472 - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 472 HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 472 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 472 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING 472 HUSQVARNA
220 – Dutch Symbolen op de machine: WAARSCHUWING! Motorkettingzagen kunnen gevaarlijk zijn! Slordig of onjuist gebruik kan resulteren in ernstig letsel of overlijden van de gebruiker of anderen. Neem de gebruiksaanwijzing grondig door en gebruik de machine niet voor u alles duidelijk heeft begrepen. Draag altijd:
- Veiligheidsbril of vizier Dit product voldoet aan de geldende CE-richtlijnen. Geluidsemissie naar de omgeving volgens de richtlijnen van de Europese Gemeenschap. De emissie van de machine wordt aangegeven in het hoofdstuk Technische gegevens en op plaatjes. Gebruik de juiste beveiligingen voor uw voet, been, hand en arm.
WAARSCHUWING! Deze kettingzaag mag alleen worden gebruikt door getrainde boomverzorgers. Ongetraind gebruik kan ernstige verwondingen veroorzaken! Kettingrem geactiveerd (rechts) Kettingrem, niet geactiveerd (links) Brandstofpomp Brandstof bijvullen. Het instellen van de oliepomp Zaagkettingolie aanbrengen. Bedrijfsstand. Choke. Gebruik steeds het correcte bougietype! Andere types kunnen de zuiger/cilinder beschadigen. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft. Overige op de machine aangegeven symbolen/ plaatjes verwijzen naar specifieke eisen aan certificering op bepaalde markten. Symbolen in de gebruiksaanwijzing: Controle en/of onderhoud moeten worden uitgevoerd als de motor uit staat. Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Moet regelmatig schoongemaakt worden. Controleer met het blote oog. Gebruik van veiligheidsbril of vizier verplicht. Brandstof bijvullen. Olie bijvullen en afstellen van oliestroom. De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer u de motorkettingzaag start. WAARSCHUWING! Er kan terugslag optreden wanneer de punt van het zaagblad in contact komt met een voorwerp en een reactie veroorzaken waardoor het zaagblad omhoog en naar achteren naar de gebruiker toe komt. Dit kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.INHOUD Dutch – 221 Inhoud
- Geluiddemper p. 250
- Starter p. 250
- Luchtfilter p. 251
- Bougie p. 252
- Het instellen van de oliepomp p. 252
- Koelsysteem p. 253
- Opsporen van storingen p. 254
- Onderhoudsschema p. 255
- TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens p. 256
- Zaagblad- en kettingcombinaties p. 257
- Vijlen en vijlmallen van de zaagketting p. 257
- EG-verklaring van overeenstemming 22 – Dutch INLEIDING Beste klant! Gefeliciteerd met de aankoop van een Husqvarna-product! Husqvarna heeft een geschiedenis die terugvoert tot 1689 toen koning Karl XI aan het strand van het riviertje Huskvarna een fabriek liet bouwen voor de productie van musketten. De locatie aan de Huskvarna was logisch omdat het riviertje werd gebruikt om waterkracht op te wekken en op die manier een waterkrachtcentrale vormde. In de meer dan 300 jaar van het bestaan van de Husqvarna-fabriek zijn ontelbare producten geproduceerd, van houtfornuizen tot moderne keukenmachines, naaimachines, fietsen, motorfietsen enz. In 1956 werd de eerste motormaaier geïntroduceerd, die in 1959 werd gevolgd door een motorkettingzaag. Het is op dit terrein dat Husqvarna tegenwoordig actief is. Husqvarna is heden ten dage een van de meest vooraanstaande producenten ter wereld van producten voor bos en tuin met kwaliteit en prestatie als de hoogste prioriteit. De missie is het ontwikkelen, produceren en op de markt brengen van gemotoriseerde producten voor bos- en tuinbouw en de bouw- en constructie-industrie. Het doel van Husqvarna is ook voorop te lopen met betrekking tot ergonomie, gebruikersvriendelijkheid, veiligheid en milieubewustzijn. Daarom is een grote hoeveelheid verschillende snufjes ontwikkeld om de producten op deze terreinen te verbeteren. We zijn ervan overtuigd dat u de kwaliteit en prestaties van ons product gedurende een lange periode naar volle tevredenheid zult waarderen. Door de aankoop van één van onze producten krijgt u de beschikking over professionele hulp bij reparaties en service mocht er toch iets gebeuren. Wanneer u de machine niet heeft gekocht bij een van onze erkende dealers, kunt u hen vragen naar de dichtstbijzijnde servicewerkplaats. Wij hopen dat u tevreden zult zijn met uw machine en dat deze u gedurende lange tijd zal vergezellen. Denk erom dat deze gebruiksaanwijzing een waardevol document is. Door de inhoud (gebruik, service, onderhoud enz.) te volgen kunt u de levensduur van uw machine én de tweedehands waarde aanzienlijk verlengen. Mocht u uw machine verkopen moet u ervoor zorgen de gebruiksaanwijzing aan de nieuwe eigenaar over te dragen. Hartelijk dank voor het feit dat u een Husqvarna-product gebruikt! Husqvarna AB werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van haar producten en houdt zich dan ook het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlijk door te voeren.Dutch – 223 WAT IS WAT? Wat is wat op de motorkettingzaag? p. 2572
Koppelingdeksel 21 K ettingspannerschroef 22 Product- en ser ienummerplaatje
Afstelschroef, oliepomp 25 Zaagb ladmoer 26 Zaagb ladbescherming 27 Gebr uiksaanwijzing 28 CombisleutelALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 224 – Dutch Maatregelen voor gebruik van een nieuwe motorkettingzaag
- Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Controleer de montage en de afstelling van de snijuitrusting. Zie de instructies in het hoofdstuk Monteren.
- Tank en start de motorzaag. Zie de instructies in de hoofdstukken Brandstofhantering en Starten en Stoppen.
- Gebruik de motorkettingzaag niet voor er voldoende kettingsmeerolie bij de zaagketting is gekomen. Zie de instructies in het hoofdstuk Smeren van de snijuitrusting.
- Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging. Gebruik daarom altijd goedgekeurde gehoorbescherming.
WAARSCHUWING! De oorspronkelijke vormgeving van de machine mag in geen enkel geval gewijzigd worden zonder toestemming van de fabrikant. Men moet altijd originele onderdelen gebruiken. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of niet-originele onderdelen kunnen tot ernstige verwondingen of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden.
WAARSCHUWING! Als motorkettingzagen slordig of verkeerd gebruikt worden, kunnen ze gevaarlijk gereedschap zijn en tot ernstige, zelfs levensgevaarlijke verwondingen leiden. Het is erg belangrijk dat u deze gebruiksaanwijzing leest en begrijpt.
WAARSCHUWING! De binnenkant van de geluiddemper bevat chemicaliën die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd contact met deze elementen wanneer de carburateur is beschadigd.
WAARSCHUWING! Langdurige inademing van de uitlaatgassen van de motor, kettingolienevel en stof van zaagsel kan een gezondheidsrisico vormen.
WAARSCHUWING! Deze machine produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of fataal letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat ze deze machine gaan bedienen.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Dutch – 225 Belangrijk Gebruik altijd uw gezond verstand Het is onmogelijk om alle denkbare situaties, waarvoor u zich geplaatst kunt zien bij het gebruik van een motorzaag, af te dekken. Wees altijd voorzichtig en gebruik gezond verstand. Vermijd situaties, waarvoor u zich niet voldoende gekwalificeerd acht. Wanneer u zich, na het lezen van deze instructies, nog steeds onzeker voelt over de handelwijze, moet u een expert om advies vragen voor u verdergaat. Aarzel niet om contact op te nemen met uw dealer of met ons, wanneer u vragen heeft over het gebruik van motorzagen. We zijn u graag van dienst om u adviezen te geven, die u helpen uw motorzaag op een betere en veiliger manier te gebruiken. Er wordt voortdurend gewerkt aan het verbeteren van design en techniek - verbeteringen waardoor uw veiligheid en effectiviteit toenemen. Breng regelmatig een bezoek aan uw dealer om te zien welk nut u kunt hebben van de noviteiten die worden geïntroduceerd. BELANGRIJK! Deze motorkettingzaag voor boomonderhoud is bedoeld voor het snoeien en kandelaberen van boomkronen. U mag alleen de zaagblad/zaagkettingcombinaties gebruiken, die wij aanbevelen in het hoofdstuk Technische gegevens. Mogelijk gelden er nationale wettelijke voorschriften die het gebruik van de machine beperken. Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft gedronken of medicijnen heeft ingenomen, die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatievermogen kunnen beïnvloeden. Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk ”Persoonlijke veiligheidsuitrusting”. Wijzig deze machine nooit zo dat hij niet langer overeenstemt met de originele uitvoering, en gebruik de machine niet als u denkt dat anderen hem hebben gewijzigd. Gebruik nooit een machine die defect is. Voer de in deze handleiding beschreven veiligheidscontroles en de onderhouds- en service-instructies uit. Bepaalde onderhouds- en servicemaatregelen moeten door opgeleide en gekwalificeerde specialisten worden uitgevoerd. Zie de instructies in het hoofdstuk Onderhoud. Gebruik uitsluitend de in deze gebruiksaanwijzing aanbevolen accessoires. Zie instructies in de hoofdstukken Snijuitrusting en Technische gegevens. N.B.! Gebruik altijd een beschermingsbril of gezichtsvizier om het risico van verwonding door wegvliegende voorwerpen te verminderen. Een motorzaag is in staat om met grote kracht voorwerpen, zoals zaagsel, kleine stukjes hout enz., weg te slingeren. Dit kan leiden tot ernstig letsel, vooral aan ogen.
WAARSCHUWING! Een motor laten lopen in een afgesloten of slecht geventileerde ruimte kan dodelijke ongelukken veroorzaken door verstikking of koolmonoxidevergiftiging.
WAARSCHUWING! Een verkeerde snijuitrusting of een verkeerde zaagblad/ kettingcombinatie verhoogt het risico op terugslag! Gebruik uitsluitend de zaagblad/kettingcombinaties die wij aanbevelen, en volg de vijlinstructie. Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 226 – Dutch Persoonlijke veiligheidsuitrusting
- Beschermhelm (goedgekeurd volgens EN 12492)
- Handschoenen met zaagbescherming
- Broeken met zaagbescherming
- Gebruik de juiste beveiligingen voor uw arm.
- Laarzen met zaagbescherming, stalen neus en anti- slip zool
- U moet altijd een EHBO-kit bij de hand hebben.
- Brandblusser en spa Verder moet de kleding goed aansluiten zonder u in uw bewegingen te belemmeren. Deze kettingzaag met tophandgreep is speciaal ontworpen voor boomchirurgie en onderhoud in de boom. Vanwege het speciale compacte handgreepontwerp (nauwe handgrepen) is het risico van controleverlies groter. Daarom mag deze speciale kettingzaag alleen voor werk in een boom worden gebruikt, door personen die zijn getraind in speciale zaag- en werktechnieken en die goed beveiligd zijn (hoogwerker, touwen, veiligheidsharnas). Voor alle andere zaagwerkzaamheden op de grond bevelen wij het gebruik van een gewone kettingzaag (met ruimere handgrepen) aan. Veiligheidsuitrusting van de machine In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat de veiligheidsonderdelen van de machine zijn, en hun functie. Voor controle en onderhoud zie de instructies in het hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de veiligheidsuitrusting van de motorzaag. Zie de instructies in het hoofdstuk Wat is wat?, om te zien waar deze onderdelen zich bevinden op uw machine. De levensduur van de machine kan worden verkort en het risico van ongelukken kan toenemen wanneer het onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde servicewerkplaats.
WAARSCHUWING! Het grootste gedeelte van de ongevallen met motorkettingzagen gebeurt wanneer de ketting de gebruiker raakt. Bij al het gebruik van de machine moet goedgekeurde persoonlijke beschermingsuitrusting gebruikt worden. Persoonlijke beschermingsuitrusting elimineert de risico’s niet, maar vermindert het schadelijk effect in geval van een ongeval. Vraag uw dealer om raad wanneer u uw uitrusting koopt. OPGELET! Gebruik een motorkettingzaag nooit door deze met uw ene hand vast te houden. Een motorkettingzaag is niet veilig onder controle met een hand; u kunt in u zelf zagen. Houd de handgrepen altijd stevig met beide handen beet. BELANGRIJK! Er kunnen vonken komen van de geluiddemper, zaagblad en ketting of een andere bron. Houd altijd een hulpmiddel voor brandblussen beschikbaar, voor het geval u ze nodig mocht hebben. Op die manier helpt u bosbranden voorkomen.
WAARSCHUWING! Bij werk in een boom moet speciale zaag- en werktechnieken worden toegepast om het grotere risico van persoonlijk letsel te beperken. Werk alleen in een boom als u specifieke, professionele training voor dergelijk werk hebt gevolgd, met inbegrip van training in het gebruik van veiligheidsmiddelen en andere klimuitrusting, zoals harnas, touwen, riemen, klimijzers, snappers, musketons enz.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Dutch – 227 Kettingrem met terugslagbeveiliging Uw motorzaag is voorzien van een kettingrem, die de ketting in geval van terugslag stopt. Een kettingrem vermindert het risico op ongevallen, maar alleen u als gebruiker kunt ze voorkomen.Wees voorzichtig wanneer u de motorkettingzaag gebruikt en zorg ervoor dat de terugsslagrisico-sector van het zaagblad nooit in contact komt met een voorwerp.• De kettingrem (A) wordt of handmatig geactiveerd (via uw linkerhand) of met het traagheidsmechanisme.• Het activeren vindt plaats wanneer de terugslagbeveiliging (B) naar voren wordt geduwd.• Deze beweging activeert een met een veer gespannen mechanisme dat de remvoering (C) rond het kettingaandrijvingssysteem van de motor (D) (koppelingtrommel) spant.• De terugslagbeveiliging werd niet alleen geconstrueerd om de kettingrem te activeren. Een andere belangrijke functie is dat ze het risico vermindert dat de linkerhand de ketting raakt wanneer men de greep op het voorste handvat verliest.• De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer u de motorzaag start, om te voorkomen dat de ketting draait.• Gebruik de kettingrem als 'parkeerrem' bij starten en bij kortere verplaatsingen, om ongelukken te voorkomen waarbij gebruikers of omgeving onvrijwillig in contact komen met een bewegende zaagketting.• De ketting wordt ontkoppeld door de terugslagbeveiliging naar achter te duwen, naar het voorste handvat.• Een terugslag kan bliksemsnel gebeuren en erg krachtig zijn. Meestal is de terugslag erg licht en wordt de kettingrem niet altijd geactiveerd. In die gevallen is WAARSCHUWING! Gebruik de machine nooit wanneer de veiligheidsuitrusting defect is. De veiligheidsuitrusting moet worden gecontroleerd en onderhouden. Zie de instructies in het hoofdstuk Controle, onderhoud en service van de veiligheidsuitrusting van de motorzaag. Als uw machine niet door alle controles komt, moet u ermee naar uw servicewerkplaats voor reparatie.
DALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 228 – Dutch het belangrijk dat men de motorkettingzaag stevig vasthoudt en niet laat vallen.
- Hoe de kettingrem geactiveerd wordt, manueel of via het traagheidsmechanisme, wordt bepaald door de sterkte van de terugslag en door de positie van de motorkettingzaag in verhouding tot het voorwerp waarmee de terugslagrisico-sector in contact komt. Bij hevige terugslag en wanneer de terugslagrisico- sector van de motorkettingzaag zich zo ver mogelijk van de gebruiker bevindt, is de kettingrem zo geconstrueerd, dat hij wordt geactiveerd via het tegenwicht van de kettingrem (traagheid) in de terugslagrichting. Bij minder hevige terugslag en wanneer de terugslagrisico-sector van de motorkettingzaag zich dichter bij de gebruiker bevindt, wordt de kettingrem manueel geactiveerd met de linkerhand.
- Bij velstand is de linkerhand in een stand, waardoor het onmogelijk is de kettingtem handmatig te activeren. Bij deze greep, d.w.z. wanneer de linkerhand zo geplaatst is dat ze de beweging van de terugslagbeveiliging niet kan beïnvloeden, kan de kettingrem uitsluitend geactiveerd worden via het traagheidsmechanisme. Zal mijn hand de kettingrem bij terugslag altijd activeren? Nee. Er is een zekere kracht voor nodig om de terugslagbeveiliging naar voren te bewegen. Als uw hand de terugslagbeveiliging slechts licht beroert of eroverheen gaat, kan het gebeuren dat de kracht niet voldoende groot is om de kettingrem te activeren. Ook wanneer u werkt, moet u de handgrepen van de motorzaag stevig beet houden. Als u dat doet en u krijgt terugslag, laat u misschien nooit uw hand los van de voorhandgreep en activeert u de kettingrem niet, of de kettingrem wordt pas geactiveerd wanneer de zaag al eventjes heeft kunnen rondslingeren. In zo’n situatie kan het voorkomen dat de kettingrem de ketting niet kan stoppen voor deze u raakt. Er zijn ook bepaalde werkhoudingen waardoor uw hand niet bij de terugslagbeveiliging kan om de kettingrem te activeren, bijv. wanneer de zaag in velpositie wordt gehouden. Zal de kettingrem altijd door de traagheid worden geactiveerd, wanneer terugslag optreedt? Nee. Ten eerste moet uw rem functioneren. Ten tweede moet de terugslag voldoende sterk zijn om de kettingrem te activeren. Als de kettingrem gevoelig zou zijn, zou deze voortdurend worden geactiveerd, wat lastig zou zijn. Zal de kettingrem me altijd beschermen tegen letsel als terugslag voorkomt? Nee. Ten eerste moet uw rem functioneren om de bedoelde bescherming te geven. Ten tweede moet hij zo worden geactiveerd als hierboven beschreven, om de zaagketting bij terugslag te stoppen. Ten derde kan de kettingrem worden geactiveerd, maar wanneer het zaagblad te dicht bij u is, kan het gebeuren dat de rem niet op tijd afgeremd is om de ketting te stoppen voor de motorzaag u raakt. Alleen uzelf en een juiste arbeidstechniek kunnen terugslag en de bijbehorende risico’s elimineren.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Dutch – 229 Gashendelvergrendeling De gashendelvergrendeling is ontworpen om onbedoelde bediening van de gashendel te voorkomen. Als u de gashendelvergrendeling (A) indrukt (bijvoorbeeld wanneer u de handgreep vastpakt), wordt de gashendel ontgrendeld (B). Als u de handgreep loslaat, gaan de gashendelvergrendeling en de gashendel terug naar hun standaardpositie. Dit ontwerp vergrendelt de gashendel in de stationaire stand. Kettingvanger De kettingvanger is geconstrueerd om een losgeraakte of gebarsten ketting op te vangen. Dit kan meestal voorkomen worden door de ketting juist aan te spannen (zie instructies in het hoofdstuk Monteren) en voor goed onderhoud en service van het zaagblad en de ketting te zorgen (zie de instructies in het hoofdstuk Algemene werkinstructies). Trillingdempingssysteem Uw machine is uitgerust met een trillingdempingssysteem dat geconstrueerd is om zo trillingvrij en comfortabel mogelijk met de zaag te kunnen werken.Het trillingdempingssysteem van de machine reduceert het overbrengen van de trillingen van de motoreenheid/snijuitrusting op de handvateenheid van de machine. Het motorzaaghuis inclusief de snijuitrusting is via een zogenaamd trillingdempend element opgehangen in de handvateenheid.Zagen in een harde houtsoort (de meeste loofbomen) veroorzaakt meer trillingen dan zagen in een zachte houtsoort (de meeste naaldbomen). Zagen met een botte of verkeerde snijuitrusting (verkeerd type of verkeerd geslepen) verhoogt het trillingniveau. Stopschakelaar De stopschakelaar moet gebruikt worden om de motor uit te schakelen. Geluiddemper De geluiddemper werd ontworpen om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden, en om de uitlaatgassen weg te richten van de gebruiker.In gebieden met een warm en droog klimaat kan het risico van branden erg groot zijn.
WAARSCHUWING! Als men teveel wordt blootgesteld aan trillingen, kan dit tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen leiden bij personen die een slechte bloedcirculatie hebben. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen heeft die wijzen op te grote blootstelling aan trillingen. Voorbeelden van zulke symptomen zijn slapen, geen gevoel, ”kriebels” , ”speldeprikken”, pijn, geen of minder kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidoppervlak. Deze symptomen komen meestel voor op vingers, handen of polsen. Deze symptomen kunnen toenemen bij koude temperaturen.
WAARSCHUWING! De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start de machine daarom nooit binnenshuis of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal!N.B.! De geluiddemper wordt zeer heet, zowel tijdens het gebruik als na het stoppen. Dit geldt ook bij stationair draaien. Wees oplettend op brandgevaar, vooral bij hantering vlakbij brandgevaarlijke stoffen en/of gassen.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 230 – Dutch Snijuitrusting In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u door het juiste onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te gebruiken:
- Het terugslagrisico van uw machine reduceert.
- Vermindert het risico op losraken en barsten van de ketting.
- Bereikt optimale snijprestaties.
- De levensduur van de snijuitrusting verlengt.
- Voorkomt toename van trillingsniveau. Basisregels
- Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen snijuitrusting! Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens.
- Zorg ervoor dat de tanden van de ketting goed en juist geslepen zijn! Volg onze instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal. Een verkeerd geslepen of beschadigde ketting verhoogt het risico op ongevallen.
- Zorg ervoor dat de tanddiepte juist is! Volg onze instructies en gebruik de aanbevolen dieptestellermal. Als de tanddiepte te groot is, verhoogt dit het risico op terugslag.
- Hou de ketting gestrekt! Als de ketting niet voldoende gestrekt is, neemt het risico toe dat de ketting losraakt en de slijtage van zaagblad, ketting en kettingwiel neemt toe.
- Zorg ervoor dat de snijuitrusting voldoende gesmeerd is en onderhoud ze op de juiste manier! Als de ketting niet voldoende gesmeerd wordt, neemt het risico op barsten toe en verhoogt de slijtage van zaagblad, ketting en kettingwiel. Snijuitrusting die het risico op terugslag vermindert Terugslag kan alleen voorkomen worden doordat u er als gebruiker voor zorgt dat de terugslagrisico-sector van het zaagblad nooit in contact komt met een voorwerp. Door snijuitrusting met een ”ingebouwde” terugslagreductie te gebruiken en door de ketting correct te slijpen en te onderhouden kan het effect van een terugslag gereduceerd kan worden. Zaagblad Hoe kleiner de neusradius, hoe minder neiging tot terugslag. Ketting Een ketting bestaat uit een aantal verschillende schakels die leverbaar zijn in standaarduitvoering en in een uitvoering die het risico op terugslag reduceert. Een aantal uitdrukkingen die de specificaties van het zaagblad en de ketting aangeven. Om alle veiligheidsonderdelen op de snijuitrusting te behouden, moet u versleten of beschadigde zaagblad-/ kettingcombinaties vervangen door een zaagblad en ketting die Husqvarna aanbeveelt. Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegeevns voor informatie welke zaagblad-/kettingcombinaties we aanbevelen.
WAARSCHUWING! Gebruik de motorzaag nooit zonder of met een kapotte geluiddemper. Door een kapotte geluiddemper kunnen het geluidsniveau en het risico van brand aanzienlijk toenemen. Hou gereedschap voor brandblussen bij de hand.
WAARSCHUWING! Een verkeerde snijuitrusting of een verkeerde zaagblad/ kettingcombinatie verhoogt het risico op terugslag! Gebruik uitsluitend de zaagblad/kettingcombinaties die wij aanbevelen, en volg de vijlinstructie. Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens. BELANGRIJK! Geen enkele zaagketting elimineert het risico op terugslag.
WAARSCHUWING! Ieder contact met een draaiende zaagketting kan ernstig letsel veroorzaken.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Dutch – 231 Zaagblad
- Aantal tanden in het neuswiel (T).
- Kettingsteek (=pitch) (duim). Het neuswiel van het zaagblad en het kettingaandrijftandwiel van de motorkettingzaag moeten aangepast zijn aan de afstand tussen de aandrijfschakels.
- Aantal aandrijfschakels (stuks). Elke zaagbladlengte levert in combinatie met de kettingsteek en het aantal tanden van het neuswiel een bepaald aantal aandrijfschakels op.
- Zaagbladgroefbreedte (duim/mm). De breedte van de zaagbladgroef moet aangepast zijn aan de aandrijfschakelbreedte van de ketting.
- Kettingolie-opening en opening voor kettingstrekkerpen. Het zaagblad moet aangepast zijn aan de constructie van de motorkettingzaag. Ketting
- Kettingsteek (=pitch) (duim)
- Aandrijfschakel-breedte (mm/duim)
- Aantal aandrijfschakels (stuks) Slijpen en afstellen van de tanddiepte van de ketting Algemeen met betrekking tot het slijpen van de tanden
- Zaag nooit met een botte ketting. De ketting is bot wanneer u de snijuitrusting door de boom moet drukken en wanneer de houten spaanders erg klein zijn. Met een zeer botte ketting zijn er zelfs helemaal geen spaanders. Dan krijgt men alleen houtpoeder.
- Een goed geslepen ketting eet zich door het hout en geeft houten spaanders die groot en lang zijn.
- De zagende delen van een ketting worden zaagschakels genoemd en bestaan uit een snijtand (A) en een dieptestellernok (B). Het verschil in hoogte tussen deze beide bepaalt de snijdiepte. Bij het slijpen van snijtanden moet men rekening houden met vier verschillende afmetingen. 1 VijlhoekALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 232 – Dutch 2 Snijhoek 3 Vijlpositie 4 Diameter van de ronde vijl Het is erg moeilijk om zonder hulpmiddelen een ketting correct te slijpen. Daarom raden we u aan onze vijlmal te gebruiken. Die garandeert dat de ketting wordt geslepen voor een optimale terugslagreductie en zaagcapaciteit. Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens voor de gegevens die van toepassing zijn bij het slijpen van de ketting van uw motorzaag. Slijpen van de snijtand Om de snijtand te slijpen heeft u een ronde vijl en een vijlmal nodig. Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens met betrekking tot de diameter van de ronde vijl en welke vijlmal wordt aanbevolen voor de ketting van uw motorzaag.
- Controleer of de ketting gestrekt is. Als de ketting niet voldoende gestrekt is, is ze zijdelings onstabiel waardoor ze niet juist geslepen kan worden.
- Vijl altijd van de binnenkant van de snijtand naar buiten toe. Til de vijl op wanneer u naar de volgende tand gaat. Vijl eerst alle tanden aan één kant, draai daarna de motorzaag om en vijl de tanden van de andere kant.
- Vijl zo dat alle tanden even lang zijn. Wanneer de lengte van de snijtand slechts 4 mm (5/32") bedraagt, is de ketting versleten en moet ze vervangen worden. Algemeen betreffende het instellen van de snijdiepte
- Wanneer men de snijtanden slijpt, vermindert de tanddiepte (=snijdiepte). Om de maximum zaagcapaciteit te behouden, moet de dieptestellernok verlaagd worden tot de aanbevolen hoogte. Zie de instructies in het hoofdstuk Technische gegevens hoe groot de tanddiepte moet zijn voor de ketting van uw motorzaag. Afstelling van de tanddiepte
- Wanneer de snijdiepte wordt afgesteld, moeten de snijtanden net geslepen zijn. We raden aan de snijdiepte bij te stellen na elke derde kettingslijpbeurt. N.B.! Bij deze aanbeveling wordt ervan uitgegaan dat
WAARSCHUWING! Het niet volgen van de slijpinstructies, verhoogt het terugslagrisico van de ketting aanzienlijk.
WAARSCHUWING! Een te grote snijdiepte vergroot het terugslagrisico van de ketting!ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Dutch – 233 de lengte van de snijtanden niet abnormaal afgevijld werd.
- Om de snijdiepte in te stellen heeft u een platte vijl en een dieptestellermal nodig. We raden u aan onze vijlmal voor de tanddiepte te gebruiken, om de juiste maat voor de tanddiepte en de juiste hoek van de dieptestellernok te krijgen.
- Leg de vijlmal over de zaagketting. Informatie over het gebruik van de vijlmal staat op de verpakking. Gebruik de platte vijl om het overschot van het deel van de dieptestellernok dat onder de mal uitkomt, weg te vijlen. De snijdiepte is correct als u geen weerstand voelt wanneer u de vijl over de mal haalt. Ketting strekken Hoe meer u de ketting gebruikt, hoe langer ze wordt. Het is belangrijk dat u de snijuitrusting aan deze verandering aanpast. Bij elke tankbeurt moet gecontroleerd worden of de ketting voldoende gestrekt is. N.B.! Een nieuwe ketting vereist een inrijperiode gedurende dewelke men vaker moet controleren of de ketting voldoende gestrekt is. Algemeen geldt dat de ketting zo hard mogelijk gestrekt moet worden, maar niet harder dan dat men ze manueel rond kan draaien.
- Maak de zaagbladmoer los die het koppelingdeksel/ kettingrem vergrendelt. Gebruik de combisleutel.
- Til de zaagbladpunt op en strek de ketting door aan de kettingstrekschroef te draaien met behulp van de combisleutel. Strek de ketting tot hij niet langer slap hangt aan de onderkant van het zaagblad.
- Gebruik de combisleutel en draai de zaagbladmoer vast terwijl u tegelijkertijd de zaagbladpunt omhoog houdt. Controleer of de ketting makkelijk met de hand kan worden rondgedraaid en of hij niet naar beneden hangt aan de onderkant van het zaagblad. De plaats van de kettingstrekschroef is verschillend voor de onze diverse modellen motorzagen. Zie de instructies in het hoofdstuk Wat is wat?, waar wordt aangegeven waar hij op uw model zit. Snijuitrusting smeren Zaagkettingolie Zaagkettingolie moet een goede hechting aan de motorzaagketting en tevens goede vloei-eigenschappen hebben, of het nu een warme zomer of een koude winter is.
WAARSCHUWING! Een onvoldoende gestrekte ketting kan resulteren in het losraken van de ketting wat tot ernstige en zelfs dodelijke verwondingen kan leiden.
WAARSCHUWING! Onvoldoende smeren van de snijuitrusting kan een breuk van de ketting veroorzaken wat tot ernstige en zelfs dodelijke verwondingen kan leiden.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 234 – Dutch Als fabrikant van motorkettingzagen hebben wij een optimale zaagkettingolie ontwikkeld die door zijn plantaardige basis bovendien biologisch afbreekbaar is. Wij raden het gebruik van onze olie aan voor zowel een maximale levensduur van de motorzaagketting als voor behoud van het milieu. Als onze zaagkettingolie niet verkrijgbaar is, bevelen wij gewone zaagkettingolie aan. Gebruik nooit afvalolie! Deze is schadelijk voor uzelf, voor de machine en het milieu. Kettingolie bijvullen
- Al onze motorkettingzaagmodellen hebben automatische kettingsmering. Een aantal modellen is ook leverbaar met verstelbare oliestroom.
- De tank voor de kettingolie en de brandstoftank zijn zo gedimensioneerd dat de brandstof op is voordat de kettingolie op is. Deze veiligheidsfunctie vereist echter wel dat men de juiste kettingolie gebruikt (met te dunne en dunvloeiende olie raakt de kettingolietank leeg voor de brandstof op is) en dat men onze aanbevelingen met betrekking tot de snijuitrusting volgt (een te lang zaagblad heeft meer kettingolie nodig). Controle van de kettingsmering
- Controleer bij elke tankbeurt de kettingsmering. Hou de zaagbladpunt op ca. 20 cm (8 duim) op een vast licht voorwerp gericht. Na 1 minuut draaien met 3/4 gas geven, moet er een duidelijke olierand te zien zijn op het lichte voorwerp. Als de kettingsmering niet werkt:
- Controleer of het kettingoliekanaal van het zaagblad open is. Maak schoon indien nodig.
- Controleer of de zaagbladgroef schoon is. Maak schoon indien nodig.
- Controleer of het neuswiel van het zaagblad soepel draait en of de smeeropening van het neuswiel open is. Maak schoon en smeer indien nodig. Als de kettingsmering niet werkt na de bovenstaande controles en de bijbehorende maatregelen, moet u de motorkettingzaag naar uw servicewerkplaats brengen. BELANGRIJK! Bij gebruik van plantaardige kettingolie, moet u de zaagketting demonteren en ketting en zaagbladgleuf schoonmaken, voor u ze lange tijd opbergt. Anders bestaat het risico dat de kettingolie oxideert, wat ertoe leidt dat de zaagketting stijf wordt en het neuswiel van het zaagblad aanloopt.ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Dutch – 235 Kettingaandrijftandwiel De koppelingstrommel is voorzien van een Spur-tandwiel (kettingtandwiel dat op de trommel is gesoldeerd). Controleer regelmatig het slijtageniveau van het kettingaandrijf-tandwiel. Vervang het als het abnormaal versleten is. Het kettingaandrijf-tandwiel moet vervangen worden telkens men de ketting vervangt. Slijtagecontrole van de snijuitrusting Controleer de ketting dagelijks:
- Of er zichtbare barsten in klinken en schakels zijn.
- Of de ketting stijf is.
- Of klinken en schakels abnormaal versleten zijn. Gooi de zaagketting weg als deze een of enkele van bovenstaande punten vertoont. We raden aan een nieuwe zaagketting te gebruiken om de slijtage van de ketting die u gebruikt te controleren. Wanneer de lengte van de snijtanden slechts 4 mm bedraagt, is de ketting versleten en moet ze vervangen worden. Zaagblad Controleer regelmatig:
- Of er braam zit op de buitenzijden van het zaagblad. Vijl weg indien nodig.
- Of de zaagbladgroef abnormaal versleten is. Vervang het zaagblad indien nodig.
- Als de zaagbladneus abnormaal of ongelijkmatig versleten is. Als er een ”holte” ontstaat in waar de radius van de zaagbladneus ophoudt, was de ketting niet voldoende gestrekt.
- Voor een zo lang mogelijke levensduur moet het zaagblad elke dag omgedraaid worden.
WAARSCHUWING! Het grootste gedeelte van de ongevallen met motorkettingzagen gebeurt wanneer de ketting de gebruiker raakt. Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk ”Persoonlijke veiligheidsuitrusting”. Voer geen taken uit waarvoor u zich niet voldoende gekwalificeerd acht. Zie instructies in de hoofdstukken Persoonlijke veiligheidsuitrusting, Maatregelen om terugslag te voorkomen, Snijuitrusting en Algemene werkinstructies. Voorkom situaties waar risico op terugslag bestaat. Zie instructies in het hoofdstuk Veiligheidsuitrusting voor de machine. Gebruik de aanbevolen snijuitrusting en controleer de conditie waarin ze zich bevindt. Zie instructies in de hoofdstukken Technische gegevens en Algemene veiligheidsinstructies. Controleer de werking van de veiligheidsonderdelen van de motorkettingzaag. Zie instructies in de hoofdstukken Algemene werkinstructies en Algemene veiligheidsinstructies. Gebruik nooit een motorzaag door hem met een hand vast te houden. U kunt een motorzaag niet veilig controleren met een hand. Hou de handgrepen altijd met beide handen stevig vast.MONTEREN 236 – Dutch Monteren van zaagblad en ketting
- Controleer of de kettingrem ontkoppeld is door de terugslagbeveiliging van de kettingrem naar de voorste handvatbeugel te duwen.
- Verwijder de zaagbladmoer en het koppelingdeksel (de kettingrem).
- Controleer of de stelpen van de kettingspanner in de achterste stand staat. Breng het blad aan over de bout van de geleider en plaats de stelpen van de kettingspanner in de uitsparing in het blad.
- Breng de ketting aan over het aandrijfkettingwiel en in de gleuf in het blad. Begin aan de bovenzijde van het blad.
- Zorg dat de snijkanten van de zaagschakels naar voren wijzen op de bovenrand van het blad.
- Controleer of de aandrijfschakels van de ketting goed op de kettingwielaandrijving passen en of de ketting in de groef op de geleider zit. Breng de kap van de koppeling (kettingrem) aan en haal de moer van het blad handvast aan.
- Span de ketting door met behulp van de combisleutel de kettingspanschroef met de klok mee te schroeven. De ketting moet aangespannen worden tot ze niet langer slap hangt aan de onderkant van het zaagblad. Zie de instructies in het hoofdstuk Zaagketting spannen.
- De ketting is juist aangespannen wanneer ze niet langer slap hangt aan de onderkant van het zaagblad en toch gemakkelijk met de hand kan worden voortbewogen. Hou de tip van het blad omhoog en draai de zaagbladmoer aan met de combisleutel.
- Op een nieuwe ketting moet de kettingspanning vaak gecontroleerd worden tot de ketting goed ”ingelopen” is. Controleer regelmatig de kettingspanning. Correct aangespannen kettingen geven goede bedrijfsprestaties en hebben een lange levensduur. Montage gordeloog De motorkettingzaag is uitgerust met twee ogen op de achterste rand van de kettingzaagkap: een kabeloog en een gordeloog. Het kabeloog is bij aflevering gemonteerd. Het gordeloog is bij aflevering niet gemonteerd. Dit oog wordt door gebruikers van motorkettingzagen gebruikt als een eenvoudige manier om de zaag aan een gordel of draagstel te bevestigen. Zie de sectie Werktechnieken voor meer informatie. Een gordeloog monteren - neem contact op met uw servicewerkplaats. Monteren van schorssteun Een getande aanslag is verkrijgbaar als reserveonderdeel. Neem contact op met uw servicedealer.
WAARSCHUWING! Wanneer u aan de ketting werkt, moet u altijd handschoenen dragen.BRANDSTOFHANTERING Dutch – 237 Brandstof Let op! Uw machine is uitgerust met een tweetaktmotor; gebruik steeds een mix van benzine met tweetaktolie. Om zeker te zijn van de juiste mengverhouding, is het erg belangrijk dat u de oliehoeveelheid steeds nauwkeurig afmeet. Als u kleine brandstofhoeveelheden mengt, hebben zelfs kleine afwijkingen van de juiste oliehoeveelheid een grote invloed op de mengverhouding. Benzine
- Gebruik loodvrije of gelode benzine van een hoge kwaliteit.• Het aanbevolen laagste octaangetal is 90 (RON). Indien u de motor gebruikt met benzine met een lager octaangetal dan 90, kan het zogenaamde pingelen voorkomen. Dit leidt tot een hogere motortemperatuur en hogere belasting van de lagers, wat ernstige schade aan de motor kan veroorzaken.• Als men voortdurend met een hoog toerental werkt (b.v. snoeien) is het aan te raden een hoger octaangehalte te gebruiken.Husqvarna-alkylaatbrandstofHusqvarna beveelt het gebruik van Husqvarna-alkylaatbrandstof aan voor de beste prestaties. De brandstof bevat minder schadelijke stoffen dan reguliere brandstof, waardoor schadelijke uitlaatgassen worden beperkt. De brandstof laat weinig resten achter na verbranding, waardoor de motoronderdelen schoner blijven en de levensduur van de motor wordt verlengd. Husqvarna-alkylaatbrandstof is niet in alle markten verkrijgbaar. EthanolbrandstofHUSQVARNA raadt in de handel verkrijgbare brandstof met een ethanolgehalte van maximaal 10% aan.InlopenGedurende lange tijd op hoge toeren werken, dient gedurende de eerste 10 uur te worden vermeden. Tweetaktolie
- Voor de beste resultaten en prestaties, moet u HUSQVARNA tweetaktolie gebruiken, die speciaal wordt gemaakt voor onze luchtgekoelde tweetaktmotoren. Mengverhouding 1:50 (2%).• Indien er geen HUSQVARNA twee-takt olie verkrijgbaar is, dient u een andere olie van goede kwaliteit en bedoeld voor luchtgekoelde motoren te gebruiken. Neem contact op met uw dealer voor de keuze van olie.• Gebruik nooit twee-takt olie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde outboardoil.• Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren. Mengen
- Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan die goedgekeurd is voor benzine.• Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het brandstofmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid benzine bij.• Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u de brandstoftank van de machine vult.• Meng niet meer brandstof dan voor max. 1 maand nodig is.• Als u de machine gedurende een langere tijd niet gebruikt, moet u de brandstoftank leeg maken en hem schoonmaken. Kettingolie
- Als smeermiddel raden we een speciale olie aan (kettingsmeerolie) met goede adhesie.• Gebruik nooit gebruikte olie. Dit kan de oliepomp, het zaagblad en de ketting beschadigen.• Het is belangrijk het juiste olietype te gebruiken in verhouding tot de luchttemperatuur (juiste viscositeit).• Bij temperaturen onder 0°C worden bepaalde oliesoorten minder visceus. Dit kan de pomp WAARSCHUWING! Zorg steeds voor een goede ventilatie bij het vullen en hanteren van brandstof.Benzine, literTweetaktolie, liter2% (1:50)5 0,1010 0,2015 0,3020 0,40BRANDSTOFHANTERING 238 – Dutch overbelasten en de componenten van de pomp beschadigen.
- Neem contact op met uw dealer voor het kiezen van de juist kettingolie. Tanken Maak de dop van de tank en de directe omgeving goed schoon. Maak de brandstof- en kettingolietanks regelmatig schoon. Het brandstoffilter moet minstens één keer per jaar vervangen worden. Verontreinigingen in de tank kunnen defecten veroorzaken. Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door de jerrycan voorzichtig te schudden voor u de tank vult. De volumes van de kettingolie- en brandstoftanks zijn goed op elkaar afgestemd. Vul daarom de kettingolie- en de brandstoftank altijd op hetzelfde tijdstip. Brandstofveiligheid
- Tank nooit wanneer de motor van de machine loopt.
- Zorg voor een goede ventilatie tijdens het tanken en het mengen van brandstof (benzine en 2-takt olie).
- Verplaats de machine ten minste 3 m van de tankplaats voor u de motor start.
- Start de machine nooit: 1 Als u brandstof of kettingolie op de machine heeft gemorst. Neem alle gemorste brandstof af en laat de benzineresten verdampen. 2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen die in contact zijn geweest met brandstof. Gebruik water en zeep. 3 Als de machine brandstof lekt. Controleer de tankdop en de brandstofleidingen regelmatig op lekkage. Transport en opbergen
- Berg de motorkettingzaag en de brandstof zo dat eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen komen met vonken of vlammen. Bijvoorbeeld elektrische machines, elektrische motoren, stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.
- De brandstof moet in daarvoor bedoelde en goedgekeurde tanks worden bewaard.
- Bij opslag van langere duur en transport van de motorkettingzaag moeten de brandstof- en zaagkettingolietanks worden geleegd. Vraag bij uw tankstation of de gemeente waar u de afgetapte brandstof en kettingolie kwijt kan.
- De transportbescherming van de snij-uitrusting moet tijdens transport of opslag van de machine altijd aangebracht zijn, om abusievelijk contact met de scherpe ketting te vermijden. Ook een ketting die niet beweegt, kan ernstig letsel toebrengen aan de gebruiker of andere personen, die de ketting aanraken.
- Zet de machine vast tijdens transport. Opslag voor lange tijd Leeg de brandstof- en olietanks op een goed geventileerde plaats. Bewaar de brandstof in goedgekeurde jerrycans op een veilige plaats. Monteer de zaagbladbescherming. Maak de machine schoon. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoudsschema. Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een lange periode van stalling.
WAARSCHUWING! Om het risico op brand te verminderen, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen: Stop de motor en laat hem voor het tanken enkele minuten afkoelen. Rook niet en plaats ook geen warm voorwerp in de buurt van de brandstof. Open de dop van de tank voorzichtig wanneer u wilt tanken zodat eventuele overdruk langzaam verdwijnt. Draai de dop van de tank goed vast na het tanken. Haal de machine altijd weg van de tankplaats en -bron voordat u hem start.
WAARSCHUWING! Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst brandgevaarlijk. Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof en kettingolie. Vergeet het brand-, explosie- en inademingsgevaar niet.
WAARSCHUWING! Een beschadigde dop moet altijd worden vervangen.
WAARSCHUWING! Gebruik nooit een machine met zichtbare beschadigingen aan bougiebescherming en ontstekingskabel. Er bestaat een risico van vonkvorming, wat brand kan veroorzaken.STARTEN EN STOPPEN Dutch – 239 Starten en stoppen Starten De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer u de motor start. Activeer de rem door de terugslagbescherming naar voren te brengen. Koude motor Brandstofpomp: Druk een aantal malen op de primerbalg van de brandstofpomp totdat er brandstof in de balg komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te worden. Choke: Zet de choke-hendel in de choke-positie. Grijp het voorste handvat vast met uw linkerhand. Houd de motorzaag op de grond door uw rechtervoet op het onderste deel van het achterste handvat te plaatsen. Grijp de starthendel beet, en trek met uw rechterhand langzaam aan het starterkoord tot u weerstand voelt (starthaken grijpen in) en trek daarna een paar keer snel en kort. Wikkel het startkoord nooit rond uw hand.N.B.! Trek het starterkoord niet volledig uit en laat de starthendel niet zomaar los wanneer het volledig uitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de machine leiden.Zet de chokehendel weer terug zodra de motor aanslaat, te herkennen aan het 'plof'-geluid. Blijf hard aan het koord trekken totdat de motor start. Warme motor Brandstofpomp: Druk een aantal malen op de primerbalg van de brandstofpomp totdat er brandstof in WAARSCHUWING! Voor het starten moet u rekening houden met de volgende punten:De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer de motorzaag wordt gestart, om het risico van contact met de draaiende ketting bij de start te verminderen. Start de motorkettingzaag nooit zonder dat zaagblad, ketting en alle kappen gemonteerd zijn. Anders kan de koppeling losraken en persoonlijk letsel veroorzaken.Plaats de machine steeds op een stabiele ondergrond. Zorg ervoor dat u stevig staat en dat de ketting niet in contact kan komen met een voorwerp.Als u de kettingzaag moet starten terwijl u al in de boom zit: raadpleeg de instructies onder het kopje De zaag in de boom starten, in het hoofdstuk Werktechnieken. Hou onbevoegden uit het werkgebied.Langdurige inademing van de uitlaatgassen van de motor, kettingolienevel en stof van zaagsel kan een gezondheidsrisico vormen.STARTEN EN STOPPEN 240 – Dutch de balg komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te worden. Startgaspositie: Activeer de startpositie door de chokehendel in de chokestand en weer terug te zetten. Pak de voorhandgreep vast met uw linkerhand en houd de kettingzaag op de grond. Neem met uw rechterhand de starthendel vast en trek het starterkoord langzaam naar buiten tot u weerstand voelt (starthaken grijpen in) en trek daarna hard en snel totdat de motor aanslaat. Wikkel het startkoord nooit rond uw hand. N.B.! Trek het starterkoord niet volledig uit en laat de starthendel niet zomaar los wanneer het volledig uitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de machine leiden. De startprocedure activeert een functie die het motortoerental instelt op een waarde boven het stationaire toerental. Schakel dit uit door de gashendel iets in te drukken en los te laten. Het motortoerental zakt terug naar stationair. Dit voorkomt onnodige slijtage van de koppeling en de kettingrem. Let op! Reset de kettingrem door de terugslagbeveiliging (aangeduid met ”PULL BACK TO RESET”) tegen de handgreepbeugel aan te brengen. De motorzaag is vervolgens klaar voor gebruik.
- Start de motorkettingzaag nooit zonder dat zaagblad, zaagketting en alle kappen correct gemonteerd zijn. Zie de instructies in het hoofdstuk Monteren. Wanneer zaagblad en ketting niet op de motorzaag zijn gemonteerd, kan de koppeling losraken en ernstig letsel veroorzaken.
- De kettingrem moet geactiveerd zijn wanneer u de motorzaag start. Zie instructies onder het hoofdstuk Starten en stoppen. Gebruik nooit de valstart voor de motorzaag. Deze methode is zeer gevaarlijk omdat u makkelijk de controle over de motorzaag kunt verliezen.
- Start de machine nooit binnenshuis. Vergeet niet dat het gevaarlijk is om de uitlaatgassen van de motor in te ademen.
- Controleer de omgeving en vergewis u ervan dat er geen risico bestaat dat mensen of dieren in contact komen met de snijuitrusting.
- Hou de motorzaag altijd met beide handen beet. Hou uw rechterhand op de tophandgreep en uw linkerhand op de voorhandgreep. Alle gebruikers, zowel rechts- als linkshandigen, moeten deze greep gebruiken. HouSTARTEN EN STOPPEN Dutch – 241 stevig vast zodat uw duimen en vingers de handgrepen van de motorzaag omsluiten. De zaag in de boom starten Wanneer de zaag in de boom wordt gestart moet de gebruiker: a) de kettingrem activeren voor het starten; b) de zaag links dan wel rechts van het lichaam houden tijdens het starten: 1 links houdt u de zaag met de linkerhand aan de voorhandgreep vast en duwt u de zaag van het lichaam af terwijl u het startkoord in de andere hand houdt; 2 aan de rechterkant houdt u de zaag met de rechterhand vast aan een van de handgrepen en duwt u de zaag van het lichaam af terwijl u het startkoord in de linkerhand houdt. De kettingrem moet altijd zijn geactiveerd als u een lopende zaag op zijn strop laat zakken. Gebruikers moeten altijd nagaan of de zaag nog voldoende brandstof bevat voordat aan een belangrijke zaagsnede wordt begonnen. Stoppen U stopt de motor door het stopcontact naar stopstand te schuiven.ARBEIDSTECHNIEK 242 – Dutch Basisveiligheidsregels De gebruiker mag nooit:• zagen met de terugslagrisicozone bij de punt van het zaagblad.• de kettingzaag met één hand gebruiken.• een vallend stuk hout proberen op te vangen.• in de boom zagen wanneer zij slechts met één lijn zijn gezekerd. Gebruik altijd twee lijnen. Voor ieder gebruik: 1 Controleer of de kettingrem goed werkt en niet beschadigd is.2 Controleer of de gashendelvergrendeling goed werkt en niet beschadigd is.3 Controleer of het stopcontact goed functioneert en onbeschadigd is.4 Controleer of alle handvatten vrij van olie zijn.5 Controleer of het trillingsdempingssysteem goed werkt en niet beschadigd is.6 Controleer of de geluiddemper goed vast zit en niet beschadigd is.7 Controleer of alle onderdelen van de motorkettingzaag vastgedraaid zijn en dat ze niet beschadigd zijn of ontbreken.8 Controleer of de kettingvanger op zijn plaats zit en niet beschadigd is.9 Controleer de kettingspanning. Algemene werkinstructies Bij onderhoudswerk aan bomen boven de grond moet de motorkettingzaag gezekerd worden. Bevestig de kettingzaag door het uiteinde van een veiligheidslijn aan het oog op de kettingzaag te bevestigen en het andere uiteinde aan het harnas van de gebruiker te bevestigen. De veiligheidslijn is faal-veilig. Zodra de gebruiker de controle over de kettingzaag verliest, voorkomt het touw/de strop dat de kettingzaag op de grond valt. Bij de aanbevolen primaire bevestigingsmethode wordt het oog van de riem bevestigd aan de karabijnhaak van het harnas van de gebruiker. Indien de veiligheidslijn echter als primaire zekeringsmethode wordt gebruikt, dan dient de kettingzaag te worden neergelaten tot het einde van de veiligheidslijn, zodat deze niet vanaf werkhoogte naar beneden kan vallen.Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk ”Persoonlijke veiligheidsuitrusting”. Basisregels 1 Door te begrijpen wat terugslag is en hoe het veroorzaakt wordt, kunt u het verrassingseffect reduceren of elimineren. Het verrassingseffect WAARSCHUWING! De informatie met betrekking tot werktechniek in deze gebruikershandleiding geldt niet als goede training om deze boomkettingzaag te bedienen. Een boomkettingzaag mag alleen worden gebruikt door getrainde boomverzorgers! Ongetraind gebruik kan ernstige verwondingen veroorzaken. Voer geen taken uit waar u niet zeker van bent!BELANGRIJK! In dit hoofdstuk nemen we de basisveiligheidsregels voor het werken met een motorkettingzaag door. Deze informatie kan nooit de kennis vervangen die een vakman via opleidingen en praktische ervaring heeft verworven. Wanneer u in een situatie belandt waarin u niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert raadplegen. Wend u tot uw dealer, uw servicewerkplaats of een ervaren motorkettingzaaggebruiker. Vermijd gebruik waarvan u vindt dat u niet voldoende gekwalificeerd bent!
WAARSCHUWING! Op kritieke velmomenten moeten de gehoorbeschermers direct na het voltooien van de motorzaagwerkzaamheden opgeklapt worden, zodat u geluiden en waarschuwingssignalen kunt opmerken.ARBEIDSTECHNIEK Dutch – 243 verhoogt het ongevalsrisico. De meeste terugslagen zijn klein, maar sommige kunnen bliksemsnel en erg krachtig zijn. 2 Door onoplettendheid kan de terugslagrisico-sector van de motorzaag onopzettelijk een tak, een boom in de buurt of een ander voorwerp raken, en terugslag veroorzaken. 3 Hou de motorzaag altijd stevig vast met uw rechterhand op de tophandgreep en uw linkerhand op de voorhandgreep. Plaats uw duimen en vingers rond de handvatten. Houd de motorzaag altijd zo vast, of u nu links- of rechtshandig bent. Want dit is de beste greep om het terugslageffect te reduceren en de controle over de motorzaag te behouden. 4 Gebruik de motorzaag nooit hoger dan schouderhoogte en zaag niet met de tip van het zaagblad. Zaag nooit wanneer u de motorzaag slechts met één hand vasthoudt! 5 Geef altijd volgas bij het zagen! 6 Laat de motor na elke zaagsnede stationair draaien (als de motor langdurig op volle toeren draait zonder dat hij belast wordt, d.w.z. zonder de weerstand die de motor bij het zagen via de ketting ondervindt, kan dit tot ernstige beschadigingen van de motor leiden). - Vanaf de bovenkant zagen = met ”trekkende” ketting zagen. - Vanaf de onderkant zagen = met ”duwende” ketting zagen. - Zagen met een ”duwende” ketting betekent een groter risico op terugslag. Zie instructies in het hoofdstuk Maatregelen die terugslag voorkomen. 7 Wees extra voorzichtig wanneer u met de bovenkant van het zaagblad zaagt, d.w.z. wanneer u van de onderkant van het zaagvoorwerp zaagt. Dit wordt zagen met duwende ketting genoemd. De ketting duwt de motorzaag dan naar achteren naar de gebruiker toe. Wanneer de ketting beklemd raakt, kan de motorzaag naar achteren naar u toe worden geworpen. 8 Als de gebruiker deze duwende beweging niet pareert, bestaat het risico dat de motorzaag zo ver naar achter wordt geduwd dat de terugslagrisico- sector van het zaagblad het enige contact met de boom vormt, wat tot terugslag leidt. 9 Met de onderkant van het zaagblad zagen, d.w.z. van de bovenkant van het zaagvoorwerp naar beneden, wordt zagen met trekkende ketting genoemd. Dan wordt de motorzaag naar de boom getrokken en de voorkant van de motorzaaghuis vormt dan een natuurlijke steun tegen de stam. Bij zagen met trekkende ketting heeft de gebruiker meer controle over de motorkettingzaag en waar de terugslagrisico- sector van het zaagblad zich bevindt. 10 Volg de vijl- en onderhoudsinstructies voor het zaagblad en de ketting. Als u het zaagblad en de ketting vervangt, mag slechts één van de door ons aanbevolen combinaties gebruikt worden. Zie instructies in de hoofdstukken Snijuitrusting en Technische gegevens. 11 Plaats de schorssteun (indien aanwezig) stevig tegen de stam en gebruik deze als een hefboom bij het toepassen van zaagkracht.ARBEIDSTECHNIEK 244 – Dutch Met kettingzagen voor boomonderhoud werken met gebruik van touw en harnas In deze paragraaf worden de werktechnieken besproken waarmee u het risico van letsel kunt verkleinen wanneer u op hoogte met een kettingzaag voor boomonderhoud werkt, met gebruik van een touw en harnas. Het dient als richtlijn en kan worden gebruikt als literatuur ten behoeve van training, maar een formele training blijft altijd vereist. Algemene voorschriften voor werken op hoogte Werkzaamheden op hoogte met een kettingzaag voor boomonderhoud met touw en harnas mogen nooit alleen worden uitgevoerd. Er moet altijd een gekwalificeerde medewerker assisteren vanaf de grond, die is opgeleid in de relevante noodprocedures. Personen die een kettingzaag voor boomonderhoud gebruikt voor dergelijke werkzaamheden, moet zijn opgeleid in algemene veilige klim- en werkpositietechnieken en naar behoren zijn uitgerust met harnassen, touwen, stroppen, musketons en andere middelen om zowel zichzelf als de zaag in een stabiele en veilige werkpositie te houden. Voorbereiding voor het gebruik van de kettingzaag in een boom De kettingzaag moet door de grondmedewerker worden gecontroleerd, gevuld met brandstof, gestart en opgewarmd en de kettingrem moet worden geactiveerd voordat de zaag naar de gebruiker in de boom wordt gezonden. De kettingzaag moet worden uitgerust met een geschikte strop voor bevestiging aan het harnas van de gebruiker: a) bevestig de strop om het oog aan de achterzijde van de kettingzaag. Let op! De kettingzaag moet aan het draagstel worden bevestigd met behulp van kettingzaagstrop 577 43 80-01 of gelijksoortige dempinrichting. Bevestig de kettingzaag door het uiteinde van een veiligheidslijn aan het oog op de kettingzaag te bevestigen en het andere uiteinde aan het harnas van de gebruiker te bevestigen. De veiligheidslijn is faal-veilig. Zodra de gebruiker de controle over de kettingzaag verliest, voorkomt het touw/de strop dat de kettingzaag op de grond valt. Bij de aanbevolen primaire bevestigingsmethode wordt het oog van de riem bevestigd aan de karabijnhaak van het harnas van de gebruiker. Indien de veiligheidslijn echter als primaire zekeringsmethode wordt gebruikt, dan dient de kettingzaag te worden neergelaten tot het einde van de veiligheidslijn, zodat deze niet vanaf werkhoogte naar beneden kan vallen. b) zorg voor geschikte musketons om de zaag indirect (via de strop) en direct (via het bevestigingspunt van de zaag) aan het harnas van de gebruiker te bevestigen. c) zorg dat de zaag stevig is bevestigd wanneer u hem omhoog zendt naar de gebruiker. d) zorg dat de zaag aan het harnas wordt bevestigd voordat hij wordt losgemaakt van het hijstuig. De kettingzaag mag alleen worden bevestigd aan de aanbevolen bevestigingspunten op het harnas. Deze kunnen zich in het midden (voor- of achterzijde) of aan de zijkanten bevinden. Door de kettingzaag aan het middelste bevestigingspunt aan de achterzijde te bevestigen, komt deze niet in aanraking met de klimlijnen en wordt het gewicht van de kettingzaag in het midden door de ruggengraat van de gebruiker ondersteund. Bij verplaatsing van de zaag van het ene naar het andere bevestigingspunt moet de gebruiker zorgen dat hij in de
OPGELET! De maat van het gordeloog is niet afgestemd op gebruik met een zogenaamde veiligheidskabel. Gebruik hiervoor het kabeloog.ARBEIDSTECHNIEK Dutch – 245 nieuwe positie is vastgezet voordat hij wordt losgemaakt van het oude bevestigingspunt. De kettingzaag in de boom gebruiken Uit analyse van ongevallen met dit soort zagen tijdens boomonderhoudswerk blijkt dat de belangrijkste oorzaak is gelegen in incorrect gebruik van de zaag met één hand. Bij de overgrote meerderheid van de ongevallen heeft de gebruiker geen stabiele werkpositie aangenomen waardoor hij beide handen vrij heeft voor bediening van de zaag. Hierdoor wordt het risico van letsel vergroot omdat:
- de gebruiker geen stevige grip op de zaag heeft bij terugslag;
- de gebruiker minder controle over de zaag heeft, zodat die eerder in aanraking komt met klimlijnen en het lichaam van de gebruiker (in het bijzonder de linkerhand en -arm);
- de gebruiker onverhoedse bewegingen maakt vanuit de instabiele werkpositie, met als gevolg aanraking met de zaag. De werkpositie stabiliseren voor tweehandig gebruik WAARSCHUWING! Gebruik een motorkettingzaag nooit door deze met uw ene hand vast te houden. Een motorkettingzaag is niet veilig onder controle met een hand; u kunt in u zelf zagen. Houd de handgrepen altijd stevig met beide handen beet. Om te zorgen dat de gebruiker de zaag met twee handen kan vasthouden, moet hij in de regel een stabiele werkpositie kiezen waarbij de zaag:
- op heupniveau wordt gehouden voor horizontaal zagen;
- op de hoogte van de plexus wordt gehouden voor verticaal zagen. Als de gebruiker van dichtbij aan een verticale stam werkt, met weinig zijwaartse krachtuitoefening op de werkpositie, kan stevig op de voeten staan al voldoende zijn voor een stabiele werkpositie. Maar als de gebruiker zich verder van de stam af bevindt, moet hij maatregelen treffen ter verwijdering of compensatie van de toenemende zijwaartse krachten, bijvoorbeeld door de hoofdlijn via een aanvullend ankerpunt anders te leiden of door het harnas rechtstreeks aan een aanvullend ankerpunt te bevestigen met een verstelbare strop. De stabiliteit van de voeten in de werkpositie kan worden vergroot met behulp van een tijdelijke voetbeugel gevormd uit een eindeloze lus. Een vastgelopen zaag losmaken Als de zaag tijdens het zagen vastloopt, moet de gebruiker:
- de zaag uitschakelen en stevig aan de boom bevestigen aan de binnenzijde (d.w.z. de zijde van de vrachtwagen) van de zaagsnede, of aan een afzonderlijke gereedschapslijn;
- de tak naar vereist optillen en de zaag uit de zaagsnede trekken;
- zo nodig met een handzaag of een andere kettingzaag de vastgelopen zaag bevrijden door op minimaal 30 cm afstand van de vastgelopen zaag te zagen. Of nu een handzaag of een kettingzaag wordt gebruikt om een vastgelopen zaag te bevrijden, de zaagsneden moeten altijd naar buiten (dus richting het uiteinde van de tak) worden aangebracht, om te voorkomen dat de zaag wordt meegesleurd met de tak, waardoor de situaties nog meer gecompliceerd wordt.
WAARSCHUWING! Als de ketting wordt vastgeklemd in de motorzaagsnede: schakel de motor uit! Probeer de motorkettingzaag niet los te trekken. Als u dit doet kunt u zich verwonden aan de ketting wanneer de motorzaag plotseling loskomt. Gebruik een hefboom om de motorkettingzaag los te maken.ARBEIDSTECHNIEK 246 – Dutch Maatregelen die terugslag voorkomen Wat is terugslag? Terugslag is de benaming van een plotselinge reactie waarbij de motorzaag en het zaagblad terugslaan van een voorwerp dat geraakt werd door de terugslagrisico- sector van de zaagbladpunt. Terugslag gebeurt altijd in de richting van het zaagbladoppervlak. Meestal slaan de motorzaag en het zaagblad omhoog en naar achteren naar de gebruiker toe. Maar dit kan ook in andere richtingen zijn, afhankelijk van de positie waarin de motorzaag zich bevindt op het ogenblik dat de terugslagrisico-sector in contact komt met een voorwerp. Terugslag vindt uitsluitend plaats wanneer de terugslagrisico-sector van het zaagblad in contact komt met een voorwerp.
WAARSCHUWING! De terugslag kan bliksemsnel, plotseling en krachtig zijn en kan ertoe leiden dat de motorzaag, het zaagblad en de ketting tegen de gebruiker slaan. Als de ketting in beweging is wanneer ze de gebruiker raakt, kan dit tot ernstige en zelfs dodelijke verwondingen leiden. Het is noodzakelijk om te begrijpen waardoor terugslag wordt veroorzaakt en hoe terugslag voorkomen kan worden door voorzichtig en op de juiste manier te werken.ONDERHOUD Dutch – 247 Algemeen De gebruiker mag alleen die onderhouds- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Carburateurinstelling Afhankelijk van de geldende milieu- en emissiewetgeving is uw motorzaag uitgerust met een uitslagbegrenzer op de stelschroeven van de carburateur. Deze beperken de instelmogelijkheden tot maximaal een 1/2 slag.Uw Husqvarna-product is geconstrueerd en gemaakt volgens specificaties, die de schadelijke uitlaatgassen reduceren. Werking
- Via de gasklepbediening stuurt de carburateur het toerental van de motor. In de carburateur worden brandstof en lucht vermengd. Dit mengsel (brandstof/lucht) kan worden afgesteld. Om het maximum vermogen van de machine te kunnen benutten, moet de afstelling correct zijn.• Afstellen van de carburateur houdt in dat de motor wordt aangepast aan plaatselijke omstandigheden, b.v. klimaat, hoogte, benzine en soort 2-taktolie.
- De carburateur heeft drie afstelposities: - L = Lage toeren-naald - H = Hoge toeren-naald - T = Stelschroef voor stationair draaien• Met de L- en de H-naalden wordt de gewenste brandstofhoeveelheid afgesteld in functie van de luchtstroom die de opening van de gasklepbediening toelaat. Door de schroeven met de klok mee te draaien wordt het lucht/brandstofmengsel armer (minder brandstof) en door ze tegen de klok in te draaien, wordt het lucht/brandstofmengsel rijker (meer brandstof). Een armer mengsel geeft een hoger toerental en een rijker mengsel een lager toerental.• De T-schroef regelt de positie van de gasklepbediening bij stationair draaien. Als de T-schroef met de klok mee wordt gedraaid, krijgt men een hoger stationair toerental en als ze tegen de klok in wordt gedraaid, een lager stationair toerental. Basisafstelling en inrijden Tijdens het testen in de fabriek wordt de basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De eerste tien uur moet u voorkomen op een veel te hoog toerental te werken.N.B.! Als de ketting roteert bij stationair toerental moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de ketting stopt.Aanbevolen stationair toerental: 2900 omw./min. Fijnafstelling Wanneer de machine ”ingereden” is, moet de fijnafstelling van de carburateur uitgevoerd worden. Ze moet uitgevoerd worden door een gekwalificeerd deskundig persoon. Eerst wordt de L-naald, dan de T-schroef voor het stationair toerental en tenslotte de H-naald afgesteld. Vervangen brandstofsoort Een nieuwe fijnafstelling kan nodig zijn wanneer de motorkettingzaag na het vervangen van brandstofsoort zich anders gedraagt met betrekking tot starten, acceleratie, max. toerental enz. Voorwaarden
- Voor met het afstellen wordt begonnen, moet het luchtfilter schoon en het cilinderdeksel gemonteerd zijn. Als de carburateur afgesteld wordt wanneer het luchtfilter vuil is, krijgt men een te arm brandstofmengsel wanneer het luchtfilter wordt schoongemaakt. Dit kan tot ernstige beschadigingen van de motor leiden.• Probeer de naalden L en H niet voorbij de stoppen af te stellen, want dit kan tot beschadigingen leiden.• Start de machine volgens de startinstructie en laat ze ca. 10 min. warmdraaien.• Plaats de machine op een plat oppervlak zodat het zaagblad weg van u af wijst en het zaagblad en de ketting niet in contact komen met de ondergrond of een ander voorwerp. Laag toerental-naald L Draai de L-sproeier met de klok mee tot de stop. Wanneer de motor een slechte acceleratie heeft of niet goed stationair loopt, moet u de L-sproeier tegen de klok in draaien tot een goede accelaratie en stationair toerental is bereikt.BELANGRIJK! Al het overige onderhoud dat niet in dit handboek wordt genoemd moet uitgevoerd worden door een erkende werkplaats (dealer). 1/2 1/2
TONDERHOUD 248 – Dutch Fijnafstelling van schroef T Het stationair toerental wordt afgesteld met de schroef T. Als afstelling nodig is, moet u terwijl de motor draait, de schroef met de klok mee draaien tot de ketting begint te roteren. Draai daarna de schroef tegen de klok in tot de ketting stilstaat. Het stationair toerental is correct afgesteld wanneer de motor in alle posities gelijkmatig draait en dit met een goede marge tot het toerental waarbij de ketting begint te draaien. Hoge toeren-naald H De motor wordt in de fabriek afgesteld op zeeniveau. Wanneer wordt gewerkt op grote hoogte of onder andere weersomstandigheden, temperaturen en luchtvochtigheid kan het nodig zijn de hoge- toerennaald een weinig af te stellen. N.B.! Wordt de hoge-toerennaald te ver ingedraaid, kan dat beschadigingen van zuiger en/of cilinder veroorzaken. Bij het testen in de fabriek wordt de hoge-toerennaald zo ingesteld dat de motor voldoet aan de geldende wettelijke eisen en tevens maximaal presteert. De hoge- toerennaald van de carburateur wordt vervolgens vastgezet met een bewegingsbegrenzer in maximaal uitgeschroefde stand. De bewegingsbegrenzer beperkt de instelmogelijkheid tot maximaal een halve slag. Correct afgestelde carburateur Een correct afgestelde carburateur houdt in dat de machine zonder enige aarzeling accelereert en dat de machine een ietsje ”lalt” bij vol gas geven. Verder mag de ketting niet roteren bij stationair draaien. Een te arm afgestelde L-naald kan tot startmoeilijkheden en slecht accelereren leiden. Een te arm afgestelde H-naald leidt tot een lager vermogen van de machine, een slechte acceleratie en/of motorbeschadiging. Controle, onderhoud en service van de veiligheidsuitrusting van de motorkettingzaag Kettingrem met terugslagbeveiliging Controle van slijtage aan de remvoering
- Maak de kettingrem en de koppelingtrommel vrij van spaanders, hars en vuil. Vuil en slijtage hebben een negatieve invloed op het remvermogen.
- Controleer regelmatig of de dikte van de remvoering op de meest versleten plaats tenminste 0,6 mm bedraagt. Terugslagbeveiliging controleren
- Controleer of de terugslagbeveiliging geen zichtbare beschadigingen vertoont zoals materiaalbarsten.
WAARSCHUWING! Als het stationair toerental niet zo kan worden afgesteld dat de ketting stilstaat, dient u uw dealer te raadplegen. Gebruik de motorzaag nooit voor ze correct is afgesteld of gerepareerd. Let op! Om service en reparaties aan de machine uit te voeren, is een speciale opleiding nodig. Dit geldt vooral voor de veiligheidsuitrusting van de machine. Als de machine één van de volgende controles niet goed doorstaat, raden wij aan dat u naar uw servicewerkplaats gaat.ONDERHOUD Dutch – 249
- Duw de terugslagbeveiliging naar voren en terug om te controleren of hij makkelijk loopt en of hij stabiel verankerd is bij zijn verbinding in het koppelingdeksel. Kettingrem controleren
- Plaats de motorkettingzaag op een stabiele ondergrond en start ze. Zorg ervoor dat de zaagketting niet in contact kan komen met de grond of een ander voorwerp. Zie instructies onder de kop Starten en stoppen.
- Hou de motorkettingzaag stevig vast met uw duimen en vingers stevig om de handvatten. Zet het gas volledig los en activeer de kettingrem door uw linker pols naar voren tegen de terugslagbeveiliging te kantelen. Laat de voorste greep niet los. De zaagketting moet onmiddellijk stoppen. Gashendel/gashendelvergrendeling
- Controleer of de gashendel vergrendeld is in de stationaire stand wanneer de gashendelvergrendeling in de oorspronkelijke stand staat.
- Druk de gashendelvergrendeling naar beneden en controleer of hij teruggaat naar de beginpositie wanneer u deze loslaat.
- Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendel vrij kunnen bewegen en allebei teruggaan naar hun standaardpositie.
- Start de kettingzaag en zet het gas volledig open. Laat de gashendel los en controleer of de zaagketting binnen 3-4 seconden volledig is gestopt. Is dit niet het geval, neem dan contact op met uw onderhoudsdealer. Kettingvanger
- Controleer of de kettingvanger niet beschadigd is en of hij vast zit in de het motorzaaghuis. Trillingdempingssysteem
- Controleer het trillingdempingselement regelmatig op materiaalbarsten en vervormingen.ONDERHOUD 250 – Dutch
- Controleer of het trillingdempingselement vast verankerd is tussen de motoreenheid en de handvateenheid. Stopschakelaar
- Start de motor en controleer of de motor wordt uitgeschakeld wanneer de stopschakelaar in de stopstand wordt gezet. Geluiddemper
- Gebruik de machine nooit wanneer de geluiddemper defect is.
- Controleer regelmatig of de geluiddemper vastzit in de machine. De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de gebruiker weg te richten. De uitlaatgassen zijn zeer heet en bevatten vonken die droge en ontvlambare materialen in brand kunnen steken. Starter Een gebroken of versleten starterkoord vervangen
- Draai de schroeven los waarmee de starter op het carter bevestigd is en verwijder de starter.
- Trek het starterkoord ca. 30 cm uit en til ze op tot de inkeping in de periferie van de schijf. Nulstel de
WAARSCHUWING! De in het starterhuis gemonteerde terugspringveer is opgespannen en kan eruit springen als men niet voorzichtig tewerk gaat en kan dan persoonlijke verwondingen veroorzaken. Wees altijd voorzichtig bij het vervangen van de veer of het startkoord. Gebruik een beschermingsbril en beschermingshandschoenen.ONDERHOUD Dutch – 251 terugspringveer door de schijf langzaam achteruit te draaien.
- Maak de bout in het midden van de koordschijf los en haal de schijf weg.
- Bevestig een nieuw starterkoord in de schijf en maak ze vast. Wikkel het starterkoord circa 3 keer rond de schijf. Monteer de schijf tegen de terugspringveer zodat het uiteinde van de terugspringveer in de schijf haakt. Monteer de bout in het midden van de schijf. Leid het starterkoord door de opening in het starterhuis en de starthendel. Maak daarna een stevige knoop in het starterkoord. De terugspringveer spannen
- Plaats het starterkoord in de inkeping van de schijf en draai de schijf 2 slagen naar rechts. Let op! Controleer of de schijf, wanneer het starterkoord volledig uitgetrokken is, tenminste een halve slag gedraaid kan worden. Een gebroken terugspringveer vervangen
- Til de koordpoelie op. Zie instructies in het hoofdstuk Een gebroken of versleten starterkoord vervangen. Denk eraan dat de terugstelveer opgespannen in het starterhuis ligt.
- Verwijder de cassette met de terugstelveer uit de starter.
- Smeer de terugstelveer in met dunne olie. Monteer de cassette met de terugstelveer in de starter. Monteer de koordpoelie en span de terugstelveer op. Starter monteren
- Monteer de starter door eerst het starterkoord volledig uit te trekken en daarna de starter op het carter te plaatsen. Laat het starterkoord langzaam los zodat de starthaken in het wiel grijpen.
- Monteer de schroeven die de starter op zijn plaats houden en draai ze vast. Luchtfilter Het luchtfilter dient regelmatig te worden schoongemaakt (stof en vuil verwijderen) om de volgende problemen te vermijden:
- Storingen van de carburateur.
- Moeilijkheden bij het starten.
- Onnodige slijtage van de motoronderdelen.
- Abnormaal hoog brandstofverbruik
- Draai de schroef een kwartslag linksom om het luchtfilterdeksel te verwijderen. Verwijder hetONDERHOUD 252 – Dutch luchtfilter. Wanneer u deze weer aanbrengt, dient u ervoor te zorgen dat de luchtfilterafdekkingen strak aansluiten op de filterhouder. Reinig het luchtfilter door het schoon te borstelen of te schudden. Voor grondiger reinigen kunt u water en zeep gebruiken. Na een lange gebruiksperiode kan het luchtfilter niet meer worden gereinigd. Daarom moet het filter regelmatig vervangen worden. Een beschadigd luchtfilter moet altijd vervangen worden. Een HUSQVARNA motorkettingzaag kan uitgerust worden met verschillende luchtfiltertypes afhankelijk van de werkomgeving, de weersomstandigheden, het seizoen enz. Vraag uw dealer om advies. Bougie De volgende factoren zijn van invloed op de conditie van de bougie:
- Een verkeerd oliemengsel in de brandstof (te veel of verkeerde olie).
- Een vuil luchtfilter. Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat tot motordefecten en startmoeilijkheden kan leiden. Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk start of onregelmatig onbelast draait, dient u altijd eerst de bougie te controleren voor u andere maatregelen neemt. Maak de bougie schoon als ze verstopt is en controleer of de afstand tussen de elektroden 0,5 mm bedraagt. De bougie moet na een maand gebruik, of eerder indien nodig, vervangen worden. Let op! Gebruik steeds het correcte bougietype! Andere types kunnen de zuiger/cilinder beschadigen. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft. Het instellen van de oliepomp De oliepomp is instelbaar. Het instellen gebeurt door de schroef met een schroevendraaier te draaien. Wordt de schroef met de klok mee gedraaid wordt de olietoevoer groter, wordt de schroef tegen de klok in gedraaid wordt de olietoevoer kleiner. Tegen de tijd dat de brandstof op is, zal de olietank ook bijna leeg zijn. Vul altijd de olietank bij als u de brandstof in de zaag bijvult.
WAARSCHUWING! Bij het instellen mag de motor niet draaien. 6ONDERHOUD Dutch – 253 Koelsysteem Om de werktemperatuur zo laag mogelijk te houden, is de machine uitgerust met een koelsysteem. Het koelsysteem bestaat uit: 1 Luchtinlaat in de starter. 2 Luchtgeleidingsrail. 3 Ventilatorschoepen op het vliegwiel. 4 Koppelingdeksel Maak het koelsysteem één keer per week schoon met een borstel; dit moet vaker gebeuren wanneer u in moeilijke omstandigheden werkt. Een vuil of verstopt koelsysteem leidt tot oververhitting van de machine waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kunnen worden.254 – Dutch ONDERHOUD Opsporen van storingen Starten mislukt Controle Mogelijke oorzaak Maatregel Starterpallen Elkaar rakende pallen Verstel of vervang de pallen. Reinig rondom de pallen. Neem contact op met een erkende servicedealer. Brandstoftank Met verkeerde brandstof gevuld Aftappen en juiste brandstof gebruiken. Ontsteking (geen vonk) Bougie vervuild of nat Zorg ervoor dat de bougie droog en schoon is. Afstand tussen de elektroden is onjuist. Reinig de bougie. Controleer of de afstand tussen de elektroden juist is. Zorg ervoor dat de bougie is uitgerust met een onderdrukker. Zie technische gegevens voor een correcte elektrodenafstand. Bougie Bougie zit los. Bevestig de bougie Motor start, maar blijft niet draaien. Controle Mogelijke oorzaak Mogelijke handeling Brandstoftank Met verkeerde brandstof gevuld Aftappen en juiste brandstof gebruiken. Carburateur Motor draait niet op juiste manier stationair. Neem contact op met de servicewerkplaats. Luchtfilter Verstopt luchtfilter Maak het luchtfilter schoon. Brandstoffilter Brandstoffilter verstopt Vervang het brandstoffilterDutch – 255 ONDERHOUD Onderhoudsschema Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine moet worden uitgevoerd. De meeste punten staan beschreven in het hoofdstuk Onderhoud. Dagelijks onderhoud Wekelijks onderhoud Maandelijks onderhoud Maak de machine uitwendig schoon. Controleer het koelsysteem wekelijks. Controleer de remvoering van de kettingrem op slijtage. Vervang deze wanneer minder dan 0,6 mm over is op de meest versleten plaats. Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendel werken. Controleer de starter, het startkoord en de terugspringveer. Controleer het centrum van de koppeling, de koppelingtrommel en de koppelingveer op slijtage. Maak de kettingrem schoon en controleer de remfunctie. Controleer de kettingvanger op beschadigingen en vervang indien nodig. Controleer of de trillingsdempingselementen niet beschadigd zijn. Maak de bougie schoon. Controleer of de afstand tussen de elektroden 0,65 mm bedraagt. Het zaagblad moet voor evenwichtig afslijten dagelijks worden omgekeerd. Controleer of de smeeropening niet verstopt is. Maak de groef schoon. Smeer het lager van de koppelingtrommel. Maak de buitenkant van de carburateur schoon. Controleer of het blad en de zaagketting voldoende olie ontvangen. Verwijder eventuele braam op de zijkanten van het zaagblad met een vijl. Controleer het brandstoffilter en de brandstofleidingen. Vervang indien nodig. Controleer de zaagketting op zichtbare barsten in klinken en schakels, of de ketting stijf is en of klinken en schakels abnormaal versleten zijn. Vervang indien nodig. Leeg de brandstoftank en maak deze inwendig schoon. Slijp de kettingzaag en controleer de spanning en staat. Controleer het aandrijfkettingwiel op overmatige slijtage en vervang het indien nodig. Maak de carburateurruimte schoon. Leeg de olietank en maak deze inwendig schoon. Reinig de luchtinlaat van de startmotorbehuizing. Maak het luchtfilter schoon. Vervang het indien nodig. Controleer alle kabels en aansluitingen. Controleer of de bouten en moeren en vastgedraaid zijn. Controleer of de stopschakelaar werkt. Controleer of er brandstof lekt uit motor, tank of brandstofleidingen. Controleer de conditie van het luchtfilter. Controleer of de ketting onbeweeglijk blijft wanneer de motor stationair loopt.256 – Dutch TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens Opm.1: Emissie van geluid naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Opm. 2: Het equivalente geluidsdrukniveau, volgens ISO 22868, wordt berekend als de tijdsgewogen energiesom van de geluidsdrukniveaus onder verschillende werkomstandigheden. De typische statistische spreiding voor het equivalente geluidsdrukniveau geeft een standaardafwijking van 1 dB (A). Opm. 3: Het equivalente trillingsniveau, volgens ISO 22867, wordt berekend als de tijdsgewogen energiesom van de trillingsniveaus onder verschillende werkomstandigheden. De gerapporteerde gegevens voor het equivalente trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 m/s
0,19/190 Capaciteit oliepomp bij 8.000 omw./min., ml/min. 3-9 Inhoud olietank, liter/cm
0,17/170 Type oliepomp Verstelbaar Gewicht Motorzaag zonder zaagblad, ketting en met lege tanks, kg 2,7 Lawaai-emissie (zie opm. 1) Geluidsvermogen, gemeten dB(A) 110 Geluidsvermogen, gegarandeerd L
dB(A) 111 Geluidsniveau (zie opm. 2) Equivalent geluidsniveau bij oor van de gebruiker, dB(A) 98 Equivalent trillingsniveau, a hveq (zie opm. 3) Voorste handvat, m/s
4,9 Ketting/zaagblad Standaard zaagbladlengte, duim/cm 10/25 Aanbevolen zaagbladlengtes, duim/cm 10-12/25-30 Effectieve zaaglengte, duim/cm 8-12/20-30 Steek, mm 3/8 /9,52, 1/4 /6,35 Dikte van de aandrijfschakel, duim/mm 0.050/1,3 Type aandrijfwielen/aantal tanden Spur 6, Spur 8 Kettingsnelheid op 133% van maximale motorsnelheid, m/s. 24,1/21,4Dutch – 257 TECHNISCHE GEGEVENS Zaagblad- en kettingcombinaties De volgende snijuitrustingen zijn goedgekeurd voor het model Husqvarna T525. Vijlen en vijlmallen van de zaagketting EG-verklaring van overeenstemming Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46 36 14 65 00, verklaart hierbij dat de motorkettingzagen voor boomonderhoud Husqvarna T525 met serienummers van 2017 en later (het jaartal staat duidelijk op het productplaatje vermeld, gevolgd door het serienummer), voldoen aan de vereisten van de volgende EU-richtlijnen: - van 17 mei 2006 "betreffende machines" 2006/42/EG. - van 26 februari 2014 ”betreffende elektromagnetische compatibiliteit” 2014/30/EU. - van 8 mei 2000 ”betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis” 2000/14/EG. De volgende normen zijn van toepassing: EN ISO 12100-2010, ISO 14982:2009, EN ISO 11681-2:2011 Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 7035, SE-750 07 Uppsala, Zweden, heeft een EG-typecontrole uitgevoerd volgens artikel 12, punt 3b, van de machinerichtlijn (2006/42/EG). De certificaten van de EG-typecontrole volgens bijlage IX hebben nummer: 0404/17/2479 Verder heeft SMP, Svensk Maskinprovning AB, Box 7035, SE-750 07 Uppsala, Zweden, een verklaring afgegeven van overeenstemming met bijlage V van de richtlijn van de raad van 8 mei 2000 ”betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis” 2000/14/EG. De certificaten hebben nummer: 01/161/111 Voor informatie betreffende lawaaiemissies, zie hoofdstuk Technische gegevens. De geleverde motorkettingzaag komt overeen met het exemplaar dat een EG-typecontrole heeft ondergaan. Husqvarna, 21 Juli, 2017 Per Gustafsson, Hoofd Ontwikkeling (erkende vertegenwoordiger voor Husqvarna AB en verantwoordelijk voor technische documentatie.) Zaagblad Ketting Lengte, duim Steek, duim Spoorbreedte,
Maximum aantal tanden neuswiel Type Lengte, aandrijfschake ls (stuks) 10, 12 1/4 1,3 R10 Husqvarna H00 60, 68 10, 12 3/8 7T Husqvarna H37 40, 45
Notice-Facile