SCSL3NAAE - Airconditioning MITSUBISHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SCSL3NAAE MITSUBISHI in PDF-formaat.

📄 386 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice MITSUBISHI SCSL3NAAE - page 178
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MITSUBISHI

Model : SCSL3NAAE

Categorie : Airconditioning

SKIP

Veelgestelde vragen - SCSL3NAAE MITSUBISHI

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCSL3NAAE - MITSUBISHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCSL3NAAE van het merk MITSUBISHI.

GEBRUIKSAANWIJZING SCSL3NAAE MITSUBISHI

Hartelijk bedankt voor het gebruik van de Centrale Bediening van Mitsu- bishi Heavy Industries, Ltd. Lees de handleiding aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken. Bewaar de handleiding voor naslag. Als er ooit problemen ontstaan, kan de handleiding zeer nuttig zijn. Lees aandachtig de handleiding die bij de aircon- ditioner wordt geleverd. Inhoudsopgave

Voordat u de centrale bediening in gebruik neemt, lees aandachtig de “Voorzorgsmaatregelen” door, zodat u op de juiste mani- er gebruik maakt van de centrale bediening.

De voorzorgsmaatregelen hebben het label “ GEVAAR” of “ OPGELET”. Voorzorgmaatregelen zoals weergegeven in de kolom “ GEVAAR” duiden erop dat verkeerd gebruik tot zeer ernstige gevolgen zoals dood, ernstige verwondingen,… ern- stig kan leiden. Maar ook voorzorgsmaatregelen met het label “ OPGELET” kunnen, afhankelijk van de omstandigheden, waarschuwen voor ernstige problemen. Houd u altijd aan deze voorzorgsmaatregelen om uw eigen veiligheid te waarborgen.

De hieronder afgebeelde symbolen die regelmatig terugkeren in de tekst, hebben de volgende betekenissen:

Als u de handleiding volledig heeft gelezen, bewaar deze dan op een plaats waar u hem gemakkelijk kunt raadplegen. Indien iemand anders het werk als operator overneemt, zorg ervoor dat deze persoon de beschikking krijgt over de handleiding. Raak de centrale bediening nooit aan met natte handen. Trek niet aan de kabels die ver- bonden zijn met het apparaat. Voorzorgsmaatregelen Volg de aanwijzingen stipt opTen strengste verboden OPGELET Dit kan leiden tot een elektrische schok of een storing. Als de kerndraad losraakt, kan er kortsluiting ontstaan. Voorzie een positieve aarding.

GEVAAR De centrale bediening moet worden geïnstalleerd door uw verdeler of door een gekwalifi ceerd vakman. Het wordt niet aangeraden om de centrale bediening zelf te installeren, aangezien foutieve hantering kan leiden tot een elektrische schok of brand. Verzeker u ervan dat het apparaat goed geaard is. Afhankelijk van de plaats van installatie, is het mogeli- jk dat een lekbreker noodzakelijk is. OPGELET Indien er geen lekbreker is geïnstalleerd, let op voor elektrische schokken. Raadpleeg uw verdeler. Verbind de aarddraad niet met gasleidingen, waterleidingen, bliksemafl eiders of een aarddraad verbonden met een telefoon. Onvoldoende aarding kan leiden tot elektrische schokken. Indien de centrale bediening beschadigd is door water, omwille van een natuurramp zoals een overstroming of een tyfoon, raadpleeg uw verdeler.

INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN GEVAAR Indien de centrale bediening functioneert onder abnor- male omstandigheden, stop de werking, schakel het ap- paraat uit en raadpleeg uw verdeler. De centrale bediening gebruiken in zulke om- standigheden kan leiden tot schade, een elek- trische schok en/of brand. De centrale bediening gebruiken bij abnormale om- standigheden kan leiden tot schade, een elektrische schok en/of brand. Reinig de centrale bediening niet met water. Dit kan leiden tot een elek- trische schok of brand. Als statische elektriciteit in de unit ontlaadt, kan dit leiden tot een storing. Raak ter voorkoming van schade door statische elektriciteit een geaard metalen object of oppervlak aan, voordat u de unit bedient. Als het scherm vaak bevriest, dan raden wij u aan om een antistatische doek of soortgelijk voorwerp te bevestigen.– 3 – Het energieverbruik voor deze unit wordt niet door OIML berekend. Er worden dan ook geen garanties afgegeven met betrekking tot de resultaten van deze berekening. Deze unit berekent alleen de distributie van het energieverbruik (gas, elektriciteit). De airconditioningkos- ten zult u zelf moeten berekenen. Waarschuwing Dit is een product van klasse A. In een huishoudelijke omgeving kan dit product radiostroringen veroorzaken. In dat geval kan de gebruiker genoodzaakt zijn om gepaste maatregelen te treffen. Wijzig of demonteer de centrale bediening nooit. Indien er onderhoud nodig is, raadpleeg uw verdeler. Indien het nodig is om de centrale bediening te verplaat- sen, raadpleeg uw verdeler.

GEVAAR Als er onvoldoende onderhoud is, kan dit leiden tot een elektrische schok of brand. Onvolledige installatie van de centrale bediening kan leiden tot een elektrische schok en/of brand.– 4 – Inleiding Overzicht De centrale bediening is ontworpen om airconditioners voor binnen gezamenlijk aan te sturen. Alle regelingen, zoals het bewaken van de units, de bediening, instellingen en planning bevinden zich op een aanraakscherm. Namen en functies van onderdelen Afdekplaatje Groepsblokken [Voorbeeld van aansluitingen]

  • Er kunnen maximaal 16 airconditioningunits in één groep worden ingesteld.
  • Gebruik niet slechts één afstandsbediening voor verschillende groepen aircon- ditioningunits.
  • Er kunnen maximaal 9 groepen in één blok worden ingesteld.
  • Er kunnen maximaal 16 blokken worden ingesteld. R : Afstandsbediening Kleuren LCD-display De schermen worden hier weergegeven. Het aan- raakscherm is met één vinger te bedienen. USB-geheugenslot Plaats het USB-geheugen aan de onderkant. Waarschuwing Plaats geen ander USB-apparaat dan het bijgeleverde USB-geheugen. Centrale bediening Blok 1Blok 2

airconditionings-unit 1airconditionings-unit P+1airconditionings-unit P+2airconditionings-unit P+3airconditionings-unit P+4airconditionings-unit P+5airconditionings-unit Sairconditionings-unit 2airconditionings-unit 3airconditionings-unit 4airconditionings-unit 5airconditionings-unit PGroep 1 Groep 2 Groep QGroep Q+1 Groep T airconditionings-unit 1airconditionings-unit 2airconditionings-unit 3airconditionings-unit 4Groep 1 Groep 2 Resetschakelaar Druk op de schakelaar die in een klein gaatje aan de onderzijde van het deksel is geplaatst, door gebruik te maken van een rechte paperclip of gelijkaardig hulpmiddel. Het scherm kan geblokkeerd zijn afhankelijk van de statische elektriciteit of externe storing, … maar er is dan niets aan de hand. In dit geval kan het scherm terug in zijn normale stand worden gebracht door op de resetschakelaar te drukken.– 5 – Opstartscherm [Beginscherm] [Informatiescherm] Dit scherm wordt weergegeven tijdens het opstarten. Opmerking Na een tijdje wordt het volgende scherm weergegeven. Het is niet mogelijk om enige instelling te maken terwijl het informatiescherm wordt getoond.

  • Weergave ALL GROUPS (Alle groepen) Dit scherm verschijnt als de unit voor het eerst wordt opgestart of als de blokken niet zijn geregistreerd. Stel de initiële waarden in de onderstaande volgorde in. Tijd en datum instellen pagina 11 Defi nitie groep pagina 11 Blokken defi niëren pagina 13
  • Het is heel handig als blokken zijn gedefi nieerd, omdat u dan de status van alle groepen op een enkel scherm kunt bekijken.
  • Weergave ALL BLOCKS (Alle blokken) Nadat u de blokken zijn geregistreerd, verschijnt dit scherm. Opmerking Het kan even duren voordat de instellingen in de unit zijn ingelezen. Bedien het apparaat niet totdat alle groepen die ingesteld zijn, ook effectief weergegeven worden.– 6 – Kort overzicht van handelingen [Wachtwoord-invoerscherm] (*) Wachtwoord
  • Het wachtwoord van SC-SL3NA-AE is SLNA.
  • Het wachtwoord van SC-SL3NA-BE is SLNB. Het is niet mogelijk het wachtwoord te wijzigen. Initiële instellingen Datum en tijd Pagina 11 (Tijd en datum instellen) Groepen Pagina 11 (Groepen defi niëren) Blokken Pagina 13 (Blokken defi niëren) Status weergeven Alle blokken Pagina 9 (Alle blokken weergeven) Alle groepen Pagina 17 (Scherm ALL GROUPS (Alle groepen)) Elke groep Pagina’s 15 en 17 Instellingen groepsbediening: (Scherm GROUP(PANEL) & GROUP(LIST) (GROEP(PANEEL) & GROEP(LIJST)) Elke unit Pagina 24 (Gedetailleerde unit-infomatie weergeven) Groepsbediening Pagina 15 (Groepsinstellingen) Bediening met meerdere groepen Pagina 18 (Werkinstellingen voor meerdere groepen) Batchbediening Pagina 19 (Groepsgewijze werking) Schema’s instellen en controleren Pagina 20 (Schema’s instellen) Berekeningsinstellingen aanmaken (enkel SC-SL3NA-BE) Pagina 25 (Berekeningsinstellingen) Cijfers en tekens invoeren Pagina 26 (Cijfers en tekens invoeren) Handige functies Pagina 27 (Functies instellen) Pagina 28 (Correcties voor stroomstoringen) Pagina 28 (USB-geheugen) Pagina 30 (Systeeminformatie) Alarmhistorie Pagina 30 (Alarmhistorie weergeven) Meer informatie Pagina 30 (Help)– 7 – Main Menu (Hoofdmenu) Nadat u op MENU hebt gedrukt, wordt het hieronder getoonde scherm weergegeven. Voer a.u.b. uw wachtwoord (*) in nadat u op de SCHEDULE SETTING, SYSTEM CONFIG., SHUT DOWN, FUNCTION SETTING of IMPORT EXPORT toets hebt gedrukt. (*) Zie pagina 6. STOP ALL (Alles stoppen) Met deze knop stopt u de batchgewijze werking voor groepen. pagina 19 De instellingen kunnen ook worden aangebracht voor groepen die niet voor batchgewijze werking zijn ingesteld. pagina 11

Weergave datum en tijd RUN ALL (Alles uitvoeren) Met deze knop start u de batchgewijze werking voor groepen. pagina 19 SYSTEM INFORMATION (Systeemin- formatie) Geeft het versienummer en het aantal geregistreerde units van de centrale be- diening weer. pagina 30 IMPORT EXPORT (Importeren/ exporteren) Schakelt het scherm om zodat de instel- lingen kunnen worden opgeslagen en maandelijkse gegevens worden weerge- geven. pagina 28 CHANGE ALL (Alles wijzigen) Met deze knop schakelt u naar het scherm waarin u de instellingen voor de batchge- wijze werking voor groepen wijzigt. pagina 19 ALL GROUPS (Alle groepen) Met deze knop geeft u alle namen van groepen en status weer in een lijst. pagina 17 ALL BLOCKS (Alle blokken) Met deze knop geeft u een lijst van de namen en de status van alle blokken weer op het paneel. pagina 9 HELP Met deze knop opent u het scherm waarin u ge- detailleerde informatie over de inhoud van het scherm en de werking kunt weergeven. pagina 30 SCHEDULE SETTING (Schema’s instellen) Met deze knop schakelt u naar het scherm waarin u de bedieningsschema’s voor de airconditioning instelt. (Als u nog geen groep hebt ingesteld, zal deze knop niet werken.) pagina 20 FUNCTION SETTING (Functies instellen) Met deze knop schakelt u naar het scherm waarin u de instellingen voor de achtergrond- verlichting en de functies aanbrengt. pagina 27 SYSTEM CONFIG. (Systeem-confi guratie) Met deze knop schakelt u naar het scherm waarin u de instellingen voor de groepen en blokken, de datum en tijd en de boekin- gen ( enkel SC-SL3NA-BE ) instelt en de alarmhistorie kunt weergeven. pagina 8 SHUT DOWN (Afsluiten) Als u weet dat de stroom gaat uitvallen, kunt u met deze knop de instellingen opslaan. pagina 31– 8 – Scherm System Confi guration (Systeemconfi guratie) Dit scherm wordt weergegeven als u in het Main Menu (Hoofdmenu) op SYSTEM CONFIG. drukt. pagina 7 Weergave datum en tijd MENU Terug naar het MAIN MENU (Hoofd- menu). pagina 7 ALARM HISTORY (Alarmhistorie) Met deze knop geeft u de alarmhisto- rie voor units weer. pagina 30 STOP ALL (Alles stoppen) Met deze knop stopt u de batchge- wijze werking voor groepen. pagina 19 De instellingen kunnen ook wor- den aangebracht voor groepen die niet voor batchgewijze wer- king zijn ingesteld. pagina 11

RUN ALL (Alles uitvoeren) Met deze knop start u de batchge- wijze werking voor groepen. pagina 19 ACCOUNTING PERIOD (Boe- kingsperiode) Met deze knop schakelt u naar het scherm ACCOUNTING PERIOD TIME (Boekingsperiode). (enkel SC- SL3NA-BE). pagina 25 HELP Met deze knop opent u het scherm waarin u gedetailleerde informatie over de inhoud van het scherm en de werking kunt weergeven. pagina 30 UNIT DEFINITION (Units defi niëren) Met deze knop schakelt u naar het scherm UNIT DEFINITION (Units defi ni- eren). (enkel SC-SL3NA-BE) pagina 25 GROUP DEFINITION (Groepen defi niëren) Met deze knop schakelt u naar het scherm GROUP DEFINITION (Groepen defi niëren). pagina 11 BLOCK DEFINITION (Blokken defi ni- eren) Met deze knop schakelt u naar het scherm BLOCK DEFINITION (Blokken defi niëren). pagina 13 TIME&DATE SETTING (Tijd en datum instellen) Met deze knop schakelt u naar het scherm TIME & DATE SETTING (Datum en tijd instellen). pagina 11– 9 – Scherm All blocks (Alle blokken) Dit scherm wordt weergegeven als u in het MAIN MENU (Hoofdmenu) op ALL BLOCKS drukt. pagina 7 Met deze knop geeft u de namen en de status van alle blokken weer op de panelen. Blokken zonder instellingen en blokken zonder groepen worden niet weergegeven. Als u op een blokknop drukt, wordt het scherm GROUP (PANEL) (Groep (paneel)) weergegeven. pagina 15 Statusweergave voor elke groep De status van de groepen wordt aangegeven via de kleuren 1 tot en met 9. De groepen zijn gerangschikt op nummer, te beginnen met het laagste nummer (zie afbeelding rechts). De kleuren hebben de volgende betekenis. (Rood) Werkt (Groen) Gestopt (Geel) Storing (Blauw) Communicatiefout (Grijs) Geen groepen Weergave datum en tijd MENU Terug naar het MAIN MENU (Hoofdmenu). pagina 7 HELP Met deze knop opent u het Help-bestand. pagina 30

  • De instellingen kunnen ook worden aangebracht voor groepen die niet voor batchgewijze werking zijn ingesteld. pagina 11
  • Weergaven individuele blokken Naam blok Nummer blok Filterteken en onderhoudsindicator Wordt weergegeven als voor ten minste één groep fi lterreiniging of onderhoud nodig is. pagina 10 STOP ALL (Alles stoppen) Met deze knop stopt u de batchgewijze werking voor groepen. pagina 19 ALL GROUPS (Alle groepen) Met deze knop geeft u alle groepen weer. pagina 17 RUN ALL (Alles uitvoeren) Met deze knop start u de batchgewijze werking voor groepen. pagina 19

789– 10 – Auto- (AUTO) Positie 1 (STOP 1) Positie 2 (STOP 2) Positie 3 (STOP 3) Positie 4 (STOP 4) Pictogrammen (1) Pictogram voor de units De status van de unit wordt weergegeven aan de hand van kleuren. (Rood) In werking (als ten minste één unit in werking is) (Groen) Gestopt (als de werking van alle units is gestopt) (Geel) Storing van een of meer units. (Blauw) Communicatiefout (communicatiefout op een of meer units) (2) Filterteken Deze indicator licht op als het fi lter van ten minste één van de airconditioningunit in een blok of groep moet worden gereinigd. Als dit het geval is, reinigt u de fi lters. (3) Onderhoudsindicator Als de onderhoudsindicator voor een of meer airconditionerunits binnen een blok of groep brandt, wordt de onderhoudsindicator weergegeven. Als de onderhoudsindicatoren op alle units uit zijn, wordt de onder- houdsindicator niet meer weergegeven. Neem, indien deze indicator wordt weergegeven, contact op met de leverancier van de units. (Grijs) Inspectie, Inspection 1, Inspection 2 (Geel) Reservehandeling (Inspection 3) (4) Planning Hier worden de groepen weergegeven die in de planning van de huidige dag voorkomen. (5) Luchtuitstroom Hier wordt de positiestatus van de lamellen getoond. (6) Werkingsstand De werkingsstand van het apparaat wordt met symbolen aangegeven. Gestopt wegens fout (Een of meer apparaten zijn gestopt vanwege een storing.) Neem a.u.b. contact op met de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. Opdracht (Een extern signaal is binnengekomen bij de opdracht-aansluiting.

pagina 12) Het doelapparaat schakelt over naar de ventilatorstand en opdrachten via de afstandsbediening wor- den geblokkeerd. Wanneer het externe signaal verdwijnt, keert het apparaat terug in de instelstand. Noodstop (Een extern signaal is binnengekomen bij de opdracht-aansluiting.) Alle aangesloten apparaten stoppen en bedieningsopdrachten worden geblokkeerd. Wanneer het noodstopsignaal wordt opgeheven, wordt de vergrendel-/ontgrendelkeuze van de afstandsbediening hersteld, maar blijven de apparaten in de stopstand wachten. Als er schema’s zijn ingesteld, gaan de units volgens het ingestelde schema werken. Scherm Changeover Confi rmation (Wijziging bevestigen) Dit een scherm waarin wijzigingen aan verschillende instellin- gen bevestigd kunnen worden. De weergegeven tekst varieert al naargelang het opgeroepen scherm, maar de werking is in principe als volgt. Druk op Yes (Ja) als u de instellingen wilt opslaan en het scherm wilt verlaten. Druk op No (Nee) als u het scherm wilt verlaten zonder de in- stellingen op te slaan.– 11 – Handeling ATTENTIE Statische ontlading bij de unit kan leiden tot een storing. Raak ter voorkoming van schade door statische elektriciteit een geaard metalen object of opper- vlak aan, voordat u de unit bedient. Tijd en datum instellen

1. Druk op MENU en vervolgens op SYSTEM CONFIG. pagina 7

2. Druk op TIME&DATE SETTING (Tijd en datum instellen) in het scherm SYSTEM CONFIGURATION.

3. Druk op de knoppen voor Year, Month, Day en Time (respectievelijk Jaar, Maand, Dag en Tijd).

Voer de huidige tijd en datum in. pagina 26

4. Druk op SET (Instellen) en vervolgens op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

De opgegeven tijd en datum zijn ingesteld op 00 seconden. Als u de instellingen niet wilt opslaan, drukt u op No (Nee). Opmerking

Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het scherm SYSTEM CONFIGURATION (Systeemconfi guratie).

  • Bij stroomstoringen die minder dan 48 uur duren, hoeft u de tijd en datum niet opnieuw in te stellen. Groepen defi niëren

De te defi niëren groepen selecteren en de geregistreerde eenheden weergeven

3. Selecteer een groepsnaam.

Als u een groep wilt toevoegen, drukt u op een gebied met een lege groepsnaam. Druk op de naam van de groep als u de instellingen voor een geregistreerde groep wilt wijzigen. De geselecteerde groep wordt invers gemarkeerd. Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende).

[Initiëel scherm GROUP DEFINITION]Het eerste GROUP DEFINITION-scherm kan verschillen naargelang de verbindingsmethode. Voorbeeld van de vorige instelling 1 - 00 superlynk-nr. adres van unit(Voorbeeld van de nieuwe instelling) 005 Adres van een unitEén indoor unit is geregistreerd met één groep op het beginscherm.Wanneer u de indoor unit wil registreren bij an-dere groepen, verwijder de unit dan van de oude groep, verplaats de unit naar de lijst van ALL UNITS en registreer de unit bij de nieuwe groep.

1. Druk op SYSTEM CONFIG. (Systeemconfi guratie) in het

2. Druk op GROUP DEFINITION (Groepen defi niëren) in het

scherm SYSTEM CONFIGURATION. pagina 8 Het scherm GROUP DEFINITION (Groepen defi niëren) verschijnt.– 12 –

De in te stellen groepsnaam registreren en wijzigen

5. Druk op CHANGE (Wijzigen).

Vul de naam voor de groep in. pagina 26

Units toevoegen aan de groep of verwijderen uit de groep <Units toevoegen>

of druk direct op de naam van een unit en selecteer de unit in de lijst met alle units. Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende).

7. Druk op ADD (Toevoegen).

De geselecteerde unit wordt toegevoegd aan de lijst UNIT ENTRY (Unit invoeren) en verwijderd van de lijst ALL UNITS (Alle units). <Units verwijderen>

of druk direct op de naam van een unit en selecteer de unit in de lijst UNIT ENTRY (Units invoeren).

9. Druk op DEL (Verwijderen).

De geselecteerde unit wordt verwijderd uit de lijst UNIT ENTRY en verplaatst naar de lijst met alle units.

De representatieve unit en behoefte instellen

of druk direct op de naam van een unit en selecteer de unit in de lijst UNIT ENTRY (Units invoeren).

11. Druk op REP. (Representatief).

Die unit wordt als representatieve unit ingesteld en in het scherm wordt er links van de naam een sterretje geplaatst.

  • Representatieve unit: unit waarvan de status wordt weergegeven als de groep is weergegeven

12. Druk op DEMAND (Behoefte).

Die unit wordt ingesteld als werking op verzoek en in het scherm wordt er rechts van de naam een “D” geplaatst.

  • Demand: indien een unit omschakelt naar de ventilatormode, kan deze niet meer aangestuurd worden met de afstandsbediening wanneer er een externe vraag naar invoer is. Opmerking Via vraagbehoefte kan er in de zomer op stroomkosten worden bespaard door vermindering van het stroomverbruik. De bediening van de unit met een bepaalde vraag naar invoer wordt uitgevoerd conform het schema dat het dichtst bij het tijdstip van de dag ligt. In het geval dat het dagschema niet is ingesteld, wordt de unit in de operationele mode geschakeld die net ervoor actief was en de instelling die de afstand- bediening ervoor niet toeliet.

Batchgewijze werking voor de groep instellen en instelling ongedaan maken

13. Druk op VALID (Geldig) of INVALID (Ongeldig).

  • VALID (Geldig): groep ingesteld voor batchgewijze werking
  • INVALID (Ongeldig): groep niet ingesteld voor batchgewijze werking

14. Druk op SET. Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

De groepsinstellingen worden opgeslagen. Als u de instellingen niet wilt opslaan, drukt u op No (Nee). Opmerking

  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het vorige scherm.
  • Er kunnen 1 tot 16 eenheden in een groep worden geregistreerd.

Wanneer u alle groepsdefi nities wilt wissen, drukt u op de DELETE ALL DEF. toets en voert u uw wacht- woord (*) in. Druk vervolgens op de Ja knop in het bevestigingsscherm. Opgelet Alle tijdschema-instellingen worden hierbij ook gewist. (*) Zie pagina 6.

4. Druk op DETAIL (Details).

Het scherm GROUP DEFINITION DETAILS (Groepsdefi nitiedetails) verschijnt.– 13 –

Blokken defi niëren Opmerking De groep van tevoren registreren. pagina 11

De te defi niëren blokken selecteren en de geregistreerde groepen weergeven

1. Druk op SYSTEM CONFIG. (Systeemconfi guratie) in het hoofdmenu.

2. Druk op BLOCK DEFINITION (Blokken defi niëren) in het scherm SYSTEM CONFIGURATION.

pagina 8 Het scherm BLOCK DEFINITION (Blokken defi niëren) verschijnt.

3. Selecteer de naam van een blok.

Als u een blok wilt toevoegen, drukt u op een gebied met een leeg blok. Druk op de naam van het blok als u de instellingen voor een geregistreerd blok wilt wijzigen. Het geselecteerde blok wordt invers gemarkeerd. Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende).

4. Druk op DETAIL (Details).

Het scherm BLOCK DEFINITION DETAILS (Blokdefi nitiedetails) verschijnt.

De in te stellen bloknaam registreren en wijzigen

5. Druk op CHANGE (Wijzigen).

Vul de naam voor de groep in. pagina 26 [Initiëel scherm BLOCK DEFINITION] Bij het definiëren van een nieuw blok zijn de namen van de blokken en de ge- registreerde groepen leeg. [Initiëel scherm BLOCK DEFINITION DETAILS] Bij het definiëren van een nieuw blok zijn de namen van de blokken en het groepsinvoergebied leeg.

In een blok geregistreerde groepen toevoegen of verwijderen <Groepen toevoegen>

of druk direct op de naam van een groep om de groep te selecteren in de lijst ALL GROUPS (Alle groepen). Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende).

7. Druk op ADD (Toevoegen).

De geselecteerde groep wordt toegevoegd aan de lijst Group Entry en verwijderd van de lijst met ALL GROUPS (Alle groepen). <Groepen verwijderen>

of druk direct op de naam van de groep om de groep te selecteren in de lijst GROUP ENTRY (Groepen invoeren).

9. Druk op DEL (Verwijderen).

De geselecteerde groep wordt verwijderd uit de lijst GROUP ENTRY (Groepen invoeren) en verplaatst naar de lijst ALL GROUPS (Alle groepen).

De registraties en wijzigingen opslaan

10. Druk op SET. Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

De blokinstellingen worden opgeslagen. Als u de instellingen niet wilt opslaan, drukt u op No (Nee). Opmerking

  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het vorige scherm.
  • In een blok kunnen 1 tot en met 9 groepen worden geregistreerd. Daarnaast geldt een maximum van 16 blokken.
  • Als niet-aangesloten binnenunits bij groepen geregistreerd zijn, wordt “Communication Error” (Communi- catiefout) weergegeven. Dit kan gevolgen hebben voor de communicatie binnen het gehele systeem en leiden tot een onbedoelde werking. Zorg ervoor dat u binnenunits die niet aangesloten zijn, bij groepen registreert.
  • Bij het voor het eerst instellen van GROUP DEFINITION (GROEPEN DEFINIËREN) wordt elke binnen- unit bij elke vooraf gedefi nieerde groep geregistreerd. Als niet-aangesloten binnenunits echter in de groe- pen worden opgenomen, dan moeten deze een voor een uit de groepen worden verwijderd. Het is dan ook relatief eenvoudiger om, wanneer u nieuwe groepen defi nieert, alle vooraf gedefi nieerde groepen in een keer te verwijderen met “DELETE ALL DEF.” (ALLE VOORAF GEDEF. VERWIJDEREN) en alleen de aangesloten binnenunits opnieuw bij de groepen te registreren, dan vooraf gedefi nieerde groepen apart te wijzigen. Hierdoor voorkomt u ook dat “Communication Error” (Communicatiefout) wordt weergegeven.– 15 –
  • Zie Pictogrammen voor de betekenis van de getoonde pictogrammen. Pagina 10
  • De werkingsstatus, besturingsmodus, ingestelde temperatuur en kamertemperatuur worden weergege- ven voor de betreffende unit. Als alle units zijn gestopt, verschijnt STOPPED (Gestopt).
  • Voor groepen met planningsinstellingen voor de huidige dag wordt weergegeven.

betekent dat deze pictogrammen branden op een of meer units.

  • Als u op GROUP LIST drukt, wordt het scherm GROUP (LIST) (Lijst met groepen) weergegeven. Pagina 17
  • Druk op UNIT LIST (Lijst met units) als u de units in een groep wilt weergeven. Pagina 24 <Groepen in werking stellen en de werking voor elke groep stoppen>

3. Druk op het paneel voor de groep waarvoor u de instellingen wilt aanbrengen.

De rand van het paneel kleurt blauw.

4. Units in werking stellen Druk op RUN (Uitvoeren) en vervolgens op Yes (Ja) in het bevestigings-

scherm. De geselecteerde groep wordt gestart. De werking van de units stoppen Druk op STOP (Stoppen) en vervolgens op Yes (Ja) in het be- vestigingsscherm. De werking van de geselecteerde groep stopt. Als u de instellingen niet wilt bewaren, drukt u op No (Nee). <Instellingen en wijzigingen per groep aanbrengen>

3. Druk op het paneel voor de groep waarvoor u de instellingen of wijzigingen wilt aanbrengen.

De rand van het paneel kleurt blauw.

4. Druk op CHANGE (Wijzigen).

Het scherm voor de basisgroepsinstellingen verschijnt. Als het scherm verandert, zijn er geen items gese- lecteerd (de temperatuurinstelling is nog leeg). Stel alleen de items in die u wilt instellen of wijzigen. [Scherm GROUP(PANEL) (GROEP(PANEEL))] Werkinstellingen groep (Groepsstatus bewaken)

1. Druk op ALL BLOCKS (Alle blokken) in het hoofdmenu. Pagina 7

2. Druk op het blok dat u wilt instellen of bekijken.

Het scherm GROUP (PANEL) (Groep (paneel)) verschijnt. U ziet de naam van de groep, de status, het fi lterteken, het onderhoud, de planning, de temperatuurinstellin- gen en de kamertemperatuur.– 16 –

5. Druk op de knop voor het item dat u wilt instellen of veranderen.

  • Run/Stop: Druk op RUN (Uitvoeren) of STOP (Stoppen). Met RUN start u de werking, met STOP stopt u de werking.
  • Temperatuurinstelling: druk op

Stel een temperatuur tussen de 18°C en 30°C in.

  • Mode (modus): u hebt de keuze tussen Auto, Cool, Dry, Fan of Heat (Automatisch, koe- len, ontvochtigen, ventileren en verwarmen).

De “Auto Mode” volautomatische stand kan worden ingeschakeld via de functie-instellingen. Pagina 27

  • Ventilatorsnelheid: u hebt de keuze tussen , , of . Druk op de knop om de snelheid in te stellen. kan worden ingeschakeld via de functie-instellingen.
  • Luchtuitstroom: selecteer Auto, stop 1, stop 2, stop 3 of stop 4.

6. Druk op SET. Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

Als u de instellingen of wijzigingen niet wilt aanbrengen, drukt u op No (Nee).

Instellingen/wijzigingen in het scherm met gedetailleerde groepsinstellingen. In dit scherm kunt u handelingen via instellingen op de afstandsbediening verbieden en fi lters opnieuw instellen. Druk op DETAIL SET (Details instellen) in het scherm Group Settings (Basic). Boven Het scherm Group Defi nition (Details) (Groepsdefi nitiedetails) verschijnt. [Scherm GROUP SETTINGS (BASIC)] [Scherm GROUP SETTINGS (DETAILS)]

5. Druk op de knop voor het item dat u wilt instellen of veranderen.

  • Run/stop, temperatuur instellen en modus zijn gelijk aan het scherm Basic Group Settings.
  • LOCK (VERGRENDELEN): Druk op of . Als u op drukt, zijn handelingen vanaf de afstandsbediening toege- staan. Als u op drukt, zijn deze niet toegestaan.
  • FILTER: als u op Reset drukt, wordt het fi ltersignaal uitgeschakeld.

6. Druk op SET. Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

Als u de instellingen niet wilt bewaren op wijzigen, drukt u op No (Nee). Opmerking

  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het vorige scherm.
  • Als de afzonderlijke units zijn vergrendeld/ontgrendeld onder Function Setting, kunt u handelingen met de afstandsbediening toestaan of verbieden voor elk item; run/stop, modus en temperatuur instellen.
  • Als de individuele units zijn vergrendeld/ontgrendeld onder Function Setting zijn handelingen vanaf de afstandsbediening niet toegestaan als run/stop, modus en temperatuur instellen allemaal op staan. (bepaalde functies, zoals fi ltersignaal opnieuw instellen, zijn toegestaan). [Ingeschakelde vergrendel- of ontgren- delinstellingen voor afzonderlijke units onder Function Settings] Deze functie geldt voor airconditionerunits (bin- nenunits) KXE4 en latere uitvoeringen en op af- standsbedieningen RC-E1 en latere uitvoeringen.

[Auto-knop geactiveerd via de functie-instellingen] Deze functie kan worden toegepast op de buiten- apparaten, te weten de koeling/verwarming vrije multi-units van de KXR, GHP-R serie of recenter en de PAC. De unit werkt op de maximum ventilatorsnelheid.– 17 –

Via de onderstaande methode kunt u ook instellingen en wijzigingen aan de groepshandelingen aanbrengen. Instellingen of wijzigingen aanbrengen in het scherm GROUP (LIST) (Groep (lijst)).

1. Druk op GROUP LIST (Lijst met groepen) in het scherm GROUP (PANEL) (Groep (paneel)).

Pagina 15 Het scherm GROUP (LIST) (Groep (lijst)) verschijnt. [Scherm GROUP(LIST) (GROEP(LIJST))]

2. Druk op de naam van de groep waarvoor u de instellingen of wijzigingen wilt aanbrengen.

De naam van de groep wordt invers gemarkeerd. Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende).

3. Druk op CHANGE (Wijzigen).

Het scherm voor de basisgroepsinstellingen verschijnt. Breng de instellingen of wijzigen aan. Pagina 16 Opmerking

  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het vorige scherm.
  • Run wordt weergegeven als ten minste één unit in werking is. Storingen worden weergegeven als ten minste één unit niet goed werkt. Stop wordt weergegeven als alle units zijn gestopt. Het pictogram wordt weergegeven als ten minste één unit moet worden gereinigd. Het pictogram wordt weergegeven als ten minste één unit toe is aan een onderhoudsbeurt. Werkingsmodus, ingestelde temperatuur, kamertemperatuur, ventilatorsnelheid en luchtrichting tonen de status van de betreffende unit.
  • Units die worden omgeven door oranje kaders zijn units waarvoor handelingen vanaf de afstandsbedie- ning niet zijn toegestaan onder de groepsinstellingen.
  • Als u op GROUP PANEL drukt, wordt het scherm GROUP (PANEL) (Groep (paneel)) weergegeven. Pagina 15 Instellingen of wijzigingen aanbrengen in de ALL GROUPS-weergave (Alle groepen)

1. Druk op ALL GROUPS (Alle groepen) in het hoofdmenu.

2. Druk op de naam van de groep die u wilt instellen of veranderen.

De naam van de groep wordt invers gemarkeerd. Als het scherm verandert, wordt de eerder gekozen groepsnaam geselecteerd. Als u van pagina wilt verande- ren, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende). [Scherm ALL GROUPS (Alle groepen)]

3. Druk op CHANGE (Wijzigen).

Het scherm voor de basisgroepsinstellingen verschijnt. Breng de instellingen of wijzigen aan. Pagina 16 Opmerking

  • Druk op UNIT LIST (Lijst met units) als u de units in een groep wilt weergeven. Pagina 24
  • Druk op ALL BLOCKS (Alle blokken) als u alle blokkken wilt weergeven. Pagina 9
  • Units die worden omgeven door oranje kaders zijn units waarvoor handelingen vanaf de afstandsbedie- ning niet zijn toegestaan onder de groepsinstellingen.
  • Als u op MENU drukt, worden het hoofdmenu weergegeven. Pagina 7

<Meerdere groepen in werking stellen en stoppen>

3. Druk op de panelen voor de groepen waarvoor u instellingen wilt maken (u kunt meerdere groepen

selecteren). De rand van het paneel kleurt blauw. Wanneer u de instelling wilt annuleren, drukt u nogmaals op het paneel van de groep.

4. Units in werking stellen

Druk op RUN (Uitvoeren) en vervolgens op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm. De geselecteerde groep wordt gestart. De werking van de units stoppen Druk op STOP (Stoppen) en vervolgens op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm. De werking van de geselecteerde groep stopt. Als u de instellingen niet wilt bewaren, drukt u op No (Nee). <Maken van instellingen of wijzigingen voor meerdere groepen >

3. Druk op de panelen voor de groepen waarvoor u instellingen of wijzigingen wilt maken (u kunt

meerdere groepen selecteren). De rand van het paneel kleurt blauw. Wanneer u de instelling wilt annuleren, drukt u nogmaals op het paneel van de groep.

4. Druk op CHANGE (Wijzigen).

Het scherm voor het veranderen van groepen verschijnt. Als het scherm verandert, zijn er geen items ge- selecteerd (de temperatuurinstelling is nog leeg). Stel alleen de items in die u wilt instellen of wijzigen. [Scherm GROUP(PANEL) (GROEP(PANEEL))] Werkinstellingen voor meerdere groepen Dit hoofdstuk geeft aan hoe u meerdere groepen bedient binnen hetzelfde blok.

1. Druk op ALL BLOCKS (Alle blokken) in het hoofdmenu.

2. Druk op het blok dat u wilt instellen.

Het scherm GROUP (PANEL) (Groep (paneel)) verschijnt. [Ingeschakelde vergrendel- of ontgrendelinstellingen voor afzonderlijke units onder Function Settings] Deze functie geldt voor airconditionerunits (binnen- units) KXE4 en latere uitvoeringen en op afstands- bedieningen RC-E1 en latere uitvoeringen.

5. Druk op de knop voor het item dat u wilt instellen of veranderen.

  • Run/Stop: Druk op RUN (Uitvoeren) of STOP (Stoppen). Met de knop RUN start u de werking, met STOP stopt u de werking.
  • Temperatuurinstelling: Druk op

Stel een temperatuur tussen de 18°C en 30°C in.

De “Auto Mode” volautomatische stand kan worden ingeschakeld via de functie-instellingen. Pagina 27

  • LOCK (VERGRENDELEN): Druk op of . Als u op drukt, zijn handelingen vanaf de afstandsbediening toegestaan. Als u op drukt, zijn deze niet toegestaan.
  • Ventilatorsnelheid: u hebt de keuze tussen , , of . Druk op de knop om de snelheid in te stellen. kan worden ingeschakeld via de functie-instellingen.
  • Luchtuitstroom: selecteer Auto, stop 1, stop 2, stop 3 of stop 4.
  • FILTER: als u op Reset drukt, wordt het fi ltersignaal uitgeschakeld.

6. Druk op SET. Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

Als u de instellingen niet wilt bewaren op wijzigen, drukt u op No (Nee). Opmerking

  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het vorige scherm.
  • Als de afzonderlijke units zijn vergrendeld/ontgrendeld onder Function Setting, kunt u handelingen met de afstandsbediening toestaan of verbieden voor elk item; run/stop, modus en temperatuur instellen.
  • Als de individuele units zijn vergrendeld/ontgrendeld onder Function Setting zijn handelingen vanaf de afstandsbediening niet toegestaan als run/stop, modus en temperatuur instellen allemaal op staan. (bepaalde functies, zoals fi ltersignaal opnieuw instellen, zijn toegestaan). Groepsgewijze werking In deze paragraaf wordt beschreven hoe u de details van Batchgewijze werking instelt of wijzigt. Stel de groepen voor batchgewijze werking of batchgewijs stoppen van te voren in. Pagina 11

1. Druk op CHANGE ALL (Alles wijzigen) in het hoofdmenu.

Pagina 7 Het scherm CHANGE ALL (Alles wijzigen) verschijnt. [Ingeschakelde vergrendel- of ontgrendelinstellingen voor afzonderlijke units onder Function Settings] Opmerking Als het scherm verandert, zijn er geen items geselecteerd (de temperatuurinstelling is nog leeg). Stel al- leen de items in die u wilt instellen of wijzigen. Deze functie geldt voor airconditionerunits (binnen- units) KXE4 en latere uitvoeringen en op afstands- bedieningen RC-E1 en latere uitvoeringen.

De unit werkt op de maximum ventilatorsnelheid.– 20 – Schema’s instellen Werkingsinstellingen kunnen in groepsunits worden ingesteld. Er kunnen zestien schema’s per dag worden ge- registreerd voor de werkingstijd (in minuten), run/stop, modus, het verbieden van handelingen vanaf de afstands- bediening en temperatuursinstelling. Stel de details van het dagelijkse schema (weekday, holiday, special 1, special 2 oftewel werkdag, feestdag, spe- ciaal 1, speciaal 2) van te voren in. Pagina 21

1. Druk op SCHEDULE SETTING (Schema’s instellen) in het hoofdmenu.

Pagina 7 Het scherm SCHEDULE SETTING verschijnt.

Het schema van de huidige dag instellen. Het werkingsschema voor de huidige dag is voor elke groep ingesteld.

2. Druk op de knop voor het item dat u wilt instellen of veranderen.

  • Run/Stop: Druk op RUN (Uitvoeren) of STOP (Stoppen). Met de knop RUN start u de werking, met STOP stopt u de werking.
  • Temperatuurinstelling: Druk op

Stel een temperatuur tussen de 18°C en 30°C in.

De “Auto Mode” volautomatische stand kan worden ingeschakeld via de functie-instellingen. Pagina 27

  • LOCK (VERGRENDELEN): Druk op of . Als u op drukt, zijn handelingen vanaf de afstandsbediening toegestaan. Als u op drukt, zijn deze niet toegestaan.
  • Ventilatorsnelheid: u hebt de keuze tussen , , of . Druk op de knop om de snelheid in te stellen. kan worden ingeschakeld via de functie-instellingen.
  • Luchtuitstroom: selecteer Auto, stop 1, stop 2, stop 3 of stop 4.
  • FILTER: als u op Reset drukt, wordt het fi ltersignaal uitgeschakeld.

3. Druk op SET. Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

Als u de instellingen niet wilt bewaren op wijzigen, drukt u op No (Nee). Opmerking

  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het vorige scherm.
  • Als de afzonderlijke units zijn vergrendeld/ontgrendeld onder Function Setting, kunt u handelingen met de afstandsbediening toestaan of verbieden voor elk item; run/stop, modus en temperatuur instellen.
  • Als de individuele units zijn vergrendeld/ontgrendeld onder Function Setting zijn handelingen vanaf de afstandsbediening niet toegestaan als run/stop, modus en temperatuur instellen allemaal op staan. (bepaalde functies, zoals fi ltersignaal opnieuw instellen, zijn toegestaan). De unit werkt op de maximum ventilatorsnelheid.– 21 –

3. Druk op de naam van de groep.

Selecteer de groep in het scherm Select Group (Groep selecteren). Pagina 22 <Alleen schema voor de huidige dag instellen>

4. Druk op het item in de lijst dat u wilt veranderen.

Als de knoppen “Time” (Tijd), “Lock” (Vergrendelen) of “Temperature setting” (Temperatuur instellen) wor- den ingedrukt, wordt een scherm met detailinstellingen voor elk item weergegeven. Pagina 22, 23 Wijzig de instellingen onder “RUN/STOP” of “MODE” door op het betreffende item te drukken. Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende). <Weergegeven schema voor de huidige dag herschrijven naar gedetailleerd dagelijks schema>

4. Selecteer de WEEKDAY, HOLIDAY, SPECIAL 1 of SPECIAL 2 en druk op de betreffende knop.

Opmerking Stel het schema voor het gedetailleerde dagelijkse schema van te voren in. Hieronder (Een gedetailleerd dagelijks schema instellen)

5. Druk op SET. Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

Nadat u op CLEAR (Wissen) hebt gedrukt, worden de selecties gewist. Opmerking

  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het scherm SCHEDULE SETTING.
  • Druk op COPY (Kopiëren) als u het schema tussen groepen wilt kopiëren. Pagina 23

Het jaarschema instellen. Per groep wordt een jaarlijks werkingsschema ingesteld. (Het jaarschema wordt het volgende jaar niet ge- bruikt en moet een keer per jaar worden ingesteld.)

2. Druk op YEARLY SCHEDULE (Jaarschema) in het scherm SCHEDULE SETTING.

3. Druk op de naam van de groep.

Selecteer de groep in het scherm Select Group (Groep selecteren). Pagina 22

4. Selecteer het gedetailleerde dagelijkse schema, zoals WEEKDAY, HOLIDAY, SPECIAL 1 of SPECIAL

2 of NO OPERATION (werkdag, feestdag, speciaal 1, speciaal 2, geen werking) en druk op de betref- fende knop. Opmerking Stel het gedetailleerde dagelijkse schema van te voren in. Hieronder (Een gedetailleerd dagelijks schema instellen)

5. Druk op de datum (er kunnen verschillende data worden geselecteerd)

Het gedetailleerde dagelijkse schema dat u kiest, geldt voor die dag. De huidige dag en de data die zijn verstre- ken, kunt u echter niet selecteren. Druk op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende) om de maand te wijzigen. Opmerking Als u op DEFAULT (Standaard) drukt, worden zaterdag en zondag als feestdagen ingesteld en de andere dagen als werkdagen.

6. Druk op SET. Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

Als u de instellingen niet wilt opslaan, drukt u op No (Nee).

  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het scherm SCHEDULE SETTING.
  • Als u op COPY (Kopiëren) drukt, verschijnt het scherm Copy Schedule (Schema kopiëren) voor het kopiëren tussen groepen. Pagina 23

Een gedetailleerd dagelijks schema instellen Het gedetailleerde dagelijkse schema wordt per groep ingesteld. Het schema bevat werkdagen, feestdagen, speciaal 1 en speciaal 2. De dagen kunnen per groep worden ingesteld.

2. Druk op DETAILED DAILY SCHEDULE (Gedetailleerd dagelijks schema) in het scherm SCHEDULE SET-

TING (Schema’s instellen).

3. Druk op de naam van de groep.

Selecteer de groep in het scherm Group Select (Groep selecteren). Hieronder (Diverse schermen)

4. Selecteer het gedetailleerde dagelijkse schema, zoals WEEKDAY, HOLIDAY, SPECIAL 1 of SPECIAL 2

(werkdag, feestdag, speciaal 1, speciaal 2) en druk op de betreffende knop.

5. Druk op het item in de lijst dat u wilt veranderen.

Als de knoppen “Time” (Tijd), “Lock” (Vergrendelen) of “Temperature setting” (Temperatuur instellen) worden ingedrukt, wordt een scherm met detailinstellingen voor elk item weergegeven. Pagina 22, 23 Wijzig de instellingen onder “RUN/STOP” of “MODE” door op het betreffende item te drukken. Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende).

6. Druk op SET. Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

Nadat u op CLEAR (Wissen) hebt gedrukt, worden de selecties gewist. Opmerking

  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het scherm SCHEDULE SETTING.
  • Druk op COPY (Kopiëren) als u het schema tussen groepen wilt kopiëren. Pagina 23

1. Druk op de naam van de groep die u wilt selecteren.

De naam van de geselecteerde groep wordt invers gemarkeerd. Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende).

De geselecteerde groep kan worden ingesteld. Als u de instellingen niet wilt maken, drukt u op CANCEL(Annuleren). U keert terug naar het vorige scherm.

wijzigt u de uren en minuten (24-uurs klok).

De tijd wordt veranderd en het scherm gesloten. Druk op CANCEL (Annuleren) om de wijziging te annuleren. Druk op CLEAR (Wissen) om de momenteel ingevoerde waarden te wissen en het veld leeg te maken.– 23 – [Scherm Remote Controller Lock/Unlock (Afstandsbediening vergrendelen/ontgren-delen)]Hier staat u de bediening via de afstands-bediening toe of verbiedt u deze.[Ingeschakelde vergrendel- of ontgren-delinstellingen voor afzonderlijke units onder Function Settings]

1. Druk op de knop voor de items waarvoor u handelingen vanaf de afstandsbediening wilt verbieden

(er kunnen meerdere items worden geselecteerd).

Het verbod voor het item wordt ingesteld en het scherm gesloten. Druk op CANCEL (Annuleren) om de wijziging te annuleren. Nadat u op CLEAR (Wissen) hebt gedrukt, wordt de selectie van het gekozen item opgeheven. [Scherm Schedule Temperature Setting]

wijzigt u de temperatuur. (18 – 30°C)

De temperatuur wordt gewijzigd en het scherm gesloten. Druk op CANCEL (Annuleren) om de wijziging te annuleren. Druk op CLEAR (Wissen) om de momenteel ingevoerde waarden te wissen en het veld leeg te maken.

[Scherm Copy Schedule]Selecteer de groepen waarop het gekozen schema van toepassing is.

1. Druk op de naam van de groep die u wilt selecteren (er kunnen verschillende groepen worden gese-

lecteerd). Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige), op NEXT (Volgende) of op

Om alle groepen te selecteren, drukt u op de ALL GROUPS toets. Als u de selectie van alle groepen onge- daan wilt maken, drukt u nogmaals op de ALL GROUPS toets.

2. Druk op COPY (Kopiëren). Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

Het schema van de groep die u op het scherm kiest, wordt gekopieerd naar de groepen die u hebt aangevinkt in de lijst. Als u de instellingen niet wilt kiezen, drukt u op No (Nee). Opmerking

  • De instellingen worden geannuleerd als u tweemaal op de geselecteerde groep drukt.
  • Als u op CANCEL (Annuleren) drukt, keert u terug naar het vorige scherm.– 24 – Gedetailleerde unit-infomatie weergeven U kunt de unit-nummers en de status van elke groep bekijken.

1. Druk op UNIT LIST (Lijst met units) in het scherm ALL GROUPS (

pagina 17) of als u al op UNIT LIST hebt gedrukt, in het scherm GROUP (PANEL) of GROUP (LIST) ( pagina 15, 17). De units in de groepen worden weergegeven. Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende). [Scherm UNIT INFORMATION]

2. Druk op het unitnummer voor meer informatie. Nadat dit invers is gemarkeerd, drukt u op UNIT

INFO (Unitinformatie). De informatie voor de opgegeven unit wordt weergegeven. Opmerking

  • Alleen op dit scherm kunnen de details van het onderhoudsscherm worden bekeken. Op de andere schermen staat alleen een kleurclassifi catie van Inspection 1, 2 (inspecties 1 en 2) plus de back-up.
  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het vorige scherm.

UNIT Nr. systeemweergave kan verschillen per confi guratie. (Hetzelfde als elk ander scherm) Weergave van het systeem wordt gewijzigd naargelang de communicatiemethode (Pagina 27 Instellingen voor functies, SL Mode). Vorige SL) [3-04] Nieuw SL) [005] Super Link nr; unit adres unit adres

1. Druk op UNIT DEFINITION (Unit defi niëren) in het scherm SYSTEM CONFIGURATION.

Pagina 8 Het scherm UNIT DEFINITION (Unit defi niëren) verschijnt.

2. Druk op het item in de lijst dat u wilt instellen of veranderen.

Telkens als u op “TYPE” drukt, verandert het unittype. MULTI1 : berekening volgens hoeveelheid koelmiddelstroom. Wordt gebruikt op de KX-serie en GHP. MULTI2 : thermo ON/OFF berekening. Wordt gebruikt op de KX-serie en GHP. RUN/STOP : berekening volgens de werkingstijd van de unit. Wordt gebruikt voor KX-serie, PAC en GHP. Als u op “CAPACITY” (Capaciteit) drukt, kunt u dit veranderen. (0 – 200 [kW]). Pagina 26 Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende). Opmerking

Kies hetzelfde onderdeel van hetzelfde systeem voor de wattmeter of de gasmeter.

Wanneer u kiest voor MULTI1 of MULTI2, zullen de ventilator-eenheden niet meer volgens de berekening zijn. Om de ventilator-eenheden dan opnieuw te berekenen, selecteert u RUN/STOP.

Het energieverbruik in de wachtstand zoals bijvoorbeeld ’s nachts wordt niet meegeteld in de berekening en komt niet overeen met de waarde voor de wattmeter of de gasmeter. Het best kunt u de berekening corrigeren via een werkbladprogramma.

3. Druk op SET. Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

Als u de instellingen niet wilt opslaan, drukt u op No (Nee). Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het scherm SYSTEM CONFIGURATION.

Berekeningsperiode instellen U kunt een dag indelen in twee berekeningsperioden. Het is niet nodig de periode in twee te verdelen, u kunt de tijd instellen van 0:00 tot 24:00.

1. Druk op ACCOUNTING PERIOD (Boekingsperiode) in het scherm SYSTEM CONFIGURATION (Sy-

steemconfi guratie). Pagina 8

2. Druk op de knoppen voor de uren of de minuten om de begintijd of de eindtijd in te stellen.

Voer de tijd in. Pagina 26

3. Druk op SET. Druk op Yes (Ja) in het bevestigingsscherm.

Als u de instellingen niet wilt kiezen, drukt u op No (Nee). Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het scherm SYSTEM CONFIGURATION. Opgelet Het energieverbruik wordt door deze unit niet volgens OIML berekend, en de resultaten van de berekeningen kunnen niet worden gegarandeerd. Deze unit berekent alleen de distributie van het energieverbruik (gas, elektriciteit). De airconditioningkosten zult u zelf moeten berekenen. De berekeningsgegevens voor de huidige maand en de voorgaande twee maanden worden opgeslagen. Zie pagina 28 (Gebruik van USB-geheugen) voor het uitwerken van de berekeningsgegevens.

3– 26 – Handige functies Cijfers en tekens invoeren

1. Druk op de knop voor de numerieke waarde die u wilt invoeren.

BS : backspace (een cijfer verwijderen). CLEAR : de invoer wissen (alle cijfers verwijderen).

Het cijfer wordt veranderd en het scherm gesloten. Druk op CANCEL (Annuleren) om de wijziging te annu- leren.

1. Selecteer een letter en druk op de knop.

2. Vul de naam van de groep in.

Wanneer ABC of abc wordt geselecteerd, worden meerdere letters aan elke knop toegewezen. Daarnaast wijzigt elke keer wanneer de knop wordt ingedrukt het teken. Knop ABC : hoofdletters invoeren. Knop abc : kleine letters invoeren. Knop 123 : getallen invoeren. BS : backspace (een teken verwijderen). SPC : een spatie invoeren. <> : de cursor een positie naar links of naar rechts verschuiven.

De naam wordt veranderd en het scherm gesloten. Druk op CANCEL (Annuleren) om de wijziging te annu- leren.

  • De namen van het blok of de groep mogen mag maximaal 16 tekens lang zijn.

3– 27 – Functies instellen De timeout voor het uitschakelen van de achtergrondverlichting, het al dan niet geldig zijn van de automatische mo- dus en het vergrendelen en ontgrendelen van de afzonderlijke functies op de afstandsbediening wordt ingesteld. Voer de volgende stappen uit voor het wijzigen van de functie-instellingen.

1. Druk op FUNCTION SETTING (Functies instellen) in het hoofdmenu. Pagina 7

Selecteer de timeout-tijd voor de achtergrondverlichting met behulp van

. (Fabrieksinstelling: 10) U kunt de tijd instellen van de laatste handeling op het aanraakscherm tot de UIT-tijd van de achtergrond- verlichting van de monitor.

3. Selecteer de helderheid met behulp van

. (Fabrieksinstelling: 7) U kunt de helderheid van de achtergrondverlichting voor de monitor selecteren.

4. “Language” (Taal) wijzigen. Als u op deze knop drukt, kunt u de door u gewenste taal selecteren.

Neem contact op met de winkel waar u de unit aangeschaft hebt.

5. “SL-Mode” (SL-modus) wijzigen. Gebruik het om het communicatiesysteem in te stellen (Fabrieks-

instelling : New (Nieuw)). Het is in de meeste gevallen niet nodig om dit te wijzigen. Als de instelling niet correct is, kan dit voor communicatieproblemen zorgen met enkele of alle airconditioners. Contacteer alstublieft de winkel waar u de unit heeft aangekocht.

6. Druk op de Change (Wijzigen) knop.

U kunt nu de map kiezen van waaruit u de berekende gegevens wilt overbrengen naar het USB-geheugen. (enkel SC-SL3NA-BE)

7. Druk onder Auto mode op “Valid” (Geldig) of “Invalid” (Ongeldig). (Fabrieksinstelling: Invalid (Ongeldig))

Hiermee schakelt u de knop AUTO in of uit op de schermen GROUP SETTINGS (Groepsinstellingen) en CHANGE All (Alles wijzigen). Als u de Auto-modus instelt op INVALID, wordt de knop AUTO niet weergegeven op het scherm. Deze functie kan worden toegepast op de buitenapparaten, te weten de koeling/verwarming vrije multi- units van de KXR, GHP-R serie of recenter en de PAC. Voor andere dan de bovengenoemde buitenapparaten, kunt u de “Auto Mode” volautomatische stand beter niet gebruiken. Neem alstublieft contact op met de winkel waar u het apparaat hebt gekocht.

8. Druk op “Valid” (Geldig) of “Invalid” (Ongeldig) voor de modus voor krachtig ventilatorgebruik.

(Fabrieksinstelling: Invalid (Ongeldig)) Hiermee schakelt u de knop in of uit op de schermen GROUP SETTINGS (GROEPSINSTELLINGEN) en CHANGE All (ALLES WIJZIGEN). Als u de modus voor krachtig ventilatorgebruik instelt op Invalid (Ongeldig), wordt de knop op het scherm weergegeven. Neem contact op met de winkel waar u de unit aangeschaft hebt.

9. Selecteer “Closed” (Gesloten) of “Open” (Open) voor Malfunction Output (Normal) (Normale sto-

ringsuitgangssignaal). (Fabrieksinstelling: Closed (Gesloten)) Selecteer Closed (Gesloten) of Open (Open) voor het storingsuitgangssignaal tijdens de normale werking van de airconditioningunit. Neem voor meer informatie contact op met de servicemedewerker of installateur.

10. Als u één airconditioner met meerdere centrale consoles bedient en de vergrendelinstellingen van

de centrale consoles op de airconditioner instelt, dan is het mogelijk dat de airconditioner niet via de afstandsbediening bediend kan worden. Zorg er in dit geval voor dat u alleen op de centrale console en niet op de hulpconsoles de vergrendeling/ontgrendeling instelt. (Fabrieksinstelling: Valid) Bijvoegsel, wijzig deze instelling naar “valid” wanneer de externe verbindingen zoals de noodstop verbon- den zijn met de centrale bediening. Contacteer alstublieft de winkel waar u de unit heeft aangekocht.

Druk voor de Individual Lock/Unlock op “Valid” (Geldig) of “Invalid” (Ongeldig). (Fabrieksinstelling: Invalid (Ongeldig)) Hiermee kunt u toestaan of verhinderen dat de afzonderlijke units worden gestart/gestopt of de modus en temperatuur via de afstandsbediening worden ingesteld. Opmerking Deze functie geldt voor airconditionerunits (binnenunits) KXE4 en latere uitvoeringen en op afstandsbe- dieningen RC-E1 en latere uitvoeringen.

Druk voor de Remote Controller’s Timer op “Unlock” (Ontgrendelen) of “Lock” (Vergrendelen). (Fabrieksinstelling: Unlock (Ontgrendelen)) Hiermee staat u timerhandelingen vanaf de afstandsbediening toe voor alle airconditioners die in een groep zijn gedefi nieerd of verbiedt u deze.

Druk op CANCEL (Annuleren) om de wijziging te annuleren. Opmerking Stel de timout-tijd voor achtergrondverlichting zo kort mogelijk in. Daardoor gaat de LCD langer mee. [Scherm Import/Export]

Correcties voor stroomstoringen Gegevens die tijdens stroomstoring bewaard blijven

  • Systeemconfi guratie gedefi nieerd op pagina 8.
  • Schema-instellingen gemaakt op pagina 20
  • Functie-instellingen gemaakt op pagina 27
  • Berekend stroomverbruik tot stroomstoring (alleen SC-SL3NA-BE) Gegevens die tijdens stroomstoring niet bewaard blijven
  • Werkingsmodi en vooraf ingestelde status van elke binnenunit van voor de stroomstoring (inclusief werkings- modus, ingestelde temperatuur, vooraf ingestelde instellingen voor het in- of uitschakelen van bediening via de afstandsbediening, enz.). Als de stroom langer dan 48 uur uitvalt, stopt de interne klok en kan de werking van de groepen niet meer plaatsvinden volgens het ingestelde schema. Stel de klok opnieuw in. In geval van een stroompanne die minder lang duurt dan 48 uur, hoeft u de klok niet opnieuw in te stellen en zal elke groep ingeschakeld of gestopt worden aan de hand van de volgende regels. Op het moment dat er weer stroom is, volgen de groepen de schema-instellingen die het dichtst liggen bij de in- stellingen voor het tijdstip dat de stroom weer wordt ingeschakeld. Indien het schema dat het dichtst bij ligt geen instellingen bevat, wordt het op een na dichtstbijzijnde schema gevolgd. Indien er op die dag geen schema-instellingen gelden, zendt de centrale console geen werkingssignaal naar de groepen. USB-geheugen ATTENTIE
  • Zorg dat u gebundeld USB-geheugen gebruikt.
  • Voer deze handelingen altijd uit nadat u de USB-geheugenstick in de unit hebt gestoken. Pagina 4
  • De berekeningsgegevens voor twaalf maanden worden opgeslagen. Stel vooral de gegevens binnen twaalf maanden vanaf het USB-geheugen veilig op een PC.
  • Bedien het apparaat niet wanneer het lichtje van het USB-geheugen snel knippert. U mag het apparaat enkel bedienen of het USB-geheugen enkel verwijderen wanneer lichtje langzaam knippert. Als het USB–geheugen waarover u beschikt geen knipperend rood lichtje heeft, wacht een ogenblik na enkel operatie. Verwijder het USB-geheugen nadat alle operaties voltooid zijn.– 29 – <Defi nitiegegevens overzetten>

1. Druk op IMPORT EXPORT (Importeren/Exporteren) in het hoofdmenu.

2. Druk op “Export a confi guration fi le to USB” (Een confi guratiebestand naar USB exporteren).

Selecteer de map in het mapselectiescherm. Boven [Scherm Folder Selection] Opmerking

  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het vorige scherm.

De knop “Import a confi guration fi le from USB” (Een confi guratiebestand importeren vanaf USB) hebt u niet nodig. Door het maken van een reservekopie van de defi nitiegegevens, kunt u gemakkelijk een reservekopie maken van de volgende gegevens:

  • defi nities van blokken en groepen;

<Transferring Monthly Data> Het is handig als u van te voren mappen hebt aangemaakt in het USB-geheugen. [Scherm Folder Selection]

1. Druk op IMPORT EXPORT (Importeren/Exporteren) in het hoofdmenu. Pagina 7

2. Druk op “Export monthly data fi les to USB” (maandelijkse gegevensbestanden naar USB exporteren)

Selecteer de map in het mapselectiescherm.

3. Druk op de map die u wilt selecteren.

Als u van pagina wilt veranderen, drukt u op PREV (Vorige) of op NEXT (Volgende).

Er verschijnt een bevestigingsscherm (Bevestigingsscherm om berekende gegevens te exporteren / het scherm Defi nition fi le backup confi rmation (Defi nitie back-up gegevensbestand)). Druk op “OK” in een van beide schermen. Opmerking

  • Als u op CANCEL drukt, keert u terug naar het vorige scherm.
  • De knop “Import a confi guration fi le from USB” (Een confi guratiebestand importeren vanaf USB) hebt u niet nodig.
  • Zie de bijgeleverde CD-ROM, als u wilt weten hoe u de berekeningen uitvoert op een PC. Belangrijk!! Gegevens berekenen (1) Volg de bovenstaande procedure om de berekende gegevens naar een USB-geheugen te transfereren. (2) Verwijder het USB-geheugen van de centrale bediening en verbind het met een PC. (3) Plaats de CD-ROM die bij deze unit werd geleverd, in de PC en start het programma. (4) Voer de stappen uit die in het cd-rommenu worden getoond.
  • U hoeft het USB-geheugen niet de hele tijd op deze unit aangesloten te laten.
  • Nadat u de software voor het berekenen van de gegevens heeft geïnstalleerd, zijn stappen (3) en (4) overbodig. Installeer de software volgens de handleiding op de CD-ROM.– 30 – Systeeminformatie U kunt controleren welke versie van het Air-Conditioner Management System u momenteel gebruikt. In het geval van de Bij de SC-SL3NA-BE kunt u de inputteller van de gasmeter of wattmeter bevestigen. kunt u de huidige dagelijkse puls-invoertelling bevestigen via de gasmeter of de wattmeter.

1. Druk op SYSTEM INFORMATION (Systeeminformatie) in het hoofdmenu.

2. Nadat u de inhoud hebt bekeken, drukt u op OK.

Het scherm System Information (Systeeminformatie) wordt gesloten. Help

Er worden details weergegeven over het scherm dat u momenteel ziet. Controleer de inhoud van het scherm door op

2. Druk op BACK (Terug).

U keert terug naar het vorige scherm.

Alarmhistorie weergeven <Alarmhistorie weergeven>

1. Druk op ALARM HISTORY (Alarmhistorie) in het scherm SYSTEM CONFIGURATION.

Pagina 8 Controleer de inhoud van het scherm ALARM HISTORY.

<Een alarmhistorie-item verwijderen>

2. Klik op de datum die u wilt verwijderen.

De datum wordt invers gemarkeerd. Wijzig de datumselectie met behulp van

3. Druk op DELETE (Verwijderen).

Het geselecteerde alarmhistorie-item is verwijderd. <Alle alarmhistorie-items verwijderen>

2. Druk op DELETE ALL (Alles verwijderen).

Alle geselecteerde alarmhistorie-items zijn verwijderd.

  • Als u op BACK (Terug) drukt, keert u terug naar het scherm SYSTEM CONFIGURATION. Pagina 8– 31 – Onderhoud Reinig de unit met een zachte en droge doek. Als de unit erg vies is, maakt u deze schoon met een doek die u hebt natgemaakt in handwarm water met een neutraal schoonmaakmiddel. Nareinigen met schoon water. Het aanraakscherm mag niet op deze manier worden gereinigd. Let op Gebruik geen thinner, organische oplosmiddelen of sterke zuren. De kleur kan hierdoor worden aangetast en de verf bladdert mogelijk af. Afsluiten Het bevestigingsscherm wordt getoond nadat u op de SHUT DOWN knop drukt in het hoofdmenuscherm en dan uw wachtwoord (*) invoert. (*) Zie pagina 6. Wanneer u op de Yes (Ja) knop drukt, maakt het scherm plaats voor het onderstaande (a). Wacht u dan even totdat er een bericht verschijnt “Please switch off the power supply” (Schakel de stroom uit al- stublieft). Als u de stroom niet wilt uitschakelen, drukt u op de No (Nee) knop. Wanneer het laatste scherm plaatsmaakt voor het onderstaande (b), kunt u de stroom uitschakelen. (a) (b)– 32 – Probleemoplossing Er wordt een geel unit-picto- gram weergegeven. Er heeft zich een storing voorgedaan op de unit. De unit waarop de storing zich voordeed, is gestopt. Raadpleeg de leverancier van de unit. Deze heeft onder andere de volgende informatie van u nodig: “de kleur van het unitpictogram”, “een omschrijving van de situatie waarin het probleem optrad”, “de model- naam van de unit waarop de storing zich voordeed”, het foutnummer (E00), enz. Er wordt een blauw unit- pictogram weergegeven. Er heeft zich een communicatieprobleem voorgedaan. Raadpleeg de leverancier van de unit. Deze heeft de volgende informatie van u nodig: “de kleur van het unitpictogram”, “een omschrijving van de situatie waarin het probleem optrad”, “de modelnaam van de unit waarop de storing zich voordeed”, enz. Het fi lterteken brandt. Reinig het luchtfi lter. (Zie de handleiding die bij de unit werd geleverd voor de manier waarop de airconditioningunit moet worden gereinigd.) Druk, nadat u het fi lter hebt gereinigd, op de fi lterresetknop. De onderhoudsweergave brandt. Reguliere inspecties zijn nodig. Raadpleeg de leverancier van de unit. Deze heeft de volgende informatie van u nodig: “de kleur van de onderhoudsled”, “de modelnaam van de unit”, enz.
  • Het unitnummer en het onderhoudspictogram vindt u in het scherm UNIT INFORMATION. Pagina 24 Het scherm verandert niet als ik dit aanraak. Mogelijk is de storing te wijten aan elektrostatische ontlading. Schakel de stroom uit en weer aan (voeding resetten). Als de unit niet normaal gaat werken met de hierboven beschreven procedure, kunt u er vanuit gaan dat de unit is beschadigd. Neem contact op met de leverancier van de unit en vermeld de “aard van het probleem”. Er wordt helemaal geen scherm weergegeven (donker).
  • De achtergrondverlichting wordt uitgeschakeld na een vastgestelde tijdsduur om het scherm in goede staat te houden. Raak het scherm aan. (Het kan even duren voordat het display weer verschijnt.)
  • Mogelijk is de storing te wijten aan elektrostatische ontlading. Schakel de stroom uit en weer aan (voeding resetten). Als de unit niet normaal gaat werken met de hierboven beschreven procedure, kunt u er vanuit gaan dat de unit is beschadigd. Neem contact op met de leverancier van de unit en vermeld de “aard van het probleem”. Het scherm op de afstands- bediening en het unitscherm geven niet dezelfde informatie. Als er meerdere units in een groep zijn geregistreerd, worden de instellingen voor de representatieve unit voor de groep weergegeven. Controleer de statusweergave voor elk van de units. Pagina 24 Run/Stop toont “Run” als een of meer units in de groep werken en “Stop” als de werking van alle units is gestopt. Een airconditioningunit werkt zelfstandig. Controleer de schema-instellingen. De geplande groepsinstellingen kunnen zijn veranderd. Pagina 20 De unit voelt warm aan. De unit kan heet worden, maar dat is geen probleem. Als de kamer goed warm is, wordt deze sneller heet. Gebruik de unit in een omgeving waar de omringende temperatuur 40°C of lager is. De berekende resultaten zijn niet nauwkeurig. (enkel SC-SL3NA-BE).

Als de totale werkingstijd op een dag minder dan 30 minuten is geweest, heeft er helemaal geen activiteit voor berekeningsdoeleinden plaatsgevonden. Daardoor kunnen de berekeningsresultaten aan de lage kant zijn.

  • Zelfs als de airconditioner de hele dag niet gebruikt wordt, bijvoorbeeld tijdens een vakantie, dan verbruikt de stand-by staande airconditioner nog steeds elektriciteit. Als de stroom evenredig naar alleen de bediende binnenunits wordt doorgegeven, dan wordt de tijdens vakanties verbruikte elektriciteit van units die stand-by staan niet in de berekening meegenomen. Het gevolg is dat het berekende totale stroomverbruik afwijkt van het werkelijke stroomverbruik. Aan de andere kant geldt dat als de stroom van units die stand-by staan proportioneel aan alle binnenunits, inclusief binnenunits die niet gebruikt worden, wordt doorgegeven, dan komt het berekende totale stroomverbruik met het werkelijke stroomverbruik overeen. In dit geval wordt de stroom van units die stand-by staan echter niet alleen aan de eenheden die de binnenunits aansturen maar ook aan de dummy-eenheden en eenheden die geen binnenunits aansturen doorgegeven. Dit kan tot problemen tussen eenheden leiden waardoor deze methode niet gebruikt wordt. Als het berekende totale stroomverbruik en het werkelijke stroomverbruik verschillen, probeer dan met behulp van de spreadsheetsoft- ware en de berekeningen de stroom aan eenheden die binnenunits aansturen door te geven. Melding “Importing a confi guration fi le from USB memory has failed. Check the confi guration fi le in the USB memory.” verschijnt. Het is mogelijk dat het defi nitiebestand niet in het USB-geheugen is opgeslagen of dat er zich een fout heeft voorgedaan bij het opgeven van de te lezen map. Controleer nogmaals en voer de handeling nog eens uit. Als dit bericht nogmaals verschijnt, neemt u contact op met de leverancier van de apparatuur. Melding “Exporting a confi guration fi le to USB memory has failed.” of “Exporting monthly data fi les to USB memory has failed” verschijnt. Mogelijk is het USB-geheugen beschadigd of zijn de bestanden in het USB-geheugen beschadigd. Verwijder alle bestanden in het USB-geheugen en maak ze nogmaals aan. Als dit bericht nogmaals verschijnt, neemt u contact op met de leverancier van de apparatuur. Melding “USB memory was not found.” verschijnt. Wellicht hebt u het USB-geheugen er niet ver genoeg in gedrukt. Verwijder het USB-geheugen en plaats dit nogmaals. Als dit bericht nogmaals verschijnt, is het USB-geheugen mogelijk beschadigd of maakt de USB-stick niet goed contact. Vervang dit door het bijgeleverde USB-geheugen en voer de handeling nogmaals uit. Als dit bericht nogmaals verschijnt, neemt u contact op met de leverancier van de apparatuur.– 33 – Zorg ervoor dat u de maandelijkse berekening uitvoert (enkel SC-SL3NA-BE)
  • Wij bieden geen schadevergoeding aan voor het niet kunnen berekenen van het maandelijkse stroomver- bruik als gevolg van problemen met deze centrale console.
  • Omdat de berekening van het maandelijkse stroomverbruik niet met OIML overeenkomt, kan de bereke- ning niet op overheidsbedrijven toegepast worden. Daarnaast bieden wij ook geen garanties omtrent de resultaten van de berekeningen.
  • Zorg dat de PC, een spreadsheet zoals EXCEL, een printer, een voltmeter, een gasdoorstroommeter klaar staan voor de berekening. Melding “SL-0X-self address duplication error was detec- ted.” “SL-0X- self transmission data read error was detected.” “SL-0X- data transmission er- ror was detected.” verschijnt. Raadpleeg de leverancier van de apparatuur. (Controleer of de communicatieverbindingsdraden wel goed zijn verbonden met de units.) Er verschijnen andere fout- meldingsschermen dan de hierboven genoemde. Voer de stappen uit die op het scherm staan of zet de stroom uit en weer aan (voeding resetten). Als dit bericht nogmaals verschijnt, neemt u contact op met de leverancier van de apparatuur. De display met de kamertem- peratuur blijft steeds “--”. Wanneer de temperatuur van de aangezogen lucht onder de 0°C bedraagt, wordt er “--” aangegeven. Als de aanduiding verschilt van die op de afstandsbediening, neemt u dan contact op met de leverancier van de apparatuur. Wanneer u “Valid” selecteert voor de instelling Individual Lock/Unlock op het scherm met de instellingen van de functies, dan zal de functie waarmee u de individuele bediening via de afstandsbe- diening toestaat of verbiedt, niet werken. Deze functie kan worden toegepast voor de indoor units van het model KXE4 of later, en op de afstandsbe- dieningen van het model RC-E1 of recenter. Zorg ervoor dat u “Invalid” selecteert voor functie Individual Lock/Unlock op the scherm met de instellingen van de functies. Wanneer de bedieningsstatus van enkele of alle airconditio- ners die deel uitmaken van de groep, niet worden weergege- ven. De communicatielijn werkt niet voldoende of de instelling in de gecentraliseerde console is niet correct. Contacteer alstublieft de winkel waar u de unit heeft aangekocht. Het scherm van deze centrale bediening schakelt niet terug naar de normale weergave, zelfs wanneer u op de reset- schakelaar drukt. Het is mogelijk dat er een storing is in de centrale bediening of het stroomtoevoersysteem. Contacteer alstublieft de winkel waar u de unit heeft aangekocht.– 34 – Installatie Installeer de centrale bediening niet op plaatsen waar gemakke- lijk storingen worden opgewekt. Als u de unit installeert in de buurt van een computer, een automatische deur, een lift of andere apparatuur die storing kan opwekken, dit zal voor problemen met de bediening zorgen. Installeer de centrale bediening niet op een plaats waar het heel vochtig is of deze blootstaat aan hevige trillingen. Als u de unit op een vochtige plaats installeert of op een plaats waar water kan opspatten of waar trillin- gen voorkomen, kan dit een goede werking ervan in de weg staan. Installeer de unit niet in op een plaats waar deze blootstaat aan direct zonlicht of in de buurt van een warmtebron. Als u de unit installeert op een plaats waar deze blootstaat aan direct zonlicht of in de buurt van een warmtebron, kan dit een goede werking ervan in de weg staan. After Sales

Zorg dat u de volgende informatie bij de hand hebt als u om reparatie vraagt.

Probleemstatus, zo gedetailleerd mogelijk

Adres, naam, telefoonnummer

Verplaatsing Aangezien technische expertise is vereist, contac- teer steeds uw verdeler. In zulke gevallen wordt er een verplaatsingskost aangerekend.

Reparaties na de garantieperiode. Raadpleeg uw verdeler. De garantieperiode is één jaar vanaf de installatie. Indien er daarna reparaties nodig zijn, zullen die worden aangerekend. Raadpleeg uw verdeler.