GDMF500R - Andere computeraccessoires SONY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GDMF500R SONY in PDF-formaat.

📄 148 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SONY GDMF500R - page 130
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SONY

Model : GDMF500R

Categorie : Andere computeraccessoires

Download de handleiding voor uw Andere computeraccessoires in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GDMF500R - SONY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GDMF500R van het merk SONY.

GEBRUIKSAANWIJZING GDMF500R SONY

  • Trinitron is een geregistreerd handelsmerk van Sony Corporation.• Macintosh is een handelsmerk waarvan de licentie behoort aan Apple Computer, Inc., geregistreerd in de U.S.A. en andere landen.• Windows en MS-DOS zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en in andere landen.• IBM PC/AT en VGA zijn geregistreerde handelsmerken van IBM Corporation in de U.S.A.• VESA en DDC zijn handelsmerken van de Video Electronics Standard Association.

NERGY TAR is een in de U.S. geregistreerd handelsmerk.• Alle andere in deze documentatie genoemde productnamen zijn de handelsmerken of de geregistreerde handelsmerken van de respectievelijke bedrijven.• De aanduidingen “ ” en “ ” worden in deze gebruiksaanwijzing niet altijd aangegeven.

Voorzorgsmaatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 Identificatie van onderdelen en bedieningselementen . . . . . . . . . . . 5 Installatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6 Stap 1: De monitor aansluiten op uw computer . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Stap 2: Het netsnoer aansluiten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 Stap 3: De monitor en de computer aanzetten . . . . . . . . . . . . . . . . 7 Universal Serial Bus (USB) compatibele randapparatuur aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 De taal van de schermmenu’s selecteren (LANG) . . . . . . . . . . . . . . 8 Het ingangssignaal selecteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 Beeldgrootte en –centrering automatisch regelen (AUTO). . . . . . . . 9 De monitor instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .10 Het menu gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 De helderheid en het contrast instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 De afmeting instellen (AFM.) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 De centrering van het beeld instellen (CENTR.). . . . . . . . . . . . . . . 12 Het beeld vergroten of verkleinen (ZOOM). . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 De beeldvorm instellen (GEOM). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 De convergentie instellen (CONV) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 De beeldkwaliteit regelen (SCHERM). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 De beeldkleur regelen (KLEUR) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Extra instellingen (OPTIES) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 De instellingen resetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 Technische kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .16 Fabrieks- en gebruikersinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 Functie voor energiebesparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 Problemen oplossen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .17 Indien er dunne lijnen op uw scherm verschijnen (dempingsdraden). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 Schermberichten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 Foutsymptomen en oplossingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18 Zelfdiagnosefunctie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 Specificaties. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .20 Appendix. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . i Preset mode timing table . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .i TCO’99 Eco-document . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .i4 Voorzorgsmaatregelen Waarschuwing bij aansluiting op het net

  • Gebruik het bijgeleverde netsnoer. Indien u een ander netsnoer gebruikt, dient u er zeker van te zijn dat dit compatibel is met het elektriciteitsnet ter plaatse. Voor klanten in het Verenigd Koninkrijk Indien u de monitor in het Verenigd Koninkrijk gebruikt, dient u het bijgeleverde Engelse netsnoer te gebruiken.
  • Alvorens het netsnoer af te koppelen dient u nadat u de stroom heeft uitgeschakeld tenminste 30 seconden te wachten, zodat de statische elektriciteit van het schermoppervlak kan worden ontladen.
  • Nadat de stroom is ingeschakeld, wordt het scherm gedurende ongeveer 3 seconden gedemagnetiseerd. Dit genereert een sterk magnetisch veld rond het scherm, dat data op magnetische tapes en diskettes in de buurt van de monitor kan aantasten. Zorg ervoor dat u magnetische opname-apparatuur, tapes en diskettes uit de buurt van de monitor houdt. Installatie De monitor mag niet op de volgende plaatsen worden geïnstalleerd:
  • op oppervlakken (kleed, dekens, etc.) of in de buurt van materialen (gordijnen, lamellen, etc.) die de ventilatie- openingen kunnen afsluiten
  • in de buurt van warmtebronnen zoals radiatoren of luchtkanalen, of op een plaats die is blootgesteld aan direct zonlicht
  • op een plaats die is blootgesteld aan sterke temperatuurschommelingen
  • op een plaats die is blootgesteld aan mechanische trillingen of schokken
  • op een onstabiel oppervlak
  • in de buurt van apparaten die magnetische velden genereren, zoals een transformator of hoogspanningsleidingen
  • in de buurt van of op elektrisch geladen metalen oppervlakken Onderhoud
  • Maak het scherm schoon met een zachte doek. Als u een reinigingsmiddel voor glas gebruikt, mag u geen middelen gebruiken die een antistatische oplossing of soortgelijke toevoeging bevatten, aangezien dit krassen op de laag van het scherm kunnen veroorzaken.
  • Kom niet met scherpe of schurende voorwerpen, zoals bijvoorbeeld een ballpoint of een schroevendraaier, aan het schermoppervlak. Dit kan namelijk krassen op de beeldbuis veroorzaken.
  • Maak de behuizing, de beeldbuis en de bedieningsknoppen schoon met een zachte doek die licht bevochtigd is met een mild reinigende oplossing. Gebruik geen schuursponsjes, schuurpoeder of oplosmiddel, zoals bijvoorbeeld alcohol of benzeen. Transport Wanneer u deze monitor transporteert voor reparatie of verzending, dient u de oorspronkelijke doos en verpakkingsmaterialen te gebruiken. Gebruik van de draai/kantelvoet Deze monitor kan binnen de hieronder getoonde hoeken worden ingesteld. Hou de monitor met beide handen vast aan de onderkant om hem verticaal of horizontaal te draaien. Het apparaat moet in de buurt van een gemakkelijk toegankelijk stopcontact worden geïnstalleerd. Voorbeeld van stekkertypes voor 100 tot 120 V AC voor 200 tot 240 V AC alleen voor 240 V AC 90°

Identificatie van onderdelen en bedieningselementen Zie de tussen haakjes aangegeven pagina's voor nadere informatie. 1 RESET (terugstel) knop (pagina 16) Met deze knop herstelt u de fabrieksinstellingen. 2 ASC (auto sizing & centering) toets (pagina 9) Met deze toets worden formaat en centrering van het beeld automatisch geregeld. 3 INPUT toets and HD15 / BNC indicatoren (pagina 9) Met deze toets wordt het HD15 of BNC video-ingangssignaal gekozen. Bij elke druk op deze toets wisselen het ingangssignaal en de betreffende indicator elkaar af. 4 Joystick (pagina 11) Met de joystick kan het menu worden opgeroepen en kan de monitor worden ingesteld, met inbegrip van helderheid en constrast. 5 1 (aan/uit) schakelaar en indicator (pagina’s 7, 16, 20) Met deze knop zet u de monitor aan en uit. De spannings- indicator licht groen op wanneer de monitor is ingeschakeld en knippert afwisselend groen en oranje, of licht oranje op wanneer de monitor in de energiebesparende stand staat. 6 Netsnoeraansluiting AC IN (pagina 7) Voor het aansluiten van de netspanning op de monitor. 7 Voorliggende USB (universal serial bus) aansluiting (pagina 8) Gebruik deze aansluiting om de monitor aan te sluiten op een USB compatibele computer. 8 Achterliggende USB (universal serial bus) aansluitingen (pagina 8) Gebruik deze aansluitingen om USB randapparatuur aan te sluiten op de monitor. 9 Video-ingang 1 connector (HD15) (pagina 6) Deze connector verstuurt RGB videosignalen (0.700 Vp-p, positief) en sync signalen.

Installatie Alvorens de monitor in gebruik te nemen, dient u te controleren of de volgende accessoires in de doos zitten:

  • G3 adapter (voor Macintosh blauw/wit-systeem) (1)
  • Informatie over het schoonmaken van het schermoppervlak (1)
  • Deze gebruiksaanwijzing (1) Stap 1:De monitor aansluiten op uw computer Schakel de monitor en de computer uit voordat u ze gaat aansluiten. Opmerkingen
  • Raak de pinnen van de videokabelconnector niet aan, om de pinnen niet te verbuigen.
  • Controleer bij het aansluiten van de videosignaalkabel of de HD15 connector goed zit. Forceer de connector niet om te voorkomen dat de pennen worden verbogen.

Aansluiting op een IBM PC/AT of compatibele computer

Aansluiting op een Macintosh computer

  • Sluit de meegeleverde Macintosh adapter aan op de computer alvorens de kabel aan te sluiten. Deze adapter is compatibel met de Power Macintosh G3 computer met drie pinrijen. Voor aansluiting op een andere versie van de Power Macintosh G3 met twee pinrijen of andere modellen is een andere adapter (los verkrijgbaar) vereist.
  • Sluit de kabels van links naar rechts aan in deze volgorde: Rood-Groen- Blauw-HD-VD. Opmerking Plug & Play (DDC) geldt niet voor de vijf BNC connectors. Voor Plug & Play moet u uw computer met behulp van de meegeleverde videosignaalkabel aansluiten op de HD15 connector. AC IN(HD15) (BNC)RGBHDVD

IBM PC/AT of compatibele computer naar video-uitgang naar HD 15 HD 15 videosignaalkabel (meegeleverd) AC IN(HD15) (BNC)RGBHDVD

Gebruik de meegeleverde G3 adapter (voor blauw/wit-systeem). G3 adapter (voor blauw/ wit-systeem) (meegeleverd)

Power Macintosh G3 naar video- uitgang naar HD 15 HD 15 videosignaalkabel (meegeleverd) AC IN(HD15) (BNC)RGBHDVD

Aansluiting op de vijf BNC connectors naar VIDEO IN R/G/B videosignaalkabel (SMF-400, niet meegeleverd)

Sluit uw computer aan op basis van de bovenstaande voorbeelden. naar SYNC IN HD/VD7

Stap 2:Het netsnoer aansluiten Schakel de monitor en de computer uit (wanneer deze nog niet zijn uitgeschakeld). Sluit vervolgens het netsnoer aan op de monitor en steek daarna de stekker van het snoer in een stopcontact. Stap 3:De monitor en de computer aanzetten Zet eerst de monitor aan en vervolgens de computer. De installatie van uw monitor is nu voltooid. Gebruik zo nodig de bedieningsknoppen van de monitor om het beeld bij te stellen. Indien er geen beeld op het scherm verschijnt

  • Controleer of de monitor op correcte wijze is aangesloten op de computer.
  • Probeer, indien de melding GEEN INPUT SIGNAAL op het scherm verschijnt, het ingangssignaal te veranderen (pagina 9), en controleer of de grafische kaart van de computer volledig in de juiste busconnector is gestoken.
  • Indien u een oude monitor vervangt door dit model en de melding BUITEN SCAN BEREIK op het scherm verschijnt, dient u de oude monitor opnieuw aan te sluiten. Stel vervolgens de grafische kaart van de computer zodanig in dat de horizontale frequentie tussen 30 – 121kHz ligt, en de verticale frequentie tussen 48 – 160 Hz. Voor meer informatie over de meldingen op het scherm, zie “Foutsymptomen en oplossingen” op pagina 18. Installatie voor diverse besturingssystemen Deze monitor beantwoordt aan de “DDC” Plug & Play norm en detecteert automatisch alle monitorinformatie met de Windows Plug & Play functie. Er hoeven geen specifieke drivers te worden geïnstalleerd. Als u de monitor aansluit op uw PC en die voor de eerste maal aanschakelt, kan de Setup Wizard op het scherm verschijnen. Klik dan herhaaldelijk op “Next” afhankelijk van de instructies van de Wizard tot de Plug & Play Monitor automatisch wordt geselecteerd zodat u deze monitor kunt gebruiken. Als uw PC/grafische kaart problemen heeft om met deze monitor te communiceren, moet u de meegeleverde Setup Disk gebruiken. Raadpleeg het “Read Me” bestand op de disk voor de installatieprocedure. U kunt deze informatie ook ophalen van de web site van de fabrikant van de grafische kaart. Voor gebruikers van Windows NT4.0 Bij het installeren van de monitor onder Windows NT4.0 wordt geen schermdriver gebruikt. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van Windows NT4.0 voor meer informatie over resolutie, refresh rate en aantal kleuren. AC IN(HD15) (BNC)RGBHDVD

naar AC IN naar een stopcontact netsnoer (bijgeleverd)8 Universal Serial Bus (USB) compatibele randapparatuur aansluiten Uw monitor is uitgerust met twee voorliggende en vier achterliggende USB aansluitingen. Hiermee kan snel en makkelijk USB compatibele randapparatuur (zoals toetsenbord, muis, printers en scanners) op uw computer worden aangesloten met behulp van een gestandaardiseerde USB kabel. Om uw monitor te gebruiken als hub voor randapparatuur, verbindt u de USB’s zoals hieronder afgebeeld.

Zet de monitor en de computer aan.

Sluit uw computer aan op de vierkante voorliggende aansluiting met behulp van de meegeleverde USB kabel. Voor Windows gebruikers Als er een bericht op uw scherm verschijnt, volg dan de instructies en kies Generic USB Hub als standaard instelling.

Sluit USB compatibele randapparatuur aan op de rechthoekige achterliggende USB aansluitingen. Opmerkingen

  • Niet alle computers en/of besturingssystemen ondersteunen USB configuraties. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw computer om na te gaan of er USB apparatuur op kan worden aangesloten.
  • USB driver software dient meestal op de host computer te worden geïnstalleerd. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de randapparatuur voor meer details.
  • De monitor werkt als USB hub zolang de monitor op “on” of in de stroomspaarstand staat.
  • Wanneer u een toetsenbord of muis aansluit op de USB aansluitingen en u vervolgens de computer voor het eerst start, kan de randapparatuur eventueel niet functioneren. Sluit eerst het toetsenbord en de muis rechtstreeks aan op de computer en stel de USB compatibele apparatuur in. Sluit ze vervolgens aan op deze monitor.
  • Steun niet op de monitor bij het aansluiten van de USB kabels. De monitor kan plots verschuiven en verwondingen veroorzaken. De taal van de schermmenu’s selecteren (LANG) Er zijn Engelse, Franse, Duitse, Spaanse, Italiaanse, Nederlandse, Zweedse, Russische en Japanse uitvoeringen van de schermmenu's beschikbaar. De standaardinstelling is Engels.

Druk op de joystick. Zie pagina 11 voor meer informatie over het gebruik van de joystick.

Beweeg de joystick om LANG en druk nogmaals op de joystick.

Beweeg de joystick omhoog of omlaag om een taal te kiezen en druk nogmaals op de joystick.

  • : Japans Het menu sluiten Druk eenmaal op de joystick om terug te keren naar het hoofdmenu en druk er tweemaal op om het normale beeld te herstellen. Wanneer geen toetsen worden ingedrukt, sluit het menu automatisch na ongeveer 30 seconden. Om de instelling Engels opnieuw in te stellen Druk op de RESET knop terwijl het LANGUAGE menu op het scherm wordt weergegeven. naar USB compatibele randapparatuur naar een USB compatibele computer naar USB compatibele randapparatuur MENU MENU UIT CENTR. AFM. GEOM SCHERMKLEUR LANG CONV OPTIES

Het ingangssignaal selecteren Op deze monitor kunnen twee computers worden aangesloten via HD15 en BNC. Kies één van beide computers met behulp van de INPUT schakelaar. Druk op de INPUT toets. Bij elke druk op deze toets wisselen het ingangssignaal en de betreffende indicator elkaar af. Wanneer de toets is ingedrukt, wordt BNC geselecteerd en wanneer de toets niet is ingedrukt, wordt HD15 geselecteerd. De geselecteerde aansluiting verschijnt gedurende enkele seconden op het scherm. “HD15” of “BNC” verschijnt op het scherm. OpmerkingIndien de geselecteerde ingang geen signaal krijgt, verschijnt de melding GEEN INPUT SIGNAAL op het scherm. Na een aantal seconden schakelt de monitor in de energiebesparende stand. Als dit gebeurt, moet u omschakelen naar de andere connector. Beeldgrootte en –centrering automatisch regelen (AUTO) U kunt het beeld makkelijk het scherm laten vullen door op de ASC (auto sizing & centering) toets te drukken of via het schermmenu.

Gebruik van de ASC toets Druk op de ASC toets. Het beeld vult automatisch het scherm.

Met behulp van het schermmenu.

Druk op de joystick om het hoofd-MENU op het scherm te doen verschijnen.

Beweeg de joystick om CENTR. of AFM. te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick.

Beweeg de joystick naar rechts ,. Het beeld vult automatisch het scherm. Opmerkingen• Deze functie is bedoeld voor computers die draaien onder Windows of een soortgelijke grafische gebruikersinterface met schermvullend beeld. Ze kan eventueel niet naar behoren werken bij een donkere achtergrond of wanneer het scherm niet volledig door het beeld wordt gevuld (bijvoorbeeld een MS-DOS prompt).

  • Beelden met een breedte/hoogte-verhouding van 5:4 (resolutie: 1280 × 1024, 1800 × 1440) verschijnen met de effectieve resolutie en vullen het scherm niet volledig.• Het weergavebeeld beweegt enkele seconden terwijl deze handeling wordt verricht. Dat wijst niet op een defect.INPUT HD15 BNC ASC MENU MENU UIT CENTR. AFM. GEOM SCHERMKLEUR LANG CONV OPTIES

AUTO AAN AFM. /CENTR. b10 De monitor instellen Met behulp van de schermmenu's kunt u veel instellingen van de monitor veranderen. Het menu gebruiken Druk op de joystick om het hoofd-MENU op het scherm te laten verschijnen. Zie pagina 11 voor meer informatie over het gebruik van de joystick. Gebruik de joystick om één van de volgende menu's te selecteren.

Het huidige ingangssignaal weergeven De horizontale en verticale frequenties van het huidige ingangssignaal worden weergegeven in het hoofd-MENU. Indien het signaal overeenkomt met één van de fabrieksinstellingen van deze monitor, wordt ook de resolutie weergegeven. 1 CENTR. (pagina 12) Selecteer het CENTR. menu om beeldcentrering, -formaat of -zoom te regelen. 2 AFM. (pagina 11) Selecteer het AFM. menu om beeldformaat, -centrering of -zoom te regelen. 3 GEOM (pagina 12) Selecteer het GEOM menu voor het instellen van de rotatie en vorm van het beeld. 4 KLEUR (pagina 13) Selecteer het KLEUR menu voor het instellen van de kleurtemperatuur van het beeld. U kunt dit menu gebruiken om de kleuren van de monitor af te stemmen op de kleuren van een geprinte afbeelding. 5 SCHERM (pagina 13) Kies het SCHERM menu om de beeldkwaliteit te regelen. U kunt het landing- en moiré-annuleereffect regelen. MENU MENU UIT CENTR. AFM. GEOM SCHERMKLEUR LANG CONV OPTIES

SCHERM 6 CONV (pagina 12) Selecteer het CONV menu voor het instellen van de horizontale en verticale convergentie van het beeld. 7 LANG (pagina 8) Selecteer het LANG menu om de schermmenutaal te kiezen. 8 OPTIES (pagina 15) Selecteer het OPTIES menu om de monitoropties in te stellen. Mogelijke opties zijn:

  • demagnetiseren van het scherm
  • veranderen van de positie van het schermmenu
  • vergrendelen van de bedieningen 9 UIT Selecteer UIT om het menu te sluiten. TOP BOT

de horizontale en verticale frequenties van het huidige ingangssignaal de res olutie van het huidige ingangssignaal11

Toon het hoofd-MENU en kies het menu dat u wilt instellen.Druk eenmaal op de joystick om het hoofd-MENU te laten verschijnen. Beweeg de joystick vervolgens omhoog, omlaag, naar links of naar rechts om het gewenste menu te laten oplichten. Druk op de joystick om het menu item te kiezen. Regel het menu.Beweeg de joystick omhoog, omlaag, naar links of naar rechts om de instelling te verrichten. Sluit het menu.Druk eenmaal op de joystick om terug te keren naar het hoofdmenu en tweemaal om terug te keren naar normale weergave. Als er geen enkele toets wordt ingedrukt, sluit het menu automatisch na ongeveer 30 seconden.

Terugstellen van de instellingen Druk op de RESET knop. Zie pagina 16 voor meer informatie over het terugstellen van de instellingen. De helderheid en het contrast instellen De instellingen van helderheid en contrast worden uitgevoerd in een apart HELDERHEID/CONTRAST menu.Deze instellingen worden gememoriseerd voor de signalen via de momenteel gekozen ingangsconnector. Beweeg de joystick in om het even welke richting.Het HELDERHEID/CONTRAST menu verschijnt op het scherm. Beweeg de joystick omhoog of omlaag om de helderheid ( ) te regelen en naar links of naar rechts om het contrast (6) te regelen. In de sRGB mode Wanneer u de sRGB mode in het KLEUREN menu kiest, verschijnt het volgende HELDERHEID/CONTRAST menu op het scherm.Voor meer informatie over het gebruik van de sRGB mode, zie “De beeldkleur regelen (KLEUR)” op pagina 13.Het menu zal na ongeveer 3 seconden automatisch van het scherm verdwijnen. De afmeting instellen (AFM.) Deze instelling wordt in het geheugen opgeslagen voor het huidige ingangssignaal. Druk op de joystick.Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm. Beweeg de joystick om AFM. te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick.Het AFM./CENTR. menu verschijnt op het scherm. Beweeg eerst de joystick omhoog of omlaag om te kiezen voor horizontale instelling of voor verticale instelling. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om het formaat te kiezen. RESET

26 26HELDERHE I D / CONTRAST

56 76sRGB : 56 76HELDERHE I D / CONTRAST12 De centrering van het beeld instellen (CENTR.) Deze instelling wordt in het geheugen opgeslagen voor het huidige ingangssignaal.

Druk op de joystick. Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick om CENTR. te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick. Het AFM./CENTR. menu verschijnt op het scherm.

Beweeg eerst de joystick omhoog of omlaag om te kiezen voor horizontale instelling of voor verticale instelling. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om het beeld te centreren. Het beeld vergroten of verkleinen (ZOOM) Deze instelling wordt in het geheugen opgeslagen voor het huidige ingangssignaal.

Druk op de joystick. Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick om AFM. of CENTR. te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick. Het AFM./CENTR. menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick omhoog of omlaag om (zoom) te selecteren en beweeg de joystick naar links of naar rechts om het beeld te vergroten of te verkleinen. Opmerking Het instellen stopt op het moment dat de horizontale of verticale afmeting de maximale of minimale waarde bereikt heeft. De beeldvorm instellen (GEOM) Met de GEOM instellingen kunt u de rotatie en vorm van het beeld bijstellen. De (rotatie) instelling wordt in het geheugen opgeslagen voor alle ingangssignalen. Alle andere instellingen worden in het geheugen opgeslagen voor het huidige ingangssignaal.

Druk op de joystick. Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick om GEOM te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick. Het GEOMETRIE menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick eerst omhoog of omlaag om het gewenste item te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om de instelling te verrichten. De convergentie instellen (CONV) Met de CONV instellingen kunt u de kwaliteit van het beeld aanpassen door de convergentie te regelen. De convergentie heeft betrekking op de uitlijning van de rode, groene en blauwe kleursignalen. Indien u rode of blauwe schaduwen rond letters of lijnen ziet, moet u de convergentie bijstellen. Deze instellingen worden in het geheugen opgeslagen voor alle ingangssignalen.

Druk op de joystick. Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick om CONV te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick. Het CONVERGENTIE menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick eerst omhoog of omlaag om het gewenste item te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om de instelling te verrichten. Kies Om het beeld te roteren de zijden van het beeld te doen uitzetten of te doen inkrimpen de zijden van het beeld naar links of rechts te verschuiven de breedte van het beeld aan de bovenkant van het scherm aan te passen het beeld naar links of rechts te verschuiven aan de bovenkant van het scherm Kies Om rode of blauwe schaduwen horizontaal te verschuiven rode of blauwe schaduwen verticaal te verschuiven TOP

rode of blauwe schaduwen bovenaan het scherm verticaal te verschuiven BOT

rode of blauwe schaduwen onderaan het scherm verticaal te verschuiven13

De beeldkwaliteit regelen (SCHERM) Met de SCHERM instellingen kan de beeldkwaliteit worden geregeld door moiré en landing in te stellen.

  • Regel de landing wanneer de kleur in de hoeken van het scherm ongelijkmatig is.
  • Annuleer de moiré wanneer ellips- of golfvormige patronen op het scherm verschijnen. De ONDERDRUK MOIRE en MOIRE CORRECTIE instellingen worden gememoriseerd voor het huidige ingangssignaal. Alle andere instellingen worden voor alle ingangssignalen gememoriseerd.

Druk op de joystick. Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick om SCHERM te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick. Het SCHERM menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick eerst omhoog of omlaag om het gewenste item te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om de instelling te verrichten.

  • Moiré is een natuurlijke storing die zachte, golvende lijnen op het scherm doet verschijnen. Dit fenomeen ontstaat door de interferentie tussen het patroon van het beeld op het scherm en het fosforpatroon van de monitor. Opmerking Het beeld kan wazig zijn wanneer ONDERDRUK MOIRE op AAN staat. De beeldkleur regelen (KLEUR) Met de KLEUR instellingen kunt u de beeldkleurtemperatuur regelen door het kleurniveau van het witte kleurveld te veranderen. De kleuren hebben een rode tint bij lage temperatuur en een blauwe tint bij hoge temperatuur. Deze regeling is handig om de monitorkleuren af te stemmen op drukkleuren.

Druk op de joystick. Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick om KLEUR te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick. Het KLEUREN menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick naar links of naar rechts om de regelstand te kiezen. Er is keuze uit drie instelmodes: BASIS, GEAVANC. en sRGB.

Beweeg de joystick eerst omhoog of omlaag om het gewenste item te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om de instelling te verrichten. Voer de regeling uit als volgt. BASIS mode

Beweeg de joystick omhoog of omlaag om kleurtemperatuurrij 1

1 te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om een kleurtemperatuur te selecteren. De vooringestelde kleurtemperaturen zijn 5000K, 6500K en 9300K. De standaard instelling is 9300K, zodat wit van blauwachtig verandert in roodachtig wanneer de temperatuur wordt verlaagd tot 6500K en 5000K.

Regel de kleurtemperatuur eventueel fijn. Beweeg de joystick omhoog of omlaag om kleurtemperatuurrij 2

2 te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om de kleurtemperatuur fijn te regelen. Als u de kleurtemperatuur bijregelt, worden de nieuwe instellingen voor elk van de drie kleurtemperaturen gememoriseerd en verandert item 1 van het schermmenu als volgt.

  • [9300K]t[3] Kies Om LANDING kleuronregelmatigheden in de linker bovenhoek van het scherm te minimaliseren. LANDING kleuronregelmatigheden in de rechter bovenhoek van het scherm te minimaliseren. LANDING kleuronregelmatigheden in de linker benedenhoek van het scherm te minimaliseren. LANDING kleuronregelmatigheden in de rechter benedenhoek van het scherm te minimaliseren. ONDERDRUK MOIRE

de moiré-annuleerfunctie AAN of UIT te zetten. (MOIRE CORRECTIE) verschijnt in het menu wanneer u AAN kiest. MOIRE CORRECTIE het moiré-annuleereffect te minimaliseren. Voorbeeld van moiré BAS I S GEAVANC. s BGR5000K 6500K 930 K050 K00KLEURHERSTEL AANKLEUREN (wordt vervolgd)14 GEAVANC. mode De kleur kan nog nauwkeuriger worden geregeld via de GEAVANC. mode.

Beweeg de joystick omhoog of omlaag om kleurtemperatuurrij

te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om een kleurtemperatuur te selecteren.

te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om BIAS (zwartniveau) te regelen. Hiermee worden de donkere zones van een beeld geregeld.

te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om GAIN (witniveau) te regelen. Hiermee worden de lichte zones van een beeld geregeld. Bij de regelpunten 2 en 3 kan de R (rode), G (groene) en B (blauwe) component van het ingangssignaal worden geregeld. Als u de kleurtemperatuur bijregelt, worden de nieuwe instellingen voor elk van de drie kleurtemperaturen gememoriseerd en verandert item 1 van het schermmenu als volgt.

  • [9300K]t[3] De kleurtemperatuur voor elk van de video- ingangen regelen In de BASIS of GEAVANC. mode kan de kleurtemperatuur voor elk van de video-ingangen (HD15 en BNC) nauwkeurig worden geregeld.

Kies in het KLEUREN menu dezelfde regelstand en kleurtemperatuur voor HD15 en BNC.

Regel de kleurtemperatuur in elk menu bij voor HD15 en BNC. De instellingen worden gememoriseerd voor elk van de HD15 en BNC connectors. Zie pagina 9 voor meer informatie omtrent de connectorkeuze. sRGB mode De kleurinstelling sRGB is een gestandaardiseerd kleurprotocol om de beeld- en drukkleuren van sRGB compatibele computerapparatuur te harmoniseren. Om de kleuren te regelen volgens het sRGB profiel, kiest u gewoon sRGB in het KLEUREN menu. Om sRGB kleuren echter correct weer te geven (γ=2,2, 6500K), moet u uw computer instellen op het sRGB profiel en de helderheid ( ) en het contrast (6) instellen zoals aangegeven in het menu. Zie pagina 11 voor informatie over het instellen van helderheid ( ) en contrast (6). Opmerking Uw computer en andere aangesloten apparatuur (zoals bijvoorbeeld een printer) moeten compatibel zijn met sRGB. BAS I S GEAVANC. s BGR 5000K 6500K 930 K0 R BIAS 05 G BIAS 05 B BIAS 05 RGAIN 05 GGAIN 05 BGAIN 05 KLEUREN BAS I S GEAVANC. s BGR :56 :76 VOOR s BGR KLEUR HERSTEL AAN KLEUREN15

De kleur van de BASIS of sRGB menu’s herstellen De kleuren van de meeste computermonitors vertonen de neiging om na jarenlang gebruik aan helderheid in te boeten. Met de KLEUR HERSTEL functie via het BASIS en sRGB menu kunt u de originele kleur herstellen. Hoe dat kan via het BASIS menu, leest u hieronder.

Beweeg de joystick naar links of naar rechts om BASIS of sRGB mode te selecteren.

Beweeg eerst de joystick omhoog of omlaag om (KLEUR HERSTEL) te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar rechts. Het beeld verdwijnt terwijl de kleur wordt hersteld (ongeveer 2 seconden). Wanneer de kleur is hersteld, verschijnt het beeld weer op het scherm. Opmerkingen

  • Alvorens deze functie te gebruiken, moet de monitor minstens 30 minuten in de normale stand hebben gewerkt (groen controlelampje). Wanneer de monitor is overgeschakeld naar de stroomspaarstand, moet u hem eerst weer in de normale werkingsstand brengen en 30 minuten wachten. Eventueel dienen de stroomspaarinstellingen van uw computer te worden aangepast om de monitor gedurende 30 minuten in de normale werkingsstand te houden. Wanneer de monitor niet klaar is, verschijnt het volgende bericht.
  • Deze functie kan na verloop van tijd minder effectief worden door de natuurlijke veroudering van de beeldbuis. Extra instellingen (OPTIES) De monitor kan handmatig worden gedemagnetiseerd (degauss- functie). Wijzig de menupositie en vergrendel de bedieningselementen.

Druk op de joystick. Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick om OPTIES te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick. Het OPTIES menu verschijnt op het scherm.

Beweeg de joystick omhoog of omlaag om het gewenste regelitem te selecteren. Stel de gewenste optie in aan de hand van onderstaande instructies. Het scherm demagnetiseren De monitor wordt automatisch gedemagnetiseerd wanneer de stroom wordt ingeschakeld. Om de monitor handmatig te demagnetiseren, beweegt u de joystick eerst omhoog of omlaag om (DEGAUSS) te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar rechts. Het scherm wordt gedurende ongeveer 2 seconden gedemagnetiseerd. Indien er een tweede demagnetiseringscyclus nodig is, dient u voor het beste resultaat 20 minuten te wachten. De positie van het menu veranderen Als het menu een afbeelding op het scherm in de weg zit, kunt u de positie ervan veranderen. Om het menu op het scherm te verplaatsen beweegt u de joystick eerst omhoog of omlaag om (H POSITIE OSD) te selecteren voor horizontale afstelling of (V POSITIE OSD) voor verticale afstelling. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om het menu op het scherm te verplaatsen. De bedieningen vergrendelen Om de instelgegevens te beveiligen door de regelingen te vergrendelen, beweegt u de joystick eerst omhoog of omlaag om (TOETSEN SLOT) te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar rechts om AAN te selecteren. Alleen de 1 (aan/uit) schakelaar, UIT en (TOETSEN SLOT) van het OPTIES menu zullen werken. Indien er andere punten worden geselecteerd, verschijnt het teken op het scherm. De vergrendeling van de bedieningen opheffen Herhaal bovenstaande procedure en stel (TOETSEN SLOT) in op UIT. BAS I S GEAVANC. s BGR5000K 6500K 930 K050 K00KLEURHERSTELBESCHI KBAARNA OPWARMENKLEUREN16 De instellingen resetten Deze monitor heeft de volgende drie methodes voor het resetten. Gebruik de RESET knop om de instellingen te resetten. Een afzonderlijke optie resetten Gebruik de joystick om het gewenste item in te stellen en druk op de RESET toets. Alle instelgegevens voor het huidige ingangssignaal resetten. Druk op de RESET knop wanneer er geen menu op het scherm wordt weergegeven. De volgende instellingen kunnen met deze methode niet gereset worden:

  • taal van het schermmenu (pagina 8)
  • Instelmode in het KLEUREN menu (BASIS, GEAVANC., sRGB) (pagina 13)
  • positie van het schermmenu (pagina 15)
  • vergrendeling van de bedieningen (pagina 15) Alle instelgegevens voor alle ingangssignalen resetten. Druk de RESET knop in en houd hem langer dan 2 seconden ingedrukt. OpmerkingenDe RESET knop werkt niet wanneer (TOETSEN SLOT) is ingesteld op AAN. Technische kenmerken Fabrieks- en gebruikersinstellingen Wanneer de monitor een ingangssignaal ontvangt, stemt deze dit signaal automatisch af op één van de fabrieksinstellingen die in het geheugen van de monitor zijn opgeslagen, om een beeld van hoge kwaliteit in het midden van het scherm te verkrijgen. (Zie Appendix voor een lijst van de fabrieksinstellingen.) Voor ingangssignalen die niet overeenkomen met één van de in de fabriek ingestelde standen, garandeert de Digitale Multiscan- technologie van deze monitor dat er een helder beeld op het scherm verschijnt voor elke instelling in het frequentiebereik van de monitor (horizontaal: 30 – 121 kHz, verticaal: 48 – 160 Hz). Indien het beeld wordt bijgesteld, worden de instelgegevens opgeslagen als gebruikersinstelling en automatisch weer opgeroepen op het moment dat hetzelfde ingangssignaal wordt ontvangen. Opmerking voor Windows gebruikers Windowsgebruikers moeten de handleiding van de gebruikte videokaart of het stuurprogramma van de video kaart raadplegen en de hoogst beschikbare verversingfrequentie selecteren voor een optimale monitorprestatie. Functie voor energiebesparing Deze monitor voldoet aan de richtlijnen voor energiebesparing die zijn opgesteld door VESA,

TAR en NUTEK. Indien de monitor is aangesloten op een computer of grafische videokaart die voldoet aan DPMS (Display Power Management Signaling), zal de monitor het energieverbruik automatisch in drie stappen verminderen, zoals hieronder beschreven.

  • De cijfers geven het stroomverbruik aan wanneer er geen USB compatibele randapparatuur is aangesloten op de monitor.** “Sluimer” en “diepe sluimer” zijn energiebesparende instellingen die zijn gedefinieerd door de Environmental Protection Agency.*** Wanneer uw computer overschakelt naar de stroomspaarstand, wordt het ingangssignaal onderbroken en verschijnt GEEN INPUT SIGNAAL op het scherm. Na enkele seconden schakelt de monitor over naar de stroomspaarstand. RESET Energie-stand Energieverbruik
  • 1 (aan/uit) indicator normaal bedrijf ≤ 145 W groen 1 standby ≤ 15 W groen en oranje afwisselend 2 sluimer (onderbreking)** ≤ 15 W groen en oranje afwisselend 3 diepe sluimer*** (actief uit)** ≤ 1 W oranje uitgeschakeld 0 W uit17

Problemen oplossen Lees dit gedeelte door voordat u contact opneemt met uw dealer of de klantenservice. Indien er dunne lijnen op uw scherm verschijnen (dempingsdraden) De lijnen die u op uw scherm ziet zijn normaal voor de Trinitron monitor en duiden niet op een storing. Het zijn schaduwen van de dempingsdraden die gebruikt worden om het apertuurrooster te stabiliseren en deze zijn het beste zichtbaar wanneer de achtergrond van het scherm licht van kleur is (meestal wit). Het apertuurrooster is het fundamentele element dat een Trinitron beeldbuis onderscheidt van alle anderen, doordat er meer licht bij het scherm kan komen, hetgeen resulteert in een contrastrijker, meer gedetailleerd beeld. Schermberichten Als er iets fout is met het ingangssignaal, verschijnt één van de volgende berichten op het scherm. Indien GEEN INPUT SIGNAAL verschijnt op het scherm Indien BUITEN SCAN BEREIK verschijnt op het scherm Voor meer informatie, zie “Foutsymptomen en oplossingen” op pagina 18. Weergave van de naam van de monitor, het serienummer en de productiedatum. Als de monitor een videosignaal ontvangt, moet u de joystick meer dan drie seconden ingedrukt houden om de informatiebox van deze monitor te laten verschijnen.Indien het probleem niet opgelost kan worden, belt u uw erkende Sony dealer en geeft u de volgende informatie door.• Modelnaam: GDM-F500R• Serienummer• Naam en specificaties van uw computer en grafische kaart.1 Gekozen connectorDit bericht geeft aan welke connector (HD15 of BNC) momenteel is gekozen.2 IngangssignaaltoestandGEEN INPUT SINGAALDit geeft aan dat er geen signaal wordt ingevoerd of dat er geen signaal via de gekozen connector wordt ingevoerd.DempingsdradenMONI TOR FUNCT IONEERTHD1 5 :GEEN I NPUT S I GNAALWH I T E RED GREEN BLUE INFORMATIE1 Gekozen connector en de frequenties van het huidige ingangssignaalDit bericht geeft aan welke connector (HD15 of BNC) momenteel is gekozen. Als de monitor de frequenties van het huidige ingangssignaal herkent, verschijnen ook de horizontale en verticale frequenties.2 IngangssignaaltoestandBUITEN SCAN BEREIKGeeft aan dat het ingangssignaal niet door de monitor kan worden verwerkt.3 OplossingenWIJZIG SIGNAALTIMING verschijnt op het scherm. Wanneer u een bestaande monitor vervangt, moet u de oude monitor opnieuw aansluiten. Stel vervolgens de videokaart van de monitor zo in dat de horizontale frequentie tussen 30 en 121 kHz, en de verticale frequentie tussen 48 en 160 Hz ligt.MON I TOR FUN CT I ONEERT BNC :130.0kHz/ H57 BU I TEN SCAN BERE I KWI JZIG SIGNAALTIMINGWH I T E RED GREEN BLUE INFORMATIE SER NO 1234567MODEL GDM F500RMANUFACTURED : 1999-52INFORMATIEVoorbeeld b18 Foutsymptomen en oplossingen Indien het probleem wordt veroorzaakt door de aangesloten computer of door andere apparatuur, dient u de betreffende instructiehandleiding te raadplegen. Gebruik de zelfdiagnosefunctie (pagina 20) wanneer u het probleem met de volgende aanwijzingen niet op kunt lossen. Symptoom Controleer de volgende punten Geen beeld Indien de 1 (aan/uit) indicator niet verlicht is

  • Controleer of het netsnoer goed is aangesloten.
  • Controleer of de videosignaalkabel goed is aangesloten en alle stekkers goed vastzitten. Indien u de vijf BNC connectors gebruikt, moet u die in de juiste volgorde aansluiten (van links naar rechts: Rood-Groen-Blauw-HD-VD) (pagina 6).
  • Controleer of de INPUT schakelaar instelling correct is (pagina 9).
  • Controleer of de pinnen van de HD15 video-ingangsconnector niet verbogen of naar binnen gedrukt zijn.

Problemen veroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur

  • De computer staat in de energiespaarstand. Probeer een willekeurige toets op het toetsenbord van de computer in te drukken.
  • Controleer of de grafische kaart volledig in de correcte busconector zit. Indien de melding BUITEN SCAN BEREIK op het scherm verschijnt

Problemen veroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur

  • Controleer of het videofrequentiebereik binnen de monitorspecificaties valt. Indien u een oude monitor door deze monitor heeft vervangen, sluit de oude monitor weer aan en stel het frequentiebereik op de volgende waarden in. Horizontaal: 30 – 121kHz Verticaal: 48 – 160 Hz Indien er geen melding wordt gegeven en de 1 (aan/uit) indicator groen is of oranje knippert
  • Gebruik de zelfdiagnosefunctie (pagina 20). Indien u Windows 95/98 gebruikt • Wanneer u een bestaande monitor vervangt, moet u de oude monitor opnieuw aansluiten en als volgt tewerk gaan. Installeer de meegeleverde Setup Disk (pagina 7) en kies deze monitor (“GDM-F500R”) uit de Sony monitors in het Windows 95/98 monitorkeuzescherm. Opteert u voor “Plug and Play”, dan moet de computer worden aangesloten met de HD15 videosignaalkabel. De BNC connectors kunnen niet worden gebruikt. Indien u een Macintosh systeem gebruikt
  • Bij aansluiting op een Power Macintosh G3 computer met drie pinrijen, moet u controleren of de meegeleverde G3 adapter en de videosignaalkabel goed zijn aangesloten (pagina 6).
  • Voor de Power Macintosh G3 of andere modellen met twee pinrijen is een andere adapter vereist die los verkrijgbaar is. Het beeld flikkert, springt, oscilleert of is vervormd
  • Isoleer en elimineer alle potentiële bronnen van elektrische of magnetische velden zoals andere monitoren, laserprinters, elektrische ventilatoren, tl-lichtlampen of televisies.
  • Plaats de monitor uit de buurt van netsnoeren of plaats een magnetische afscherming bij de buurt van de monitor.
  • Probeer de monitor aan te sluiten op een ander stopcontact, bij voorkeur op een ander circuit.
  • Probeer de monitor 90° naar links of naar rechts te draaien.

Problemen veroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur.

  • Controleer de handleiding van uw grafische kaart voor de juiste instelling van de monitor.
  • Ga na of de grafische mode (VESA, Macintosh 21" Color, etc.) en de frequentie van het ingangssignaal ondersteund worden door deze monitor (Appendix). Ook wanneer de frequentie binnen het juiste bereik ligt, is het mogelijk dat bepaalde videokaarten een sync puls hebben die zo smal is dat de monitor niet correct kan synchroniseren.
  • Pas de verversingsfrequentie van de computer aan (verticale frequentie) om een optimaal beeld te verkrijgen. Het beeld is wazig
  • Stel de helderheid en het contrast bij (pagina 11).
  • Demagnetiseer de monitor* (pagina 15).
  • Wanneer ONDERDRUK MOIRE op AAN staat, kan het beeld wazig zijn. Verminder dan het moiré-annuleereffect of zet ONDERDRUK MOIRE op UIT (pagina 13).19
  • Indien een tweede demagnetiseringscyclus nodig is, dient u voor het beste resultaat eerst 20 minuten te wachten. Het is mogelijk dat er gebrom klinkt, maar dit is geen storing. Echobeeld (ghosting) • Gebruik geen videoverlengkabels en/of videoschakeldozen.
  • Controleer of alle aansluitingen goed vastzitten. Het beeld is niet gecentreerd of heeft niet de juiste afmetingen
  • Verricht de AUTO functie (pagina 9).
  • Stel de afmetingen in (pagina 11) of centreer het beeld (pagina 12). Denk eraan dat sommige video instellingen het scherm niet tot aan de randen vullen. De hoeken van het beeld zijn krom • Stel de vorm van het beeld in (pagina 12). Golvend of elliptisch patroon (moire)
  • Zet ONDERDRUK MOIRE op AAN en minimaliseer het moiré-annuleereffect (pagina 13). xProblemen veroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur.
  • Verander uw desktoppatroon. De kleur is niet gelijkmatig • Demagnetiseer de monitor* (pagina 15). Indien u apparatuur die een magnetisch veld genereert, bijvoorbeeld een speaker, in de buurt van de monitor opstelt, of wanneer u de richting van de monitor verandert, is het mogelijk dat de kleuren niet meer gelijkmatig zijn.
  • Regel de landing (pagina 13). Onzuivere witweergave. • Stel de kleurtemperatuur bij (pagina 13).
  • Controleer of de vijf BNC connectors in de juiste volgorde zijn aangesloten (van links naar rechts: Rood-Groen-Blauw-HD-VD) (pagina 6). Letters en regels hebben rode of blauwe schaduwen aan de hoeken
  • Stel de convergentie bij (pagina 12). De knoppen van de monitor werken niet ( verschijnt op het scherm)
  • Indien de vergrendeling van de bedieningen op AAN staat, moet u deze op UIT zetten (pagina 15). KLEUR HERSTEL werkt niet • Alvorens deze functie te gebruiken, moet de monitor minstens 30 minuten in de normale stand hebben gewerkt (groen controlelampje). Meer over het gebruik van de KLEUR HERSTEL functie leest u op pagina 15.
  • Stel de stroomspaarfunctie van de computer zo in dat de monitor langer dan 30 minuten in de normale werkingsstand blijft.
  • Deze functie kan na verloop van tijd minder effectief worden door de natuurlijke veroudering van de beeldbuis. USB-randapparatuur werkt niet • Controleer of de geschikte USB connectors goed zijn aangesloten (pagina 8).
  • Controleer of de 1 (aan/uit) schakelaar op

staat. xProblemen veroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur

  • Controleer of autonome USB compatibele randapparatuur is aangeschakeld.
  • Installeer de meest recente versie van de device driver op uw computer. Raadpleeg de fabrikant van de apparatuur voor meer informatie over de geschikte device driver.
  • Indien uw USB compatibel toetsenbord of muis niet werkt, sluit ze dan rechtstreeks aan op uw computer, start uw computer opnieuw en verricht de nodige USB afstellingen. Sluit dan het toetsenbord of de muis weer aan op de monitor.
  • Voor Windows 95 gebruikers

1. Klik met de rechter muisknop op Deze computer en kies Eigenschappen.

2. Klik op het tabblad Apparaatbeheer. Scroll omlaag en kies Universal Serial Bus

Controller. ,Als Universal Serial Bus Controller niet verschijnt, moet u een USB supplement disk laden. Raadpleeg de fabrikant van uw computer voor meer informatie over het bekomen van een USB supplement disk.

3. Kies Generic USB Device uit de USB controllerlijst en klik op Eigenschappen.

4. Indien de box naast “Uitschakelen in dit hardwareprofiel” is aangevinkt, verwijder dit

5. Klik op vernieuwen.

U hoort een brommend geluid direct na het inschakelen van de monitor

  • Dit is het geluid van de zelf-demagnetiserende cyclus. Wanneer de monitor wordt aangezet, wordt hij automatisch gedurende drie seconden gedemagnetiseerd. Symptoom Controleer de volgende punten BAS I S GEAVANC . s BGR 5000K 6500K 930 K0 50 K00 KLEUR HERSTEL

NA OPWARMEN KLEUREN20 Zelfdiagnosefunctie Deze monitor heeft een zelfdiagnosefunctie. Indien er een probleem met de monitor of computer is, zal het scherm leeg worden en zal de 1 (aan/uit) indicator groen oplichten of oranje knipperen. Indien de 1 (aan/uit) indicator oranje oplicht, bevindt de computer zich in de energiebesparende stand. Probeer een willekeurige toets op het toetsenbord in te drukken. Indien de

Verwijder de stekker uit videoingang 1 en videoingang 2, of schakel de aangesloten computer(s) uit.

(aan/uit) schakelaar om de monitor uit en weer aan te zetten.

Beweeg de joystick gedurende 2 seconden naar rechts

voor hij overschakelt naar de stroomspaarstand. Als alle vier de kleurbalken verschijnen (wit, rood, groen, blauw), betekent dit dat de monitor goed werkt. Sluit de video- ingangskabel weer aan en controleer de instelling van uw computer. Indien de kleurbalken niet verschijnen, gaat het mogelijk om een defect van de monitor. Informeer uw erkende Sony dealer over het probleem. Indien de

(aan/uit) indicator oranje knippert Druk tweemaal op de

(aan/uit) schakelaar om de monitor uit en weer aan te zetten. Indien de 1 (aan/uit) indicator groen oplicht, betekent dit dat de monitor goed werkt. Indien de 1 (aan/uit) indicator nog steeds knippert, gaat het mogelijk om een defect van de monitor. Tel het aantal seconden tussen het oranje aanflitsen van de 1 (aan/uit) indicator en neem contact op met uw erkende Sony dealer over het probleem. Vergeet niet de modelnaam en het serienummer van de monitor op te schrijven. Noteer ook bouwtype en model van uw computer en videokaart. Specificaties CRT 0,22 mm apertuurrooster pitch 21 inch diagonaal gemeten afbuiging van 90 graden FD Trinitron Zichtbare grootte Ongeveer 403,8 × 302,2 mm (b/h) 19,8" zichtbaar beeld Resolutie Maximaal Horizontaal: 2048 punten Verticaal: 1536 lijnen Aanbevolen Horizontaal: 1600 punten Verticaal: 1200 lijnen Standaard beeldomvang Ong. 388 × 291 mm (b/h)

Ong. 364 × 291 mm (b/h) Afbuigingsfrequentie* Horizontaal: 30 tot 121 kHz Verticaal: 48 tot 160 Hz Ingangswisselstroom/ 100 tot 240 V, 50 – 60 Hz, 2,0 – 1,0 A Energieverbruik Ong. 145 W (zonder USB apparatuur aangesloten) Bedrijfstemperatuar 10°C tot 40°C Afmetingen Ongeveer 502 × 511 × 480,3 mm (b/h/d) Gewicht Ongeveer 33 kg Plug and Play DDC1/DDC2B/DDC2Bi, GTF** Bijgeleverde accessoires Zie pagina 6

  • Aanbevolen horizontale en verticale synchronisatie-conditie
  • Horizontale synchronisatiebreedte moet meer dan 4,8% van de totale horizontale tijd zijn of 0,8 µsec., naargelang van wat het grootst is.
  • Horizontale onderdrukkingsbreedte moet meer dan 2,3 µsec. zijn
  • Verticale onderdrukkingsbreedte moet meer dan 450 µsec. zijn ** Indien het ingangssignaal compatibel is met Generalized Timing Formula (GTF), zorgt de GTF-functie van de monitor automatisch voor een optimaal beeld op het scherm. Ontwerp en specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.