Astro - Elektrische fiets KETTLER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Astro KETTLER in PDF-formaat.

📄 56 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag 9 vragen ⚙️ Specs
Notice KETTLER Astro - page 17
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : KETTLER

Model : Astro

Categorie : Elektrische fiets

Kenmerken Details
Type fiets Elektrische fiets
Frame Lichtgewicht aluminium
Motorisering Centraal gemotoriseerd
Motorvermogen 250 W
Accu Lithium-ion accu, capaciteit 500 Wh
Actieradius Tot 100 km afhankelijk van de ondersteuning
Maximale snelheid 25 km/u
Remmen Hydraulische schijfremmen
Gewicht Ongeveer 23 kg
Aanbevolen gebruik Stadsritten en recreatie
Onderhoud Regelmatige controle van remmen en bandenspanning
Veiligheid Voor- en achterverlichting, reflectoren
Garantie 2 jaar op het frame, 1 jaar op elektrische componenten
Inclusief accessoires Lader, standaard, spatborden

Veelgestelde vragen - Astro KETTLER

Hoe laad ik de accu van de KETTLER Astro op?
Om de accu op te laden, sluit u de meegeleverde oplader aan op de accuaansluiting op het frame van de fiets. Zorg ervoor dat de fiets is uitgeschakeld tijdens het opladen. De LED gaat branden om aan te geven dat het opladen bezig is.
Wat is de maximale actieradius van de KETTLER Astro?
De maximale actieradius van de KETTLER Astro hangt af van verschillende factoren, waaronder de gekozen ondersteuningsmodus, het gewicht van de fietser en het terrein. Over het algemeen varieert de actieradius tussen 40 en 100 km.
Hoe stel ik de zadelhoogte af?
Om de zadelhoogte af te stellen, ontgrendel de zadelpen door de vergrendelingshendel los te maken, stel de zadelhoogte in op de gewenste positie en draai vervolgens de hendel weer vast om de positie te vergrendelen.
Wat moet ik doen als de fiets niet aangaat?
Als de fiets niet aangaat, controleer dan eerst of de accu correct is opgeladen en geplaatst. Zorg er ook voor dat de noodschakelaar is ingeschakeld en dat de fiets in de "Aan"-stand staat.
Hoe voer ik regelmatig onderhoud uit aan de KETTLER Astro?
Voor regelmatig onderhoud controleert u de bandenspanning, reinigt u de ketting en smeert u deze indien nodig, en controleert u de goede werking van de remmen. Raadpleeg de gebruikershandleiding voor specifieke aanbevelingen.
Hoe stel ik de elektrische ondersteuning in?
De elektrische ondersteuning kan worden ingesteld met behulp van het bedieningsdisplay op het stuur. Druk op de ondersteuningsknop om te kiezen tussen de verschillende beschikbare ondersteuningsniveaus.
Wat is de maximale snelheid van de KETTLER Astro?
De maximale snelheid van de KETTLER Astro in ondersteuningsmodus is doorgaans beperkt tot 25 km/u, conform de regelgeving voor elektrische fietsen.
Hoe los ik een lekke band op?
Om een lekke band te verhelpen, verwijdert u het betreffende wiel, demonteert u de band met geschikt gereedschap, vervangt of repareert u de binnenband en monteert u alles weer terug, waarbij u ervoor zorgt dat de band goed op zijn plaats zit.
Waar kan ik reserveonderdelen voor de KETTLER Astro vinden?
Reserveonderdelen kunnen worden besteld bij erkende KETTLER-dealers of online via de officiële KETTLER-website. Zorg ervoor dat u compatibele onderdelen gebruikt om een goede werking van de fiets te garanderen.

Download de handleiding voor uw Elektrische fiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Astro - KETTLER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Astro van het merk KETTLER.

GEBRUIKSAANWIJZING Astro KETTLER

1. P geen training; gereed voor program-

3. ODOMETER weergave van het totaal aantal kilo-

5. SPEED weergave van de snelheid

6. TIME weergave van de trainingstijd

7. DISTANCE weergave van de trainingsafstand

8. KILOJOULE weergave van het calorieënverbruik

9. PULSE weergave van de actuele hartslag

15. HERZ knippert synchroon met de hartslag

Toetsen: Min-toets waardes verminderen (weergave te- rug) Set-toets functietoets [voorprogrammeren, wis- selen, terugzetten (reset) van de weer- gave] Plus-toets waardes verhogen (weergave vooruit) Recovery-toets functietoets [conditiecijfer berekening] Aansluitingen (voor) Bus voor de oorclip Aansluitingen (achter) Bus (4 polig) voor de handsensoren Bus (2 polig) voor de snelheidsmeter Batterijvak 2 batterijen: Mignon 1,5 Volt, LR6, AA,

1. Kamertemperatuur afb. 1 [voor en na de training]

2. Volledige weergave afb. 2 [na pedaalomwenteling of

toetsgebruik, 1 sec]

3. Totaal aantal kilometers afb. 3 [weergavetijd; 10 seconden of

4. Voorprogrammeermodus afb. 4 tijd knippert

1.0 Weergave voor de training

Uitrusting Functies en bediening van de trainingscomputer

Bedieningshandleiding voor de trainingscomputer met digitale weergave (ST2701-8) / (ST2703-8) / (ST2705-8)

Afb. 1 Kamertemperatuur Afb. 2 Volledige weergave Afb. 3 Totaal aantal kilometers Afb. 4 Voorprogrammeermo- dus: tijd knippert Deze weergave biedt 3 manieren om de polsslag te meten:

2. met de handsensoren

3. met een cardio-puls-set art.nr. 07937-000 (als accessoire in

de vakhandel verkrijgbaar) Instellen van de polsslagweergave U heeft de voorprogrammeermodus (afb. 4) ingesteld. Polsslagmeting met de oorclip Steek de oorclip in de bus. Wrijf over een oorlelletje om de doorbloeding te bevorderen. Klem de oorclip aan het oorlelletje. Polsslagmeting met de handsensoren De handen omvatten de handsensoren. Polsslagweergave Het hartsymbool (15) knippert synchroon met de polsslag De polsslag wordt als waarde (16) weergegeven Aanwijzingen voor de polsslagmeting Er is slechts één manier van polsslagmeting tegelijkertijd mogelijk (oorclip, handsensoren of cardio-puls-set). De polsslagmeting begint als het hartsymbool in de weergave syn- chroon met uw hartslag knippert. Begint u met trappen. Alle waarden tellen op. De juiste trainingspolsslag [aërobe zone] De trainingspolsslag is afhankelijk van de leeftijd. Er is voor elke leeftijd een “juiste” zogenaamde aërobe trainingsbereik (vuistre- gel; 180 min leeftijd), die door een bovenste en onderste pols- slaggrens (+/– 10 slagen) gekenmerkt is. De trainingspolsslag dient altijd binnen de aërobe zone te liggen. De maximale pols-

4.0 Training met voorprogrammering van trai-

3.0 Training zonder voorprogrammering van

slag (200 minus leeftijd) dient niet overschreden te worden. Ge- zonde personen oriënteren zich aan onderstaand diagram. Instellen van tijd (12), afstand (13), kilojoule (14), polsslaggrens (16). Vóór de training of bij trainingsonderbreking verschijnt het sym- bool P (1) (afb. 4) links boven op het scherm. Druk op de Set-toets, u komt in de voorprogrammeermodus (Afb. 5) en met de + of – toets kunt u de gewenste waarde instellen. De wijzigbare waardes worden met knipperende segmenten weergegeven. Drukt u langer op de +/– toets, lopen de waardes sneller vooruit of teruguit. Drukt u tegelijk op de +/– toetsen, springt de waarde op nul te- rug. Met de Set-toets komt u in het volgende voorprogrammeerveld. Na het voorprogrammeren van de polsslag blijft u met de set-toets in de paraatheidmodus maar met weergave van alle voorpro- grammeringen (afb. 10/11) Drukt u langer op de Set-toets, springt de weergave op de volle- dige weergave (resetfunctie) (afb. 2) Afb. 5 Afb. 6 Afb. 7 Afb. 8 Afb. 9 Afb. 10 Afb. 11 polsslag /minuut

leeftijd Aerobe Zone

De trainingscomputer is met een herstelpolsfunctie uitgerust. Deze maakt het mogelijk bij trainingseinde uw herstelpols te meten. Druk bij trainingseinde op de herstelpolstoets. De computer meet 60 seconden aftellend uw polsslag (afb. 12). Daarna wordt een conditiecijfer met (F) getoond (afb. 13). De berekening wordt on- der 9.0 Algemeen verklaard. Wordt de polsslagmeting onder- broken, wordt in plaats van een waarde (E) getoond. Drukt u op de recovery-toets, verschijnt de actuele trainingsweergave weer. Afb. 12 Afb. 13 Afb. 14 Afb. 12: herstelpolsmeting met teruglopende tijd (0:60 – 0:00) Afb. 13: conditiecijferweergave Afb. 14: geen polsslagherkenning (E) bij polsslagmeting Opmerking Wordt er geen polsslagwaarde getoond, wordt de herstelpols- functie niet uitgevoerd. Omvat na indrukken van de recovery-toets snel weer de hand- sensoren, anders wordt de polsslagmeting onderbroken. Hometrainer Snelheidsberekening 60 pedaalomwentelingen/minuut geven een snelheid van 21,3 km/h. Kilojouleberekening Uit sportmedisch zicht wordt bij fietsen het volgende calorieën- verbruik bereikt: 1 uur fietsen met 24 km/h verbruikt 1680 kJ. 1 Kilometer resulteert in 70 kilojoule De berekening is gebaseerd op een middelste belastingsniveau en wijzigt alleen door variatie van de trapfrequentie. Cross-trainer Snelheidsberekening 60 pedaalomwentelingen geven een snelheid van 9,5 km/h. Kilojouleberekening Uit sportmedisch oogpunt resulteert fietsen in het volgende ener- gieverbruik: 1 uur fietsen met 9,5 km/h verbruikt 3340 kJ 1 kilometer resulteert in 352 Kilojoule (met de middelste bela- stingsgraad)

Afb. 5: Tijd-voorprogrammeer modus tijd start met “OFF” Afb. 6: Voorprogrammering tijd; bijv. 18 minuten Afb. 7: Voorprogrammering afstand; bijv. 10 kilometer Afb. 8: Voorprogrammering calorieënverbruik; bijv. 380 Kilo joule Afb. 9: Voorprogrammering polsslaggrens; bijv. 130 slagen Afb. 10: Paraatheidmodus met weergave van alle voorpro grammeringen (DISTANCE) Afb. 11: Paraatheidmodus met weergave van alle voorpro- grammeringen (SPEED) Opmerking Afstand en Snelheid (13) wisselen elke 5 seconden. Geeft u binnen 4 minuten geen voorprogrammeerwaardes in, springt de weergave op kamertemperatuur (afb. 1). Functie Begint u met trappen. Alle voorprogrammeerwaardes (behalve polsslaggrens) tellen terug, knipperen een paar seconden bij nul en tellen dan vanaf de voorprogrammeerwaarde op. Stijgt uw polsslag boven de ingegeven polsslaggrens, knippert ter waarschuwing de polsslag-waarde en er klinkt een piep. Trapt u meer dan 20 omwentelingen, begint elke 5 seconden een automatische gegevenswisseling SCAN (symbool 2 op het dis- play). Met de Set-toets kunt u dit uitschakelen. Met de +/– toets kunt u dan een weergaveveld vooruit of terug springen. Opmerking Afstand en snelheid (13) wisselen elke 5 seconden. Wordt een voorgeprogrammeerde waarde (behalve polsslag- grens) bereikt, wordt deze direct de grote weergave (10) overge- nomen. Trapt u minder dan 20 omwentelingen, herkent de elektronica een trainingsonderbreking. De automatische wisseling van gegevens stopt, het symbool SCAN verdwijnt, P komt op het scherm en het actuele veld blijft in de grote weergave staan. Gaat u niet binnen 4 minuten verder met trainen, wisselt de display op kamertempe- ratuur (afb. 1). Daarbij wordt de afstand bij het totaal aantal ki- lometers opgeteld. Alle andere waardes worden niet opgeslagen. Opmerking Afstand en snelheid (13) wisselen elke 5 seconden. Met de +/– toets kunt u een weergaveveld vooruit of teruguit springen. Met de Set-toets komt u weer in de voorprogrammeer- modus. Daarbij worden alle eerdere trainingsgegevens en pro- grammeringen gewist. Begin met trappen. De waardes tellen verder.

7.0 Weergave bij hervatting van de training

6.0 Weergave vóór de training, bij trai-

ningsonderbreking, bij trainingseinde

5.0 Weergave tijdens de training

Conditiecijferberekening De computer berekent en geeft een waarde voor het verschil tus- sen belastingspolsslag en herstelpolsslag en het hieruit voor u re- sulterend “conditiecijfer” volgens volgende formule: Cijfer ( F ) = 6 —

P1= belastingspolsslag P2 = herstelpolsslag Cijfer 1 = zeer goed cijfer 6 = onvoldoende De vergelijking van belastings- en herstelpolsslag is een eenvou- dige en snelle manier om uw lichamelijke conditie te controlleren. Het conditiecijfer is een oriënteringswaarde voor uw herstelcapa- citeit na lichamelijke belasting. Voor u de herstelpolstoets (15) in- drukt en uw conditiecijfer bepaalt, dient u een langere tijd, d.w.z. minstens 10 minuten, in uw belastingsbereik te trainen. Bij regel- matige hart en bloedsomlooptraining zult u constateren, dat uw “conditiecijfer” beter wordt. Aanwijzingen voor polsslagmeting De polsslagmeting begint als het hart op het display synchroon met uw polsslag knippert. Polsslagmeting met oorclip De polsslagsensor werkt met infrarood licht en meet de wijzigin- gen van de lichtdoorlatendheid van uw huid, die door uw pols- slag geregeld wordt. Wrijv voor u de polsslagsensor aan uw oor- lelletje bevestigt, 10 keer stevig over uw oorlelletje om de door- bloeding te bevorderen. Vermijd stoorimpulsen.

  • Bevestig de oorclip zorgvuldig aan uw oorlelletje en zoek het beste punt voor de meting (hartsymbool knippert zonder onder- breking).
  • Train niet direct onder sterk licht zoals neonlicht, halogeenlicht, spotjes, zonlicht.
  • Sluit schudden en bewegen van de oorsensor en kabel hele- maal uit. Bevestig de kabel d.m.v. klemmen aan uw kleding of nog beter aan een hoofdband. Polsslagmeting met handsensoren Een door de contractie van het hart opgewekte kleine spanning wordt door de handsensoren gemeten en door de elektronica van een waarde voorzien.
  • Omvat altijd met beide handen de contactvlakken
  • Vermijd rukkend omvatten
  • Houd uw handen rustig en vermijd contracties en wrijven op de contactvlakken. Met cardio-puls-set Zie de daarbij horende handleiding. Storingen in de polsslagweergave Als er zich toch een keer problemen voordoen bij de polsslagme- ting, controleert u dan nogmaals bovenstaande punten. Controleer de spanning van de batterijen. Storingen met de trainingscomputer Bij merkwaardig gedrag van de trainingscomputer dient u de bat- terijen te verwijderen, de spanning van de batterijen te controle- ren en de batterijen weer terug te plaatsen. Noteer vooraf de ki- lometerstand. De opgeslagen totaal aantal kilometers gaan bij verwisseling van de batterijen verloren. ■ Raadpleeg alvorens met de training te beginnen uw huisarts en vraag of de training met dit apparaat voor u geschikt is. Zijn diagnose is belangrijk voor het bepalen van de intensiviteit van uw training. Een verkeerd uitgevoerde of te intensieve training kan uw gezondheid negatief beïnvloeden. Deze hometrainer is speciaal voor de recreatieve sporter ontwik- keld en uitstekend geschikt voor hart- en bloedsomlooptraining. De training met de hometrainer dient te geschieden volgens een bepaalde methode en de principes van de duurtraining. Daardo- or ontstaan vooral veranderingen en aanpassingen van het hart en het bloedomloopsysteem, zoals een lagere polsslag in rust en tijdens de training. Hierdoor heeft het hart meer tijd voor het vul- len van de hartkamers en voor de doorbloeding van de hartspie- ren (door de kransslagaders). Tevens neemt de diepte van de ademhaling en het de hoeveelheid lucht die kan worden ingea- demd toe (vitale capaciteit). Verdere positieve veranderingen vin- den plaats in de stofwisseling. Om deze positieve veranderingen te bereiken, moet men de training volgens bepaalde regels door- voeren. Trainingsintensiteit (Hometrainer) De intensiteit wordt bij het oefenen met de hometrainer deels door de trapfrequentie en deels door de trapweerstand geregeld. De trainende persoon bepaalt de trapweerstand d.m.v. de rem- krachtverstelling aan de stuurkolom. Let er steeds op dat U niet te intensief traint, zodat overbelasting vermeden wordt. Trainingsintensiteit (Cross-trainer) De intensiteit wordt bij het oefenen met de crosstrainer deels door de trapfrequentie en deels door de trapweerstand geregeld. De trapweerstand bepaald de oefenaar met de 10-delige schake- laar. Let er steeds op dat U de intensiteit niet te hoog neemt, om overbelasting te vermijden. Foutieve of overmatige training kan schadelijk zijn voor de ge- zondheid. Controleer daarom tijdens de training aan de hand van uw polsslag, of U uw trainingsintensiteit juist bepaald heeft. De vuistregel voor een juiste polsslag is: Hieruit volgt, dat bijv. een 50-jarige persoon zijn duurtraining met een polsslag van 130 zou moeten uitvoeren. Trainingsaanbevelingen op basis van deze berekeningen worden door talrijke gewaardeerde sportartsen als gunstig beschouwd. Dien ten gevolge dient U de trapfrequentie en de trapweerstand tijdens de training zo in te stellen, dat U uw optimale polsslag vol- gens de bovengenoemde vuistregel bereikt. Deze aanbevelingen zijn enkel van toepassing op gezonde perso- nen en gelden niet voor mensen met aandoeningen aan hart en/of bloedsomloop. Belastingsomvang Een beginner verhoogt geleidelijk de intensiteit van zijn training. De eerste trainingseenheden zouden relatief kort en volgens een intervaltraining moeten worden opgebouwd. Sportartsen beschouwen de volgende intensiteit als effectief: 180 minus leeftijd

10.0 Trainingshandleiding21

Voor beginners zijn trainingseenheden van 30-60 minuten in geen geval raadzaam. Het debutantentraining kan in de eerste 4 weken als volgt ont- worpen zijn: Als persoonlijke trainingsdokumentatie kunt U de bereikte trai- Trainingsintensiteit Opbouw van de training 3 x per week 2 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 3 x per week 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 2 minuten trainen 3 x per week 4 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 3 minuten trainen 3 x per week 5 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 4 minuten trainen 1 minuut pauze voor gymnastiek 4 minuten trainen

ningswaarden in de prestatietabel inschrijven. De training voor beginners kan in de eerste 4 weken als volgt ont- worpen zijn: Als persoonlijke trainingsdocumentatie kunt U de bereikte trai- ningswaarden in de prestatietabel invullen. Vóór en na elke trainingseenheid is een opwarming respectieveli- jk cooldown van 5 minuten raadzaam. Tussen twee trainingseen- heden zou een trainingsvrije dag moeten liggen, indien u later 3 keer per week 20-30 minuten wenst te trainen. In het andere ge- val spreekt er niets tegen een dagelijkse training. Beweging De bewegingen van de Crosstrainer liggen door de elliptische ro- tatie van de treden en het lager van de handgrepen al vast. De- sondanks dient op de volgende punten gelet te worden: ■ Let steeds vòòr de training op een correcte opbouw en stand van het apparaat. ■ Let bij het opstappen van het apparaat dat een trede zich in de onderste, en een zich in de bovenste positie bevindt. Houd met beide handen de handgrepen vast en stap eerst op de onder- ste trede. Bij het afstappen eerst van de bovenste trede afstap- pen. ■ Stel de treden in op de voor u optimale afstand tot de hand- grepen (zie aanwijzingen pag. 16); let daarbij op voldoende beenruimte t.o.v. de handgrepen. ■ Train met geschikte sportschoenen en zorg ervoor, dat u stabiel op de treden staat. ■ (Niet met losse handen trainen.) Wanneer u alleen het onder- lichaam wilt trainen, houdt u zich dan aan de greepbeugel tus- sen de beweegbare handgrepen vast. ■ Let op een gelijkmatige, ronde beweging. ■ De remweerstand overeenkomstig de individuele behoeften middels de draaiknop onder de cockpit instellen. ■ Wissel tijdens de training tussen voorwaartse en achterwaartse bewegingen van de treden, om de been- en bilspieren op ver- schillende manieren te gebruiken. Door middel van regelmatig trainen kunt u uw conditie, uw kracht en daarmee ook uw welzijn verhogen. Een gezonde levenswijze met een uitgebalanceerd, volwaardig voedingspatroon optimali- seert het trainingsresultaat. Prestatietabel Datum Rustpols Belastingspols Ontspanningspols Hellingshoek Tijd Afstand Calorieenverbruik Waard. (min.) (km) (Kcal) cijferSímbolos: