DOMETIC MT LB30 - Batterijlader

MT LB30 - Batterijlader DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MT LB30 DOMETIC in PDF-formaat.

📄 140 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice DOMETIC MT LB30 - page 78
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DOMETIC

Model : MT LB30

Categorie : Batterijlader

SKIP

Veelgestelde vragen - MT LB30 DOMETIC

Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MT LB30 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MT LB30 van het merk DOMETIC.

GEBRUIKSAANWIJZING MT LB30 DOMETIC

  • Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg alle instructies, richt- lijnen en waarschuwingen in deze handleiding op om ervoor te zorgen dat u het product te allen tijde op de juiste manier installeert, gebruikt en onder-houdt. Deze gebruiksaanwijzing MOET bij dit product bewaard worden.Door het product te gebruiken, bevestigt u hierbij dat u alle instructies, richt-lijnen en waarschuwingen zorgvuldig hebt gelezen en dat u de voorwaar-den zoals hierin beschreven begrijpt en accepteert. U gaat ermee akkoord dit product alleen te gebruiken voor het beoogde doel en de beoogde toe-passing en in overeenstemming met de instructies, richtlijnen en waarschu-wingen zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing en in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Het niet lezen en opvolgen van de hierin beschreven instructies en waarschuwingen kan lei-den tot letsel voor uzelf en anderen, schade aan uw product of schade aan andere eigendommen in de omgeving. Deze gebruiksaanwijzing, met inbe-grip van de instructies, richtlijnen en waarschuwingen, en de bijbehorende documentatie kan onderhevig zijn aan wijzigingen en updates. Actuele pro-ductinformatie vindt u op documents.dometic.com. Inhoud Verklaring van de symbolen p. 78
  • Veiligheidsaanwijzingen p. 78
  • Omvang van de levering p. 81
  • Accessoires p. 81
  • Beoogd gebruik p. 81
  • Technische beschrijving p. 82
  • Laadbooster monteren p. 85
  • De laadbooster aansluiten p. 85
  • Gebruik p. 87
  • Reiniging en onderhoud p. 89
  • Problemen oplossen p. 90
  • Garantie p. 92
  • Verwijdering p. 92
  • Technische gegevens Verklaring van de symbolen p. 93

Veiligheidsaanwijzingen Neem ook de veiligheidsaanwijzingen en voorschriften van de voertuigfabrikant en erkende werkplaatsen in acht. Algemene veiligheid

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Gevaar voor elektrische schokken

  • Montage en demontage van de acculader mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegd personeel.
  • Gebruik het toestel niet als het zichtbaar bescha- digd is.
  • Als de stroomkabel van het toestel beschadigd is, moet de stroomkabel, om gevaren te voorko- men, worden vervangen door de fabrikant, diens klantenservice of gelijkwaardig bevoegd personeel.
  • Dit toestel mag uitsluitend worden gerepareerd door bevoegd personeel. Ondeskundige repa- raties kunnen leiden tot aanzienlijke gevaren.
  • Als u het toestel demonteert: – Maak alle aansluitingen los. – Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen span- ningsvrij zijn. GEVAAR! Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, leidt tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWING! Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot ernstig letsel of de dood. VOORZICHTIG! Veiligheidsaanwijzing: duidt op een gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot licht of matig letsel. LET OP! Duidt op een situatie die, indien deze niet wordt voorkomen, kan leiden tot materiële schade. INSTRUCTIE Aanvullende informatie voor het gebruik van het product.4445103799 79
  • Gebruik het toestel niet onder vochtige omstan- digheden en dompel het niet onder in een vloei- stof. Berg het toestel op op een droge plaats.
  • Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevo- len accessoires.
  • Bewerk de componenten niet zelf en maak geen aanpassingen.
  • Ontkoppel het toestel van de stroomvoorzie- ning: – Voor elke reiniging en elk onderhoud – Na elk gebruik – Voor het vervangen van een zekering – Voor het uitvoeren van elektrische laswerk- zaamheden of werkzaamheden aan het elek- trische systeem Gevaar voor de gezondheid
  • Dit toestel mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder evenals door personen met verminderd fysiek, zintuiglijk of mentaal ver- mogen of gebrek aan kennis en ervaring, mits zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilig gebruik van het toestel en zij inzicht heb- ben in de gevaren die het gebruik van het toe- stel met zich meebrengt.
  • Elektrische toestellen zijn geen speel- goed. Houd en gebruik het toestel buiten het bereik van zeer jonge kinderen.
  • Kinderen moeten onder toezicht staan om te garanderen dat ze niet met het toestel spelen.
  • Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitge- voerd.

LET OP! Gevaar voor schade

  • Controleer voor de ingebruikname of de span- ning op het typeplaatje overeenkomt met de aanwezige stroomvoorziening.
  • Let erop dat andere voorwerpen geen kortslui- ting bij de contacten van het toestel veroorza- ken.
  • Let op dat de negatieve en positieve polen nooit in contact komen. Het toestel veilig monteren

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ern- stig letsel of de dood. Explosiegevaar

  • Monteer het toestel niet op plaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosie bestaat.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel. Gevaar voor letsel

  • Let op een stabiele stand. Het toestel moet zo veilig opgesteld en beves- tigd worden, dat het niet kan omvallen of naar beneden kan vallen.
  • Zorg er bij het opstellen van het toestel voor dat alle kabels veilig zijn bevestigd, om struikelen te voorkomen.

LET OP! Gevaar voor schade

  • Plaats de acculader niet in de buurt van warmte- bronnen (verwarming, direct zonlicht, gaska- chels enz.).
  • Stel het toestel op een droge en tegen spatwa- ter beschermde plaats op. Veiligheid bij de elektrische aansluiting van het toestel

GEVAAR! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen leidt tot ern- stig letsel of de dood. Gevaar voor elektrische schokken

  • Bij installatie op boten: Bij een verkeerde installatie van elektrische toe- stellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat het toestel monteren door een gespecialiseerde (scheeps-)elektricien.
  • Als u aan elektrische installaties werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Gevaar voor elektrische schokken

  • Neem de aanbevolen kabeldoorsneden in acht.80 4445103799
  • Leg de kabels zodanig dat deze niet beschadigd kunnen raken door de deuren of de motorkap. Geplette kabels kunnen tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

LET OP! Gevaar voor schade

  • Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden.
  • Plaats het 230V-netsnoer en de 12V- gelijkstroomleiding niet samen in dezelfde kabelgoot.
  • Leg de leidingen niet los of scherp geknikt.
  • Bevestig de kabels op een veilige wijze.
  • Trek niet aan de kabels. Veiligheid bij het gebruik van het toestel

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Explosiegevaar

  • Gebruik het toestel uitsluitend in gesloten, goed geventileerde ruimtes.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel. Explosiegevaar

  • Gebruik het toestel niet on de volgende omstandigheden: – In een zouthoudende, vochtige of natte omgeving – In de buurt van agressieve dampen – In de buurt van brandbare materialen – In explosieve omgevingen Gevaar voor elektrische schokken
  • Scheid het toestel bij werkzaamheden altijd van de stroomvoorziening.
  • Houd er rekening mee dat onderdelen van het toestel nog onder spanning kunnen staan, zelfs als de zekering is gesprongen.
  • Maak geen kabels los als het toestel nog in gebruik is.

LET OP! Gevaar voor schade

  • Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten van het toestel niet afgedekt zijn.
  • Zorg voor goede ventilatie.
  • Trek de stekker nooit aan de aansluitkabel uit de contactdoos.
  • Het toestel mag niet aan regen worden blootge- steld. Veiligheid bij de omgang met accu’s

WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Gevaar voor letsel

  • Accu’s kunnen agressieve en bijtende zuren bevatten. Vermijd elk lichamelijk contact met de accuvloeistof. Indien uw huid in aanraking komt met accuvloeistof, was dan het desbetreffende lichaamsdeel grondig met water. Consulteer bij verwondingen door zuren in ieder geval een arts.

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel. Gevaar voor letsel

  • Draag bij het werken met accu’s geen metalen voorwerpen zoals horloges of ringen. Loodzuuraccu’s kunnen kortsluitstromen ver- oorzaken, die tot ernstige verbrandingen kun- nen leiden.
  • Draag een veiligheidsbril en veiligheidskleding als u aan accu’s werkt. Raak uw ogen niet aan wanneer u aan accu’s werkt. Explosiegevaar
  • Probeer geen bevroren of defecte accu’s te laden. Plaats de accu in een vorstvrije ruimte en wacht tot de accu op omgevingstemperatuur is. Start dan pas de laadprocedure.
  • Rook niet, gebruik geen open vuur of veroor- zaak geen vonken in de buurt van de motor of een accu.

LET OP! Gevaar voor schade

  • Gebruik uitsluitend herlaadbare accu’s.
  • Voorkom dat metalen onderdelen op de accu vallen. Dit kan leiden tot vonken of kortsluiting van de accu en andere elektrische delen.
  • Let bij het aansluiten van de accu op de juiste polariteit.4445103799 81
  • Neem de handleidingen in acht van de accufa- brikant en van de fabrikant van de installatie of het voertuig waarin de accu wordt gebruikt.
  • Als u de accu moet verwijderen, koppel dan eerst de aardverbinding los. Verbreek alle ver- bindingen en maak alle verbruikers van de accu los, voordat u deze verwijdert.
  • Bewaar alleen volledig opgeladen accu’s. Laad opgeslagen accu’s regelmatig op.
  • Laad diep ontladen loodaccu’s onmiddellijk op om sulfatering te voorkomen.
  • Controleer regelmatig het zuurniveau van open loodzuuraccu’s. Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van lithium-ion-accu’s

VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot licht of matig letsel. Gevaar voor letsel

  • Gebruik alleen accu’s met geïntegreerd accu- managementsysteem en celbalancering.

LET OP! Gevaar voor schade

  • Installeer de accu uitsluitend in omgevingen met een omgevingstemperatuur van ten minste 0°C.
  • Voorkom diepe ontlading van de accu’s. Omvang van de levering Accessoires Verkrijgbaar als accessoires (niet bij de levering inbegrepen): Beoogd gebruik De acculader (ook wel laadbooster genoemd) is bedoeld voor het bewaken en opladen van 12V- thuisaccu’s in campers vanaf de dynamo tijdens het rijden. De laadbooster is bedoeld voor het opladen van de volgende accutypen:
  • LFP-accu’s (14,4 V) De zonnelader is niet bedoeld voor het opladen van andere typen accu’s (bijv. NiCd, NiMH enz.). De laadbooster is geschikt voor:
  • Installatie in campers
  • Stationair of mobiel gebruik
  • Gebruik binnenshuis De laadbooster is niet geschikt voor:
  • Werking op netspanning
  • Gebruik buiten Dit product is alleen geschikt voor het beoogde gebruik en de toepassing in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing. Deze handleiding geeft informatie die nodig is voor een correcte installatie en/of correct gebruik van het product. Een slechte installatie en/of onjuist gebruik of onderhoud leidt tot onbevredi- gende prestaties en mogelijke storingen. Aantal Beschrijving 1 MT LB 30, MT LB 2412-25 of MT LB 2412-45 1 Temperatuursensor met kabel (3 m) 1 Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing Aanduiding Artikelnr. Verlengkabel (5 m) met adapter voor displaypaneel voor afstandsbediening

(MT 02005) D+ actieve simulator 9620000336 (MT02159)82 4445103799 De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel of schade aan het product als gevolg van:

  • Onjuiste montage of aansluiting, inclusief te hoge spanning
  • Onjuist onderhoud of gebruik van andere dan door de fabrikant geleverde originele reserve- onderdelen
  • Wijzigingen aan het product zonder uitdrukke- lijke toestemming van de fabrikant
  • Gebruik voor andere doeleinden dan beschre- ven in deze handleiding Dometic behoudt zich het recht voor om het uiter- lijk en de specificaties van het product te wijzigen. Technische beschrijving Algemene beschrijving MT LB 30: Het toestel laad met 30 A tijdens het rij- den. Het laadvermogen kan worden beperkt tot 25 A. MT LB 2412-25: Het toestel laad met 25 A tij- dens het rijden. De laadbooster is geschikt voor voertuigen die zijn uitgerust met een 24V-startac- cucircuit. Galvanische scheiding tussen ingangen (IN) en uitgangen (OUT) zorgt voor een absolute scheiding van de accucircuits. MT LB 2412-45: Het toestel laad met 45 A tij- dens het rijden. De laadbooster is geschikt voor voertuigen die zijn uitgerust met een 24V-startac- cucircuit. Galvanische scheiding tussen ingangen (IN) en uitgangen (OUT) zorgt voor een absolute scheiding van de accucircuits. De laadbooster kan via DIP-switches aan de ver- schillende accutypen worden aangepast (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen” op pagina 87). De temperatuursensor bewaakt de accutempera- tuur tijdens het laadproces (zie hoofdstuk „Tempe- ratuursensor” op pagina 84). De laadbooster is voorzien van een afneembaar displaypaneel voor afstandsbediening. De laadbooster biedt de volgende functies:
  • Microprocessorgestuurde IU0U-laadpro- gramma’s met temperatuurcompensatie voor verschillende accutypen
  • Hulplaaduitgang voor de startaccu
  • Buffermodus: voldoet aan de laadkarakteristie- ken, zelfs wanneer de accu wordt opgeladen terwijl er verbruikers zijn aangesloten
  • Filter voor boordnetonderdrukking: maakt parallelle werking van de laadbooster met andere oplaadbronnen mogelijk, bijvoorbeeld netvoedingsladers, zonnesystemen of genera- toren
  • Automatische compensatie van spanningsver- lies veroorzaakt door de lengte van de laadkabel (huishoudaccu) De laadbooster heeft de volgende beschermende mechanismen:
  • Beveiliging tegen overlading van de accu
  • Beveiliging tegen sperstroom
  • Beveiliging tegen kortsluiting
  • Beveiliging tegen omgekeerde polariteit (alleen voor aansluiting van de huishoudaccu) Toestelbeschrijving Nr. in afb. 1, pagina 3 Aanduiding 1 Displaypaneel 2 DIP-switches accutype en functionele instellingen 3 DIP-switch laadstroom 4 Rubberen voetjes 5 Aansluitingen en bedieningselementen 6Temperatuursensor4445103799 83 Aansluitingen en bedieningselementen Displaypaneel Indicatie-leds op het displaypaneel Nr. in afb. 2, pagina 3 Aandui- ding Beschrijving 1 START– Aansluiting op de minpool van de 12V-/24V-startaccu 2 START+ Aansluiting op de pluspool van de 12V-/24V-startaccu 3Sense START Ingang voor sensorkabel om de laadspanning bij de startaccu te meten en te regelen 4 D+/ Kl. 15 Ingang voor D+-signaal van de wisselstroomdynamo of contactslotsignaal (klem 15) 5EBL Start/IN Ingang voor sensorkabel om de laadspanning bij de startaccu weer te geven 6 BORD– Aansluiting op de minpool van de 12V-/24V-thuisaccu 7 BORD+ Aansluiting op de pluspool van de 12V-/24V-thuisaccu 8Sense BORD Ingang voor sensorkabel om de laadspanning bij de thuisaccu te meten en te regelen 9Temp. Sensor 2 aansluitingen voor tempe- ratuursensors Nr. in afb. 3, pagina 4 Aanduiding 1Toets Aan/uit 2 Indicatielampjes Led Status Beschrijving Current (rood) Aan Laadstroom aanwezig, licht- sterkte geeft de intensiteit van de laadstroom aan Uit Laadstroom < 0,2 A Batt. I (geel) Aan Thuisaccu is opgeladen Knippert • Bescherming tegen hoge temperaturen (> 50 °C)
  • Alleen LFP-accu’s: Bescherming tegen lage temperaturen (< –20 °C) Knippert langzaam Alleen LFP-accu’s: Bescher- ming tegen lage temperatu- ren (< 0 °C) Uit Thuisaccu is losgekoppeld van de laadbooster (veilig- heidsschakelaar) Battery full (groen) Aan Thuisaccu volledig opgela- den (100 %); U2/U3-fase Knippert Laadproces in U1-fase (loodaccu’s: < 75 %, LiFe- PO4-accu’s: < 90 %) Knippert langzaam Laadtoestand 75 – 100 % (loodaccu’s: > 75 %, LiFe- PO4-accu’s: > 90 %) Uit Laadproces in I-fase Main Charging (geel) Aan Laadproces in I/U1-fase Knippert • Overspanningsbeveili- ging van de thuisaccu (> 15,5 V)
  • Alleen LFP-accu’s: tem- peratuursensor is niet aangesloten Uit Druppelladen (U2-fase) Batt. II (geel) Knippert Laagspanningsbeveiliging van de startaccu84 4445103799 Acculaadfunctie De laadkarakteristieken voor volledig geautomati- seerd continu bedrijf zonder bewaking worden IU0U-karakteristieken genoemd (zie curve in afb. 8, pagina 6). 1: I-fase (constante-stroomfase) Aan het begin van het laadproces wordt de lege accu continu opgeladen met de maximale laad- stroom (100%). De laadstroom neemt af wanneer de accu een laadtoestand van 75% (90% bij lit- hium-ion-accu’s) heeft bereikt. Diep ontladen loodaccu’s worden opgeladen met een lagere laadstroom totdat de accuspanning hoger is dan 8 V. De duur van de I-fase is afhankelijk van de toe- stand van de accu, de belasting door de verbrui- kers en de laadtoestand. Om veiligheidsredenen wordt de I-fase na uiterlijk 15 uur beëindigd (in het geval van defecte accucellen of iets dergelijks). 2: U1-fase (constante-spanningsfase) De U1-fase begint wanneer de accu volledig is opgeladen. De laadstroom wordt verlaagd. Tij- dens de U1-fase wordt de accuspanning constant op een hoog niveau gehouden. De duur van de U1-fase is afhankelijk van het accutype en de mate van ontlading. 3: U2-fase (druppelladen) De U2-fase dient om de accucapaciteit (100%) in stand te houden. De U2-fase werkt met een lagere laadspanning en variabele stroom. Als er gelijkstroomverbruikers zijn aangesloten, worden deze door het toestel van stroom voorzien. Alleen als het benodigde vermogen hoger is dan de capaciteit van het toestel, wordt dit aanvullende vermogen door de accu geleverd. De accu wordt vervolgens ontladen totdat het toestel weer in de I- fase komt en de accu oplaadt. De U2-fase is beperkt tot 24 tot 48 uur, afhankelijk van het accutype. Temperatuursensor Als de temperatuursensor is aangesloten, past de laadbooster de laadspanning (voor loodaccu’s) of de laadstroom (voor LiFePO4-accu’s) aan aan de gemeten temperatuur van de accu.

De laadkarakteristieken worden als volgt aange- past:

  • Voor loodzuur-/AGM 1-accu’s (14,4 V) zie afb. 9, pagina 6.
  • Voor AGM 2-accu’s (14,7 V) zie afb. 0, pagina 6.
  • Voor loodgelaccu’s (14,4 V) zie afb. a, pagina 6.
  • Voor LiFePO4-accu’s (14,4 V) zie afb. b, pagina 6. Legenda Power (rood) Aan Spanning aanwezig; boos- terladen geactiveerd Knippert • Veiligheidsuitschakeling (hoofdstuk „Problemen oplossen” op pagina 90)
  • Interne storing in appa- raat (oververhitting)
  • Omgekeerde polariteit van de thuisaccu Led Status Beschrijving INSTRUCTIE
  • Voor loodaccu’s: zonder de tempera- tuursensor wordt de laadspanning aangepast op basis van een referentie- temperatuur van 20/25 °C.
  • Voor LFP-accu’s: Als de temperatuur- sensor niet is aangesloten, werkt de laadbooster niet. Laadkarakteristiek zonder aangesloten temperatuursensor Laadkarakteristiek met aangesloten tem- peratuursensor4445103799 85 Laadbooster monteren Montageplaats

Neem de volgende instructies in acht bij de keuze van de montageplaats:

  • Zorg ervoor dat het montageoppervlak vlak en stevig is.
  • Neem de aangegeven afstanden in acht (afb. 4, pagina 4). Het displaypaneel gebruiken Het displaypaneel kan worden gemonteerd afhan- kelijk van de montagepositie van de laadbooster. ➤Ga te werk zoals weergegeven om het dis- playpaneel te draaien en weer aan te brengen (afb. 6, pagina 5). ➤Ga te werk zoals weergegeven om het dis- playpaneel als afstandsbediening te gebruiker (afb. 7, pagina 5). De laadbooster aansluiten

Neem de volgende instructies in acht bij het aan- sluiten van de laadbooster:

  • Kies de geschikte aansluitvariant. Legenda voor afb. c, pagina 7 t/m afb. e, pagina 9:
  • Sluit altijd de laadbooster aan voor aansluiten van de accu’s. LET OP! Gevaar voor schade Controleer voor het boren of geen elek- trische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd kunnen raken. INSTRUCTIE De laadbooster kan in elke montageposi- tie worden gemonteerd (afb. 5, pagina 4). De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd door een bevoegde elektri- cien met aantoonbare kennis en vaardig- heden op het gebied van de constructie en werking van elektrische apparaten en installaties, die is opgeleid om de geva- ren die elektrische apparaten en installa- ties met zich meebrengen veilig te herkennen en te voorkomen. VOORZICHTIG! Brandgevaar
  • Neem de aanbevolen kabeldoorsne- den, kabellengtes en zekeringen in acht (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen” op pagina 86).
  • Breng de zekeringen in de buurt van de accu’s aan om de kabel te bescher- men tegen kortsluiting en mogelijk verschroeien.
  • Zorg ervoor dat de schroeven op de klemmen stevig zijn aangedraaid (aan- draaimoment: 2 Nm ± 0,1). Draai de schroeven op de klemmen weer aan nadat het toestel is gemonteerd en de laatste kabel is gelegd. LET OP! Gevaar voor schade Zorg ervoor dat de polariteit niet wordt verwisseld. INSTRUCTIE
  • In het geval van twee of meer accu’s is parallelle aansluiting toegestaan als de accu’s van hetzelfde type, dezelfde capaciteit en dezelfde leeftijd zijn. Sluit de accu’s diagonaal aan.
  • Voor LFP-accu’s: om de interne tempe- ratuur van de accu te meten, gebruikt u de aansluiting voor de temperatuur- sensor om de voeler van de tempera- tuursensor aan te sluiten op de minpool van de huishoudaccu. Huishoudaccu Startaccu86 4445103799
  • Gebruik geen adereindhulzen. Strip de kabelui- teinden als volgt: – Signaalkabel 10 mm (0,5 – 1,5 mm²) – Laadkabel 12 mm
  • Bepaal de kabeldoorsnede (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen” op pagina 86).
  • Sluit de voeler van de temperatuursensor aan op de pluspool van de thuisaccu (afb. c 1, pagina 7 tot afb. e 1, pagina 9).
  • Verbind de minpool van de thuisaccu met de minpool van de startaccu of met massa (chassis).
  • Bescherm de pluskabel van de huishoudaccu met een zekering Ι (zie hoofdstuk „Kabeldoor- snede bepalen” op pagina 86).
  • Bescherm de pluskabel van de startaccu met een zekering ΙΙ (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen” op pagina 86).
  • Selecteer het oplaadprogramma dat geschikt is voor het gebruikte type thuisaccu (zie hoofdstuk „Het laadprogramma instellen” op pagina 87). Kabeldoorsnede bepalen MT LB 30 MT LB 2412-25 MT LB 2412-45 Kabel- door- snede Kabel- lengte START (IN) naar star- taccu Kabelze- kering ΙΙ Kabel- lengte BOORD (UIT) naar thuis- accu Kabelze- kering Ι 4mm² – 40A/ 50 A 0,5 m – 1,5 m 30 A/ 40 A 6mm² <4m 40A/ 50 A 1,5 m – 3,0 m 30 A/ 40 A 10 mm² < 7 m 40 A/ 50 A 3m – 5,5 m 30 A/ 40 A Kabel- door- snede Kabel- lengte START (IN) naar star- taccu Kabelze- kering ΙΙ Kabel- lengte BOORD (UIT) naar thuis- accu Kabelze- kering Ι 4mm² – 30A 0,5m – 2,0 m 30 A 6 mm² < 11 m 30 A 1,5 m – 3,5 m 30 A 10mm² <18m 30A 3,0m – 6,5 m 30 A Kabel- door- snede Kabel- lengte START (IN) naar star- taccu Kabelze kering ΙΙ Kabel- lengte BOORD (UIT) naar thuis- accu Kabelze kering Ι 6mm² – 40A 0,5m – 2,0 m 50 A 10 mm² < 10 m 40 A 1,5 m – 3,5 m 50 A 16mm² <16m 40A 3,0m – 5,0 m 50 A4445103799 87 Aansluitvariant A (afb. c, pagina 7) Aansluitvariant voor campers die moeten worden uitgerust met een thuisaccu en laadapparaat (stan- daard aansluitvariant).

➤Monteer de laadbooster in de aansluiting tussen de startaccu en de thuisaccu. ➤Koppel de bestaande laadkabel los op een geschikt punt. ➤Ga te werk zoals afgebeeld in afb. c, pagina 7 om de laadbooster aan te sluiten. Aansluitvariant B (afb. d, pagina 8) Aansluitvariant voor campers met een bestaand uitschakelrelais.

➤Monteer de laadbooster tussen het bestaande uitschakelrelais (2) en de thuisaccu. ➤Koppel de bestaande laadkabel los op een geschikt punt. ➤Ga te werk zoals afgebeeld in afb. d, pagina 8 om de laadbooster aan te sluiten. Aansluitvariant C (alleen MT LB 30) (afb. e, pagina 9) Aansluitvariant voor campers met bestaand cen- traal elektrisch systeem dat is uitgerust met geïnte- greerd scheidingsrelais en geïntegreerde oplader.

➤Monteer de laadbooster in de startaccukabel tussen centraal elektrisch systeem (2) en de star- taccu. ➤Ga te werk zoals afgebeeld in afb. e, pagina 9 om de laadbooster aan te sluiten. Parallelle aansluiting van twee laad- boosters (afb. f, pagina 10) Aansluitvariant, bij zeer hoge belastingen (bijv. air- conditioning) of voor grote accugroepen om het laadvermogen te verhogen.

➤Stel de DIP-switchpositie in (afb. f 1, pagina 10). ➤Ga als volgt te werk om de laadboosters parallel aan te sluiten zoals weergegeven in afb. f, pagina 10. Gebruik

Het laadprogramma instellen

INSTRUCTIE De laadbooster vervangt een bestaand uitschakelrelais. Gebruik aansluitvariant B als het uitschakelrelais niet kan worden verwijderd. INSTRUCTIE De laadbooster vervangt een bestaand uitschakelrelais. Gebruik aansluitvariant A als het uitschakelrelais kan worden verwijderd. INSTRUCTIE Voor LFP-accu’s: Schakel de geïnte- greerde oplader uit als deze niet is uitge- rust met temperatuurregeling en laadkarakteristiek voor LFP-accu’s. VOORZICHTIG! Brandgevaar Zorg ervoor dat de aanbevolen kabeldoorsnedes, kabellengtes en zeke- ringen worden verdubbeld in overeen- stemming met de hogere laadstromen die kunnen optreden. INSTRUCTIE Parallelle aansluiting is alleen toegestaan als de apparaten van hetzelfde type en dezelfde capaciteit zijn. INSTRUCTIE Gebruik een kleine schroevendraaier om de DIP-schakelaars voorzichtig in de ver- eiste stand te zetten. LET OP! Gevaar voor schade Gebruik alleen accu’s die geschikt zijn voor de aangegeven laadspanning. INSTRUCTIE

  • Selecteer het laadprogramma dat geschikt is voor het type thuisaccu gebaseerd op de specificaties van de fabrikant, de informatie in de onder- staande tabel en de technische gege- vens (zie hoofdstuk „Technische gegevens” op pagina 93).
  • De aangegeven laadtijden zijn van toe- passing op een gemiddelde omge- vingstemperatuur van 20 °C.88 4445103799 ➤Schuif de DIP-switches (afb. 1 3, pagina 3) in de posities die zijn weergegeven in onder- staande tabel om het laadprogramma (OUT) voor het betreffende type thuisaccu in te stellen. Modus instellen Afhankelijk van de ingestelde bedrijfsmodus wordt de laadbooster geactiveerd via het D+ signaal of de spanning bij de startaccu. ➤Schuif de DIP-switches (afb. 1 2, pagina 3) in de positie die is aangegeven in de onder- staande tabel om de bedrijfsmodus (IN) in te stellen.
  • De laadbooster begint de thuisaccu op te laden zodra de waarde voor „Laadvermogen verho- gen” op de startaccu is bereikt. De laadbooster verhoogt het laadvermogen continu van 3% van het laadvermogen tot het vereiste (maximale) laadvermogen is bereikt.
  • Als de spanningswaarde gedurende 30 seconden onder de uitschakeldrempel- waarde komt, wordt de laadbooster automa- tisch uitgeschakeld.
  • Als de spanningswaarde daalt tot onder de waarde voor „Laadvermogen reduceren” (bijv. door hoge belastingen), verlaagt de laadboos- ter het laadvermogen om het startmotorkring te ontlasten. Het laadvermogen is altijd ten minste 3% van het mogelijke laadvermogen. DIP-schake- laarpositie (grijs) Gewenst laadprogramma Loodzuuraccu’s/AGM 1-accu’s (14,4 V) (afb. 9, pagina 6)
  • Als de laadbooster wordt geactiveerd via het D+ signaal, kan de startaccu worden ontladen als het contact wordt ingeschakeld terwijl de motor niet loopt. Gebruik een actieve D+-simula- tor als er geen D+-signaal beschikbaar is.
  • Als u de instellingen wilt wijzigen, kop- pelt u het toestel tijdelijk los van de stroomvoorziening, de startaccu en de huishoudaccu. B1B2 B1B2 B1B2 B1B2 DIP-scha- kelaarpo- sitie (grijs) Beschrijving Functieselectie voor regeling via de laadspanning bij de startaccu.
  • Toename van het laadvermogen bij aansluiting „START+” > 13,6 V
  • Reductie van het laadvermogen bij aansluiting „START+” < 13,2 V
  • Uitschakelgrenswaarde: 12,6 V (30 s) Opmerking: Hoogspanning grenswaarden. Gebruik alleen met afzonderlijk gelegde „Sense START”-kabel, geschikte kabeldoorsnedes en een krachtige dynamo. Verbind „D+/ Kl. 15” met „Sense START” via een jum- perkabel. Functieselectie voor regeling via D+ sig- naal van de dynamo of het contactslotsig- naal (aansluiting 15).
  • Toename van het laadvermogen bij aansluiting „START+” > 13,2 V
  • Reductie van het laadvermogen bij aansluiting „START+” < 12,8 V
  • Uitschakelgrenswaarde: 12,2 V (30 s) Opmerking: Hoogspanning grenswaarden. Gebruik alleen met afzonderlijk gelegde „Sense START”-kabel, geschikte kabeldoorsnedes en een krachtige dynamo. S1S2 S1S24445103799 89 Laadstroom aanpassen (alleen MT LB 30) ➤Schuif de DIP-switch (afb. 1 2, pagina 3) naar de positie die is afgebeeld in de onderstaande tabel om de laadstroom aan te passen aan de capaciteit van de thuisaccu. De nachtmodus instellen In de nachtmodus wordt het display donkerder. Alle leds op het displaypaneel behalve de „Cur- rent”-led worden uitgeschakeld. ➤Druk een keer op de aan/uit-toets op het dis- playpaneel om de nacht modus in of uit te scha- kelen. ✔ Het ledlampje „Current” gaat gedimd rood branden. Reiniging en onderhoud

➤Reinig het toestel geregeld met een zachte, vochtige doek. ➤Controleer onder spanning staande kabels regelmatig op beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten. Functieselectie voor regeling via het D+ signaal van de dynamo of het contactslot-signaal (aansluiting 15).• Toename van het laadvermogen bij aansluiting „START+” > 12,5 V• Reductie van het laadvermogen bij aansluiting „START+” < 12,2 V• Uitschakelgrenswaarde: 12,0 V (30 s)Opmerking: Lagere spanningsgrenswaarden. Een afzonderlijk gelegde „Sense START”-kabel is niet ver-eist als de kabeldoorsnedes voldoende zijn. Verbind „D+/ Kl. 15” met „Sense START” via een jumperkabel.Functieselectie voor regeling via het D+ signaal van de dynamo of het contactslot-signaal (aansluiting 15), geschikt voor voertuigen die voldoen aan de Euro 6-, 6+ normen met sterk fluctuerende dynamo- en startaccuspanningen.• Toename van het laadvermogen bij aansluiting „START+” > 11,7 V• Reductie van het laadvermogen bij aansluiting „START+” < 11,4 V• Uitschakelgrenswaarde: 11,2 V (30 s)Opmerking: Lagere spanningsgrenswaarden. Een afzonderlijk gelegde „Sense START”-kabel is niet ver-eist als de kabeldoorsnedes voldoende zijn. Verbind „D+/ Kl. 15” met „Sense START” via een jumperkabel.DIP-schakelaar-positie (grijs)Laadstroom0 – 25 A (fabrieksinstelling)0–30ADIP-scha-kelaarpo-sitie (grijs)Beschrijving S1S2 S1S2 LET OP! Gevaar voor schade

  • Reinig het toestel nooit onder stro- mend water of in afwaswater.
  • Gebruik geen scherpe of harde voor- werpen, schurende reinigingsmidde- len of bleekmiddel bij het reinigen. Daardoor kan het toestel beschadigd raken.90 4445103799 Problemen oplossen Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing De laadbooster werkt niet. De rode „Power”-led gaat niet branden. Beschadigde isolatie, kabelbreuk of losse contacten van onder spanning staande kabels. ➤ Controleer onder spanning staande kabels op beschadigde isolatie, kabel- breuk of losse contacten. ➤ Neem contact op met een erkende klan- tenservice als u geen fout kunt vinden. Er is kortsluiting ontstaan. Als de zekering van het toestel is geactiveerd door overstroom, moet deze worden vervan- gen door een bevoegde klantenservice. De accuklemmen zijn niet correct verbon- den. ➤ Controleer de verbindingen. ➤ Controleer de aanbevolen kabeldoorsne- den, kabellengtes en zekeringen (zie hoofdstuk „Kabeldoorsnede bepalen” op pagina 86). ➤ Controleer de gestripte kabeluiteinden. ➤ Controleer de spanningen direct aan de klemcontacten. De laadbooster werkt niet. De gele led „Main Charging” knippert. Overspanningsbeveiliging van de huis- houdaccu. Accuspanning te hoog (> 15,5 V). ➤ Verlaag de aangesloten spanningen. De laadbooster start automatisch opnieuw op wanneer de spanning daalt tot de herstart- waarde (< 13,2 V). Alleen LFP-accu’s: temperatuursensor is niet aangesloten. ➤ sluit de temperatuursensor aan. Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele led „Batt. I” knippert. Bescherming tegen hoge temperaturen van de thuisaccu. De laadbooster schakelt naar gereduceerde laadspanning (12,8 V) en de maximale laadstroom wordt gehal- veerd als de temperatuur van de accu de uitschakelwaarde (> 50 °C) overschrijdt. ➤ Zorg ervoor dat de luchtinlaten en -uitlaten niet zijn afgedekt of geblokkeerd. ➤ Laat de accu afkoelen. De laadbooster gaat automatische terug naar de volle laadmodus en -stroom wanneer de temperatuur daalt tot de herstartwaarde (< 48 °C). Alleen LFP-accu’s: Bescherming tegen lage temperaturen van de thuisaccu. De laadbooster schakelt naar gereduceerde laadspanning (12,8 V) en de maximale laadstroom wordt gehalveerd als de tem- peratuur van de accu onder de uitschakel- waarde (< –20 °C) daalt. ➤ Verplaats de accu naar een warmere loca- tie. De laadbooster start automatisch opnieuw op wanneer de temperatuur de herstartwaarde (> –18 °C) overschrijdt. Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele led „Batt. I” knippert langzaam. Alleen LFP-accu’s: Bescherming tegen lage temperaturen van de thuisaccu. De laadbooster schakelt naar gereduceerde laadstroom wanneer de temperatuur van de accu daalt onder de uitschakelwaarde (< 0 °C). ➤ Verplaats de accu naar een warmere loca- tie (> 0 °C). De laadbooster start automatisch opnieuw op wanneer de temperatuur de herstartwaarde (> 0 °C) overschrijdt.4445103799 91 Ongebruikelijk lange laadtijd. De gele led „Batt. II” knippert. Laagspanningsbeveiliging van de star- taccu. Accuspanning te laag (> ingestelde waarde voor „laadvermogen verhogen”, zie hoofdstuk „Modus instellen” op pagina 88). De laadbooster schakelt naar gereduceerde laadstroom (< 30 %) om de accu te beschermen. De laadbooster keert automatisch terug naar de volledige laadstroom wanneer de spanning stijgt tot de herstartwaarde (ingestelde waarde voor „reductie van laadvermogen”, zie hoofd- stuk „Modus instellen” op pagina 88). De laadbooster stopt het laadproces. De rode „Power”-led knippert. Uitschakeling door veiligheidstimer. De I- fase heeft te lang geduurd (> 15 uur). ➤ Reset het toestel door het regelsignaal op D+ te verwijderen. Schakel de motor uit en koppel het toestel los van het elektriciteits- net. Te veel gelijkstroomverbruikers aangeslo- ten. ➤ Verminder de aangesloten gelijkstroom- verbruikers. De accu is defect. ➤ Vervang de accu. Oververhitting van de laadbooster. De laadbooster start automatisch opnieuw op wanneer de temperatuur daalt. Omgekeerde polariteit van de thuisaccu. ➤ Sluit de thuisaccu aan met de juiste polari- teit. De volledige laad- stroom wordt niet bereikt. De rode „Power”-led brandt. De thuisaccu is al opgeladen. ➤ Belasting met krachtige verbruikers. De laadstroom is niet correct ingesteld. ➤ Controleer de instelling van de laadstroom (zie hoofdstuk „Modus instellen” op pagina 88). De accu is sterk gesulfateerd. ➤ Vervang de accu. Verborgen uitschakelrelais aanwezig (bijv. in het centrale elektrische systeem). ➤ Pas de aansluitvariant aan voor voertuigen met een bestaand scheidingsrelais. De laadbooster scha- kelt voortdurend tus- sen de actieve en de niet-actieve status. Zwak D+-signaal. ➤ Controleer het D+-signaal. ➤ Gebruik anders het contactsleutelsignaal (klem 15) of installeer een D+ Active-simu- lator (verkrijgbaar als accessoire). Foutieve aansluiting van de startaccu. ➤ Controleer de aansluiting op foutieve bedrading en zekering of corrosie bij de chassisaansluitingen. De accu wordt niet meer opgeladen of kan de lading niet meer vasthouden. De accu is defect. ➤ Vervang de accu. Het displaypaneel werkt niet. Het displaypaneel is niet goed aangeslo- ten. ➤ Controleer de aansluitingen (zie hoofdstuk „Het displaypaneel gebruiken” op pagina 85). Het displaypaneel licht alleen slecht op. Nachtmodus is geactiveerd. ➤ Schakel de nachtmodus uit (zie hoofdstuk „De nachtmodus instellen” op pagina 89). Fout Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing92 4445103799 Garantie De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, neem dan contact op met de detailhandel of met het filiaal van de fabri- kant in uw land (zie dometic.com/dealer). Stuur voor de afhandeling van reparaties of garan- tie de volgende documenten mee:
  • Een kopie van de factuur met datum van aan- koop
  • De reden voor de claim of een beschrijving van de fout Houd er rekening mee dat eigenmachtige of niet- professionele reparatie gevolgen voor de veilig- heid kan hebben en dat de garantie hierdoor kan komen te vervallen. Verwijdering Producten met niet-vervangbare batterijen, oplaadbare batterijen of lichtbronnen recy- clen Verpakkingsmateriaal recyclen ➤ Als het product niet-vervangbare batte- rijen, oplaadbare batterijen of lichtbron- nen bevat, hoeft u die niet te verwijderen voordat u het product afvoert. ➤ Als u het product definitief weg wilt doen, vraag dan bij het dichtstbijzijnde afvalver- werkingsbedrijf of uw dealer naar de betreffende afvoervoorschriften. ➤ Het product kan gratis worden afgevoerd. ➤ Gooi het verpakkingsmateriaal indien mogelijk altijd in recyclingafvalbakken.4445103799 93 Technische gegevens MT LB 30 MT LB 2412-25 MT LB 2412-45 Ingang startaccu Nominale accuspanning 12 Vg 24 Vg 24 Vg Aanbevolen accucapaciteit 60 Ah/70 Ah 50 Ah 60 Ah Max. stroomgebruik 480 W/540 W 450 W 740 W Stroomverbruik
  • Stroomverbruik UIT 0,0004 A 0,0004 A 0,0005 A Uitschakeling overspanning ingang (EURO 6 +) 16,5 V 32,2 V 32,2 V Laaduitgang huishoudaccu Nominale accuspanning 12 – 13,3 Vg 12 – 13,3 Vg 12 – 13,3 Vg Aanbevolen accucapaciteit 50 – 200 Ah/ 60 – 240 Ah 50 – 200 Ah 90 – 360 Ah Laadstroom (I-fase) 25 A/30 A 25 A 45 A Laad-/buffer-/belastingsstroom, geregu- leerd (U1-, U2-fase) 0 A – 25 A/0 A – 30 A 0 A – 25 A 0 A – 45 A Minimale accuspanning voor het begin van het laden 0V 0V 0V Maximale voorlaadstroom van een die- pontladen accu (< 8 V) 12,5 A/15 A 22,5 A 12,5 A Resetspanning (U2 tot U1, 30 s) 12,75 V 12,75 V 12,75 V Beperking van laadspanning 15 V 15 V 15 V Externe overspanningsonderbreking (20 s) 15,5 V 15,5 V 15,5 V Omgekeerde stroom van accu, UIT 0,000 A 0,000 A 0,000 A Spanningsrimpel < 50 mV rms < 50 mV rms < 50 mV rms Algemene technische gegevens Beschermingsklasse/IP-code I/IP21 Omgevingstemperatuur voor bedrijf –20 °C tot +45 °C Omgevingsvochtigheid 95%, niet-condenserend Afmetingen (b x d x h) 270 x 223 x 74 mm (afb. g, pagina 11) Gewicht 2,75 kg 2,8 kg 2,95 kg Inspectie/certificering94 4445103799