Combi 743 Q AE Kit - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Combi 743 Q AE Kit STIGA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Combi 743 Q AE Kit - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Combi 743 Q AE Kit van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING Combi 743 Q AE Kit STIGA
Lopend bediende grasmaaier met batterij GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
- Voor het speciek gegeven, verwijst men naar wat aangegeven is op het identicatielabel van de machine.
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, op verschillende wijze ge- kenmerkt, volgens het volgende criterium: OPMERKING OFWEL BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine be- schadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De door een kader van grijze stippen aangegeven para- grafen wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen “voor”, “achter”, “rechts” en “links” hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genum- merd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: 'Zie afbeelding 2.C' of eenvoudig- weg '(Afb. 2.C)'. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en para- grafen. De titel van de paragraaf '2.1 Training' is een onder- titel van '2. Veiligheidsvoorschriften'. De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbetreend nummer. Voor- beeld: “hfdst. 2” of “par. 2.1”
Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedienings- knoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.
- Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kin- deren of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
- Het apparaat mag gebruikt worden door kinderen van minstens 8 jaar oud en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale vaardigheden, of zon- LET OP!: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEI- DING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften.
2.2 Voorafgaande werkzaamheden ......................... 2
2.3 Tijdens het gebruik .............................................. 2
3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik .......... 3
6.1 Voorafgaande werkzaamheden ......................... 6
7.4 Moeren en schroeven voor bevestiging.............. 9
12.1 Voor machines met elektronische besturing .... 10
12.2 Voor machines zonder elektronische besturing 11
der ervaring en zonder de nodige kennis, op voorwaarde dat dit onder toezicht gebeurt of na de nodige instructies verkregen te hebben voor een veilig gebruik van het apparaat en voor het begrijpen van de erbij horende ge- varen. De kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud die door de gebruiker moeten uitgevoerd worden, mogen niet uitgevoerd worden door kinderen die niet onder toezicht staan.
- Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoen ingenomen heeft die een negatieve invloed kunnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht.
- Vervoer geen kinderen of andere passagiers.
- Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorzie- ne gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoorde- lijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
- Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de ge- bruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
- Draag geschikte kledij, stevige werkschoenen met an- tislipzolen en een lange broek. Schakel de machine niet wanneer u geen schoenen draagt of met open sandalen. Draag gehoorbeschermingen.
- Het gebruik van gehoorbeschermers kan het vermogen eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone gebeurt.
- Draag werkhandschoenen voor alle handelingen die ge- vaarlijk kunnen zijn voor de handen.
- Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of dassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen kunnen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
- Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden. Werkzone / Machine
- Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat door de machine weg zou kunnen uitgestoten worden of de maai-inrichting/draaiende organen zou kunnen be- schadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).
- Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ontplong, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistof- fen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genere- ren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
- Werk enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij goede zichtbaarheid.
- Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen moeten onder toezicht van een andere vol- wassene staan.
- Werk niet op nat gras, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wanneer er kans op bliksem bestaat.
- Stel de machine niet bloot aan regen of vochtigheid. Water dat in gereedschap sijpelt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
- Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernis- sen die de zichtbaarheid zouden kunnen beperken.
- Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken. De machine kan omkantelen indien een wiel over de rand gaat of indien de rand inzakt.
- Werk in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de verande- ringen van richting, verzeker ervan een goed steunpunt te hebben, en let er goed op dat de wielen niet op hin- dernissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschuiving of verlies van controle over de machine zouden kunnen veroorzaken.
- Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt. Gedrag
- Let op wanneer u achteruit of achterwaarts rijdt. Kijk achteruit voor en tijdens het achteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
- Loop nooit, maar stap.
- Laat u niet door de grasmaaier trekken.
- Houd altijd de handen en voeten ver van de maai-inrich- ting, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het gebruik van de machine.
- Let op: het snij-element blijft gedurende enkele seconden na zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
- Blijf steeds op afstand van de aaatopening. In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te rich- ten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventu- ele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven. Beperkingen voor het gebruik
- Gebruik de machine nooit wanneer de beveiligingen beschadigd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn (opvangzakken, zijdelingse aaatbescherming, achterste aaatbescherming).
- Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktui- gen niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn.
- De aanwezige veiligheidsinrichtingen/microschakelaars niet uitschakelen, afschakelen, verwijderen of schenden.
- Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine ma- chine om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.
2.4 ONDERHOUD, STALLING
Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de perfor- mance. Onderhoud
- Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden.
- Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de bewegende maai-in- richting en de vaste delen van de machine geklemd geraken.NL - 3 Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aan- gegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd snij-element, een overdreven bewegings- snelheid en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onder- houd van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk. Stalling
- Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.
2.5 ACCU / ACCULADER
BELANGRIJK De hierna volgende veiligheidsnormen vervolledigen de veiligheidsvoorschriften die aangegeven zijn in de specieke handleiding van de accu en van de ac- culader die samen met de machine afgeleverd worden.
- Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fa- brikant aanbevolen acculaders. Een niet geschikte accu- lader kan leiden tot elektroshock, oververhitting of lekken van de corrosieve vloeistof van de accu.
- Gebruik enkel de specieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu's kan leiden tot letsels en risico op brand.
- Verzeker u ervan dat het toestel uitgeschakeld is vooral- eer er een accu in te plaatsen. Een accu in een elektrisch toestel plaatsen kan brand veroorzaken.
- Houd de niet gebruikte accu ver van kantoorklemmetjes, muntstukken, sleutels, spijkers of andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.
- Gebruik de acculader niet in een omgeving waar er stoom aanwezig is, met ontvlambare materialen of op gemak- kelijk ontvlambare oppervlakten zoals papier, stof, enz. Tijdens het opladen, wordt de accu opgewarmd en zou brand kunnen veroorzaken.
- Tijdens het vervoer van de accu’s, moet men er op letten dat de contacten onderling niet in contact komen, en dat er geen metalen houders gebruikt worden voor het vervoer.
2.6 BESCHERMING VAN DE OMGEVING
De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.
- Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet 's ochtends vroeg of 's avonds laat wanneer dit andere personen zou kunnen storen).
- Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwer- ken van de verpakking, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcen- tra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materi- alen zullen verzorgen.
- Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
- Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen. Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huishoudelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/UE inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkomstig de nati- onale wetgeving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoelein- den. Indien de elektrische apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Voor meer informatie over de afdanking van dit product, contacteer de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huis- houdelijk afval of raadpleeg uw Verkoper. Aan het einde van hun levensduur, moet men de accu's met de nodige zorg voor het milieu afdanken. De accu bevat materialen die gevaar- lijk zijn voor U en voor de omgeving. Ze moet ver- wijderd worden en gescheiden ingezameld wor- den nabij een structuur die lithium-ion-accu's aanvaardt. De gescheiden inzameling van gebruikte pro- ducten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het herge- bruik van gerecycled materiaal helpt de vervuiling van het milieu te voorkomen en vermindert de vraag naar grondstoen.
BRUIK Deze machine is een lopend bediende grasmaaier. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een maai-inrichting aanschakelt die beschermd is door een car- ter, voorzien van wielen en een handgreep. De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando’s bedienen terwijl hij steeds achter de handgreep blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende maai-in- richting. Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen de motor en de maai-inrichting na enkele seconden stil.
3.1.1 Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd om gras te maaien (en op te vangen) in tuinen en grasrijke gebieden in het bij- zijn van een wandelende bediener. Deze machine kan, in het algemeen:
1. Het gras maaien en het opvangen in de opvangzak.
2. Het gras maaien en het achteraan achterlaten op het
3. Het gras maaien en het zijdelings achterlaten (indien
4. Het gras maaien, het jnmalen en het op het gazon
achterlaten (eect “mulching” - indien voorzien). Het gebruik van bijzonder toebehoren, voorzien door de Fa- brikant als oorspronkelijke uitrusting of afzonderlijk aan te kopen, staat toe dit werk uit te voeren volgens de verschil- lende werkwijzen die in deze handleiding of in de instructies die met het toebehoren geleverd worden, beschreven zijn.
3.1.2 Onjuist gebruik
Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken.NL - 4 De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bij- voorbeeld, maar niet uitsluitend): – Andere personen, kinderen of dieren op de machine vervoeren, aangezien deze zouden kunnen vallen en ernstige letsels zouden kunnen opdoen of de veiligheid van de rit in het gedrang zouden kunnen brengen. – Zich door de machine laten vervoeren. – De machine gebruiken voor het aanslepen of aanduwen van een last. – De maai-inrichting aanschakelen op zones zonder gras. – Gebruik van de machine voor het verzamelen van bladeren of afval. – De machine gebruiken voor het knippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatie dan gras. – De machine gebruiken door meer dan één persoon tegelijk. BELANGRIJK Onjuist gebruik van de machine maakt de garantie en elke aansprakelijkheid van de Fabrikant ongel- dig; in dit geval is de gebruiker zelf aansprakelijk voor scha- de of letsel die hij/zij of anderen door dit gebruik oplopen.
3.1.3 Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor "gebruik als hobby". BELANGRIJK De machine mag door niet meer dan één bediener worden gebruikt.
3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het ge- drag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen: Let op. Lees de aanwijzingen door alvo- rens de machine te gebruiken. Gevaar! Risico op wegschietende voor- werpen. Houd de personen tijdens het gebruik buiten de werkzone. Alleen voor grasmaaier met verbrandings- motor. Alleen voor elektrische grasmaaiers met netvoeding. Alleen voor elektrische grasmaaiers met netvoeding. Gevaar! Gevaar voor snijwonden. Bewegend maaimechanisme. Steek uw handen of voeten niet in de behuizing van het maaimechanisme. Let op de scherpe maai-inrichting. Steek uw handen of voeten niet in de holte van de maai-inrichting. De maai-inrichting blijft ook na het uitschakelen van de motor draaien. Verwijder de contactsleutel (uitschakelin- richting) vòòr het onderhoud. BELANGRIJK Beschadigde of onleesbaar geworden la- bels dienen te worden vervangen. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.
3.3 IDENTIFICATIELABEL
Het identicatielabel geeft de volgende gegevens aan (afb.1).
2. CE-conformiteitsteken.
6. Naam en adres van de fabrikant.
8. Maximale snelheid voor de werking van de motor.
10. Spanning en frequentie voeding.
Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens aange- geven op het identicatielabel van het product wanneer u contact opneemt met de geautoriseerde werkplaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van conformiteit bevindt zich op de laatste pagina's van de handleiding.
3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
De machine is samengesteld uit de volgende hoofdonder- delen, met de volgende functies (afb.1.0): A. Chassis: dit is de carter die de draaiende maai-in- richting omvat. B. Motor: levert de beweging van de maai-inrichting en van de tractie aan de wielen (indien voorzien). C. Maai-inrichting: dit is het element dat het gras maait. D. Bescherming van aaat achteraan: dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele voorwer- pen, die door de maai-inrichting meegenomen worden, ver van de machine weg kunnen schieten. E. Bescherming van zijdelingse aaat: dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele voorwer- pen, die door de maai-inrichting meegenomen worden, ver van de machine weg kunnen schieten. F. Zijdelingse aaatdeector (indien voorzien): naast de functie van het gemaaide gras zijdelings aaten op het gazon, betreft het een veiligheidsele- ment dat er voor zorgt dat eventuele voorwerpen opgevangen door de maai-inrichting niet ver van de machine worden weggeslingerd. G. Opvangzak: naast de functie van het opvangen van het gemaaide gras, betreft het een veiligheid- selement dat er voor zorgt dat eventuele voorwer- pen opgevangen door de maai-inrichting niet ver van de machine worden weggeslingerd. H. Steel: dit is de werkpositie van de bediener. Dank zij de lengte van de steel, kan de bediener tijdens het werk steeds op een veiligheidsafstand van de draaiende maai-inrichting blijven.NL - 5
in/uit. N. Acculader- leverd, zie hfdst. 13 “op aanvraag leverbare ac-
opladen van de accu. Houd u strikt aan de aanwijzingen en veiligheids- regels opgevoerd in hfdst. 2.
volgende instructies. De machine moet op een vlakke en solide ondergrond worden uitgepakt en gemonteerd, met voldoende bewe- gingsruimte voor machine en verpakking. Gebruik de machi- ne niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.
Alvorens de montage uit te voeren, moet men na- gaan of de veiligheidssleutel niet in zijn zitting geplaatst is.
De sleutel (afb.8.A), die zich binnenin de holte van de accu
Verwijder de contactsleutel elke keer wanneer u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat.
Deze bevindt zich voor de steel. Afb.9.C) en breng de hendel in
De inschakeling van de maai-inrichting is enkel mogelijk wanneer de veiligheidsknop aan de rechter kant van de steel en de hendel aanwezigheid bediener te- gen de steel gedrukt wordt.
OPMERKING De inschakeling van de machine is enkel mogelijk als de aanwezig- heidscontrolehendel en de tractiehendel zijn losgelaten. OPMERKING Indien de machine niet gebruikt wordt, gaat de LED na 15 seconden uit en moet men de hiervoor vermeldde han- deling herhalen.
OPMERKING De inschakeling van de maai-inrichting is enkel mogelijk wanneer de hendel aanwezigheid operator tegen de steel gedrukt wordt (zie par. 6.3).
5.2.3 Aandrijfhendel
BELANGRIJK De start van de motor moet altijd ge- beuren wanneer de tractie niet is ingeschakeld. Deze hendel schakelt de aandrijving aan de wielen in en staat de voortbeweging van de machine toe. Deze bevindt zich achter de steel. Tractie ingeschakeld. De vooruitbewe- ging van de grasmaaier gebeurt wanneer de hendel tegen de handgreep wordt geduwd (Afb.9.B). De vooruitbeweging van de grasmaaier wordt gestopt wanneer de hendel wordt losgelaten. BELANGRIJK De machine niet achteruit trekken bij ingeschakelde aandrijving. Voor bepaalde modellen kan de voortbewegingssnel- heid ingesteld worden via de keuzeknop aan de rechter kant van de steel (afb.10.C). Men kan 6 verschillende snelheidsniveaus kiezen.
1. Maximumsnelheid (ongeveer 5 Km/h).
2. Minimumsnelheid (ongeveer 2,5 Km/h).
OPMERKING Het laatst gekozen snelheidsniveau blijft ook na de uitschakeling van de machine ingesteld.
De functie “ECO” staat toe energie te besparen tijdens het grasmaaien, en zo de autonomie van de accu te ver- beteren. Om de functie “Eco” in of uit te schakelen, drukt men op de toets (afb.10.D). Deze functie wordt steeds uitgeschakeld wanneer men de hendels aanwezigheid bediener loslaat. OPMERKING_ Men raadt het gebruik van de functie “ECO” af bij moeilijke maaicondities (maaien met dicht, hoog, vochtig gras).
5.3 AFSTELLING VAN DE MAAIHOOGTE
Door het chassis omlaag of omhoog te brengen, kan het gras op verschillende hoogtes gemaaid worden. Doe dit enkel wanneer het maaimechanisme stil staat. De hoogteverstelling van de maaihoogte gebeurt aan de hand van de daarvoor bestemde hendel (afb.11.A) die de chassis omhoog of omlaag brengt tot op de gewenste positie.
6. GEBRUIK VAN DE MACHINE
BELANGRIJK Voor de instructies betreende accu's en de lader wordt verwezen naar de relatieve handleiding.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Controleer dat de contactsleutel niet in zijn houder zit. Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein.
6.1.1 Controle van de accu
Alvorens de machine voor de eerste keer te gebruiken na de aankoop, moet men de accu volledig opladen, volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu. Controleer, vòòr ieder gebruik, de status van de accu vol- gens de aanwijzingen in de handleiding van de accu.
6.1.2 Voorbereiding van de machine voor het werk
OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verschillende wijzen maaien. a. Voorbereiding voor het maaien en opvangen van het gras in de opvangzak:
1. Voor modellen met afvoer aan zijkant: controleer
dat de beveiliging (Afb. 12.A) omlaag is gebracht en wordt geblokkeerd door de veiligheidshendel (Afb. 12.B).
2. De opvangzak inschuiven (Afb.12.C).
b. Voorbereiding voor het maaien en de aaat ach- teraan van het gras op het terrein:
1. Til de beveiliging van de afvoer achterzijde (Afb.13.A)
op en monteer de blokkeerpen (Afb.13.B).
2. Voor modellen met mogelijkheid tot zijdelingse afvoer:
controleer dat de beveiliging (Afb. 13.C) omlaag is gebracht en wordt geblokkeerd door de veiligheids- hendel (Afb. 13.B). Om de blokkeerpen te verwijderen: zie Afb.13.A/B. c. Voorbereiding voor het maaien en jnmalen van het gras (functie “mulching”): Til de bescherming van de aaat achteraan (Afb.14.A) op en plaats de dop van de deector (Afb.14.B) in de aaatope- ning door hem lichtjes geheld naar rechts te houden; beves- tig ze daarna door de twee pinnen (Afb.14.B.1) in de voor- ziene openingen te plaatsen, tot een klik wordt gehoord. Voor modellen met mogelijkheid tot zijdelingse afvoer: controleer dat de zij-beveiliging (Afb. 14.C) omlaag is gebracht en wordt geblokkeerd door de veiligheidshendel (Afb.14.D). d. Voorbereiding voor het maaien en de zijdelingse aaat van het gras op het terrein:
1. Til de bescherming van de aaat achteraan (Afb.15.A)
op en plaats de dop van de deector (Afb.15.B) in de aaatopening door hem lichtjes geheld naar rechts te houden; bevestig ze daarna door de twee pinnen (Afb.15.B.1) in de voorziene openingen te plaatsen, tot een klik wordt gehoord.
2. Druk zachtjes op de veiligheidshendel (Afb.15.C) en hef
de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.15.D).
3. Plaats de zijdelingse aaatdeector (Afb.15.E).
4. Sluit de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.15.D) zo-
danig dat de beveiliging voor de zij-afvoer (Afb.15.E) wordt vastgezet. Om de geleidedop voor de zij-afvoer te verwijderen:
5. Druk zachtjes op de veiligheidshendel (Afb.15.C) en
hef de beveiliging van de zij-afvoer (Afb.15.D).NL - 7
6. Maak de geleider voor de zij-afvoer los (Afb.15.E).
6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES
Voer vóór het gebruik altijd een veiligheidscontrole uit.
6.2.1 Veiligheidscontrole voor elk gebruik
- Controleer de goede staat en juiste montage van alle ma- chine-onderdelen;
- vergewis u ervan dat alle bevestigingsschroeven goed zijn aangedraaid;
- houd alle machine-oppervlakken schoon en droog.
6.2.2 Test werking van de machine
2. Laat de hendel aan-
wezigheid operator los (Afb.21.A).
1. Het maaimechanisme
2. De hendel moet auto-
matisch en snel naar de neutrale stand terugkeren, de motor moet stilvallen en de maai-inrichting moet binnen enkele secon- den stoppen.
2. Laat de hendel van de
1. De wielen doen de ma-
2. De wielen stoppen en
de machine stopt de voortbeweging. Rijtest Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluid. Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Richt u tot een dienstencentrum voor de nodige controles en herstelling.
OPMERKING Start de machine op een vlakke onder- grond zonder hindernissen of hoog gras.
1. Open het luikje voor toegang tot de accuholte
en druk deze helemaal naar beneden totdat u de "klik" hoort die de accu vergrendelt en zorgt voor elektrisch contact.
3. Steek de veiligheidssleutel goed in zijn zitting
(afb.17.A). Draai de sleutel op “ON”, waar voorzien.
4. Hersluit het luikje volledig.
5. Druk op de startknop, als het model hiervan is
voorzien (Afb. 18.A). De LED blijft 15 seconden ingeschakeld.
6. Schakel de maai-inrichting in door eerst de veilig-
heidsknop (Afb.19.A) in te drukken, en daarna de hendel aanwezigheid operator (Afb.19.B).
7. Om de aandrijving in te schakelen, moet de hendel
achteraan de steel (Afb.19.C) ingedrukt worden.
BELANGRIJK Behoud tijdens het werk steeds de vei- ligheidsafstand ten opzichte van het maaimechanisme, die overeenstemt met de lengte van de steel. De autonomie van de accu's (en dus de oppervlakte van de gazon die bewerkt kan worden alvorens weer op te laden) wordt beïnvloed door verschillende factoren, beschreven in (par. 7.2.1). Tijdens het gebruik wordt de lading van de accu’s weergegeven (percentage van de overgebleven lading) (Afb.10.E). | BELANGRIJK | Indien de motor tijdens het werk stopt wegens oververhitting, moet men 5 minuten wachten voor- aleer deze weer op te starten.
6.4.1 Het gras maaien
1. Start de voortbeweging en het maaien van de met
2. Pas de vooruitbewegingssnelheid en de maaihoog-
te aan (par 5.3) aan de toestand van het grasveld (hoogte, dichtheid en vochtigheid van het gras) en aan de hoeveelheid verwijderd gras. Voor de modellen met tractie (par. 5.2.3): Er wordt aanbevolen om niet te maaien op terreinen die een hel- ling hebben van meer dan 15°.
3. Het gazon zal er beter uitzien als het steeds op de-
zelfde hoogte en afwisselend in de twee richtingen gemaaid wordt (afb.20). In geval van zijdelingse aaat: er wordt aanbevolen om een traject te volgen zodat geen gemaaid gras wordt ach- tergelaten op het gazon dat nog moet gemaaid worden. In geval van “mulching” of aaat achteraan van het gras:
- Vermijd steeds grote hoeveelheden gras af te snijden. Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte van het gras in een enkele beurt (afb.20).
- Houd het chassis steeds goed schoon (par. 7.3.1).
6.4.2 Opvangzak leegmaken
In geval van opvangzak met inrichting voor de sig- nalering van de inhoud: Hoog = leeg. Laag = vol *. *de opvangzak is vol en dient geledigd te worden. Om de opvangzak te verwijderen en leeg te maken:
1. wacht tot het maaimechanisme stilvalt;
2. verwijder de opvangzak (Afb.25.A).
Laat de hendel aanwezigheid operator los (Afb.21.A).
2. Druk op de startknop, als het model hiervan is
voorzien (Afb. 18.A).NL - 8
3. Wachten tot de maai-inrichting stilvalt.
Na de machine stopgezet te hebben, moet men enkele seconden wachten vooraleer het maaimechanisme tot stilstand komt. BELANGRIJK Schakel de machine altijd uit.
- Tijdens verplaatsingen tussen werkzones.
- Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras.
- Elke keer wanneer men een hindernis moet overkomen.
- Vooraleer de snijhoogte af te stellen.
- Elke keer dat de opvangzak wordt verwijderd of gemonteerd.
- Elke keer dat de zijdelingse aaatdeector wordt verwijderd of ge- monteerd (indien voorzien).
2. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem
eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast. BELANGRIJK Verwijder de contactsleutel elke keer wanneer u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat.
De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten wor- den, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:
- Zet de machine stil.
- Verwijder de veiligheidssleutel (laat de sleutel nooit in de houder zitten en houd hem buiten het bereik van kinderen en ongeschikte personen).
- Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
- Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke wille- keurige ruimte op te bergen.
- Lees de desbetreende instructies.
- Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een bescher- mende bril.
- De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud". Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te laten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de tijden waarop ze uitgevoerd moeten worden. Voer de desbetreende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
- Het gebruik van niet originele of niet correct gemonteerde wissel- stukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade, letsels of ongevallen veroorzaakt door die producten.
- De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseer- de dienstencentra en wederverkopers. BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitge- voerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.
De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de gazon die bewerkt kan worden alvorens de accu weer op te laden) hangt hoofdzakelijk af van: a. Omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere energiebehoefte: – Maaien bij dik, hoog, vochtig gras. b. Maaibreedte van de machine ; hoe groter de maai- breedte, hoe groter de energiebehoefte. c. Gedrag van de bediener, die de volgende punten moet vermijden: – De machine vaak aan- en uit te schakelen tijdens het werken. – Een te lage maaihoogte ten opzichte van de condities van het gras. – Een te hoge voortbewegingssnelheid vergeleken met de hoeveelheid gras die gemaaid moet worden. OPMERKING Tijdens het werk, is de accu tegen volledige ont- lading beschermd door een beschermingssysteem dat de machine uitschakelt en de werking ervan blokkeert. Om de autonomie van de accu te optimaliseren, raadt men aan: – Het gras te maaien wanneer de gazon droog is. – Het gras vaak te maaien om te vermijden dat het tè hoog groeit. – Een hogere maaihoogte in te stellen wanneer het gras hoger staat en een tweede maaibeurt uit te voeren op een lagere hoogte. – De machine niet te gebruiken in de functie "mulching" bij heel hoog gras. – De functie “Eco” gebruiken (par. 5.2.4). Indien men de machine met langere werkbeurten wenst te gebruiken dan wat mogelijk is met de standaard-accu, kan men: – Een tweede standaard-accu kopen om de platte accu onmiddellijk te vervangen, zonder de continuïteit in het gedrang te brengen. – Een accu kopen met grotere autonomie dan de standaard-accu (par. 13.2).
7.2.2 Verwijdering en opladen van de accu
1. Open het toegangsluik naar het accucompartiment en verwijder
de veiligheidssleutel.
2. Druk op de knop op de accu (Afb.22.A) en verwijder ze
3. Plaats de accu (afb.23.B) in de zitting van de acculader
4. Verbind de acculader aan een stopcontact, met een spanning
die overeenstemt met wat aangegeven is op het plaatje.
5. Laad de accu volledig op en volg hierbij de aanwijzingen die in
het instructieboekje van de accu /acculader aangegeven zijn. OPMERKING De accu is voorzien van een bescherming die de herlading ervan verhindert indien de omgevingstemperatuur niet tussen 0 en +45°C is. OPMERKING De accu kan op eender welk moment, ook ge- deeltelijk, opgeladen worden, zonder risico op beschadiging.
1. Verwijder de accu uit zijn zitting in de acculader (vermijd de accu
te lang in de oplader te laten, na vervollediging van de lading).
2. Ontkoppel de acculader van het elektrisch netwerk.
3. Open het luikje voor toegang tot de accuholte (afb.24.A), plaats
de accu (afb.24.B) in zijn zitting door deze er stevig in te duwen tot u de “klik” hoort die de accu in zijn positie blokkeert en het elektrisch contact verzekert. Hersluit het luikje volledig.NL - 9
Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende aanwij- zingen.
7.3.1 Reiniging van de machine
- Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij zijn van afval.
- Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken (afb.26).
- Gebruik geen agressieve vloeistoen om het chassis te reinigen.
- Houd de motor vrij van gewasresten, bladeren of overtollig vet om brandrisico te vermijden.
- Houd de hendels, de display en de knoppen altijd vrij van resten.
7.3.2 Reiniging van de snijgroep
Verwijder grasresten en opgezamelde aarde binnenin het chassis. In geval van zijdelingse aaat: verwijder de aaatde- ector (indien gemonteerd - par. 6.1.2d.).
7.3.3 Reiniging van de opvangzak (Afb.27.A /B)
7.4 MOEREN EN SCHROEVEN VOOR BEVESTIGING
Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt.
Het lterelement moet altijd goed schoon gehouden worden. Ga als volgt te werk:
1. Reinig de zone rond het rooster van de luchtlter.
2. Verwijder het rooster (afb.28.A) door de schroef
(afb.28.B) los te draaien.
3. Verwijder het lterelement (afb.31.A).
4. Blaas op de lter of was hem in water (Afb.29.A) om
stof en afval te verwijderen.
5. Plaats het lterelement (Afb.29.A) opnieuw in de
zitting, hermonteer het rooster en draai de schroef vast (Afb.28.A) en (Afb.28.B).
- Stevige werkhandschoenen dragen.
- De machine vastnemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht.
- Een beroep doen op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heen.
8. BUITENGEWOON ONDERHOUD
Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:
- Zet de machine stil.
- Verwijder de veiligheidssleutel (laat de sleutel nooit in de houder zitten en houd hem buiten het bereik van kinderen en ongeschikte personen).
- Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
- Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
- Lees de desbetreende instructies.
- Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermen- de bril.
Een botte maai-inrichting rukt het gras uit een veroorzaakt de verge- ling van het gazon. Raak de maai-inrichting niet aan totdat de sleutel verwij- derd is en de maai-inrichting volledig stilstaat. Alle handelingen die betrekking hebben op de maai-in- richtingen (demontage, slijpen, in balans brengen, herstelling, hermontage en/of vervanging) vergen een specieke vaardig- heid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheids- overwegingen moeten deze handelingen daarom steeds uitge- voerd worden in een Gespecialiseerd centrum. Laat de beschadigde, geplooide of versleten maai-inrich- tingen steeds als geheel vervangen, samen met de schroeven, om de balans te behouden. BELANGRIJK Gebruik steeds originele maaimechanismen, met de code als aangegeven in de tabel “Technische Gegevens”. Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen de maai-inrichtin- gen aangegeven in de "Technische Gegevens" in de loop van de tijd vervangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid.
Wanneer de machine gestald moet worden:
1. Laat de motor afkoelen.
2. Verwijder de contactsleutel.
3. Reinig de machine (par. 7.3).
4. Controleer de integriteit van de machine.
5. Berg de machine op:
- In een droge ruimte.
- Beschermd tegen slechte weersomstandigheden.
- Buiten bereik van kinderen.
- Na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben.
9.2 STALLING VAN DE ACCU
De accu moet in op een schaduwrijke, frisse plaats bewaard worden, waar er geen vochtigheid is. OPMERKING In geval van langdurige inactiviteit moet men de ac- cu's om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlengen.
10. HANTERING EN TRANSPORT
Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of over- geheld moet worden, moet men:
- De machine uitschakelen (par. 6.5) en wachten tot alle bewegende delen stilstaan.
- Stevige werkhandschoenen dragen.
- De machine vastnemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht.
- Een beroep doen op een toereikend aantal personen die het ge- wicht van de machine kunnen heen.
- U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine geen schade of letsels veroorzaken. Wanneer men de machine met een wagen of aanhangwagen ver- voert, moet men:
- Opritten gebruiken met geschikte weerstand, breedte en lengte.
- De machine laden met de motor uitgeschakeld, en ze op de oprit duwen met behulp van een geschikt aantal personen.
- De snijgroep omlaag brengen.
- De machine zo plaatsen dat deze geen gevaar veroorzaakt.
- Ze stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of ket- tingen om te vermijden dat ze kantelt.NL - 10
Ingreep Frequentie Opmer- kingen MACHINE Controle van alle bevestigingen; veiligheidscontroles / controle van de bedieningselementen; Controle van de beveiligingen van de afvoer achterzijde / zij-afvoer; controle van de opvang- zak en de geleider van de zij-afvoer; controle van het maaimechanisme. Vóór het gebruik par. 6.2 Algemene reiniging en controle; controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum. Aan het einde van ieder gebruik par. 7.3 Vervanging maaimechanisme - par. 81 *** Controle van de staat van de lading van de accu Voor eender welk gebruik
Herlading van de accu Aan het einde van ieder gebruik par. 7.2.2 * Reiniging van de luchtlter Eenmaal per maand par. 7.5
- Raadpleeg de handleiding van de accu/acculader. ** Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moet uitgevoerd worden *** Handeling die uitgevoerd moet worden bij de eerste tekens van slechte werking
Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
wordt ingedrukt, wordt de LED niet ingeschakeld. Contactsleutel ontbreekt of niet correct geplaatst. Steek de sleutel in (par. 6.3). Veiligheidssleutel niet op “OFF” ge- plaatst. Plaats de veiligheidssleutel op “ON” (par. 6.3). Geen accu of accu niet correct geplaatst. Open het luikje en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). Accu plat. Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2). Combinatie van accu's niet correct. Controleer de correcte combinatie van de ac- cu's volgens de instructies in de tabel “Techni- sche Gegevens”.
2. Wanneer de startknop
wordt ingedrukt, wordt de LED niet ingeschakeld en de machine produceert een geluidssignaal. Interne afwijking van de motor. Verwijder de contactsleutel en contacteer een Dienstencentrum voor controle, vervanging of herstelling.
3. De motor stopt tijdens het
werk. Accu niet correct geplaatst. Open het luikje en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). Accu plat. Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2).
4. Licht de gevaar-led
(Afb.30.A) op en de machine produceert een geluidssignaal. Snij-inrichting geblokkeerd. Stop de machine, verwijder de contactsleutel, draag werkhandschoenen. Controleer en verwijder eventuele verklemmin- gen onderaan de machine (par. 7.3.2) die de rotatie van de maai-inrichting verhinderen. Indien het probleem aanhoudt, contacteer dan een Dienstencentrum voor controle, vervangin- gen of herstellingen (par. 8.1). Storing van de machine Verwijder de contactsleutel en contacteer een Dienstencentrum voor controle, vervanging of herstelling.
6. Het maaien verloopt moei-
zaam. Het maaimechanisme is niet in goede staat. Contacteer een dienstencentrum voor het bijslij- pen en vervangen van het maaimechanisme.
7. Men hoort overdreven
geluiden en/of trillingen tijdens het werk. Bevestiging van het maaimechanisme losgekomen of maaimechanisme be- schadigd. Stop de motor onmiddellijk en verwijder de contactsleutel. Contacteer een dienstencentrum voor controle, vervangingen of herstellingen (par. 8.1).
8. Kleine autonomie van de
accu. Zware gebruiksconditie met grotere stroomabsorptie. Optimaliseer het gebruik (par. 7.2.1). Accu niet voldoende voor de werkbe- hoeften. Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 13.2).
9. De acculader laadt de
accu niet op. Accu niet correct geplaatst in de accu- lader. Controleer of de accu correct geplaatst is (par.
Niet geschikte omgevingscondities. Herlaad de accu in een omgeving met geschik- te temperatuur (zie handleiding van de accu/ acculader). Vuile contacten. Reinig de contacten. Geen spanning aan de acculader. Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact. Defecte acculader. Vervangen met een origineel wisselstuk. Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader.
12.2 VOOR MACHINES ZONDER ELEKTRONISCHE BESTURING
Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
1. Wanneer de schakelaar
wordt geactiveerd, wordt de motor niet gestart Contactsleutel ontbreekt of niet correct geplaatst. Steek de sleutel in (par. 6.3). Veiligheidssleutel niet op “OFF” ge- plaatst. Plaats de veiligheidssleutel op “ON” (par. 6.3). Geen accu of accu niet correct geplaatst. Open het luikje en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). Accu plat. Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2). Combinatie van accu's niet correct. Controleer de correcte combinatie van de ac- cu's volgens de instructies in de tabel “Techni- sche Gegevens”.
2. De motor wordt stilgelegd
en de machine produceert een geluidssignaal. Accu niet correct geplaatst. Open het luikje en verzeker u ervan dat de accu juist geplaatst is (par. 7.2.3). Accu plat. Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2). Ingreep van de thermische bescherming wegens oververhitting van de motor. Wacht minstens 5 minuten en herstart dan de machine. Snij-inrichting geblokkeerd. Stop de machine, verwijder de contactsleutel, draag werkhandschoenen. Controleer en verwijder eventuele verklemmin- gen onderaan de machine (par. 7.3.2) die de rotatie van de maai-inrichting verhinderen. Indien het probleem aanhoudt, contacteer dan een Dienstencentrum voor controle, vervangin- gen of herstellingen (par. 8.1). Storing van de machine Verwijder de contactsleutel en contacteer een Dienstencentrum voor controle, vervanging of herstelling.
3. Het maaien verloopt moei-
zaam. Het maaimechanisme is niet in goede staat. Contacteer een dienstencentrum voor het bijslij- pen en vervangen van het maaimechanisme.NL - 12
4. Men hoort overdreven
geluiden en/of trillingen tijdens het werk. Bevestiging van het maaimechanisme losgekomen of maaimechanisme be- schadigd. Stop de motor onmiddellijk en verwijder de contactsleutel. Contacteer een dienstencentrum voor controle, vervangingen of herstellingen (par. 8.1).
5. Kleine autonomie van de
accu. Zware gebruiksconditie met grotere stroomabsorptie. Optimaliseer het gebruik (par. 7.2.1). Accu niet voldoende voor de werkbe- hoeften. Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 13.2).
6. De acculader laadt de
accu niet op. Accu niet correct geplaatst in de accu- lader. Controleer of de accu correct geplaatst is (par.
Niet geschikte omgevingscondities. Herlaad de accu in een omgeving met geschik- te temperatuur (zie handleiding van de accu/ acculader). Vuile contacten. Reinig de contacten. Geen spanning aan de acculader. Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact. Defecte acculader. Vervangen met een origineel wisselstuk. Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader.
Snijd het gemaaide gras jn en laat het op het gazon lig- gen, als alternatief voor de opvang in de zak (voor machi- nes die hiervoor voorzien zijn) (Afb.31).
Er zijn accu's met verschillende vermogens beschikbaar, aangepast aan specieke operationele vereisten (afb.32). De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel 'Technische Gegevens'.
Inrichting die gebruikt wordt voor het opladen van de accu (afb.33).NO - 1
EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)
2. Verklaart onder zijn eigen
verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu
3. Voldoet aan de specificaties van de
richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type
4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen
g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen
n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original)
EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)
2. Verklaart onder zijn eigen
verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu
3. Voldoet aan de specificaties van de
richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type
4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen
g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen
n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original)
EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)
2. Verklaart onder zijn eigen
verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu
3. Voldoet aan de specificaties van de
richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type
4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen
g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen
n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original)
EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)
2. Verklaart onder zijn eigen
verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: accu
3. Voldoet aan de specificaties van de
richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type
4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen
g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen
n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum
Notice-Facile