P 524X EFI - Elektrische grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis P 524X EFI HUSQVARNA in PDF-formaat.
| Producttype | Zitmaaier met frontmaaidek |
| Merk | Husqvarna |
| Model | P 524X EFI |
| Motor | Benzinemotor Kawasaki FX730V EFI, 726 cc, 15,6 kW |
| Brandstoftankinhoud | 21 liter |
| Transmissie | Hydrostatisch Kanzaki KTM 23, vierwielaandrijving (AWD) |
| Maximale voorwaartse snelheid | 13 km/u |
| Maximale achterwaartse snelheid | 9 km/u |
| Maaibreedte | Van 1.120 tot 1.370 mm afhankelijk van maaidek |
| Maaiboogte | Van 25 tot 100 mm afhankelijk van maaidek, verstelbaar |
| Gewicht zonder maaidek | 437 kg |
| Bandenluchtdruk | 1,0 bar (14,5 PSI) alle wielen |
| Elektrisch systeem | 12 V, accu 24 Ah, elektrische start |
| Koplampen | LED met werk- en rijverlichting |
| Scherm | Digitaal dashboard met urenregistratie en indicatoren |
| Hoofdfuncties | Elektrische maaidekheffing, Husqvarna Connect, Bluetooth, OPC, ROPS |
| Veiligheid | ROPS-beugel, veiligheidsgordel, parkeerrem, aanwezigheidscontrole bestuurder |
| Onderhoud | Regelmatige reiniging, motor- en transmissieolie verversen, luchtfilter, bougie |
| Gegarandeerd geluidsniveau | Tot 105 dB(A) afhankelijk van maaidek |
| Garantie | Fabrieksgarantie, voorwaarden bij erkende werkplaats |
Veelgestelde vragen - P 524X EFI HUSQVARNA
Gebruikersvragen over P 524X EFI HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P 524X EFI - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P 524X EFI van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING P 524X EFI HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 140-205
SL Navodila za uporabo 206-270
Inhalt
| Inleiding | 140 |
| Veiligheid | 148 |
| Montage | 155 |
| Werking | 157 |
| Onderhoud | 164 |
| Probleemoplossing | 190 |
| Vervoer, opslag en verwerking | 194 |
| Technische gegevens | 197 |
| Accessoires | 202 |
| Service | 202 |
| Garantie | 203 |
| Verklaring van overeenstemming | 204 |
| Geregistreerde handelsmerken | 205 |
Inleiding
Afleveringsinspectie en productnummers
Let op: Bij dit product werd een afleveringsinspectie uitgevoerd. Vraag uw dealer om een getekend exemplaar van het afleveringsinspectiedocument.
| Contactinformatie servicewerkplaats: | |
| Deze gebruikershandleiding hoort bij het product met het product//serienummer: | |
| / | |
| Motor: | |
| Transmissie: | |
Productbeschrijving
De P 524X en P 524X EFI zijn frontmaaiers. De krachtbron is een benzinemotor. Het product is voorzien van een display, koplampen en vierwielaandrijving (AWD). Met de pedalen voor vooruit en achteruit rijden kan de bestuurder de snelheid geleidelijk aanpassen. U kunt het product gebruiken met verschillende typen maaidekken of andere, door Husqvarna goedgekeurde uitrusting.
Gebruik
Het product is gemaakt om gras te maaien in commerciële gebieden. Bevestig een optionele
accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Neem contact op met uw Husqvarna-leverancier voor meer informatie over de beschikbare accessoires.
Verzeker uw product
Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid.

- Pedaal voor vooruitrijden
- Pedaal voor achteruitrijden
- Display
- Voorste AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
- Bekerhouder
- Hendel (accessoire)
- Elektrische heffen van het maaidek
- Functieknop voor voorste accessoires (accessoire)
- PTO-knop
- Contactsleutel
- Gashendel
- Koplampschakelaar
- Schakelaar waarschuwingslamp (accessoire)
- Schakelaar voor voedingsaansluiting, 12 V
- Schakelaar voor AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
- Voedingsaansluiting, 12 V
-
Functieknop voor achterste accessoires (accessoire)
-
Chokehendel (P 524X)
- Achterste AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
- Omloopklep voor de achterste transmissie
- Achterste waarschuwingslampen (accessoire)
- Riemhouders
- Rails
- ROPS (Roll Over Protective Structure, kantelbeveiligingssysteem)
- Veiligheidsgordel
- Brandstoftankdop
- Afstelhendel voor stoel
- Omloopklep voor de voorste transmissie
- Parkeerremvergrendeling
- Parkeerrem
- Voorste waarschuwingslamp (accessoire)
- Gereedschap

-
Display
-
Functieknop voor heffen maaidek
-
Functieknop voor voorste accessoires (accessoire)
-
Contactsleutel
-
PTO-knop
-
Koplampschakelaar
-
Schakelaar waarschuwingslamp (accessoire)
-
Schakelaar voor voedingsaansluiting, 12 V
-
Schakelaar voor AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
-
Functieknop voor achterste accessoires (accessoire)
-
Gashendel EFI (P 524X EFI)
-
Voedingsaansluiting, 12V
-
Relais
-
Besturingseenheid maaier
-
Temperatuursensor voor hydraulische olie
-
Bedieningskast
-
Serviceaansluiting
-
OPC-schakelaar
-
Zekering voor 12V-geheugenvoeding naar de bedieningsmodule van de maaier, 3A
-
Accu
-
Achterste waarschuwingslamp (accessoire)
-
Achterste AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
-
Regeleenheid EFI (P 524X EFI)
-
Zekering voor elektrische actuator heffen maaidek, 30 A
- Sensor brandstofpeil
- Elektrische actuator heffen maaidek
- Koplampen
- Voorste AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire)
- Voorste waarschuwingslamp (accessoire)
- Parkeerremschakelaar
Voedingsaansluitingen
Het product heeft de volgende voedingsaansluitingen:
• 12 V-voedingsaansluiting
• 12 V-AUX-voedingsaansluiting, voor (accessoire)
• 12 V-AUX-voedingsaansluiting, achter (accessoire)
Voor de locatie van de zekeringen voor de voedingsaansluitingen, zie Overzicht van de zekeringen op pagina 171.
Voor de locatie van de voedingsaansluitingen, zie Overzicht elektrische installatie op pagina 142.
Schakel de voedingsaansluitingen in en uit met de aan/uit-schakelaar op het bedieningspaneel.
Urenteller
Het product heeft 2 urentellers op het display. De urentellers tonen hoeveel bedrijfsuren de motor in totaal (A) en tijdens de bedrijfsperiode (B) heeft. Het laatste
cijfer van de urenteller voor de bedrijfsperiode geeft een tiende van een uur (6 minuten) weer.
De tijd van ingeschakeld contact zonder dat de motor draait, wordt niet geregistreerd.
Let op: De totale urenteller (A) toont alleen hele uren.
Let op: Een bedrijfsperiode is de tijd dat de motor gedurende 1 dag is ingeschakeld. Een nieuwe bedrijfsperiode begint als de motor minimaal 6 uur is uitgeschakeld.

text_image
A B h h,8Bedieningsmodule maaier
Het product heeft een bedieningsmodule voor de maaier die de gebruiker voorziet van informatie over het product. De informatie wordt weergegeven op het display op het instrumentenpaneel. Zie Display op pagina 145.
Met de bedieningsmodule van de maaier kan de servicedealer het product aansluiten wanneer onderhoud wordt uitgevoerd.
Husqvarna Connect
Het product heeft draadloze -technologie en kan verbinding maken met mobiele apparaten waarop de Husqvarna Connect-app is geïnstalleerd. De Husqvarna Connect-app is een gratis app voor uw mobiele apparaat. De Husqvarna Connect-app biedt uitgebreide functies voor uw Husqvarna-product:
- De functies vergrendelen en ontgrendelen voorkomen onbevoegd gebruik van het product.
- Uitgebreide productinformatie.
- Informatie over, en hulp bij, onderdelen en onderhoud van uw product.
Husqvarna Fleet Services™
Husqvarna Fleet Services™ is een cloudoplossing waarmee de commerciële fleetmanager een overzicht heeft van alle machines. Voor meer informatie over Husqvarna Fleet Services™, zie www.husqvarna.com.
Het product verbinden met Husqvarna Fleet Services™
- Download de Husqvarna Fleet Services ™-app naar uw mobiele apparaat.
- Meld u aan bij de Husqvarna Fleet Services ™-app.
- Volg de instructies voor het koppelen van het product met Husqvarna Fleet Services™.
PTO-knop (aftakas)
Met de PTO-knop worden de PTO-koppeling en het maaidek of andere aangesloten apparatuur in- en uitgeschakeld. Er moet aan de correcte startvoorwaarden worden voldaan om de aandrijving van de messen in te schakelen. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 152 voor de juiste startvoorwaarden.
- Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van de messen of andere apparatuur in te schakelen.

- Druk de PTO-knop in om de aandrijving van de messen of andere apparatuur uit te schakelen.

De koplampen hebben werklampen en grootlicht.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (A) om de lampen uit te schakelen.

- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (B) om de werklamp in te schakelen.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (C) om grootlicht en de werklamp in te schakelen.
De werklamp blijft 3 minuten branden nadat de contactsleutel op STOP is gezet. Het display toont het koplampsymbool als de koplampen zijn ingeschakeld. Raadpleeg Display op pagina 145.
Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden
Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijk regelbaar. Het linker pedaal (A) wordt gebruikt om vooruit te rijden, en het rechter pedaal (B) wordt gebruikt
om achteruit te rijden. Het product remt wanneer de pedalen worden losgelaten.

Schakelaar voor elektrisch heffen van het maaidek
De schakelaar regelt het elektrische heffen. Gebruik elektrisch heffen om het maaidek in de juiste stand te heffen en neer te laten.
De schakelaar heeft geen ingestelde stand. Trek de schakelaar voor elektrisch heffen naar achteren om het maaidek te heffen. Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Het maaidek kan altijd omhoog en omlaag worden gebracht wanneer de contactsleutel in de stand ON staat.
Het maaidek moet altijd in de zweefstand staan wanneer u gras maait. In de zweefstand kan het maaidek de verschillende niveaus van de grond volgen.

De maaidekken voor dit product zijn de Combi-maaidekken en het R137-maaidek. De maaidekken zijn ook verkrijgbaar als X-modellen, waarmee u de maaihoogte kunt aanpassen via het bedieningspaneel. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 197.
De maaidekken werken met een mulchplug of uitworp aan de achterzijde. Wanneer de maaidekken met de mulchplug worden gebruikt, wordt het gras in kleinere stukjes gemaid, die meststof voor het gazon worden. Als de mulchplug wordt verwijderd, werpen de maaidekken het gras aan de achterzijde uit. De Combi-maaidekken zijn speciaal gemaakt voor gebruik met de mulchplug, terwijl het R137-maaidek speciaal is gemaakt voor uitworp aan de achterzijde.
Display
Het display op het instrumentenpaneel toont informatie over de status van het product.

text_image
1 2 3 4 5 6 RPM Low Hi 7 (P) 8 10 11 12 13 12 14 15 16 17 h h,8 h- Hellingsindicator
- Indicator van de transmissieolietemperatuur
- Indicator voor motoroliedruk
- Indicator accuniveau
- PTO-indicator
- Toerenteller
- Indicator parkeerrem
- Dodemansregeling (OPC)
- Brandstofmeter
- Indicator werklampen of grootlicht
- Aanbevolen motortoerental wanneer u het product bedient
- Bluetooth®
- Indicator onderhoud
- Brandstofmeter in stappen van 5%
Let op: Als de indicator voor
transmissieolietemperatuur brandt, wordt door de brandstofmeter de transmissieolietemperatuur weergegeven.
- Urenteller. Geeft de totale bedrijfstijd in uren weer.
- Digitale vergrendeling
- Urenteller. Werkuren per dag.
Let op: Het display kan verschillend zijn, afhankelijk van het model.
Let op: Wanneer de contactsleutel van de STOP-stand naar de ON-stand (AAN) wordt gedraaid, gaan alle symbolen kort branden. Hierna branden alleen de symbolen van functies die in werking zijn.
Symbolen op het product

WAARSCHUWING: Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen.

Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken.

Draaiende messen. Houd lichaamsdelen uit de buurt van de kap wanneer de motor draait.

Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt.

Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling.

Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. De hefarmen bewegen met grote kracht; houd lichaamsdelen uit de buurt.

Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen.

Warm oppervlak.

Houd omstanders uit de buurt.

Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden.

Maai nooit gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Raadpleeg Gras maaien op hellingen op pagina 152.

Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting.

Kantelgevaar.

Vooruit rijden.

Achteruit rijden.

Parkeerrempedaal.


Parkeerrem.

Dit product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen.

Dit product voldoet aan geldende VK- regelgeving.

Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 197en op het label.

Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming.

Zet de motor uit en verwijder de bougie voordat u reparaties of onderhoud uitvoert.

Motor uit.

Motor aan.

Motor starten.

Motortoerental – snel.

Motortoerental – langzaam.

Choke P 524X.
Brandstof.
Max. ethanol 10%.
Transportpositie van het maaidek.
Werkstand van het maaidek.
Trek de PTO-knop uit.
Druk de PTO-knop in.
AUX voor de achterste voedingsuitgang.
AUX voor de voorste voedingsuitgang.
Oliepeil.
Scanbare code.
Max. toegestane verticale kracht op de trekhaak wordt gespecificeerd in Technische gegevens op pagina 197 en op het label.

Max. toegestane horizontale kracht op de trekhaak wordt gespecificeerd in Technische gegevens op pagina 197en op het label.

Gebruik de veiligheidsgordel niet indien de ROPS uitgeschakeld is.

Gebruik altijd de veiligheidsgordel wanneer de ROPS ingeschakeld is.

Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor een aantal commerciële markten.
Typeplaatje

text_image
Husqvarna® HUSQVARNA AB SE-361 82 HUSKVARNA, SWEDEN Husqvarna Identity (HID) XXXXXXXXXXXXXXXXX Model Prod. year Nominal power XXXXXX XXX XX, XkW PNC Serial number XXXXXXXXXX EAC UK CA CE UK Importer Husqvarna UK Ltd. Preston Road, Co., Durham, DL5 6UP Husqvarna® PNC XXXXXXXXXXXX Unladen weight XXXkg Max front axle weight (GAWR) XXXkg Max rear axle weight (GAWR) XXXkg Max laden weight (GCWR) XXXXkg USA Importer Husqvarna Group, 9335 Harris Corners Plwy, Suite 500, Charlotte, NC28269, USA- Husqvarna Identity (HID) met artikelnummer, fabriek en lijn, datum, volgnummer en controlenummer
- Modelnaam
- Productnummercode (PNC)
- Scanbare code
- Fabrikant en adres van de fabrikant
- Bouwjaar
- Nominaal vermogen
-
Serienummer met datum, jaar en week van productie en volgnummer
-
Productnummercode (PNC)
-
Productgewicht, onbelast
- Maximaal gewicht vooras (GAWR)
- Maximaal gewicht achteras (GAWR)
- Maximaal gewicht in beladen toestand (GCWR)
Euro V-emissies

typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden.
Schade aan het product
We zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product als:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding.

WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.

OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.
Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie.
Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert.

WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk.

WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een
elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
- Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
- Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
- Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
- Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.

- Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten dient u altijd de messen te stoppen, de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
- Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
- Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.

- Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
- Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
- Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Wijzig de afstelling voor de motortoerentalregeling niet.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld.
Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
- Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
- Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
- Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
- Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
- Laat het product niet door kinderen bedienen.

Veiligheidsinstructies voor bediening

WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruit rijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
- Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
- Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
- Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
- Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat.
Persoonlijke beschermingsuitrusting

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico's uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
- Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Gebruik zware antisliplaarzen of -schoenen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Draag geen open schoenen en loop niet op blote voeten.


- Draag zo nodig beschermende handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO-doos en een brandblusser binnen handbereik.
Veiligheidsvoorzieningen op het product

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik geen producten met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen zijn beschadigd, neemt u contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats.
- Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of beschadigd zijn.
Kantelbeveiligingssysteem (ROPS)
De kantelbeveiliging is een beschermend frame dat het risico op letsel vermindert als het product kantelt. Gebruik het kantelbeveiligingssysteem en de veiligheidsgordel wanneer u het product op hellingen bedient.
Veiligheidsgordel
De veiligheidsgordel voorkomt letsel als er ongelukken gebeuren of het product kantelt. Gebruik de veiligheidsgordel alleen wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingeschakeld. Controleer of de veiligheidsgordel goed is bevestigd en niet is beschadigd.
Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen
- Verwijder de twee pennen waarmee het kantelbeveiligingssysteem is bevestigd en kantel het systeem naar achteren om het uit te schakelen. Schakel het kantelbeveiligingssysteem in omgekeerde volgorde van uitschakelen in.

WAARSCHUWING: Houd u aan de volgende instructies voor het kantelbeveiligingssysteem en de veiligheidsgordel.
- Gebruik de veiligheidsgordel niet als het kantelbeveiligingssysteem is uitgeschakeld.

- Gebruik altijd de veiligheidsgordel wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingeschakeld.

- Controleer of het kantelbeveiligingssysteem goed is bevestigd en niet is beschadigd.
De trillingsdempers op de ROPS aanpassen
De ROPS heeft 4 trillingsdempers die trillingen en geluid van de ROPS voorkomen.
-
Schakel de ROPS uit. Raadpleeg Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen op pagina 151.
-
Draai de bovenste trillingsdempers totdat er geen speling meer in de ROPS is.

-
Schakel de ROPS in. Raadpleeg Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen op pagina 151.
-
Draai de onderste trillingsdempers totdat er geen speling meer in de ROPS is.

- Haal de contramoeren aan.

De OPC wordt ingeschakeld wanneer de gebruiker opstaat van de stoel. De OPC-indicator in het display gaat branden. De OPC schakelt het veiligheidscircuit in. Zie De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 152.
De contactsleutel controleren
- Start de motor en schakel die weer uit bij wijze van controle van de contactsleutel. Raadpleeg De motor starten (P 524X) op pagina 159 en Motor uitschakelen op pagina 163.
- Verifieer of de motor start wanneer u de contactsleutel naar de startstand draait.
- Verifieer of de motor onmiddellijk wordt uitgeschakeld wanneer u de contactsleutel naar de stopstand draait.
De bedrijfsvoorwaarden controleren
De bedrijfsvoorwaarden zijn als volgt:
- De motor kan alleen worden gestart als de aandrijving van de messen is uitgeschakeld.
- De motor kan alleen worden gestart als de parkeerrem is ingeschakeld.
- De aandrijving van de messen kan alleen werken als de bestuurder op de stoel zit.
Controleer de bedrijfsvoorwaarden dagelijks.
- Probeer de motor te starten met de aandrijving van de messen ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.
- Probeer de motor te starten zonder dat de parkeerrem is ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.
- Start de motor, schakel de aandrijving op de messen in en sta op uit de stoel. Als het goed is, stoppen de messen van het maaidek.
Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden controleren
- Start het product.
- Zorg dat de pedaal voor vooruitrijden en de pedaal voor achteruitrijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.
- Trap het pedaal voor vooruitrijden voorzichtig in om vooruit te rijden.
- Laat het pedaal voor vooruitrijden los om de machine te laten remmen. Controleer of de rem aangrijpt wanneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat.
- Voer dezelfde procedure uit voor het pedaal voor achteruitrijden.
Let op: Het product heeft een remfunctie die automatisch wordt ingeschakeld wanneer u de
pedalen loslaat. Om de snelheid sneller te verlagen, drukt u op het andere pedaal.
- Zorg ervoor dat het product niet beweegt wanneer de pedalen voor vooruit en achteruitrijden niet zijn ingeschakeld.
Parkeerrem

WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig.
Zie De parkeerrem in- en uitschakelen op pagina 163.
Geluidemper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product niet als de geluiddemper ontbreekt of beschadigd is. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand.

WAARSCHUWING: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
Geluidemper controleren
- Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is.
Beschermkappen
Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen.
Gras maaien op hellingen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen
een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
- Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
- Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
- Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.

- Start of stop niet op een helling.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
- Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
- Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
- Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
- Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.

- Maai op een helling geen nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
- Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is.
De machine veilig als trekker gebruiken
- Gebruik alleen door Husqvarna goedgekeurde trekuitrusting.
- Gebruik de trekhaak om de uitrusting te bevestigen.
- Trek nooit apparatuur die zwaarder is dan het maximaal toegestane trekgewicht. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 197.

text_image
KG- Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden wanneer u apparatuur trekt.
- Wees voorzichtig wanneer u apparatuur op hellingen of over ruig terrein trekt.
- Gebruik het product met een laag toerental wanneer u apparatuur trekt.
Brandstofveiligheid

WAARSCHUWING: Wees
voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen.

volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
• Vul de brandstoftank nooit binnen.
- Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met benzine om letsel of brand te voorkomen.
- Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
- Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
- Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
- Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
- Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon
doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.
- Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
- Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
- Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
- Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur.
Veiligheid bij accu's

WAARSCHUWING: Een
beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats.

volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
- Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
- Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
- Voer vervangen accu's af. Zie Afvoeren op pagina 195.
- Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken.
Transportveiligheid
- Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
- De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Zie Transport op pagina 194.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud

WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:
- De motor is uitgeschakeld.
- Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel is verwijderd.
- Het maaidek is ontkoppeld.
- De bougiekabels zijn van de bougies losgenomen.

WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Raadpleeg Onderhoudsschema op pagina 164.
- Elektrische schokken kunnen letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
- Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
- Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
- De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
- Plaats het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
- Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
- Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 197voor het hoogst toegestane motortoerental.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant.

WAARSCHUWING: Raak de hydraulische slangen niet aan. Hydraulische vloeistof onder druk kan ontsnappen en uw huid beschadigen.
Montage
Het maaidek bevestigen
Let op: Voor maaidekmodellen C112X, C122X, R137X: Voordat u een X-model-maaidek kunt bevestigen, moet u een AUX-voedingsset (accessoire) aan de voorzijde monteren.
Let op: Zorg ervoor dat het maaidek en het product op een vlakke ondergrond staan voordat u het maaidek bevestigt.
- Bedien het product voorzichtig totdat het zich vóór het maaidek bevindt.
- Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort.

OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat.
Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Schakel de parkeerrem in.
-
Stop de motor.
-
Duw het werktuigframe omlaag. Beweeg het werktuigframe naar de verticale positie.

onvoorzichtig gebruik kan het vergrendelmechanisme uw vingers verwonden. Pak de voorste rand van het maaidek met twee handen vast wanneer u doorgaat naar de volgende stap.
- Duw het maaidek in het werktuigframe. Zorg ervoor dat de voorste geleidepennen in de groeven op het werktuigframe vallen. Het werktuigframe ontgrendelt automatisch.

- Duw het maaidek omlaag totdat de achterste geleidepennen de onderkant van de groeven op het werktuigframe aanraken.

- Breng de aandrijfriem rondom de aandrijfpoelie voor het maaidek aan.
- Plaats de veerhendel in de veerhouder.

a) Sluit de kabel aan op de uitgang (A).
b) Bevestig de kabel aan de kabelklem (B) op de voetsteunplaat.

OPGELET: Zorg ervoor dat de kabel zich in de juiste positie onder de actuator (C) bevindt en niet wordt samengedrukt wanneer u het maaidek in de maaistand zet. Raadpleeg Het maaidek in de maaistand zetten op pagina 175.
- Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd. Raadpleeg Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 176.
Het maaidek verwijderen
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schakel de parkeerrem in.
-
Voor maaiidekmodellen C112X, C122X, R137X: Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162.
-
Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort.

OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat.
Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Stop de motor.
- Zet de contactsleutel in de neutrale positie.
- Voor maaidekmodellen C112X, C122X, R137X:

text_image
A Ba) Koppel de kabel los van het stopcontact (A). b) Verwijder de kabel van de kabelklem (B) op de voetsteunplaat.
- Maak de klem op het voorblad los met het hulpstuk aan de contactsleutel en haal het voorblad eraf.

- Voor maaidekmodellen C112, C122, R137: Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161.
- Trek de veerhendel uit de veerhouder om de spanning van de aandrijfriem te halen.

- Verwijder de aandrijfriem en plaats hem in de riemhouder.

- Pak de voorkant van het maaidek met twee handen vast en trek het maaidek naar voren.
- Laat het maaidek volledig neer.
- Open de vergrendeling van het werktuigframe.

- Pak de voorkant van het maaidek met twee handen vast en trek het maaidek naar voren.

voor letsel door pletten; houd lichaamsdelen uit de buurt.
Werking
Inleiding
hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen.

WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het
Husqvarna Connect gebruiken
- Download de Husqvarna Connect-app op uw mobiele apparaat.
- Registreer in de Husqvarna Connect-app.
- Volg de instructies in de Husqvarna Connect-app om verbinding te maken met het product en dit te registreren.
Brandstof bijvullen

WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij (zie Brandstofveiligheid op pagina 153).

WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank niet als ondersteuning.
De motor gebruikt loodvrije benzine met een minimum octaangetal van RON 95 (niet vermengd met olie). Wij adviseren biologisch afbreekbare alkylaatbenzine (max. methanol 5%, max. ethanol 10%, max. MTBE 15%).
Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul bij indien nodig.
U kunt het brandstofniveau in de brandstoftank duidelijk zien. Vul niet teveel bij. Houd een minimale speling van 2,5 cm aan.
De stoel afstellen

WAARSCHUWING: Stel de stoel niet af wanneer u het product gebruikt.
De stoel kan voorover gekanteld worden. De stoel is ook naar voren en naar achteren verstelbaar.
- Om de stoel naar voren en achteren in te stellen, plaatst uw voeten op de voetsteunplaten en duwt u de hendel onder de voorste rand van de stoel naar links. Verplaats de stoel naar de correcte positie.

- Om de stoelveren aan te passen, verschuift u de rubberen aanslagen onder de stoel zoals aangegeven in de afbeelding. Plaats de twee aanslagen vooraan, in het midden of achteraan.

- Druk de PTO-knop in om de aandrijving van het maaidek uit te schakelen.

- Trek de schakelaar voor elektrisch heffen om het maaidek te heffen. Hef het maaidek volledig omhoog tot u een kletterend geluid hoort.

Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
Let op: U kunt het maaidek een beetje heffen met de aandrijving op de messen ingeschakeld. Gebruik deze functie voor zeer lang gras of ruwe oppervlakken.

WAARSCHUWING: Hef het maaidek niet volledig als omhoog als de aandrijving van het maaidek is ingeschakeld. Het risico bestaat dat objecten worden
weggeslingerd, wat ernstig of fataal letsel kan veroorzaken.
Het maaidek neerlaten
- Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort.

OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat.
Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Trek aan de PTO-knop om de aandrijving op de messen van het maaidek in te schakelen.

Voordat u het product gebruikt
- Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen.
- Draag de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen. Raadpleeg Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 150.
- Zorg ervoor dat er alleen goedgekeurde personen in het werkgebied zijn.
- Voer dagelijks onderhoud uit. Raadpleeg Onderhoudsschema op pagina 164.
- Controleer of het product goed gemonteerd en niet beschadigd is.
De motor starten (P 524X)
-
Schakel de parkeerrem in.
-
Druk de PTO-knop in om de aandrijving op het maaidek uit te schakelen.

- Als de motor koud is, zet u de chokehendel helemaal naar achteren.
- Draai de contactsleutel naar de startstand.

- Laat, zodra de motor aanslaat, de contactsleutel meteen los naar de neutraalstand.

OPGELET: Bedien de startmotor niet langer dan 5 seconden per keer. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.
- Zet de chokehendel geleidelijk naar voren in de eindpositie.

-
Laat de motor 3-5 minuten draaien met halfgas voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.
-
Duw de gashendel naar de stand voor volgas.

OPGELET: Het inschakelen van de maaimessen terwijl de motor met volle snelheid draait, veroorzaakt spanning op de aandrijfriemen. Gebruik pas vol gas wanneer het maaidek omlaag is gezet in de maaistand.
De motor starten (P 524X EFI)
- Schakel de parkeerrem in.
- Druk de PTO-knop in om de aandrijving op het maaidek uit te schakelen.

- Draai de contactsleutel naar de startstand.

- Laat, zodra de motor aanslaat, de contactsleutel meteen los naar de neutraalstand.

OPGELET: Bedien de startmotor niet langer dan 5 seconden per keer. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.
- Laat de motor 3-5 minuten draaien met halfgas voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.
- Duw de gashendel naar de stand voor volgas.

OPGELET: Het inschakelen van de maaimessen terwijl de motor met volle snelheid draait, veroorzaakt spanning op de aandrijfriemen. Gebruik pas vol gas wanneer het maaidek omlaag is gezet in de maaistand.
Het product gebruiken
- Controleer of de bypasskleppen zijn gesloten. Raadpleeg De hydrostatische transmissie uitschakelen op pagina 163.
-
Start de motor.
-
Trap het parkeerrempedaal in en laat deze vervolgens los om de parkeerrem uit te schakelen.

- Druk één van de rijpedalen voorzichtig in. De snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt. Gebruik pedaal (A) voor vooruitrijden en pedaal (B) voor achteruitrijden.

- Laat het pedaal los om te remmen. Om harder te remmen, drukt u op het andere rijpedaal.
- Selecteer de maaihoogte. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161 of De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162.
- Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort.

OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om
ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat.
Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Trek de PTO-knop uit om de aandrijving op de messen van het maaidek in te schakelen.

De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137)
- Trek de schakelaar voor elektrisch heffen om het maaidek te heffen. Hef het maaidek volledig omhoog tot u een kletterend geluid hoort.

Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel naar stand STOP.
- De borgplaat in de richting van de voorkant van het maaidek duwen en vasthouden. Trek met uw rechterhand de afstelhendel voor de maaihoogte omhoog. Laat de afstelhendel niet los.

- Houd het werktuigframe (B) vast met uw linkerhand. Breng het maaidek omhoog of omlaag terwijl u de afstelhendel (A) voor de maaihoogte horizontaal beweegt.

-
Laat de afstelhendel voor maaihoogte in een van de gaten op de afstelplaat los.
-
Laat het werktuigframe los.
Let op: Zie de onderstaande tabel voor welke maaihoogte ongeveer overeenkomt met welk getal.
| Nummer Maaihoogte, mm | ||
| Maaidek C112, C122 | R137 | |
| 1 (S) Onderhouds-stand, laagste stand | 25 35 | |
| 2 35 50 | ||
| 3 45 60 | ||
| 4 55 75 | ||
| 5 65 90 | ||
| 6 75 100 | ||
De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X)
- Druk op het bovenste deel van de linker functieknop voor accessoires aan de voorzijde om de maaihoogte te verlagen. Druk op het onderste deel van de linker functieknop voor accessoires aan de voorzijde om de maaihoogte te verhogen.

De markeringen op het maaidek geven de stand van de geselecteerde maaihoogte aan.

Let op: Zie de onderstaande tabel voor welke maaihoogte ongeveer overeenkomt met elke markering.
| Markeringen Maaihoogte, mm | ||
| Maaidek C112X, | C122X R137X | |
| 75 100 | ||
| 65 90 | ||
| 55 75 | ||
| 45 60 | ||
| 35 50 | ||
| 25 35 | ||
Motor uitschakelen
- Laat de rijpedalen los.
- Druk de PTO-knop in om de aandrijving op de messen van het maaidek uit te schakelen.

-
Laat de motor gedurende 1 minuut stationair draaien om de temperatuur van de motor te verlagen.
-
Trek de hefhendel voor het maaidek naar achteren om het maaidek omhoog te zetten.

- Draai de contactsleutel naar stand STOP.

- Schakel de parkeerrem in zodra het product stopt.
De parkeerrem in- en uitschakelen
-
Trap het parkeerrempedaal in (A).
-
Houd de vergrendelknop (B) ingedrukt.

-
Houd de knop ingedrukt en zet het parkeerrempedaal vrij.
-
Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u het parkeerrempedaal nogmaals in.
Een goed maairesultaat verkrijgen
- Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 164.
- Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
- Maai met een zo hoog mogelijke rotatiesnelheid van de messen (zie Technische gegevens op pagina 197 voor het hoogst toegestane motortoerental). Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheid een goed resultaat.
- Maai het gras in een onregelmatig patroon.
- Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig en gebruikt u de mulch-functie.
- Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 164. - Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren. - Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk. - Maai met een zo hoog mogelijke rotatiesnelheid van de messen (zie Technische gegevens op pagina 197 voor het hoogst toegestane motortoerental). Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheid een goed resultaat. - Maai het gras in een onregelmatig patroon. - Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig en gebruikt u de mulch-functie.
De hydrostatische transmissie uitschakelen
Om het product te verplaatsen terwijl de motor is uitgeschakeld, moet u de hydraulische circuits op de voorste en achterste transmissie openen. Dit wordt gedaan door de omloopkleppen in de transmissiemotoren te openen.

OPGELET: Het product heeft geen remmen wanneer de omloopkleppen open zijn. De omloopkleppen moeten gesloten zijn voordat u het product gebruikt.

OPGELET: Sleep het product niet met hoge snelheid of over lange afstanden. Dit kan schade aan de transmissies veroorzaken.
Achterste transmissie
- De omloopklep opent u door de borgmoer (A) 14 tot 12 slag naar links te draaien en vervolgens de klepschroef (B) twee slagen naar links te draaien.

- De omloopklep sluit u door de klepschroef (B) te sluiten en vast te draaien met 8 Nm en vervolgens de borgmoer (A) vast te draaien met 30 Nm.
Voorste transmissie
- De omloopklep opent u door de borgmoer (A) 14 tot 12 slag naar links te draaien en vervolgens de klepschroef (B) twee slagen naar links te draaien.

- De omloopklep sluit u door de klepschroef (B) te sluiten en vast te draaien met 8 Nm en vervolgens de borgmoer (A) vast te draaien met 30 Nm.
Onderhoud
Inleiding
begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en
Onderhoudsschema
| Dagelijks onderhoud voorafgaand aan het gebruik |
| Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn. |
| Controleer op brandstof- of olielekkage. |
| Reinig het product. |
| Reinig het binnenoppervlak van het maaidek. |
| Reinig de motor en de uitlaatdemper. |
| Controleer of de koelluchtinlaat van de motor niet geblokkeerd is. |
| Controleer of de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn. |
| Inspecteer de messen in het maaidek. |
| Inspecteer het maaidek op beschadigingen. |
| Inspecteer en test de remmen. |
| Controleer het motoroliepeil. |
| Controleer het transmissieoliepeil. |
| Zorg ervoor dat het grootlicht en de werklamp correct werken. |
X = De instructies zijn opgenomen in deze gebruikershandleiding.
O = De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding. Laat onderhoud aan de machine uitvoeren door een erkende servicewerkplaats.
| Onderhoud | Wekelijks (elke 40 uur) | Na de eerste 50 uur | Onderhoudsin-terval in uren | ||
| 100 | 200 | 400 | |||
| Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn. O | |||||
| Controleer op brandstof- of olielekkage. O | |||||
| Reinig het product. X | |||||
| Controleer of de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn. X | |||||
| Smeer volgens het overzicht voor smering. X X | |||||
| Het maaidek smeren X X | |||||
| Controleer of de brandstofleidingen en de koppelingen schoon en onbeschadigd zijn. | O | O | |||
| Inspecteer de 12V-accu. X X | |||||
| Controleer de elektrische aansluitingen en kabels. O O | |||||
| Controleer de remkabel en stel de parkeerrem af. O | |||||
| Zorg ervoor dat de koplampen en de werklampen correct werken (indien van toepassing). | X | X | |||
| Voer na de reinigingsprocedure een visuele controle uit van de spanning van de pompriem. | O | O | |||
| Vervang de riem van de pomp. O | |||||
| Vervang de PTO-riem. X | |||||
| Controleer het gewrichtslager in de gelede eenheid. O | |||||
| Voer na de reinigingsprocedure een visuele controle van alle poelies uit. | O | ||||
| Voer een visuele inspectie uit van alle hydrostatische kabels met verbindingen. | O | ||||
| Controleer de gashendel en chokehendel. | O | ||||
| Voer indien nodig een update van de firmware uit. | O | ||||
| Vervang de PTO-knop. | Om de 10 jaar | ||||
| O | |||||
| Vervang het hydraulische-oliefilter. | O | O | |||
| Ververs de hydraulische olie. | O | ||||
| Inspecteer de bougie op beschadigingen en controleer of de afstand tussen de elektroden correct is. | X | ||||
| Maak het luchtfilter schoon. | XX | ||||
| Vervang het brandstofffilter. | X | X | |||
| Vervang het luchtfilterpatroon. | X | ||||
| Controleer het binnenste luchtfilter. | X | ||||
| Vervang het binnenste luchtfilter. | X | ||||
| De klepspeling van de motor controleren en afstellen. O | |||||
| Reinig het oppervlak van de klepzitting. O | |||||
| Inspecteer de uitlaatdemper en het hitteschild. X X | |||||
| Ververs de motorolie. X X | |||||
| Vervang het motoroliefilter. X X | |||||
| Vervang de bougie. X | |||||
| Vervang de brandstofslangen. | Om de 5 jaar | ||||
| O | |||||
| Controleer de snelheid van de voor- en achterwielen en stel deze af. | O | ||||
| Controleer het transmissieoliepeil. X X | |||||
| Ververs de olie in de transmissie. O O | |||||
| Zorg voor de juiste bandenspanning. X X | |||||
| Controleer de maaihoogte-instellingen en stel deze af. X | |||||
| Vervang de riem van het maaidek. X | |||||
| Inspecteer het maaidek op beschadigingen. | X | ||||
| Inspecteer de messen in het maaidek. | X | ||||
Product reinigen

OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden.
Reinig het product direct na gebruik.
- Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder daarna gras of vuil.
- Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil van en rondom de transmissie, de luchtinlaat van de transmissie en de motor.
- Gebruik stromend water uit een slang om het product te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit.
-
Richt de waterstraal niet op elektronische componenten of lagers. Reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken.
-
Om het maaidek te reinigen adviseren wij het maaidek in de onderhoudsstand te zetten en met een waterstraal schoon te spuiten.
- Start het maaidek na het reinigen en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen.
- Controleer alle smeerpunten en smeer indien nodig. Smeer de lagers altijd nadat u het product hebt gereinigd.

De motor en de uitlaatdemper reinigen
Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel.
Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is.
Koelluchtinlaat van motor reinigen

De koelluchtinlaat draait en kan letsel aan uw vingers veroorzaken.
- Zorg dat het luchtinlaatrooster niet is geblokkeerd. Verwijder gras en vuil met een borstel.

- Verwijder de motorkap.
- Zorg dat de koelluchtinlaat niet geblokkeerd wordt. Verwijder gras en vuil met een borstel.

- Controleer het luchtkanaal aan de binnenzijde van de motorkap. Zorg dat het luchtkanaal schoon is en niet tegen de koelluchtinlaat schuurt.

De koeler voor hydraulische olie reinigen
Zorg dat de ventilator voor de koeler van de hydraulische olie niet is geblokkeerd en dat het gebied rondom de koeler voor de hydraulische olie schoon is. Verwijder gras en vuil met een borstel.

De kappen verwijderen
De motorkap verwijderen en aanbrengen
-
Klap de stoel naar voren.
-
Maak de 2 klemmen op de motorkap los met het hulpstuk aan de contactsleutel.

- Verwijder de schroeven uit de scharnieren.

- Klap de motorkap naar achteren.
- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Verwijderen van voorblad
- Maak de klem op het voorblad los met het hulpstuk aan de contactsleutel.

- Verwijder het voorblad.
De afdekkingen van het maaidek verwijderen (R137, R137X)
-
Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161 of De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162.
-
Verwijder de 6 schroeven op de zijkappen van het maaidek.

- Verwijder de zijkappen van het maaidek.
- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De rechter zijkap verwijderen
- Verwijder de 4 schroeven en verwijder de zijkap.

De afdekking van de bedieningskast verwijderen
- Draai de drie schroeven ¼ linksom en verwijder de afdekking.

De rechter voetplaat verwijderen en monteren
- Verwijder het pedaal voor achteruitrijden.
- Neem de zijkap rechts weg. Raadpleeg De rechter zijkap verwijderen op pagina 168
- Verwijder de 2 schroeven en verwijder de bekerhouder.
- Verwijder de 4 schroeven en verwijder de voetplaat.

- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De linker voetplaat verwijderen en monteren
- Verwijder de 4 schroeven en verwijder de voetplaat.

- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De parkeerrem controleren
- Parkeer het product op een harde ondergrond die afloopt.
Let op: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.
-
Trap het parkeerrempedaal in (A).
-
Zet de parkeerrem vrij terwijl u de vergrendelknop (B) ingedrukt houdt.

- Als het product begint te bewegen, moet u de parkeerrem door een erkende servicewerkplaats laten afstellen.
- Bedien het parkeerrempedaal opnieuw om de parkeerrem uit te schakelen.
Het brandstofffilter vervangen
- Verwijder de motorkap om bij het brandstofffilter te kunnen. De afbeelding rechts toont P 524X. De afbeelding links toont P 524X EFI.

- Gebruik een platte tang om de slangklemmen van het brandstofffilter te verwijderen.
- Trek aan de slangeinden om het brandstofffilter te verwijderen.
- Druk het nieuwe brandstofffilter in de uiteinden van de slangen. Gebruik vloeibaar reinigingsmiddel op de uiteinden van het brandstofffilter om de aansluiting te vergemakkelijken.
- Duw de slangklemmen tegen het brandstofffilter.
Het luchtfilter reinigen en vervangen

OPGELET: Start de motor niet wanneer het luchtfilter niet is aangebracht.
-
Verwijder de motorkap.
-
Maak de twee knoppen los waarmee het luchtfilterdeksel vastzit.

-
Verwijder het luchtfilterdeksel.
-
Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.

-
Reinig het binnenvlak van het luchtfilterhuis met een droge doek.
-
Tik het luchtfilterpatroon voorzichtig tegen een hard oppervlak en blaas met perslucht op het binnenoppervlak. Vervang het luchtfilter als het niet schoon wordt of als het is beschadigd.
-
Verwijder het binnenste luchtfilterelement achter het luchtfilterpatroon.

- Tik het binnenste luchtfilterelement tegen een hard oppervlak om het schoon te maken. Vervang het luchtfilter als het niet schoon wordt of als het is beschadigd.

OPGELET: Gebruik geen perslucht om het binnenste luchtfilter te reinigen.
-
Plaats het binnenste luchtfilter en de luchtfiltercartridge in hun oorspronkelijke posities in het filterhuis. Zorg ervoor dat het luchtfilterpatroon goed is bevestigd op de bovenkant van de luchtinlaat.
-
Bevestig het luchtfilterdeksel en zorg ervoor dat de deeltjesvanger naar beneden wijst.

Een bougie controleren en vervangen
- Open de motorkap.
- Verwijder de bougiekap en reinig rond de bougie.
- Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
- Controleer de bougie. Vervang de bougie als de elektroden zijn verbrand of als de isolatie is gebarsten of beschadigd. Als de bougie niet beschadigd is, reinig deze dan met een staalborstel.
- Meet de elektrode-opening en zorg ervoor dat deze correct is. Zie Technische gegevens op pagina 197.

- Buig de zij-elektrode om de elektrode-opening aan te passen.
- Plaats de bougie terug en draai deze met de hand totdat deze tegen de zitting aan zit.
- Draai de bougie vast met de bougiesleutel totdat de ring wordt samengedrukt.
- Draai een gebruikte bougie nogmaals 1/8 slag vast, een nieuwe bougie nog 1/4 slag extra.

OPGELET: Onjuist vastgedraaide bougies kunnen leiden tot motorschade.
- Bevestig de bougiedop.
Overzicht van de zekeringen

- 12V-voeding naar de bedieningsmodule van de maaier, 20 A
- Voeding display, 5A
- Ontstekingsvoeding, 5 A
- J14 + 12 V, waarschuwingslamp, 10 A
- J16 + 12 V, extra schakelaar, extra uit, hydraulisch vermogen, 10 A
- Parkeerrem / stoel, 10 A
- Verlichtingsvoeding, 10 A
- USB, 12 V-aansluiting, 12 V-schakelvoeding, 10 A
- 12V-geheugenvoeding naar de bedieningsmodule van de maaier, 3 A
- 12 V, zekering voor elektrische actuator heffen maaidek, 30 A
- Indicatielampje zekering
Een zekering vervangen
Een defecte zekering wordt aangegeven door een doorgebrande zekeringsdraad. Bij zekering 1-8 geeft het zekeringsindicatielampje aan of een zekering is doorgebrand.
De locatie van de zekeringen vindt u in het overzicht van de zekeringen, zie Overzicht van de zekeringen op pagina 171.
- Zoek de defecte zekering:
a) Verwijder het rechterdeksel om de zekeringen 1-8 te vervangen.
b) Open de motorkap om de zekeringen 9 en 10 te vervangen. - Trek de zekering uit de houder.
- Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type.
- Monteer de afdekkingen.
Let op: Als een hoofdzekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt. Zoek hulp van een erkende servicewerkplaats.
De accu opladen
- Laad de accu op wanneer deze te zwak is om de motor te starten.
- Gebruik een standaard acculader.

OPGELET: Gebruik geen boostlader of startbooster. Dit zal leiden tot schade aan het elektrisch systeem van het product.
- Koppel altijd de lader los alvorens de motor te starten.
Noodstart van motor uitvoeren
Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u gebruik maken van startkabels om een noodstart uit te voeren. Dit product is voorzien van een 12-volt-systeem met negatieve aarding. Het product dat voor de noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12-volt-systeem met negatieve aarding hebben.
Startkabels aansluiten

WAARSCHUWING:
Explosiegevaar door explosief gas dat afkomstig is van de accu. Sluit geen negatieve aansluitklem van de volledig opgeladen accu aan op of in de buurt van de negatieve aansluitklem van de zwakke accu.

OPGELET: Gebruik de accu van uw product niet om andere voertuigen te starten.
- Open de motorkap. Zie De motorkap verwijderen en aanbrengen op pagina 167.
- Sluit het ene uiteinde van de rode kabel aan op de PLUSKLEM (+) van de zwakke accu (A).

- Sluit het andere uiteinde van de rode kabel aan op de PLUSKLEM (+) van de volledig opgeladen accu (B).

WAARSCHUWING: Zorg dat de uiteinden van de rode draden geen kortsluiting maken tegen het chassis.
-
Sluit een uiteinde van de zwarte kabel aan op de MINKLEM (-) van de volledig opgeladen accu (C).
-
Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan op een CHASSISMASSA (D), uit de buurt van de brandstoftank en de accu.
- Plaats de afdekkingen terug.
Startkabels verwijderen
Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.
- Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.
- Verwijder de ZWARTE kabel van de volledig opgeladen accu.
- Verwijder de RODE kabel van de 2 accu's.
Bandendruk
De aanbevolen bandenspanning is 100 kPa (1,0 bar/14,5 psi) voor alle vier de banden.

De PTO-riem vervangen
- Start de motor.
- Draai het stuurwiel helemaal naar links om gemakkelijk bij de motorpoelie te kunnen komen.
-
Zet het maaidek omlaag.
-
Stop de motor.
-
Verwijder het voorblad.
-
Trek de veerhendel naar links uit de veerhouder om de spanning van de spanrol voor de aandrijfriem te halen.

-
Verwijder de linker zijkap van het maaidek.
-
Neem de veerstang uit de hefketting.

- Verwijder de vier schroeven en verwijder de riembescherming.

- Verwijder de riem van de poelie, til de riemhouder (A) op en verwijder de riem van de spanrol.

- Verwijder de riem van de poelie op het werktuigframe.

- Verwijder de riembescherming onder de motorpoelie.

- Verwijder de riembescherming vóór de achterste transmissie.

-
Verwijder de riem van de motorpoelie.
-
Verwijder de riembescherming aan de rechterzijde van het product.

- Verwijder de riem van de achterste motorpoelie.

- Trek het voorste gedeelte van de riem naar buiten via de rechterzijde van de gelede eenheid van het product.

- Maak de riem los van de haak op de middelste poelie.

-
Trek de aandrijfriem uit.
-
Breng een nieuwe aandrijfriem aan in de omgekeerde volgorde van verwijderen.

Zorg dat de aandrijfriem voor het maaidek wordt aangebracht zoals getoond in de afbeelding. Zorg ervoor dat deze juist in de spanpoelie zit, die in de afbeelding met een pijl is aangegeven.

Het maaidek in de onderhoudsstand zetten

WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel door pletten; houd lichaamsdelen uit de buurt.
- Trek de schakelaar voor elektrisch heffen om het maaidek te heffen. Hef het maaidek volledig omhoog tot u een kletterend geluid hoort.

Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.
- Maak de klem op het voorblad los met het hulpstuk aan de contactsleutel en haal het voorblad eraf.

-
Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161 of De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162.
-
Trek de veerhendel naar links uit de veerhouder om de spanning van de spanrol voor de aandrijfriem te halen.

- Verwijder de riem van de poelie op het werktuigframe.

- Pak de voorste rand van het maaidek vast en trek het maaidek naar voren tot de aanslag.

- Til het maaidek op tot het verticaal staat en een klikgeluid hoorbaar is. Het maaidek wordt automatisch vergrendeld in de verticale stand.

Het maaidek in de maaistand zetten
- Houd de voorkant van het maaidek vast met uw linkerhand.
- Maak de vergrendeling met uw rechterhand los.

- Laat het maaidek neer en druk het naar binnen tot de aanslag.

OPGELET: Voor de
R137X: Zorg ervoor dat de kabel naar het maaidek niet wordt samengedrukt.
-
Breng de aandrijfriem rondom het aandrijfwiel voor het maaidek aan.
-
Plaats de veerhendel in de veerhouder.

- Monteer het voorblad.
Bodemdruk van maaidek controleren en aanpassen
Een juiste bodemdruk zorgt ervoor dat het maaidek boven de bodem beweegt, maar er niet hard tegenaan drukt.
- Controleer de bandenspanning. Raadpleeg Bandendruk op pagina 172.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
- Plaats een personenweegschaal onder de voorkant van het maaidek.

- Plaats een houten blok tussen het frame en de personenweegschaal. Het houten blok zorgt ervoor dat er geen gewicht wordt toegepast op de steunwielen.
-
Om de bodemdruk af te stellen draait u aan de stelschroeven achter beide voorwielen.
-
Draai de schroeven rechts- of linksom totdat de bodemdruk correct is. Zorg ervoor dat de veren een gelijke spanning hebben aan de rechter- en linkerkant.

Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd
- Controleer de bandenspanning. Raadpleeg Bandendruk op pagina 172.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
- Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161 of De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162.
- Meet de afstand tussen de bodem en de voorste en achterste rand van het maaidek. Zorg dat de achterkant 5-10 mm (0,2-0,4 inch) hoger is dan de voorkant.

De uitlijning van het maaidek afstellen (C112, C122, R137)
Stel de uitlijning af wanneer het maaidek op het product is gemonteerd.
-
Verwijder het voorblad. Raadpleeg Verwijderen van voorblad op pagina 168.
-
Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161.
- Verwijder de gaffelscharnier aan de achterkant van de hoogteafstellingsbeugel van het frame van het maaidek.

- Draai de borgmoeren op de hefsteun los.

- Draai de stelmoer op de hefsteun om de lengte van de hefsteun aan te passen. Maak langer om de achterrand van de afdekking omhoog te zetten. Maak korter om de achterrand van de afdekking omlaag te zetten.

-
Volg de instructies in Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 176.
-
Draai de borgmoeren op de hefsteun vast wanneer de lengte van de hefsteun correct is.
- Draai de borgmoeren op de hoogteafstellingsbeugel los. Draai de gaffelscharnier om de lengte van de hoogteafstellingsbeugel aan te passen. Lijn de gaffelscharnier uit op de opening op het frame van het maaidek. Monteer de gaffelscharnier op het frame van het maaidek.

-
Test alle maaihoogten. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161.
-
Draai de borgmoeren op de hoogteafstellingsbeugel vast.
-
Monteer het voorblad.
De uitlijning van het maaidek afstellen (C112X, C122X, R137X)
Stel de uitlijning af wanneer het maaidek op het product is gemonteerd.
- Verwijder de gaffelscharnier aan de achterkant van de elektrische actuator van het frame van het maaidek.

- Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort.

OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat.
Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product beschadigd is.
- Draai de borgmoeren op de hefsteun los.

- Draai de stelmoer op de hefsteun om de lengte van de hefsteun aan te passen. Maak langer om de achterrand van de afdekking omhoog te zetten. Maak korter om de achterrand van de afdekking omlaag te zetten.

- Volg de instructies in Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 176.
- Draai de borgmoeren op de hefsteun vast wanneer de lengte van de hefsteun correct is.
- Draai de borgmoer op de elektrische actuator los. Draai de gaffelscharnier rechtsom om de lengte van de hoogteafstellingsstang te vergroten. Vergroot de lengte van de hoogteafstellingsstang zo ver mogelijk, totdat er geen speling meer tussen de bout en de arm is. Lijn de gaffelscharnier uit op de opening op het frame van het maaidek. Monteer de gaffelscharnier op het frame van het maaidek.

- Draai de borgmoer op de elektrische actuator vast.
- Stel de maaihoogte-indicator indien nodig af. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162.
De maaihoogte-indicator (C112X, C122X, R137X) afstellen
De maaihoogte-indicator op het maaidek geeft de geselecteerde maaihoogte aan.
- Draai de 2 schroeven los.

-
Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162.
-
Stel de maaihoogte-indicator zodanig af dat deze de laagste maaihoogte aangeeft, gezien vanuit de hoek van de gebruiker op de stoel.

- Draai de 2 schroeven vast.
De riem op het maaidek vervangen (C112, C112X, C122, C122X)

voor verbrijzeling. Draag veiligheidshandschoenen.
Let op: De maaidekken kunnen er per model anders uitzien.
- Verwijder het maaidek. Raadpleeg Het maaidek verwijderen op pagina 156.
- Verwijder de twee bouten waarmee de vergrendelbeugel op het maaidekframe is bevestigd.

- Verwijder de vergrendelbeugel en verwijder de beschermplaat.

- Open en verwijder de vergrendeling voor de bout van de voorste hefsteun en de stang van de achterste hoogteafstelling.

- Verwijder de 2 bouten op het werktuigframe.

- Verwijder de 2 schroeven op de afdekking van het maaidek. Til het maaidekframe op en verwijder de afdekking van het maaidek.

- Koppel de spanveer voor de riem los en verwijder de riem.

- Bevestig een nieuwe riem in de omgekeerde volgorde van verwijderen.
Overzicht riem - C112, C112X

Overzicht riem - C122, C122X

De riem op het maaidek vervangen (R137, R137X)

WAARSCHUWING: Gevaar voor verbrijzeling. Draag veiligheidshandschoenen.
Let op: De maaidekken kunnen er per model anders uitzien.
- Verwijder het maaidek. Raadpleeg Het maaidek verwijderen op pagina 156.
- Verwijder het voorblad.
- Trek de veerhendel naar links uit de veerhouder om de spanning van de spanrol voor de aandrijfriem te halen.

- Verwijder de riem van de poelie op het werktuigframe.

-
Verwijder de afdekkingen van het maaidek. Raadpleeg De afdekkingen van het maaidek verwijderen (R137, R137X) op pagina 168.
-
Koppel de spanveer voor de riem los en verwijder de riem.

- Bevestig een nieuwe riem in de omgekeerde volgorde van verwijderen.
Overzicht riem - R137, R137X

De mulch-plug verwijderen en monteren (C112, C112X, C122, C122X)
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Verwijder de 3 schroeven die de mulchplug op zijn plaats houden en verwijder de plug.

-
Monteer 3 schroeven in de schroefopeningen voor de mulch-plug om schade aan de schroefdraden te voorkomen.
-
Zet het maaidek in de maaistand.
-
Monteer de mulch-plug in omgekeerde volgorde.
De mulch-plug verwijderen en monteren (R137, R137X)
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Verwijder de 3 moeren en schroeven die de mulchplug op zijn plaats houden en verwijder de plug.

- Zet het maaidek in de maaistand.
- Monteer de mulch-plug in omgekeerde volgorde.
- Monteer de moeren en schroeven in de 3 gaten nabij de bovenrand van het maaidek.
De messen inspecteren

OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen kunnen schade aan het product veroorzaken. Vervang beschadigde messen. Laat botte messen
slijpen en balanceren door een erkende servicewerkplaats.
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Controleer de messen visueel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen.

- Haal de mesbouten aan met het juiste aanhaalmoment. Zie Technische gegevens op pagina 197.
Messen vervangen
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Zet het blad vast met een houten blok (A).

- Draai de bout (B) van het blad los en verwijder de bout samen met de sluitringen (C) en het blad (D).
- Monteer de bladen parallel aan elkaar.
- Voor maaidek R137. Zorg ervoor dat de geleidepennen correct door de groef van de bladen zijn gemonteerd.

- Monteer het nieuwe mes met de puntige uiteinden in de richting van het maaidek.

WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen bladen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 197.

OPGELET: Een onjuist type blad kan ongewenst geluid veroorzaken. Gebruik alleen bladen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 197.
- Breng de onderlegring en de bout aan om het mes te bevestigen. Haal de bout aan met het juiste aanhaalmoment. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 197.
Het motoroliepeil controleren
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en schakel de motor uit.
- Verwijder de motorkap.
- Maak de peilstok los en trek hem eruit.

- Veeg de olie van de peilstok.
- Steek de peilstok weer helemaal terug en maak hem niet vast.
- Trek de peilstok eruit en lees het oliepeil af.
- Het oliepeil moet tussen de markeringen op de peilstok staan. Als het peil bijna bij de markering "ADD" staat, moet u olie bijvullen tot de markering "FULL".

text_image
ADD FULL- Vul langzaam olie bij via de opening voor de peilstok. Gebruik een olieviscositeit die geschikt is voor de temperatuurbereiken in de afbeelding.

text_image
-20°C -10°C 20°C10°C 30°C 40°C0°C SAE40 SAE30 SAE20W-50 SAE10W-40 SAE10W-30 SAE5W-20 -4°F -14°F 68°F50°F 86°F 104°F32°F
OPGELET: Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar.
- Zet de peilstok goed vast voordat u de motor start. Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals.
De motorolie verversen en het oliefilter vervangen
Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen.

WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1 tot 2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt.

WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
- Verwijder de motorkap.
- Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.

- Verwijder de peilstok.
- Verwijder de olieaftapplug van de motor.
- Laat de olie in de bak lopen.
- Bevestig de olieaftapplug en draai deze volledig vast.
- Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.

- Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter in met een beetje verse motorolie.
- Om het nieuwe oliefilter te bevestigen, draait u het filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
- Vul de motor met nieuwe olie zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 197.
- Start de motor en laat die gedurende 3 minuten stationair draaien.
- Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op lekkage.
- Vul olie bij en compenseer daarbij de hoeveelheid die het nieuwe oliefilter opneemt.
Let op: Voor veilig afvoeren van afgewerkte motorolie, zie Afvoeren op pagina 195.
Het transmissieoliepeil controleren
- Gebruik de oliepeilstok om het oliepeil in de transmissie af te lezen.

- Het oliepeil moet tussen de markeringen op de peilstok staan.

- Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type opgegeven in Technische gegevens op pagina 197.
Het oliepeil in het hydraulische systeem controleren
- Kantel de stoel naar voren.
- Reinig het gebied rondom de oliedop met een droge doek.
- Verwijder de oliedop en controleer het peil van de hydraulische olie. Het juiste oliepeil is 40-60 mm van de bovenkant van de zeef.

- Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type opgegeven in Technische gegevens op pagina 197.
De riem van de hydraulische pomp afstellen
- Klap de bestuurdersstoel naar voren.
- Verwijder de beschermplaat onder de stoel.

- Verwijder de 2 riembeschermingsafdekkingen.

- Draai de 3 schroeven (A) op de pompriemschuif los.

- Draai de borgmoer (B) op de afstelschroef los.
- Draai de stelschroef (C) voor de pompriem totdat de riem de juiste spanning heeft.
- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Symbolen van beknopte handleiding voor onderhoud

Vervang het filter

Ververs de olie

Visuele inspectie of controle van het oliepeil

Smeer de smeernippel met vet

Smeer met olie

Controleer de staat en spanning van de aandrijfriem

Vervang de aandrijfriem

Messen vervangen

- Achteraslager
- Verbindingsstang
- Gelede lager
- Vooraslager
- Stuurcilinder
- As voor hefketting
Smering, algemene informatie
- Verwijder de contactsleutel om te voorkomen dat de machine tijdens het smeren onbedoeld gaat draaien.
- Reinig het gebied voordat u een onderdeel op het product smeert.
-
Gebruik olie bij het smeren met een oliekan.
-
Gebruik bij het smeren met vet een chassis-of kogellagervet dat corrosie voorkomt. Verwijder overtollig vet na het smeren.
- Smeer twee keer per week als u het product dagelijks gebruikt.
- Vermijd het morsen van smeermiddel op de aandrijfriemen of in de groeven van de poelies. Als u morst, maak dan schoon met alcohol. Als de wrijving tussen de aandrijfriem en de poelie niet voldoende is nadat u hebt schoongemaakt met alcohol, vervang dan de aandrijfriem.

OPGELET: Gebruik geen benzine of andere aardolieproducten om aandrijfriemen te reinigen.
Kabels smeren
- Smeer de twee uiteinden van de kabels en zet de bedieningselementen in de eindstanden.
- Breng na het smeren de rubberen mantels aan op de kabels.
- Kabels met ommanteling moeten regelmatig worden gesmeerd om storing te voorkomen.
a) Verwijder de kabel en hang deze verticaal.
b) Smeer de kabel met dunne motorolie tot er onderaan olie begint af te druipen. Vervang de kabel als er onderaan geen olie afdruipt.
Let op: U kunt een kleine plastic zak met olie vullen en de plastic zak met tape afdichten tegen de kabelmantel. Laat de kabel verticaal uit de zak hangen tot de volgende dag.
Het maaidek smeren
Let op: De maaidekken kunnen er per model anders uitzien.
- Verwijder het voorblad.
- Smeer de verbindingen en de lagers (A) met vet.
- Smeer met een vetpistool via de vetnippels op het maaidek (B). Smeer totdat er vet uit de achterzijde van de smeernippel komt.

text_image
C112, C112X A
Het pedaalsysteem smeren
- Verwijder de vier schroeven en verwijder de frameplaat.

- Trap de pedalen in en laat ze los, en smeer de bewegende onderdelen met olie.

- Smeer de kabels van de pedalen voor vooruit- en achteruitrijden met olie.
De parkeerremkabel smeren
-
Verwijder de vier schroeven en verwijder de frameplaat.
-
Neem de zijkap links weg.
-
Verwijder de rubberen mantel van de parkeerremkabel.
-
Smeer de uiteinden van de parkeerremkabel met olie.

- Smeer de parkeerremkabel met olie.
- Trap drie keer het parkeerrempedaal in en smeer de parkeerremkabel opnieuw.
- Bevestig de linker zijkap en de frameplaat.
De kettingen in de frametunnel smeren
- Verwijder de schroeven en verwijder de frameplaat.
- Smeer de ketting in de frametunnel met olie of een kettingspray.

De stoelrails smeren
- Kantel de stoel naar voren.
- Smeer de stoelrails met olie.

- Neem de zijkap rechts weg.
- Smeer de vrije uiteinden van de kabels, inclusief de uiteinden bij de motor, met olie.

- Breng de rechter zijkap aan.
De kabel van de hydrostatische transmissie smeren
- Smeer de verbindingen en lagers van de kabel van de hydrostatische transmissie met olie.
- Verwijder de rubberen huls en smeer de kabel van de hydrostatische transmissie met olie.

- Trap het pedaal voor vooruitrijden vijf keer in en smeer de kabel van de hydrostatische transmissie opnieuw.
- Bevestig de rubberen huls.
De stuurcilinder smeren
De stuurcilinder heeft twee smeernippels, één aan elk uiteinde.
- Smeer met een smeerpistool totdat er vet uitkomt.

- Smeer het lager van de gelede stuurinrichting wanneer het product met alle wielen op de grond staat. Smeer via de vetnippel (A) tot vet uit het gat (B) komt.

- Hef het product op om de druk in de gelede stuurinrichting af te laten. In de afbeelding ziet u waar u de steunen moet plaatsen.

OPGELET: Zorg ervoor dat de steun geen schade aan de hendelsteun of een blokkering van de gelede stuurinrichting veroorzaakt.
- Smeer het lager van de gelede stuurinrichting opnieuw terwijl het product is opgetild.

OPGELET: Controleer of het vet uit de verbinding komt, onder de vetnippel.
- Laat het product zakken.
De verbindingsstang smeren
- De verbindingsstang heeft twee smeernippels, één aan elke kant. Smeer met een smeerpistool totdat er vet uitkomt.

Als u in deze richtlijnen geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicedealer.
| Probleem Oorzaak | |
| De startmotor laat de motor niet aan-slaan | De PTO-knop is geactiveerd. Raadpleeg De motor starten (P 524X) op pagina 159of De motor starten (P 524X EFI) op pagina 160. |
| De parkeerrem is niet ingeschakeld. Raadpleeg De parkeerrem in- en uit-schakelen op pagina 163. | |
| De hoofdzekering is doorgebrand. Raadpleeg Een zekering vervangen op pagina 171. | |
| Er is een zekering doorgebrand. Raadpleeg Een zekering vervangen op pagina 171. | |
| De contactsleutel is defect. | |
| Slecht contact tussen de kabel en de accu. | |
| De accu is te zwak. Raadpleeg De accu opladen op pagina 171. | |
| De startmotor is defect. | |
| De motor start niet wanneer de start-motor de motor laat aanslaan. | Geen brandstof in de brandstoftank. Raadpleeg Brandstof bijvullen op pagi-na 158. |
| De bougie is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | |
| De ontstekingskabel is beschadigd. | |
| Vuil in de carburateur of brandstofleiding (P 524X). | |
| Vuil in de brandstofleiding (P 524X EFI). | |
| De motor loopt niet gelijkmatig. De bougie is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | |
| De motor produceert nauwelijks vermogen. | Het luchtfilter is verstopt. Raadpleeg Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 169. |
| De bougie is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | |
| Vuil in de carburateur of in de brandstofleiding (P 524X). | |
| Vuil in de brandstofleiding (P 524X EFI). | |
| De chokekabel is verkeerd afgesteld (P 524X). | |
| De motor produceert nauwelijks vermogen. | Het luchtfilter is verstopt. Raadpleeg Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 169. |
| De bougie is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | |
| Vuil in de carburateur of in de brandstofleiding (P 524X). | |
| Vuil in deBrandstofleiding (P 524X EFI). | |
| De gaskabel is verkeerd afgesteld. | |
| De transmissie levert niet genoeg vermogen. | De pompriem is niet correct gespannen. |
| Het toerental van de voor- en achteras is niet correct afgesteld. | |
| Er zit geen olie in de transmissie of het oliepeil is te laag. Raadpleeg Het transmissieoliepeil controleren op pagina 183. | |
| De accu laadt niet. De accu is beschadigd. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | |
| Het product trilt. De messen zitten los. | Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181. |
| Eén of meer messen zijn niet goed uitgebalanceerd. Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181. | |
| De motor zit los. | |
| Gras verstopt het maaidek. Raadpleeg Product reinigen op pagina 166.messen zijn bot. Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181. | |
| Het maairesultaat is onvoldoende. De | |
| Het gras is lang of nat. Raadpleeg Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 163. | |
| De parallelliteit van het maaidek is niet afgesteld. Raadpleeg Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 176. | |
| Het maaidek is niet waterpas. | |
| Gras verstopt het maaidek. Raadpleeg Product reinigen op pagina 166. | |
| De bandenspanning tussen de rechter- en linkerzijde is verschillend. Raadpleeg Bandendruk op pagina 172. | |
| Het product rijdt met te hoge snelheid. Raadpleeg Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 163 | |
| Het motortoerental is te laag. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 197. | |
| De aandrijfriem slipt. | |
| De kabel naar het maaidek is niet aangesloten. Raadpleeg Het maaidek bevestigen op pagina 155. | |
| De kabel naar het maaidek is samengedrukt. Raadpleeg Het maaidek bevestigen op pagina 155. | |
| De functieknop voor accessoires aan de voorzijde is niet correct aangesloten. | |
Display - Probleemoplossing
Let op: De symbolen en de posities van de symbolen op het display kunnen verschillend zijn, afhankelijk van het model.
| Symbool Naam | Wordt weergegeven op het display | Oorzaak | |
![]() | Indicator van de transmissieolietemperatuur | Het symbool wordt weergegeven. | De temperatuur van de transmissie-olie is te hoog. |
| Het symbool knippert snel. | Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | ||
![]() | Motoroliedruksensor | Het symbool wordt weergegeven. | Oliedruk laag. Raadpleeg Het moto-roliepeil controleren op pagina 182. |
| Het smeersysteem is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | |||
| Het symbool knippert. | De olieschakelaar of het oliecircuit is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | ||
![]() | Indicator accuniveau | Het symbool wordt weergegeven. | Lage spanning. Raadpleeg De accu opladen op pagina 171. |
![]() | Indicator PTO-knop | Het symbool wordt weergegeven. | PTO-knop ingedrukt. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 152. |
| Het symbool knippert. | Onjuiste startprocedure. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 152. | ||
| Het symbool knippert snel. | De PTO-knop is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | ||
![]() | Indicator parkeerrem | Het symbool wordt weergegeven. | De parkeerrem is ingeschakeld. Raadpleeg De parkeerrem in- en uit-schakelen op pagina 163. |
| Het symbool knippert. | Onjuiste startprocedure. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 152. | ||
| Het symbool knippert snel. | De parkeerrem is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | ||
![]() | Indicator OPC | Het symbool knippert. | De stoelschakelaar is uitgeschakeld wanneer u de motor probeert te starten. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 152. |
| Het symbool knippert snel. | De stoelschakelaar is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. | ||
![]() | Indicator onderhoud | Het symbool wordt weergegeven. | Onderhoud is nodig. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. |
![]() | Brandstofmeter | Het symbool wordt weergegeven. | Laag brandstofniveau. Raadpleeg Brandstof bijvullen op pagina 158. |
![]() | Bluetooth® | Het symbool knippert. | Het product is vergrendeld. Ontgren-del uw product met de Husqvarna Connect-app. |
![]() | Digitale vergrendeling | Het symbool wordt weergegeven. | Het product is vergrendeld. Ontgren-del uw product met de Husqvarna Connect-app. |
Vervoer, opslag en verwerking
Transport
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- Hijs het product niet op. De transportogen zijn geen goedgekeurde hijspunten en zijn uitsluitend bedoeld om het product veilig aan een aanhanger te bevestigen.
- Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
- Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg.
Het product veilig vastzetten op een aanhanger
Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Raadpleeg Veiligheid op pagina 148.

WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte.
Uitrusting: Vier goedgekeurde banden en vier wielblokken.
- Plaats het product in het midden van de laadruimte.

WAARSCHUWING: Voor vervoer in transportvoertuigen met een kap. Laat het product afkoelen voordat u het in het transportvoertuig plaatst.
- Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger wordt gebruikt voor het transport, zorgt u ervoor dat de neerwaartse kracht op de trekhaak correct is.

- Schakel de parkeerrem in.
- Verlaag het maaidek tot de zweefstand.
- Verwijder alle losse voorwerpen.
- Bevestig de eerste sjorband via het frame van de achterste transmissie.

- Bevestig de tweede sjorband via het frame van de achterste transmissie.
- Bevestig de sjorbanden aan de laadruimte.
-
Maak de sjorbanden naar achteren vast om het product vast te zetten op de laadruimte.
-
Bevestig de derde sjorband aan een van de transportogen.

- Bevestig de vierde sjorband aan het andere transportoog.
- Bevestig de sjorband aan de laadruimte.
- Maak de sjorband naar voren vast om het product vast te zetten op het laadgebied.
- Plaats de wielblokken vóór en achter de achterwielen.

Het product is voorzien van een hydrostatische transmissie. Ter voorkoming van schade aan de transmissie mag u het product uitsluitend over een korte afstand en bij lage snelheid slepen.
Ontkoppel de transmissie voordat u het product sleept. Zie De hydrostatische transmissie uitschakelen op pagina 163.
Opslag
Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. Als u de brandstof langer dan 30 dagen in de tank laat zitten, kunnen kleverige deeltjes verstopping in de carburateur veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de werking van de motor.
Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Bij gebruik van alkylaatbenzine is toevoegen van een stabilisatiemiddel niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, ga dan niet over op het gebruik van alkylaatbenzine. Hierdoor kunnen kwetsbare rubberen onderdelen hard worden. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt.

WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Er is gevaar voor brand als brandstofdampen dicht bij open vuur, vonken of waakvlammen zoals die van boilers, heetwatertanks of wasdrogers komen.

WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina 166. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem op en berg hem op een koele plaats op.
- Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
- Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat die draaien tot de carburateur leeg is.
Let op: Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd.
- Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras om de olie aan te brengen en breng de pluggen weer aan.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
- Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer.
Afvoeren
- Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem
de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
- Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt.
Technische gegevens
Technische gegevens
| P 524X P 524X EFI | ||
| Afmetingen, zie ook Productafmetingen op pagina 201 | ||
| Gewicht zonder maaidek, met lege tanks, kg | 433 437 | |
| Bandenmaat 18×8,50-8 18×8,50-8 | ||
| Bandenspanning, achter – voor, kPa/bar/PSI | 100 / 1,0 / 14,5 100 / 1,0 / 14,5 | |
| Max. helling, graden ° 10 10 | ||
| Max. ongeremde apparatuur gewicht, bij 10° graden, kg | 200 200 | |
| Max. toegestane verticale kracht op de trekhaak, N/kg | 250/25 250/25 | |
| Max. toegestane horizontale kracht op de trekhaak, N/kg | 350/35 350/35 | |
| Motor | ||
| Merk/Model Kawasaki/V-Twin, FX691V-KME09023-D4 | Kawasaki/V-Twin, FX730V EFI-KME01609-D2 | |
| Nominaal motorvermogen, kW ^15 | 13,9 15,6 | |
| Cilinderinhoud, cm ^3 | 726 726 | |
| Max. motortoerental, omw/min 3000 +/- 100 3000 +/- 100 | ||
| Max. snelheid vooruit, km/h 13 13 | ||
| Max. snelheid achteruit, km/h 9 9 | ||
| Brandstof, min. octaangetal loodvrij 95 (max. methanol 5%, max. ethanol 10%, max. MTBE 15%) | 95 (max. methanol 5%, max. ethanol 10%, max. MTBE 15%) | |
| Tankinhoud, I 21 21 | ||
| Olie, API-klasse CD of beter | SAE 10W/40 | SAE 10W/40 |
| Olievolume incl. filter, I | 2,1 | 2,1 |
| Olievolume excl. filter, I | 1,8 | 1,8 |
| Startmotor | Elektrische start, 12 V | Elektrische start, 12 V |
| Transmissie | ||
| Merk/Model Kanzaki/KTM 23 | Kanzaki/KTM 23 | |
| Transmissieolie Husqvarna-transmissieolie 10W-30(Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) | Husqvarna-transmissieolie 10W-30(Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) | |
| Oliecapaciteit versnellingsbak voor, I 0,9 0,9 | ||
| Oliecapaciteit versnellingsbak achter, I | 0,9 0,9 | |
| Hydraulisch systeem | ||
| Max. werkdruk, bar/psi 120/1740 120/1740 | ||
| Inhoud hydraulische tank, I 8 8 | ||
| Inhoud hydraulisch systeem, I 13 13 | ||
| Hydrauliekolie Husqvarna-transmissieolie 10W-30(Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) | Husqvarna-transmissieolie 10W-30(Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) | |
| Elektrisch systeem | ||
| Type 12 V, negatief geaard 12 V, negatief geaard | ||
| Accu 12 V, 24 Ah 12 V, 24 Ah | ||
| Bougie NGK BPR4ES NGK BPR4ES | ||
| Hoofdzekering, platte pen, A | 20 20 | |
| Zekering voor voedingsaansluiting, platte pen, A | 5 | 5 |
| Afstand tussen de elektroden, mm/inch | 0,75/0,030 | 0,75/0,030 |
| Lampen | Led | Led |
| Maaidek | ||
| Type Combi 112 | Combi 112 | |
| Combi 122 | Combi 122 | |
| R137 ^16 | R137 | |
| Combi 112X | Combi 112X | |
| Combi 122X | Combi 122X | |
| R137X ^17 | R137X | |
| Geluidsemissies18 | P 524X P 524X EFI | |
| Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) | ||
| Combi 112 | 99 100 | |
16 Geen aanbevolen combinatie
17 Geen aanbevolen combinatie
18 Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (LWA) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG.
| Geluidsemissies ^18 | P 524X P 524X EFI | |
| Combi 122 104 105 | ||
| R137 104 105 | ||
| Combi 112X 99 99 | ||
| Combi 122X 104 105 | ||
| R137X 104 105 | ||
| Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd dB(A) | ||
| Combi 112 100 100 | ||
| Combi 122 105 105 | ||
| R137 105 105 | ||
| Combi 112X 100 100 | ||
| Combi 122X 105 105 | ||
| R137X 105 105 | ||
| Geluidsniveaus 19 | P 524X P 524X EFI | |
| Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB (A) | ||
| Combi 112 86 86 | ||
| Combi 122 87 88 | ||
| R137 90 91 | ||
| Combi 112X 86 86 | ||
| Combi 122X 87 88 | ||
| R137X 90 91 | ||
| Trillingsniveau^20 | P 524X P 524X EFI | |
| Trillingsniveau in stuurwiel, m/s ^2 | ||
| Combi 112 2,5 2,5 | ||
| Combi 122 2,5 2,5 | ||
| R137 2,5 2,5 | ||
| Combi 112X 2,5 2,5 | ||
| Trillingsniveau^20 | P 524X P 524X EFI | |
| Combi 122X 2,5 2,5 | ||
| R137X 2,5 2,5 | ||
| Trillingsniveau in stoel, m/s^2 | ||
| Combi 112 0,5 0,5 | ||
| Combi 122 0,5 0,5 | ||
| R137 0,5 0,5 | ||
| Combi 112X 0,5 0,5 | ||
| Combi 122X 0,5 0,5 | ||
| R137X 0,5 0,5 | ||
| Maaidek Combi 112 Combi | 122 R137 Combi | 112X Combi | 122X R137X | |||
| Maaibreedte, mm 1120 1220 | 1370 1120 12 | 20 1370 | ||||
| Maaihoogte, 7 standen, mm | 25-75 25-75 3 | 5-100 25-75 25 | -75 35-100 | |||
| Breedte, mm 1220 1330 140 | 9 1220 1330 1 | 409 | ||||
| Gewicht, kg | 60 | 71 | 89 | 61 | 72 | 90 |
| Lengte, mm | 420 | 454 | 924 | 420 | 454 | 924 |
| Mes | |||
| Aanhaalmoment mesbouten, Nm/kpm/lb-ft | 80/8.1/59 | 80/8.1/59 | 130/13.2/95,8 |
| Artikelnummer | 5441027-10 | 5354294-10 | 5321872-55 |
| Radiofrequentiegegevens | P 524X P 524X EFI | |
| Frequentiebereik, MHz | 2402-2480 | 2402-2480 |
| Uitgangsvermogen ^21 , dBm | 2,4 2,4 |

WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten
veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze gebruikershandleiding.

Deze bedieningshandleiding bevat geen instructies voor het onderhoud van optionele uitrusting of accessoires.
Raadpleeg de bedieningshandleiding van het accessoire of de uitrusting voor instructies.
Service
Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen.
Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer.
Gebruik altijd originele reserveonderdelen.
Garantie
Garantie op transmissie
De garantie op de transmissie is alleen van toepassing als de controles van de rotatiesnelheid van de voor- en achterwielen worden uitgevoerd zoals aangegeven in het onderhoudsschema. Laat de rotatiesnelheid indien nodig aanpassen bij een erkende servicewerkplaats, ter voorkoming van schade aan het transmissiesysteem.
Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna,
Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onze
alleenverantwoordelijkheid dat het product:
| Beschrijving Zitmaaier | |
| Merk Husqvarna | |
| Type / model P 524X, P 524X EFI | |
| Identificatie Serienummers vanaf 2023 en verder | |
voldoen volledig aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlijn/Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EG "betreffende machines" | |
| 2014/53/EU "betreffende radioapparatuur" | |
| 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" | |
| 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektro-nische apparatuur" |
en dat de volgende normen en/of technische
specificaties zijn toegepast: EN ISO 5395-1:2013/
A1:2018, EN ISO 5395-3:2013/A1:2017/A2:2018, EN
ISO 12100:2010, EN ISO 14982:2009, ETSI EN 300
328 v.2.2.2, ETSI EN 301 489-1 V1.9.2, ETSI EN
Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk
Maskinprovning AB, Box 4053, SE-904 03 Umeå,
Sweden is gecertificeerd conform Richtlijn 2000/14/EG
van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit: Bijlage VI.
Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 197.
Huskvarna, TBD
$$ \Delta \cdot \mathrm {d u} $$
Verantwoordelijk voor technische documentatie

Geregistreerde handelsmerken
Het Bluetooth®-woordmerk en de logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth SIG, inc en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindt plaats onder licentie.
VSEBINA
Originele instructies
Izvirna navodila









