HUSQVARNA P 524X EFI - Elektrische grasmaaier

P 524X EFI - Elektrische grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis P 524X EFI HUSQVARNA in PDF-formaat.

📄 273 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice HUSQVARNA P 524X EFI - page 140
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL Slovenščina SL

Download de handleiding voor uw Elektrische grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P 524X EFI - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P 524X EFI van het merk HUSQVARNA.

GEBRUIKSAANWIJZING P 524X EFI HUSQVARNA

Motor: Transmissie: Productbeschrijving De P 524X en P 524X EFI zijn frontmaaiers. De krachtbron is een benzinemotor. Het product is voorzien van een display, koplampen en vierwielaandrijving (AWD). Met de pedalen voor vooruit en achteruit rijden kan de bestuurder de snelheid geleidelijk aanpassen. U kunt het product gebruiken met verschillende typen maaidekken of andere, door Husqvarna goedgekeurde uitrusting. Gebruik Het product is gemaakt om gras te maaien in commerciële gebieden. Bevestig een optionele accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Neem contact op met uw Husqvarna- leverancier voor meer informatie over de beschikbare accessoires. Verzeker uw product Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid. 140 1902 - 008 - 16.02.2024Productoverzicht

1. Pedaal voor vooruitrijden

2. Pedaal voor achteruitrijden

8. Functieknop voor voorste accessoires (accessoire)

14. Schakelaar voor voedingsaansluiting, 12 V

15. Schakelaar voor AUX-voedingsaansluiting, 12 V

17. Functieknop voor achterste accessoires (accessoire)

20. Omloopklep voor de achterste transmissie

kantelbeveiligingssysteem)

27. Afstelhendel voor stoel

28. Omloopklep voor de voorste transmissie

1902 - 008 - 16.02.2024 141Overzicht elektrische installatie

2. Functieknop voor heffen maaidek

3. Functieknop voor voorste accessoires (accessoire)

8. Schakelaar voor voedingsaansluiting, 12 V

9. Schakelaar voor AUX-voedingsaansluiting, 12 V

10. Functieknop voor achterste accessoires (accessoire)

15. Temperatuursensor voor hydraulische olie

17. Serviceaansluiting

19. Zekering voor 12V-geheugenvoeding naar de

24. Zekering voor elektrische actuator heffen maaidek,

Voedingsaansluitingen Het product heeft de volgende voedingsaansluitingen:

  • 12 V-voedingsaansluiting
  • 12 V-AUX-voedingsaansluiting, voor (accessoire)
  • 12 V-AUX-voedingsaansluiting, achter (accessoire) Voor de locatie van de zekeringen voor de voedingsaansluitingen, zie Overzicht van de zekeringen op pagina 171

Voor de locatie van de voedingsaansluitingen, zie Overzicht elektrische installatie op pagina 142

Schakel de voedingsaansluitingen in en uit met de aan/ uit-schakelaar op het bedieningspaneel. Urenteller Het product heeft 2 urentellers op het display. De urentellers tonen hoeveel bedrijfsuren de motor in totaal (A) en tijdens de bedrijfsperiode (B) heeft. Het laatste 142 1902 - 008 - 16.02.2024cijfer van de urenteller voor de bedrijfsperiode geeft eentiende van een uur (6 minuten) weer.De tijd van ingeschakeld contact zonder dat de motordraait, wordt niet geregistreerd. Let op: De totale urenteller (A) toont alleen hele uren. Let op: Een bedrijfsperiode is de tijd dat de motor gedurende 1 dag is ingeschakeld. Een nieuwebedrijfsperiode begint als de motor minimaal 6 uur isuitgeschakeld.

Bedieningsmodule maaier Het product heeft een bedieningsmodule voor demaaier die de gebruiker voorziet van informatie overhet product. De informatie wordt weergegeven op hetdisplay op het instrumentenpaneel. Zie Display oppagina 145 Met de bedieningsmodule van de maaier kande servicedealer het product aansluiten wanneeronderhoud wordt uitgevoerd. Husqvarna Connect Het product heeft draadloze -technologie en kanverbinding maken met mobiele apparaten waarop deHusqvarna Connect-app is geïnstalleerd. De HusqvarnaConnect-app is een gratis app voor uw mobieleapparaat. De Husqvarna Connect-app biedt uitgebreidefuncties voor uw Husqvarna-product:• De functies vergrendelen en ontgrendelenvoorkomen onbevoegd gebruik van het product.• Uitgebreide productinformatie.• Informatie over, en hulp bij, onderdelen enonderhoud van uw product. Husqvarna Fleet Services

Husqvarna Fleet Services is een cloudoplossingwaarmee de commerciële fleetmanager een overzichtheeft van alle machines. Voor meer informatie overHusqvarna Fleet Services , zie www.husqvarna.com. Het product verbinden met Husqvarna Fleet Services

-app naaruw mobiele apparaat.2. Meld u aan bij de Husqvarna Fleet Services -app.3. Volg de instructies voor het koppelen van hetproduct met Husqvarna Fleet Services

PTO-knop (aftakas) Met de PTO-knop worden de PTO-koppeling enhet maaidek of andere aangesloten apparatuurin- en uitgeschakeld. Er moet aan de correctestartvoorwaarden worden voldaan om de aandrijvingvan de messen in te schakelen. Raadpleeg bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 152 voor dejuiste startvoorwaarden.• Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van demessen of andere apparatuur in te schakelen.• Druk de PTO-knop in om de aandrijving van demessen of andere apparatuur uit te schakelen. Koplampen De koplampen hebben werklampen en grootlicht.• Zet de aan/uit-schakelaar in stand (A) om de lampenuit te schakelen.

  • Zet de aan/uit-schakelaar in stand (B) om dewerklamp in te schakelen.• Zet de aan/uit-schakelaar in stand (C) om grootlichten de werklamp in te schakelen.De werklamp blijft 3 minuten branden nadat decontactsleutel op STOP is gezet. Het display toont hetkoplampsymbool als de koplampen zijn ingeschakeld.Raadpleeg Display op pagina 145

Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijkregelbaar. Het linker pedaal (A) wordt gebruikt omvooruit te rijden, en het rechter pedaal (B) wordt gebruikt1902 - 008 - 16.02.2024 143om achteruit te rijden. Het product remt wanneer de pedalen worden losgelaten.

Schakelaar voor elektrisch heffen van het maaidek De schakelaar regelt het elektrische heffen. Gebruik elektrisch heffen om het maaidek in de juiste stand te heffen en neer te laten. De schakelaar heeft geen ingestelde stand. Trek de schakelaar voor elektrisch heffen naar achteren om het maaidek te heffen. Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Het maaidek kan altijd omhoog en omlaag worden gebracht wanneer de contactsleutel in de stand ON staat. Het maaidek moet altijd in de zweefstand staan wanneer u gras maait. In de zweefstand kan het maaidek de verschillende niveaus van de grond volgen. Maaidek De maaidekken voor dit product zijn de Combi- maaidekken en het R137-maaidek. De maaidekken zijn ook verkrijgbaar als X-modellen, waarmee u de maaihoogte kunt aanpassen via het bedieningspaneel. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 197

De maaidekken werken met een mulchplug of uitworp aan de achterzijde. Wanneer de maaidekken met de mulchplug worden gebruikt, wordt het gras in kleinere stukjes gemaaid, die meststof voor het gazon worden. Als de mulchplug wordt verwijderd, werpen de maaidekken het gras aan de achterzijde uit. De Combi-maaidekken zijn speciaal gemaakt voor gebruik met de mulchplug, terwijl het R137-maaidek speciaal is gemaakt voor uitworp aan de achterzijde.

1902 - 008 - 16.02.2024Display Het display op het instrumentenpaneel toont informatie over de status van het product.

2. Indicator van de transmissieolietemperatuur

3. Indicator voor motoroliedruk

11. Aanbevolen motortoerental wanneer u het product

13. Indicator onderhoud

14. Brandstofmeter in stappen van 5%

Let op: Als de indicator voor transmissieolietemperatuur brandt, wordt door de brandstofmeter de transmissieolietemperatuur weergegeven.

Let op: Het display kan verschillend zijn, afhankelijk van het model. Let op: Wanneer de contactsleutel van de STOP- stand naar de ON-stand (AAN) wordt gedraaid, gaan alle symbolen kort branden. Hierna branden alleen de symbolen van functies die in werking zijn. Symbolen op het product WAARSCHUWING: Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken. Draaiende messen. Houd lichaamsdelen uit de buurt van de kap wanneer de motor draait. 1902 - 008 - 16.02.2024 145Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt. Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. De hefarmen bewegen met grote kracht; houd lichaamsdelen uit de buurt. Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. Warm oppervlak. Houd omstanders uit de buurt. Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden. Maai nooit gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Raadpleeg Gras maaien op hellingen op pagina 152

Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting. Kantelgevaar. Vooruit rijden. Achteruit rijden. Parkeerrempedaal. Parkeerrem. Dit product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. Dit product voldoet aan geldende VK- regelgeving. Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 197 en op het label. Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Zet de motor uit en verwijder de bougie voordat u reparaties of onderhoud uitvoert. Motor uit. Motor aan. Motor starten. Motortoerental – snel. Motortoerental – langzaam. 146 1902 - 008 - 16.02.2024Choke P 524X. Brandstof. Max. ethanol 10%. Transportpositie van het maaidek. Werkstand van het maaidek. Trek de PTO-knop uit. Druk de PTO-knop in. AUX voor de achterste voedingsuitgang. AUX voor de voorste voedingsuitgang. Oliepeil. Scanbare code. MAX. XXXN / (XXkg) Max. toegestane verticale kracht op de trekhaak wordt gespecificeerd in Technische gegevens op pagina 197

op het label. MAX. XXXN / (XXkg) Max. toegestane horizontale kracht op de trekhaak wordt gespecificeerd in Technische gegevens op pagina 197

op het label. Gebruik de veiligheidsgordel niet indien de ROPS uitgescha- keld is. Gebruik altijd de veiligheidsgor- del wanneer de ROPS inge- schakeld is. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor een aantal commerciële markten. Typeplaatje

1. Husqvarna Identity (HID) met artikelnummer, fabriek

en lijn, datum, volgnummer en controlenummer

5. Fabrikant en adres van de fabrikant

8. Serienummer met datum, jaar en week van

productie en volgnummer 1902 - 008 - 16.02.2024 1479. Productnummercode (PNC)

10. Productgewicht, onbelast

11. Maximaal gewicht vooras (GAWR)

Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Schade aan het product We zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product als:

  • het product niet goed is gerepareerd.
  • het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert. WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk. WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
  • Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
  • Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
  • Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
  • Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
  • Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
  • Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.

1902 - 008 - 16.02.2024• Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten dient u altijd de messen te stoppen, de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.

  • Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
  • Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
  • Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
  • Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.
  • Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
  • Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
  • Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
  • Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
  • Wijzig de afstelling voor de motortoerentalregeling niet.
  • Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld. Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
  • Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
  • Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
  • Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
  • Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
  • Laat het product niet door kinderen bedienen. Veiligheidsinstructies voor bediening WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten. 1902 - 008 - 16.02.2024 149WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruit rijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
  • Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
  • Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
  • Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
  • Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
  • Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat. Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
  • Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
  • Gebruik zware antisliplaarzen of -schoenen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Draag geen open schoenen en loop niet op blote voeten.
  • Draag zo nodig beschermende handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
  • Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
  • Houd een EHBO-doos en een brandblusser binnen handbereik. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Gebruik geen producten met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen zijn beschadigd, neemt u contact op met uw Husqvarna- servicewerkplaats.
  • Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of beschadigd zijn. Kantelbeveiligingssysteem (ROPS) De kantelbeveiliging is een beschermend frame dat het risico op letsel vermindert als het product kantelt. Gebruik het kantelbeveiligingssysteem en de veiligheidsgordel wanneer u het product op hellingen bedient. Veiligheidsgordel De veiligheidsgordel voorkomt letsel als er ongelukken gebeuren of het product kantelt. Gebruik de veiligheidsgordel alleen wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingeschakeld. Controleer of de veiligheidsgordel goed is bevestigd en niet is beschadigd.

1902 - 008 - 16.02.2024Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen

  • Verwijder de twee pennen waarmee het kantelbeveiligingssysteem is bevestigd en kantel het systeem naar achteren om het uit te schakelen. Schakel het kantelbeveiligingssysteem in omgekeerde volgorde van uitschakelen in. WAARSCHUWING: Houd u aan de volgende instructies voor het kantelbeveiligingssysteem en de veiligheidsgordel.
  • Gebruik de veiligheidsgordel niet als het kantelbeveiligingssysteem is uitgeschakeld.
  • Gebruik altijd de veiligheidsgordel wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingeschakeld.
  • Controleer of het kantelbeveiligingssysteem goed is bevestigd en niet is beschadigd. De trillingsdempers op de ROPS aanpassen De ROPS heeft 4 trillingsdempers die trillingen en geluid van de ROPS voorkomen.

1. Schakel de ROPS uit. Raadpleeg

Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen op pagina 151

2. Draai de bovenste trillingsdempers totdat er geen

speling meer in de ROPS is.

3. Schakel de ROPS in. Raadpleeg

Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen op pagina 151

4. Draai de onderste trillingsdempers totdat er geen

speling meer in de ROPS is.

5. Haal de contramoeren aan.

1902 - 008 - 16.02.2024 151Dodemansregeling (OPC) De OPC wordt ingeschakeld wanneer de gebruiker opstaat van de stoel. De OPC-indicator in het display gaat branden. De OPC schakelt het veiligheidscircuit in. Zie De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 152

  • Start de motor en schakel die weer uit bij wijze van controle van de contactsleutel. Raadpleeg

Motor uitschakelen op pagina 163

  • Verifieer of de motor start wanneer u de contactsleutel naar de startstand draait.
  • Verifieer of de motor onmiddellijk wordt uitgeschakeld wanneer u de contactsleutel naar de stopstand draait. De bedrijfsvoorwaarden controleren De bedrijfsvoorwaarden zijn als volgt:
  • De motor kan alleen worden gestart als de aandrijving van de messen is uitgeschakeld.
  • De motor kan alleen worden gestart als de parkeerrem is ingeschakeld.
  • De aandrijving van de messen kan alleen werken als de bestuurder op de stoel zit. Controleer de bedrijfsvoorwaarden dagelijks.

1. Probeer de motor te starten met de aandrijving van

de messen ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.

2. Probeer de motor te starten zonder dat de

parkeerrem is ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.

3. Start de motor, schakel de aandrijving op de messen

in en sta op uit de stoel. Als het goed is, stoppen de messen van het maaidek. Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden controleren

1. Start het product.

2. Zorg dat de pedaal voor vooruitrijden en de pedaal

voor achteruitrijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.

3. Trap het pedaal voor vooruitrijden voorzichtig in om

4. Laat het pedaal voor vooruitrijden los om de

machine te laten remmen. Controleer of de rem aangrijpt wanneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat.

5. Voer dezelfde procedure uit voor het pedaal voor

achteruitrijden. Let op: Het product heeft een remfunctie die automatisch wordt ingeschakeld wanneer u de pedalen loslaat. Om de snelheid sneller te verlagen, drukt u op het andere pedaal.

6. Zorg ervoor dat het product niet beweegt wanneer

de pedalen voor vooruit en achteruitrijden niet zijn ingeschakeld. Parkeerrem WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig. Zie De parkeerrem in- en uitschakelen op pagina 163

Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de geluiddemper ontbreekt of beschadigd is. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand. WAARSCHUWING: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Geluiddemper controleren

  • Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is. Beschermkappen Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen. Gras maaien op hellingen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen

1902 - 008 - 16.02.2024een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.

  • Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
  • Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
  • Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
  • Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.
  • Start of stop niet op een helling.
  • Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
  • Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
  • Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
  • Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
  • Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.
  • Maai op een helling geen nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
  • Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
  • Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is. De machine veilig als trekker gebruiken
  • Gebruik alleen door Husqvarna goedgekeurde trekuitrusting.
  • Gebruik de trekhaak om de uitrusting te bevestigen.
  • Trek nooit apparatuur die zwaarder is dan het maximaal toegestane trekgewicht. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 197
  • Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden wanneer u apparatuur trekt.
  • Wees voorzichtig wanneer u apparatuur op hellingen of over ruig terrein trekt.
  • Gebruik het product met een laag toerental wanneer u apparatuur trekt. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Vul de brandstoftank nooit binnen.
  • Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met benzine om letsel of brand te voorkomen.
  • Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
  • Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
  • Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
  • Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
  • Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
  • Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon 1902 - 008 - 16.02.2024 153doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.
  • Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
  • Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
  • Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
  • Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur. Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
  • Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
  • Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
  • Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
  • Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
  • Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
  • Voer vervangen accu´s af. Zie Afvoeren op pagina
  • Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken. Transportveiligheid
  • Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
  • Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
  • De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
  • De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Zie Transport op pagina 194

Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:

  • De motor is uitgeschakeld.
  • Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
  • De parkeerrem is ingeschakeld.
  • De contactsleutel is verwijderd.
  • Het maaidek is ontkoppeld.
  • De bougiekabels zijn van de bougies losgenomen. WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.
  • Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Raadpleeg Onderhoudsschema op pagina 164
  • Elektrische schokken kunnen letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
  • Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
  • Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
  • De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
  • Plaats het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
  • Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.

1902 - 008 - 16.02.2024• Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.

  • Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 197 voor het hoogst toegestane motortoerental.
  • Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant. WAARSCHUWING: Raak de hydraulische slangen niet aan. Hydraulische vloeistof onder druk kan ontsnappen en uw huid beschadigen. Montage Het maaidek bevestigen Let op: Voor maaidekmodellen C112X, C122X, R137X: Voordat u een X-model-maaidek kunt bevestigen, moet u een AUX-voedingsset (accessoire) aan de voorzijde monteren. Let op: Zorg ervoor dat het maaidek en het product op een vlakke ondergrond staan voordat u het maaidek bevestigt.

1. Bedien het product voorzichtig totdat het zich vóór

het maaidek bevindt.

2. Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren

om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort. OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat. Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.

5. Duw het werktuigframe omlaag. Beweeg het

werktuigframe naar de verticale positie. WAARSCHUWING: Bij onvoorzichtig gebruik kan het vergrendelmechanisme uw vingers verwonden. Pak de voorste rand van het maaidek met twee handen vast wanneer u doorgaat naar de volgende stap.

6. Duw het maaidek in het werktuigframe. Zorg ervoor

dat de voorste geleidepennen in de groeven op het werktuigframe vallen. Het werktuigframe ontgrendelt automatisch.

7. Duw het maaidek omlaag totdat de achterste

geleidepennen de onderkant van de groeven op het werktuigframe aanraken. 1902 - 008 - 16.02.2024 1558. Breng de aandrijfriem rondom de aandrijfpoelie voor het maaidek aan.

9. Plaats de veerhendel in de veerhouder.

10. Bevestig de voorste afdekking.

a) Sluit de kabel aan op de uitgang (A). b) Bevestig de kabel aan de kabelklem (B) op de voetsteunplaat. OPGELET: Zorg ervoor dat de kabel zich in de juiste positie onder de actuator (C) bevindt en niet wordt samengedrukt wanneer u het maaidek in de maaistand zet. Raadpleeg Het maaidek in de maaistand zetten op pagina 175

12. Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd.

Raadpleeg Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 176

Het maaidek verwijderen

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.

de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg

maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162

4. Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren

om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort. OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat. Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.

a) Koppel de kabel los van het stopcontact (A). b) Verwijder de kabel van de kabelklem (B) op de voetsteunplaat.

1902 - 008 - 16.02.20248. Maak de klem op het voorblad los met het hulpstuk aan de contactsleutel en haal het voorblad eraf.

9. Voor maaidekmodellen C112, C122, R137: Zet de

maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg

maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina

10. Trek de veerhendel uit de veerhouder om de

spanning van de aandrijfriem te halen.

11. Verwijder de aandrijfriem en plaats hem in de

12. Pak de voorkant van het maaidek met twee handen

vast en trek het maaidek naar voren.

13. Laat het maaidek volledig neer.

14. Open de vergrendeling van het werktuigframe.

15. Pak de voorkant van het maaidek met twee handen

vast en trek het maaidek naar voren. WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel door pletten; houd lichaamsdelen uit de buurt. Werking Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. 1902 - 008 - 16.02.2024 157Husqvarna Connect gebruiken

3. Volg de instructies in de Husqvarna Connect-app

om verbinding te maken met het product en dit te registreren. Brandstof bijvullen WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij (zie Brandstofveiligheid op pagina 153

WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank niet als ondersteuning. De motor gebruikt loodvrije benzine met een minimum octaangetal van RON 95 (niet vermengd met olie). Wij adviseren biologisch afbreekbare alkylaatbenzine (max. methanol 5%, max. ethanol 10%, max. MTBE 15%). Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul bij indien nodig. U kunt het brandstofniveau in de brandstoftank duidelijk zien. Vul niet teveel bij. Houd een minimale speling van 2,5 cm aan. De stoel afstellen WAARSCHUWING: Stel de stoel niet af wanneer u het product gebruikt. De stoel kan voorover gekanteld worden. De stoel is ook naar voren en naar achteren verstelbaar.

  • Om de stoel naar voren en achteren in te stellen, plaatst uw voeten op de voetsteunplaten en duwt u de hendel onder de voorste rand van de stoel naar links. Verplaats de stoel naar de correcte positie.
  • Om de stoelveren aan te passen, verschuift u de rubberen aanslagen onder de stoel zoals aangegeven in de afbeelding. Plaats de twee aanslagen vooraan, in het midden of achteraan. Het maaidek heffen

1. Druk de PTO-knop in om de aandrijving van het

maaidek uit te schakelen.

2. Trek de schakelaar voor elektrisch heffen om het

maaidek te heffen. Hef het maaidek volledig omhoog tot u een kletterend geluid hoort. Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is. Let op: U kunt het maaidek een beetje heffen met de aandrijving op de messen ingeschakeld. Gebruik deze functie voor zeer lang gras of ruwe oppervlakken. WAARSCHUWING: Hef het maaidek niet volledig als omhoog als de aandrijving van het maaidek is ingeschakeld. Het risico bestaat dat objecten worden 158 1902 - 008 - 16.02.2024weggeslingerd, wat ernstig of fataal letsel kan veroorzaken. Het maaidek neerlaten

1. Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren

om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort. OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat. Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.

2. Trek aan de PTO-knop om de aandrijving op de

messen van het maaidek in te schakelen. Voordat u het product gebruikt

1. Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en

zorg dat u de instructies hebt begrepen.

2. Draag de benodigde persoonlijke

beschermingsmiddelen. Raadpleeg Persoonlijke beschermingsuitrusting op pagina 150

4. Voer dagelijks onderhoud uit. Raadpleeg

Onderhoudsschema op pagina 164

5. Controleer of het product goed gemonteerd en niet

2. Druk de PTO-knop in om de aandrijving op het

maaidek uit te schakelen.

5. Draai de contactsleutel naar de startstand.

6. Laat, zodra de motor aanslaat, de contactsleutel

meteen los naar de neutraalstand. OPGELET: Bedien de startmotor niet langer dan 5 seconden per keer. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert. 1902 - 008 - 16.02.2024 1597. Zet de chokehendel geleidelijk naar voren in de eindpositie.

8. Laat de motor 3-5 minuten draaien met halfgas

voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.

9. Duw de gashendel naar de stand voor volgas.

OPGELET: Het inschakelen van de maaimessen terwijl de motor met volle snelheid draait, veroorzaakt spanning op de aandrijfriemen. Gebruik pas vol gas wanneer het maaidek omlaag is gezet in de maaistand. De motor starten (P 524X EFI)

1. Schakel de parkeerrem in.

2. Druk de PTO-knop in om de aandrijving op het

maaidek uit te schakelen.

3. Zet de gashendel in de middelste positie.

4. Draai de contactsleutel naar de startstand.

5. Laat, zodra de motor aanslaat, de contactsleutel

meteen los naar de neutraalstand. OPGELET: Bedien de startmotor niet langer dan 5 seconden per keer. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.

6. Laat de motor 3-5 minuten draaien met halfgas

voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.

7. Duw de gashendel naar de stand voor volgas.

OPGELET: Het inschakelen van de maaimessen terwijl de motor met volle snelheid draait, veroorzaakt spanning op de aandrijfriemen. Gebruik pas vol gas wanneer het maaidek omlaag is gezet in de maaistand. Het product gebruiken

1. Controleer of de bypasskleppen zijn gesloten.

Raadpleeg De hydrostatische transmissie uitschakelen op pagina 163

1902 - 008 - 16.02.20243. Trap het parkeerrempedaal in en laat deze vervolgens los om de parkeerrem uit te schakelen.

4. Druk één van de rijpedalen voorzichtig in. De

snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt. Gebruik pedaal (A) voor vooruitrijden en pedaal (B) voor achteruitrijden.

5. Laat het pedaal los om te remmen. Om harder te

remmen, drukt u op het andere rijpedaal.

6. Selecteer de maaihoogte. Raadpleeg

maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina

De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162

7. Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren

om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort. OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat. Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.

8. Trek de PTO-knop uit om de aandrijving op de

messen van het maaidek in te schakelen. De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137)

1. Trek de schakelaar voor elektrisch heffen om het

maaidek te heffen. Hef het maaidek volledig omhoog tot u een kletterend geluid hoort. Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.

2. Schakel de parkeerrem in.

3. Draai de contactsleutel naar stand STOP.

4. De borgplaat in de richting van de voorkant van

het maaidek duwen en vasthouden. Trek met uw rechterhand de afstelhendel voor de maaihoogte omhoog. Laat de afstelhendel niet los. 1902 - 008 - 16.02.2024 1615. Houd het werktuigframe (B) vast met uw linkerhand. Breng het maaidek omhoog of omlaag terwijl u de afstelhendel (A) voor de maaihoogte horizontaal beweegt.

6. Laat de afstelhendel voor maaihoogte in een van de

gaten op de afstelplaat los.

7. Laat het werktuigframe los.

Let op: Zie de onderstaande tabel voor welke maaihoogte ongeveer overeenkomt met welk getal. Nummer Maaihoogte, mm Maaidek C112, C122 R137 1 (S) Onderhouds- stand, laagste stand

  • Druk op het bovenste deel van de linker functieknop voor accessoires aan de voorzijde om de maaihoogte te verlagen. Druk op het onderste deel van de linker functieknop voor accessoires aan de voorzijde om de maaihoogte te verhogen. De markeringen op het maaidek geven de stand van de geselecteerde maaihoogte aan. Let op: Zie de onderstaande tabel voor welke maaihoogte ongeveer overeenkomt met elke markering. Markeringen Maaihoogte, mm Maaidek C112X, C122X R137X

162 1902 - 008 - 16.02.2024Motor uitschakelen

1. Laat de rijpedalen los.

2. Druk de PTO-knop in om de aandrijving op de

messen van het maaidek uit te schakelen.

3. Laat de motor gedurende 1 minuut stationair draaien

om de temperatuur van de motor te verlagen.

4. Trek de hefhendel voor het maaidek naar achteren

om het maaidek omhoog te zetten.

5. Draai de contactsleutel naar stand STOP.

6. Schakel de parkeerrem in zodra het product stopt.

De parkeerrem in- en uitschakelen

1. Trap het parkeerrempedaal in (A).

3. Houd de knop ingedrukt en zet het

parkeerrempedaal vrij.

4. Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u het

parkeerrempedaal nogmaals in. Een goed maairesultaat verkrijgen

  • Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 164
  • Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
  • Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
  • Maai met een zo hoog mogelijke rotatiesnelheid van de messen (zie Technische gegevens op pagina 197 voor het hoogst toegestane motortoerental). Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheid een goed resultaat.
  • Maai het gras in een onregelmatig patroon.
  • Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig en gebruikt u de mulch-functie. De hydrostatische transmissie uitschakelen Om het product te verplaatsen terwijl de motor is uitgeschakeld, moet u de hydraulische circuits op de voorste en achterste transmissie openen. Dit wordt gedaan door de omloopkleppen in de transmissiemotoren te openen. OPGELET: Het product heeft geen remmen wanneer de omloopkleppen open zijn. De omloopkleppen moeten gesloten zijn voordat u het product gebruikt. OPGELET: Sleep het product niet met hoge snelheid of over lange afstanden. Dit kan schade aan de transmissies veroorzaken. 1902 - 008 - 16.02.2024 163Achterste transmissie
  • De omloopklep opent u door de borgmoer (A) ¼tot ½ slag naar links te draaien en vervolgens deklepschroef (B) twee slagen naar links te draaien.
  • De omloopklep sluit u door de klepschroef (B) tesluiten en vast te draaien met 8 Nm en vervolgensde borgmoer (A) vast te draaien met 30 Nm. Voorste transmissie
  • De omloopklep opent u door de borgmoer (A) ¼tot ½ slag naar links te draaien en vervolgens deklepschroef (B) twee slagen naar links te draaien.
  • De omloopklep sluit u door de klepschroef (B) tesluiten en vast te draaien met 8 Nm en vervolgensde borgmoer (A) vast te draaien met 30 Nm. Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen enbegrepen voordat u onderhoud aan hetproduct gaat uitvoeren. Onderhoudsschema Dagelijks onderhoud voorafgaand aan het gebruikControleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn.Controleer op brandstof- of olielekkage.Reinig het product.Reinig het binnenoppervlak van het maaidek.Reinig de motor en de uitlaatdemper.Controleer of de koelluchtinlaat van de motor niet geblokkeerd is.Controleer of de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn.Inspecteer de messen in het maaidek.Inspecteer het maaidek op beschadigingen.Inspecteer en test de remmen.Controleer het motoroliepeil.Controleer het transmissieoliepeil.Zorg ervoor dat het grootlicht en de werklamp correct werken.X = De instructies zijn opgenomen in deze gebruikershandleiding.O = De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding. Laat onderhoud aan de machine uitvoerendoor een erkende servicewerkplaats.164 1902 - 008 - 16.02.2024Onderhoud Wekelijks (elke 40 uur) Na de eerste 50 uur Onderhoudsin- terval in uren

Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn. O Controleer op brandstof- of olielekkage. O Reinig het product. X Controleer of de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn. X Smeer volgens het overzicht voor smering. X X Het maaidek smeren X X Controleer of de brandstofleidingen en de koppelingen schoon en onbeschadigd zijn. O O Inspecteer de 12V-accu. X X Controleer de elektrische aansluitingen en kabels. O O Controleer de remkabel en stel de parkeerrem af. O Zorg ervoor dat de koplampen en de werklampen correct werken (indien van toepassing). X X Voer na de reinigingsprocedure een visuele controle uit van de spanning van de pompriem. O O Vervang de riem van de pomp. O Vervang de PTO-riem. X Controleer het gewrichtslager in de gelede eenheid. O Voer na de reinigingsprocedure een visuele controle van alle poelies uit.

Voer een visuele inspectie uit van alle hydrostatische kabels met verbindingen.

Controleer de gashendel en chokehendel. O Voer indien nodig een update van de firmware uit. O Vervang de PTO-knop. Om de 10 jaar

Vervang het hydraulische-oliefilter. O O Ververs de hydraulische olie. O Inspecteer de bougie op beschadigingen en controleer of de afstand tussen de elektroden correct is.

Maak het luchtfilter schoon. X X Vervang het brandstoffilter. X X Vervang het luchtfilterpatroon. X Controleer het binnenste luchtfilter. X Vervang het binnenste luchtfilter. X 1902 - 008 - 16.02.2024 165Onderhoud Wekelijks (elke 40 uur) Na de eerste 50 uur Onderhoudsin- terval in uren

De klepspeling van de motor controleren en afstellen. O Reinig het oppervlak van de klepzitting. O Inspecteer de uitlaatdemper en het hitteschild. X X Ververs de motorolie. X X Vervang het motoroliefilter. X X Vervang de bougie. X Vervang de brandstofslangen. Om de 5 jaar

Controleer de snelheid van de voor- en achterwielen en stel deze af.

Controleer het transmissieoliepeil. X X Ververs de olie in de transmissie. O O Zorg voor de juiste bandenspanning. X X Controleer de maaihoogte-instellingen en stel deze af. X Vervang de riem van het maaidek. X Inspecteer het maaidek op beschadigingen. X Inspecteer de messen in het maaidek. X Product reinigen OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden. Reinig het product direct na gebruik.

  • Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder daarna gras of vuil.
  • Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil van en rondom de transmissie, de luchtinlaat van de transmissie en de motor.
  • Gebruik stromend water uit een slang om het product te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit.
  • Richt de waterstraal niet op elektronische componenten of lagers. Reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken.
  • Om het maaidek te reinigen adviseren wij het maaidek in de onderhoudsstand te zetten en met een waterstraal schoon te spuiten.
  • Start het maaidek na het reinigen en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen.
  • Controleer alle smeerpunten en smeer indien nodig. Smeer de lagers altijd nadat u het product hebt gereinigd. 166 1902 - 008 - 16.02.2024De motor en de uitlaatdemper reinigen Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel. Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is. Koelluchtinlaat van motor reinigen WAARSCHUWING: Stop de motor. De koelluchtinlaat draait en kan letsel aan uw vingers veroorzaken.

1. Zorg dat het luchtinlaatrooster niet is geblokkeerd.

Verwijder gras en vuil met een borstel.

2. Verwijder de motorkap.

3. Zorg dat de koelluchtinlaat niet geblokkeerd wordt.

Verwijder gras en vuil met een borstel.

4. Controleer het luchtkanaal aan de binnenzijde van

de motorkap. Zorg dat het luchtkanaal schoon is en niet tegen de koelluchtinlaat schuurt. De koeler voor hydraulische olie reinigen Zorg dat de ventilator voor de koeler van de hydraulische olie niet is geblokkeerd en dat het gebied rondom de koeler voor de hydraulische olie schoon is. Verwijder gras en vuil met een borstel. De kappen verwijderen De motorkap verwijderen en aanbrengen

1. Klap de stoel naar voren.

1902 - 008 - 16.02.2024 1672. Maak de 2 klemmen op de motorkap los met het hulpstuk aan de contactsleutel.

3. Verwijder de schroeven uit de scharnieren.

4. Klap de motorkap naar achteren.

5. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

Verwijderen van voorblad

1. Maak de klem op het voorblad los met het hulpstuk

aan de contactsleutel.

2. Verwijder het voorblad.

De afdekkingen van het maaidek verwijderen (R137, R137X)

1. Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg

De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161

De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162

2. Verwijder de 6 schroeven op de zijkappen van het

3. Verwijder de zijkappen van het maaidek.

4. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

De rechter zijkap verwijderen

1. Verwijder de 4 schroeven en verwijder de zijkap.

De afdekking van de bedieningskast verwijderen

1902 - 008 - 16.02.2024De rechter voetplaat verwijderen en monteren

1. Verwijder het pedaal voor achteruitrijden.

2. Neem de zijkap rechts weg. Raadpleeg

De rechter zijkap verwijderen op pagina 168

4. Verwijder de 4 schroeven en verwijder de voetplaat.

5. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

De linker voetplaat verwijderen en monteren

1. Verwijder de 4 schroeven en verwijder de voetplaat.

2. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

De parkeerrem controleren

1. Parkeer het product op een harde ondergrond die

afloopt. Let op: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.

2. Trap het parkeerrempedaal in (A).

3. Zet de parkeerrem vrij terwijl u de vergrendelknop

(B) ingedrukt houdt.

4. Als het product begint te bewegen, moet u de

parkeerrem door een erkende servicewerkplaats laten afstellen.

5. Bedien het parkeerrempedaal opnieuw om de

parkeerrem uit te schakelen. Het brandstoffilter vervangen

1. Verwijder de motorkap om bij het brandstoffilter te

kunnen. De afbeelding rechts toont P 524X. De afbeelding links toont P 524X EFI.

2. Gebruik een platte tang om de slangklemmen van

het brandstoffilter te verwijderen.

3. Trek aan de slangeinden om het brandstoffilter te

4. Druk het nieuwe brandstoffilter in de uiteinden van

de slangen. Gebruik vloeibaar reinigingsmiddel op de uiteinden van het brandstoffilter om de aansluiting te vergemakkelijken.

5. Duw de slangklemmen tegen het brandstoffilter.

Het luchtfilter reinigen en vervangen OPGELET: Start de motor niet wanneer het luchtfilter niet is aangebracht.

1. Verwijder de motorkap.

1902 - 008 - 16.02.2024 1692. Maak de twee knoppen los waarmee het luchtfilterdeksel vastzit.

3. Verwijder het luchtfilterdeksel.

4. Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.

5. Reinig het binnenvlak van het luchtfilterhuis met een

6. Tik het luchtfilterpatroon voorzichtig tegen een

hard oppervlak en blaas met perslucht op het binnenoppervlak. Vervang het luchtfilter als het niet schoon wordt of als het is beschadigd.

7. Verwijder het binnenste luchtfilterelement achter het

8. Tik het binnenste luchtfilterelement tegen een hard

oppervlak om het schoon te maken. Vervang het luchtfilter als het niet schoon wordt of als het is beschadigd. OPGELET: Gebruik geen perslucht om het binnenste luchtfilter te reinigen.

9. Plaats het binnenste luchtfilter en de

luchtfiltercartridge in hun oorspronkelijke posities in het filterhuis. Zorg ervoor dat het luchtfilterpatroon goed is bevestigd op de bovenkant van de luchtinlaat.

10. Bevestig het luchtfilterdeksel en zorg ervoor dat de

deeltjesvanger naar beneden wijst. Een bougie controleren en vervangen

3. Verwijder de bougie met een bougiesleutel.

4. Controleer de bougie. Vervang de bougie als

de elektroden zijn verbrand of als de isolatie is gebarsten of beschadigd. Als de bougie niet beschadigd is, reinig deze dan met een staalborstel.

5. Meet de elektrode-opening en zorg ervoor dat deze

correct is. Zie Technische gegevens op pagina 197

6. Buig de zij-elektrode om de elektrode-opening aan te

7. Plaats de bougie terug en draai deze met de hand

totdat deze tegen de zitting aan zit.

8. Draai de bougie vast met de bougiesleutel totdat de

ring wordt samengedrukt.

9. Draai een gebruikte bougie nogmaals ⅛ slag vast,

een nieuwe bougie nog ¼ slag extra. OPGELET: Onjuist vastgedraaide bougies kunnen leiden tot motorschade.

1902 - 008 - 16.02.2024OPGELET: Probeer de motor niet te starten als de bougie of de ontstekingskabel is verwijderd. Overzicht van de zekeringen

1. 12V-voeding naar de bedieningsmodule van de

3. Ontstekingsvoeding, 5 A

4. J14 + 12 V, waarschuwingslamp, 10 A

5. J16 + 12 V, extra schakelaar, extra uit, hydraulisch

7. Verlichtingsvoeding, 10 A

8. USB, 12 V-aansluiting, 12 V-schakelvoeding, 10 A

9. 12V-geheugenvoeding naar de bedieningsmodule

10. 12 V, zekering voor elektrische actuator heffen

11. Indicatielampje zekering

Een zekering vervangen Een defecte zekering wordt aangegeven door een doorgebrande zekeringsdraad. Bij zekering 1-8 geeft het zekeringsindicatielampje aan of een zekering is doorgebrand. De locatie van de zekeringen vindt u in het overzicht van de zekeringen, zie Overzicht van de zekeringen op pagina 171

a) Verwijder het rechterdeksel om de zekeringen 1– 8 te vervangen. b) Open de motorkap om de zekeringen 9 en 10 te vervangen.

2. Trek de zekering uit de houder.

3. Vervang de defecte zekering door een nieuwe

zekering van hetzelfde type.

4. Monteer de afdekkingen.

Let op: Als een hoofdzekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt. Zoek hulp van een erkende servicewerkplaats. De accu opladen

  • Laad de accu op wanneer deze te zwak is om de motor te starten.
  • Gebruik een standaard acculader. 1902 - 008 - 16.02.2024 171OPGELET: Gebruik geen boostlader of startbooster. Dit zal leiden tot schade aan het elektrisch systeem van het product.
  • Koppel altijd de lader los alvorens de motor te starten. Noodstart van motor uitvoeren Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u gebruik maken van startkabels om een noodstart uit te voeren. Dit product is voorzien van een 12-volt- systeem met negatieve aarding. Het product dat voor de noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12-volt-systeem met negatieve aarding hebben. Startkabels aansluiten WAARSCHUWING: Explosiegevaar door explosief gas dat afkomstig is van de accu. Sluit geen negatieve aansluitklem van de volledig opgeladen accu aan op of in de buurt van de negatieve aansluitklem van de zwakke accu. OPGELET: Gebruik de accu van uw product niet om andere voertuigen te starten.

1. Open de motorkap. Zie

De motorkap verwijderen en aanbrengen op pagina 167

2. Sluit het ene uiteinde van de rode kabel aan op de

PLUSKLEM (+) van de zwakke accu (A).

3. Sluit het andere uiteinde van de rode kabel aan op

de PLUSKLEM (+) van de volledig opgeladen accu (B). WAARSCHUWING: Zorg dat de uiteinden van de rode draden geen kortsluiting maken tegen het chassis.

4. Sluit een uiteinde van de zwarte kabel aan op de

MINKLEM (-) van de volledig opgeladen accu (C).

5. Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan

op een CHASSISMASSA (D), uit de buurt van de brandstoftank en de accu.

6. Plaats de afdekkingen terug.

Startkabels verwijderen Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.

1. Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.

Bandendruk De aanbevolen bandenspanning is 100 kPa (1,0 bar/ 14,5 psi) voor alle vier de banden. De PTO-riem vervangen

2. Draai het stuurwiel helemaal naar links om

gemakkelijk bij de motorpoelie te kunnen komen.

3. Zet het maaidek omlaag.

5. Verwijder het voorblad.

6. Trek de veerhendel naar links uit de veerhouder om

de spanning van de spanrol voor de aandrijfriem te halen.

7. Verwijder de linker zijkap van het maaidek.

1902 - 008 - 16.02.20248. Neem de veerstang uit de hefketting.

(A) op en verwijder de riem van de spanrol.

11. Verwijder de riem van de poelie op het

van het product. 1902 - 008 - 16.02.2024 17316. Verwijder de riem van de achterste motorpoelie.

17. Trek het voorste gedeelte van de riem naar buiten

via de rechterzijde van de gelede eenheid van het product.

18. Maak de riem los van de haak op de middelste

19. Trek de aandrijfriem uit.

20. Breng een nieuwe aandrijfriem aan in de

omgekeerde volgorde van verwijderen. Zorg dat de aandrijfriem voor het maaidek wordt aangebracht zoals getoond in de afbeelding. Zorg ervoor dat deze juist in de spanpoelie zit, die in de afbeelding met een pijl is aangegeven. Het maaidek in de onderhoudsstand zetten WAARSCHUWING: Gevaar voor letsel door pletten; houd lichaamsdelen uit de buurt.

1. Trek de schakelaar voor elektrisch heffen om het

maaidek te heffen. Hef het maaidek volledig omhoog tot u een kletterend geluid hoort.

1902 - 008 - 16.02.2024Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product defect is.

2. Maak de klem op het voorblad los met het hulpstuk

aan de contactsleutel en haal het voorblad eraf.

3. Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg

De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161

De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162

4. Trek de veerhendel naar links uit de veerhouder om

de spanning van de spanrol voor de aandrijfriem te halen.

5. Verwijder de riem van de poelie op het

6. Pak de voorste rand van het maaidek vast en trek

het maaidek naar voren tot de aanslag.

7. Til het maaidek op tot het verticaal staat en

een klikgeluid hoorbaar is. Het maaidek wordt automatisch vergrendeld in de verticale stand. Het maaidek in de maaistand zetten

1. Houd de voorkant van het maaidek vast met uw

2. Maak de vergrendeling met uw rechterhand los.

3. Laat het maaidek neer en druk het naar binnen tot

de aanslag. OPGELET: Voor de maaidekmodellen C112X, C122X, R137X: Zorg ervoor dat de kabel naar het maaidek niet wordt samengedrukt.

4. Breng de aandrijfriem rondom het aandrijfwiel voor

het maaidek aan. 1902 - 008 - 16.02.2024 1755. Plaats de veerhendel in de veerhouder.

6. Monteer het voorblad.

Bodemdruk van maaidek controleren en aanpassen Een juiste bodemdruk zorgt ervoor dat het maaidek boven de bodem beweegt, maar er niet hard tegenaan drukt.

1. Controleer de bandenspanning. Raadpleeg

Bandendruk op pagina 172

2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.

3. Zet het maaidek omlaag in de maaistand.

4. Plaats een personenweegschaal onder de voorkant

5. Plaats een houten blok tussen het frame en

de personenweegschaal. Het houten blok zorgt ervoor dat er geen gewicht wordt toegepast op de steunwielen.

6. Om de bodemdruk af te stellen draait u aan de

stelschroeven achter beide voorwielen.

7. Draai de schroeven rechts- of linksom totdat de

bodemdruk correct is. Zorg ervoor dat de veren een gelijke spanning hebben aan de rechter- en linkerkant. Maaidek C112, C122 R137 Bodemdruk 12-15 kg/26,5-33

25 kg / 55,1 lb Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd

1. Controleer de bandenspanning. Raadpleeg

Bandendruk op pagina 172

2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.

3. Zet het maaidek omlaag in de maaistand.

4. Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg

De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161

De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162

5. Meet de afstand tussen de bodem en de voorste

en achterste rand van het maaidek. Zorg dat de achterkant 5-10 mm (0,2-0,4 inch) hoger is dan de voorkant. De uitlijning van het maaidek afstellen (C112, C122, R137) Stel de uitlijning af wanneer het maaidek op het product is gemonteerd.

1. Verwijder het voorblad. Raadpleeg

Verwijderen van voorblad op pagina 168

1902 - 008 - 16.02.20242. Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161

3. Verwijder de gaffelscharnier aan de achterkant van

de hoogteafstellingsbeugel van het frame van het maaidek.

4. Draai de borgmoeren op de hefsteun los.

5. Draai de stelmoer op de hefsteun om de lengte

van de hefsteun aan te passen. Maak langer om de achterrand van de afdekking omhoog te zetten. Maak korter om de achterrand van de afdekking omlaag te zetten.

6. Volg de instructies in

Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 176

8. Draai de borgmoeren op de hoogteafstellingsbeugel

los. Draai de gaffelscharnier om de lengte van de hoogteafstellingsbeugel aan te passen. Lijn de gaffelscharnier uit op de opening op het frame van het maaidek. Monteer de gaffelscharnier op het frame van het maaidek.

9. Test alle maaihoogten. Raadpleeg

De maaihoogte afstellen (C112, C122, R137) op pagina 161

10. Draai de borgmoeren op de hoogteafstellingsbeugel

11. Monteer het voorblad.

De uitlijning van het maaidek afstellen (C112X, C122X, R137X) Stel de uitlijning af wanneer het maaidek op het product is gemonteerd.

1. Verwijder de gaffelscharnier aan de achterkant van

de elektrische actuator van het frame van het maaidek. 1902 - 008 - 16.02.2024 1772. Duw de schakelaar voor elektrisch heffen naar voren om het maaidek neer te laten. Laat het maaidek volledig neer tot u een kletterend geluid hoort. OPGELET: Houd de schakelaar minimaal 2 seconden ingedrukt nadat het maaidek de grond raakt. Dit is om ervoor te zorgen dat het maaidek in de zweefstand staat. Let op: Het kletterende geluid van de frametunnel betekent niet dat het product beschadigd is.

3. Draai de borgmoeren op de hefsteun los.

4. Draai de stelmoer op de hefsteun om de lengte

van de hefsteun aan te passen. Maak langer om de achterrand van de afdekking omhoog te zetten. Maak korter om de achterrand van de afdekking omlaag te zetten.

5. Volg de instructies in

Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 176

Draai de gaffelscharnier rechtsom om de lengte van de hoogteafstellingsstang te vergroten. Vergroot de lengte van de hoogteafstellingsstang zo ver mogelijk, totdat er geen speling meer tussen de bout en de arm is. Lijn de gaffelscharnier uit op de opening op het frame van het maaidek. Monteer de gaffelscharnier op het frame van het maaidek.

Raadpleeg De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162

De maaihoogte-indicator (C112X, C122X, R137X) afstellen De maaihoogte-indicator op het maaidek geeft de geselecteerde maaihoogte aan.

1. Draai de 2 schroeven los.

2. Zet de maaihoogte in de laagste stand. Raadpleeg

De maaihoogte afstellen (C112X, C122X, R137X) op pagina 162

1902 - 008 - 16.02.20243. Stel de maaihoogte-indicator zodanig af dat deze de laagste maaihoogte aangeeft, gezien vanuit de hoek van de gebruiker op de stoel.

4. Draai de 2 schroeven vast.

De riem op het maaidek vervangen (C112, C112X, C122, C122X) WAARSCHUWING: Gevaar voor verbrijzeling. Draag veiligheidshandschoenen. Let op: De maaidekken kunnen er per model anders uitzien.

1. Verwijder het maaidek. Raadpleeg

Het maaidek verwijderen op pagina 156

vergrendelbeugel op het maaidekframe is bevestigd.

4. Open en verwijder de vergrendeling voor de bout

van de voorste hefsteun en de stang van de achterste hoogteafstelling.

5. Verwijder de 2 bouten op het werktuigframe.

1902 - 008 - 16.02.2024 1796. Verwijder de 2 schroeven op de afdekking van het maaidek. Til het maaidekframe op en verwijder de afdekking van het maaidek.

7. Koppel de spanveer voor de riem los en verwijder de

8. Bevestig een nieuwe riem in de omgekeerde

volgorde van verwijderen. Overzicht riem - C112, C112X Overzicht riem - C122, C122X De riem op het maaidek vervangen (R137, R137X) WAARSCHUWING: Gevaar voor verbrijzeling. Draag veiligheidshandschoenen. Let op: De maaidekken kunnen er per model anders uitzien.

1. Verwijder het maaidek. Raadpleeg

Het maaidek verwijderen op pagina 156

2. Verwijder het voorblad.

3. Trek de veerhendel naar links uit de veerhouder om

de spanning van de spanrol voor de aandrijfriem te halen.

1902 - 008 - 16.02.20244. Verwijder de riem van de poelie op het werktuigframe.

5. Verwijder de afdekkingen van het maaidek.

Raadpleeg De afdekkingen van het maaidek verwijderen (R137, R137X) op pagina 168

6. Koppel de spanveer voor de riem los en verwijder de

7. Bevestig een nieuwe riem in de omgekeerde

volgorde van verwijderen. Overzicht riem - R137, R137X De mulch-plug verwijderen en monteren (C112, C112X, C122, C122X)

1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.

2. Verwijder de 3 schroeven die de mulchplug op zijn

plaats houden en verwijder de plug.

3. Monteer 3 schroeven in de schroefopeningen voor

de mulch-plug om schade aan de schroefdraden te voorkomen.

4. Zet het maaidek in de maaistand.

5. Monteer de mulch-plug in omgekeerde volgorde.

De mulch-plug verwijderen en monteren (R137, R137X)

1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.

2. Verwijder de 3 moeren en schroeven die de

mulchplug op zijn plaats houden en verwijder de plug.

3. Zet het maaidek in de maaistand.

4. Monteer de mulch-plug in omgekeerde volgorde.

5. Monteer de moeren en schroeven in de 3 gaten nabij

de bovenrand van het maaidek. De messen inspecteren OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen kunnen schade aan het product veroorzaken. Vervang beschadigde messen. Laat botte messen 1902 - 008 - 16.02.2024 181slijpen en balanceren door een erkende servicewerkplaats.

1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.

2. Controleer de messen visueel op beschadigingen en

of het nodig is om ze te slijpen.

3. Haal de mesbouten aan met het juiste

aanhaalmoment. Zie Technische gegevens op pagina 197

1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.

2. Zet het blad vast met een houten blok (A).

3. Draai de bout (B) van het blad los en verwijder de

bout samen met de sluitringen (C) en het blad (D).

4. Monteer de bladen parallel aan elkaar.

5. Voor maaidek R137. Zorg ervoor dat de

geleidepennen correct door de groef van de bladen zijn gemonteerd.

6. Monteer het nieuwe mes met de puntige uiteinden in

de richting van het maaidek. WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen bladen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 197

OPGELET: Een onjuist type blad kan ongewenst geluid veroorzaken. Gebruik alleen bladen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 197

7. Breng de onderlegring en de bout aan om het mes

te bevestigen. Haal de bout aan met het juiste aanhaalmoment. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 197

Het motoroliepeil controleren

1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond en

schakel de motor uit.

6. Trek de peilstok eruit en lees het oliepeil af.

7. Het oliepeil moet tussen de markeringen op de

1902 - 008 - 16.02.20248. Vul langzaam olie bij via de opening voor de peilstok. Gebruik een olieviscositeit die geschikt is voor de temperatuurbereiken in de afbeelding. -20°C -10°C 20°C10°C 30°C 40°C0°C -4°F -14°F 68°F50°F 86°F 104°F32°F SAE40 SAE30 SAE20W-50 SAE10W-40 SAE10W-30 SAE5W-20 OPGELET: Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar.

9. Zet de peilstok goed vast voordat u de motor

start. Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals. De motorolie verversen en het oliefilter vervangen Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen. WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1 tot 2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt. WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.

1. Verwijder de motorkap.

2. Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.

6. Bevestig de olieaftapplug en draai deze volledig

7. Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.

8. Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter

in met een beetje verse motorolie.

9. Om het nieuwe oliefilter te bevestigen, draait u

het filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.

10. Vul de motor met nieuwe olie zoals aangegeven in

Technische gegevens op pagina 197

12. Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op

13. Vul olie bij en compenseer daarbij de hoeveelheid

die het nieuwe oliefilter opneemt. Let op: Voor veilig afvoeren van afgewerkte motorolie, zie Afvoeren op pagina 195

Het transmissieoliepeil controleren

1. Gebruik de oliepeilstok om het oliepeil in de

transmissie af te lezen. 1902 - 008 - 16.02.2024 1832. Het oliepeil moet tussen de markeringen op de peilstok staan.

3. Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type

opgegeven in Technische gegevens op pagina 197

Het oliepeil in het hydraulische systeem controleren

1. Kantel de stoel naar voren.

2. Reinig het gebied rondom de oliedop met een droge

3. Verwijder de oliedop en controleer het peil van de

hydraulische olie. Het juiste oliepeil is 40-60 mm van de bovenkant van de zeef.

4. Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type

opgegeven in Technische gegevens op pagina 197

De riem van de hydraulische pomp afstellen

1. Klap de bestuurdersstoel naar voren.

2. Verwijder de beschermplaat onder de stoel.

3. Verwijder de 2 riembeschermingsafdekkingen.

4. Draai de 3 schroeven (A) op de pompriemschuif los.

5. Draai de borgmoer (B) op de afstelschroef los.

6. Draai de stelschroef (C) voor de pompriem totdat de

riem de juiste spanning heeft.

7. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.

1902 - 008 - 16.02.2024Beknopte handleiding voor onderhoud Symbolen van beknopte handleiding voor onderhoud Vervang het filter Ververs de olie Visuele inspectie of controle van het oliepeil Smeer de smeernippel met vet Smeer met olie Controleer de staat en spanning van de aandrijfriem Vervang de aandrijfriem Messen vervangen 1902 - 008 - 16.02.2024 185Overzicht smeernippels

6. As voor hefketting

Smering, algemene informatie

  • Verwijder de contactsleutel om te voorkomen dat de machine tijdens het smeren onbedoeld gaat draaien.
  • Reinig het gebied voordat u een onderdeel op het product smeert.
  • Gebruik olie bij het smeren met een oliekan.
  • Gebruik bij het smeren met vet een chassis- of kogellagervet dat corrosie voorkomt. Verwijder overtollig vet na het smeren.
  • Smeer twee keer per week als u het product dagelijks gebruikt.
  • Vermijd het morsen van smeermiddel op de aandrijfriemen of in de groeven van de poelies. Als u morst, maak dan schoon met alcohol. Als de wrijving tussen de aandrijfriem en de poelie niet voldoende is nadat u hebt schoongemaakt met alcohol, vervang dan de aandrijfriem. OPGELET: Gebruik geen benzine of andere aardolieproducten om aandrijfriemen te reinigen. 186 1902 - 008 - 16.02.2024Kabels smeren
  • Smeer de twee uiteinden van de kabels en zet debedieningselementen in de eindstanden.• Breng na het smeren de rubberen mantels aan opde kabels.• Kabels met ommanteling moeten regelmatig wordengesmeerd om storing te voorkomen.a) Verwijder de kabel en hang deze verticaal.b) Smeer de kabel met dunne motorolie tot eronderaan olie begint af te druipen. Vervang dekabel als er onderaan geen olie afdruipt. Let op: U kunt een kleine plastic zak met olie vullen en de plastic zak met tape afdichten tegen dekabelmantel. Laat de kabel verticaal uit de zak hangentot de volgende dag. Het maaidek smeren Let op: De maaidekken kunnen er per model anders uitzien.1. Verwijder het voorblad.2. Smeer de verbindingen en de lagers (A) met vet.3. Smeer met een vetpistool via de vetnippels op hetmaaidek (B). Smeer totdat er vet uit de achterzijdevan de smeernippel komt.

bewegende onderdelen met olie.

3. Smeer de kabels van de pedalen voor vooruit- en

achteruitrijden met olie. De parkeerremkabel smeren

4. Smeer de uiteinden van de parkeerremkabel met

5. Smeer de parkeerremkabel met olie.

6. Trap drie keer het parkeerrempedaal in en smeer de

parkeerremkabel opnieuw.

1. Verwijder de schroeven en verwijder de frameplaat.

2. Smeer de ketting in de frametunnel met olie of een

kettingspray. De stoelrails smeren

1. Kantel de stoel naar voren.

2. Smeer de stoelrails met olie.

2. Smeer de vrije uiteinden van de kabels, inclusief de

uiteinden bij de motor, met olie.

3. Breng de rechter zijkap aan.

De kabel van de hydrostatische transmissie smeren

1. Smeer de verbindingen en lagers van de kabel van

de hydrostatische transmissie met olie.

2. Verwijder de rubberen huls en smeer de kabel van

de hydrostatische transmissie met olie.

3. Trap het pedaal voor vooruitrijden vijf keer in en

smeer de kabel van de hydrostatische transmissie opnieuw.

4. Bevestig de rubberen huls.

De stuurcilinder smeren De stuurcilinder heeft twee smeernippels, één aan elk uiteinde.

  • Smeer met een smeerpistool totdat er vet uitkomt. De scharnierverbinding van de gelede stuurinrichting smeren

1. Smeer het lager van de gelede stuurinrichting

wanneer het product met alle wielen op de grond staat. Smeer via de vetnippel (A) tot vet uit het gat (B) komt.

2. Hef het product op om de druk in de gelede

stuurinrichting af te laten. In de afbeelding ziet u waar u de steunen moet plaatsen. OPGELET: Zorg ervoor dat de steun geen schade aan de hendelsteun of een blokkering van de gelede stuurinrichting veroorzaakt.

3. Smeer het lager van de gelede stuurinrichting

opnieuw terwijl het product is opgetild. OPGELET: Controleer of het vet uit de verbinding komt, onder de vetnippel. 1902 - 008 - 16.02.2024 1894. Laat het product zakken. De verbindingsstang smeren

1. De verbindingsstang heeft twee smeernippels, één

aan elke kant. Smeer met een smeerpistool totdat er vet uitkomt. Probleemoplossing Probleemoplossing Als u in deze richtlijnen geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicedealer. Probleem Oorzaak De startmotor laat de motor niet aan- slaan De PTO-knop is geactiveerd. Raadpleeg De motor starten (P 524X) op pagina 159

De parkeerrem is niet ingeschakeld. Raadpleeg De parkeerrem in- en uit- schakelen op pagina 163

De hoofdzekering is doorgebrand. Raadpleeg Een zekering vervangen op pagina 171

Er is een zekering doorgebrand. Raadpleeg Een zekering vervangen op pagina 171

De contactsleutel is defect. Slecht contact tussen de kabel en de accu. De accu is te zwak. Raadpleeg De accu opladen op pagina 171

De startmotor is defect. De motor start niet wanneer de start- motor de motor laat aanslaan. Geen brandstof in de brandstoftank. Raadpleeg Brandstof bijvullen op pagi- na 158

De bougie is beschadigd of functioneert niet naar behoren. De ontstekingskabel is beschadigd. Vuil in de carburateur of brandstofleiding (P 524X). Vuil in de brandstofleiding (P 524X EFI). 190 1902 - 008 - 16.02.2024Probleem Oorzaak De motor loopt niet gelijkmatig. De bougie is beschadigd of functioneert niet naar behoren. De carburateur is verkeerd afgesteld (P 524X). Het luchtfilter is verstopt. Raadpleeg Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 169

De ontluchting van de brandstoftank is geblokkeerd. Vuil in de carburateur of in de brandstofleiding (P 524X). Vuil in de brandstofleiding (P 524X EFI). De chokekabel is verkeerd afgesteld (P 524X). De motor produceert nauwelijks ver- mogen. Het luchtfilter is verstopt. Raadpleeg Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 169

De bougie is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Vuil in de carburateur of in de brandstofleiding (P 524X). Vuil in de brandstofleiding (P 524X EFI). De gaskabel is verkeerd afgesteld. De transmissie levert niet genoeg vermogen. De pompriem is niet correct gespannen. Het toerental van de voor- en achteras is niet correct afgesteld. Er zit geen olie in de transmissie of het oliepeil is te laag. Raadpleeg Het transmissieoliepeil controleren op pagina 183

De accu laadt niet. De accu is beschadigd. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. Slecht contact bij de kabelklemmen op de accupolen. Het product trilt. De messen zitten los. Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181

Eén of meer messen zijn niet goed uitgebalanceerd. Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181

De motor zit los. Gras verstopt het maaidek. Raadpleeg Product reinigen op pagina 166

1902 - 008 - 16.02.2024 191Probleem Oorzaak Het maairesultaat is onvoldoende. De messen zijn bot. Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181

Het gras is lang of nat. Raadpleeg Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 163

De parallelliteit van het maaidek is niet afgesteld. Raadpleeg Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 176

Het maaidek is niet waterpas. Gras verstopt het maaidek. Raadpleeg Product reinigen op pagina 166

De bandenspanning tussen de rechter- en linkerzijde is verschillend. Raad- pleeg Bandendruk op pagina 172

Het product rijdt met te hoge snelheid. Raadpleeg Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 163

Het motortoerental is te laag. Raadpleeg Technische gegevens op pagina

De aandrijfriem slipt. De kabel naar het maaidek is niet aangesloten. Raadpleeg Het maaidek bevestigen op pagina 155

De kabel naar het maaidek is samengedrukt. Raadpleeg Het maaidek be- vestigen op pagina 155

De functieknop voor accessoires aan de voorzijde is niet correct aangeslo- ten. Display - Probleemoplossing Symbool Naam Wordt weergegeven op het display Oorzaak Indicator van de trans- missieolietemperatuur Het symbool wordt weergegeven. De temperatuur van de transmissie- olie is te hoog. Het symbool knippert snel. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. Motoroliedruksensor Het symbool wordt weergegeven. Oliedruk laag. Raadpleeg Het moto- roliepeil controleren op pagina 182

Het smeersysteem is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Het symbool knippert. De olieschakelaar of het oliecircuit is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Indicator accuniveau Het symbool wordt weergegeven. Lage spanning. Raadpleeg De accu opladen op pagina 171

192 1902 - 008 - 16.02.2024Symbool Naam Wordt weergegeven op het display Oorzaak Indicator PTO-knop Het symbool wordt weergegeven. PTO-knop ingedrukt. Raadpleeg

bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 152

Het symbool knippert. Onjuiste startprocedure. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 152

Het symbool knippert snel. De PTO-knop is beschadigd of func- tioneert niet naar behoren. Neem contact op met uw Husqvarna servi- cedealer. Indicator parkeerrem Het symbool wordt weergegeven. De parkeerrem is ingeschakeld. Raadpleeg De parkeerrem in- en uit- schakelen op pagina 163

Het symbool knippert. Onjuiste startprocedure. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 152

Het symbool knippert snel. De parkeerrem is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Neem contact op met uw Husqvarna servi- cedealer. Indicator OPC Het symbool knippert. De stoelschakelaar is uitgeschakeld wanneer u de motor probeert te star- ten. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaar- den controleren op pagina 152

Het symbool knippert snel. De stoelschakelaar is beschadigd of functioneert niet naar behoren. Neem contact op met uw Husqvarna servi- cedealer. Indicator onderhoud Het symbool wordt weergegeven. Onderhoud is nodig. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. Brandstofmeter Het symbool wordt weergegeven. Laag brandstofniveau. Raadpleeg Brandstof bijvullen op pagina 158

Het symbool knippert. Het product is vergrendeld. Ontgren- del uw product met de Husqvarna Connect-app. Digitale vergrendeling Het symbool wordt weergegeven. Het product is vergrendeld. Ontgren- del uw product met de Husqvarna Connect-app. Let op: De symbolen en de posities van de symbolen op het display kunnen verschillend zijn, afhankelijk van het model. 1902 - 008 - 16.02.2024 193Vervoer, opslag en verwerking Transport

  • Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
  • Hijs het product niet op. De transportogen zijn geen goedgekeurde hijspunten en zijn uitsluitend bedoeld om het product veilig aan een aanhanger te bevestigen.
  • Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
  • Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg. Het product veilig vastzetten op een aanhanger Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Raadpleeg Veiligheid op pagina 148

WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte. Uitrusting: Vier goedgekeurde banden en vier wielblokken.

1. Plaats het product in het midden van de laadruimte.

WAARSCHUWING: Voor vervoer in transportvoertuigen met een kap. Laat het product afkoelen voordat u het in het transportvoertuig plaatst.

2. Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product

boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger wordt gebruikt voor het transport, zorgt u ervoor dat de neerwaartse kracht op de trekhaak correct is.

3. Schakel de parkeerrem in.

4. Verlaag het maaidek tot de zweefstand.

5. Verwijder alle losse voorwerpen.

6. Bevestig de eerste sjorband via het frame van de

achterste transmissie.

7. Bevestig de tweede sjorband via het frame van de

achterste transmissie.

8. Bevestig de sjorbanden aan de laadruimte.

9. Maak de sjorbanden naar achteren vast om het

product vast te zetten op de laadruimte.

1902 - 008 - 16.02.202410. Bevestig de derde sjorband aan een van de transportogen.

11. Bevestig de vierde sjorband aan het andere

12. Bevestig de sjorband aan de laadruimte.

13. Maak de sjorband naar voren vast om het product

vast te zetten op het laadgebied.

14. Plaats de wielblokken vóór en achter de

achterwielen. Het product slepen Het product is voorzien van een hydrostatische transmissie. Ter voorkoming van schade aan de transmissie mag u het product uitsluitend over een korte afstand en bij lage snelheid slepen. Ontkoppel de transmissie voordat u het product sleept. Zie De hydrostatische transmissie uitschakelen op pagina 163

Opslag Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. Als u de brandstof langer dan 30 dagen in de tank laat zitten, kunnen kleverige deeltjes verstopping in de carburateur veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de werking van de motor. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Bij gebruik van alkylaatbenzine is toevoegen van een stabilisatiemiddel niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, ga dan niet over op het gebruik van alkylaatbenzine. Hierdoor kunnen kwetsbare rubberen onderdelen hard worden. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt. WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Er is gevaar voor brand als brandstofdampen dicht bij open vuur, vonken of waakvlammen zoals die van boilers, heetwatertanks of wasdrogers komen. WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.

  • Reinig het product, zie Product reinigen op pagina

. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.

  • Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
  • Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem op en berg hem op een koele plaats op.
  • Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
  • Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat die draaien tot de carburateur leeg is. Let op: Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd.
  • Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras om de olie aan te brengen en breng de pluggen weer aan.
  • Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
  • Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
  • Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer. Afvoeren
  • Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
  • Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
  • Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem 1902 - 008 - 16.02.2024 195de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
  • Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
  • Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt. 196 1902 - 008 - 16.02.2024Technische gegevens Technische gegevens

Afmetingen, zie ook Productafmetingen op pagina 201 Gewicht zonder maaidek, met lege tanks, kg

Het aangegeven nominale vermogen van de motor heeft betrekking op het gemiddelde nettovermogen (bij het opgegeven toerental) van een typische productiemotor voor het betreffende motormodel, gemeten volgens de SAE-norm J1349/ISO1585. In massa geproduceerde motoren kunnen een afwijkende waarde geven. Het werkelijk geleverde vermogen van de geïnstalleerde motor in het product hangt af van de bedrijfssnelheid, de omgevingscondities en andere waarden. 1902 - 008 - 16.02.2024 197P 524X P 524X EFI Transmissieolie Husqvarna-transmissieolie 10W-30 (Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) Husqvarna-transmissieolie 10W-30 (Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) Oliecapaciteit versnellingsbak voor, l 0,9 0,9 Oliecapaciteit versnellingsbak achter,

0,9 0,9 Hydraulisch systeem Max. werkdruk, bar/psi 120/1740 120/1740 Inhoud hydraulische tank, l 8 8 Inhoud hydraulisch systeem, l 13 13 Hydrauliekolie Husqvarna-transmissieolie 10W-30 (Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) Husqvarna-transmissieolie 10W-30 (Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) Elektrisch systeem Type 12 V, negatief geaard 12 V, negatief geaard Accu 12 V, 24 Ah 12 V, 24 Ah Bougie NGK BPR4ES NGK BPR4ES Hoofdzekering, platte pen, A 20 20 Zekering voor voedingsaansluiting, platte pen, A

R137X Geluidsemissies

Geen aanbevolen combinatie

Geen aanbevolen combinatie

Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L

Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L

Geluidsdrukniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,2 dB (A).

Trillingsniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 0,2 m/s

, dBm 2,4 2,4 WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze gebruikershandleiding.

Trillingsniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 0,2 m/s

Gemeten bij 2402 MHz en een bedrijfscyclus van 85%. 200 1902 - 008 - 16.02.2024Productafmetingen

Accessoires Deze bedieningshandleiding bevat geen instructies voor het onderhoud van optionele uitrusting of accessoires. Raadpleeg de bedieningshandleiding van het accessoire of de uitrusting voor instructies. Service Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen. Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer. Gebruik altijd originele reserveonderdelen. 202 1902 - 008 - 16.02.2024Garantie Garantie op transmissie De garantie op de transmissie is alleen van toepassing als de controles van de rotatiesnelheid van de voor- en achterwielen worden uitgevoerd zoals aangegeven in het onderhoudsschema. Laat de rotatiesnelheid indien nodig aanpassen bij een erkende servicewerkplaats, ter voorkoming van schade aan het transmissiesysteem. 1902 - 008 - 16.02.2024 203Verklaring van overeenstemming EU-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het product: Beschrijving Zitmaaier Merk Husqvarna Type / model P 524X, P 524X EFI Identificatie Serienummers vanaf 2023 en verder voldoen volledig aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/53/EU "betreffende radioapparatuur" 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektro- nische apparatuur" en dat de volgende normen en/of technische specificaties zijn toegepast: EN ISO 5395-1:2013/ A1:2018, EN ISO 5395-3:2013/A1:2017/A2:2018, EN

ISO 12100:2010, EN ISO 14982:2009, ETSI EN 300

328 v.2.2.2, ETSI EN 301 489-1 V1.9.2, ETSI EN 301 489-17 V3.2.4, EN IEC 61000-6-3:2021, EN IEC 61000-6-2:2019, EN IEC 63000:2018. Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 4053, SE-904 03 Umeå, Sweden is gecertificeerd conform Richtlijn 2000/14/EG van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit: Bijlage VI. Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 197

Huskvarna, TBD Claes Losdal, Development Manager/Garden Products, Husqvarna AB Verantwoordelijk voor technische documentatie 204 1902 - 008 - 16.02.2024Geregistreerde handelsmerken Het Bluetooth

-woordmerk en de logo’s zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth SIG, inc en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindt plaats onder licentie.

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HUSQVARNA

Model : P 524X EFI

Categorie : Elektrische grasmaaier