C4 - Hometrainer Batavus - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C4 Batavus in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - C4 Batavus
Gebruikersvragen over C4 Batavus
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C4 - Batavus en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C4 van het merk Batavus.
GEBRUIKSAANWIJZING C4 Batavus
Lees deze gids zorgvuldig door vóórdat u begint met monteren, gebruiken of onderhouden van uw Batavus trainer. Bewaar de gids op een handige plaats. U kunt er, nu en in de toekomst, nuttige informatie uithalen die u nodig heeft voor het gebruik en het onderhoud van de apparatuur. Volg de instructies altijd met zorg op. De garantie vervalt bij schade ontstaan tijdens de verzending of door het niet volgen van de in deze handleiding gegeven instructies betreffende het monteren, afstellen en onderhoud van het apparaat.
VEILIGHEID
- Het doornemen en opvolgen van de onderstaande voorzorgen is uitermate belangrijk voor de veiligheid van de gebruiker.
- De trainer is geschikt voor personen tot maximaal 135 kg lichaamsgewicht.
- Laat uw conditie controleren bij uw huisarts voordat u begint met trainen.
- Bij misselijkheid, duizeligheid of een ander lichamelijk ongemak gebruik dient de gebruiker direct te stoppen en een arts te raadplegen.
- Om spierpijn te voorkomen, begint u de training met een warming up en sluit u die af met cooling-down (langzaam trainen met geringe weerstand). U sluit de training af met stretch oefeningen.
- Plaats de trainer op een vlakke en
stevige ondergrond.
- De trainer kan tijdens in het gebruik stof en/of smeermiddelen verliezen. De ondergrond dient hiertegen bestand te zijn.
- Zorg voor voldoende ventilatie tijdens de training, maar zorg dat u niet op de tocht zit.
- Gebruik de trainer uitsluitend voor het doel waarvoor deze is gemaakt en zoals hierna beschreven wordt.
VERDER
- De trainer mag uitsluitend door één persoon tegelijk gebruikt worden.
- Raak nooit bewegende delen aan.
- Houd kinderen tijdens de training buiten het bereik van de trainer. Houd huisdieren uit de buurt van het toestel wanneer het gebruikt of verplaatst wordt.
- Houd toezicht bij gebruik door kinderen of gehandicapte personen.
- Draag tijdens de training de juiste kleding en geschikte schoenen.
- Stop in geval van een defect of storing en neem contact op met uw dealer.
- Houd hiervoor gevoelige apparatuur of dingen buiten het bereik van het magnetisch veld van het weerstandsmechanisme.
- Controleer voor de training of het apparaat goed functioneert. Train nooit op een defect apparaat.
- Onderhoud en afstellingen anders dan in deze handleiding beschreven dienen uitsluitend uitgevoerd te worden door deskundigen. Volg de instructies van de handleiding nauwkeurig op.
- Tijdens de training is de ideale gebruikstemperatuur tussen +10° en +35°C; voor opslag gelden de temperaturen tussen de -15° en +40°C. De luchtvochtigheid in de trainings- of opslagruimte mag nooit hoger dan 90 % zijn.
-
Leun of steun nooit op de monitor.
-
Druk op de toetsen met uw vingertoppen; nagels kunnen de mebraamtoetsen beschadigen.
- Stap niet op de kunststof behuizing.
- Het apparaat is ontworpen voor thuisgebruik. De Batavus-garantie is alleen van toepassing op defecten en storingen ontstaan bij thuisgebruik (24 maanden). Voor informatie omtrent de garantie gelieve u contact up te nemen met uw eigen wederverkoper van Batavus. De voorwaarden van de garantie kunnen per land verschillen.
DE MONTAGE
Voor de monteren zijn twee personen nodig. De instructies links, rechts, voor en achter, zijn zittend op de trainer bepaald.
Gereedschap set (onderdelen met * in de onderdelenlijst: Bewaar de ontagebenodigdheden, omdat u die o.a. nog bij de bijstelling van de apparatuur kunt gebruiken)
Mocht er een onderdeel missen, neem dan contact op met uw Batavus dealer onder vermelding van het model, het serienummer van het apparaat en het nummer van het missende onderdeel. Achter in deze gids vindt u de onderdelenlijst. De verpakking bevat een zakje met korrels die de apparatuur tijdens opslag en transport, heeft beschermd tegen vocht. Dit zakje kan na het uitpakken van de trainer, weggegooid worden. Plaats de trainer op een zo vlak mogelijke ondergrond, met aan de voorkant, de achterkant en aan de zijkanten minstens 100 cm vrije ruimte. We raden ook aan dat u het toestel op een beschermde ondergrond uit de verpakking haalt en in elkaar zet.
Bevestig de achterste voetsteun met behulp van de schroeven, de moerplaatjes en de dopmocren aan het frame.

Monteer de voetsteun vooraan op dezelfde wijze als de achterste voetsteun aan het frame. Let erop dat de wieltjes van de voetdoppen bij de montage naar voor en naar beneden wijzen.
FRAMEBUIS VOOR

Schuif de kap van de monitor die achteraf onder de monitor gemonteerd wordt, en de buisbekleding voor de stuurschacht over de stuurschacht. Schuif daarna de schuimring voor de buisbekleding eveneens over de stuurschacht en druk naar boven.

Verbind nu de kabel bovenaan met de kabel onderaan die uit de framebuis van het frame uitsteckt.

Plaats de stuurschacht op de buis aan het frame en maakt het met de schroeven en de moerplaatjes vast. OPGELET: zorg ervoor dat de kabel niet
klemt! Schuif dan de buisbekleding samen met de schuimring die in de buisbekleding zit, naar beneden over de koker.
STUUR

De montage van de stuurbuis gebeurt met de stuurklem en de schroef, de moerplaatjes, de afstandskoker en het handwiel voor stuurverstelling. Plaats daarvoor de stuurbuis in de opening (E) op de stuurschacht. OPGELET: de pin (F) van de stuurschacht moet in de geul (G) gestopt worden! Schuif dan de stuurklem over de stuurschacht en plaats eerst de onderste schroef met het moerplaatje er losjes in. De stuurklem moet gelijkmatig verstrengeld zijn rond de stuurschacht. OPGELET: zorg ervoor dat de kabel niet klemt! Plaats nu het handwiel voor stuurverstelling met de moerplaat en de afstandskoker in de bovenste boring en trek vast. Schuif daarna de kabel van de polssensoren door de opening (H), onder de bevestigingsplaat, en leid hem naar boven uit de stuurschacht.
MONITOR

text_image
J i
Om de monitor te monteren moet u eerst de kabel bovenaan en de kabel voor de polssensoren verbinden met de kabels van de monitor. Schuif dan de monitor van bovenaf op de bevestigingsplaat (i) aan de stuurschacht. OPGELET: zorg ervoor dat de kabel niet klemt! Maak de monitor dan vast met de schroeven. Gelieve de schroeven evenwel niet te vast aan te trekken. Indien u dat wenst, kunt u nu de bijgevoegde boekensteun in de gleuf (J) op de monitor plaatsen. Nu kan de kap van de monitor onder de monitor naar boven geschoven en incengesloten worden. Let daarbij op de juiste plaats van de rustpennen (K).
ZADEL

Plaats de zadelsteun. Plaats het handwiel voor zadelverstelling en sluit de pen van het handwiel in een boring van de zadelsteun ineen en trek het handwiel dan vast aan. Om het zadel op de zadelsteun te monteren schuift u de reeds voorgemonteerde klem (L onder het zadel) op de bevestigingsbuis (M) aan de zadelhouder. Breng het zadel in de juiste stand en schroef het met behulp van de spanschroef in de gewenste positie vast. Met het handwiel voor de zadelverstelling kunt u dan ook nog de horizontale afstand tussen stuur en zadel instellen.
PEDAALBUIZEN

Draait u nu met de pedalen in de crankarm. Schroef de linkerpedaal (markering L = linkerschroefdraad) aan de linker crankarm. Gebruik de schroefsleutel en draai tegen de richting van de wijzers van de klok. Draai dan de rechterpedaal (markering R = rechterschroefdraad) vast aan de rechter crankarm in de richting van de wijzers van de klok. Bevestig nu nog de pedaallussen aan de pedalen en stel ze in volgens uw wensen.
TRANSFORMATOR

Stop eerst de kleine stekker in de opening (N) op de koker van het toestel. Sluit dan de transformator aan op een stopcontact met 230 volt. Nu is het toestel klaar voor gebruik.
VEILIGHEIDSRICHTLIJNEN VOOR TOESTELLEN MET ELEKTRISCHE AANSLUITING
- Gebruik uw hometrainer niet wanneer er een of andere beschadiging is aan de kabel of het toestel. Hou de stroomkabel uit de buurt van warme voorwerpen.
- Gebruik uw trainingstoestel niet in openlucht of in vochtige ruimten.
- Leg de stroomkabel niet onder een tapijt en plaats geen voorwerpen op de kabel.
- Trek de stekker uit het stopcontact vooraleer u het toestel verplaatst, eventueel een onderhoud uitvoert of de koker opent.
- De kabel tussen de transformator en het toestel mag niet veranderd (bijv. verlengd) worden.
GEBRUIK
Instabiliteit van het toestel kunt u verhelpen met behulp van de afstelschroef onder de achtersteun.
ZADEL INSTELLEN:
De zadelhoogte (afstand tussen stuur en zadel) kan met het handwiel voor de verstelling van de zadelhoogte gewijzigd worden. Gelieve na de instelling het handwiel weer vast aan te trekken.
FITNESS TRAINING MET BATAVUS
Trainen op een fietstrainer is een uitstekende aërobe oefening, die in principe licht maar langdurig van aard is. Aërobe inspanning vergroot het zuurstofopnamevermogen van het lichaam, waardoor het uithoudingsvermogen en de conditie verbeteren. Door de verbeterde zuurstofopname necmt ook het vet erbrandingsvermogen van het lichaam toe. Een fit lichaam verbrandt dus ook in rust meer vet. Aërobe training is bovenal aangenaam. Transpireren is uitstekend, maar het is niet de bedoeling dat u buiten adem raakt. Tijdens de training kunt u nog normaal spreken, u gaat dus niet hijgen. Om een goede basisconditie op te bouwen moet u minstens drie keer per week dertig minuten trainen. Om een bepaald conditieniveau te handhaven zijn enkele trainingen per week voldoende. De conditie kan eenvoudig verder worden verbeterd door het aantal trainingen per week te verhogen.
TRAINEN OM AF TE VALLEN
Omdat inspanning de enige manier is om het energieverbruik (vetverbranding) van het lichaam te verhogen, wordt u voor uw training beloond met gewichtsverlies. Zeker als u de training combineert met gezonde voeding. Wie wil afvallen kan het best beginnen met een dagelijkse training van ongeveer dertig minuten en dat geleidelijk opbouwen tot hooguit een uur. Zeker bij overgewicht is het verstandig om altijd in een rustig tempo en met weinig weerstand te beginnen om het hart- en vaatsysteem niet te zwaar te belasten. Als de conditie beter wordt, kunnen trapsnelheid en weerstand geleidelijk worden verhoogd. De doelmatigheid van een training is te controleren aan de hand van de hartslag. Met de hartslagmeter kunt u de hartslag tijdens de training eenvoudig meten en zo controleren of de training voldoende effectief is zonder dat het lichaam te zwaar wordt belast.
TRAININGS NIVEAU
Wat uw doel, uw streven ook met het trainen is, u bereikt het beste resultaat door te trainen op een niveau dat u aankunt. Daarvoor is, zoals gezegd, uw hartslag de beste graadmonitor. Het meettoestel
van de C4 berekent uw bij benadering maximale hartfrequentie en hanteert hierbij volgende formule:
220 - DE LEEFTIJD
Het maximum varieert van persoon tot persoon. De maximale hartslag daalt per jaar met gemiddeld één punt. Als u tot de risicogroepen behoort, vraag dan een arts uw maximale hartslag te bepalen. Om u te helpen met uw training, hebben wij drie verschillende hartslag niveaus geselecteerd.
BEGINNER ● 50 tot 60 % van de maximale hartslag
Dit niveau is ook geschikt voor mensen die lijnen, mensen die herstellende zijn van een ziekte en mensen die lang niet getraind hebben. Drie trainingen van tenminste een halfuur per week zijn aan te bevelen. Regelmatig trainen stimuleert bij een beginner de ademhaling en bloedsomloop in sterke mate en zorgt al snel voor een merkbaar resultaat.
GEMIDDELDE SPORTER ● 60 tot 70 % van de maximale hartslag
Een perfect niveau om de conditie te verbeteren en op peil te houden. Zelfs een redelijk normale inspanning - minimaal 3 trainingen van 30 minuten per week – heeft een positief effect op hart en longen. Om uw conditie verder te verbeteren kunt u het aantal keren trainen per week verhogen of de duur van uw training verlengen. Verhoog echter nooit beide tegelijkertijd!
GETRAINDE SPORTER ● 70 tot 80 % van de maximale hartslag
Trainen op dit niveau is alleen weggelegd voor wie écht fit is en wie gewend is aan langdurige conditie trainingen.
- De polsmeting kan op 3 manieren gebeuren:
A) Met de handpolssensoren op de handvaten
B) met oorclip via kabel (optioneel als attribuut verkrijgbaar)
c) met borstgordel (draadloos, telemetrisch), optioneel borstgordel en ontvangstadapter zijn als attribuut verkrijgbaar.
Gebruik geen verschillende systemen gelijktijdig.
HARTSLAGMETING MET HANDSENSOREN
C4 meet de hartslag met sensoren die zich in de handsteunen bevinden en die de hartslag meten telkens wanneer de gebruiker beide sensoren tegelijkertijd aanraakt. Voor een betrouwbare polsmeting dient de huid onafgebroken in contact te staan met de sensoren en zou deze huid lichtjes vochtig moeten zijn. Een te droge of te vochtige
huid kan een onjuiste hartslagmeting tot gevolg hebben. Let op: het actieve gebruik van de spieren van het bovenlichaam tijdens de oefening kan een invloed uitoefenen op de meting van de hartslag: actieve spieren brengen dezelfde elektronische signalen over als de hartspier. Daarom raden we een ontspannen houding van de armen aan tijdens de hartslagmeting.
GEBRUIK OORSENSOR
- Steek de stekker van de oorsensor in het contact van de monitor.
- Klem de oorsensor op het doorschijnende deel van de oorlel.
Hartslagmetingen door de oorsensor kunnen door verschillende factoren worden beïnvloed. Daar is vaak eenvoudig wat aan te doen. Soms is bijvoorbeeld de oorlel te koud, u kunt deze dan masseren zodat de bloedcirculatie in de oorlel verbetert. Ook lage spanning van de monitorbatterijen beïnvloeden de correcte meting. In dat geval vervangt u de batterijen. Als de oorsensor op de oorlel door lichamelijke omstandigheden onregelmatige metingen levert, kan de sensor ook op de oorschelp of eventueel op een vingertop worden geplaatst. Verder kunnen de metingen beïnvloed worden door sterke bewegingen tijdens de training, en door een sterke lichtbron. De sensor meet namelijk veranderingen in de licht doorlaatbaarheid van de oorlel. Meestal is het dan voldoende om iets anders te gaan zitten, waardoor de oorsensor in de schaduw van het hoofd komt. Daarnaast kan de vergrote bloedcirculatie die voorkomt bij een hartritme boven de 150 slagen de meting beïnvloeden. Maak na gebruik de oorsensor altijd schoon, maar gebruik daarbij nooit oplosmiddelen of bijtende schoonmaakmiddelen.
HARTSLAG METEN
Hartslag kan telemetrisch worden gemeten. De monitor heeft een ingebouwde hartslagontvanger voor de Batavus C4 Check borstband met ingebouwde telemetrische hartslagzender.
BELANGRIJKI Als u een pacemaker gebruikt, mag u de borstband alleen met toestemming van een arts gebruiken.
Dit is het meest betrouwbare systeem, dat werkt met een borstband met meerdere elektrodes waarvan de gemeten waarden draadloos doorgeseind worden naar de monitor. Als u een pacemaker gebruikt, mag u de borstband alleen met toestemming van een arts gebruiken. Wanneer u uw hartslag tijdens de training op deze manier wilt controleren, moeten de geribbelde elektroden aan de binnenzijde van de borstband
vochtig gemaakt worden (water). Plaats de zender juist onder de borst met de elastische band strak genoeg om tijdens het trainen de elektroden contact te laten houden met de huid, maar niet zo strak dat normaal ademen wordt belemmerd. De zender geeft de hartslag automatisch door aan de monitor die zich niet verder dan één meter van de borstband mag bevinden. Wanneer de zender verder van de monitor verwijderd is, wordt het signaal te zwak om te ontvangen. Let er ook op dat niet meerdere personen met een borstband om, binnen een straal van één meter rond de monitor staan, want de monitor ontvangt dan van elke elektrode een signaal en telt deze dan bij elkaar op.
Denkt u eraan wat de trainingskleding betreft, dat bepaalde in de kleding gebruikte vezels (zoals polyester of polyamide) statische electriciteit veroorzaken, wat bij de hartslagmeting problemen veroorzaken kan. Denkt u eraan dat mobiele telefoons, een tv of andere electronische apparaten een electromagnetisch
MONITOR

text_image
BATAVUS P01 P 0:00 0.0 0.00 D Ultimate Bikingl C4TOETSEN
1. ENTER
Selectie en bevestiging van de monitor-functies
2. "+/-"- TOETSEN
Verstelling van de weerstand (Level) en selectie van de profielen
3. BODYFAT
Start de vetmeting
4. RECOVERY
Berekening fitnessindex
5. RESET
Terugzetten van instelwaarden
6. START/STOP
Starten, pauzeren en beëindigen van de trainingen.
Tijdens de training wordt de pauzemodus ingeschakeld door eenmaal te drukken. Door opnieuw te drukken start het programma opnieuw.
FUNCTIES
1. BODYFAT-VETMETING
Voor de gebruikers U1-U4 (niet U0) gebeurt de meting op basis van de ingevoerde persoonlijke gegevens. De meting is enkel mogelijk met de polssensoren. Selecteer uw gebruikersveld en, indien dat nog niet gebeurd is, voer dan uw persoonlijke gegevens in.
a) Druk nu op de toets "Bodyfat" om de meting te starten en neem dan de polssensoren aan het stuur vast. Twee streepjes knipperen dan tijdens de meting die 8 seconden duurt. Verschijnt er op het beeldscherm "E-1", dan is de meting mislukt. Controleer dan de positie van uw handen en start de meting opnieuw.
b) Bij een juist uitgevoerde meting wordt uw bodymassindex (BMI/index voor lichaamvet) en de daarbij horende procentwaarde weergegeven.
c) Druk opnieuw op de toets "Bodyfat", wanneer u wilt terugkeren naar het trainingsprogramma.
BMI
| Bereik | low / laag | low/med / laag | medium / middelmatig | med / high / middelmatig/hoog |
| Waarde | <20 20 | -24 24.1 – | 26.5 > 26.5 |
OPGELET:
Het gaat hier om gemiddelde waarden die niet geschikt zijn voor therapeutische doeleinden.
Bij dit programma wordt op basis van uw persoonlijke gegevens (U1 - U4) uw fitnessconditie bepaald en gedocumenteerd met de waarden F1-F5. (Niet verwisselen met de indexcijfers F1-F6 van de functie Recovery). Het
programma loopt 12 minuten bij constant level 5. De 12 minuten worden verdeeld over de 16 balken van het diagram, wat 45 seconden per balk geeft. Trap met een gemiddeld, voor u aangenaam, toerental. De gegevens voor het trainingsverloop vindt u in de volgende hoofdstukken.
3. PERSOONLIJKE GEBRUIKERSGEGEVENS (USER 1-4)
Leeftijd (AGE) 0-99 jaar
Geslacht man/vrouw
Lengte (H.t.) 100-200 cm
Gewicht (W.t.) 20-135 kg
BEMERKINGEN BIJ DE VERSTELLING VAN DE WEERSTAND (LEVEL)
De weerstand (Level) wordt tijdens de training met de toetsen “+/-” gewijzigd en is tijdens de training niet programmagestuurd.
2. TRAINING FITNESSPROGRAMMA / FITNESSTEST
Er gebeurt geen verstelling, aangezien hier met constante instelling getraind werd.
3. TRAINING WATT-PROGRAMMA
Bij het Watt-programma wordt de weerstand automatisch geregeld door de monitor. Overeenkomstig het toerental van de crank wordt de weerstand (Level 1-16) aangepast.
Voorbeeld: Is het toerental van de crank te laag, dan wordt de weerstand verhoogd. Om te vermijden dat de weerstand te hoog wordt, en opdat uw trapsnelheid (toerental) aangepast is, weerklinkt een geluidssignaal, wanneer de prestatie langere tijd te hoog blijft. Bij te lage prestatie weerklinkt een geluidssignaal. Pas in beide gevallen uw trapsnelheid langzaam aan. Wordt de prestatie langere tijd te laag, dan en schakelt de monitor uit.
4. TRAINING PROFIELPROGRAMMA
De weerstand (Level) van de programmabalken wordt automatisch geregeld. De basis van de profielen kunt u met de toetsen “+/-” - tijdens de training verhogen.
De hoogst mogelijke verstelling van de basis is doorgevoerd wanneer de hoogste profielbalk de bovenste trap 16 bereikt heeft.
5. HRC-PROGRAMMA
Target Heart Rate Control Training (percentage en polsinstelling (bovengrens)
De weerstand wordt overeenkomstig uw instelling automatisch aangepast.
6. USER-PROGRAMMA, PROFIELTRAINING
De User-programma's bestaan uit profielprogramma's (balken) die zelf opgebouwd moeten worden.
OPBOUW VAN EIGEN PROGRAMMA'S (USER)
Druk gedurende 3 seconden op de toets "Enter"
"Stop" knippert. U1-U4 verschijnt op het beeldscherm. (afbeelding 17)
- Druk op de toetsen “+/-” om het gebruikersnummer te selecteren.
- Druk op de toets "Enter" U1-4 verschijnt op het beeldscherm, "SEX" knippert
- Druk op de toetsen “+/-” om het geslacht (man of vrouw) te selecteren
- Druk op de toets "Enter" Voer nu zoals tevoren de leeftijd (Age), de lengte (H.t) en het gewicht (W.t) in.
- Druk op de toets "Enter" De programma's verschijnen bovenaan op het beeldscherm.
- Druk op de toets “+” en kies het programma “User”
- Druk op de toets "Enter"
- Het laatst opgestelde profiel onder de geselecteerde gebruiker (User) wordt weergegeven.
- Druk nu op de toets "Start" om het getoonde profiel te bevestigen of druk op dc toets "Enter" om een nieuw profiel op te stellen De profielbalk die ingesteld kan worden, "knippert"
- Kies met de toetsen “+/-” de weerstand (Level) 1-16
- Druk op de toets "Enter" om over te schakelen naar de volgende balk
- Stel opnieuw in met de toetsen “+/-” Bij de laatste balk gaat de weergave weer over naar de eerste balk.
- Druk nu op de toets "Start" (niet Enter) om te bevestigen. Het programma start met de beschikbare gegevens (bijv. uit het Userprogramma) van bijv. tijd, afstand en calorieën. Zonder instelling wordt vanaf nul gestart.
- Druk opnieuw op de toets "Stop", wanneer u het profiel nog wilt veranderen.
START TRAINING
A. Transformator aansluiten, U=User verschijnt op het beeldscherm en knippert. Druk op de toets "Enter"
B. Selecteer met de toetsen “+/-” de gewenste gebruiker (User) 1-4
C. Druk op de toets "Enter" Manual/Programm/User/Target Heart Rate/ Fitness/Watt verschijnt bovenaan op het beeldscherm. Daaronder in het groot de User, bijv. U4 en links knippert "SEX" voor de selectie van het geslacht "man/vrouw".
D. Druk op de toetsen “+/-” om te selecteren.
E. Druk op de toets "Enter". "AGE" (leeftijd) knippert.
F. Druk op de toetsen “+/-” om uw leeftijd in te stellen.
G. Druk op de toets "Enter"
H. "H.t." (lengte) knippert.
I. Gebruik de toetsen “+/-” om de lengte in te stellen.
J. Druk op de toets "Enter". "W.t." (gewicht) knippert
K. Gebruik de toetsen “+/-” voor de instelling.
L. Druk op de toets "Enter" "Manual" knippert in de kopregel van het beeldscherm.
M. Gebruik de toetsen “+/-” om het programma te selecteren.
O. Druk op de toets "Enter" en overloop overeenkomstig het geselecteerde programma
01. "Manual".
- Stel met de toetsen “+/-” de weerstand (Level 1-16) in.
- Druk op de toets "Enter". De tijd knippert.
- Stel met de toetsen “+/-” de tijd in.
- Druk op de toets "Enter". Stel zo ook "Distance (afstand), Calories (calorieën), Watt en polsbovengrens" in.
- Druk op de toets "Start" om met de training te beginnen.
O2. "Fitness"
- Druk meteen op de toets “Start”. Het programma van 12 minuten loopt automatisch af en toont u na afloop uw huidige fitnesscijfer, F1 tot F5.
03. "Watt"
- Gebruik de toetsen “+/-” om de Watt-waarde in te stellen.
- Druk op de toets "Enter". De tijd knippert.
- Stel met de toetsen “+/-” de tijd in. Stel zo ook de andere waarden in.
- Druk op de toets "Start" om met de training te beginnen.
O4. "Programma"
P01 (Programma 1) knippert.
- Gebruik de toetsen “+/-” om de programma’s P01-P12 te selecteren.
- Druk op de toets "Enter".
- Gebruik de toetsen “+/-” om de basis te verstellen (Level).
- Druk op de toets "Enter". De tijd knippert.
- Voer, indien gewenst, zoals tevoren de waarden in.
- Druk op de toets "Start" om met de training te beginnen.
O5. HRC (polsprogramma, percentages)
Begin zoals tevoren en ga verder zoals beschreven onder punt O.
De leeftijdweergave knippert
- Stel met de toetsen “+/-” uw leeftijd (Age) in.
- Druk op de toets "Enter". Voer zoals tevoren alle waarden in.
- Druk op de toets "Enter". De percentages/TAG knipperen.
- Stel met de toetsen “+/-” de gewenste percentages in.
- De polswaarde die overeenkomstig uw persoonlijke gegevens bepaald werd, wordt eveneens in overeenstemming met het percentage weergegeven.
- Druk op de toets "Enter". De tijd knippert. Voer nu opnieuw de waarden in.
- Druk op de toets "Enter". Ga verder zoals tevoren.
- Druk op de toets "Start", wanneer u met de training wilt beginnen, of ....
- Wanneer de tijd knippert, druk meteen zonder instellingen op de toets "Start" om met de training te beginnen.
06. "USER"
Begin zoals tevoren en ga verder zoals beschreven onder punt O.
Het laatst gebruikte profiel van de vooraf ingestelde gebruiker (User) verschijnt.
- Druk op de toets "Start" om met de training te beginnen met de beschikbare waarden, of ...
- Druk opnieuw op de toets "Enter" wanneer u de profielbalken wilt verstellen. De verstelling van tijd enz. moet vooraf gebeuren in het programma "Manual". Deze waarden worden bij het oproepen van het User-programma gekopieerd.
VERDERE BEMERKINGEN
- De invoer van waarden is enkel mogelijk in de modus Stop (geen training), het "Stop"-symbool verschijnt dan op het beeldscherm. Vooraf moet een programma geselecteerd zijn.
- De verstelling van de intensiteit (Level) 1-16 is ook mogelijk tijdens de lopende training (behalve Watt-sturing/polssturing/ fitness).
- Vooraleer de monitor de polswaarde kan weergeven, heeft hij verschillende seconden tijd nodig om de berekening uit te voeren. Daarvoor moet natuurlijk een polsmeting met handpols of oorclip of borstgordel gebeuren.
- Wanneer er niet getraind wordt en er geen toets ingedrukt wordt, schakelt de monitor na 4 minuten automatisch uit.
- U kunt alle afzonderlijke waarden op nul zetten met de toets "Reset", wanneer u vooraf de toets "Stop" ingedrukt hebt en het stopsymbool verschijnt. Wanneer u de toets "Reset" 3 seconden lang ingedrukt houdt, gaat de monitor weer naar start. "U" (User) verschijnt. Alle waarden worden gewist. Enkel de User-gegevens blijven behouden.
- Wanneer uw pols in het Target Heart Rate-programma (percentages) en in het programma polssturing, bij de training in Level 1, 30 seconden lang te hoog blijft, wordt u door de monitor gewaarschuwd met geluidssignalen en schakelt hij uit voorzorg uit. De automatische verstelling (aanpassing) van de weerstand (Level) in de polsprogramma's gebeurt naar boven om de 30 seconden, naar beneden om de 15 seconden. Daardoor verloopt de aanpassing van uw polswaarde "zachtjes".
- Training met tijdinstelling en profielprogramma: De ingestelde tijd wordt verdeeld over de 16 profielbalken. Voorbeeld: 32 minuten bij 16 profielbalken stemt overeen met 2 minuten alvorens over te gaan op de volgende balk.
- Op het beeldscherm wordt "E-2" weergegeven, wanneer de monitor geen impulsen krijgt (bijv. crankomwentelingen).
RECOVERY – METEN VAN DE
HERSTELHARTSLAG
Meet uw herstelhartslag bij het beeindigen van de training. Met meten kan enkel worden gestart wanneer de hartslagmeting geactiveerd werd en de hartslagwaarde wordt weergegeven.
-
U meet uw herstelhartslag door op de RECOVERY –knop te drukken.
-
De meting duurt een minut.
-
Op het einde van de meetcyclus verschijnt resultaat F1-F6 (F1 = beste resultaat) op het scherm. Denkt u er wel om, dat het resultaat afhankelijk is van uw hartslagsnelheid bij het begin van de meting, en dat het resultaat zcer persoonlijk is en in geen geval direct vergelijkbaar met het resultaat van andere personen. Om de betrouwbaarheid van de meting van de hartslagreactie te verbeteren, moet u altijd proberen om de meting zo nauwkeurig mogelijk en altijd op dezelfde wijze uit te voeren; begin de meting zoveel mogelijk op hetzelfde hartslagniveau.
-
Met behulp van de RECOVERY-knop kunt u de meting van de herstelhartslag verwijderen.
VERPLAATSEN
Wilt u uw trainer verplaatsen, doe dat dan op de hieronder omschreven manier. Het verkeerd optillen van een zwaar apparaat, kan immers rugletsel veroorzaken.
Plaats de trainer in een droge, stofvrije ruimte met minimale temperatuurverschillen. Met behulp van de transportrollen aan de voorkant is de C4 eenvoudig te verplaatsen. Ga voor de C4 staan en kantel het frame naar u toe. Nu kan het apparaat verreden worden. Pas op dat de vloer niet beschadigt wanneer u het toestel verplaatst. Bescherm tere vloermaterialen zoals parketvloeren enz. Om schade aan het apparaat te voorkomen, is het raadzaam de trainer op een droge plek met zo min mogelijk stof en temperatuurwisselingen te plaatsen.
ONDERHOUD
De Batavus apparaten hebben weinig onderhoud nodig. Het is raadzaam om zo nu en dan te controleren of alle bouten en moeren nog goed vast zitten. U kunt het apparaat schoonhouden door het af te nemen met een vochtige doek. Gebruik echter geen oplosmiddelen.
- De metalen delen kunt u het beste tegen de inwerking van transpiratievocht beschermen, om regelmatig deze delen te behandelen met teflonolie.
- Verwijder de kunststof behuizing van het apparaat nooit!
GEBRUIKSSTORINGEN
Ondanks voortdurende kwaliteitscontroles, kunnen er defecten of storingen optreden die het gevolg zijn van het niet goed functioneren van onderdelen die in de trainer zijn gebruikt. In de meeste gevallen is het onnodig om het gehele apparaat
ter reparatie aan te bieden, aangezien de storing meestal kan worden opgelost door het vervangen van het defecte onderdeel.
Mochten er storingen optreden bij het gebruik van de trainer, neem dan onmiddellijk contact op met uw Batavus dealer. Vermeldt daarbij altijd het model en het serienummer van uw Batavus trainer, de eventuele storingscode en door wie de trainer is geïnstalleerd.
Vermeldt bij het bestellen van onderdelen het model, het serienummer van het apparaat en het nummer van het onderdeel. Op de laatste pagina's van deze gids vindt u de onderdelenlijst.
TECHNISCHE GEGEVENS
Lengte 102 cm
Breedte 55 cm
Hoogte 146 cm
Gewicht 37 kg
De C4 voldoet aan de eisen van EUs EMC
Directieven betreffende elektromagnetische
Proatibiliteit (89/336/EEC). Daarom is dit product met de CE label voorzien.
De C4 voldoet aan EN precisie- en veiligheidsnormen (EN-957).
Batavus is gerechtigd om specificaties te veranderen zonder daarover nader te berichten.
BELANGRIJK! De garantie vervalt bij schade als gevolg van het niet volgen van de instructies in deze gids betreffende het monteren, het instellen en het onderhouden van de apparatuur. De instructies dienen bij het in elkaar zetten, het onderhoud en het gebruik, zo zorgvuldig mogelijk te worden gevolgd. Veranderingen of modificaties, welke niet door Batavus zijn goedgekeurd, laten de Batavus product aansprakelijkheid geheel vervallen.
Wij wensen u veel plezierige trainingen met uw nieuwe Batavus trainingspartner!
INDICE
MONTAGGIO 43
UTILIZZO 45
PANNELLO 47
TRASPORTO ED IMMAGAZZINAGGIO ....50
MANUTENZIONE ....51
DATI TECNICI 51
SimpelGids