PMSG 200 A1 - Lasapparaat PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PMSG 200 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PMSG 200 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PMSG 200 A1 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PMSG 200 A1 PARKSIDE
Klap, voordat u begint te lezen, de pagina met afbeeldingen uit en maak u aansluitend vertrouwd met alle functies van dit apparaat.
Geschikt voor lassen bij verhoogd elektrisch risico. Lasvonken kunnen een explosie of een brand veroorzaken. Eenfasige statische frequentieomvormer- transformator-gelij krichter. Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden.
Elektromagnetische velden kunnen de werking van pacemakers verstoren.
Gestandaardiseerde bedrij fsspanning. Let op, mogelij ke gevaren!
1max Grootste opgegeven waarde van de netstroom. X % Inschakelduur.
1eff Effectieve waarde van de grootste netstroom.
Opgegeven waarde van de lasstroom. Massaklem.89NL/BE Legenda van de gebruikte pictogrammen / Inleiding Legenda van de gebruikte pictogrammen Metaal-inert- en actiefgas- lassen inclusief het gebruik van vuldraad Booglassen met de hand met beklede staafelektroden Wolfraam-inert gas-lassen Gelij kstroom
Opgegeven waarde van de nullastspanning
Opgegeven waarde van de netspanning MULTIFUNCTIONEEL
LASAPPARAAT PMSG 200 A1
Inleiding Hartelij k gefeliciteerd! U hebt gekozen voor een van onze hoogwaar- dige apparaten. Leer het product voor de eerste ingebruikname kennen. Lees hiervoor onderstaande bedienings- handleiding en de veiligheidsinstructies aandachtig door. De ingebruikname van dit gereedschap mag alleen door geïnstrueerde personen gebeuren.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN! Gebruik volgens de voorschriften Het apparaat is voorzien voor MIG-las- sen (lassen met lasdraad en inert gas), MMA-lassen (lassen met staafelektroden) en TIG-lassen (wolfraam-inert gas-las- sen). Bij het gebruik van gevulde draden die geen beschermgas in vaste vorm bevatten, moet bovendien beschermgas worden gebruikt. Bij gebruik van alumi- nium massieve draad dient argon als beschermgas te worden gebruikt. Bij gebruik van zelfbeschermende gevulde draad is geen aanvullend gas nodig. Het beschermgas bevindt zich in dat geval in poedervorm in de lasdraad en wordt daardoor direct de vlamboog in geleid. Daardoor is het apparaat bij werken in de openlucht ongevoelig voor wind. Alleen draadelektroden die geschikt zij n voor het apparaat, mogen worden gebruikt. Dit lasapparaat is geschikt voor het booglassen met de hand van staal (MMA-lassen), roestvrij staal, plaatstaal en gegoten materialen met behulp van de bij behorende beklede elektroden. Neem hiervoor de gege- vens van de elektrodefabrikant in acht. Alleen elektroden die geschikt zij n voor het apparaat, mogen worden gebruikt. Neem bij wolfraam-inert gas-lassen (TIG-lassen) absoluut de gebruiksaan- wij zing en de veiligheidsinstructies van de gebruikte TIG-toorts in acht naast de aanwij zingen en veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwij zing. Ondeskundige hantering van het product kan gevaarlij k zij n voor personen, dieren en goederen. Het lasscherm mag alleen met laslenzen zoals voorzetglazen, die als dusdanig gemarkeerd zij n, worden gebruikt en die in principe alleen worden gebruikt om te lassen. Het lasscherm is niet geschikt90 NL/BE voor laserlassen! Gebruik het product alleen zoals beschreven en voor de vermelde toepassingen. Bewaar deze handleiding goed. Overhandig ook alle documenten bij overdracht van het pro- duct aan derden. Elk gebruik dat afwij kt van het gebruik conform de voorschrif- ten, is verboden en mogelij k gevaar- lij k. Schade door niet-inachtneming of verkeerd gebruik, wordt niet door de garantie gedekt en valt niet onder de aansprakelij kheid van de fabrikant. Het apparaat mag uitsluitend door vakmen- sen of geïnstrueerde personen worden gebruikt. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie. Bestanddeel van het beoogde gebruik is ook de inachtne- ming van de veiligheidsaanwij zingen en van de montagehandleiding en van de gebruiksaanwij zingen in de handleiding. De geldende ongevallenpreventievoor- schriften moeten uiterst nauwgezet worden gerespecteerd. Het apparaat mag niet worden gebruikt: in ruimtes die niet voldoende geventileerd zij n; in een explosiegevaarlij ke omgeving; om buizen te ontdooien; in de buurt van mensen met een pacemaker; en in de buurt van licht ontvlambare materialen. Restrisico Ook wanneer u het apparaat volgens de voorschriften gebruikt, blij ven er altij d restrisico's bestaan. De volgende geva- ren kunnen zich voordoen met betrek- king tot de constructie en uitvoering van dit multifunctioneel lasapparaat: oogletsels door verblinding; aanraken van hete onderdelen van het apparaat of van het werkstuk (brandwonden); bij ondeskundige beveiliging tegen ongevallen en brandgevaar door vliegende vonken of slakdeeltjes; schadelij ke emissies van roken en gassen, bij gebrek aan lucht resp. onvoldoende afzuiging in gesloten ruimtes. Verminder het restrisico door het apparaat zorgvuldig en volgens de voorschriften te gebruiken en alle aanwij zingen op te volgen. Leveringsomvang 1 Multifunctioneel lasapparaat PMSG 200 A1
Lasmondstuk 1,0 mm (voorgemonteerd, alleen voor aluminium massieve draad) Identifi catie: 1,0 A 4 Lasmondstukken voor staaldraad/ gevulde draad (1x 0,6 mm; 1x 0,8 mm; 1x 0,9 mm; 1x 1,0 mm) Identifi catie overeenkomstig de diameter: 0,6; 0,8; 0,9; 1,0 1 Slakkenhamer met staalborstel 1 Aluminium massieve draad 200 g (voorgemonteerd) 1,0 mm Ø, type: ER5356 1 Lasschild 1 Elektrodehouder MMA 1 Bedieningshandleiding 1 Massaklem met kabel 1 MIG-toorts met laskabel 1 Gevulde draad 200 g 1,0 mm Ø, type: E71T-GS
Afdekking voor de draadaanvoereenheid
Massakabel met massaklem
Hoofdschakelaar AAN/UIT (incl. stroomcontrolelampje)
Draaischakelaar voor instelling van de lasstroom
Slangenpakket met directe aansluiting
Massieve draad-lasspoel (aluminium) Ø 1 mm/200 g (voorgemonteerd)
Gevulde draad-lasspoel (staal) Ø 1 mm/200 g
Slakkenhamer met staalborstel
Fixeerring Technische gegevens Ingangsvermogen: 4,3 kW Netaansluiting: 230 V~ 50 Hz Gewicht: 8,6 kg Beveiliging: 16 A Lassen met gevulde draad: Lasstroom: I
= 53 V Grootste opgegeven waarde van de netstroom:
1max. = 26,5 A Effectieve waarde van de hoogste stroomsterkte:
= 53 V Grootste opgege- ven waarde van de netstroom:
1max. = 26,3 A Effectieve waarde van de grootste netstroom:
= 16,9 V Grootste opgege- ven waarde van de netstroom:
1max. = 28,2 A Effectieve waarde van de grootste netstroom:
1eff. = 8,9 A Karakteristiek Dalende Technische en optische wij zigingen kunnen in het kader van de verdere ont- wikkeling zonder aankondiging worden uitgevoerd. Alle maten, opmerkingen en gegevens van deze gebruikershand- leiding zij n daarom zonder garantie. Juridische claims die op basis van de gebruikershandleiding worden ingediend, kunnen daarom niet worden opgeëist. Opmerking: Het in de volgende tekst gebruikte begrip “apparaat” heeft betrekking op het multifunctioneel lasapparaat dat in deze handleiding wordt beschreven. Veiligheids- aanwij zingen Lees de handleiding zorgvuldig door en neem de beschreven aanwij zingen in acht. Maak u met behulp van de handleiding vertrouwd met het apparaat, het correcte gebruik ervan en de veiligheidsaanwij zingen. Op het typeplaatje staan alle technische gegevens van dit lasapparaat. Neem kennis van de technische specifi caties van dit apparaat. WAARSCHUWING Houd de ver- pakkingsmaterialen uit de buurt van kleine kinderen. Er bestaat verstikkingsgevaar! Dit apparaat kan door kinde- ren vanaf 16 jaar alsmede door personen met vermin- derde fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, als zij onder toezicht staan of geïnstrueerd werden met betrekking tot het veilige gebruik van het appa- raat en ze de daaruit voort- vloeiende gevaren begrij pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen worden uit- gevoerd zonder dat er toezicht op hen wordt gehouden. Laat reparaties en/of onder- houdswerkzaamheden alleen door gekwalifi ceerde elektri- ciens uitvoeren. Gebruik alleen de meegele- verde laskabels (PMSG 200 A1 H01N2-D1x16mm²). Inleiding / Veiligheids aanwij zingen93NL/BE Het apparaat mag tij dens het gebruik niet direct tegen de wand staan, niet worden afgedekt of tussen andere apparaten geklemd, zodat altij d voldoende lucht door de luchtsleuven kan worden opgenomen. Controleer of het apparaat juist op de netspan- ning is aangesloten. Vermij d trekspanning van de netwerk- kabels. Trek de stroomstekker uit het stopcontact, voordat u het apparaat op een andere plaats opstelt. Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, schakelt u het altij d met de AAN-/UIT-scha- kelaar uit. Leg de elektrode- houder op een geïsoleerde ondergrond en haal de elek- troden pas na 15 minuten afkoeling uit de houder. Let op de staat van de laska- bels, de elektrodehouder en de massaklemmen. Slij tage aan de isolering en aan de stroom- voerende delen kan gevaarlij k zij n en de kwaliteit van de las- werkzaamheden verminderen. Booglassen produceert von- ken, gesmolten metalen deel- tjes en rook. Let daarom op: Verwij der alle brandbare sub- stanties en/of materialen uit de werkplek en uit de onmid- dellij ke omgeving. Zorg voor ventilatie van de werkplek. Las niet op containers, vaten of buizen die brandbare vloei- stoffen of gassen bevatten of bevat hebben. WAARSCHUWING Vermij d elk direct contact met het elektri- sche lascircuit. De nullastspan- ning tussen elektrodetang en massaklem kan gevaarlij k zij n, er bestaat het gevaar van een elektrische schok. Berg het apparaat niet op in een vochtige of natte omge- ving of in de regen. Hier geldt de beschermingsklasse IP21S. Bescherm de ogen met de daarvoor bedoelde beschermende glazen (DIN graad9–10), die u op het meegeleverde lasscherm bevestigt. Draag handschoe- nen en droge beschermende kleding, die vrij is van olie en vet, om de huid te beschermen tegen de ultraviolette straling van de vlamboog. WAARSCHUWING Gebruik de lasstroombron niet om leidin- gen te ontdooien. Veiligheids aanwij zingen94 NL/BE Let op: De straling van de vlamboog kan de ogen beschadigen en verbranding van de huid ver- oorzaken. Booglassen produceert vonken en druppels gesmolten metaal, het gelaste werkstuk begint te gloeien en blij ft relatief lang zeer heet. Raak het werkstuk daarom niet met blote handen aan. Bij booglassen komen dampen vrij die schadelij k zij n voor de gezondheid. Zorg ervoor dat u deze indien mogelij k niet inademt. Bescherm uzelf tegen de gevaarlij ke gevolgen van booglassen en houd personen die niet bij het werk betrokken zij n, op een afstand van min- stens 2 m van de vlamboog verwij derd. LET OP! Tij dens het gebruik van het lasapparaat kan het, afhanke- lij k van de netspanning aan het aansluitpunt, tot storingen in de stroomvoorziening voor andere verbruikers komen. Neem in geval van twij fel contact op met uw energie- leverancier. Tij dens het gebruik van het lasapparaat kan het tot func- tiestoringen van andere apparaten komen, bij v. hoor- apparaten, pacemakers, enz. Gevarenbronnen bij booglassen Bij booglassen zij n er een reeks gevarenbronnen. Daarom is het voor de lasser bij zonder belang- rij k om de volgende regels in acht te nemen, om zichzelf en anderen niet in gevaar te bren- gen en schadelij ke gevolgen voor mens en apparaat te vermij den. Laat de werkzaamheden aan de netspanning, bij v. aan kabels, stekkers, contactdozen enz., alleen door een elektri- cien uitvoeren volgens natio- nale en lokale voorschriften. Koppel bij ongevallen het lasapparaat onmiddellij k los van de stroomvoorziening. Wanneer elektrische contact- spanningen optreden, schakel het apparaat dan onmiddellij k uit en laat het nakij ken door een elektricien. Let aan de lasstroomzij de altij d op goede elektrische contacten. Veiligheids aanwij zingen95NL/BE Draag tij dens het lassen altij d aan beide handen isolerende handschoenen. Deze bescher- men tegen elektrische schok- ken (nullastspanning van het lascircuit), tegen schadelij ke stralingen (warmte- en UV- straling) en tegen gloeiend metaal en slagvonken. Draag stevige, isolerende schoenen. De schoenen moe- ten ook isoleren als het nat is. Halve schoenen zij n niet geschikt, omdat vallende, gloeiende metalen druppels brandwonden kunnen veroor- zaken. Draag geschikte bescher- mende kledij , geen syntheti- sche kledingstukken. Kij k niet met onbeschermde ogen in de vlamboog, gebruik alleen een lassers-lasscherm met goedgekeurd bescherm- glas volgens DIN. De vlam- boog geeft behalve licht- en warmtestralen, die een verblin- ding c.q. brandwond veroor- zaken, ook UV-stralen af. Deze onzichtbare ultraviolette straling veroorzaken bij onvoldoende bescherming een zeer pij nlij ke bindvliesontsteking die pas enkele uren later wordt opge- merkt. Daarnaast veroorzaken UV-straling op onbeschermde lichaamsdelen verbranding zoals bij zonnebrand. Ook personen of assistenten die zich in de buurt van de vlamboog bevinden, moe- ten op de gevaren worden gewezen en met de nodige beschermende middelen zij n uitgerust. Stel, indien nodig, veiligheidsschermen op. Tij dens lassen, vooral in kleine ruimtes, dient voor voldoende toevoer van frisse lucht te wor- den gezorgd, omdat rook en schadelij ke gassen ontstaan. Aan containers waarin gassen, brandstoffen, minerale oliën of dergelij ke worden opgesla- gen, mogen – ook wanneer ze reeds lang geleden werden leeggemaakt – geen laswerk- zaamheden worden uitge- voerd, omdat door restanten explosiegevaar bestaat. In brand- en explosiegevaar- lij ke ruimtes gelden speciale voorschriften. Lasverbindingen die aan grote belastingen worden bloot- gesteld en aan bepaalde veiligheidseisen moeten vol- doen, mogen alleen door speciaal daartoe opgeleide en beproefde lassers worden Veiligheids aanwij zingen96 NL/BE uitgevoerd. Voorbeelden zij n drukketels, looprails, aanhang- wagenkoppelingen enz. LET OP! Sluit de massaklem altij d zo dicht als mogelij k bij de lasnaad aan, zodat de lasstroom de kortst mogelij ke weg van de elektrode naar de massaklem kan nemen. Ver- bind de massaklem nooit met de behuizing van het lasappa- raat! Sluit de massaklem nooit aan op geaarde delen, die ver van het werkstuk verwij derd liggen, bij v. een waterleiding in een andere hoek van de ruimte. Anders zou het kun- nen dat het aardingssysteem van de ruimte waarin u last, beschadigd wordt. Gebruik het lasapparaat niet in de regen. Plaats het lasapparaat alleen op een vlakke plek. De uitgang is bij een omge- vingstemperatuur van 20 °C bemeten. De lastij d mag bij hogere temperaturen worden verminderd. Gevaar door elektrische schok: Elektrische schok van een lase- lektrode kan dodelij k zij n. Las niet bij regen of sneeuw. Droge isolatiehandschoenen dragen. De elektrode niet met blote han- den vastpakken. Geen natte of beschadigde handschoenen dragen. Bescherm uzelf tegen elektrische schok door isolerin- gen tegen het werkstuk. Open de behuizing van de inrichting niet. Gevaar door lasrook: Het inademen van lasrook kan schadelij k zij n voor de gezond- heid. Houd het hoofd niet in de rook. Inrichtingen in open gebie- den gebruiken. Ontluchting om de rook te verwij deren gebruiken. Gevaar door lasvonken: Lasvonken kunnen een explosie of een brand veroorzaken. Brand- bare stoffen uit de buurt van het lassen houden. Niet naast brand- bare stoffen lassen. Lasvonken kunnen branden veroorzaken. Een brandblusser in de buurt gereed- houden en iemand die toekij kt en de blusser meteen kan gebruiken. Niet op vaten of andere gesloten containers lassen. Gevaar door vlamboogstralen: Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid Veiligheids aanwij zingen97NL/BE verwonden. Draag hoofdbedek- king en veiligheidsbril. Gehoor- bescherming en hoog gesloten overhemdkraag dragen. Draag een lashelm en let op de correct fi lterinstelling. Draag volledige lichaamsbescherming. Gevaar door elektro- magnetische velden: Lasstroom produceert elektro- magnetische velden. Gebruik deze niet samen met medische implantaten. De laskabels nooit om het lichaam heen wikkelen. Laskabels bij eenbrengen. Specifi eke veiligheidsinstructies voor lasscherm
Controleer met behulp van een lichte lichtbron (bij v. aanste- ker) altij d voor aanvang van de laswerkzaamheden of het lasscherm correct werkt. Door lasspetters kan het lasglas beschadigd raken. Vervang het bescha- digde of bekraste lasglas onmiddellij k. Vervang beschadigde of sterk vervuilde resp. bekraste componenten onmiddellij k. Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt, die 16 jaar of ouder zij n. Maak u vertrouwd met de veiligheidsvoorschriften voor lassen. Neem hierbij ook de veiligheidsaanwij zingen van uw lasapparaat in acht. Zet het lasscherm altij d op wanneer u last. Indien u het niet gebruikt, kunt u ernstige netvliesletsels oplopen. Draag altij d beschermende kleding tij dens het lassen. Gebruik een lasscherm nooit zonder lasglas. Er bestaat gevaar op oogletsel! Vervang het lasglas tij dig voor een goed zicht en onver- moeibaar werken. Omgeving met verhoogd gevaar voor een elektrische schok Bij lassen in omgevingen met een verhoogd gevaar voor een elek- trische schok dienen de volgende veiligheidsinstructies in acht te worden genomen. Omgevingen met verhoogd gevaar voor een elektrische schok treft u bij voorbeeld aan: Veiligheids aanwij zingen98 NL/BE op werkplekken waar de bewe- gingsruimte is beperkt, zodat de lasser in een geforceerde houding (bij v. knielend, zittend, liggend) werkt en elektrisch geleidende delen aanraakt; op werkplekken die geheel of gedeeltelij k elektrisch gelei- dend zij n begrensd en waar een groot gevaar bestaat door te vermij den of toevallig aanraken door de lasser; op natte, vochtige of warme werkplekken, waar de lucht- vochtigheid of transpiratie de weerstand van de menselij ke huid en de isolerende eigen- schappen van de bescher- mende uitrusting aanzienlij k verlaagt. Ook een metalen ladder of een steiger kunnen een omgeving met verhoogd elektrisch risico scheppen. In een dergelij ke omgeving dienen een isolerende ondergrond en tussenlagen te worden gebruikt, verder dienen kaphandschoenen en hoofdbedekkingen van leer of van andere isolerende stof- fen te worden gedragen om het lichaam van aarde te isoleren. De lasstroombron moet zich buiten het werkgebied resp. elektrisch geleidende vlakken en buiten het bereik van de lasser bevinden. Aanvullende bescherming tegen een schok door netspanning bij een storing kan door het gebruik van een aardlekschakelaar zij n voorzien, die bij een lekstroom van niet meer dan 30 mA wordt gebruikt en alle inrichtingen voor het netspanningsbedrij f in de buurt voedt. De aardlekschakelaar moet voor alle stroomtypes geschikt zij n. Middelen voor het snel elektrisch ontkoppelen van de lasstroom- bron of het lasstroomcircuit (bij v. noodstopinrichting) moeten gemakkelij k bereikbaar zij n. Bij gebruik van lasapparaten onder elektrisch gevaarlij ke omstandig- heden mag de uitgangsspanning van het lasapparaat bij nullast niet hoger zij n dan 113 V (piek- waarde). Dit lasapparaat mag op basis van de uitgangsspanning in deze gevallen worden gebruikt. Lassen in nauwe ruimten Bij het lassen in nauwe ruimtes kan een risico door toxische Veiligheids aanwij zingen99NL/BE gassen (verstikkingsgevaar) ontstaan. In nauwe ruimtes mag alleen worden gelast, wanneer er geïnstrueerde personen in de onmiddellij ke nabij heid aanwe- zig zij n, die in geval van nood kunnen ingrij pen. Hier dient voor het begin van het lasproces een analyse door een deskundige te worden uitgevoerd om te bepalen welke stappen noodzakelij k zij n om de veiligheid van het werk te waarborgen en welke voorzorgs- maatregelen dienen te worden genomen tij dens het feitelij ke lasproces. Optellen van nullastspanningen Wanneer meer dan één las- stroombron tegelij kertij d in werking is, kunnen de nullastspan- ningen ervan worden opgeteld en tot een verhoogd elektrisch risico leiden. Lasstroombronnen moe- ten zo worden aangesloten, dat dit risico tot een minimum wordt beperkt. De individuele lasstroom- bronnen, met hun aparte bestu- ringen en aansluitingen, moeten duidelij k worden gemarkeerd, zodat herkenbaar is wat bij welk lasstroomcircuit hoort. Beschermende kledij Tij dens de werkzaamheden moet de lasser over heel zij n lichaam beschermd zij n tegen straling en verbranding door de juiste kledij en gezichts- bescherming. Volgende stap- pen dienen in acht te worden genomen: – Trek de beschermende kledij aan voor de laswerkzaam heden. – Trek handschoenen aan. – Open vensters, om de lucht- aanvoer te garanderen. – Draag een veiligheidsbril. Aan beide handen moe- ten kaphandschoenen van geschikt materiaal (leer) worden gedragen. Zij dienen in perfecte staat te zij n. Om de kledij te beschermen tegen vonken en verbranding, dienen geschikte schorten te wor- den gedragen. Wanneer de aard van de werkzaamheden, bij v. lassen boven het hoofd, dat eist, moet een beschermend pak wor- den gedragen en, indien nodig, een hoofdbescherming. Veiligheids aanwij zingen100 NL/BE Bescherming tegen stralen en verbrandingen
Op de werkplek met een affi che “Voorzichtig! Niet in de vlammen kij ken!” op het risico voor de ogen wij zen. De werkplekken dienen moge- lij k zo te worden afgeschermd dat personen in de buurt beschermd zij n. Onbevoeg- den moeten uit te buurt van laswerkzaam heden blij ven. In de onmiddellij ke omge- ving van vaste werkplekken mogen de wanden noch licht van kleur zij n, noch glanzend. Vensters moeten minstens tot op hoofdhoogte worden bevei- ligd tegen doorlaten of weer- kaatsing van stralen, bij v. door geschikte verf. EMC- apparaatclassifi catie Conform de norm IEC 60974-10 gaat het hier om een lasappa- raat met de elektromagnetische compatibiliteit van de klasseA. Apparaten van de klasse A zij n apparaten, die geschikt zij n voor het gebruik in alle andere bereiken dan het woongedeelte en die bereiken die direct op een laagspannings-stroomnet aangesloten zij n dat (ook) wonin- gen voorziet. Apparaten van de klasse A moeten voldoen aan de grenswaarden van de klasse A. WAARSCHUWING: Appa- raten van de klasse A zij n voor het gebruik in een industriële omgeving voorzien. Vanwege de storende invloeden die zich vermogensgerelateerd en ook gestraald voordoen, kunnen er mogelij kerwij s moeilij kheden optreden om de elektromagne- tische compatibiliteit in andere omgevingen te waarborgen. Ook wanneer het apparaat vol- doet aan de emissiegrenswaar- den volgens de norm, kunnen betreffende apparaten toch tot elektromagnetische storingen in gevoelige installaties en appa- raten leiden. De gebruiker is verantwoordelij k voor storingen die door de vlamboog ontstaan en de gebruiker moet geschikte beschermingsmaatregelen nemen. Hierbij dient de gebruiker vooral te letten op: – net-, bedienings-, signaal- en telecommunicatiekabels; Veiligheids aanwij zingen101NL/BE – computers en andere micropro- cessorgestuurde apparaten; – televisie-, radio- en andere weergaveapparatuur; – elektronische en elektrische veiligheidsvoorzieningen; – personen met pacemakers of hoorapparaten; – meet- en kalibreerinrichtingen; – immuniteit tegen storingen in de buurt; – het tij dstip waarop de laswerk- zaamheden worden uitgevoerd. Om mogelij ke storende stralingen te verminderen, wordt aanbevolen: – de netaansluiting van een netfi lter te voorzien; – het apparaat regelmatig te onderhouden en in een goed onderhoudsniveau te houden; – laskabels moeten volledig wor- den afgewikkeld en zo parallel mogelij k op de grond worden gelegd; – apparaten en installaties die gevaar lopen door storende straling, moeten, indien mogelij k, uit het werkgebied worden verwij derd of worden afgeschermd. Het product is enkel voor het professionele gebruik bestemd. Voor de ingebruikname Neem alle onderdelen uit de verpak- king en controleer of het multifunctio- neel lasapparaat of de afzonderlij ke onderdelen beschadigd zij n. Als dit zo is, gebruik dan het multifunctio- neel lasapparaat niet. Neem contact op met de fabrikant via het vermelde serviceadres. Verwij der alle beschermende folies en overige transportverpakkingen. Controleer of de levering compleet is. Montage Lasschild monteren Plaats het donkere lasglas
met het opschrift omhoog in het schild
(zie afb. C). Druk hiervoor evt. licht van de voorzij de tegen het glas, tot- dat dit vastklikt. Het opschrift van het donkere lasglas
moet nu vanaf de voorzij de van het beschermingsschild zichtbaar zij n. Schuif de handgreep
van bin- nenaf in de passende uitsparing van het schild, tot deze vastklikt (zie afb. D). MIG-lassen WAARSCHUWING Vermij d het risico op een elektrische schok, letsel of beschadi- ging. Trek hiervoor vóór iedere onder- houdsbeurt of werkvoorbereiding de stroomstekker uit de contactdoos. Aanwij zing: naargelang de toepas- sing worden verschillende lasdraden gebruikt. Met dit apparaat kunnen lasdraden met een diameter van 0,6–1,0 mm worden gebruikt. Aanvoerrol, lasmondstuk en draaddia- meter moeten altij d bij elkaar passen. ... / Voor de ingebruikname / Montage / MIG-lassen102 NL/BE Het apparaat is geschikt voor draad- rollen tot maximaal 5000 g. Gebruik aluminiumdraad voor het lassen van aluminium- en staaldraad voor het lassen van staal en ij zer. Aanpassen van het apparaat voor het lassen met massieve draad met beschermgas De correcte aansluitingen voor het lassen met massieve draad met gebruik van beschermgas worden in afbeelding S getoond. Bij het gebruik van de mee- geleverde aluminium massieve draad dient argon als beschermgas te worden gebruikt (niet inbegrepen).
met de met “+” gemarkeerde aansluiting (zie afb. S). Draai deze met de wij - zers van de klok mee om te fi xeren. Raadpleeg een vakman, wanneer utwij felt. Verbind nu het slangenpakket met directe aansluiting
met de over- eenkomstige aansluiting (zie afb. S). Fixeer de verbinding door de fi xeer- ring
met de wij zers van de klok mee aan te halen. Verbind dan de massakabel
met als “-” gemarkeerde aansluiting (zie afb. S). Draai de aansluiting met de wij zers van de klok mee om deze te fi xeren.
Verbind nu de beschermgasaanvoer inclusief de drukreduceerklep (niet inbegrepen) met de persluchtaanslui- ting
(zie afb. T). Er is bescherm- gas nodig, voor zover er geen gevulde draad met geïntegreerd vast beschermgas wordt gebruikt. Neem evt. ook de aanwij zingen over uw drukreduceerklep in acht (niet mee- geleverd). Als richtwaarde voor de in te stellen gasstroom kan de volgende formule worden toegepast: Draaddiameter in mm x 10 = gasstroom in l/min Voor een draad van 0,8 mm resulteert dat bij voorbeeld in een waarde van ca. 8 l/min.
MIG-lassen103NL/BE Aanpassing van het apparaat voor lassen met gevulde draad zonder beschermgas Wanneer u de gevulde draad met geïntegreerd beschermgas gebruikt, hoeft er geen extern beschermgas worden aangevoerd. Verbind eerst de stekker
met de met “-” gemarkeerde aansluiting. Draai deze met de wij zers van de klok mee om te fi xeren. Raadpleeg een vakman, wanneer u twij felt. Verbind nu het slangenpakket met directe aansluiting
met de over- eenkomstige aansluiting. Fixeer de verbinding door de fi xeerring
met de wij zers van de klok mee aan te halen. Verbind dan de massakabel
met de dienovereenkomstig met “+” gemarkeerde aansluiting en draai de aansluiting met de wij zers van de klok mee om deze te fi xeren. Lasdraad plaatsen Ontgrendel en open de afdekking voor de draadaanvoereenheid
door de ontgrendelknop omhoog te drukken. Ontgrendel de roleenheid door de rolhouder
tegen de wij zers van de klok in draaien (zie afb. F). Trek de rolhouder
van de as af (zie afb. F). Aanwij zing: let erop dat het uiteinde van de draad niet loskomt waardoor de rol op eigen kracht afrolt. Het uiteinde van de draad mag pas tij dens de mon- tage worden losgemaakt. Pak de lasdraad-lasspoel
volle- dig uit, zodat deze ongehinderd kan worden afgerold. Maak het uiteinde van de draad echter nog niet los. Plaats de draadrol op de as. Let erop dat de rol aan de zij de van de draaddoorvoer
wordt afgewikkeld (zie afb. G en M). Plaats de rolhouder er
weer op en vergrendel deze door aan te drukken en met de wij zers van de klok mee te draaien (zie afb. G). Draai de stelschroef
los en zwenk deze omlaag (zie afb. H). Draai de drukroleenheid
naar de zij kant weg (zie afb. I). Maak de aanvoerrolhouder los
door tegen de wij zers van de klok in te draaien en trek hem er naar voren af (zie afb. J). Controleer op de bovenzij de van de aanvoerrol
, of de juiste draad- dikte is aangegeven. Indien nodig, moet de aanvoerrol
worden omge- draaid of vervangen (zie afb.E). De meegeleverde lasdraad (Ø 1,0 mm) moet in de aanvoerrol
met de aan- gegeven draaddikte van Ø 1,0mm worden gebruikt. De lasdraad moet zich in de bovenste groef bevinden! Plaats de aanvoerrolhouder
terug op en schroef deze met de wij zers van de klok mee vast. Verwij der het gasmondstuk
door met de wij zers van de klok mee te trekken en te draaien (zie afb. K). Schroef het lasmondstuk
eruit (zie afb. K). Leid het slangenpakket met directe aansluiting
zo recht mogelij k van het lasapparaat weg (leg het op de grond). Neem het uiteinde van de draad uit de spoelrand (zie afb. L). Kort het uiteinde van de draad in met een draadschaar of een zij knip- tang om het beschadigde gebogen uiteinde van de draad te verwij deren (zie afb. L). MIG-lassen104 NL/BE Aanwij zing: De lasdraad moet de volledige de tij d gespannen worden gehouden om te vermij den dat deze loskomt en afrolt! Het is aan te raden om de werkzaamheden altij d met een andere persoon uit te voeren. Schuif de lasdraad door de draad- doorvoer
(zie afb. M). Leid de lasdraad langs de aanvoerrol
en schuif deze daarna in de slangenpakkethouder
(zie afb. N). Zwenk de drukroleenheid
de richting van de aanvoerrol
(zie afb. O) Haak de stelschroef
erin (zie afb. O). Stel de contradruk in met de stel- schroef
. De lasdraad moet vast tussen drukrol en aanvoerrol
de bovenste geleiding zitten zonder bekneld te raken (zie afb. O). Schakel het lasapparaat met de hoofdschakelaar
in (zie afb. T). Duw de toortsknop in
Nu schuift het draadaanvoersysteem de lasdraad door het slangenpakket
Zodra de lasdraad 1–2 cm uit de toortshals
opnieuw loslaten (zie afb. P). Schakel het lasapparaat weer uit. Schroef het lasmondstuk
bij de diameter van de gebruikte lasdraad past (zie afb. Q). Bij de meegeleverde lasdraad moet het lasmondstuk
met de identifi catie 1,0 resp. 1,0 A worden gebruikt bij gebruik van de aluminium massieve draad. Schuif het toortsmondstuk
met een draai naar rechts weer op de toorts- hals
(zie afb. R). WAARSCHUWING Om het gevaar van een elektrische schok, een letsel of een beschadiging te vermij den, trekt u voor elk onderhoud of werkvoorbereidende activiteit de stroomstekker uit het stop- contact. Inbedrij fstelling Apparaat in- en uitschakelen Schakel het lasapparaat met de hoofd- schakelaar
in en uit. Wanneer u het lasapparaat langere tij d niet gebruikt, trekt u de stroomstekker uit het stopcon- tact. Alleen dan is het apparaat volledig zonder stroom. Lasdraad kiezen Stel eerst de modus “MIG” in door te drukken op de keuzetoets Lasmodus
. Selecteer dan de geplaatste lasdraad door het bedienen van de bovenste keuzetoets Lasdraad
Lassen Overbelastingsbeveiliging Het lasapparaat is beveiligd tegen ther- mische overbelasting door een automa- tische veiligheidsinrichting (thermostaat met automatische herinschakeling). Bij overbelasting onderbreekt de veilig- heidsinrichting het stroomcircuit. Bij activering van de veiligheidsinrich- ting laat u het apparaat afkoelen. Na ca. 15 minuten is het apparaat weer gereed voor bedrij f. Overstroomindicatie In het geval van een verkeerd gebruik kan de uitgangsstroom de voorziene maximumwaarde overschrij den. In dit geval onderbreekt de veiligheidsin- richting het lasstroomcircuit en op het MIG-lassen / Inbedrij fstelling105NL/BE display brandt de overstroomwaar- schuwing “O.C”. Wanneer de overstroomwaarschuwing wordt weergegeven, schakelt u het apparaat aan de hoofdschakelaar
uit. Na ca. 15 minuten is het apparaat weer bedrij fsgereed en kan het aan de hoofd- schakelaar
worden ingeschakeld. Lasschild WAARSCHUWING RISICO VOOR DE GEZONDHEID! Wanneer u het lasschild niet gebruikt, kan de vlamboog UV-straling en hitte versprei- den die schadelij k zij n voor de gezond- heid en uw ogen verwonden. Gebruik het lasschild altij d, wanneer u last. WAARSCHUWING VERBRANDINGSGEVAAR! Gelaste werkstukken zij n zeer heet, waardoor u zich eraan kunt verbran- den. Gebruik altij d een tang om gelaste, hete werkstukken te verplaatsen. LET OP! Bij MIG-lassen wordt een materiaal- dikte van 2,0 mm aanbevolen – bij aluminium lassen is dat 0,8 mm – en bij het lassen van ij zer/staal 3,0 mm. Nadat u het lasapparaat elek- trisch hebt aangesloten, gaat u als volgt te werk: Verbind de massakabel met de mas- saklem
met het te lassen werkstuk. Let erop dat er een goed elektrisch contact is. Op de te lassen plaats moeten roest en verf van het werkstuk worden ver- wij derd. Kies de gewenste lasstroom afhanke- lij k van de lasdraaddiameter, materi- aaldikte en gewenste branddiepte. Leid het toortsmondstuk
naar de plaats van het werkstuk waar moet worden gelast en houd het lasschild
voor uw gezicht. Druk de toortstoets in
om de las- draad te transporteren. Wanneer de vlamboog brandt, voert het apparaat de lasdraad naar het smeltbad. De optimale instelling van lasstroom bepaalt u met behulp van testen op een proefstuk. Een goed ingestelde vlamboog heeft een zachte, gelij k- matige zoemtoon. Bij een scherp of hard geknetter schakelt u naar een hoger vermo- gensniveau (lasstroom verhogen). Wanneer de lasspleet groot genoeg is, wordt de toorts
langzaam langs de gewenste rand geleid. De afstand tussen het gasmondstuk en werkstuk moet zo kort mogelij k zij n (in geen geval groter dan 10 mm). Pendel eventueel lichtjes om het smeltbad een beetje te vergroten. Voor degenen met minder erva- ring bestaat de eerste moeilij kheid uit het vormen van een passende vlamboog. Daarvoor moeten de las- stroom juist worden ingesteld. De branddiepte (komt overeen met de diepte van de lasnaad in het materiaal) moet zo diep mogelij k zij n, het smeltbad mag echter niet door het werkstuk doorvallen. Als de lasstroom te laag is, kan de lasdraad niet correct smelten. Daardoor duikt de lasdraad steeds opnieuw in het smeltbad tot tegen het werkstuk. De slak mag pas na het afkoelen van de naad worden verwij derd. Om een lashandeling aan een onderbro- ken naad verder te zetten: Verwij der eerst de slak op het beves- tigingspunt. In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar de aansluitplaats Inbedrij fstelling106 NL/BE geleid, daar juist gesmolten en ver- volgens wordt de lasnaad verder geleid. Instellen van geschikte para- meters van stroom en spanning voor het lassen van aluminium met aluminiumdraad. Voor het lassen van aluminium worden lagere spanningen aanbevolen dan voor het lassen van ij zer/staal. Voor het instellen van het betreffende span- ningsbereik kunt u als volgt te werk gaan: bereid het apparaat voor, net als eerder onder “Apparaataanpas- sing voor lassen met massieve draad met beschermgas”. Selecteer voor het lassen van aluminiumdraad de instelling “1.0/Al(5356)” door te drukken op de keuzetoets Lasdraad
totdat de led naast de “U” knippert. Stel dan een stroom van ca. 0,5 A in. Bedien opnieuw de keuzetoets Span- ningsverlaging
, totdat de leds naast “U” en “A/VRD” niet meer branden. Nu kan de spanning bij het MIG-lassen naar een lager spanningsbereik worden gevarieerd dat voor aluminium lassen geschikt is. Als de draaischakelaar voor de lasstroominstelling
tegelij kertij d wordt ingedrukt en gedraaid, dan kan de lasstroom in stappen van 10 A wor- den gevarieerd. Voor het lassen van een aluminium plaat van 2 mm kunnen als richtwaarden 14,5 volt en een stroom van 91 ampère worden ingesteld. De optimale lasinstellingen dienen aan de hand van een proefwerkstuk te worden bepaald. VOORZICHTIG! Let erop dat de toorts na het lassen altij d op een geïsoleerde plaats moet worden weggelegd. Schakel het lasapparaat na voltooi- ing van de laswerkzaamheden en bij pauze altij d uit en trek de stroom- stekker altij d uit het stopcontact Lasnaad maken Steeknaad of duwend lassen De toorts wordt naar voren geschoven. Resultaat: de branddiepte is kleiner, naadbreedte groter, bovenrups van de naad (zichtbaar oppervlak van de lasnaad) vlakker en de bindfouttolerantie (fout in de materiaalversmelting) groter. Sleepnaad of trekkend lassen De toorts wordt van de lasnaad wegge- trokken (afb. U). Resultaat: branddiepte groter, naadbreedte kleiner, bovenrups van naad hoger en de bindfouttolerantie kleiner. Lasverbindingen Er zij n twee basisverbindingen in de lastechniek: stompnaad- (buitenhoek) en hoeknaadverbinding (binnenhoek en overlapping). Stompnaadverbindingen Bij stompnaadverbindingen tot een mate- riaaldikte van 2 mm worden de lasran- den volledig tegen elkaar aangebracht. Voor grotere diktes dient een afstand van 0,5–4 mm te worden gekozen. De ideale afstand is afhankelij k van het gelaste materiaal (aluminium resp. staal), de samenstelling van het materi- aal en de gekozen lasmethode. Deze afstand dient aan een proefwerkstuk te worden bepaald. Vlakke stompnaadverbindingen Lassen moeten zonder onderbreking en met voldoende indringdiepte worden Inbedrij fstelling107NL/BE uitgevoerd, daarom is een goede voorbereiding uitermate belangrij k. De kwaliteit van het lasresultaat wordt beïn- vloed door: de stroomsterkte, de afstand tussen de lasranden, de helling van de toorts en de diameter van de lasdraad. Hoe steiler de toorts tegenover het werkstuk wordt gehouden, hoe hoger de indringdiepte is en omgekeerd.
Om vervormingen die tij dens de mate- riaalbehandeling kunnen optreden, te voorkomen of te beperken, is het goed om de werkstukken met een voorzie- ning vast te zetten. Het dient te worden vermeden om de gelaste structuur te verstij ven, zodat breuken in de las worden vermeden. Deze moeilij kheden kunnen worden beperkt, wanneer de mogelij kheid bestaat om het werkstuk zo te draaien dat de las in twee tegen- overgestelde doorvoeren kan worden geleid. Lasverbindingen aan de buitenhoek Dit type voorbereiding is zeer eenvou- dig (afb. V, W).
Bij dikkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals hieronder voor te bereiden, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind (afb. X).
Hoeklasverbindingen Een hoeklas ontstaat wanneer de werkstukken loodrecht ten opzichte van elkaar staan. De las moet de vorm heb- ben van een gelij kzij dige driehoek en een kleine keelhoogte (afb. Y, Z). Lasverbindingen in de binnenhoek De voorbereiding van deze lasver- binding is zeer eenvoudig en wordt gebruikt voor diktes tot 5 mm. De maat “d” moet tot het minimum worden beperkt en mag in geen geval kleiner dan 2 mm zij n (afb. Y). Inbedrij fstelling108 NL/BE
Bij dikkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals in afbeelding X voor te bereiden, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind.
Overlappende lasverbindingen De meest gebruikelij ke voorbereiding is die met rechte lasranden. De las kan door een normale hoeklasnaad worden losgemaakt. De beide werkstukken moe- ten zo dicht als mogelij k tegen elkaar aan worden gebracht, zoals in afbeel- ding AB getoond.
MMA-lassen Controleer of de hoofdschakelaar
op de stand “O” (“OFF”) staat resp. of de stroomstekker
niet in de contactdoos is gestoken. Sluit de elektrodehouder
aan op het lasappa- raat, zoals in afbeelding AC wordt getoond. Neem hierbij ook de gegevens van de elektrodefabrikant in acht. Trek conform de richtlij nen geschikte beschermende kleding aan en bereid uw werkplek voor. Sluit de massaklem
op het werkstuk aan. Klem de elektrode in de elektrode- houder
Schakel het apparaat in door de hoofdschakelaar
in stand “I” (“ON”) te zetten. Kies de modus “MMA” door het bedienen van de keuzetoets Lasmo- dus
, totdat het indicatorlampje naast “MMA” brandt. Stel de lasstroom met de draaischa- kelaar voor lasstroominstelling
afhankelij k van de gebruikte elek- trode in.
Aanwij zing: Richtwaarden voor de in te stellen lasstroom, afhankelij k van Inbedrij fstelling / MMA-lassen109NL/BE de elektrodediameter, treft u aan in de volgende tabel. Ø elektrode Lasstroom 1,6 mm 40–55 A 2,0 mm 55–65 A 2,5 mm 65–80 A 3,2 mm 80–120 A Aanwij zing: Door het bedienen van de keuzetoets Spanningsverlaging
kan de spanningsverlagingsfunctie (VRD) worden geactiveerd. De led naast “A/VRD” brandt. Hierdoor wordt de uitgangsspanning verminderd en de veiligheid voor de gebruiker gedurende laspauzes verhoogd. Let op: De massaklem
en de elektrodehouder
/de elektrode mogen geen direct contact maken. Let op: Bij het lassen met staafelek- troden moeten de elektrodehouder
overeenkomstig de gegevens van de elektrodefabrikant worden aangesloten. Houd het lasschild
voor het gezicht en begin met lassen. Om de bewerking te beëindigen, zet u de hoofdschakelaar ON/OFF
in de stand “O” (“OFF”). Let op: Als de thermozekering in werking wordt gesteld, wordt “O.H.” op het digitale display weergegeven. In dit geval is verder lassen niet mogelij k. Het apparaat is verder in bedrij f, zodat de ventilator het apparaat afkoelt. Zodra het apparaat weer bedrij fsklaar is, verdwij nt de weergave “O.H.” Nu is lassen weer mogelij k. Let op: Dep niet met de elektrode op het werkstuk. Het kan beschadigd worden en de ontsteking van de vlam- boog kan bemoeilij kt worden. Zodra de vlamboog ontstoken is, probeert u een afstand tot het werkstuk te behouden, die overeenkomt met de gebruikte elektrodediameter. De afstand moet zo constant mogelij k blij ven, terwij l u last. De elektrodehelling in werkrichting dient 20–30 graden te zij n. Let op: Gebruik altij d een tang om verbruikte elektroden te verwij deren of hete werkstukken te verplaatsen. Houd er rekening mee dat de elektrodehou- der na het lassen altij d op een isole- rende ondergrond moet worden gelegd. De slak mag pas na het afkoelen van de naad worden verwij - derd. Om een lashandeling aan een onderbroken naad verder te zetten: Verwij der eerst de slak op de aan- sluitplaats. In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar de aansluitplaats geleid, daar juist gesmolten en aan- sluitend verder geleid. Let op: De laswerkzaamheid produ- ceert hitte. Daarom moet het lasappa- raat na het gebruik minimaal een half uur stationair worden gebruikt. Als alternatief laat u het apparaat een uur afkoelen. Het apparaat mag pas worden verpakt en opgeslagen, wanneer de apparaattemperatuur genormaliseerd is. Let op: Een spanning die 10% lager is dan de nominale ingangsspan- ning van het lasapparaat, kan tot de volgende consequenties leiden: De stroom van het apparaat neemt af. De vlamboog breekt af of wordt instabiel. MMA-lassen110 NL/BE Let op: De vlamboogstraling kan tot oogont- stekingen en huidverbrandingen leiden. Spat- en smeltslakken kunnen ooglet- sel en brandwonden veroorzaken. Monteer het las-schild, zoals onder “las-schild” beschreven. Lasschild WAARSCHUWING RISICO VOOR DE GEZONDHEID! Wanneer u het lasschild niet gebruikt, kan de vlamboog UV-straling en hitte verspreiden die schadelij k zij n voor de gezondheid en uw ogen verwonden. Gebruik het lasschild altij d, wanneer ulast. Er mogen uitsluitend laskabels worden gebruikt, die zij n meegele- verd (16 mm
). Kies tussen stekend en slepend lassen. Hierna wordt de invloed van de bewegingsrich- ting op de eigenschappen van de lasnaad getoond: Aanwij zing: Welke lasmethode geschikter is, beslist u zelf nadat u een proefstuk hebt gelast. Opmerking: Nadat de elektrode volledig is versleten, moet deze worden vervangen. Stekend lassen Slepend lassen Inbranden kleine grote Lasnaadbreedte grote kleine Lasrups vlakke hoge Lasnaadfout grote kleine WIG/TIG-lassen Volg de gegevens bij uw WIG-toorts voor WIG-/TIG-lassen. De WIG-/ TIG-modus kan door het bedienen van de keuzetoets Lasmodus
worden geselecteerd. Kies hiervoor de stand “TIG”. Onderhoud en reiniging Aanwij zing: Het lasapparaat moet om perfect te functioneren en voor de nale- ving van de veiligheidseisen regelmatig worden onderhouden en gereviseerd. Ondeskundig en foutief gebruik kunnen tot uitvallen en schade aan het appa- raat leiden. Laat de reparaties alleen uitvoeren door gekwalifi ceerde elek- tra-vaklieden. MMA-lassen / WIG/TIG-lassen / Onderhoud en reiniging111NL/BE ... / Milieu- en verwij derings informatie / EU-conformiteitsverklaring Schakel de hoofdvoedingsbron en de hoofdschakelaar van het appa- raat uit, voordat u onderhoudswerk- zaamheden aan het lasapparaat uitvoert. Maak het lasapparaat en het toebe- horen regelmatig schoon met behulp van lucht, poetsdoek of een borstel. Bij een defect of indien onderdelen moeten worden vervangen, richt u zich tot het betreffende vakperso- neel. Milieu- en verwij derings- informatie Recycling van grond- stoffen in plaats van afvalverwij dering! Apparaat, accessoires en verpakking dienen op een milieuvriendelij ke manier te worden gerecycled. Voer het lasapparaat niet af via het huisvuil, gooi het niet in vuur of in water. Wanneer mogelij k, dienen apparaten die niet meer goed functio- neren, te worden gerecycled. Vraag uw lokale leverancier om hulp. Neem hiervoor 2012/19/EU in acht. EU-conformiteitsverklaring W ij , C. M. C. GmbH Documentverantwoordelij ke: Dr. Christian Weyler Katharina-Loth-Str. 15 DE-66386 St. Ingbert DUITSLAND verklaren alleen verantwoordelij k te zij n voor het feit dat het product Multifunctioneel lasapparaat Artikelnummer: 2336 Bouwjaar: 2021/18 IAN: 337263_2007 Model: PMSG 200 A1 voldoet aan de belangrij ke beveiligings- vereisten die in de Europese Richtlij nen EU-laagspanningsrichtlij n 2014/35/EU EU-richtlij n Elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EU RoHS-richtlij n 2011/65/EU+2015/863/EU en in de wij zigingen hiervan zij n vastgelegd. De fabrikant is alleen ver- antwoordelij k voor het opstellen van de conformiteitsverklaring. Het bovengenoemde object van de Verklaring voldoet aan de voorschrif- ten van de Richtlij n 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad d.d. 8 juni 2011 ter beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlij ke stoffen in elektrische en elektronische apparaten. Voor de conformiteitsbeoordeling werd gebruik gemaakt van de volgende geharmoniseerde normen: EN 60974-1:2018/A1:2019 EN 60974-10:2014/A1:2015 St. Ingbert, 1-10-2020
(se afb. N). Drej trykrulleenheden
Notice-Facile