GMD 400 - Freesmachine Güde - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GMD 400 Güde in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Freesmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GMD 400 - Güde en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GMD 400 van het merk Güde.
GEBRUIKSAANWIJZING GMD 400 Güde
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing Mini draaibank
Wij danken u voor de aankoop van de Güde MINI-DRAAIBANK GMD 400 en voor uw vertrouwen in ons assortiment. !!! Vóór ingebruikneming van de machine deze gebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen !!!
Hebt u technische vragen? Een reclamatie? Hebt u reserveonderdelen of een gebruiksaanwijzing nodig? Op onze website www.guede.com in Service helpen wij u snel en niet-bureaucratisch verder. Help ons om u te helpen, a.u.b. Om uw apparaat in geval van reclamatie te kunnen identificeren hebben wij het serienummer evenals artikelnummer en productiejaar nodig. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje. Vul deze gegevens hieronder in om deze altijd bij de hand te hebben.
Serienummer:_____________________________Artikelnummer:___________________________Productiejaar:______________________ Tel.: +49 (0) 79 04 / 700-360 Fax: +49 (0) 79 04 / 700-51999 E-mail: support@ts.guede.com A.V. 2 Voor nadruk en uittreksels is toestemming vereist. Technische wijzigingen voorbehouden. Afbeeldingen soortgelijk!! Aanduiding: Productveiligheid:
Het product is conform de desbetreffende normen van de Europese Gemeenschap
Verboden: Verbod, algemeen (in verbinding met ander pictogram) Verbod op het dragen van wijde kledingstukken! Verbod op het dragen van sieraden!
Lang haar verboden Het apparaat niet bij neerslag gebruiken
Aan de kabel trekken verboden Waarschuwing: Waarschuwing/Let op Waarschuwing voor weggeslingerde onderdelen! Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning Voor reparatie- onderhouds- en reinigingswerkzaamheden motor uitschakelen en de netstekker uitnemen Beschermingsinrichtingen voor het inbedrijfstellen van de machine sluiten De beschermingsinrichtingen bij draaiende motor niet openen of verwijderen Aanwijzingen:
Vóór het gebruik de gebruiksaanwijzing lezen Oog- en gehoorbeschermers dragen! Veiligheidshandschoenen dragen! Stofmasker dragen! Milieubescherming: Afval niet in het milieu, maar vakkundig verwijderen Verpakkingsmateriaal van karton bij de daarvoor bestemde recyclingplaatsen afleveren Beschadigde en/of verwijderde elektrische of elektronische apparaten bij de daarvoor bestemde recyclingplaatsen afleveren
Verpakking: Verpakkingsoriëntering - boven
Technische gegevens: Gewicht Motorvermogen Vario drijfwerk Max. werkstuklengte Max. werkstukhoogte Gewicht Beschrijving van het apparaat (afb. 1+2)
2. Spanschroef drieklauwplaat
5. Klemschroeven voor draaibeitel
6. Klemhendel voor gereedschapskop
10. Pinole met schaal
11. Klemhendel voor pinole
12. Losse draaibankkop
13. Handwiel voor de pinole
17. Handwiel met schaal voor handmatige aanzet
18. Vertanding voor voeding19. Vergrendelingshendel voor voeding
20. Schaal voor conisch draaien
21. Handwiel schaal voor dwarsaanzet (dwarsslede)
25. Handwiel voor langsaanzet
27. Draairichtingschakelaar
31. Schakelaar voor beschermingsafdekking
32. Toerentalschakelaar snel / langzaam
34. Hendel voor voedingsrichting
36. Beschermingsafdekking drieklauwplaat
41. Klauwplaatsleutel
- Wisselklauwen Apparaat Voor draaien en schroefdraadsnijden van bouwstaal, non-ferrometalen, kunststof en hout, instelbare zwaluwstaartgeleiding, aandrijving middels een getrapte riemschijf, en wisseltandwielen (voedingsspil)), rechts- /linksloop, elektrische omschakeling, automatische voedingsinrichting, traploze toerentalregeling. Garantie De garantieperiode is 12 maanden bij commercieel gebruik en 24 maanden voor eindgebruikers en begint met de datum van aankoop van het apparaat. De garantie heeft uitsluitend betrekking op onvolkomenheden die op materiaal- en/of productiefouten zijn terug te voeren. Bij een claim betreffende een onvolkomenheid, in de zin van garantie, dient de aankoopfactuur - die de verkoopdatum bewijst - met de aankoopdatum bijgesloten te worden.
Uitgesloten van garantie zijn verkeerd gebruik, zoals bijv. overbelasting van het apparaat, gebruik van geweld, beschadigingen door vreemde invloeden of vreemde voorwerpen evenals het niet naleven van gebruiks- en montageaanwijzingen en normale slijtage. Technische gegevens Motoraansluiting: 230 V~50 Hz Motorvermogen P1: 370 W Max. werkstuklengte: 300 mm Max. werkstukdiameter: 180 mm Centerhoogte: 90 mm Diameter spilboring: 20 mm Max. diameter, boven het bed: 180 mm Hoofdspil: MK3 Spil van de losse draaibankkop: MK2 Klauwplaatboring: 15 mm Rondloopnauwkeurigheid: 0,01 mm Toerental stand 1: 0-1100 min
Opname draaibeitel: 8x8 mm Gewicht: 35 kg Algemene veiligheidsinstructies Voordat met de machine gewerkt wordt, dienen de navolgende veiligheidsvoorschriften en de gebruiksaanwijzing zorgvuldige gelezen te zijn. Indien u het apparaat aan andere personen wilt uitlenen, overhandig dan ook de gebruiksaanwijzing. Bewaar de gebruiksaanwijzing altijd goed! Verpakking: Uw apparaat bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Verpakkingen zijn grondstoffen en kunnen daarom opnieuw gebruikt of gerecycleerd worden. Gelieve de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen en de instructies daarvan op te volgen. Maakt u zich, aan de hand van deze gebruiksaanwijzing, met het juiste gebruik van het apparaat, evenals met de veiligheidsinstructies, vertrouwd. Bewaar deze aanwijzingen goed voor later gebruik.
- Bij alle werkzaamheden aan de machine moet deze van het net afgekoppeld worden.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het aangegeven gebruiksdoel.
- U bent verantwoordelijk voor de veiligheid binnen het werkingsgebied.
- Werk uitsluitend bij goed zicht.
- Laat het apparaat nooit onbewaakt achter.
- Indien de werkzaamheden worden onderbroken, plaats dan het apparaat op een veilige plaats.
- Gebruik het apparaat nooit bij regen of in een vochtige of natte omgeving.
- Bescherm uw machine tegen vocht en regen.
- Schakel het apparaat niet in, als het omgekeerd is, resp. als het niet in de werkpositie is.
- Indien het apparaat niet wordt gebruikt, bewaar dit dan op een droge en voor kinderen niet toegankelijke plaats.
- Alle delen van het apparaat moeten regelmatig op aanwijzingen van beschadigingen of veroudering onderzocht worden. De machine mag niet gebruikt worden, als de staat niet perfect is.
- Voor de instandhouding uitsluitend originele onderdelen gebruiken.
- Reparaties mogen uitsluitend door een vakman uitgevoerd worden.
- Voor ingebruikneming van de machine en na een willekeurige botsing moet het apparaat op beschadiging of slijtage gecontroleerd worden; laat noodzakelijke reparaties uitvoeren.
- Gebruik nooit reserveonderdelen en accessoireonderdelen die niet door de producent zijn bedoeld of aanbevolen.
- Let er op dat andere voorwerpen geen kortsluiting met de contacten van het apparaat veroorzaken.
- Overtuigt u zich voor het aansluiten er van dat de gegevens op het typeplaatje met de gegevens van het elektrische net overeenkomen.
- De machine is geen kinderspeelgoed! Kinderen kunnen gevaren, die van de machine uitgaan, niet inschatten. Laat kinderen deze machine in geen geval gebruiken.
- Personen, die op grond van hun fysieke, sensorische of geestelijke bekwaamheden of hun onbedrevenheid of onkunde niet in staat zijn het apparaat te bedienen, mogen het apparaat niet gebruiken.
- Indien de machine zichtbare beschadigingen vertoont, mag de machine niet in gebruik genomen worden.
- Door niet vakkundige reparaties kunnen aanzienlijke gevaren ontstaan.
- Voor de accessoireonderdelen gelden dezelfde voorschriften. Güde GmbH & Co. KG neemt geen garantie over voor schaden op grond van de volgende punten:
- Beschadigingen aan de machine door mechanische invloeden en te hoge spanningen.
- Wijzigingen aan de machine.
- Gebruik voor andere dan die in de gebruiksaanwijzing beschreven doeleinden.• Volg beslist alle veiligheidsinstructies op om letsels en schaden te vermijden. Veiligheidsinstructies specifiek voor dit apparaat
1. Draag ALTIJD veiligheidshandschoenen, ogen- en
2. Draag geen wijde kledingstukken, (dassen,
sieraden etc.) en bind lang haar bij elkaar.
3. Voor een veilige werking: controleer of uw handen
zich bij het werken met het apparaat vrijelijk kunnen bewegen.
4. Bij alle werkzaamheden aan de machine moet
deze van het net afgekoppeld worden.
5. Nooit willekeurige controles of onderhoud aan de
machine uitvoeren zolang de draaispil niet tot volledige stilstand is gekomen.
6. Het toerental uitsluitend wisselen bij absoluut
stilstaande draaispil.
7. Let er op dat het onderstel het gewicht van de
8. Altijd eerst de beschermingsafdekkingen sluiten
voordat de machine wordt ingeschakeld. Gebruik volgens de bepalingen Met de draaibank kunnen zowel buiten- als binnendraaiwerkzaamheden, vlakdraaiwerkzaamheden, schroefdraadsnijwerkzaamheden alsook een wijde bandbreedte, zoals boor-, ruim- en schroefdraadsnijwerkzaamheden uitgevoerd worden. Deze draaibank is voor fijn mechanische werkzaamheden als ook voor thuiswerkzaamheden geschikt en in al zijn functies met een goed werkresultaat te gebruiken. Verwijdering De verwijderinginstructies zijn met pictogrammen aangegeven die op de machine, resp. op de verpakking, te vinden zijn. Een beschrijving van de afzonderlijke betekenissen is in het hoofdstuk “Aanduiding” te vinden.
Verwijdering van de transportverpakking De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschades. De verpakkingsmaterialen zijn meestal volgens milieuvriendelijke en verwijderingtechnische standpunten gekozen en derhalve recyclebaar. Het terugbrengen van de verpakking naar de materiaalomloop spaart grondstoffen en verlaagt de afvalhoeveelheden. Verpakkingsdelen (bijv. folies, styropor) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Er bestaat verstikkingsgevaar! Bewaar de verpakking buiten het bereik van kinderen en verwijder deze zo snel mogelijk.
Eisen aan de bedienende persoon De bedienende persoon moet, voor het gebruik van het apparaat, de gebruiksaanwijzing goed gelezen hebben. Overige gevaren en beschermende maatregelen Ook als u dit elektrische werktuig volgens de voorschriften bedient, blijven altijd restrisico’s bestaan. De volgende gevaren kunnen in samenhang met de bouwwijze en uitvoering van dit elektrische werktuig optreden:
1. Longschaden, indien geen geschikte beschermend
stofmasker wordt gedragen.
2. Gehoorschaden, indien geen geschikte
gehoorbeschermer wordt gedragen.
3. Gezondheidsschaden, die het resultaat van hand- en
armtrillingen zijn, indien het apparaat een langere tijd in gebruik is of indien niet volgens de voorschriften wordt gewerkt en onderhouden.
4. Direct elektrisch contact
Een defecte kabel of stekker kan tot een levensgevaarlijke elektrische schok leiden. Laat defecte kabels of stekkers altijd door een vakman vervangen. Gebruik het apparaat enkel met een aansluiting aan een veiligheidsschakelaar voor foutstroom (RCD).
5. Indirect elektrisch contact
Letsels door spanninggeleidende onderdelen bij geopende elektrische of defecte bouwdelen. Tijdens onderhoudswerkzaamheden de netstekker uitnemen. Slechts met RCD-schakelaar aansluiten.
6. Een onvoldoende of defecte plaatselijke verlichting geeft
een verhoogd risico. Zorg bij het werken met het apparaat voor voldoende verlichting. Kwalificatie Behalve een uitvoerige instructie door vakkundig verkooppersoneel is er geen speciale kwalificatie voor het gebruik van het apparaat nodig. Minimale leeftijd Het apparaat mag slechts door personen gebruikt worden van 16 jaar of ouder. Uitzondering hierop is het gebruik door jeugdige personen bij een beroepsopleiding ter verkrijging van vaardigheid en indien dit onder toezicht van een opleider plaats vindt.
Scholing Om het apparaat te kunnen gebruiken is enig passend onderricht, door een vakman, resp. de bedieningsaanwijzing, voldoende. Een speciale scholing is niet noodzakelijk.
- Voor het in gebruik nemen van de machine deze grondig op een perfecte montage van de elektrische installatie en de vaste verbindingen op de klemmen controleren. Door het transport kunnen leidingen losraken en bij aansluiting aan de netvoorziening zijn ongevallen dan niet te vermijden.
- De bedbanen en alle blanke onderdelen van de machine zijn voor het transport van een antiroestmiddel voorzien. Het antiroestmiddel kan met petroleum of wasbenzine verwijderd worden. Daarna de bedbanen drogen en de geleidingen met een bedbaanolie smeren.
- Alle bedieningselementen op een goede bedienbaarheid en juiste spelingvrije beweging testen. Indien de geleidingen te stroef lopen of haken of te veel speling vertonen, deze nastellen met de geleidinglijsten en de drukstiften.
- Alle bedieningselementen op een goede bedienbaarheid, de langs- en dwarsgeleidingen van het bed-, dwars- en bovenslede op een spelingvrije goede beweging testen. Indien de geleiding te stroef is of haken of te veel speling vertonen, deze nastellen met de geleidinglijsten en de drukstiften.
- Voor het in gebruik nemen van de machine deze grondig op een perfecte montage van de elektrische installatie en de vaste verbindingen op de klemmen controleren.
- Voor inbedrijfstelling moeten alle veiligheidsonderdelen en afdekkingen gemonteerd zijn.
- Voor de eerste ingebruikneming het laagste spiltoerental instellen en de machine minimaal 20 minuten zonder belasting laten draaien. De lagerplaatsen enz. op ongewone opwarming en functieverloop, geluiden enz. controleren. Indien er geen abnormale afwijkingen worden opgemerkt, kan het spiltoerental trapsgewijs naar het hoogste toerental verhoogd worden.
- Alle smeerplaatsen, smeergaten en te smeren vlakten aan de machine met smeerolie behandelen. Montage/vervanging van spanklauwen (afb. 3-10/pos. 4) De spanklauwen (4) zijn van de nummers 1 tot 3 voorzien en dienen in volgorde in de spanklauwgeleiding (A) van de drieklauwplaat (3) geplaatst te worden.• Steek eerst de klauwplaatsleutel (41) in een van de spanschroeven van de drieklauwplaat (2) en maak de spanklauwen los (4) door het linksom draaien van de klauwplaatsleutel (41), tot de spanklauwen (26) uitgenomen kunnen worden (afb. 3).
- Kies de te monteren spanklauwen (zie punt Buiten- en binnengetrapte spanklauwen) en sorteer deze overeenstemmend met de nummering (op iedere spanklauw bevindt zich een ingeslagen getalcode die met 1, 2 of 3 begint) (afb. 4-7).
- Voer de spanklauw met het nummer 1 in een van de spanklauwgeleidingen (A) en druk deze in de richting van het middelpunt van de drieklauwplaat (3).
- Draai nu de klauwplaatsleutel (41) naar links, tot de spanklauw nummer 1 een stukje in de richting van het middelpunt van de drieklauwplaat (3) springt (afb. 8).
- Plaats nu de spanklauwen nummer 2 en 3, de een na de andere, in de richting van de klokwijzers in de overige twee spanklauwgeleidingen (A).
- Druk nu alle 3 de spanklauwen (4) samen en trek de drieklauwplaat (3) door het naar rechts draaien van de klauwplaatsleutel (41) samen. Binnen in de drieklauwplaat (3) bevindt zich een schroefdraad die in de inkervingen aan de achterkant van de spanklauwen (4) ingrijpt en deze daardoor samen trekt (afb. 9).
- Controleer of de spanklauwen (4) zich centrisch spannen door de spanklauwen (4) m.b.v. de klauwplaatsleutel (41) helemaal samen naar het middelpunt te draaien. Indien de spanklauwen (4) niet allemaal in het midden samen komen, dienen deze opnieuw geplaatst te worden (afb. 10). Buiten- en binnengetrapte spanklauwen (afb. 4 - 7/pos. 4) Werkstukken tot een diameter van ca. 70 mm worden aan hun buitendiameter gespannen (afb. 7). Werkstukken met een buitendiameter van 1,5-30 mm kunnen met de buitengetrapte spanklauwen (a) gespannen worden (afb. 5). Werkstukken met een boring van min. 25 mm kunnen met behulp van de buitengetrapte spanklauwen (a) in de boring geklemd worden (afb. 6). Door het wisselen van de buitengetrapte spanklauwen (a) tegen die van de binnengetrapte spanklauwen (b) kunnen werkstukken tot een diameter van max. 70 mm ingespannen worden. Let op: Werkstukken dienen voldoende ver in de drieklauwplaat (3) gespannen worden. De klauwplaatsleutel (41) uitnemen. Let er op dat het werkstuk vast ingespannen is. Let op: Let er op dat de buitenklauwen noch door de dwarsschroefdraad gehouden worden en niet te ver naar buiten gedraaid zijn! Draaibeitel inspannen (afb. 11 - 12) De draaibeitel (B) wordt door minimaal twee klemschroeven (5) in de werktuighouder (7) geklemd. Span de draaibeitel (B) zo kort als mogelijk in om een zo kort mogelijke hendelverplaatsing (D) te verkrijgen en let daarbij op de juiste instelhoogte. De hoogtepositie van de draaibeitel (B) wordt door het onderleggen van vlakke metaalplaatjes (C) van verschillende dikten bereikt. De controle van de hoogtepositie t.o.v. het midden van het werkstuk vindt aan de hand van het center (9) in de losse draaibankkop (12) plaats. Door het lossen van de klemhendel (6) kan de werktuighouder (7) gezwenkt en op een andere werkpositie ingesteld worden. Zo kunnen tot 4 draaibeitels (B) gelijktijdig in de werktuighouder (7) ingespannen blijven; tussen deze kan door het omzwenken van de werktuighouder (7) gewisseld worden. Let op: De draaibeitel (B) dient met zijn as haaks op de as van het werkstuk ingespannen te worden. Bij een schuine inspanning kan de draaibeitel (B) in het werkstuk ingetrokken worden. Voedingsrichting kiezen (afb. 13) De draairichting van de leispil (16) wordt middels de hendel van de voedingsrichting (34) aan de achterkant van de machine gekozen. Pos. 1 boven: Voedingsrichting links Pos. 2 midden: Voedingsrichting uit Pos. 3 beneden: Voedingsrichting rechts Voedingssnelheid, wisselen van de wisselwielen (afb. 14- 19) Om verschillende voedingssnelheden te verkrijgen dienen de wisselwielen overeenstemmend gekozen te worden.
- Maak de bevestigingsschroeven (a) aan de wisselwielenkast (1) los en verwijder deze (afb. 14).
- Maak de bevestigingsschroeven (b) op de tandwielas los en verwijder de wisselwielen van de assen (afb. 15). Maak de bevestigingsmoeren van de tandwielbalanshouder los (afb. 16/pos. d).
- Kies de benodigde wisselwielen aan de hand van afb. 17 -
19. De tabel (afb. 17) geeft het benodigde aantal tanden
aan (F) van de wisselwielen voor de passende voeding in mm per omwenteling (E).
- Plaats de tandwielen op de passende tandwielassen en borg deze met de bevestigingsschroeven (afb. 15/pos. b).
- Indien voor de vereiste overzetting enkel de tandwielen A, B en D worden benodigd, moet de in afb. 18 getoonde afstandhuls (E) voor het tandwiel op de as III geplaatst worden.
- Stel de tandwielbalanshouder en de as van de tandwielen zodanig in dat de tandwielen met een lichte speling zich laten bewegen. Draai nu de bevestigingsmoeren van de tandwielbalanshouder (d) weer vast (afb. 16).
- Belangrijk: Om de machine te kunnen inschakelen, dient de afdekking van de wisselwielenkast (afb. 14/pos. 1) geplaatst te zijn. Instelling van de losse draaibankkop (afb. 1, resp. 20) De losse draaibankkop (12) kan op het draaibankbed (14) vooruit en achteruit bewogen worden.
- Maak de moer voor de klemming van de losse draaibankkop (43, sleutel 42) los en plaats de losse draaibankkop in de gewenste positie.
- Draai aansluitend de moeren voor het klemmen van de losse draaibankkop (43, sleutel 42) vast. Montage/demontage/instelling van de pinole (afb. 12-21) De pinole (10) houdt het center (9), welke dient voor het inspannen en ondersteunen van langere werkstukken. De pinole (10) kan m.b.v. het handwiel (13) vooruit en terug gesteld worden. Met de klemhendel (11) wordt de pinole (10) in de gewenste positie vastgeklemd. De achterkant van het center (9) is conisch en houdt door klemming in de pinole (10). Voor het verwijderen van het center (9) de klemhendel losmaken en de pinole (10) met het handwiel (13) geheel in de achterste positie brengen. Daardoor wordt het center (9) uit de klemming gedrukt en kan deze verwijderd worden. Plaats het center (9) voor het inzetten in de pinole (10), deze wordt bij het inspannen van de werkstuk automatisch in de pinole (10) vastgeklemd. I.p.v. het center (9) kan, bijvoorbeeld als voorbewerking voor binnendraaien, ook een boor met een passende conus in de pinole (10) geplaatst worden. Op de pinole (10) bevindt zich een schaal die aangeeft hoe diep men in het werkstuk boort. Beschermingsafdekking drieklauwplaat (afb. 2/pos. 36) De beschermingsafdekking van de drieklauwplaat (36) dient voor bescherming van de gebruiker en dient tijdens het gebruik altijd naar beneden geklapt te zijn. Indien de beschermingsdekking (36) naar boven is geklapt, laat de machine zich niet inschakelen omdat de veiligheidsschakelaar (afb. 2/pos. 31) op de achterkant niet bediend wordt.Handwielen voor dwarsaanzet en handmatige aanzet (afb. 1/pos. 21, resp. 17) Bij het draaien wordt de draaibeitel met behulp van de handwielen voor de dwarsaanzet, resp. de handmatige aanzet, langs het werkstuk gevoerd. Aan beide handwielen bevinden zich schaalringen die, als de draaibeitel het werkstuk raakt, op 0 gesteld kunnen worden, om de diepte van de spaanafname te kunnen vaststellen. Om de schaalringen op 0 te stellen, maak daartoe de schroefdraadstiften in de schaalringen los, draai deze op 0 en draai de schroefdraadstiften weer vast. Bediening Machine in- en uitschakelen (afb. 22) Machine inschakelen Volg de volgorde bij het inschakelen van de draaibank!
- Eerst de beschermingsafdekking (36) over de drieklauwplaat (3) klappen (Beschermingsafdekking drieklauwplaat).
- De toerentalregelaar (2) dient voor iedere inschakeling of wijziging van de draairichting zich in de nulpositie te bevinden (markering geheel onderaan).
- Nu de juiste draairichting bepalen aan de keuzeschakelaar voor draairichtingen (27) kiezen (L= linksloop / R= rechtsloop).
- Controleer of de noodschakelaar uitgedraaid is.
- Nu kan de machine door het bedienen van de keuzeschakelaar voor het toerental (28) gestart worden. Machine uitschakelen Voor het uitschakelen de toerentalregelaar (28) op de “nulpositie”draaien. Nood-uit-functie Voor een snelle en eenvoudige uitschakeling van de machine, bijv. in een noodgeval, op de noodschakelaar drukken (afb. 22/pos. 26). Om de machine opnieuw in gebruik te kunnen nemen dient de noodschakelaar er opnieuw uitgedraaid te worden. Let op: Voor iedere wijziging van de draairichting beslist wachten tot de machine geheel tot stilstand is gekomen omdat anders de machine beschadigd zal worden! Om de aandrijving van de machine niet te overbelasten zou het toerental voor het inschakelen, bij werkzaamheden met een hoger toerental, teruggezet moeten worden. Indien de machine overbelast of geblokkeerd is, schakelt de bediening zich automatisch uit. Neem bij een langdurig niet-gebruik of voor instel- en onderhoudswerkzaamheden de netstekker uit het stopcontact. Instelling van het toerental (afb. 22 - 23) Aan de toerentalregelaar (28) kan het toerental van de machine traploos ingesteld worden. Aan de toerentalschakelaar (32) kan het toerentalgebied vooraf gekozen worden. Toerentalschakelaar in de positie „Haas“ (snel): Toerental: 0-2.500 min-1 Toerentalschakelaar in de positie „Schildpad“ (langzaam): Toerental: 0-1.100 min-1 Koeling Tijdens het draaien ontstaat wrijvingswarmte aan de snijkant van de draaibeitel. Om de levensduur van de draaibeitel te verhogen en het snijbeeld te verbeteren zou de draaibeitel tijdens de werkzaamheden gekoeld moeten worden. Gebruik hiervoor de meegeleverde oliefles (38) en een in water oplosbare, milieuvriendelijke booremulsie.
- Span de draaibeitel vast in de werktuighouder (7) (zie punt Draaibeitel inspannen).
- Span het werkstuk zo ver als mogelijk in de drieklauwplaat (3) in.
- Controleer of het werkstuk “rond” loopt.
- Controleer of de voeding gedeactiveerd is (buiten bij het schroefdraadsnijden).
- Schakel de machine in (zie punt Machine in- en uitschakelen). Langsdraaien (afb. 1, 24 - 25) Bij langsdraaien beweegt de draaibeitel parallel met de as van het werkstuk.
- Voor langsdraaien van rechts naar links, draai eerst de bedslede (24) met het handwiel voor de langsaanzet (25) zo ver mogelijk naar links en de bovenslede (23) met het handwiel voor handmatige aanzet (17) zo ver naar rechts dat de verplaatsing van de bovenslede (23) voor de totale bewerkingslengte voldoende is.
- Zet de hendel voor de voedingsrichting (33) in positie 2, voedingsinrichting gedeactiveerd, en vergrendel de bedslede (24) met de vergrendelingshendel voor de voeding (19).
- Verplaats de dwarsslede (22) door het draaien met het handwiel voor de dwarsaanzet (21) zo ver terug dat de draaibeitel de omtrek van het werkstuk niet raakt.
- Stel nu de bovenslede (23) met het handwiel voor handmatige aanzet (17) zodanig in dat het snijpunt van de draaibeitel boven de grootste diameter van het werkstuk staat.
- Verplaats de dwarsslede (22) langzaam door het draaien met het handwiel voor de dwarsaanzet (21) naar het werkstuk tot de draaibeitel de oppervlakte van het werkstuk streelt.
- Dit is nu de uitgangspositie voor het bewerken van de buitendiameter van uw werkstuk. Een deelstreep op de schaal aan het handwiel voor de dwarsaanzet (8) komt overeen met 0,05 mm werkstukdiameter en (0,025 mm snedediepte).
- De mogelijkheid bestaat van een geautomatiseerde voeding bij het langsdraaien door inschakeling van de vergrendelingshendel voor de voeding (19). Let op: Overtuigt u zich er van dat de hendel van de voedingsrichting (33) in de positie 2, voedingsinrichting gedeactiveerd, is voordat de machine ingeschakeld wordt (zie punt Voedingsrichting kiezen). Vlakdraaien (afb. 1, 26) Het vlakdraaien vindt op soortgelijke wijze plaats als het langsdraaien. Bij vlakdraaien beweegt de draaibeitel zich naar de werkstukas. Bij het vlakken dient de hoofdsnede van de draaibeitel exact op het midden van het werkstuk ingesteld te zijn zodat in het werkstukmidden geen inzet (puntje) blijft staan. Stel de draaibeitel aan de hand van het center (9) in. Bij het vlakdraaien met de gebogen draaibeitel of met de kopdraaibeitel wordt het werkstuk van buiten naar binnen gedraaid, bij het vlakdraaien met de hoekdraaibeitel of de zijdraaibeitel daarentegen van binnen naar buiten. Binnendraaien Het binnendraaien van boringen gebeurt soortgelijk als het vlak- en langsdraaien. Omdat de draaibeitel bij het uitdraaien meestal niet te zien is, moet hier in het bijzonder voorzichtig gewerkt worden. Voor het binnendraaien kan een boor i.p.v. het center (9) ingespannen worden om het werkstuk zo genoemd “voor te boren” (zie punt Montage/demontage/instelling van de pinole). In- en afsteken Bij het in- en afsteken beweegt de draaibeitel zich naar het centrum van de werkstukas. Voor het insteken gebruikt men een steekbeitel, voor het afsteken een afsteekbeitel.Let op: Let er op dat de draaibeitel, bij het langs-, vlak-, binnendraaien, in- en afsteken, exact centraal is ingesteld. Kegeldraaien (afb. 27 - 28) Kegeldraaien vindt plaats door het instellen van de bovenslede (23). Hier wordt de bovenslede na het lossen van de stelschroeven (A) om zijn as gedraaid (afb. 28). De gradenindeling van de kegel vindt plaats aan de hand van de schaal voor het kegeldraaien (20). Nadat de bovenslede juist ingesteld is (afb. 29) dienen de stelschroeven (A) opnieuw vastgedraaid te worden. Schroefdraadsnijden (Afb. 29) Het schroefdraadsnijden vindt plaats met een speciale schroefdraadbeitel. Deze wordt exact en recht op de werkstukas ingespannen. Dit kan het beste m.b.v. een draaibeitelmal (afb. 30/pos. A) plaatsvinden. De voeding bij schroefdraadsnijden vindt middels de leispil (16) plaats en moet overeenkomstig zijn met de spoed van de schroefdraad. Hiervoor wordt de overeenkomstige voedingssnelheid, door een juiste keuze van de wisselwielen, ingesteld (zie punt Voedingssnelheid, wisselen van de wisselwielen). Let op: Het schroefdraadsnijden moet met een laag toerental en een goede smering plaatsvinden. Bij schroefdraadsnijden en tussen de afzonderlijke snijstappen bij het schroefdraaddraaien mag de vergrendelingshendel voor de voeding (19) niet geopend zijn of het werkstuk uit de klauwplaat genomen worden. Schoonmaken Schoonmaken, onderhoud en het bestellen van reserveonderdelen Neem voor alle schoonmaakwerkzaamheden de netstekker uit het stopcontact. Schoonmaken
- Wij adviseren u de machine na elk gebruik te reinigen.
- Verwijder de spanen met een handveger en/of kwast.
- Verwijder vuil, smeermiddel- en olieresten met een katoenen doek.
- Gebruik voor het schoonmaken nooit perslucht.
- Smeer de blanke metalen onderdelen na het schoonmaken met een zuurvrije smeerolie in. Aandrijfriem vervangen (afb. 30 - 33) De aandrijfriem is een slijtonderdeel en moet naar behoefte vervangen worden. Verwijder eerst de afdekking van de wisselwielenkast (1) (zie punt Voedingssnelheid, wisselen van de wisselwielen). Maak nu de beide borgschroeven (afb. 30/pos. A) los en verwijder de aandrijfplaat (afb. 31/pos. B). Verwijder de aandrijfriem onder het draaien van het bovenste tandwiel en trek deze van de motoras af (afb.
32 - 33). De inbouw vindt plaats in omgekeerde
volgorde. Belangrijk: Om de machine te kunnen inschakelen, dient de afdekking van de wisselwielenkast (afb. 14/pos. 1) geplaatst zijn. Let op: Schakel voor het vervangen van de tandriem de machine uit en neem de netstekker uit.
Vervangen van de apparaatzekering (afb. 22/pos. B). Let op! De machine uitschakelen en de netstekker uitnemen! Indien de draaibank niet meer zou functioneren, controleer dan de zekering in de zekeringhouder (B) en vervang deze eventueel door een zekering met een gelijke nominale waarde. Sledespeling instellen Indien de slede eenmaal te veel speling in haar geleiding heeft gekregen, kan dit aan de schroefdraadstiften en wel aan de zijde van de slede ingesteld worden. Let op: Een omkeerspeling in de voedingsspil van tot een halve omdraaiing is afhankelijk van het type en als normaal te beschouwen. Koolborstels Laat bij overmatige vonkvorming de koolborstels door een vakkundige elektricien controleren. Let op! De koolborstels mogen enkel door een vakkundige elektricien vervangen worden. Transport en opslag Tijdens het transport van de machine moet de bedslede naar het einde van het bed, in de buurt van de losse draaibankkop, geplaatst worden en daar vastgeklemd te zijn. Onderhoud en verzorging Voor ieder onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheid de netstekker uitnemen! Tijdens het gebruik van de machine moet op het nodige onderhoud gelet worden. Hierdoor is het gewaarborgd dat de hoge bedrijfsnauwkeurigheid en de betrouwbaarheid voor lange tijd behouden blijft.
1. Spanen m.b.v. een handveger of een kwast verwijderen.
2. Voor het begin en na het gebruik moeten alle beweegbare
onderdelen gesmeerd worden.
3. De glij- en geleidevlakken doorlopend van spanen en
afgesleten metalen deeltjes, in het bijzonder bij het bewerken van gietijzer, messing, brons en aluminium, schoonmaken en opnieuw met olie invetten. Oppervlakten niet met perslucht schoon blazen. Voor het schoonmaken een stoffer, penseel of stofzuiger gebruiken.
4. Controleren dat er geen afgesleten metalen deeltjes aan de
viltstrippen en tussen de geleidingsvlakken opgehoopt zijn. Afgesleten metalen deeltjes verwijderen, viltstrippen schoonmaken en opnieuw terugplaatsen zodanig dat deze alzijdig aan de geleidingsvlakken aanliggen. Vilt en geleidingsvlakken smeren.
5. Om de echt hoge nauwkeurigheid van de machine te
behouden moeten de centerpunten, de geleidingsvlakken, de voedingsspil enz. voorzichtig behandeld worden. Indien op het oog aan de machine een willekeurige schade wordt vastgesteld, dan moet deze per omgaande verholpen worden.Onderhoudsschema UITSLUITEND HARS- EN ZUURVRIJE SMEERVETTEN VOOR GLIJ- EN WENTELLAGERS GEBRUIKEN!
Machinedeel Frequentie Soort van het smeermiddel Leispil Na ieder gebruik Met reinigings- en sproeiolie voorreinigen, aansluitend opbrengen van een smeervet Glijlager van de leispil 1 x per maand of na 10 bedrijfsuren Smeervet Machinebed, spankop, machineoppervlakte Na ieder gebruik Reinigings- en sproeiolie Lagerbus en as van het wisselwieldrijfwerk Telkens bij het wisselen van wisselwielen of na 10 bedrijfsuren Smeervet Slotmoer 1 x per maand of na 10 bedrijfsuren Smeervet Voedingsspil van de dwarsslede met voedingsmoer 1 x per maand of na 10 bedrijfsuren Smeervet Voedingsspil van de langsslede 1 x per maand of na 10 bedrijfsuren Smeervet Voedingsspil van de pinole 1 x kwartjaar of na 30 bedrijfsuren SmeervetCZ
Notice-Facile