MITSUBISHI MSZSF25VE3E1 - Airconditioning

MSZSF25VE3E1 - Airconditioning MITSUBISHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MSZSF25VE3E1 MITSUBISHI in PDF-formaat.

📄 56 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MITSUBISHI MSZSF25VE3E1 - page 21
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MITSUBISHI

Model : MSZSF25VE3E1

Categorie : Airconditioning

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MSZSF25VE3E1 - MITSUBISHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MSZSF25VE3E1 van het merk MITSUBISHI.

GEBRUIKSAANWIJZING MSZSF25VE3E1 MITSUBISHI

tingsdelen i avtappingspannen.

INSTALLATIEHANDLEIDING Modelnamen zijn aangegeven in 1-3. Raadpleeg bij het installeren van multi- units de installatiehandleiding van de multi-unit voor het installeren van de buitenunit.

1. VOOR HET INSTALLEREN

  • Lees “LET VOOR DE VEILIGHEID ALTIJD OP HET VOLGENDE” goed door voordat u de airconditioner installeert.• Volg de hier gegeven waarschuwingen en aanwijzingen goed op, want ze zijn belangrijk voor uw veiligheid.• Bewaar deze handleiding nadat u hem gelezen heeft samen met de BEDIENINGSINSTRUCTIES om eventueel later te raadplegen.

1-2. BEPALEN VAN DE INSTALLATIEPLAATS

1-3. SPECIFICATIES BINNENUNIT

  • Waar de luchtstroom niet wordt geblokkeerd.• Waar de koele lucht zich door de gehele ruimte kan verspreiden.• Aan een stevige muur die niet trilt.• Waar geen direct zonlicht op het apparaat valt. Stel het apparaatook niet bloot aan direct zonlicht in de tijd tussen uitpakken engebruik.• Waar aftappen gemakkelijk kan.• Op minstens 1 m afstand van tv’s en radio’s. De airconditioner kan de radio- of tv-ontvangst storen. Voor het betreffende apparaat kan een antenneversterker nodig zijn.• Zo ver mogelijk uit de buurt van TL-verlichting en andere sterkelichtbronnen (zodat het infrarode afstandsbedieningssignaal deairconditioner juist kan bedienen).• Waar het luchtfilter gemakkelijk te verwijderen en te vervangen is. AFSTANDSBEDIENING
  • Waar de afstandsbediening gemakkelijk te zien en te bedienen is.
  • Waar kinderen er niet bij kunnen.
  • Kies een plaats op ca. 1,2 m boven de vloer. Controleer of vanaf dieplaats de signalen van de afstandsbediening goed worden ontvangendoor de binnenunit (u hoort dan één of twee pieptonen). Bevestig daarna de houder van de afstandsbediening aan een muur of pilaar, en plaats de draadloze afstandsbediening erin. Opmerking:In ruimtes waarin TL-verlichting van het invertertype wordt gebruikt,wordt het signaal van de draadloze afstandsbediening mogelijk nietontvangen. BUITENUNIT
  • Waar geen harde wind op het apparaat staat.• Waar de luchtstroom goed en stofvrij is.• Waar regen of direct zonlicht zoveel mogelijk kan worden voorko- men.
  • Waar de buren geen last hebben van het geluid of de hete lucht.• Waar een stevige muur of ondersteuning beschikbaar is om lawaai- toename en trillingen te voorkomen.
  • Waar geen kans bestaat dat er brandbaar gas lekt.• Indien u de unit op een hoge plaats installeert, zet dan de poten vande unit goed vast.• Op tenminste 3 m afstand van de antenne van een tv of radio. Opplaatsen met een slechte ontvangst kan de radio- of tv-ontvangstgestoord worden door de airconditioner. Voor het betreffende ap

paraat kan een antenneversterker nodig zijn.

  • Installeer de unit horizontaal.• Installeer de unit op een plaats waar geen sneeuw valt of sneeuwnaartoe geblazen wordt. Breng in gebieden met zware sneeuwval een afdak, verhoging en/of enkele schotten aan. Opmerking: Het is aan te raden om bij de buitenunit een lus in de leiding te leggen om het doorgeven van trillingen te verminderen. *1 Gebruik een netschakelaar die voor stroomonderbreking een openstand heeft meteen opening van 3 mm of meer. (Als de stroom wordt uitgeschakeld, moeten alle fasen onderbroken worden.) *2 Gebruik draden die in overeenstemming zijn met ontwerp 60245IEC 57. *3 Gebruik nooit leidingen die dunner zijn dan voorgeschreven. De weerstand tegen druk is dan onvoldoende. *4 Gebruik koperen leiding of naadloze leiding van een koperlege ring.*5 Let erop dat u de leiding tijdens het buigen niet plet of knikt.*6 Bochten in de koelmiddelleidingen moeten een straal van minstens100 mm hebben. *7 Indien de leiding langer is dan 7 m, moet koelmiddel (R410A) bijgevuld worden. (Als de leiding korter is dan 7 m, dan hoeft geen koelmiddel worden bijgevuld.) Extra koelstof = A × (leidinglengte (m) –7) *8 Isolatiemateriaal: Hittebestendig schuimplastic met 0,045 specifiekedichtheid*9 Zorg ervoor dat u isolatie van de voorgeschreven dikte gebruikt. Te dikke isolatie kan leiden tot onjuiste installatie van de binnenunit en te dunne isolatie kan het druppen van condens veroorzaken. Opmerking:Wanneer u de airconditioner bij een lage buitentemperatuur gebruikt, volg dan de onderstaande richtlijnen.
  • Installeer de buitenunit nooit op een plaats waar zijn luchtinlaat of -uitlaat zich direct in de wind bevindt.
  • Installeer de buitenunit met de luchtinlaat naar de muur toe om blootstelling aan wind te voorkomen.
  • Het is aan te raden om aan de luchtuitlaatzijde van de buitenunit een schot te plaatsen om de uitlaat uit de wind te houden. Vermijd installatie op de volgende plaatsen, aangezien problemen met de airconditioner dan voor de hand liggen.
  • Waar ontvlambaar gas kan lekken.• Op plaatsen met veel machineolie.• Waar olie spat of in ruimtes die gevuld zijn met olieachtige rook(zoals keukens en fabrieken waar de eigenschappen van kunststof kunnen worden gewijzigd en beschadigd).
  • In zoute gebieden, bijvoorbeeld aan de kust.• In de buurt van sulfidegas, bijvoorbeeld bij hete bronnen.• Waar hoogfrequente of draadloze apparatuur aanwezig is.• Waar er veel vluchtige organische stoffen vrijkomen, zoals ftalatenen formaldehyde, die tot scheuren door chemische inwerking kun nen leiden.Model Voedingsspanning *1 Bedrading *2Leidingmaat(dikte *3, *4)Binnenunit BuitenunitNominalespanningFrequentie ZekeringVoedingsspan- ning Verbindingskabelbinnen/buitenGas / VloeistofMSZ-SF25VEMSZ-SF35VEMSZ-SF42VEMUZ-SF25VE(H)MUZ-SF35VE(H)MUZ-SF42VE(H)230 V 50 Hz10 A3-aderig1,0 mm 4-aderig1,0 mm ø9,52 / 6,35 mm(0,8 mm)MSZ-SF50VE MUZ-SF50VE(H)16 A3-aderig2,0 mm ø12,7 / 6,35 mm(0,8 mm)(SF25, 35, 42/SF50)Leidinglengte en hoogteverschilMax. leidinglengte 20/30 mMax. hoogteverschil 12/15 mMax. aantal bochten *5, *6

Aanpassing koelmiddel A *7 30/20 g/m Dikte isolatie *8, *9 8 mm NEDERLANDS Vertaling van het origineel VOORZICHTIG (Kan onder bepaalde omstandigheden tot ernstig letsel leiden bij onjuist handelen.) N Installeer als gebruiker dit apparaat niet zelf. Onvolledige installatie kan leiden tot brand, elektrische schokken, letsel doordat het apparaat valt, of lekkage van water. Raadpleeg de leverancier waar u de airconditioner kocht of een gekwalificeerdeinstallateur.N Voer de installatie veilig uit volgens de installatiehandlei-ding. Onvolledige installatie kan leiden tot brand, elektrische schokken, letsel doordat het apparaat valt, of lekkage van water. N Als u de unit installeert, gebruik dan voor de veiligheid hetjuiste beschermingsmateriaal en gereedschap. Als u dat niet doet, kan dit letsel veroorzaken.N Installeer het apparaat stevig op een plaats die het gewichtkan dragen. Als de plaats van installatie het gewicht niet kan dragen, kan het apparaat vallen en letsel veroorzaken. N Elektrische werkzaamheden moeten volgens de installatie-handleiding worden uitgevoerd, en mogen alleen door gekwa-lificeerde, ervaren elektriciens worden uitgevoerd. Gebruik een aparte groep. Sluit geen andere elektrische apparaten aan op de groep. Als de capaciteit van de groep onvoldoende is of een elektrische aansluiting onjuist uitgevoerd wordt, kan dit leiden tot brand of een elektrische schok.N Aard het apparaat op de juiste manier. Sluit geen aardedraad aan op een gasleiding, waterleiding, blik-semafleider of aarde van eentelefoon. Door onjuiste aarding kuntu elektrische schokken krijgen.N Zorg dat de bedrading niet wordt beschadigd doordat toe-gevoegde onderdelen en/of schroeven hierop te veel drukuitoefenen. Beschadigde bedrading kan brand of elektrische schokken veroor-zaken. N Sluit de netspanning af tijdens het installeren van de printplaat binnen of het aansluiten van bedrading. Als u dat niet doet, kunt u een elektrische schok krijgen. N Gebruik de voorgeschreven draden om binnen- en buitenunit veilig met elkaar te verbinden, en bevestig de draden stevig aan het aansluitblok zodat trekkracht in de draden niet op de verbindingspunten komt te staan. Verleng de bedrading niet, of gebruik geen tussenverbindingen. Onjuist aansluiten of vastzetten kan brand veroorzaken.N Installeer het apparaat niet op een plaats waar ontvlambaargas kan lekken. Gelekt gas dat zich om de airconditioner heen ophoopt, kan eenexplosie veroorzaken. N Maak geen tussenverbindingen in het netsnoer, gebruik geen verlengsnoer en sluit niet te veel apparaten aan op hetzelfde stopcontact. Er kan dan brand of een elektrische schok ontstaan door een slecht contact, slechte isolatie, te hoge stroomsterkte etc. N Gebruik uitsluitend de bijgeleverde of voorgeschreven onder-delen voor het installeren. Gebruik van defecte onderdelen kan letsel of waterlekkage veroor zaken als gevolg van brand, een elektrische schok ofvallen vanhet apparaat. N Als u de netsnoerstekker in het stopcontact steekt, let er dan op dat zich geen stof, andere opeenhoping of los onderdeel bevindt in het stopcontact of aan de stekker. Zorg er voor dat u de netsnoerstekker volledig in het stopcontact drukt. Als zich stof, een andere opeenhoping of een los onderdeel aande netsnoerstekker of in het stopcontact bevindt, kan brand ofeen elektrische schok ontstaan. Als van de netsnoerstekker een onderdeel los zit, vervang de stekker dan. N Bevestig de afdekking voor elektrische delen van de binnenunit en het onderhoudspaneel van de buitenunit stevig. Indien de afdekking voor elektrische delen van de binnenunit en/ofhet onderhoudspaneel van de buitenunit niet goed bevestigd is/zijn, kan dit brand of een elektrische schok veroorzaken vanwege stof, water etc. N Zorg dat er niets anders dan het voorgeschreven koelmiddel R410A in het koelmiddelcircuit komt wanneer de airconditioner wordt geïnstalleerd, verplaatst of onderhouden. De aanwezigheid van andere stoffen, zoals lucht, kan abnormale drukverhoging veroorzaken die kan leiden tot een explosie of licha

melijk letsel. Als u een ander koelmiddel dan het voorgeschreven koelmiddel gebruikt, kan dit leiden tot mechanische storingen, systeemstoringen of uitval van de unit. In het slechtste geval kan de productveiligheid ernstigin het geding komen. N Laat het koelmiddel niet ontsnappen in de atmosfeer. Als bij het installeren lekkage van koelmiddel optreedt, ventileer dan de kamer. Als koelmiddel in contact komt met vuur, kan een schadelijk gasontstaan. Het lekken van koelvloeistof kan verstikking veroorzaken. Zorg voor ventilatie in overeenstemming met EN378-1. N Controleer als de installatie voltooid is of er geen koelmid-delgas lekt. Mocht er binnenshuis koelmiddelgas lekken, dan kunnen schade lijke stoffen ontstaan als dat in contact komt met de warmte van een ventilatorkachel, straalkachel, fornuis etc. N Gebruik de juiste gereedschappen en leidingmaterialen voor de installatie. De druk van R410A is 1,6 keer zo hoog als die van R22. Door ge-bruik van onjuiste gereedschappen of materialen en een onvolledige installatie kunnen leidingen barsten en verwondingen ontstaan. N Als u het koelmiddel uit het apparaat pompt, zet de compressor dan stop voordat u de koelmiddelleidingen losmaakt. Als u de koelmiddelleidingen losmaakt terwijl de compressor loopten de afsluitkraan open is, dan kan lucht aangezogen worden waardoor de druk in het koelmiddelcircuit abnormaal hoog oploopt. Hierdoor kunnen de leidingen barsten en letsel veroorzaken. N Als u het apparaat installeert, zet de koelmiddelleidingen dan stevig vast voordat u de compressor start. Als u de compressorstart voordat de koelmiddelleidingen aange sloten zijn en de afsluitkraan is open, dan kan lucht aangezogen worden waardoor de druk in het koelmiddelcircuit abnormaal hoog oploopt. Hierdoor kunnen de leidingen barsten en letsel veroorza

ken. N Bevestig flensmoeren met een momentsleutel zoals voorge-schreven in deze handleiding. Indien u een flensmoer te strak aandraait, kan deze na verloop van tijd breken en koelmiddellekkage veroorzaken. N Het apparaat moet geïnstalleerd worden in overeenstemming met de nationale regels voor bedrading. N Installeer, afhankelijk van de plaats van installatie, een aard-lekschakelaar. Het ontbreken van een aardlekschakelaar kan elektrische schokkenveroorzaken.N Voer de werkzaamheden aan afvoer en leidingen goed uitvolgens de installatiehandleiding. Door mankementen aan afvoer of leidingwerk kan water van het apparaat druppelen en het interieur nat maken en beschadigen. N Raak de luchtinlaat en de aluminium ribben van de buitenunitniet aan. Dit kan letsel veroorzaken.N Installeer de buitenunit niet op een plaats waar mogelijk kleinedieren leven. Als kleine dieren in het apparaat belanden en elektrische delenaanraken, kan een storing, rookontwikkeling of brand ontstaan.Adviseer de gebruiker ook om de omgeving van het apparaatschoon te houden. WAARSCHUWING (Kan leiden tot ernstig letsel en zelfs overlijden.)4) Draai de aansluitingsschroef los en sluit vervolgens eerst de aardedraad en vervolgens de verbindingskabel (A) tussen binnen- en buitenunit aan op het aansluitblok. Let op dat u de draden niet verkeerd aansluit. Maak de draad stevig vast op het aansluitblok zodat de draadkern niet zichtbaar is en er geen externe krachten op het aansluitge

deelte van het aansluitblok worden uitgeoefend.

5) Draai de aansluitingsschroeven goed vast zodat ze niet losraken. Trek na het vast

draaien even licht aan de draden om te controleren of ze goed vast zitten.

6) Zet de verbindingskabel (A) tussen de binnen- en buitenunit en de aardedraad vast

met de VA-klem. Vergeet nooit het linker lipje van de VA-klem vast te haken. Maak de VA-klem stevig vast. 2-2. EEN GAT IN DE MUUR BOREN

1) Bepaal de positie van de gaten.

2) Boor een gat met een diameter van 65 mm. De buitenzijde

moet 5 tot 7 mm lager zijn dan de binnenzijde.

3) Plaats de huls voor het muurgat (C).

  • Zoek een stevige plaats in de muur (bijvoorbeeld een steunbalk) en zet de installatieplaat (1) horizontaal vast door de bevestigingsschroeven (2) stevig aan te draaien.
  • Om te voorkomen dat de installatieplaat (1) gaat trillen, moet u de bevestigingsschroeven in de op de afbeelding aangegeven openingen installeren. U kunt extra ondersteuning aanbrengen door ook bevestigingsschroeven in andere openingen te installeren.
  • Nadat de uitwerper is verwijderd brengt u vinyltape aan op de uitwerper om beschadiging van de bedrading te voorkomen.
  • Wanneer u in een betonnen muur verzonken bouten wilt gebruiken, zet de installatieplaat (1) dan vast met de 11 × 20 en 11 ×26 ovale gaten (450 mm onderlinge afstand).
  • Indien de verzonken bout te lang is, vervang hem dan door een in de handel verkrijgbare kortere. TOEBEHOREN Controleer voor het installeren of de volgende onderdelen aanwezig zijn. <Binnenunit> (1) Installatieplaat 1 (2) Bevestigingsschroef voor installatieplaat 4 × 25 mm

(3) Houder voor afstandsbediening

(4) Bevestigingsschroef voor (3) 3,5 × 16 mm (zwart)

(5) Batterij (AAA) voor (6) 2 (6) Draadloze afstandsbediening 1 (7) Vilttape (Voor leidingen naar links of linksachter)

<Buitenunit> (8) Afvoerbus (alleen type VE) 1

(B) Verlengleiding 1 (C) Huls voor muurgat 1 (D) Afdekring voor muurgat 1 (E) Bevestigingsbandje voor leiding 2 - 5 (F) Bevestigingsschroef voor (E) 4 × 20 mm 2-5 (G) Leidingtape 1 (H) Kit 1 (I) Afvoerslang (of zachte PVC-slang met 15 mm bin- nendiameter of harde PVC-pijp VP16) 1of2 (J) Koelolie 1 (K) Netsnoer* 1 LuchtinlaatLuchtuitlaat Installeren van de buitenunit (SF25, 35, 42/SF50) Het apparaat moet worden geïnstalleerd door een erkend specialist en in overeenstemming met de plaatselijke vereisten. Aansluitblok binnenVerbindingska-bel binnen- enbuitenunit (A)Aansluitblok buitenAardedraad(groen/geel)

  • Zorg dat de verbindingskabels wat extra lengte hebben voor later onderhoud.
  • Maak de aardedraad iets langer dan de andere draden. (langer dan 60 mm)
  • Vouw de overtollige bedrading niet, of prop de bedrading niet in kleine ruimtes. Zorg ervoor dat u de bedrading niet beschadigt.
  • Let erop dat u elke schroef op de bijbehorende aansluiting bevestigt bij het vastmaken van het snoer en/of de kabel aan het aansluitblok. Opmerking: Plaats de bedrading niet tussen de binnenunit en de installatieplaat (1). Bescha- digde bedrading kan leiden tot oververhitting of brand. VloeistofleidingGasleidingVilttape (7)Verbindingskabel bin nen- en buitenunit (A)Leidingtape (G) 117,5

leidingen naar links linksachter (met afstandsbeugel) 10,5

meer BinnenuniHuls voormuurgat (C)Snijd extralengte af.Bevestigings-bandje voorleiding (E) Gebruik beslist huls (C) in het muurgat, om te voor- komen dat de aansluitdra- den naar binnen/buiten (A) contact maken met metalen delen in de muur en dat ongedierte schade veroorzaakt indien de muur hol is. Afdekring voor muurgat (D)Dicht het gat in demuur af met kit (H).Bevestig de leidingaan de muur metbevestigingsband-jes (E).Bevestigings-schroef (F) Plaats na de lektest het isolatiemateriaal zodanig strak dat er geen gat meer aanwezig is. Wanneer u de leidingen wilt bevestigen aan een muur die metaal (zoals tin

nen bekleding) of metalen gaas bevat, plaats dan een chemisch behandelde hou

ten plaat van minstens 20 mm dikte tussen muur en leidingen, of omwikkel de leidingen 7 tot 8 keer met isolatietape. Zorg dat de unit minimaal 30 minuten heeft gekoeld en is leeggepompt voordat u de oude airconditioner verwijdert. Pas de maat van de optrompverbindingen aan aan die van de nieuwe koelstof.

  • Opmerking: Zorg dat u de verbindingskabel binnen- en buiten- unit (A) en het netsnoer (K) op ten minste 1 meter afstand van de tv-antennekabel installeert. De buitenunit kan er anders uitzien dan de buitenunit van enkele andere modellen. (SF25, 35, 42/SF50) 100/500 mm of meer
  • Voer dezelfde handeling uit voor het linker gat. 800/840 mm500 mm150/175 40 mm344,5/390 mm285/330 mm

2-3. DRADEN VOOR BINNENUNIT VERBINDEN

U kunt de verbindingskabel tussen binnen- en buitenunit aansluiten zonder het voorpaneel te verwijderen.

1) Open het voorpaneel.

2) Verwijder de VA-klem.

3) Leid de verbindingskabel tussen binnen- en buitenunit (A) door de achterkant van de

binnenunit en sluit het uiteinde ervan aan. Muur Buitenzijdeø65 mm5-7 mm (SF25, 35, 42/SF50) 200/500 mm of meer Afvoervoorzieningen voor buitenunit <Alleen type VE>

  • Breng de afvoervoorzieningen aan voordat u de verbindingsleiding tussen binnen- en buitenunit aansluit.
  • Sluit de afvoerslang (I) met een bin

nendiameter van 15 mm aan zoals wordt afgebeeld.

  • Zorg dat de afvoer omlaag loopt, zodat het afvoeren gemakkelijk gaat. Opmerking: Installeer de unit horizontaal. Gebruik op koude locaties geen afvoer

bus (8). De afvoer kan dan bevriezen waardoor de ventilator stopt. Tijdens het verwarmen produceert de buitenunit condens. Selecteer de plaats van installatie om te voorkomen dat de buitenunit en/of de vloeren nat worden door afvoerwater of beschadigd raken door bevroren afvoerwater. 304-325/349-371 mm (8) (I) AansluitblokBevestigingsschroefVerbindingskabel bin-nen- en buitenunit (A)VA-klemDraad15 mm35 mmInstallatieplaat (1)Midden van gat65 mm gat117,5 mmof meer107,5 mmof meer72 mm of meer 115 mm of meer voor leidingen naar links of linksachter (met afstandsbeugel)Plafond Muur Muur Bevestigings-schroef (2)Plaatsde rol-maat. *Breng derolmaat inlijn met destreep. * Vlak 100 mm

  • Plaats de afvoerslang onder de koelmiddelleiding.
  • Controleer of de afvoerslang niet omhoog komt of afgekneld wordt.
  • Trek niet aan de slang bij het omwikkelen met tape.
  • Indien de afvoerslang door de kamer loopt, omwikkel hem dan goed met isolatiemateriaal (in de handel verkrijgbaar). Locatie van de aansluitingen (110 mm langer voor - EN*)Leidingen naar links of linksachter Opmerking: Bevestig de afvoerslang en de afvoerdop opnieuw indien u de leidingen naar links of linksachter leidt. Als u dit niet doet, kan er water van de afvoerslang drup

1) Plaats de koelmiddelleiding en de afvoerslang naast

elkaar en wikkel er de vilttape (7) vanaf het uiteinde stevig omheen. De vilttape (7) moet per wikkeling 1/3 van de tape

breedte overlappen. Gebruik een tapestopper bij het einde van de vilttape (7).

2) Trek de afvoerdop aan de rechterachterkant van de

binnenunit naar buiten. (Afb. 1)

  • Houd het bolvormige gedeelte aan het uiteinde vast en trek aan de dop.

3) Trek de afvoerslang aan de linkerachterkant van de

binnenunit los. (Afb. 2)

  • Houd het lipje waar de pijlen naar wijzen vast, en trek de slang naar u toe.

4) Breng de afvoerdop aan op de plaats achterop de bin

nenunit waar de afvoerslang bevestigd was. (Afb. 3)

  • Plaats stompe gereedschappen zoals schroeven

draaiers in het gat aan het uiteinde van de afvoerdop en duw de dop volledig in de afvoeropening.

5) Duw de afvoerslang helemaal in de afvoeropening aan

de rechterachterkant van de binnenunit. (Afb. 4)

  • Controleer of de slang goed vastgehaakt zit aan het corresponderende deel van de afvoeropening.

6) Steek de afvoerslang door huls (C) in

het muurgat, en haak het bovendeel van de binnenunit vast op de installatieplaat (1). Verplaats de binnenunit vervolgens helemaal naar links zodat de leidingen makkelijker achter in de unit kunnen worden geplaatst.

7) Snijd een stuk karton uit de verpakkingsdoos, rol het op,

haak het vast aan de rib op de achterkant en gebruik het als afstandsbeugel om de binnenunit op te tillen. (Afb. 5)

8) Sluit de koelmiddelleiding aan met de verlengleiding

9) Druk de onderkant van de binnenunit vast op de instal-

1) Open het onderhoudspaneel.

2) Draai de aansluitingsschroef los en sluit verbindingskabel (A) tussen binnen- en

buitenunit vanaf de binnenunit correct aan op het aansluitblok. Let op dat u de dra

den niet verkeerd aansluit. Maak de draad stevig vast op het aansluitblok zodat de draadkern niet zichtbaar is en er geen externe krachten op het aansluitgedeelte van het aansluitblok worden uitgeoefend.

3) Draai de aansluitingsschroeven goed vast zodat ze niet losraken. Trek na het vast

draaien even licht aan de draden om te controleren of ze goed vast zitten.

4) Sluit het netsnoer (K) aan.

5) Zet de verbindingskabel (A) tussen binnen- en buitenunit en het netsnoer (K) vast met

6) Sluit het onderhoudspaneel zorgvuldig.

1) Snijd de koperen leiding op de juiste wijze af met een

pijpsnijder. (Afb. 1, 2)

2) Verwijder alle bramen van het gedeelte waar de leiding is

afgesneden. (Afb. 3)

  • Houd het uiteinde van de koperen leiding omlaag terwijl u de bramen verwijdert, zodat de bramen niet in de leiding kunnen vallen.

3) Verwijder de flensmoeren die op de binnen- en buitenunit

zijn bevestigd, en schuif ze op de ontbraamde leiding. (Ze zijn niet meer te plaatsen nadat de afdichting gemaakt is.)

Afb. 4, 5). Draai de koperen leiding volgens

in de tabel getoonde waarden stevig vast. Selecteer A mm uit de tabel volgens het gereedschap dat u gebruikt.

  • Vergelijk de gemaakte afdichtflens met Afb. 6.
  • Als de afdichtflens niet juist lijkt te zijn, snijd dan het flensgedeelte van de leiding af en maak de afdichting opnieuw.

3-3. DE LEIDINGEN AANSLUITEN

  • Bevestig flensmoeren met een momentsleutel zoals voorgeschreven in de tabel.
  • Indien u een flensmoer te strak aandraait, kan deze na verloop van tijd breken en koelmid- dellekkage veroorzaken.
  • Isoleer de leidingen met isolatiemateriaal. Direct contact met de onbedekte leidingen kan leiden tot brandwonden of bevriezing. De binnenunit aansluiten Verbind zowel de vloeistof- als de gasleiding met de binnenunit.
  • Breng een dun laagje koelolie (J) aan op het raakvlak van de leiding.
  • Houd de leiding midden op zijn plaats en draai de flensmoer 3 tot 4 slagen aan.
  • Pas het aanhaalkoppel in bovenstaande tabel toe voor de aansluiting op de binnenunit, en gebruik bij het vastdraaien twee sleutels. Te strak aandraaien beschadigt de afdichtflens. De buitenunit aansluiten Verbind de leidingen met de afsluitkraan van de buitenunit op dezelfde manier als bij de binnenunit.
  • Gebruik voor het vastdraaien een momentsleutel of steeksleutel en pas hetzelfde aanhaalkoppel toe als voor de binnenunit.

3-4. ISOLATIE EN TAPE

1) Bedek de leidingverbindingen met afdekkingen voor leidingen.

2) Isoleer beslist alle leidingen die buiten lopen, inclusief de kranen.

3) Omwikkel de verbindingsleiding met leidingtape (G), te beginnen bij de ingang van de

  • Zet het einde van de leidingtape (G) vast met tape (voorzien van plakmiddel).
  • Wanneer leidingen boven het plafond, door een kast of via andere warme en vochtige plaatsen komen te lopen, wikkel er dan extra in de handel verkrijgbare isolatie omheen om condensatie te voorkomen. Naar achteren, naar rechts of omlaag gerichte leidingen

1) Plaats de koelmiddelleiding en de afvoerslang

naast elkaar en wikkel er de leidingtape (G) vanaf het uiteinde stevig omheen.

2) Steek de leiding en de afvoerslang door huls (C)

in het muurgat, en haak het bovendeel van de binnenunit vast op de installatieplaat (1).

3) Controleer of de binnenunit stevig is vastgehaakt aan de installatieplaat (1) door de

unit heen en weer te bewegen.

4) Druk de onderkant van de binnenunit vast op de installatieplaat (1).

Diameter leiding (mm) Moer (mm) A (mm) Aanhaalkoppel Koppelings- gereed- schap voor R410A Koppelings- gereed- schap voor R22 Vleugel- moerge- reedschap voor R22 N•m kgf•cm ø 6,35 (1/4”) 17

  • Als de verlengde afvoerslang door een ruimte heen gelegd wordt, omwikkel hem dan met in de handel verkrijgbaar isolatiemateriaal.
  • De afvoerslang dient voor een goede afvoer omlaag gericht te zijn. (Afb. 1)
  • Als de afvoerslang die met de binnenunit is meegeleverd, te kort is, verbind deze dan met afvoerslang (I) die bij de installateur verkrijgbaar is. (Afb. 2)
  • Wanneer u de afvoerslang aansluit op de PVC-pijp, moet u de slang goed in de pijp plaatsen. (Afb. 3) Leg de afvoervoorzieningen niet aan zoals hieronder is afgebeeld. Slang gaat omhoog. Verzameld afvoerwater Lucht Golvend Waterlek- kage Waterlek- kage Waterlek- kage Uiteinde afvoerslang hangt in water. Goot Opening minimaal 50 mm Snijd af indien de leidingen naar rechts zijn gericht. Snijd af indien de leidingen omlaag zijn gericht. Koperen leiding Correct Krom Oneffen Bramen Onjuist Afb. 1 Afb. 2 Braam Koperen leiding Extra ruimer Pijpsnijder Bankschroeftype Flensgereedschap Afb. 4Afb. 3 Rondom glad Rondom dezelfde lengte Binnenkant glanst en heeft geen krassen. Flensmoer Matrijs Afb. 5 Afb. 6 Omlaag gericht Afvoer- slang Zachte slang, bin- nendiame- ter 15 mm Afvoerslang PVC-pijp, binnendia- meter 30 mm Goed plaatsen Verloopstuk 70 cm of meer Afb. 1 Afb. 2 Afb. 3 Draad Aansluitblok Draadklem <SF25, 35, 42>
  • Zorg dat de verbindingskabels wat extra lengte hebben voor later onderhoud.

Let erop dat u elke schroef op de bij- behorende aansluiting bevestigt bij het vastmaken van het snoer en/of de kabel aan het aansluitblok. Afvoerdop Afvoerdop Afvoerslang Afvoerdop Leidingtape (G) Afvoerslang Afb. 1 Afb. 2 Afb. 3 Afb. 4 Afb. 5 Vilttape (7) Snijd af indien de leidingen naar links zijn gericht.

1) Verwijder de dop van de onderhoudsopening in de afsluitkraan van de gasleiding aan

de buitenunit. (De afsluitkranen zijn in eerste instantie geheel gesloten en met de dop erop.)

2) Sluit het meterverdeelstuk en de vacuümpomp aan op de onderhoudsopening van de

afsluitkraan in de gasleiding aan de buitenunit. 4-2. PROEFDRAAIEN

1) Steek de stekker in het stopcontact en/of zet de netschakelaar

2) Druk eenmaal op de E.O. SW (noodbedieningsschakelaar)

voor KOELEN (COOL) en twee keer voor VERWARMEN (HEAT). Het proefdraaien duurt 30 minuten. Indien het linker

lampje van de bedieningsindicator om de 0,5 seconde knippert, controleer dan of de verbindingskabel (A) tussen binnen- en buitenunit goed aangesloten is. Na het proefdraaien wordt de noodwerking gestart (temperatuur ingesteld op 24 °C).

3) Druk om de bediening te stoppen de E.O. SW meerdere keren

in totdat alle LED-lampjes zijn gedoofd. Zie de bedienings

handleiding voor details. Controleren of de afstandsbediening werkt Druk op de toets ON/OFF (aan/uit) van de afstandsbediening (6) en controleer of u een elektronische pieptoon van de binnenunit hoort. Druk nogmaals op de toets ON/OFF (aan/uit) om de airconditioner uit te zetten.

  • Als de compressor tot stilstand komt, kan deze ter bescherming van de airconditioner de eerste 3 minuten daarna niet opnieuw gestart worden.

4-3. FUNCTIE VOOR AUTOMATISCH HERSTARTEN

Dit product is uitgerust met een functie voor automatisch herstarten. Als tijdens de bedie- ning de stroom uitvalt, zoals tijdens stroomstoringen, zorgt de functie er na herstel van de stroomtoevoer automatisch voor dat de unit in de vorige bedieningsstand wordt opgestart. (Zie de bedieningshandleiding voor details.)

4-4. UITLEG AAN DE GEBRUIKER

  • Leg de gebruiker met de BEDIENINGSINSTRUCTIES (bedieningshandleiding) uit hoe de airconditioner werkt (gebruik van de afstandsbediening, verwijderen van de luchtfilters, verwijderen of plaatsen van de afstandsbediening in de houder, reinigen, voorzorgsmaat

regelen tijdens bediening, enz.).

  • Raad de gebruiker aan om de BEDIENINGSINSTRUCTIES zorgvuldig door te lezen.

5-1. DE OMBOUW VERWIJDEREN EN INSTALLEREN

5-3. LEEGPOMPEN Bij verplaatsen of verwijderen van de airconditioner dient het systeem volgens de onder- staande procedure te worden leeggepompt, zodat geen koelmiddel in de atmosfeer terecht kan komen.

1) Sluit het meetverdeelstuk aan op de onderhoudsopening van de afsluitkraan in de gas

leiding aan de buitenunit.

2) Draai de afsluitkraan in de vloeistofleiding aan de buitenunit volledig dicht.

3) Draai de afsluitkraan in de gasleiding aan de buitenunit bijna geheel dicht, zodat deze

gemakkelijk volledig te sluiten is wanneer de manometer 0 MPa [Meter] (0 kgf/cm

4) Schakel de noodwerking voor KOELEN (COOL) in.

Als u de noodwerking voor KOELEN (COOL) wilt inschakelen, maakt u de netsnoerstek

ker los en/of schakelt u de netschakelaar uit. Sluit na 15 seconden de netsnoerstekker weer aan en/of schakel de netschakelaar weer in. Druk vervolgens eenmaal op de E.O. SW (noodbedieningsschakelaar). (De airconditioner kan gedurende 30 minuten zonder onderbreking in de noodwerking voor KOELEN (COOL) blijven werken.)

5) Draai de afsluitkraan in de gasleiding van de buitenunit volledig dicht zodra de manometer

0,05 tot 0 MPa [Meter] aangeeft (ongeveer 0,5 tot 0 kgf/cm

6) Schakel de noodwerking voor KOELEN (COOL) uit.

Druk de E.O. SW (noodbedieningsschakelaar) meerdere keren in totdat alle LED-lampjes zijn gedoofd. Zie de bedieningshandleiding voor details.

5-2. DE BINNENUNIT VERWIJDEREN

Verwijderingsprocedure

1) Ontgrendel de bovenste en onderste schoe-

pen zoals getoond in en met een dun voorwerp. Verwijder vervolgens de horizontale schoepen.

2) Verwijder de 2 schroeven waarmee de om-

3) Verwijder de ombouw. Verwijder eerst de

rechteronderkant. Installatieprocedure

1) Installeer de ombouw door de verwijderingsprocedure

omgekeerd uit te voeren.

2) Druk op de posities die door de pijlen zijn aangegeven om

de ombouw volledig op de binnenunit vast te zetten.

3) Monteer de horizontale schoepen.

Afsluitkraan voor GAS Dop voor afsluitkraan (Aanhaalkoppel 19,6 tot 29,4 N•m, 200 tot 300 kgf•cm) Vacuümpomp (of de vacuüm- pomp heeft een functie die terugstromen voorkomt) Meterverdeelstuk (voor R410A) Compoundmanometer (voor R410A) –0,101 MPa (–760 mmHg) Hendel laag Hendel hoog Adapter die terugstromen voorkomt Vulslang (voor R410A) *Sluiten *Ope- nen Inbussleutel Voorzorgsmaatregelen tijdens gebruik regelkraan Wanneer u de regelkraan op de onder- houdsopening bevestigt, kan de schuif- afsluiter van de regelkraan vervormen of los komen te zitten als er te veel druk op wordt uitgeoefend. Hierdoor kan er gas gaan lekken. Onderhouds- opening Vulslang Behuizing Sluiten Openen Regelkraan

Wanneer u de regelkraan op de onder- houdsopening bevestigt, controleer dan eerst of de schuifafsluiter van de regel- kraan is gesloten voordat u onderdeel A vastdraait. Draai onderdeel A niet vast of draai de behuizing niet om als de schuifafsluiter geopend is. Dop voor onder- houdsopening (Aanhaalkoppel 13,7 tot 17,7 N•m, 140 tot 180 kgf•cm) *4 tot 5 slagen

3) Start de vacuümpomp. (Trek vacuüm gedurende meer dan 15 minuten.)

4) Controleer het vacuüm met het meterverdeelstuk. Sluit vervolgens het meterverdeelstuk

en stop de vacuümpomp.

5) Wacht één tot twee minuten. Controleer of de wijzer van het meterverdeelstuk in dezelfde

stand blijft staan. Controleer of de manometer inderdaad –0,101 MPa [Meter] (–760 mmHg) aangeeft.

6) Verwijder het meterverdeelstuk snel van de onderhoudsopening van de afsluitkraan.

7) Wanneer de koelmiddelleidingen zijn aangesloten en ontlucht, open dan alle afsluitkranen

aan beide kanten van de vloeistof- en gasleiding volledig. Als de airconditioner werkt met deels gesloten kranen, functioneert hij slechter en ontstaan er problemen.

8) Zie 1-3. en vul indien nodig de voorgeschreven hoeveelheid koelmiddel bij. Vul het vloei

bare koelmiddel langzaam bij. Als u dit niet doet, kan de samenstelling van het koelmiddel in het systeem veranderen waardoor de airconditioner slechter kan gaan werken.

Plaats de dop weer op de onderhoudsopening om de oorspronkelijke situatie te herstellen.

Afsluitkraan voor VLOEISTOF Waarschuwing:

  • Zet de unit na het proefdraaien of de controle van de werking van de afstandsbedie- ning uit met de E.O. SW of de afstandsbediening voordat u de voeding uitschakelt. Als u dit niet doet, dan start de unit automatisch op wanneer de voeding weer wordt ingeschakeld. Voor de gebruiker
  • Zorg ervoor dat de gebruiker na de installatie van de unit het automatisch herstarten krijgt uitgelegd.
  • Als de functie voor het automatisch herstarten niet nodig is, dan kan deze worden gedeactiveerd. Neem contact op met de onderhoudsdienst voor het deactiveren van de functie. Zie de onderhoudshandleiding voor details.

4. REINIGINGSPROCEDURES, LEKTESTS EN PROEFDRAAIEN

Manometer (voor R410A)

5. VERPLAATSEN EN ONDERHOUD

WAARSCHUWING Als u het koelmiddel uit het apparaat pompt, zet de compressor dan stop voordat u de koelmiddelleidingen losmaakt. De compressor kan barsten als er lucht etc. in komt.