KAPEX KS 120 R - Zaag FESTOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KAPEX KS 120 R FESTOOL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KAPEX KS 120 R FESTOOL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KAPEX KS 120 R - FESTOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KAPEX KS 120 R van het merk FESTOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING KAPEX KS 120 R FESTOOL
Faserwerkstoffe 1 - 3
2 Veiligheidsvoorschriften.... 71
3 Gebruik volgens de voorschriften....74
6 Inbedrijfstelling....75
7 Instellingen....76
8 Werken met het elektrisch gereedschap.... 79
9 Onderhoud en verzorging....81
10 Accessoires.... 82
11 Milieu....82
1 Symbolen

Waarschuwing voor algemeen gevaar

Waarschuwing voor elektrische schok

Lees de gebruiksaanwijzing en veiligheidsvoorschriften!

Gevarenzone! Handen weghouden!

Draag een veiligheidsbril!

Draag een zuurstofmasker!

Draag gehoorbescherming!

Pas op laserstralen!

Draag veiligheidshandschoenen!

Niet met het huisvuil meegeven.

Beveiligingsklasse II

Tip, aanwijzing

Handelingsinstructie

Elektronica met regelbaar, constant toerental en temperatuurbewaking

FastFix wisselen van gereedschap

Rem voor veilig werken

Hout

Gelamineerde houten platen

Vezelcementplaten Eternit

Aluminium

CE-markering: Bevestigt de conformiteit van het elektrische gereedschap met de richtlijnen van de Europese Unie.
2 Veiligheidsvoorschriften
2.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- voorschriften en aanwijzingen. Worden
de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen om ze later te kunnen raadplegen.
Het begrip "elektrisch gereedschap" dat in de veiligheidsinstructies gebruikt wordt, heeft betrekking op elektrisch gereedschap met netvoeding (met netsnoer) of elektrisch gereedschap met accuvoeding (zonder netsnoer).
2.2 Machinespecifieke veiligheidsvoorschriften
- Verstekafkortzagen zijn bestemd voor het zagen van hout of houtachtige producten. Zij mogen niet voor het zagen van ijzer, zoals staven, stangen, schroeven etc. worden gebruikt. Slijpstof leidt tot het blokke- ren van bewegende delen zoals de onder- ste beschermkap. Vonken van het zagen verbranden de onderste beschermkap, de inlegplaat en andere kunststof onderdelen.
- Fixeer het werkstuk indien mogelijk met klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd tenminste 100 mm van elke kant van het zaagblad verwijderd houden. Gebruik de zaag niet voor het zagen van stukken die te klein zijn om ze vast te klemmen of met de hand vast te houden. Als uw hand te dicht bij het zaagblad is, bestaat er een verhoogd
Nederlands
letselgevaar door contact met het zaagblad.
- Het werkstuk moet onbeweeglijk zijn en óf vastgespannen óf tegen de aanslag en de tafel gedrukt worden. Schuif het werkstuk niet in het zaagblad en zaag nooit 'uit de vrije hand'.Losse of bewegende werkstukken zouden met hoge snelheid weggeslingerd kunnen worden en tot letsel leiden.
- Schuif de zaag door het werkstuk. Voorkom dat u de zaag door het werkstuk trekt. Voor een zaagsnede tilt u de zaagkop op en trekt u hem over het werkstuk zonder te zagen. Vervolgens schakelt u de motor in, zwenkt u de zaagkop naar beneden en drukt u de zaag door het werkstuk. Bij een trekkende zaagsnede bestaat het gevaar dat het zaagblad uit het werkstuk omhoog komt en de zaagbladeenheid met geweld naar de bediener wordt geslingerd.
- Ga nooit, noch voor noch achter het zaagblad, kruiselings met uw hand over de beoogde zaaglijn heen. Het vasthouden van het werkstuk "met gekruiste handen", d.w.z. het vasthouden van het werkstuk met de linkerhand rechts van het zaagblad of omgekeerd is zeer gevaarlijk.
- Kom nooit bij een draaiend zaagblad met uw hand achter de aanslag. Zorg ervoor dat de veiligheidsmarge tussen uw hand en het draaiende zaagblad nooit minder is dan 100 mm. (Dit geldt voor beide kanten van het zaagblad, bijv. bij het verwijderen van houtafval). Een geringe afstand van het draaiende zaagblad tot uw hand is mogelijkkerwijs niet duidelijk zichtbaar en u kunt ernstig letsel oplopen.
- Controleer het werkstuk voor het zagen. Als het werkstuk gebogen of vervormd is, spant u het met de naar buiten gekromde kant in de richting van de aanslag vast. Zorg er altijd voor dat er langs de zaaglijn geen spleet is tussen werkstuk, aanslag en tafel. Gebogen of vervormde werkstukken kunnen verdraaid raken of verplaatsen, waardoor het draaiende zaagblad bij het zagen beklemd kan raken. Er mogen zich geen spijkers of oneigenlijke elementen in het werkstuk bevinden.
- Gebruik de zaag pas wanneer de tafel vrij is van gereedschap, houtafval, etc.; alleen het werkstuk mag zich op de tafel bevin-den. Klein afval, losse houtstukken of andere voorwerpen die in contact komen met
het draaiende blad, kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd.
- Zaag nooit meer dan één werkstuk tegelijk. Meerdere gestapelde werkstukken kunnen niet goed worden gespannen of vastgehouden en kunnen tijdens het zagen wegschuiven of ervoor zorgen, dat het blad vastloopt.
- Zorg ervoor dat de verstekafkortzaag vóór gebruik op een vlak, stevig werkvlak staat. Een vlak en stevig werkvlak vermindert het gevaar dat de verstekafkortzaag instabiel wordt.
- Plan uw werk. Telkens wanneer u de verstekhoek van het zaagblad verandert, moet u erop letten dat de instelbare aan-slag juist is afgesteld, het werkstuk ondersteunt en daarbij niet met het blad of de beschermkap in contact komt. Simuleer bij een niet-ingeschakelde machine en zonder werkstuk op de tafel een volledige zaagbeweging van zaagblad om er zeker van te zijn dat er geen sprake is van belemmeringen of het gevaar dat in de aanslag wordt gezaagd.
- Zorg bij werkstukken die breder of langer zijn dan het tafeloppervlak voor een passende ondersteuning, bijv. door tafelverlengingen of zaagbokken. Werkstukken die langer of breder zijn dan de tafel van de verstekafkortzaag, kunnen kantelen indien ze niet goed worden ondersteund. Wanneer een afgezaagd stuk hout of werkstuk kan-telt, kan het de onderste beschermkap omhoog laten komen of ongecontroleerd door het draaiende zaagblad worden weg-geslingerd.
- Roep niet de hulp van andere personen in als vervanging voor een tafelverlenging of als extra steun. Een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan ertoe leiden, dat het blad vastloopt. Ook kan het werkstuk tijdens het zagen verschuiven en u en uw hulp in het draaiende blad trekken.
- Het afgezaagde stuk mag niet tegen het draaiende zaagblad worden gedrukt. Wanneer er weinig plaats is, bijv. bij gebruik van lengteaanslagen, kan het afgezaagde stuk bij het blad ingeklemd raken en met geweld worden weggeslingerd.
- Gebruik altijd een klem of een passende voorziening om rond materiaal, zoals stangen of buizen, goed te ondersteunen. Stangen kunnen bij het zagen gemakkelijk
wegrollen, waardoor het zaagblad zich kan "vastbijten" en het werkstuk met uw hand in het blad getrokken kan worden.
- Laat het blad het volledige toerental be-reiken voordat u in het werkstuk zaagt. Dit vermindert het risico dat het werkstuk weggeslingerd wordt.
- Schakel de verstekafkortzaag uit indien het werkstuk beklemd raakt of het zaagblad blokkeert. Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen, trek de stekker uit het stopcontact en/of haal de accu uit de machine. Verwijder vervolgens het ingeklemde materiaal. Wanneer u bij zo'n blokkering verder zaagt, kan dit leiden tot verlies van controle of beschadiging van de verstekafkortzaag.
- Laat na het beëindigen van de zaagsnede de schakelaar los, houd de zaagkop omlaag en wacht tot het blad stilstaat, voordat u het afgezaagde stuk verwijdert. Het is zeer gevaarlijk om met de hand in de buurt van het uitlopende zaagblad te komen.
- Houd de handgreep goed vast als u een onvolledige zaagsnede uitvoert of als u de schakelaar loslaat voordat de zaagkop zijn onderste stand heeft bereikt. Door de remwerking van de zaag kan de zaagkop schoksgewijs naar onderen getrokken worden, wat een verwondingsrisico betekent.
2.3 Gereedschappen en gereedschapsdelen
- Zaagbladen altijd in de juiste grootte en met passend opnameboorgat gebruiken (bijv. stervormig of rond). Zaagbladen die niet op de montagedelen van de zaag passen, lopen excentrisch, kunnen splinters uit het materiaal slaan en deze naar buiten slingeren. Deze splinters kunnen de ogen van de gebruiker of van omstanders raken.
- Vervormde zaagbladen of zaagbladen met barstjes en met stompe of defecte snijvlakken mogen niet worden gebruikt.
- Gebruik alleen zaagbladen die minstens voor het maximale toerental van de zaag geschikt zijn.
- Transporteer het zaagblad alleen in een geschikte verpakking. Wij adviseren om hiervoor de originele verpakking te gebruiken.
- Gebruik alleen zaagbladen die door de fabrikant aanbevolen worden en die geschikt zijn voor het materiaal dat u wilt bewerken.
Dit voorkomt een oververhitting van de zaagtanden bij het zagen.
2.4 Overige veiligheidsvoorschriften
- Alleen zaagbladen gebruiken die aan de gegevens uit het reglementaire gebruik voldoen. Zaagbladen die niet op de montagedelen van de zaag passen, lopen excentrisch, kunnen splinters uit het materiaal slaan en deze naar buiten slingeren. Deze splinters kunnen de ogen van de gebruiker of van omstanders raken.
- Alleen zaagbladen met een spaanhoek ≤ 0° gebruiken. Een spaanhoek > 0° trekt de zaag in het werkstuk. Er bestaat verwondingsgevaar door terugslande zaag en roterend werkstuk.
- Voor gebruik altijd de werking van de pen- delbeschermkap controleren. Het elek- trisch gereedschap alleen gebruiken indien het volgens voorschrift functioneert.
- Niet met uw handen in de spaanafvoer grijpen. Draaiende onderdelen kunnen uw handen verwonden.
- Tijdens het werken kunnen schadelijke/giftige stoffen ontstaan (bijv. bij loodhoudende verf en enkele houtsoorten). Voor de gebruiker van de machine of voor personen die zich in de buurt van de machine bevinden kan het aanraken of inademen van deze stoffen gevaarlijk zijn. Neem de veiligheidsvoorschriften in acht die in uw land van toepassing zijn.

- Draegter bescherming van uw gezondheid een P2-stofmasker. Zorg in gesloten ruimtes voor voldoende ventilatie en sluit een mobiele stofzuiger aan.
- Vervang aangezaagde of beschadigde aan- slagen. Beschadigde aanslagen kunnen bij het werken met de zaag worden weggeslin- gerd. Omstanders kunnen letsel oplopen.
- Alleen originele Festool accessoires en verbruiksmaterialen gebruiken. Alleen door Festool geteste en goedgekeurde accessoires zijn veilig en perfect op de machine en het gebruik afgestemd.
- Het elektrische gereedschap alleen in binnenruimtes en droge omgeving gebruiken.
2.5 Aluminiumbewerking

Bij de bewerking van aluminium dient men zich uit veiligheidsoverwegingen te houden aan de volgende maatregelen:
Nederlands
- Voorschakelen van een differentiaal- (FI-, PRCD-) veiligheidsschakelaar.
- Elektrisch gereedschap op een geschikt afzuigapparaat aansluiten.
- Elektrisch gereedschap regelmatig reinigen van stofafzettingen in de motorbehuizing.
- Een aluminium-zaagblad gebruiken.

Draag een veiligheidsbril!
2.6 Veiligheidsvoorschriften voor lasers
- Richt de laserstraal nooit op personen.
Door verblinding kunnen er ongevallen ont-staan. - Kijk nooit in een directe of reflecterende laserstraal. Komt de laserstraal toch in uw ogen, sluit ze dan direct en beweeg uw hoofd weg van de straal. Wanneer de laserstraal uw oog raakt, kan dit tot oogletsel leiden.
- Breng geen wijzigingen aan de laser aan.
Een gewijzigde laser kan extra gevaar veroorzaken.
2.7 Restrisico's
Ook wanneer u zich aan alle relevante bouwvoorschriften houdt, kunnen zich bij gebruik van de machine nog gevaarlijke situaties voordoen, bijv. als gevolg van:
- Aanraking van draaiende delen van de zijkant: zaagblad, spanflens, flensschroef,
- aanraking van spanningvoerende delen bij geopende behuizing en niet-uitgetrokken stekker,
- het wegvliegen van werkstukdelen,
- het wegvliegen van werkstukdelen bij beschadigd gereedschap,
- geluidsemissie,
- stofemissie.
2.8 Emissiewaarden
De volgens EN 62841 bepaalde waarden bedragen gewoonlijk:
Geluidsdrukniveau L _PA = 88 dB(A)
Geluidsvermogensniveau L _WA = 101 dB(A)
Onzekerheid K = 3 dB

VOORZICHTIG
Geluid dat bij het werk optreedt Beschadiging van het gehoor
▶ Gehoorbescherming gebruiken.
De aangegeven geluidemissiewaarden
- zijn aan de hand van een genormeerde testprocedure gemeten en kunnen ter vergelijking van een elektrisch gereedschap met een ander gereedschap worden gebruikt.
- Ze kunnen tevens voor een voorlopige beoordeling van de belasting worden gebruikt.

VOORZICHTIG
De geluidsemissies kunnen - afhankelijk van de manier waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt, welk soort werkstuk wordt bewerkt - tijdens het werkelijke gebruik van het elektrische gereedschap van de specificaties afwijken.
▶ Veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener vastleggen die baseren op een beoordeling van de belasting tijdens de feitelijke gebruiksomstandigheden. (Hierbij moet rekening gehouden worden met de bedrijfscyclus, bijvoorbeeld tijden waarop het elektrische gereedschap uitgeschakeld is en dergelijke waarbij het weliswaar ingeschakeld is, maar zonder belasting loopt.)
3 Gebruik volgens de voorschriften
Het elektrische gereedschap is als stationair toestel bestemd voor het zagen van hout, kunststof, aluminiumprofielen en vergelijkbare materialen. Andere materialen, vooral staal, beton en mineraal materiaal mogen niet bewerkt worden.
Alleen Festool-zaagbladen gebruiken die voor het gebruik met dit elektrische gereedschap bedoeld zijn.
De zaagbladen moeten de volgende gegevens bezitten:
- Diameter zaagblad 260
- Zaagbreedte 2,5 (komt overeen met tand-breedte)
- Opnamegat 30
- Stambladdikte 1,8
- Zaagblad conform EN 847-1
- Zaagblad met spaanhoek ≤slant 0^
Festool-zaagbladen voor de houtbewerking voldoen aan de norm EN 847-1.
Zaag alleen materialen die conform de bepalingen voor het betreffende zaagblad bestemd zijn.
Dit elektrische gereedschap mag uitsluitend door vakmannen of goed opgeleide personen worden gebruikt.

De gebruiker is aansprakelijk voor schade en letsel bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaatsvindt.
| Afkortzaag KS 120 REB, | |
| KS 88 RE | |
| Service | |
| 220-240 V | 1600 W |
| 110 V | 1400 W |
| Toerental (onbelast) | 1400 - 3600 min ^-1 |
| Gereedschapsspil, ∅ 30 mm | |
| Gewicht conform EPTA-procedure 01:2014 | |
| KS 120 REB | 24 kg |
| KS 88 RE | 23 kg |
| Max. werkstukafmetingen zie hoofdstuk | |
| .Werken met het elektrisch gereedschap>. | |
5 Apparaatelementen
| [1.1] | Handgreep |
| [1.2] | Aan-/uitschakelaar |
| [1.3] | Inschakelblokkering |
| [1.4] | Hendel voor begrenzing afkortdiepte |
| [1.5] | Draaiknop voor de klemming van de trekinrichting |
| [1.6] | Transportbeveiliging |
| [1.7] | Schaal voor verstekhoek (verticaal) |
| [1.8] | Tafelverbreding |
| [1.9] | Draaiknop voor tafelverbreding |
| [1.10] | Schaal voor verstekhoek (horizontaal) |
| [1.11] | Spanhendel voor verstekhoek (horizontaal) |
| [1.12] | Bevestigingshendel voor vooraf ingestelde verstekhoek (horizontaal) |
| [1.13] | Pendelbeschermkap |
| [1.14] | Draaigreep voor de fijninstelling van de verstekhoek (verticaal)* |
| [2.1] | Aan-/uitschakelaar voor laser* |
| [2.2] | Stelknop voor toerental |
| [2.3] | Fastfix spilvergrendeling |
[2.4] Spanhendel voor aanslagliniaal
[2.5] Speciale box
[2.6] Ontgrendelingshendel voor speciale afkortstand*
[2.7] Hendel voor speciale afkortstand*
[2.8] Kabelopwikkeling met geïntegreerde draaggreep
[2.9] Spanhendel voor verstekhoek (verticaal)
[2.10] Keuzeschakelaar voor verstekhoekbereik (verticaal)
De componenten die op de afbeeldingen met * gemarkeerd zijn, zijn alleen bij de leveringsomvang van de KS 120 REB inbegrepen.
De vermelde afbeeldingen staan aan het begin en aan het einde van de gebruiksaanwijzing.
6 Inbedrijfstelling

WAARSCHUWING
Ontoelaatbare spanning of frequentie!
Risico van ongevallen
- De netspanning en de frequentie van de stroombron dienen met de gegevens op het typeplaatje overeen te stemmen.
In Noord-Amerika mogen alleen Festool-machines met een spanningsopgave van 120 V/60 Hz worden gebruikt.
Voor de eerste inbedrijfstelling
- Verwijder de transportbeveiliging [4.4] van de trekstang.
In-/uitschakelen
- Druk de aan-/uitschakelaar in tot aan de weerstand in om het zaagaggregaat en de pendelbeschermkap te ontgrendelen.
- Druk op de inschakelvergrendeling [1.3].
- Druk de aan-/uitschakelaar [1.2] geheel in om de machine in te schakelen.
- Laat de aan-/uitschakelaar weer los om de machine uit te schakelen.
6.1 Plaatsing van de machine

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact!
Monteer de machine voor het gebruik op een vlak en stabiel werkvlak (bijv. het onderstel UG-
KAPEX, de multifunctionele tafel MFT of een werkbank).
De volgende montagemanieren zijn mogelijk
Schroeven: Bevestig de machine met vier schroeven op het werkvlak. Hiervoor dienen de boorgaten [6.1] in de vier steunpunten van de zaagtafel.
Schroefklemmen: Bevestig de machine met vier schroefklemmen op het werkvlak. De egale vlakken [6.2] op de vier ondersteuningspunten van de zaagtafel dienen als spanvlakken.
Spanset (voor MFT): Bevestig de machine met de spanset [6.4, 494693] op de multifunctionele tafel MFT van Festool. Daarvoor dienen de beide schroefgaten [6.3].
Onderstel UG-KAPEX: bevestig de machine op het onderstel zoals beschreven in de montagehandleiding die bij het onderstel is gevoegd.
6.2 Transport
Machine beveiligen (transportstand)
▶ Druk op de aan-/uitschakelaar [4.1].
▶ Draai het zaagaggregaat tot de aanslag naar beneden.
▶ Druk op de vergrendeling [4.2]. Het zaagaggregaat bevindt zich nu in de onderste stand.
- Trek de draaiknop [4.3]aan om het zaagaggregaat in de achterste stand te beveiligen.
- Wikkel het netsnoer voor het transport op de kabelopwikkeling [5.5].
▶ Berg de inbussleutel [5.4] en de zwaaihaak [5.3] (alleen KS 120 REB) op in de daarvoor bestemde opberghouder.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- De machine nooit aan de beweegbare pendelbeschermkap [5.1] optillen of dragen.
- Pak de machine om te dragen aan de zijkant aan de zaagtafel [5.2] beet en aan de handgreep [5.5] in de kabelopwikkeling.
Machine ontgrendelen (werkstand)
▶ Druk het zaagaggregaat iets omlaag en trek aan de transportbeveiliging [4.2].
▶ Draai het zaagaggregaat omhoog.
▶ Open de draaiknop [4.3].
7 Instellingen


WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact!
Alleen KS 120 REB: Vervang de waarschu-wingssticker [3.1] voor de laser door de bijge-voegde waarschuwingssticker in uw eigen taal.
7.1 Zaagblad selecteren
Festool-zaagbladen zijn met een gekleurde ring gemarkeerd. De kleur van de ring staat voor het materiaal waarvoor het zaagblad geschikt is.
| Geel Hout | |
| Rood Gelamineerde houten platen | |
| Groen Vezelcementplaten Eternit | |
| Blauw Aluminium, kunststof |
7.2 Wisselen van gereedschap

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
▶ Volgende instructies in acht nemen:
- Trek de stekker uit het stopcontact alvo- rens het gereedschap te wisselen.
- Druk alleen op de spilvergrendeling [7.2] als het zaagblad stilstaat.
- Het zaagblad wordt bij het werken heel heet, pak het niet vast voor het afgekoeld is.
- Draag vanwege het gevaar voor letsel door de scherpe snijkanten veiligheidshandschoenen bij het wisselen van gereedschap.
Zaagblad demonteren
▶ Breng de machine in de werkstand.
▶ Druk op de spilvergrendeling [7.2] en draai deze 90° met de wijzers van de klok mee.
▶ Draai de schroef [7.8] met de inbussleutel [7.9] geheel eruit (linkse schroefdraad).
Druk op de in-/uitschakelaar [7.3] en open daarmee de vergrendeling van de pendelbeschermkap.
▶ Open de pendelbeschermkap [7.4] in zijn geheel.
- Verwijder de spanflens [7.7] en het zaagblad.
Zaagblad monteren
▶ Reinig alle delen voordat u ze monteert (zaagblad, flens, schroef).
- Plaats het zaagblad op de gereedschapsspil [7.5].

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
- Let erop dat de draairichtingen van het zaagblad [7.6] en de machine [7.1] overeenkomen.
▶ Bevestig het zaagblad met de spanflens [7.7] en de schroef [7.8].
▶ Draai de schroef [7.8] goed vast (linkse schroefdraad).
▶ Druk op de spilvergrendeling [7.2] en draai deze 90° tegen de wijzers van de klok in.
7.3 Werkstukklem
Werkstukklem plaatsen
- Plaats de werkstukklem [8.1] in een van beide boorgaten [8.2]. Daarbij dient de kleminrichting naar achteren te wijzen.
▶ Verdraai de werkstukklem, zodat de kleminrichting naar voren wijst.
7.4 Stofafzuiging


WAARSCHUWING
Gevaar voor de gezondheid door stof
▶ Nooit zonder afzuiging werken.
▶ Nationale voorschriften in acht nemen.
▶ Draag een ademmasker!
Op de afzuigaansluiting [9.1] kan een Festool-afzuigapparaat voorzien van een afzuigslang met een diameter van 36 mm of 27 mm (36 mm aanbevolen wegens een geringer risico van verstopping) worden aangesloten.
De flexibele spaanvanger [9.2] verbetert de opvang van stof en spanen. Werk daarom niet zonder gemonteerde spaanvanger.
De spaanvanger wordt met de klem [10.1] aan de beschermkap vastgeklemd. Daarbij moeten de haken [10.2] van de klemmen in de uitsparingen [10.3] van de beschermkap vastklikken.
7.5 Tafelverbreding aanpassen
▶ Draaiknop [1.9] losdraaien.
▶ Tafelverbreding [1.8] zover uittrekken, dat het werkstuk er geheel op ligt.
▶ Draaiknop vastdraaien.
(i) Steekt het werkstuk ondanks een maximaal uitgetrokken tafelverbreding uit, dan moet het werkstuk op een andere wijze worden ondersteund.
7.6 Werkstukaanslag
Aanslagliniaal instellen
Bij versteksneden moet u de aanslaglinialen [11.1] verstellen, zodat de werking van de pendelbeschermkap er niet door wordt gehinderd en ze niet in contact met het zaagblad komen.
▶ Open de spanhendel [11.2].
▶ Verschuif de aanslagliniaal totdat de kortste afstand tot het zaagblad bij het werken max. 4,5 mm bedraagt.
▶ Sluit de spanhendel weer.
Aanslagliniaal afnemen
Bij sommige versteksneden kan het nodig zijn om een aanslagliniaal weg te nemen, omdat deze anders tegen het zaagaggregaat aan kan komen.
▶ Draai de schroef [11.3] zo ver mogelijk in het draadgat (naar beneden).
▶ U kunt nu de aanslagliniaal zijwaarts naar eruit trekken.
- Draai de schroef weer drie slagen naar buiten nadat u de aanslagliniaal opnieuw heeft ingezet.
Hulpaanslag
Om het aanslagvlak te vergroten kunt u in de boorgaten [12.1] van beide aanslaglinialen een hulpaanslag van hout [12.2] monteren. Daardoor kunt u grotere werkstukken veiliger aanleggen.
Let hierbij op de volgende punten:
- De schroeven voor het bevestigen van de hulpaanslagen mogen niet boven het oppervlak uitsteken.
- De hulpaanslagen mogen alleen voor 0°-sneden gebruikt worden.
- De hulpaanslagen mogen de werking van de beschermkappen niet belemmeren.
7.7 Horizontale verstekhoek
Er kunnen willekeurige horizontale verstekhoeken tussen 50° (aan de linkerkant) en 60° (aan de rechterkant) worden ingesteld. Bovendien kunnen de gebruikelijke verstekhoeken worden ingesteld.
De pijl van de naald [13.2] geeft de ingestelde horizontale verstekhoek aan. Met de beide markeringen rechts en links van de pijl van de naald kunt u exact hoeken van een halve graad instellen. Daartoe moeten deze beide marke-
Nederlands
ringen geheel samenvallen met de strepen op de schaalverdeling.
Standaard-verstekhoek horizontaal
De volgende verstekhoeken kunnen worden ingesteld:
▶ Breng de machine in de werkstand.
▶ Trek de spanhendel [13.5] naar boven.
▶ Druk de spanhendel [13.4] naar beneden.
- Draai de zaagtafel tot aan de gewenste verstekhoek.
▶ Laat de bevestigingshendel weer los. De bevestigingshendel moet merkbaar vastklikken.
▶ Druk de spanhendel naar beneden.
Willekeurige verstekhoeken horizontaal
▶ Breng de machine in de werkstand.
▶ Trek de spanhendel [13.5] naar boven.
▶ Druk de spanhendel [13.4] naar beneden.
- Draai de zaagtafel tot aan de gewenste verstekhoek.
▶ Druk de spanhendel naar beneden.
▶ Laat de bevestigingshendel weer los.
7.8 Verticale verstekhoek
▶ Breng de machine in de werkstand.
▶ Open de spanhendel [14.1].
▶ Draai de keuzeschakelaar [14.2] op het gewenste instelbereik (0° - 45°, +/-45° of +/-47°).
- Draai het zaagaggregaat tot de naald [14.3] de gewenste verstekhoek aangeeft. Alleen KS 120 REB: met de draaigreep voor de fijn-instelling [14.4] kunt u de verticale verstekhoek nauwkeurig instellen.
▶ Sluit de spanhendel [14.1] weer.
7.9 Speciale afkortstand
Naast de gebruikelijke stand voor het zagen of afkorten van planken/panelen bezit de machine een speciale afkortstand voor het afkorten van hoge plinten tot 120 mm.
▶ Trek het zaagaggregaat naar voren.
▶ Draai de hendel ([15.3]) naar beneden.
▶ Schuif het zaagaggregaat terug tot de metalen beugel [15.1] in de achterste opening van het zaagaggregaat inhaakt.
In deze stand kunt u nu tot 120 mm hoge plinten tegen de aanslag afkorten. De trekfunctie en de verticale draaifunctie van de afkortzaag zijn echter gedeactiveerd.
- Om de machine weer in de standaardpositie te brengen, drukt u op de ontgrendelings-hendel [15.2] en trekt u het zaagaggregaat
naar voren. De metalen beugel [15.1] komt daardoor weer los en de hendel [15.3] draait terug.
7.10 Begrenzing van de afkortdiepte
Met de traploos instelbare begrenzing van de afkortdiepte kan het verticale draaibereik van het zaagaggregaat worden ingesteld. Daardoor wordt het groeven of afplatten van werkstukken mogelijk.
① Neem de grenzen van de groef in acht: De traploze instelling is alleen mogelijk in het bereik tussen 0 en 45 mm. Ook de mogelijke lengte van de groef is begrensd. Voorbeeld: Bij een groefdiepte van 48 mm en een werkstukdikte van 88 mm ligt dit bereik tussen 40 en 270 mm.
▶ Breng de machine in de werkstand.
- Draai de hendel voor de begrenzing van de afkortdiepte [16.1] naar beneden totdat deze vastklikt. Het zaagaggregaat kan nu alleen nog tot aan de ingestelde afkortdiepte naar beneden draaien.
▶ Stel de gewenste afkortdiepte in door aan de hendel voor de begrenzing van de afkortdiepte te draaien.
- Om de begrenzing van de afkortdiepte te deactiveren draait u de hendel voor de begrenzing van de afkortdiepte weer naar boven.
7.11 Vaste horizontale stand
Met de draaiknop [16.2] kunt u het zaagaggregaat in een willekeurige positie langs de trekstangen [16.3] vastklemmen.
7.12 Laser inschakelen (alleen KS 120 REB)
De machine bezit twee lasers die de zaagsnede rechts en links van het zaagblad markeren. Daarmee kunnen ze het werkstuk aan beide kanten (linker- of rechterkant van het zaagblad resp. de zaagsnede) afstellen.
- Druk op de toets [2.1] om de laser in of uit te schakelen. Wordt de machine gedurende 30 minuten niet gebruikt, dan schakelt de laser automatisch uit en moet weer op-nieuw ingeschakeld worden.
8 Werken met het elektrisch gereedschap


WAARSCHUWING
Wegvliegende gereedschap-/werkstukonderdelen
Gevaar voor letsel
▶ Draag een veiligheidsbril!
- Bij het gebruik andere personen op afstand houden.
▶ Werkstukken altijd goed vastzetten.
- Schroefklemmen volledig op het werkstuk zetten.

WAARSCHUWING
Pendelbeschermkap sluit niet
Gevaar voor letsel
▶ Zagen onderbreken.
Aansluitkabel uit stopcontact trekken, zaagresten verwijderen. Bij beschadiging pendelbeschermkap laten vervangen.

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
▶ Volgende instructies in acht nemen:
- Correcte werkpositie:
- vooraan aan de bedienerkant;
- recht tegenover de zaag;
- naast de zaagbladlijn.
- Bij het werken het elektrisch gereedschap altijd met de bedienende hand aan de handgreep [1.1] vasthouden. De vrije hand altijd buiten het gevarenbereik houden.
- Alleen met aangepaste tafelverbreeding [1.8] werken (zie hoofdstuk 7.5).
- Geleid de machine alleen in ingeschakelde toestand tegen een werkstuk.
- Aanzetsnelheid aanpassen om overbelasting van de machine of, bij het zagen van kunststof, het smelten van kunststof te voorkomen.
- Niet bij een defecte elektronica van het elektrisch gereedschap werken, omdat dit tot te hoge toerentallen kan leiden. Defecte elektronica herkent u aan een gebrekkige zachte aanloop, wanneer er geen toerentalregeling mogelijk is en bij rookontwikkeling of verbrandingsgeur uit de machine.
- Zorg er vóór de werkzaamheden voor dat het zaagblad de aanslaglinialen, de werk-
stuk- en schroefklemmen of andere machinedelen niet kan raken.
① Wanneer het elektrische gereedschap niet wordt gebruikt, de stekker uit het stopcontact trekken. Dit optimaliseert de levensduur van de elektronica.
8.1 Werkstukafmetingen
Maximale werkstukafmetingen zonder uitbreiding door toebehoren
| Verstekhoek volgens schaal, horizontaal/ verticaal | Hoogte x breedte [mm] |
| 0°/0° 88 x 305 | |
| 45°/0° 88 x 215 | |
| 0°/45° rechts 35 x 305 | |
| 0°/45° links 55 x 305 | |
| 45°/45° rechts 35 x 215 | |
| 45°/45° links 55 x 215 |
Maximale werkstukafmetingen bij montage tezamen met KA-KS 120
De maximale hoogte en breedte van het werkstuk verandert niet door de montage van accessoires.
Ingezet toebehoren Lengte
KA-KS 120 (een zijde) tot 2400 mm
KA-KS 120 (beide zijden) tot 4800 mm
Lange werkstukken
Werkstukken die over het zaagvlak uitsteken, extra ondersteunen:
▶ Tafelverbreding aanpassen, zie hoofdstuk 7.5.
- Indien het werkstuk nog steeds uitsteekt, schuif dan de tafelverbreding weer in en monteer afkortaanslag KA-KS 120 (zie hoofdstuk 8.1).
▶ Werkstuk met extra schroefklemmen vastzetten.
Dunne werkstukken
Dunne werkstukken kunnen bij het zagen klapperen of breken.
▶ Dunne werkstukken kunnen bij het zagen klapperen of breken.
▶ Werkstuk verstevigen: Samen met sloop-hout inspannen.
Zware werkstukken
- Om de stabiliteit van de machine ook bij het zagen van zware werkstukken te garanderen, steunvoet vlak op de ondergrond afstellen.
8.2 Controleer of de pendelbeschermkap vrij kan bewegen

De pendelbeschermkap moet altijd vrij kunnen bewegen en zelfstandig kunnen sluiten.
▶ Stekker uit het stopcontact trekken.
▶ Pendelbeschermkap met de hand pakken en als proef in het zaagaggregaat schuiven. Pendelbeschermkap moet gemakkelijk te bewegen zijn en bijna geheel in de pendelkap kunnen zakken.
Reiniging van het zaagblad
- De ruimte om de pendelbeschermkap altijd schoon houden
- Stof en spanen met behulp van perslucht uit de beschermkap blazen of verwijderen met een kwast.
8.3 Werkstuk spannen

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel
▶ Volgende instructies in acht nemen:
- Goede bevestiging - Span de werkstukken altijd met de werkstukklem vast. Daarbij moet de neerdrukarm [17.2] goed op het werkstuk liggen. (Opmerking: afhankelijk van de contouren van het werkstuk, bijv. ronde contouren, kunnen hier hulpmiddelen voor nodig zijn). Geen werkstukken bewerken die niet goed kunnen worden vastgezet.
- Grootte - Geen te kleine werkstukken bewerken. Afgesneden reststuk mag om veiligheidsredenen niet kleiner dan 30 mm lang zijn. Kleine werkstukken kunnen door het zaagblad naar achteren in de spleet tussen zaagblad en aanslagliniaal getrokken worden.
- Ga heel voorzichtig te werk, zodat geen werkstukken door het zaagblad naar achteren in de spleet tussen het zaagblad en de aanslagliniaal getrokken worden. Dit gevaar bestaat met name bij horizontale versteksneden.
- Versterk zeer dunne werkstukken [24.1] door deze samen met een extra lijst [24.2] door te zagen. Dunne werkstukken kunnen bij het zagen klapperen of breken.
Ga bij het inspannen als volgt te werk
Leg het werkstuk op de zaagtafel en druk het tegen de aanslaglinialen.
▶ Open de spanhendel [17.1] van de werkstukklem.
▶ Draai aan de werkstukklem tot de neer-drukarm [17.2] boven het werkstuk staat.
▶ Laat de neerdrukarm op het werkstuk neer.
▶ Sluit de spanhendel[17.1].
8.4 Toerentalregeling
Het toerental kan met de stelknop [2.2] trap-loos tussen 1400 en 3600 min ^-1 worden ingesteld. Daardoor kunt u de zaagsnelheid aan het betreffende materiaal optimaal aanpassen.
Aanbevolen stand van de stelknop
Hout 3 - 6
Kunststof 3 - 5
Vezelmaterialen 1 - 3
Aluminium- en nonferro-profielen 3 - 6
8.5 Zaagsneden zonder trekbeweging
▶ Stel de machine naar wens in.
▶ Span het werkstuk vast.
▶ Schuif het zaagaggregaat tot de aanslag naar achteren (richting werkstukaanslag) en zet de draaiknop [1.5] voor de klemming van de trekinrichting vast, of fixeer het zaagaggregaat in de speciale afkortstand (alleen KS 120 REB).
▶ Schakel de machine in.
▶ Leid het zaagaggregaat aan de handgreep [1.1] langzaam naar beneden en zaag het werkstuk met een gelijkmatige voorwaartse beweging door.
▶ Schakel de machine uit en wacht tot het zaagblad geheel tot stilstand is gekomen.
▶ Draai het zaagaggregaat weer omhoog.
8.6 Zaagsneden met trekbeweging
▶ Stel de machine naar wens in.
▶ Span het werkstuk vast.
- Trek het zaagaggregaat langs de trekstan-gen naar voren.
▶ Schakel de machine in.
▶ Leid het zaagaggregaat aan de handgreep [1.1] langzaam naar beneden.
▶ Druk het zaagaggregaat met een gelijkmatige voorwaartse beweging naar achteren en zaag het werkstuk.
▶ Schakel de machine uit.
- Wacht tot het zaagblad geheel tot stilstand is gekomen en draai dan pas het zaagaggregaat naar boven.
8.7 Zwaaihaak (alleen KS 120 REB)
Met de zwaaihaak kunnen willekeurige hoeken (bijv. tussen twee wanden) worden afgenomen. De zwaaihaak vormt daarbij de hoekdeellijn.
Binnenhoek afnemen
▶ Open de klem [18.2].
▶ Leg de zwaaihaak met de beide benen [18.1] tegen de binnenhoek.
▶ Sluit de klem [18.2].
Buitenhoek afnemen
▶ Open de klem [18.3].
▶ Schuif de aluminiumprofielen [18.4] van de beide benen naar voren.
Leg de zwaaihaak met de beide benen [18.4] tegen de buitenhoek.
▶ Sluit de klem [18.3].
▶ Schuif de aluminiumprofielen van beide benen weer terug.
Hoek overbrengen
Leg de zwaaihaak met één been tegen een aanslagliniaal van de afkortzaag.
- Om de hoekdeellijn (horizontale verstekhoek) in te stellen, draait u het zaagaggregaat tot de laserstraal samenvalt met de lijn [19.1] van de zwaaihaak.
Hiertoe moet de zwaaihaak parallel met de aanslag van de afkortzaag worden verschoven. Zwaaihaak gelijktijdig met de duim in de greepkom tegen de aanslagliniaal drukken.
9 Onderhoud en verzorging

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel, elektrische schokken
- Vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de stekker altijd uit het stopcontact trekken!
▶ Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, waarvoor het vereist is om de motorbehuizing te openen, mogen alleen in een geautoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd.
▶ Beschadigde beveiligingsinrichtingen en onderdelen moeten op deskundige wijze in een erkende en gespecialiseerde werkplaats gerepareerd en vervangen worden, voor zover niets anders in de gebruiksaanwijzing aangegeven is.
▶ Reinig regelmatig het tafelinlegstuk [20.1] en het afzuigkanaal bij de spaanvanger (zie afbeelding 10) door uitblazing met perslucht
of met een kwast om houtsplinters, stofaf-zettingen en werkstukresten te verwijderen.
- Zorg ervoor dat de koelluchtopeningen in de motorbehuizing altijd vrij en schoon zijn om de luchtcirculatie te waarborgen.
Een regelmatige reiniging van de machine, vooral van de afstelinrichtingen en de geleiders, vormt een belangrijke veiligheidsfactor.
De machine is met zelfuitschakelbare speciale koolstofborstels uitgerust. Zijn die versleten, dan volgt een automatische stroomonderbreking en komt de machine tot stilstand.

Klantenservice en reparatie alleen door fabrikant of door servicewerkplaatsen. Adres bij u in de buurt op: www.festool.nl/service

Alleen originele Festool-reserveonderdelen gebruiken! Bestelnr. op: www.festool.nl/service
9.1 Laser instellen (alleen KS 120 REB)
De instelling van de laserstralen is in de fabriek correct ingesteld. Draai alleen in de aangegeven gevallen aan de instelschroeven.
Wanneer de laserstralen niet met de zaagsnede overeenkomen, kunt u beide lasers bijstellen. Gebruik daarvoor een inbusschroevendraaier (SW 2,5).
- Doorboor met de inbusschroevendraaier op de gemarkeerde plekken ([3.2]tot[3.7]) de sticker om bij de instelschroeven daaronder te komen.
- Ter controle van de laser legt u een proefwerkstuk op de machine.
▶ Zaag een groef in het werkstuk.
▶ Draai de kop van de zaag naar boven en controleer de instelling.
De laserstraal is niet zichtbaar
▶ Schakel de laser in [1.2]
▶ Identificeer de niet-zichtbare laser.
Draai aan de instelschroeven [3.3] voor de laserstraal links en aan [3.5] voor de laserstraal rechts tot de laser op het werkstuk verschijnt.
▷ Stel, zoals beschreven, eerst de (a) parallelliteit t.o.v. de afgetekende lijn in, en vervolgens (b) de helling en ten slotte (c) de axiale verschuiving van de laserstraal.
a) De laserstraal staat niet parallel aan de afgetekende lijn [afbeelding 3A]
Stel de parallelliteit in.
Linker laserstraal Stelschroef [3.4]
Rechter laserstraal Stelschroef [3.6]
b) De laserstraal wandelt bij het afkorten naar links of rechts [afbeelding 3B]
Stel de helling in tot de laserstraal bij het af-korten niet meer wandelt.
Linker laserstraal Stelschroef [3.3]
Rechter laserstraal Stelschroef [3.5]
c) De laserstraal staat niet op de plaats van de zaagsnede [afbeelding 3C]
Stel de axiale verschuiving in.
Linker laserstraal Stelschroef [3.2]
Rechter laserstraal Stelschroef [3.7]
9.2 Horizontale verstekhoek corrigeren
Wanneer de naald [13.2] bij de vastklikbare verstekhoeken niet meer de ingestelde waarde aanwijst, kunt u deze na het losdraaien van de schroef [13.1] bijstellen.
Indien de feitelijke (gezaagde) verstekhoek van de ingestelde waarde afwijkt, kunt u dit corrigeren:
▶ Klik het zaagaggregaat in de 0°-stand vast.
▶ Draai de drie schroeven [13.3] los waarmee de schaal aan de zaagtafel bevestigd is.
▶ Verschuif de schaal met het zaagaggregaat tot de feitelijke waarde 0° bedraagt. U kunt dit met een hoek tussen de aanslagliniaal en het zaagblad controleren.
▶ Draai de drie schroeven [13.3] weer vast.
- Controleer de hoekinstelling met een proefzaagsnede.
9.3 Verticale verstekhoek corrigeren
Indien de werkelijke waarde niet meer met de ingestelde waarde overeenkomt, kunt u dit corrigeren:
- Klik het zaagaggregaat in de 0°-stand vast.
▶ Draai de beide schroeven los [23.1]. - Draai het zaagaggregaat tot de werkelijke waarde 0° bedraagt. U kunt dit met een hoek tussen de zaagtafel en het zaagblad controleren.
▶ Draai de beide schroeven [23.1] weer vast. - Controleer de hoekinstelling met een proefzaagsnede.
Wanneer de naald [22.2] niet meer de ingestelde waarde aanwijst, kunt u deze na het losdraaien van de schroef [22.1] bijstellen.
9.4 Tafelinlegstuk vervangen
Werk niet met een versleten tafelinlegstuk [20.1] maar vervang dit door een nieuw.
▶ Draai voor de vervanging de zes schroeven [20.2] los.
9.5 Venster voor de laser reinigen of vervangen (alleen KS 120 REB)
Het venster [21.2] ter bescherming van de la- ser kan tijdens het gebruik vuil worden. Om het te reinigen of te vervangen kunt u het demonteren.
▶ Draai de schroef [21.5] los met ca. 2 slagen.
▶ Druk het venster gelijktijdig in de richting [21.3] en [21.4].
▶ Neem het venster eruit.
- Reinig het venster of vervang het door een nieuw exemplaar.
- Breng het gereinigde/nieuwe venster weer aan. De beide pennen [21.1] van het venster moeten zoals weergegeven in afbeelding 21 in de uitsparingen van de bovenste beschermkap vastklikken.
▶ Draai de schroef [21.5] goed vast.
10 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires van Festool.
De bestelnummers voor accessoires en gereedschap vindt u in de Festool-catalogus of online via www.festool.nl.
Naast de beschreven toebehoren biedt Festool nog uitgebreide systeemaccessoires aan, waarmee u uw zaag op veel manieren en effectief kunt gebruiken, bijv.:
- Zaagbladen voor verschillende materialen.
- Afkortaanslag KA-KS 120
• Onderstel UG-KAPEX KS 120
• Hoeksteun AB-KS 120
11 Milieu

Geef het apparaat niet met het huisvuil mee! Voer de apparaten, accessoires en verpakkingen op milieuvriendelijke wijze
af. Neem de geldende nationale voorschriften in acht.
Alleen EU: Volgens de Europese richtlijn inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten
gescheiden te worden ingezameld en op milieu-vriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Informatie voor REACH: www.festool.com/reach