20072 - Lasapparaat Güde - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 20072 Güde in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 20072 - Güde en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 20072 van het merk Güde.
GEBRUIKSAANWIJZING 20072 Güde
5. Kabel voor netaansluiting
Garantie Garantieclaims volgens bijgaande garantiekaart. Algemene veiligheidsinstructies De gebruiksaanwijzing dient, vóór de eerste ingebruikneming van het apparaat, geheel doorgelezen te worden. Indien over de aansluiting en bediening van het apparaat twijfels bestaan, dient u zich tot de producent (serviceafdeling) te wenden. OM EEN HOGE GRAAD VAN VEILIGHEID TE GARANDEREN DIENT U DE VOLGENDE INSTRUCTIES IN ACHT TE NEMEN: LET OP! Inschakelduur De prestaties van het apparaat worden volgens de gegevens op het typeplaatje van het apparaat als „Inschakelduur“ (Einschaltdauer = ED%), d.w.z. de verhouding tussen lasduur en afkoeltijd, uitgedrukt. Deze factor varieert bij hetzelfde apparaat afhankelijk van lasvoorwaarden, d.w.z. afhankelijk van de gegeven lasstroom. Deze geeft aan hoe lang het apparaat bij de gegeven lasstroom onder belasting kan werken en wordt telkenmale per 10 minuten aangegeven. Bij een lasstroom met een inschakelduur van 60% functioneert het apparaat bijvoorbeeld continue 6 minuten, daarna volgt een stilstandfase zodat de interne onderdelen kunnen afkoelen waarna de oververhittingsbeveiliging weer ingeschakeld wordt. Het gebruik van lasapparaten en het uitvoeren van laswerkzaamheden brengen gevaren voor de lasser als ook voor omstaande personen mee. De lasser heeft derhalve de absolute plicht, de hier genoemde veiligheidsvoorschriften te lezen, te kennen en op te volgen. Altijd moet men er aan denken dat een omzichtige, goed geschoolde lasser, die zijn plichten juist opvolgt, de beste zekerheid tegen ongevallen is. Voordat het lasapparaat wordt aangesloten, gereed gemaakt, gebruikt of getransporteerd, moeten de navolgend aangegeven voorschriften gelezen en opgevolgd worden.
INSTALLATIE VAN HET APPARAAT
- Installatie en onderhoud van het lasapparaat moeten in overeenstemming met de plaatselijke veiligheidsvoorschriften uitgevoerd worden. Vóór ingebruikneming van het apparaat deze gebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen. A.V. 1 Voor nadruk en uittreksels is toestemming vereist. Technische wijzigingen voorbehouden. 59• Let op de status van slijtage van de kabels, van de verbindingskoppelingen en -stekkers. Indien deze beschadigd zijn, moeten ze vervangen worden. Voer regelmatig onderhoud van de installatie uit. Gebruik alleen kabels van voldoende afmetingen.
- Sluit de massakabel zo dicht mogelijk bij de werkplaats aan.
- In een vochtige omgeving moet het gebruik van het lasapparaat beslist vermeden worden. Stel vast dat de omgeving rond de lasplaats droog is en dat ook de aanwezige voorwerpen, zoals het lasapparaat e.a., droog staan.
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN DERDEN
Omdat bij het lassen straling en warmte ontstaan, moet vastgesteld worden dat de juiste middelen en veiligheidsmaatregelen getroffen zijn voor de lasser zelf als ook voor derden in de omgeving. Stel u zelf en andere personen nooit zonder bescherming aan de werking van de vlamboog of het gloeiende metaal bloot. Let er op dat de lasrook wordt afgezogen, resp. de lasplaats goed geventileerd is.
PREVENTIEVE MAATREGELEN TEGEN BRAND EN EXPLOSIEGEVAAR
Gloeiende slakken en vonken kunnen brand veroorzaken. Brand en explosie brengen noch andere gevaren mee. Door opvolging van de volgende voorschriften kunt u gevaren voorkomen:
- In de directe omgeving zich bevindende, licht brandbare materialen, zoals hout, zaagsel, lak, oplosmiddelen, benzine, kerosine, aardgas, acetyleen, propaan en dergelijke materialen, moeten van de werkplaats en omgeving verwijderd worden, resp. voor de vonkenvlucht beschermd zijn.
- Als maatregel voor brandbestrijding moet in de buurt een geschikt blusmiddel gereed staan.
- Geen las- of snijwerkzaamheden aan gesloten reservoirs of buizen uitvoeren.
- Geen las- of snijwerkzaamheden aan reservoirs of buizen uitvoeren, ook niet als deze open zijn of als u materialen ontvangt of ontvangen hebt die door warmte of vocht kunnen exploderen of andere gevaarlijke reacties oproepen.
OPSTELLEN VAN HET LASAPPARAAT
Het opstellen van het lasapparaat moet onder opvolging van de volgende voorschriften plaatsvinden:
- De lasser moet vrije toegang tot de bedieningselementen en aansluitingen van het apparaat hebben.
- Plaats het apparaat niet in smalle ruimten: het is uiterst belangrijk dat het lasapparaat voldoende wordt geventileerd. Zeer stoffige of vuile ruimten waar stof en andere voorwerpen door de installatie aangezogen kunnen worden, moeten vermeden worden.
- Het apparaat (inclusief de kabels) mag geen hindernis in doorloopgangen zijn en/of de werkzaamheden van andere personen verhinderen.
- Het lasapparaat mag slechts op een vlakke ondergrond en met een naar behoren gezekerde gasfles gebruikt worden. Handelswijze in noodgeval Tref de noodzakelijke maatregelen om éérste hulp te verlenen, die met het letsel overeenkomt en vraag zo snel mogelijk gekwalificeerde medische hulp aan. Bescherm gewonde personen voor overig letsel en stel ze gerust. Aanduidingen op het apparaat Toelichting van de symbolen In deze gebruiksaanwijzing en/of op dit apparaat worden de volgende symbolen gebruikt: Productveiligheid: Het product is conform de desbetreffende normen van de Europese Gemeenschap Verboden: Verbod, algemeen (in verbinding met ander pictogram) Vuur, open vlammen en roken verboden Aan de kabel trekken verboden Het apparaat niet bij neerslag gebruiken Waarschuwing: Waarschuwing/Let op Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning Waarschuwing voor struikelgevaar Waarschuwing voor gezondheid schadelijke gassen Waarschuwing voor hete oppervlakken 60Aanwijzingen: VeiligheidsschoenendragenVeiligheidshandschoenen gebruikenBeschermende kledingdragenBeschermschild voorgezicht dragenVoor openennetstekker uitnemenVóór gebruikgebruiksaanwijzinglezen Milieubescherming: Afval niet in het milieu,maar vakkundigverwijderenVerpakkingsmateriaalvan karton bij dedaarvoor bestemderecyclingplaatsenafleverenBeschadigde en/ofverwijderde elektrischeof elektronischeapparaten bij dedaarvoor bestemderecyclingplaatsenafleveren Verpakking: Tegen vochtbeschermenVerpakkingsoriënteringbovenLet op – breekbaar Technische gegevens: Netaansluiting Gewicht 230 V 400 V Productspecifiek: Lastransformator Netbeveiliging Thermische beveiliging Gebruik volgens bepalingen Beschermgaslasapparaat voor thermische verbinding van ijzer – metalen door smelten van de kanten en toevoer van een lasmetaal. Bij niet naleving van de bepalingen uit de algemeen geldende voorschriften, evenals van de bepalingen uit deze gebruiksaanwijzing, kan de producent voor schaden niet aansprakelijk gesteld worden. Overige gevaren en beschermingsmaatregelen Mechanische gevaren Bedreiging Beschrijving Beschermingsmaatregel(en) Restgevaar Doorsteken, insteken Handen kunnen door de draad doorgestoken worden. Beschermende handschoenen dragen, resp. handen van de draaduitgang weg houden. Uitspetteren van vloeistoffen Spetterende lasparels kunnen tot verbrandingen leiden. Beschermende kleding en laskap dragen. Elektrische gevaren Bedreiging Beschrijving Beschermingsmaatregel(en) Restgevaar Direct elektrisch contact Direct elektrisch contact met vochtige handen kan tot stroomschokken leiden. Vermijd contact met vochtige handen en let op overeenkomstige aarding. Thermische gevaren Bedreiging Beschrijving Beschermingsmaatregel(en) Restgevaar Verbrandingen, vorstbulten (blaren) Het aanraken van de mond van het slangenpakket en van het werkstuk kan tot verbrandingen leiden. De mond van het slangenpakket en het werkstuk na het gebruik eerst laten afkoelen. 61Veiligheidshandschoenen dragen. Bedreigingen door straling Bedreiging Beschrijving Beschermingsmaatregel(en) Restgevaar Infrarood, zichtbaar en ultraviolet licht De vlamboog veroorzaakt infrarode en ultraviolette straling. Altijd een juiste laskap, beschermende kleding en veiligheidshandschoenen dragen. Bedreigingen door werkstoffen en andere stoffen Bedreiging Beschrijving Beschermingsmaatregel(en) Restgevaar Contact, inademing Langer inademen van lasgassen kan schadelijk voor de gezondheid zijn. Werk met een afzuiginstallatie of in goed geventileerde ruimten. Vermijd het directe inademen van de gassen. Vuur of explosie Gloeiende slakken en vonken kunnen brand en explosie veroorzaken. Gebruik nooit het lasapparaat in een brandgevaarlijke omgeving. Overige bedreigingen Bedreiging Beschrijving Beschermingsmaatregel(en) Restgevaar Uitglijden, struikelen of vallen van personen Kabel en slangenpakketten kunnen tot struikelen leiden. Houd de werkplaats schoon. Verwijdering De verwijderinginstructies zijn met pictogrammen aangegeven die op het apparaat, resp. op de verpakking, te vinden zijn. Een beschrijving van de afzonderlijke betekenissen is in het hoofdstuk “Aanduidingen op het apparaat” te vinden. Eisen aan de bedienende persoon De bedienende persoon moet, vóór het gebruik van het apparaat, de gebruiksaanwijzing goed gelezen hebben. Kwalificatie Behalve een uitvoerige instructie door vakkundig verkooppersoneel is er geen speciale kwalificatie voor het gebruik van het apparaat nodig. Minimale leeftijd Het apparaat mag slechts door personen gebruikt worden van 18 jaar of ouder. Uitzondering hierop is het gebruik door jeugdige personen bij een beroepsopleiding ter verkrijging van vaardigheid en indien dit onder toezicht van een opleider plaats vindt. Scholing Voor het gebruik van het apparaat is passend onderricht voldoende. Een speciale scholing is niet noodzakelijk. Technische gegevens
Spanning 230 V Frequentie 50 Hz Max. netvermogen 5,7 kVA Veiligheidszekering 16 A Vrijloopspanning 48 V Instelbereik 25-130 A Inschakelduur 130 A ~ 10 % 75 A ~30 % Max. draaddikte 0,6-1,0 mm Isolatieklasse
Gewicht ca. 25 kg Artikel nr. 20072 62Transport en opslag Let op: Het apparaat mag slechts in vlakke werkpositie (vlakke ondergrond) gebruikt en opgeslagen worden. De symbolen op de verpakking opvolgen! Controleer of de gasfles goed bevestigd en gesloten is. Montage en de éérste ingebruikneming Bouwgroep 1 – Montage van de wielen en voeten: Afb. 2, Afb. 3, Afb. 4, Afb. 5 Bouwgroep 2 – Montage van de greep aan het apparaat: Afb. 6 Bouwgroep 3 – Installatie van de gasfles: Afb. 7, Afb. 8 Bouwgroep 4 – Montage van de laskap: Afb. 9, Afb. 10 Veiligheidsinstructies vóór de eerste ingebruikneming Afb. 11
- Let er op dat de stroomaansluiting voldoende beveiligd is.
- Gebruik de voorgeschreven kleding (afb. 11).
- Zorg er voor dat geen personen zich in de werkomgeving, resp. het gevarengebied, bevinden.
- Let er op dat er geen brandbare materialen in de werkomgeving zijn.
- De stekker in een passend stopcontact aansluiten; het stopcontact moet met een smeltzekering of een beveiligingsschakelaar beveiligd zijn.
- De netkabel van het apparaat en een eventuele verlenging van de kabel moeten minimaal van gelijke doorsnede zijn.
- LET OP! De elektrische veiligheid is slechts dan gegarandeerd, als het apparaat overeenkomstig de geldende voorschriften voor elektrische installaties op juiste wijze aan een efficiënte aardingsinstallatie is aangesloten.
- Controleer of de beschikbare netspanning en netfrequentie overeenkomstig met de gegevens op het typeplaatje van het lasapparaat zijn. Wijze van aanpak De montage van de afzonderlijke onderdelen in de beschreven volgorde uitvoeren. Let op de juiste volgorde van montage van de onderdelen volgens de afbeeldingen. Het apparaat is noch niet functioneel. De gasstroom met een druk van 5-7 l/min openen. De gasuitgang voor windstoten beschermen. Bovendien moet het volgende opgevolgd worden: de eerste trappen 1-2 van de schakelaar dienen voor het lassen van dunwandig plaatmateriaal terwijl de volgende trappen voor grotere diktes dienen. Bij iedere trapwisseling van de schakelaar moet ook de snelheid van de draadtoevoer ingesteld worden. Indien tijdens het lassen aan het draadeind zich een druppel vormt, moet de snelheid van de draadtoevoer verhoogd worden; indien men daarentegen voelt dat de draad tegen het slangenpakket drukt, moet de snelheid verlaagd worden. Altijd een tang gebruiken om de zojuist gelaste delen te verplaatsen en om verkorsting aan het einde van de brander te verwijderen omdat deze erg heet zijn. Zodra de vlamboog ontbrandt, het slangenpakket in een hoek van ca. 30˚ t.o.v. de loodlijn vasthouden. Inleggen van de lasdraad Afb. 12
1. Open het bovenste deksel op het lasapparaat en borg het deksel met de borgstift.
2. Plaats de lasdraadspoel zodanig dat de draad recht in de draadtoevoer geschoven kan worden.
Aanwijzing: Let op dat de draad niet van de spoel afwikkelt en dat het eind van de draad recht en vrij van bramen is. De weerstand van de spoel kan aan de spanmoer in het centrum nauwkeurig ingesteld worden.
3) Open de draaiknop (afb. 13 - A).
4) Til het beugelelement (afb. 13 - F) op.
5) Controleer dat de sleuven in de rol van de draadtoevoer overeenkomstig zijn met de draaddoorsnede; indien
nodig, draai de draaigreep (afb. 13 - B) tegen de richting van de klokwijzers in los en neem de rol uit om deze in de juiste sleuf te plaatsen. Laat nu het beugelelement (afb. 13 - F) zakken en draai de draaiknop (afb. 13 - A) vast tot de draad gelijkmatig over de rollen loopt. Als de draad op de rollen slipt, de knop iets verder aandraaien. Let op: niet te sterk aandraaien, anders zou de onnodige druk op de rollen schade aan de motor van de draadtoevoer veroorzaken.
6) Schakel nu het lasapparaat in.
7) Nadat u hebt gecontroleerd dat alle veiligheidsmaatregelen zijn genomen, stel dan de schakelaar (afb. 21/1) op
trap 1 en de regeling van de draadtoevoer (afb. 21/2) op trap 1.
8) Neem het gasmondstuk en het stroommondstuk af en laat de draad door te drukken op de
drukschakelaar aan het slangenpakket naar buiten komen (bij gespannen slangenpakket - afb. 18). Plaats daarna het stroommondstuk en het gasmondstuk weer terug.
9) Stel de benodigde gashoeveelheid aan de armatuur van de gasfles in.
63juist onjuist Afb. 15 Tip: (0,6 mm draad → 6 l/h); (0,8 mm draad → 8 l/h); (1,0 mm draad → 10 l/h).
10) Het apparaat is nu gebruiksklaar.
Algemeen over lassen onder beschermgas Het lassen onder beschermgas wordt hoofdzakelijk in werkplaatsen gebruikt; het is universeel inzetbaar en geschikt voor dunnere en dikkere materialen. Het is zo dat hoe meer lastrappen een apparaat heeft hoe beter men ook op het gebied van plaatmaterialen kan werken. Benodigde accessoires: menggas CO2/argon, lasdraad, laskap, drukregelaar. Ook geschikt voor aluminium en VA roestvrij staal met overeenkomstig gas en draad. (Zuiver argon/VA draad/aluminiumdraad), potentiometer. Bediening MIG 155/6W Afb. 13
1. Instelling lastrappen
2. Instelling snelheid draadtoevoer
3. Aansluiting slangenpakket
4. Aansluiting massaklem
5. Stekker voor netaansluiting
Veiligheidsinstructies voor de bediening
- Gebruik het apparaat pas nadat u de gebruiksaanwijzing aandachtig hebt gelezen.
- Let op alle, in de gebruiksaanwijzing aangegeven, veiligheidsinstructies.
- Gedraagt u zich verantwoord tegenover andere personen.
- Let op!!! Gebruik nooit gecorrodeerde lasdraad. Aanwijzingen stap voor stap De laszone moet roest- en lakvrij zijn. Gebruik principieel een veiligheidslaskap, lashandschoenen en de juiste beschermende kleding. De hoekinstelling van het slangenpakket tot het te bewerken materiaal moet ca. 30 graden zijn.
1. Slijp een grotere oppervlakte van het werkstuk, in de omgeving van de lasnaad en bij de aansluiting van de
massaklemmen, blank.
2. Klem nu de massaklemmen op de voorbereide plaats van het werkstuk.
3. Stel nu de parameters van het lasapparaat volgens de lastabel voor gebruikers (hoofdstuk 3) in.
4. Stel de benodigde gashoeveelheid aan de armatuur van de gasfles in.
5. Tip: (0,6 mm draad → 6 l/h); (0,8 mm draad → 8 l/h); (1,0 mm draad → 10 l/h).
6. U kunt pas met lassen beginnen wanneer u uw beschermende kleding volledig aan hebt.
Tip: Voer, vóór het begin van de eigenlijke laswerkzaamheden, een proeflas uit om de optimale lasinstelling te testen en daardoor een optimaal resultaat te bereiken. Afb. 14 De lasparameters zijn dan optimaal ingesteld, als een homogeen lasgeluid te horen is en de lasnaad een goede inbranding in het materiaal heeft, d.w.z. relatief vlak is. Tips voor het lassen Storing Oorzaak en oplossingen Voorbeeld Werkstuk scheef
1. Slechte naadvoorbereiding.
2. Randen richten en voor het lassen fixeren (vastmaken).
2. Lassnelheid te laag.
3. Onjuiste hoek van de lasbrander.
1. Lassnelheid te hoog.
2. Spanning voor de lassnelheid te klein.
Naden zien er geoxideerd uit
1. Met een lange vlamboog in verdiepingen lassen.
2. Spanning instellen.
3. Draad verbogen of te ver uit de draadvoering.
4. Onjuiste snelheid van draadtoevoer.
64Onvoldoende tot de kern doorgelast
3. Buis voor de draadvoering is versleten.
4. Draadtoevoersnelheid te klein voor de spanning of de lassnelheid.
1. Snelheid van de draadtoevoer te hoog.
De laszone moet roest- en lakvrij zijn. De brander wordt afhankelijk van de materiaalsoort gekozen. Wij adviseren in het begin de stroomsterkte d.m.v. een afvalstuk uit te proberen. Storingen – Oorzaken - Oplossingen Storing Oorzaak Oplossing De lasstroom blijft uit.
1. De oververhittingsbeveiliging is door
overbelasting afgeslagen.
1. De oververhittingsbeveiliging voert automatisch
een reset uit als de transformator afgekoeld is (na ca. 10 minuten, op ED letten!). Er is geen lasstroom aanwezig. Veiligheidsschakelaar voor prestatie of RCD is afgeslagen.
1. De netzekering is afgeslagen. 1. Zekering laten controleren.
2. Veiligheidsschakelaar voor prestatie inschakelen.
Er is geen lasstroom aanwezig.
1. Slecht contact tussen massaklem en lasdeel
1. De te lassen plaats en het oppervlak reinigen en
De motor van de draadtoevoer functioneert niet.
1. De zekeringen zijn doorgebrand.
1. De 2 A zekering vervangen.
2. De tandkrans vervangen.
3. Motor vervangen (contact met de klantendienst
opnemen). De motor van de draadtoevoer transporteert niet, de rollen draaien wel.
1. De roldruk is niet juist ingesteld.
2. Het stroommondstuk van de brander is vuil;
3. Het gasmondstuk is defect.
4. De draad is gebogen.
5. De kern voor de draadvoering is vervuild of
1. De druk van de rollen juist instellen.
2. De contactbuis van het apparaat reinigen.
Hiervoor een luchtcompressor gebruiken, bij sterke vervuiling de contactbuis vervangen.
3. Het gasmondstuk vervangen en de punt
4. De rollendruk controleren en eventueel juist
laten vervangen. De draadtoevoer is onregelmatig.
1. Vuil aan de draadvoering. Het gasmondstuk
is versleten of defect.
2. Het gasmondstuk is verspoten.
3. De doorvoering van de draadtoevoerrollen is
4. De doorvoering van de draadtoevoerrollen is
1. De draadvoering van het apparaat met een
luchtcompressor reinigen.
2. Het gasmondstuk of de contactbuis vervangen.
3. Het gasmondstuk reinigen of vervangen.
4. De draadtoevoerrollen reinigen.
5. De draadtoevoerrollen vervangen.
6. De draadspanning juist instellen.
De vlamboog brandt niet stabiel.
1. Onjuiste instelling van de draadsnelheid.
2. Vervuilingen aan de lasplaats.
3. Gasmondstuk versleten of defect.
1. Draadsnelheid volgens aanbevolen systemen
2. De lasoppervlakte reinigen of polijsten.
3. Het gasmondstuk vervangen en de punt
3. Het materiaal is roestig of vochtig.
4. De brander wordt te veel verwijderd of in een
onjuiste hoek tot de lasplaats gehouden.
1. Gas openen en gastoevoer instellen.
2. Het gasmondstuk schoonmaken of vervangen.
3. De lasplaats overeenkomstig inrichten of de
gastoevoer verhogen.
4. Het materiaal reinigen of polijsten.
5. De afstand tussen het gasmondstuk en werkstuk
moet 8-10 mm zijn en het slangenpakket moet in een hoek van 30˚ gehouden worden.
6. De rubberslang, aansluiting en samenbouw van
het slangenpakket controleren – het gasmondstuk in de juiste positie drukken. De lasdraad stopt vlak bij het stroommondstuk.
1. Het stroommondstuk is verbruikt of
2. De lasdraad is gebogen.
3. De snelheid van de draadtoevoer is te laag.
1. Het stroommondstuk vervangen.
2. De druk van de rollenspanning controleren.
3. De aanwijzingen voor de snelheid van de
draadtoevoer opvolgen. Lasdruk onregelmatig.
1. De lasdraad zit op de spoel vast. 1. De druk van de rollenspanning controleren en naar
behoefte instellen. Te zwakke doordringing.
1. Lasstroom te zwak.
2. Vlamboog te lang.
1. Lasstroom en draadtoevoer verhogen.
2. Het slangenpakket dichter bij het werkstuk
houden. Te sterke doordringing.
1. Lasstroom te hoog.
2. De snelheid van de draadtoevoer is te
1. Lasstroom en draadtoevoer reduceren.
2. De brander rustig en gelijkmatiger bewegen.
3. De afstand tussen het mondstuk en werkstuk moet
653. Onjuiste afstand van de brander tot hetwerkstuk.8-10 mm zijn.
Inspectie en onderhoud Onderhoud van het slangenpakket Voor een perfecte functie van het slangenpakket moet deze regelmatig onderhouden worden. Het gasmondstuk regelmatig met beschermingsspray voor mondstukken besproeien en dan van verkorsting vrijmaken. Hiervoor moet het volgende uitgevoerd worden (zie afb. 26):
1. Het mondstuk (1) door te trekken naar voren afnemen.
2. Het mondstuk van de verkorsting, die zich door de lasslakken gevormd heeft, vrijmaken.
3. Met beschermingsspray voor mondstukken besproeien.
4. Indien het mondstuk is gecorrodeerd, moet dit vervangen worden.
Onderhoud stroommondstuk Hiervoor moet het volgende uitgevoerd worden (zie afb. 26):
1. Het mondstuk (1) door te trekken naar voren afnemen.
2. Het mondstuk afschroeven (2).
3. Controleer of het gaatje waardoor de draad loopt, niet te groot is geworden; in dat geval vóór de samenbouw
4. De drukschakelaar aan het slangenpakket bedienen zodat de draad naar buiten komt, dan het stroommondstuk
weer monteren. Onderhoud mondstuk Afb. 16 Hiervoor moet het volgende uitgevoerd worden (zie afb. 26):
1. De openingen van de gasuitlaat kunnen vaak licht verstopt raken; in een dergelijk geval moet het gasmondstuk
gedemonteerd worden door deze af te nemen (1),
2. dan het stroommondstuk (2) losschroeven,
3. de gasverdeler (3) losschroeven en door een nieuwe vervangen.
Veiligheidsinstructies voor inspectie en onderhoud Enkel een regelmatig onderhouden en een goed verzorgd apparaat kan een tot tevredenheid werkend hulpmiddel zijn. Onderhouds- en verzorgingsfouten kunnen tot onvoorziene ongevallen en letsels leiden. Inspectie- en onderhoudsschema Tijdsinterval Beschrijving Eventuele overige details Regelmatig
- Onderhoud van het slangenpakket (doorblazen en reinigen van de kern van de draadvoering, de draadtoevoerrol, het gasmondstuk evenals van de gasverdeler). Onderdelen
Notice-Facile