BAS 318 Precision - Zaag METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BAS 318 Precision METABO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BAS 318 Precision METABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BAS 318 Precision - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BAS 318 Precision van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING BAS 318 Precision METABO
Originele gebruikaanwijzing
1. Conformiteitsverklaring
4. Algemene veiligheidsinstructies
6. Uitpakken, plaatsen, montage en transport
7. Het apparaat in detail
10. Service en onderhoud
Wij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoording dat: deze lintzagen, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Testrapport *4), Testende instantie van afgifte *5), Technische documentatie bij *6) - zie pagina 4. Deze gebruiksaanwijzing werd zodanig opgesteld, dat u snel en veilig met uw apparaat kunt werken. Hier een kleine handleiding voor het lezen van deze gebruiksaanwijzing: – Lees deze gebruiksaanwijzing vóór de inbedrijfstelling helemaal door. Neem vooral de veiligheidsinstructies in acht. – Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met technische basiskennis in de omgang met apparaten zoals het hier beschreven apparaat. Wanneer u geen enkele ervaring heeft met dergelijke apparaten, moet u eerst een beroep doen op de hulp van ervaren personen. – Bewaar alle bij dit apparaat geleverde documentatie, zodat u deze indien nodig kunt raadplegen. Bewaar het aankoopbewijs voor eventuele garantieclaims. – Wanneer u het apparaat uitleent of verkoopt, dient u alle meegeleverde documenten van het apparaat mee te geven. – De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat, omdat de gebruiksaanwijzing niet in acht werd genomen. De informatie in deze gebruiksaanwijzing is als volgt gekenmerkt: Gevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade. Gevaar voor een elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door elektrische schok. Intrekgevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door meetrekken van lichaamsdelen of kleding. Let op! Waarschuwing voor materiële scha- de. Opmerking: Aanvullende informatie. De lintzaag is geschikt voor het zagen van hout, kunststoffen, non-ferro metalen (geen hardstaal of gehard metaal). Het zagen van ronde werkstukken loodrecht op de draaias is uitsluitend toegestaan als het werkstuk stevig vastgezet wordt. Ronde werkstukken hebben de hoek door de roterende beweging van het zaagblad los te komen. Bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken moet een geschikte aanslag gebruikt worden om een veilige geleiding te garanderen. Ieder ander gebruik geldt als niet doelmatig gebruik. Voor schade door foutief gebruik aanvaardt de fabrikant geen verantwoordelijkheid. Een ombouw van het apparaat of het gebruik van onderdelen die niet gekeurd en vrijgegeven zijn door de fabrikant kunnen tijdens het gebruik onvoorzienbare beschadigingen veroorzaken. Let op! Bij het gebruik van elektrisch gereedschap dienen ter bescherming tegen een elektrische schok en het risico van letsel en brand de volgende principiële veiligheidsmaatregelen te worden genomen. Neem bij gebruik van dit apparaat de volgende veiligheidsvoorschriften in acht om gevaar voor personen of materiële schade te voorkomen. Neem de bijzondere veiligheidsinstructies in de betreffende hoofdstukken in acht. Neem eventueel geldende wettelijke richtlijnen of voorschriften ter preventie van ongevallen bij de omgang met lintzagen in acht. Algemeen gevaar! Houd uw werkplek schoon – een wanordelijke werkplek kan ongevallen tot gevolg hebben. Wees aandachtig. Let op wat u doet. Ga verstandig te werk. Gebruik het apparaat niet wanneer u niet geconcentreerd bent. Houd rekening met omgevingsinvloeden. Zorg voor een goede verlichting. Zorg voor een goede lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en let er vooral op dat u altijd goed in evenwicht bent. Gebruik geschikte oppervlakken voor het zagen van lange werkstukken. Gebruik het apparaat niet in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of gassen. Het apparaat mag alleen ingeschakeld en gebruikt worden door personen die vertrouwd zijn met lintzagen en de gevaren bij de omgang ermee. Personen beneden de 18 jaar mogen dit apparaat slechts bedienen in het kader van een beroepsopleiding en onder het voortdurend toezicht van een ervaren leraar. Let erop dat zich geen onbevoegde personen, vooral geen kinderen, in de gevarenzone begeven. Zorg ervoor dat geen andere personen het apparaat of het snoer aanraken. Zorg dat u het apparaat niet overbelast – gebruik dit apparaat uitsluitend binnen het in de technische gegevens vermelde vermogensbereik. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger. Gevaar door elektrische stroom! Stel dit apparaat niet bloot aan regen. Gebruik dit apparaat niet in een vochtige of natte omgeving. Vermijd dat u tijdens werkzaamheden met dit apparaat in contact komt met geaarde elementen (zoals bijv. radiatoren, buizen, ovens, koelkasten). Gebruik het snoer niet voor doeleinden waarvoor het niet bedoeld is. De stekker uit het stopcontact halen voordat er instellings-, ombouw- of onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd of als het apparaat niet wordt gebruikt. Verwondingsgevaar aan bewegende delen! Neem dit apparaat nooit in gebruik zonder gemonteerde veiligheidsvoorzieningen. Houd steeds voldoende afstand tot het zaaglint. Gebruik desnoods geschikte invoerhulpmiddelen. Houd tijdens het gebruik voldoende afstand tot aangedreven onderdelen. Wacht tot het zaaglint stilstaat voor u kleine werkstukdelen, houtresten enz. uit het werkbereik verwijdert. Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze tijdens het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Probeer het uitlopende zaaglint nooit af te remmen door er zijdelings tegenaan te drukken. Controleer of het apparaat gescheiden is van het stroomnet alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. Zorg dat er zich bij het inschakelen (bijvoorbeeld na onderhoudswerkzaamheden) geen montagegereedschap of losse onderdelen meer in het toestel bevinden.
Trek de stekker uit het stopcontact wanneer het apparaat niet gebruikt wordt. Gebruik het apparaat nooit, wanneer de stroomkabel beschadigd is. Er bestaat gevaar op een elektrische schok. Laat een beschadigd stroomkabel direct door een elektricien vervangen. Controleer regelmatig de verlengsnoeren regelmatig en vervang deze bij beschadiging. Gebruik alleen verlengsnoeren die ook voor toepassingen in de buitenlucht toegelaten en als zodanig gemarkeerd zijn. Gevaar voor snijwonden ook bij stilstaand snijgereedschap! Trek veiligheidshandschoenen aan als u snijgereedschap moet vervangen. Bewaar de zaaglinten zorgvuldig zodat niemand zich eraan kan verwonden. Gevaar door de terugslag van werkstukken (werkstuk komt in contact met het zaaglint en wordt tegen de operator geslingerd)! Zet het werkstuk nooit op z’n smalle kant. Gebruik voor dunne of dunwandige werkstukken alleen zaaglinten met fijne tanden. Gebruik steeds scherpe zaaglinten. Controleer in geval van twijfel de werkstukken op vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld spijkers of schroeven). Zaag alleen werkstukken die groot genoeg zijn, zodat ze tijdens het zagen veilig vastgeklemd kunnen worden. Zaag nooit verschillende stukken, ook geen bundels met verschillende stukken, tegelijk. Er bestaat gevaar voor ongevallen wanneer afzonderlijke stukken ongecontroleerd gegrepen worden door het zaaglint. Ronde werkstukken mogen uitsluitend met een geschikte kleminrichting doorgezaagd worden, zodat het werkstuk niet kan doordraaien. Intrekgevaar! Zorg ervoor dat tijdens het gebruik geen lichaamsdelen of kleding door roterende onderdelen gegrepen en meegetrokken kunnen worden (geen stropdassen, geen handschoenen, geen kleding met wijde mouwen dragen; bij lang haar moet absoluut een haarnet worden gedragen). Zaag nooit werkstukken waaraan touwen, snoeren, banden, kabels of draden hangen of die dergelijke materialen bevatten. Inhoudsopgave
1. Conformiteitsverklaring
veiligheidsinstructiesNEDERLANDS nl
Gevaar door onvoldoende persoonlijke beschermingsmiddelen! Draag gehoorbescherming. Draag een veiligheidsbril. Draag een stofmasker. Draag geschikte werkkleding. Draag slipvast schoeisel. Draag handschoenen bij de omgang met zaaglinten en ruwe werkstukken. Gevaar door houtstof! Het stof van enkele houtsoorten (bijv. van eik, beuk en es) kan bij het inademen kankerverwekkend zijn. Werk uitsluitend met aangesloten afzuiginstallatie. De afzuiginstallatie moet voldoen aan de eisen in het hoofdstuk "Technische gegevens“. Let erop, dat bij het werken zo weinig mogelijk houtstof in de omgeving terechtkomt: – houtstofafzettingen in het werkbereik verwijderen (niet wegblazen!); – lekkages in de afzuiginstallatie herstellen; – voor een goede ventilatie zorgen. Gevaar door technische wijzigingen of het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd en vrijgegeven Monteer dit apparaat zoals in de handleiding wordt aangegeven. Gebruik uitsluitend door de fabrikant vrijgegeven onderdelen. Dit betreft in het bijzonder: – zaaglinten (bestelnummers in het hoofdstuk "Technische gegevens“); – Veiligheidsvoorzieningen (bestelnummers zie onderdelenlijst). Voer aan de onderdelen geen wijzigingen uit. Let op! Het gebruik van ander inzetgereedschap en ander toebehoor brengt gevaar van letsel met zich mee. Gevaar door gebreken aan het apparaat! Zorg dat het apparaat evenals het toebehoor goed onderhouden wordt. Neem hierbij de onderhoudsvoorschriften in acht. Controleer het apparaat voor het inschakelen telkens op eventuele beschadigingen: voor het gebruik moet de goede werking van de veiligheidsinrichtingen, beveiligingen of licht beschadigde onderdelen altijd zorgvuldig gecontroleerd worden. Controleer of de scharnierende onderdelen correct functioneren en niet klemmen. Alle onderdelen moeten correct gemonteerd zijn en aan alle voorwaarden voldoen om een feilloze bediening van de machine te garanderen. Laat beschadigde beveiligingen of onderdelen deskundig en door een gekwalificeerde vakman repareren of vervangen. Laat beschadigde schakelaars in een servicewerkplaats vervangen. Gebruik dit apparaat niet wanneer u de schakelaar niet kunt in- en uitschakelen. Zorg ervoor dat er zich geen oliën of vetten op de handgrepen bevinden en dat deze droog blijven. Houd snijgereedschappen scherp en schoon om beter en veiliger te kunnen werken. Gebruik geen beschadigde of vervormde lintzagen. Gevaar door lawaai! Draag gehoorbescherming. Gevaar door blokkerende werkstukken of werkstukdelen! Als er een blokkering optreedt:
1. apparaat uitschakelen,
2. stekker uit het stopcontact trekken,
3. handschoenen dragen,
4. blokkering met geschikt gereedschap
4.1 Symbolen op het apparaat
Gevaar! Negeren van de volgende waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of materiële schade. Lees de gebruiksaanwijzing. Veiligheidsbril en gehoorbescherming dragen. Voor iedere instelling, onderhoud of reparatie dient u de stekker eruit te trekken. De lichtstraal niet op ogen van personen of dieren richten. Draag gehoorbescherming. Bandbreedte Instelbaar op hoogte Bediening van de snelontspanhendel Bandspanning instellen. Hoek van de zaagtafel instellen. Loop van het zaaglint instellen. Snijsnelheid instellen. Informatie op het typeplaatje: (a) Fabrikant (b) Serienummer (c) Apparaatbenaming (d) Motorgegevens (zie ook "Technische gegevens") (e) Afvalsymbool – Het apparaat kan via de fabrikant worden afgevoerd (f) CE-markering – Dit apparaat voldoet aan de EU-richtlijnen overeenkomstig de conformiteitsverklaring (g) Bouwjaar (h) Afmetingen van de toegelaten zaaglinten 4.2Veiligheidsvoorzieningen Bovenste zaaglintbescherming De bovenste zaaglintbescherming (6) verhindert ongewild contact met het zaaglint en biedt bescherming tegen rondvliegende spaanders. Bewaar tussen de bovenste lintgeleider en het werkstuk steeds een afstand van 3 mm, zodat contact tussen de bovenste zaaglintbescherming en het zaaglint niet mogelijk is. Onderste zaaglintbescherming De onderste zaaglintbescherming (8) verhindert ongewild contact met het zaaglint onder het tafelblad. De onderste zaaglintbescherming moet tijdens het gebruik gemonteerd zijn. Deuren van de behuizing De deuren van de behuizing (4) beschermen tegen het aanraken van de aangedreven delen in het binnenste van de zaag. De deuren van de behuizing zijn voorzien van een deurzekering. Deze schakelt de motor uit, wanneer een behuizingsdeur bij ingeschakelde zaag wordt geopend. De deuren van de behuizing moeten gedurende het bedrijf zijn gesloten. Duwhout Het duwhout (10) is een verlenging van de hand en beschermt tegen ongewild contact met het zaaglint. Het duwhout moet altijd gebruikt worden als de afstand tussen het zaaglint en een parallelle aanslag kleiner is dan 120 mm. Het duwhout moet in een hoek van 20° … 30° t.o.v. het oppervlak van de zaagtafel worden geleid. Als het duwhout beschadigd is, moet het vervangen worden. Hang het duwhout aan de houder (12) als het niet gebruikt wordt. Zie pagina 2 - 3. 1 Aan-/uit-schakelaar van de zaagbereikverlichting 2 Aan-schakelaar 3 Uit-schakelaar 4 Deuren van de behuizing 5 Draaisluiting voor het openen van de deur van de behuizing 6 Bovenste zaaglintbescherming (aan de bovenste lintgeleider) 7 Spaanderreservoir 8 Onderste zaaglintbescherming 9 Draaggrepen 10 Duwhout 11 Binnenzeskantsleutel / gereedschapsdepot voor binnenzeskantsleutel 12 Houder voor het opbergen van het duwhout 13 Boorgat in de zaagtafel 14 Zaagtafel 15 Tafel inlegprofiel 16 Spaanafzuiging 17 Onderstel 18 Houder voor het opbergen van de dwarsaanslag 19 Transportwielen 20 In hoogte verstelbare voet van het onderstel 21 Vergrendelarm (instellen van de hoek van de zaagtafel) 22 Bevestigingsschroeven van de zaagtafel 23 Instelwiel (hoekinstelling zaagtafel) 50Hz: 6,7m/s (400m/min)60Hz: 8,3m/s (500m/min)50Hz: 13,3m/s (800m/min)60Hz: 16,7m/s (1000m/min) BAS 318 Precision WNB YYYY 19009XXX 9997812345Metabo- Allee 1, D-72622 Nuertingen,Germany; Made in China L=2240 mm max. 170 mm 6-20 mm 1~ 220-240 V I = 4,0 A P 0,66 kW S1 100%
24 Eindaanslagschroef aan de zaagtafel 25 Aanslaggeleidingsprofiel 26 Parallelle aanslag 27 Kartelmoeren voor de fixatie van de profielrails 28 Profielrails van de parallelle aanslag 29 Vergrendelarm van de parallelle aanslag 30 Aanslagschroeven 31 Tafelverbreding / -verlenging 32 Instelwiel voor de spanning van het zaaglint 33 Weergave voor de zaaglintspanning 34 Snelontspanhendel (voor het ontspannen van het zaaglint) 35 Dwarse aanslag 36 Klemhendel aan de dwarse aanslag 37 Instelwiel (hoogte-instelling van de bovenste lintgeleider) 38 Klemschroef (hoogte-instelling van de bovenste lintgeleider) 39 Bovenste lintgeleider 40 Instelwiel voor aandrijfriemspanning 41 Stofbeschermingsrichel 42 Klemschroef (voor de hoek van het bovenste lintzaagwiel) 43 Instelwiel voor de hoek van het bovenste lintzaagwiel 44 Bovenste steunrol 45 Schroeven voor de bovenste steunrol 46 Bovenste geleidingsrol 47 Schroef voor de bovenste geleidingsrol 48 Onderste steunrol 49 Schroeven voor de onderste steunrol 50 Onderste geleidingsrol 51 Schroef voor de onderste geleidingsrol
Zaag met behulp van een tweede persoon uitpakken en transporteren. De zaag niet aan de bovenste zaaglintbescherming (6) optillen of transporteren.
Voor een veilige stand moet de zaag op een stevige ondergrond worden vastgezet. Bevestigen op een onderstel: De optimale werkhoogte en stabiliteit biedt het onderstel (17), dat reeds is voorbereid voor de montage van de zaag. Let op! Breng het onderstel correct aan op de zaag: Als de bediener - in de werkpositie - voor de zaag staat, moet zich de in hoogte verstelbare voet (20) van het onderstel rechts voor bevinden. De montage-instructies van het onderstel vindt u op de een-na-laatste pagina van deze gebruiksaanwijzing. Bevestigen op een werkbank:
1. De ondergrond is voorzien van 4 boorgaten.
2. Steek de schroeven van bove door de
basisplaat van de zaag en draai ze vast.
6.3 Zaagtafel monteren
1. Zaagtafel (14) boven de lintzaag brengen en
op de zaaggeleiding leggen.
2. Zaagtafel met elk vier schroeven (22) en
schijven aan de zaagtafelgeleiding bevestig. Echter niet te stevig vastdraaien, eerst de zaagtafel uitlijnen (zie hoofdstuk 6.4).
6.4 Zaagtafel uitlijnen
De zaagtafel moet in twee vlakken uitgelijnd worden. – zijwaarts, zodat het zaaglint precies in het midden van het inlegprofiel loopt; – loodrecht op het zaaglint. Zaagtafel zijwaarts uitlijnen Gevaar! Ook bij een stilstaand zaaglint bestaat er nog gevaar voor snijwonden. Gebruik voor het losmaken en aantrekken van de bevestigingsschroeven een gereedschap, dat uw hand een voldoende afstand tot het zaaglint mogelijk maakt.
1. Zaagtafel (14) zo uitlijnen, dat het zaaglint
zich in het midden van het inlegprofiel (15) bevindt.
2. De vier bevestigingsschroeven (22) vast
draaien. Zaagtafel loodrecht uitlijnen
1. Breng de bovenste lintgeleider (39) helemaal
naar boven. (Details zie hoofdstuk 9.1).
4. Door het instelwiel (23) te draaien de
zaagtafel (14) horizontaal instellen - tot aan de aanslag verder draaien.
6. Controleer met behulp van een hoek of de
zaagtafel in een rechte hoek op het zaaglint staat. Als de zaagtafel niet in een rechte hoek op het zaaglint staat, dient u de eindaanslagschroef (24) als volgt in te stellen:
1. Beide vergrendelarmen (21) los maken.
2. Met een zeskantsleutel de eindaanslagschroef
(24) door het boorgat (13) in de zaagtafel linksom draaien.
3. Met behulp van een hoek de zaagtafel haaks
ten opzichte van het zaagband uitrichten en beide klemhendels (21) weer aantrekken.
4. Met een binnenzeskantsleutel de
eindaanslagschroef (24) door het boorgat (13) in de zaagtafel rechtsom draaien, totdat de eindaanslagschroef (24) de zaagbehuizing net raakt.
6.5 Draaggrepen monteren
De beide draaggrepen (9) met de meegeleverde schroeven stevig vast draaien.
6.6 Aanslaggeleidingsprofiel monteren
Bevestig het aanslaggeleidingsprofiel (25) met vier vleugelschroeven en sluitringen aan de zaagtafel.
6.7 Parallelle aanslag monteren
De parallelle aanslag (26) kan zowel links alsook rechts van het zaaglint gemonteerd worden. Mocht de parallelle aanslag van één kant op de andere worden gezet, zo moet de profielrail (28) aan de andere kant worden aangebracht. Parallele aanslag vastklemmen
1. Parallelle aanslag in de achterste tafelrand
2. Parallelle aanslag voren op het
aanslaggeleidingsprofiel (25) zetten.
3. Parallelle aanslag door het omlaag drukken
van de vergrendelarmen (29) fixeren. Profielrails aan de andere kant monteren
1. Kartelmoeren (27) eraf schroeven.
2. Profielrails (28) samen met de
bevestigingsschroeven verwijderen.
3. Profielrails (28) samen met de
bevestigingsschroeven aan de andere kant bevestigen.
4. Kartelmoeren (27) erop zetten en vastdraaien.
6.8 Tafelverbreding / -verlenging
monteren De tafelverbreding / -verlenging (31) kan zowel rechts alsook achter aan de zaagtafel (14) gemonteerd worden.
1. Aanslagschroeven (30) aan de geleidingsrails
van de tafelverbreding / -verlenging eruit draaien.
2. Geleidingsrails helemaal in de opnames onder
de zaagtafel schuiven.
3. Aanslagschroeven (30) weer stevig in de
geleidingsrails vastdraaien.
4. Tafelverbreding / -verlenging in de gewenste
positie schuiven en met de kartelmoeren fixeren.
Bovenste lintgeleider (39) helemaal naar boven brengen. (Details zie hoofdstuk 9.1). Schroef uitstekend toebehoor los. De zaag niet aan de veiligheidsvoorzieningen optillen of transporteren. Transporteer de zaag met de hulp van een tweede persoon. De zaag aan de transportgrepen (9) kantelen en vervolgens op de transportwielen (19) weg rijden. Opmerking: In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bedieningselementen van de machine voorgesteld. De correcte omgang met de machine is beschreven in het hoofdstuk "Bediening“. Lees het hoofdstuk "Bediening“ voor u de machine voor de eerste keer in gebruik neemt. Aan-/uit-schakelaar Inschakelen = op de groene schakelaar (2) drukken. Uitschakelen = op de rode schakelaar (3) drukken. Herstartbeveiliging: Als de spanning wegvalt, dan slaat er een minimumspanningsrelais aan. Zo wordt verhinderd dat de zaag vanzelf gaat draaien als er weer spanning is. Voor het hernieuwde inschakelen moet de groene aan-schakelaar opnieuw ingedrukt worden. Draaisluiting deur van de behuizing Met de draaisluiting (5) opent en sluit u de deur van de behuizing. Bovenste/onderste deur van de behuizing openen:
1. Draai de draaisluiting (5) meerdere keren
linksom. Deur van de behuizing wordt een beetje geopend. De deurzekering wordt geactiveerd en schakelt de motor uit. Gevaar door vrij liggende zaaglinten en lintzaagwielen! Als de motor na het openen van de deur niet wordt uitgeschakeld of de deur onmiddellijk openspringt, is de deurzekering of het sluitsysteem defect. Stel de zaag buiten werking en laat deze repareren door de servicevestiging in uw land.
2. Draai de draaisluiting (5) verder linksom.
De deur van de behuizing wordt volledig geopend. Bovenste/onderste deur van de behuizing sluiten: Druk de deur van de behuizing aan en draai de draaisluiting (5) rechtsom tot de deur van de behuizing correct sluit. Instelwiel voor zaaglintspanning Met het instelwiel (32) kunt u de spanning van het zaaglint indien nodig corrigeren. (Details zie hoofdstuk 8.2). Snelontspanhendel Met de snelontspanhendel (34) kan het zaaglint worden ontspannen, bijv. voor het vervangen van het zaaglint. Instelwiel voor de hoek van het bovenste lintzaagwiel (loop van het zaaglint instellen) Met het instelwiel (43) kunt u de hellingshoek van het bovenste lintzaagwiel indien nodig veranderen. Door de hellingshoek te wijzigen, wordt het zaaglint zo uitgelijnd dat het precies midden op het kunststof loopvlak van de lintzaagwielen loopt. (Details zie hoofdstuk 10.2). Toerentalregeling Door het verplaatsen van de aandrijfriem kan de lintzaag met twee snelheden (zie "Technische gegevens“) worden gebruikt. (Details zie hoofdstuk 9.2). Instelwiel voor aandrijfriemspanning Met het instelwiel (40) kunt u indien nodig de spanning van de aandrijfriem corrigeren. (Details zie hoofdstuk 9.2).
6. Uitpakken, plaatsen, montage
7. Het apparaat in detailNEDERLANDS nl
Hoekinstelling voor het zaagblad Na het los maken van beide vergrendelarmen (21) kan de zaagtafel (14) door aan het instelwiel (23) te draaien, traploos tot 45° tegen de lintzaag worden gekanteld. De parallelle aanslag De parallelaanslag (26) wordt aan de voorkant vastgeklemd en met de laaghouder aan de achterkant van de zaagtafel aanvullend gefixeerd. De parallelle aanslag kan zowel links alsook rechts van het zaaglint gemonteerd worden. (Details zie hoofdstuk 6.7). Dwarsaanslag De dwarsaanslag (35) wordt van voren in de groef in de zaagtafel geschoven. Voor hoeksneden kan de dwarsaanslag naar beide kanten 60° worden versteld. Voor hoeksneden van 45° en 90° zijn desbetreffende aanslagen voorhanden. Voor het instellen van een hoek: klemhendel (36) door linksom te draaien los maken. Gevaar voor letsel! De klemhendel (36) moet bij het zagen met dwarsaanslag stevig bevestigd zijn. Het voorzetprofiel kan door losmaken van de kartelmoer worden verschoven of verwijderd. Dwarsaanslag (35) in de houder (18) bewaren als hij niet wordt gebruikt. Gevaar! Neem de zaag pas in gebruik wanneer de volgende voorbereidingen getroffen zijn: – zaag bevestigd; – zaagtafel gemonteerd en uitgelijnd; – aandrijfriemspanning gecontroleerd; – veiligheidsvoorzieningen gecontroleerd. Sluit de zaag pas op het stroomnet aan als alle hierboven gernoemde voorbereidingen getroffen zijn! Anders bestaat het gevaar dat de zaag ongewild start en ernstig letsel veroorzaakt.
8.1 Spaanafzuiginstallatie aansluiten
Gevaar! Het zaagstof van enkele houtsoorten (bijv. eik, beuk en es) kan bij het inademen kankerverwekkend zijn: werk in gesloten ruimten uitsluitend met een zaagselafzuiginstallatie (luchtsnelheid aan de afzuigaansluitstuk van de zaag >= 20 m/s). Let op! Het werken zonder zaagselafzuiginstallatie is alleen toegestaan: –in de openlucht; – bij kortstondig gebruik (gedurende max. 30 minuten); – met stofmasker. – Als er zonder afzuigsysteem gewerkt wordt, dan hoopt er zich binnenin de lintzaag zaagsel op. Deze ophopingen moeten regelmatig verwijderd worden. Een zaagselafzuigsysteem of een industriële stofzuiger met een geschikte adapter op de afzuigaansluitstuk (16) aansluiten.
8.2 Zaaglint spannen
Gevaar! Een te hoge spanning kan leiden tot een breuk in het zaaglint. Bij een te lage spanning kan het aandrijfwiel beginnen te slippen, waardoor het zaaglint stil komt te staan.
1. Schnelspanhendel (34) moet zich in de stand
"gespannen lintzaag" bevinden.
2. Breng de bovenste lintgeleider (39) helemaal
naar boven. (Details zie hoofdstuk 9.1).
3. Lintzaagspanning controleren: instelling aan
de weergave voor de lintzaagspanning (33) controleren. De schaal geeft de correcte instelling afhankelijk van de breedte van het zaagband weer.
4. Corrigeer de spanning indien nodig:
– Verhoog de spanning door het instelwiel (32) naar rechts te draaien. – Verlaag de spanning door het instelwiel (32) naar links te draaien.
Gevaar! Elektrische spanning Gebruik de zaag uitsluitend in een droge omgeving. De zaag mag uitsluitend aangesloten worden op een stopcontact dat aan de hierna volgende voorwaarden voldoet (zie ook "Technische gegevens"): – Netspanning en -frequentie moeten overeenstemmen met de waarden op het typeplaatje van het apparaat; – De stroomkring dient vakkundig beveiligd te worden met een differentieelschakelaar die aanslaat bij een lekstroom van 30 mA. – De stopcontacten moeten reglementair geïnstalleerd zijn en een goedgekeurde aarding hebben; – Stopcontacten bij driefasenwisselstroom met nuldraad. Opmerking: het energiebedrijf of uw elektromonteur vertellen u graag of uw huisaansluiting aan deze bepalingen voldoet. Het snoer moet zo gelegd worden dat het de werkzaamheden niet kan bemoeilijken en dat het snoer niet beschadigd kan raken. Het snoer moet beschermd worden tegen hitte, bijtende vloeistoffen en scherpe randen. Gebruik als verlengsnoer slechts een rubbersnoer met voldoende doorsnede (3 x 1,5 mm
, bij uitvoering met draaistroommotor: 5 x 1,5 mm
Trek de stekker niet aan het snoer uit het stopcontact. Draairichtingswissel (enkel bij uitvoering met draaistroommotor): Afhankelijk van de faseconfiguratie is het mogelijk dat het zaaglint in de verkeerde richting loopt. Daardoor kan het werkstuk bij het zagen weggeslingerd worden. Controleer daarom voor elke nieuwe installatie de draairichting. Als de draairichting niet correct is, moet de aansluiting gewijzigd worden door een elektromonteur!
1. Zodra de zaag met alle
veiligheidsvoorzieningen gemonteerd is, sluit u ze aan op het stroomnet.
2. Schakel de zaag even in en onmiddellijk weer
3. Let op de draairichting van het zaaglint: het
zaaglint moet in het snijbereik van boven naar onder bewegen.
4. Als het zaaglint in de foute richting loopt, trekt
u de stroomkabel van de aansluiting aan de zaag.
5. Laat de elektrisch aansluiting wijzigen door
een elektromonteur! Gevaar! Om de kans op letsel zo veel mogelijk te beperken, moet u zich bij alle werkzaamheden aan de volgende veiligheidsvoorschriften houden: draag persoonlijke beschermingsmiddelen. – draag een stofmasker; – draag gehoorbescherming; – draag een veiligheidsbril. Zaag nooit meer dan één werkstuk tegelijk. Zorg ervoor dat het werkstuk tijdens het zagen steeds goed tegen het tafelblad ligt. Zet het werkstuk nooit op z’n smalle kant. Probeer nooit het zaaglint af te remmen door er van de zijkant tegenaan te drukken. Gebruik al nNaargelang het soort werk dat u verricht: – een schuifstok – als de afstand aanslagprofiel – zaaglint <=120 mm; – Werkstuksteunen – bij lange werkstukken, die na het afzagen van de tafel zouden vallen; – een spaanderafzuigsysteem; – een geschikte kleminrichting bij het doorzagen van ronde werkstukken, zodat het werkstuk niet kan doordraaien; – een geschikte aanslag bij het smalkantzagen van vlakke werkstukken, om een veilige geleiding te garanderen. Controleer of alles goed functioneert alvorens met de werkzaamheden te beginnen: –zaaglint; – bovenste en onderste zaaglintbescherming. Beschadigde onderdelen dienen onmiddellijk vervangen te worden. Zorg voor een juiste werkhouding tijdens het zagen (de zaagtanden moeten naar de gebruiker wijzen). Zaag nooit verschillende stukken, ook geen bundels met verschillende stukken, tegelijk. Er is gevaar voor lichamelijk letsel als afzonderlijke stukken zonder steun door het zaagblad worden gegrepen. Intrekgevaar! Draag geen loszittende kledij, sieraden of handschoenen die in de draaiende onderdelen van de machine terecht zouden kunnen komen. Personen met lang haar zijn verplicht een haarnetje te dragen. Zaag nooit werkstukken waaraan touwen, snoeren, riemen of draden hangen of die dergelijke materialen bevatten.
9.1 De hoogte van de bovenste
lintgeleider instellen De hoogte van de bovenste lintgeleider (39) moet ingesteld worden: – voor het begin van de zaagwerkzaamheden, om aan te passen aan de werkstukhoogte (de bovenste lintgeleider (39)moet zich tijdens
het zagen ca. 3 mm boven het werkstuk bevinden); – na de uitvoering van wijzigingen aan het zaaglint of de zaagtafel (bijvoorbeeld zaaglint vervangen, zaaglint spannen, zaagtafel uitlijnen). Gevaar! Alvorens de bovenste lintgeleider en de zaagtafelhoek in te stellen: – Schakelt u de machine uit. – Wacht u tot het zaaglint stilstaat.
1. Draai de klemschroef (38) los.
2. Instelwiel (37) draaien, zodat de bovenste
lintgeleider (39) zich ca. 3 mm boven het werkstuk bevindt
3. Draai de klemschroef (38) weer vast.
9.2 Zaaglintsnelheid instellen
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Open de onderste deur van de behuizing.
3. Aandrijfriem door het draaien van het
instelwiel (40) rechtsom los maken.
4. Aandrijfriem op de passende riemschijf aan
het aandrijfwiel (onderste lintzaagwiel) en op de passende motorriemschijf leggen – Sticker op de binnenkant van de onderste behuizingsdeur opvolgen. Let op! De aandrijfriem moet op de beide voorste of de beide achterste riemschijven lopen. De aandrijfriem mag nooit schuin lopen, anders raakt hij beschadigd! – Aandrijfriem op de voorste riemschijven = geringe snelheid, hoog koppel (voor harde houtsoorten, kunststoffen en non-ferro metalen (met passend zaaglint). – Aandrijfriem op de achterste riemschijven = hoge snelheid, laag koppel (voor alle houtsoorten).
5. Aandrijfriem door het draaien van het
instelwiel (40) linksom weer spannen (de aandrijfriem moet zich in het tmidden tussen de wielen ongeveer 10 mm laten doorbuigen).
6. Sluit de onderste deur van de behuizing.
1. Stel de zaaglintsnelheid in. (Details zie
Gevaar door de terugslag van werkstukken (werkstuk komt in contact met het zaaglint en wordt tegen de gebruiker geslingerd)! Zet het werkstuk nooit op z’n smalle kant.
3. Indien nodig de parallelle aanslag (26) of de
dwarsaanslag (35) gebruiken. Gevaar door het vastraken van het werkstuk! Tijdens het zagen met parallelle aanslag en gekantelde zaagtafel moet de parallelle aanslag aan de naar beneden gekantelde zijde van de zaagtafel worden bevestigd.
4. Zet de bovenste lintgeleider 3 mm boven het
werkstuk vast. (Details zie hoofdstuk 9.1). Opmerking: Voer altijd een proefsnede uit en corrigeer eventueel de instellingen voor u het werkstuk zaagt.
5. Plaats het werkstuk op de zaagtafel.
7. Werkstuk in één keer doorzagen.
8. Schakel de zaag uit als u niet onmiddellijk
verder werkt. Gevaar! Voor alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden:
1. Schakelt u de machine uit.
2. Wacht totdat de zaag helemaal stilstaat.
3. Trekt u de stekker uit het stopcontact.
– Nadat u klaar bent met de onderhouds- en reinigingswerkzaamheden, moeten alle veiligheidsvoorzieningen weer worden ingeschakeld en gecontroleerd worden. – Beschadigde onderdelen, in het bijzonder veiligheidsvoorzieningen, mogen uitsluitend door originele onderdelen worden vervangen, omdat onderdelen die niet door de fabrikant getest en vrijgegeven zijn, niet te voorziene schade tot gevolg kunnen hebben. – Andere dan de in dit hoofdstuk beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd.
10.1 Zaaglint vervangen
Gevaar! Ook bij een stilstaand zaaglint bestaat er nog gevaar voor snijwonden. Bij het vervangen van een zaaglint moet u veiligheidshandschoenen dragen. Gebruik uitsluitend geschikte zaaglinten (zie "Technische gegevens").
1. Parallelle aanslag (26) verwijderen
2. Draai de vier vleugelschroeven aan het
aanslaggeleidingsprofiel (25) los en verwijder het aanslaggeleidingsprofiel.
3. Open beide deuren van de behuizing.
4. Onderste zaaglintbescherming (8) naar voren
5. Bovenste lintgeleider (39) helemaal naar
6. Snelontspanhendel (34) losmaken, tot het
7. Stofbeschermingsrichel (41) naar boven eruit
trekken en weg leggen.
8. Neem het zaaglint weg en leidt het door
– de opening in de zaagtafel (14), – de zaaglintbescherming aan de bovenste lintgeleider (39), – het zijdelingse zaaglintkanaal en – de zaaglintgeleiders leiden.
9. Breng een nieuw zaaglint aan. Zorg ervoor dat
het lint correct geplaatst is: de tanden wijzen naar de voorzijde (deurzijde) van de zaag. 10.Breng het zaaglint in het midden op het rubberen loopvlak aan. 11.Snelontspanhendel (34) weer aantrekken, totdat het zaaglint niet meer eraf glijdt. 12.Stofbeschermingsrichel (41) er weer insteken. 13.Onderste zaaglintbescherming (8) naar achteren klappen (sluiten). Gevaar! De behuizingsdeuren slechts sluiten, wanneer de onderste zaglintbescherming naar achteren is geklapt. 14.Sluit beide deuren van de behuizing. 15.Vervolgens moet u: – zaaglint spannen (zie hoofdstuk 8.2); – zaaglint uitlijnen (zie hoofdstuk 10.2); – lintgeleidingen instellen (zie hoofdstuk 10.3 en 10.4); – de zaag gedurende minstens één minuut laten proefdraaien; – de zaag uitschakelen, de netstekker uit het stopcontact trekken en de instellingen opnieuw controleren.
10.2 Zaaglint uitlijnen (loop vna het
zaaglint instellen) Wanneer het zaaglint niet meer over het midden van het rubberen loopvlak loopt, moet de hellingshoek van het bovenste lintzaagwiel worden aangepast:
1. Draai de klemschroef (42) los.
2. Draai aan de instelschroef (43):
– Als het zaaglint meer naar de achterkant van de zaag moet lopen: instelwiel (43) rechtsom draaien. – Als het zaaglint meer naar de voorkant van de zaag moet lopen: instelwiel (43) linksom draaien.
3. Draai de klemschroef (42) weer vast.
10.3 Bovenste lintgeleider uitlijnen
De bovenste lintgeleider bestaat uit: – een steunrol (steunt het zaaglint van achteren), – twee geleiderollen (geleiden het zaaglint aan de zijkant). Deze onderdelen moeten na iedere vervanging of uitlijning van het zaaglint steeds opnieuw uitgelijnd worden: Opmerking: Controleer de rollen regelmatig op slijtage en vervang indien nodig alle rollen tegelijk. Steunrol instellen
1. Draai de schroef (45) voor de steunrol los.
2. Lijn de steunrol (44) uit (afstand steunrol
zaaglint = 0,5 mm – als het zaaglint met de hand bewogen wordt, mag het niet in aanraking komen met de steunrol).
3. Schroef (45) voor de steunrol weer vast
draaien. Geleiderollen instellen
4. Schroef (47) voor de geleidingsrol los draaien.
5. Geleidingsrol (46) zo verschuiven, dat deze
een beetje tegen het zaaglint aan komt.
6. Schroef (47) voor de geleidingsrol weer vast
7. Eveneens de geleidingsrol aan de andere kant
van het zaaglint uitlijnen.
10.4 Onderste lintgeleider uitlijnen
De onderste lintgeleider bestaat uit: – een steunrol (steunt het zaaglint van achteren), – twee geleiderollen (geleiden het zaaglint aan de zijkant). Deze delen moeten na vervanging of uitlijnen van het zaaglint uitgelijnd worden. Opmerking: controleer de steunrol en de geleidingsrollen regelmatig op slijtage en vervang indien nodig beide geleidingsrollen gelijktijdig. Voorbereiding
1. Onderste behuizingsdeur en onderste
zaaglintbescherming (8) openen. Steunrol instellen
1. Draai de schroef (49) voor de steunrol los.
2. Lijn de steunrol (48) uit (afstand steunrol
zaaglint = 0,5 mm – als het zaaglint met de hand bewogen wordt, mag het niet in aanraking komen met de steunrol).
3. Schroef (49) voor de steunrol weer vast
4. Schroef (51) voor de geleidingsrol los draaien.
5. Geleidingsrol (50) zo verschuiven, dat deze
een beetje tegen het zaaglint aan komt.
6. Schroef (51) voor de geleidingsrol weer vast
7. Eveneens de geleidingsrol aan de andere kant
van het zaaglint uitlijnen.
8. Onderste zaaglintbescherming (8) sluiten.
9. Sluit de onderste deur van de behuizing.
10.5 Kunststof voeringen vervangen
De kunststof voeringen van de zaaglintrollen regelmatig controleren op slijtage. De kunststof voeringen moeten steeds tegelijk vervangen worden:
1. Het zaaglint verwijderen (zie hoofdstuk 10.1).
2. Steek een kleine schroevendraaier onder de
kunststof voeringen en verwijder deze.
3. Breng de nieuwe kunststof voeringen aan en
monteer het zaaglint.
10.6 Tafelinlegprofiel vervangen
Het tafelinlegprofiel (15) moet worden vervangen, als de zaaggleuf is beschadigd.
1. Schroeven van het tafelinlegprofiel losdraaien.
2. Tafelinlegprofiel verwijderen.
3. Nieuw tafelinlegprofiel plaatsen.
4. Schroeven van het tafelinlegprofiel
1. Open de onderste deur van de behuizing.
2. Verwijder de zaagselopvangbak (7) en leeg
3. Verwijder zaagsel en stof met borstel of
stofzuiger: – binnenkant van de onderste behuizing; – zaaglintgeleidingen; – bedieningselementen.
4. Zaagselopvangbak (7) weer terug plaatsen.
Gevaar! Berg het apparaat zo op, – dat onbevoegden het niet kunnen inschakelen en – niemand zich aan het staande apparaat kan verwonden. Let op! Het apparaat niet buitenshuis of in een vochtige omgeving bewaren. Gebruik alleen origineel Metabo toebehoor. Gebruik alleen toebehoor dat voldoet aan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde eisen en kenmerken. A Lintzaagblad voor hout, kunststof - ronde sneden
B Lintzaagblad voor hout, kunststof - universele sneden
C Lintzaagblad voor hout, kunststof - rechte sneden
D Lintzaagblad voor non-ferro metalen, schuimstoffen
E Cirkelzaaginstallatie (max. zaaghoogte 105mm)
G Weefsel schuurband K80 (geschikt voor het gebruik met een bandschuuristallatie 631333000)
H Weefsel schuurband K120 (geschikt voor het gebruik met een bandschuuristallatie 631333000)
Compleet toebehorenprogramma, zie www.metabo.com of de catalogus. Gevaar! Laat het elektrisch gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele reserveonderdelen. Hierdoor wordt gewaarborgd, dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft. Wanneer de stroomkabel van dit apparaat wordt beschadigd, moet deze door een originele Metabo-stroomkabel worden vervangen. Neem voor elektrisch gereedschap van Metabo dat gerepareerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www.metabo.com. Lijsten met reserveonderdelen kunt u via www.metabo.com downloaden. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en de recycling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Alleen voor EU-landen: Geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze te worden afgevoerd. Hierna worden problemen en storingen beschreven, die u zelf mag verhelpen. Als de hier beschreven maatregelen niet verder helpen, kunt u een kijkje nemen in hoofdstuk 12. "Reparatie". Gevaar! In combinatie met problemen en storingen gebeuren bijzonder vaak ongelukken. Neem daarom het volgende in acht: Trek iedere keer voordat u een storing verhelpt de stekker eruit. Nadat de storing verholpen is, moet alle veiligheidsvoorzieningen weer worden ingeschakeld en gecontroleerd worden. De motor draait niet Het minimumspanningsrelais staat op, “uit” vanwege een tijdelijke stroomonderbreking. – Opnieuw inschakelen. Er is geen spanning. – Controleer het snoer, de stekker, het stopcontact en de zekering. Motor oververhit, bijv. door stomp zaaglint of zaagselophoping in de behuizing: – Oorzaak van de oververhitting verwijderen, enkele minuten laten afkoelen en daarna opnieuw inschakelen. Motor en zaaglint lopen in de verkeerde richting De fasen zijn verwisseld (alleen mogelijk bij zagen met een spanningsaansluiting van 400 V): –Aansluiting door elektromonteur laten controleren. Het zaaglint loopt uit de snijlijn of glijdt van de geleider. Het zaaglint loopt niet over het midden van de aandrijfwielen: – Verstel de hoek van het bovenste lintzaagwielen (zie "Onderhoud en verzorging“). Het zaaglint breekt De zaaglintspanning is niet correct: – Corrigeer de zaaglintspanning (zie "Ingebruikname"). Te zware belasting: – Verminder de druk op het zaaglint. Verkeerd zaaglint: – Vervang het zaaglint (zie "Onderhoud en verzorging"): dun werkstuk = smal zaaglint, dik werkstuk = breed zaaglint. Het zaaglint is vervormd Te zware belasting: – Vermijd druk van opzij op het zaaglint. De zaagmachine trilt Onvoldoende vastgezet: – Bevestig de zaag correct op een geschikte ondergrond (zie "Ingebruikname"). De zaagtafel is los: – Lijn van de zaagtafel uit en zet het vast. De motorbevestiging is los: – Controleer de bevestigingsschroeven en draai ze indien nodig vast. Het afzuigaansluitstuk is verstopt Het afzuigsysteem is niet aangesloten of de afzuigkracht is te gering: – Sluit de afzuiginstallatie aan of verhoog de afzuigkracht (luchtsnelheid >= 20 m/sec aan het afzuigaansluitstuk). Zaaglint staat stil, terwijl de motor draait Bandspanning is te laag: – Bandspanning verhogen aan het instelwiel (40). Toelichting op de gegevens van pagina xy. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbehouden. U=netspanning I =nominale stroom F =min. beveiliging
=toerental bij onbelast draaien
=max. zaaglintdikte H=max. zaaghoogte W =zaagtafel-zwenkbereik
=afmetingen van de machine (lxbxh)
=afmetingen van de zaagtafel (lxb)
=werkhoogte met onderstel m=gewicht
=aansluitdiameter van het afzuigaansluitstuk ~ Wisselstroom Machine van beveiligingsklasse II De vermelde technische gegevens zijn tolerantiewaarden (overeenkomstig de betreffende geldige norm). Emissiewaarden Deze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap kan de daadwerkelijke belasting hoger of lager uitvallen. Neem voor de beoordeling pauzes en fasen met een lagere belasting in aanmerking. Bepaal op basis van de overeenkomstig aangepaste taxatiewaarden maatregelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. Totale trillingswaarde (vectorsom van drie richtingen) vastgesteld conform EN 61029:
=onzekerheid (trilling) Typisch A-gekwalificeerd geluidsniveau
= onzekerheid Draag gehoorbescherming!
SimpelGids