EM4350RH - Grasmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EM4350RH MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EM4350RH - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EM4350RH van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING EM4350RH MAKITA
15 meter Schematische voorstelling VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Algemene instructies ● Lees deze gebruiksaanwijzing om u bekend te maken met de juiste manier van omgaan met het gereedschap. Gebruikers die onvoldoende geïnformeerd zijn, lopen de kans zichzelf en anderen in gevaar te brengen als gevolg van onjuist hanteren. ● Het verdient aanbeveling het gereedschap uitsluitend uit te lenen aan mensen die bewezen hebben ervaren te zijn. Geef altijd de gebruiksaanwijzing mee. ● Onervaren gebruikers dienen de dealer te vragen om basisinstructies om zichzelf bekend te maken met het omgaan met een bosmaaier. ● Laat geen kinderen of jonge mensen die jonger zijn dan 18 jaar met het gereedschap werken. Jongeren die ouder zijn dan 16 jaar mogen echter het gereedschap gebruiken om te oefenen terwijl ze onder toezicht staan van een gekwaliceerde begeleider. ● Gebruik het gereedschap met de grootst mogelijke zorg en aandacht. ● Gebruik het gereedschap alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. Werk altijd rustig en voorzichtig. De gebruiker is aansprakelijk ten opzichte van anderen. ● Gebruik dit gereedschap nooit na het gebruik van alcohol of drugs, of wanneer u zich moe of ziek voelt. ● Het gebruik van het gereedschap kan landelijk gereglementeerd zijn. Bedoeld gebruik van het gereedschap ● Het gereedschap is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras, onkruid, struiken en ondergroei. Het mag niet worden gebruikt voor enig ander doel, zoals randen bijwerken of heggen snoeien, aangezien dit tot letsel kan leiden. Persoonlijke-veiligheidsuitrusting ● De te dragen kleding dient functioneel en geschikt te zijn, d.w.z. nauwsluitend zonder te hinderen. Draag geen juwelen of kleding die in de struiken kunnen verstrikt raken. ● Om tijdens het gebruik letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten te voorkomen en uw gehoor te beschermen, moeten de volgende veiligheidsuitrusting en beschermende kleding worden gebruikt terwijl u werkt. ● Draag altijd een helm wanneer het risico bestaat op vallende objecten. U moet de veiligheidshelm (1) regelmatig controleren op schade en uiterlijk na 5 jaar worden vervangen. Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidshelmen. ● Het spatscherm (2) van de helm (of de veiligheidsbril) beschermt het gezicht tegen rondvliegend afval en opspringende stenen. Draag tijdens het gebruik altijd een veiligheidsbril of een spatscherm om letsel aan de ogen te voorkomen. ● Draag geschikte uitrusting om u te beschermen tegen het lawaai en gehoorbeschadiging te voorkomen (oorbeschermers (3), oordopjes, enz.). ● Een werkoverall (4) beschermt tegen rondvliegend afval en opspringende stenen. Wij raden u sterk aan een werkoverall te dragen. ● Handschoenen (5) maken deel uit van de voorgeschreven uitrusting en moeten altijd worden gedragen tijdens het gebruik. ● Draag tijdens gebruik van het gereedschap altijd stevige schoenen (6) met een antislipzool. Dit beschermt u tegen letsel en garandeert dat u stevig staat. De bosmaaier starten ● Controleer of er geen kinderen of andere mensen aanwezig zijn binnen een werkbereik van 15 meter en let ook of er geen dieren in de werkomgeving zijn. ● Controleer voor gebruik altijd of het gereedschap veilig is om te gebruiken. Controleer de bevestiging van het snijgarnituur, controleer of de gashendel gemakkelijk kan worden bediend, en controleer of de gashendelvergrendeling goed werkt. ● Het snijgarnituur mag niet draaien bij stationair motortoerental. Neem bij twijfel contact op met uw dealer voor afstelling. Controleer of de handgrepen schoon en droog zijn en test de werking van de aan-uitschakelaar.116 Start de bosmaaier alleen in overeenstemming met de instructies. ● Gebruik geen enkele andere methode om de motor te starten! ● Gebruik de bosmaaier en de gereedschappen uitsluitend voor de beschreven toepassingen. ● Start de motor alleen nadat deze volledig is gemonteerd. Het gereedschap mag uitsluitend worden gebruikt nadat alle toepasselijke toebehoren zijn gemonteerd! ● Controleer vóór het starten of het snijgarnituur geen contact maakt met harde voorwerpen, zoals takken, stenen, enz., omdat tijdens het starten het snijgarnituur zal ronddraaien. ● De motor moet onmiddellijk uitgeschakeld worden in geval van enige motorstoring. ● Als het snijgarnituur stenen of andere harde voorwerpen raakt, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en het snijgarnituur controleren. ● Controleer het snijgarnituur regelmatig op beschadiging (inspecteren op haarscheurtjes met de klopgeluidentest). ● Nadat tegen het gereedschap is gestoten of het is gevallen, controleert u de conditie van het gereedschap voordat u de werkzaamheden hervat. Controleer het brandstofsysteem op brandstoekkage, en de bedieningselementen en veiligheidsvoorzieningen op een juiste werking. Als enige beschadiging zichtbaar is of u twijfelt, vraagt u ons erkende servicecentrum om inspectie en reparatie. ● Gebruik het gereedschap alleen terwijl het bevestigd is aan het draagstel, dat goed moet worden afgesteld voordat de bosmaaier wordt gebruikt. Het is belangrijk het draagstel af te stellen op de lichaamsgrootte van de gebruiker om vermoeidheid tijdens gebruik te voorkomen. Houd het multifunctionele aandrijfsysteem nooit met slechts één hand vast tijdens het gebruik. ● Houd tijdens gebruik de bosmaaier altijd met twee handen vast. Zorg er altijd voor dat u stevig staat. ● Gebruik het gereedschap zo, dat u geen uitlaatgassen kunt inademen. Laat de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (kans op gasverstikking). Koolmonoxide is een reukloos gas. ● Schakel de motor uit tijdens pauzes en wanneer u het gereedschap onbeheerd achterlaat, en leg hem op een veilige plaats om gevaar voor anderen en beschadiging van het gereedschap te voorkomen. ● Leg nooit een warme bosmaaier op droog gras of enige andere ontvlambare materialen. ● Monteer altijd een goedgekeurde beschermkap voor het snijgarnituur op het gereedschap voordat u de motor start. Anders kan door aanraking van het snijgarnituur ernstig letsel worden veroorzaakt. ● Alle bescherminrichtingen en beschermkappen die bij het gereedschap werden geleverd, moeten worden gebruikt tijdens bedrijf. ● Gebruik het gereedschap nooit met een defecte uitlaatdemper. ● Schakel de motor uit tijdens het vervoer. ● Wanneer u het gereedschap vervoert, bevestigt u altijd de beschermkap op het metalen blad. ● Leg tijdens vervoer per auto het gereedschap op een veilige plaats om te voorkomen dat er brandstof uit lekt. ● Wanneer u het gereedschap vervoert, moet u ervoor zorgen dat de brandstoftank helemaal leeg is. ● Let erop dat bij het uitladen van het gereedschap uit de auto de motor niet op de grond valt omdat hierdoor de brandstoftank ernstig kan worden beschadigd. ● Behalve in noodgevallen mag u het gereedschap nooit op de grond laten vallen of weggooien omdat hierdoor het gereedschap zwaar beschadigd kan raken. Brandstof bijvullen ● Schakel de motor uit alvorens brandstof bij te vullen, blijf uit de buurt van open vuur en rook niet. ● Vermijd huidcontact met minerale-olieproducten. Adem de brandstofdampen niet in. Draag altijd veiligheidshandschoenen tijdens het bijvullen van de brandstof. Zorg dat u de beschermende kleding regelmatig vervangt en reinigt. ● Wees voorzichtig geen brandstof of olie te morsen om bodemverontreiniging te voorkomen (milieubescherming). Reinig de bosmaaier onmiddellijk nadat brandstof erop is gemorst. ● Vermijd dat brandstof in aanraking komt met uw kleding. Kleed u onmiddellijk om als brandstof op uw kleding is gemorst (om te voorkomen dat de kleding vlam vat). ● Inspecteer de brandstofvuldop regelmatig om zeker te zijn dat de dop stevig kan worden aangedraaid en niet lekt. ● Draai de brandstofvuldop stevig vast. Verplaats het gereedschap voordat u de motor start (tenminste 3 meters afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld.) ● Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelen zich vlak boven de vloer (risico van explosie). ● Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat de opgeslagen brandstof niet toegankelijk is voor kinderen. ● Vul altijd brandstof bij op een vlakke en stabiele ondergrond om het morsen van brandstof te voorkomen.
- Onderdelen vervangen 3 meter117 Gebruiksmethode ● Gebruik het gereedschap alleen bij goed licht en zicht. Wees in de winter bedacht op gladde of natte plaatsen, ijs en sneeuw (gevaar voor uitglijden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat. ● Werk nooit boven heuphoogte. ● Werk nooit vanaf een ladder. ● Klim nooit in een boom om daar met het gereedschap te werken. ● Werk nooit op een instabiele ondergrond. ● Verwijder zand, stenen, nagels, enz. die u binnen uw werkbereik vindt. Vreemde voorwerpen kunnen het snijgarnituur beschadigen en gevaarlijke terugslagen veroorzaken. ● Voordat u begint te werken, moet het snijgarnituur op maximaal toerental draaien. ● Bij gebruik van een metalen snijblad, zwaait u het gereedschap gelijkmatig in halve cirkels van rechts naar links, zoals een zeis wordt gebruikt. Als gras of takken bekneld raken tussen het snijgarnituur en de beschermkap, zet u altijd de motor uit voordat u ze verwijdert. Anders kan door onbedoeld draaien van het snijblad ernstig letsel ontstaan. ● Neem een pauze om te voorkomen dat u door vermoeidheid de controle over het gereedschap verliest. Wij adviseren u ieder uur 10 tot 20 minuten te rusten. ● Laat het snijgarnituur tijdens bedrijf niet de grond raken. Anders kan het snijgarnituur een voorwerp raken, waardoor persoonlijk letsel kan worden veroorzaakt. ● Houd het metalen snijblad tijdens bedrijf parallel aan de grond. Snijgarnituren ● Gebruik een geschikt snijgarnituur voor de geplande werkzaamheden. Nylondraad-snijkoppen (graskantmaaikoppen) zijn geschikt voor het maaien van gazongras. Metalen snijbladen zijn geschikt voor het maaien van onkruid, hoog gras, struiken, heesters, ondergroei, bosjes en dergelijke. Gebruik nooit andere snijbladen, waaronder metalen meerdelige kettingen en vlegelmessen. Als u zich hier niet aan houdt, kan ernstig letsel ontstaan. ● Bij gebruik van een metalen snijblad voorkomt u dat “terugslag” kan optreden en bent u altijd voorbereid op per ongeluk optredende terugslag. Raadpleeg het hoofdstuk “Terugslag”. Terugslag (stoot van het snijblad) ● Terugslag (stoot van het snijblad) is een plotselinge reactie op een klemzittend of vastgelopen metalen snijblad. Zodra dit optreedt wordt het gereedschap met grote kracht zijwaarts of in de richting van de gebruiker geworpen en kan het ernstig letsel veroorzaken. ● Terugslag treedt met name op wanneer u met het snijbladsegment tussen 12 en 2 uur tegen een hard voorwerp, struiken en takken met een diameter van 3 cm of meer komt. ● Om terugslag te voorkomen: – gebruikt u het snijbladsegment tussen 8 en 11 uur; – gebruikt u het snijbladsegment nooit tussen 12 en 2 uur; – gebruikt u het snijbladsegment nooit tussen 11 en 12 uur en tussen 2 en 5 uur, behalve indien de gebruiker goed opgeleid en erg ervaren is en dit onder zijn/haar eigen verantwoordelijkheid doet. – Gebruik het metalen blad nooit dichtbij harde voorwerpen, zoals afrasteringen, muren, boomstammen en stenen. – Houd het metalen blad nooit verticaal voor werkzaamheden zoals het maaien van graskanten of snoeien van heggen. Trillingen ● Personen met een slechte bloedsomloop die worden blootgesteld aan sterke trillingen, kunnen verwondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen. Trillingen kunnen de volgende symptomen veroorzaken in de vingers, handen of polsen: “slapen” (ongevoeligheid), tintelingen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw huisarts! ● Om de kans op deze “witte-vingerziekte” te verkleinen, houdt u uw handen warm tijdens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed. Onderhoudsinstructies ● Laat uw gereedschap onderhouden door ons erkende servicecentrum dat altijd uitsluitend gebruikmaakt van originele vervangingsonderdelen. Onjuiste reparatie en slecht onderhoud kan de levensduur van het gereedschap verkorten en de kans op ongevallen vergroten. ● De toestand van de maaier, met name van het snijgarnituur en de veiligheidsuitrusting, maar ook van het draagstel, moet worden gecontroleerd voor aanvang van de werkzaamheden. Besteed bijzondere aandacht aan het metalen snijblad dat correct moeten zijn geslepen. ● Schakel de motor uit en trek de bougiekap eraf wanneer u het snijgarnituur vervangt of slijpt, en wanneer u de maaier of het snijgarnituur schoonmaakt. Let op: Terugslag Schematische voorstelling Schematische voorstelling118 Probeer nooit beschadigde snijgarnituren recht te trekken of te lassen. ● Denk aan het milieu. Vermijd onnodig gebruik van de gashendel zodat minder uitlaatgassen en geluid worden geproduceerd. Stel de carburateur goed af. ● Maak het gereedschap regelmatig schoon en controleer of alle bouten en moeren stevig zijn vastgedraaid. ● Onderhoud of bewaar het gereedschap niet in de buurt van open vuur. ● Bewaar het gereedschap altijd in een afgesloten ruimte en met een lege brandstoftank. ● Wanneer u het gereedschap reinigt, onderhoudt of opbergt, bevestigt u altijd de beschermkap op het metalen blad. Volg de relevante instructies voor het voorkomen van ongevallen die door de betreffende beroepsverenigingen en verzekeringsmaatschappijen zijn uitgegeven. Breng geen wijzigingen aan het gereedschap aan, omdat hiermee uw veiligheid gevaar loopt. Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is begrensd tot de activiteiten die in de gebruiksaanwijzing zijn beschreven. Alle andere werkzaamheden moet worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum. Gebruik alleen originele reserveonderdelen en accessoires die zijn vervaardigd en geleverd door MAKITA. Het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires en gereedschappen leidt tot een verhoogde kans op ongevallen. MAKITA aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor ongevallen of schade veroorzaakt door het gebruik van niet-goedgekeurde snijgarnituren, bevestigingsmiddelen voor snijgarnituren of accessoires. EHBO Zorg dat er altijd een EHBO-doos beschikbaar is in de buurt waar er wordt gemaaid om eerste hulp te bieden bij eventuele ongevallen. Vervang onmiddellijk elk item dat uit de EHBO-doos is genomen. Geef de volgende informatie wanneer u hulp inroept: ● Plaats van het ongeval ● Beschrijving van het ongeval ● Aantal gewonden ● Soort letsels ● Uw naam Alleen voor Europese landen EG-verklaring van conformiteit De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.119 TECHNISCHE GEGEVENS Model EM4350RH Type handgreep Beugelhandgreep Afmetingen: lengte x breedte x hoogte (zonder exibel / recht schachtdeel)
358 x 280 x 587 Gewicht (zonder kunststofbeschermkap en snijgarnituur) kg 12,1 Volume (brandstoftank) L 0,8 Volume (olietank) L 0,1 Cilinderinhoud cm
43,0 Maximaal motorvermogen kW 1,5 bij 7 500 min
Motortoerental bij aanbevolen max. astoerental min
Maximaal astoerental (bijbehorend) min
Toerental op aangrijppunt van koppeling min
1,7 1,0 Gemiddeld geluidsdrukniveau volgens ISO 22868
PA eq dB (A) 83,5 92,5 Onzekerheid (K) dB (A) 1,1 1,7 Gemiddeld geluidsvermogenniveau volgens ISO 22868
WA eq dB (A) 104,1 110,6 Onzekerheid (K) dB (A) 1,1 0,7 Brandstof Benzine voor auto’s Motorolie Olie van API-classicatie, SF-klasse of beter, SAE 10W-30 (4-taktmotorolie voor auto’s) Snijgarnituren (diameter snijblad) mm 440 (met nylondraad-snijkop), 255 (met 4-tands snijblad), 255 (met 3-tands snijblad), 305 (met 2-tands snijblad) Overbrengingsverhouding van tandwielen 13/19 ● Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit gereedschap onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving. ● De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.120
LET OP: ● Voordat u werkzaamheden uitvoert aan het gereedschap, moet u altijd de motor uitzetten en de bougiekap van de bougie aftrekken. ● Draag altijd veiligheidshandschoenen! LET OP: ● Start de motor alleen nadat hij volledig is gemonteerd.
DE HANDGREEP MONTEREN
● Monteer de beugelhandgreep op de schacht met twee bouten. ● Om verzekerd te zijn van een correcte afstand tussen de handen, monteert u de handgreep tussen de pijlmarkeringen (1) op de schacht. (1)122 De exibele schacht monteren
1. Verwijder de bout (1) vanaf het uiteinde van de rechte schacht (2).
2. Verwijder de dop vanaf de exibele schacht.
OPMERKING: ● Raak de dop niet kwijt. Plaats de dop altijd terug wanneer de exibele schacht wordt verwijderd.
3. Draai de exibele schacht zodat het holle deel (3) van de exibele schacht
4. Lijn de vierkante binnenas (4) uit met de aansluitopening (5). Steek het
uiteinde van de exibele schacht helemaal in het uiteinde van de rechte schacht.
5. Bevestig ze aan elkaar met de bout (1).
KENNISGEVING: ● Als het moeilijk is om de exibele schacht erin te steken, lijnt u de vierkante binnenas (4) opnieuw uit. ● Trek de binnenas niet meer dan 35 mm eruit.
DE FLEXIBELE SCHACHT MONTEREN
6. Lijn het gat (7), aan het andere uiteinde van de exibele schacht, uit met
de knop (8) van het koppelingshuis (6), en steek de exibele schacht in het koppelingshuis.
7. Zorg ervoor dat de knop klikt wanneer de knop aangrijpt op het gat van de
exibele schacht. Om de exibele schacht los te maken van het koppelingshuis, trekt u de knop omhoog en verwijdert u de exibele schacht. De bedieningskabel aansluiten
1. Bevestig het uiteinde van de bedieningskabel vanaf de bedieningshendel (2)
aan het uiteinde van de bedieningskabel vanaf de motor (3).
gashendel wordt ingeknepen. (1) (3) (2) Het snoer aansluiten Sluit de draden vanaf de motor (1) aan op de draden vanaf de bedieningshendel (2) door de mannelijke en vrouwelijke stekkers op elkaar aan te sluiten. (1) (2) De bedieningskabel bevestigen Bevestig de bedieningskabel (1) aan de exibele schacht met behulp van de twee klemmen (2) en een andere klem (3), zoals afgebeeld. LET OP: ● Zorg ervoor dat de bedieningskabel goed aan de exibele schacht is bevestigd. Een loshangende kabel kan achter takken, enz., blijven haken en leiden tot persoonlijk letsel. ● Wikkel de bedieningskabel niet rond de exibele schacht. Anders werkt de gashendel mogelijk niet goed. (1) (4) (3) (2) (5) (6) (8) (7) (1) (3) (2)123 In naleving van de toepasselijke veiligheidsregels mogen uitsluitend de gereedschap/beschermkap-combinaties worden gebruikt die in de afbeelding worden aangegeven.
DE BESCHERMKAP MONTEREN
LET OP: ● Voor uw veiligheid en om te voldoen aan de voorschriften voor ongevallenpreventie, moet u altijd de geschikte beschermkap monteren. Het is verboden het gereedschap te gebruiken zonder dat de beschermkap is gemonteerd. Gebruik geen andere combinatie wanneer u een zaagblad gebruikt. OPMERKING: ● De standaardcombinatie van het snijgarnituur verschilt van land tot land. Type A Beschermkap voor metalen snijblad Metalen snijblad Type B Nylondraad-snijkop Beschermkap voor nylondraad-snijkop Beschermkap voor nylondraad-snijkop124 Voor nylondraad-snijknop ● Monteer de beschermkap van de nylondraad-snijkop (10) op de beschermkap type A van het metalen snijblad (3) waarop de beschermkap van de nylondraad -snijkop is gemonteerd. ● Monteer de beschermkap van de nylondraad-snijkop (10) door deze op zijn plaats te schuiven vanaf de zijkant van de beschermkap van het metalen snijblad (3), zoals afgebeeld. ● Haal de tape af van het mesje voor het afsnijden van de nylondraad op de beschermkap van de nylondraad-snijkop (10). LET OP: ● Duw de beschermkap van de nylondraad-snijkop (10) erop tot deze geheel op zijn plaats zit. Wees voorzichtig uzelf niet te verwonden aan het mesje voor het afsnijden van de nylondraad. ● Om de beschermkap van de nylondraad-snijkop (10) te verwijderen, plaatst u een inbussleutel (11) op de nok van de beschermkap van het metalen snijblad (3), duwt u deze naar binnen en verschuift u tegelijkertijd de beschermkap van de nylondraad-snijkop (10). (3) (10) (11) Voor metalen snijblad LET OP: ● Zorg ervoor dat de aanhaalbouten van de beschermkap gelijkmatig zijn aangehaald zodat de opening tussen de klem en de beschermkap evenwijdig blijft. Als u dit niet doet, is het mogelijk dat de beschermkap niet werkt zoals bedoeld. (Voor beschermkap type A) Monteer de beschermkap (3) met behulp van de twee bouten M6x30 (1) op de klem (2). (Voor beschermkap type B) Monteer de beschermkap met behulp van de twee bouten M6x18 (5) op de klem (4). Als de beschermkap (6) is gemonteerd op de as, verwijdert u hem eerst als volgt.
1. Verwijder de ringen (7), bouten M6x30 (8) vanaf het beschermkapdeksel.
2. Verwijder het beschermkapdeksel door de vin (9) iets te spreiden.
OPMERKING: ● Wanneer u de beschermkap verandert van type B naar type A, monteert u het beschermkapdeksel, de bouten M6x30 en ringen op de as voordat u de beschermkap monteert. (1) (3) (2) (5) (4) (9) (6) (8) (7)125 (4) (5) Verzeker u ervan uitsluitend originele metalen bladen of nylondraad-snijkoppen van MAKITA te gebruiken. ● Het metalen snijblad moet goed geslepen zijn en vrij zijn van barsten of breuken. Als het metalen snijblad een steen raakt tijdens het gebruik, moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en het snijblad controleren. ● Slijp of vervang het metalen blad na elke drie uur gebruik. ● Als de nylondraad-snijkop een steen raakt tijdens het gebruik, moet u de motor onmiddellijk uitzetten en de nylondraad-snijknop controleren. LET OP: ● Voor uw veiligheid en om te voldoen aan de voorschriften voor ongevallenpreventie, moet u altijd de geschikte beschermkap monteren. Het is verboden het gereedschap te gebruiken zonder dat de beschermkap is gemonteerd. De buitendiameter van het snijblad moet 300 mm of minder zijn. Gebruik nooit een snijblad met een buitendiameter groter dan 300 mm. Snijbladen met een buitendiameter van 305 mm mogen alleen gebruikt worden als ze twee tanden hebben. Draai de rechte schacht ondersteboven zodat u het metalen snijblad of de nylondraad-snijkop gemakkelijk kunt vervangen. ● Steek de inbussleutel (5) in de opening van het tandwielhuis en draai de ontvangerring (4) met de inbussleutel tot deze vergrendeld wordt. ● Maak de moer (1) (met linksdraaiend schroefdraad) los met de dopsleutel en verwijder de moer (1), de beker (2) en de klemring (3). Draairichting HET METALEN SNIJBLAD OF DE NYLONDRAAD-SNIJKOP MONTEREN Het metalen blad monteren terwijl de inbussleutel er nog in zit ● Monteer het metalen snijblad op de schacht zodat de nok op de ontvangerring (4) past in de uitsparing in het asgat van het metalen snijblad. Monteer de klemring (3), beker (2) en zet het metalen snijblad vast met de moer (1). [Aanhaalkoppel: 20 – 30 N•m] OPMERKING: ● Draag altijd beschermende handschoenen wanneer u het metalen snijblad hanteert. OPMERKING: ● De bevestigingsmoer van het metalen snijblad (met veerring) is een verbruiksartikel. Als u slijtage of vervorming van de veerring opmerkt, moet u de moer vervangen. De nylondraad-snijkop monteren ● De klemring (3), de beker (2) en de moer (1) zijn niet nodig voor het monteren van de nylondraad-snijkop. De nylondraad-snijkop moet bovenop de ontvangerring komen (4). ● Steek de inbussleutel (5) in de opening van het tandwielhuis en draai de ontvangerring (4) met de inbussleutel tot deze vergrendeld wordt. ● Schroef daarna de nylondraad-snijkop op de as door deze linksom te draaien. ● Haal de inbussleutel eruit. (5) Losdraaien Vastdraaien (4) (3) (2) (1) (5)126 Controleren en bijvullen van de motorolie ● Voer de volgende procedure uit bij koude motor. ● Zorg ervoor dat de motor op een vlakke en horizontale ondergrond ligt en controleer of het oliepeil tussen de ondergrens (1) en bovengrens (2) van het oliepeilvenster staat. ● Als het oliepeil onder de ondergrens staat, verwijdert u de olievuldop en vult u olie bij. ● Het gebied tussen de markeringen op de buitenkant is doorzichtig zodat het oliepeil van buitenaf kan worden gecontroleerd zonder de olievuldop eraf te hoeven draaien. Echter, wanneer de oliebuis erg vuil is geworden, kan deze ondoorzichtig zijn en moet het oliepeil worden gecontroleerd aan de hand van de inwendige randen binnenin de oliebuis. ● Mogelijk moet iedere 10 bedrijfsuren olie bijgevuld worden (na iedere 10 keer brandstof bijvullen). Als de olie door vuil van kleur is veranderd, ververst u de vuile olie door nieuwe. (Raadpleeg pagina 135 voor informatie over het verversingsinterval en de verversingsprocedure.) VÓÓR HET BEGIN VAN HET WERK (1) Houd de motor horizontaal en draai de olievuldop eraf. (2) Vul motorolie bij tot aan de markering van de bovengrens. Gebruik voor het bijvullen een oliees. (1) (2) Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classicatie, SF-klasse of beter (4-taktmotorolie voor auto’s) Hoeveelheid olie: Ongeveer 0,10 liter OPMERKING: ● Als de motor niet zoals afgebeeld op een horizontale ondergrond wordt geplaatst, kan een verkeerd oliepeil worden afgelezen en kan te veel olie worden bijgevuld. Olie bijvullen tot boven de bovengrens kan leiden tot verontreiniging met olie en/of witte rook. Olie verversen: “Olievuldop” ● Verwijder stof of vuil rondom de olievulopening en draai de olievuldop eraf. ● Zorg ervoor dat geen zand of stof op de olievuldop komt. Als dit toch gebeurt, kan het zand of stof dat aan de olievuldop kleeft leiden tot een onregelmatige oliecirculatie of slijtage van de motoronderdelen, waardoor storingen kunnen ontstaan. (3) Draai de olievuldop stevig vast. Bij onvoldoende vastdraaien kan olie eruit lekken.127 Brandstof bijvullen WAARSCHUWING: ● Schakel de motor uit alvorens brandstof bij te vullen, blijf uit de buurt van open vuur en rook niet. ● Draai de brandstofvuldop (1) een klein stukje los om de druk in de brandstoftank af te laten. ● Verwijder de brandstofvuldop en vul brandstof bij. Vul de brandstof NIET bij tot boven de bovengrens (3). ● Veeg de buitenkant van de brandstofvuldop af om te voorkomen dat vuil in de brandstoftank terecht komt. ● Na het bijvullen van brandstof draait u de brandstofvuldop weer stevig vast. OPMERKING: ● Als enige onvolkomenheid of schade aan de brandstofvuldop wordt geconstateerd, moet deze worden vervangen. ● De brandstofvuldop is na verloop van tijd versleten. Vervang de brandstofvuldop iedere twee of drie jaar. ● GEEN brandstof bijvullen in de olievulopening. OPMERKING: ● Ververs de olie niet met de motor in een gekantelde positie. ● Als olie wordt bijgevuld terwijl de motor is gekanteld, kan te veel olie worden bijgevuld waardoor verontreiniging en/of witte rook wordt veroorzaakt. Na het bijvullen van olie ● Veeg eventueel gemorste olie onmiddellijk af met een doek. BRANDSTOF BIJVULLEN Omgaan met brandstof Het is noodzakelijk uiterst voorzichtig om te gaan met brandstof. Brandstof kan stoffen bevatten die ook in oplosmiddelen voorkomen. Het bijvullen van brandstof moet gebeuren in een vertrek met een voldoende goede ventilatie of in de open lucht. Adem nooit brandstofdampen in en houd afstand tot de brandstof. Als uw huid herhaaldelijk in aanraking komt met brandstof gedurende een lange tijd, wordt uw huid droog, waardoor een huidziekte of allergie kan ontstaan. Als brandstof in uw oog komt, spoelt u uw oog uit met schoon water. Als uw oog daarna blijft irriteren, raadpleegt u een dokter. Bewaartermijn van brandstof Brandstof dient binnen een periode van 4 weken te worden gebruikt, ook wanneer de brandstof wordt bewaard in een speciale jerrycan op een goed geventileerde en schaduwrijke plaats. Anders kan de brandstof binnen één dag verslechteren. OPSLAG VAN HET GEREEDSCHAP EN DE JERRYCAN ● Bewaar het gereedschap en de jerrycan op een koele plaats uit direct zonlicht. ● Bewaar brandstof nooit in een auto. Brandstof De motor is een viertaktmotor. Gebruik uitsluitend loodvrije benzine voor auto's met een octaangehalte van 87 of hoger ((R+M)/2). Deze mag niet meer dan 10% alcohol (E-10) bevatten. Tips voor het omgaan met brandstof ● Gebruik nooit mengsmering, waarin motorolie zit. Als u dat doet, zal buitensporige koolafzetting of mechanische storing optreden. ● Als verslechterde olie wordt gebruikt, zal dat leiden tot onregelmatig starten. (1) (2) (3)128
CORRECT OMGAAN MET HET GEREEDSCHAP
WAARSCHUWING: ● Als u geen complete controle over het gereedschap behoudt, kan dit ernstige lichamelijk letsels of de DOOD veroorzaken. (5) (6)
(2) (1) Het draagstel bevestigen Bevestig het draagstel om het gereedschap tijdens gebruik comfortabel te kunnen dragen.
1. Plaats het draagstel op uw rug en sluit de bevestigingsgesp (1).
Trek aan de band (A) om de heupgordel strakker te maken. Om deze losser te maken, tilt u het uiteinde van de stelgesp (2) (B) op.
2. Stel de schouderriem (3) af op een lengte waarmee u comfortabel kunt
werken. Trek aan de band om de schouderriem strakker te maken. Om deze losser te maken, tilt u het uiteinde van de stelgesp (4) op.
3. Stel de stabilisatiebanden voor de schouder en heup (5 en 6) af. Trek aan de
band om deze strakker te maken. Om deze losser te maken, tilt u het uiteinde van de stelgesp op.
4. Rol overtollige band op en zet dit vast met de klittenband.
(3) (4) (1)129 Het gereedschap loskoppelen ● Om het gereedschap los te maken, knijpt u de zijkant van de gesp (1) in en maakt u het draagstel los. Let er goed op dat u op dat moment de controle over het gereedschap behoudt. Zorg ervoor dat het gereedschap zich niet in uw richting of in de richting van iemand die in de buurt staat beweegt. (1)130 Volg de toepasselijke voorschriften voor ongevallenpreventie! STARTEN Houd ten minste 3 meter afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld. Plaats het gereedschap op de grond en let er daarbij op dat het snijgarnituur niet de grond of enig ander voorwerp raakt. A: Koude start
1) Plaats het gereedschap op een vlakke ondergrond.
Zet met de chokehendel de choke dicht. Gasklepopening: ● Volledig dicht bij lage temperaturen of wanneer de motor koud is. ● Volledig of half open wanneer de motor een beetje warm is, zoals bij opnieuw starten van de motor vlak na afslaan tijdens het opwarmen.
4) Brandstofhandpomp
Blijf op de brandstofhandpomp (3) drukken tot de brandstof in de brandstofhandpomp stroomt. (Over het algemeen, 7 tot 10 keer drukken.) Als te vaak op de brandstofhandpomp wordt gedrukt, vloeit het overschot aan brandstof terug naar de brandstoftank. (3) (1) (2)131 OPMERKING: ● Knijp de gashendel niet onnodig in wanneer de motor niet draait. Hierdoor kan de motor met brandstof verzuipen en kan de motor moeilijk te starten zijn. ● In het geval de motor door overmatige brandstoftoevoer is “verzopen”, verwijdert u de bougie en trekt u langzaam aan de trekstarthandgreep om overtollige brandstof te verwijderen. Maak ook de elektroden van de bougie droog. ● Als de motor wel ontsteekt maar niet aanslaat, of als de motor aanslaat maar snel weer afslaat, zet u de chokehendel in de stand OPEN en trekt u nogmaals enkele keren aan de trekstarthandgreep om de motor te starten. ● Als de chokehendel in de stand DICHT blijft staan en alleen enkele keren aan de trekstarthandgreep wordt getrokken, wordt te veel brandstof aangezogen en zal de motor moeilijk te starten zijn. ● Laat de motor niet onnodig op een hoog toerental draaien tijdens het opwarmen. B: Warme start
1) Laat de chokehendel volledig open staan.
2) Druk herhaaldelijk op de brandstofhandpomp.
3) Laat de gashendel in de stand voor stationair draaien staan.
4) Trek krachtig aan de trekstarthandgreep.
U kunt de motor ook opnieuw starten terwijl u het gereedschap op uw rug draagt. LET OP: ● Zorg ervoor dat het snijgarnituur niets aanraakt wanneer u de motor herstart. ● Knijp de gashendel niet in tijdens het herstarten van de motor. Anders gaat het snijgarnituur draaien. Houd de handgreep met uw rechterhand vast en trek krachtig aan de trekstarthandgreep.
5) Trekstartinrichting
Zorg ervoor dat u stevig staat. Houd het gereedschap vast met uw linkerhand en duw er stevig op. LET OP: ● Zet daarbij niet uw voet of knie op de gaskabel. Er kan dan aan de binnenkabel getrokken worden, waardoor het snijgarnituur onbedoeld kan gaan draaien. Knijp de gashendel niet in. Trek voorzichtig aan de trekstarthandgreep tot een zekere weerstand wordt gevoeld. Laat de trekstarthandgreep teruglopen en trek er vervolgens krachtig aan. Trek nooit door tot aan het einde van het trekstartkoord. Nadat aan de trekstarthandgreep is getrokken, mag u hem niet onmiddellijk loslaten. Houd de trekstarthandgreep vast tot het trekstartkoord is opgewonden in de trekstartinrichting.
Nadat de motor is gestart, zet u de chokehendel in de stand OPEN. ● Zet de choke geleidelijk open terwijl u op het motortoerental let. Zorg ervoor dat op het laatst de choke volledig open staat. ● Bij lage temperaturen of wanneer de motor koud is, mag u de choke nooit plotseling open zetten. Als u dit doet kan de motor afslaan.
Laat de motor gedurende 2 tot 3 minuten opwarmen. KENNISGEVING: ● Knijp de gashendel niet onnodig in wanneer de motor niet draait. Hierdoor kan brandstof lekken uit het luchtlter. Als dat gebeurt, veegt u de gelekte brandstof af. Bovendien, open de luchtlterkap en maak het lterelement en de luchtlterplaat schoon.132
HET STATIONAIR TOERENTAL INSTELLEN
Als het nodig is om het stationair toerental af te stellen, doet u dit met behulp van de stelschroef op de carburateur.
HET STATIONAIR TOERENTAL CONTROLEREN
● Stel het stationair toerental in op 3 000 toeren min
Als het nodig is om het stationair toerental af te stellen, gebruikt u een kruiskopschroevendraaier en draait u de stelschroef in de afbeelding rechts. ● Om het stationair toerental te verhogen, draait u de stelschroef rechtsom. Om het stationair toerental te verlagen, draait u de stelschroef linksom. ● De carburateur is in de fabriek afgesteld. Echter, na enig gebruik moet het stationair toerental opnieuw worden afgesteld. STOPPEN
1) Laat de gashendel (2) volledig los en, nadat het motortoerental is afgenomen,
zet de I-O-schakelaar (1) naar de stand STOP om de motor uit te schakelen.
2) Het snijgarnituur blijft enige tijd doordraaien nadat de motor is uitgezet. Wacht
totdat het volledig tot stilstand is gekomen.
IJSVORMING IN CARBURATEUR VOORKOMEN
LET OP: ● Als de omgevingstemperatuur hoger is dan 10°C, zet u de sluiter altijd terug op de normale instelling (zon-symbool). Anders kan de motor beschadigd worden door oververhitting. Wanneer de omgevingstemperatuur laag is en de vochtigheid hoog is, kan waterdamp in de carburateur bevriezen en de motor onregelmatig lopen (ijsvorming in carburateur). Verander zo nodig de instelling van de sluiter als volgt.
1. Verwijder de schroef (1).
2. Verander de richting van de sluiter (2) als volgt:
● Omgevingstemperatuur is hoger dan 10°C: Zet de sluiter in de normale stand (zon-symbool). ● Omgevingstemperatuur is lager dan of gelijk aan 10°C: Zet de sluiter in de anti-ijsvormingstand (sneeuw-symbool).
3. Draai de schroef vast.
STOP (1) (2) (1) (2)133 De nylondraad vervangen (STOOT-AANVOER) WAARSCHUWING: ● Controleer of het deksel van de nylondraad-snijkop goed op de behuizing is bevestigd, zoals hieronder beschreven. Als u het deksel niet stevig bevestigt, kan de nylondraad-snijkop uit elkaar vliegen en ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
1. Druk de vergrendelnokken (1) van de behuizing (2) naar binnen om het deksel
2. Haal de nylondraad uit het oogje. Verwijder de spoel (4) vanaf het deksel.
Gooi eventueel resterende nylondraad weg. LET OP: ● De snijgarnituren aangegeven in de afbeelding mogen niet worden geslepen. Door handmatig slijpen gaat het snijgarnituur ongebalanceerd draaien, waardoor trillingen ontstaan en het gereedschap beschadigd raakt. OPMERKING: ● Om de levensduur van het snijblad te verlengen, kan dit eenmalig worden omgekeerd, totdat beide snijranden bot zijn geworden.
HET SNIJGARNITUUR SLIJPEN
NYLONDRAAD-SNIJKOP De nylondraad-snijkop is een dubbele-draadkop uitgerust met een stoot-aanvoermechanisme. De nylondraad-snijkop voert de nylondraad uit door met de kop van de spoel op de grond te tikken. Bediening ● Verhoog het toerental van de nylondraad-snijkop naar ongeveer 6 000 min
Stoot de nylondraad-snijkop licht tegen de grond. ● Het meest effectieve maaigebied wordt weergegeven door het gearceerde deel. ● Als de nylondraad niet wordt uitgevoerd, volgt u de procedures die zijn beschreven onder “De nylondraad vervangen” om de nylondraad op te wikkelen/te vervangen.
3. Haak het midden van de nieuwe nylondraad in de inkeping (5) in het midden
van de draadspoel tussen de 2 kanalen. Eén uiteinde van de nylondraad moet ongeveer 80 mm langer zijn dan het andere uiteinde. Wikkel beide draadhelften stevig om de spoel in de richting van de pijlmarkering op de spoel. Meest effectieve maaigebied (1) (3) (2) (4) (3) (5) 80 mm134
5. Plaats de spoel zodanig op het deksel dat de inkepingen uitgelijnd zijn met de
oogjes (7). Haal de uiteinden van de nylondraad uit hun tijdelijke posities en haal de nylondraden door de oogjes.
4. Wikkel op 100 mm na de volledige nylondraad op de spoel en zet de uiteinden
tijdelijk vast in de inkepingen (6). (6) (7) (8) (7) (1) (1)
6. Lijn de vierkante uitsparingen (8) in de behuizing uit met de oogjes (7). Druk
daarna de behuizing stevig op het deksel zodat deze wordt vergrendeld. Controleer of de vergrendelnokken (1) zich volledig spreiden in het deksel.135 LET OP: ● Voordat u werkzaamheden uitvoert aan het gereedschap, moet u altijd de motor uitzetten en de bougiekap van de bougie aftrekken (zie “de bougie controleren”). Draag altijd veiligheidshandschoenen! Om een lange levensduur te garanderen en eventuele schade aan het gereedschap te voorkomen, moeten de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uitgevoerd worden. Dagelijkse controle en onderhoud ● Controleer het gereedschap voor het gebruik op losse bouten of ontbrekende onderdelen. Let vooral op of het metalen snijblad of de nylondraad- snijkop stevig is bevestigd. ● Controleer voor gebruik altijd op verstopping van de koelluchtinlaatopening en de koelribben van de cilinder. Maak deze plaatsen zo nodig schoon. ● Voer de volgende werkzaamheden dagelijks uit na het gebruik: – Reinig de buitenkant van het gereedschap en inspecteer op beschadigingen. – Maak de luchtlter schoon. Als onder extreem stofge omstandigheden wordt gewerkt, moet het lter meerdere keren per dag worden gereinigd. – Controleer het snijblad of de nylondraad-snijkop op schade en controleer of het snijblad of de snijkop stevig bevestigd is. – Controleer of er voldoende verschil is tussen het stationair toerental en het aangrijptoerental om zeker te zijn dat het snijgarnituur stilstaat wanneer de motor stationair draait (verlaag zo nodig het stationair toerental). In het geval het gereedschap bij stationair toerental blijft draaien, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. ● Controleer de werking van de I-O-schakelaar, de uit-vergrendelhendel en de gashendel. ONDERHOUDSINSTRUCTIES MOTOROLIE VERVERSEN Verslechterde motorolie verkort de levensduur van de motor. Vergeet niet de olie en het oliepeil regelmatig te controleren. WAARSCHUWING: De motor en motorolie zijn nog heet vlak nadat de motor is uitgeschakeld. Wacht voldoende lang om de motor en motorolie te laten afkoelen. Anders kunt u uw huid verbranden. OPMERKING: ● Als de olie tot boven het bovengrens wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witte rook vrijkomt. Wacht nadat de motor is uit gezet voldoende lang om de motorolie te laten terugstromen naar de olietank voor een nauwkeurige controle van het oliepeil. Verversingsinterval: Na de eerste 20 bedrijfsuren en vervolgens na iedere 50 bedrijfsuren. Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classicatie, SF-klasse of beter (4-taktmotorolie voor auto’s) Volg de onderstaande procedure om de motorolie te verversen.
1) Controleer of de brandstofvuldop stevig vastgedraaid is.
2) Plaats een grote opvangbak (pan, enz.) onder het aftapgat.
3) Verwijder de aftapbout (1) en draai daarna de olievuldop (2) eraf om de
motorolie af te tappen uit het aftapgat (3). Wees hierbij voorzichtig de pakkingring (4) van de aftapbout niet kwijt te raken en de verwijderde onderdelen niet vuil te maken.
4) Nadat de motorolie is afgetapt, plaatst u de pakkingring op de aftapbout
en draait u de aftapbout stevig vast, zodat deze niet kan losraken en gaan lekken. [Aanhaalkoppel: 5 N•m]
- Gebruik een poetsdoek om de motorolie die aan de aftapbout en het gereedschap zit volledig af te vegen. Alternatieve methode voor het aftappen van de motorolie Draai de olievuldop eraf, kantel het gereedschap in de richting van de olievulopening en tap de olie af. Vang de motorolie op in een opvangbak. (1) (4) (3) (2)136
5) Plaats de motor horizontaal en vul geleidelijk nieuwe motorolie bij tot aan de
markering van de bovengrens.
6) Draai na het bijvullen de olievuldop stevig vast, zodat deze niet kan losraken
en gaan lekken. Als de olievuldop niet stevig wordt vastgedraaid, kan deze gaan lekken.
HET LUCHTFILTER SCHOONMAKEN
WAARSCHUWING: Schakel de motor uit, blijf uit de buurt van open vuur en rook niet. Controle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren) ● Zet met de chokehendel de choke helemaal dicht en houd de carburateur vrij van stof of vuil. De luchtlterkap verwijderen ● Draai de twee bevestigingsbouten (1) los. ● Trek aan de luchtlterkap (2) om hem te verwijderen. Het luchtlterelement schoonmaken ● Verwijder de luchtlterelementen (3 en 4) en tik ertegen om het vuil te verwijderen. ● In geval van ernstige verontreiniging:
1) Verwijder het lterelement (spons) (3), dompel het in warm water of in
een oplossing van een neutraal schoonmaakmiddel in water, en droog het grondig. Knijp het niet uit en wrijf er niet over tijdens het wassen.
2) Reinig het luchtlterelement (papier) (4) door er voorzichtig tegen te
tikken. Als u de beschikking hebt over een persluchtpistool, plast u de perslucht tegen de binnenkant van het luchtlterelement (papier). Was het luchtlterelement (papier) niet. ● Alvorens het luchtlterelement (spons) terug te plaatsen, moet het grondig droog zijn. Als het luchtlterelement (spons) onvoldoende droog wordt teruggeplaatst, kan dat leiden tot moeilijk starten. ● Veeg olie die rondom de luchtlterkap en de achterplaat (5) zit af met een poetsdoek. De luchtlterkap bevestigen ● Plaats het luchtlterelement (spons) en het luchtlterelement (papier). Duw het luchtlterelement (spons) helemaal tot achterin de luchtlterkap. ● Bevestig de luchtlterkap met de twee bevestigingsbouten. KENNISGEVING: ● Reinig de luchtlterelementen meerdere keren per dag als onder extreem stofge omstandigheden wordt gewerkt. Vervuilde luchtlterelementen verlagen het motorvermogen en bemoeilijken het starten van de motor. ● Verwijder de olie op de luchtlterelementen. Als u blijft doorwerken terwijl de luchtlterelementen vervuild zijn met olie, kan de olie buiten het luchtlter terechtkomen en tot milieuvervuiling leiden. ● Plaats de luchtlterelementen niet op de grond of op een vieze plaats. Er kan dan vuil of afval aan blijven plakken waardoor de motor kan worden beschadigd. ● Gebruik nooit brandstof om de luchtlterelementen schoon te maken. Ze kunnen door de brandstof worden beschadigd.
TIPS VOOR HET OMGAAN MET OLIE
● Gooi verbruikte motorolie nooit weg met het afval, op de grond, of in een rioolput. Het weggooien van olie is bij wet geregeld. Houd u bij het weggooien altijd aan de betreffende wetten en regelgeving. In het geval u hierover vragen heeft, neemt u contact op met een erkend servicecentrum. ● Olie verslechtert, ook wanneer de olie niet wordt gebruikt. Controleer en ververs de olie regelmatig (ververs de olie iedere 6 maanden). (1) (2) (3) (4) (5) (2) (3)137
DE BOUGIE CONTROLEREN
● Gebruik alleen de bijgeleverde moersleutel om de bougie te verwijderen of te monteren. ● De afstand tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm bedragen. Als de afstand te groot of te klein is, moet u deze aanpassen. Als de elektroden van de bougie verstopt of vervuild zijn, moet u deze grondig schoonmaken of de bougie vervangen. Plaats na controle de bougiekap goed terug, zoals aangegeven in de afbeelding. LET OP: ● Raak de bougiekap nooit aan terwijl de motor draait (gevaar van elektrische schok door hoogspanning).
HET TANDWIELHUIS SMEREN
● Breng elke 25 uren smeervet (Shell Alvania 2 of gelijkwaardig) aan in het tandwielhuis (1) via de smeeropening (2). (Origineel MAKITA-smeervet kan worden aangeschaft bij uw MAKITA-dealer.) (1) (2)
DE FLEXIBELE SCHACHT SMEREN
1. Volg de aanwijzingen onder “DE FLEXIBELE SCHACHT MONTEREN”
in omgekeerde volgorde, verwijder de klemmen (3 stuks) en maak dan de draadverbindingen (2 stuks) en de bedieningskabel los. OPMERKING: ● Gebruik een platte schroevendraaier e.d. om de stekkerverbinding los te maken.
2. Maak de exibele schacht los van het koppelingshuis en de rechte schacht.
Om de exibele schacht los te maken van het koppelingshuis, trekt u de knop omhoog en verwijdert u de exibele schacht. Om de exibele schacht los te maken van de rechte schacht, verwijdert u de bout en trekt u hem eruit.
3. Trek de binnenas (1) uit de exibele mantel (2) en breng elke 25 bedrijfsuren
vet (Shell Alvania 2 of gelijkwaardig) (3) aan op de binnenas. (Origineel MAKITA-smeervet kan worden aangeschaft bij uw MAKITA-dealer.)
4. Volg de aanwijzingen onder “DE FLEXIBELE SCHACHT MONTEREN”
en maak de exibele schacht weer vast, met de bedieningskabel, de draadverbindingen (2 stuks) en de klemmen (3 stuks). KENNISGEVING: ● De exibele schacht kan breken als geen vet wordt aangebracht. ● Om de levensduur van de onderdelen te verlengen, bevestigt u de uiteinden van de exibele schacht elke keer aan de tegenovergestelde kant, d.w.z. het uiteinde dat aan de motorkant zat, wordt nu aan de kant van de bedieningshendel vastgemaakt. 0,7 mm – 0,8 mm (1) (3) (2)138
ONTBRANDBARE MATERIALEN Controle- en reinigingsinterval: Maandelijks (iedere 50 bedrijfsuren) Zuigkop in brandstoftank Controleer het brandstoflter (1) regelmatig. Om het brandstoflter te controleren, volgt u de onderstaande stappen:
1. Verwijder de brandstofvuldop en tap de brandstof af totdat de brandstoftank
leeg is. Controleer de binnenkant van de brandstoftank op eventuele vreemde stoffen. Als u iets vindt, verwijdert u dit.
2. Gebruik een draadhaak om de zuigkop uit de brandstofvulopening te trekken.
3. Als het brandstoflter enigszins verstopt is, reinigt u het. Om het schoon
te maken, schudt u het en tikt u ertegen in de brandstof. Om beschadiging te voorkomen, knijpt u het niet uit en wrijft u er niet over. De brandstof die is gebruikt voor het schoonmaken moet worden weggegooid volgens de methode aangegeven in de regelgeving van uw land. Als het brandstoflter hard of ernstig verstopt is, vervangt u het.
4. Na het controleren, schoonmaken of vervangen, steekt u het brandstoflter
op de brandstofslang (3) en zet u hem vast met behulp van de slangklem (2). Duw het brandstoflter helemaal naar de bodem van de brandstoftank. Een verstopt of beschadigd brandstoflter kan leiden tot onvoldoende brandstoftoevoer en minder motorvermogen. Vervang het brandstoflter ten minste iedere drie maanden om verzekerd te zijn van een goede brandstoftoevoer naar de carburateur. (1)
MATERIALEN Controle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren) Vervanging: Jaarlijks (iedere 200 bedrijfsuren) Vervang de brandstoeiding (1) ieder jaar, ongeacht de gebruiksfrequentie. Brandstoekkage kan brand veroorzaken. Als tijdens de inspectie een lekkage wordt gevonden, vervangt u de brandstoeiding onmiddellijk.
DE BOUTEN, MOEREN EN SCHROEVEN
INSPECTEREN ● Draai losse bouten, moeren, enz., weer vast. ● Controleer of de brandstofvuldop en olievuldop goed vastgedraaid zijn. Controleer op brandstof- en olielekkage. ● Vervang beschadigde onderdelen door nieuwe voor een veilig gebruik.
DE ONDERDELEN SCHOONMAKEN
● Houd de motor altijd schoon door deze af te vegen met een poetsdoek. ● Houd de koelribben van de cilinder vrij van stof en vuil. Stof en vuil dat zich tussen de koelribben ophoopt, zal leiden tot het vastlopen van de zuiger. (1)
DE AFDICHTINGEN EN PAKKINGEN VERVANGEN
Vervang de pakkingen en afdichtingen als de motor gedemonteerd is. Alle onderhouds- of afstelwerkzaamheden die niet in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum. (1) (2) (3)139 WAARSCHUWING: De motor is nog heet vlak nadat de motor is uitgeschakeld. Als u de brandstof gaat aftappen, wacht u voldoende lang om de motor te laten afkoelen nadat deze is uitgeschakeld. Anders kunt u uw huid verbranden of kan brand ontstaan. GEVAAR: Als het gereedschap gedurende een lange tijd niet gebruikt gaat worden, tapt u alle brandstof uit de brandstoftank en carburateur, en slaat u het op een droge, schone plaats op. ● Tap de brandstof af uit de brandstoftank en carburateur aan de hand van de volgende procedure:
1) Draai de brandstofvuldop eraf en tap alle brandstof af.
Als een vreemde substantie is achtergebleven in de brandstoftank, verwijdert u deze volledig.
2) Trek met behulp van een draadhaak het brandstoflter uit de
4) Plaats het brandstoflter terug in de brandstoftank en draai de
brandstofvuldop stevig vast.
5) Laat de motor vervolgens draaien tot deze afslaat.
● Verwijder de bougie en breng enkele druppels motorolie via het bougiegat in de cilinder. ● Trek voorzichtig aan de trekstarthandgreep zodat de motorolie zich door de motor verspreidt, en monteer daarna de bougie weer. ● Bevestig de beschermkap op het metalen blad. ● Berg het gereedschap over het algemeen op zoals afgebeeld. Let goed op hoe het gereedschap wordt opgeborgen om te voorkomen dat de rechte schacht omvalt. Als u dit niet doet, kan dat leiden tot persoonlijk letsel. ● Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan op een goed geventileerde plaats in de schaduw. OPSLAG Aandachtspunt na langdurige opslag ● Alvorens de motor na langdurige stilstand opnieuw te starten, moet de olie worden ververst (zie pag. 135). De olie verslechtert terwijl het gereedschap niet in gebruik is.140 Gebruikstijd Item Vóór gebruik Na brandstof bijvullen Dagelijks (10 uur) 25 uur 50 uur 200 uur Vóór opslag Zie pagina Motorolie Inspecteren
Vastdraaien (bouten, moeren, enz.) Inspecteren
Snijgarnituur Inspecteren
Stationair toerental Inspecteren/ afstellen
Koelluchtinlaatopening en koelribben van de cilinder Reinigen/ inspecteren
Smeervet in tandwielhuis Bijvullen
Flexibele schacht Smeren met vet/ omkeren van de montagerichting
Klepspeling (inlaatklep en uitlaatklep) Inspecteren/ afstellen
- *1 Eerste keer verversen na 20 bedrijfsuren. *2 Vraag een erkend servicecentrum of een machinewerkplaats om de inspectie na 200 bedrijfsuren uit te voeren. *3 Na het aftappen van de brandstoftank, laat u de motor draaien om de brandstof in de carburateur op te gebruiken.141 PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens een verzoek voor reparatie in te dienen, controleert u de storing zelf aan de hand van de onderstaande tabel. Als een probleem is gevonden, repareert u het gereedschap aan de hand van de beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing. Probeer nooit enig onderdeel te demonteren of repareren in strijd met de beschrijvingen. Voor reparatie neemt u contact op met een erkend servicecentrum of uw plaatselijke dealer. Probleemomschrijving Mogelijke oorzaak (storing) Oplossing Motor start niet. De I-O-schakelaar staat in de stand STOP. Zet de I-O-schakelaar (1) in de stand BEDIENING. De brandstofhandpomp werd niet ingedrukt. Druk deze 7 tot 10 keer in. Te zwak trekken aan de trekstarthandgreep. Trek krachtig. Gebrek aan brandstof. Vul brandstof bij. Verstopt brandstoflter. Maak hem schoon. Verbogen brandstoeiding. Maak de brandstoeiding recht. Verslechterde brandstof. De verslechterde brandstof bemoeilijkt het starten. Vervang de brandstof door nieuwe. (Aanbevolen vervangingsinterval: 1 maand) Buitensporige toevoer van brandstof. Verander de stand van de gashendel van middelhoog toerental naar hoog toerental en trek aan de trekstarthandgreep tot de motor start. Nadat de motor is gestart, begint het snijgarnituur te draaien. Let goed op het snijgarnituur. Als de motor nog steeds niet start, draait u de bougie eruit, maakt u de elektroden droog, en monteert u de bougie weer. Start vervolgens zoals beschreven. Bougiekap ligt eraf. Bevestig hem stevig. Vervuilde bougie. Maak hem schoon. Verkeerde elektrodenafstand van bougie. Stel de elektrodenafstand af. Ander probleem met de bougie. Vervang hem. Probleem met de carburateur. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Trekstarthandgreep kan niet worden uitgetrokken. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Probleem met de aandrijving. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Motor slaat snel af. Motortoerental neemt niet toe. Onvoldoende opgewarmd. Warm de motor op. Chokehendel staat in de stand DICHT ondanks dat de motor opgewarmd is Zet in de stand OPEN. Verstopt brandstoflter. Maak hem schoon. Vervuild of verstopt luchtlter. Maak hem schoon. Probleem met de carburateur. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Probleem met de aandrijving. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Metalen snijblad draait niet. Zet de motor onmiddellijk uit. Bevestigingsmoer van metalen snijblad zit los. Maak goed vast. Takjes zijn rond het metalen blad gewikkeld of verstoppen de beschermkap. Verwijder vreemde voorwerpen. Probleem met de aandrijving. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Motorblok trilt abnormaal sterk. Zet de motor onmiddellijk uit. Metalen snijblad is gebroken, verbogen of versleten. Vervang het metalen snijblad. Bevestigingsmoer van metalen snijblad zit los. Maak goed vast. Bolle deel van het metalen blad is verschoven ten opzichte van het steunvlak. Bevestig hem stevig. Probleem met de aandrijving. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Metalen snijblad stopt niet onmiddellijk. Zet de motor onmiddellijk uit. Hoog stationair toerental. Stel af. Gaskabel is losgeraakt. Bevestig hem stevig. Probleem met de aandrijving. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Motor slaat niet af. Laat de motor stationair draaien en zet de chokehendel in de stand DICHT. Stekker losgeraakt. Bevestig hem stevig. Probleem met het elektrisch systeem. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud.142 Muchas gracias por comprar el equipo motorizado para exteriores de MAKITA. Nos complace recomendarle el producto MAKITA, que es el resultado de un largo programa de desarrollo y muchos años de investigación y experiencia.Lea este folleto que explica en detalle los diferentes aspectos que demostrarán su excelente rendimiento. Le ayudará a obtener los mejores resultados posibles del producto de MAKITA. Tabla de contenido Página Cuando lea el manual de instrucciones se encontrará con los siguientes símbolos. SÍMBOLOS Español (Instrucciones originales) Símbolos p. 142
- Instrucciones de seguridad p. 143
- Datos técnicos p. 147
- Denominación de las piezas p. 148
- Montaje del asidero p. 149
- Montaje del eje exible p. 150
- Montaje del protector p. 151
- Montaje de la cuchilla de metal o del cabezal de corte de nylon p. 153
- Antes de comenzar una operación p. 154
- Manejo correcto de la máquina p. 156
- Cómo poner en marcha y parar el motor p. 158
- Alado de la herramienta de corte p. 161
- Instrucciones de servicio p. 163
- Almacenamiento p. 167
- Localización y solución de averías Lea el manual de instrucciones y respete las advertencias y las precauciones de seguridad¡Preste especial cuidado y atención!Prohibido Mantenga la distancia Peligro de que salgan despedidos objetos ContragolpeNo fumeNo la acerque a llamasDeben utilizarse guantes protectores Utilice botas robustas con suela antideslizante.Se recomienda utilizar botas de seguridad con puntera de aceroMantenga el área de operaciones libre de personas y animalesUtilice un casco de seguridad y protección para los ojos y oídos. Máxima velocidad permitida de la herramientaCombustible (Gasolina)Encendido manual del motorParada de emergenciaPrimeros auxiliosENCENDIDO/ARRANQUEAPAGADO/PARADA143 15 metros Figura de diagrama p. 169
Notice-Facile