DOMETIC DCU - Airconditioning

DCU - Airconditioning DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DCU DOMETIC in PDF-formaat.

📄 91 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DOMETIC DCU - page 56
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DOMETIC

Model : DCU

Categorie : Airconditioning

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCU - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCU van het merk DOMETIC.

GEBRUIKSAANWIJZING DCU DOMETIC

  • il motivo della richiesta o la descrizione del guasto. Tenere presente che le riparazioni eseguite in autonomia o da personale non professionista possono avere conseguenze sulla sicurezza e invalidare la garanzia. 55NL Nederlands 1 Belangrijke opmerkingen.................................................... 56 2 Verklaring van de symbolen.................................................56 3 Doelgroep(en)................................................................... 57 4 Beoogd gebruik................................................................ 57 5 Verklaring van de symbolen op het toestel............................ 57 6 Voorinstallatie....................................................................57 7 Installatie...........................................................................59 8 Verwijdering......................................................................62 9 Technische gegevens......................................................... 62 10 Wettelijk............................................................................63 11 Garantie............................................................................63 1 Belangrijke opmerkingen Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen in deze handleiding op om ervoor te zorgen dat u het product te allen tijde op de juiste manier installeert, gebruikt en onderhoudt. Deze gebruiksaanwijzing MOET bij dit product worden bewaard. Door het product te gebruiken, bevestigt u hierbij dat u alle instructies, richtlijnen en waarschuwingen zorgvuldig hebt gelezen en dat u de voorwaarden zoals hierin beschreven begrijpt en accepteert. U gaat ermee akkoord dit product alleen te gebruiken voor het beoogde doel en de beoogde toepassing en in overeenstemming met de instructies, richtlijnen en waarschuwingen zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing en in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het niet lezen en opvolgen van de hierin beschreven instructies en waarschuwingen kan leiden tot letsel voor uzelf en anderen, schade aan uw product of schade aan andere eigendommen in de omgeving. Deze gebruiksaanwijzing, met inbegrip van de instructies, richtlijnen en waarschuwingen, en de bijbehorende documentatie kan onderhevig zijn aan wijzigingen en updates. Voor de recentste productinformatie, bezoek documents.dometic.com. 2 Verklaring van de symbolen Een signaalwoord gee informatie over veiligheid en eigendomsschade en gee de mate of ernst van het gevaar aan. GEVAAR! Duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, ernstig letsel of de dood tot gevolg hee. WAARSCHUWING! Duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben. LET OP! Duidt op een situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot materiële schade. INSTRUCTIE Aanvullende informatie voor het gebruik van het product.

2.1 Aanvullende richtlijnen

Om het risico op ongevallen en verwondingen te verminderen, dient u de volgende richtlijnen in acht te nemen voordat u doorgaat met het installeren van dit apparaat:

  • Lees alle veiligheidsinformatie en instructies door en volg deze.
  • Lees deze instructies voorafgaand aan de installatie van dit product en zorg ervoor dat u deze geheel begrijpt.
  • De installatie moet voldoen aan alle van toepassing zijnde lokale of nationale regels, waaronder de nieuwste uitgave van de volgende maatstaven:

2.2 Veiligheidsaanwijzingen

GEVAAR! Brand- of explosiegevaar. Sommige modellen gebruiken brandbaar koudemiddel. Het niet in acht nemen van de volgende waarschuwingen hee ernstig of zelfs dodelijk letsel tot gevolg: Reparaties mogen uitsluitend door opgeleid onderhoudspersoneel worden uitgevoerd. Niet installeren of opslaan op een locatie met continu werkende ontstekingsbronnen. Alle vereiste ventilatieopeningen vrijhouden van belemmeringen. Koudemiddelbuizen niet doorboren. Raadpleeg het typeplaatje van het product voor het type koudemiddel. WAARSCHUWING! Brand- en/of explosiegevaar Het niet in acht nemen van de volgende waarschuwingen kan leiden tot de dood of ernstig letsel: Gebruik geen mogelijke ontstekingsbronnen om koudemiddellekken te detecteren of op te sporen. Gebruik geen gasontladingslamp of een andere detector met open vlam. De detectieapparatuur moet geschikt zijn voor het type koudemiddel dat in het product wordt gebruikt. Raadpleeg het typeplaatje voor het gebruikte koudemiddel. Elektronische lekzoekers mogen worden gebruik om koudemiddellekken te detecteren, maar hun gevoeligheid is mogelijk onvoldoende voor brandbare koudemiddelen waardoor mogelijk een nieuwe kalibratie noodzakelijk is. Kalibreer detectieapparatuur in een ruimte zonder koudemiddel. WAARSCHUWING! Koolmonoxidegevaar Het niet in acht nemen van de volgende waarschuwingen kan leiden tot de dood of ernstig letsel: Installeer of gebruik een onafhankelijke airconditioner niet in het onderruim of in de machinekamer, of nabij een interne verbrandingsmotor. Kies de locatie zodanig dat er geen direct contact kan zijn met dampen uit het onderruim en/of het motorhuis. Controleer of de condensaatafvoerleiding correct is geïnstalleerd en afgedicht. Laat een condensaatafvoerleiding niet eindigen binnen een straal van 0,91 m (3 ) van een uitlaatsysteem van een motor of generator, in een ruimte met een motor of generator, of in een onderruim, tenzij de afvoerleiding goed is aangesloten op een afgedichte condensaat- of douchecarterpomp. Als de afvoerleiding niet goed is geïnstalleerd, kunnen er gevaarlijke dampen in de afvoerleiding terechtkomen en de leefruimte verontreinigen. Installeer de airconditioning niet op een plaats waar hij koolmonoxide, brandstofdampen of andere schadelijke dampen in de leefruimtes van het schip kan circuleren. WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken De installatie mag alleen worden uitgevoerd door een bevoegde elektricien. WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken, brand en/of explosies Het niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregelen kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met een lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperking of gebrek aan ervaring of kennis, tenzij zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het gebruik van het apparaat door een volwassene die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan om te garanderen dat ze niet met het toestel spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. Dit apparaat mag niet publiekelijk toegankelijk zijn. 56NL WAARSCHUWING! Explosiegevaar Het niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregelen kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Installeer de airconditioner niet op een locatie waar zich benzinemotoren, tanks, LPG/CNG-cilinders, regelaars, kleppen, of koppelingen van brandstofleidingen bevinden. Tenzij anders gelabeld, voldoen zelfregulerende apparaten niet aan de federale vereisten voor ontstekingsbeveiliging. Het niet in acht nemen van deze waarschuwing kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Elektrische componenten die vlambogen of vonken kunnen veroorzaken, mogelijk uitsluitend worden vervangen door onderdelen die door de fabrikant van het toestel worden voorgeschreven. Vervanging door andere onderdelen kan leiden tot ontbranden van het koudemiddel in het geval van lekkage. WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken Het niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregelen kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Zorg ervoor dat de airconditioning goed geaard is om het gevaar van elektrische schokken te minimaliseren. Raadpleeg de installatierichtlijnen voor meer informatie. Voor elke geïnstalleerde airconditioning is een speciale stroomonderbreker vereist. Als er slechts één airconditioner is geïnstalleerd, is voor de zeewaterpomp geen speciale stroomonderbreker nodig. Als twee of meer airconditioningsapparaten gebruikmaken van dezelfde zeewaterpomp, worden de draden van de pomp aangesloten op een pomprelaispaneel (PRP), dat op zijn beurt zijn eigen specifieke stroomonderbreker hee voor de pomp (max. 20 A). Raadpleeg het aansluitschema dat bij het PRP is geleverd. Bij alle elektrische aansluitingen in het onderruim en/of onder de waterlijn moeten afdichtende, warmtekrimpende kabelverbinders worden gebruikt. Veldbedrading moet voldoen aan de elektrische voorschrien van ABYC. De voeding naar het apparaat moet binnen het op het gegevensplaatje aangegeven bedrijfsspanningsbereik liggen. Ter beveiliging van vertakte circuits moeten zekeringen van de juiste grootte of HACR-stroomonderbrekers worden geïnstalleerd. Raadpleeg het gegevensplaatje voor de maximale grootte van de zekering/ stroomonderbreker (MFS) en de minimale circuitcapaciteit (MCA). LET OP! Dit apparaat bevat gefluoreerde broeikasgassen in hermetisch afgesloten apparatuur. Raadpleeg het label op het productgegevensplaatje van de condensor voor de hoeveelheid koelmiddel in gewicht en GWP. De hoeveelheid toegevoegd koelmiddel moet worden genoteerd op het label van het apparaat. LET OP! Gebruik geen koperbuizen om het product te duwen, trekken, heffen of dragen. 3 Doelgroep(en) De mechanische en elektrische installatie en de instelling van het toestel moeten worden uitgevoerd door een bevoegde technicus die zijn vaardigheden en kennis met betrekking tot de constructie en bediening van apparatuur en installaties in motorvoertuigen hee bewezen en die vertrouwd is met de toepasselijke regelgeving van het land waarin de apparatuur moet worden geïnstalleerd en/of gebruikt en die een veiligheidstraining hee gevolgd om de gevaren te herkennen en te voorkomen. 4 Beoogd gebruik Deze handleiding is bedoeld voor de installatie van zelfregulerende airconditioningssystemen DCU, DLU, DTG, ECD, GT, GTX, GTX-LP, GVTX en TX (hierna 'aiconditioner' genoemd). De airconditioning is bedoeld voor gebruik op boten en jachten. Deze airconditioning is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing. Dit product is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing. Deze handleiding gee informatie die nodig is voor een correcte installatie en/ of correct gebruik van het product. Een slechte installatie en/of onjuist gebruik of onderhoud leidt tot onvoldoende prestaties en mogelijke storingen. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel of schade aan het product die het gevolg is van:

  • Onjuiste installatie, montage of aansluiting, inclusief te hoge spanning
  • Onjuist onderhoud of gebruik van andere dan door de fabrikant geleverde originele reserveonderdelen
  • Wijzigingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
  • Gebruik voor andere doeleinden dan beschreven in deze handleiding Dometic behoudt zich het recht voor om het uiterlijk en de specificaties van het product te wijzigen. 5 Verklaring van de symbolen op het toestel Let op! Brandgevaar/ontvlambaar materiaal Let op! Licht ontvlambaar materiaal. Brandbaar koudemiddel. Veiligheidsklasse koudemiddel A2L Lees de gebruiksaanwijzing. Lees de servicehandleiding. 6 Voorinstallatie LET OP! De zelfstandige condensaatafvoerbakken van de DTG, GTX, GVTX en TX zijn uitgerust met trillingsisolatoren die in de bodem van de bak zijn geïnstalleerd. Deze isolatoren zijn ontworpen om de trillingen te dempen die worden veroorzaakt door de werkende airconditioning en die wordt overgebracht naar het montageoppervlak. Wees voorzichtig bij het verplaatsen van de airconditioning over montageoppervlakken, omdat de isolatoren beschadigd kunnen raken. LET OP! De airconditioning moet op een laag, vlak en effen oppervlak worden gemonteerd, zoals onder in een kluisje, onder een slaapkooi of kombuisstoel, of op een vergelijkbare plaats. Zorg ervoor dat de bekabeling niet wordt blootgesteld aan slijtage, corrosie, buitensporige druk, trilling, scherpe randen of andere nadelige omgevingseffecten, waaronder effecten door veroudering of continue trilling veroorzaakt door bijvoorbeeld compressoren of ventilatoren. Zorg ervoor dat beschermingsapparatuur, buizen en fittingen zo goed mogelijk beschermd zijn tegen nadelige omgevingseffecten zoals vuilophoping of verzameling van water en vorst in afvoerleidingen. Er moeten voorzorgsmaatregelen worden getroffen om overmatige trilling of pulsatie van de koelleidingen te voorkomen. 57NL

6.1 De installatielocatie bepalen

1. Plaatsing van GVTX en TX ten opzichte van luchtstroom

1 3,00 in (7,62 cm) 4 4,00 in (10,16 cm) 2 Koellichaam 5 Afvoerlucht-rooster 3 Schutbord 6 Luchtstroom Plaatsing van alle andere airconditioningsapparaten ten opzichte van de luchtstroom

2. Kies een locatie met voldoende luchtstroom. Het afvoerluchtrooster moet aan de

voorzijde ten minste 4,00 in (10,16 cm) aan vrije ruimte voor luchtcirculatie hebben, vrij van obstakels.

3. Als de airconditioning loodrecht ten opzichte van het afvoerlucht-rooster staat, zorg

dan voor een minimale vrije ruimte van 3,00 in (7,62 cm) voor luchtcirculatie aan de luchtinlaatzijde.

4. Alleen GVTX en TX: Zorg voor een minimale vrije ruimte van 3,00 in (7,62 cm)

boven en onder het koellichaam.

6.2 De aanjager draaien

In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de aanjager voor elk type apparaat moet worden gedraaid. Draai indien nodig de aanjager in de richting waarin de meest directe luchtstroom door de buisleidingen kan worden afgevoerd.

6.2.1 Aanjagers GTX, GVTX, DTG en TX

Aanjagerrotatie systeem GTX, GVTX, DTG en TX

1. Draai de stelschroef op de bevestigingsring van de aanjager los.

2. Draai de aanjager in de gewenste stand.

3. Draai de stelschroef aan.

6.2.2 Aanjagers MCS, ECD en GT

Aanjagerrotatie systeem MCS, ECD en GT 58NL

1. Verwijder de zeven schroeven op de plaat.

2. Draai de aanjager in de gewenste stand.

3. Zet de aanjager vast met zelappende schroeven (niet meegeleverd).

Aanjagerrotratie DCU-systeem

1 Screws on blower ring2 Screws on drain pan or bracket

1. Verwijder de schroeven van de aanjagerring.

2. Verwijder de schroeven waarmee de ventilator aan de afvoerbak of plaat is

4. Zet de aanjager vast met zelappende schroeven (niet meegeleverd).

5. Dicht alle ongebruikte gaten af om luchtverlies te voorkomen.

6.3 Luchtfilters vervangen

Luchtfilters verwijderen zwevende deeltjes uit de lucht in de cabine en houden de spoel van de verdamper schoon. Plaats voor elke airconditioning één luchtfilter, hetzij op de airconditioning, hetzij in het afvoerlucht-rooster.

6.4 Roosters en overgangsdozen plaatsen

Houd rekening met het volgende bij het plaatsen van de roosters en overgangsdozen:

  • Monteer het toevoerlucht-rooster zo hoog mogelijk op een plaats waar gelijkmatige luchtverdeling in de passagiersruimte gewaarborgd is. Richt de lamellen van het luchtrooster omhoog.
  • Monteer het afvoerlucht-rooster zo laag mogelijk en zo dicht mogelijk bij de airconditioning om luchtstroom naar de verdamper te garanderen.
  • Richt de uitlaat van de toevoerlucht niet naar het afvoerlucht-rooster omdat het systeem anders kortsluit.
  • Zorg voor voldoende ruimte achter het toevoerlucht-rooster ten behoeve van de overgangsdoos en buisleidingen. Raadpleeg Specificaties op pagina63 7 Installatie WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken De installatie mag alleen worden uitgevoerd door een bevoegde elektricien.

7.1 Installatie van de montagesteunen en condensaatafvoer

LET OP! Om te voorkomen dat de afvoerbak barst, mag u niet meer dan twee lagen loodgieterstape gebruiken om de slangfitting te omwikkelen en mag u de slangfitting niet te strak aandraaien. Typische plaatsing van montageplaten en condensaatafvoeren

1 Aansluiting voor condensaatafvoerslang2 Montageplaat Installatie van condensaatafvoer voor GTX, GVTX, DTG en TX

1 Hose barb 4 Drain pan2 Afvoeropening met schroefdraad 5 Afvoerslang 59NL 3 Slag uitslaan Installatie van condensaatafvoer voor alle andere airconditioningsapparaten

a) Gebruik het kleine uiteinde van de slangfitting om een slak uit een naar achteren gerichte afvoeropening te slaan door er één keer snel op te slaan met een rubberen hamer. Gooi de uitgeslagen slak weg. b) Omwikkel het schroefdraaduiteinde van de slangfitting met loodgieterstape. c) Schroef de slangfitting in de afvoeropening met schroefdraad en draai fitting stevig vast.

2. Voor alle andere airconditionings:

a) Leid de slangfitting door een vaste afdichtring en een vloeistofdichte afdichtring en draai fitting in de afvoeropening. b) Zet vast met een borgmoer.

3. Bevestig de afvoerslang aan de slangfitting met een roestvrijstalen slangklem.

4. Leid de afvoerslang naar beneden naar een veilig en geschikt opvangpunt.

Installatie van montageplaat voor units GTX, GVTX, DTG en TX units

1 Bevestigingsbout (niet meegeleverd) 2 Stootring (meegeleverd) 3 Montageplaat (meegeleverd) Montage van montageplaat voor andere airconditioningsapparaten

1 Afvoerbak 2 Montageplaat 3 Bevestigingsbout (niet meegeleverd) 60NL

5. Breng één montageplaat aan weerszijden van de afvoerbak aan, op gelijke afstand.

Installatie van schuimgreepisolatie op units GVTX en TX

1 Schuimgreepisolatie 2 Handgreepopening 3 Afvoerbak

6. Voor units GVTX en TX:

a) Verwijder de folie die de zelfklevende achterkant van de schuimgreepisolatie bedekt. b) Plaats de schuimgreepisolatie zodanig dat de opening van de handgreep volledig wordt afgedekt met de klevende zijde naar de afvoerbak gericht. c) Druk rond de opening van de handgreep om de schuimgreepisolatie aan de afvoerbak te bevestigen.

7.2 Installatie van buisleidingen

WAARSCHUWING! Brand- of explosiegevaar Externe apparatuur met mogelijke ontstekingsbronnen mogen niet in de leidingen worden geïnstalleerd, met uitzondering van apparaten die worden vermeld voor gebruik met het specifieke toestel. Bij modellen die brandbare koudemiddelen gebruiken, die via een luchtkanalensysteem worden aangesloten op een of meer ruimtes, moet de aanvoer- en retourlucht direct naar de ruimte worden geleid. Open ruimtes zoals in verlaagde plafonds mogen niet worden gebruikt voor een retourluchtkanaal. Leid buisleidingen niet door een machinekamer of een gebied waar ze kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke dampen of uitlaatgassen. Houd u aan de volgende voorwaarden bij het aanbrengen van de buisleidingen:

  • Buisleidingen moeten de juiste afmetingen hebben voor uw toepassing.
  • Laat buisleidingen zo recht, glad en strak mogelijk lopen, om het aantal bochten en lussen van 90° tot een minimum te beperken omdat bochten nadelig kunnen zijn voor de luchtstroom.
  • Maak de buisleidingen stevig vast om doorzakken te voorkomen.
  • Zorg ervoor dat de buisleidingen niet afgeplat of geknikt worden.
  • Snijd overtollige buislengte na installatie af.
  • Isoleer buisleidingen wanneer deze zich in zeer warme gebieden bevinden. Als een overgangsdoos wordt gebruikt, moet het totale oppervlak van de toevoerlucht- kanalen die de kast verlaten ten minste gelijk zijn aan het totale oppervlak van de toevoerleidingen die de kast in gaan. Raadpleeg Specificaties op pagina63 Buisverbindingen

1. Schuif de mylar binnenbuisslang rond de montagering naar de overgangsdoos.

2. Schroef drie of vier roestvrijstalen schroeven door mylar buisslang in de

bevestigingsring en klem daarbij twee of drie draden vast met behulp van de schroefkoppen.

3. Schuif de glasvezelisolatie rond de mylar binnenbuisslang naar de overgangsdoos.

Zet alles vast met duct tape.

7.3 Het zeewatersysteem installeren

LET OP! Als u deze procedure niet volgt, vervalt de garantie. Neem de volgende overwegingen in acht bij het instellen van het zeewatersysteem:

  • De zeef moet zich onder de pomp bevinden.
  • Slangen moeten dubbel worden vastgeklemd.
  • De slangen mogen niet knikken, lussen of hogere bereiken hebben waarin zich lucht kan verzamelen.
  • De pomp en zeef moeten zich onder de waterspiegel bevinden.
  • De rompinlaat, kogelklep, slang en zeef mogen niet kleiner zijn dan de pompinlaat.
  • Breng de fitting van de rompinlaat zo ver mogelijk onder de waterspiegel aan.
  • De pomp moet een speciale rompinlaat hebben.
  • Vermijd elleboogstukken van 90,00 ° zo veel mogelijk.
  • Zorg ervoor dat de pompkop in de richting van de waterstroming wordt gedraaid.
  • Borg alle schroefdraadverbindingen met loodgieterstape. Raadpleeg Specificaties op pagina63 voor de maximale en minimale watertemperatuur en drukwaarden. Zeewatersysteem 61NL

1 Zeewater-uitlaat 7 Omhoog lopende inlaatstroom 2 Uitlaatstroom 8 Kogelklep 3 Airconditioning 9 Waterschep-rompinlaat 4 Zeewaterpomp 10 Waterspiegel 5 Slangklemmen 11 De richting van de pompkopzeef corri- geren 6 Zeef

1. Plaats een waterschep-rompinlaat voor zeewater zo dicht mogelijk bij de kiel en zo

ver mogelijk onder de waterspiegel. Zet de waterschep-rompinlaat vast met een afdichtmiddel voor maritiem gebruik dat is ontworpen voor gebruik onder water.

2. Breng een bronzen zeewaterkraan met volledige doorstroming aan op de

waterschep-rompinlaat.

3. Breng een zeewaterzeef aan onder het niveau van de pomp met toegang tot het

4. Monteer de pomp boven de zeef en ten minste 30 cm (1 ) onder de waterspiegel.

5. Verbind de zeewaterkraan en zeef middels een versterkte, omhooglopende slang

voor maritiem gebruik.

6. Sluit de afvoer van de pomp omhooglopend aan op de onderste inlaat van de

condensorspoel van de airconditioning met een versterkte slang met diameter van 5/8 inch voor maritiem gebruik.

7. Sluit de afvoer van de condensorspoel aan op de buitenboord-uitlaatfitting middels

een versterkte slang met diameter van 5/8 inch voor maritiem gebruik.

8. Voorkom bij de zeewaterslang schuren, verhogingen en het gebruik van 90°-

bochtstukken. Elk elleboogstuk van 90° is gelijk aan 2,5 (0,76 m) slang en een elleboogstuk van 90° op de uitlaat van de pomp is gelijk aan 20,0 (6,10 m) slang.

9. Borg alle slangverbindingen met dubbele klemmen van RVS. Breng de klemmen in

omgekeerde richting aan waar nodig.

10. Sluit alle metalen onderdelen die in contact komen met zeewater aan op het

aansluitsysteem van het vaartuig.

7.4 Elektrische verbindingen maken

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken Schakel altijd de stroomonderbreker van de airconditioning uit voordat u de elektrische kast opent. Het niet in acht nemen van deze waarschuwing kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Zorg ervoor dat de schakelkast zich op een plaats bevindt waar deze is beschermd tegen water. LET OP! Sluit de airconditioning aan op het aansluitsysteem van de boot om corrosie door elektrische strooistroom te voorkomen. Alle pompen, metalen kleppen en aansluitingen in de zeewaterkringloop die van de airco geïsoleerd zijn met PVC- of rubberslangen, moeten afzonderlijk worden gekoppeld aan het aansluitsysteem van de boot. INSTRUCTIE Als het systeem niet correct is geaard en verbonden, vervalt de garantie. Alle conditioningsapparaten hebben een klemmenstrook, gelabeld voor de juiste aansluitingen, in de elektrische kast. Het aansluitschema in de elektrische kast hee voorrang op de ABYC-normen. Gebruik een stroomonderbreker van de juiste grootte om het systeem te beschermen, zoals aangegeven op het gegevensplaatje van de airconditioning. Gebruik minimaal een bootkabel van 12 AWG om de airconditioning en de zeewaterpomp van stroom te voorzien. Breng alle verbindingen tot stand met ringvormige of borgende vorkaansluitingen. Let op het volgende bij het maken van elektrische verbindingen:

  • De aarding van de wisselstroom (AC) moet worden aangesloten op de aardaansluiting (GRND) op het aansluitblok voor de netvoeding.
  • Verbindingen tussen de aardgeleider van het wisselstroomsysteem (AC) van het vaartuig en het negatieve gelijkstroomsysteem (DC) van het vaartuig moeten worden gemaakt als onderdeel van de bedrading van het vaartuig. Controleer bij onderhoud of vervanging van bestaande apparatuur met een op het chassis gemonteerde aardingsbout de bedrading van het vaartuig op deze verbindingen.
  • GVTX- en TX-airconditioners zijn ontworpen om te werken op wisselstroom of hoogspannings-gelijkstroom. Raadpleeg het aansluitschema van het vaartuig voor de juiste plaatsing. Zorg ervoor dat de gelijkstroomaarde van de airconditioning goed is aangesloten op de gelijkstroomaarde van de boot. Zorg er in de boot voor dat de gelijkstroomaardrail op exact een punt is verbonden met de wisselstroomaardrail. Controleer vóór het opstarten alle elektrische aansluitingen en maak deze waar nodig opnieuw vast. 8 Verwijdering VOORZICHTIG! Brandgevaar Dit toestel bevat ontvlambaar isolerend blaasgas. Laat het toestel alleen door een specialist verwijderen en afvoeren. Gooi het verpakkingsmateriaal indien mogelijk altijd in recyclingafvalbakken. Vraag het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw dealer naar informatie over hoe het product kan worden weggegooid in overeenstemming met alle van toepassing zijnde nationale en lokale regelgeving. 9 Technische gegevens Lees deze instructies volledig door en plan vervolgens de aansluitingen die op de airconditioning moeten worden gemaakt (inclusief buisleidingen, condensafvoerleiding, zeewaterinlaat- en afvoerslangen, elektrische voedingsaansluitingen, plaats van de bediening en plaatsing van de zeewaterpomp), zodat deze gemakkelijk toegankelijk zijn voor geleiding en toekomstig onderhoud.

9.1 Locaties van onderdelen

Identificatie van onderdelen van het airconditioningssysteem 62NL

1 Toevoerlucht-rooster en overgangsdoos 9 Afsluitklep zeewaterkraan 2 Digitale weergave 10 Zeewaterzeef 3 Schakelkast 11 Pomp 4 Optionele externe luchtsensorkabel 12 Aansluiting voor condensaatafvoerslang 5 Afvoerslang voor zeewater 13 Montageplaat 6 Buitenboord-uitlaat 14 Airconditioning 7 Inlaatslang voor zeewater 15 Retourluchtrooster en -filter 8 Waterschep-rompinlaat voor zeewater 16 Geïsoleerde flexibele buisleidingen

De koelkring bevat een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar ontvlambaar koelmiddel. Het schaadt de ozonlaag niet en versterkt het broeikaseffect niet. Lekkend koelmiddel kan vlam vatten. Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het koelaggregaat is hermetisch afgesloten. Tabel 13: Minimale afmetingen van kanalen en roosters per BTU-capaciteit

3.5 k BTU 6 k BTU 8 k BTU 10 k BTU

Minimale kanaaldiameter 3,00 in (76,2 mm) 4,00 in (101,6 mm) 5,00 in (127,0 mm) 6,00 in (152,4 mm) Minimale kanaalopper- vlakte 6,8 in² (43,9 cm²) 12,6 in² (81,3 cm²) 19,6 in² (126,5 cm²) 28,3 in² (182,6 cm²) Minimaal afvoer- lucht-rooster 48,0 in² (309,7 cm²) 64,0 in² (412,9 cm²) 80,0 in² (516,2 cm²) 100,0 in² (645,2 cm²) Minimaal toevoer- lucht-rooster 12,0 in² (77,4 cm²) 32,0 in² (206,5 cm²) 48,0 in² (309,7 cm²) 60,0 in² (387,1 cm²) 12 k BTU 16 k BTU 18 k BTU 27 k BTU Minimale kanaaldiameter 6,00 in (152,4 mm) 7,00 in (177,8 mm) 7,00 in (177,8 mm) 8,00 in (203,2 mm) 12 k BTU 16 k BTU 18 k BTU 27 k BTU Minimale kanaalopper- vlakte 28,3 in² (182,6 cm²) 38,5 in² (248,4 cm²) 38,5 in² (248,4 cm²) 50,3 in² (324,5 cm²) Minimaal afvoer- lucht-rooster 130,0 in² (838,8 cm²) 160,0 in² (1032,3 cm²) 200,0 in² (1290,4 cm²) 240,0 in² (1548,5 cm²) Minimaal toevoer- lucht-rooster 70,0 in² (451,6 cm²) 80,0 in² (516,2 cm²) 100,0 in² (645,2 cm²) 120,0 in² (774,2 cm²) Tabel 14: Bedrijfstemperatuur en -druk van het water Minimale bedrijfstemperatuur van het water 40,0 °F (4,44 °C) Maximale bedrijfstemperatuur van het water 80,0 °F (26,66 °C) Minimale bedrijfswaterdruk 4,2 psi (0,29 bar) (29,00 kPa) Maximale bedrijfswaterdruk 6,00 psi (0,41 bar) (41,4 kPa) Volg de EPA-gebruiksvoorwaarden. INSTRUCTIE Als niet aan deze omstandigheden wordt voldaan, werkt het apparaat mogelijk met een verminderde capaciteit. 10 Wettelijk Alleen GVTX-modellen: Om te voldoen aan IEC 60533, mag u het product niet binnen 9,8 (3,00 m) van een ontvangstantenne installeren. 11 Garantie Zie onderstaande paragrafen voor informatie over garantie en ondersteuning in de VS, Canada en alle andere regio’s. Verenigde Staten en Canada BEPERKTE GARANTIE BESCHIKBAAR OP DOMETIC.COM/EN-US/TERMS-AND- CONDITIONS-CONSUMER/WARRANTY. MOCHT U VRAGEN HEBBEN OF EEN GRATIS KOPIE VAN DE BEPERKTE GARANTIE WILLEN VERKRIJGEN, NEEM DAN CONTACT OP MET: DOMETIC CORPORATION

1-800-542-2477 Azië-Pacific (APAC) landen Neem contact op met de verkoper of met de vestiging van de fabrikant in uw land (zie dometic.com/dealer) als het product niet naar behoren werkt. De garantie van toepassing op uw product bedraagt 1 jaar. Stuur voor de afhandeling van reparaties of garantie volgende documenten mee:

  • Een kopie van de factuur met datum van aankoop
  • De reden voor de claim of een beschrijving van de fout Houd er rekening mee dat eigenmachtige of niet-professionele reparatie gevolgen voor de veiligheid kan hebben en dat de garantie hierdoor kan komen te vervallen. Alleen Australië Onze producten worden geleverd met garanties die niet kunnen worden uitgesloten onder de Australische Consumentenwet. U hebt recht op een vervanging of vergoeding voor ernstig falen en op compensatie voor elk ander redelijkerwijs te voorzien verlies of schade. U hebt bovendien recht op reparatie of vervanging van de producten indien de producten niet van acceptabele kwaliteit zijn en de fout niet gelijk staat aan ernstig falen. 63NL Alleen Nieuw-Zeeland Dit garantiebeleid is onderhevig aan de voorwaarden en garanties die verplicht zijn zoals geïmpliceerd door de Wet op Consumentengaranties 1993(NZ). Alle andere regio’s De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, neem dan contact op met de vestiging van de fabrikant in uw land (zie dometic.com/dealer) of uw verkoper. Stuur voor de afhandeling van reparaties of garantie volgende documenten mee:
  • Een kopie van de factuur met datum van aankoop