinigingsprogram- ma's uitgevoerd. Afhankelijk van het reini- gingsprogramma zijn verschillende para- meters instelbaar. De instellingen worden met de Infobutton uitgevoerd. Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Gaan zitten en sleutelschakelaar naar stand „1“ draaien. Het display toont de acculaadtoestand en het verswaterpeil. Reinigingsprogramma selecteren. Bedieningsmenu door draaien van de Infotoets oproepen. Gewenste parameters door draaien van de infotoets selecteren. Infotoets indrukken – de ingestelde waarde knippert. Parameter opnieuw instellen door aan de infotoets te draaien. Gewijzigde instelling door indrukken van de infotoets bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde automatisch overgenomen wordt. Instructie: Indien de geselecteerde parameter gedu- rende 10 seconden niet gewijzigd wordt, schakelt het display over op de weergave van de accutoestand en het verswaterpeil. Dezelfde reinigingsparameters kunnen in elk reinigingsprogramma individueel inge- steld worden. Alle instellingen blijven opgeslagen, ook als het apparaat zich in stroomloze toestand bevindt. Infotoets draaien tot „Informatiemenu“ op het display weergegeven wordt. Infomenu oproepen door de infotoets in te drukken. Door aan de infotoets te draaien, kunnen de volgende gegevens weergegeven wor- den: Waterhoeveelheid in functie van de ver- vuiling en de soort van de bodemde- klaag aan de regelknop instellen. Achterste vlak van het pedaal voor het optillen / neerlaten van de reinigingskop naar beneden duwen, lossen en pedaal naar boven laten gaan. De borstelaandrijving start wanneer de reinigingskop neergelaten is. Voorste vlak van het pedaal voor het optillen / neerlaten van de reinigingskop naar omlaag duwen en vastzetten. Schoon water Vulsysteem (optie) Doseerinrichting (alleen variant Dose) Reinigingsprogramma's Infotoets (variant Adv) Instellingen (variant Adv) Bedienersmenu Instelbare parameters Instelbare para- meters min:stap :max Opmerking Cleanspeed (max. reinigingssnelheid) 1:1:6 1=1km/h, 6=6km/h FACT (borsteltoe- rental) –Power Whisper Fine Vacuüm (zuigcapa- citeit) –Low High Alleen bij variant Dose Chemie/Agent (rei- nigingsmiddeldose- ring) 0,5%:0,5 %:3%
Infomenu Displayweergave Betekenis B.urenxxxxxhxxm+ Bedrijfsurenteller Bij lopende teller wordt „+“ weergege- ven Water E-----F Waterpeil in het schoonwaterreser- voir „C“ knippert wan- neer de doseerpomp in bedrijf is (alleen versie Dose) Snelh.: xkm/h Momentane snel- heid Alfred/Kärcher Fabrikant B90R Dxx Benaming apparaat Prog.vers. x.x Softwareversie Informationsmenu verlaten U kunt het Infomenu verlaten door de in- fotoets in te drukken. Waterhoeveelheid instellen Reinigingskop neerlaten / optillen Neerlaten Optillen 42 NL- 5 Hendel voor het optillen / neerlaten van de zuigbalk naar boven trekken, naar buiten duwen en naar beneden losla- ten. De afzuiging start wanneer de hendel beneden is. Hendel voor het optillen / neerlaten van de zuigbalk naar boven trekken en blok- keren. Voor de verbetering van het zuigresultaat op stenen ondergronden kan de zuigbalk tot 5° schuine stand verdraaid worden. Afbeelding 8, zie omslagpagina Vleugelmoeren lossen. Zuigbalk draaien. Vleugelmoeren aanspannen. Bij onvoldoende afzuigresultaat kan de hel- ling van de rechte zuigbalk veranderd wor- den. Afbeelding 8, zie omslagpagina Vleugelmoeren lossen. Zuigbalk schuin zetten. Vleugelmoeren aanspannen. Afbeelding 10, zie omslagpagina Hendel Borstelaandrukkracht naar links ontgrendelen, verstellen en naar rechts opnieuw vastzetten. – Hendel naar beneden: aandrukkracht verlagen. – Hendel naar boven: aandrukkracht ver- hogen. Schraaplippen door verdraaien van het instelwiel zodanig instellen dat de schraaplip de grond raakt. Instelwiel tevens 1 omwenteling naar beneden verder draaien. Instructie: Overloop vuilwaterreservoir Bij een vol vuil- waterreservoir schakelt de zuigturbine uit en knippert het controlelampje „Vuilwater- reservoir vol“. Alle reinigingsprogramma's met afzuiging zijn gedurende één minuut geblokkeerd. Maak het vuilwaterreservoir leeg. 몇 VOORZICHTIG Lokale voorschriften inzake de behande- ling van afvalwater in acht nemen. Neem de aftapslang vuilwater uit de houder en plaats deze in een geschikte verzamelbak. Afbeelding 11, zie omslagpagina Water door het openen van de doseer- inrichting op de aftapslang aftappen. Vervolgens de vuilwatertank met schoon water uitspoelen. Filterbeker van de filter vers water los- draaien en schoonwaterreservoir laten leeglopen. Filterbeker opnieuw aanbrengen. Lade voor grof vuil controleren. Lade voor grof vuil indien nodig of aan het einde van het werk wegnemen en leeg- maken. Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken. Apparaat met de wiggen tegen wegrol- len zekeren. GEVAAR Verwondingsgevaar! Voor het in- en uitla- den van het apparaat mag het hellingsper- centage van 10% niet overschreden wor- den. Rijd langzaam. 몇 VOORZICHTIG Gevaar voor letsels en beschadigingen! Houd bij het transport rekening met het ge- wicht van het apparaat. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. Schijfborstels uit de borstelkop verwij- deren. 몇 VOORZICHTIG Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen. Het apparaat mag alleen binnen wor- den opgeborgen. Bij het kiezen van de opbergplaats moet rekening gehouden worden met het max. toegelaten gewicht van het ap- paraat om de stabiliteit niet te beïnvloe- den. Gevaar Verwondingsgevaar. Voor alle werkzaam- heden aan het apparaat de sleutelschake- laar op „0“ zetten en de sleutel er uit trek- ken. Nood-Uit-knop indrukken. Apparaat op een stabiele, effen ondergrond plaatsen en batterijstekker uittrekken. 몇 WAARSCHUWING De zuigturbine loopt na het uitschakelen na. Voer onderhoudswerkzaamheden pas uit als de zuigturbine stilstaat. Vuilwater en resterend schoon water aflaten en verwijderen. LET OP Beschadigingsgevaar. Spuit het apparaat niet met water schoon en gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Vuil water aflaten. Plat harmonicafilter controleren, indien nodig vervangen. Alleen R-reinigingskop: lade voor grof vuil verwijderen en leegmaken. Apparaat aan de buitenkant met een vochtige, in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen. Zuiglippen en schraaplippen reinigen, op slijtage controleren en indien nodig vervangen. Borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen. Batterij laden: Als de ladingstoestand minder is dan 50%, de batterij volledig en zonder on- derbrekingen opladen. Als de ladingstoestand meer is dan 50%, de batterij alleen opladen wan- neer u bij het volgende gebruik de vol- ledige bedrijfsduur nodig hebt. Bij regelmatig gebruik de batterij min- stens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen. Accupool op oxidatie controleren, in- dien nodig schoonborstelen en met poolvet invetten. Op stevige zitting van de verbindingskabels letten. Afdichting tussen vuilwaterreservoir en deksel reinigen en op dichtheid contro- leren, indien nodig vervangen. Bij niet-onderhoudsvrije accu's, zuur- dichtheid van de cellen controleren. Borsteltunnel reinigen (alleen R-reini- gingskop) Afbeelding 12, zie omslagpagina Waterverdeellijst aan de reinigingskop verwijderen en waterkanaal reinigen (alleen R-reinigingskop). Bij een langere stilstandtijd het appa- raat alleen met volledig opgeladen bat- terijen afzetten. Minstens een keer per maand de batterij opnieuw volledig op- laden. Pompslang van de doseerpomp ver- vangen (alleen variant Dose). Voorgeschreven inspectie door klan- tendienst laten uitvoeren. Voor een betrouwbare werking van het ap- paraat kunnen onderhoudsovereenkom- sten afgesloten worden met de bevoegde verkoops-/serviceadviseur. Zuigbalk wegnemen. Stergrepen er uit schroeven. Afbeelding 13, zie omslagpagina Kunststofonderdelen verwijderen. Zuiglippen verwijderen. Nieuwe zuiglippen inschuiven. Kunststofonderdelen opschuiven. Stergrepen inschroeven en vastdraai- en. Zuigbalk neerlaten / optillen Neerlaten Optillen Zuigbalk instellen Schuine stand Helling Borstelaandrukkracht verstellen (alleen bij versie Adv) Schraaplippen instellen (alleen bij versie Adv) Vuilwatertank leegmaken Schoonwatertank leegmaken Lade voor grof vuil leegmaken (alleen bij R-reinigingskop) Buitenwerkingstelling Transport Bij gemonteerde D-reinigingskop Opslag Onderhoud Onderhoudsschema Na het werk Wekelijks Maandelijks Jaarlijks Onderhoudswerkzaamheden Onderhoudscontract Zuiglippen vervangen 43NL- 6 Pedaal voor het optillen / neerlaten van de reinigingskop naar beneden duwen. Reinigingskop zodanig onder het appa- raat schuiven dat de slang naar achte- ren wijst. Reinigingskop maar voor de helft onder het apparaat schuiven. Afbeelding 14, zie omslagpagina Deksel van de reinigingskop wegne- men. Afbeelding 15, zie omslagpagina Stroomtoevoerkabel van de reinigings- kop met het apparaat verbinden (de- zelfde kleuren moeten tegen elkaar ko- men). Deksel erop zetten en vastzetten. Reinigingskop in het midden onder het apparaat schuiven. Afbeelding 16, zie omslagpagina Slangkoppeling aan de reinigingskop verbinden met de slang aan het appa- raat. Afbeelding 17, zie omslagpagina Klep in het midden van de reinigingskop tussen de vorken in de hendel plaatsen. Hendel aan het pedaal voor het optillen / neerlaten zodanig instellen dat de boorgaten in de hendel en de reini- gingskop overeenstemmen. Stift door de boorgaten steken en borg- plaat naar omlaag zwenken. Afbeelding 18, zie omslagpagina Cilinderpen in het boorgat van de trek- stang schuiven. Trekstang met pen in de geleibaan aan de reinigingskop volledig naar beneden schuiven en vastzetten. Handeling met de trekstang aan de an- dere kant herhalen. Pedaal voor het optillen / neerlaten van de reinigingskop naar beneden duwen. Reinigingskop zodanig onder het appa- raat schuiven dat de slang naar achte- ren wijst. Reinigingskop maar voor de helft onder het apparaat schuiven. Afbeelding 19, zie omslagpagina Deksel eruit trekken. Afbeelding 20, zie omslagpagina Stroomtoevoerkabel van de reinigings- kop met het apparaat verbinden (de- zelfde kleuren moeten tegen elkaar ko- men). Deksel inschuiven. Reinigingskop in het midden onder het apparaat schuiven. Afbeelding 16, zie omslagpagina Slangkoppeling aan de reinigingskop ver- binden met de slang aan het apparaat. Afbeelding 21, zie omslagpagina Klep in het midden van de reinigingskop tussen de vorken in de hendel plaatsen. Hendel aan het pedaal voor het optillen / neerlaten zodanig instellen dat de boorgaten in de hendel en de reini- gingskop overeenstemmen. Stift door de boorgaten steken en borg- plaat naar omlaag zwenken. Afbeelding 22, zie omslagpagina Cilinderpen in het boorgat van de trek- stang schuiven. Trekstang in de geleibaan aan de reini- gingskop volledig naar beneden schui- ven. Borgplaat in de geleibaan plaatsen en laten vergrendelen. Handeling met de trekstang aan de an- dere kant herhalen. Afbeelding 23, zie omslagpagina Borgplaat induwen en trekstang naar boven zwenken. De verdere uitbouw gebeurt in de omge- keerde volgorde van de inbouw. De uitbouw gebeurt in de omgekeerde volgorde van de inbouw. Afbeelding 24, zie omslagpagina Reinigingskop omhoog zetten. Vergrendeling van de schraaplip los- maken. Schraaplip wegdraaien. Afbeelding 25, zie omslagpagina Vergrendeling van het lagerdeksel los- maken. Lagerdeksel naar beneden duwen en eruit trekken. Borstelwals eruit trekken. Nieuwe borstelwals plaatsen. Lagerdeksel en schraaplip in de omge- keerde volgorde opnieuw bevestigen. Werkwijze aan de tegenoverliggende kant herhalen. Reinigingskop omhoog zetten. Pedaal borstelvervanging over de weerstand naar beneden duwen. Schijfborstel zijdelings onder de reini- gingskop eruit trekken. Nieuwe schijfborstel onder de reini- gingskop houden, naar boven duwen en laten vastklikken. Treeplaat rechts losschroeven en met gaspedaal afnemen. Afbeelding 26, zie omslagpagina 1 Deksel behuizing 2 Afdekking 3 Slanghouder 4 Pompslang 5 Rotor Afdekking behuizing wegnemen. Afdekking wegnemen. Slanghouder met pompslang wegne- men (om dat te vergemakkelijken de ro- tor met de hand draaien). Pompslang vervangen. Doseerpomp en apparaat in de omge- keerde volgorde opnieuw bedrijfsklaar maken. Bij vorstgevaar: Schoon- en vuilwatertank legen. Apparaat in een vorstvrije ruimte op- slaan. Gevaar Verwondingsgevaar. Voor alle werkzaam- heden aan het apparaat de sleutelschake- laar op „0“ zetten en de sleutel er uit trek- ken. Nood-Uit-knop indrukken. Apparaat op een stabiele, effen onder- grond plaatsen en batterijstekker uittrek- ken. Vuilwater en resterend schoon water aflaten en verwijderen. Bij storingen die met behulp van deze tabel niet opgelost kunnen worden de klanten- dienst raadplegen. Instructie: Defecte poolzekeringen mogen alleen door de klantendienst worden vervangen. Indien de zekeringen defect zijn, moet de klanten- dienst de gebruiksomstandigheden en de volledige besturing controleren. Indien op het display storingen weergege- ven worden, gaat u als volgt te werk: Sleutelschakelaar in de positie „0“ bren- gen (apparaat uitschakelen). Wachten tot de tekst op het display weg is. Sleutelschakelaar weer in positie „1“ brengen (apparaat inschakelen). Pas als de storing opnieuw optreedt de overeenkomstige maatregelen in de aangegeven volgorde uitvoeren. Daar- bij met de sleutelschakelaar in stand "0“ geschakeld en de noodstopknop inge- drukt zijn. Indien de storing niet opgelost kan wor- den, raadpleegt u de klantendienst met vermelding van de foutmelding. Instructie: Storingsmeldingen die in de volgende tabel niet vermeld zijn, geven fouten weer die niet door de bediener kunnen worden op- gelost. In dat geval moet de klantenservice geraadpleegd worden. D-reinigingskop inbouwen R-reinigingskop inbouwen D-reinigingskop uitbouwen R-reinigingskop uitbouwen Borstelwalsen vervangen Schijfborstels vervangen Pompslang vervangen (alleen versie Dose) Vorstbeveiliging Hulp bij storingen Zekeringen vervangen Storingsindicatie 44 NL- 7 Storingen met weergave op het display Displayweergave Oorzaak Oplossing E: Noodstopknop is ingedruktt!?! Noodstopknop ingedrukt Noodstopknop door draaien ontgrendelen. Sleutelschakelaar in stand "0“ brengen. Wacht tot display dooft. Sleutelschakelaar weer in stand "1“ brengen. E: Powermod.heet! Laten afkoelen! Besturing oververhit Sleutelschakelaar in stand „0“ draaien. Minstens 5 minuten wachten zodat de besturing kan afkoelen. Apparaat opnieuw in bedrijf nemen. E: Overbelasting BORSTEL/WALS Overbelasting borstelmotor Sleutelschakelaar op „0“ draaien. 3 seconden wachten. Apparaat opnieuw in bedrijf nemen. Borstelaandrukkracht verlagen. E: Hardwarefout in onboardlader Storing in het ingebouwde oplaad- apparaat (alleen variant Pack) Netstekker van het oplaadapparaat uittrekken. 10 seconden wachten. Netstek- ker opnieuw aansluiten. Indien de storing opnieuw wordt weergegeven: Con- tact opnemen met klantendienst. E: Fout opladen batterij Batterij defect Batterij controleren. E: Overbelasting TRACTIEMOTOR Rijdwerk oververhit wegens stijgin- gen of geblokkeerde rem. Apparaat gedurende minstens 15 minuten laten afkoelen. Sleutelschakelaar op „0“ draaien. 3 seconden wachten. Apparaat opnieuw in bedrijf nemen. Fre- quente stijgingen vermijden. Zitschakelaar! Ga zitten a.u.b.! Zitcontactschakelaar is niet geacti- veerd. Gaspedaal ontlasten. Op de stoel plaatsnemen. Gaspedaal loslaten! Bij het inschakelen van de sleutel- schakelaar is het gaspedaal inge- drukt. Gaspedaal ontlasten en vervolgens opnieuw indrukken. Zuign. uitschak. da- delijk De sleutelschakelaar werd bij een lopende zuigturbinen op „0“ ge- draaid. De zuigturbine loopt 10 seconden na. Wachten tot het apparaat na 10 secon- den automatisch uitschakelt. Vuilreserv. vol Reini- ging stopt Vuilwaterreservoir is vol. Vuilwaterreservoir leegmaken. Noodremwerking! Rijd plat! Parkeerrem defect. Gevaar! Geen hellingen / dalingen berijden. Apparaat op een vlak terrein plaatsen. Apparaat met blok tegen wegrollen beveiligen. Klantendienst roepen. Storingen zonder weergave op het display Storing Oplossing Apparaat wil niet starten. Accustekker insteken. Sleutelschakelaar naar „1“ draaien. Veiligheidsschakelaar niet bedienen, plaatsnemen op de stoel. Het apparaat werkt alleen als er zich een bediener op de zitplaats bevindt. Noodstopknop ontgrendelen. Sleutelschakelaar naar stand „0“ draaien. Ongeveer 10 seconden wachten, vooraleer de sleutelscha- kelaar opnieuw in stand „1“ te brengen. Indien mogelijk, het apparaat alleen op vlak terrein gebruiken. Zonodig de parkeerrem en de voetrem controleren. Voor het inschakelen van de sleutelschakelaar de voet van het gaspedaal nemen. Indien de storing toch optreedt, de klantendienst raadplegen. Batterij controleren, indien nodig opladen Onvoldoende waterhoeveel- heid Peil van het schone water controleren, indien nodig reservoir bijvullen. Slangen op verstopping controleren, indien nodig reinigen. R-reinigingskop: Waterverdeellijst eruit trekken en reinigen. Filter schoonwater reinigen. Onvoldoende zuigcapaciteit Afdichtingen tussen vuilwatertank en deksel reinigen en op dichtheid controleren, zonodig vervangen. Vlakvouwfilter in het vuilwaterreservoir reinigen. Zuiglippen aan de zuigbalk reinigen, indien nodig omdraaien of vervangen. Zuigslang op verstopping controleren, indien nodig reinigen. Zuigslang op dichtheid controleren, indien nodig vervangen. Controleren of het deksel aan de vuilwater-aftapslang gesloten is Instelling van de zuigbalk controleren. Extra gewicht (accessoires) aanbrengen op de zuigbalk. Onvoldoende reinigingsresul- taat Aandrukkracht instellen (niet versie Eco) Schraaplippen instellen (niet versie Eco) Borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen. Borstels draaien niet Aandrukkracht verlagen (niet versie Eco) Controleren of vreemde voorwerpen de borstels blokkeren, indien nodig vreemde voorwerpen verwij- deren. Motor overbelast, laten afkoelen. Sleutelschakelaar naar „0“ draaien. Ongeveer 10 seconden wachten, vooraleer de sleutelschakelaar opnieuw naar stand „1“ te draaien. Aftapslang vuil water verstopt Doseerapparaat aan de aftapslang openen. Zuigslang van de zuigbalk trekken en met de hand afslui- ten. Programmakeuzeschakelaar op Zuigen zetten. De verstopping wordt uit de aftapslang in het vuil- waterreservoir gezogen. Reinigingsmiddeldosering Dose (alleen versie Dose) func- tioneert niet Klantendienst roepen. 45NL- 8 – Er mogen uitsluitend toebehoren en re- serveonderdelen gebruikt worden die door de fabrikant zijn vrijgegeven. Origi- nele toebehoren en reserveonderdelen bieden de garantie van een veilig en storingsvrije werking van het apparaat. – Een selectie van de meest frequent be- nodigde reserveonderdelen vindt u achteraan in de gebruiksaanwijzing. – Verdere informatie over reserveonder- delen vindt u op www.kaercher.com bij Service. In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepa- lingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kos- ten binnen de garantietermijn, mits een ma- teriaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de ga- rantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerk- plaats en neem uw aankoopbewijs mee. Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fun- damentele veiligheids- en gezondheidsei- sen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Straße 28-40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2019/05/01 Technische gegevens B 90 R Classic, B 90 R Adv, B90 R Adv Dose R 55 D 55 R 65 D 65 R 75 D 75 Vermogen Nominale spanning V 24 Accucapaciteit Ah (5h) 180 (240 optie) Gemiddeld opgenomen vermogen W 2200 Vermogen motor wielaandrijving (nominaal ver- mogen) W 600 Vermogen zuigmotor W 750 550 750 550 750 550 Vermogen borstelmotor W 2 x 600 Zuigen Zuigvermogen, luchthoeveelheid l/s 20,5 Zuigvermogen, onderdruk kPa 120 Reinigingsborstels Werkbreedte mm 550 650 750 Diameter borstel mm 105 315 105 365 105 410 Borsteltoerental 1/min 1200 140 1200 140 1200 140 Maten en gewichten Rijsnelheid (max.) km/h 6 Stijging max. % 10 Theoretische oppervlaktecapaciteit m
/u 3300 3900 4500 Volume reservoirs schoon/vuil water l 90 Volume keergoedreservoir l 5 – 6 – 7 – Lengte mm 1450 Breedte (zonder zuigbalk) mm 720 770 810 Hoogte mm 1180 Toelaatbaar totaalgewicht kg 460 Transportgewicht kg 309 (180 Ah), 373 (240 Ah, optie) Oppervlaktebelasting (met bestuurder en volle schoonwatertank) Voorwiel N/cm
Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 Totale bewegingswaarde m/s
<2,5 Onzekerheid K m/s
dB(A) 69 Onzekerheid K
dB(A) 87 Toebehoren en reserveonderdelen Garantie EU-conformiteitsverklaring Product: Vloerreiniger opstapmachi-
Type: 1.161-xxx Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU Toegepaste geharmoniseerde normen EN 55014–1: 2006+A1: 2009+A2: 2011 EN 55014–2: 2015 EN 60335–1 EN 60335–2–29: 2004+A2: 2010 EN 60335–2–72 EN 61000–3–2: 2014 EN 61000–3–3: 2013 EN 62233: 2008 Toegepaste landelijke normen
Notice-Facile