MAKITA DG001G - Boor

DG001G - Boor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DG001G MAKITA in PDF-formaat.

📄 84 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DG001G - page 36
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DG001G

Categorie : Boor

Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DG001G - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DG001G van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DG001G MAKITA

Accugrondboor GEBRUIKSAANWIJZING 36

Boorcapaciteiten (Diameter) Hoog Voor zandgrond: ø60 mm Voor kleigrond: ø60 mm Laag Voor zandgrond: ø200 mm Voor kleigrond: ø150 mm Totale lengte 842 mm *1 Nominale spanning Max.36V-40Vgelijkspanning Nettogewicht 7,2 - 8,7 kg *1.MetzijhandgreepenaccuBL4040.

  • Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
  • Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL4020 / BL4025* / BL4040* / BL4050F* / BL4080F*
  • : Aanbevolen accu Lader DC40RA / DC40RB / DC40RC
  • Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Aanbevolen bekabelde voedingsbron Draagbare voedingseenheid PDC01 / PDC1200
  • Dehierbovenvermeldebekabeldevoedingsbron(nen)is/zijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont.
  • Alvorens de bekabelde voedingsbron te gebruiken, leest u de instructies en waarschuwingsopschriften erop. Gebruiksdoeleinden Dit gereedschap is bedoeld voor boren in de grond. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN62841-2-1: Geluidsdrukniveau (L

): 95 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).37 NEDERLANDS Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-1: Gebruikstoepassing: boren in metaal Trillingsemissie (a h,D ): 2,5 m/s

OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder- staandeaanwijzingennaleeft,kandatresulterenin brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accugrondboor

1. Houd het gereedschap met beide handen vast

aan de daarvoor bedoelde handgrepen. Als u de controle over het gereedschap verliest, kan dit leidentotpersoonlijkletsel.

2. Steun het elektrisch gereedschap goed af

voordat u het gebruikt. Dit gereedschap produ- ceert een hoog uitgangskoppel en als het gereed- schaptijdensgebruiknietgoedwordtafgesteund, kuntudecontroleeroververliezenmetpersoonlijk letsel tot gevolg.

3. Houd het elektrisch gereedschap vast aan de

geïsoleerde handgrepen bij het uitvoeren van werkzaamheden waarbij het graafaccessoire in aanraking kan komen met verborgen bedra- ding. Wanneer het graafaccessoire in aanraking komt met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereed- schap onder spanning komen te staan zodat de gebruikereenelektrischeschokkankrijgen.

4. Gebruik nooit op een hoger toerental dan het

maximale nominale toerental van het grond- boorbit. Op een hoger toerental zal het bit waar- schijnlijkverbuigenalshetvrijronddraaitzonder hetwerkstukteraken,waardoorpersoonlijkletsel kan ontstaan.

5. Begin altijd in de grond te boren op een laag

toerental en terwijl de punt van het grond- boorbit de grond raakt. Op een hoger toerental zalhetbitwaarschijnlijkverbuigenalshetvrij ronddraait zonder de grond te raken, waardoor persoonlijkletselkanontstaan.

6. Oefen alleen druk uit in een rechte lijn met het

bit en oefen geen buitensporige druk uit. Bits kunnen verbuigen met als gevolg dat ze breken of udecontroleeroververliest,waardoorpersoonlijk letsel kan ontstaan.

7. De buitendiameter van het grondboorbit moet

binnen de opgegeven capaciteit liggen die wordt aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een grondboorbit met verkeerde afmetingen kan niet afdoende worden beheerst.

8. Zorg ook altijd dat u stevig op een solide

bodem staat. Let bij het werken op hoge plaatsen op dat er zich niemand recht onder u bevindt.

9. Houd het gereedschap stevig vast.

10. Houd uw handen uit de buurt van draaiende

11. Laat het gereedschap niet draaiend achter.

Schakel het gereedschap alleen in wanneer u het stevig vasthoudt.

12. Raak het grondboorbit niet onmiddellijk na

gebruik aan. Het kan bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.

13. Bepaalde materialen kunnen giftige chemica-

liën bevatten. Vermijd contact met uw huid en zorg dat u geen stof inademt. Volg de veilig- heidsvoorschriften van de fabrikant van het materiaal.38 NEDERLANDS

14. Als het grondboorbit niet kan worden losge-

maakt ondanks dat u de grondboorpen hebt verwijderd, gebruikt u een tang om het eruit te trekken. Als u in dat geval het grondboorbit met de hand eruit trekt, kan dat leiden tot letsel van- wegezijnscherperand.

15. Als er een probleem is met het gereedschap,

bijvoorbeeld een abnormaal geluid, stopt u onmiddellijk met het gebruik van het gereed- schap en vraagt u uw plaatselijke Makita- servicecentrum het te repareren.

16. Verzeker u er vóór gebruik van dat er geen ver-

borgen voorwerpen, zoals elektriciteits-, water- en gasleidingen, in de grond zitten. Anders kan het gereedschap deze raken, waardoor een elek- trische schok, lekstroom of gaslek kan ontstaan. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkesto󰀨enteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waardoor brand- wondenofpersoonlijkletselkunnenontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita.39 NEDERLANDS Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. VOORBEREIDINGEN LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.

ONDERDELEN ►Fig.1 1 Hoofddeel van het gereedschap2 Voorhandgreep3 Zijhandgreep 4 Reactiebeugel5 Bitadapter 6 Spankopsleutel7 Bout 8 Sleutel Specicaties van de bout en sleutel - Nominale diameter van de boutSleutelmaat (H)A M 12 10 mmB M 8 6 mmC M 6 5 mm OPMERKING: Het type bitadapter verschilt afhanke- lijkvanhetland. Het gereedschap voorbereiden LET OP: Verzeker u er altijd voor gebruik van dat de zijhandgreep en de reactiebeugel stevig zijn aangebracht. KENNISGEVING: Draai de bouten niet te strak aan. Hierdoor kan het gereedschap worden beschadigd. De zijhandgreep aanbrengen Verwijderdeboutenaangegevenindeafbeeldingvanaf het gereedschap. Deverwijderdeboutisnietnodigvoorditgereed- schap als u dit gereedschap wilt gebruiken als een accugrondboor. Bewaardeboutenzodatzenietkwijtraken. ►Fig.2: 1. Bout Plaatsdezijhandgreepophetgereedschap. Draaiallevierboutentijdelijkvastendraaidaarnade bouten stevig vast met behulp van de sleutel. ►Fig.3: 1.Zijhandgreep2. Bout A 3. Bout B De reactiebeugel aanbrengen Plaats de reactiebeugel zodanig dat de stang van de reactiebeugel aan de linkerkant van de gebruiker zit. Pas de positie van de reactiebeugel aan zodat de as van de boorspankop voor het midden van het lichaam van de gebruiker zit. Draai de bouten stevig vast. ►Fig.4: 1. Stang van de reactiebeugel 2. Bout C

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De resterende acculading controleren Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. ►Fig.5: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert75% tot 100%50% tot 75%25% tot 50%0% tot 25%Laad de accu op. Er kan een storingzijnopgetreden in de accu.40 NEDERLANDS OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschapkantijdenshetgebruikautomatischstop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Wanneer het gereedschap/de accu wordt bediend op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. Wanneer dat gebeurt, schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap oververhit raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap/de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in deze situatie het gereedschap/de accu afkoelen voordat u het gereed- schap weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schapautomatisch.Indithetgevalverwijdertudeaccu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Aan-uitknop WAARSCHUWING: Schakel altijd de aan-uit- knop uit wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt. Om het gereedschap standby te zetten, drukt u op de aan-uitknop tot de aan-uitlamp gaat branden. Om uit te schakelen, drukt u nogmaals op de aan-uitknop. ►Fig.6: 1. Aan-uitknop OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen wordt de aan-uitknop automa- tisch uitgeschakeld wanneer de trekkerschakelaar nietwordtingeknepenbinneneenbepaaldetijdsduur nadat de aan-uitknop is ingeschakeld. De trekkerschakelaar gebruiken LET OP: Alvorens de accu in het gereed- schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. ►Fig.7: 1. Trekkerschakelaar Omhetgereedschaptestarten,knijptudetrekkerscha- kelaarinterwijldehoofdschakelaarisingeschakeld. Hoeharderudetrekkerschakelaarinknijpt,hoesneller het gereedschap draait. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. OPMERKING: Het gereedschap stopt automatisch wanneer u de trekkerschakelaar gedurende ongeveer 6 minuten ingeknepen houdt. De lamp op de voorkant gebruiken LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. ►Fig.8: 1. Lamp Knijpdetrekkerschakelaarinomdelampinteschake- len.Delampblijftbrandenzolangdetrekkerschakelaar wordt ingeknepen. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaat de lamp uit. OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en begint de lamp te knipperen. Laat in dat geval de trekkerscha- kelaar los. De lamp gaat na 5 minuut uit. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. De omkeerschakelaar bedienen LET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten. LET OP: Verander de stand van de omkeer- schakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandertterwijlhetgereedschapnogdraait,kanhet gereedschap beschadigd raken. LET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerscha- kelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kan de schakelhendel niet worden ingeknepen. ►Fig.9: 1. Omkeerschakelaar41 NEDERLANDS Automatische toerentalwisselfunctie Dit gereedschap heeft een “hoog-toerentalfunctie” en een “hoog-koppelfunctie”. Het gereedschap verandert automatisch de bedienings- functie aan de hand van de werkbelasting. Als de werkbe- lasting laag is, draait het gereedschap in de “functie voor hoge snelheid” om sneller te kunnen werken. Als de werk- belasting hoog is, draait het gereedschap in de “functie voor hoog koppel” om krachtiger te kunnen werken. ►Fig.10: 1. Functie-indicator De functie-indicator brandt groen wanneer het gereed- schap in de “hoog-koppelfunctie” draait. Als het gereedschap onder buitensporige belasting draait, knippert de functie-indicator groen. De functie-in- dicator stopt met knipperen en gaat branden of gaat uit wanneer u de belasting op het gereedschap verlaagt. Status van functie-indicator Bedienings- functie Brandt Uit Knippert Hoog-toeren- talfunctie Hoog-kop- pelfunctie Waarschu- wing wegens overbelasting Snelheidskeuze KENNISGEVING: Gebruik de snelheidskeu- zeknop alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als de snelheid van het gereedschap wordt veranderd voordat het gereed- schap tot stilstand is gekomen, kan het gereedschap worden beschadigd. KENNISGEVING: Zet de snelheidskeuzeknop altijd voorzichtig in de juiste stand. Als u het gereedschap gebruikt met de snelheidskeuzeknop halverwege tussen de standen 1 en 2, kan het gereedschap beschadigd worden. De twee snelheidsbereiken kunnen vooraf worden geselecteerd met behulp van de snelheidskeuzeknop. Om de snelheid te veranderen, drukt u de vergrendel- knop in en draait u de snelheidskeuzeknop zodanig dat depijlpuntisuitgelijndmetstand1voorlagesnelheidof met stand 2 voor hoge snelheid. ►Fig.11: 1. Vergrendelknop 2.Pijlpunt

3. Snelheidskeuzeknop

Koppelbegrenzer De koppelbegrenzer treedt in werking wanneer een bepaald koppelniveau is bereikt in de instelling voor lage snelheid (stand 1). De motor wordt losgekoppeld van de uitgaande as. Zodra dit gebeurt, stopt het gereedschapsbit met draaien. Om het gereedschap weer te starten, tilt u het gereed- schapsbituithetgatenknijptudetrekkerschakelaar opnieuw in. Elektronische functie Elektrische rem Dit gereedschap is voorzien van een elektrische rem. Als het gereedschap continu niet snel stopt met werken nadat de trekkerschakelaar is losgela- ten, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum. Zachte-startfunctie Deze functie laat het gereedschap soepel starten door het startkoppel te beperken. MONTAGE De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. ►Fig.12: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaande voorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccu uit het gereedschap. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuit metdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijn plaats.Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Alsdeaccunietgemakkelijkinhetgereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.42 NEDERLANDS Het grondboorbit aanbrengen LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. LET OP: Wanneer u de bitadapter aanbrengt in de spankop, verzekert u zich ervan dat de bit- adapter er volledig ingestoken wordt. LET OP: Wanneer u het grondboorbit beves- tigt aan de bitadapter, verzekert u zich ervan dat de grondboorpen wordt vergrendeld en inspecteert u de grondboorpen op eventuele beschadigingen. LET OP: Wanneer u het gereedschap draagt, verwijdert u het grondboorbit vanaf het gereedschap. De bitadapter aanbrengen of verwijderen Om het grondboorbit te kunnen bevestigen, brengt u van tevoren de bitadapter aan. Om de bitadapter aan te brengen, plaatst u de bitadap- terzovermogelijkindespankop.Draaidespankop met de hand vast door de mof te draaien. Steek de spankopsleutel in het gat van de spankop en draai rechtsom vast. Zorg ervoor dat alle drie gaten in despankopgelijkmatigwordenvastgedraaid. Omdebitadapterteverwijderen,draaitudespankops- leutel in slechts één gat linksom en draait u vervolgens de spankop met de hand los. ►Fig.13: 1. Spankopsleutel 2. Spankop 3. Mof Plaats na gebruik de spankopsleutel terug in de sleutel- houder van het gereedschap, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.14: 1. Sleutelhouder Het grondboorbit bevestigen aan de bitadapter OPMERKING: De vorm en het mechanisme van het grondboorbit en de grondboorpen kan verschillen afhankelijkvanuwgrondboorbit. Lijnhetgatindebitadapteruitmethetgatinhet grondboorbit. Steek het grondboorbit in de bitadapter. ►Fig.15: 1. Grondboorbit 2. Bitadapter Bevestig het grondboorbit met behulp van de grond- boorpen en de veiligheidsvergrendeling. ►Fig.16: 1. Grondboorpen

2. Veiligheidsvergrendeling

BEDIENING LET OP: Dit is een krachtig gereedschap dat een hoog koppel genereert. Het is belangrijk dat het gereedschap stevig wordt vastgehouden en goed wordt afgesteund. LET OP: Controleer voor gebruik of er geen vreemd materiaal (zand, vuil, enz.) vastzit in de openingen of bewegende delen. Werkpositie Eencorrectebedieningspositieiséénvandebelangrijk- steene󰀨ectiefstemanierenomterugslagoptevangen. Zorg voor een correcte positie aan de hand van de volgende punten.

Plaats het gereedschap zodanig dat de stang van de reactiebeugelaltijdtegendelinkerkantvanuwheupkomt.

Pakdehandgreependezijhandgreepmetbeidehanden vast. Klem uw vingers rond de gripoppervlakken en houd de gripoppervlakken ingeklemd tussen uw duim en vingers.

  • Houduwrugzoverticaalmogelijkdoortijdenshet grondboren uw knieën steeds verder te buigen.
  • Blijfgoedlettenopdekoppelreactiekrachtvanhet gereedschap.Bewaaraltijddebedieningspositie waarin u de koppelreactiekracht kunt opvangen. ►Fig.17: 1. Handgreep 2.Zijhandgreep3. Stang van de reactiebeugel WAARSCHUWING: Vermijd een verkeerde positie. Sta niet te ver van het gereedschap af. In geval van een terugslag is dan een goede reactie en controlemisschiennietmogelijk. ►Fig.18 Grondboren LET OP: Houd het gereedschap tijdens gebruik stevig vast. LET OP: Wanneer u het gereedschap achterlaat, bijvoorbeeld tijdens een pauze, laat u het gereedschap niet rechtop in de grond staan of tegen een muur leu- nen. Plaats het gereedschap in een stabiele stand. KENNISGEVING: Wanneer de draaisnelheid sterk afneemt, verlaagt u de belasting of stopt u het gereedschap om te voorkomen dat het gereedschap wordt beschadigd. KENNISGEVING: Het grondboren zal niet sneller verlopen als u hard op het gereedschap drukt. In feite zal dergelijkharddrukkenalleenmaarleidentotbeschadigingde punt van het grondboorbit, lagere prestaties van het gereed- schap en een kortere levensduur van het gereedschap. KENNISGEVING: Boor niet in de grond wanneer u vermoedt dat er verborgen spijkers of andere voorwerpen in zitten die ertoe kunnen leiden dat het grondboorbit vastloopt of breekt. KENNISGEVING: Als het gereedschap continu wordt bediend totdat de accu leeg is, laat u het gereedschap gedurende 15 minuten liggen alvo- rens verder te werken met een volle accu.43 NEDERLANDS
  • Selecteer de correcte snelheid (hoog/laag) afhan- kelijkvandediametervanhetgatendetoestand van de grond.
  • Bijhetborenvaneendiepgatofinkleigrond,mag u niet proberen dit in één keer te boren. Boor het gat door het gereedschap omhoog en omlaag te bewegen zodat de grond uit het gat omhoog komt.
  • Als de draaisnelheid van het gereedschap afneemt als gevolg van zware belasting, tilt u het gereedschap iets op en beweegt u het gereed- schapomhoogenomlaagominkleinestapjeste boren. Wanneer het grondboorbit in omgekeerde richting draait Een vastgelopen grondboorbit kan eenvoudig worden verwijderddoordedraairichtingteveranderenmet de omkeerschakelaar, om zo het grondboorbit eruit te draaien. Tijdenshetdraaieninomgekeerderichting,steuntu het gereedschap af op uw lichaam om de reactiekracht rechtsom op te vangen. ►Fig.19 LET OP: Houd het gereedschap stevig vast. Het gereedschap kan plotseling eruit komen en letsel veroorzaken. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.
  • Originele Makita accu’s en acculaders OPMERKING:Sommigeitemsopdelijstkunnen zijninbegrepenindedoosvanhetgereedschapals standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.44 ESPAÑOL ESPAÑOL (Instrucciones originales) ESPECIFICACIONES Modelo: DG001G Velocidad sin carga Alta 0 - 1.500 min