PGG 31 - Waterpomp Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PGG 31 Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PGG 31 - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PGG 31 van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING PGG 31 Kärcher
EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000-6-1: 2007 Procedura di valutazione della conformità applicata 2000/14/CE: Allegato V Livello di potenza acustica dB(A) PGG 3/1 Misurato: Garantito: 94 PGG 6/1 Misurato: Garantito: : 95 PGG 8/3 Misurato: Garantito: : 96 I firmatari agiscono per incarico e con delega della dire- zione. Responsabile della documentazione: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 01/10/2018 Inhoud Algemene instructies Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele ge- bruiksaanwijzing en de meegeleverde veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen. Bewaar beide documenten voor later gebruik of volgen- de eigenaars. Reglementair gebruik Deze stroomgenerator is in leveringstoestand voor ge- bruik op een hoogte van maximaal 1500 m boven zee- niveau bedoeld. Hij kan door een geautoriseerde klantenservice aan gebruik voor hogere niveaus wor- den aangepast. Als een stroomgenerator die aan gebruik op hogere ni- veaus werd aangepast onder deze hoogte wordt ge- bruikt, kan de motor door oververhitting onbruikbaar worden. Milieubescherming Het verpakkingsmateriaal is recyclebaar. Gooi verpakkingen met het gescheiden afval weg. Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak on- derdelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij on- juiste omgang of verkeerd weggooien een mogelijk gevaar voor de gezondheid en het milieu kun- nen vormen. Voor een correct gebruik van het apparaat zijn deze onderdelen echter noodzakelijk. Apparaten met dit symbool mogen niet met het huisvuil worden weggegooid. Instructies voor inhoudsstoffen (REACH) Actuele informatie over inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.nl/REACH Toebehoren en reserveonderdelen Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reser- veonderdelen. Deze garanderen een veilige en sto- ringsvrije werking van het apparaat. Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com. Leveringsomvang Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur. Veiligheidsinstructies Gevarenniveaus GEVAAR ●Aanwijzing voor direct drei- gend gevaar dat tot zware of dodelijke verwondingen leidt. 몇 WAARSCHUWING ●Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zwa- re of dodelijke verwondingen kan leiden. 몇 VOORZICHTIG ●Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden. LET OP ●Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot ma- teriële schade kan leiden. Veiligheidsinstructies GEVAAR ●Gevaar voor letsel. ● Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen met een lichamelijke, sensorische of verstandelijke beperking of een gebrek aan ervaring en/of kennis. ● Houd toezicht op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. ● Kinderen en jongeren mogen het apparaat niet gebruiken. ● Houd afstand van de uitlaat en kom niet in de uitlaatgasstraal. ●Explosiegevaar. ● Gebruik het apparaat nooit in explosieve zones. ● Neem de desbetreffende vei- ligheidsvoorschriften in acht als u het apparaat in gevaren- zones (bijvoorbeeld tankstati- ons) gebruikt. ● Tank alleen de in de gebruiks- aanwijzing vermelde brand- stof. ● Tank alleen als de motor is uit- geschakeld. ● Tank niet in afgesloten ruim- ten. ● Rook en open vuur is verbo- den. ● Zorg er bij het tanken voor dat er geen brandstof op de hete oppervlakken terechtkomt. ● Sluit het deksel van de brand- stoftank na het tanken. ● Gebruik het apparaat niet als er brandstof is gemorst. Breng het apparaat naar een andere plek en voorkom vonkvor- ming. ● Bewaar brandstof alleen in hiervoor toegestane reser- voirs. ● Bewaar brandstof niet in de buurt van open vuur of appa- raten die een ontstekingsvlam hebben of vonken vormen (bij- voorbeeld kachels, verwar- mingsketels of boilers). ● Sproei geen starthulpspray in het luchtfilter. ●Brandgevaar. ● Houd tussen licht ontvlamba- re voorwerpen en de geluid- demper een minimumafstand van 2 m aan. ● Plaats het apparaat niet in een bos-, struik- of graslandschap, Altezza mm 559 559 670 670 Peso senza carburante kg 52 52 85 90 Valori rilevati secondo EN 60335-2-79 Livello di pressione acustica L
- Emissioni secondo la procedura di misurazione del regolamento UE 2016/1628 Euro V Motore g/kWh 790 678 678 PGG 3/1 50 Hz PGG 3/1 60 Hz PGG 6/1 PGG 8/3 Algemene instructies p. 19
- Reglementair gebruik p. 19
- Milieubescherming p. 19
- Toebehoren en reserveonderdelen p. 19
- Leveringsomvang p. 19
- Veiligheidsinstructies p. 19
- Beschrijving apparaat p. 20
- Montage p. 21
- Eerste inbedrijfstelling p. 21
- Inbedrijfstelling p. 21
- Werking p. 21
- Vervoer p. 21
- Opslag p. 21
- Klein en groot onderhoud p. 21
- Hulp bij storingen p. 22
- Garantie p. 22
- Technische gegevens p. 22
- EU-conformiteitsverklaring Chairman of the Board of ManagementDirector Regulatory Affairs & Certification H. Jenner S. Reiser20 Nederlands tenzij de uitlaat met een von- kenvanger is uitgerust. ● Houd gras en andere veront- reinigingen buiten het bereik van de koelribben. ● Gebruik het apparaat niet als het brandstofsysteem be- schadigd of ondicht is. Contro- leer het brandstofsysteem regelmatig. ● Laat het apparaat voor de op- slag in gesloten ruimten af- koelen. Gevaar voor elektrische schok ● Raak de bougie of de ontste- kingskabel niet aan als het ap- paraat in werking is. ● Plaats het apparaat niet in de regen, in de sneeuw of in de buurt van een regeninstallatie. Houd het apparaat droog. ● Raak de netstekker en het stopcontact nooit met vochti- ge handen aan. ● Stel een apparaat waarvan de elektrische onderdelen voch- tig of met ijs bedekt zijn niet in bedrijf. ● Sluit het apparaat niet aan op de elektrische installatie van een gebouw. ● Gebruik bij voorkeur appara- ten en verlengsnoeren met rubberkabels conform IEC 60245-4. 몇 WAARSCHUWING ●Gezondheidsrisico ● Uitlaatgassen zijn giftig. Adem geen uitlaatgassen in. Ge- bruik het apparaat nooit in ge- sloten ruimten. Zorg voor voldoende ventilatie en afvoer van uitlaatgassen. ● Zorg ervoor dat in de buurt van luchtinlaten geen uitlaat- gasemissies optreden. ● Voorkom dat brandstof of mo- torolie herhaaldelijk of langdu- rig in contact komt met de huid en adem geen brandstofdam- pen in. 몇 VOORZICHTIG ●Gevaar voor verbranding ● Raak geen hete oppervlakken zoals geluiddemper, cilinders of koelribben aan. Gevaar voor gehoorschade ● Gebruik het apparaat niet zon- der geluiddemper. Controleer de geluiddemper regelmatig en laat een defecte geluid- demper vervangen. LET OP ●Beschadigingsgevaar ● Gebruik alleen originele delen van de fabrikant. ● Oude brandstof kan leiden tot afzettingen in de carburateur en kan zo het motorrende- ment negatief beïnvloeden. Gebruik uitsluitend nieuwe brandstof. ● Verstel geen regelveren of stangen die kunnen leiden tot een verhoging van het motor- toerental. ● Gebruik het apparaat niet als het luchtfilter is verwijderd. ● Trek niet aan het startkoord als het apparaat in werking is. ● Let op voldoende ventilatie om oververhitting van het ap- paraat te voorkomen. Symbolen op het apparaat 몇 WAARSCHUWING Explosiegevaar, brandgevaar. Benzine kan door ondeskundige hantering leiden tot brand of explosies. Zet de motor vóór het tanken uit. Gebruik het apparaat niet in gesloten ruimten of gedeel- telijk omsloten terreinen. Lees deze gebruiksaanwijzing voordat het apparaat wordt gebruikt. LET OP Beschadigingsgevaar Geen dieselbrandstof tanken. Instructie: Controleer het oliepeil voor de inbedrijfstelling van het apparaat. Als het oliepeil te laag is, stopt de motor en brandt het controlelampje. Olie bijvullen (voor oliesoort zie “Technische gegevens”). 몇 WAARSCHUWING Explosiegevaar, brandgevaar. Zet de motor vóór het tanken uit. Verwijder gemorste brandstof voordat het apparaat in bedrijf wordt gesteld. Stel het apparaat niet in bedrijf als het brand- stofsysteem ondicht is. 몇VOORZICHTIG Heet oppervlak De uitlaat van het apparaat wordt tij- dens bedrijf zeer heet en kan leiden tot verbrandingen. Vermijd contact met de uitlaat. 몇WAARSCHUWING Gevaar voor gehoorschade en oog- letsel. Draag een veiligheidsbril en gehoorbe- scherming wanneer u het apparaat ge- bruikt. Symbolen waarschuwingsinstructies Neem bij de omgang met batterijen volgende waarschu- wingsinstructies in acht: Beschrijving apparaat Afbeeldingen, zie omslagpagina Afbeelding A 1 Luchtfilter2 Duwbeugel3 Trekdraadstarter4 Chokehendel5 Brandstofkraan6 Brandstoftank7 Bedieningsveld8 Batterij9 Oliepeilstok10 Olieaftapplug11 Niveau-indicatie brandstof12 Deksel brandstoftank13 Typeplaatje14 Controlelampje15 Sleutelschakelaar motor16 Veiligheidsschakelaar gelijkstroom17 Klemmen gelijkstroom18 Voltmeter wisselspanning19 Vermogenschakelaar20 Wisselstroom-contactdoos21 PGG 6/1: wisselstroom-contactdoos PGG 8/3: draaistroom-contactdoos 22 Aardingsklem Symbolen op het apparaat Aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de batterij en op de batterij alsook in deze gebruiksaanwijzing in acht nemen. Oogbescherming dragen. Kinderen uit de buurt van zuur en batterij houden. Explosiegevaar Vuur, vonken, open licht en roken verbo- den. Verbrandingsgevaar Eerste hulp. Waarschuwing Afvalverwijdering Batterij niet in de vuilnisbak gooien.Nederlands 21 Luchtfilter om de 50 uur reinigen, in stoffige omgevingen om de 10 uur (zie "Verzorging en onderhoud/luchtfilter reinigen"). Instructie voor het controleren van het oliepeil. Chokehendel Montage p. 23
1. De duwbeugel met bijgeleverd montagemateriaal
op het apparaatframe aanbrengen. Afbeelding B 1 Duwbeugel 2 Standaard 3 Wiel
2. De wielen met bijgeleverd montagemateriaal op het
apparaatframe aanbrengen.
3. De standaard met bijgeleverd montagemateriaal op
het apparaatframe aanbrengen. Eerste inbedrijfstelling Olie bijvullen
1. Het apparaat horizontaal plaatsen.
2. De oliepeilstok eruit draaien.
3. De motorolie bijvullen.
Instructie: De motorolie is niet bij de leveringsom- vang inbegrepen. De hoeveelheid en oliesoorten staan vermeld in het hoofdstuk "Technische gege- vens".
4. De oliepeilstok schoonvegen.
5. De oliepeilstok er helemaal insteken, maar niet vast-
6. De oliepeilstok eruit trekken. Het oliepeil moet zich
in het gemarkeerde deel van de oliepeilstok bevin- den.
7. Bij een laag oliepeil de motorolie bijvullen.
8. De oliepeilstok erin draaien en vastdraaien.
Inbedrijfstelling Oliepeil controleren
1. Het apparaat horizontaal plaatsen.
2. De oliepeilstok eruit draaien.
3. De oliepeilstok schoonvegen.
4. De oliepeilstok er helemaal insteken, maar niet in-
5. De oliepeilstok eruit draaien. Het oliepeil moet zich
in het gemarkeerde deel van de oliepeilstok bevin- den.
6. Bij laag oliepeil de motorolie bijvullen.
7. De oliepeilstok erin draaien en vastdraaien.
1. De tankweergave aflezen.
2. De brandstoftank bijvullen, als de tankweergave
een lager vulpeil aangeeft.
3. Het deksel van de brandstoftank eraf schroeven.
4. De brandstof tot maximaal de onderrand van de vu-
5. Het deksel van de brandstoftank erop zetten en
vastdraaien. Werking Apparaat starten
1. De brandstofkraan openen.
2. Bij koude motor de chokehendel naar links schui-
3. De sleutelschakelaar in de stand START draaien en
vasthouden tot de motor start. De sleutelschakelaar maximaal 5°seconden in stand START houden. De volgende startpoging op zijn vroegst na 10 seconden pauze uitvoeren.
5. Als de motor is gestart de chokehendel naar rechts
schuiven. Starten met de trekdraadstarter
1. De brandstofkraan openen.
2. Bij koude motor de chokehendel naar links schui-
3. Langzaam aan de trekdraadstarter trekken tot een
sterke weerstand merkbaar is, en dan stevig trek- ken.
4. De trekdraadstarter langzaam teruggeleiden.
LET OP Beschadigingsgevaar De terugschietende trekdraadstarter beschadigt het ap- paraat. De trekdraadstarter langzaam teruggeleiden.
5. Als de motor is gestart de chokehendel naar rechts
schuiven. Wisselstroomaggregaten aansluiten In continubedrijf mag het opgenomen vermogen van het elektrische apparaat het continuvermogen van de gene- rator niet overschrijden. Het maximaalvermogen mag alleen kort worden opgenomen. Apparaten met elektro- motor hebben om te starten het veelvuldige van het no- minale vermogen nodig. GEVAAR Gevaar voor elektrische schok Bij beschadiging van het elektrische apparaat of van ka- bels kan stroom door de bediener vloeien en leiden tot letsel of de dood. Als meer dan een apparaat op de generator wordt aan- gesloten, moet tussen de generator en elk ander elek- trisch apparaat een mobiele aardlekschakelaar (PRCD- Portable Residue Current Device) worden aangebracht.
1. De generator starten.
2. De vermogensschakelaar op 1/ON zetten.
3. De netstekker van het elektrische apparaat in de
contactdoos van de generator steken.
4. Als meer dan een apparaat op de generator wordt
aangesloten, moet tussen de generator en elk ander elektrisch apparaat een mobiele aardlekschakelaar (PRCD-Portable Residue Current Device) worden aangebracht.
5. Het elektrische apparaat in gebruik nemen.
Als het apparaat niet correct functioneert, bijvoor- beeld onregelmatige loop of uitval, het elektrische apparaat onmiddellijk uitschakelen, loskoppelen en de oorzaak vaststellen. Voertuigaccu’s opladen De 12V-gelijkstroomaansluiting is alleen bedoeld voor het opladen van 12V-loodaccu’s voor voertuigen. Deze aansluiting is niet geschikt als 12 V-spanningsbron voor elektrische apparaten.
1. De minkabel (zwart) van het voertuig van de accu
2. De plusklem (rood) van de laadkabel met de plus-
pool van de accu verbinden.
3. De pluspool (rood) aan het andere einde van de
laadkabel met de rode klem (+) van de generator verbinden.
4. De minklem (zwart) van de laadkabel met de min-
pool van de accu verbinden.
5. De minpool (zwart) aan het andere einde van de
laadkabel met de zwarte klem (-) van de generator verbinden.
6. De generator starten.
LET OP Beschadigingsgevaar. Als de voertuigmotor tijdens het laden van een voertuig- accu draait, kan dit leiden tot beschadiging van het voertuig of de generator. Start het voertuig niet, terwijl de accu wordt opgeladen. Contactonderbreker Bij overbelasting springt de toets van de contactonder- breker eruit en wordt de laadprocedure onderbroken.
1. Enkele minuten wachten en vervolgens de toets
weer indrukken. Voertuigaccu loskoppelen
1. De generator uitschakelen.
2. De minpool (zwart) van de generator losmaken.
3. De minklem (zwart) van de accu losmaken.
6. De minkabel (zwart) van het voertuig aan de min-
pool van de accu vastklemmen. Apparaat uitschakelen
Vervoer ● Voor het transport de sleutelschakelaar op 0/OFF draaien en de brandstofkraan sluiten. ● De duwbeugel omhoog zwenken. ● Het apparaat met de duwbeugel schuiven of trek- ken. ● De motor voor het verladen minstens 15 minuten la- ten afkoelen. ● Het apparaat tijdens transport verticaal houden om morsen van brandstof te voorkomen. ● Tijdens transport in voertuigen het apparaat con- form de richtlijnen tegen wegrollen, wegglijden en kantelen beveiligen. ● Het gewicht van het apparaat tijdens transport in acht nemen. Opslag 몇 VOORZICHTIG Niet in acht nemen van het gewicht Gevaar voor letsel en beschadiging Houd bij de opslag rekening met het gewicht van het ap- paraat. LET OP Beschadigingsgevaar Leg geen zware voorwerpen op het apparaat. Apparaat drogen en stofvrij opslaan. Opslagduur 1...2 maanden
1. Benzinestabilisator in de brandstoftank vullen.
2. De brandstoftank bijvullen.
2. Een reservoir onder de carburateur plaatsen.
Afbeelding C 1 Carburateur 2 Aftapschroef
3. De aftapschroef eruit draaien.
4. De brandstof in het reservoir opvangen.
5. De aftapschroef erin draaien en vastdraaien.
6. De bezinkbeker reinigen (zie “Verzorging en onder-
houd/bezinkbeker controleren en reinigen”). Opslagduur meer dan 12 maanden Bovendien:
1. De bougie eruit draaien.
3. De trekdraadstarter er meerdere keren langzaam
doortrekken, zodat de olie in de motor wordt ver- deeld.
4. De bougie er weer inschroeven.
5. De olie verversen (zie “Verzorging en onderhoud/
6. Langzaam aan de trekdraadstarter trekken tot een
sterke weerstand merkbaar is. Klein en groot onderhoud GEVAAR Letselgevaar, gevaar door elektrische stroomstoot. Bewegende delen kunnen letsel veroorzaken. De door het apparaat gegenereerde elektrische spanning kan leiden tot letsel of de dood. Trek voor onderhoudswerkzaamheden de bougiestek- ker los en scheidt de verbinding met de accu. 몇 VOORZICHTIG Verbrandingsgevaar. Aanraken van hete apparaatdelen kan leiden tot brand- wonden. Laat het voertuig afkoelen, alvorens er werkzaamheden aan uit te voeren.
- Beschrijving, zie “Inbedrijfstelling”. ** Beschrijving, zie “Onderhoudswerkzaamheden”. Onderhoudsintervallen Voor elk gebruik
1. Het apparaat op correcte toestand en bedrijfsveilig-
heid controleren. Beschadigd apparaat niet in ge- bruik nemen.
2. Het oliepeil controleren. *
3. Het luchtfilter controleren. **
Een keer na 1 maand of 20 bedrijfsuren
1. De olie verversen. **
Elke 3 maanden of 50 bedrijfsuren
1. Het luchtfilter reinigen. **
In stoffige omgevingen de reiniging vaker uitvoeren. Elke 6 maanden of 100 bedrijfsuren
1. De olie verversen. **
2. De bezinkbeker reinigen. **
3. De bougie controleren en reinigen. **
4. De vonkenvanger (niet bijgeleverd) reinigen. **
Jaarlijks door de geautoriseerde klantenservice
1. De klepspeling controleren en instellen.
2. De brandstoftank en het brandstoffilter reinigen.
Elke 2 jaar door de geautoriseerde klantenservice
1. De brandstofleiding controleren, indien nodig ver-
vangen. Onderhoudswerkzaamheden Luchtfilter controleren
1. De vergrendelingen wegzwenken of de schroef eruit
draaien. Afbeelding D 1 Schroef 2 Deksel22 Nederlands 3 Luchtfilterinzetstuk 4 Vergrendeling
2. De deksel verwijderen.
3. Het luchtfilterinzetstuk op vervuiling controleren. Het
luchtfilter indien nodig reinigen of bij beschadiging vervangen (zie “Luchtfilter reinigen”).
4. Het deksel plaatsen.
5. De vergrendelingen sluiten of de schroef erin draai-
en en vastdraaien. Luchtfilter reinigen LET OP Beschadigingsgevaar Als het luchtfilterinzetstuk ontbreekt, kan binnendrin- gend stof de motor onbruikbaar maken. Gebruik het apparaat niet zonder luchtfilterinzetstuk.
1. Schoepenwiel openen (zie “Luchtfilter controleren”).
2. Het luchtfilterinzetstuk eruit nemen.
3. Het luchtfilterinzetstuk in warm water met schoon-
maakmiddel wassen en met helder water spoelen. Instructie: Voer de oliehoudende wasoplossing mi- lieuvriendelijk af.
4. Het luchtfilterinzetstuk laten drogen.
5. Het luchtfilterinzetstuk in schone motorolie dompe-
len en overtollige olie eruit drukken.
6. Het luchtfilterinzetstuk weer plaatsen.
7. Het deksel plaatsen.
8. De vergrendelingen sluiten.
Olie verversen De olieverversing uitvoeren, als de motor warm is.
1. De oliepeilstok eruit draaien.
Afbeelding E 1 Oliepeilstok 2 Olieaftapplug
2. De olieaftapschroef er met de afdichting uitdraaien
en de olie opvangen.
3. De olieaftapschroef met afdichting indraaien en
4. Het apparaat horizontaal neerzetten.
5. De motorolie (voor oliesoort zie “Technische gege-
vens”) afmeten en bij de opening voor de oliepeil- stok bijvullen.
6. Het oliepeil controleren (zie “Inbedrijfstelling”).
7. De oliepeilstok erin draaien en vastdraaien.
8. De oude olie milieuvriendelijk afvoeren.
Bezinkbeker reinigen De bezinkbeker scheidt water van benzine.
1. De brandstofkraan sluiten.
2. De bezinkbeker losschroeven.
Afbeelding F 1 Bezinkbeker 2 Schroef
3. De bezinkbeker met O-ring verwijderen.
4. De bezinkbeker en de O-ring met niet-brandbaar
oplosmiddel reinigen en laten drogen.
5. De bezinkbeker en de O-ring aanbrengen en vast-
7. Afdichting tussen bezinkbeker en carburateur con-
Afbeelding G 1 Bougiestekker 2 Bougie
2. De omgeving van de bougie reinigen zodat geen
vuil in de motor dringt als de bougie wordt verwij- derd.
3. De bougie eruit schroeven.
4. Een bougie met versleten elektrode of gebroken iso-
6. De afdichting van de bougie op beschadiging con-
troleren. LET OP Beschadigingsgevaar Een losse bougie kan oververhitten en de motor be- schadigen. Een te vast aangedraaide bougie bescha- digt het schroefdraad in de motor. Neem de volgende aanwijzingen voor het vastdraaien van de bougie in acht.
7. De bougie er voorzichtig met de hand indraaien. Het
schroefdraad niet kantelen.
8. De bougie er met de bougiesleutel helemaal indraai-
en en als volgt vastdraaien. a Een gebruikte bougie 1/8...1/4 omdraaiing vast- draaien. b Een nieuwe bougie 1/2 omdraaiing vastdraaien.
9. De bougiestekker erop steken.
Accu van het apparaat laden GEVAAR Explosiegevaar, brandgevaar Als de twee polen van de accu worden verbonden, ont- staat een kortsluiting die tot een explosie of een brand kan leiden. Leg nooit een metalen voorwerp (bijvoorbeeld gereed- schap) op de accu. Gevaar voor letsel Neem de veiligheidsvoorschriften bij de omgang met accu's in acht. Neem de handleiding van de lader in acht. 몇 VOORZICHTIG Gezondheidsrisico Lood is schadelijk voor de gezondheid. Breng nooit wonden met lood in contact.
1. De zuurstand van de accu controleren.
2. Bij te lage zuurstand:
a De celafsluiting verwijderen. b De cel tot de markering met gedestilleerd water bijvullen. c De celafsluiting aanbrengen.
3. De accu loskoppelen.
4. De pluspoolleiding van de lader met de pluspool van
5. De minpoolleiding van de lader met de minpool van
Hulp bij storingen Laat alle controles en werkzaamheden aan elektrische delen door een vakman uitvoeren. Neem bij storingen die niet in dit hoofdstuk worden ver- meld contact op met een bevoegde klantenservice. De motor start niet.
3. Het oliepeil controleren, indien nodig bijvullen.
4. De bougie controleren (zie “Verzorging en onder-
houd/bougie controleren en reinigen”).
5. De bezinkbeker reinigen (zie “Verzorging en onder-
houd/bougie controleren en reinigen”). Het apparaat geeft geen stroom af
1. De vermogensschakelaar op 1/ON zetten.
Garantie In elk land gelden de garantievoorwaarden die door on- ze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgege- ven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een mate- riaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde ge- autoriseerde klantenservice. (adres zie achterzijde) Technische gegevens PGG 3/1 50 Hz PGG 3/1 60 Hz PGG 6/1 PGG 8/3 Generator Continuvermogen kW 2,8 2,8 5,0 7,0 Maximaalvermogen kortstondig kW 3,0 3,0 5,5 7,5 cos φ 1111 Netspanning V 230 (2x) 220 (2x) 230 (3x) 230 (2x), 400 (1x) Fase ~1111 / 3 Frequentie Hz 50 60 50 50 Beschermingsgraad IP23M IP23M IP23M IP23M Isolatiestofklasse BBBB Uitvoeringsklasse G1 G1 G1 G1 Gelijkstroomuitgang Spanning V 12 12 12 12 Stroom A6666 Verbrandingsmotor Motortype Eencilinder Eencilinder Eencilinder Eencilinder Type 4-takt 4-takt 4-takt 4-takt Koeltype Luchtgekoeld Luchtgekoeld Luchtgekoeld Luchtgekoeld Cilinderinhoud cm
Motorrendement kW/PS 5,1/6,9 5,1/6,9 9,6/13,1 11,8/16,1 Brandstoftype Benzine, min. 86 oc- taan Benzine, min. 86 oc- taan Benzine, min. 86 oc- taan Benzine, min. 86 oc- taan Inhoud brandstoftank 15 15 25 25 Gebruiksduur met volle tank, 100% vermogen h 6,5 6,5 6,5 5,5 Gebruiksduur met volle tank, 50% vermogen h 12 12 10 7 Hoeveelheid motorolie l 0,6 0,6 1,1 1,1 Type olie 10 W-30 15 W-40 10 W-30 15 W-40 10 W-30 15 W-40 10 W-30 15 W-40 Bougietype F5T, F6T, F7TJC F5T, F6T, F7TJC F5T, F6T, F7TJC F5T, F6T, F7TJCEspañol 23 Technische wijzigingen voorbehouden. EU-conformiteitsverklaring Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlij- nen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid. Product: Stroomgenerator Type: 1.042-xxx Relevante EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2011/65/EU 2000/14/EG Toegepaste geharmoniseerde normen
Notice-Facile