Control Pro 250 M - Verfspuit WAGNER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Control Pro 250 M WAGNER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Verfspuit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Control Pro 250 M - WAGNER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Control Pro 250 M van het merk WAGNER.
GEBRUIKSAANWIJZING Control Pro 250 M WAGNER
Waarschuwing! Nooit vingers, handen of andere lichaamsdelen in aanraking met despuitstraal laten komen!Richt het spuitpistool nooit op uzelf, op andere personen of op dieren. Het spuitpistool nooit zonder aanraakbeveiliging gebruiken.Behandel een spuitverwonding niet als een gewone snijwond.Bij huidletsel door coatingmateriaal direct een arts raadplegen voor eensnelle, deskundige behandeling. Informeer de arts over het gebruiktecoatingmateriaal of oplosmiddel. Elke keer voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moeten deonderstaande punten, overeenkomstig de handleiding, in acht wordengenomen:1. Apparaten met gebreken mogen niet worden gebruikt. Spuitpistool met veiligheidshendel aan de trekker borgen.3. Zorg dragen voor een goede aarding van de netaansluiting.4. Toelaatbare werkdruk van de hogedrukslang en het spuitpistoolcontroleren5. Alle verbindingen op lekkage controleren.De aanwijzingen m.b.t. periodieke schoonmaak- en onderhoudsbeurtenmoeten streng worden aangehouden.Voor alle werkzaamheden aan het apparaat en bij iederewerkonderbreking moeten de onderstaande regels in acht wordengenomen :1. Spuitpistool en slang van druk ontlasten. Spuitpistool met veiligheidshendel aan de trekker borgen.3. Apparaat uitschakelen. Let op de veiligheid! Attentie: gevaar voor verwondingen door injectie ! De Airless apparaten ontwikkelen ee extreem hoge spuitdruk. Gevaar
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing47 Control Pro 250 M
Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw WAGNER verfspuit. U bezit nu een merkproduct, dat voor een storingsvrije werking zorgvuldig moet worden gereinigd en onderhouden. Lees voor inbedrijfname van het apparaat de gebruikshandleiding nauwkeurig door en neem de veiligheidsaanwijzingen in acht. Bewaar de gebruikshandleiding zorgvuldig. Uitleg van de gebruikte symbolen Gevaar Duidt een rechtstreeks dreigend gevaar aan. Als ze niet gemeden wordt, zijn de dood of zeer ernstig letsel het gevolg.
Duidt toepassingstips en andere bijzonder nuttige aanwijzingen aan. Draag bij de werkzaamheden een geschikte gehoorbescherming. Draag bij de werkzaamheden een geschikte adembescherming. Draag bij de werkzaamheden geschikte veiligheidshandschoenen. Algemene veiligheidsaanwijzingen Waarschuwing! Lees alle veiligheidstips en instructies. Door het niet in acht nemen van de veiligheidstips en de vermelde instructies kunnen er een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen optreden. Bewaar de bedieningshandleiding zorgvuldig en houd deze bij het product, als u dit eens zou uitlenen. Met het hieronder gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" wordt zowel elektrisch gereedschap op netvoeding (met netkabel) bedoeld als oplaadbaar elektrisch gereedschap (zonder netkabel). Gevaar
1. Veiligheid op de werkplek
a) Houd de werkplek schoon en goed verlicht. Wanorde en niet verlichte werkplekken kunnen tot ongevallen leiden. b) Gebruik het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die stof of dampen kunnen ontsteken. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen.
2. Elektrische veiligheid
a) De netstekker van het apparaat moet passen in de wandcontactdoos. De stekker mag op geen enkele manier worden gewijzigd. Gebruik geen stekkeradapter voor geaarde apparaten. Ongewijzigde stekkers en passende wandcontactdozen verminderen het risico van elektrische schokken. b) Voorkom contact van uw lichaam met geaarde oppervlakken van b.v. buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op elektrische schokken wanneer uw lichaam is geaard. c) Houd het apparaat uit de regen en breng het niet in contact met water. In een elektrisch apparaat binnendringend water verhoogd het risico van elektrische schokken. d) Gebruik de netkabel niet voor andere doeleinden, b.v. om het apparaat aan te dragen, op te hangen of om de stekker uit de wandcontactdoos te trekken. Houd de kabel verwijderd van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen van apparaten. Beschadigde kabels en kabels die in de war zijn verhogen het risico van elektrische schokken. e) Als u met elektrisch gereedschap buiten werkt, gebruik dan uitsluitend verlengsnoeren die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van voor buitengebruik geschikte verlengkabels vermindert het risico van elektrische schokken. f) Als het gebruik van het apparaat in een vochtige omgeving niet valt te vermijden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico van een elektrische schok.48 Control Pro 250 M
3. Veiligheid van personen
a) Wees alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik het apparaat niet wanneer u moe bent of onder de invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onachtzaamheid tijdens het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel. b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen en draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van type en gebruik van het elektrisch gereedschap, vermindert het risico van letsel. c) Voorkom onbedoeld starten van het gereedschap. Verzeker u ervan dat de schakelaar in de stand "UIT" staat, voordat u de netstekker in de wandcontactdoos steekt. Wanneer u tijdens het dragen van het apparaat een vinger op de schakelaar houdt of het apparaat ingeschakeld op de netvoeding aansluit, kan dit leiden tot ongevallen. d) Verwijder afstelgereedschap of moersleutels voordat u het apparaat inschakelt. Gereedschap of een moersleutel die zich in een draaiend deel van het apparaat bevindt, kan leiden tot letsel. e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een goede houding en bewaar op elk moment uw evenwicht. Dan kunt u het apparaat in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sierraden. Houd haren, kleding en handschoenen verwijderd van bewegende delen. Loszittende kleding, sierraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden gegrepen. g) Pas op voor een vals gevoel van veiligheid en neem de veiligheidsvoorschriften voor elektrisch gereedschap in acht, ook wanneer u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap bent. Onoplettendheid kan binnen een fractie van een seconde tot ernstig letsel leiden.
4. Zorgvuldige omgang met en gebruik van elektrisch gereedschap
a) Zorg dat u het apparaat niet overbelast. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Verwijder de stekker uit de wandcontactdoos voordat u afstellingen aan het apparaat uitvoert, accessoires vervangt of het apparaat aan de kant legt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het apparaat onbedoeld wordt gestart. d) Bewaar elektrisch gereedschap, wanneer het niet wordt gebruikt, buiten bereik van kinderen. Laat geen personen met het apparaat werken die daar niet mee vertrouwd zijn of die deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt. e) Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer dat bewegende delen correct functioneren en niet klemmen en dat er geen onderdelen zijn gebroken of zodanig beschadigd dat de werking van het apparaat nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het apparaat repareren. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap. f) Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, hulpmiddelen enz. in overeenstemming met deze aanwijzingen en zoals voor dit specieke type apparaat is voorgeschreven. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor ander dan het bedoelde gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties. g) Zorg ervoor dat de grepen en greepvlakken schoon en vrij van olie en vet blijven. Gladde grepen en greepvlakken maken een veilig gebruik en controle over het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.
a) Laat het apparaat uitsluitend repareren door gekwaliceerd technisch personeel en uitsluitend met originele onderdelen. Daarmee blijft de veiligheid van het apparaat gewaarborgd. b) Wanneer het netsnoer van dit apparaat is beschadigd, moet dit door de fabrikant, zijn klantenservice of een gelijkwaardig gekwaliceerd persoon worden vervangen om gevaren te voorkomen. Bescherming van de gezondheid Gevaar Let op! Draag adembescherming: verfnevel en oplosmiddeldampen zijn schadelijk voor de gezondheid. Werk uitsluitend in ruimten met goede natuurlijke ventilatie of gebruik geforceerde ventilatie (afzuiging). Het dragen van werkkleding, veiligheidsbril, gehoorbescherming en handschoenen wordt aanbevolen.49 Control Pro 250 M
Brandbare coatingmaterialen Gevaar De spuitpistolen mogen niet worden gebruikt voor het verspuiten van brandbare stoen. Explosiebeveiliging Gevaar Gebruik het apparaat niet in ruimtes die onder de explosiebeveiligingsverordening vallen. Explosie- en brandgevaar bij spuitwerkzaamheden door ontstekingsbronnen Gevaar Er mogen zich geen ontstekingsbronnen in de omgeving bevinden, bijv. open vuur, het roken van sigaretten, sigaren en pijpen, vonken, gloeiende draden, hete oppervlakken, enz. Elektrostatische lading (vonk- en vlamvorming) Gevaar Op grond van de stromingssnelheid van het bedekkingsmateriaal bij het spuiten kunnen er aan het apparaat elektrostatische ladingen ontstaan. Deze kunnen bij ontlading de vorming van vonken of vlammen tot gevolg hebben. Daarom moet het apparaat altijd via de elektrische installatie geaard zijn. Het apparaat moet via een volgens de voorschriften geaarde veiligheidscontactdoos worden aangesloten. Ventilatie Om brand- en explosiegevaar alsook beschadigingen van de gezondheid bij spuitwerkzaamheden te voorkomen, moet voor een goede natuurlijke of kunstmatige ventilatie gezorgd worden. Apparaat en spuitpistool beveiligen Beveilig de slangen, accessoires en lteronderdelen volledig voordat u de sproeipomp gebruikt. Onbeveiligde onderdelen stoten soms een sterke kracht uit of veroorzaken lekken van vloeistof onder hoge druk, met zware schade tot gevolg. Het spuitpistool dient bij montage of demontage van de spuitdop en bij onderbreking van de werkzaamheden altijd te worden geborgd. Terugstoot van het spuitpistool Gevaar Bij een hoge werkdruk komt bij het overhalen van de trekker een reactiekracht van maximaal 15 N vrij. Indien u hier niet op bent voorbereid, kan de hand worden teruggestoten of kunt u het evenwicht verliezen. Hierdoor kan letsel ontstaan. Een continue belasting door deze terugstoot kan tot blijvende gezondheidsschade leiden. Maximale werkdruk De maximale werkdruk voor spuitpistool, spuitpistooltoebehoren en hogedrukslang mag niet lager zijn dan de op het apparaat vermelde maximale werkdruk van 110 bar (11 MPa). Coatingmateriaal Houd rekening met gevaren die het gevolg kunnen zijn van het verspoten materiaal en neem tevens de aanwijzingen op de verpakking of van de fabrikant van het materiaal in acht. Verspuit geen materialen waarvan u de eventuele gevaren niet kent. Hogedrukslang (veiligheidsaanwijzing) Gevaar Let op, gevaar voor letsel door injectie! Door slijtage, knikken en niet-doelmatig gebruik kunnen lekplaatsen in de hogedrukslang ontstaan. Door een lekplaats kan vloeistof in de huid geïnjecteerd worden.50 Control Pro 250 M
Hogedrukslang vóór elk gebruik grondig controleren. Vervang een beschadigde hogedrukslang onmiddellijk. Probeer nooit een defecte hogedrukslang zelf te repareren! Vermijd scherpe bochten en knikken. De kleinste buigstraal mag ongeveer 20 cm bedragen. Rijd niet over de hogedrukslang en bescherm deze tegen scherpe voorwerpen en kanten. Nooit aan de hogedrukslang trekken om het toestel te bewegen. Hogedrukslang niet verdraaien. Hogedrukslang niet in oplosmiddel leggen. Buitenkant alleen met een doordrenkte doek afvegen. Hogedrukslang zo leggen, dat er geen struikelgevaar bestaat. Elektrostatische lading van spuitpistool en hogedrukslang wordt via de hogedrukslang afgeleid. Daarom moet de elektrische weerstand tussen de aansluitingen van de hogedrukslang gelijk zijn aan of kleiner zijn dan 197 kΩ/m (60 kΩ/ft.).
Vanwege de werking, veiligheid en levensduur, alleen WAGNER-originele-hogedrukslangen en spuitmondstukken gebruiken. Overzicht zie „Reserveonderdelenlijst”.
Bij oude hogedrukslangen stijgt het risico op beschadigingen. Wagner raadt aan, de hogedrukslang na 6 jaar te vervangen. Aansluiting van het apparaat De aansluiting moet via een voorschriftmatig geaard veiligheidsstopcontact plaatsvinden. De aansluiting moet met een foutstroombeschermingsinrichting INF ≤ 30 mA zijn uitgerust. Apparaat opstellen Gevaar Bij werkzaamheden binnen: Nabij het apparaat mogen zich geen oplosmiddelhoudende dampen kunnen ophopen. Het apparaat opstellen aan de van het spuitobject afgekeerde zijde. Minimale afstand van 5 m tussen het apparaat en het spuitpistool aanhouden. Bij werkzaamheden buiten: Er mogen geen oplosmiddelhoudende dampen naar het apparaat toe drijven. Let op de windrichting. Het apparaat zo opstellen, dat zich geen oplosmiddelhoudende dampen bij het apparaat kunnen ophopen. Minimale afstand van 5 m tussen het apparaat en het spuitpistool aanhouden. Onderhoud en reparaties Gevaar Voor alle werkzaamheden aan het apparaat drukontlasting uitvoeren en netstekker uit de contactdoos halen. Reiniging van de apparatuur Gevaar Gevaar voor kortsluiting door binnendringend water! Spuit het apparaat nooit met een hogedruk- of stoomhogedrukreiniger af. Reiniging van de apparatuur met oplosmiddel Gevaar Bij de reiniging van de apparatuur met oplosmiddel mag in geen geval in een reservoir met een kleine opening (spongat) worden gespoten of gepompt. Gevaar voor de vorming van een ontplofbaar gas/ lucht-mengsel. Het reservoir dient geaard te zijn. Gebruik voor het schoonmaken geen brandbare materialen. Aarding van het werkstuk Het te coaten werkstuk moet geaard zijn.51 Control Pro 250 M
Thermische beveiliging Het apparaat is voorzien van een thermische beveiliging die het apparaat bij oververhitting uitschakelt. In dit geval toestel uitschakelen, keuzeschakelaar in de positie PRIME (verticaal) draaien, stekker eruit trekken en het toestel min. 30 minuten laten afkoelen. Verhelp de oorzaak van de oververhitting, b.v. een afgedekte sleuf voor het aanzuigen van lucht. Beschrijving (Afb. 1) 1 Aanzuigslang 2 Drukregelaar met geïntegreerde aan/uit-schakelaar3 Draaggreep 4Geïntegreerd legvak voor spuitkoppen en kleine onderdelen5 Spuittip 517 (voor dikvloeibare materialen, bijv. binnenmuurverf)6 Spuitpistool7 Spuittiphouder 8 HEA lterset9 Pistoollter: rood (1 stuks), wit (1 stuks*) 10Spuittip 311 (voor dunvloeibare materialen, bijv. Lak, beits,...)11 Hogedrukslang 12 Keuzeschakelaar13 Retourleiding 14 Slangaansluiting15 Inlaatlter 16 Inlaatklepdrukker17 Gebruiksaanwijzing* is in de lterbehuizing voorgemonteerd Verwerkbare materialen Dispersie- en latexverven voor binnenshuis. Lakken en houtbeschermingsmiddelen die water en/of oplosmiddel bevatten. Lakverven, oliën, oplosmiddelen, kunstharslakken, PVC-lakken, voorlakken, grondlakken, en roestwerende verven.
Afhankelijk van het te verwerken materiaal moet een andere spuittip en een ander pistoollter worden gebruikt. Voor dunvloeibare materialen: Spuittip 311 Filter roodVoor dikvloeibare materialen: Spuittip 517/619 Filter wit Niet-verwerkbare materialen Materialen die sterk schurende bestanddelen bevatten, gevelverf, logen en zuurhoudende coatingmaterialen. Brandbare coatingmaterialen, materialen de aceton of nitro-verdunning bevatten.
Neem contact op met de Wagner-serviceafdeling, om in geval van twijfel de verdraagzaamheid van het coatingmateriaal met de voor de bouw van het apparaat gebruikte materialen te garanderen. Toepassingsbereik Coaten van wanden binnenshuis alsook kleine en middelgrote objecten buitenshuis (bijv. schuttingen, garagedeuren etc.). Benodigd gereedschap en hulpmiddelen
Schroefsleutel (13, 16, 17, 20) resp. verstelbare schroefsleutel (2 st.) en inbussleutel (10 mm) Inbussleutel (2,5 mm) Lege houder Een groot stuk karton Afdekmateriaal Voorbereiding van de werkplek Gevaar Stopcontacten en schakelaars beslist afplakken. Gevaar voor een elektrische schok door binnendringend spuitmateriaal! Dek alle oppervlakken en objecten af, die niet gespoten moeten worden of verwijder deze uit het werkbereik. Wagner stelt zich niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door verfnevel (overspray). Silicaatverf tast bij contact glas- en keramiekvlakken aan! Alle overeenkomstige oppervlaken moeten daarom beslist compleet worden afgedekt.52 Control Pro 250 M
Let op de kwaliteit van de gebruikte afplaktape. Gebruik op behang en geverfde ondergronden niet een te sterk hechtend tape om beschadigingen bij het verwijderen te vermijden. Verwijder de tape langzaam en gelijkmatig; in geen geval schoksgewijs. Laat de oppervlakken alleen zo lang als nodig is afgeplakt, om mogelijke resten bij het verwijderen te minimaliseren. Let ook op de instructies van de tapefabrikant. Voorbereiden van het materiaal Met de Control Pro 250 M kunnen binnenwandverven, lakken en lazuurverven onverdund of licht verdund worden verspoten. Gedetailleerde informatie vindt u in het technische datablad van de fabrikant ( downloaden via internet).
Roer het materiaal grondig op en verdun het in de verfverpakking conform de verdunningsaanbeveling (voor het oproeren wordt een boormachine met roerder/mixer aanbevolen).VerdunningsadviesTe verspuiten materiaalBeits onverdundHoutveredelingsmiddel, beits, olie, desinfectiemiddel, plantenbeschermingsmiddel onverdundOplosmiddelhoudende of waterverdunbare lak, grondverf, autolak, hoogviskeuze beits 5 - 10% verdunnenBinnenmuurverf (dispersies en latexverf) 0 - 10% verdunnen
De in de tabel genoemde waarden zijn richtwaarden. De voor het gebruikte materiaal optimale verdunning moet door een spuittest worden vastgesteld. Details over het uitvoeren van de spuittest vindt u in de paragraaf "Spuittechniek". Montage 1. Plaats de beide kleppen in het legvak.2. Draaggreep zoals op de afbeelding aangegeven plaatsen en door naar beneden drukken vast klikken. (Afb. 2)3. Verwijder de afdekkappen aan slang en slangaansluiting. (Afb. 3) 4. Zet het spuitpistool op het dunnere einde van de slang (afb. 4, 1) en draai het pistool op de slang. Draai de schroefdraad met een schroefsleutel (13) goed vast.5. Draai de schroefdraad aan het andere einde van de slang op de slangaansluiting. Houd met een schroefsleutel (16) de slangaansluiting vast en draai de slang met een andere schroefsleutel (17) vast. (Afb. 5) 6. Steek de aanzuigslang op de materiaalingang en zet hem vast met de klem. (Afb. 6)7. Steek de retourleiding op de retouraansluiting en zet hem vast met de klem. (Afb. 7) Bedieningselementen op het apparaat (Afb. 8) A Met de drukregelaar kan de spuitdruk worden ingesteld. De juiste spuitdruk is afhankelijk van het gebruikte materiaal. Als de drukregelaar op 0 staat, is het apparaat uitgeschakeld.B Met de keuzeschakelaar kunnen volgende instellingen worden gekozen:PRIME (Schakelaar staat verticaal)
Voor het vullen van het systeem met verf Voor de drukontlastingSPRAY (Schakelaar staat horizontaal)
Voor het eectieve spuiten met het systeem Spuitpistool Gevaar Zet de trekker altijd vast in de vrije stand wanneer u het spuitmondstuk aanbrengt of wanneer het spuitpistool niet in gebruik is. Klap de handbeugelvergrendeling naar beneden om de handbeugel te vergrendelen (afb. 9, A). Klap de handbeugelvergrendeling naar boven om de handbeugel te ontgrendelen (afb. 9, B).
Afhankelijk van het te verwerken materiaal moet een andere spuittip en een ander pistoollter worden gebruikt. Voor dunvloeibare materialen: Spuittip 311 Filter roodVoor dikvloeibare materialen: Spuittip 517/619 Filter wit53 Control Pro 250 M
Drukontlastingsprocure Gevaar Vergeet niet de drukontlastingsprocedure uit te voeren wanneer u het toestel om welke reden dan ook afsluit. Door deze handelswijze wordt de druk uit de spuitslang en het pistool verwijderd.1. Borg het spuitpistool. (Afb. 9, A) Schakel het toestel uit (drukregelaar in positie 0). Draai de keuzeschakelaar in de stand PRIME (verticaal). (Afb. 10)3. Ontgrendel het spuitpistool. Houd het spuitpistool boven een lege bak en druk op de trekker om de druk af te laten.4. Borg het spuitpistool. Inbedrijfname Controleer voor aansluiting op het lichtnet dat de netspanning overeenkomt met de gegevens op het typeplaatje.1. Bevestig de retourleiding met de klemmen op de aanzuigslang.2. Dompel de aanzuigslang in de verfemmer. (Afb. 11)3. Druk op de rode inlaatklepdrukker, om er zeker van te zijn, dat de inlaatklep vrij is. (Afb. 12)4. Netsnoer insteken.5. Draai de keuzeschakelaar in de stand PRIME (verticaal). 6. Schakel het apparaat in door de drukregelaar langzaam op 2 te zetten.7. Schakel het apparaat weer uit (drukregelaar 0) zodra er verf door de retourleiding in de verfemmer stroomt.
Als er geen verf wordt aangezogen, probeert u het probleem op te lossen met de stappen die worden beschreven in het hoofdstuk “Hulp bij problemen met aanzuigen”.8. Draai de keuzeschakelaar in de stand SPRAY (horizontaal).9. Houd het spuitpistool aan de rand van een lege bak. (Afb. 13)10. Ontgrendel het spuitpistool en houd de trekker tot het materiaal gelijkmatig naar buiten komt.11. Laat de trekker los en ontgrendel het spuitpistool. 12. Plaats de spuittiphouder op het spuitpistool (afb. 14 A) en draai hem in de eindpositie (afb. 14 B) om hem te bevestigen.
13. Zet de spuittip met de spuit naar voren wijzend erin. (Afb. 15)
Hulp bij problemen met aanzuigen 1. Druk 3-4 keer op de inlaatventielknop. (Afb. A) Als het probleem niet is opgelost, gaat u verder met de volgende stap.2. Sla meerdere keren zachtjes met bijvoorbeeld een rubberen hamer op de slangaansluiting. (Afb. B) Als het probleem niet is opgelost, gaat u verder met de volgende stap.3. Schakel het apparaat uit (drukregelaar in positie 0).4. Verwijder de aanzuig- en hogedrukslang en zet het apparaat op de kop.5. Doe ca. 10 ml water in de materiaalingang. (Afb. C)6. Druk 3-4 keer op de inlaatventielknop.7. Houd een doek voor de slangaansluiting en schakel de pomp in totdat er water uit de slangaansluiting komt.
Neem contact op met de klantenservice als het probleem niet is opgelost.
Spuittechniek Gevaar Vergeet niet de drukontlastingsprocedure uit te voeren wanneer u het toestel om welke reden dan ook afsluit. Door deze handelwijze wordt de druk uit de spuitslang en het pistool afgelaten.Zorg ervoor dat de verfslang vrij is van knikken en uit de buurt van voorwerpen met scherpe randen.
Het is eciënt, om eerst op een karton of soortgelijke ondergrond te oefenen, om het spuitbeeld te controleren en zich met het gebruik van het spuitpistool vertrouwd te maken.
Bij een gelijkmatige spuitproef zoals in afbeelding 16 A zijn alle instellingen correct. Vertoont de spuitproef “kantstrepen” zoals in afbeelding 16 B, verhoog dan trapsgewijs de druk of verdun verder in stappen van 5%. (maximaal toegestane verdunning van de fabrikant in acht nemen). De sleutel voor een hoogwaardig resultaat is de gelijkmatige laag van het gehele oppervlak. Beweeg uw arm met een constante snelheid en houd het spuitpistool op een constante afstand van het oppervlak. De beste spuitafstand is 20 tot 25 cm tussen de spuittip en het oppervlak. (Afb. 17, A)
Houd het spuitpistool onder een rechte hoek ten opzichte van het oppervlak. Dit betekent dat u uw gehele arm heen en weer moet bewegen, en niet slechts uw pols buigen. (niet zwenken) (Afb. 17, B)
Houd het spuitpistool haaks ten opzichte van het oppervlak, anders wordt het ene uiteinde van het spuitbeeld dikker dan het andere. (Afb. 17, C) Trek pas aan de trekker aan nadat u bent begonnen met de armbeweging. Laat de trekker los voordat u stopt met de armbeweging. (Afb. 17, D) Het spuitpistool moet in beweging zijn op het moment dat de trekker wordt aangetrokken of losgelaten. Zorg bij elke baan voor een overlapping van ongeveer 30%. Dit resulteert een gelijkmatige dekking.
Tijdens het werken schakelt de pomp steeds weer aan en uit om de druk te regelen. Dit is normaal en geen foutief functioneren. De spuittip ontstoppen/deblokkeren Als het spuitpatroon vervormd wordt of helemaal stopt terwijl de trekker is aangetrokken, voert u de volgende stappen uit. Gevaar Probeer de spuittip niet te ontstoppen of te reinigen met uw vingers. De vloeistof onder hoge druk kan uw huid doorboren. 1. Laat de trekker los en vergrendel het pistool. Verdraai de draaibare spuittip 180º zodat de pijl wijst naar de achterkant van het pistool (Afb. 18).
Onder druk kan het erg moeilijk zijn de spuittip te draaien. Draai de keuzeschakelaar in de stand PRIME (verticaal) en trek aan de trekker. Hierdoor neemt de druk af en kan het mondstuk eenvoudiger worden gedraaid.
2. Draai de keuzeschakelaar in de stand SPRAY (horizontaal).
3. Ontgrendel het pistool en trek de trekker aan. Richt het pistool op een stukje afvalhout of karton. Op deze wijze kan de druk in de spuitslang de blokkering wegblazen. Als het mondstuk schoon is, komt het materiaal in een rechte straal onder hoge druk naar buiten. 4. Laat de trekker los en vergrendel het pistool. Draai de spuittip om zodat de pijl weer naar voren wijst. Ontgrendel het pistool en ga verder met spuiten.
Met de HEA lterset kunnen verstoppingen van de sproeikop worden geminimaliseerd (zie “HEA lterset”). HEA lterset Montage Gevaar Pistool en hogedrukslang moeten drukloos zijn voordat de lterset wordt gemonteerd/gedemonteerd.1. Hogedrukslang van pistool (1) loskoppelen. 2. Indien nodig lterbehuizing (2) erop schroeven en de bij de spuittip passende lter (3) plaatsen (de conische kant (A) moet naar boven wijzen).55 Control Pro 250 M
Spuitmondstuk 311 Filter roodSpuitmondstuk 517 / 619 Filter wit (is in de lterbehuizing voorgemonteerd)3. Filterbehuizing (2) aan pistool (1) schroeven.4. Hogedrukslang (4) aan lterbehuizing (2) schroeven.Reiniging Gevaar Pistool en hogedrukslang moeten drukloos zijn voordat de lterset wordt gemonteerd/gedemonteerd.1. Filterbehuizing (2) van slang (4) en pistool (1) verwijderen.2. Filterbehuizing (2) erop schroeven en lter (3) verwijderen.3. Filter (3) en lterbehuizing (2) grondig reinigen (bij slijtage lter vervangen).4. Bij montage erop letten dat de dichting en de veer niet verloren raken. Werkonderbreking Gevaar Vergeet niet de drukontlastingsprocedure uit te voeren wanneer u het toestel om welke reden dan ook afsluit. Door deze handelwijze wordt de druk uit de spuitslang en het pistool afgelaten. Schakel het apparaat uit (drukregelaar in positie 0) en haal de netstekker eruit. Spuitpistool in een plastic zak doen en luchtdicht afsluiten. Verfoppervlak in het verfverpakking met een beetje water bevochtigen, zodat het niet hard wordt. Buiten bedrijf stellen en reinigen Deskundige reiniging is een voorwaarde voor een storingsvrij gebruik van het verfopbrengapparaat. Bij niet of ondeskundig uitgevoerde reiniging vervalt elke aanspraak op garantie. Gevaar Gebruik voor het schoonmaken geen brandbare materialen / nitro-verdunning.
Reinig het apparaat altijd direct na aoop van het werken. Ingedroogd coatingmateriaal bemoeilijkt de reiniging.1. Voer de drukontlastingsprocure uit. 2. Borg het spuitpistool.3. Verwijder de spuittiphouder van het spuitpistool. (Afb. 19)4. Plaats de aanzuigslang en retourleiding in een emmer met water resp. een voor het gebruikte materiaal geschikte reinigingsoplossing.5. Draai de keuzeschakelaar in de stand SPRAY en zet de druk op maximum.6. Houd het spuitpistool bij de rand van de verfemmer. (Afb. 20) Gevaar Aard het pistool tegen een metalen vat tijdens het uitspoelen met een oplossing. 7. Ontgrendel het pistool en haal de handbeugel over om de overtollige verf uit het systeem in de verfemmer te pompen. Laat de handbeugel weer los zodra de reinigingsoplossing naar buiten komt.8. Draai de keuzeschakelaar in de stand PRIME (verticaal).9. Houd het spuitpistool bij de rand van het reinigingsreservoir.10. Haal de handbeugel over en houd deze net zo lang ingedrukt tot er alleen nog heldere vloeistof naar buiten komt.11. Schakel het apparaat uit en haal de netstekker eruit.12. Draai de keuzeschakelaar in de stand PRIME (verticaal).13. Trek aan de trekker om een drukontlasting uit te voeren.14. Borg het spuitpistool.15. Koppel het spuitpistool met behulp van schroefsleutels (13) van de verfslang.
Als de HEA-lterset wordt gebruikt, dient deze volgens de informatie in het hoofdstuk "HEA-lterset" gedemonteerd en gereinigd. 16. Verwijder het mondstuk (1), sluitring (2) en de houder (3) uit de mondstukhouder (4) en reinig alle delen grondig. (Afb. 21)
17. Plaats de houder en de sluitring weer in de spuittiphouder.
Schroef de spuittiphouder op het pistool.
18. Verwijder de aanzuigslang van het basistoestel.
19. Verwijder de retourleiding.
20. Veeg beide slangen van buiten schoon.
21. Trek de lterschijf (1) voorzichtig uit de aanzuiglter. (Afb. 22)
22. Reinig de lterschijf grondig onder stromend water.
23. Verwijder de hogedrukslang met een schroefsleutel (17) van het basisapparaat.
24. Dompel het inlaatventiel in een met conserveringsmiddel (bijv. onderhoudsolie) gevuld reservoir. (Afb. 23)
25. Sluit de stekker aan.
26. Houd een doek voor de slangaansluiting en schakel het apparaat voor ca. 5 seconde in. (Afb. 24)
De pomp wordt door dit proces gesmeerd. Onderhoud en reparaties Gevaar Voor alle werkzaamheden aan het apparaat drukontlasting uitvoeren en netstekker uit de contactdoos halen. a) Reiniging inlaatventiel
Als er bij het aanzuigen van het materiaal problemen optreden, moet eventueel de inlaatventiel gereinigd of vervangen worden. Problemen kunnen worden vermeden, als het apparaat altijd zoals voorgeschreven wordt gereinigd en onderhouden.
1. Verwijder de aanzuigslang van het basistoestel.
2. Verwijder het inlaatventiel (afb. 25, 1) met een schroefsleutel (20) of inbussleutel (10 mm) van het basisapparaat.
3. Verwijder de ventielhouder (afb. 25, 2), kogel (3) en O-ring (4) uit het inlaatventiel.
4. Reinig de opname voor het inlaatventiel en alle onderdelen grondig met een geschikte reinigingsoplossing of vervang ze indien nodig.
5. Vet de O-ring (afb. 25, 5) op het inlaatventiel in.
6. Plaats de ventielhouder, kogel en O-ring weer in het inlaatventiel.
7. Draai het inlaatklepeenheid terug in de basistoestel.
b) Reiniging uitlaatventiel
Bij een slecht spuitbeeld moet het uitlaatventiel worden gereinigd of vervangen. Problemen kunnen worden vermeden, als het apparaat altijd zoals voorgeschreven wordt gereinigd en onderhouden.
1. Verwijder de hogedrukslang met een schroefsleutel (17) van het basisapparaat.
2. Draai de schroef (inbussleutel 2,5 mm) op het uitlaatventiel (afb. 26) los, maar verwijder de schroef niet.
3. Verwijder het uitlaatventiel (afb. 27, 1) met een schroefsleutel (16) van het basisapparaat.
4. Reinig de opname voor het uitlaatventiel en het uitlaatventiel grondig met een geschikte reinigingsoplossing of vervang het uitlaatventiel indien nodig.
5. Plaats het nieuwe of gereinigde uitlaatventiel weer terug.
6. Draai de schroef (afb. 26) weer vast.
Reserveonderdelenlijst (Afb. 28) Pos. Benaming Bestelnr. 1 Spuitpistool (compl. met mondstukhouder) 0517100 2 Spuittip 517 (voor dikvloeibare materialen, bijv. binnenmuurverf)* Spuittip 311 (voor dunvloeibare materialen, bijv. . Lak, beits, …)*
Reserveonderdelenlijst (Afb. 28) 6 Filter, rood (spuittip 311, 2 stuks)* Filter, wit (spuittip 517/619, 2 stuks)*
7 Hogedrukslang, 9 m 0580050 8 Draaggreep 0580175A 9 Deur (1 stuk) 0580041B 10 Aanzuigslang en retourleiding 0580159A 11 Borgklem (aanzuigslang) 9890222 12 Borgklem (retourleiding) 0327226 13 Retourleiding 0580487A 14 Borgklem (1 stuk) 0512390 15 Filterhuis 0580154 16 Filter 0580155 17 Uitlaatventiel 0580072A 18 Reparatie set inlaatventiel 0580391 19 Inlaatventielhuis 0580071A *Slijtonderdeel: Valt niet onder de garantie Accessoires (niet bij levering inbegrepen) Benaming Bestelnr. Spuittip 619 (Voor dikvloeibare materialen, bijv. binnenmuurverf. Voor het coaten van grotere oppervlakken) 0517619 Pistool verlenglans (30 cm) 0517700 Olie (118 ml) 2319722 Meer informatie over de productenreeks van WAGNER voor renovatiewerkzaamheden onder www.wagner-group.com Technische gegevens Soort pomp Zuigerpomp Spanning 230 V
50 Hz Opgenomen vermogen 550 W Beveiliging Aansluiting alleen op FI-beveiligd stopcontact (16 A) Isolatieklasse I Max. spuitdruk 11 MPa (110 bar) Max. opbrengst 1,25 l/min Geluidsdrukniveau* 83 dB (A) Onzekerheid K= 3 db Geluidsdrukvermogen* 95 dB (A) Onzekerheid K= 3 db Trillingsniveau* < 2,5 m/s
Onzekerheid K= 1,5 m/s
Max. temperatuur coatingmateriaal 40°C Slanglengte 9 m Max. slanglengte 30 m Productafmetingen ca. 46,5 x 32 x 38 cm Gewicht ca. 7,6 kg
- Gemeten volgens EN 50580:2014 Informatie over het trillingsniveau Het aangegeven trillingsniveau is volgens een genormaliseerde testprocedure gemeten en kan ter vergelijking van elektrisch gereedschap worden gebruikt. Het trillingsniveau dient ook voor een inleidende inschatting van de trillingsbelasting. Pas op! De trillingsemissiewaarde kan tijdens het feitelijke gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde afwijken, afhankelijk van de wijze waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt. Het is noodzakelijk om veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bedienende persoon vast te leggen, die op een schatting van de blootstelling tijdens de feitelijke gebruiksvoorwaarden berusten (hierbij dienen alle delen van de bedrijfscyclus in acht genomen te worden, bijvoorbeeld tijden, waarin het elektrische gereedschap is uitgeschakeld, en zulke, waarin het weliswaar is ingeschakeld maar zonder belasting draait).58 Control Pro 250 M
Milieu Het toestel met toebehoren en verpakking moet milieuvriendelijk gerecycled worden. Deponeer het apparaat niet bij het huisvuil. Bescherm het milieu en lever het apparaat in bij een lokaal inzamelpunt of informeer bij de winkel. Verfresten en oplosmiddelen mogen niet in de riolering, het afvoersysteem of het huisvuil worden gestort. Deze dienen als speciaal afval apart te worden afgevoerd. Neem daarvoor de aanwijzingen op de productverpakkingen in acht. Belangrijke aanwijzing m.b.t. productaansprakelijkheid! Op basis van een sinds 01.01.1990 geldende EU-verordening is de fabrikant uitsluitend aansprakelijk voor zijn product, wanneer alle onderdelen van hem afkomstig zijn of door hem zijn vrijgegeven, resp. wanneer de apparatuur correct is gemonteerd en wordt gebruikt. Bij gebruik van niet-originele accessoires en reserveonderdelen kan de aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk vervallen. Verhelpen van storingen Storing Oorzaak Oplossing Het spuitapparaat start niet.
Het spuitapparaat is niet aangesloten op het stopcontact.
Het spuitapparaat is uitgezet terwijl deze nog onder druk stond.
Er staat geen spanning op het stopcontact.
Het verlengsnoer is beschadigd of heeft onvoldoende capaciteit.
Het apparaat is oververhit
Er is een probleem met de motor. ➞ Sluit het spuitapparaat aan op het stopcontact. ➞ Drukontlasten en keuzeschakelaar aansluitend weer op SPRAY zetten ➞ Controleer de netspanning. ➞ Vervang het netsnoer.
Toestel uitschakelen, keuzeschakelaar in de positie PRIME (verticaal) draaien, stekker eruit trekken en het toestel min. 30 minuten laten afkoelen. Oorzaak van de oververhitting verhelpen, bijv. afgedekte ventilatiegleuven. ➞ Neem contact op met de Wagner-Service Het spuitapparaat loopt, zuigt echter geen verf op, als de keuzeschakelaar in de stand PRIME wordt gezet.
Het spuitapparaat kan niet goed worden geprepareerd of is ontsteld.
De verfverpakking is leeg of de aanzuigslang is niet volledig ondergedompeld in de verf.
De aanzuigslang is verstopt.
De aanzuigslang zit los bij de inlaatklep.
De inlaatventiel of uitlaatventiel zit vast.
De inlaatventiel is versleten of beschadigd.
De knop PRIME/SPRAY is geblokkeerd. ➞ Probeer het spuitapparaat nogmaals te prepareren. ➞ Vul of vervang de verfverpakking bij of dompel de aanzuigslang in de verf. ➞ Reinig de aanzuigslang. ➞ Draai de aanzuigslang stevig aan. ➞ Volg de aanwijzingen in het hoofdstuk "Hulp bij problemen met aanzuigen". ➞ Vervangen ➞ Neem contact op met de Wagner-Service Het spuitapparaat zuigt wel verf aan, maar de druk valt weg wanneer de trekker wordt aangetrokken.
Het inlaatlter is verstopt.
Het pistoollter is verstopt (indien gemonteerd).
De verf is te zwaar of te grof.
Het inlaatklepstuk is versleten of beschadigd. ➞ Vervang de spuittip door een nieuwe. ➞ Reinig het inlaatlter. ➞ Reinig of vervang het juiste lter. ➞ Verdun of lter de verf. ➞ Vervangen Het spuitpistool lekt.
Interne onderdelen van het pistool zijn vuil of versleten. ➞ Neem contact op met de Wagner-Service Het spuitmondstuk lekt
De spuittip is niet goed aangebracht.
Een afsluitring is vuil. ➞ Controleer de spuittip en breng het op de juiste manier aan. ➞ Reinig de afsluitring. Het spuitpistool spuit niet.
Het pistoollter is verstopt (indien gemonteerd).
De spuittip staat in de achterwaartse stand. ➞ Reinig de spuitkop en gebruik de HEA-lterset. ➞ Reinig of vervang het juiste lter. ➞ Zet de spuittip in de voorwaartse stand. Het spuitpatroon is ongelijkmatig
De verf is te zwaar of te grof.
Het pistoollter is verstopt (indien gemonteerd).
Het inlaatlter is verstopt.
Het inlaatklepstuk is versleten of beschadigd. ➞ Verdun of lter de verf. ➞ Reinig de spuitkop en gebruik de HEA-lterset. ➞ Vervang de spuittip door een nieuwe. ➞ Reinig of vervang het juiste lter. ➞ Reinig het inlaatlter. ➞ Vervangen59 Control Pro 250 M
3+1 jaar garantie De garantieperiode bedraagt 36 maanden in het geval van particulier gebruik. De garantie wordt bij privégebruik met nog eens 12 maanden verlengd, als het apparaat binnen 4 weken na de aankoop op internet op www.wagner-group.com/3plus1 geregistreerd wordt. Een registratie is alleen mogelijk, als de koper toestemming verleent voor het opslaan van de gegevens die hij daar moet invoeren. De garantieperiode bedraagt 12 maanden in geval van commercieel gebruik. Als de hoeveelheid verf die door het toestel wordt verwerkt meer bedraagt dan 1000 liter, wordt geacht sprake te zijn van commercieel gebruik. We verlenen de volgende werkgarantie voor dit toestel: Alle onderdelen die binnen de garantieperiode onbruikbaar zijn geworden of waarvan de bruikbaarheid aanzienlijk is geschaad na het moment waarop het toestel aan de koper is overhandigd als gevolg van omstandigheden die dateren van voor het moment van overhandiging, met name als gevolg van tekortkomingen in het ontwerp, de gebruikte materialen of de uitvoering, worden zonder kosten naar onze keuze gerepareerd of vervangen. Garantieclaims kunnen niet behandeld worden - fvoor onderdelen, die onderworpen zijn aan gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage, alsmede gebreken aan het product, die terug te leiden zijn naar een gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage. Hiertoe behoren vooral kabels, kleppen, pakkingen, mondstukken, cilinders, zuigers, medium vervoerende behuizingsdelen, lters, slangen, dichtingen, etc.. Schade door slijtage wordt vooral veroorzaakt door schurende coatingmaterialen, zoals bijvoorbeeld dispersie, glazuur, kwarts. - bij fouten aan apparaten, die terug te leiden zijn naar nietinachtneming van bedieningsinstructies, ongeschikt of verkeerd gebruik, verkeerde montage, resp. inbedrijfstelling door de koper of derden, niet-reglementair gebruik, anomale milieuomstandigheden, ongeschikte coatingmaterialen, chemische, elektrochemische of elektrische invloeden, ongeschikte bedrijfsomstandigheden, gebruik met verkeerde netspanning/- frequentie, overbelasting of gebrekkig(e) onderhoud, verzorging resp. reiniging. - bij fouten aan het apparaat, die door gebruik van accessoire-, aanvullings-, of reserveonderdelen werden veroorzaakt, die geen originele Wagner-onderdelen zijn. - bij producten, waarop veranderingen of aanvullingen werden aangebracht. - bij producten met verwijderd of onleesbaar gemaakt serienummer - bij producten, waarop door niet-geautoriseerde personen reparatiepogingen werden uitgevoerd. - bij producten met geringe afwijkingen van de oorspronkelijke hoedanigheid, die voor waarde en gebruiksgeschiktheid van het apparaat onbelangrijk zijn. Dit toestel is niet ontworpen voor gebruik in ploegendiensten of voor uitleen of verhuur - dit soort gebruik is uitgesloten van de garantie. De vervanging van een onderdeel leidt niet tot verlenging van de garantieperiode van het toestel. Het toestel moet onmiddellijk na ontvangst worden geïnspecteerd. Zichtbare defecten dienen schriftelijk te worden gemeld binnen 14 dagen na ontvangst van het toestel om aanspraak te kunnen maken op de rechten die voortvloeien uit de aanwezigheid van deze defecten. We behouden ons het recht voor de garantie te laten uitvoeren door een gecontracteerd bedrijf. Reparaties die verdergaan dan wat in de gebruiksaanwijzing wordt beschreven, mogen uitsluitend worden uitgevoerd in onze fabriek. In geval van aanspraak op garantie of reparatie dient u contact op te nemen met de vakhandel waar u het toestel hebt aangeschaft. Om aanspraak te kunnen maken op de garantie dient u de factuur en leveringsbon of het aankoopbewijs te overhandigen. Als bij controle blijkt dat de reparatie niet onder de garantie valt, wordt de reparatie uitgevoerd op kosten van de koper. Vorderingen jegens Wagner die zijn gebaseerd op of veroorzaakt door het niet of onvoldoende functioneren van het toestel zijn niet ontvankelijk. We maken duidelijk dat de garantieverklaring geen beperkingen stelt aan wettelijke rechten of de rechten die contractueel zijn overeengekomen in het kader van onze algemene verkoopvoorwaarden. Bovenstaande garanties gelden uitsluitend voor producten die in de EU, het GOS of Australië door de geautoriseerde speciaalzaak gekocht en in het land van aankoop gebruikt worden. Blijkt uit de controle, dat er geen garantiegeval aanwezig is, dan zijn de kosten van de reparatie voor de koper. Deze bepalingen regelen alleen de rechtsverhouding naar ons toe. Verdergaande claims, vooral voor schade en verlies van welk soort dan ook, die door het product of het gebruik ervan ontstaan, zijn behalve in het toepassingsbereik uitgesloten van de productaansprakelijkheidswet. Garantieclaims tegen de speciaalzaak blijven onaangetast. Deze garantie valt onder de Duitse wet. De contracttaal is Duits. Als de betekenis van de Duitse en een buitenlandse tekst van deze garantie van elkaar afwijken, heeft de betekenis van de Duitse tekst voorrang. CE Conformiteitsverklaring Wij verklaren dat dit product voldoet aan de volgende normen: 2006/42/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU, 2012/19/EU En normatieve dokumenten: EN ISO 12100, EN 1953, EN 62841-1, EN 55014-1, EN 55014-2, EN 61000-3-2, EN 61000-3-3, EN 62233 De EU-conformiteitsverklaring wordt met het product meegeleverd. Indien nodig kan de verklaring met bestelnummer 2373934 worden nabesteld.60 Control Pro 250 M
SimpelGids