E 2800 A - Verwarming Trumatic - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis E 2800 A Trumatic in PDF-formaat.

📄 62 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice Trumatic E 2800 A - page 34
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Trumatic

Model : E 2800 A

Categorie : Verwarming

SKIP

Veelgestelde vragen - E 2800 A Trumatic

Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding E 2800 A - Trumatic en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. E 2800 A van het merk Trumatic.

GEBRUIKSAANWIJZING E 2800 A Trumatic

Avvertenza importante L’allestitore o il proprietario del veicolo dovranno applica- re l’adesivo giallo con le av- vertenze, accluso all’apparec- chio, in un punto del veicolo visibile per qualsiasi utilizzato- re (ad es. sulla porta del guar- daroba)! Se necessario, ri- chiedere l’adesivo alla Truma.Gebruiksaanwijzing Voor ingebruikname die- nen eerst de gebruiksaan- wijzing en de „belangrijke bedieningsvoorschriften“ te worden doorgenomen! De eigenaar van het voertuig is ervoor verantwoordelijk dat het apparaat op correcte wij- ze kan worden bediend. De bij het apparaat geleverde gele sticker met waarschu- wingen voor de gebruiker moet door de inbouwer of de eigenaar van het voertuig op een voor elke gebruiker dui- delijk zichtbare plaats in het voertuig worden aangebracht (bijv. op de deur van de kle- renkast). Als u deze sticker niet hebt, moet u die bij Truma aanvragen. Bedieningselement met schuifschakelaar a = Schuifschakelaar Verwarmen - Uit - Ventilatie b = Schuifschakelaar voor volledige belasting (groot vlammensymbool) en gedeeltelijke last (klein vlammensymbool) Bedieningselement met draaischakelaar (leverbaar vanaf 08/2002) c = Draaischakelaar „Verwarmen“ Vollast (groot vlam symbool) en deellast (klein vlam symbool) d = Draaischakelaar „Uit“ Trumatic E

e = Draaischakelaar „Ventilatie“ Vollast (groot symbool) Deellast (klein symbool) Inbedrijf nemen verwarmen

snelsluitkraan in de gas- toevoerleiding.

3. Gewenste ruimtetempera-

tuur met de draaiknop instel- len.

4. Inschakelen van de verwar-

ming: Bedieningselement met schuifschakelaar: Schakelaar (a) op verwarmen en schakelaar (b) op het ge- wenste vermogen zetten. Bedieningselement met draaischakelaar: Draaischakelaar op het ge- wenste vermogen (c) zetten. Bij lage buitentemperatuur verwarming op volle belasting laten aanlopen. Opmerking: De verwarming Trumatic E is getest en toege- laten voor gebruik, ook tij- dens het rijden. De ventilator- ondersteunde brander garan- deert een perfect functione- ren, ook bij extreme windom- standigheden. Evtl. moeten nationale beperkingen voor het gebruik van vloeibare gasapparatuur gedurende het rijden in acht worden ge- nomenen. Inbedrijfname ventilatie Bedieningselement met schuifschakelaar: Schakelaar (a) op ventilatie en schakelaar (b) op het gewens- te vermogen zetten. Bedieningselement met draaischakelaar: Draaischakelaar op het ge- wenste vermogen (e) zetten. Uitschakelen Schuifschakelaar (a) resp. draaischakelaar (d) in het midden zetten. Wanneer de verwarming na een verwar- mingsfase wordt uitgescha- keld, kan de ventilator vanwe- ge het gebruik van de rest- warmte nog nalopen. Wanneer het apparaat gedu- rende langere tijd niet wordt gebruikt, de Schoorsteenaf- dekkap erop plaatsen en het snelsluitventiel in de gastoe- voerleiding en de gasfles slui- ten. Groen controlelampje „in werking” (onder draaiknop) Als het apparaat aanstaat (verwarmen of ventilatie), moet het groene controle- lampje branden (de ventilator werkt ). Brandt het controle- lampje niet, moet u de even- tuele (hoofd-) schakelaar con- troleren. Gebruik hiervoor de handleiding van de voertuig- producent. Bij het verwarmen, terwijl de vlam brandt, verdubbelt de lichtsterkte van het groene controlelampje. Daarmee kan ook het schakelpunt van dat moment voor de ruimtetem- peratuur worden vastgesteld. Zekeringen Afbeelding H4: De toestel- lenbeveiliging (F1) is op de elektronische regelplatine. Belangrijke opmerking: De fijnzekering mag enkel door een bouwidentieke zekering worden vervangen: 3,15 AT (traag) EN 60127-2-3 Rood controlelampje „storing” Bij een storing gaat het rode controlelampje onafgebroken branden. Mogelijke oorzaken zijn: geen gastoevoer, onvol- doende verbrandingslucht, sterk vervuild beluchtings- rotor, defecte zekering, enz. De storing kunt u opheffen door het apparaat eerst uit en dan weer in te schakelen. Knipperen duidt op een te geringe of te hoge bedrijfs- spanning voor de verwarming (evtl. batterij opladen). Bij storingen kunt u altijd bij de Truma-Service-centrale in Duitsland terecht, Telefoon: (089) 4617-142. Voor andere landen: zie internationale ser- vice (pagina 57). Accessoires Afb. H6:

1. Voorschakelapparaat VG 2

- ten behoeve van verwarmin- gen voor bestuurderscabines van voertuigen voor het trans- port van gevaarlijke stoffen en tankwagens volgens ADR (mag niet in combinatie met een tijdschakelklok worden gebruikt).

2. Buitenschakelaar AS

- voor het in- resp. uitschake- len van de verwarming buiten het voertuig, bijvoorbeeld bij laadruimte-verwarmingen (le- verbaar met 4 m of 10 m aan- sluitkabel).

3. Akoestische storings-

melder ASM - geeft een akoestisch signaal bij een eventuele storing.

4. Tijdschakelklok ZUE

- t.b.v. het voorprogrammeren van 3 inschakeltijden binnen 7 dagen, compl. met 4 m aansluitkabel (geschikt voor 12 V en 24 V boordnet).

- controleert de ruimtetempe- ratuur, onafhankelijk van de positie van het bedienings- element (leverbaar met 4 m of 10 m aansluitkabel).

6. Multi-contactdoos MSD

- voor het aansluiten van meerdere accessoires (b.v. tijdschakelklok en voeler). Verlengkabel voor acces- soires - Posities 1 - 6 met 4 m of 10 m (zonder afbeelding).

7. Direktschakelaar DIS

- voor gebruik van de verwar- ming, alleen in hoogste stand zonder temperatuurregeling (leverbaar met 4 m of 10 m aansluitkabel. Vervangt het bedieningselement. Of direct-vaste tempera- tuurschakelaar DFS - voor gebruik van de verwarming ingesteld op een vast ingestelde temperatuur (40°C - 70°C al naar gelang de uitvoering). Vervangt het be- dieningselement. Alle elektrische accessoires zijn voorzien van een stekker en kunnen afzonderlijk wor- den aangesloten. Belangrijke bedie- ningsvoorschriften

1. Indien de schoorsteen in de

buurt van een te openend raam (resp. een dakraam) - vooral onmiddellijk eronder - werd geplaatst, moet dit gedu- rende het bedrijf blijven geslo- ten (zie waarschuwingsbord).

2. Regelmatig, vooral na lan-

ge reizen, moet worden ge- controleerd of de gecombi- neerde aan-/afvoerpijp niet is beschadigd en of de aanslui- tingen nog intact zijn. Dit geldt ook voor het toestel zelf en de schoorsteen.

Trumatic E 2800, E 2800 A E 4000, E 4000 A Vloeibaargas- verwarming met elektronische sturing, luchtverdeling en thermostaat3. Na een kleine interne gas- ontploffing (foutieve ontste- king) moet de rookgasafvoer door een vakbekwaam mon- teur worden gecontroleerd!

4. Bij de verwarmingen die

buiten het voertuig zijn ge- monteerd, dienen de flexibele luchtbuizen regelmatig op be- schadigingen te worden ge- controleerd. Door een be- schadigde buis kunnen even- tuele rookgassen in het voer- tuig terecht komen.

5. De warmte-uitlaat voor de

rookgasavoer en de toevoer van verbrandingslucht moet altijd wprden gehouden van vuil (sneeuwblubber, blade- ren, enz.).

6. De ingebouwde tempera-

tuurbegrenzer sluit de gas- toevoer af wanneer het appa- raat te heet wordt. Daarom mogen de warme-luchtuitla- ten en de recirculatieopening niet worden afgesloten.

7. Bij een storing van de elek-

tronische printplaat, moet de- ze goed verpakt worden te- ruggestuurd. Als u dit niet doet, vervalt iedere aanspraak op garantie. Ter vervanging mogen enkel originele print- platen worden gebruikt!

8. In Duitsland moet de

warmtewisselaar krachtens § 22a StVZO bij in motor- voertuigen ingebouwde ka- chels tien jaar na de eerste in- gebruikname (het jaar van de eerste ingebruikname moet duurzaam op het fabrieks- plaatje zijn aangebracht) door de fabrikant of een van diens hoofddealers vervangen wor- den door een origineel reser- veonderdeel. Het verwar- mingstoestel moet dan wor- den voorzien van een plaatje, met daarop de verkoop- da- tum van de warmtewisselaar en de tekst „Origineel reser- veonderdeel“ (als rookgasaf- voerbuizen worden gelegd in ruimten die door personen worden gebruikt, moeten de- ze buizen eveneens na 10 jaar door originele reserveonder- delen worden vervangen). De eigenaar van het voer- tuig is verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van de keuring en het ver- vangen van onderdelen.

9. Bij rookgasleiding onder de

vloer moet de vloer van het voertuig dicht zijn. Bovendien moeten ten minste drie kan- ten onder de voertuigbodem vrij zijn, om een ongehinderd wegtrekken van het rookgas te garanderen (sneeuw, spoi- lers, enz.).

10. Wanneer de verwarming

uit is, moet de afdekkap van de schoorsteen in de wand er steeds op geplaatst worden. Dit geldt in het bijzonder bij het wassen van de wagen en voor boten. Richtlijnen voor mobiele verwarmings- installaties Door de beroepsorganisaties worden de mobiele laadruim- teverwarmingen van Truma toegelaten. Het gaat hierbij om complete verwarmingsin- stallaties die naar behoefte gewoon met de te laden goe- deren in de laadruimte wor- den geplaatst. De kachels zijn volkomen onafhankelijk en er es geen buitenaansluiting voor nodig. De toelating geldt uitsluitend voor de originele, mobiele laad-ruimtekachels van Truma. Eventuele imitaties van derden zijn niet toegela- ten! Truma biedt geen enkele garantie voor veiligheid en werking van om het even welke imitatiekachel voor mo- biele laadruimtes. Gebruik in voer-/vaartuigen bestemd voor het transport van gevaarlijke goederen is niet geoorloofd. Algemene veiligheidsinstructies Bij lekken in de gasinstal- latie of wanneer een gas- reuk wordt waargenomen: - alle open vlammen blussen! - niet roken! - de apparate uitschakelen! - sluit de gasfles! - open de ramen! - zet geen elektrische apparaten aan! - laat de hele installatie door een vakbekwaam monteur controlen! Reparaties mogen alleen door vakbe- kwame monteurs worden uitgevoerd! Let op: na elke demontage van de rookgasafvoerbuis moet een nieuwe O-ring ge- monteerd worden!

1. Elke verandering aan het

toestel (incl. de rookgas- afvoerbuis en de schoor- steen) of het gebruik van niet- originele Truma-reserveonder- delen of accessoires die be- langrijk zijn voor het functio- neren van het toestel evenals het niet in acht nemen van de instructies in de Inbouwhand- leiding en de Gebruiksaanwij- zing maken de garantie on- geldig en hebben tot gevolg dat aansprakelijkheidseisen komen te vervallen. Boven- dien vervalt hierdoor de ge- bruikstoelating voor het appa- raat en in sommige landen ook voor het voertuig.

2. De bedrijfsdruk voor de

gastoevoer, 30 mbar (resp. 28 mbar butaan/37 mbar propaan) of 50 mbar, moet gelijk zijn aan de bedrijfs- druk van het apparaat (zie fabrieksplaatje).

3. Alleen voor Duitsland:

Gasinstallaties voor vloeibaar gas voor vrijetijdsvoertuigen moeten aan het DVGW-werk- blad G 607 resp. G 608 voor watersportvoertuigen vol- doen. Bij industrieel benutte voertui- gen dient er rekening te wor- den gehouden met de desbe- treffende ongevallenpreven- tievoorschriften van de on- gevallenverzekeringen (BGV D 34). De controle van de gasin- stallatie dient alle 2 jaren van een deskundige voor vloeibaar gas (DVFG, TÜV, DEKRA) te worden herhaald. Ze dient op het overeenkom- stig onderzoekattest (G 607, G 608 resp. BGG 935) te wor- den bevestigd. Verantwoor- delijk voor de aanleiding van de controle is de bezit- ter van het voertuig.

4. In anderen landen dient

er telkens rekening te worden gehouden met de geldige technische en administratieve voorschriften voor de keuring en met de dichtheidstest voor installaties met vloeibaar gas. Tot uw eigen zekerheid is het noodzakelijk de gehele gasin- stallatie, het toestel en de uit- laatgasgeleiding regelmatig (uiterlijk alle 2 jaren) van een deskundige te laten controle- ren. Meer informatie over de voor- schriften in de verschillende landen kunt u aanvragen bij onze dealers in het buitenland (zie internationale service, pa- gina 57).

5. Bij het tanken en wan-

neer het voertuig in de ga- rage staat, mag de kachel niet worden gebruikt.

6. Bij de eerste ingebruikna-

me van een fabrieknieuw ap- paraat (en na een langere stil- stand) kan zich kort een lichte rook - en geurontwikkeling voordoen. Het is raadzaam het apparaat direct met de hoogste temperatuurinstelling te laten branden en voor een goede beluchting van de ruimte te zorgen.

7. Een abnormaal brander-ge-

raas of een afblazende vlam duidt op een defecte regelaar. Laat deze regelaar in dat ge- val nakijken.

8. Voorwerpen die gevoelig

zijn voor warmte (b.v. spuit- bussen) mogen niet in het in- bouwframe van de verwar- ming worden opgeborgen omdat het hier eventueel tot verhoogde temperaturen kan komen. Voor de gasinstallatie mogen enkel gasdrukregelaars met een beveiliging tegen over- druk worden toegepast! Dit zijn b.v. gasdrukregelaars voor vrijetijdsvoertuigen vol- gens DIN 4811 resp. VP 306 met veiligheidsklep, voor be- drijfsmatig gebruikte voertui- gen volgens BGV D 34 § 11 lid 4. met beveiliging te- gen ongeoorloofd hoge druk- stijging. Wij adviseren Truma- voertuigregelaars resp. voor de tweeflessen-gasinstallatie in enkel van buiten toeganke- lijke fleskasten de Truma-Trio- matic met automatische re- serve-omschakeling. De Truma-regelaars zijn speciaal voor de zware omstandighe- den in caravans, boten en voertuigen ontwikkeld. Naast een veiligheidsventiel zijn ze ook uitgerust met een mano- meter, waarmee de dichtheid van de gasinstallatie kan wor- den gecontroleerd. Sluit de regelaars altijd zeer zorgvuldig met de hand op de gasflessen aan! Bij tempera- turen van rond de 0°C en la- ger moet op de regelaars een ontdooiingsinstallatie (Eis-Ex) worden aangesloten. U dient regelmatig te controleren of de aansluitingsslangen van de regelaars nog niet versleten zijn. Als u het toestel 's winters gebruikt, mag u alleen winter- vaste slangen gebruiken De gasflessen moeten altijd volle- dig rechtop staan! Wanneer de drukregelaars bloot staan aan weersinvloe- den, speciaal bij de vrachtwa- gen - dient de regelaar steeds door de Truma-beschermkap te worden beschermd (serie- accessoire van vrachtwagen aanbouwset).

Technische gegevens Gassoort: vloeibaar gas (propaan/butaan) Bedrijfsdruk: 30 of 50 mbar (zie fabriekslabel) Nominaal warmtevermogen E 2800 (A): 2800 W E 4000 (A): 3700 W Gasverbruik E 2800 (A): 110 / 225 g/h E 4000 (A): 150 / 310 g/h Luchtverplaatsing E 2800 (A): 70 / 140 m

Stroomverbruik bij 12 V E 2800 (A): 0,5 / 0,8 A E 4000 (A): 1,0 / 2,3 A Stroomverbruik bij 24 V E 2800 (A): 0,4 / 0,6 A E 4000 (A): 0,6 / 1,06 A Ruststroom: 0,01 A Gewicht: ca. 10 kg Conformiteitsverklaring: De Trumatic E is door de DVGW gekeurd en is con- form de EG-richtlijn voor gastoestellen (90/396/EWG) evenals de andere geldende EG-richtlijnen. Voor EU-lan- den is het CE-product-identifi- catienummer beschikbaar: E 2800 (A): CE-0085AP0231 E 4000 (A): CE-0085AP0232 Algemene typegoedkeu- ring van de constructie door de Duitse inspectie van vrachtwagens: E 2800 (A): S 140 E 4000 (A): S 139Inbouwhandleiding

Pagina met afbeel- dingen openslaan s.v.p.! Inbouw en reparatie van de kachel mogen alleen door een vakbekwaam monteur worden uitge- voerd. Voor begin van de werkzaamheden moet eerst deze inbouwhandleiding zorg- vuldig worden doorgenomen! Gebruiksdoel Dit apparaat is geconstrueerd voor de inbouw in voertuigen (reisvoertuigen, caravans, bo- ten, Vrachtwagens). Andere toepassingen zijn in overleg met Truma mogelijk. Toelating Conformiteitsverklaring: De Trumatic E is door de DVGW gekeurd en is con- form de EG-richtlijn voor gastoestellen (90/396/EWG) evenals de andere geldende EG-richtlijnen. Voor EU-lan- den is het CE-product-identifi- catienummer beschikbaar: E 2800 (A): CE-0085AP0231 E 4000 (A): CE-0085AP0232 De kachel mag worden ge- bruikt in door personen ge- bruikte ruimtes (van motor- voertuigen) en ook tijdens het rijden. Inbouw in de binnenruimte van autobussen is niet toege- laten. Bij een keuring of service- beurt van het voertuig con- form §§ 19, 20 en 21 StVZO moet ook de inbouw worden gekeurd. Bij inbouw achteraf moet § 19 StVZO in acht wor- den genomen. Algemene typegoedkeu- ring van de constructie door de Duitse automo- bielinspectie: E 2800 (A): S 140 E 4000 (A): S 139 Voorschriften Elke verandering aan het toe- stel (incl. de rookgas-afvoer- buis en de warmte-uitlaat) of het gebruik van niet-originele Truma reserveonderdelen of accessoires die belangrijk zijn voor het functioneren van het toestel evenals het niet in acht nemen van de instruc- ties in de Inbouwhandleiding en de Gebruiksaanwijzing maken de garantie ongeldig en hebben tot gevolg dat aan- sprakelijkheidseisen komen te vervallen. Bovendien vervalt hierdoor de gebruikstoelating voor het apparaat en in som- mige landen ook voor het voertuig. De bedrijfsdruk voor de gastoevoer, 30 mbar (resp. 28 mbar butaan/37 mbar pro- paan) of 50 mbar, moet gelijk zijn aan de bedrijfs-druk van het apparaat (zie fabrieks- plaatje). Het fabrieksplaatje uit de gebruiks- en inbouwaan- wijzing halen en op een duidelijk zichtbare plaats die tegen beschadigingen is beschermd op de ver- warming plakken. Het jaar van eerste inbedrijfneming moet op het fabrieksplaat- je worden aangekruist. Bij inbouw van het appa- raat dienen de technische en administratieve voor- schriften van het land waarin het voertuig voor het eerst wordt toegelaten te worden nageleefd. In Duitsland b.v. moeten gastoestellen, plaatsing van de gasflessen, kabelverleg- ging alsook keuring en dicht- heidstest aan het DVGW- werkblad G 607 voor installa- ties met vloeibaar gas in vrij- etijdsvoertuigen resp. G 608 voor installaties met vloeibaar gas op watersportvoertuigen beantwoorden. Bij industrieel genutte voertui- gen dient er rekening te wor- den gehouden met de over- eenkomstige ongevallenpre- ventievoorschriften van de ongevallenverzekeringen (BGV D 34). Meer informatie over de voor- schriften in de verschillende landen kunt u aanvragen bij onze dealers in het buitenland (zie internationale service). Uitlaatgasleidingen en schoorstenen moeten zo zijn verlegd, dat uitlaatgazen niet in het voertuig kunnen bin- nendringen. Onderdelen die voor het bedrijf van het voer- tuig belangrijk zijn, mogen in hun werking niet worden be- lemmerd. De monding van de uitlaatgaspijp dient naar bo- ven, naar opzij of bij uitlaat- gasgeleiding onder de voer- tuigbodem tot in de buurt van de zijdelingse of achterste be- perking van de bestuurders- cabine of van het voertuig worden gebracht. Verdeling van de warme lucht: Aanzuigopeningen voor verwarmingslucht moe- ten zo zijn gerangschickt, dat een aanzuigen van uitlaatga- zen van de voertuigmotor en het verwarmingstoestel niet kan plaatsvinden. Bij de in- bouw moeten maatregelen worden genomen om te voor- komen dat de in het interieur van het voertuig gebrachte verwarmingslucht kan wor- den verontreinigd (bijv. door oliedampen). Aan deze voor- waarde wordt bijvoorbeeld voldaan bij luchtkachels in re- circulatiestand (zowel bij in- bouw binnen als bij inbouw buiten). (Bij frisseluchtgebruik mag de frisselucht niet uit de motorruimte of uit de buurt van de uitlaat of de rookgas- afvoer-warmte-uitlaat van de kachel worden aangezogen.) Aanwijzingen voor in- bouw in bedrijfsauto’s De TÜV-gekeurde flessenhou- der (art.-nr. 39741-00) - zie af- beelding J1 - is onderdeel van de algemene typegoedkeu- ring van de constructie door de Duitse inspectie van vrachtwagens voor de ver- warmingen Trumatic E, con- form StVZO § 22 a. Volgens deze verordening mogen 2 gasflessen met ieder max. 15 kg inhoud aangesloten zijn en gedurende het rijden voor de werking van de verwar- mingen worden gebruikt. Ter bescherming van het flessen- ventiel en de gasdrukregelaar is alleen de met de flessen- houder meegeleverde be- schermkap noodzakelijk. Ter voorkoming van diefstal of om optische redenen kan de gasfles ook door de af- sluitbare flessenkast (art.-nr. 39010-21100) - zie afbeelding J2 - omsloten worden. De kast wordt tezamen met de flessenhouder aan het voer- tuigframe vastgeschroefd. Bij inbouw van het verwar- mingstoestel in bijzonderen voertuigen (bijvoorbeeld voer- tuigen voor het transport van gevaarlijk stoffen) moeten de voor dergelijke voertuigen geldende voorschriften in acht worden genomen. Aanwijzingen voor de inbouw in bestuurderscabines

1. Bij verwarmingen met de

opening van de rookgasaf- voerbuis onder de vloer van het voertuig, moet de afvoer - warmte-uitlaat tot bij de zij - of achterkant van de voertuig- cabine of het voertuig komen, waardoor niet te verwachten valt dat rookgassen in de ruimte van het voertuig zullen binnendringen.

2. Montagehandleidingen en

inbouwsets voor de be- treffende types zijn bij Truma verkrijgbaar.

3. In Duitsland is bij voertui-

gen voor gevaarlijke stoffen en tankwagens in het toepas- singsgebied van de ADR de verwarming alleen toegelaten met het Truma voorschakel- apparaat. Inbouwvoorschriften voor vast gemonteer- de laadruimtekachels

1. Inwendige inbouw van ka-

chels verdient de voorkeur. Wanneer het binnendringen van water in de kachel door schoonmaakwerkzaamheden mogelijk is, moeten de voor buitenmontage bedoelde ka- cheltypen (E 2800 A, E 4000 A) worden gebruikt.

2. Bij gebrek aan plaats in de

laadruimte moet de kachel met bodemschoorsteen aan de voorzijde van het voertuig worden gemonteerd. Als de kachel onder de vloer met een wandschoorsteen wordt ingebouwd, dient u er met al- le geschikte middelen voor te zorgen dat door de omge- vingslucht- en verbrandings- kringloop vuil noch vocht in de kachel terecht kan komen.

3. Montage in voer-/vaartui-

gen bestemd voor het trans- port van gevaarlijke goederen is niet geoorloofd. Aanwijzingen voor de inbouw in boten Voor de inbouw in boten moeten de inbouwvoorschrif- ten inhoudelijk worden toege- past Verder moet op het vol- gende worden gelet:

1. In Duitsland dienen voor

sportboten de „technische re- gels“ van het DVGW-werk- blad G 608 en voor de be- roeps-binnenscheepvaart de „Richtlijnen voor bouw, uit- rusting, keuring en werking van vloeibare gasinstallaties voor huishoudelijke doelein- den op vaartuigen in de bin- nenscheepvaart“ (BGR 146) in acht te worden genomen. Vervolgens mag de vloeibare gasinstallatie alleen door de ongevallenverzekering in de binnenscheepvaart erkende installateurs worden inge- bouwd en door deskenigen van deze ongevallenverzeke- ring worden gekeurd. In an- dere landen dienen de aldaar geldende voorschriften te worden opgevolgd. 34getande sok en beveilig een en ander met de zwarte schroef (12). Schuif de afdichting (10) over de verbrandingslucht-toevoer- buis (5) op de steun (2). De brede rand moet omhoog wij- zen, de smalle rand met de afloop-uitsnijding omlaag. Steek de complete voorge- monteerde schoorsteen in de opening van de voer-/vaar- tuigwand. Steek het lamel-inzetstuk (13) in het binnengedeelte van de schoorsteen (11). Bevestig schoorsteenrooster (14), schoorsteen-binnengedeelte (11) en afdichting (10) met vier schroeven (15). (Let op de montagepositie. De tekst „Top” bij het schoorsteenge- deelte moet boven zijn, de af- loop-uitsnijding in de af-dich- ting moet beneden zijn.) Het naar boven uitstekende ge- deelte dicht de afdekkap (16) af en kan aan de voer-/vaar- tuigwand worden vastge- lijmd. Door neerzetten van de schoorsteenkap wordt het vastlijmen gemakkelijker. Dubbele- buizenaansluiting op de verwarming Afb. 1: stuik de rookgasbuis (1) bij het begin ineen, zodat de windingen tegen elkaar liggen. Schuif de klem (4) over de rookgasbuis (1). Schuif de rookgasbuis over de O-ring op de sok (2). Haak de klem (4) aan en schroef deze vast. Bevestig de ver- brandingslucht-aanvoerbuis (5) met de klem (7) op de sok (6).

Inwendige montage met dakschoorsteenset Zie montagevarianten 2 (blz. US 2). Monteer de dakschoorsteen op een zo recht mogelijk op- pervlak, waar de wind aan al- le kanten omheen kan stro- men. Van de verwarming naar de schoorsteen moet de buis direct, over de gehele lengte stijgend (max. 2 m) ge- legd kunnen worden. Montage van de con- denswaterafscheider Tussen verwarming en dub- bele buis dient een condens- waterafscheider te worden ge- monteerd, waardoor condens- en regenwater kan weglopen. Let op: de dubbele rookgas- buis mag niet doorhangen; de laagste plaats moet de con- denswaterafscheider zijn. Afb. A3: schuif de klem (4) geheel geopend over de O- ring op de rookgassok (2). Schuif de rookgasmof (17) over de O-ring op de rookgas- sok (2) (als de condenswater- afscheider met de verwar- ming horizontaal wordt ge- mon-teerd, moet de afvoer (18) omlaag wijzen). Hang de klem (4) in en schroef deze vast. Draai de afvoer (18) vast. Montage van de dakschoorsteen Afb. A3: boor een opening met Ø 83 mm (bij holle ruim- ten in het bereik van de schoorsteenboring met hout op-vullen). Het afdichten ge- beurt door middel van de bij- gevoegde rubber afdichting (22). Breng bij gestructureer- de oppervlakken plastisch carrosserie-afdicht-middel - geen silicone - aan. Bij dikkere daken sluit u de dubbele rookgasbuis eerst van buiten op de schoorsteen aan. Schuif de rubber afdichtring (22) en de klem (4) op het schoorsteen-binnenstuk (23). Stuik de rookgasbuis (1) bij het begin ineen, zodat de windingen tegen elkaar lig- gen, en schuif hem over de O-ring op de sok (24). Haak de klem (4) aan en schroef deze vast. Schuif de verbran- dingslucht-aanvoerbuis (5) op de getande sok en beveilig een en ander met de zwarte schroef (25). Bevestig het schoorsteenge- deelte (23) met 6 schroeven (26). Steek het schoorsteen- dakje (27) op de schoorsteen en beveilig het met 2 schroe- ven (28). Let op: de rookgasopeningen van het schoorsteendak moe- ten dwars op de rijrichting staan. Breng de afdekkap (29) altijd aan als de verwarming niet in gebruik is. Aansluiting van de gecombineerde aan-/ afvoerbuis op de kachel Afb. A3: druk de rookgas- buis (1) aan het begin samen, zodat de windingen tegen el- kaar liggen. Buisklem (4) over

2. De inbouw van verwarmin-

gen met een warmte-uitlaat in de vloer is niet mogelijk.

3. Verdere aanwijzingen voor

de inbouw kunt u vinden in de montagehandleiding voor de bootverwarming Trumatic E.

1. Het apparaat en de rook-

gasafvoer moeten zo worden geplaatst dat deze altijd goed toegankelijk zijn voor onder- houdswerkzaamheden en makkelijk in- en uitgebouwd kunnen worden. Om een gelijkmatige opwar- ming van het voertuig te be- reiken, moet de verwarming zo centraal mogelijk in (of onder het voertuig) worden gemonteerd, waardoor de luchtverdelingsbuizen onge- veer even lang kunnen wor- den gelegd. Schoorstenen dienen zodanig te zijn opgesteld dat binnen- dringen van rookgassen in het interieur niet te verwach- ten is. Houd er daarom bij keuze van een plaats rekening mee dat direct erboven en 30 cm opzij geen te openen vensters, luiken of ventilatieo- peningen mogen zijn. Wan- neer dit niet mogelijk is, dient een aan de binnenzijde van het venster (resp. van het luik) aangebracht waarschu- wingsbord te waarschuwen dat het venster resp. luik tij- dens het bedrijf gesloten moet blijven. Ventilaties voor koelkasten dienen dan geslo- ten naar het interieur te wor- den uitgevoerd.

Rookgasgeleiding Voor de verwarmingen Trumatic E 2800 (A) en E 4000 (A) mogen voor de montage met wand- resp. dakschoorsteen alleen de Truma-rookgasbuis AA 3 (art.-nr. 39320-00) resp. bij montage op een boot de Truma roestvrij stalen rook- gasbuis AEM 3 (art.-nr. 39360-00) en de verbran- dings-lucht-toevoerbuis ZR (art.-nr. 39580-00) worden ge- bruikt, aangezien de toestel- len alleen met deze buizen zijn gekeurd en goedgekeurd. Let op: na elke demontage dient een nieuwe O-ring te worden gemonteerd. Geoorloofde buislengten

1. Inwendige montage met

wandschoorsteen (zie montagevarianten 1, blz. US 2): - Buislengten tot max. 30 cm kunnen horizontaal of met een inclinatie van maximaal 5 cm worden gelegd. - Buislengten tot max. 100 cm moeten met een stijging van minstens 5 cm ten opzichte van de wandschoorsteen worden gelegd.

2. Inwendige montage met

dakschoorsteen (zie inbouwvarianten 2, blz. US 2): - Buislengten tot max. 200 cm moeten met een stijgingshoek van minstens 45° worden gelegd.

3. Montage onder de bodem

met wandschoorsteen (zie montagevariant 5, blz. US 2): - Buislengten tot max. 30 cm kunnen horizontaal of met een inclinatie tot maximaal 5 cm worden gelegd. Teven dienen zij tegen beschadiging door steenslag te worden beschermd.

Inwendige montage met wandschoor- steenset Zie montagevarianten 1 (blz. US 2). Montage van de wandschoorsteen Afb. A2: monteer de wand- schoorsteen op een zo recht mogelijk oppervlak, waar de wind aan alle kanten omheen kan stromen. Boor een ope- ning (8) met Ø 83 mm (bij holle ruimten in het bereik van de schoorsteenboring met hout opvullen). Het af- dichten gebeurt door middel van de bijgevoegde rubber af- dichting (10). Breng bij ge- structureerde oppervlakken plastisch carrosserieafdicht- middel - geen silicone - aan. Schuif de klem (4) op het schoorsteen-binnenstuk (11). Stuik de rookgasbuis (1) bij het begin ineen, zodat de windingen tegen elkaar lig- gen, en schuif hem over de O-ring op de sok (2). Haak de klem (4) aan en schroef deze vast. Schuif de verbrandings- lucht-aanvoerbuis (5) op dede rookafvoerbuis (1) schui- ven. Steek de rookgasafvoer- buis (1) over de O-ring op de rookgasmof (17). Plaats de rookgasafvoerbuisspanner (4) op de rookgasmof (17), haak deze in en schroef het geheel vast. Plaats het aansluitstuk (19) met de brede kant over de rookgasafvoerbuis en schuif de-ze stevig over het aansluitstuk (6) op de kachel. Het boorgat in het aansluit- stuk (19) moet op dezelfde hoogte als de afvoer (18) lig- gen. Slang pilaar (20) vast- schroeven. Druk de verbrandingslucht- toevoerbuis (5) stevig op het aansluitstuk (19) en zet deze met de buisklem (7) vast. Boor voor de condensslang (21) in de voertuigbodem een opening van Ø 10 mm. Sluit de condensslang op de slang- pilaar (20) aan en steek de slang door de opening. Let op: wegens vorstgevaar mag de slang niet meer dan 2 cm onder de voertuigbodem uit- steken!

Montage onder de vloer met warmte- uitlaat-set voor in de wand Zie inbouwvariant Afb. 5 (Blz US 2). Bouw de warmte-uitlaat voor in de wand tegen een zo loodrecht mogelijk oppervlak van een buitenwand (voertuig voertuigspoiler) (zie punt 3 in- bouw binnen met warmte-uit- laat-set voor in de wand). Let op: wanneer de warmte- uitlaat voor in de wand met fixeerhoeken of i.d. onder de vloer wordt ingebouwd, moet de vloer van het voer- tuig dicht zijn (zie punt 6 in- bouw binnen met warmte-uit- laat in de vloer).

Inbouw binnen met warmte-uitlaat voor in de vloer Zie inbouwvariant Afb. 2 (blz US 2). Bij het gebruik van de warm- te-uitlaat in de vloer moeten eventuele beperkingen in de nationale voorschriften van het land van bestemming in acht worden genomen. De verwarming mag alleen staande worden gemonteerd. Bij voertuigen die een woon- en verblijfdoel heb- ben, moet de voertuigbo- dem dicht zijn en mogen er geen openingen naar het interieur zijn, zoals bij- voorbeeld luchtopeningen vor de koelkast, open pedaalga- ten, beluchtingsschuiven, holle dubbele bodem. De ont- luchtingsopening van de gas- fleskast mag niet in de bo- dem zitten, maar moet aan de zij-kant direct boven de vloer door de buitenwand worden geleid. De warmte-uitlaat in de vloer mag niet in het opspatgebied van de wielen liggen (evtl. spatbescherming aanbren- gen) en moet vrij staan, zodat de functie niet door dragers, assen traversen e.d wordt verstoord. Bovendien moeten ten minste drie kanten onder de voertuigvloer vrij zijn om een ongehinderde afvoer van de rookgassen te garanderen. Montage van de bodemschoorsteen Afb. B 1: de rechthoekige opening voor de rookgasaf- voer (30) moet dwars op de rijrichting liggen. Let op: de bodemschoor- steen mag niet worden veran- derd! Boor in de voertuigbodem een opening met Ø 83 mm. Dicht de ruimte tussen de schoorsteen en de voertuig- bodem met plastisch carros- seriedichtmiddel (31) - geen siliconen! - af. Zet de bodem- schoorsteen (32) met schroe- ven (33) vast.

Uitwendige montage met bodemschoorsteen Zie inbouwvariant Afb. 4 (Blz US 2). De verwarming mag uitslui- tend met het -aansluitstuk voor de warmte-uitlaat lood- recht naar beneden worden gemonteerd. De verwarming kan buiten het voertuig aan een loodrechte wand (b.v. de achterwand van de cabine of de opgebouwde voorwand van een vrachtwagen) wor- den bevestigd. Bij trekkers van opleggercombinaties let- ten op voldoende afstand tus- sen de achterwand van de ca- bine en oplegger (rekening houden met draai- en knikbe- wegingen). Montage van de bodemschoorsteen Afb. C: schuif de schoor- steen (32) over de O-ring op het rookgasafvoeraansluitstuk (35) van de kachel. De zij- waartse, rechthoekige ope- ningen (30) moeten dwars op de rijrichting liggen. Teken vier flensboorgaten op het ka- chelhuis af en boor de gaten met een korte boor (Ø 2,5 mm). Zet de schoorsteen met 4 schroeven (33) vast.

Bevestiging van de verwarming Inwendige montage met wand- of dak- schoorsteen Afb. D: naar gelang de mon- tagepositie schroeft u de ver- warming met de bijgevoegde klamp (a) of hoeken (b) stevig vast. Inwendige montage met bodemschoorsteen Bij gebruik van een bodem- schoorsteen plaatst u de ver- warming op de schoorsteeno- pening en schroeft hem met 4 hoeken stevig vast (zie afb. 2). Uitwendige montage Afb. E: de montage vindt plaats door middel van mon- tagehouders. Bevestig beide houders (36) met doorsteek- schroeven (minstens M 5) vast en duurzaam. Bevestig het U-profiel (37) met de meegeleverde schroeven (38) aan de buitenkant van de ka- chel. Zet de kachel met 4 schroeven M 6 x 10 (39) en zichzelf borgende moeren vast. Plaats aan de buitenzijde van het vaartuig twee be- schermende kappen (40). Om condenswater af te voe- ren boort u op het laagste punt ca. 20 mm van de rand een gat (Ø 8 mm) in de ka- chelmantel. Zorg ervoor dat de boor niet meer dan 10 mm in de kachelmantel door- dringt, aangezien dit tot be- schadiging van het binnenge- deelte kan leiden. Plaats het meegeleverde rubberen buis- je (deze moet ca. 4 cm naar beneden wijzen, Afb. C + E:d).

Warmeluchtverdeling en recirculatie bij inbouw binnen Warmeluchtverdeling Afb. F: de warme lucht (W) wordt door de verwarming via 2 sokken uitgeblazen, di- rect dan wel via een warme- luchtbuis VR (Ø 72 mm). Leg van de verwarming naar de eerste luchtuittrede alleen buis VR (Ø 72 mm) tot ca. 1,5 m lengte. Ter voorkoming van oververhitting dient het eerste luchtspoor niet-af- sluitbaar te zijn (zwenkope- ning SCW 2, eindstuk ENE). Na de eerste luchtuittrede kan ook buis ÜR (Ø 65 mm) verder worden gelegd. War- me-luchtbuizen die een op- pervlaktetemperatuur van meer dan 80°C hebben (voor- al tot de eerste luchtuittrede bij E 4000), moeten met een aanrakingsbeveiliging (bijv. Truma-isolatiebuis I 80) wor- den afgedekt. Beveilig alle buisaansluitingen met plaat- schroeven. Bevestig buizen met klemmen. Het warme-luchtsysteem is voor elk voertuigtype afzon- derlijk volgens een modulair principe ontworpen. Er zijn dan ook veel accessoires be- schikbaar (zie catalogus). Schema’s met de optimale in- bouwsituaties voor warme- luchtinstallaties in alle gang- bare soorten caravans en campers kunnen gratis wor- den aangevraagd bij de Truma Servicecentrale. Circulatielucht- terugleiding Afb. F: de circulatielucht (U) wordt door de verwarming di- rect weer aangezogen. Wanneer de verwarming in een stuwkast o.i.d. is gemon- teerd, dient u daarin een over- eenkomstig grote opening (ca. 200 mm

) voor de circula- tielucht-retourgeleiding aan te brengen. Let op: zorg ervoor dat de luchtwegen naar de verwar- ming steeds vrij blijven.

Verdeling van warme lucht en terugvoer van omgevingslucht bij uitwendige montage Zie Inbouwvarianten 4 + 5 (Blz. US 2). De toevoer van warme lucht en de retourluchtaanvoer tus- sen kachel en voertuig moet, vooral in het steenslaggebied, met flexibele luchtbuizen van het type LF of, in het be- schermde gebied, met lucht- buizen van het type LI (Ø 106 mm) worden bewerk- steligd. Een beschermkast over de gehele verwarmingsinstallatie beschermt deze tegen be- schadigingen en weersinvloe- den en dient als extra isolatie. 36Montage van het opbouw-bedienings- element

Gat Ø 22 mm voor de kabel- doorvoering boren.

2. De bedieningselementka-

bel (8) doorsteken en naar de elektronische regeleenheid verleggen.

3. Bedieningselement (9) met

2 schroeven (10) bevestigen en draaiknop (11) opsteken. Opmerking: Voor een ver- zonken montage van het be- dieningselement levert Truma als speciale toebehoren een bedieningselementframe BR (art.-nr. 39980-01). Montage van het speciale-bedienings- element Afb. H3: Voor voorhanden inbouwuitsparingen.

1. Afdekplaat uit de inbouw-

uitsparing verwijderen.

2. Bedieningselementkabel

(12) aan het bedieningsele- ment (14) aansluiten, door de inbouwuitsparing naar achte- ren doorvoeren en naar de elektronische regeleenheid verleggen.

3. Bedieningselement (14) in-

drukken tot de frontvlakte ge- lijk ligt. Opmerking: Indien geen in- bouwuitsparing voorhanden is, kan het bedieningselement met de meegeleverde frame voor verzonken montage wor- den gemonteerd. Is een verzonken montage niet mogelijk, levert Truma desgewenst een opbouwfra- me (15) (art.-nr. 39050-11600) als speciale toebehoren.

1. Afb. H4: Deksel van de re-

geleenheid losschroeven. Let Op: De stekkers aan de elektronische regeleenheid mogen enkel losgetrokken en aangesloten worden als van tevoren de voedingsspanning werd afgeklemd. Stekker recht lostrekken!

2. Stekker van de bedienings-

elementkabel (1) volgens af- beelding aan de rode pennen- lijst van de regeleenheid aan- sluiten. Opmerking: Indien een schakelklok of een afstand- sensor is ingebouwd, de stek- ker hiervan aan de zwarte pennenlijst aansluiten. Bij ge- lijktijdige toepassing van meerdere onderdelen ge- schiedt de aansluiting via het multistopcontact (afbeelding H6: 6).

3. Onderdeel aan een goed

bereikbare, tegen vochtigheid beschermde plek met 2 schroe- ven bevestigen (mag niet over 65°C worden verwarmd).

4. Deksel van de regeleenheid

losschroeven. Bij verwarmingen die buiten het voertuig zijn gemonteerd moet de elektronische stuur- eenheid in de binnenruimte van het voertuig zodanig wor- den bevestigd dat deze tegen vocht en beschadiging is be- schermd. In de vloer resp. in de wand een opening van Ø 25 mm boren, stekker (af- beelding H4: 2) van de 20-po- ligen kabel van de stuureen- heid aftrekken en door de opening leiden. Met kabelvul- ling afdichten. Stekker er weer insteken. In uitzonderingsgevallen kan de elektronische stuureen- heid met beschermkast voor buiten aanwezige elektronica (speciale accessoire art.-nr. 39950-00) buiten het voertuig worden gemonteerd.

Elektrische aan- sluiting 12 V/24 V Elektrische leidingen, scha- kel- en stuurapparaten voor verwarmingstoestellen moe- ten zo in het voertuig worden geplaatst dat ze onder norma- le bedrijfsomstandigheden probleemloos kunnen wer- ken. Alle wanddoorvoeringen van leidingen die naar buiten voeren, moeten spatwater- dicht zijn uitgevoerd. Voordat u met elektrische onderdelen begint te wer- ken, moet u de stroomtoe- voer naar het apparaat af- sluiten. Het volstaat niet het apparaat uit te schake- len vanaf het bediening- spaneel! Bij elektrisch laswerk aan het koetswerk moet het apparaat volledig worden losgekoppeld van de stroomkring van het voertuig. Let op: als u de polen ver- keerd aansluit, bestaat het risico dat de kabels in brand raken. Bovendien vervalt hierdoor elke aan- spraak op garantie of ver- antwoordelijkheid.

Afb. G1: boor twee openin- gen Ø 100 mm. Voorzie de twee aansluitsokken (41) aan de flens van afdichtmiddel en schroef deze aan de openin- gen buiten vast. Leg het roos- ter (47) in de circulatielucht- retourgeleiding tussen de aanzuigsok en de voer-/vaar- tuigwand. Steek de draad- klem LFS (42) op de luchtbui- zen (43). Schuif de luchtbui- zen over de sok van de ver- warming (44) en de aansluit- sokken (41) en bevestig een en ander met draadklem LFS (42). Dicht de overgangen met silicone af. Afb. G2: holle dubbele wan- den moeten in de buurt van de luchtcirculatie worden af- gedicht. Plaats hiervoor twee opgerolde stroken blik of buis-stukken (45) Ø 97 tot 100 mm in de openingen. Afb. G3: in het interieur van het voer/-vaartuig kan de war- me lucht door middel van luchtbuis LI (Ø 106 mm) wor- den verdergeleid. Bevestig de luchtbuis door middel mit een tweede aansluitsstuk (41) bij de opening aan de binnenkant. Beide aansluitstukken kunnen door de wand heen aan el- kaar worden vastgeschroefd. Afb. G1: als u verdeling van warme lucht in het interieur an het voer-/vaartuig wilt, kunt u met vier schrueven bo- ven de toevoer van warme lucht een luchtverdeler (46) aanbrengen. Let Op: sluit de ope-ning voor de luchtterugvoer niet af en verklein deze niet! De luchtverdeler (46) heeft 2 aansluitingen voor de buis VR (Ø 72 mm), die geen van beide afgesloten mogen wor- den. De meegeleverde be- schermingsplaat (48) dient als warmtebeveiliging en moet over de luchtverdeler (46) worden aangebracht. Als af- sluitbescherming kan een tweede beschermingsplaat (49) boven de opening voor de luchtterugvoer worden vastgeschroefd (accessoire: art.-nr. 39010-11500). Het warme-luchtsysteem is voor elk voertuigtype afzon- derlijk volgens een modulair principe ontworpen. Er zijn dan ook heel wat accessoires beschikbaar (zie catalogus). Schema’s met de optimale in- bouwsituaties voor warme- luchtinstallaties in alle gang- bare soorten caravans en campers kunnen gratis wor- den aangevraagd bij de Truma Servicecentrale.

Montage van het bedieningselement Let Op: Bij toepassing van voertuig-, resp. fabrieksspeci- fieke bedieningselementen dient de elektrische aanslui- ting in overeenstemming met de Truma aansluitbeschrijvin- gen plaats te hebben. Iedere wijziging van de desbetreffen- de Truma-onderdelen leidt tot wegval van de garantie als- ook tot uitsluiting van aan- sprakelijkheidsclaims. De in- bouwer (fabrikant) is voor een gebruiksaanwijzing voor de gebruiker alsook voor het be- drukken van de bedienings- elementen verantwoordelijk! Let er bij de plaatsingskeuze op, dat de bedieningselemen- ten niet aan direkte warmte- uitstraling mogen worden blootgezet. Lengte van de aansluitkabel 4 m of 10 m. Is een montage enkel achter gordijnen of soortgelijke plaat- sen met temperatuurschom- melingen mogelijk, moet een afstandssensor voor de ruimte- temperatuur worden toegepast (speciale toebehoren). Montage van het Inbouw-bedienings- element (leverbaar vanaf 08/2002) Opmerking: Is een verzon- ken montage van het bedie- ningselement niet mogelijk, levert Truma desgewenst een opbouwframe (1) (art.-nr. 40000-52600) als speciale toebehoren.

(2) aan het bedieningsele- ment (3) aansluiten en vervol- gens de achterste afdekkap (4) als trekontlasting opsteken.

3. De kabel naar achteren

doorschuiven en naar de elektronische regeleenheid verleggen.

4. Het bedieningselement

met 4 schroeven (5) bevesti- gen en afdekframe (6) opste- ken. Opmerking: Als afsluiteen- heid in richting afdekframe le- vert Truma als speciale toebe- horen een setz zijdelen (7) art.-nr. 34000-61200.38 De rode kabel is plus, de blauwe kabel min! Sluit het apparaat met een ka- bel van 2 x 1,5 mm

op het beveiligde boordnet aan (cen- trale zekering 5 - 10 A); bij een lengte van meer dan 6 m gebruikt u een kabel van 2 x 2,5 mm

. Sluit de minpool aan op de centrale massa. Bij een directe aansluiting op de accu, moeten de plus- en de minleiding worden beveiligd. Voer de aansluitingen volledig geïsoleerd in Faston uit (auto- vlakstekersysteem 6,3 mm). Op de toevoerleidingen mo- gen geen andere stroomafne- mende toestellen worden aangesloten! Bij gebruik van omvormers moet u ermee rekening hou- den dat het apparaat alleen met veilige laagspanning en conform de richtlijn EN 60742 mag worden gebruikt! Opmerking: Voor de aanslui- ting van meerdere apparaten adviseren wij de elektronisch geregelde Truma-netadapter NT (230/12 V, 6 A, art.-nr. 39900-01, of 230/24 V, 3 A, art.-nr. 39900-02 afbeel- ding H5). De Truma-netadap- ter is ook voor het herladen van loodaccu‘s geschikt (niet voor gelbatterijen). Andere oplaadapparatuur kunnen al- leen met een auto-accu als buffer worden gebruikt. Bij de berekening van de prestatie- behoefte rekening houden met de aanloopstroom. Het topniveau van netadapters kan verschillend zijn. Rimpel

≤ 1 V met belasting is nog mogelijk. Tip: om de accu te sparen, wordt het gebruik van zonne- collectoren aanbevolen. Voor meer informatie hierover kunt u terecht bij de vakhandel.

Gasaansluiting De gastoevoerleiding Ø 8 mm wordt met een knelkoppeling op het aansluitstuk aangeslo- ten. Houd deze bij het aan- draaien stevig vast met een tweede sleutel! Let op: het gasaansluitstuk op het toestel mag niet wor- den ingekort of verbogen. Zorg ervoor dat bij het aan- sluiten op de boiler de gaslei- dingen vrij zijn van vuil, splin- ters en dergelijke! De buizen moeten zodanig worden geplaatst dat het toe- stel makkelijk kan worden uit- gebouwd voor onderhouds- werkzaamheden. Het aantal koppelingen in gasleidingen die gelegd zijn in door personen gebruikte ruimtes moet tot het tech- nisch onvermijdelijke mini- mum worden beperkt. De gasinstallatie moet voldoen aan de technische en admini- stratieve voorschriften van het bestemmingsland.

Functiecontrole Na de inbouw moet de dicht- heit van de gasleiding vol- gens het principe van de ver- minderde druk worden ge- controleerd. Aansuitend alle functies volgens de gebruiks- aanwijzing controleren. De gebruiksaanwijzing met inge- vulde garantiekaart aan de ex- ploitant overhandigen. Het fabrieksplaatje uit de gebruiks- en inbouwaan- wijzing halen en op een duidelijk zichtbare plaats die tegen beschadigingen is beschermd op de ver- warming plakken. Het jaar van eerste inbedrijfneming moet op het fabrieksplaat- je worden aangekruist.

Garantieverklaring van de fabrikant Truma

1. Gevallen waarin op

garantie aanspraak kan worden gemaakt De fabrikant biedt garantie voor defecten aan het toestel die worden veroorzaakt door materiaal- of fabricagefouten. Daarnaast blijven ook de bij de wet bepaalde voorwaar- den voor aanspraak op garan- tie van kracht. Er kan geen aanspraak op de garantie worden gemaakt: - Voor aan slijtage onderhevi- ge onderdelen en natuurlijke slijtage, - het gebruik van niet-origine- le Truma-onderdelen in de toestellen en het gebruik van ongeschkite gasdrukre- gelaars, - indien de inbouw- en ge- bruiksaanwijzingen van Truma niet werden aange- houden, - als gevolg van ondeskundig gebruik, - als gevolg van een ondes- kundige, niet door Truma geleverde transportverpak- king.

2. Omvang van de garantie

De garantie geldt voor defec- ten in de zin van punt 1, die binnen de 24 maanden na het sluiten van de verkoop-over- enkomst tussen de verkoper en de eindgebruiker onstaan. De fabrikant zal dergelijke ge- breken alsnog verhelpen, d.w.z. naar eigen keuze her- stellen of voor een vervan- gende levering zorgdragen. Indien de fabrikant dit onder garantie verhelpt, begint de garantietermijn voor het gere- pareerde of vervangen onder- deel niet opnieuw, maar valt het verder onder de oude ga- rantietermijn. Andere aan- spraken, met name vervan- ging bij schade voor de koper of derden is uitgesloten. De voorschriften van de wet op produkt-aansprakelijheid blij- ven onverminderd gelden. De kosten voor het beroep dat op de eigen service-afde- ling van Truma wordt gedaan om een defect te herstellen dat onder de garantie valt, met name transport-, ver- plaatsings-, arbeids- en mate- riaalkosten, worden door de fabrikant gedragen, als de service-afdeling in Duitsland wordt ingezet. Werkzaam- heden van de service-afdeling in het buitenland worden niet door de garantie gedekt. Bijkomende kosten voor extra in- en uitbouwwerkzaamhe- den aan het toestel (bijv. de- montage van meubel- of car- rosserie-onderdelen) vallen niet onder de garantie.

garantieclaim Het adres van de fabrikant luidt: Truma Gerätetechnik GmbH & Co. KG, Wernher- von-Braun-Straße 12, D-85640 Putzbrunn. In principe moet in Duitsland altijd de service- afdeling van Truma worden ingelicht. In het buitenland staan hiervoor de verschillen- de servicepartners (zie adres- senlijst) ter beschikking van de klant. Klachten dienen na- der te worden toegelicht. Bo- vendien dient de garantie- oorkonde correct ingevuld te worden overhandigd of moe-55 Declaración de garantía del fabricante Truma