GDMFW900 - Andere computeraccessoires SONY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GDMFW900 SONY in PDF-formaat.
| Producttype | CRT-monitor met Trinitron FD-buis |
| Merk | Sony |
| Model | GDM-FW900 |
| Schermdiagonaal | 24 inch (ongeveer 61 cm) |
| Beeldgebied | 19,8 inch (ongeveer 503 mm) |
| Maximale resolutie (16:10) | 2304 × 1440 pixels |
| Maximale resolutie (4:3) | 2048 × 1536 pixels |
| Horizontale frequentie | 30–121 kHz |
| Verticale frequentie | 48–160 Hz |
| Videosignaal | Analoog RGB, 0,700 Vp-p, 75 Ω |
| Ingangsconnectoren | HD15 (VGA) en BNC (5 kabels) |
| USB-connectoren | 1 upstream, 4 downstream (USB 1.1) |
| Voeding | 100–240 V~, 50/60 Hz, 2,2-1,2 A |
| Stroomverbruik | 170 W (max, zonder USB-apparaat) |
| Energiebesparing | VESA DPMS (stand-by, slaap, diepe slaap) |
| Gewicht | 42 kg |
| Afmetingen (B × H × D) | 571,5 × 500 × 522,5 mm |
| Meegeleverde accessoires | Videosignaalkabel, netsnoer, USB-kabel, Power Mac G3/G4-adapter |
| Instelfuncties | Helderheid, contrast, centrering, grootte, geometrie, kleur (temperatuur, bias, gain), convergentie, moiré, demagnetisatie (ontgaussing) |
| Normen | MPR II, FCC, UL/CSA |
Veelgestelde vragen - GDMFW900 SONY
Gebruikersvragen over GDMFW900 SONY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Andere computeraccessoires in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GDMFW900 - SONY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GDMFW900 van het merk SONY.
GEBRUIKSAANWIJZING GDMFW900 SONY
Voorzorgsmaatregelen 4
Identificatie van onderdelen en bedieningselementen 5
Installatie 6
Stap 1: De monitor aansluiten op uw computer. 6
Stap 2: Het netsnoer aansluiten. 7
Stap 3: De monitor en de computer aanzetten 7
Universal Serial Bus (USB) compatibele randapparatuur aansluiten 8
De taal van de schermmenu's selecteren (LANG) 8
Het ingangssignaal selecteren 9
Beeldgrootte en -centering automatisch regelen (AUTO). 9
De monitor instellen 10
Het menu gebruiken 10
De helderheid en het contrast instellen 11
De centering van het beeld instellen (CENTR.) 12
De afmeting instellen (AFM.) 12
Het beeld vergroten of verkleinen (ZOOM). 12
De beeldvorm instellen (GEOM). 12
De beeldkleur regelen (KLEUR) 12
De beeldkwaliteit regelen (SCHERM). 14
De convergentie instellen (CONV) 15
Extra instellingen (OPTIES) 15
De instellingen resetten 16
Fabrieks- en gebruikersinstellingen 16
Functie voor energiebesparing 16
Problemen oplossen 17
Indien er dunne lijnen op uw scherm verschijnen
(dempingsdraden). 17
Schermberichten 17
Foutsymptomen en oplossingen. 18
Zelfdiagnosefunctie 20
Specificaties. 20
Bijlage.
Tabel met vooraf ingestelde modi.
TCO'99 Eco-document
Trinitron is een geregistreerd handelsmerk van Sony Corporation.
Macintosh is een handelsmerk waarvan de licentie behoort aan Apple Computer, Inc., geregistreerd in de U.S.A. en andere landen.
- Windows en MS-DOS zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en in andere landen.
- IBM PC/AT en VGA zijn geregistreerde handelsmerken van IBM Corporation in de U.S.A.
VESA is een handelsmerk van de Video Electronics Standard Association.
ENERGY STAR is een in de U.S. geregistreerd handelsmerk.
- Alle andere in deze documentatie genoemde productnamen zijn de handelsmerken of de geregistreerde handelsmerken van de respectievelijke bedrijven.
- De aanduidingen "TM" en "®" worden in deze gebruiksaanwijzing niet altijd aangegeven.
Voorzorgsmaatregelen
Waarschuwing bij aansluiting op het net
- Gebruik het bijgeleverde netsnoer. Indien u een ander netsnoer gebruikt, dient u er zeker van te zijn dat dit compatibel is met het elektriciteitsnet ter plaatse.
Voor klanten in het Verenigd Koninkrijk
Indien u de monitor in het Verenigd Koninkrijk gebruikt, dient u het bijgeleverde Engelse netsnoer te gebruiken.
Voorbeeld van stekkertypes



voor 100 tot 120 V AC, voor 200 tot 240 V AC
alleen voor 240 V AC
Voor klanten in de U.S.A.
Indien de juiste kabel niet wordt gebruikt, beantwoordt deze monitor niet aan de FCC-normen.
Voorbeeld van stekkertypes
voor 100 tot 120 V AC
voor 200 tot 240 V AC
- Alvorens het netsnoer af te koppelen, dient u nadat u de stroom heeft uitgeschakeld ten minste 30 seconden te wachten, zodat de statische elektriciteit van het schermoppervlak kan worden ontladen.
- Nadat de stroom is ingeschakeld, wordt het scherm gedurende ongeveer 3 seconden gedemagnetiseerd. Dit genereert een sterk magnetisch veld rond het scherm, dat data op magnetische tapes en diskettes in de buurt van de monitor kan aantasten. Zorg ervoor dat u magnetische opname-apparatuur, tapes en diskettes uit de buurt van de monitor houdt.
Het apparaat moet in de buurt van een gemakkelijk toegankelijk stopcontact worden geïnstalleerd.
Installatie
De monitor mag niet op de volgende plaatsen worden geïnstalleerd:
- op oppervlakken (kleed, dekens, etc.) of in de buurt van materialen (gordijnen, lamellen, etc.) die de ventilatieopeningen kunnen afsluiten
- in de buurt van warmtebronnen zoals radiatoren of luchtkanalen, of op een plaats die is blootgesteld aan direct zonlicht
- op een plaats die is blootgesteld aan sterke temperatuurschommelingen
- op een plaats die is blootgesteld aan mechanische trillingen of schokken
- op een onstabiel oppervlak
- in de buurt van apparaten die magnetische velden genereren, zoals een transformator of hoogspanningsleidingen
- in de buurt van of op elektrisch geladen metalen oppervlakken
Onderhoud
- Maak het scherm schoon met een zachte doek. Als u een reinigingsmiddel voor glas gebruikt, mag u geen middelen gebruiken die een antistatische oplossing of soortgelijke toevoeging bevatten, aangezien die krassen op de laag van het scherm kunnen veroorzaken.
- Kom niet met scherpe of schurende voorwerpen, zoals bijvoorbeeld een ballpoint of een schroevendraaier, aan het schermoppervlak. Dit kan namelijk krassen op de beeldbuis veroorzaken. Maak de behuizing, de beeldbuis en de bedieningsknoppen schoon met een zachte doek die licht bevochtigd is met een mild reinigende oplossing. Gebruik geen schuursponsjes, schuurpoeder of oplosmiddel, zoals bijvoorbeeld alcohol of benzeen.
Transport
Wanneer u deze monitor transporteert voor reparatie of verzending, gebruikt u de originele doos en verpakkingsmaterialen.
Neem nooit de rolknop vast wanneer u de monitor verplaatst.

Gebruik van de draai-/kantelvoet
Deze monitor kan binnen de hieronder getoonde hoeken worden geplaatst. Om het midden van de draaicirkel van de monitor te vinden, brengt u het midden van het scherm van de monitor op een lijn met de centreermarkeringen op de standaard.
Houd de monitor met beide handen vast aan de onderkant wanneer u hem in horizontale of verticale richting draait.
Centreermarkeringen
Identificatie van onderdelen en bedieningselementen
Zie de tussen haakjes aangegeven pagina's voor nadere informatie.
Voorzijde

Gebruik van de rolknop
Deze monitor is uitgerust met een cilindervormige bedieningsknop. Om regelingen uit te voeren, draait u de knop links omlaag om de regelknoppen bloot te leggen. Als ze niet langer nodig zijn, draait u de knop omhoog om de knoppen te verbergen.
In gebruik Niet in gebruik

1 RESET (terugstel) knop (pagina 16)
Met deze knop herstelt u de fabrieksinstellingen.
2 ASC (auto sizing & centering) toets (pagina 9)
Met deze toets worden formaat en centering van het beeld automatisch geregeld.
3 INPUT (ingang) schakelaar (pagina 9)
Met deze schakelaar kunt u kiezen tussen een HD15 of BNC video-ingangssignaal.
Met de joystick kan het menu worden opgeroepen en kan de monitor worden ingesteld, met inbegrip van helderheid en contrast.
5 ① (aan/uit) schakelaar en indicator (pagina's 7, 16, 20)
Met deze knop zet u de monitor aan en uit. De spanningsindicator licht groen op wanneer de monitor is ingeschakeld en knippert afwisselend groen en oranje, of licht oranje op wanneer de monitor in de energiebesparende stand staat.
Achterzijde

6 Netsnoeraansluiting AC IN (pagina 7)
Voor het aansluiten van de netspanning op de monitor.
7 Achterliggende USB (universal serial bus) aansluitingen (pagina 8)
Gebruik deze aansluitingen om USB randapparatuur aan te sluiten op de monitor.
8 Voorliggende USB (universal serial bus) aansluiting (pagina 8)
Gebruik deze aansluiting om de monitor aan te sluiten op een USB compatibele computer.
Video-ingang 1 connector (HD15) (pagina 6)
Deze connector verstuurt RGB videosignalen (0,700 Vp-p, positief) en sync signalen.

| Pin nr. | Signaal |
| 1 | Rood |
| 2 | Groen (Composite Sync on Green) |
| 3 | Blauw |
| 4 | ID (Massa) |
| 5 | DDC Massa* |
| 6 | Rood Massa |
| 7 | Groen Massa |
| Pin nr. | Signaal |
| 8 | Blauw Massa |
| 9 | DDC + 5V* |
| 10 | Massa |
| 11 | ID (Massa) |
| 12 | Bi-directionale data (SDA)* |
| 13 | H. Sync |
| 14 | V. Sync |
| 15 | Dataklok (SCL)* |
- DDC (Display Data Channel) is een VESA-standaard.
Video-ingang 2-connector (BNC) (pagina 6)
Deze connector verstuurt RGB-videosignalen (0,700 Vp-p, positief) en sync-signalen.
Installatie
Alvorens de monitor in gebruik te nemen, dient u te controleren of de volgende accessoires in de doos zitten:
- Netsnoer (1)
- Videosignaalkabel (1)
- USB-kabel (1)
- Exclusive Power Mac G3/G4-adapter (1)
- Garantiekaart (1)
- Informatie over het schoonmaken van het schermoppervlak (1)
- Deze gebruiksaanwijzing (1)
Stap 1: De monitor aansluiten op uw computer
Schakel de monitor en de computer uit voordat u ze gaat aansluiten.
Opmerkingen
- Raak de pinnen van de videokabelconnector niet aan, om te voorkomen dat de pinnen verbuigen.
- Wees voorzichtig bij het aansluiten van de videosignaalkabel of de connector. Forceer de connector niet om te voorkomen dat de pennen worden verbogen.
■Aansluiting op een IBM PC/AT of compatibele computer
Aansluiting op een Macintosh computer
Gebruik de meegeleverde exclusieve Power Mac G3/G4 adapter.

- Sluit de meegeleverde adapter aan op de computer alvorens de kabel aan te sluiten. Deze adapter is compatibel met de Power Mac G3/G4 computer die 3 pinrijen heeft. Voor aansluiting op een andere versie van de Macintosh computer met 2 pinrijen hebt u een andere adapter nodig (niet meegeleverd).
Aansluiting op de vijf BNC connectors
- Sluit de kabels van links naar rechts aan in deze volgorde: Rood-Groen-Blauw-HD-VD.
Opmerking
Plug & Play (DDC) geldt niet voor de vijf BNC connectors. Voor Plug & Play moet u uw computer met behulp van de meegeleverde videosignaalkabel aansluiten op de connector.
Stap 2: Het netsnoer aansluiten
Schakel de monitor en de computer uit (wanneer deze nog niet zijn uitgeschakeld). Sluit vervolgens het netsnoer aan op de monitor en steek daarna de stekker van het snoer in een stopcontact.

Stap 3: De monitor en de computer aanzetten
Zet eerst de monitor aan en vervolgens de computer.

De installatie van uw monitor is nu voltooid.
Gebruik zo nodig de bedieningsknoppen van de monitor om het beeld bij te stellen.
Indien er geen beeld op het scherm verschijnt
- Controleer of de monitor op correcte wijze is aangesloten op de computer.
- Probeer, indien de melding GEEN INPUT SIGNAAL op het scherm verschijnt, het ingangssignaal te veranderen (pagina 9), en controleer of de grafische kaart van de computer volledig in de juiste busconnector is gestoken.
- Indien u een oude monitor vervangt door dit model en de melding BUITEN SCAN BEREIK op het scherm verschijnt, dient u de oude monitor opnieuw aan te sluiten. Stel vervolgens de grafische kaart van de computer zodanig in dat de horizontale frequentie tussen 30 - 121 kHz ligt, en de verticale frequentie tussen 48 - 160 Hz. Bij aansluiting op een Power Mac G4 met de HD15 videosignaalkabel kunnen sommige beelden van ingangssignalen met een breedte/hoogte-verhouding van 16:10 of 16:9 niet verschijnen. Sluit de Power Mac G4 dan aan met een BNC en start hem opnieuw.
Voor meer informatie over de meldingen op het scherm, zie "Foutsymptomen en oplossingen" op pagina 18.
Installatie voor diverse besturingssystemen
Deze monitor beantwoordt aan de "DDC" Plug & Play norm en detecteert automatisch alle monitorinformatie. Er hoeven geen specifieke drivers te worden geïnstalleerd.
Als u de monitor aansluit op uw PC en die voor de eerste maal aanschakelt, kan de Setup Wizard op het scherm verschijnen. Klik dan herhaaldelijk op "Next" afhankelijk van de instructies van de Wizard tot de Plug & Play Monitor automatisch wordt geselecteerd zodat u deze monitor kunt gebruiken.
Als uw PC/grafische kaart problemen heeft om met deze monitor te communiceren, moet u een specifieke driver downloaden van de website van de fabrikant van het besturingssysteem.
Voor gebruikers van Windows NT4.0
Bij het installeren van de monitor onder Windows NT4.0 worden geen schermdrivers geïnstalleerd. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van Windows NT4.0 voor meer informatie over resolutie, refresh rate en aantal kleuren.
Universal Serial Bus (USB) compatibele randapparatuur aansluiten
Uw monitor is uitgerust met een voorliggende en vier achterliggende USB aansluitingen. Hiermee kan snel en makkelijk USB compatibele randapparatuur (zoals toetsenbord, muis, printers en scanners) op uw computer worden aangesloten met behulp van een gestandaardiseerde USB kabel. Om uw monitor te gebruiken als hub voor randapparatuur, verbindt u de USB's zoals hieronder afgebeeld.

1 Zet de monitor en de computer aan. 2 Sluit uw computer aan op de vierkante voorliggende aansluiting met behulp van de meegeleverde USB kabel.
Voor Windows gebruikers
Als er een bericht op uw scherm verschijnt, volg dan de instructies en kies Generic USB Hub als standaard instelling.
3 Sluit USB compatibele randapparatuur aan op de rechthoekige achterliggende USB-aansluitingen.
Opmerkingen
- Niet alle computers en/of besturingssystemen ondersteunen USB-configuraties. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw computer om na te gaan of er USB-apparatuur op kan worden aangesloten.
- USB-driversoftware dient meestal op de hostcomputer te worden geïnstalleerd. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de randapparatuur voor meer details.
- De monitor werkt als USB-hub zolang de monitor op "aan" of in de spaarstand staat.
- Wanneer u een toetsenbord of muis aansluit op de USB-aansluitingen en u vervolgens de computer voor het eerst start, kan de randapparatuur eventueel niet functioneren. Sluit eerst het toetsenbord en de muis rechtstreeks aan op de computer en stel de USB-compatibele apparatuur in. Sluit ze vervolgens aan op deze monitor.
De taal van de schermmenu's selecteren (LANG)
Er zijn Engelse, Franse, Duitse, Spaanse, Italiaanse, Nederlandse, Zweedse, Russische en Japanse uitvoeringen van de schermmenu's beschikbaar. De standaardinstelling is Engels.
1 Druk op de joystick.
Zie pagina 11 voor meer informatie over het gebruik van de joystick.

2 Beweeg de joystick om LANG te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick.

3 Beweeg de joystick omhoog of omlaag om een taal te kiezen en druk nogmaals op de joystick.
- ENGLISH: Engels FRANÇAIS: Frans
- DUITS: Duits
- SPAANS: Spaans ITALIAANS: Italiaans
- NEDERLANDS ZWEEDS: Zweeds
Het menu sluiten
Druk eenmaal op de joystick om terug te keren naar het hoofdmenu en druk er tweemaal op om het normale beeld te herstellen. Wanneer geen toetsen worden ingedrukt, sluit het menu automatisch na ongeveer 30 seconden.
Om de instelling Engels opnieuw in te stellen
Druk op de RESET knop terwijl het LANGUAGE menu op het scherm wordt weergegeven.
Het ingangssignaal selecteren
Op deze monitor kunnen twee computers worden aangesloten via video input 1 (HD15) en video input 2 (BNC). Met de INPUT schakelaar kan tussen beide computers worden omgeschakeld.
Verplaats de INPUT schakelaar.
De momenteel gekozen aansluiting ("INPUT 1": HD15 of "INPUT 2": BNC) verschijnt gedurende enkele seconden op het scherm.

Opmerking
Indien de geselecteerde ingang geen signaal krijgt, verschijnt de melding GEEN INPUT SIGNAAL op het scherm. Na een aantal seconden schakelt de monitor in de energiebesparende stand. Als dit gebeurt, moet u omschakelen naar de andere connector.
Beeldgrootte en -centrering automatisch regelen (AUTO)
U kunt het beeld makkelijk het scherm laten vullen door op de ASC (automatische beeldgrootte en -centrering) toets te drukken.
Druk op de ASC toets.
Het beeld vult automatisch het scherm.




Opmerkingen
- Deze functie is bedoeld voor computers die draaien onder Windows of een soortgelijke grafische gebruikersinterface met schermvullend beeld. Ze kan eventueel niet werken bij een donkere achtergrond of wanneer het scherm niet volledig door het beeld wordt gevuld (bijvoorbeeld een MS-DOS prompt).
- Het beeld vult het scherm volledig als de breedte/hoogte-verhouding 16:10 bedraagt. Beelden met een breedte/hoogte-verhouding van meer dan 16:10 verschijnen met de effectieve resolutie en vullen het scherm niet tot aan de randen.
- Het weergavebeeld beweegt enkele seconden terwijl deze handeling wordt verricht. Dat wijst niet op een defect.
De monitor instellen
Met behulp van de schermmenu's kunt u veel instellingen van de monitor veranderen.
Het menu gebruiken
Druk op de joystick om het hoofd-MENU op het scherm te laten verschijnen. Zie pagina 11 voor meer informatie over het gebruik van de joystick.


Gebruik de joystick om een van de volgende menu's te selecteren.
1CENTR. (pagina 12)
Kies het CENTR. menu om
beeldcentrering of zoom te regelen.

AFM. (pagina 12)
Kies het AFM. menu om
beeldformaat of zoom te regelen.

3GEOM (pagina 12)
Selecteer het GEOM menu voor het instellen van de rotatie en vorm van het beeld.

4KLEUR (pagina 12)
Selecteer het KLEUR menu voor het instellen van de kleurtemperatuur van het beeld. U kunt dit menu gebruiken om de kleuren van de monitor af te stemmen op de kleuren van een geprinte afbeelding.

5SCHERM (pagina 14)
Kies het SCHERM menu om de beeldkwaliteit te regelen. U kunt het landing- en moiré-annulereffect regelen.

6CONV (pagina 15)
Selecteer het CONV menu voor het instellen van de horizontale en verticale convergentie van het beeld.

7LANG (pagina 8)
Selecteer het LANG menu om de schermmenutaal te kiezen.

8OPTIES (pagina 15)
Selecteer het OPTIES menu om de monitoropties in te stellen.
Mogelijke opties zijn:
demagnetiseren van het scherm - veranderen van de positie van het schermmenu - vergrendelen van de bedieningen

9UIT
Selecteer UIT om het menu te
sluiten.
■Het huidige ingangssignaal weergeven
De horizontale en verticale frequenties van het huidige ingangssignaal verschijnen in het hoofd-MENU. Indien het signaal overeenkomt met een van de fabrieksinstellingen van deze monitor, worden ook de resolutie weergegeven.

de resolutie van 107.1kHz/85Hz de horizontale en verticale frequenties van het huidige ingangssignaal
Opmerking
Bij een ingangssignaal met een breedte/hoogte-verhouding van 4:3 of 5:4 kan het beeld toch soms verschijnen met een breedte/hoogte-verhouding van 16:10 of 16:9.
Met de joystick
1 Toon het hoofd-MENU en kies het menu dat u wilt instellen.
Druk eenmaal op de joystick om het hoofd-MENU te laten verschijnen. Beweeg de joystick vervolgens omhoog, omlaag, naar links of naar rechts om het gewenste menu te laten oplichten. Druk op de joystick om het menu-item te kiezen.

2 Regel het menu.
Beweeg de joystick omhoog, omlaag, naar links of naar rechts om de instelling te veranderen.

3 Sluit het menu.
Druk eenmaal op de joystick om terug te keren naar het hoofdmenu en tweemaal om terug te keren naar de normale weergave. Als er geen enkele toets wordt ingedrukt, sluit het menu automatisch na ongeveer 30 seconden.

■ Terugstellen van de instellingen
Druk op de RESET-knop. Zie pagina 16 voor meer informatie over het terugstellen van de instellingen.

De helderheid en het contrast instellen
De instellingen van helderheid en contrast worden uitgevoerd in een apart HELDERHEID/CONTRAST-menu.
Deze instellingen worden gememoriseerd voor de signalen via de momenteel gekozen ingangsconnector.
1. Beweeg de joystick in om het even welke richting. Het HELDERHEID/CONTRAST-menu verschijnt op het scherm.

2. Beweeg de joystick omhoog of omlaag om de helderheid te regelen en naar links of naar rechts om het contrast te regelen.
Wanneer u de sRGB-modus kiest in het KLEUR-menu
Controleer of helderheid en contrast respectievelijk zijn ingesteld op de instelwaarden voor de sRGB-modus in het HELDERHEID/CONTRAST-menu. Druk (minder dan 2 seconden) op de RESET-toets als dat niet het geval is.

Instelwaarden in de sRGB-modus
Voor meer informatie over het gebruik van de sRGB-modus, zie "De beeldkleur regelen (KLEUR)" op pagina 12.
Het menu zal na ongeveer 3 seconden automatisch van het scherm verdwijnen.
De centrering van het beeld instellen (CENTR.)
Deze instellingen worden in het geheugen opgeslagen voor het huidige ingangssignaal.
1 Druk op de joystick.
Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.
2 Beweeg de joystick om CENTR. te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick.
Het AFM/CENTR. menu verschijnt op het scherm.
3 Beweeg eerst de joystick omhoog of omlaag om te kiezen voor horizontale instelling of voor verticale instelling. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om het beeld te centreren.
De afmeting instellen (AFM.)
Deze instellingen worden in het geheugen opgeslagen voor het huidige ingangssignaal.
1 Druk op de joystick.
Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.
2 Beweeg de joystick om AFM. te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick.
Het AFM./CENTR. menu verschijnt op het scherm.
3 Beweeg eerst de joystick omhoog of omlaag om te kiezen voor horizontale instelling of voor verticale instelling. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om het formaat te kiezen.
Het beeld vergroten of verkleinen (ZOOM)
Deze instellingen worden in het geheugen opgeslagen voor het huidige ingangssignaal.
1 Druk op de joystick.
Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.
2 Beweeg de joystick om AFM. of CENTR. te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick.
Het AFM/CENTR. menu verschijnt op het scherm.
3 Beweeg de joystick omhoog of omlaag om (zoom) te selecteren en beweeg de joystick naar links of naar rechts om het beeld te vergroten of te verkleinen.
Opmerking
Het instellen stopt op het moment dat de horizontale of verticale afmeting de maximale of minimale waarde bereikt heeft.
De beeldvorm instellen (GEOM)
De (notatie)instelling wordt in het geheugen opgeslagen voor alle ingangssignalen. Alle andere instellingen worden in het geheugen opgeslagen voor het huidige ingangssignaal.
1 Druk op de joystick.
Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.
2 Beweeg de joystick om GEOM te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick.
Het GEOMETRIE menu verschijnt op het scherm.
3 Beweeg de joystick eerst omhoog of omlaag om het gewenste item te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om de instelling te verrichten.
Kies Om
| \( \square \) | het beeld te roteren |
| \( \square \) | de zichden van het beeld te doen uitzetten of te doen inkrimpen |
| \( \square \) | de zichden van het beeld maar links of rechts te verschuiven |
| \( \square \) | de breedte van het beeld aan de bovenkant van het scherm aan te passen |
| \( \square \) | het beeld maar links of rechts te verschuiven aan dc bovenkant van het scherm |
De beeldkleur regelen (KLEUR)
Met de KLEUR instellingen kunt u de beeldkleurtemperatuur regelen door het kleurniveau van het witte kleurveld te veranderen. De kleuren hebben een rode tint bij lage temperatuur en een blauwe tint bij hoge temperatuur. Deze regeling is handig om de monitorkleuren af te stemmen op drukkleuren.
1 Druk op de joystick.
Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.
2 Beweeg de joystick om KLEUR te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick.
Het KLEUREN menu verschijnt op het scherm.
3 Beweeg de joystick naar links of naar rechts om de regelstand te kiezen.
Er is keuze uit drie instelmodes: BASIS, GEAVANCEERD en sRGB.
Voer de regeling uit zoals beschreven op de volgende pagina. U kunt de kleurtemperatuur voor elke video-ingang regelen in BASIS of GEAVANCEERD mode.
■ BASIS mode
In de BASIS mode is er keuze uit drie vooringestelde kleurtemperaturen: 5000K, 6500K of 9300K.

1 Beweeg de joystick omhoog of omlaag om kleurtemperatuurrij 1 te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om een kleurtemperatuur te selecteren.
De vooringestelde kleurtemperaturen zijn 5000K, 6500K en 9300K. De standaardinstelling is 9300K. Wit krijgt een rode in plaats van een blauwe tint als de temperatuur wordt verlaagd: tussen 6500K en 5000K.
2 Regel de kleurtemperatuur eventueel fijn. Beweeg de joystick omhoog of omlaag om kleurtemperatuurrij 2 te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om de kleurtemperatuur fijn te regelen.
Als u de kleurtemperatuur bijregelt, worden de nieuwe instellingen voor elk van de drie kleurtemperaturen gememoriseerd en verandert item 1 van het schermmenu als volgt.
De kleur kan nog nauwkeuriger worden geregeld via de GEAVANCEERD mode.

1 Beweeg de joystick omhoog of omlaag om kleurtemperatuurrij 1 te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om een kleurtemperatuur te selecteren.
2 Beweeg de joystick omhoog of omlaag om regelitem 2 te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om BIAS (zwartniveau) te regelen.
Hiermee worden de donkere zones van een beeld geregeld.
3 Beweeg de joystick omhoog of omlaag om regelitem 3 te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om GAIN (witniveau) te regelen.
Hiermee worden de lichte zones van een beeld geregeld.
Bij de regelitems [2] en [3] kan de R (rode), G (groene) en B (blauwe) component van het ingangssignaal worden geregeld.
Als u de kleurtemperatuur bijregelt, worden de nieuwe instellingen voor elk van de drie kleurtemperaturen gememoriseerd en verandert item 1 van het schermmenu als volgt.
·[5000K]→[ ] ·[6500K]→| ·[9300K]→[ ]
■sRGB mode
De kleurinstelling sRGB is een gestandaardiseerd kleurprotocol om de beeld- en drukkleuren van sRGB compatibele computerapparatuur te harmoniseren. Om de kleuren te regelen volgens het sRGB profiel, kiest u gewoon sRGB in het KLEUREN menu.
Wanneer u de sRGB mode selecteert, worden helderheid () en contrast ( ) automatisch ingesteld op de waarden die in de sRGB mode zijn ingesteld.

Om de sRGB kleuren correct te laten verschijnen (γ = 2,2, 6500K), moet u controleren of:
- helderheid (♂) en contrast (♀) respectievelijk zijn ingesteld op de waarden zoals vermeld in het HELDERHEID/CONTRAST menu. Druk (minder dan 2 seconden) op de RESET toets als dat niet het geval is. Voor informatie over het regelen van helderheid en contrast, zie "De helderheid en het contrast instellen" op pagina 11.
- de kleurinstellingen van uw computer zijn ingesteld op het sRGB profiel.
Opmerking
Uw computer en andere aangesloten apparatuur (zoals bijvoorbeeld een printer) moeten compatibel zijn met sRGB.
(wordt vervolgd)
De kleur van de BASIS of sRGB menu's herstellen (KLEUR HERSTEL functie)
De kleuren van de meeste computermonitors vertonen de neiging om na jarenlang gebruik aan helderheid in te boeten. Met de KLEUR HERSTEL functie via het BASIS en sRGB menu kunt u de originele kleur herstellen.
1 Beweeg de joystick naar links of naar rechts om BASIS of sRGB mode te selecteren.
2 Beweeg eerst de joystick omhoog of omlaag om (KLEUR HERSTEL) te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar rechts.
Het beeld verdwijnt terwijl de kleur wordt hersteld (ongeveer 2 seconden). Wanneer de kleur is hersteld, verschijnt het beeld weer op het scherm.
Opmerkingen
- Alvorens deze functie te gebruiken, moet de monitor minstens 30 minuten in de normale stand hebben gewerkt (groen controlelampje). Wanneer de monitor is overgeschakeld naar de stroomspaarstand, moet u hem eerst weer in de normale werkingsstand brengen en 30 minuten wachten. Eventueel dienen de stroomspaarinstellingen van uw computer te worden aangepast om de monitor gedurende 30 minuten in de normale werkingsstand te houden. Wanneer de monitor niet klaar is, verschijnt het volgende bericht.

- Deze functie kan na verloop van tijd minder effectief worden door de natuurlijke veroudering van de beeldbuis.
De beeldkwaliteit regelen (SCHERM)
Met de SCHERM instellingen kan de beeldkwaliteit worden geregeld door moiré en landing in te stellen.
Regel de landing wanneer de kleur in de hoeken van het scherm ongelijkmatig is. - Annuleer de moiré wanneer ellips- of golfvormige patronen op het scherm verschijnen.
De ONDERDRUK MOIRE en MOIRE CORRECTIE instellingen worden gememoriseerd voor het huidige ingangssignaal. Alle andere instellingen worden voor alle ingangssignalen gememoriseerd.
1 Druk op de joystick.
Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.
2 Beweeg de joystick om SCHERM te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick.
Het SCHERM-menu verschijnt op het scherm.
3 Beweeg de joystick eerst omhoog of omlaag om het gewenste item te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om de instelling te verrichten.
| Kies | Om |
| LANDING | kleuronregelmatigheden in de linker bovenhoek van het scherm te minimisieren. |
| LANDING | kleuronregelmatigheden in de rechtber bovenhoek van het scherm te minimisieren. |
| LANDING | kleuronregelmatigheden in de linker benedenhoek van het scherm te minimisieren. |
| LANDING | kleuronregelmatigheden in de rechtber benedenhoek van het scherm te minimisieren. |
| ONDERDRUK MOIRE* | de moiré-annuleerfunctie AAN of UIT te zieten. (MOIRE CORRECTIE) verschijnt in het menu wonneer u AAN kiest. |
| MOIRE CORRECTIE | het moiré-annuleereffect te minimisieren. |
- Moiré is een feitelijke storing die zachte, golvende lijnen op het scherm doet verschijnen. Dit fenomeen ontstaat door de interferentie tussen het patroon van het beeld op het scherm en het fosforpatroon van de monitor.
Voorbeeld van moiré
Opmerking
Het beeld kan wazig worden wanneer ONDERDRUK MOIRE op AAN staat.
De convergentie instellen (CONV)
Met de CONV-instellingen kunt u de kwaliteit van het beeld aanpassen door de convergentie te regelen. De convergentie heeft betrekking op de uitlijning van de rode, groene en blauwe kleursignalen.
Indien u rode of blauwe schaduwen rond letters of lijnen ziet, moet u de convergentie bijstellen.
Deze instellingen worden in het geheugen opgeslagen voor alle ingangssignalen.
1 Druk op de joystick.
Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.
2 Beweeg de joystick om CONV te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick.
Het CONVERGENTIE menu verschijnt op het scherm.
3 Beweeg de joystick eerst omhoog of omlaag om het gewenste item te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om de instelling te veranderen.
| Kies Om | |
| # | rode of blauwe schaduwen horizontal te verschuiven |
| ‡ | rode of blauwe schaduwen vertical te verschuiven |
| ‡ TOP V CONV. BOVEN | rode of blauwe schaduwen bovenaan het scherm verticaal te verschuiven |
| ‡ BOT V CONV. ONDER | rode of blauwe schaduwen onderaan het scherm verticaal te verschuiven |
Extra instellingen (OPTIES)
De monitor kan handmatig worden gedemagnetiseerd (degauss-functie). Wijzig de menupositie en vergrendel de bedieningselementen.
1 Druk op de joystick.
Het hoofd-MENU verschijnt op het scherm.
2 Beweeg de joystick om OPTIES te laten oplichten en druk nogmaals op de joystick.
Het OPTIES menu verschijnt op het scherm.
3 Beweeg de joystick omhoog of omlaag om het gewenste regeltje te selecteren.
Stel de gewenste optie in aan de hand van onderstaande instructies.
■ Het scherm demagnetiseren
De monitor wordt automatisch gedemagnetiseerd wanneer de stroom wordt ingeschakeld.
Om de monitor handmatig te demagnetiseren, beweegt u de joystick eerst omhoog of omlaag om
𝕌 (DEGAUSS) te selecteren. Beweeg de joystick vervolgens naar rechts.
Het scherm wordt gedurende ongeveer 3 seconden gedemagnetiseerd. Indien er een tweede demagnetiseringscyclus nodig is, dient u voor het beste resultaat 20 minuten te wachten.
■De positie van het menu veranderen
Als het menu een afbeelding op het scherm in de weg zit, kunt u de positie ervan veranderen.
Om het menu op het scherm te verplaatsen, beweegt u de joystick eerst omhoog of omlaag om POSITIE OSD te selecteren voor horizontale afstelling of POSITIE OSD voor verticale afstelling. Beweeg de joystick vervolgens naar links of naar rechts om het menu op het scherm te verplaatsen.
■De bedieningen vergrendelen
Om de instelgegevens te beveiligen door de regelingen te vergrendelen, beweegt u de joystick eerst omhoog of omlaag om TOETSEN SLOT te selecteren.
Beweeg de joystick vervolgens naar rechts om AAN te selecteren.
Alleen de ① (aan/uit) schakelaar, UIT en TOETSEN SLOT van het OPTIES menu zullen werken. Indien er andere punten worden geselecteerd, verschijnt het teken op het scherm.
De vergrendeling van de bedieningen opheffen
Herhaal bovenstaande procedure en stel TOETSEN SLOT in op UIT.
De instellingen resetten
Deze monitor heeft de volgende drie methodes voor het resetten.
Gebruik de RESET knop om de instellingen te resetten.
RESET
Een afzonderlijke optie resetten
Gebruik de joystick om het gewenste item in te stellen en druk op de RESET toets.
Alle instelgegevens voor het huidige ingangssignaal resetten.
Druk op de RESET-knop wanneer er geen menu op het scherm wordt weergegeven.
- Taal van het schermmenu (pagina 8) - Instelmodus in het KLEUREN-menu (BASIS, GEAVANCEERD, sRGB) (pagina 12)
- Positie van het schermmenu (pagina 15)
- Vergrendeling van de bedieningselementen (pagina 15)
Alle instelgegevens voor alle ingangssignalen resetten.
Druk de RESET-knop in en houd hem langer dan 2 seconden ingedrukt.
Opmerking
De RESET-knop werkt niet wanneer (BEDIENINGSSLOT) is ingesteld op AAN.
Fabrieks- en gebruikersinstellingen
Wanneer de monitor een ingangssignaal ontvangt, stemt deze dit signaal automatisch af op een van de fabrieksinstellingen die in het geheugen van de monitor zijn opgeslagen, om een beeld van hoge kwaliteit in het midden van het scherm te verkrijgen. (Zie Appendix voor een lijst van de fabrieksinstellingen.) Voor ingangssignalen die niet overeenkomen met een van de in de fabriek ingestelde standen, garandeert de Digitale Multiscan-technologie van deze monitor dat er een helder beeld op het scherm verschijnt voor elke instelling in het frequentiebereik van de monitor (horizontaal: 30 - 121 kHz, verticaal: 48 - 160 Hz). Indien het beeld moet worden bijgesteld, worden de instelgegevens opgeslagen als gebruikersinstelling en automatisch weer opgeroepen op het moment dat hetzelfde ingangssignaal wordt ontvangen.
Opmerking voor Windows-gebruikers
Voor Windows-gebruikers: raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw videokaart of het functieprogramma van de grafische kaart en kies de hoogste refresh rate voor optimale monitorprestaties.
Functie voor energiebesparing
Deze monitor voldoet aan de richtlijnen voor energiebesparing die zijn opgesteld door VESA, ENERGY STAR en NUTEK. Indien de monitor is aangesloten op een computer of grafische videokaart die voldoet aan DPMS (Display Power Management Signaling), zal de monitor het energieverbruik automatisch in drie stappen verminderen, zoals hieronder beschreven.
| Energie-stand | Energieverbruik* | ① (aan/uit) indicator |
| normaal bedrijf ≤170 W groen | ||
| 1 standby ≤ 15 W groen en orangje | afwisselend | |
| 2 sluimer (onderbreking)** | ≤ 15 W groen en orangje | afwisselend |
| 3 diepe sluimer*** (actief uit)** | ≤ 1 W | orangje |
| uitgeschakeld | 0 W | uit |
- De cijfers geven het stroomverbruik aan wanneer er geen USB-compatibele randapparatuur is aangesloten op de monitor. “Sluimer” en “diepe sluimer” zijn energiebesparende instellingen die zijn gedefinieerd door de Environmental Protection Agency. * Wanneer uw computer overschakelt naar de stroomspaarstand, worden het ingangssignaal onderbroken en verschijnt GEEN INPUT SIGNAAL op het scherm voordat de monitor uitschakelt. Na enkele seconden schakelt de monitor over naar de stroomspaarstand.
Problemen oplossen
Lees dit gedeelte door voordat u contact opneemt met uw dealer of de klantenservice.
Indien er dunne lijnen op uw scherm verschijnen (dempingsdraden)
De lijnen die u op uw scherm ziet, vooral bij een lichte achtergrondkleur (meestal wit), zijn normaal voor de Trinitron-monitor en duiden niet op een storing. Dit zijn de schaduwen van de dempingsdraden die gebruikt worden om het apertuurrooster te stabiliseren. Het apertuurrooster is het fundamentele element dat een Trinitron-beeldbuis onderscheidt van alle andere, doordat er meer licht bij het scherm kan komen, hetgeen resulteert in een contrastrijker, meer gedetailleerd beeld.

Schermberichten
Als er iets mis is met het ingangssignaal, verschijnt een van de volgende berichten op het scherm.
Als GEEN INPUT SIGNAAL verschijnt op lijn 1
Dit geeft aan dat er geen signaal via de gekozen aansluiting wordt ingevoerd.

2 Gekozen connector
Dit bericht geeft aan welke connector (INGANG 1 of INGANG 2) momenteel is gekozen.
3 Oplossingen
Een of meer van de volgende berichten kunnen op het scherm verschijnen.
- Als AANZETTEN VIA COMPUTER op het scherm verschijnt, probeer dan een toets op het toetsenbord van de computer in te drukken of de muis te bewegen en controleer of de grafische kaart van de computer in de juiste gleuf zit.
- Als KIES INGANGSSIGNAAL op het scherm verschijnt, probeer dan het ingangssignaal te veranderen (pagina 9).
- Als CHECK VIDEO KABEL op het scherm verschijnt, controleer dan of de monitor correct is aangesloten op de computer (pagina 6).
Als BUITEN SCAN BEREIK verschijnt op lijn 1
Geeft aan dat het ingangssignaal niet door de monitor kan worden verwerkt.

2 Gekozen connector en de frequenties van het huidige ingangssignaal
Dit bericht geeft aan welke connector (INGANG 1 of INGANG 2) momenteel is gekozen. Als de monitor de frequenties van het huidige ingangssignaal herkent, verschijnen ook de horizontale en verticale frequenties.
3 Oplossingen
Wijzig signaaltiming verschijnt op het scherm. Wanneer u een bestaande monitor vervangt, moet u de oude monitor opnieuw aansluiten. Stel vervolgens de videokaart van de monitor zo in dat de horizontale frequentie tussen 30 en 121 kHz en de verticale frequentie tussen 48 en 160 Hz ligt.
Voor meer informatie, zie "Foutsymptomen en oplossingen" op pagina 18.
Weergave van de naam van de monitor, het serienummer en de productiedatum.
Als de monitor een videosignaal ontvangt, moet u de joystick dan 5 seconden ingedrukt houden om de informatiebox van deze monitor te laten verschijnen.

Indien het probleem niet opgelost kan worden, belt u uw erkende Sony dealer en geeft u de volgende informatie door.
- Modelnaam: GDM-FW900 Serienummer
- Naam en specificaties van uw computer en grafische kaart.
Foutsymptomen en oplossingen
Indien het probleem wordt veroorzaakt door de aangesloten computer of door andere apparatuur, dient u de betreffende instructiehandleiding te raadplegen.
Gebruik de zelfdiagnosefunctie (pagina 20) wanneer u het probleem met de volgende aanwijzingen niet kunt oplossen.
| Symptom Controller de volgende punten | |
| Geen beeld | |
| Indien de ① (aan/uit) indicator nicht verlicht is | • Controller of het netsnoer goed is aangesloten. • Controller of dc ① (aan/uit) schakelijk in de stand "aan" staat. |
| Indien de melding GEEN INPUT SIGNAL op het scherm verschijt, of indien de ① (aan/uit) indicator orangje of afwisslend groen en orangje is | • Controller of de videosignaalkabel goed is aangesloten en alle stekkers goed vastzitten (pageina 6). • Controller of dc INPUT schakelijk instilling correct is (pageina 9). • Controller of de pinnen van de video-ingangsconnector Niet verbogen of maar binnen gedrukt zijn. ■Problems verooorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur • De computer staat in de energiespaarstand. Druk op een willekeurige toets op het toetsbord of verplaats de muis. • Controller of de stroom van de computer "aan" is. • Controller of dc grafische kaart volledig in de correcte busconnector zit. |
| Indien de melding BUITEN SCAN BEREIK op het scherm verschijt | ■Problems verooorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur • Controller of het videofrequentiebereik binnen de monitorspecificities valt. Indien u een oude monitor door deze monitor heeft verrangen, sluit de oude monitor waar aan en stel het freiendentiebereik op de volgende waarden in. Horizontaal: 30 - 121 kHz Verticaal: 48 - 160 Hz |
| Indien er geen melding worden gegeven en dc ① (aan/uit) indicator groen is of oranje knippert | • Gebruik de selfdiagnosefunctie (pageina 20). |
| Indien u Windows 95/98 gezrukt | • Als uw PC/grafische kaart problemen heißt om met deze monitor te communiceren,要去 u een specifieke driver downloaden van de website van Microsoft Corporation. |
| Indien u een Macintosh system gebruikt | • Bij aansluiting op een Power Mac G3/G4 computer met 3 pinrjen要去 u controlleden of de meegeleverde exclusieve Power Mac G3/G4 adapter en de videosignaalkabel goed+zijn aangesloten (pageina 6). • Voor aansluiting op een andere versie van de Macintosh computer met 2 pinrjen hebts een andere adapter nodig (niet meegeleverd). |
| Het beeld flikkert, springt, oscilleert of is verrormd | • Isoleer en eliminerer potentièlebronnen van elektrische of magnetische velden zoals monitors, laser printers, fluorescentverlichting, televisiontoestellen of elektrische ventilatoren. • Plaat de monitor uit de buurt van netsnoeren of plaatens magnetische afterschering bij de buurt van de monitor. • Probeer de monitor aan te sluiten op een ander stopcontact, bij voorkeur op een ander circuit. • Probeer de monitor 90°aar links of maar rechts te draieren. |
| ■Problems verooorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur. • Controller de handleiding van uw grafische kaart voor de juiste instelling van de monitor. • Ga na of dc grafische mode (VESA, Macintosh 21" Color, etc.) en de frequente van het ingangssignaal ondersteund worden door deze monitor (Appendix). Sommige videokaarten haben een synchronisatiepuls die te smal is om de monitor correct te lately synchroniseren, ook al ligt de frequente binnen het juiste bereik. • Pas de verversingsfrequentie van de computer aan (verticale frequente) om een optimaal beeld te verkrijgen. | |
| Het beeld is wazig | • Stel de helderland in het contrast bij (pageina 11). • Dcemagnetiscr de monitor* (pageina 15). • Wonneer ONDERDRUK MOIRE op AAN staat, kan het beeld wazig�. Verminder dan het moiré-annulcereffect of zet ONDERDRUK MOIRE op UIT (pageina 14). |
| Echobeeld (ghosting) | • Gebruik geen videoverlangkabels en/of videoschakeldozen. • Controller of alle aansluitingen goed vastzitten. |
| Het beeld is nichtGPCentreerd of heeft net de juiste afmetingen | • Druk op de ASC toets (pagea 9). • Stel de afmetingen in of centreeh het beeld (pagea 12). Denk eraan dat sommige video instelleningen het scherm net tot aan de randen vullen. |
| De hoeken van het beeld zijn krom | • Stel dc vom van hct bcld in (pagea 12). |
| Golvend of elliptisch patroon (moire) | • Zet ONDERDRUK MOIRE op AAN en minimiseer het moiré-annuleereffect (pagea 14). ■Problemenveroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur. • Verander uw desktoppatroon. |
| De kleur is netgelijkmatig | • Demagnetiseer de monitor* (pagea 15). Indien u apparatuur die een magnetisch veld gencrecert, bijvoorbcld cen speaker, in dc buurt van dc monitor opstelt, of wannecu u dc richting van de monitor verandert, is het möglichk dat de kleuren neteer gelijkmatig zich. • Regel de landing (pagea 14). |
| Onzuivere witweergave. | • Stel de kleurtemperatuur bij (pagea 12). • Controller de de vijf BNC connectors in de juiste volgorde zicha aangesloten (pagea 6). |
| Letters en regels hebden rode of blauwe schaduwen aan de hoeken | • Stel de convergentie bij (pagea 15). |
| De knoppen van de monitor werken net (overschijnt op het scherm) | • Indien dc vergrendeling van de bediereningen op AAN staat,要去 u deze op UIT zetten (pagea 15). |
| KLEUR HERSTEL werknet net KLEUREN BASIS GEAVANC. SRGB 5000K 6500K 9300K KLEUR HERSTEL BESCH I KBAAAR NA OPWARMEN | • Alvorens deze functie te gebruiken,要去 de monitor minstens 30 minuten in de normale stand—heben gewerkt (groen controleampjc). Mccr over het gcbruik van de KLEUR HERSTEL functie leest u op pagea 14. • Stel de stroomspaarfunctie van de computer zo in dat de monitor langer dan 30 minuten in de normale werkingsstand blijft. • Deze functie kan na verloop vanijd minder efectief worden door dc natuurlijke veroudering van de beeldbuis. |
| USB-randapparatuur werknet net | • Controller de de geschikte USB connectorsGOOD zijn aangesloten (pagea 8). • Controller de de ① (aan/uit) schakelaar op "aan" staat. ■Problemenveroorzaakt door de aangesloten computer of andere apparatuur • Controller de autonome USB compatibile randapparatuur is aangeschakeld. • Installeer de meest recente versie van de device driver op uw computer. Raadpleeg de fabrikant van de apparatuur voor meer informatie over de geschikte device driver. • Indien uw USB compatibel toetsenbord of muis Niet werk, sluit ze dan rechtstrecks aan op uw computer, start uw computer opnieuw en verricht de nodige USB afstellingen. Sluit dan het toetsenbord of muis waar aan op de monitor. Wanner u een toetsenbord of muis aansluit op de USB aansluitingen en u verzolgens de computer voor het eerst start, kan de randapparatuur eventueel net functioneren. • Voor Windows 95gebuikers 1. Klik met de rechtter muisknop op Deze computer en kies Eigenschappen. 2. Klik op het tabblad Apparaatbeheer. Scroll omlaag en kies Universal Serial Bus Controller. Als Universal Serial Bus Controller Niet verschijnt,要去 u een USB supplement disk laden. Raadpleeg de fabrikant van uw computer voor meer informatie over het bekomen van een USB supplement disk. 3. Kies Generic USB Device uit de USB controllerlijst en klik op Eigenschappen. 4. Indien dc box naast "Uitschakelen in dit hardwareprofiel" is aangevinkt, verwijder dit dan. 5. Klik op vernieuwen. |
| Uhoorteen brommend geluid direct na het inschakenen van de monitor | • Dit is het geluid van de zelf-demagnetiserende cyclus. Wanner de monitor worden aangezet, worden hij automatisch gedurende 3 seconden gedemagnetiscerd. |
- Indien een tweede demagnetiseringscyclus nodig is, dient u voor het beste resultaat eerst 20 minuten te wachten. Het is mogelijk dat er gebrom klinkt, maar dit is geen storing.
Zelfdiagnosefunctie
Deze monitor heeft een zelfdiagnosefunctie. Indien er een probleem met de monitor of computer is, zal het scherm leeg worden en zal de ① (aan/uit) indicator groen oplichten of oranje knipperen. Indien de ① (aan/uit) indicator oranje oplicht, bevindt de computer zich in de energiebesparende stand. Druk op een willekeurige toets op het toetsenbord of verplaats de muis.
① (aan/uit) indicator
Indien de ① (aan/uit) indicator groen is
1 Trek eventuele stekkers uit video-ingang 1 en 2 of zet de aangesloten computer(s) uit. 2 Druk tweemaal op de ① (aan/uit) schakelaar om de monitor uit en weer aan te zetten. 3 Beweeg de joystick gedurende 2 seconden naar rechts voor hij overschakelt naar de stroomspaarstand.

Als alle vier de kleurbalken verschijnen (wit, rood, groen, blauw), betekent dit dat de monitor goed werkt. Sluit de video-ingangskabel weer aan en controleer de instelling van uw computer.
Indien de kleurbalken niet verschijnen, gaat het mogelijk om een defect van de monitor. Informeer uw erkende Sony dealer over het probleem.
■ Indien de ① (aan/uit) indicator oranje knippert
Druk tweemaal op de ① (aan/uit) schakelaar om de monitor uit en weer aan te zetten.
Indien de ① (aan/uit) indicator groen oplicht, betekent dit dat de monitor goed werkt.
Indien de ① (aan/uit) indicator nog steeds knippert, gaat het waarschijnlijk om een defect van de monitor. Tel het aantal seconden tussen het oranje aanflitsen van de ① (aan/uit) indicator en neem contact op met uw erkende Sony dealer over het probleem.
Vergeet niet de modelnaam en het serienummer van de monitor op te schrijven. Noteer ook het merk en model van uw computer en grafische kaart.
Specificaties
CRT 0,23 - 0,27 mm apertuurrooster pitch
24 inch diagonaal gemeten
afbuiging van 90 graden
FD Trinitron
Zichtbare grootte Ongeveer 482,1 x 308,2 mm (b/h)
19,8" zichtbaar beeld
Resolutie Maximaal (16:10)
Horizontaal: 2304 punten
Verticaal: 1440 lijnen
Maximaal (4:3)
Horizontaal: 2048 punten
Verticaal: 1536 lijnen
Aanbevolen (16:10)
Horizontaal: 1920 punten
Verticaal: 1200 lijnen
Ingangssignaalniveau van videosignaal
Analoog RGB: 0,700 Vp-p
(positief), 75 Ω
SYNC-signaal
Apart H/V of composietsync:
TTL 2 kΩ, polariteitsvrij
Sync op groen: 0,3 Vp-p
(negatief)
Standaard beeldformaat 16:10
Ong. 474 × 296 mm (b/h)
4:3
Ong. 395 × 296 mm (b/h)
5:4
Ong. 370 × 296 mm (b/h)
Afbuigingsfrequentie* Horizontaal: 30 tot 121 kHz
Verticaal: 48 tot 160 Hz
Ingangsspanning/stroomsterkte
100 tot 240 V wisselstroom,
50/60 Hz, 2.2 - 1.2 A
Energieverbruik: ca. 170 W
(zonder USB-apparaten aangesloten)
Bedrijfstemperatuur: 10 °C tot 40 °C
Afmetingen
Ongeveer 571,5 x 500 x 522,5 mm
(b/h/d)
Gewicht: ca. 42 kg
Bijgeleverde accessoires: zie pagina 6
* Aanbevolen horizontale en verticale synchronisatiecondities
- Horizontale synchronisatiebreedte moet groter zijn dan 4,8% van de totale horizontale tijd of 0,8 µsec, afhankelijk van wat het grootst is.
- Horizontale onderdrukkingsbreedte moet meer dan 2,3 µsec zijn.
- Verticale onderdrukkingsbreedte moet meer dan 450 µsec zijn.
** Indien het ingangssignaal compatibel is met Generalized Timing Formula (GTF), zorgt de GTF-functie van de monitor automatisch voor een optimaal beeld op het scherm.
Ontwerp en specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.