PFDS 120 A2 - Lasapparaat PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PFDS 120 A2 PARKSIDE in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PFDS 120 A2 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PFDS 120 A2 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PFDS 120 A2 PARKSIDE
VULDRAAD LASAPPARAAT Bedienings- en veiligheidsinstructies Vertaling van de originele bedieningshandleiding NL BE
Klap, voordat u begint te lezen, de pagina met afbeeldingen uit en maak u aansluitend vertrouwd met alle functies van dit apparaat.
Bedienings- en veiligheidsinstructies Pagina
Geschikt voor lassen bij verhoogd elektrisch risico. Lasvonken kunnen een explosie of brand veroor- zaken. Eenfasige transformator. Lichtboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. HIslolatieklasse. Elektromagnetische velden kunnen de werking van pacemakers verstoren.
Gestandaardiseerde be- drijfsspanning. Let op, mogelijke gevaren!I 1max Grootste opgegeven waarde van de netstroom. X %InschakelduurI 1eff Effectieve waarde van de grootste netstroom
Opgegeven waarde van de lasstroom Massaklem. Draadaanvoer. Gemaakt van gerecycleerd materiaal.73 NL/BE Inleiding VULDRAAD LASAPPARAAT PFDS 120 A2 z Inleiding Hartelijk gefeliciteerd! U hebt gekozen voor een van onze hoogwaardige apparaten. Leer het product voor de eerste ingebruikname kennen. Lees hiertoe aandachtig de volgen- de handleiding en de veiligheidsvoorschriften. De ingebruikname van dit gereedschap mag alleen door geïnstrueerde personen gebeuren.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN! z Voorgeschreven gebruik Het apparaat is geschikt voor zelfbescher- mend vuldraadlassen met behulp van de juiste draad. Er is geen extra gas nodig. Het beschermgas is in verpulverde vorm in de draad vervat, waardoor het direct in de lichtboog wordt geleid en het maakt het apparaat bij werkzaamheden buiten ongevoelig voor wind. Alleen draadelek- troden die geschikt zijn voor het apparaat, mogen worden gebruikt. Bestanddeel van het beoogde gebruik is ook de inachtname van de veiligheidsaanwijzingen en van de montagehandleiding en van de gebruiksaan- wijzingen in de handleiding. De geldende ongevalpreventievoorschriften moeten uiterst nauwgezet worden geres- pecteerd. Het apparaat mag niet worden gebruikt: – in ruimtes die niet voldoende geventileerd zijn, – in een explosiegevaarlijke omgeving, – om buizen te ontdooien, – in de buurt van mensen met een pacema- ker en – in de buurt van licht ontvlambare materialen. Gebruik het product alleen zoals beschreven en voor de vermelde toepas- singsgebieden. Bewaar deze handleiding goed. Overhandig alle documenten bij overgave van het product aan derden. Elk gebruik dat afwijkt van het gebruik conform de voorschriften, is verboden en mogelijk gevaarlijk. Schade door niet-inachtneming of verkeerd gebruik, wordt niet door de garan- tie gedekt en valt niet onder de aansprake- lijkheid van de fabrikant. Restrisico Ook wanneer u het apparaat volgens de voorschriften gebruikt, blijven er altijd restrisi- co's bestaan. Volgende gevaren kunnen zich voordoen met betrekking tot de constructie en uitvoering van dit vuldraadlasapparaat: – oogletsels door verblinding, – aanraken van hete onderdelen van het ap- paraat of van het werkstuk (brandwonden), – bij ondeskundige beveiliging tegen on- gevallen en brandgevaar door vliegende vonken of slakdeeltjes, – schadelijke emissies van roken en gassen, bij gebrek aan lucht resp. onvoldoende afzuiging in gesloten ruimtes. Verminder het restrisico door het apparaat zorgvuldig en volgens de voorschriften te ge- bruiken en alle aanwijzingen op te volgen. z Leveringsomvang 1 vuldraad lasapparaat PFDS 120 A2 1 brandermondstuk (vooraf gemonteerd) 4 lasmondstukken (1x 0,9 mm vooraf gemonteerd; 1x 0,8 mm; 1x 0,6 mm; 1x 1,0 mm) 1 bikhamer met staalborstel 1 vuldraad Ø 0,9 mm / 450 g 1 lasschild 1 draagriem 1 handleiding74 NL/BE z Beschrijving van de onder- delen
Afdekking draadaanvoereenheid
Massakabel met massaklem
Hoofdschakelaar ON / OFF (incl. stroomcontrolelampje)
Draaiknop voor lasstroominstelling
Instelwiel voor draadaanvoer
Slangpakket met directe aansluiting
Bikhamer met staalborstel
Opbergvak voor lasmondstukken
: 31 V Grootste opgegeven waarde van de netstroom. I 1 max. 17,5 A Effectieve waarde van de grootste opgegeven stroom: I 1eff 5,9 A Lasdraadtrommel max.: ca. 1000 g Lasdraad- diameter max.: 1,0 mm Overstroombeveiliging: 16 A Gewicht: 13,5 kg Technische en optische wijzigingen kunnen in het kader van de verdere ontwikkeling zonder aankondiging worden uitgevoerd. Alle maten, verwijzingen en gegevens van deze handleiding zijn dan ook zonder garantie. Juridische claims die op basis van de handleiding worden ingediend, kunnen daarom niet worden opgeëist. Veiligheidsaan- wijzingen Lees de handleiding zorgvuldig door en neem de beschreven aanwijzingen in acht. Maak u met behulp van de handleiding vertrouwd met het apparaat, het correcte gebruik ervan en de veiligheidsaanwijzingen. Op het typeplaatje staan alle technische gegevens van dit lasapparaat. Neem kennis van de technische specificaties van dit apparaat. Dit apparaat kan door kinde- ren vanaf 16 jaar alsmede Inleiding / veiligheidsaanwizingen75 NL/BE door personen met vermin- derde fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, als zij onder toezicht staan of geïnstrueerd werden met betrekking tot het veilige gebruik van het ap- paraat en ze de hieruit voort- vloeiende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd zonder dat er toezicht op hen wordt gehouden. Laat reparaties en/of onder- houdswerkzaamheden alleen door gekwalificeerde elektro- technici uitvoeren. Gebruik alleen de meegele- verde laskabels (PFDS 120 A2 H01N2-D1x10 mm²). Het apparaat mag tijdens het gebruik niet direct tegen de wand staan, niet worden af- gedekt of tussen andere ap- paraten geklemd, zodat altijd voldoende lucht door de luchts- leuven kan worden opgeno- men. Controleer of het appa- raat juist op de netspanning is aangesloten. Vermijd trekspan- ning van de netwerkkabels. Trek de stroomstekker uit het stopcontact, voordat u het ap- paraat op een andere plaats opstelt. Wanneer het apparaat niet wordt gebruikt, schakelt u het altijd met de AAN- / UIT-scha- kelaar uit. Leg de elektroden- houder op een geïsoleerde ondergrond en neem de elek- troden pas na 15 minuten af- koeling uit de houder. Let op de staat van de laska- bels, de elektrodenhouder en de massaklemmen. Slijtage aan de isolering en aan de stroomvoerende delen kan ge- vaarlijk zijn en de kwaliteit van de laswerkzaamheden vermin- deren. Booglassen produceert von- ken, gesmolten metalen deel- tjes en rook. Let daarom op: Verwijder alle brandbare sub- stanties en/of materialen uit de werkplek en uit de onmid- dellijke omgeving. Zorg voor ventilatie van de werkplek. Las niet op containers, vaten of buizen die brandbare vloei- stoffen of gassen bevatten of bevat hebben. WAARSCHUWING Vermijd elk direct contact met het elektrische lascircuit. De open spanning tus- Veiligheidsaanwijzingen76 NL/BE sen elektrodentang en massaklem kan gevaarlijk zijn, er bestaat het gevaar van een elektrische schok. Berg het apparaat niet op of gebruik het niet in een voch- tige of natte omgeving of in regen. Hier geldt de bescher- mingsklasse IP21S. Bescherm de ogen met de daarvoor bedoelde bescher- mende glazen (DIN graad 9-10), die u op het meege- leverde lasscherm bevestigt. Draag handschoenen en dro- ge beschermende kledij, die vrij is van olie en vet, om de huid te beschermen tegen de ultraviolette stralen van de lichtboog. WAARSCHUWING Gebruik de lasstroombron niet om leidingen te ontdooien. Let op: De straling van de lichtboog kan de ogen beschadigen en verbranding van de huid ver- oorzaken. Booglassen produceert vonken en druppels gesmolten metaal, het gelaste werkstuk begint te gloeien en blijft relatief lang zeer heet. Raak het werkstuk daarom niet met blote handen aan. Bij booglassen komen dampen vrij die schadelijk zijn voor de gezondheid. Zorg ervoor dat u deze indien mogelijk niet in- ademt. Bescherm u tegen de gevaar- lijke gevolgen van booglassen en houd personen die niet bij het werk betrokken zijn, op een afstand van minstens 2 m van de lichtboog verwijderd. LET OP! Tijdens het gebruik van het la- sapparaat kan het, afhankelijk van de netspanning aan het aansluitpunt, tot storingen in de stroomvoorziening voor an- dere verbruikers komen. Neem in geval van twijfel contact op met uw energieleverancier. Tijdens het gebruik van het lasapparaat kan het tot func- tiestoornissen van andere ap- paraten komen, bijv. hoorap- paraten, pacemakers enz. z Gevarenbronnen bij booglassen Bij booglassen zijn er een reeks gevarenbronnen. Daarom is het voor de lasser bijzonder belang- rijk om de volgende regels in acht te nemen, om zichzelf en Veiligheidsaanwijzingen77 NL/BE anderen niet in gevaar te bren- gen en schadelijke gevolgen voor mens en apparaat te vermijden. Laat de werkzaamheden aan de netspanning, bijv. aan ka- bels, stekkers, contactdozen enz., alleen door een elektro- technicus uitvoeren volgens na- tionale en lokale voorschriften. Koppel bij ongevallen het la- sapparaat onmiddellijk los van de stroomvoorziening. Wanneer elektrische contact- spanningen optreden, schakel het apparaat dan onmiddellijk uit en laat het nakijken door een elektricien. Let aan de lasstroomzijde altijd op goede elektrische contac- ten. Draag tijdens het lassen altijd aan beide handen isolerende handschoenen. Die bescher- men tegen elektrische schok- ken (open spanning van het elektrische lascircuit), tegen schadelijke stralingen (warmte en uv-stralen) en tegen gloei- end metaal en spetters. Draag stevige, isolerende schoenen. De schoenen moe- ten ook isoleren als het nat is. Halve schoenen zijn niet ge- schikt, omdat vallende, gloei- ende metalen druppels brand- wonden kunnen veroorzaken. Draag geschikte beschermen- de kledij, geen synthetische kledingstukken Kijk niet met onbeschermde ogen in de lichtboog, gebruik alleen lassers-lasscherm met goedgekeurd beschermglas volgens DIN. De lichtboog geeft behalve licht- en warm- testralen, die verblinding resp. verbranding veroorzaken, ook uv-stralen af. Deze onzichtbare ultraviolette stralen veroorza- ken bij onvoldoende bescher- ming zeer pijnlijke bindvlies- ontsteking die pas enkele uren later wordt opgemerkt. Daar- naast veroorzaken uv-stralen op onbeschermde lichaams- delen verbrandingen zoals bij zonnebrand. Ook personen of helpers die zich in de buurt van de licht- boog bevinden moeten op de gevaren worden gewezen en met de nodige beschermende middelen zijn uitgerust. Stel, indien nodig, schermen op. Tijdens lassen, vooral in kleine ruimtes, dient voor voldoende toevoer van frisse lucht te wor- den gezorgd, omdat rook en schadelijke gassen ontstaan. Aan containers waarin gas- Veiligheidsaanwijzingen78 NL/BE sen, brandstoffen, minerale oli- en of dergelijke worden opge- slagen, mogen – ook wanneer ze reeds lang geleden werden leeggemaakt – geen laswerk- zaamheden worden uitge- voerd, omdat door restanten explosiegevaar bestaat. In brand- en explosiegevaar- lijke ruimtes gelden speciale voorschriften. Lasverbindingen die aan grote belastingen worden blootge- steld en aan bepaalde veilig- heidseisen moeten voldoen, mogen alleen door speciaal daartoe opgeleide en beproef- de lassers worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn drukketels, geleiderails, aanhangwagen- koppelingen enz. LET OP! Sluit de massaklem altijd zo dicht als mogelijk bij de lasnaad aan, zodat de lasstroom de kortst mogelijke weg van de elektrode naar de massaklem kan nemen. Verbind de massaklem nooit met de behuizing van het lasapparaat! Sluit de massaklem nooit aan op geaarde delen, die ver van het werkstuk verwijderd liggen, bijv. een waterleiding in een andere hoek van de ruimte. Anders zou het kunnen dat het aardingssysteem van de ruim- te waarin u last, beschadigd wordt. Gebruik het lasapparaat niet in de regen. Plaats het lasapparaat alleen op een vlakke plek. De uitgang is bij een omge- vingstemperatuur van 20 °C bemeten. De lastijd mag bij hogere temperaturen worden verminderd. Gevaar door elektri- sche schok: Elektrische schok van een lase- lektrode kan dodelijk zijn. Las niet bij regen of sneeuw. Draag droge isoleerhandschoenen. Neem de elektrode niet met blote handen vast. Draag geen natte of beschadigde handschoenen. Bescherm uzelf tegen elektrische schok door isoleringen tegen het werkstuk. Open de behuizing van de inrichting niet. Gevaar door lasrook: Het inademen van lasrook kan schadelijk zijn voor de gezond- heid. Houd het hoofd niet in de rook. Gebruik inrichtingen in open gebieden. Gebruik ontluch- ting om de rook te verwijderen. Veiligheidsaanwijzingen79 NL/BE Gevaar door lasvonken: Lasvonken kunnen een explosie of brand veroorzaken. Houd brandbare stoffen uit de buurt van lassen. Las niet naast brand- bare stoffen. Lasvonken kunnen brand veroorzaken. Houd een brandblusser in de buurt klaar en iemand die toekijkt en de blusser onmiddellijk kan gebruiken. Las niet op vaten of andere gesloten containers. Gevaar door lichtboogstra- len: Lichtboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwon- den. Draag hoofdbedekking en vei- ligheidsbril. Draag gehoorbescher- ming en hoog gesloten hemdkraag. Draag beschermende lashelm en perfecte filtersterkte. Draag volledi- ge lichaamsbescherming. Gevaar door elektromag- netische velden: Lasstroom produceert elektromag- netische velden. Gebruik niet samen met medische implantaten. Wikkel de laskabels nooit rond het lichaam. Breng laskabels samen. z Specifieke veiligheids- aanwijzingen voor las- scherm
Controleer met behulp van een lichte lichtbron (bijv. aansteker) altijd voor aanvang van de laswerkzaamheden of het las- scherm correct werkt. Door lasspetters kan het be- schermglas beschadigd gera- ken. Vervang beschadigd of gekrast beschermglas onmid- dellijk. Vervang beschadigde of sterk vervuilde resp. gekraste com- ponenten onmiddellijk Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt, die 16 jaar of ouder zijn. Maak u vertrouwd met de veiligheidsvoorschriften voor lassen. Neem hierbij ook de veiligheidsaanwijzingen van uw lasapparaat in acht. Zet het lasscherm altijd op wanneer u last. Indien u het niet gebruikt, kunt u ernstige netvliesletsels oplopen. Draag altijd beschermende kle- dij tijdens het lassen. Gebruik het lasscherm niet zonder beschermglas, omdat anders de optische eenheid kan worden beschadigd. Er Veiligheidsaanwijzingen80 NL/BE bestaat gevaar op oogletsel! Vervang het beschermglas tij- dig voor een goed zicht en on- vermoeibaar werken. z Omgeving met verhoogd elektrisch gevaar Bij laswerkzaamheden in omge- vingen met een verhoogd elek- trisch gevaar moeten de volgen- de veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen. Omgevingen met verhoogd elek- trisch gevaar vindt men bijvoor- beeld: Op werkplaatsen, waar de bewegingsruimte beperkt is zodat de lasser in een gefor- ceerde positie (b.v. knielend, zittend, liggend) werkt en in contact komt met elektrisch ge- leidende onderdelen; Op werkplaatsen die helemaal of gedeeltelijk elektrisch gelei- dende begrensd zijn en waar een sterk gevaar bestaat voor vermijdbaar of toevallig con- tact door de lasser. Op natte, vochtige of hete werkplaatsen, waar de lucht- vochtigheid of zweet de weer- stand van de menselijke huid en de isoleereigenschappen of beschermuitrusting aanzienlijk vermindert. Ook een metalen ladder of stelling kunnen een omgeving met verhoogd elektrisch gevaar scheppen. In een dergelijke omgeving moeten geïsoleerde onderlagen en tussenlagen worden gebruikt, verder kaphandschoenen en hoofddeksels uit leder of andere isolerende stoffen om het lichaam van de grond te isoleren. De lasstroombron moet zich buiten het werkbereik of de elektrisch geleidende oppervlakken en buiten het bereik van de lasser bevinden. Een bijkomende bescherming te- gen slag door netstroom in geval van fout kan voorzien zijn door het gebruik van een aardlekbe- veiliging die bij een lekstroom van niet meer dan 30 mA wordt gebruikt en alle netaangedreven inrichtingen in de buurt voedt. De aardlekbeveiliging moet voor alle stroomtypes geschikt zijn. Er moeten makkelijk middelen te bereiken zijn voor het snel elek- trisch ontkoppelen van de las- stroombron of het lasstroomcircuit Veiligheidsaanwijzingen81 NL/BE (b.v. noodstopinrichtingen). Bij gebruik van lasapparaten onder elektrisch gevaarlijke voorwaarden, mag de uitgangs- spanning van het lasapparaat bij stationair draaien niet hoger zijn dan 48V (effectieve waarde). Dit lasapparaat mag omwille van de uitgangsspanning in deze geval- len worden gebruikt. z Lassen in kleine ruimtes Bij werkzaamheden in smalle ruimtes kan het tot een gevaar door giftige gassen (verstikkings- gevaar) leiden. In smalle ruimtes mag alleen worden gelast wanneer er zich deskundig personeel in de onmid- dellijke omgeving bevindt dat, indien nodig, kan ingrijpen. Hier moet voor het begin van het lasproces een analyse door een expert worden uitgevoerd om te bepalen, welke stappen nodig zijn om de veiligheid van het werk te kunnen garanderen en welke voorzichtigheidsmaatrege- len tijdens het eigenlijke lassen moeten worden getroffen. z Ophoping van de leeg- loopspanningen Wanneer meer dan een las- stroombron tegelijk in bedrijf is, kunnen hun leegloopspanningen accumuleren en tot een ver- hoogd elektrisch gevaar leiden. Lasstroombronnen moeten zo worden aangesloten dat dit ge- vaar wordt geminimaliseerd. De afzonderlijke lasstroombronnen, met hun afzonderlijke besturingen en aansluitingen, moeten duide- lijk worden gemarkeerd om te kunnen herkennen wat bij welk lasstroomcircuit hoort. z Gebruik van schouderrie- men Er mag niet worden gelast wan- neer de lasstroombron of het draadaanvoerapparaat wordt gedragen, b.v. met een schouder- riem. Zo moet het volgende worden verhinderd: Het risico om het evenwicht te verliezen wanneer er aan aan- gesloten leidingen of slangen wordt getrokken. Het verhoogd gevaar voor een elektrische schok aange- zien de lasser met aarding in Veiligheidsaanwijzingen82 NL/BE contact komt wanneer hij een lasstroombron van klasse I ge- bruikt, waarvan de behuizing door een beschermleiding is geaard. z Beschermende kledij
Tijdens de werkzaamheden moet de lasser over heel zijn lichaam beschermd zijn tegen straling en verbranding door de juiste kledij en gezichtsbe- scherming. Volgende stappen dienen in acht te worden ge- nomen: – Trek de beschermende kledij aan voor de laswerkzaamhe- den. – Trek handschoenen aan. – Open vensters, om de lucht- aanvoer te garanderen. – Draag een veiligheidsbril. Aan beide handen moeten kaphandschoenen van ge- schikt materiaal (leer) worden gedragen. Zij dienen in een perfecte staat te zijn. Om de kledij te beschermen tegen vonken en verbranding, dienen geschikte schorten te worden gedragen. Wanneer de aard van de werkzaam- heden, bijv. lassen boven het hoofd, dat eist, moet een be- schermend pak worden ge- dragen en, indien nodig, een hoofdbescherming. z Bescherming tegen stralen en verbrandingen
Wijs op de werkplek met een affiche "Voorzichtig! Niet in de vlammen staan!" op het ge- vaar voor de ogen. De werk- plekken dienen mogelijk zo te worden afgeschermd dat per- sonen in de buurt beschermd zijn. Onbevoegden moeten uit de buurt van laswerkzaamhe- den blijven. In de onmiddellijke omgeving van vaste werkplekken mo- gen de wanden noch licht van kleur zijn, noch glanzend. Ven- sters moeten minstens tot op hoofdhoogte worden beveiligd tegen doorlaten of weerkaat- sing van stralen, bijv. door ge- schikte verf. z EMC-apparaatclassificatie Conform de norm IEC 60974-10 gaat het hier om een lasapparaat met de elektromagnetische com- patibiliteit van klasse A.Daardoor voldoet het aan de bijbehorende Veiligheidsaanwijzingen83 NL/BE eisen in de industrie en in de woning. In woonwijken mag het worden aangesloten op het open- bare laagspanningsnet. Ook wanneer het vuldraadlasap- paraat voldoet aan de emissie- grenswaarden conform de norm, kunnen booglasapparaten toch tot elektromagnetische storingen in gevoelige installaties en appa- rate leiden. De gebruiker is verantwoordelijk voor storingen die bij het lassen door de lichtboog ontstaan en de gebruiker moet gepaste bescher- mingsmaatregelen nemen. Hierbij dient de gebruiker vooral te letten op: – net-, bedienings-, signaal en telecommunicatiekabels – computer en andere micropro- cessorgestuurde apparaten – televisie-, radio- en andere weergaveapparatuur – elektronische en elektrische veiligheidsvoorzieningen – personen met pacemakers of hoorapparaten – meet- en kalibreerinrichtingen – immuniteit tegen storingen van andere inrichtingen in de buurt – het tijdstip waarop de laswerk- zaamheden worden uitgevoerd. Om mogelijke storende stralingen te verminderen, wordt aanbevo- len: – de netaansluiting van een netfil- ter te voorzien – het vuldraadlasapparaat regel- matig te onderhouden en er- voor te zorgen dat het in goede staat blijft – laskabels moeten volledig worden afgewikkeld en indien mogelijk parall over de grond lopen – apparaten en installaties die gevaar lopen door storende straling, moeten indien mogelijk uit het lasgebied worden verwij- derd of worden afgeschermd z Voor de inbedrijfname Neem alle onderdelen uit de verpakking en controleer of het vuldraadlasapparaat of de afzonderlijke onderdelen bescha- digd zijn. Als dit zo is, gebruik dan het- vuldraadlasapparaat niet. Neem contact op met de fabrikant via het vermelde serviceadres. Verwijder alle beschermende folies en overige transportverpakkingen. Controleer of de levering compleet is. De lasmondstukken kunnen in het op- bergvak voor lasmondstukken
wor- den opgeborgen z Montage z Lasschild monteren
Plaats het donkere lasglas
met het opschrift naar boven in het schild
(zie afb. C). Het opschrift van het donkere lasglas
moet nu aan de voorzijde van Veiligheidsaanwijzingen / Voor de inbedrijfname / Montage84 NL/BE het beschermschild zichtbaar zijn. Schuif de handgreep
langs binnen in de passende uitsparing van het schild, tot deze vastklikt (zie afb. D). Vuldraad aanbrengen WAARSCHUWING Om het gevaar van een elektrische schok, een letsel of een beschadi- ging te vermijden, trekt u voor elk onderhoud of werkvoorbereidende activiteit de stroom- stekker uit het stopcontact. Let op: Naargelang de toepassing worden verschillende lasdraden gebruikt. Met dit ap- paraat kunnen lasdraden met een diameter van 0,6 – 1,0 mm worden gebruikt. Aanvoerrol, lasmondstuk en draaddiameter moeten altijd bij elkaar passen. Het apparaat is geschikt voor draadrollen tot maximaal 1000 g. Ontgrendel en open de afdekking voor de draadaanvoereenheid
, door de schroefdraadstang langs het lange gat omhoog te trekken. Ontgrendel de roleenheid door de rol- houder
linksom te draaien (zie afb. F). Trek de rolhouder
van de as af (zie afb. F). Let op: let erop dat het uiteinde van de draad niet loskomt waardoor de rol op eigen kracht afrolt. Het uiteinde van de draad mag pas tijdens de montage worden losgemaakt. Pak de vuldraad-lasspoel
volledig uit, zodat deze ongehinderd kan worden af- gerold. Maak het uiteinde van de draad echter nog niet los (zie afb. G). Plaats de draadrol op de as. Let erop dat de rol op de zijde van de draaddoorvoer
wordt afgewikkeld (zie afb. G). Plaats de rolhouder er
weer op en vergrendel deze door aan te drukken en rechtsom te draaien (zie afb. G). Draai de stelschroef los
en zwenk ze naar boven (zie afb. H). Draai de drukroleenheid
naar de zij- kant weg (zie afb. I). Maak de aanvoerrolhouder los
door linksom te draaien en trek hem er naar boven toe af (zie afb. J). Controleer op de bovenzijde van de aanvoerrol
, of de juiste draaddikte is aangegeven. Indien nodig moet de aan- voerrol worden omgedraaid of vervan- gen. De meegeleverde lasdraad (Ø 0,9 mm) moet in de aanvoerrol
met de aangegeven draaddikte van Ø 0,9 mm worden gebruikt. De draad moet zich in de bovenste moer bevinden! Plaats de aanvoerrolhouder
er terug op en schroef hem rechtsom vast. Verwijder het gasmondstuk
door rechtsom te draaien (zie afb. K). Schroef het lasmondstuk
eruit (zie afb. K). Leid het slangpakket
zo recht mogelijk van het lasapparaat weg (leg het op de grond). Neem het uiteinde van de draad uit de spoelrand (zie afb. L). Maak het uiteinde van de draad korter met een draadschaar of een zijkniptang, om het beschadigde gebogen uiteinde van de draad te verwijderen (zie afb. L). Let op: De draad moet heel de tijd ge- spannen worden gehouden, om te vermij- den dat hij loskomt en afrolt! Het is aan te raden om de werkzaamhe- den altijd met een andere persoon uit te voeren. Schuif de vuldraad door de draaddoor- voer
(zie afb. M). Leid de draad langs de aanvoerrol
(zie afb. N). Zwenk de drukroleenheid
(zie afb. O). Hang de stelschroef
erin (zie afb. O). Stel de tegendruk in met de stelschroef. De lasdraad moet vast tussen drukrol en Montage85 NL/BE aanvoerrol
in de bovenste geleiding zitten zonder te worden verpletterd (zie afb. O). Schakel het lasapparaat met de hoofd- schakelaar
Nu schuift het draadaanvoersysteem de lasdraad door het slangpakket
Zodra de draad 1 – 2 cm uit de brander- hals
steekt, lasstartknop
opnieuw loslaten (zie afb. P). Schakel het lasapparaat weer uit. Schroef het lasmondstuk
bij de diameter van de gebruikte lasdraad past (zie afb. Q). Bij de meegeleverde las- draad (Ø 0,9 mm) moet het lasmondstuk
met de markering 0,9 mm worden gebruikt. Schuif het gasmondstuk
met een draai naar rechts weer op de branderhals
(zie afb. R). WAARSCHUWING Om het gevaar van een elektrische schok, een letsel of een beschadi- ging te vermijden, trekt u voor elk onderhoud of werkvoorbereidende activiteit de stroom- stekker uit het stopcontact. z Inbedrijfname z Apparaat in- en uitschake- len Schakel het lasapparaat met de hoofd- schakelaar
in en uit. Wanneer u het lasapparaat langere tijd niet gebruikt, trekt u de stroomstekker uit het stopcon- tact. Alleen dan is het apparaat volledig stroomloos. z Lasstroom instellen Met de draaischakelaar voor lasstroominstel- ling
op de voorzijde van het lasapparaat kunnen de gewenste lasstromen worden ingesteld. De bijbehorende instellingen zijn te vinden in de volgende tabel. Spanning (V) Draadaanvoer Lasstroom A2 – 425 – 75 B3 – 555 – 85 C3 – 660 – 100 D4 – 865 – 105 E5 – 975 – 110 F5 – 1080 – 115 G5 – 1085 – 120 De nodige lasstroom is afhankelijk van de gebruikte lasdraaddiameter, van de materi- aaldikte en van de gewenste branddiepte. z Draadaanvoer instellen Om een constante lichtboog te produceren, kan met de draaiknop voor het instellen van de draadaanvoer
een nauwkeurige instelling voor de draadaanvoer tot stand worden gebracht. Aanbevolen wordt om met een instelling in de middenpositie te begin- nen en de snelheid eventueel te verlagen of verhogen. De nodige lasstroom is afhankelijk van de gebruikte lasdraaddiameter, van de materi- aaldikte en van de gewenste branddiepte. Ook moeten de te overbruggen afstanden van de te lassen werkstukken in acht worden genomen. Overbelastingsbeveiliging Het lasapparaat is beveiligd tegen thermi- sche overbelasting door een automatische veiligheidsinrichting (thermostaat met Montage / Inbedrijfname86 NL/BE automatische herinschakeling). De veilig- heidsinrichting onderbreekt het stroomcircuit bij overbelasting en het gele controlelampje overbelastingsbeveiliging
brandt Bij activering van de veiligheidsinrichting laat u het apparaat afkoelen (ongeveer 15 minuten). Zodra het gele controle- lampje overbelastingsbeveiliging
dooft, is het apparaat weer bedrijfsklaar Lasschild WAARSCHUWING
GEZONDHEID! Wanneer u het lasschild niet gebruikt, kan de lichtboog uv-stralen en hitte verspreiden die schadelijk zijn voor de gezondheid en uw ogen verwonden. Gebruik het lasschild altijd wanneer u last. z Lassen WAARSCHUWING VERBRANDINGSGEVAAR! Gelaste werkstukken zijn zeer heet, waar- door u zich eraan kunt verbranden. Gebruik altijd een tang om gelaste, hete werkstukken te verplaatsen. Nadat u het lasapparaat elektrisch hebt aangesloten, gaat u als volgt tewerk: Verbind de massakabel met de massak- lem
met het te lassen werkstuk. Let erop dat er een goed elektrisch contact is. Op de te lassen plaats moeten roest en verf van het werkstuk worden verwijderd. Kies de gewenste lasstroom en de draad- aanvoer naargelang de lasdraaddiame- ter, materiaaldikte en gewenste brand- diepte. Schakel het apparaat in. Houd het lasschild
voor het gezicht en leid het brandermondstuk
naar de plaats van het werkstuk dat moet worden gelast. Druk de lasstartknop in
, om een licht- boog te verkrijgen. Wanneer de licht- boog brandt, voert het apparaat draad in het smeltbad. Wanneer de lasspleet groot genoeg is, wordt de brander
langzaam langs de gewenste zijde geleid. De afstand tussen het brandermondstuk en werkstuk moet zo kort mogelijk zijn (in geen geval gro- ter dan 10 mm). Pendel eventueel lichtjes om het smeltbad een beetje te vergroten. Voor degenen met minder ervaring bestaat de eerste moeilijkheid uit het vormen van een pas- sende lichtboog. Daarvoor moeten de lasstroom en de draadaanvoersnelheid juist worden ingesteld. De optimale instelling van lasstroom en draadaanvoersnelheid bepaalt u met behulp van testen op een proefstuk. Een goed ingestelde lichtboog heeft een zachte, gelijkmatige zoemtoon. De branddiepte (komt overeen met de diepte van de lasnaad in het materiaal) moet zo diep mogelijk zijn, het smeltbad mag echter niet door het werkstuk door- vallen. Bij een scherp of hard geknetter, verlaagt u de draadaanvoersnelheid of schakelt u naar een hoger prestatieniveau (las- stroom verhogen). Als de draadaanvoersnelheid te hoog en/of de lasstroom te laag is, kan de lasdraad niet correct smelten. Daardoor duikt de lasdraad steeds opnieuw in het smeltbad tot tegen het werkstuk. Een rustige, doffe toon met flikkerende lichtboog wijst op te weinig draadaan- voer. Verhoog de draadaanvoersnelheid of schakel naar de lagere lasstroom. Door een te hoge lasstroom smelt de draad nog voor deze in het lasbed is. Het ge- volg is druppelvorming op de lasdraad, spetters en een onrustige lichtboog. De slak mag pas na het afkoelen van de naad worden verwijderd. Om een Montage / Inbedrijfname87 NL/BE lashandeling aan een onderbroken naad verder te zetten: Verwijder eerst de slak op het bevesti- gingspunt. In de naadvoeg wordt de lichtboog ont- stoken, naar de aansluitplaats geleid, daar juist gesmolten en aansluitend wordt de lasnaad verdergeleid. VOORZICHTIG! Let erop dat de bran- der na het lassen altijd op een geïsoleer- de plaats moet worden weggelegd. Schakel het lasapparaat na voltooiing van de laswerkzaamheden en bij pauze altijd uit en trek de stroomstekker altijd uit het stopcontact z Lasnaad maken Steeknaad of duwend lassen De brander wordt naar voor geschoven. Resultaat: de branddiepte is kleiner, naad- breedte groter, bovenrups van de naad (zichtbaar oppervlak van de lasnaad) vlakker en de bindfouttolerantie (fout in de materiaalversmelting) groter. Sleepnaad of trekken lassen Lassen De brander wordt van de lasnaad weg- getrokken. Resultaat: branddiepte groter, naadbreedte kleiner, bovenrups van naad hoger en de bindfouttolerantie kleiner. Lasverbindingen Er zijn twee basisverbindingen in de lastech- niek: stompnaad- en hoeknaadverbinding (buitenhoek, binnenhoek en overlapping). Stompnaadverbindingen Bij stompnaadverbindingen tot een dikte van 2 mm worden de lasranden volledig tegen elkaar aangebracht. Voor grotere diktes dient volgens de volgen- de tabel te worden gehandeld:
Vlakke stompnaadverbindingen Lassen moeten zonder onderbreking en met voldoende indringdiepte worden uitgevoerd, daarom is een goede voorbereiding uiter- mate belangrijk. De factoren die de kwaliteit van het lasresultaat beïnvloeden, zijn: de stroomsterkte, de afstand tussen de lasran- den, de helling van de brander en de juiste diameter van de lasdraad. Hoe steiler de brander tegenover het werk- stuk wordt gehouden, hoe hoger de indring- diepte is en omgekeerd.
Om vervormingen die tijdens de materiaal- behandeling kunnen optreden, te voorkomen of te beperken, is het goed om de werkstuk- ken met een voorziening vast te zetten. Het dient te worden vermeden om de gelaste structuur te verstijven, zodat breuken in de las worden vermeden. Deze moeilijkhe- den kunnen worden beperkt, wanneer de mogelijkheid bestaat om het werkstuk zo te draaien dat de las in twee tegenovergestel- de doorvoeren kan worden geleid. Inbedrijfname88 NL/BE
Lasverbindingen aan de buitenhoek Dit type voorbereiding is zeer eenvoudig.
Bij sterkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals hieronder voor te berei- den, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind.
Hoeklasverbindingen Een hoeklas ontstaat wanneer de werkstukken loodrecht ten opzichte van elkaar staan. De las moet de vorm hebben van een gelijkzijdige driehoek en een kleine keelhoogte Lasverbindingen in de binnenhoek De voorbereiding van deze lasverbinding is zeer eenvoudig en wordt gebruikt voor diktes tot 5 mm. De maat "d" moet tot het minimum worden be- perkt en moet in ieder geval kleiner dan 2 mm zijn
Bij sterkere materialen is dit echter niet meer geschikt. In dit geval is het beter om een verbinding zoals in afbeelding W voor te bereiden, waarbij de rand van een plaat wordt afgeschuind.
Overlappende lasverbindingen De meest gebruikelijke voorbereiding is die met rechte lasranden. De las kan door een normale hoeklasnaad worden losgemaakt. De beide werkstukken moeten zo dicht als mogelijk tegen elkaar worden aangebracht.
z Onderhoud en reiniging Let op: het lasapparaat moet om perfect te functioneren en voor de naleving van de Inbedrijfname / Onderhoud en reiniging89 NL/BE veiligheidseisen regelmatig worden onder- houden en geïnspecteerd. Ondeskundig en foutief gebruik kunnen tot uitvallen en schade aan het apparaat leiden. Laat herstellingen alleen door gekwalificeer- de elektrotechnici uitvoeren. Schakel de hoofdvoedingsbron en de hoofdschakelaar van het apparaat uit, voordat u onderhoudswerkzaamheden of reparaties aan het lasapparaat uitvoert Maak de binnen- en buitenkant van het lasapparaat regelmatig schoon. Verwij- der vuil en stof aan de binnenkant met behulp van lucht, poetskatoen of een borstel. Bij defecte apparaatonderdelen of indien onderdelen moeten worden vervangen, richt u zich tot het betreffende vakperso- neel. z Milieu- en verwijderingsin- formatie Recycling van grondstoffen in plaats van afvalverwijdering! Apparaat, accessoires en verpak- king dienen op een milieuvriendelij- ke manier te worden gerecycled. Voer het lasapparaat niet af via het huisvuil, gooi het niet in vuur of in water. Wanneer mogelijk, dienen apparaten die niet meer goed functioneren, te worden gerecycled. Vraag uw lokale leverancier om hulp. z EU-conformiteitsverklaring Wij, C. M. C. GmbH Documentverantwoordelijke: Dr. Christian Weyler Katharina-Loth-Str. 15 DE-66386 St. Ingbert DUITSLAND verklaart u onder exclusieve verantwoorde- lijkheid dat het product Vuldraad lasapparaat Artikelnummer: 2301 Productiejaar:: 2021 / 04 IAN: 345149_2004 Model: PFDS 120 A2 de fundamentele beschermvereisten die in de Europese richtlijnen aanwezig is, volstaan EU-laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU EG-richtlijn Elektromagnetische com- patibiliteit 2014/30/EU RoHS-richtlijn 2011/65/EU + 2015/863/EU en in de wijzigingen hiervan zijn vastge- legd. De fabrikant is alleen verantwoordelijk voor het opstellen van de conformiteitsverklaring Het bovengenoemde object van de Verkla- ring voldoet aan de voorschriften van de Richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad d.d. 8 juni 2011 ter beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektroni- sche apparaten. Voor de conformiteitsbeoordeling werd gebruik gemaakt van de volgende geharmo- niseerde normen: EN 60974-1:2012 EN 60974-10:2014/A1:2015 St. Ingbert, 01/06/2020 Onderhoud en reiniging / EU-conformiteitsverklaring / Milieu- en verwijderingsinformatie90 NL/BE i.o. Dr. Christian Weyler - kwaliteitsveredeling z Aanwijzingen over garan- tie en afhandelen van de service Garantie van Creative Marketing & Consulting GmbH Geachte klant, U krijgt op dit apparaat 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum. In geval van schade aan dit product kunt u een rechtmatig beroep doen op de verkoper van het product. Deze wettelijke rechten worden door onze hierna vermelde garantie niet beperkt. z Garantievoorwaarden De garantietermijn gaat in op de aankoop- datum. Bewaar de originele kassabon zorgvuldig. Dit document geldt als aankoop- bewijs. Wanneer binnen drie jaar na de aankoop- datum van dit product een materiaal- of productiefout optreedt, dan wordt het product door ons – naar onze keuze – gratis voor u gerepa- reerd of vervangen. De garantie vereist dat defecte apparaten binnen drie jaar vanaf uw aankoop (kassabon) worden ingediend en schriftelijk wordt beschreven waar de schade is aangetroffen en wanneer die is opgetreden. Wanneer het defect onder onze garantie valt, ontvangt u het gerepareerde product of een nieuw product terug. Door de reparatie of de vervanging van het product begint geen nieuwe garantietermijn. z Garantieperiode en wette- lijke garantieclaims De garantieperiode wordt door de prestatie niet verlengd. Dit geldt ook voor vervangen en herstelde onderdelen. Eventueel bij de aankoop reeds aanwezige schade en ge- breken moeten onmiddellijk na het uitpakken worden gemeld. Na verloop van de garan- tieperiode gebeurt een nodige herstelling tegen betaling. z Omvang van de garantie Het apparaat wordt volgens strenge kwali- teitsrichtlijnen zorgvuldig geproduceerd en voor levering grondig getest. De garantie geldt voor materiaal- of produc- tiefouten. De garantie is niet van toepassing op productonderdelen die onderhevig zijn aan normale slijtage en die hierdoor als slij- tageonderdelen kunnen worden beschouwd of voor beschadigingen aan breekbare on- derdelen, bijv. schakelaar, accu's of dergelij- ke onderdelen, die gemaakt zijn van glas. Deze garantie wordt ongeldig, wanneer het product werd beschadigd, niet correct werd gebruikt of werd onderhouden. Voor een deskundig gebruik van het product dienen alle in de bedieningshandleiding genoemde instructies nauwkeurig in acht te worden genomen. Toepassingsdoeleinden en han- delingen waar in de bedieningshandleiding van wordt afgeraden of waarvoor gewaar- schuwd wordt, moeten absoluut worden vermeden. Het product is uitsluitend bestemd voor pri- ... / Aanwijzingen over garantie en afhandelen van de service91 NL/BE végebruik en niet voor commerciële doelein- den. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door een door ons geautoriseerd servicefiliaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie. z Afwikkeling in geval van garantie Om een snelle afhandeling van uw recla- matie te waarborgen, dient u de volgende aanwijzingen in acht te nemen: Houd bij alle vragen de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN 12345) als bewijs voor aankoop binnen handbereik. Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje, een gravure, het titelblad van uw gebruik- saanwijzing (beneden links) of de sticker op de achter- of onderzijde. Wanneer er storingen in de werking of andere gebreken optreden, dient u eerst te- lefonisch of per e-mail contact met de hierna genoemde serviceafdeling op te nemen. Een als defect geregistreerd product kunt u dan samen met uw aankoopbewijs (kassabon) en de vermelding over wat het gebrek is en wanneer het is opgetreden, voor u franco verzenden aan het u meegedeelde servi- ceadres. Let op: Op www.lidl-service.com kunt u deze en nog vele andere gebruik- saanwijzingen, productvideotypen en software downloaden. Met deze QR-code komt u onmiddellijk op de Lidl servicepagina (www.lidl-service. com) en kunt in duur middel van de invoer van een artikelnummer (IAN) 345149 uw bedieningshandleiding openen. z Service Zo kunt u met ons contact opnemen: NL, BE Naam: ITSw bv Internetadres: www.cmc-creative.de E-mail:itsw@planet.nl Telefoon:+31 (0) 900-8724357 Kantoor:Duitsland IAN 345149_2004 Let erop dat het volgende geen serviceadres is. Neem eerst contact op met de hierboven vermelde servicelijst. Adres: C. M. C. GmbH Katharina-Loth-Str. 15 DE-66386 St. Ingbert DUITSLAND ... / Service92 NL/BE93
Notice-Facile