Kärcher RBS 6014 - Industriële stofzuiger

RBS 6014 - Industriële stofzuiger Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RBS 6014 Kärcher in PDF-formaat.

📄 96 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Kärcher RBS 6014 - page 39

Gebruikersvragen over RBS 6014 Kärcher

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Industriële stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RBS 6014 - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RBS 6014 van het merk Kärcher.

GEBRUIKSAANWIJZING RBS 6014 Kärcher

Prodotto: Impianto di lavaggio Modello: 1.826-xxx Direttive UE pertinenti 2006/42/CE (+2009/127/CE) 2014/30/UE Norme armonizzate applicate EN 60204–1 EN 61000–6–3: 2007 + A1:2011 EN 61000–6–2: 2005 Norme nazionali applicate Chairman of the Board of ManagementDirector Regulatory Affairs & Certification Garanzia Ricambi 38 IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Cardanolie niet in het milieu terecht laten komen. Gelieve bodem te beschermen en oude olie op een milieuvriendelijke manier tot afval verwerken. Mineraaloliehoudend afvalwater niet in bo- dem, water of zonder voorbereiding in het riool terecht laten komen. Gelieve plaatse- lijk geldende wettelijke voorschriften en af- valwaterreglementen in acht nemen. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH GEVAAR Voor een onmiddellijk dreigend gevaar dat leidt tot ernstige en zelfs dodelijke lichame- lijke letsels. 몇 WAARSCHUWING Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die zou kunnen leiden tot ernstige en zelfs do- delijke lichamelijke letsels. VOORZICHTIG Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die kan leiden tot lichte lichamelijke letsels of materiële schade. Om gevaren voor personen, dieren en voorwerpen te vermijden, gelieve voor het eerste gebruik van de installatie: – de gebruiksaanwijzing – alle veiligheidsinstructies – de overeenkomstige nationale voor- schriften van de wetgever – de veiligheidsinstructies bij de gebruik- te reinigingsmiddelen (in de regel op het verpakkingsetiket) te lezen. Voor het gebruik van de installatie in de Bondsrepubliek Duitsland gelden de vol- gende voorschroften en richtlijnen (verkrijg- baar via Carl Heymanns Verlag KG, Luxemburger Straße 449, 50939 Keulen): – voorschriften inzake ongevallenpreven- tie „Algemene voorschriften“ BGV A1 – verordening inzake bedrijfsveiligheid (BetrSichV). Vergewis u ervan: – dat u zelf alle instructies begrepen heeft – dat alle gebruikers van de installatie op de hoogte zijn van de instructies en deze ook begrepen hebben. Deze gebruiksaanwijzing moet door de ex- ploitant van de wasinstallatie omgezet wor- den in een bedrijfsinstructie, rekening houdend met de lokale en persoonlijke om- standigheden. De bedrijfsinstructie moet op geschikte wijze door neerleggen of uit- hangen op de werkplek bekendgemaakt worden. Voor het gebruiken, reviseren, repareren, onderhouden en controleren van voertuig- wasinstallaties mogen alleen personen in- geschakeld worden die met deze werkzaamheden en met de gebruiksaan- wijzing vertrouwd zijn en die uitleg hebben gekregen over de met de installatie verbon- den gevaren. Bij zelfbedieningsvoertuigwasinstallaties moet tijdens de bedrijfsgereedheid een persoon bereikbaar zijn die met de installa- tie vertrouwd is en die in geval van storing de voor de vermijding van eventuele geva- ren nodige maatregelen kan uitvoeren of kan laten uitvoeren. Voor de gebruiker van de installatie moeten goed zichtbare aanwijzingen over bedie- ning en reglementair gebruik van de instal- latie op de wasplaats aangebracht zijn. Instandhoudingswerkzaamheden mogen in principe alleen bij een uitgeschakelde in- stallatie uitgevoerd worden. Daarbij moet de hoofdschakelaar beveiligd worden te- gen herinschakelen door onbevoegden. Bij de omgang met reinigingsmiddelencon- centraten die voor de gezondheid schade- lijke stoffen bevatten, moeten er veiligheidsmaatregelen getroffen worden. In het bijzonder moeten veiligheidsbril, be- schermhandschoenen en beschermende kleding gedragen worden en moeten de merkbladen/veiligheidsinformatiebladen die bij de reinigingsmiddelen worden gele- verd in acht worden genomen. Onbevoegde personen mogen de voertuig- wasinstallatie niet betreden. Er moet duide- lijk en voortdurend gewezen worden op het toegangsverbod. In de installatie bestaat slipgevaar door nattigheid op de grond en op installatiede- len. Bij werkzaamheden aan de installatie moet voorzichtig bewogen worden en moet geschikt schoeisel gedragen worden. Was- klanten moeten door geschikte waarschu- wingsborden op het slipgevaar gewezen worden. 몇 WAARSCHUWING Om gevaren door verkeerde bediening te vermijden, mag de installatie alleen be- diend worden door personen die – in de handhaving ervan onderricht heb- ben gehad – hun vaardigheden voor het bedienen toonbaar hebben gemaakt – uitdrukkelijk de opdracht hebben gekre- gen voor het gebruik. De gebruiksaanwijzing moet voor elke be- diener toegankelijk zijn. De installatie mag NIET bediend worden door personen onder de 18 jaar. Een uitzondering hierop vormen mensen in opleiding ouder dan 16 jaar en met toezicht. De RBS 6000 is bestemd voor het borstel- wassen van bussen en bestelwagens, vrachtwagens, personenwagens met aan- hangwagen en opleggers. De helling van de zijwanden van de voertuigen moet klei- ner zijn dan 10 graden. De installatie kan gebruikt worden in een washal of in open lucht. Tot een reglementair gebruik behoren ook: – de inachtneming van alle instructies in deze gebruiksaanwijzing en – de naleving van de inspectie- en onder- houdsinstructies. Inhoud Zorg voor het milieu . . . . . . NL . . 1 Symbolen in de gebruiksaanwij- zing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 1 Veiligheidsinstructies . . . . . NL . . 1 Bedieningselementen . . . . . NL . . 3 Vervoer . . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 3 Eerste ingebruikneming . . . NL . . 3 Werking. . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 5 Opslag . . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 6 Onderhoud en reparatie . . . NL . . 6 Hulp bij storingen . . . . . . . . NL . . 8 Technische gegevens . . . . . NL . . 8 Accessoires . . . . . . . . . . . . NL . . 9 EU-conformiteitsverklaring . NL . . 9 Garantie . . . . . . . . . . . . . . . NL . . 9 Reserveonderdelen . . . . . . NL . . 9 Zorg voor het milieu De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Gooi het verpak- kingsmateriaal niet met het huisvuil weg, maar zorg dat het gerecycled kan worden. Oude apparaten bevatten waardevolle materialen die ge- recycled kunnen worden. Bat- terijen, olie en gelijksoortige stoffen mogen niet in het milieu terechtkomen. Geef oude ap- paraten daarom bij een ge- schikte verzamelplaats af. Symbolen in de gebruiksaan- wijzing Veiligheidsinstructies Veiligheidsinstructies Algemeen Voertuigwasinstallatie Zelfbediening Instandhouding Gevaarlijke stoffen Betreden van de voertuigwasinstallatie Slipgevaar Bediening van de installatie Reglementair gebruik 39NL- 2 VOORZICHTIG Verhoogd corrosiegevaar door gebruik van ongeschikte reinigingsmiddelen. De volgende reinigingsmiddelen mogen niet door de installatie verwerkt worden: – reinigingsmiddelen die bestemd zijn voor de reiniging van de washal. – reinigingsmiddelen die bestemd zijn voor de externe reiniging van de wasin- stallatie. – Reinigingsmiddelen die met een afzon- derlijk apparaat aangebracht worden op het voertuig (bv. velgreiniger). – Middelen voor afvalwaterbehandeling. Enkel door KÄRCHER vrijgegeven reini- gingsmiddelen gebruiken. De installatie wordt met beide handen aan de handgreep vastgehouden en langs het voertuig getrokken. Daarbij moet de over- eenkomstige veiligheidsschakelaar Borstel met één hand bediend worden. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! De RBS 6000 is en- kel geschikt voor de reiniging van voertui- gen met rechte en gladde zijwanden waarvan de helling kleiner is dan 10°. De exploitant van de installatie is verant- woordelijk voor schade die ontstaat door onreglementair gebruik, in het bijzonder door de reiniging van voertuigen die niet in deze handleiding beschreven zijn. GEVAAR Gevaar van oogverwondingen door weg- stromende perslucht. De pneumatische on- derdelen van de installatie staan ook na het uitschakelen bij de hoofdschakelaar of nood-uit-schakelaar nog onder hoge lucht- druk. Verwondingsgevaar door wegvliegende onderdelen! Wegvliegende breukstukken of voorwerpen kunnen personen of dieren verwonden. Daarom moet de halvloer vrij van losliggende voorwerpen zijn. GEVAAR Explosiegevaar! De installatie mag niet ge- bruikt worden in de buurt van explosiege- vaarlijke ruimtes. Met uitzondering van uitdrukkelijk daarvoor voorziene en geken- merkte installaties. Als reinigingsmiddel mogen geen explosieve, zwaar ontvlamba- re of giftige stoffen gebruikt worden, zoals bijvoorbeeld: – Benzine – Stookolie en dieselbrandstof – Oplosmiddel – Oplosmiddelhoudende vloeistoffen – Onverdunde zuren – Aceton In geval van twijfel de fabrikant raadplegen. De geluiden die van de installatie uitgaan, zijn ongevaarlijk. Wanneer echter geluids- versterkende onderdelen / lichamen afge- spoten worden, kan een te hoge lawaaibelasting optreden. In dit geval ge- hoorbescherming dragen. GEVAAR Gevaar door elektrische schok. – Elektrische kabel, stekkerverbindingen en klemmenkastjes nooit met natte handen vastpakken. – Elektrische aansluitleidingen of ver- lengkabels mogen niet door overrijden, beknellen, trekken of iets dergelijks be- schadigd raken. Kabel beschermen te- gen hitte, olie en scherpe kanten. – Met een beweeglijk reinigingsapparaat (bijv. met hogedrukreinigers) mag de waterstraal nooit op elektrische appara- ten of installaties gericht worden. – Alle stroomvoerende delen in het werk- bereik moeten zijn beschermd tegen straalwater. – Installaties mogen alleen op reglemen- tair geaarde stroombronnen aangeslo- ten worden. – Alle werkzaamheden aan elektrische onderdelen van de installatie mogen al- leen door een elektricien worden uitge- voerd. – Accessoires die niet direct met de in- stallatie zijn verbonden, moeten in de potentiaalvereffening geïntegreerd zijn. GEVAAR De gebruikte reinigingsmiddelen bevatten gedeeltelijk gezondheidsschadelijke stof- fen, daarom is het van absoluut belang dat u de bijgeleverde resp. opgedrukte voor- schriften in acht neemt. Het door de installatie afkomstige water niet opdrinken! Door bijgemengde reini- gingsmiddelen heeft het geen drinkwater- kwaliteit. Als er voor het gebruik van de installatie ge- zuiverd, gebruikt water ingezet wordt, dan moeten de voorschriften voor antikiemvor- ming van de fabrikant van de zuiveringsin- stallatie in acht genomen worden. Bepaalde stoffen mogen niet in de wasin- stallatie terechtkomen, daar ze niet bij een algemeen gangbare buitenreiniging van voertuigen te zien zijn; denk hierbij bijv. aan chemicaliën, zware metalen, pesticiden, ra- dioactieve stoffen, feces of ziektestoffen. Een ongecontroleerde heropstarten van de installatie na stroomuitval is door contruc- tieve maatregelen uitgesloten. De borstel draait enkel bij de bediening van een veiligheidsschakelaar. Voor de verwerking van het afvalwater moeten de plaatselijke voorschriften in acht genomen worden. Om een veilig gebruik van de installatie te garanderen en gevaren bij onderhoud, su- pervisie en controle te voorkomen, moeten de betreffenden aanwijzingen nageleefd worden. Onderhoudswerkzaamheden moeten door een vakkundige persoon en op regelmatige tijdstippen volgens de gegevens van de fa- brikant uitgevoerd worden, daarbij moeten bestaande bepalingen en veiligheids- vereisten in acht genomen worden. Werk- zaamheden aan de elektrische installatie mogen uitsluitend uitgevoerd worden door een electricien. GEVAAR Verwondingsgevaar. De installatie moet uitgeschakeld en tegen onbedoeld en on- bevoegd herinschakelen beveiligd zijn vooraleer onderhouds- en instandhou- dingswerkzaamheden uitgevoerd worden. De veiligheid van deze wasinstallatie moet voor de eerste inbedrijfstelling en daarna minstens halfjaarlijks door een vakkundige persoon gecontroleerd worden. Deze con- trole omvat in het bijzonder: – Visuele controle met betrekking tot uit- wendig herkenbare slijtage resp. be- schadiging – Functionele controle – volledigheid en functionaliteit van veilig- heidsinrichtingen bij zelfbedieningsin- stallaties dagelijks voor het bedrijfsbegin, bij bemande installaties naar behoefte en minstens maande- lijks. Gebruik uitsluitend originele onderdelen van de fabrikant of door de fabrikant aan- bevolen onderdelen aangezien anders de garantiebepalingen vervallen. Neem alle veiligheids- en gebruiksinstructies van deze onderdelen in acht. Het betreft: – reserve- en slijtageonderdelen – toebehoren – bedrijfsstoffen – Reinigingsmiddel. GEVAAR Ongevalgevaar door defecte veiligheidsin- richtingen! De installatie beschikt over een noodstopschakelaar en twee „veiligheids- schakelaars borstel“. Veiligheidsinrichtingen moeten indien no- dig maar minstens één keer per maand, gecontroleerd worden op perfecte werking! Werkplaats Onvakkundig gebruik Bronnen van gevaar Algemene gevaren Explosiegevaar Gehoorbeschadiging Elektrische gevaren Gevaar door gezondheidsschadelijke stoffen Gevaar door stroomuitval Milieubedreiging door afvalwater Instandhouding en supervisie Instandhouding Controle Originele onderdelen gebruiken Noodstopschakelaar 40 NL- 3 1 Draaiknop doseerpomp* 2 Schakelaar doseerpomp* 3 Handgreep 4 Veiligheidsschakelaar (borstel) 5 Netstekker 6 Afsluitkleppen voor sproeibuizen 7 Hoofdschakelaar 8 Wateraansluiting 9 Noodstopknop 10 Krukhendel Kantelen 몇 WAARSCHUWING Verwondings- en beschadigingsgevaar! Gewicht van de installatie in acht nemen bij het transport. De installatie kan liggen op het laadopper- vlak van een vrachtwagen getransporteerd worden: Afstandsrollen verwijderen. Installatie met twee personen op de borstelzijde kantelen. Installatie op het laadoppervlak schui- ven. Installatie tegen verschuiven beveili- gen. 1 Spatbescherming 2 Stift 3 Tiknagel 4 Hoekprofiel Beide hoekprofielen zijn voor het transport met tiknagels aan het onderstel bevestigd, inbouwpositie van de hoekprofielen voor de montage markeren. Stiften van de tiknagels met een door- slag naar binnen slaan. Hoekprofielen verwijderen. Bijgevoegde spatbescherming uitrollen en op de vierkante buis leggen. Instructie: De spatbeschermingsstroken zijn in de kor- te richting gewelfd. Bij de montage moet deze welving weg van de borstel wijzen. Hoekprofiel opnieuw aanbrengen. Tiknagel door hoekprofiel, spatbe- scherming en vierkante buis steken en stevig induwen. Stift van de tiknagel met de hamer erin slaan. Dat proces herhalen bij alle boorgaten in de hoekprofielen. Beide bijgevoegde afstandsrollen be- vestigen op het onderstel van de instal- latie. Hoogte bepalen overeenkomstig de te wassen voertuigen. Contramoeren aanspannen. Bij de volgende installaties wordt standaard geen doseerpomp meegeleverd: – 1.286-235.0 – 1.286-245.0 – 1.286-345.0 – 1.286-435.0 – 1.286-445.0 Doseerpomp met bijgevoegd montage- materiaal bevestigen op het onderstel van de instalaltie. Bedieningselementen Vervoer Eerste ingebruikneming Spatbescherming aanbrengen Afstandsrollen monteren Doseerpomp aanbrengen 41NL- 4 Kabel van de doseerpomp aansluiten. Reinigingsmiddelvat vullen en op de grondplaat van de installatie plaatsen. Zuigslang van de doseerpomp met zuigfilter in het vat steken en deksel af- schroeven. Slang van de doseerpompuitgang op de schroefverbinding van de waterver- deler steken en wartelmoer aandraai- en. De handgrepen kunnen in twee standen bevestigd worden. Schroeven losdraaien. Handgreep naar beneden zwenken zo- dat de kabel van de veiligheidsschake- laar niet beschadigd wordt. Handgreep voorzichtig uittrekken (ka- bel van de veiligheidsschakelaar ligt in de greep). Buitenste schroef van de klem verwijde- ren, klem 180° draaien en schroef op- nieuw lichtjes indraaien Handgreep voorzichtig in de nieuwe po- sitie schuiven en de klemmen opnieuw vastzetten. De installatie kan gebruikt worden in een washal of in open lucht. De nodige wasplaatsafmetingen zijn hier- boven vermeld. Vereisten aan de wasplaats: – effen oppervlak – vrij van hindernissen – max. helling van 2% – Waterafvoer – veilige staproosters en afdekplaten – vloerbedekking met antislip-oppervlak. 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor de gezondheid doro verontrei- niging van het drinkwater. De wasinstallatie mag niet direct aan het openbare drinkwa- ternet aangesloten worden. Bij de aansluiting aan het drinkwaternet moet tussen de wasinstallatie en het drink- waternet een veiligheidselement conform EN 1717 ingebouwd worden. GEVAAR Gevaarlijke elektrische spanning. De elek- trische installatie mag alleen door een elek- trotechnicus en volgens de plaatselijk geldende richtlijnen geschieden. In de elektrische toevoerleiding moet aan de kant van het gebouw een hoofdschake- laar ingebouwd zijn die kan worden bevei- igd tegen onbedoeld en onbevoegd inschakelen. De installatie heeft de volgende toevoerlei- dingen nodig: – stroomkabel volgens de onderstaande tabel – waterslang 3/4“. De overeenkomstige lengte van de water- slang en stroomkabel is gericht op de plaat- selijke omstandigheden c.q. de lengte van het voertuig. De vier kanten van het voertuig moeten in één wasproces gewassen kunnen worden zonder dat de installatie moet worden ver- plaatst. De lengte van de stroomkabel is om veilig- heidsredenen beperkt: De vermelde lengte wordt gemeten vanaf de voorzekering tot de installatie. Indien de vermelde lengte niet volstaat, moet de fabrikant van de installatie geraad- pleegd worden. De uitvoering van de aansluiting is gericht op de toepassing. – Indien de installatie op verschillende wasplaatsen wordt gebruikt, worden kabel en waterslang op de grond mee- getrokken. – Bij een vaste installatie op een was- plaats kan de water- en stroomtoevoer langs boven gebeuren. 1 Netstekker 2 Wateraansluiting Waterslang aansluiten aan de waterin- gang. Stroomkabel met het stroomnet verbin- den. De toevoerleidingen worden door een in hoogte verstelbare kabelarm naar de eer- ste leidingwagen geleid. Stroom- en wateraansluiting zijn vast geïn- stalleerd en moeten door een gekwalifi- ceerd vakman uitgevoerd worden. Handgreep instellen Hoogte wijzigen: Wasplaats Wateraansluiting Toevoerleidingen ter beschikking stellen Elektrische aansluiting Kabeltype Lengte 400V, 3~, P, N, 50 Hz 5 x 2,5 - H07RN-F max. 100 m 230V, 3~, P, N, 60 Hz 5 x 2,5 - H07RN-F max. 58 m 230V, 1~, P, N, 50 Hz 3 x 2,5 - H07RN-F max. 100 m 230V, 1~, P, N, 50Hz 3 x 1,5 - H07RN-F max. 60 m Kabelsleep op de grond Kabelsleep via bovenleiding 42 NL- 5 Bij de eerste aansluiting van de spannings- voorziening moet de draairichting van de borstel gecontroleerd worden. De veiligheidsschakelaar indrukken die in de bovenstaande afbeelding met een pijl gemarkeerd is. De borstel moet in de richting van de pijl draaien. Bij een verkeerde draairichting de stroomaansluiting door een electricien laten veranderen. Bij de volgende installaties wordt standaard geen doseerpomp meegeleverd: – 1.286-235.0 – 1.286-245.0 – 1.286-345.0 – 1.286-435.0 – 1.286-445.0 Instructie: De doseerhoeveelheid werd in de fabriek optimaal ingesteld. In de regel is er geen hernieuwde instelling nodig. VOORZICHTIG Doseerpomp kan beschadigd worden. Draaiknop alleen bij draaiende pomp in werking stellen. 1 Draaiknop Draaiknop bij een draaiende doseer- pomp op de gewenste doseerhoeveel- heid zetten. De gegevens in percent op de doseerpomp hebben betrekking op het maximale pomp- vermogen. Hindernissen en rondslingerende voor- werpen uit de wasplaats verwijderen. Wateraansluiting tot stand brengen. Stroomaansluiting tot stand brengen. Vulpeil van de reinigingsmiddeltank controleren en indien nodig bijvullen. GEVAAR Struikelgevaar door op de grond liggende voorwerpen of toevoerleidingen. Vóór de inbedrijfstelling van de installa- tie op de wasplaats liggende voorwer- pen verwijderen. Bij het gebruik van de installatie met ka- belsleep op de grond moet gelet wor- den op een zorgvuldige geleiding van de toevoerleidingen. In noodgevallen de veiligheidsschake- laar Borstel loslaten. Ramen, deuren en dakramen sluiten. Zijspiegels wegnemen of inklappen. Antennes induwen of verwijderen. Losse onderdelen (hoeskabel, enz.) verwijderen of beveiligen. Dekzeilen sluiten en veilig vastzetten. Voertuig centraal op de wasplaats of onder de kabelsleep plaatsen. Installatie met krukhendel Kantelen in- stellen op de helling van het te reinigen oppervlak. Installatie aan het begin van een zijkant van het voertuig positioneren. Afsluitventiel voor in wasrichting liggen- de sproeibuis openen Hoofdschakelaar inschakelen. Doseerpomp inschakelen. Installatie met beide handen vasthou- den aan de in wasrichting liggende handgreep. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar. Draairichting niet veranderen bij een draaiende borstel. Borstel aan de overeenkomstige hand- greep inschakelen door een de veilig- heidsschakelaar Borstel te trekken. Borstelindompeldiepte Wasrichting Installatie op een gelijkmatig tempo langs het voertuig leiden door aan de handgreep te trekken. Instructie: Installatie altijd voorttrekken. De draairichting van de borstel is zodanig gekozen dat bij het trekken een minimale krachtinspanning vereist is. Bij een correcte aandrukkracht raken de af- standsrollen het voertuig heel licht. Een te grote aandrukkracht leidt niet tot een verbetering van het reinigingsresultaat. Bij vaste, niet-inklapbare spiegels moet de installatie wat van het voertuig weggetrok- ken worden. Aan de hoeken van het voertuig moet de installatie opnieuw uitgericht, de hel- ling eventueel opnieuw ingesteld en het wasproces verdergezet worden. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar voor de toevoerlei- ding doordat deze gewrongen komt te zit- ten. Wasrichting na elke afronding van het voertuig veranderen. Wanneer alle kanten van het voertuig gewassen zijn: doseerpomp uitschakelen watertoevoer omschakelen op andere sproeibuis Nogmaals rond het voertuig gaan om in omgekeerde richting te spoelen. Wasinstallatie van het voertuig weg- trekken. Veiligheidsschakelaar Borstel loslaten. doseerpomp uitschakelen Watertoevoer sluiten. Bij langere pauzen: Hoofdschakelaar in stand '0' draaien. Indien nodig de toevoerleiding span- ningsvrij maken. Draairichting van de borstel contro- leren Doseerpomp instellen Werking Voor elke werking Wat te doen in noodgevallen Voertuig voorbereiden Bediening Wasproces beëindigen 43NL- 6

WAARSCHUWING Verwondings- en beschadigingsgevaar! Gewicht van de installatie in acht nemen bij de opslag. Installatie naar de opbergplaats schui- ven. Bij kabelsleep op de grond eventueel aansluitleidingen verwijderen. In open lucht en bij een open hal moet de installatie windvrij opgesteld of met kabels of kettingen tegen omvallen be- schermd worden. Parkeerremmen aan de rollen aan- spannen. GEVAAR Verwondingsgevaar door vallende installa- tie. Installatie windvrij opstellen en tegen omvallen beveiligen. De watergeleidende onderdelen van de in- stallatie moeten tegen vorst beschermd worden aangezien ze anders beschadigd worden. Bij kans op vorst moet de installatie volledig afgewaterd worden: Watertoevoer sluiten. Toevoerleiding (waterslang) en installa- tie met perslucht uitblazen. Borstelaandrijving inschakelen zodat het water uit de borstel gedreven wordt. Basisprincipe voor een gebruiksveilige in- stallatie is het regelmatige onderhoud vol- gens het volgende onderhoudsplan. Gebruik uitsluitend originele reserveonder- delen van de fabrikant of door hem aanbe- volen onderdelen zoals – reserve- en slijtageonderdelen – accessoires – bedrijfsstoffen – Reinigingsmiddel GEVAAR Gevaar door elektrische schok. Installatie spanningsvrij schakelen door de installatie met de hoofdschakelaar op „0“ te schakelen en tegen opnieuw inschakelen te beveiligen. Gevaar van oogverwondingen door weg- vliegende (vuil)deeltjes. Niet in de buurt van de roterende borstels staan. Bij onder- houdswerkzaamheden een veiligheidsbril dragen. Exploitant Werkzaamheden met de aanduiding 'Ex- ploitant' mogen alleen door geschoolde personen uitgevoerd worden die de wasin- stallatie veilig kunnen bedienen en onder- houden. Klantendienst Werkzaamheden met de aanduiding „Klan- tenservice“ mogen alleen door monteurs van de Kärcher-klantenservice worden uit- gevoerd. Om een betrouwbare werking van de in- stallatie te garanderen, raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten. Ge- lieve contact op te nemen met uw betref- fende Kärcher-klantenservice. Opslag Vorstbescherming Onderhoud en reparatie Onderhoudsinstructies Wie mag inspectie-, onderhouds- en in- standhoudingswerkzaamheden uitvoe- ren? Onderhoudscontract Onderhoudsschema Tijdstip Handeling Betrokken component Oplossing Door wie maande- lijks Smeren Borstellager Smeernippel met vetpers smeren. Vet 6.288-059.0 Bediener Lager kantelas Ketting Vet 6.288-059.0 met kwast aanbrengen. Bediener Visuele controle Zwenkwielen Controleren op soepelheid, indien nodig smeren. Parkeerrem controleren, indien nodig repareren of zwenkwiel vervangen Bediener Sproeiers in de sproeibuis. Sproeibeeld van de sproeiers controleren. Indien nodig sproeiers reinigen. Bediener Reinigingsmiddel-zuigfilter Afzettingen verwijderen. Bediener Kabelsleep (optie) Leidingen controleren op beschadiging en bewe- gingsvrijheid. Bediener elk kwar- taal Visuele controle Borstel Stevigheid van de segmenten en de eindklemmen controleren. Properheid en toestand van de bor- stelharen controleren. De borsteldiameter moet groter zijn dan 870 mm. Bediener 44 NL- 7 1 Borstellager 2 Krukhendel Kantelen 3 Lager kantelas 1 Zwenkwiel 2 Ketting 1 Eindklemmen 2 Halve borstelschaal GEVAAR Ongevallengevaar bij het werkzaamheden aan de installatie! Voor werkzaamheden aan de installatie de hoofdschakelaar uitschakelen en beveili- gen. Schroeven van de eindklemmen eruit draaien en eindklemmen verwijderen. Halve borstelschalen tegen elkaar ver- schuiven en van de borstelas nemen. Nieuwe halve schalen als volgt monte- ren. Halve borstelschalen type 1 Halve borstelschalen type 2 몇 WAARSCHUWING Kans op ongelukken! Er worden twee ver- schillende types van halve schalen gebruikt die in geen geval gecombineerd mogen worden. Zoniet kunnen de halve schalen tij- dens het bedrijf van de installatie loskomen van de as. Beide types verschillen van el- kaar door de positionering van de draden aan het uiteinde c.q. het begin van de halve schaal. Om onevenwicht en daaruit resulte- rende beschadigingen te vermijden, moet het volgende in acht genomen worden: De halve schalen moeten altijd samen vervan- gen worden, dus telkens als volledig seg- ment. Langs de stootvoeg moeten de borsteldraden van de tegenoverliggende halve schalen altijd verspringen ten opzich- te van elkaar. Eerste paar halve schalen op de as plaatsen en bij elkaar schuiven. Tweede paar halve schalen 90° ge- draaid aanbrengen en bij elkaar schui- ven. Andere paren halve schalen telkens 90° verspringend op de as aanbrengen. Na de montage van het laatste paar halve schalen de eindklemmen aan- brengen. Eindklemmen tegen het laatste paar halve schalen schuiven en schroeven aanspannen. Correcte montage van de halve scha- len en stevigheid van de schroeven nogmaals controleren. GEVAAR Ongevallengevaar bij het werkzaamheden aan de installatie! Voor werkzaamheden aan de installatie de hoofdschakelaar uitschakelen en beveili- gen. Schroeven van een matsegment los- draaien en matsegment wegnemen. Andere matsegmenten achtereenvol- gens verwijderen. Eerste, nieuwe matsegment in de voor- ziene gaten monteren. Elk daaropvolgend matsegment 180° gedraaid ten opzichte van het vorige monteren. Nadat de montage is afgesloten nog- maals de correcte positionering van de matsegmenten en de stabiliteit van de schroeven controleren. Borstelvervanging Vierkante as met halve schaal Ronde as met borstelmatten 45NL- 8

GEVAAR Gevaar door elektrische schok. Werkzaamheden aan de elektrische instal- latie mogen alleen door erkende elektri- ciens worden uitgevoerd. Bij alle werkzaamheden de installatie span- ningsvrij schakelen, daartoe de installatie bij de hoofdschakelaar op '0' schakelen en tegen opnieuw inschakelen beveiligen. Wie mag storingen oplossen? Exploitant Werkzaamheden met de aanduiding „Ex- ploitant“ mogen uitsluitend door opgeleide personen uitgevoerd worden die de wasin- stallatie op een veilige manier kunnen be- dienen en onderhouden. Electriciens Personen met een beroepsopleiding in de elektrotechnische sector. Klantendienst Werkzaamheden met de aanduiding „Klan- tendienst“ mogen uitsluitend door mon- teurs van de Kärcher-klantendienst resp. door Kärcher gevolmachtigde monteurs uit- gevoerd worden. GEVAAR Gevaar door elektrische schok. Installatie spanningsvrij schakelen door de installatie met de hoofdschakelaar op „0“ te schakelen en tegen opnieuw inschakelen te beveiligen. Gevaar van oogverwondingen door weg- vliegende (vuil)deeltjes. Niet in de buurt van de roterende borstels staan. Bij onder- houdswerkzaamheden een veiligheidsbril dragen. Hulp bij storingen Storingen Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Door wie Installatie start niet Geen stroom Controleer het elektriciteitsnet. Elektri- cien Zekering defect. Hef de oorzaak op. Zekering vervangen Motorveiligheidsschakelaar is geactiveerd. Stroomopname controleren. Borstel bereikt het toeren- tal niet Lager loopt stroef. Borstellager controleren. Bediener Doseerpomp zuigt niet, ondanks ontluchting en max. doseerhoeveelheid. Afzettingen op klepzittingen, vastgekleefde kleppen. Zuigleidingen en ventielen spoelen. Bediener Doseerpomp zuigt lucht Aansluiting zuigventiel of drukventiel ondicht. Ventielen en zuigleidingen op dichtheid con- troleren. Bediener Pompkop niet aangespannen. Schroeven pompkop aanspannen. Bediener Pompen van de doseer- pomp ondicht Pompkop niet aangespannen. Membraanveer gebroken. Schroeven pompkop aanspannen. Membraan vervangen. Bediener Doseerpomp werkt niet, controlelampje brandt niet. Geen stroom Stroomverzorging controleren en veilig stel- len. Bediener Zekering defect. Zekering vervangen Bediener Plaat defect. Plaat vervangen. Elektri- cien Onregelmatig sproeibeeld van de sproeiers. Sproeikoppen verstopt. Sproeikoppen reinigen. Bediener Technische gegevens Installatieafmetingen

RBS 6012 RBS 6013 RBS 6014

Installatiehoogte mm 3180 4090 4370 Washoogte mm 3645 3925 4205 Installatiebreedte mm 1700 Gewicht kg 234 237 240 Benodigde ruimte wasplaats mm Voertuiglengte +4000 Voertuigbreedte + 4000 Waterstromingsdruk MPa (bar) 0,3...0,6 (3...6) Wateraansluitpunt duim 3/4 Waterverbruik, ca. l/min 80 Max. watertemperatuur °C 30 Netbelasting kW 1,1 Beveiligingsklasse IP54 IP45 Omgevingstemperatuur °C +3...+50 Luchtvochtigheid, max. % 70 Geluidsdrukniveau L

dB(A) 65 Onzekerheid K

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Kärcher

Model : RBS 6014

Categorie : Industriële stofzuiger