RBS 6014 - Industriële stofzuiger Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RBS 6014 Kärcher in PDF-formaat.
| Producttype | Wasportaal voor voertuigen (bussen, vrachtwagens, opleggers) |
| Merk | Kärcher |
| Model | RBS 6014 |
| Installatiehoogte | 4370 mm |
| Washoogte | 4205 mm |
| Installatiebreedte | 1700 mm |
| Gewicht | 240 kg |
| Elektrische voeding | 400 V / 230 V / 240 V, 3~ of 1~, 50/60 Hz afhankelijk van versie |
| Opgenomen vermogen | 1,1 kW |
| Beschermingstype | IP54 / IP45 |
| Watertoevoerdruk | 0,3 tot 0,6 MPa (3 tot 6 bar) |
| Waterverbruik | 80 l/min |
| Max. watertemperatuur | 30 °C |
| Geluidsdrukniveau (L_pA) | 65 dB(A) |
| Totale trillingswaarde van de armen | < 2,5 m/s² |
| Hoofdfunctie | Borstelwassen van de zijkanten van voertuigen |
| Doseerpomp | Ingebouwd (afhankelijk van versie) voor reinigingsmiddel, instelling 0-5 l/u |
| Veiligheid | Noodstop, borstelveiligheidsschakelaars |
| Regelmatig onderhoud | Maandelijkse smering van lagers en ketting, visuele controle van borstels en sproeiers |
| Reserveonderdelen | Borstels, tapijtsegmenten, lagers, kleppen, enz. – alleen originele Kärcher-onderdelen |
| Garantie | Volgens voorwaarden van de lokale distributeur |
Veelgestelde vragen - RBS 6014 Kärcher
Gebruikersvragen over RBS 6014 Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Industriële stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RBS 6014 - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RBS 6014 van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING RBS 6014 Kärcher
Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar.
Inhoud
Zorg voor het milieu ..... NL .. 1
Symbolen in de gebruiksaanwijzing .... NL .. 1
Veiligheidsinstructies ..... NL .. 1
Bedieningselementen ..... NL .. 3
Vervoer.... NL .. 3
Eerste ingebruikneming ... NL .. 3
Werking. NL . 5
Opslag NL 6
Onderhoud en reparatie ... NL .. 6
Hulp bij storingen ..... NL .. 8
EU-conformiteitsverklaring. NL .. 9
Garantie .... NL .. 9
Reserveonderdelen ..... NL .. 9
Zorg voor het milieu

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Gooi het verpak- kingsmateriaal niet met het huisvuil weg, maar zorg dat het gerecycled kan worden.

Oude apparaten bevatten waardevolle materialen die gerecycled kunnen worden. Batterijen, olie en gelijksoortige stoffen mogen niet in het milieu terechtkomen. Geef oude apparaten daarom bij een geschikte verzamelplaats af.
Cardanolie niet in het milieu terecht laten komen. Gelieve bodem te beschermen en oude olie op een milieuvriendelijke manier tot afval verwerken.
Mineraaloliehoudend afvalwater niet in bodem, water of zonder voorbereiding in het riool terecht laten komen. Gelieve plaatselijk geldende wettelijke voorschriften en afvalwaterreglementen in acht nemen.
Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH)
Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder:
Symbolen in de gebruiksaan- wijzing
GEVAAR
Voor een onmiddellijk dreigend gevaar dat leidt tot ernstige en zelfs dodelijke lichamelijke letsels.
⚠ WAARSCHUWING
Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die zou kunnen leiden tot ernstige en zelfs do-delijke lichamelijke letsels.
VOORZICHTIG
Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die kan leiden tot lichte lichamelijke letsels of materiële schade.
Veiligheidsinstructies
Veiligheidsinstructies
Algemeen
Om gevaren voor personen, dieren en voorwerpen te vermijden, gelieve voor het eerste gebruik van de installatie:
- de gebruiksaanwijzing
- alle veiligheidsinstructies
- de overeenkomstige nationale voorschriften van de wetgever
- de veiligheidsinstructies bij de gebruikte reinigingsmiddelen (in de regel op het verpakkingsetiket) te lezen.
Voor het gebruik van de installatie in de Bondsrepubliek Duitsland gelden de volgende voorschroften en richtlijnen (verkrijgbaar via Carl Heymanns Verlag KG, Luxemburger Straße 449, 50939 Keulen):
– voorschriften inzake ongevallenpreventie „Algemene voorschriften“ BGV A1
– verordening inzake bedrijfsveiligheid (BetrSichV).
Vergewis u ervan:
– dat u zelf alle instructies begrepen heeft
– dat alle gebruikers van de installatie op de hoogte zijn van de instructies en deze ook begrepen hebben.
Deze gebruiksaanwijzing moet door de exploitant van de wasinstallatie omgezet worden in een bedrijfsinstructie, rekening houdend met de lokale en persoonlijke omstandigheden. De bedrijfsinstructie moet op geschikte wijze door neerleggen of uithangen op de werkplek bekendgemaakt worden.
Voertuigwasinstallatie
Voor het gebruiken, reviseren, repareren, onderhouden en controleren van voertuig-wasinstallaties mogen alleen personen ingeschakeld worden die met deze werkzaamheden en met de gebruiksaanwijzing vertrouwd zijn en die uitleg hebben gekregen over de met de installatie verbonden gevaren.
Zelfbediening
Bij zelfbedieningsvoertuigwasinstallaties moet tijdens de bedrijfsgereedheid een persoon bereikbaar zijn die met de installatie vertrouwd is en die in geval van storing de voor de vermijding van eventuele gevaren nodige maatregelen kan uitvoeren of
kan laten uitvoeren.
Voor de gebruiker van de installatie moeten goed zichtbare aanwijzingen over bediening en reglementair gebruik van de installatie op de wasplaats aangebracht zijn.
Instandhouding
Instandhoudingswerkzaamheden mogen in principe alleen bij een uitgeschakelde installatie uitgevoerd worden. Daarbij moet de hoofdschakelaar beveiligd worden tegen herinschakelen door onbevoegden.
Gevaarlijke stoffen
Bij de omgang met reinigingsmiddelenconcentraten die voor de gezondheid schadelijke stoffen bevatten, moeten er veiligheidsmaatregelen getroffen worden. In het bijzonder moeten veiligheidsbril, beschermhandschoenen en beschermende kleding gedragen worden en moeten de merkbladen/veiligheidsinformatiebladen die bij de reinigingsmiddelen worden geleverd in acht worden genomen.
Betreden van de voertuigwasinstallatie
Onbevoegde personen mogen de voertuig-wasinstallatie niet betreden. Er moet duidelijk en voortdurend gewezen worden op het toegangsverbod.
Slipgevaar
In de installatie bestaat slipgevaar door nattigheid op de grond en op installatiedelen. Bij werkzaamheden aan de installatie moet voorzichtig bewogen worden en moet geschikt schoeisel gedragen worden. Wasklanten moeten door geschikte waarschuwingsborden op het slipgevaar gewezen worden.
Bediening van de installatie
⚠ WAARSCHUWING
Om gevaren door verkeerde bediening te vermijden, mag de installatie alleen bediend worden door personen die
– in de handhaving ervan onderricht heb- ben gehad
- hun vaardigheden voor het bedienen toonbaar hebben gemaakt
- uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik.
De gebruiksaanwijzing moet voor elke bediener toegankelijk zijn. De installatie mag NIET bediend worden door personen onder de 18 jaar. Een uitzondering hierop vormen mensen in opleiding ouder dan 16 jaar en met toezicht.
De RBS 6000 is bestemd voor het borstelwassen van bussen en bestelwagens,
vrachtwagens, personenwagens met aanhangwagen en opleggers. De helling van de zijwanden van de voertuigen moet kleiner zijn dan 10 graden.
De installatie kan gebruikt worden in een washal of in open lucht.
Tot een reglementair gebruik behoren ook:
- de inachtneming van alle instructies in deze gebruiksaanwijzing en
- de naleving van de inspectie- en onderhoudsinstructies.
VOORZICHTIG
Verhoogd corrosiegevaar door gebruik van ongeschikte reinigingsmiddelen.
De volgende reinigingsmiddelen mogen niet door de installatie verwerkt worden:
- reinigingsmiddelen die bestemd zijn voor de reiniging van de washal.
– reinigingsmiddelen die bestemd zijn voor de externe reiniging van de wasinstallatie. - Reinigingsmiddelen die met een afzonderlijk apparaat aangebracht worden op het voertuig (bv. velgreiniger).
- Middelen voor afvalwaterbehandeling. Enkel door KÄRCHER vrijgegeven reini-gingsmiddelen gebruiken.
Werkplaats
De installatie wordt met beide handen aan de handgreep vastgehouden en langs het voertuig getrokken. Daarbij moet de overeenkomstige veiligheidsschakelaar Borstel met één hand bediend worden.
Onvakkundig gebruik
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar! De RBS 6000 is enkel geschikt voor de reiniging van voertui-gen met rechte en gladde zijwanden waarvan de helling kleiner is dan 10°.
De exploitant van de installatie is verant- woordelijk voor schade die ontstaat door onreglementair gebruik, in het bijzonder door de reiniging van voertuigen die niet in deze handleiding beschreven zijn.
Bronnen van gevaar
Algemene gevaren
⚠ GEVAAR
Gevaar van oogverwondingen door weg- stromende perslucht. De pneumatische on- derdelen van de installatie staan ook na het uitschakelen bij de hoofdschakelaar of nood-uit-schakelaar nog onder hoge lucht- druk.
Verwondingsgevaar door wegvliegende onderdelen! Wegvliegende breukstukken of voorwerpen kunnen personen of dieren verwonden. Daarom moet de halvloer vrij van losliggende voorwerpen zijn.
Explosiegevaar
GEVAAR
Explosiegevaar! De installatie mag niet gebruikt worden in de buurt van explosiegevaarlijke ruimtes. Met uitzondering van uitdrukkelijk daarvoor voorziene en gekenmerkte installaties. Als reinigingsmiddel mogen geen explosieve, zwaar ontvlamba-re of giftige stoffen gebruikt worden, zoals bijvoorbeeld:
- Benzine
– Stookolie en dieselbrandstof - Oplosmiddel
– Oplosmiddelhoudende vloeistoffen - Onverdunde zuren
- Aceton
In geval van twijfel de fabrikant raadplegen.
Gehoorbeschadiging
De geluiden die van de installatie uitgaan, zijn ongevaarlijk. Wanneer echter geluidsversterkende onderdelen / lichamen afgespoten worden, kan een te hoge lawaaibelasting optreden. In dit geval gehoorbescherming dragen.
Elektrische gevaren
⚠ GEVAAR
Gevaar door elektrische schok.
– Elektrische kabel, stekkerverbindingen en klemmenkastjes nooit met natte handen vastpakken.
- Elektrische aansluitleidingen of ver-
lengkabels mogen niet door overrijden,
beknellen, trekken of iets dergelijks be-
schadigd raken. Kabel beschermen te-
gen hitte, olie en scherpe kanten.
- Met een beweeglijk reinigingsapparaat (bijv. met hogedrukreinigers) mag de waterstraal nooit op elektrische apparaten of installaties gericht worden.
- Alle stroomvoerende delen in het werkbereik moeten zijn beschermd tegen straalwater.
- Installaties mogen alleen op reglementair geaarde stroombronnen aangesloten worden.
- Alle werkzaamheden aan elektrische onderdelen van de installatie mogen alleen door een elektricien worden uitgevoerd.
- Accessoires die niet direct met de installatie zijn verbonden, moeten in de potentiaalvereffening geïntegreerd zijn.
Gevaar door gezondheidsschadelijke stoffen
⚠ GEVAAR
De gebruikte reinigingsmiddelen bevatten gedeeltelijk gezondheidsschadelijke stoffen, daarom is het van absoluut belang dat u de bijgeleverde resp. opgedrukte voorschriften in acht neemt.
Het door de installatie afkomstige water niet opdrinken! Door bijgemengde reinigingsmiddelen heeft het geen drinkwaterkwaliteit.
Als er voor het gebruik van de installatie gezuiverd, gebruikt water ingezet wordt, dan moeten de voorschriften voor antikiemvorming van de fabrikant van de zuiveringsinstallatie in acht genomen worden.
Bepaalde stoffen mogen niet in de wasinstallatie terechtkomen, daar ze niet bij een algemeen gangbare buitenreiniging van voertuigen te zien zijn; denk hierbij bijv. aan chemicaliën, zware metalen, pesticiden, radioactieve stoffen, feces of ziektestoffen.
Gevaar door stroomuitval
Een ongecontroleerde heropstarten van de installatie na stroomuitval is door contruc-tieve maatregelen uitgesloten.
De borstel draait enkel bij de bediening van een veiligheidsschakelaar.
Milieubedreiging door afvalwater
Voor de verwerking van het afvalwater moeten de plaatselijke voorschriften in acht genomen worden.
Instandhouding en supervisie
Om een veilig gebruik van de installatie te garanderen en gevaren bij onderhoud, supervisie en controle te voorkomen, moeten de betreffenden aanwijzingen nageleefd worden.
Instandhouding
Onderhoudswerkzaamheden moeten door een vakkundige persoon en op regelmatige tijdstippen volgens de gegevens van de fabrikant uitgevoerd worden, daarbij moeten bestaande bepalingen en veiligheidsvereisten in acht genomen worden. Werkzaamheden aan de elektrische installatie mogen uitsluitend uitgevoerd worden door een electricien.
GEVAAR
Verwondingsgevaar. De installatie moet uitgeschakeld en tegen onbedoeld en onbevoegd herinschakelen beveiligd zijn vooraleer onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden uitgevoerd worden.
Controle
De veiligheid van deze wasinstallatie moet voor de eerste inbedrijfstelling en daarna minstens halfjaarlijks door een vakkundige persoon gecontroleerd worden. Deze controle omvat in het bijzonder:
- Visuele controle met betrekking tot uitwendig herkenbare slijtage resp. beschadiging
- Functionele controle
- volledigheid en functionaliteit van veiligheidsinrichtingen bij zelfbedieningsinstallaties dagelijks voor het bedrijfsbegin, bij bemande installaties naar behoefte en minstens maandelijks.
Originele onderdelen gebruiken
Gebruik uitsluitend originele onderdelen van de fabrikant of door de fabrikant aanbevolen onderdelen aangezien anders de garantiebepalingen vervallen. Neem alle veiligheids- en gebruiksinstructies van deze onderdelen in acht. Het betreft:
- reserve- en slijtageonderdelen
- toebehoren
- bedrijfsstoffen
- Reinigingsmiddel.
Noodstopschakelaar
⚠ GEVAAR
Ongevalgevaar door defecte veiligheidsinrichtingen! De installatie beschikt over een noodstopschakelaar en twee „veiligheidsschakelaars borstel“.
Veiligheidsinrichtingen moeten indien nodig maar minstens één keer per maand, gecontroleerd worden op perfecte werking!
Bedieningselementen

1 Draaiknop doseerpomp*
2 Schakelaar doseerpomp*
3 Handgreep
4 Veiligheidsschakelaar (borstel)
5 Netstekker
6 Afsluitkleppen voor sproeibuizen
7 Hoofdschakelaar
8 Wateraansluiting
9 Noodstopknop
10 Krukhendel Kantelen
Vervoer
⚠ WAARSCHUWING
Verwondings- en beschadigingsgevaar! Gewicht van de installatie in acht nemen bij het transport.
De installatie kan liggen op het laadopper- vlak van een vrachtwagen getransporteerd worden:
→ Afstandsrollen verwijderen.
→ Installatie met twee personen op de borstelzijde kantelen.
→ Installatie op het laadoppervlak schui-ven.
→ Installatie tegen verschuiven beveiligen.
Eerste ingebruikneming
Spatbescherming aanbrengen Afstandsrollen monteren

Beide hoekprofielen zijn voor het transport met tiknagels aan het onderstel bevestigd,
→ inbouwpositie van de hoekprofielen voor de montage markeren.
→ Stiften van de tiknagels met een doorslag naar binnen slaan.
→ Hoekprofielen verwijderen.
→ Bijgevoegde spatbescherming uitrollen en op de vierkante buis leggen.
Instructie:
De spatbeschermingsstroken zijn in de korte richting gewelfd. Bij de montage moet deze welving weg van de borstel wijzen.
→ Hoekprofiel opnieuw aanbrengen.
→ Tiknagel door hoekprofiel, spatbescherming en vierkante buis steken en stevig induwen.
→ Stift van de tiknagel met de hamer erin slaan.
→ Dat proces herhalen bij alle boorgaten in de hoekprofielen.

→ Beide bijgevoegde afstandsrollen bevestigen op het onderstel van de installatie.
Hoogte bepalen overeenkomstig de te wassen voertuigen.
→ Contramoeren aanspannen.
Doseerpomp aanbrengen
Bij de volgende installaties wordt standaard geen doseerpomp meegeleverd:
-1.286-235.0
-1.286-245.0
-1.286-345.0
-1.286-435.0
-1.286-445.0

→ Doseerpomp met bijgevoegd montage- materiaal bevestigen op het onderstel van de instalaltie.

→ Kabel van de doseerpomp aansluiten.
→ Reinigingsmiddelvat vullen en op de grondplaat van de installatie plaatsen.
→ Zuigslang van de doseerpomp met zuigfilter in het vat steken en deksel afschroeven.

→ Slang van de doseerpompuitgang op de schroefverbinding van de waterverdeler steken en wartelmoer aandraaien.
Handgreep instellen
De handgrepen kunnen in twee standen bevestigd worden.
Hoogte wijzigen:

→ Schroeven losdraaien.
→ Handgreep naar beneden zwenken zo-
dat de kabel van de veiligheidsschake-
laar niet beschadigd wordt.
→ Handgreep voorzichtig uittrekken (kabel van de veiligheidsschakelaar ligt in de greep).

→ Buitenste schroef van de klem verwijderen, klem 180° draaien en schroef opnieuw lichtjes indraaien
→ Handgreep voorzichtig in de nieuwe positie schuiven en de klemmen opnieuw vastzetten.
Wasplaats
De installatie kan gebruikt worden in een washal of in open lucht.

De nodige wasplaatsafmetingen zijn hierboven vermeld.
Vereisten aan de wasplaats:
- effen oppervlak
- vrij van hindernissen
- max. helling van 2%
- Waterafvoer
- veilige staproosters en afdekplaten
- vloerbedekking met antislip-oppervlak.
Wateraansluiting
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid doro verontreiniging van het drinkwater. De wasinstallatie mag niet direct aan het openbare drinkwaternet aangesloten worden.
Bij de aansluiting aan het drinkwaternet moet tussen de wasinstallatie en het drinkwaternet een veiligheidselement conform EN 1717 ingebouwd worden.
Toevoerleidingen ter beschikking stellen
⚠ GEVAAR
Gevaarlijke elektrische spanning. De elektrische installatie mag alleen door een elektrotechnicus en volgens de plaatselijk geldende richtlijnen geschieden.
In de elektrische toevoerleiding moet aan de kant van het gebouw een hoofdschakelaar ingebouwd zijn die kan worden beveigd tegen onbedoeld en onbevoegd inschakelen.
De installatie heeft de volgende toevoerleidingen nodig:
- stroomkabel volgens de onderstaande tabel
- waterslang 3/4".
De overeenkomstige lengte van de water-slang en stroomkabel is gericht op de plaatselijke omstandigheden c.q. de lengte van het voertuig.
De vier kanten van het voertuig moeten in één wasproces gewassen kunnen worden zonder dat de installatie moet worden verplaatst.
De lengte van de stroomkabel is om veiligheidsredenen beperkt:
| Elektrische aansluiting | Kabeltype Lengte | |
| 400V, 3~, P, N, 50 Hz | 5 x 2,5 - H07RN-F | max. 100 m |
| 230V, 3~, P, N, 60 Hz | 5 x 2,5 - H07RN-F | max. 58 m |
| 230V, 1~, P, N, 50 Hz | 3 x 2,5 - H07RN-F | max. 100 m |
| 230V, 1~, P, N, 50Hz | 3 x 1,5 - H07RN-F | max. 60 m |
De vermelde lengte wordt gemeten vanaf de voorzekering tot de installatie. Indien de vermelde lengte niet volstaat, moet de fabrikant van de installatie geraadpleegd worden.
De uitvoering van de aansluiting is gericht op de toepassing.
- Indien de installatie op verschillende wasplaatsen wordt gebruikt, worden kabel en waterslang op de grond meegetrokken.
- Bij een vaste installatie op een wasplaats kan de water- en stroomtoevoer langs boven gebeuren.
Kabelsleep op de grond

→ Waterslang aansluiten aan de wateringang.
→ Stroomkabel met het stroomnet verbinden.
Kabelsleep via bovenleiding
De toevoerleidingen worden door een in hoogte verstelbare kabelarm naar de eerste leidingwagen geleid.
Stroom- en wateraansluiting zijn vast geïnstalleerd en moeten door een gekwalificeerd vakman uitgevoerd worden.
Draairichting van de borstel contro- leren
Bij de eerste aansluiting van de spannings- voorziening moet de draairichting van de borstel gecontroleerd worden.

→ De veiligheidsschakelaar indrukken die in de bovenstaande afbeelding met een pijl gemarkeerd is.
De borstel moet in de richting van de pijl draaien.
→ Bij een verkeerde draairichting de stroomaansluiting door een electricien laten veranderen.
Doseerpomp instellen
Bij de volgende installaties wordt standaard geen doseerpomp meegeleverd:
-1.286-235.0
-1.286-245.0
-1.286-345.0
-1.286-435.0
-1.286-445.0
Instructie:
De doseerhoeveelheid werd in de fabriek optimaal ingesteld. In de regel is er geen hernieuwde instelling nodig.
VOORZICHTIG
Doseerpomp kan beschadigd worden. Draaiknop alleen bij draaiende pomp in werking stellen.

→ Draaiknop bij een draaiende doseer-pomp op de gewenste doseerhoeveel-heid zetten.
De gegevens in percent op de doseerpomp hebben betrekking op het maximale pompvermogen.
Werking
Voor elke werking
→ Hindernissen en rondslingerende voorwerpen uit de wasplaats verwijderen.
→ Wateraansluiting tot stand brengen.
→ Stroomaansluiting tot stand brengen.
→ Vulpeil van de reinigingsmiddeltank controleren en indien nodig bijvullen.
⚠ GEVAAR
Struikelgevaar door op de grond liggende voorwerpen of toevoerleidingen.
→ Vóór de inbedrijfstelling van de installatie op de wasplaats liggende voorwerpen verwijderen.
→ Bij het gebruik van de installatie met kabelsleep op de grond moet gelet worden op een zorgvuldige geleiding van de toevoerleidingen.
Wat te doen in noodgevallen
→ In noodgevallen de veiligheidsschakelaar Borstel loslaten.
Voertuig voorbereiden
→ Ramen, deuren en dakramen sluiten.
→ Zijspiegels wegnemen of inklappen.
→ Antennes induwen of verwijderen.
→ Losse onderdelen (hoeskabel, enz.) verwijderen of beveiligen.
→ Dekzeilen sluiten en veilig vastzetten.
Bediening
→ Voertuig centraal op de wasplaats of onder de kabelsleep plaatsen.
→ Installatie met krukhendel Kantelen instellen op de helling van het te reinigen oppervlak.
→ Installatie aan het begin van een zijkant van het voertuig positioneren.
→ Afsluitventiel voor in wasrichting liggen-de sproeibuis openen
→ Hoofdschakelaar inschakelen.
→ Doseerpomp inschakelen.
→ Installatie met beide handen vasthouden aan de in wasrichting liggende handgreep.
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar. Draairichting niet veranderen bij een draaiende borstel.
→ Borstel aan de overeenkomstige handgreep inschakelen door een de veiligheidsschakelaar Borstel te trekken.

Borstelindompeldiepte

→ Installatie op een gelijkmatig tempo langs het voertuig leiden door aan de handgreep te trekken.
Instructie:
Installatie altijd voorttrekken.
De draairichting van de borstel is zodanig gekozen dat bij het trekken een minimale krachtinspanning vereist is.
Bij een correcte aandrukkeracht raken de afstandsrollen het voertuig heel licht.
Een te grote aandrukkracht leidt niet tot een verbetering van het reinigingsresultaat.
Bij vaste, niet-inklapbare spiegels moet de installatie wat van het voertuig weggetrokken worden.
→ Aan de hoeken van het voertuig moet de installatie opnieuw uitgericht, de helling eventueel opnieuw ingesteld en het wasproces verdergezet worden.
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar voor de toevoerleiding doordat deze gewrongen komt te zitten. Wasrichting na elke afronding van het voertuig veranderen.
Wanneer alle kanten van het voertuig gewassen zijn:
→ doseerpomp uitschakelen
→ watertoevoer omschakelen op andere sproeibuis
→ Nogmaals rond het voertuig gaan om in omgekeerde richting te spoelen.
Wasproces beëindigen
→ Wasinstallatie van het voertuig weg-trekken.
→ Veiligheidsschakelaar Borstel loslaten.
→ doseerpomp uitschakelen
→ Watertoevoer sluiten.
→ Bij langere pauzen:
Hoofdschakelaar in stand '0' draaien. Indien nodig de toevoerleiding spanningsvrij maken.
Opslag
⚠ WAARSCHUWING
Verwondings- en beschadigingsgevaar! Gewicht van de installatie in acht nemen bij de opslag.
→ Installatie naar de opbergplaats schuiven.
→ Bij kabelsleep op de grond eventueel aansluitleidingen verwijderen.
→ In open lucht en bij een open hal moet de installatie windvrij opgesteld of met kabels of kettingen tegen omvallen beschermd worden.
→ Parkeerremmen aan de rollen aanspannen.
GEVAAR
Verwondingsgevaar door vallende installatie. Installatie windvrij opstellen en tegen omvallen beveiligen.
Vorstbescherming
De watergeleidende onderdelen van de installatie moeten tegen vorst beschermd worden aangezien ze anders beschadigd worden.
Bij kans op vorst moet de installatie volledig afgewaterd worden:
→ Watertoevoer sluiten.
→ Toevoerleiding (waterslang) en installatie met perslucht uitblazen.
→ Borstelaandrijving inschakelen zodat het water uit de borstel gedreven wordt.
Onderhoud en reparatie
Onderhoudsinstructies
Basisprincipe voor een gebruiksveilige installatie is het regelmatige onderhoud volgens het volgende onderhoudsplan.
Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen van de fabrikant of door hem aanbevolen onderdelen zoals
- reserve- en slijtageonderdelen
- accessoires
- bedrijfsstoffen
– Reinigingsmiddel
⚠ GEVAAR
Gevaar door elektrische schok. Installatie spanningsvrij schakelen door de installatie met de hoofdschakelaar op „0“ te schakelen en tegen opnieuw inschakelen te beveiligen.
Gevaar van oogverwondingen door weg- vliegende (vuil)deeltjes. Niet in de buurt van de roterende borstels staan. Bij onder- houdswerkzaamheden een veiligheidsbril dragen.
Wie mag inspectie-, onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden uitvoeren?
Exploitant
Werkzaamheden met de aanduiding 'Exploitant' mogen alleen door geschoolde personen uitgevoerd worden die de wasinstallatie veilig kunnen bedienen en onderhouden.
Klantendienst
Werkzaamheden met de aanduiding „Klantenservice“ mogen alleen door monteurs van de Kärcher-klantenservice worden uitgevoerd.
Onderhoudscontract
Om een betrouwbare werking van de installatie te garanderen, raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten. Ge-lieve contact op te nemen met uw betreffende Kärcher-klantenservice.
Onderhoudsschema
| Tijdstip Handeling Betrokken | component Oplossing Door | wie | ||
| maande-lijks | Smeren Borstellager | er Smeernippel met vetpers smeren. | Vet 6.288-059.0 | Bediener |
| Lager kantelas | ||||
| Ketting Vet 6.288-059.0 met kwast aanbrengen. Bediener | ||||
| Visuele controle Z | wenkwielen Controleren op soepelheid, indien nodig smeren.Parkeerrem controleren, indien nodig repareren of zwenkwiel vervangen | Bediener | ||
| Sproeiers in de sproeibuis. Sproeibeeld van de sproeiers controleren.Indien nodig sproeiers reinigen. | Bediener | |||
| Reinigingsmiddel-zuigfilter | Afzettingen verwijderen. | Bediener | ||
| Kabelsleep (optie) | Leidingen controleren op beschadiging en bewegingsvrijheid. | Bediener | ||
| elk kwartaal | Visuele controle B | orstel Stevigheid van de segmenten en de eindklemmen controleren. Properheid en toestand van de borstelharen controleren. De borsteldiameter moet groter zijn dan 870 mm. | Bediener | |

Vierkante as met halve schaal

1 Eindklemmen
2 Halve borstelschaal
⚠ GEVAAR
Ongevallengevaar bij het werkzaamheden aan de installatie!
Voor werkzaamheden aan de installatie de hoofdschakelaar uitschakelen en beveiligen.
→ Schroeven van de eindklemmen eruit draaien en eindklemmen verwijderen.
→ Halve borstelschalen tegen elkaar verschuiven en van de borstelas nemen.
→ Nieuwe halve schalen als volgt monteren.

Kans op ongelukken! Er worden twee verschillende types van halve schalen gebruikt die in geen geval gecombineerd mogen worden. Zoniet kunnen de halve schalen tijdens het bedrijf van de installatie loskomen van de as. Beide types verschillen van elkaar door de positionering van de draden aan het uiteinde c.q. het begin van de halve schaal. Om onevenwicht en daaruit resulterende beschadigingen te vermijden, moet het volgende in acht genomen worden: De halve schalen moeten altijd samen vervangen worden, dus telkens als volledig segment. Langs de stootvoeg moeten de borsteldraden van de tegenoverliggende halve schalen altijd verspringen ten opzichte van elkaar.
→ Eerste paar halve schalen op de as plaatsen en bij elkaar schuiven.
→ Tweede paar halve schalen 90° gedraaid aanbrengen en bij elkaar schuiven.
→ Andere paren halve schalen telkens 90° verspringend op de as aanbrengen.
→ Na de montage van het laatste paar halve schalen de eindklemmen aanbrengen.
→ Eindklemmen tegen het laatste paar halve schalen schuiven en schroeven aanspannen.
→ Correcte montage van de halve schalen en stevigheid van de schroeven nogmaals controleren.
Ronde as met borstelmatten
GEVAAR
Ongevallengevaar bij het werkzaamheden aan de installatie!
Voor werkzaamheden aan de installatie de hoofdschakelaar uitschakelen en beveiligen.

→ Schroeven van een matsegment losdraaien en matsegment wegnemen.
→ Andere matsegmenten achtereenvolgens verwijderen.
→ Eerste, nieuwe matsegment in de voorziene gaten monteren.
→ Elk daaropvolgend matsegment 180° gedraaid ten opzichte van het vorige monteren.
→ Nadat de montage is afgesloten nogmaals de correcte positionering van de matsegmenten en de stabiliteit van de schroeven controleren.
Hulp bij storingen
GEVAAR
Gevaar door elektrische schok.
Werkzaamheden aan de elektrische installatie mogen alleen door erkende elektriciens worden uitgevoerd.
Bij alle werkzaamheden de installatie spanningsvrij schakelen, daartoe de installatie bij de hoofdschakelaar op '0' schakelen en tegen opnieuw inschakelen beveiligen.
Werkzaamheden met de aanduiding „Exploitant“ mogen uitsluitend door opgeleide personen uitgevoerd worden die de wasinstallatie op een veilige manier kunnen bedienen en onderhouden.
Electriciens
Personen met een beroepsopleiding in de elektrotechnische sector.
Klantendienst
Werkzaamheden met de aanduiding „Klantendienst“ mogen uitsluitend door mon- teurs van de Kärcher-klantendienst resp.
door Kärcher gevolmachtigde monteurs uitgevoerd worden.
⚠ GEVAAR
Gevaar door elektrische schok.
Installatie spanningsvrij schakelen door de installatie met de hoofdschakelaar op „0“ te schakelen en tegen opnieuw inschakelen te beveiligen.
Gevaar van oogverwondingen door weg- vliegende (vuil)deeltjes. Niet in de buurt van de roterende borstels staan. Bij onder- houdswerkzaamheden een veiligheidsbril dragen.
Storingen
| Storing Mogelijke oorzaak | Oplossing Door wie | ||
| Installatie start niet Geen stroom Controleer het elektriciteitsnet. Elektri- | cien | ||
| Zekering defect. Hef de oorzaak op. | Zekering vervangen | ||
| Motorveiligheidsschakelaar is geactiveerd. Stroomopname controleren. | |||
| Borstel bereikt het toeren-tal niet | Lager loopt stroef. Borstellager controleren. Bediener | ||
| Doseerpomp zuigt niet,ondanks ontluchting enmax. doseerhoeveelheid. | Afzettingen op klepzittingen, vastgekleefdekleppen. | Zuigleidingen en ventielen spoelen. Bediener | |
| Doseerpomp zuigt lucht Aansluiting zuigventiel of drukventiel ondicht. Ventielen en zuigleidingen op dichtheid con-troleren. | Bediener | ||
| Pompen van de doseer-pomp ondicht | Pompkop niet aangespannen. Schroeven pompkop aanspannen. Bediener | ||
| Pompkop niet aangespannen.Membraanveer gebroken. | Schroeven pompkop aanspannen.Membraan vervangen. | Bediener | |
| Doseerpomp werkt niet,controlelampje brandt niet. | Geen stroom Stroomverzorging controleren en veilig stel-len. | Bediener | |
| Zekering defect. Zekering vervangen Bediener | |||
| Plaat defect. | Plaat vervangen. | Elektri-cien | |
| Onregelmatig sproeibeeldvan de sproeiers. | Sproeikoppen verstopt. | Sproeikoppen reinigen. | Bediener |
Technische gegevens
| Installatieafmetingen | ||||
| RBS 6012 | RBS 6013 | RBS 6014 | ||
| Installatiehoogte | mm | 3180 | 4090 | 4370 |
| Washoogte | mm | 3645 | 3925 | 4205 |
| Installatiebreedte | mm | 1700 | ||
| Gewicht | kg | 234 | 237 | 240 |
| Benodigde ruimte wasplaats | mm | Voertuiglengte +4000Voertuigbreedte + 4000 | ||
| Waterstromingsdruk | MPa (bar) | 0,3...0,6 (3...6) | ||
| Wateraansluitpunt | duim | 3/4 | ||
| Waterverbruik, ca. | l/min | 80 | ||
| Max. watertemperatuur | °C | 30 | ||
| Netbelasting | kW | 1,1 | ||
| Beveiligingsklasse | IP54 IP45 | |||
| Omgevingstemperatuur | °C | +3...+50 | ||
| Luchtvochtigheid, max. | % | 70 | ||
| Geluidsdrukniveau L_pA | dB(A) | 65 | ||
| Onzekerheid K_pA | dB(A) | 4 | ||
| Schwingungsgesamtwert Arme | m/s2 | <2,5 | ||
| Unsicherheit K | m/s2 | 0,1 | ||
Leveringsomvang
| Inhoud Afmetingen | Gewicht | ||
| los Installatie RBS 4500 | mm x 1700 mm x 1100 | 0 mm 250 kg | |
| Karton Accessoires 400 | mm x 350 mm x 350 | mm 5 kg |
Installatievarianten
| Installatie met do-seerpomp 0...5 l/h(0...80ml/min) | ca. 100 % komt overeen met 80 ml/min |
| Installatie met do-seerpomp 0..0,15 l/h(0..0,250 ml/min) | 32...64 % komt overeen met 80...160 ml/min |
Opbouwsets
Aanbouwset doseerpomp
Bestelnummer 3.637-162.0
Afvoerreservoir
500 l, bestelnummer 3.070-010.0
1000 I, bestelnummer 3.070-011.0
Vlotterventiel
Bestelnummer 6.412-765,0
Drukverhogingsinstallatie
Bestelnummer 6.473-165,0
Aanbouwset buisscheider
Bestelnummer 2.637-650,0
EU-conformiteitsverklaring
Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht.
Product: Wasinstallatie
Type: 1.826-xxx
Van toepassing zijnde EU-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60204-1
EN 61000-6-3: 2007 + A1:2011
EN 61000-6-2: 2005
Toegepaste landelijke normen
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.
Documentatieverantwoordelijke:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
In elk land gelden de door onze bevoegde verkoopmaatschappij uitgegeven garantie- voorwaarden. Eventuele storingen aan de accessoires herstellen wij binnen de garanti- periode kostenloos voor zover een materiaal- of productiefout de oorzaak is. Voor garantieaanspraken wendt u zich met uw aankoopbewijs tot uw handelaar of de dichtstbijzijnde, bevoegde klantendienst.
Reserveonderdelen
- Er mogen uitsluitend toebehoren en reserveonderdelen gebruikt worden die door de fabrikant zijn vrijgegeven. Originele toebehoren en reserveonderdelen bieden de garantie van een veilig en storingsvrije werking van het apparaat.
- Een selectie van de meest frequent benodigde reserveonderdelen vindt u achteraan in de gebruiksaanwijzing.
- Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op www.kaercher.com bij Service.