HAMTSJ86TFTCF1 - Afzuigkap HAIER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HAMTSJ86TFTCF1 HAIER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Afzuigkap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HAMTSJ86TFTCF1 - HAIER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HAMTSJ86TFTCF1 van het merk HAIER.
GEBRUIKSAANWIJZING HAMTSJ86TFTCF1 HAIER
Instructiehandleiding voor inductiekookplaat NEDERLANDS
Candy Hoover Group Srl verklaart dat de radioapparatuur voldoet aan Richtlijn 2014/53/EU en aan de desbetreffende wettelijke voorschriften (voor de UKCA-markt). De volledige tekst van de conformiteitsverklaring is beschikbaar op het volgende internetadres: www.candy-group.com
1.1 Waarschuwingen voor de veiligheid
Uw veiligheid is belangrijk voor ons. Lees deze informatie voordat u de kookplaat gebruikt.
1.2.1 Gevaar voor elektrische schok
Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u werkzaamheden of onderhoud uitvoert. Aansluiting op een goed geaarde bedrading is essentieel en verplicht. Wijzigingen aan de bedrading in woonhuizen mogen alleen door een gekwalificeerde elektricien worden uitgevoerd. Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot een elektrische schok of de dood.
Wees voorzichtig: de randen van het paneel zijn scherp. Als u niet voorzichtig bent kan dat resulteren in letsel of snijwonden.
1.2.3 Belangrijke veiligheidsinstructies
Lees deze instructies zorgvuldig door voordat u dit apparaat installeert of gebruikt. Er mogen nooit brandbare materialen of producten op dit apparaat worden geplaatst. Stel deze informatie ter beschikking van de persoon die verantwoordelijk is voor het installeren van het apparaat, omdat dit de installatiekosten kan verlagen. Om gevaar te voorkomen, moet dit apparaat worden geïnstalleerd volgens deze installatie-instructies. Dit apparaat mag alleen door een daarvoor gekwalificeerde persoon worden geïnstalleerd en geaard. Dit apparaat moet worden aangesloten op een circuit waarin een isolerende schakelaar is opgenomen die volledige ontkoppeling van de voeding mogelijk maakt.165 Als u het apparaat niet correct installeert, kunnen garantie- of aansprakelijkheidsclaims komen te vervallen. Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met een gebrek aan kennis en ervaring, mits zij onder toezicht worden gehouden of instructies hebben gekregen om het apparaat veilig te kunnen gebruiken en de gevaren begrijpen die ermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Het schoonmaken en het onderhoud mag niet door kinderen worden uitgevoerd als er geen toezicht is. Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, diens servicevertegenwoordiger of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen. Waarschuwing: Als het oppervlak van kookplaten van glas, keramiek of soortgelijke materialen die onder stroom staande onderdelen beschermen gebarsten is, dan schakelt u het apparaat uit om de kans op een elektrische schok te vermijden. Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op de kookplaat worden geplaatst. Ze kunnen namelijk heet worden. U mag geen stoomreiniger gebruiken. Gebruik geen stoomreiniger om de kookplaat schoon te maken. Het apparaat is niet bedoeld te worden gebruikt met een externe timer of afzonderlijk afstandsbedieningssysteem. WAARSCHUWING: Brandgevaar: gebruik de kookoppervlakken niet als bewaarplek voor spullen. Blijf toezien tijdens het bereidingsproces. Een kort bereidingsproces moet continu in het oog worden gehouden. WAARSCHUWING: Onbeheerd koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOIT om brand met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlam dan met bijvoorbeeld een deksel of een branddeken.
1.3 Bediening en onderhoud
1.3.1 Gevaar voor elektrische schok
Kook niet op een gebroken of gebarsten kookplaat. Als het oppervlak van de kookplaat breekt of barst, moet u het apparaat onmiddellijk166 NEDERLANDS
uitschakelen via de netvoeding (wandschakelaar) en contact opnemen met een gekwalificeerde monteur. Schakel de kookplaat uit bij de muur voordat u hem schoonmaakt of onderhoud uitvoert. Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot een elektrische schok of de dood.
1.3.2 Gezondheidsrisico
Dit apparaat voldoet aan de elektromagnetische veiligheidsnormen. Personen met pacemakers of andere elektrische implantaten (zoals insulinepompen) moeten echter hun arts of de fabrikant van het implantaat raadplegen voordat zij dit apparaat gebruiken om er zeker van te zijn dat het elektromagnetische veld geen invloed heeft op hun implantaat. Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot de dood.
1.3.3 Gevaar voor hete oppervlakken
Tijdens het gebruik worden toegankelijke delen van dit apparaat heet genoeg om brandwonden te veroorzaken. Zorg ervoor dat uw lichaam, kleding of enig ander artikel dat geen geschikt kookgerei is niet in contact komt met het inductieglas totdat het oppervlak is afgekoeld. Houd kinderen uit de buurt. De stelen van steelpannen kunnen heet zijn bij aanraken. Controleer of de stelen van steelpannen zich niet boven andere kookzones die zijn ingeschakeld bevinden. Houd de stelen buiten het bereik van kinderen. Het niet opvolgen van dit advies kan brandwonden en -blaren veroorzaken.
Het vlijmscherpe mes van een kookplaatschraper ligt bloot wanneer de veiligheidskap wordt teruggetrokken. Wees uiterst voorzichtig en bewaar altijd veilig en buiten het bereik van kinderen. Als u niet voorzichtig bent kan dat resulteren in letsel of snijwonden.
1.3.5 Belangrijke veiligheidsinstructies
Laat het apparaat nooit onbewaakt achter wanneer het in gebruik is. Overkoken veroorzaakt rook en vetvlekken die kunnen ontbranden.167 Gebruik het apparaat nooit als werk- of opbergoppervlak. Laat geen voorwerpen of bestek op het apparaat achter. Plaats geen magnetiseerbare voorwerpen (bijv. creditcards, geheugenkaarten) of elektronische apparaten (bijv. computers, MP3-spelers) in de buurt van het apparaat. Deze kunnen namelijk worden beïnvloed door het elektromagnetische veld. Gebruik het apparaat nooit om de kamer op te warmen of te verwarmen. Zet na gebruik altijd de kookzones en de kookplaat uit zoals beschreven in deze handleiding (d.w.z. met behulp van de tiptoetsen). Vertrouw niet op de functie voor pandetectie om de kookzones uit te schakelen wanneer u de pannen verwijdert. Laat kinderen niet met het apparaat spelen of erop zitten, staan of klimmen. Bewaar geen voorwerpen die interessant zijn voor kinderen in kasten boven het apparaat. Kinderen die op de kookplaat klimmen, kunnen ernstig gewond raken. Laat kinderen niet alleen of onbeheerd in de ruimte waar het apparaat wordt gebruikt. Bij kinderen of personen met een handicap die hun vermogen om het apparaat te gebruiken beperkt, moet een verantwoordelijke en kundige persoon zijn om hen te helpen bij het gebruik ervan. Deze instructeur moet ervan overtuigd zijn dat zij het apparaat kunnen gebruiken zonder gevaar voor zichzelf of de omgeving. Repareer of vervang geen onderdelen van het apparaat tenzij specifiek aanbevolen in de handleiding. Alle andere onderhoudswerkzaamheden moeten door een gekwalificeerd monteur worden uitgevoerd. Geen zware voorwerpen op uw kookplaat plaatsen of laten vallen. Niet op de kookplaat gaan staan. Gebruik geen pannen met scherpe randen en sleep pannen niet over het oppervlak van het inductieglas, aangezien dit het glas kan krassen. Gebruik geen schuursponsjes of andere schurende reinigingsmiddelen om uw kookplaat schoon te maken. Deze kunnen namelijk het inductieglas krassen. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke en soortgelijke toepassingen zoals: - personeelskeukens in winkels, kantoren en andere werkomgevingen; - boerderijen; - door klanten in hotels, motels en andere woonomgevingen; en - bed-en-breakfastomgevingen.168 NEDERLANDS
WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik worden het apparaat en de toegankelijke delen ervan heet. Voorkom aanraking van de verwarmingselementen. Houd kinderen tot 8 jaar uit de buurt, tenzij zij voortdurend onder toezicht worden gehouden. Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe inductiekookplaat. Wij raden u aan de tijd te nemen om deze instructie-/installatiehandleiding te lezen om volledig te begrijpen hoe u het apparaat moet installeren en gebruiken. Lees vóór installatie de paragraaf over installatie. Lees voor gebruik zorgvuldig alle veiligheidsinstructies en bewaar deze instructie-/installatiehandleiding voor toekomstig gebruik.
2. Productintroductie
2.2 Overzicht aanraakschermen
Koken met inductie is een veilige, geavanceerde, efficiënte en zuinige kooktechnologie. Het werkt door middel van elektromagnetische trillingen die rechtstreeks in de pan warmte opwekken, in plaats van indirect door het glasoppervlak te verwarmen. Het glas wordt alleen heet omdat de pan uiteindelijk warm wordt.
ijzeren pan magnetisch circuit keramische glasplaat inductiespoel geïnduceerde stromen
2.4 Voordat u uw nieuwe inductiekookplaat gebruikt
Lees deze handleiding, besteed in het bijzonder aandacht aan de paragraaf ‘Veiligheidswaarschuwingen’. Verwijder eventuele beschermfolies die nog op uw inductiekookplaat zitten.
2.5 Technische specificatie
Kookplaat HAMTSJ86TFTCF/1 Kookzones 4 zones Voedingsspanning ~220–240 V / 50 Hz of 60 Hz Geïnstalleerde elektrische voeding 7400 W Productgrootte LxBxH (mm) 800x520x56 Inbouwafmetingen AxB (mm) 750 x 480 Het gewicht en de afmetingen zijn bij benadering. Omdat wij voortdurend streven naar verbetering van onze producten kunnen wij specificaties en ontwerpen zonder voorafgaande kennisgeving veranderen.
3. Werking van het product
De bedieningstoetsen reageren op aanraking, dus u hoeft geen druk uit te oefenen. Gebruik uw gehele vingertop, niet alleen het puntje ervan. Zorg ervoor dat de bedieningstoetsen altijd schoon en droog zijn en dat zie niet door een voorwerp (bijv. bestek of een doek) worden afgedekt. Zelfs een dun laagje water kan de toetsen moeilijk te bedienen maken.170 NEDERLANDS
3.2 Het juiste kookgerei kiezen
Gebruik alleen kookgerei met een bodem die geschikt is voor koken met inductie. Kijk naar het inductiesymbool op de verpakking of op de onderkant van de pan.
U kunt controleren of uw kookgerei geschikt is door een magneettest uit te voeren. Beweeg een magneet naar de onderkant van de pan. Als hij wordt aangetrokken tot de pan, dan is de pan geschikt voor inductie. Als u geen magneet heeft:
1. Doe wat water in de pan die u wilt controleren.
2. Als ‘U’ niet wordt weergegeven op het scherm en het water opwarmt, dan is de pan geschikt.
Kookgerei dat is gemaakt van de volgende materialen is niet geschikt: puur roestvrij staal, aluminium of koper zonder magneetbasis, glas, hout, porselein, keramiek en aardewerk. Gebruik geen kookgerei met scherpe randen of een kromme bodem. Controleer of de onderkant van uw pan glad is, plat op het glas staat en is net zo groot is als de kookzone. Gebruik pannen waarvan de diameter net zo groot is als de weergave van de geselecteerde zone. Als de pan iets breder is, zal de energie optimaal worden gebruikt. Als u een kleinere pan gebruikt, kan dit minder efficiënt zijn dan verwacht. Een pan die kleiner is dan 80 mm wordt mogelijk niet herkend door de kookplaat. Plaats uw pan altijd in het midden van de kookzone. Til pannen altijd van de inductiekookplaat – niet verschuiven, hierdoor kan het glas krassen.171 Pannen selecteren
IJzeren koekenpan voor bakken in olie Roestvrij staal IJzeren pan IJzeren ketel Roestvrijstalen ketel met email Emaillen kookgerei
U kunt een aantal verschillende potten/pannen hebben
1. Deze inductiekookplaat kan verschillende potten/pannen identificeren, die u kunt testen
met een van de volgende methoden: Plaats de pot/pan op de kookzone. Als de bijbehorende kookzone een vermogensniveau weergeeft, dan is de pot/pan geschikt. Als de ‘U’ knippert, dan is de pan niet geschikt voor gebruik met de inductiekookplaat.
2. Houd een magneet bij de pot/pan. Als de magneet door de pot/pan wordt aangetrokken,
dan is die geschikt voor gebruik met de inductiekookplaat. Opmerking: De onderkant van de pot/pan moet magnetisch materiaal bevatten. De pan moet een vlakke bodem hebben met een diameter in overeenstemming met tabel 1 hieronder.
3. Gebruik uitsluitend ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd staal, gietijzer of
roestvrij staal, maar wel compatibel met inductie
4. Gebruik pannen waarvan de diameter van het ferromagnetische gebied (de bodem van
de pan) zich binnen het bereik van de afmetingen in de onderstaande tabel bevindt. (tabel 1) - Als u kleinere potten/pannen gebruikt, kan dit invloed hebben op de prestatie - Als u pot/pan met een diameter kleiner dan die aangegeven in de tabel 1 gebruikt, kan het zijn dat potten/pannen niet worden gedetecteerd Volgens de afmeting van de zone kunt u potten/pannen van verschillende diameters gebruiken zoals hieronder afgebeeld:172 NEDERLANDS
5. Als het ferromagnetische gedeelte slechts gedeeltelijk de bodem van de pan bedekt, dan
warmt alleen de ferromagnetische zone op. De rest van de bodem warmt dan mogelijk niet op tot een temperatuur die hoog genoeg is om mee te koken.
6. Als het ferromagnetische gebied niet homogeen is, maar ook andere materialen zoals
aluminium bevat, dan kan dit invloed hebben op de opwarming en de detectie van de pan. Als de onderkant van de pan gelijk is aan de foto's hieronder, dan kon de pan niet worden gedetecteerd.
De basisdiameter van inductiekookgerei Kookzone Minimaal Maximaal 1 en 2
220*400 Het bovenstaande kan variëren afhankelijk van de grootte van de pan en het materiaal waarvan deze is gemaakt.
3.3 Hoe te gebruiken
3.3.1 Beginnen met koken
Raak de AAN/UIT-toets drie seconden lang aan. Na het inschakelen piept de zoemer eenmaal, wordt het aanraakscherm ingeschakeld en gaat de inductiekookplaat in de stand-bystand.
Plaats een geschikte pan op de kookzone die u wilt gebruiken.
- Zorg ervoor dat de onderkant van de pan en het oppervlak van de kookzone schoon en droog zijn.173 Als u de schuifregelaar van de verwarmingszone aanraakt, verschijnt het scherm met het ingestelde vermogen.
Selecteer het gewenste vermogensniveau met de horizontale schuifregelaar of door op de directe toetsen onderaan het display te drukken.
Als het scherm weergeeft Dit betekent dat: u geen pan op de juiste kookzone hebt geplaatst, of de pan die u gebruikt niet geschikt is voor koken met inductie, of de pan is te klein of is niet goed in het midden van de kookzone geplaatst. Er vindt geen verwarming plaats tenzij zich een geschikte pan op de kookzone bevindt. Het display wordt na 2 minuten automatisch uitgeschakeld als er geen geschikte pan op staat.
3.3.2 Klaar met koken
U kunt het koken in twee verschillende standen stoppen:
1. Selecteer de actieve zone en zet het vermogensniveau
handmatig op ‘0’ met de horizontale schuifregelaar.
2. Veeg naar links of rechts (links voor zones aan de
linkerkant, rechts voor zones aan de rechterkant) tot de ‘x’ verschijnt en druk erop om het koken te stoppen.
Of schakel de kookzone uit door naar links te vegen en de op de actieve zone aan te raken om het koken te stoppen.
Zet het hele kookplaat uit door de AAN/UIT-toets aan te raken.
Pas op voor hete oppervlakken Er verschijnt een ‘H’-symbool verschijnt op de kookzones om aan te geven dat de zone heet is. Het symbool blijft zichtbaar tot het oppervlak is afgekoeld tot een veilige temperatuur.174 NEDERLANDS
3.3.3 Gebruik van de Boost-functie
De Boost-functie activeren Raak de schuifregelaar van de verwarmingszone aan
Veeg naar links tot een ‘B’ verschijnt en druk op
De boost-functie annuleren Raak de schuifregelaar aan van de verwarmingszone waarbij u de Boost-functie wilt annuleren. Kies een ander niveau dan ‘B’.
Schakel de kookzone uit door naar links te vegen op de actieve zone om het koken te stoppen.
De functie werkt in elke kookzone. De kookzone keert na 5 minuten terug naar de oorspronkelijke instelling. Als de originele warmte-instelling gelijk is aan 0, keert deze na 5 minuten terug naar 14.
Naar de menubediening gaan Veeg gewoon over de fijne lijn in het middelste scherm. Ga nu naar de menubediening.
Dit gebied kan worden gebruikt als één enkele zone of als vier onafhankelijke zones, al naar gelang de kookbehoeften op elk gewenst moment. Het flexibele gebied bestaat uit 4 onafhankelijke inductoren die los van elkaar kunnen worden bediend. Wanneer u met één enkele zone werkt, wordt het deel dat niet door kookgerei wordt afgedekt na één minuut automatisch uitgeschakeld. Voor een correcte warmtedistributie te verlenen, moet het kookgerei juist worden geplaatst: - In elke inductiespoel van de flexibele zone wanneer het kookgerei tussen de 80 en 200 mm is. - In het grote gebied wanneer het kookgerei groter is dan 200 mm.175 Als een grote zone Om het flexibele gebied als één grote zone te activeren, veegt u gewoon de menubediening naar beneden en kiest u de bediening van het flexibele gebied.
De vermogensinstelling werkt als bij elk ander normaal gebied. Als de pan van voren naar achteren (of omgekeerd) wordt verplaatst, detecteert het flexibele gebied automatisch de nieuwe positie en houdt hetzelfde vermogen. Om nog een pan toe te voegen, deactiveert u het flexibele gebied met een druk op de speciale knop, om het kookgerei te detecteren. Als vier onafhankelijke zones Om het flexibele gebied als vier verschillende zones met twee verschillende vermogensinstellingen te gebruiken, activeert u de toets voor het flexibele gebied niet. Voorbeelden van goede en slechte plaatsing van pannen
Dit gebied kan het vermogen instellen op basis van de positie van de pan. Als de pan onderaan het flexibele gebied staat, wordt het vermogen ingesteld op niveau 2. Als de pan in het midden van het flexibele gebied staat, wordt het vermogen ingesteld op niveau 10. Als de pan bovenaan het flexibele gebied staat, wordt het vermogen ingesteld op niveau 14. Varycook Om het Varycook-gedeelte te activeren, veegt u gewoon de menubediening naar beneden en kiest u de Varycook-toets.
Verplaats de pan van positie, het vermogen zal automatisch veranderen. Varycook annuleren Druk op de toets van het flexibele gebied om de kookzone uit te schakelen.176 NEDERLANDS
U kunt de bedieningselementen vergrendelen om onbedoeld gebruik te voorkomen (bijvoorbeeld kinderen die per ongeluk de kookzones aanzetten). Wanneer de bedieningselementen zijn vergrendeld, worden alle bedieningselementen uitgeschakeld, behalve de AAN/UIT-toets. De bedieningselementen vergrendelen Raak de toetsvergrendeling aan en houd een tijdje vast.
De bedieningselementen ontgrendelen Raak de toetsvergrendeling aan en houd een tijdje vast.
Wanneer de kookplaat zich in de vergrendelde modus bevindt, zijn alle bedieningselementen uitgeschakeld, behalve de AAN/UIT-toets . U kunt de inductiekookplaat in noodgevallen altijd uitschakelen met de AAN/UIT-toets , maar u moet bij het volgende gebruik eerst de kookplaat ontgrendelen.
U kunt de verwarming pauzeren in plaats van de kookplaat uitschakelen. Wanneer de pauze wordt geactiveerd, worden alle actieve kookzones in de pauzestand gezet. Naar de pauzemodus gaan Om de pauzemodus te activeren, veegt u gewoon naar beneden over de menubediening en kiest u de bediening van de pauzemodus.
De pauzemodus verlaten Om de pauzemodus uit te schakelen, veegt u gewoon de menubediening omlaag en kiest u opnieuw de bediening van de pauzemodus.
Wanneer de kookplaat in de pauzestand staat, kunt u de inductiekookplaat in noodgevallen altijd uitschakelen met de AAN/UIT-toets . De kookplaat zal na 10 minuten uitschakelen als u de pauzestand niet verlaat.
3.3.9 Vermogensbeheerfunctie
Het is mogelijk om een maximaal vermogensniveau voor de inductiekookplaat in te stellen, waarbij verschillende vermogensbereiken worden gekozen. Inductiekookplaten zijn in staat zichzelf automatisch te beperken om op lager vermogen te werken, om het risico van overbelasting te voorkomen.177 Om de energiebeheermodus te activeren, veegt u gewoon de menubediening naar beneden kiest u de . Kies dan de toets voor de vermogensbeheermodus.
Overschakelen naar een ander niveau Er zijn 5 vermogensniveaus, van ‘2,5 kW’ tot ‘7,4 kW’. Schuif en kies een ervan en druk op ‘2,5kW’: het maximaal vermogen is 2,5 kW. ‘3,5kW’: het maximaal vermogen is 3,5 kW. ‘4,5kW’: het maximaal vermogen is 4,5 kW. ‘5,5kW’: het maximaal vermogen is 5,5 kW. ‘7,4kW’: het maximaal vermogen is 7,4 kW.
Eén zone instellen Raak de schuifregelaar van de verwarmingszone aan en kies de timerregeling.
Stel de tijd in door de timertoetsen aan te raken.
Wanneer de tijd is ingesteld, wordt automatisch begonnen met aftellen.
Wanneer de kooktimer afloopt, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld.
Andere kookzones blijven functioneren als ze eerder zijn ingeschakeld.178 NEDERLANDS
3.3.11 Standaard werktijden
Automatische uitschakeling is een veiligheidsfunctie voor uw inductiekookplaat. Het schakelt automatisch alles uit als u ooit vergeet uw kookplaat uit te schakelen. De standaard werktijden voor verschillende vermogensniveaus worden weergegeven in de onderstaande tabel: Vermogensniveau
Standaard werktimer (uur)
Standaard werktimer (uur)
Wanneer de pan wordt verwijderd, kan de inductiekookplaat onmiddellijk stoppen met verwarmen en wordt de kookplaat na 2 minuten automatisch uitgeschakeld.
Mensen met een pacemaker moeten hun arts raadplegen voordat ze dit toestel gebruiken.
Allereerst moet u hOn-app downloaden en op uw draagbare toestel installeren. Registreer dan uw kookplaat. Raadpleeg de bijlage voor meer informatie. Gebruik het volgende proces om de kookplaat en de app te koppelen: ‘Cook with me’ instellen Veeg de menubediening omlaag en kies de instellingentoets om de kookplaat en de app met elkaar te koppelen.
Kies de toets voor de netwerkinstellingen.
Kies de toets voor verbinden met de app.
Stel met uw mobiele apparaat het netwerk in op de app.
Als de kookplaat en de app succesvolle met elkaar zijn verbonden, dan zal de wifiknop oplichten.179 Download de app
3.3.13 Speciale functie
Smelten Warm houden Sudderen Koken
De speciale functie instellen Raak de schuifregelaar van de verwarmingszone aan. Raak de gewenste functie aan.
Het display toont het bijbehorende pictogram.
4. Bereidingsrichtlijnen
Wees voorzichtig bij het bakken, want de olie en het vet warmen snel op, vooral als u PowerBoost gebruikt. Bij extreem hoge temperaturen zal olie en vet spontaan ontbranden en dit vormt een ernstig brandgevaar.
Verlaag de temperatuurinstelling als voedsel aan de kook komt. Door het gebruik van een deksel neemt de kooktijd af en bespaart u energie door de warmte te behouden. Beperk de hoeveelheid vloeistof of vet om de kooktijden te verkorten. Begin de bereiding op een hoge stand en verlaag de stand wanneer het goed doorgewarmd is.
4.1.1 Sudderen, rijst koken
Sudderen gebeurt net onder het kookpunt, bij ongeveer 85°C, wanneer de belletjes net af en toe naar het oppervlak van de kookvloeistof stijgen. Het is de sleutel tot heerlijke soepen en malse stoofpotten, omdat de smaken zich ontwikkelen zonder dat het voedsel te veel wordt doorgekookt. Sauzen op basis van ei en ingedikt met bloem kunt u ook het beste onder het kookpunt bereiden. Sommige taken, waaronder het koken van rijst volgens de absorptiemethode, vereisen mogelijk een hogere instelling dan de laagste instelling om ervoor te zorgen dat het voedsel helemaal is doorgekookt in de aanbevolen tijd.180 NEDERLANDS
4.1.2 Biefstuk aanbraden
Voor het bereiden van sappige, smakelijke biefstukken:
1. Lat het vlees in ongeveer 20 minuten op kamertemperatuur komen voordat u het bereidt.
2. Verhit een koekenpan met dikke bodem.
3. Bestrijk beide zijden van de biefstuk met olie. Doe een kleine beetje olie in de hete pan en laat het vlees
vervolgens in de hete pan zakken.
4. Draai de biefstuk slechts één keer om tijdens de bereiding. De exacte kooktijd hangt af van de dikte van het
biefstuk en welke bereiding u wilt. De tijden kunnen variëren van ongeveer 2–8 minuten per kant. Druk op de biefstuk om in te schatten hoe gaar deze is; hoe steviger de biefstuk aanvoelt, hoe meer doorbakken hij is.
5. Laat de biefstuk voordat u hem opdient een paar minuten rusten op een warm bord zodat het vlees ontspant
en heerlijk mals wordt.
4.1.3 Voor roerbakken
1. Kies een wok met vlakke bodem of een grote koekenpan die geschikt is voor inductie.
2. Zorg dat alle ingrediënten en materialen klaar staan. Roerbakken moet snel worden uitgevoerd. Als u grote
hoeveelheden kookt, dan bereidt u het voedsel in meerdere kleinere hoeveelheden.
3. Verwarm de pan even voor en voeg twee eetlepels olie toe.
4. Bak eventueel vlees eerst, leg het daarna opzij en houd het warm.
5. Roerbak de groenten. Wanneer ze heet maar nog knapperig zijn, zet u de kookzone naar een lagere
instelling, doet u het vlees weer in de pan en voegt u de saus toe.
6. Roer de ingrediënten voorzichtig door om ervoor te zorgen dat ze goed worden doorgewarmd.
4.2 Detectie van kleine voorwerpen
Wanneer een ongeschikte maat of niet-magnetische pan (bijv. aluminium) of een ander klein item (bijv. mes, vork, sleutel) op de kookplaat is achtergelaten, gaat de kookplaat na 1 minuut automatisch in stand-by. De ventilator zal de inductiekookplaat nog 1 minuut verder afkoelen.
5. Warmte-instellingen
De onderstaande instellingen zijn alleen richtlijnen. De exacte instelling hangt af van verschillende factoren, waaronder uw kookgerei en de hoeveelheid die u aan het koken bent. Experimenteer met de inductiekookplaat om de instellingen te vinden die het beste bij u passen. Warmte-instelling Geschiktheid 1–2 delicate opwarming voor kleine hoeveelheden voedsel smelten van chocolade, boter en voedingsmiddelen die snel verbranden zacht sudderen langzaam opwarmen 3–5 opnieuw opwarmen snel sudderen rijst koken 6–11 pannenkoeken 12–13 bakken pasta koken 14/P roerbakken aanbraden soep aan de kook brengen kokend water181
6. Onderhoud en reiniging
Wat? Hoe? Belangrijk!
Dagelijks vuil op glas (vingerafdrukken, sporen, vlekken die door voedsel of niet- suikerige gemorste etenswaren op het glas achterblijven)
1. Schakel de stroom naar de kookplaat
2. Gebruik een kookplaatreiniger terwijl
het glas nog warm is (maar niet heet!).
3. Spoel af en droog af met een schone
doek of keukenpapier.
4. Schakel de stroom naar de kookplaat
weer in. Wanneer de stroom naar de kookplaat is uitgeschakeld, is er geen indicatie van een ‘warm oppervlak’, maar de kookzone kan nog steeds heet zijn! Wees uiterst voorzichtig. Schuursponsjes voor intensief gebruik, sommige nylon schuursponsjes en agressieve/schurende schoonmaakmiddelen kunnen krassen achterlaten op het glas. Lees altijd het etiket om te controleren of uw schoonmaakmiddel of schuursponsje geschikt is. Laat geen restanten van reinigingsmiddelen achter op de kookplaat; dit kan vlekken achterlaten op het glas. Resten van overkoken, smelten en hete suikerige gemorste etenswaren op het glas Verwijder deze onmiddellijk met een bakspatel, paletmes of scheermesschraper die geschikt is voor kookplaten met inductieglas, maar pas op voor hete kookzoneoppervlakken:
1. Schakel de stroom naar de kookplaat
2. Houd het mes of gerei in een hoek van
30° en schraap het vuil of het gemorste naar een koel gedeelte van de kookplaat.
3. Veeg het vuil of de gemorste resten af
met een vaatdoekje of keukenpapier.
4. Volg de stappen 2 tot en met 4 bij
‘Dagelijks vuil op glas’ hierboven. Verwijder vlekken die achterblijven door smelten en suikerachtig voedsel of resten van overkoken zo snel mogelijk. Als u op het laat afkoelen op het glas, kan het lastig te verwijderen zijn en zelfs het glasoppervlak permanent beschadigen. Snijgevaar: Wanneer de bescherming is teruggetrokken, is het mes van een schraper vlijmscherp. Wees uiterst voorzichtig en bewaar altijd veilig en buiten het bereik van kinderen. Resten van overgekookt voedsel op de tiptoetsen
1. Schakel de stroom naar de kookplaat
2. Laat de resten weken
3. Veeg de tiptoetsen schoon met een
schone vochtige spons of doek.
4. Veeg het oppervlak helemaal droog
5. Schakel de stroom naar de kookplaat
weer in. De kookplaat kan piepen en zichzelf uitschakelen en de tiptoetsen functioneren mogelijk niet als er vloeistof op ligt. Zorg ervoor dat de tiptoetsen droog zijn geveegd voordat u de kookplaat weer inschakelt.182 NEDERLANDS
Probleem Mogelijke oorzaken Wat u moet doen De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. Geen stroom. Zorg ervoor dat de inductiekookplaat op de voeding is aangesloten en dat de inductiekookplaat aan staat. Controleer of de stroom in uw huis of omgeving is uitgevallen. Als u alles hebt gecontroleerd en het probleem blijft bestaan, bel dan een gekwalificeerde monteur. De tiptoetsen reageren niet. De bedieningselementen zijn vergrendeld. Ontgrendel de bedieningselementen. Raadpleeg de paragraaf ‘Uw inductiekookplaat gebruiken’ voor instructies. De tiptoetsen zijn moeilijk te bedienen. Er kan een dun laagje water op de bedieningselementen liggen of u gebruikt het puntje van uw vinger bij het aanraken van de bedieningselementen. Zorg ervoor dat de tiptoetsen droog zijn gebruik uw gehele vingertop bij het aanraken van de bedieningselementen. Het glas wordt bekrast. Scherp kookgerei. Gebruik kookgerei met een vlakke en gladde bodem. Raadpleeg ‘Het juiste kookgerei kiezen’.
Ongeschikte, schurende schuursponsjes of reinigingsmiddelen gebruikt. Zie ‘Onderhoud en reiniging’. Sommige pannen maken krakende of het klikkende geluiden. Dit kan worden veroorzaakt door de constructie van uw kookgerei (lagen van verschillende metalen die anders vibreren). Dit is normaal voor kookgerei en geeft geen fout aan. De inductiekookplaat maakt een laag zoemend geluid wanneer gebruikt met een hoge warmte-instelling. Dit wordt veroorzaakt door de technologie van koken met inductie. Dit is normaal, maar het geluid moet stiller worden of volledig verdwijnen wanneer u de warmte-instelling verlaagt. Ventilatorgeluid afkomstig van de inductiekookplaat. Er is een ingebouwde koelventilator ingebouwd in uw inductiekookplaat om te voorkomen dat de elektronica oververhit raakt. Deze kan blijven draaien, zelfs nadat u de inductiekookplaat hebt uitgeschakeld. Dit is normaal en er is geen actie nodig. Schakel de voeding naar de inductiekookplaat niet uit bij de muur terwijl de ventilator draait. Pannen worden niet heet en [X] verschijnt op het display. De inductiekookplaat kan de pan niet detecteren omdat deze niet geschikt is voor inductie. Gebruik kookgerei dat geschikt is voor koken met inductie. Raadpleeg de paragraaf ‘Het juiste kookgerei kiezen’.
De inductiekookplaat kan de pan niet detecteren omdat deze te klein is voor de kookzone of er niet goed centraal op staat. Plaats de pan in het midden van de kookzone en zorg ervoor dat de bodem overeenkomt met de grootte van de kookzone. De inductiekookplaat of een kookzone heeft zichzelf onverwacht uitgeschakeld, er klinkt een waarschuwingstoon en er wordt een foutcode weergegeven (meestal afwisselend één of twee cijfers in het display van de kooktimer). Technische fout. Noteer de foutletters en -nummers, schakel de voeding naar de inductiekookplaat uit bij de muur en neem contact op met een gekwalificeerd monteur.183
8. Weergave van storing en inspectie
De inductiekookplaat is uitgerust met een zelfdiagnosefunctie. Met deze test kan de monteur het functioneren van verschillende onderdelen controleren zonder de kookplaat te demonteren of uit het aanrechtblad te verwijderen. Problemen oplossen
1) Storingscode die optreedt tijdens het gebruik door klant, plus oplossing.
De voedingsspanning is lager dan de nominale spanning. Controleer of de stroomtoevoer normaal is. Zet aan als de stroomtoevoer weer normaal is.
Hoge temperatuur van sensor keramische plaat. Wacht tot de temperatuur van de keramische plaat weer normaal is. Raak de AAN/UIT-toets aan om de eenheid opnieuw op te starten.
Hoge temperatuur van IGBT. Wacht tot de temperatuur van de IGBT weer normaal is. Raak de AAN/UIT-toets aan om de eenheid opnieuw op te starten. Controleer of de ventilator soepel loopt; zo niet, vervang dan de ventilator.
Hoge temperatuur van scherm. Wacht tot de temperatuur van het scherm weer normaal is. Raak de AAN/UIT-toets aan om de eenheid opnieuw op te starten. Geen automatisch herstel
Storing temperatuursensor keramische plaat – kortsluiting. Controleer de aansluiting of vervang de temperatuursensor van de keramische plaat.
Storing temperatuursensor keramische plaat – open circuit.
Storing temperatuursensor keramische plaat – ongeldig.
Storing temperatuursensor van de IGBT – kortsluiting. Vervang de voedingsmodule.
De verbinding tussen de displayplaat en het moederbord is verstoord Controleer de verbinding tussen de displayplaat en het moederbord.
De verbinding tussen de displayplaat en het scherm is verstoord. Controleer de verbinding tussen de displayplaat en het moederbord.184 NEDERLANDS
Storing Probleem Oplossing A Oplossing B De led-display licht niet op wanneer de stekker in het stopcontact zit. Er wordt geen stroom toegevoerd. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit en of de contactdoos goed werkt.
Storing in aansluiting van de hulpvoedingsmodule en de displayplaat. Controleer de aansluiting.
De hulpvoedingsmodule is beschadigd. Vervang de hulpvoedingsmodule.
De displayplaat is beschadigd. Vervang de displayplaat.
Sommige knoppen werken mogelijk niet of de led-display is niet normaal. De displayplaat is beschadigd. Vervang de displayplaat.
De bereidingsmodusindicator gaat branden, maar het verwarmen start niet. Hoge temperatuur van de kookplaat. De omgevingstemperatuur kan te hoog zijn. Luchtinvoer of luchtuitlaat mogelijk geblokkeerd.
Er is iets mis met de ventilator. Controleer of de ventilator soepel draait; zo niet, vervang dan de ventilator.
De voedingsmodule is beschadigd. Vervang de voedingsmodule.
Het verwarmen stopt plotseling tijdens het gebruik en op het display knippert ‘u’. Verkeerd type pan. Gebruik de juiste pan (raadpleeg de instructiehandleiding). Het pandetectiecircuit is beschadigd, vervang de vermogensmodule. De diameter van de pan is te klein. De kookplaat is oververhit; De eenheid is oververhit. Wacht tot de temperatuur weer normaal is. Druk op de AAN/UIT-toets om de eenheid opnieuw op te starten. De verwarmingszones aan dezelfde kant (zoals de eerste en de tweede zone) moeten ‘u’ weergegeven. Storing in de aansluiting van de voedingsmodule en de displayplaat; Controleer de aansluiting.
De displayplaat van het communicatiedeel is beschadigd. Vervang de displayplaat.
Het moederbord is beschadigd. Vervang de voedingsmodule.
De bovenstaande informatie is de beoordeling en inspectie van gebruikelijke storingen. Haal de eenheid niet zelf uit elkaar om gevaren en schade aan de inductiekookplaat te voorkomen.185
9.1 Keuze van installatiematerialen
Maak een opening in het aanrechtblad volgens de in de tekening getoonde afmetingen. Voor installatie en gebruik moet een minimale ruimte van 5 cm rondom het gat behouden blijven. Zorg ervoor dat het aanrechtblad ten minste 30 mm dik is. Kies een aanrechtblad van hittebestendig en geïsoleerd materiaal (hout en soortgelijk vezelachtig of vochtopnemend materiaal mag niet worden gebruikt als aanrechtbladmateriaal, tenzij het geïmpregneerd is) om elektrische schokken en vervorming veroorzaakt door hittestraling van de kookplaat te voorkomen. Zoals hieronder aangegeven:
Opmerking: De veiligheidsafstand tussen de zijkanten van de kookplaat en de binnenoppervlakken van het aanrechtblad moet ten minste 3 mm zijn.
750 ±1 480 ±1 50 min. 3 min. Zorg er altijd voor dat de inductiekookplaat goed geventileerd is en dat de luchtinlaat en -uitlaat niet geblokkeerd worden. Zorg ervoor dat de inductiekookplaat goed werkt. Zoals hieronder weergegeven
Opmerking: De veiligheidsafstand tussen de kookplaat en de kast boven de kookplaat moet ten minste 760 mm zijn.
WAARSCHUWING: Toereikende ventilatie waarborgen Zorg er voor dat de inductiekookplaat goed geventileerd is en dat de luchtinlaat en -uitlaat niet geblokkeerd worden. Om onbedoelde aanraking met de oververhittende bodem van de kookplaat, of het krijgen van een onverwachte elektrische schok, te voorkomen, moet een houten inzetstuk met schroeven worden vastgezet op een minimale afstand van 50 mm van de bodem van de kookplaat. Volg de onderstaande vereisten.
Er zijn ventilatiegaten rond de buitenkant van de kookplaat. Zorg ervoor dat deze gaten NIET geblokkeerd worden door het aanrechtblad wanneer u de kookplaat op zijn plaats zet.
Let er op dat de lijm die waarmee het plastic of het houten materiaal wordt gelijmd, bestand is tegen een temperatuur van niet lager dan 150°C, om te voorkomen dat het paneel loskomt. De achterwand, de aangrenzende en de omringende oppervlakken moeten daarom bestand zijn tegen een temperatuur van 90°C.
9.2 Voordat u de kookplaat installeert, moet u het volgende
controleren Het werkoppervlak is vierkant en waterpas, en er zijn geen structurele delen die niet voldoen aan de ruimtevereisten. Het werkoppervlak is gemaakt van een hittebestendig en geïsoleerd materiaal. Als de kookplaat boven een oven is geïnstalleerd, heeft de oven een ingebouwde koelventilator. De installatie moet voldoen aan alle ruimtevereisten en de toepasselijke normen en voorschriften. Een geschikte scheidingsschakelaar voor volledige ontkoppeling van de netvoeding is geïntegreerd in de permanente bedrading, gemonteerd en geplaatst om te voldoen aan de lokale bedradingsregels en - voorschriften. De scheidingsschakelaar moet van een goedgekeurd type zijn en een scheiding met een luchtopening bij alle polen bieden van 3 mm (of bij alle actieve [fase]geleiders als de lokale bedradingsregels deze variatie op de vereisten toestaan). De scheidingsschakelaar moet gemakkelijk toegankelijk zijn voor de klant als de kookplaat is geïnstalleerd. U raadpleegt de lokale bouwautoriteiten en statuten als u twijfelt over de installatie. U gebruikt hittebestendige en gemakkelijk te reinigen afwerkingen (zoals keramische tegels) voor de wandoppervlakken die de kookplaat omringen. Min. 5 cm Max. 5 mm Max. 5 mm187
9.3 Nadat de kookplaat is geïnstalleerd, moet u het volgende
controleren De voedingskabel is niet toegankelijk via kastdeuren of laden. Er is voldoende frisse lucht van buiten de kasten naar de onderkant van de kookplaat. Als de kookplaat boven een lade of kastruimte is geïnstalleerd, moet onder de onderkant van de kookplaat een thermische beschermingsbarrière zijn geplaatst. De scheidingsschakelaar is gemakkelijk toegankelijk voor de klant.
9.4 Voordat de bevestigingsbeugels worden geplaatst
Het toestel moet op een stabiel, glad oppervlak worden geplaatst (gebruik de verpakking). Oefen geen kracht uit op de bedieningselementen die naar buiten steken vanuit de kookplaat.
9.5 De positie van de beugels aanpassen
Bevestig de kookplaat op het werkoppervlak door de 6 beugels aan de onderkant van de kookplaat te schroeven (zie afbeelding) na installatie. Pas de positie van de beugels aan de betreffende dikte van het aanrechtblad aan.
De beugels mogen na installatie nooit de binnenoppervlakken van het aanrechtblad raken (zie afbeelding).
9.6 Voorzorgsmaatregelen
1. De inductiekookplaat moet worden geïnstalleerd door gekwalificeerd personeel of gekwalificeerde monteurs.
Wij hebben professionals voor u klaar staan. Voer deze handeling nooit zelf uit.
2. De kookplaat mag niet direct boven een vaatwasser, koelkast, vriezer, wasmachine of wasdroger worden
geïnstalleerd, omdat het vocht daarvan de elektronica van de kookplaat kan beschadigen.
3. De inductiekookplaat moet zodanig worden geïnstalleerd dat een betere hittestraling kan worden
gegarandeerd om de betrouwbaarheid van de kookplaat te vergroten.
4. De wand en de geïnduceerde verwarmingszone boven het aanrechtbladoppervlak moeten bestand zijn tegen
5. Om beschadiging te voorkomen, moeten de sandwichlaag en lijm bestand zijn tegen hitte.
6. U mag geen stoomreiniger gebruiken.
9.7 De kookplaat aansluiten op de netvoeding
Deze kookplaat mag alleen door een passend gekwalificeerde persoon worden aangesloten op de netvoeding. Voordat u de kookplaat aansluit op de netvoeding, moet u het volgende controleren:
1. Het huishoudelijke bedradingssysteem is geschikt voor het vermogen van de kookplaat.
2. De spanning komt overeen met de waarde aangegeven op het typeplaatje
3. De voedingskabelsecties zijn bestand tegen de op het typeplaatje gespecificeerde belasting.
Gebruik geen adapters, begrenzers of extra stekkerdozen om de kookplaat aan te sluiten op de netvoeding; dit kan oververhitting en brand kunnen veroorzaken. De voedingskabel mag geen warme onderdelen aanraken en moet zodanige worden geplaatst dat de temperatuur op geen enkel punt hoger is dan 75°C.
Controleer met een elektricien of het huishoudelijke bedradingssysteem zonder aanpassingen geschikt is. Eventuele wijzigingen mogen alleen door een gekwalificeerde elektricien worden aangebracht.
Als het totale aantal verwarmingseenheden van het door u gekozen apparaat niet lager is dan 4, kan het apparaat rechtstreeks op het elektriciteitsnet worden aangesloten via een eenfasige elektrische aansluiting, zoals hieronder aangegeven.
Geel/groen Zwart Bruin Blauw189 Als het snoer beschadigd is of moet worden vervangen, moet dit met speciaal gereedschap worden uitgevoerd door de aftersales-vertegenwoordiger, om ongevallen te voorkomen. Als het apparaat rechtstreeks op het elektriciteitsnet wordt aangesloten, moet een meerpolige stroomonderbreker worden geïnstalleerd met een minimale opening van 3 mm tussen de contacten. De installateur moet ervoor zorgen dat de juiste elektrische aansluiting is uitgevoerd en dat alles voldoet aan de veiligheidsvoorschriften. De kabel mag niet gebogen of samengedrukt zijn. De kabel moet regelmatig worden gecontroleerd en mag alleen worden vervangen door erkende monteurs.
Het bodemoppervlak en het stroomsnoer van de kookplaat zijn na installatie niet toegankelijk.
Dit apparaat is gemarkeerd conform richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Door ervoor te zorgen dat dit apparaat correct wordt verwijderd, helpt u eventuele schade aan het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen, wat anders zou kunnen worden veroorzaakt als het op de verkeerde manier zou worden verwijderd. Het symbool op het product geeft aan dat dit product niet als normaal huishoudelijk afval mag worden behandeld. Het moet naar een inzamelpunt voor het recyclen van elektrische en elektronische goederen worden gebracht. Dit apparaat vereist gespecialiseerde afvalverwijdering. Voor meer informatie over de verwerking, terugwinning en recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw gemeente, uw huisvuilverwijderingsdienst of de winkel waar u het product heeft gekocht. Voor gedetailleerde informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product neemt u contact op met het gemeentekantoor in uw woonplaats, de dienst voor verwijdering van huishoudelijk afval of de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. VERWIJDERING: Gooi dit product niet weg als ongesorteerd huishoudelijk afval. Dergelijk afval moet gescheiden worden ingezameld voor een speciale behandeling.
Productinformatie voor huishoudelijke elektrische kookplaten die voldoen aan Verordening (EU) nr. 66/2014 van de Commissie
Positie Symbool Waarde Eenheid
Identificatie van het model
Elektrische kookplaat
Aantal kookzones en/of - gebieden Zones
Verwarmingstechnologie (inductiekookzones en kookgebieden, stralingskookzones, vaste platen) Inductiekookzones
Inductiekookgebieden
Voor cirkelvormige kookzones of -gebieden: diameter van nuttig oppervlak per elektrisch verwarmde kookzone, afgerond tot op de dichtstbijzijnde 5 mm Linksachter
Voor niet-circulaire kookzones of -gebieden: lengte en breedte van het nuttige oppervlak per elektrisch verwarmde kookzone of -gebied, afgerond op 5 mm Linkergebied
Energieverbruik voor kookzone of -gebied, berekend per kg Linkergebied EV elektrisch koken 192,4 Wh/kg Centraal EV elektrisch koken 172,3 Wh/kg Middenvoor EV elektrisch koken
Wh/kg Energieverbruik voor de kookplaat berekend per kg
EV elektrische kookplaat 185,3 Wh/kg Toegepaste standaard: EN 60350-2 Huishoudelijke elektrische kooktoestellen - Deel 2: Kookplaten - Methoden voor het meten van de prestaties Suggesties voor energiebesparing:
- Om het beste rendement uit uw kookplaat te behalen, moet u de pan in het midden van de kookzone plaatsen.
- Door het gebruik van een deksel neemt de kooktijd af en bespaart u energie door de warmte te behouden.
- Beperk de hoeveelheid vloeistof of vet om de kooktijden te verkorten.
- Begin de bereiding op een hoge stand en verlaag de stand wanneer het goed doorgewarmd is.
- Gebruik pannen waarvan de diameter net zo groot is als de weergave van de geselecteerde zone. Deze informatie moet worden beschouwd als onderdeel van de gebruikershandleiding van het apparaat.191
Notice-Facile