MR002GZ - Radio MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MR002GZ MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Radio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MR002GZ - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MR002GZ van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING MR002GZ MAKITA
Bouwradio Gebruiksaanwijzing 51
1. Ingebouwde antenne (AM)
2. Handgreep/ingebouwde antenne (FM)
12. Voorkeurzender 3/Afspelen/Pauzeren-knop
21. XGT-accuaansluiting
22. CXT-accuaansluiting
23. LXT- accuaansluiting
24. Vak voor back-upbatterijen
SYMBOLEN Hieronder worden de symbolen getoond die worden gebruikt voor de apparatuur. Zorg ervoor dat u de betekenis van de symbolen begrijpt voordat u het apparaat gebruikt. Lees de handleiding Alleen voor EU-landen. Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu‘s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische apparaten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en inzake accu‘s en batterijen en oude accu‘s en batterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu‘s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES WAARSCHUWING: Bij het gebruik van elektrisch gereedschap moeten altijd elementaire veiligheidsmaatregelen worden gevolgd, om het risico op brand, elektrische schokken en persoonlijk letsel te beperken, waaronder de volgende:
1. Lees deze handleiding en de handleiding van de
oplader vóór gebruik zorgvuldig door.
2. Alleen reinigen met een droge doek.
3. Niet installeren in de buurt van warmtebronnen,
zoals radiatoren, kachels of andere apparaten (inclusief versterkers) die warmte produceren.
4. Gebruik alleen accessoires/hulpstukken die door de
fabrikant zijn gespeciceerd.
5. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact
tijdens onweer of als het apparaat voor lange tijd niet wordt gebruikt.
6. Een radio op batterijen met inwendige batterijen of
een losse accu mag alleen worden opgeladen met de aanbevolen batterij-/acculader. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu.
7. Gebruik de radio op batterijen uitsluitend met de
speciek daarvoor bedoelde accu’s. Door een ander type accu’s te gebruiken, kan brandgevaar ontstaan.52 NEDERLANDS
8. Als de accu niet wordt gebruikt, houd deze dan uit
de buurt van andere metalen voorwerpen zoals: paperclips, muntjes, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen objecten die contactpunten van de accu kunnen verbinden. Het kortsluiten van de accupolen kan leiden tot vonken, brandwonden of brand.
9. Vermijd lichamelijk contact met geaarde
oppervlakken zoals leidingen, radiotoren en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is.
10. Bij verkeerd gebruik kan vloeistof vrijkomen uit de
accu; vermijd contact. Als u per ongeluk in contact komt met deze vloeistof, spoel dan met water. Als er vloeistof in contact komt met de ogen, raadpleeg dan bovendien een arts. Vloeistof die vrijkomt uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
11. Gebruik geen accu’s of gereedschap dat beschadigd
of gewijzigd is. Beschadigde of aangepaste accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosies of letsel.
12. Stel accu’s of gereedschap niet bloot aan vuur
of extreme temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen boven 130°C (266°F) kan een explosie veroorzaken.
13. Volg alle instructies m.b.t. het opladen op en laad
de accu of het gereedschap nooit op buiten het in de handleiding aangegeven temperatuurbereik. Foutief opladen of opladen bij temperaturen buiten het toegestane temperatuurbereik kan leiden tot schade aan de accu en de kans op brand verhogen.
14. Als het apparaat gedurende een lange periode
niet wordt gebruikt, moet de accu uit het apparaat worden verwijderd
15. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
16. De stekker wordt gebruikt om het apparaat los te
koppelen van het lichtnet en moet altijd eenvoudig bereikbaar blijven.
17. Gebruik het product niet gedurende een lange
periode op een hoog volume. Gebruik het product op een gematigd volumeniveau.
18. (Alleen voor producten met LCD-display) LCD-
displays bevatten vloeistof die irritatie en vergiftiging kan veroorzaken. Als de vloeistof in of op de ogen, mond of huid komt, spoel dan met water en raadpleeg een arts.
19. Stel het product niet bloot aan regen of vochtige
omstandigheden. Als er water in het product komt, verhoogt dit de kans op elektrische schokken.
20. Dit product is niet bedoeld voor gebruik door
personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale vermogens of personen die geen ervaring en/of kennis hebben m.b.t. het apparaat, tenzij zij onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of instructies m.b.t. het gebruik van het apparaat hebben ontvangen. Houd toezicht op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het product spelen. Bewaar het product buiten het bereik van kinderen.
21. Verwarm de radio niet, stel de radio niet bloot aan vuur
en laat de radio niet achter op warme plaatsen, zoals in de buurt van een warmtebron, blootgesteld aan direct zonlicht of in een voertuig onder de brandende zon. Als u dit toch doet, kan dit brand of een explosie veroorzaken en lichamelijk letsel veroorzaken.
1. Lees, voordat u de accu gebruikt, alle instructies en
waarschuwingen op de (1) acculader, de (2) accu en het (3) product dat gebruik maakt van de accu.
2. Demonteer of knoei niet met de accu. Dit kan leiden
tot brand, overmatige hitte of een explosie.
3. Als de gebruiksduur extreem veel korter is
geworden, stop het gebruik dan onmiddellijk. Dit kan leiden tot een risico op oververhitting, mogelijke brandwonden en zelfs een explosie.
4. Als er elektrolyt in uw ogen komt, spoel ze dan
met schoon water en raadpleeg onmiddellijk een arts. Het kan leiden tot het verlies van uw gezichtsvermogen.
5. Sluit de accu niet kort:
(1) Raak de contactpunten niet aan met geleidende materialen. (2) Bewaar de accu niet in een doos met andere metalen voorwerpen, zoals spijkers, muntjes, etc. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan leiden tot een grote stroomafgifte, oververhitting, mogelijke brandwonden en zelfs een defect.
6. Bewaar het gereedschap en de accu niet op
plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot of hoger kan zijn dan 50°C (122°F).
7. Verbrand de accu niet, zelfs als de accu ernstig
beschadigd of volledig versleten is. De accu kan exploderen in vuur.
8. Spijker de accu niet vast, knip niet in de accu, plet
de accu niet, gooi niet met de accu en sla niet met harde voorwerpen op de accu. Dergelijk gedrag kan leiden tot brand, overmatige hitte of een explosie.
9. Maak geen gebruik van beschadigde accu’s.53 NEDERLANDS
10. Om risico’s te voorkomen, moet de handleiding
omtrent het vervangen van de accu worden gelezen vóór gebruik. En de maximale stroomontlading van de accu moet groter dan of gelijk aan 8A zijn.
11. De meegeleverde lithium-ion-accu’s zijn onderhevig
aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen. Voor commercieel transport, bijv. door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Voor het voorbereiden van het te verzenden artikel is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. U moet zich daarnaast aan eventueel strengere nationale regelgeving houden. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
12. Volg de plaatselijke regelgeving met betrekking tot
de verwijdering van accu’s.
13. Gebruik de accu alleen in combinatie met de door
Makita gespeciceerde producten. Als de accu wordt geïnstalleerd in een niet-conform product, kan dit leiden tot brand, extreme warmte, een explosie of het lekken van elektrolyt.
14. Tijdens en na gebruik kan de accu warm worden,
wat kan leiden tot brandwonden. Wees voorzichtig bij de omgang met warme accu’s.
15. Raak de accuaansluiting van het apparaat niet
onmiddellijk na gebruik aan, omdat het heet genoeg kan worden om brandwonden te veroorzaken.
16. Zorg ervoor dat er geen spanen, stof of aarde in
de aansluiting, gaten en groeven van de accu terechtkomen. Dit kan leiden tot slechte prestaties of uitval van het apparaat of de accu.
17. Tenzij het apparaat gebruik in de buurt van
hoogspanningsleidingen ondersteunt, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van hoogspanningsleidingen. Dit kan een storing of defect aan het apparaat of de accu veroorzaken. LET OP: ● Ontplofngsgevaar als de accu onjuist wordt vervangen. ● Alleen vervangen door accu van hetzelfde of soortgelijk type. ● Gebruik alleen originele accu’s van Makita. Het gebruik van niet-originele accu’s of accu’s die zijn aangepast kan ertoe leiden dat de accu barst en brand, lichamelijk letsel of schade veroorzaakt. Het zal er bovendien toe leiden dat de garantie van Makita op het gereedschap en op oplader vervalt. Tips voor het behoud van een maximale levensduur van de accu
1. Laad de accu op voordat deze volledig is ontladen.
Stop altijd het gebruik van het gereedschap en laad de accu op als u merkt dat er minder vermogen is.
2. Laad nooit een volledig opgeladen accu op.Overladen
verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een kamertemperatuurvan 10°C
- 40°C (50°F - 104°F). Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Wanneer u de accu niet gebruikt, verwijder deze dan
uit het apparaat of de oplader.
5. Laad de accu op als u deze niet gebruikt voor een
lange periode (meer dan zes maanden).54 NEDERLANDS BEDRIJFSTIJD
- In de onderstaande tabel vindt u een overzicht van accu’s die geschikt zijn voor deze radio.
- De volgende tabel geeft een indicatie van de gebruiksduur op een enkele lading. Accucapaciteit Accuspanning BIJ LUIDSPREKERVERMOGEN = 100mW Eenheid: Uur (bij benadering) CXT (10.8V - 12V max) LXT (14.4V) LXT (18V) XGT (36V - 40V max) In radio of AUX Bij Bluetooth 1.5Ah BL1015 BL1016
BL1440 17.0 16.0 BL1840B 17.5 17.0 BL4040 27.5 26.0 5.0Ah BL1450 20.5 19.5 BL1850B 23.0 22.0 6.0Ah BL1460B 22.0 21.0 BL1860B 27.5 26.0 Het is mogelijk dat sommige van de hierboven vermelde accu's en opladers niet beschikbaar zijn, afhankelijk van de regio waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik alleen de hierboven vermelde accu-cartridges. Gebruik van andere accu-cartridges kan leiden tot letsel en/of brand. Opmerking: ● De tabel betreffende gebruiksduur hierboven dient ter referentie. ● De werkelijke gebruiksduur kan variëren, afhankelijk van het soort accu, de oplaadomstandigheden en de gebruiksomgeving.55 NEDERLANDS
INSTALLATIE EN VOEDING
LET OP: ● Pas op dat uw vingers niet bekneld raken bij het openen en sluiten van het accudeksel. ● Plaats de vergrendeling van het accuvak terug in de oorspronkelijke stand na het installeren of verwijderen van de accu-cartridge. Als u dit niet doet, kan de accu-cartridge per ongeluk uit de radio vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving. ● Sluit en vergrendel het de vergrendeling van het accuvak altijd voordat u de radio verplaatst. ● Schakel de radio altijd uit alvorens de accu- cartridge te installeren of verwijderen. ● Wees voorzichtig en zorg ervoor dat u de radio niet per ongeluk laat vallen of een klap geeft. Een kapotte behuizing kan in uw vinger of lichaam snijden. Een beschadigde radio kan onvoorspelbaar gedrag vertonen en leiden tot brand, explosies en letselgevaar. ● Houd het apparaat en de accu stevig vast wanneer u de accu plaatst of verwijdert. BELANGRIJK: ● Verminderd vermogen, vervorming, “stotterend geluid” en de melding “POWERFAIL” die verschijnt op het display zijn allemaal tekenen dat de hoofdaccu moet worden vervangen. ● Als de accu bijna leeg-indicator verschijnt en de melding “EMPTY” blijft knipperen op het display, is het tijd om de back-upbatterijen te vervangen. ● De accu-cartridge kan niet worden opgeladen met de meegeleverde netadapter. ● De accu-cartridge wordt niet meegeleverd als standaardaccessoire. De schuifaccu aanbrengen en verwijderen (Fig. 2-5) ● Om de accu aan te brengen, lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort. ● Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. Breng de accu zo ver mogelijk aan tot het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit de radio vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving. ● Oefen geen grote kracht uit bij het aanbrengen van de accu. Als de accu niet gemakkelijk erin kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. ● U kunt de accu-cartridge verwijderen door deze uit de radio te schuiven terwijl u de knop aan de voorkant van de cartridge indrukt. Aanduiding van de resterende acculading (Fig. 6-8)
1. Indicatorlampjes 2. Controleknop
Druk op de testknop op de accu om de resterende accucapaciteit af te lezen. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende capaciteit Opgelicht Uit Knippert 75% ~ 100% 50% ~ 75% 25% ~ 50% 0% ~ 25% (Alleen voor XGT- en LXT-accu's) Laad de accu op (Alleen voor XGT- en LXT-accu's) Er heeft mogelijk een storing opgetreden in de accu OPMERKING: ● Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur kan de indicatie enigszins afwijken van de werkelijke capaciteit. ● Het eerste (meest linkse) indicatielampje knippert wanneer het accubeschermingssysteem in werking is getreden. Installatie back-upbatterijen (Fig. 9) Door back-upbatterijen in het daarvoor bestemde vak te plaatsen, voorkomt u dat gegevens die zijn opgeslagen in het voorkeurzendergeheugen verloren gaan.
1. Trek de vergrendeling van het accuvak naar buiten
om het accuvak te ontgrendelen. Er is een vak voor de hoofdaccu en een vak voor de back-upbatterijen.
2. Verwijder het deksel van het vak voor de back-
upbatterijen en plaats 2 nieuwe UM-3 (AA-formaat) batterijen. Zorg ervoor dat de batterijen in de juiste richting (polariteit) worden geplaatst, zoals getoond aan de binnenkant van het vak voor de batterijen. Plaats het deksel van het vak voor de batterijen terug.
3. Plaats, nadat de back-upbatterijen zijn geplaatst, de
hoofdaccu om de radio van stroom te voorzien.56 NEDERLANDS De meegeleverde netadapter gebruiken Remove the rubber protector and insert the adaptor Verwijder de rubberen beschermer en plaats de stekker van de adapter in de DC-ingang op de rechterkant van de radio. Steek de adapter in een standaard stopcontact. Als de adapter wordt gebruikt, wordt de accu automatisch losgekoppeld. LET OP: ● Trek de netadapter altijd volledig uit het stopcontact alvorens de radio te verplaatsen. Als de netadapter niet uit het stopcontact wordt getrokken, kan dit leiden tot elektrische schokken. ● Trek nooit aan snoer van de netadapter. Als u dit toch doet, kan de radio per ongeluk omvallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving. BELANGRIJK: ● De netadapter wordt gebruikt om de radio te verbinden met het lichtnet. Het stopcontact dat wordt gebruikt voor de radio moet bereikbaar blijven tijdens normaal gebruik. ● Om de radio los te koppelen van het lichtnet moet de netadapter volledig uit het stopcontact worden getrokken. ● Gebruik uitsluitend de netadapter die met het product is meegeleverd of een netadapter die voldoet aan de specicaties van Makita. ● Houd het netsnoer en de stekker niet vast met uw mond. Als u dit toch doet, kan dit leiden tot een elektrische schok. ● Raak de stekker niet aan met natte of vette handen. ● Beschadigde of verstrikte snoeren verhogen de kans op elektrische schokken. Als het netsnoer is beschadigd, laat het dan vervangen door ons erkende servicecentrum om veiligheidsgevaar te vermijden. Gebruik het netsnoer niet alvorens het te laten repareren. ● Bewaar de netadapter na gebruik altijd buiten het bereik van kinderen. Als kinderen spelen met het netsnoer, kan dit leiden tot letsel. Opmerking: Wanneer uw radio last heeft van storing op de AM-band door de adapter, plaats de radio dan verder uit de buurt van de netadapter en zorg dat de afstand tussen de adapter en de radio minimaal 30cm is. Opladen met de USB-voedingspoort Er zit een USB-poort op de voorkant van de radio. Met de USB-poort kunt u een USB-apparaat opladen.
1. Druk op de Powerknop om uw radio in te schakelen.
2. Sluit het USB-apparaat, een mobiele telefoon
bijvoorbeeld, aan met een in de handel verkrijgbare USB-kabel.
3. Ongeacht of de radio wordt gevoed met netstroom
of door batterijen, de radio kan het USB-apparaat opladen wanneer de radio is ingeschakeld en is afgestemd op de FM -frequentieband, of in de BT- modus of AUX-modus staat, welke wordt afgebeeld wanneer de externe audiobron is aangesloten. Opmerking: ● U kunt geen USB-apparaten opladen in de AM- modus, omdat de radio-ontvangst tijdens het opladen van USB-apparaten zeer slecht wordt. ● Het maximumvolumeniveau van de luidspreker wordt lager wanneer uw USB-apparaat wordt opgeladen. ● De USB-poort kan een stroom van maximaal 2.4A en 5V leveren. Belangrijk: ● Alvorens een USB-apparaat aan te sluiten op de USB-poort, maakt u altijd eerst een reservekopie van de gegevens op het USB-apparaat. Als u dat niet doet, kunnen uw gegevens per ongeluk verloren gaan. ● Mogelijk levert de radio geen stroom aan sommige USB-apparaten. ● Als u de voedingspoort niet gebruikt en nadat het opladen klaar is, trekt u de USB-kabel eruit en sluit u de afdekking. ● Sluit geen stroombron aan op de USB-poort. Als u dat toch doet, bestaat de kans op brand. De USB-poort is alleen bedoeld voor het opladen van een laagspanningsapparaat. Plaats altijd de afdekking terug op de USB-poort wanneer geen laagspanningsapparaat wordt opgeladen. ● Steek geen spijker, draad, enz. in de USB- voedingspoort. Als u dat toch doet, kan kortsluiting leiden tot rookontwikkeling en brand. ● Sluit deze USB-poort niet aan op de USB-poort van een computer aangezien het zeer waarschijnlijk is dat hierdoor de apparaten defect raken.
LUISTEREN NAAR DE RADIO
Scannen AM/FM Opmerking: de FM-antenne is ingebouwd in de handgreep. Wanneer u de radio gebruikt, strek de handgreep dan goed boven de radio uit om de ontvangst te verbeteren. Als u zenders op de AM-band wilt ontvangen, draai de radio dan voor het beste signaal, omdat de AM-antenne is ingebouwd in de radio.
1. Druk op de Powerknop om uw radio in te schakelen.
afstemmen uit te voeren. Uw radio scant vanaf de huidig weergegeven frequentie naar hogere57 NEDERLANDS frequenties op de AM/FM-band en stopt automatisch met scannen wanneer er een zender met voldoende sterkte wordt gevonden.
4. Na een paar seconden wordt de weergave op het
display bijgewerkt. Het display toont de frequentie van het gevonden signaal.
5. U kunt naar andere zenders zoeken door de
Afstemknop, net als eerder, ingedrukt te houden.
6. Wanneer het einde van de golfband is bereikt, gaat
uw radio door met afstemmen vanaf het andere uiteinde van de golfband.
7. Draai aan de Afstemknop om het volume naar wens
in te stellen. Opmerking: ● Zorg er tijdens het instellen van het volume voor dat de letters FM/AM op het display NIET knipperen. ● Als de letters AM/FM op het display knipperen, geeft dit aan dat u handmatig moet afstemmen op zenders (zie paragraaf “Handmatig afstemmen – AM/FM” voor meer details). ● Het volume mag niet te hoog worden ingesteld. Luister niet gedurende lange perioden met een hoog volume om mogelijke gehoorschade te voorkomen.
8. Druk op de Powerknop om uw radio uit te schakelen.
Handmatig afstemmen – AM/FM
1. Druk op de Powerknop om uw radio in te schakelen.
3. Druk op de Afstemknop en u ziet dat FM of AM
knippert op het display. Opmerking: ● FM/AM knippert ca. 10 seconden. Binnen deze periode is alleen handmatig afstemmen toegestaan. ● Als u het volume wilt instellen terwijl FM/AM knippert, druk dan op de Afstemknop om het knipperen te stoppen en draai vervolgens aan de Afstemknop om het volume in te stellen.
4. Draai aan de Afstemknop om af te stemmen op een
5. Wanneer het einde van de golfband is bereikt, gaat
uw radio door met afstemmen vanaf het andere uiteinde van de golfband.
6. Draai aan de Afstemknop om het volume naar wens
in te stellen. Voorkeurzenders instellen in de AM/ FM-modus Er zijn 5 voorkeurzenders voor zowel AM- als FM-radio. Ze worden op dezelfde manier gebruikt voor de beide golfbanden.
1. Druk op de Powerknop om uw radio in te schakelen.
2. Druk op de Band-knop om de gewenste golfband te
selecteren. Stem zoals eerder beschreven af op de gewenste radiozender.
3. Houd de knop van de gewenste voorkeurzender
(1 tot 5) ingedrukt tot het display na de frequentie bijvoorbeeld “P4” weergeeft. De zender wordt opgeslagen met behulp van het voorkeurzendernummer. Herhaal deze procedure indien gewenst voor de resterende voorkeurzenders.
4. Voorkeurzenders die al zijn opgeslagen kunnen
indien nodig worden overschreven door de bovenstaande procedure te volgen. Weergavemodi – FM Uw radio beschikt over een reeks weergaveopties in de FM-radiomodus. Druk herhaaldelijk op de Menu/Info-knop om de RDS- informatie van de huidige zender te bekijken. a. Zendernaam Geeft de naam van de huidige zender weer. b. Programmatype Geeft het type van de huidige zender weer, bijvoorbeeld Pop, Klassiek, Nieuws, etc. c. Radiotekst Geeft radiotekstberichten weer, zoals nieuwsitems, etc. d. Jaar/Dag Geeft het jaar en de dag van de week weer volgens de datuminstelling van uw radio. e. Datum/Dag e.Geeft de datum en dag van de week weer volgens de datuminstelling van uw radio. f. Frequentie Geeft de frequentie van de huidige FM-zender weer. FM-stereo (auto)/mono Als de FM-zender die u beluistert een zwak signaal heeft, dan kan er wat ruis hoorbaar zijn. Het is mogelijk deze ruis te verminderen door de radio te forceren de zender in mono af te spelen in plaats van stereo.
1. Druk op de Band-knop om de FM-band te selecteren
en stem zoals eerder beschreven af op de gewenste FM-zender.
2. Houd de Menu/Info-knop ingedrukt om het menu te
3. Draai aan de Afstemknop tot de instelling “FM AUTO
(of MONO)” wordt weergegeven op het display. Als de instelling op Auto is ingesteld, druk dan op de Afstemknop en draai vervolgens aan de Afstemknop om over te schakelen naar de Mono-modes en de ruis te verminderen. Druk op de Afstemknop om de optie te selecteren.58 NEDERLANDS Een voorkeurzender oproepen in de AM/FM-modus
1. Druk op de Powerknop om uw radio in te schakelen.
3. Druk kort op de knop van de gewenste
voorkeurzender om af te stemmen op de voorkeurzender die is opgeslagen in het voorkeurzendergeheugen. DIVERSE INSTELLINGEN De tijd- en datumnotatie instellen U kunt zelf de gewenste tijd- en datumnotatie selecteren die wordt gebruikt in de stand-bymodus en op de schermen van de afspeelmodus. De geselecteerde notatie wordt daarna ook gebruikt bij het instellen van de alarmen.
1. Houd de Menu/Info-knop ingedrukt om het menu te
2. Draai aan de Afstemknop tot “CLOCK xxH”
verschijnt op het display en druk op de Afstemknop om de instelling te openen. De tijdnotatie begint te knipperen.
3. Draai aan de Afstemknop om de 12- of 24-uursnotatie
te selecteren. Druk op de Afstemknop om de gekozen tijdnotatie te bevestigen. Opmerking: als u voor de 12-uursnotatie kiest, dan gebruikt de radio de 12-uursklok voor het instellen.
4. Houd de Menu/Info-knop ingedrukt om het menu te
5. Draai aan de Afstemknop tot er een datum (bijv.
THU APR 3) verschijnt op het display en druk op de Afstemknop om de instelling te openen. De datumnotatie begint te knipperen.
6. Draai aan de Afstemknop om de gewenste
datumnotatie te selecteren. Druk op de Afstemknop om uw keuze te bevestigen. De tijd en datum instellen
1. Houd de Menu/Info-knop ingedrukt.
2. Draai aan de Afstemknop tot “CLOCK ADJ” verschijnt
op het display. Druk op de Afstemknop om de instelling te openen.
3. De uurinstelling begint te knipperen op het display.
Draai aan de Afstemknop om het gewenste uur te selecteren en druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. Draai vervolgens aan de Afstemknop om het gewenste aantal minuten te selecteren en druk daarna ter bevestiging op de Afstemknop.
4. Draai aan de Afstemknop tot “DATE ADJ” verschijnt
op het display. Druk op de Afstemknop om de instelling te openen.
5. Draai aan de Afstemknop om het gewenste jaar te
selecteren en druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. Draai vervolgens aan de Afstemknop om de gewenste maand te selecteren en druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. Draai tot slot aan de Afstemknop om de gewenste dag te selecteren en druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. Radio Data System (RDS) Als u de tijd instelt met behulp van de RDS-functie, dan synchroniseert uw radio de tijd telkens wanneer de radio afstemt op een radiozender die gebruik maakt van RDS met CT-signalen.
1. Als u afstemt op een zender die RDS-gegevens
verzendt, wordt het RDS-symbool weergegeven op het display. Houd de Menu/Info-knop ingedrukt.
2. Draai aan de Afstemknop tot “RDS CT” en een
kloksymbool verschijnen op het display. Druk op de Afstemknop om de instelling te openen.
3. Draai aan de Afstemknop tot “RDS CT” verschijnt
op het display. Druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. De tijd van de radio wordt nu automatisch ingesteld op basis van de ontvangen RDS-gegevens. Opmerking: ● Telkens wanneer de tijd wordt gesynchroniseerd met RDS CT is de tijd op de radio 5 dagen geldig. ● Als u de RDS CT-functie wilt uitschakelen, ga dan terug naar stap 1/2 en draai vervolgens aan de Afstemknop om de optie “MANUAL” te selecteren. Druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. De wekker instellen Uw radio beschikt over twee alarmen die elk kunnen worden ingesteld om u te wekken met AM/FM-radio of met het zoemeralarm. De alarmen kunnen worden ingesteld als de radio in de stand-bymodus staat of tijdens het afspelen. Opmerking: zorg ervoor dat de tijd juist is ingesteld voordat u de alarmen instelt. Als er gedurende 10 seconden geen knoppen worden ingedrukt, verlaat de radio het instellen van de alarmen. a. De alarmtijd van het radioalarm instellen:
1. Het radioalarm kan worden ingesteld wanneer de
radio in- of uitgeschakeld is.
2. Houd de Radioalarm-knop ingedrukt, het
radioalarmsymbool en het uur knipperen op het display en u hoort een pieptoon.
3. Draai, terwijl het radioalarmsymbool knippert, aan
de Afstemknop om het uur te selecteren en druk59 NEDERLANDS nogmaals op de Afstemknop om de uurinstelling te bevestigen. Draai vervolgens aan de Afstemknop om de minuten te selecteren en druk op de Afstemknop om de minuutinstelling te bevestigen.
4. Draai aan de Afstemknop en het display toont de
opties voor de alarmfrequentie. U kunt kiezen uit de volgende alarmfrequenties: ONCE – het alarm gaat eenmaal af DAILY – het alarm gaat elke dag af WEEKDAY – het alarm gaat alleen op weekdagen af WEEKEND – het alarm gaat alleen in het weekend af Druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen.
5. Draai, terwijl het radioalarmsymbool knippert, aan
de Afstemknop om de gewenste golfband en zender voor het wekken te selecteren en druk vervolgens op de Afstemknop om uw keuze te bevestigen.
6. Draai aan de Afstemknop om het gewenste volume te
selecteren en druk op de Afstemknop om het volume te bevestigen. Het instellen van het radioalarm is nu voltooid. Opmerking: ● Als er geen nieuwe zender voor het radioalarm wordt geselecteerd, dan selecteert de radio de zender die het laatst werd gebruikt voor het radioalarm. ● Als de geselecteerde AM/FM-zender niet beschikbaar is wanneer het alarm afgaat, dan wordt in plaats daarvan het zoemeralarm gebruikt. b. Het HWS-zoemeralarm (Humane Wake System) instellen: Als u het HWS-zoemeralarm selecteert, zal er op de alarmtijd een pieptoon worden geactiveerd. De pieptoon van het alarm wordt elke 15 seconden korter en wordt gevolgd door een minuut stilte. Daarna wordt deze cyclus herhaald.
1. Het zoemeralarm kan worden ingesteld wanneer de
radio is ingeschakeld of uitgeschakeld.
2. Houd de Zoemeralarm-knop ingedrukt, het symbool
en het uur knipperen op het display en u hoort een pieptoon.
3. Draai, terwijl het zoemeralarmsymbool knippert, aan
de Afstemknop om het uur te selecteren en druk nogmaals op de Afstemknop om de uurinstelling te bevestigen. Draai vervolgens aan de Afstemknop om de minuten te selecteren en druk op de Afstemknop om de minuutinstelling te bevestigen.
4. Draai aan de Afstemknop en het display toont de
opties voor de alarmfrequentie. U kunt kiezen uit de volgende alarmfrequenties: ONCE – het alarm gaat eenmaal af DAILY – het alarm gaat elke dag af WEEKDAY – het alarm gaat alleen op weekdagen af WEEKEND – het alarm gaat alleen in het weekend af Druk op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. Opmerking: U kunt het volume van het zoemeralarm niet instellen. Het alarmgeluid stoppen U kunt een alarm dat afgaat annuleren door op de Powerknop te drukken. De alarminstelling uitschakelen Als u de alarminstelling wilt uitschakelen voordat het alarm afgaat, houd de alarmknop van het bijbehorende alarm dan ingedrukt tot het alarmsymbool niet langer wordt getoond op het display. Sluimermodus
1. Druk wanneer het alarm afgaat op een willekeurige
knop, behalve de Powerknop, om het alarm voor 5 minuten te dempen. De melding “SNOOZE” verschijnt op het display.
2. U kunt de demptijd van de sluimertimer aanpassen
door de Menu/Info-knop ingedrukt te houden om het menu te openen.
3. Draai aan de Afstemknop tot “SNOOZE X” verschijnt
op het display en druk vervolgens op de Afstemknop om de instelling te openen. Draai aan de Afstemknop om de demptijd van de sluimertimer in te stellen op 5, 10, 15 of 20 minuten.
4. Als u de sluimertimer wilt annuleren terwijl het alarm
is gedempt, druk dan op de Powerknop. Slaaptimer Uw radio kan worden ingesteld om automatisch uit te schakelen nadat een vooraf ingestelde tijd is verstreken. De slaaptimer kan worden ingesteld op 60, 45, 30, 15, 120 of 90 minuten.
1. Houd de Powerknop ingedrukt om de instelling van
de slaaptimer te openen. De melding “SLEEP XX” verschijnt op het display.
2. Blijf de Powerknop ingedrukt houden en de instelling
van de slaaptimer begint te veranderen op het display. Laat de knop los wanneer de gewenste instelling van de slaaptimer verschijnt op het display. De instelling wordt opgeslagen en het display keert terug naar de normale weergave.
3. Uw radio schakelt automatisch uit nadat de
vooraf ingestelde slaaptimer is verstreken. Het slaaptimerpictogram wordt getoond op het display om aan te geven dat de slaaptimer actief is.
4. Als u de slaaptimerfunctie wilt annuleren voordat
de vooraf ingestelde tijd is verstreken, druk dan simpelweg op de Powerknop om de radio handmatig uit te schakelen.60 NEDERLANDS Loudness U kunt met uw radio compensatie op lagere en hogere frequenties krijgen door de loudness-functie in te stellen.
1. Houd de Menu/Info-knop ingedrukt om het menu te
2. Draai aan de Afstemknop tot “LOUD ON” of
“LOUD OFF” op het display verschijnt. Druk op de Afstemknop om de instelling te openen.
3. Draai aan de Afstemknop om ON te selecteren en de
loudness-functie in te schakelen en druk vervolgens op de Afstemknop om de instelling te bevestigen.
4. Als u de loudness-functie uit wilt schakelen, selecteer
dan OFF en druk vervolgens op de Afstemknop om de instelling te bevestigen. LUISTEREN NAAR
MUZIEK VIA BLUETOOTH-
STREAMING U moet uw Bluetooth-apparaat koppelen met de radio voordat u automatisch verbinding kunt maken en Bluetooth-muziek kunt afspelen/streamen via de radio. Koppelen creëert een ‘band’, zodat twee apparaten elkaar kunnen herkennen. Opmerking: ● Voor een betere geluidskwaliteit raden we aan het volume op uw Bluetooth-apparaat op minimaal twee- derde van het maximale niveau in te stellen en daarna de volumeregeling van de radio te gebruiken om het volume naar wens in te stellen. ● Uw radio kan tot acht verschillende gekoppelde apparaten onthouden. Wanneer daarna een nieuw apparaat gekoppeld zal worden zal de oudst bekende koppeling overschreven worden. Uw Bluetooth-apparaat voor het eerst koppelen met de radio
1. Druk op de Powerknop om uw radio in te schakelen.
Druk op de Band-knop om de Bluetooth-modus te selecteren. Het display toont de melding “BT PAIR” en “PAIR” knippert op het display.
op uw apparaat, zie hiervoor de handleiding van uw apparaat. Zoek naar beschikbare apparaten voor koppeling. Uw radio zal zich melden als “MR002G.” (op uw apparaat. Indien uw apparaat over een oudere versie van Bluetooth
beschikt dan versie BT2.1, is het mogelijk dat uw apparaat vraagt om een wachtwoord. Voer dan “0000” in).
3. Zodra de apparaten zijn verbonden, hoort u een
bevestigingstoon. “BLUETOOTH” blijft op het display staan en de achtergrondverlichting wordt na 10 seconden gedimd. U kunt nu muziek selecteren en afspelen vanaf uw bronapparaat. Het volume kan worden ingesteld op uw bronapparaat of rechtstreeks op de radio.
4. Gebruik de bediening op uw apparaat of op de radio
om de door u gewenste muziek te kiezen. Opmerking: ● Als er voor de eerste keer wordt gekoppeld en er 2 Bluetooth-apparaten naar uw radio zoeken, dan wordt de radio op beide apparaten als beschikbaar getoond. Als er echter één apparaat verbinding maakt met de radio, zal het andere Bluetooth-apparaat de radio niet meer vinden in de lijst. ● Als uw Bluetooth-apparaat tijdelijk de verbinding met de radio verliest, dan moet u handmatig de verbinding tussen uw apparaat en de radio ● Als “MR002G” wordt getoond in uw Bluetooth- apparaatlijst, maar uw Bluetooth-apparaat geen verbinding kan maken met de radio, verwijder het item dan uit uw lijst en koppel nogmaals met de radio door de hierboven beschreven stappen te volgen. ● Het optimale Bluetooth-streambereik is ongeveer 10 meter (33 voet) (zichtlijn) naar de radio, maar afstanden tot 30 meter (100 voet) zijn mogelijk. ● Het is mogelijk dat u opnieuw verbinding moet maken indien de Bluetooth-verbinding wordt verbroken door het overschrijden van de scheidingstijd, het overschrijden van de optimale afstand, obstakels of vanwege andere redenen. ● Fysieke obstakels, andere draadloze apparaten of elektromagnetische apparaten kunnen de verbindingskwaliteit beïnvloeden. ● Bluetooth
verbindingen prestaties kunnen variëren afhankelijk van de verbonden apparaten. Raadpleeg deBluetooth
mogelijkheden van uwapparaat voordat u deze aansluit op uw radio. Voor sommige verbonden Bluetooth
apparaten kan het zijn dat niet alle functies ondersteund worden. Het afspelen van geluidsbestanden in de Bluetooth
apparaat succesvol tot stand gebracht is, kunt u de muziek van uw apparaat afspelen door middel van de bedieningstoetsen op uw verbonden apparaat.
1. Stel het volume, zodra het afspelen is gestart, naar
wens in met behulp van de volumeknoppen op uw radio of op uw Bluetooth-apparaat.
2. Gebruik de bedieningselementen op uw Bluetooth-
bronapparaat voor het afspelen/pauzeren van tracks en naar de volgende/vorige track te gaan. Als alternatief kunt u het afspelen ook bedienen met behulp van de knoppen Afspelen/Pauzeren, Volgende track, Vorige track op uw radio.
3. Houd de knop Volgende track of Vorige track
ingedrukt om vooruit of terug te spoelen in de huidige61 NEDERLANDS track. Laat de knop los wanneer het gewenste punt binnen de track is bereikt. Opmerking: ● Sommige afspeelapplicaties of apparaten reageren mogelijk niet op al deze bedieningselementen. ● Sommige mobiele telefoons kunnen de verbinding met de radio verbreken wanneer er oproepen worden gemaakt of ontvangen. Sommige apparaten kunnen het geluid van de Bluetooth-audiostream tijdelijk uitschakelen wanneer er sms’jes of emails worden ontvangen of omwille van andere redenen die niets met het streamen van audio te maken hebben. Dergelijk gedrag is een functie van het Bluetooth- apparaat en duidt niet op een fout met uw radio. Afspelen met een eerder gekoppeld Bluetooth-apparaat Als uw Bluetooth
apparaat al eerder gekoppeld was met de radio, dan zal de radio dit herkennen, en gewoon verbinden met dit apparaat. Als deze verbinding niet zal slagen, zal de radio in detectie modus schakelen. Loskoppelen van uw Bluetooth apparaat Houd de Bluetooth-knop 2-3 seconden ingedrukt tot “BT PAIR” wordt weergegeven op het display of schakel Bluetooth uit op uw Bluetooth-apparaat om de verbinding te verbreken. U kunt om de verbinding te verbreken ook op de Band- knop drukken om een modus anders dan de Bluetooth- modus te selecteren. Gekoppelde Bluetooth-apparaten uit het geheugen verwijderen Als u alle gekoppelde apparaten uit het geheugen wilt verwijderen, houd de Bluetooth-knop dan langer dan 5 seconden ingedrukt totdat de melding “CLEARING” wordt weergegeven op het display. AUX-INGANG Aan de voorkant van uw radio zit een 3,5mm aux- ingang waarmee de radio een audiosignaal van een extern audioapparaat kan ontvangen (bijv. een mp3- of cd-speler).
1. Sluit een externe audiobron (bijvoorbeeld mp3- of cd-
speler) aan op de AUX-INGANG.
2. Druk op de Powerknop om uw radio in te schakelen.
3. Druk herhaaldelijk op de Band-knop tot “AUX IN”
4. Voor de beste geluidskwaliteit wordt aanbevolen het
volume op uw audioapparaat te verhogen tot meer dan tweederde van het maximale niveau en daarna het volume op de radio naar wens in te stellen. OPMERKING: Audiokabel wordt niet meegeleverd als standaardaccessoire. ONDERHOUD LET OP: ● Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol, enz. Dit kan leiden tot verkleuren, vervormen of barsten. ● Was de radio niet met water.62 NEDERLANDS TECHNISCHE GEGEVENS Voedingsvereisten Netspanningsadapter 12V DC 2.5A, middenpen positief Batterij UM-3 (AA-formaat) x 2 voor back-up Schuifaccu: 10.8V – 36 V Frequentiebereik FM 87.50-108MHz (0.05MHz/stap) AM (MW) 522-1,710kHz (9kHz/stap) Bluetooth
-woordmerk en -logo’s zijn gedeponeerde handelsmerken in eigendom van Bluetooth SIG, Inc.) Bluetooth-versie 5.0 gecerticeerd Bluetooth-proelen A2DP/SCMS-T/AVRCP Zendvermogen Vermogensklasse 2 Zendbereik Optimaal: Max.10 meter (33 voet) Mogelijk: Max. 30 meter (100 voet) (varieert afhankelijk van gebruiksomstandigheden) Ondersteunde codec SBC Compatibel Bluetooth- proel
Notice-Facile