HWW 300020 G - Pomp METABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HWW 300020 G METABO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HWW 300020 G METABO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HWW 300020 G - METABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HWW 300020 G van het merk METABO.
GEBRUIKSAANWIJZING HWW 300020 G METABO
1. Het apparaat in een oogopslag
HWW 3000/20 G HWW 4000/20 GL 1 Manometer 2 Drukaansluiting 3 Drukschakelaar 4 Watervulschroef 5 Zuigaansluiting 6 Wateraflaatschroef 7 Metaalslang 8 Pomp 9 Drukketel ("Ketel") 10 Netsnoer met stekker 11 Luchtklep voor voorvuldruk Aan de zuigaansluiting:
Let op! Bij vervuild transportme- dium aanzuigfilter gebruiken (zie "Leverbare toebehoren").
Aanwijzing: Om te voorkomen dat het water bij uitgeschakelde pomp afloopt, is een terugslagklep op de zuigaansluiting aan te bevelen (zie "Beschikbaar toebehoren"). XP0031H2.fm Handleiding NEDERLANDS24 NEDERLANDS
1. Het apparaat in een
3. Toepassingsgebied en
4.1 Voorgeschreven gebruik
van het systeem.........................24
5. Voor het gebruik ......................25
5.1 Plaatsing ....................................25
5.2 Zuigleiding aansluiten ................25
5.3 Drukaansluiting ..........................25
5.4 Aansluiting op een leidingnet .....25
5.5 Netaansluiting ............................25
5.6 Pomp vullen en aanzuigen.........26
6. Bediening..................................26
6.1 Apparaat in bedrijf stellen ..........26
8.3 Voorvuldruk verhogen................27
Deze gebruiksaanwijzing werd zo gemaakt dat u snel en veilig met uw apparaat kunt werken. Hier een kleine wegwijzer hoe u deze gebruiksaanwij- zing dient te lezen: − Lees deze gebruiksaanwijzing vóór de ingebruikneming geheel door en besteed daarbij vooral aandacht aan het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschrif- ten”. − Deze gebruiksaanwijzing richt zich tot personen met technische grond- kennis in het werken met apparaten zoals het hier beschreven apparaat. Wanneer u helemaal geeni ervaring met dergelijke apparaten heeft, dient u eerst de hulp van ervaren personen inroepen. − Bewaar alle met het apparaat gele- verde documenten, zodat u deze bij behoefte kunt raadplegen. Bewaar het koopbewijs voor eventuele garantiegevallen. − Wanneer u het apparaat uitleent of verkoopt, geef dan alle meegele- verde documenten mee. − Voor beschadigingen die ontstaan omdat deze gebruiksaanwijzing niet werd opgevolgd, stelt zich de fabri- kant niet aansprakelijk. De informaties in deze gebruiksaanwij- zing zijn als volgt gekenmerkt: Gevaar! Waarschuwing voor lichamelijk letsel of schade aan het milieu. Gevaar voor elektrische schok! Waarschuwing voor lichamelijk letsel door elektriciteit. Let op! Waarschuwing voor materiële schade. Opmerking: Aanvullende informaties. − Cijfers in afbeeldingen (1, 2, 3, ...) − kentekenen afzonderlijke delen; − zijn doorlopend genummerd; − refereren naar de passende cij- fers tussen haakjes (1), (2), (3) ... in de naburige tekst. − Handelingen, waarbij op de volg- orde moet worden gelet, zijn door- gaand genummerd. − Handelingen met willekeurige volg- orde zijn met een punt gekenmerkt. − Opsommingen zijn met een streep gekenmerkt.
apparaat dient voor het transporteren van zuiver water in huis- en tuinomge- ving, − voor beregening en besproeiing, − als fontein-, regen- en gebruikswa- terpomp, − voor het leegpompen van zwemba- den, tuinvijvers en waterreservoirs. De maximaal toegestane temperatuur van het transportmedium bedraagt 35 °C.
4.1 Voorgeschreven gebruik
van het systeem Het apparaat mag niet worden gebruikt voor drinkwatervoorziening of het trans- porteren van levensmiddelen. Explosieve, ontvlambare, agressieve of schadelijke stoffen mogen niet worden getransporteerd. Het apparaat is niet geschikt voor indus- trieel gebruik. Wijzigingen aan het apparaat of het gebruik van onderdelen die niet zijn goedgekeurd en vrijgegeven door de fabrikant zijn niet toegelaten. Ieder ondeskundig gebruik van het toe- stel is onreglementair; hierdoor kunnen niet te voorziene beschadigingen ont- staan!
4.2 Algemene veiligheids-
voorschriften Kinderen, jonge mensen en personen die niet vertrouwd zijn met de inhoud van de handleiding mogen het apparaat niet gebruiken. Bij gebruik in zwembaden en tuinvijvers en in hun veiligheidszones moeten de bepalingen conform DIN VDE 0100 - 702, -738 worden nageleefd. Als het apparaat wordt gebruikt voor de leidingwatervoorziening, moeten de wet- telijke water- en afvalwatervoorschriften conform DIN 1988 worden nageleefd. Het volgende restrisico bestaat princi- pieel bij het bedrijf van pompen en druk- vaten - ze laten zich ook door veilig- heidsmaatregelen niet geheel verhelpen.
Gevaar door omgevingsinvloe- den!
- Stel het apparaat niet bloot aan regen. Gebruik het apparaat niet in een vochtige omgeving.
- Gebruik het apparaat niet in ruimten waar explosiegevaar bestaat of in de buurt van ontvlambare vloeistof- fen of gassen!
Gevaar door heet water! Als de uitschakeldruk van de drukscha- kelaar door slechte drukverhoudingen of door een defecte drukschakelaar niet wordt bereikt, kan het water in het appa- raat verhit raken door interne circulatie. Daardoor kunnen beschadigingen en lekken optreden aan het apparaat en de aansluitleidingen, waardoor heet water kan ontsnappen. Verbrandingsgevaar!
- Apparaat max. 5 minuten tegen gesloten drukleiding laten werken.
- Apparaat van het stroomnet schei- den en laten afkoelen. Correcte wer- king van de installatie laten contro- leren vooraleer deze opnieuw in gebruik te nemen.
Gevaar door elektriciteit!
- Richt de waterstraal niet direct op het apparaat of andere elektrische delen! Levensgevaar door elektri- sche schok!
- Raak de netstekker nooit aan met natte handen! Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact.
- Het veiligheidswandcontactdoos of de steekverbinding met een verleng- Inhoudstafel
3. Toepassingsgebied en
NEDERLANDS kabel moeten zich in een overstro- mingsveilig bereik bevinden.
- Verlengsnoeren moeten een vol- doende grote aderdoorsnede bezit- ten (zie "Technische gegevens"). Kabeltrommels moeten volledig afgerold zijn.
- Netkabel en verlengkabel niet knik- ken, knellen, rukken of overrijden; tegen scherpe kanten, olie en hitte beschermen.
- Het verlengsnoer mag niet in con- tact komen met de te transporteren vloeistof.
- Netstekker uit het stopcontact trek- ken: − vóór alle werkzaamheden aan het apparaat; − wanneer zich personen in het zwembad of in de tuinvijver bevinden.
Gevaar door gebreken aan het apparaat!
- Als u bij het uitpakken van het appa- raat transportschade vaststelt, dan moet u daar onmiddellijk uw leve- rancier van op de hoogte stellen. Neem het apparaat niet in bedrijf.
- Controleer het toestel, vooral netka- bel en netsteker vóór iedere inge- bruikneming op eventuele beschadi- gingen. Levensgevaar door elektrische schok!
- Een beschadigd apparaat mag pas opnieuw worden gebruikt nadat het deskundig werd hersteld.
- Voer nooit zelf herstellingen uit aan het apparaat! Uitsluitend vakmen- sen mogen reparaties aan pompen en drukvaten uitvoeren.
Opgelet! Om waterschade te vermijden, bijv. overstroomde kamers, veroor- zaakt door storingen of gebreken van het apparaat:
- Geschikte veiligheidsmaatregelen plannen, bijv.: − Alarminrichting of − opvangbekken met bewaking De fabrikant aanvaardt geen aansprake- lijkheid voor eventuele schade die vero- orzaakt wordt door − foutief gebruik van het apparaat. − overbelasting van het apparaat door permanent gebruik. − gebruik of bewaring van het appa- raat zonder vorstbescherming. − het uitvoeren van eigenmachtige veranderingen aan het apparaat. Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen worden uitgevoerd door een elektromonteur! − het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant gecontroleerd en vrijgegeven zijn. − het gebruik van ongeschikt installa- tiemateriaal (armaturen, aansluitlei- dingen, enz.). Geschikt installatiemateriaal: − drukbestendig (min. 10 bar) − warmtebestendig (min. 100 °C) U kunt het apparaat makkelijk zelf plaat- sen en aansluiten. Raadpleeg in geval van twijfel uw han- delaar of een elektromonteur.
− Het apparaat moet op een horizon- tale, vlakke ondergrond staan, die geschikt is voor het gewicht van het apparaat met watervulling. − Om trillingen te vermijden, dient het apparaat op een elastische onder- grond te worden geplaatst. − De montageplaats moet goed ver- lucht zijn en beschermd tegen inwerking van weer en wind. − Bij gebruik aan tuinvijvers en zwembaden moet het apparaat zo worden opgesteld dat het niet nat kan worden bij overstromingen en niet in het water kan vallen. Bijko- mende wettelijke voorschriften moe- ten worden nageleefd.
5.2 Zuigleiding aansluiten
Opmerking: Voor de aansluiting benodigt u eventueel verder toebehoren (zie "Leverbaar toebehoren").
Let op! De zuigleiding moet zo worden gemonteerd dat ze geen mechanische kracht of interne spanning op de pomp uitoefent.
Let op! Bij verontreinigde transport- media moet u absoluut een zuigfilter gebruiken om de pomp te bescher- men tegen zand en vuil.
Opmerking: Om te voorkomen dat bij uitge- schakelde pomp het water afloopt, is een terugslagklep aan te bevelen. − Alle schroefverbindingen moeten met schroefdraadafdichtband wor- den afgedicht; lekkages veroorza- ken een luchtaanzuiging en reduce- ren of belemmeren de aanzuiging van water. − De zuigleiding dient ten minste 1" (25 mm) binnendoorsnede te heb- ben; ze moet knik- en vacuümvast zijn. − De zuigleiding moet zo kort mogelijk worden gehouden, omdat het trans- portvermogen met toenemende lengte van de zuigleiding afneemt. − De zuigleiding moet naar de pomp toe constant stijgen om luchtblazen te voorkomen. − De watertoevoer moet verzekerd zijn, en het einde van de zuigleiding moet zich steeds in het water bevin- den.
Opmerking: Voor de aansluiting benodigt u eventueel verder toebehoren (zie "Leverbaar toebehoren").
Let op! De drukleiding moet zo worden gemonteerd dat ze geen mechanische kracht of interne spanning op de pomp uitoefent. − Alle schroefverbindingen moeten worden afgedicht met schroefdraad- afdichtband om te verhinderen dat water ontsnapt. − Alle delen van de drukleiding moe- ten drukbestendig zijn. − Alle delen van de drukleiding moe- ten deskundig gemonteerd zijn.
Gevaar! Door het gebruik van niet-druk- bestendige delen of ondeskundige montage kan de drukleiding tijdens het gebruik barsten. Vloeistof die onder hoge druk uit de leiding spuit kan letsel veroorzaken!
5.4 Aansluiting op een lei-
dingnet Ook een vaste installatie (bijv. voor de leidingwatervoorziening binnenshuis) is mogelijk. − Om vibraties en lawaai te verminde- ren, dient het apparaat met elasti- sche slangleidingen op het leiding- net te worden aangesloten.
Gevaar door elektriciteit! Gebruik het apparaat niet in een natte omgeving en alleen als de volgende voorwaarden vervuld zijn: − Het apparaat mag alleen worden aangesloten op veiligheidswand- contactdozen die deskundig geïn- stalleerd, geaard en getest zijn. − Netspanning en zekeringen moe- ten voldoen aan de technische gegevens. − Bij zwembaden, tuinvijvers en op soortgelijke plaatsen moet het apparaat worden uitgerust met een verliesstroomschakelaar (FI- schakelaar, 30 mA) (DIN VDE 0100 -702, -738). Het gebruik van een velies-
5. Voor het gebruik26
NEDERLANDS stroomschakelaar wordt alge- meen aanbevolen als veiligheids- maatregel. − Bij bedrijf in openlucht moeten de elektrische verbindingen spatwa- terdicht zijn; ze mogen niet in water liggen. − Verlengsnoeren moeten een vol- doende grote aderdoorsnede bezitten (zie "Technische gege- vens"). Kabeltrommels moeten volledig afgerold zijn.
5.6 Pomp vullen en aanzui-
Let op! Bij iedere nieuwe aansluiting of bij waterverlies resp. luchtaanzui- ging moet de pomp met water worden gevuld. Inschakelen zonder watervul- ling vernielt de pomp!
Opmerking: De zuigleiding hoeft niet te wor- den gevuld, omdat de pomp zelfaanzui- gend is. Afhankelijk van de lengte van de leiding kan het een tijdje duren voor de druk is opgebouwd.
1. Draai er de watervulschroef samen
met de dichting uit.
2. Giet langzaam zuiver water in de
opening tot de pomp gevuld is.
3. Als u de aanzuigtijd wilt verkorten,
kunt u ook de zuigleiding vullen.
4. Schroef er de watervulschroef
samen met de dichting opnieuw in.
5. Drukleiding openen (waterkraan
resp. sproeier opendraaien), zodat bij het aanzuigen lucht kan ontsnap- pen.
6. Apparaat inschakelen (zie "Bedrijf").
7. Schakel het apparaat uit zodra het
water gelijkmatig uit de opening stroomt. Pomp en zuigleiding moeten aangeslo- ten en gevuld zijn (zie "Voor de inwer- kingstelling").
Let op! De pomp mag niet drooglopen. Er moet steeds genoeg transport- vloeistof (water) aanwezig zijn.
- Wanneer de motor niet start, de pomp geen druk opbouwt of soort- gelijke effecten optreden, schakel het apparaat uit - en probeer dan de storing te verhelpen (zie "Problemen en storingen"). Pompkarakteristiek Op de pompkarakteristiek kunt u de ver- houding aflezen tussen de drukhoogte en het debiet. (Pompkarakteristiek voor zuighoogte 0,5 m en 1"-zuigslang.) (Pompkarakteristiek voor zuighoogte 0,5 m en 1"-zuigslang.)
Apparaat in bedrijf stellen
Aanwijzing: De drukschakelaar − schakelt de pomp in, als de waterdruk in de ketel door het nemen van water tot onder de inschakeldruk daalt;; − schakelt de pomp uit, als de uitscha- keldruk is bereikt.
Aanwijzing: De ketel bevat een rubberbalg, die af fabriek onder luchtdruk ("voorvul- druk") staat; daardoor kunnen kleine hoeveelheden water worden ontnomen zonder dat de pomp aanloopt.
1. Steek de netstekker in het stopcon-
resp. sproeier opendraaien).
3. Controleer of er water uit de opening
Gevaar! Alvorens u met werkzaamhe- den aan het apparaat begint:
1. het apparaat uitzetten,
2. de stekker uit het stopcontact
3. Ervoor zorgen dat het apparaat
en het aangesloten toebehoren drukvrij zijn. Andere dan de hier beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaam- heden mogen alleen worden uitge- voerd door geschoolde arbeidskrach- ten.
Let op! Vorst vernielt apparaat en toe- behoren omdat deze altijd water bevatten!
- Als er kans op vorst bestaat, moet het apparaat samen met het toebe- horen worden gedemonteerd en opgeborgen (zie volgend hoofd- stuk).
1. Schakel het apparaat uit en trek de
netstekker uit het stopcontact.
2. Drukleiding openen (waterkraan
resp. sproeier opendraaien), water geheel laten aflopen.
3. Pomp en ketel volledig legen, hier-
voor de wateraflaatplug onderaan de pomp uitdraaien.
4. Zuig- en drukleidingen van het
apparaat demonteren.
5. Apparaat in een vorstvrije ruimte
Gevaar! Alvorens u met werkzaamhe- den aan het apparaat begint:
1. apparaat uitzetten,
2. stekker uit het stopcontact trek-
3. Ervoor zorgen dat het apparaat
en het aangesloten toebehoren drukvrij zijn.
8.1 Storingen lokaliseren
Pomp loopt niet: − Er is geen netspanning.
- Controleer het snoer, de stekker, het stopcontact en de zekering. − De netspanning is te laag.
- Verlengkabel met voldoende aderdoorsnede gebruiken (zie "Technische gegevens"). − Motor oververhit, motorbeveiliging geactiveerd.
- Na het afkoelen wordt het appa- raat automatisch opnieuw inge- schakeld.
- Zorg voor voldoende verluchting, houd de ventilatieopeningen vrij.
- Houd rekening met de maximale toevoertemperatuur. − Motor bromt maar start niet.
- Steek een schroevendraaier of dergelijke door de ventilatieope- ningen van de uitgeschakelde motor en draai aan het ventilator- wiel. − Pomp verstopt of defect.
7. Onderhoud en service
8. Problemen en storingen27
NEDERLANDS Pomp zuigt niet of loopt zeer luid: − Watergebrek.
- Controleer of de watervoorraad voldoende groot is. − Zuigleiding lek.
- Dicht de zuigleiding af, trek de schroefverbindingen aan. − Zuighoogte te groot.
- Houd rekening met de maximale zuighoogte.
- Breng de terugslagklep aan en vul de zuigleiding met water. − Aanzuigfilter (toebehoren) verstopt.
- Reinigen, ev. vervangen. − Terugslagklep (toebehoren) geblok- keerd.
- Reinigen, ev. vervangen. − Waterlek tussen motor en pomp, schuifringdichting lek.
- Vervang de schuifringdichting. − Pomp verstopt of defect.
- zie hoger. Druk te laag: − Zuigleiding lek of zuighoogte te groot.
- zie hoger. − Pomp verstopt of defect.
- zie hoger. − Drukschakelaar versteld.
- Inschakel- en uitschakeldruk con- troleren, ev. afstellen. − Pomp springt reeds aan na een geringe waterontname (ca. 0,5 l).
- Voorvuldruk in de ketel is te laag; verhogen. − Er loopt water uit de luchtklep.
- Rubberbalg in de ketel ondicht; vervangen.
8.2 Drukschakelaar afstellen
Indien zich – na verloop van tijd – de af fabriek ingestelde in- of uitschakeldruk aanzienlijk verandert, kan de oorspron- kelijke waarde opnieuw worden inge- steld (zie "Technische gegevens").
Gevaar! Gevaar voor elektrische schok aan de aansluitklemmen in de druk- schakelaar. Alleen een vakman mag de drukschakelaar openen en instellen.
1. Deksel van de drukschakelaar ver-
resp. sproeier opendraaien), water laten aflopen. Zodra het apparaat inschakelt, op de manometer de inschakeldruk aflezen.
3. Drukleiding opnieuw sluiten.
Zodra het apparaat uitschakelt, op de manometer de uitschakeldruk aflezen.
Let op! De af fabriek ingestelde uit- schakeldruk mag niet worden over- schreden.
4. Om de uitschakeldruk te wijzigen,
moer (12) op de volgende wijze draaien: − met de wijzers van de klok mee verhoogt de uitschakeldruk; − tegen de wijzers van de klok in vermindert de uitschakeldruk.
5. Om de inschakeldruk te wijzigen,
moer (13) op de volgende wijze draaien: − met de wijzers van de klok mee verhoogt de inschakeldruk; − tegen de wijzers van de klok in vermindert de inschakeldruk.
6. Eventueel de stappen 2. tot en met
5. herhalen, tot de gewenste waar-
7. Er het deksel van de drukschakelaar
8.3 Voorvuldruk verhogen
Indien de pomp – na verloop van tijd – reeds na het ontnemen van een geringe hoeveelheid water (ca. 0,5 l) aanspringt, moet de voorvuldruk in de ketel opnieuw worden ingesteld.
Aanwijzing: De voorvuldruk kan niet op de manometer worden afgelezen.
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Drukleiding openen (waterkraan
resp. sproeier opendraaien), water geheel laten aflopen.
3. Kunststofkap aan de voorzijde van
de ketel afschroeven; daarachter bevindt zich de luchtklep.
4. Luchtpomp of compressorslang met
een "bandventiel"-aansluiting en drukmeter op de luchtklep plaatsen.
5. Oppompen tot de voorgeschreven
voorvuldruk (zie "Technische gege- vens").
6. Apparaat opnieuw aansluiten en de
werking controleren.
Gevaar! Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen worden uit- gevoerd door een elektromonteur! Defecte apparaten kunt u aan de servi- cevestiging van uw land zenden. Het adres vindt u in de lijst met onderdelen. Geef bij inzending voor reparatie een omschrijving van het vastgestelde defect. Het verpakkingsmateriaal kan volledig worden gerecycled. Uitgediende apparaten en toebehoren bevatten een grote hoeveelheid voor recycling geschikte grond- en kunststof- fen. Voor dit apparaat krijgt u in de vakhan- del het volgende toebehoren.
Aanwijzing: Afbeeldingen en bestelnummers vindt u op het einde van de handleiding. A Pompaansluitset (MSS 310 – HWA/P), compleet incl. dubbele nippel, terugslagklep, filter kort, wasbaar filterelement, spiraalslang 1 m com- pleet, schroefdraadafdichtband. B Pompaansluitset (MSS 380 – HWW), compleet incl. dubbele nippel, terugslagklep, filter lang, wasbaar filterelement, spiraalslang 1 m com- pleet, schroefdraadafdichtband. C Pompaansluitset (MSS 200 – HWW/P), compleet incl. dubbele nippel, terugslagklep, filter lang, wasbaar filterelement, spiraalslang 1 m com- pleet, schroefdraadafdichtband. D Pompaansluitset (MSS 1000 – HWA), compleet incl. dubbele nippel, terugslagklep, filter lang, wasbaar filterelement, spiraalslang 1 m com- pleet, schroefdraadafdichtband. E Filter (tuinpompen), aansluiting 1", kort, compleet met wasbaar filterelement van kunststof. F Filter (leidingwatervoorzieningen), aansluiting 1", lang, compleet met wasbaar filterelement van kunststof. G Spiraalslang 1" (standaard)
1) 4 m, compleet met
snelschroefverbinding en zuigkorf met voetklep;
2) 7 m, compleet met
snelschroefverbinding en zuigkorf met voetklep; H Spiraalslang 1" (professioneel)
1) 1,5 m, compleet, met aan beide
zijden snelschroefverbinding;
11. Leverbaar toebehoren28
2) 4 m, compleet met
snelschroefverbinding en zuigkorf met voetklep;
3) 7 m, compleet met
snelschroefverbinding en zuigkorf met voetklep; I Metalen slang 500 mm J Multiadapter 1" ideaal voor de aansluiting op een pomp met 1" IG-aansluiting (AG=buitendraad, IG=binnendraad) K Hydrostop,230 V voor het automatische uitschake- len bij watertekort, voorkomt het drooglopen van de pomp. L Droogloop-stopschakelaar, 230 V met 10 m-kabel, voorkomt het drooglopen van de pomp bij aanzui- gen uit een reservoir, zwembad enz. M Schroefdraadafdichtband, 12 m-rol. N Filterelement wasbaar, kort; voor het mechanische voorfilterern van zand, herbruikbaar. O Filterelement wasbaar, lang; voor het mechanische voorfilterern van zand, herbruikbaar.
Debiet max. l/h 3000 4000 3000 Drukhoogte max. m 43 48 43 Persdruk max. bar 4,3 4,8 4,3 Zuighoogte max. m 8,5 9,0 8,5 Toevoertemperatuur max. °C 35 35 35 Omgevingstemperatuur °C 5 … 40 5 … 40 5 … 40 Veiligheidsgraad IP X4 IP X4 IP x4 Veiligheidsklasse I I I Isolatiestofklasse B B B Materialen Pomplichaam Pompas Pomploopwiel grijs gietijzer edelstaal noryl grijs gietijzer edelstaal noryl grijs gietijzer edelstaal noryl Aansluitingen Zuigaansluiting (binnendraad) Drukaansluiting (buitendraad)
10,0 1,5 Afmetingen (zonder aansluiting) Lengte Breedte Hoogte
40,5 22,5 44,0 19,8 41,3 Geluidsemissiewaarden (bij max. druk) Geluidsvermogenniveau L WAm Geluidsvermogenniveau L WAd dB (A) dB (A)
Maximale lengte voor een verlengsnoer bij 3x1,0mm
aderdoorsnede bij 3x1,5mm
SimpelGids