AF353 - Nietmachine MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AF353 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Nietmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AF353 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AF353 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING AF353 MAKITA
Pneumatisch pennagelpistool GEBRUIKSAANWIJZING 41
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande tech- nische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap worden gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze beteke- nen alvorens het gereedschap te gebruiken. Lees de gebruiksaanwijzing. Draag een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. Gebruik het gereedschap niet op een steiger of ladder. Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het bevestigen van materialen bij binnenafwerking en meubelbouw. Het gereedschap is uitsluitend bedoeld voor professio- nele toepassingen met hoge volumes. Gebruik het niet voor enig ander doel. Het is niet bedoeld om beves- tigingsmiddelen in een hard oppervlak, zoals staal of beton, te schieten. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens ISO11148-13 (EN12549): Geluidsdrukniveau (L
): 101 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroffen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde zoals vastgesteld volgens ISO11148-13 (ISO8662-11): Trillingsemissie (a
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.42 NEDERLANDS WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroffen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Waarschuwingen voor pneumatisch nagelpistool/nietpistool WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol- gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. Omwille van uw persoonlijke veiligheid en de juiste werking en onderhoud van het gereedschap, leest u deze gebruiksaanwijzing alvorens het gereedschap te gebruiken. Algemene veiligheidswaarschuwingen
1. Al het overige gebruik buiten het beoogde
gebruik van dit gereedschap is verboden. Gereedschappen die bevestigingsmiddelen aanbrengen door middel van continu her- haaldelijk schieten of herhaaldelijk schie- ten mogen uitsluitend worden gebruikt in productietoepassingen.
2. Houd uw vingers uit de buurt van de trekker
wanneer u het gereedschap niet gebruikt en wanneer u het verplaatst van de ene werkplek naar de andere.
3. Meerdere gevaren. U moet de veiligheidsin-
structies lezen en begrijpen voordat u het gereedschap aansluit, loskoppelt, laadt, bedient, onderhoudt, van accessoires voorziet of in de buurt ervan werkt. Als u dit niet doet, kan dat leiden tot ernstig lichamelijk letsel.
4. Houd alle lichaamsdelen, zoals handen, benen,
enz., uit de schietrichting en verzeker u ervan dat het bevestigingsmiddel niet door het werk- stuk heen in een lichaamsdeel kan schieten.
5. Wees bij gebruik van het gereedschap erop
bedacht dat het bevestigingsmiddel kan afket- sen en letsel kan veroorzaken.
6. Houd het gereedschap stevig vast en wees
voorbereid om de terugslag op te vangen.
7. Alleen vakbekwame gebruikers mogen het
bevestigingsgreedschap bedienen.
8. Wijzig het bevestigingsgreedschap niet.
Wijzigingen kunnen de effectiviteit van de vei- ligheidsvoorzieningen verlagen en de risico’s voor de gebruiker en/of omstanders vergroten.
9. Gooi de gebruiksaanwijzing niet weg.
10. Gebruik het gereedschap niet als het gereed-
schap beschadigd is.
Wees voorzichtig bij het hanteren van de bevesti- gingsmiddelen, met name bij het laden en verwij- deren, omdat de bevestigingsmiddelen scherpe punten hebben die letsel kunnen veroorzaken.
12. Controleer het gereedschap altijd vóór gebruik
op kapotte, verkeerd aangesloten of versleten onderdelen.
13. Reik niet te ver. Gebruik uitsluitend op een
veilige werkplek. Zorg altijd voor een stevige stand en goede lichaamsbalans.
Houd omstanders uit de buurt (bij het werken op een plaats waar waarschijnlijk mensen voorbij komen). Zet uw werkgebied duidelijk af.
Richt het gereedschap nooit op uzelf of anderen.
Plaats uw vinger nooit om de trekker wanneer u het gereedschap oppakt, wanneer u naar een andere werkplek of -positie gaat, en wanneer u met het gereedschap loopt omdat de vinger om de trekker tot onbedoelde bediening van het gereedschap kan leiden. Voor gereedschappen waarop de bedieningsfunctie kan worden geko
zen, controleert u altijd het gereedschap vóór gebruik om er zeker van te zijn dat de correcte bedieningsfunctie is gekozen.
17. Draag uitsluitend handschoenen die vol-
doende gevoel en een veilige bediening van de trekker en alle afstelmogelijkheden bieden.
18. Als u het gereedschap neerlegt, legt u het neer
op een vlakke ondergrond. Als u de haak van het gereedschap gebruikt, hangt u het gereed- schap veilig op een stabiel oppervlak op.
19. Bedien het gereedschap niet onder invloed
van alcohol, drugs en dergelijke. Gevaren door projectielen
Het bevestigingsgereedschap moet worden los- gekoppeld wanneer bevestigingsmiddelen wor- den verwijderd, afstellingen worden gemaakt, vastgelopen bevestigingsmiddelen worden verwijderd en accessoires worden verwisseld.
Let er tijdens gebruik op dat de bevestigingsmid- delen het materiaal correct penetreren en niet kunnen afketsen of per ongeluk in de richting van de gebruiker en/of omstanders worden geschoten.
3. Tijdens gebruik kan afval vanaf het werkstuk
en het bevestigings-/verzamelsysteem worden weggeworpen.43 NEDERLANDS
4. Draag tijdens het gebruik van elektrisch
gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek.
5. De risico’s voor anderen moeten worden
beoordeeld door de gebruiker.
6. Wees voorzichtig met gereedschappen zonder
contactschoen omdat deze onbedoeld kunnen worden afgeschoten en letsel kunnen veroor- zaken bij de gebruiker en/of omstanders.
Zorg er altijd voor dat het gereedschap veilig op het werkstuk is geplaatst en niet kan wegglijden.
8. Draag gehoorbescherming om uw oren te
beschermen tegen het uitlaatgeluid en draag hoofdbescherming. Draag tevens lichte maar geen losse kleding. Manchetten moeten dicht- geknoopt zijn of de mouwen moeten worden opgerold. Draag geen stropdas. Gevaren bij gebruik
1. Houd het gereedschap correct vast: wees
voorbereid om normale of plotselinge bewe- gingen, zoals terugslag, op te vangen.
2. Zorg voor een goede lichaamsbalans en ste-
3. Een geschikte veiligheidsbril moet worden
gebruikt en geschikte handschoenen en beschermende kleding worden aanbevolen.
4. Geschikte gehoorbescherming moet worden
5. Gebruik de correcte voeding, zoals beschre-
ven in de gebruiksaanwijzing.
6. Gebruik het gereedschap niet op bewegende
platformen of in de laadruimte van vrachtwa- gens. Door een plotselinge beweging van het platform kunt u de controle over het gereedschap verliezen en kan letsel worden veroorzaakt.
7. Ga er altijd vanuit dat in het gereedschap
bevestigingsmiddelen zitten.
8. Werk niet gehaast en forceer het gereedschap
niet. Hanteer het gereedschap voorzichtig.
9. Zorg ervoor dat u tijdens het gebruik van het
gereedschap stevig staat en uw evenwicht goed bewaart. Controleer dat er niemand onder u staat wanneer u op een hoge plaats werkt, en maak de luchtslang vast om gevaarlijke situaties te voorkomen als er plotseling aan wordt getrok- ken of deze bekneld raakt.
10. Op daken en andere hoge plaatsen schroeft u
bevestigingsmiddelen erin terwijl u voorwaarts beweegt. U glijdt gemakkelijk weg als u bevesti- gingsmiddelen erin schroeft terwijl u achterwaarts kruipt. Als u bevestigingsmiddelen in een rechtop- staande ondergrond schroeft, werkt u van boven naar beneden. U kunt op deze manier schroeven zonder snel vermoeid te raken.
11. Een bevestigingsmiddel zal krom gaan of het
gereedschap kan vastlopen als u per ongeluk bovenop een ander bevestigingsmiddel of in een knoest in het hout schroeft. Het beves- tigingsmiddel kan wegschieten en iemand raken, of het gereedschap zelf kan gevaarlijk terugslaan. Kies de plaats voor het bevesti- gingsmiddel met zorg.
12. Laat het geladen gereedschap of de luchtcom-
pressor onder druk, niet gedurende een lange tijd in de zon liggen. Zorg ervoor dat stof, zand, houtsnippers en vreemde stoffen niet kunnen binnendringen in het gereedschap op de plaats waar u het laat liggen.
13. Probeer nooit tegelijkertijd van binnenuit en
van buitenaf bevestigingsmiddelen erin te schroeven. De bevestigingsmiddelen kunnen er dwars doorheen schieten of afketsen en een groot gevaar opleveren. Gevaren door herhalende bedieningen
Wanneer een gereedschap gedurende een lange tijd wordt gebruikt, kan de gebruiker een oncom- fortabel gevoel ervaren in de handen, armen, schouders, nek of andere lichaamsdelen.
Bij gebruik van een gereedschap moet de gebruiker een geschikte en ergonomische hou
ding aannemen. Zorg ervoor dat u stevig staat en vermijd lastige en ongebalanceerde houdingen.
3. Als de gebruiker symptomen ervaart, zoals
aanhoudende of terugkerende ongemakken, pijn, kloppingen, tintelen, gevoelloosheid, brandend gevoel of stijfheid, mag u deze tekenen niet negeren. De gebruiker dient een vakbekwame zorgmedewerker te raadplegen aangaande zijn algemene activiteiten.
4. Het ononderbroken gebruik van het gereed-
schap kan leiden tot RSI (Repetitive Strain Injury) als gevolg van de terugslag van het gereedschap.
Om RSI (Repetitive Strain Injury) te voorkomen, mag de gebruiker niet te ver reiken of buiten- sporige kracht uitoefenen. Bovendien moet de gebruiker rusten wanneer hij/zij zich moe voelt.
6. Voer een risicobeoordeling uit met betrekking
tot het gevaar van zich herhalende bewegin- gen. Deze moet zich richten op skelet-spier- aandoeningen en dient bij voorkeur te zijn gebaseerd op de aanname dat een afname van de vermoeidheid tijdens het werken effectief is in het verminderen van de aandoeningen.44 NEDERLANDS Gevaren door accessoires en verbruiksartikelen
1. Koppel de voeding, zoals perslucht, gas of
accu al naar gelang van toepassing, naar het gereedschap los alvorens accessoires zoals de contactschoen te verwisselen/vervangen, of het gereedschap af te stellen.
2. Gebruik uitsluitend de grootte en het type
accessoires die door de fabrikant worden geleverd.
3. Gebruik uitsluitend smeermiddelen aanbevo-
len in deze handleiding. Gevaren door de werkplek
1. Uitglijden, struikelen en vallen zijn de
hoofdoorzaken van letsel op de werkplek. Wees bedacht op gladde oppervlakken veroor- zaakt door het gebruik van het gereedschap en tevens op struikelgevaar veroorzaakt door de persluchtslang.
2. Wees extra voorzichtig in een onbekende
omgeving. Er kunnen verborgen gevaren zijn, zoals elektriciteits- of andere nutsleidingen.
3. Dit gereedschap is niet voor gebruik in omge-
vingen met explosiegevaar en is niet geïso- leerd tegen aanraking van stroomvoerende kabels.
4. Verzeker u ervan dat er geen elektriciteitska-
bels, gasleidingen, enz. zijn die een gevaarlijke situatie zouden kunnen veroorzaken als ze worden beschadigd door het gebruik van dit gereedschap.
5. Houd uw werkplek schoon en zorg voor goede
verlichting. Op een rommelige of donkere werk- plek gebeuren vaker ongevallen.
6. Er kunnen plaatselijk regels gelden met betrek-
king tot geluid, waaraan u zich dient te houden door de geluidsproductie onder het voorge- schreven niveau te houden. In bepaalde geval- len moeten geluidsschermen worden gebruikt om het geluidsniveau te beperken. Gevaren door stof en uitlaatgassen
1. Controleer altijd de omgeving. De lucht die het
gereedschap uitstoot, kan stof of voorwerpen wegblazen die de gebruiker en/of omstanders kunnen raken.
2. Richt de uitlaat zodanig dat in een zeer stofge
omgeving het opwerpen van stof minimaal is.
3. Als stof of voorwerpen worden uitgestoten in
de werkomgeving, vermindert u de uitstoot zo veel mogelijk om de gezondheidsrisico’s en kans op letsel te verkleinen. Gevaren door geluid
1. Onbeschermde blootstelling aan hoge
geluidsniveaus kan leiden tot permanente en onherstelbare gehoorschade en andere problemen zoals tinnitus (sis-, uit-, brom- of pieptonen in het oor).
2. Voer een risicobeoordeling uit met betrekking
tot gevaren door geluid op de werkplek en tref geschikte beheersmaatregelen voor deze gevaren.
3. Geschikte methoden om het risico te verklei-
nen zijn onder andere het gebruik van dem- pingsmaterialen die voorkomen dat werkstuk- ken ‘meezingen’.
4. Gebruik geschikte gehoorbescherming.
5. Bedien en onderhoud het gereedschap
zoals aanbevolen in deze instructies om een onnodige toename van het geluidsniveau te voorkomen.
6. Tref geluidsverminderende maatregelen,
bijvoorbeeld door het werkstuk op geluiddem- pende ondersteuning te plaatsen. Gevaren door trillingen
1. De trillingsemissie tijdens gebruik is afhan-
kelijk van de grijpkracht, de contactdruk, de werkrichting, de afstelling van de voeding, het werkstuk en de ondersteuning van het werkstuk. Voer een risicobeoordeling uit met betrekking tot gevaren door trillingen en tref geschikte beheersmaatregelen voor deze gevaren.
2. Blootstelling aan trillingen kan onherstelbare
schade aanrichten aan de zenuwen en bloed- vaten van de handen en armen.
3. Draag warme kleding tijdens het werken onder
koude omstandigheden, en houd uw handen warm en droog.
4. U kunt gevoelloosheid, tintelen, pijn of ver-
droging van de huid van uw vingers of handen ervaren. Vraag een vakbekwame bedrijfsarts om medisch advies aangaande uw algemene activiteiten.
5. Bedien en onderhoud het gereedschap
zoals aanbevolen in deze instructies om een onnodige toename van de trillingsniveaus te voorkomen.
6. Houd het gereedschap vast met een lichte,
maar veilige greep omdat het risico door tril- lingen doorgaans groter is wanneer de grijp- kracht hoger is. Aanvullende waarschuwingen voor pneumatische gereedschappen
1. Perslucht kan ernstig letsel veroorzaken.
2. Sluit altijd de luchttoevoer af en koppel het
gereedschap los van de luchttoevoer wanneer u het niet gebruikt.
3. Koppel het gereedschap altijd los van de pers-
luchttoevoer voordat u accessoires verwisselt, afstellingen en/of reparaties uitvoert, en het gereedschap verplaatst van de ene werkplek naar de andere.
4. Houd uw vingers uit de buurt van de trekker
wanneer u het gereedschap niet gebruikt en wanneer u het verplaatst van de ene werkplek naar de andere.
5. Richt de perslucht nooit op uzelf of iemand
oorzaken. Controleer altijd op beschadigde of losse slangen of koppelingen.
7. Draag een pneumatisch gereedschap nooit
8. Sleep een pneumatisch gereedschap nooit aan
pen mag u nooit de maximumwerkdruk (ps max) overschrijden.45 NEDERLANDS
10. Pneumatische gereedschappen mogen uit-
sluitend worden gevoed door perslucht van de laagste druk die vereist is voor de werkwijze om het geluids- en trillingsniveau te verlagen en de slijtage te minimaliseren.
11. Als zuurstof of brandbaar gas wordt gebruikt
om pneumatische gereedschappen te bedie- nen, ontstaat brand- en explosiegevaar.
12. Wees voorzichtig bij het gebruik van pneuma-
tische gereedschappen aangezien het gereed- schap koud kan worden waardoor de grip en controle kunnen afnemen. Veiligheidsvoorzieningen
1. Controleer voor gebruik dat alle veiligheids-
systemen goed werken. Het gereedschap mag niet werken als alleen de trekkerschakelaar wordt ingeknepen of als alleen de contactschoen op het hout wordt gedrukt. Het gereedschap mag alleen werken als beide handelingen tegelijkertijd worden uitgevoerd. Test op mogelijke defecte werking wanneer geen bevestigingsmiddelen zijn geladen en de aandrukker helemaal uitgetrokken is.
2. De trekker vastzetten in de AAN-stand is zeer
gevaarlijk. Probeer nooit de trekker vast te zetten.
3. Probeer niet de contactschoen of een andere
veiligheidsvoorziening voortdurend ingedrukt te houden met tape of draad. Dit kan leiden tot de dood of ernstig letsel. Service
1. Voer reinigings- en onderhoudswerkzaamhe-
den onmiddellijk uit nadat u klaar bent met werken. Houd het gereedschap in optimale condi- tie. Smeer bewegende delen om roesten te voor- komen en slijtage door wrijving te minimaliseren. Veeg alle stof van de onderdelen af.
2. Vraag een erkend Makita-servicecentrum
regelmatig het gereedschap te inspecteren.
3. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID
van het gereedschap te handhaven, dienen onderhoud en reparaties te worden uitgevoerd door een erkend Makita-servicecentrum, en altijd met gebruikmaking van originele Makita-vervangingsonderdelen.
4. Houd u aan de plaatselijke regelgeving bij het
verwerken van het gereedschap. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
De luchtcompressor moet voldoen aan de vereisten van EN60335-2-34. Gebruik een compressor die ruimschoots voldoende druk en luchtopbrengst levert om een rendabele wer- king te garanderen. De graek toont de verhouding tussen de nagelsnelheid, de toepasselijke druk en de luchtopbrengst van de compressor. Bijvoorbeeld, wanneer u nagelt met een frequentie van ongeveer 60 keer per minuut bij een druk van 0,57 MPa (5,7 bar), is een compressor met een luchtopbrengst van meer dan 25 liter/minuut vereist. Wanneer de aangevoerde luchtdruk de nominale druk van het gereedschap overschrijdt, dienen drukregelaars te worden gebruikt om de luchtdruk te verlagen tot de nominale druk. Als u dit niet doet, bestaat gevaar voor ernstig letsel van de gebruiker van het gereedschap of van personen in de buurt. De luchtslang selecteren LET OP: Een lage luchtopbrengst van de com- pressor, een te lange luchtslang of een luchtslang met een kleinere diameter in verhouding tot de nagelsnelheid, kunnen leiden tot een verminderde nagelkracht van het gereedschap. ► Fig.2 Gebruik een zo groot en kort mogelijke persluchtslang om verzekerd te zijn van ononderbroken en efciënt nagelen. Als het interval tussen twee nagels 0,5 seconde is, wordt bij een luchtdruk van 0,49 MPa (4,9 bar), een per- sluchtslang met een binnendiameter van meer dan 6,5 mm en een lengte van minder dan 20 m aanbevolen. Persluchtslangen moeten een nominale minimumwerk- druk hebben van 1,03 MPa (10,3 bar) of 150 procent van de maximumdruk die door het systeem wordt gele- verd, al naar gelang welke hoger is.46 NEDERLANDS Smering ► Fig.3 Om van maximale prestaties verzekerd te zijn, monteert u een luchtset (smeerinrichting, drukregelaar, luchtlter) zo dicht mogelijk bij het gereedschap. Stel de smeerin- richting zodanig in dat voor iedere 50 nagels een drup- pel smeerolie wordt geleverd. Als geen luchtset wordt gebruikt, smeert u het gereed- schap met olie voor pneumatisch gereedschap door 2 (twee) of 3 (drie) druppels in de luchtslangkoppeling aan te brengen. U dient dit voor en na ieder gebruik te doen. Voor een goede smering moet het gereedschap enkele keren worden bediend nadat de olie voor pneumatisch gereedschap is aangebracht. ► Fig.4: 1. Olie voor pneumatisch gereedschap
FUNCTIES LET OP: Laat altijd de trekker en vergrendel- hendel los en koppel altijd de persluchtslang los voordat u de werking van het gereedschap con- troleert of afstelt. Trekker en vergrendelhendel WAARSCHUWING: Zorg er voor dat uw vingers niet zijn geplaatst op de trekker en ver- grendelhendel wanneer u de slang aansluit. Als u dat niet doet, kan het gereedschap per ongeluk schieten en persoonlijk letsel ontstaan. Het gereedschap is uitgerust met een vergrendel- hendel die voorkomt dat de trekker per ongeluk wordt ingeknepen. Om pennagels te schieten, knijpt u eerst de vergrendel- hendel in en knijpt u vervolgens de trekker in. ► Fig.5: 1. Vergrendelhendel ► Fig.6: 1. Trekker De veiligheidsvoorzieningen controleren WAARSCHUWING: Verzeker u ervan dat alle veiligheidsvoorzieningen in werkende staat ver- keren voordat u het gereedschap gebruikt. Als u dat niet doet, kan persoonlijk letsel ontstaan. LET OP: Zorg dat er geen pennagels in het gereedschap zitten. ► Fig.7: 1. Trekker 2. Vergrendelhendel Alvorens te pennagelen, controleert u de veiligheids- voorzieningen als volgt:
1. Trek de schuif van het magazijn naar uzelf toe om
het droogschietpreventiemechanisme te ontgrendelen.
2. Maak het gereedschap leeg.
3. Verzeker u ervan dat u de trekker niet kunt inknij-
pen wanneer de vergrendelhendel niet is ingeknepen.
4. Verzeker u ervan dat u de trekker kan inknijpen
nadat u de vergrendelhendel hebt ingeknepen. Als het gereedschap de bovenstaande controles niet doorstaat, mag u het gereedschap niet gebruiken en vraagt u een erkend servicecentrum het gereedschap te repareren. Haak LET OP: Zorg er voor dat uw vingers niet zijn geplaatst op de trekker en vergrendelhendel en koppel de slang los van het gereedschap voordat u de haak gebruikt. LET OP: Hang het gereedschap niet op aan de haak op een hoge plaats of op een mogelijk instabiele plaats. LET OP: Hang de haak niet aan uw broek- riem. Als het nagelpistool per ongeluk valt, kan het een nagel schieten waardoor persoonlijk letsel kan ontstaan. ► Fig.8: 1. Haak De haak is handig om het gereedschap tijdelijk aan op te hangen. Opbergplaats van inbussleutel Wanneer de inbussleutel niet wordt gebruikt, bergt u hem op zoals aangegeven zodat u hem niet verliest. ► Fig.9: 1. Inbussleutel Luchtblazer LET OP: Richt de uitstroomopening van de luchtblazer niet op iemand. Houd verder uw han- den en voeten uit de buurt van de uitstroomope- ning. Als per ongeluk op de knop van de luchtblazer wordt gedrukt, kan persoonlijk letsel ontstaan. LET OP: Controleer altijd uw omgeving voor- dat u de luchtblazer gebruikt. Weggeblazen stof of voorwerpen kunnen iemand raken. LET OP: Sluit de luchtslang niet aan en kop- pel hem niet los terwijl u op de knop van de lucht- blazer drukt. De lucht die wordt aangevoerd naar het gereedschap, kan tevens worden gebruikt als een luchtblazer. U kunt het werkgebied schoonblazen door op de knop ach- terop de handgreep te drukken. ► Fig.10: 1. Knop KENNISGEVING: Na gebruik van de luchtblazer, is de schroefkracht van het gereedschap tijdelijk lager. Wacht in dat geval totdat de luchtdruk weer is opgebouwd. KENNISGEVING: Voer eerst proefblazen uit als u de luchtblazer wilt gebruiken onmiddellijk nadat olie is aangebracht. Mogelijk worden oliespetters tezamen met de lucht eruit geblazen.47 NEDERLANDS MONTAGE LET OP: Laat altijd de trekker en vergrendel- hendel los en koppel altijd de persluchtslang los voordat u enige werkzaamheden aan het gereed- schap uitvoert. Het pennagelpistool laden LET OP: Houd de schuif tegen wanneer u op de ontgrendelknop drukt. In het geval pennagels in het magazijn zijn geladen, beweegt de schuif plotse- ling wanneer u op de ontgrendelknop drukt. LET OP: Open de schuif altijd langzaam en voorzichtig. Als u per ongeluk pennagels laat vallen, met name wanneer u op grote hoogte werkt, kan dat leiden tot persoonlijk letsel. LET OP: Gebruik nagels van dezelfde soort, grootte en uniforme lengte wanneer u nagels laadt in het magazijn. KENNISGEVING: Laad de pennagels in de juiste richting. Door in de verkeerde richting te laden, kan voortijdige slijtage van de stoter en beschadiging van andere onderdelen worden veroorzaakt. KENNISGEVING: Gebruik geen misvormde pen- nagels. Gebruik pennagels die in deze gebruiks- aanwijzing worden aangegeven. Het gebruik van andere pennagels dan die zijn aangegeven kan ertoe leiden dat pennagels vastlopen en het pennagelpis- tool defect raakt.
1. Terwijl u de schuif tegenhoudt, drukt u op de ont-
grendelknop en opent u de schuif. ► Fig.11: 1. Ontgrendelknop 2. Schuif
2. Leg de pennagels in het magazijn en steek ze
helemaal in de gleuf. Zorg dat u de pennagels in de juiste richting plaatst.
3. Houd de pennagels in deze stand en schuif de
nagels helemaal in de stotergeleider. ► Fig.12: 1. Pennagels 2. Stotergeleider
4. Duw het magazijn terug naar zijn oorspronkelijke
positie tot de ontgrendelknop omhoog komt. Afmetingen van de nagels Alleen de volgende bevestigingsmiddelen kunnen worden gebruikt in het gereedschap. Pennagels 23 gauge ► Fig.13 Maximum ► Fig.14: (1) 35 mm Minimum ► Fig.15: (1) 15 mm (2) 0,6 mm Het pennagelpistool legen Om de pennagels te verwijderen, volgt u de procedu- restappen van “Het pennagelpistool laden” in omge- keerde volgorde. Neusadapter Wanneer u pennagels in kwetsbare oppervlakken schiet, gebruikt u de neusadapter. Om de neusadapter aan te brengen, plaatst u hem over het stotergeleiderdeksel zodat de uitsteeksels binnenin de neusadapter passen in het stotergeleiderdeksel. ► Fig.16 Een reserve neusadapter wordt bewaard in de houder op de achterkant van de schuif. ► Fig.17 De luchtslang aansluiten LET OP: Leg uw vinger niet om de trekker terwijl u de luchtslang aansluit. ► Fig.18: 1. Mannelijke luchtslangkoppeling
2. Vrouwelijke luchtslangkoppeling
Bevestig de vrouwelijke luchtslangkoppeling op de slang aan de mannelijke luchtslangkoppeling op het gereedschap. Controleer of de vrouwelijke luchtslang- koppeling stevig op zijn plaats vergrendeld is nadat deze is aangebracht op de mannelijke luchtslangkop- peling. Een luchtslangkoppeling dient op of dicht bij het gereed- schap te worden aangebracht zodat de luchtdruktank ontlast zal worden wanneer de luchttoevoerkoppeling wordt losgemaakt. BEDIENING LET OP: Verzeker u ervan dat alle veiligheids- voorzieningen in werkende staat verkeren voordat u het gereedschap gebruikt. De correcte werking controleren vóór gebruik Controleer vóór gebruik altijd de volgende punten. — Verzeker u ervan dat het gereedschap niet gaat werken door alleen maar de luchtslang aan te sluiten. — Verzeker u ervan dat het gereedschap niet gaat werken door alleen maar de trekker in te knijpen. Pennagels schieten WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de neus het materiaal raakt voordat u de trekker inknijpt. Per ongeluk schieten kan leiden tot persoonlijk letsel. LET OP: Wanneer het gereedschap niet in gebruik is, zet u de vergrendelhendel altijd in de stand voor trekkervergrendeling.48 NEDERLANDS ► Fig.19
1. Plaats de neus vlak op het materiaal en houdt het
gereedschap stevig tegen het materiaal.
3. Nadat een pennagel is geschoten, laat u de trek-
ker en vergrendelhendel volledig los. Als de kop van de geschoten pennagel boven het oppervlak van het materiaal uitsteekt, houdt u de kop van het pennagelpistool stevig tegen het materiaal gedrukt wanneer u een pennagel schiet. ► Fig.20 OPMERKING: Wanneer de trekker wordt ingeknepen na een snelle trekkeractie, kan het zijn dat het nagel- pistool niets doet en geen pennagel schiet. Laat in dat geval de trekker en de vergrendelhendel volledig los voordat u de volgende pennagel schiet. KENNISGEVING: Gebruik geen vervormde nagels of strippen nagels. Als u dit toch doet, worden de nagels niet goed aangevoerd. Droogschietpreventiemechanisme Dit gereedschap is uitgerust met een droogschietpre- ventiemechanisme. Wanneer er nog weinig nagels over zijn in het magazijn, wordt de trekker vergrendeld in de niet-ingeknepen stand om te voorkomen dat het gereedschap wordt bediend. Laad nieuwe nagels om het gebruik te hervatten. Leeg-aanduiding Wanneer slechts erg weinig nagels in het magazijn over zijn, wordt de leeg-aanduiding rood. Laad nieuwe nagels bij wanneer de leeg-aanduiding rood is. ► Fig.21: 1. Leeg-aanduiding Vastgelopen pennagels verwijderen WAARSCHUWING: Laat altijd de trekker en vergrendelhendel los en koppel de slang los voordat u vastgelopen nagels verwijdert. Wanneer een pennagel is vastgelopen, verwijdert u de pennagel als volgt. Verzeker u ervan dat de slang is losgekoppeld voordat u vastgelopen nagels verwijdert. ► Fig.22: 1. Bout (A) 2. Bout (B)
3. Stotergeleiderdeksel
1. Haal de resterende pennagels uit het magazijn.
2. Verwijder de neusadapter.
3. Draai bout (A) en bout (B) los door ze ongeveer
twee slagen te draaien met de inbussleutel die bij het pennagelpistool is geleverd.
Verwijder het stotergeleiderdeksel door het te verschuiven.
5. Verwijder vastgelopen pennagels, vuil, lijm, hout-
snippers, enz. uit de pennagelgleuf.
6. Controleer het stotergeleiderdeksel op vastgelo-
pen pennagels of andere vreemde voorwerpen.
7. Plaats het stotergeleiderdeksel terug, bevestig het
met de twee bouten en bevestig de neusadapter weer. ONDERHOUD LET OP: Laat altijd de trekker en vergrendel- hendel los en koppel de slang los voordat u pro- beert inspectie- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Het nagelpistool onderhouden Controleer voor gebruik het gereedschap altijd eerst op algehele conditie en loszittende schroeven. Draai deze zo nodig vast. Inspecteer het gereedschap dagelijks met losgekop- pelde persluchtslang op vrije beweging van de vergren- delhendel en trekker. Gebruik het gereedschap niet als de trekker of de vergrendelknop vastloopt of klemt. Wanneer het gereedschap gedurende een lange tijd niet gebruikt gaat worden, smeert u het gereedschap met olie voor pneumatisch gereedschap en bewaart u het gereedschap op een veilige plaats. Voorkom bloot- stelling aan direct zonlicht en/of een vochtige of warme omgeving. ► Fig.23 Onderhoud van de compressor, persluchtinstallatie en luchtslang Tap na gebruik altijd de compressortank en het lucht- lter af. Als vocht in het gereedschap terechtkomt, kunnen de prestaties verslechteren en kan het gereed- schap defect raken. ► Fig.24: 1. Aftapkraantje ► Fig.25: 1. Luchtlter Controleer regelmatig of er voldoende olie voor pneu- matisch gereedschap zit in de smeerinrichting van de persluchtinstallatie. Als onvoldoende smering plaats- vindt, slijten de O-ringen snel. ► Fig.26: 1. Smeerinrichting 2. Olie voor pneumatisch gereedschap Houd de luchtslang uit de buurt van hitte (meer dan 60 °C) en chemicaliën (thinner, sterke zuren of basen). Houd de slang ook uit de buurt van obstakels waaraan deze tijdens het gebruik zou kunnen blijven haken. Houd de slang ook uit de buurt van scherpe randen en plaatsen die beschadiging of schuurplekken op de slang kunnen veroorzaken.49 NEDERLANDS Nagels Wees voorzichtig bij het hanteren van de nagelstrippen en de doos ervan. Als de nagelstrippen grof behandeld worden, kunnen ze vervorm worden waardoor een slechte nagelaanvoer ontstaat. Voorkom dat nagels worden opgeslagen in een zeer vochtige of warme ruimte of op een plek die is blootge- steld aan direct zonlicht. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
Notice-Facile