EB5300TH - Bladblazer MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EB5300TH MAKITA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - EB5300TH MAKITA
Gebruikersvragen over EB5300TH MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bladblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EB5300TH - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EB5300TH van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING EB5300TH MAKITA
| Model: EB5300TH EB5300WH | |||
| Type gasklep Buisgashendel Heupgashendel | |||
| Droog gewicht zonder blaaspijp/met kussen 8,9 kg 9,1 kg | |||
| 1 kg - 10,3 kg | |||
| Afmetingen (zonder blaaspijp, L x B x H) | 320 mm x 450 mm x 475 mm | 320 mm x 510 mm x 475 mm | |
| Luchtstroomsnelheid | (met lange pijp, rond mondstuk) | 81 m/s | |
| (met korte pijp, rond mondstuk) | 82 m/s | ||
| Luchtstroomvolume | (met lange pijp, rond mondstuk) | 15 m³/minuut | |
| (met korte pijp, rond mondstuk) | 15 m³/minuut | ||
| Maximaal mortoroerental | 6.400 min-1 | ||
| Stationair toerenal | 2.800 min-1 | ||
| Cylinderinhoud | 52,5 cm³ | ||
| Type motor | Luchtgekoelde 4-taktmotor met=eén cilinder | ||
| Brandstof | Autobenzine | ||
| Inhoud brandstoftank | 1.800 cm³ | ||
| Motorolie | SAE 10W-30 olie van API-classificatie SF-klasse of hoger (4-takt-motorolie voor auto's) | ||
| Olievolume van de motor | 140 cm³ | ||
| Carburateur | Type membraan | ||
| Bougie | NGK CMR6H | ||
| Elektrodeafstand | 0,7 mm - 0,8 mm | ||
In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons hetrecht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
- De technische gegevens können van land tot land verschillen.
- Het gewicht kan variären afhankelijk van de hulpstukken.
Trillingen
| Model | EB5300TH | EB5300WH | ||||
| Trillingen vol-gens EN15503 | Rechterhandgreep | \( a_{lv eq} \) | Lange pijp | met rond mondstuk | 2,2 (m/s2) | 2,3 (m/s2) |
| met plat mondstuk | 2,9 (m/s2) | 4,0 (m/s2) | ||||
| Korte pijp | met rond mondstuk | 2,2 (m/s2) | 2,3 (m/s2) | |||
| met plat mondstuk | 2,5 (m/s2) | 3,6 (m/s2) | ||||
| Onzekerheid K | 0,6 (m/s2) | 1,9 (m/s2) | ||||
| Linkerhandgreep(bedieningsarm) | \( a_{lv eq} \) | Lange pijp | met rond mondstuk | - | 0,5 (m/s2) | |
| met plat mondstuk | - | 0,5 (m/s2) | ||||
| Korte pijp | met rond mondstuk | - | 0,5 (m/s2) | |||
| met plat mondstuk | - | 0,5 (m/s2) | ||||
| Onzekerheid K | - | 0,3 (m/s2) | ||||
Geluid
| Model EB5300TH EB5300WH | |||
| Gemiddeld geluidsdrukniveau volgens EN15503 | LPAeq | 96,0 (dB (A)) 96,0 (dB (A)) | |
| Onzekerheid K 0,4 (dB (A)) 0,4 (dB (A)) | |||
| Gemiddeld geluidsvermogni-veau volgens EN15503 | LWAeq | 102,5 (dB (A)) 102,5 (dB (A)) | |
| Onzekerheid K 1,6 (dB (A)) 1,6 (dB (A)) | |||
Symbolen
Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap worden gezruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze beteken alvorens het gereedschap te gezruiken.
| Wees vooral voorzichtig en let goed op. | |
| Lees de gebruiksaanwijzing. | |
| × | Verboden! |
| Niet roken. | |
| Geen open vuur. | |
| Draag veiligheidshandschoenen. | |
| Draag oog- en gehoorbescherming. | |
| Hete delen - brandgevaar voor vingers en handen. | |
| Laat omstanders nicht dicht bijkomen. | |
| Houd mensen en huisdieren weg van het werkgebied. | |
| Brandstof (benzine) | |
| Handmatig starten van motor. | |
| STOP | Zet de motor uit. |
| EHBO | |
| I | Aan/Start |
| Uit/Stop | |
| Lang haar kan verstrikt raken en ongelukken verroorzaken. |
EG-verklaring van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Algemene instructies
- Om verzekerdt teijken van een correcte en veilige bediening moet de gebruiker de instructies in deze gebruiksaanwijzing lezen, begrijpen en opvolgen om vertrouwd te raken met de bladblazer. Gebruikers die onvoldoende deskundig荃in riskenen ongelukken voor zichselt en andereen door onjuiste bediening.
- Het is aan te bevelen de bladblazer alleen uit te lenen aan personen die vertrouwd zich met de werkking hiervan.
- Geef altijd de gebruiksaanwijzing mee wanner u de bladblazer uitleent.
- Onervaren gebruikers要去en zich door de dealer lately instruieren in de eerste beginselen voor het correcte gebruik van de bladblazer.
- Kinderen en personen onder de 18JAar mogen Niet werken met de bladblazer.Personenen boven de 16JAar mogen in hun trainingsfase het gereed-schap wel bedieren, maar dan alleen onder direct toezicht van een bevoegd instructeur.
- Gebruik de bladblazer algid met uiterste zorg en waakzaamheid.
- Gebruik de bladblazer enkel wonneur u in goede lichamelijke conditie verkeert.
- Verricht alle werkzaamheden steeds zorgvuldig en nauwgezet. De gebruiker is verantwoordelijk voor de veiligheid van deren.
- Gebruik de bladblazer nooit wanner u onder de invloed van alcohol of medicijnen bent.

- Gebruik het apparaat Niet wanner u zich moe voelt.
- Bewaar deze instructies voor latere naslag.
-
Houd u aan en volg alle relevante veiligheidsin-Structies, uitgegeven door beroepsverenigingen en verzekeringsinstanties. Maak geen enkele aanpassing of modificatie aan uw bladblazer, want dat kan uw veiligheid in gevaar brengen.
-
Breng nooit wijzigingen aan in het apparaat. Dat kan leiden tot gevaarlijke ongelukken of persoonlijk letsel.
Persoonlijke-beschermingsmiddelen


- Zorg dat uw kleding passend en fonctioneel is, m.a.w. Niet loshangend maar nauwsluitend zonder dat het u hinder in uw bewegingen.Draag geen sieraden, loszittende kledingstukken of langhaar dat in de luchtinlaat kan worden gezogen.
- Ter Voorkoming van hoofd-, oog-, hand-of voetletsel en om uw gehoor te beschermen,要去ijdens het gebruik van de bladblazer de volgende beschermingsmiddelen gebruiken en beschermende kleding dragen.
- Kleding要去 sterk�n en nauwsluitend zitten, maar要去 volledige bewegingsvrijheid bieden. Vermijd ruimvallende jasjes, wijde of omgeslagen broekspijpen, shawls, loshangendhaarofanderezakendieinde luchtinlaat gezogenkonnenworden.Draageen overall of Langebroekomuwbenentbeschemmen. Draaggenkortebroek.
- Gemotoriseerd gereedschap maakt doorgaans lawaai dat uw gehoor kan beschadigen. Draag gehoorbeschemmers (oordoppen of oorkleppen) om uw gehoor te beschemmen. Zeer regelmatige of veelvuldige gebruikers要去en hun gehoor regelmatig latent testen.
- Bij het gebruik van de bladblazer is het aanbevolen om handschoenen te dragen. Draag stevig schoeisel met antislipzolen.
-
Deugdelijke oogbescherming is vereist. Alhoewel de luchtstroom van u af gericht is, kunnenijdens het gebruik van de bladblazer soms steentjes of takjes terugkaatsen.
-
Werk nooit met de bladblazer zonder uw ogen te beschermen met een goed passende veiligheidsbril of gezichtsmasker met afdoende bescherming van boven en opzij, die voldoet aan de voorschriften van EN166 en deplaatselijke veiligheidseisen.
- Om inwendig letsel door het inademen van stof te voorkomen, dient u in stoffige omstandigheden een stofmasker te dragen.
Bedoeld gebruik
Het gereedschap is bedoeld voor het wegblazen van stof.
Starten van de bladblazer
- Verzeker u ervan dat er geen kinderen of andere Personen zich binnen een straal van 15 meter bevinden, en let ook op de eventuele aanwezigheid van dieren in de buurt.

-
Voor ingebruikname moet u.altijd eerst de bladblazer controleren op veilig gebruik:
-
Controller of de gashendel goed functi- oneert. De gashendel要去 vooral vrij en soepel kunnen bewegen.
- Controller ook de juiste werkking van de gasvergrendelknop.
-
Controller op vetvrie en droge handgrepen en test het functioneren van de I-O-schakelaar. Houd de handgrepen vrij van olie en brandstof.
-
Start de bladblazer alleen volgens de instructies. Probeer nooit om de motor op een andere manier te starten.

-
Gebruik de bladblazer en de bijgeleverde gereedschappen alleen voor de specifiek aangegeven doeleinden.
-
Start de motor van de bladblazer pas wanner het gereedschap volledig is gemonteerd. Het gebruik van dit gereedschap is alleen toegestaan wanner alle vereiste toebehoren er op zich gemonteerd.
- De motor要去 direct worden uitgeschakeld indien zich hier problemen mee voordoen.
- Wanner u werkt met de bladblazer, moet u altijd uw vingers stevig rond de handgreep honden, waar bij de bedieningshendel:tussen uw duim en wijsvinger ligt. Houd uw hand in deze positie zodate u het apparaat voortdurend goed onder controle kunt honden. Zorg ervoor dat uw bedieningshendel in goede staat verkeert en vrij blijf van vocht, vuil, olie en vet.
- Zorg er.altijd voor dat uveilig en stevig staat.
- Draag de bladblazer tijdens gebruik op beiden schoulders, zoals het hoort. Draag de bladblazer Niet aan een enkele schouderband. Anders kan dat leiden tot persoonlijk letsel.
- Werk met de bladblazer steeds in een zodanige stand dat u geen uitlaatgassen inademt. Laat nooit de motor van het apparaat draaien in een gesloten ruimte (gevaar voor verstikking en gasvergiftig). Koolmonoxide is een geur- en kleurloos gas. Zorg.altijd voor voldoende ventilatie.
- Schakel de motor uit wanner u pauzeert of de bladblazer onbeheerd achechterlaat. Berg hem op een veilige plaats op om te voorkomen dat hij beschadigd raakt, gevaar voor anderen kan opleveren of Licht ontvlambare stoffen kan doen ontbranden.
- Leg een hete bladblazer nooit neer in droog gras of op andere brandbare materialen.
- Tijdens gebruik要去en alle bij het apparaat geleverde veiligheidsvoorzieningen en beschemkappen worden gebruikt.
- Laat de motor nooit draaien met een defecte uitlaatdemper.
Vervoer
- Schakel de motor uit tijdens het vervoeren.

- Zorg dat de bladblazerijdens vervoer in een auto of vrachtwagen stabel is neergezet, om brandstoflekkage te voorkomen.
- Voor vervoer van de bladblazer dient u te zorgen dat de brandstoftank helemaal leeg is.
-
Pak de draagbeugel en til de bladblazer op wanner u hem wilt dragen. Sleep de bladblazer nicht mee aan het mondstuk, de blaaspijp of andere onderdelen.
-
Houd de bladblazer stevig vastijdens het vervoer.
- Voor het optillen van de bladblazer dient u de knieën te buigen en voorzichtig te zich dat u uw onderrug Niet overbelast.
Brandstof bijvullen
- Schakel de motor uitijdens het bijvullen van brandstof, blij uit de buurt van open vuur en rook beslist Niet.

- Voorkom huidcontact met aardolieproducten, zoals benzine. Adem geen brandstofdampen in. Draag algijd beschermende handschoenen tijdens het bijvullen van brandstof. VerwisseI regulmatig uw beschermende kleding en reinig die ook regelmatig.
- Vermijd het morsen van brandstof of olie om verruiling van de grond te voorkomen (ter bescherming van het milieu). Veeg gemorste brandstof direct af en maak de bladblazer goed schoon. Laat natte doeken eerst opdrogen voordat u ze weggooit in een goed sluitende afvalbak om het gevaar van spontane ontbranding te voorkomen.
- Zorg dat u geen brandstof op uw kleding morst. Verkleed u onmiddelijk als brandstof op uw kleding is gemorst (vanwege brandgevaar).
- Controller regelmatig de brandstoftankdop op lekkage en let op dat de dop goed aflsuit.
- Draai de brandstoftankdop zorgvuldig vast. Start de motor altijd op een andere plaats (tenminste 3 meter verwijderd) dan waar u brandstof hebt bijgevuld.

- Vul nooit brandstof bij in een gesloten ruimte. Brandstofdampen vormen zeer brandbare gassen op grondniveau (explosiegevaar).
- Vervoer en bewaar brandstof uitsluitend in goedgekeurde jerrycans. Zorg dat uw brandstofvoorraad Niet toegankelijk is voor kinderen.
- Vul nooit brandstof bij wanner de motor heet is of nog draait.
- Vul nooit meer brandstof bij dan opgegeven in "TECHNISCHE GEGEVENS".
Werkwijze
- Gebruik de bladblazer alleen bij HOLDERlicht en goed zich. Pas op voor natte of glibberigeplaatsen, ijzel, sneeuw en ijs (gevaar vooruitglijden) en krappe ruimten. Zorg dat u.altijd stevig staat.
- Werk nooit op een instabiele ondergrund of een steile helling.
- Werk nooit vanaf een ladder of een hoge plaats. Anders bestaat de kans op letsel.
- Om gevaar voor persoonlijk letsel te voorkomen, mag u nooit de luchtstroom op omstan-dersrichten,want de hoge luchtdruk kan schadelijk+zijn voor de ogen en de krachtige luchtstroom kan gruis e.d.met grote snugheiduitwerpen.
- Plaats nooit enig voorwerp in de luchtinlaat van het apparaat of in de blaaspijp van de bladblazer. Dat kan de ventilatorschoep beschadigen en kan gevaar voor ernstig letsel opleveren, zowel voor de gebruiker als voor omstanders, waar het voorwerp of gebroken onderdelen op hoge sleidheid+kennen worden weggeslingerd.
- Let op de windrichting, d.w.z. werk nicht segende windrichting in.
- Om gevaar voor struikelen en verlies van controle te voorkomen, mag u nooit met het apparaat werken terwijl u awhileuit loopt.
- Schakel de motor algtd uit voordat u het apparaat gaat reinigen of onderhoden en voordat u onderdelen gaat verrangen.
- Neem regelmatig een pauze om verlies van controle door vermoeidheid te voorkomen. Wij raden u aan om elk uur een rustpauze van 10 tot 20 minutes te nemen.
- Gebruik het apparaat Niet te zich bij ramen, enz.
- Om fysieke gevolgen door trillingen en/of gehoorschade te voorkomen, dient u het apparaat zo veel möglichk op een laag toerental te gebruiken en de gebruiksduur te beperkten.
- Gebruik het apparaat alleen op een redelijk tijd van de dag. Gebruik de bladblazer Niet in de vroege ochtend of erg LAST in de avond, wonneer het apparaat hinder voor omwonenden kan opleveren.
- Het is aanbevolen om het afval voor het blazen los te makeen met een hark of bezem.
-
Onder stoffige omstandigheden kut u de omgeving voor het blazenlicht besproeien, zo nodig met een waternevelsproeier.
-
Verstel de lenghte van het blaasmondstuk zodate luchtstroom dichtbij de grond kan werken.
- Om het geluidsniveau te minimaliseren, dient u het aantal apparaten dat tegelijkertijd worden gezbruikt beperkt te houden.
- Na het gebruik van de bladblazer en andere apparaten,要去 OPRUIMEN! Werp alle afval in een afvalbak.
- Verhoog het motortoerental Nieteer dan nooodzakelijk. Weggeblazen voorwerpen kunnen leiden tot persoonlijk letsel.
- De uitlaatdemper worden tijdens gebruik heet. Raak de uitlaatdemper Niet aan odomat dit kan leiden tot brandwonden op uw huid.
- Gebruik het apparaat Niet in een omgeving met explosiegevaar, Zoals een omgeving metlicht ontv Lambare vloeistoffen, gassen of stof. Het apparaat genereert vonden die stof of dampen kuren doen ontsteken.
Onderhoudsinstructies
- Ga milieubewust te werk. Gebruik de bladblazer met zo min möglichk lawaai en verruiling als möglichk. Laat vooral de afstelling van de carburateur regelmatig controeren.
- Maak de bladblazer regelmatig schoon en controllerer of alle bouteen en moeren stevig vast zitten.
- Onderhoud of bewaar de bladblazer nooit in den nabijheid van open vuur, vonken, enz.

- Sla de bladblazer.altijd op met een lege brandstoftank in een goed geventileerde en afgesloten ruimte.
- Het uitvoeren van onderhoud of reparations door de gebruiker is beperkt tot de in deze gebruiksaanwijzing beschreiben punten. Alle andere werkzaamheden dieren door een erkend servicecentrum uitgevoerd te worden.
- Gebruik uitsluitend originele reserveonderden en accessoires geleverd door Makita. Het gebruik van Niet-goedgekeurde onderden en gereedschappen kan leiden tot ongelukken en letsel. Makita aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor ongelukken of schade die voortvloeit uit het gebruik van enige Niet-goedgekeurde onderden of accessoires.
- Een verkeerde reparatie of slecht onderhoud kan de levensduur van het apparaat verkorten en de kans op ongelukken vergroten.
EHBO
-
Voor het geval van ongelukken dient een goed gemulde eerstehulpkoffer in de nabijheid van de werkzaamheden aanwezig te zichn. Vul direct na gebruik van de inhoud de eerstehulpkoffer wee aan.
-
Geef de volgende informatie wanner u om hulp vraagt:
Plaats van het onceval
— Beschrijving van het ongeval
Aantal gewonden
Aard van de verwondingen
Uw naam
BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN

EB5300TH
| 1 | Bougiedeksel | 9 | Uitlaatdemper | 17 | Zwenkpijp | 25 | Rond mondstuk |
| 2 | Antivrieshendel 10 Draagbeugel 18 | Knoopbout (vanluchtfilterdeksel) | Luchtfilterdeksel | 26 Plat mondstuk (optioneel accessoire) | |||
| 3 | Chokehendel | 11 | Schouderband | 19 | Luchtfilterdeksel | 27 | Kussen (optioneel accessoire) |
| 4 | Trekstarthandgreep | 12 | Elleboogpijp | 20 | Opvoerpomp | 28 | Heupgordel (optioneel accessoire) |
| 5 | Brandstoffankdop | 13 | Flexibele pijp | 21 | Gastrekker | - | - |
| 6 | Brandstoffank | 14 | Kabelhouser | 22 | Stophendel | - | - |
| 7 | Olieaftapbout | 15 | Bedieningshendel | 23 | Lange pijp (optioneel accessoire) | - | - |
| 8 | Olievuldop | 16 | Slangklem | 24 | Korte pijp (optioneel accessoire) | - | - |
- De standardaaccessoires können van land tot land verschillen.
EB5300WH

| 1 | Bedieningsarm | 9 | Olievuldop | 17 | Zwenkpijp | 25 | Rond mondstuk |
| 2 | Bougiedeksel 10 Uitlaatdemp | 18 | Knopbout (van Luchtfilterdeksel) | Luchtfilterdeksel | 26 Pl | lat mondstuk (optioneel accessoire) | |
| 3 | Antivrieshendel | 11 | Draagbeugel | 19 | Luchtfilterdeksel | 27 | Kussen (optioneel accessoire) |
| 4 | Chokehendel | 12 | Schouderband | 20 | Opvoerpomp | 28 | Heupgordel (optioneel accessoire) |
| 5 | Trekstarthandgreep | 13 | Elleboogpijp | 21 | Gashendel | - | - |
| 6 | Brandstoftankdop | 14 | Flexibele pijp | 22 | Stopschakelaar | - | - |
| 7 | Brandstoftank | 15 | Handgreep | 23 | Lange pijp (optioneel accessoire) | - | - |
| 8 | Olieaftapbout | 16 | Slangklem | 24 | Korte pijp (optioneel accessoire) | - | - |
- De standardaccessoires können van land tot land verschillen.
MONTAGE
ALLET OP: Alvorens u enige werkzaamheden aan de bladblazer gaat verrichten, zet u alkijd eerst de motor af en trekt u de bougiekap van de bougie af.
ALETOP: Start de bladblazer pas nadat deze volledig is gemonteerd.
ALET OP: Draag aktijd beschemende handschoenen.
De blaaspijpen aanbrengen
- Steek de zwenkpijp in de flexibele pijp en zet deze beiden vast met de slangklem.

-
Zwenkijp 2. Flexibele pijp 3. Slangklem
-
Draai de klemschroef los en verwijder hem.

- Klemschroef
Voor het model met buisgashendel, let u erop dat de kabel van de bedieningshendel Niet worden verdraait bij het bevestigen aan de zwenkpijp.
- Bevestig de bedieningshendel/handgreep aan de zwenkpijp en zet deze vast met de klemschroef.

-
Bedieningshendel/handgreep 2. Klemschroef
-
Bevestig de flexibele pijp aan de elleboogpijp.
Voor het model met buisgashendel: Steek de elleboogpijp op de flexibele pijp. Bevestig de kabelhouser tussen de slangklem en de flexibele pijp. Maak de kabelhouser, de flexibele pijp en de elleboogpijp vast met de slangklem. Plaats de bedieningskabel op de kabelhouser en sluit de kabelhouser.

- Elleboogpij 2. Kabelhouser 3. Slangklem

Voor het model met heuppashendel: Steek de elleboogpijp op de flexibele pijp. Maak de flexibele pijp en de elleboogpijp vast met de slangklem.
- Bevestig de Lange/korte pijp aan de zwenkpijp. Draai de Lange/korte pijp rechtsom om hem te vergrendelen. Bevestig cervolgens het blaasmondstuk aan de Lange/korte pijp. Draai het blaasmondstuk rechtsom om hem te vergrendelen.

1. Lange/korte pijp 2. Blaasmondstuk
- Zorg ervoor dat alle klemmen stevig vast zitten. Controller of de gasklep correct beweegt overeenkomstig de bediening van de gastrekker/gashendel.

Als de gastrekker/gashendel Niet helemaal kan worden ingeknepen/gedraaid of als de gastrekker/gashendel Niet terugkeert maar de correcte stand, raadpleegt u het hoofdstuk ONDERHOUD om de gasklep af te stellen.
VOOR U DE MOTOR GAAT STARTEN
De motorolie controleren en bijvullen
ALET OP: Voordat u de motorolie bijvult,要去 de motor uitzetten en lien afkoelen. Anders zou u brandwonden können oplopen.
KENNISGEVING: Bij gebruik van slechte olie za de motor onregelmatig starten.
KENNISGEVING: Verwijder stof of vuil rond de olievulopening voordat u de olievuldop eraf draait. Zorg er ook voor dat geen stof of zand op de losse olievuldop komt. Anders kan zand of stof dat aan de olievuldop kleeft leiden tot onregelmatige olietoevoer of slijtage van de motoronderdelen, hetgeen storingen kan verroorzaken.

1. Bovengrens 2. Ondergrens
Inspecteren
Plaats de bladblazer op een vlakke ondergrond en verwijder de olievuldop.
Let op of het oliepeil tussen de boven- en ondergrenzen staat. Als het oliepeil Niet tot aan de ondergrens kommt, dient u neue oolie bij te vullen.
Ververs de olie wanneer die vuil is of duidelijk van kleur veranderd is. (Zie onder "De motorolie verversen" voor de werkwijze en de regelmaat waarmee u de olie要去 verversen.)
Bijvullen
Plaats de bladblazer op een vlakke ondergrond en verwijder de olievuldop.
Vul olie bij tot aan de bovengrens op de oliepeilaanduiding.
Over het algemeen moet na onceveer elke 20 bedrijfsuren motorolie worden bijgevuld (na elke 10 - 15 keer brandstof bijvullen).
Aanbevolen motorolie
Originele Makita 4-taktmotorolie of
SAE 10W-30 olie van API-classificatie SF-klasse of hoger (4-taktmotorolie voor auto's)
Olievolume
Olievolume: ongeveer 140 ml
KENNISGEVING: Sla de bladblazer op verwijl hijrechtop staat op een horizontale ondergrond. De oliepeilaanduiding geeft Niet de correcte hoeveelheid olie aan als de bladblazer schuin staat en olie in de motor is gastroomd. Dit kan resulteren in te veel olie bijvullen.
KENNISGEVING: Vul nicht te veeil olie bij.
Overtellige olie kan uit de ontluchting van het luchtfilter komen en de omringende onderdelen bevuielen, of er kan witte rook worden uitgestoten doordat overtollige olie worden verbrand.
Na het bijvullen van olie
Veeg gemorste olie af met een doek.
Brandstoftoevoer
WAARSCHUWING: Voor het bijvullen van brandstof zet u de motor uit en wacht u tot die afgekoeld is. Anders kan na ontvlamming brand ontstaan en kunt u brandwonden oplopen.
WAARSCHUWING: Brandstof moet worden bijgevuld op een plaat waar geen open vuur is om ontvlamming en brand te voorkomen. Breng nooit enig brandend voorwerp (sigaret e.d.) zichbij de plaat waar u brandstof bijvult.
WAARSCHUWING: Kies een vlakke ondergrond voor het bijvullen van brandstof. Vermijd onstabileplaatsen voor het bijvullen van brandstof. Vul brandstof bij bij helderlicht en goed zich.
WAARSCHUWING: Open de brandstof-tankdop langzaam. Door inwendige druk kan brandstof uit de vulopening worden gemorst.
WAARSCHUWING: Wees voorzichtig dat u geen brandstof morst. Veeg gemorste brandstof af.
WAARSCHUWING: Vul brandstof bij op een goed geventileerde plaats.
WAARSCHUWING: Kies een vrij, open omgeving voor het bijvullen van brandstof.
WAARSCHUWING: Ga voorzichtig om met brandstof.
ALET OP: Als brandstof op uw huid of in uw ogen komt, kan dit leiden tot allergische reacties of irritatie. Roep onmiddelijk medische hulp in wanner u een fysiek probleem waarneemt.
KENNISGEVING: Vul GEEN ollie bij in de brandstoftank.
Brandstof
WAARSCHUWING: Sla de machine en de brandstoffank op een koele plaats op, uit dezon.
WAARSCHUWING: Bewaar brandstof nooit in uw auto.
De motor is een viertaktmotor. Zorg dat u altijd benzine voor auto's gebruikt (normaal of super).
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine gemengd met olie, zoals 2-taktolie of motorolie. Datveroorzaakt overmatige koolafzetting en mechaniische storingen.
OPMERKING: Bewaar brandstof in een speci- ale jerrycan in een goed geventileerde ruimte in de schaduw. Gebruik de brandstof binnen 4 weken. Anders kan brandstof al binnen een dag verslechteren.
Werkwijze voor brandstof bijvullen
ALET OP: Als de tankdop nicht goed werkt of beschadigd is, dient u undeze te verrangen.
ALETOP: De tankdop zal na verloop vanijd versleden raken. Vervang hem om de tweet tot drieJAar.
KENNISGEVING: Vul GeEN brandstof bij in de vulopening voor de motorolie.
- Draai de brandstoffankdop een beetje los om de overdruk uit de tank te lately ontsnappen.
- Draai de brandstoftankdop eraf en vul brandstof bij terwijl u de lusthuit de brandstoftank laut ontsnappen door de brandstofvulopeningaar boven gericht te houden.Vul NOOT brandstof bij tot aan de bovenrand van de tank.
- Draai de tankdop wee stevig vast nadat u klaar bent met brandstof bijvullen.
BEDIENING
De motor starten
WAARSCHUWING: Probeer nooit de motor te starten op bezelfde plek als waar u brandstof hebt bijgevuld. Hierdoor kan ontvlamming en brand ontstaan. Ga voor het starten van de motor minstens 3 meter weg van de plek waar brandstof is bijgevuld.
WAARSCHUWING: De uitlaatgassen van de motor zijn giftig. Laat de motor Niet draaien op een slecht geventileerde plaat, bijvoorbeeld in een tunnel, in een gebouw enz. Het gebruik van de motor op een slecht geventileerde plaat kan leiden tot vergiftigding door uitlaatgassen.
WAARSCHUWING: Zet de motor uit en inspecteer hem onmiddelijk wonneer u na het starten iets vreemds waarneemt, zoals een vreemd geluid, vremede geur of trillingen. Als u de motor blijft gebruiken verwijl zich een dergelijk abnormaal verschijnsel voordoet, kan dat leiden tot ongelukken.
WAARSCHUWING: Raak de hete motorkap Niet aan. Anders zou u brandwonden+kennen oplopen.
WAARSCHUWING: Verzeker u voor het starten van de motor ervan dat er geen brandstof-lekkage is.
WAARSCHUUNG: Controller of de motor daadwerkelijk uit gaat wanner u de stopschakelaar in de stand "O" zet.
Wanner de motor koud is of na het bijvullen van brandstof (koude start)
- Plaats de bladblazer op een vlakke ondergrond.
- I/O-stand
Voor het model met buisgashendel: Zet de stophen- del in de stand "I".

1. Stophendel

1. Stopschakelaar 2. Gashendel
- Blij op de opvoerpomp drukken totdat er brandstof in de opvoerpomp komt.

1. Chokehendel 2. Opvoerpomp
OPMERKING: Doorgaans komt er na 7 tot 10 keer drukken brandstof in de carburateur.
OPMERKING: Als buitensporig vaak op de opvoerpomp wordt gedrukt, za het overschot aan benzine terugstromen maar de brandstoffank.
- Zet de chokehendel omhoog in de gesloten stand.
- Plaats uw linkerhand bovenop de bladblazer en trek langzaam met uwrechterland aan de trekstarthandgreep tot u compressie voelt. Trek daarna krachtig aan de trekstarthandgreep.

Voor het model met heupgashendel: Zet de stopschakelaar in de stand "I". En zorg dat de gashendel staat ingesteld op een laag motortoerental.
KENNISGEVING: Trek het trekstartkoord nooit vollediguit.
KENNISGEVING: Laat de trekstarhandgreep geleidelijk teruglopen in de behuizing. Als u dat Niet doet, kan de trekstarhandgreep gegen uw lichaam aan zwiepen of het trekstartkoord Niet goed opgewonden worden.
OPMERKING: Als de motor ontsteekt en afslaat, zet u de chokehendel terug in de geopende stand en trekt u enkele malen aan de trekstarthandgreep om de motor opniew te starten.
- Nadat de motor is gestart, zet u de chokehendel omlaag in de geopende stand.

OPMERKING: Zet de chokehendel hebelaal open voordat u de gashendel/gastrekker bedient.
OPMERKING: Bij lage temperatuur of wanner de motor Niet warm genoeg is, mag u nooit de chokehend plotseling helemaal open zetten. Anders kan de motor afslaan.
- Laat de motor gedurende 2 tot 3 Minutes opwarmen op stationair of een laag motortoerental.
- Het opwarmen is voltooid wanner het motortoerental vanaf stationair draaien snel toeneemt zodia u vol gas geeft.
OPMERKING: Als u meerere keren aan de trekstarthandgreep trekt met de chokehendel in de gesloten stand, kan de motor moeilijk te starten+zijn omdat deze door te veel brandstof is verzopen. Als de motor door te veel brandstof is verzopen, verwijdert u de bougie en trekt u een paar keer snel aan de trekstarthandgreep om het overschot aan brandstof te verwerken. Maak de elektrode van de bougie goed droog.
Wanneer de motor warm is (warme start)
ALETOP: Pas op dat u uw hand nicht verbrandt. Draag handschoenen bij het starten van de motor.
- Plaats de bladblazer op een vlakke ondergrond.
- Druk enkele keren op de opvoerpomp.
- Zorg ervoor dat de chokehendel open staat.
- Plaats uw linkerhand bovenop de bladblazer en trek langzaam met uwrechterland aan de trekstarthandgreep tot u compressie voelt. Trek daarna krachtig aan de trekstarthandgreep.
De motor uitzetten
Voor het model met buisgashendel: Laat de gastrekker los en zet daarna de stophendel in de stand "O".

1. Gastrekker 2. Stophendel
Voor het model met heupgashendel: Zet de gashendel in de stand voor laag toerental om het motortoe-renalte verlagen. Zet daarna de stopschakelaar in de stand "O".

1. Gashendel 2. Stopschakelaar
IJsafzetting in de carburateur voorkomen
KENNISGEVING: Wanner de omgevings-temperatuur hoger is dan 10^ zet u de hendel altijd terug in de normale stand (aangegeven met een zonnetje). Ander kan de motor door oververhitting beschadigd worden.
Wanner de omgevingtemperatuur laag is en de luchtvochtigkeit hoog is, kan waterdamp binnenin de carburateur bevriezen, waardoor de motor onregelmatig gaat draaien (ijsafzetting in de carburateur). Verander indien nodig de stand van de antivirusshendel als volgt.
- Verwijder de schroef en trek de antivirusshendel eruit.
- Plaats de antivrieshendel als volgt:
In een warmere omgeving dan 10^
Zet de nok op de markings 'zon' (warme stand).
10^ of koudere omgeving
Zet de nok op de markings 'sneeuw' (antivriesstand).

1. Antivrieshendel 2. Schroef 3. Nok
- Draai de schroef vast.
De schouderband verstellen
- Stel de schouderband in op een lenghte waar bij u comfortabel kunt werken met de bladblazer op uw rug. Om de band strak te trekken, trekt u het uiteinde van de band olaag.

1. Schouderband
Om de band loser te makes, trekt u het uiteinde van degesp omhoog.

1. Gesp
Rol het uiteinde van de band op en klem het vast met de strip.


1. Strip
- Trek aan de stabilisatieband totdat er geen spelimgeer open blijftussen uw rug en de behuizing van debladblazer.
Om de band strak te trekken, trekt u het uiteinde van de band omlaag.


1. Stabilisatieband
Om de band loser te make, trekt u het uiteinde van de gesp omhoog.


1. Gesp
Heupgordel
Optioneel accessoire
Met de heupp*gordel kan de gebruiker het gereedschap stabieler dragen.

ALETOP: Vergeet nicht de gesp van de heupgordel los te makev voordat u de bladblazer van uw scholders af tilt om hem neer te zetten.
De positie van de bedieningshendel afstellen
Voor het model met buisgashendel: Verschuif de bedieningshendel langus de zwenkijp maar de meest comfortabele stand. Zetervoigens de bedieningshendel vast met de klemschroef.

- Klemschroef
Voor het model met heuppashendel: Verschuif de handgreep langus de zwenkijp maar de meest comfortabile stand. Zetervoens de handgreep vast met de klemschroef.

- Klemschroef
Stel de hoek van de bedieningsarm af.

- Bedieningsarm
De bladblazer bedieren

- Tijdens het werknen met de bladblazer kut u de gastrekker/gashendel zo instellen dat de blaaslichtdruk precies goed is voor de omstandigheden waaronder u werkt.
- Het motortoerental instellen.
Voor het model met buisgashendel: Het motortoerental kan worden verhoogd door de gastrekker verder in te knijpen. Om het motortoerental te verlagen, maar u de gastrekkeriets los.
Met de 'cruise control'-functie kan de gebruiker het motortoerental constant houden zonder de gastrekker ingeknepen te moeten houden. Om het motortoerental te verhogen, zet u de stophendel in de stand voor hoog toerental. Om het motortoerental te verlagen, zet u de stophendel in de stand voor laag toerental.

- Gastrekker 2. Stophendel
Voor het model met heuppashendel: Om het motortoerental te verhogen, zet u de gashendel in de stand voor hoog toerental. Om het motortoerental te verlagen, zet u de gashendel in de stand voor laag toerental.

1. Gashendel
De bladblazer vervoeren
ALET OP: Voordat u de bladblazer gaat vervoeren, zet u algijd eerst de motoruit.
KENNISGEVING: Ga Niet op de bladblazer zitten of staan enplaats er geen zware voorwerpen op. Hierdoor kan het apparaat worden beschadigd.
KENNISGEVING: Zorg bij vervoer en opslag voor dat de bladblazer rechtop staat. Bij vervoer of opslag in een andere stand danrechtop, kan olie in de motor van de bladblazer lekken. Dat kan leiden tot olielekkage uit het apparaat en witte rook door het verbranden van olie, en het luchtfilter kan vuil worden door de olie.
KENNISGEVING: Bij verplaatsen mag u de bladblazer nicht slepen. Anders kan de behuizing van de bladblazer worden beschadigd.
ONDERHOUD
ALET OP: Alvorens onderhouds- en inspectiewerkzaamheden uit te voeren, zet u de motor uit en LAST u die afkoelen. Verwijder de bougie en de bougiekap. Als u dit nalaat, loopt u de kans op brandwonden of ernstig letsel als de motor onverwacht start.
ALET OP: Controller na inspectie of onderhoud zorgvuldig of alle onderdelen gemonteerd zichn.
De motorolie verversen
ALETOP: De motor zich en de motorolie zich nog heet vlak nadat de motor is uitgezet. Als u de motorolie wilt gaan verversen, moet u eerst controleren of de motor zich en de motorolie voldoende zich aufgekoeld. Doet u dat Niet, dan bestaat het gevaar dat u zich verbrandt. Wacht na het uitzetten van de motor nog even totdat de motorolie is teruggekeerd maar de olietank, om een juiste aflezing van het oliepeil te garanderen.
ALET OP: Als u olie bijvult tot boven de aangegeven bovengrens, kan het apparaat verontreinigd raken of witte rook uitstoten door het verbranden van olie.
KENNISGEVING: Gooi afgewerkte motorolie nooit weg met het huisvuil en loos het nooit in de natuur of in het riool. Het weggooien van olie is wettelijk geregeld. Volg alttijd de geldende wetten en regelgeving wanner u motorolie wilt weggooien. Neem contact op met een erkend servicecentrum als u hieromtrent vragen hebt.
KENNISGEVING: Ook wonneer olie ongebruikt worden opgeslagen, za de olie op den duur verslechteren. Controller en inspecteer de olie regelmatig (ervang de olie elke 6 maanden door neue).
Verslechterde motorolie verkort de levensduur van de schuivende en roterende onderdelen aanzienlijk. Vergeet Niet te controleren wonneer en hoeveel olie ververst要去en.
Verversingsinterval
Na de eerste 20 bedrijfsuren, en daarna om de 50 bedrijfsuren.
Aanbevolen motorolie
Originele Makita 4-taktmotorolie of
SAE 10W-30 olie van API-classificatie SF-klasse of hoger (4-taktmotorolie voor auto's)
Werkwijze voor het verversen van de olie
Ververs de olie als volgt:

-
Aftapgat 2. Olieaftapbout 3. Pakking (aluminium ring) 4. Olievuldop 5. Pakking van olievuldop 6. Olievulopening
-
Plaats de bladblazer op een vlakke ondergrond.
- Plaats een bak voor afgewerkte motorolie onder het aftapgat om de afgetapte olie in op te vangen. De olieopvangbak要去 minstens een inhoud hebben van 140ml om alle olie te konnen opvangen.
- Draai de olieaftapbout los om de olie af te tappen. Wees voorzichtig dat er geen olie komt op de brandstof-tank of andere onderdelen.
KENNISGEVING: Pas op dat u de pakking (aluminium ring) Niet kwijtraakt. Leg de olieaftapbout op een plaats waar deze nicht vuil kan worden.
- Verwijder de olievuldop. (Door de olievuldop te verwijden kan de olie gemakkelijker uit de motor stromen.)
KENNISGEVING: Leg de olievuldop op een plaats waar deze Niet vuil kan worden.
- Naarmate het oliepeil lager wordt, Kantelt u de bladblazer maar de kant van het aftapgat zDat alle olieuit de motor kan stromen.
- Nadat alle olie uit de motor is gestroomd, draait u de olieaftapbout weeer stevig vast. Als de bout nicht stevig vastgedraaid worden, kan olie blijven lekken.
KENNISGEVING: Vergeet Niet de pakking (aluminium ring) weeer aan te brengen wanner u de olieaftapbout weeer erop draait.
- Giet ongeveer 140 ml olie in de olievulopening tot aan de bovengrens.

1. Bovengrens 2. Ondergrens
- Nadat de olie is bijgevuld, draait u de olievuldop weer stevig vast om olielekkage te voorkomen.
KENNISGEVING: Vergeet nicht de pakking van de olievuldop aan te brengen voordat u de olievuldop wee erop draait.
Het luchtfilter reinigen
WAARSCHUWING:BRANDBARE STOFFEN STRENG VERBODEN
Interval voor reinigen en inspecteren
Dagelijks (om de 10 bedrijfsuren)
Reinigingsprocedure

1. Knopbouten 2. Luchtfilterdeksel 3. Element 4. Luchtinlaat
- Draai de knopbouten los.
- Verwijder het luchtfilterdeksenl.
- Verwijder het element en reinig al het vuil vanaf het element met behulp van een doek of luchtstroom. Vervang het element door een nieuw als het geschadigd of zeer vuil is.
OPMERKING: Het element is van het droge type en het mag Niet nat worden. Was het nooit met water.
- Veeg eventuele olie rond de luchtinlaat weg met een doeok of lap.
- Breng het element aan in het luchtfilterhuis.
- Breng het luchtfilterdeksel weeer aan en draai de knopbouten vast.
KENNISGEVING: Reinig het elementeerdere keren per dag als er onder stoffige omstandigheden erg veel stof door worden opgevangen.
KENNISGEVING: Als u door blijft werkken terwijl er nog olie op het element zit, kan de olie in het luchtfilter eruit lekken waardoor olieverontreiniging opttreedt.
De bougie controlleren
ALETOP: Raak de bougie Niet aan verwijl de motor draait. Anders kunt u een elektrische schok krijgen.
ALETOP: Zet de stophendel/stopschakelaar in de stand uit "O".
ALET OP: Controller de bougiekabel regelmatig. Als deutsche beschadigd of gerafeld is, verrangt u hem. Anders kunt u een elektrische schok krijgen.
KENNISGEVING: Voordat u de bougie verwijdert, reinigt u eerst de bougie en de cilinderkop zodat geen stof, zand, enz. in de cilinder kan komen.
KENNISGEVING: De motor要去 aufgekoeld zich voordat u de bougie verwijdert, om te voorkomen dat het schroefgat in de cilinderkop beschadigd worden.
KENNISGEVING: Draai de bougie preciesrecht in het schroefgat. Als u de bougie er scheefindraait, wordt het schroefgat in de cilinderkop beschadigd.
- Voor het openen van het bougiedeksel tilt u het op en draait u het een halve slag.

1. Bougiedeksel
- Gebruik de bijgeleverde bougiesleutel om de bougie te verwijderen en weeer vast te draaien.

- De spelimgtussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm bedragen. Stel de juiste spelging af als de elektrodeafstand te groot of te Klein is.
Reinig de bougie grondig of verrang de bougie wanner deze verontreinigd is of veel koolaanslag heeft.
Gebruik als verwangingsbougie NGK CMR6H.

- Om het bougiedeksel te sluiten, draait u het een halve slag en drukt u het rondon de holte zich.

1. Bougiedeksel
Het brandstofffilter reinigen
ALET OP: Verzeker u ervan dat er geen schade aan de brandstoftank is. Als er schade aan de brandstoftank is, vraagt u onmiddelijk een erkend servicecentrum.Deze te repareren.
KENNISGEVING: Reinig het brandstofffilter regelmatig. Een verstoot brandstofffilter kan leiden tot startproblemen of verhinderen dat het toerental kan oplopen.
Controleer het brandstofffilter regelmatig op de volgende wijze:

1. Brandstoftankdop 2. Brandstofffilter 3. Slangklem
- Verwijder de brandstoffankdop en tap de brandstof af totdat de tank helemaal leeg is. Controller de binnenkant van de tank op eventuele vremeinde stoffen. Verwijder dergelijkke stoffen, indien aanwezig.
- Trek het brandstofffilter met een draad via de brandstoffvulopening UIT de tank.
- Als het oppervlak van het brandstofffilter verontreinigd is, reinigt u het met behulp van benzine.
KENNISGEVING: Houd u aan de regelgeving vastgesteld door uwplaatsilijke overheid omtrent het verwerken van de benzine die gebruikt is voor het reinigen van het brandstofffilter.
KENNISGEVING: Vervang het brandstofffilter als dit sterk verontreinigd is.
- Na controleren, reinigen of verrangen, steekt u het brandstofffilter op de brandstofslang en bevestigt u het met behulp van de slangklem. Plaats het brandstofffilter terug in de brandstoffank en draai de brandstofftankdop er stevig op.
Het stationair toerental afstellen
ALETOP: De carburateur is in de fabriek afge-steld. Maak nooit enige andere afstelling dan het stationair toerental. Voor andere afstelingen dient u contact op te nemen met een erkend servicecentrum.
Een geschikt stationair toerental is 2.800min^-1 (omw/min).
Als het nodig is om het stationair toerental af te stellen, doet u dit met een kruskopschroevendraier.
Als de motor afaslaught of onregelmatig draait bij stationair draaien, draait u de stelschroefaar rechts zodat het stationair toerental toeneemt. Als de motor te hard loopt bij stationair draaien, draait u de stelschroefaar links zodat het stationair toerental afneemt.

1. Stelschroef voor stationair toerental
De gasklep controlleren
Als de bedieningskabel gebogen is of blij steken, maakt de gasklep geen contact met de stelschroef voor stationair toerental, en voorkomt dit dat de motor op het juiste stationair toerental draait. Verander in dat geval de positie van de bedieningskabel zodate de gasklep waar correct kan bewegen.

1. Gasklep 2. Stelschroef voor stationair toerental
3. Bedieningskabel 4. Gasklepaanslag
Als de gasklep Niet gegen de gasklepaanslag komt, ondanks dat u de gastrekker—helemaal inknijpt, of als de gasklep Niet gegen de stelschroef voor stationair draaien komtijdens stationair draaien, draait u de kabelafstelbout als volgt:
- Draai de borgmoer los.
- Als de gasklep Niet gegen de gasklepaanslagkomt, draait u de kabelafstelbout linksom.
Als de gasklep Niet gegen de stelschroef voor stationair draaien komt, draait u de kabelafstelbout rechtsom.

1. Kabelafstelbout 2. Borgmoer
- Draai de borgmoer vast om de kabelafstelbout vast te zetten.
- Controller de beweging van de gasklep. De gasklep komt tot de stand aangegeven in de afbeelding wanner de gastrekker/gashendel worden ingeknepen/gedraaid.

De carburatuarafdekking reinigen
Als de carburateurafdekking vuil is geworden en het moeilijk is om de gasklep te controleren, reinigt u de carburateurafdekking als volgt:
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol of iets dergelijks voor het reinigen van de carburateurafdekking. Anders kan hij worden beschadigd.
- Steek een platkopschroevendraaier door het gat in de motorkap. Maak de klem van de carburateurafdekking los.

-
Carburaturerafdekking
-
Reinig de carburateurafdekking.
KENNISGEVING: Gebruik een natte, schone doek voor het reinigen van de carburateurafdekking.
- Plaats de carburateurafdekking terug. Verzeker u ervan dat de klem van de carburateurafdekking vastklikt wanneru hem terugplaatst.
Bouten, moeren, schroeven en andere onderdelen inspecteren
Draai loszittende bouten, moeren, enz. weer vast.
Controller op brandstof- en olielekkage.
Vervang beschadigde onderdelen door neue voor een veilig gebruik.
De motor en koelluchtinlaat reinigen
Houd de motor schoon door hem met een doek af te vegen.
Houd de koelvinnen van de cilinder vrij van stof en vuil.
Als de koelvinnen bedekt raken met stof of vuil, kan de motor oververhit raken en de zuiger vastlopen.
De blaaslucht worden aangezogen via het luchtinlaatrooster. Wanner u merkt dat de blaaskracht afneemt, moet u de motor stoppen en het inlaatrooster controeren op verstoppen. Reinig zo nodig. Een dergelijkke verstopping kan leiden tot oververhitting en schade aan de motor.

Pakkingen en afldichtingen verzangen
Wonneer de motor gedemonteerd worden, verwangt u de pakkingen en aufdichtingen door weitere.
Alle onderhouds- of afstelwerkzaamheden die nicht beschreiben worden in denen gebruiksaanwijzing mogen alleen worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum.
Opslag
WAARSCHUWING: Voordat u de brandstof aftapt, moet u de motor uitzetten en lien afkoelen. Als u dit Niet doet, können brandwonden of brand ontstaan.
ALET OP: Als u het apparaat voor langere tijd opslaat, dient u alle brandstofuit de brandstoffank en carburateur af te tappen, en het apparaat op een droge en schone plaats op te slaan.
Tap de brandstof uit de brandstoffank en carburateur op de volgende wijze af voordat u het apparaat opslaat:
- Verwijder de brandstoffankdop en tap alle brandstof af. Als er verontreinigingen hinterblijven in de brandstoffank, dient u deze grondig te verwijderen.
- Trek het brandstofffilter met een draad uit de tank via de vulopening.
- Druk op de opvoerpomp totdat alle brandstof waaruit verwijderd is en tap daarna de brandstof af die in de tank is gestroomd.
-
Plaats het brandstofffilter terug in de brandstoffank en draai de brandstofftankdop stevig vast.
-
Laat de motor verwolgens draaien tot deze vanzelf stocht.
- Verwijder de bougie en druppel een paur druppels motorolie in het bougiegat.
- Trek voorzichtig aan de trekstarhandgreep om de motorolie door de motor te verspreiden en breng de bougie waar op+zijnplaats aan.
- Sla het apparaat op met de draagbeugel aan de bovenkant.
- Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan in een goed geventileerde ruimte in de schaduw.
Storingzoeken
| Storing System Waaarnemingen Oorzaak | |||
| Motor start nicht of zeer moeilijk | Ontstekingssystem | De ontsteking vonkt. | Storing met de brandstoffoe-voer of het compressiesystem, mechanisch defect. |
| De ontsteking vonkt nicht. Stopsc | makelaar is bediend,bedradingsfout of kortsluiting,bougie of bougiecontact defect,defecte ontstekingseenheid. | ||
| Brandstoffoevoer Brandstoffank | is vol. | Verkeerde stand van chokehendel,carburateur defect,brandstoffslanggeknikt of verstop,brandstof is vuil. | |
| Compressie Geen compressie bijtornenvan motor. | Onderste cilinderpakking kapot,krukasafdichting beschadigdcylinder of zuigerringen defect ofonjuiste afdichting van bougie. | ||
| Mechanisch Treksterwerkt nicht. Gebroken startveer,gebrozen | onderdelen in de motor. | ||
| Problemen met starten vanwarme motor | - Brandstoffank is vol. De ontste-king vonkt. | Carburateur is verontreinigdaat hem reinigen. | |
| Motor start maar slaat af Brandstoffoevoer Brandstoffank is vol. | Onjuiste afstelling van stationair toe-renal, carburateur is verontreinigda. | ||
| Brandstoffankontluchtig werkt nicht,brandstoffoevoerleidingverstopt,kabel of stopschakelaar defect. | |||
| Onvoldoende prestaties | Diverse systemen{kunnengelijktijdig problemen Hebben | Motor draaait slecht stationair. | Luchtfilter is verontreinigdcarburateur is verontreinigduitlaat-demper is verstopt,uitlaatpoortvan cilinder is verstopt. |
Interval voor inspectie en onderhoud
| - | Vórór het gebruik | Na brandstof bijvullen | Dagelijks (10 uur) | 50 uur | 200 uur | 600 uur of 2aar, wat eerder kommt | Vórór opslaan | |
| Motorolie | Inspecteren/bijvullen | ○ | - | - | - | - | - | - |
| Vervangen | - | - | - | ○(Opmerking 1) | - | - | - | |
| Onderdelen vastdraaien(bouten, moeren) | Inspecteren | ○ | - | - | - | - | - | - |
| Koelluchtinlaat | Reinigen/inspecteren | ○ | - | - | - | - | - | - |
| Brandstoffank | Reinigen/inspecteren | ○ | - | - | - | - | - | - |
| Brandstoffaftappen | - | - | - | - | - | - | ○(Opmerking 3) | |
| -Vóör het | gebruik | Na brandstof bijvullen | Dagelijks (10 uur) | 50 uur 200 | uur 600 uur of | 2一年多, wat eerder kommt | Vóör opslaan | |
| Gastrekker/gashendel | Werking controleren | - | ○ | ----- | ||||
| De motor uitzetten | Werking controleren | ----- | ○ | |||||
| Het stationäre toeren-tal afstellen | Inspecteren/afstellen | ----- | ○ | |||||
| Luchtfilter Reinigen | Ingen---- | ○ | ||||||
| Inspecteren/zo nodig verzanken | ----- | ○ | ||||||
| Bedieningskabel | Inspecteren/afstellen | ----- | ○ | |||||
| Inspecteren/zo nodig verzanken | ----- | ○(Opmerking 2) | - | - | ||||
| Bougie Inspe-seteren/zo nodig afstand afstellen | Inspecieren/zo nodig | ----- | ○ | |||||
| Reinigen/zo nodig verzanken | ----- | ○ | - | - | ||||
| Bougiekabel Inspecieren/zo nodig verzanken | Inspecieren/zo nodig | ----- | ○(Opmerking 2) | - | - | |||
| Brandstofslang | Inspecteren | ----- | ○ | |||||
| Vervangen | -- | ○(Opmerking 2) | - | - | ||||
| Brandstofffilter | Reinigen/zo nodig verzanken | ----- | ○ | |||||
| Olieleiding Inspecieren | Inspecieren---- | ○(Opmerking 2) | - | - | ||||
| Kleppeling (inlaat-klep en uitlaatklep) | Inspecteren/afstellen | ----- | ○(Opmerking 2) | - | - | |||
| Uitlaatdemper | Inspecteren/ Reinigen | ----- | ○(Opmerking 2) | - | - | |||
| Verbran-dingskamer/klep/poort | Inspecteren/ Reinigen | ----- | ○(Opmerking 2) | - | - | |||
| Motor Reviseren | Inspecieren---- | ○(Opmerking 2) | - | |||||
| Carburateur | Brandstofaftappen | ----- | ○(Opmerking 3) | |||||
Opmerking 1: Voer de eerste verversing uit na 20 bedrijsuren.
Opmerking 2: Laat de inspectie uitvoeren door een erkend servicecentrum of een werkplaats.
Opmerking 3: Laat na het aftappen van de brandstoftank de motor draaien en tap de brandstof in de carburateur af.
PROBLEM OPLOSSEN
Alvorens u verzoekt om reparatie, kurz u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding nicht worden beschreiben, probeer dan nicht het gereedschap te demon-teren. Laat reparations over aan een erkend Makita-servicecentrum,uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen.
| Probleemomschrijving Waarschijnlijk | ke oorzaak (storing) Oplossing | |
| De motor start nicht. Opvoerpomp is Niet | gebruikt. Druk 7 tot 10 keer. | |
| Trekstarhandgreep te langzaamuitgetrokken. | Trek hard. | |
| Onvoldoende brandstof. Vul brandstof bi. | ||
| Brandstofffilter verstopt. Reinig het brandstofffilter of verrang hem door eennieuwe. | ||
| Brandstoffslang geknikt. Haal de knik uit de brandstoffslang. | ||
| Brandstof verslechterd. Verslechterde brandstofmaakt de motor moeilijkerte starten. Vervang door neue. (Aanbevolenvervangingstijd: 1 maand) | ||
| Bui:tensporig veel brandstofaangezogen. | Zet de gashendel van gemiddeldaar hoog toe-renal en trek aan de trekstarhandgreep totdat de motor start. Als de motor nog steeds nicht start, verwijdert u de bougie, droogt u de elektroden enbrengt u de bougie weeper op+zijnplaats aan. Startdaarna volgens de instructies. | |
| Bougiekap is losgeraakt. Maak stevig vast. | ||
| Bougie verruild. Reinig de bougie. | ||
| Onjuiste elektrodeafstand van bougie. Stel de elektrodeafstand af. | ||
| Andere probleem met de bougie. Vervagde bougie. | ||
| Probleem met de carburateur. Vraag ons erkende servicecentrum om dit te inspec-teren en te repareren. | ||
| Trekstarhandgreep kan nicht wordenuitgetrokken. | Vraag ons erkende servicecentrum om dit te inspec-teren en te repareren. | |
| Probleem met inwendige onderdelenvan motor. | Vraag ons erkende servicecentrum om dit te inspec-teren en te repareren. | |
| Motorstopt snel.Mortoroerental neemt Niet toe. | Onvoldoende opgewarmd. Laat de motorgood warmdraaien. | |
| Chokehendel staat in de gesloten standterwijl de motor al warm is. | Zet in de geopende stand. | |
| Brandstofffilter verstopt. Reinig het brandstofffilter. | ||
| Vervuild of verstopt luchtfilter. Reinig hetluchtfilter. | ||
| Bedieningskabel is losgeraakt. | Bevestig de bedieningskabel stevig. | |
| Probleem met inwendige onderdenvan motor. | Vraag ons erkende servicecentrum om dit te inspec-teren en te repareren. | |
| Gasklep keert Niet terug maar statio-nair toerental. | Verkeerde stand van gasklep. | Verander de positie van de bedieningskabel.Pas de stand van de gasklep aan door de kabelaf-stelbout te draaien. |
| De motorstopt Niet.Laat de motor stationair draaien en zet de chokehendel in de geslotenstand. | Losgeraakte aansluitstekker. | Bevestig de aansluitstekker stevig. |
| Probleem met het elektrisch systeme. | Vraag ons erkende servicecentrum om dit te inspec-teren en te repareren. |
CONTENIDOS
Ariza yeri
Kontrol ve bakim aralijklari