20072 - Lasapparaat Güde - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 20072 Güde in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 20072 Güde
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 20072 - Güde en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 20072 van het merk Güde.
GEBRUIKSAANWIJZING 20072 Güde
Vóor ingebruikneming van het apparaat deze gebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen.
A.V.1
Voor nadruk en uittreksels is toestemming vereist.
Technische wijzigingen voorbehonden.
Apparaat
Lasapparaten voor handmatigijken onder beschermmas, met automatische draadtoevoer, makeh het verbinden van metaaldelen maybeijk door een smeltproces van de te verbinden kanten en het lasmaterialiaal. Het smelten worden door een vlamboog opgeroepen die tussen het te階段en materialiaal en de continue uit het einde van de brander uittredende metaaldraad, dat als lasmaterialiaal dient, ontstaat. Een hogere lasstroom maakt het階段en van dikker plaatmaterialiaal maybeijk. Voor schaden die door het nicht opvolgen van deze aanwijzingen ontstaan wordt geen verantwoordelijkheid genomen.
Beschemgaslasapparaat MIG 155/6W
Compact lasapparaat voor doe-het-zelvers. Door de 6 schakeltrappen is deze ook voor moeilijkere laswerkzaamheden geschikt. Met traploos instelbare draadtoevoer en een groot+aantal accessoires.
Ultrusting:
Met laskap en enkelvoudige drukregelaar. Inclusief 2 rolwienen awhile, oververhittingsbeveiliging en slangenpakket van 2m
Levering
MIG 155/6W Afb.1
- Beschermgaslasapparaat MIG 155/6W
- Massakabel
- Slangenpakket
- Drukregelaar
- Kabel voor netaansluiting
- Laskap
Garantie
Garantieclaims volgens bijgaande garantiekaart.
Algemene veiligheidsinstructies
De gebruiksaanwijzing dient, vór de eerste ingebruikneming van het apparaat, geheel doorgelezen te worden. Indien over de aansluiting en bediening van het apparaat twijfels bestaan, dient u zich tot de producent (serviceafdeling) te wenden.
OM EEN HOGE GRAAD VAN VEILIGHEID TE GARANDEREN DIENT U DE VOLGENDE INSTRUCTIES IN ACHT TE NEMEN:
LET OP!
Inschakelduur
De prestaties van het apparaat worden volgens de gegevens op het typeplaatje van het apparaat als „Inschakelduur" (Einschaltdauer = ED%), d.w.z. de verhoudingussen lasduur en afkoeltijd,uitgedrukt. Deze factor varieert bij hetzelfde apparaat afhankelijk van lasvoorwaarden, d.w.z. afhankelijk van de gegeven lasstroom. Deze geeft aan hoe lang het apparaat bij de gegeven lasstroom onder belasting kan werken en wordt telkenmale per 10 minutes aangegeven. Bij een lasstroom met een inschakelduur van 60% functioneert het apparaat bijvoorbeeld continue 6 minutes, daarna volgt een stilstandfase zodat de interne onderdelen konnen afkoelen waarna de oververhittingsbeveiliging weer ingeschakeld worden.
Het gebruik van lasapparaten en het uitvoeren van laswerkzaamheden brengen gevaren voor de lasser als ook voor omstaande Personen mee. De lasser heeft derhalve de absolute plicht, de hier genoemde verilgheidsvoorschriften te lezen, te kennen en op te volgen. Altijd moet men er aan denken dat een omzichtigte, goed geschoolde lasser, die zich plichten juist opvolgt, de Beste zekerheid gegen ongevallen is. Voordat het lasapparaat worden aangesloten, gereed gemaatk, gebruikt of getransporteerd,要去en de navolgend aangegeven voorschriften gelezen en opgevolgd worden.
-
Installatie en onderhoud van het lasapparaat要去en in overeenstemming met deplaatslijke veiligheidsvoorschriften uitgevoerd worden.
-
Let op de status van slijtage van de kabels, van de verbindingskoppelingen en -stekkers. Indien deze beschadigd zijn,要去en ze verrangen worden. Voer regelmatig onderhoud van de installmentie uit. Gebruik alleen kabels van voldoende afmetingen.
- Sluit de massakabel zo zich可能导致 bij de werkplaats aan.
In een vochtige omgeving moet het gebruik van het lasapparaat beslilst vermeden worden. Stel vast dat de omgeving rond de lasplaats droog is en dat ook de aanwezige voorwerpen, zoals het lasapparaat e.a., droog staan.
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN DERDEN
Omdat bij het lessen straling en warmte ontstaan, moet vastgesteld worden dat de juiste middelen en veiligheidsmaatregelen getroffen zijn voor de lasser zich als ook voor derden in de omgeving.
Stel u zich en andere personen nooit zonder bescherming aan de werking van de vlamboog of het gloeende metaal bloot.

Let er op dat de lasrook worden afgezogen, resp. de lasplaats goed geventileerd is.
PREVENTIEVE MAATREGELEN TEGEN BRAND EN EXPLOSIEGEVAAR
Gloeende slakken en vonden hun brand veroorzaken. Brand en explosie brengen noch andere bevaren mee. Door opvolging van de volgende voorschriften kut u bevaren voorkomen:
In de directe omgeving zich bevindende,licht brandbare materialen, zoals hout, zaagsel, lak, oplosmiddelen, benzine, kerosine, aardgas, acetylen, propaan en dergelijkke materialen,要去en van de werkplaats en omgeving verwijderd worden, resp. voor de vonkenvlucht beschermd+zijn.
- Als maatregel voor brandbestrijding moet in de buurt een geschikt blusmiddel gereed staan.
- Geen las- of snijwerkzaamheden aan gesloten reservoirs of buizen uitvoeren.
- Geen las- of snijwerkzaamheden aan reservoirs of buizen uitvoeren, ook nicht als deze open zichn of als u materialen ontvangt of ontvangen hebts die door warmte of vocht kuren exploderen of andere gevaarlijke reacties oproepen.
OPSTELLEN VAN HET LASAPPARAAT
Het opstellen van het lasapparaat要去nder opvolging van de volgende voorschriftenplaatsvinden:
De lasser moet vrijtoegang tot de bedieningselementen en aansluitingen van het apparaat hebben.
- Plaats het apparaat Niet in smalle ruimten: het is uiterst belangrijk dat het lasapparaat voldoende worden geventileerd. Zeer stoffige of vuile ruimten waar stof en andere voorwerpen door de installmentie aangezogen konnen worden,要去en vermeden worden.
- Het apparaat (inclusief de kabels) mag geen hindernis in doorlooggangen zich en/of de werkzaamheden van andere Personen verhinderen.
- Het lasapparaat mag slechts op een vlakke ondergrond en met een waar behoren gezekerde gasfles gebruikt worden.
Handelswijze in noodgeval
Tref de nooodzakelijkke maatregelen om eerste hulp te verlenen, die met het letsel overeenkomt en vraag zo snel möglichk gekwalificeerde medische hulp aan. Bescherm gewonde Personen voor overig letsel en stel ze gerust.
Aanduidingen op het apparatus
Toelichting van de symbolen
In deze gebruiksaanwijzing en/of op dit apparaat worden de volgende symbolen gebruikt:
Productveiligheid:
| CE | |||||
| Het product is conform de desbetrreffende normen van de Europese Gemeenschap |
Verboden:
| Verbod, algemeen (in verbinding met ander pictogram) | Vuur, open vlammen en roken verboden | Aan de kabel trekken verboden | Het apparaat nicht bij neerslag gelebruiken |
Waarschuwing:
|  |  |  |  |  | |
| Waarschuwing/Let op | Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning | Waarschuwing voor struikelgevaar | Waarschuwing voor gezondheid schadelijke gassen | Waarschuwing voor hete oppervlakken |
Aanwijzingen:
| Veiligungsschoenen dragen | Veiligungshandschoenen gebruken | Beschermende kleding dragen | Beschermschild voor gezicht dragen | Voor openen netstekker uitenemen | Voor gebruik gebruksaanwijzing lezen |
Milieubescherming:
| PAP | |||||
| Afval nicht in het milieu, maar vakkundig verwijderen | Verpakkingsmateriaal van karton bij de waarvoort bestemde recyclingsplaatsen afleveren | Beschadigde en/of verwijderde elektrische of elektronische apparaten bij de waarvoort bestemde recyclingsplaatsen afleveren |
Verpakking:
| Tegen vocht beschemen | Verpakkingsiertering boven | Let op - breekbaar |
Gebruik volgens bepalingen
Beschermgaslasapparaat voor thermische verbinding van ijzer - metalen door smelten van de kanten en toevoer van een lasmetaal.
Bij Niet naleving van de bepalingen uit de algemeen geldende voorschriften, evenals van de bepalingen uit deze gebruiksaanwijzing, kan de producent voor schaden Niet aansprakelijk gesteld worden.
Overige gevaren en beschermingsmaatregelen
Mechanische gezaren
| Bedreiging Beschrijving Beschermingsmaatregel(en) Restgevaar | |||
| Doorsteken, insteken Handen kühn den door de draad doorgestoken worden. | Beschermende handschoenen dragen, resp. handen van de draaduitgang weg houden. | ||
| Uitspetteren van vloeistoffen Spetterende lasparels{kunnen tot verbrandingen leiden. | Beschermende kleding en laskap dragen. | ||
Elektrische gezaren
| Bedreiging Beschrijving Beschermingsmaatregel(en) Restgevaar | ||
| Direct elektrisch contact Direct elektrisch contact met vochtige handen kan tot stroomschokken leiden. | Vermijd contact met vochtige handen en let op overeenkomstige aarding. | |
Thermische gevaren
| Bedreiging Beschrijving Beschermingsmaatregel(en) Restgevaar | |||
| Verbrandingen, vorstbulten (blaren) | Het aanraken van de mond van het slangenpakket en van het werkstuk kan tot verbrandingen leiden. | De mond van het slangenpakket en het werkstuk na het gebruik eerst lately afkoelen. | |
| Veiligheidshandschoenen dragen. | |||
| Bedreigingen door straling | |||
| Bedreiging Beschrijving Beschirmingsmaatregel(en) Restgevaar | |||
| Infrarood, zichtbaar en ultravioletlicht | De vlamboog veroorzaakt infrarode en ultraviolette straling. | Altijd een juiste laskap, beschemende kleding en veiligheidshandschoenen dragen. | |
| Bedreigingen door werkstoffen en andere stoffen | |||
| Bedreiging Beschrijving Beschirmingsmaatregel(en) Restgevaar | |||
| Contact, inademing Langer inade men van lasgassen kan schadelijk voor de gezondheid zijn. | Werk met een afzuiginstallatie of in goed geventileerde ruimten. Vermijd het directe inademen van de gassen. | ||
| Vuur of explosie Gloeiende slakken en vonden kunnen brand en explosie verroorzaken. | Gebruik nooit het lasapparaat in een brandgevaarlijke omgeving. | ||
| Overige bedreigingen | |||
| Bedreiging Beschrijving Beschirmingsmaatregel(en) Restgevaar | |||
| Uitglijen, struikelen of vallen van Personen | Kabel en slangenpakketten kunnen tot struikelen leiden. | Houd de werkplaats schoon. | |
| Verwijdering | |||
| De verwijderinginstrumentes zijn met pictogrammen aangegeven die op het apparaat, resp. op de verpakking, te vinden�n. Een beschrijving van de afzonderlijke betekenissen is in het hoofdstuk "Aanduidingen op het apparaat" te vinden. | |||
| Eisen aan de bedienende persoon | |||
| De bedienende persoon moet, voír het gebruik van het apparaat, de gebruiksaanwijzing goed gelezen hebben. | |||
| Kwalificatie | |||
| Behalve een uitvoerige instructie door vakkundig verkooppersoneel is er geen speciale kwalificatie voor het gebruik van het apparaat nodig. | |||
| Minimale leeftijd | |||
| Het apparaat mag slechts door personen gebruikt worden van 18JAar of ouder. Uitzondering hierop is het gebruik door jegdige personen bij een beroepsopleiding ter verwrijging van vaardigheid en indien dit onder toezicht van een opleider plaats vindt. | |||
| Scholing | |||
| Voor het gebruik van het apparaat is passend onddrecht voldoende. Een speciale scholing is nicht moodzakelijk. | |||
| Technische gegevens | |||
| MIG 155/6W - #20072 | ||
| Spanning | 230 V | |
| Frequentie | 50 Hz | |
| Max. netvermogen | 5,7 kVA | |
| Veiligheidszekering | 16 A | |
| Vrijloopspanning | 48 V | |
| Instelbereik | 25-130 A | |
| Inschakelduur | 130 A ~ 10 % 75 A ~30 % | |
| Max. draaddikte | 0,6-1,0 mm | |
| Isolatieklasse | H | |
| Beveiligingsklasse | IP 21 S | |
| Schakeltrappen | 6 | |
| Gewicht ca. | 25 kg | |
| Artikel nr. 20072 | ||
Transport en opslag

Let op:
Het apparaat mag slechts in vlakke werkpositie (vlakke ondergrond) gebruikt en opgeslagen worden. De symbolen op de verpakking opvolgen!
Controer of de gasfles goed bevestigd en gesloten is.
Montage en de éérste ingebruikneming
Bouwgroep 1 - Montage van de wielen en voeten: Afb. 2, Afb. 3, Afb. 4, Afb. 5
Bouwgroep 2 - Montage van de greed aan het apparaat: Afb.6
Bouwgroep 3 - Installatie van de gasfles: Afb.7, Afb.8
Bouwgroep 4 - Montage van de laskap: Afb.9, Afb.10
Veiligheidsinstructies voor de eerste ingebruikneming Afb.11
- Lashelm
- Lasschort
-
Lashandschoenen
-
Let er op dat de stroomaansluiting voldoende beveiligid is.
- Gebruik de voorgeschreven kleding (afb. 11).
Zorg er voor dat geen personen zich in de werkomgeving, resp. het gezarengebied, bevinden. - Let er op dat er geen brandbare materiaalen in de werkomgeving zijn.
- De stekker in een passend stopcontact aansluiten; het stopcontact moet met een smeltzekering of een beveiligingsschakelaar beveiligd zijn.
- De netkabel van het apparaat en een eventuele verlenging van de kabel要去en minimaal van gewlijke doorsnede zich.
LET OP! De elektrische verilgheit is slechts dan gegardeerd, als het apparaat overeenkomstig de geldende voorschriften voor elektrische installaties op juiste wijze aan een efficiente aardingsinstallatie is aangesloten. - Controller of de beschikbare netspanning en netfrequentie overeenkomstig met de gegevens op het typeplaatje van het lasapparaat�.
Wijze van aanpak
De montage van de afzonderlijke onderdelen in de beschreiben volgorde uitvoeren.
Let op de juiste volgorde van montage van de onderdelen volgens de afbeeldingen. Het apparaat is noch nicht functioneel. De gastroom met een druk van 5-7 l/min openen. De gasuitgang voor windstoten beschermen. Bovendien moet het volgende opgevolgd worden: de eerste trappen 1-2 van de schakelaar dieren voor het lassen van dunwandig plaatmateriali erwijl de volgende trappen voor grotere diktes dieren. Bij iedere trapwisseling van de schakelaar要去 ook de snelheid van de draadtoevoer ingesteld worden. Indien tijdens het lassen aan het draadeind zich een druppel vormt, moet de snelheid van de draadtoevoer verhoogd worden; indien men daarentegen voelt dat de draad gegen het slangenpakket drukt, moet de snelheid verlaagd worden. Altijd een tang gebruiken om de zojuist gelaste delen te verplaatsen en om verkorsting aan het einde van de brander te verwijderen,ondat deze erg heet+zijn.Zodra de vlamboog ontbrandt, het slangenpakket in een hoek van ca. 30^ t.o.v.de loodlijn vasthouden.
Inleggen van de lasdraad Afb. 12
- Open het bovenste deksel op het lasapparaat en borg het deksel met de borgstift.
- Plaats de lasdraadspoel zodanig dat de draadrecht in de draadtoevoer geschoven kan worden.
Aanwijzing: Let op dat de draad Niet van de spelafwikkel en dat het eind van de draadrecht en vrij van bramen is. De watstand van de spelot kan aan de spanmoer in het centrum nauwkeurig ingesteld worden.
3) Open de draaiknop (afb. 13 - A).
4) Til het beugelelement (afb. 13 - F) op.
5) Controleer dat de sleuven in de rol van de draadtoevoer overeenkomstig zich met de draaddoorsnede; indien nodig, draai de draaigreep (afb. 13 - B) gegen de richting van de klokwijzers in los en neem de rol uit om deze in de juiste sleuf te plaatsen. Laat nu het beugelelement (afb. 13 - F) zakken en draai de draaiknop (afb. 13 - A) vast tot de draad gelijkmatig over de rolten loopt. Als de draad op de rolten slipt, de knop iets verder aandraien. Let op: Niet te sterk aandraien, anders zou de onnodige druk op de rolten schade aan de motor van de draadtoevoerveroorzaken.
6) Schakel nu het lasapparaat in.
7) Nadat u hebt gecontroleerd dat alle veiligheidsmaatregelen zich genomen, stel dan de schakelaar (afb. 21/1) op trap 1 en de regeling van de draadtoevoer (afb. 21/2) op trap 1.
8) Neem het gasmondstuk en het stroommondstuk af en LAST de draad door te drukken op de drukschakelaar aan het slangenpakket maar buiten komen (bij gespannen slangenpakket - afb. 18). Plaats daarna het stroommondstuk en het gasmondstuk wee terug.
9) Stel de benodigde gashoeveelheid aan de armatuur van de gasfles in.
Tip: (0,6 mm draad → 6 l/h); (0,8 mm draad → 8 l/h); (1,0 mm draad → 10 l/h).
10) Het apparatus is nu gebruiksklaar.
Algemeen over setzen onder beschemmgas
Hetleen onder beschemgamas wordt hoofdzakelijk in werkplaatsen gebruikt; het is universeel inzetbaar en geschikt voor dunnere en dikkere materialen. Het is zo dat hoe更是 lastrappen een apparaat heeft hoe beter men ook op het gebied van plaatmaterialen kan werken.
Benodigde accessoires: mengas CO2/argon, lasdraad, laskap, drukregelaar. Ook geschikt voor aluminium en VA roestvrij staal met overeenkomstig gas en draad. (Zuiver argon/VA draad/aluminiumdraad), potentiometer.
Bediening
MIG 155/6W Afb.13
- Instelling lastrappen
- Instelling snelheid draadtoevoer
- Aansluiting slangenpakket
- Aansluiting massaklem
- Stekker voor netaansluiting
- Controlelampje ,thermobeveilinging"
- Controlelampje,gebruik
Veiligheidsinstructies voor de bediening
- Gebruik het apparaat pas nadat u de gebruiksaanwijzing aandachtig hebt gelezen.
- Let op alle, in de gebruiksaanwijzing aangegeven, veiligheidsinstructies.
- Gedraagt u zich verantwoord gegen over andere Personen.
- Let op!!! Gebruik nooit gecorrodeerde lasdraad.
Aanwijzingen stap voor stap
De laszone moet roest- en lakvrij een. Gebruik principieel een veiligheidslaskap, lashandschoenen en de juiste beschemende kleding. De hoekinstelling van het slangenpakket tot het te bewerken materiaal moet ca. 30 graden zijn.
- Slijk een grotere oppervlakte van het werkstuk, in de omgeving van de lasnaad en bij de aansluiting van de massaklemmen, blank.
- Klem nu de massaklemmen op de Voorbereide plaats van het werkstuk.
- Stel nu de parameters van het lasapparaat volgens de lastabel voor gebruikers (hoofdstuk 3) in.
- Stel de benodigde gashoeveelheid aan de armatuur van de gasfles in.
- Tip: (0,6 mm draad → 6 l/h); (0,8 mm draad → 8 l/h); (1,0 mm draad → 10 l/h).
- U kurz pas metlassen beginnen wanner u uw beschemende kleding volledig aan hebt.

Tip: Voer, vór het begin van de eigenglijke laswerkzaamheden, een proeflasuit om de optimale lasinstelling te testen en daardoor een optimaal resultaat te bereiken. Afb. 14
De lasparameters zichn dan optimaal ingesteld, als een homogeneen lasgeluid te horen is en de lasnaad een goede inbranding in het materiaaal heeft, d.w.z. relatief vlak is.
Tips voor het lassen
| Storing Oorzaak en | oplossingen Voorbeeld | |
| Werkstuk scheef | 1. Slechte naadvoorbereiding. 2. Randenrichten en voor het階段en fixeren (vastmaken). | |
| Naadophoging | 1. Vrijloopspanning teklein. 2. Lassnelheid telaag. 3. Onjulste hoek van de lasbrander. 4. Te grote draaddikte. | |
| Te weinig metaallaag | 1. Lassnelheid tehoog. 2. Spanning voor de lassnelheid teklein. | |
| Naden zich er geoxideerd UIT | 1. Met een large vlamboog in verdiepingen階段en. 2. Spanning instellen. 3. Draad verbogen of te ver uit de draadvoering. 4. Onjulste snelheid van draadtoevoer. | |
| Onvoldoende tot de Kern doorgelast | 1. Onregelmatige of onjuiste afstand. 2. Onjuiste hoek van de lasbrander. 3. Buis voor de draadvoering is versleten. 4. Draadtoevoersnelheid te Klein voor de spanning of de lassnelheid. | |
| Inbranding | 1. Snelheid van de draadtoevoer te hoog. 2. Onjuiste hoek van de lasbrander. 3. Afstand te groot. |
De laszone要去 roest- en lakvrij een. De brander wordt afhankelijk van de materiaalsoort gekozen. Wij adviseren in het begin de stroomsterkte d.m.v. een afvalstuk uit te proberen.
Storingen - Oorzaken - Oplossingen
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| De lasstroom blijuit. | 1. De oververhittingsbeveiliging is door overbelasting afgeslagen. | 1. De oververhittingsbeveiliging voert automatisch een reset uit als de transformator aufgekoeld is (na ca. 10 minuten, op ED letten!). |
| Er is geen lasstroom aanwezig. Veilighheidsschakelaar voor prestatie of RCD is afgeslagen. | 1. De netzekering is afgeslagen. 1. Zekering laten | controlleder. 2. Veilighheidsschakelaar voor prestatie inschakenen. 3. RCD inschakenen. |
| Er is geen lasstroom aanwezig. | 1. Slecht contactussen massaklem en lasdeel 2. Breuk in de massakabel of in de aardingsleiding. 3. Breuk in de brandierleiding. | 1. De te階段en plaats en het oppervlak reinigen en schoonslijpen. 2. De massakabel repareren of verrangen. 3. De brander repareren of verrangen. |
| De motor van de draadtoevoer functioneert Niet. | 1. De zekeringen zijn doorgeebrand. 2. De tandkrans is gebroken of zit vast. 3. De motor is defect. | 1. De 2 A zekeringen verrangen. 2. De tandkrans verrangen. 3. Motor verrangen (contact met de klantendienst opnemen). |
| De motor van de draadtoevoer transporteert Niet, de rolden draaien wel. | 1. De roldruk is Niet juist ingesteld. 2. Het stroommondstuk van de brander is vuil; stof etc. aanwezig. 3. Het gasmondstuk is defect. 4. De draad is gebogen. 5. De Kern voor de draadvoering is verwuid of beschadigd. | 1. De druk van de roller jeust instellen. 2. De contactbuis van het apparaat reinigen. Hiervoor een luchtcompressor gebruiken, bij sterke verwuiling de contactbuis verrangen. 3. Het gasmondstuk verrangen en de punt controlleren. 4. De rollendruk controlleren en eventuele just instellen. 5. Met perslicht reinigen, eventuele slangenpakket latent verwagen. |
| De draadtoevoer is onregelmatig. | 1. Vuil aan de draadvoering. Het gasmondstuk is versleten of defect. 2. Het gasmondstuk is verspoten. 3. De doorvoering van de draadtoevoerrollen is verhinder. 4. De doorvoering van de draadtoevoerrollen is verwormd. 5. Onjuiste draadspanning. | 1. De draadvoering van het apparaat met een luchtcompressor reinigen. 2. Het gasmondstuk of de contactbuis verrangen. 3. Het gasmondstuk reinigen of verrangen. 4. De draadtoevoerrollen reinigen. 5. De draadtoevoerrollen verragen. 6. De draadspanning jeust instellen. |
| De vlamboog brandt Niet stabiel. | 1. Onjuiste instelling van de draadsnelheid. 2. Vervuilingen aan de lasplaats. 3. Gasmondstuk versleten of defect. | 1. Draadsnelheid volgens aanbevolen systemen instellen. 2. De lasoppervlakte reinigen of polijsten. 3. Het gasmondstuk verrangen en de punt controlleren. |
| De las is poreus. | 1. Geen gas. 2. Mondstuk is verstoet. 3. Het materiaal is roestig of zichtg. 4. De brander worden te veel verwijderd of in een onjuiste hoek tot de lasplaats gezchoolen. | 1. Gas openen en gastoeveroer instellen. 2. Het gasmondstuk schoonmaking of verrangen. 3. De lasplaats overeenkomstig inrichten of de gastoeveroer verhogen. 4. Het materiaal reinigen of polijsten. 5. De afstandussen het gasmondstuk en werkstuk moet 8-10 mm+zijn en het slangenpakket moet in een hoek van 30° gezchoolen worden. 6. De rubberslang, aansluiting en samenbouw van het slangenpakket controlleren – het gasmondstuk in de juiste positie drukken. |
| De lasdraad stopt vlak bij het stroommondstuk. | 1. Het stroommondstuk is verbruikt of versleten. 2. De lasdraad is gebogen. 3. De snelheid van de draadtoevoer is te laag. | 1. Het stroommondstuk verragen. 2. De druk van de rollenspanning controeren. 3. De aanwijzingen voor de snelheid van de draadtoevoer opvolgen. |
| Lasdruk onregelmatig. | 1. De lasdraad zit op de spoel vast. 1. De druk van de rollenspanning controeren en� behoefte instellen. | 1. De lasdraad zit op de spoel vast. 1. De druk van de rollenspanning controeren en� behoefte instellen. |
| Te zwakke doordringing. | 1. Lasstroom te zwak. 2. Vlamboog te lang. | 1. Lasstroom en draadtoevoer verhogen. 2. Het slangenpakket/DDichter bij het werkstuk houden. |
| Te sterke doordringing. | 1. Lasstroom te hoog. 2. De snelheid van de draadtoevoer is te langzaam. | 1. Lasstroom en draadtoevoer reduceren. 2. De brander rustig en gelijmatiger bewegen. 3. De afstandussen het monstuk en werkstuk moet |
| 3. Onjuiste afstand van de brander tot het werkstuk. | 8-10 mmijken. | |
Inspectie en onderhoud
Onderhoud van het slangenpakket
Voor een perfecte functie van het slangenpakket要去 deze regelmatig onderhoven worden.
Het gasmondstuk regelmatig met beschermingsspray voor mondstukken besproeien en dan van verkorsting vrijmaken.
Hiervoor moet het volgende uitgevoerd worden (zie afb. 26):
- Het mondstuk (1) door te trekken waar voren afnemen.
- Het mondstuk van de verkorsting, die zich door de lasslakken gezvormd heeft, vrijmaken.
- Met beschermingsspray voor mondstukken besproeien.
- Indien het mondstuk is gecorrodeerd,要去 dit verwangen worden.
Onderhoud stroommondstuk
Hiervoor moet het volgende uitgevoerd worden (zie afb. 26):
- Het mondstuk (1) door te trekken waar voren afnemen.
- Het mondstuk afschroeven (2).
- Controller of het gaatje waardoor de draad loopt, Niet te groot is geworden; in dat geval vór de samenbouw verwangen.
- De drukschakelaar aan het slangenpakket bedieren zodat de draad maar buiten komt, dan het stroommondstuk weer monteren.
Onderhoud mondstuk Alb. 16
Hiervoor moet het volgende uitgevoerd worden (zie afb. 26):
- De openingsen van de gasuitlaat hunnen vaak Licht verstopt raken; in een dergelijk geval moet het gasmondstuk gedemonteerd worden door deze af te nemen (1),
- dan het stroommondstuk (2) losschroeven,
- de gasverdeler (3) losschroeven en door een neue verrangen.
Veiligheidsinstructies voor inspectie en onderhoud
Enkel een regelmatig onderhonden en een goed verzorgd apparaat kan een tot tevredenheid werkend hulpmiddel zich. Onderhouds- en verzorgingsfouten können tot onvoorziene ongevallen en letsels leiden.
Inspectie- en onderhoudsschema
| Tijdsinterval Beschrijving Eventuele | overige details | |
| Regelmatig | Onderhoud van het slangenpakket (doorblazen en reinigen van de Kern van de draadvoering, de draadtoevoerrol, het gasmondstuk evenals van de gasverdeler). | |
Onderdelen
| NL | Reclamatives en bestellingen van onderdelen worden snel en Niet-bureaucratisch met een serviceformulier onder http://www.quede.com/support afgewikkeld. Dit formulier kan ook aangevraagd worden. |
| Tel.: +49 (0) 79 04 / 700-360 Fax: +49 (0) 79 04 / 700-51999 E-Mail: support@ts.quede.com |
EG-Conformiteitverklaring
dat het navolgend genoemde apparaat, op grond van+zijn ontwerp en bouwwijze, evenals de door ons in omloop gebrachte uitvoeringen, aan de desbeteffendefundamentele veiligheids- en gezondheidverordingen van de EG-richtlijnen voldoen.
Bij een Niet met ons overeengekomen wijziging aan het apparaat verliest deze verklaring haar geldigheid.
Benaming van het apparaat: - MIG 155 6W
Desbeteffende EG-Richtlijnen: - 98/37 EC
Gegevens detr. ondertekende: Dhr. Arnold, bedrijtsleider
Title of Signatory:

Pericole remanente si masuri de protectie
Pericole remanente mecanice