C2 - Hometrainer Batavus - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C2 Batavus in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - C2 Batavus
Gebruikersvragen over C2 Batavus
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C2 - Batavus en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C2 van het merk Batavus.
GEBRUIKSAANWIJZING C2 Batavus
Lees deze gids zorgvuldig door vóórdat u begint met monteren, gebruiken of onderhouden van uw Batavus trainer. Bewaar de gids op een handige plaats. U kunt er, nu en in de toekomst, nuttige informatie uithalen die u nodig heeft voor het gebruik en het onderhoud van de apparatuur. Volg de instructies altijd met zorg op. De garantie vervalt bij schade ontstaan tijdens de verzending of door het niet volgen van de in deze handleiding gegeven instructies betreffende het monteren, afstellen en onderhoud van het apparaat.
VEILIGHEID
- Het doornemen en opvolgen van de onderstaande voorzorgen is uitermate belangrijk voor de veiligheid van de gebruiker.
- De trainer is geschikt voor personen tot maximaal 135 kg lichaamsgewicht.
- Laat uw conditie controleren bij uw huisarts voordat u begint met trainen.
- Bij misselijkheid, duizeligheid of een ander lichamelijk ongemak gebruik dient de gebruiker direct te stoppen en een arts te raadplegen.
- Om spierpijn te voorkomen, begint u de training met een warming up en sluit u die af met cooling-down (langzaam trainen met geringe weerstand). U sluit de training af met stretch oefeningen.
- Plaats de trainer op een vlakke en
stevige ondergrond.
- De trainer kan tijdens in het gebruik stof en/of smeermiddelen verliezen. De ondergrond dient hiertegen bestand te zijn.
- Zorg voor voldoende ventilatie tijdens de training, maar zorg dat u niet op de tocht zit.
- Gebruik de trainer uitsluitend voor het doel waarvoor deze is gemaakt en zoals hierna beschreven wordt.
VERDER
- De trainer mag uitsluitend door één persoon tegelijk gebruikt worden.
- Raak nooit bewegende delen aan.
- Houd kinderen tijdens de training buiten het bereik van de trainer. Houd huisdieren uit de buurt van het toestel wanneer het gebruikt of verplaatst wordt.
- Houd toezicht bij gebruik door kinderen of gehandicapte personen.
- Draag tijdens de training de juiste kleding en geschikte schoenen.
- Stop in geval van een defect of storing en neem contact op met uw dealer.
- Houd hiervoor gevoelige apparatuur of dingen buiten het bereik van het magnetisch veld van het weerstandsmechanisme.
- Controleer voor de training of het apparaat goed functioneert. Train nooit op een defect apparaat.
- Onderhoud en afstellingen anders dan in deze handleiding beschreven dienen uitsluitend uitgevoerd te worden door deskundigen. Volg de instructies van de handleiding nauwkeurig op.
- Tijdens de training is de ideale gebruikstemperatuur tussen +10° en +35°C; voor opslag gelden de temperaturen tussen de -15° en +40°C. De luchtvochtigheid in de trainings- of opslagruimte mag nooit hoger dan 90 % zijn.
- Leun of steun nooit op de monitor.
- Druk op de toetsen met uw vingertoppen; nagels kunnen de mebraamtoetsen beschadigen.
- Stap niet op de kunststof behuizing.
- Het apparaat is ontworpen voor thuisgebruik. De Batavus-garantie is alleen van toepassing op defecten en storingen ontstaan bij thuisgebruik (24 maanden). Voor informatie omtrent de garantie gelieve u contact up te nemen met uw eigen wederverkoper van Batavus. De voorwaarden van de garantie kunnen per land verschillen.
DE MONTAGE
Voor de monteren zijn twee personen nodig. De instructies links, rechts, voor en achter, zijn zittend op de trainer bepaald.
Gereedschap set (onderdelen met * in de onderdelenlijst: Bewaar de ontagebenodigdheden, omdat u die o.a. nog bij de bijstelling van de apparatuur kunt gebruiken)
Mocht er een onderdeel missen, neem dan contact op met uw Batavus dealer onder vermelding van het model, het serienummer van het apparaat en het nummer van het missende onderdeel. Achter in deze gids vindt u de onderdelenlijst. De verpakking bevat een zakje met korrels die de apparatuur tijdens opslag en transport, heeft beschermd tegen vocht. Dit zakje kan na het uitpakken van de trainer, weggegooid worden. Plaats de trainer op een zo vlak mogelijke ondergrond, met aan de voorkant, de achterkant en aan de zijkanten minstens 100 cm vrije ruimte. We raden ook aan dat u het toestel op een beschermde ondergrond uit de verpakking haalt en in elkaar zet.
Bevestig de achterste voetsteun met behulp van de schroeven, de moerplaatjes en de dopmoeren aan het frame.

Monteer de voetsteun vooraan op dezelfde wijze als de achterste voetsteun aan het frame. Let erop dat de wieltjes van de voetdoppen bij de montage naar voor en naar beneden wijzen.
FRAMEBUIS VOOR

Schuif de kap van de monitor die achteraf onder de monitor gemonteerd wordt, en de buisbekleding voor de stuurschacht over de stuurschacht. Schuif daarna de schuimring voor de buisbekleding eveneens over de stuurschacht en druk naar boven.

Verbind nu de kabel bovenaan met de kabel onderaan die uit de framebuis van het frame uitsteekt.

Plaats de stuurschacht op de buis aan het frame en maakt het met de schroeven en de moerplaatjes vast. OPGELET: zorg ervoor dat de kabel niet
klemt! Schuif dan de buisbekleding samen met de schuimring die in de buisbekleding zit, naar beneden over de koker.
STUUR

De montage van de stuurbuis gebeurt met de stuurklem en de schroef, de moerplaatjes, de afstandskoker en het handwiel voor stuurverstelling. Plaats daarvoor de stuurbuis in de opening (E) op de stuurschacht. OPGELET: de pin (F) van de stuurschacht moet in de geul (G) gestopt worden! Schuif dan de stuurklem over de stuurschacht en plaats eerst de onderste schroef met het moerplaatje er losjes in. De stuurklem moet gelijkmatig verstrengeld zijn rond de stuurschacht. OPGELET: zorg ervoor dat de kabel niet klemt! Plaats nu het handwiel voor stuurverstelling met de moerplaat en de afstandskoker in de bovenste boring en trek vast. Schuif daarna de kabel van de polssensoren door de opening (H), onder de bevestigingsplaat, en leid hem naar boven uit de stuurschacht.
MONITOR

text_image
J i
Om de monitor te monteren moet u eerst de kabel bovenaan en de kabel voor de polssensoren verbinden met de kabels van de monitor. Schuif dan de monitor van bovenaf op de bevestigingsplaat (i) aan de stuurschacht. OPGELET: zorg ervoor dat de kabel niet klemt! Maak de monitor dan vast met de schroeven. Gelieve de schroeven evenwel niet te vast aan te trekken. Indien u dat wenst, kunt u nu de bijgevoegde boekensteun in de gleuf (J) op de monitor plaatsen. Nu kan de kap van de monitor onder de monitor naar boven geschoven en incengesloten worden. Let daarbij op de juiste plaats van de rustpennen (K).
ZADEL

Plaats de zadelsteun. Plaats het handwiel voor zadelverstelling en sluit de pen van het handwiel in een boring van de zadelsteun ineen en trek het handwiel dan vast aan. Om het zadel op de zadelsteun te monteren schuift u de reeds voorgemonteerde klem (L onder het zadel) op de bevestigingsbuis (M) aan de zadelhouder. Breng het zadel in de juiste stand en schroef het met behulp van de spanschroef in de gewenste positie vast. Met het handwiel voor de zadelverstelling kunt u dan ook nog de horizontale afstand tussen stuur en zadel instellen.
PEDAALBUIZEN

Draait u nu met de pedalen in de crankarm. Schroef de linkerpedaal (markering L = linkerschroefdraad) aan de linker crankarm. Gebruik de schroefsleutel en draai tegen de richting van de wijzers van de klok. Draai dan de rechterpedaal (markering R = rechterschroefdraad) vast aan de rechter crankarm in de richting van de wijzers van de klok. Bevestig nu nog de pedaallussen aan de pedalen en stel ze in volgens uw wensen.
TRANSFORMATOR

Stop eerst de kleine stekker in de opening (N) op de koker van het toestel. Sluit dan de transformator aan op een stopcontact met 230 volt. Nu is het toestel klaar voor gebruik.
VEILIGHEIDSRICHTLIJNEN VOOR TOESTELLEN MET ELEKTRISCHE AANSLUITING
- Gebruik uw hometrainer niet wanneer er een of andere beschadiging is aan de kabel of het toestel. Hou de stroomkabel uit de buurt van warme voorwerpen.
- Gebruik uw trainingstoestel niet in openlucht of in vochtige ruimten.
- Leg de stroomkabel niet onder een tapijt en plaats geen voorwerpen op de kabel.
- Trek de stekker uit het stopcontact vooraleer u het toestel verplaatst, eventueel een onderhoud uitvoert of de koker opent.
- De kabel tussen de transformator en het toestel mag niet veranderd (bijv. verlengd) worden.
GEBRUIK
Instabiliteit van het toestel kunt u verhelpen met behulp van de afstelschroef onder de achtersteun.
FITNESS TRAINING MET BATAVUS
Trainen op een fietstrainer is een uitstekende aërobe oefening, die in principe licht maar langdurig van aard is. Aërobe inspanning vergroot het zuurstofopnamevermogen van het lichaam, waardoor het uithoudingsvermogen en de conditie verbeteren. Door de verbeterde zuurstofopname neemt ook het vet erbrandingsvermogen van het lichaam toe. Een fit lichaam verbrandt dus ook in rust meer vet. Aërobe training is bovenal aangenaam. Transpireren is uitstekend, maar het is niet de bedoeling dat u buiten adem raakt. Tijdens de training kunt u nog normaal spreken, u gaat dus niet hijgen. Om een goede basisconditie op te bouwen moet u minstens drie keer per week dertig minuten trainen. Om een bepaald conditieniveau te handhaven zijn enkele trainingen per week voldoende. De conditie kan eenvoudig verder worden verbeterd door het aantal trainingen per week te verhogen.
TRAINEN OM AF TE VALLEN
Omdat inspanning de enige manier is om het energieverbruik (vetverbranding) van het lichaam te verhogen, wordt u voor uw training beloond met gewichtsverlies. Zeker als u de training combineert met gezonde voeding. Wie wil afvallen kan het best beginnen met een dagelijkse training van ongeveer dertig minuten en dat geleidelijk opbouwen tot hooguit een uur. Zeker bij overgewicht is het verstandig om altijd in een rustig tempo en met weinig weerstand te beginnen om het hart- en vaatsysteem niet te zwaar te belasten. Als de conditie beter wordt, kunnen trapsnelheid en weerstand geleidelijk worden verhoogd. De doelmatigheid van een training is te controleren aan de hand van de hartslag. Met de hartslagmeter kunt u de hartslag tijdens de training eenvoudig meten en zo controleren of de training voldoende effectief is zonder dat het lichaam te zwaar wordt belast.
TRAININGS NIVEAU
Wat uw doel, uw streven ook met het trainen is, u bereikt het beste resultaat door te trainen op een niveau dat u aankunt. Daarvoor is, zoals gezegd, uw hartslag de beste graadmonitor. Het meettoestel van de C2 berekent uw bij benadering maximale hartfrequentie en hanteert hierbij volgende formule:
220 - DE LEEFTIJD
Het maximum varieert van persoon tot persoon.
De maximale hartslag daalt per jaar met gemiddeld één punt. Als u tot de risicogroepen behoort, vraag dan een arts uw maximale hartslag te bepalen. Om u te helpen met uw training, hebben wij drie verschillende hartslag niveaus geselecteerd.
BEGINNER ● 50 tot 60 % van de maximale hartslag
Dit niveau is ook geschikt voor mensen die lijnen, mensen die herstellende zijn van een ziekte en mensen die lang niet getraind hebben. Drie trainingen van tenminste een halfuur per week zijn aan te bevelen. Regelmatig trainen stimuleert bij een beginner de ademhaling en bloedsomloop in sterke mate en zorgt al snel voor een merkbaar resultaat.
GEMIDDELDE SPORTER ● 60 tot 70 % van de maximale hartslag
Een perfect niveau om de conditie te verbeteren en op peil te houden. Zelfs een redelijk normale inspanning - minimaal 3 trainingen van 30 minuten per week – heeft een positief effect op hart en longen. Om uw conditie verder te verbeteren kunt u het aantal keren trainen per week verhogen of de duur van uw training verlengen. Verhoog echter nooit beide tegelijkertijd!
GETRAINDE SPORTER ● 70 tot 80 % van de maximale hartslag
Trainen op dit niveau is alleen weggelegd voor wie echt fit is en wie gewend is aan langdurige conditie trainingen.
- De polsmeting kan op 3 manieren gebeuren:
A) Met de handpolssensoren op de handvaten
B) met oorclip via kabel (optioneel als attribuut verkrijgbaar)
c) met borstgordel (draadloos, telemetrisch), optioneel borstgordel en ontvangstadapter zijn als attribuut verkrijgbaar.
Gebruik geen verschillende systemen gelijktijdig.
HARTSLAGMETING MET HANDSENSOREN
C2 meet de hartslag met sensoren die zich in de handsteunen bevinden en die de hartslag meten telkens wanneer de gebruiker beide sensoren tegelijkertijd aanraakt. Voor een betrouwbare polsmeting dient de huid onafgebroken in contact te staan met de sensoren en zou deze huid lichtjes vochtig moeten zijn. Een te droge of te vochtige huid kan een onjuiste hartslagmeting tot gevolg hebben. Let op: het actieve gebruik van de spieren van het bovenlichaam tijdens de oefening kan een invloed uitocfenen op de meting van de hartslag: actieve spieren brengen dezelfde elektronische signalen over als de hartspier. Daarom raden we een ontspannen houding van de armen aan tijdens de hartslagmeting.
GEBRUIK OORSENSOR
- Steek de stekker van de oorsensor in het contact van de monitor.
- Klem de oorsensor op het doorschijnende deel van de oorlel.
Hartslagmetingen door de oorsensor kunnen door verschillende factoren worden beïnvloed. Daar is vaak eenvoudig wat aan te doen. Soms is bijvoorbeeld de oorlel te koud, u kunt deze dan masseren zodat de bloedcirculatie in de oorlel verbetert. Ook lage spanning van de monitorbatterijen beïnvloeden de correcte meting. In dat geval vervangt u de batterijen. Als de oorsensor op de oorlel door lichamelijke omstandigheden onregelmatige metingen levert, kan de sensor ook op de oorschelp of eventueel op een vingertop worden geplaatst. Verder kunnen de metingen beïnvloed worden door sterke bewegingen tijdens de training, en door een sterke lichtbron. De sensor meet namelijk veranderingen in de licht doorlaatbaarheid van de oorlel. Meestal is het dan voldoende om iets anders te gaan zitten, waardoor de oorsensor in de schaduw van het hoofd komt. Daarnaast kan de vergrote bloedcirculatie die voorkomt bij een hartritme boven de 150 slagen de meting beïnvloeden. Maak na gebruik de oorsensor altijd schoon, maar gebruik daarbij nooit oplosmiddelen of bijtende schoonmaakmiddelen.
HARTSLAG METEN
Hartslag kan telemetrisch worden gemeten. De monitor heeft een ingebouwde hartslagontvanger voor de Batavus Pro Check borstband met ingebouwde telemetrische hartslagzender.
BELANGRIJK! Als u een pacemaker gebruikt, mag u de borstband alleen met toestemming van een arts gebruiken.
Dit is het meest betrouwbare systeem, dat werkt met een borstband met meerdere elektrodes waarvan de gemeten waarden draadloos doorgeseind worden naar de monitor. Als u een pacemaker gebruikt, mag u de borstband alleen met toestemming van een arts gebruiken. Wanneer u uw hartslag tijdens de training op deze manier wilt controleren, moeten de geribbelde elektroden aan de binnenzijde van de borstband vochtig gemaakt worden (water). Plaats de zender juist onder de borst met de elastische band strak genoeg om tijdens het trainen de elektroden contact te laten houden met de huid, maar niet zo strak dat normaal ademen wordt belemmerd. De zender geeft de hartslag automatisch door aan de monitor die zich niet verder dan één meter van
de borstband mag bevinden. Wanneer de zender verder van de monitor verwijderd is, wordt het signaal te zwak om te ontvangen. Let er ook op dat niet meerdere personen met een borstband om, binnen een straal van één meter rond de monitor staan, want de monitor ontvangt dan van elke elektrode een signaal en telt deze dan bij elkaar op.
Denkt u eraan wat de trainingskleding betreft, dat bepaalde in de kleding gebruikte vezels (zoals polyester of polyamide) statische electriciteit veroorzaken, wat bij de hartslagmeting problemen veroorzaken kan. Denkt u eraan dat mobiele telefoons, een tv of andere electronische apparaten een electromagnetisch
MONITOR

text_image
BATAVUS 0:00 0:00 0:00 0 Recovery Set Mode Enter 0:00 Ultimate Biking | C2TOETSEN
1. ENTER
Om de monitor-functies te selecteren en de trainingsgegevens terug op nul te zetten
2. SET
Verstelt de waarden
3. +/-
Verstelling van trainingsintensiteit (Level), trainingswaarden en profielkeuze
4. SELECT
Bevestiging van de ingestelde waarden
5. RECOVERY
De meting van de rustpols wordt gestart na afloop van de training door op deze toets te drukken
FUNCTIES
Wanneer er gedurende ca. 4 minuten niet getraind werd en er geen toets bediend werd, schakelt de monitor over in ruststand en verschijnt het tijdstip, de datum, de weekdag en de kamertemperatuur op het beeldscherm.
- het hoofdscherm "A" toont: Scan-Speed-Time-Distance-Calories-Pulse
- het scherm "B" toont tijdens de training: RPM (toerental), weerstand (Level) en het profielprogramma.
3. TIJD
De trainingstijd, optellend, begint vanaf 00:00 en loopt tot 99:59 minuten. Dan begint de tijd weer vanaf 00:00. Het dubbelpunt (:) knippert elke seconde.
4. SNELHEID
De snelheid (Speed) wordt weergegeven tot 99,9 km/u.
5. TOERENTAL
Het aantal cranktoeren wordt weergegeven in U/min (toeren per minuut).
6. AFSTAND
De afstand wordt in kilometer (km) weergegeven en telt zonder voorafgaande instelling op van 0,01 tot 99,99.
Bij vooraf ingestelde afstand (Distance) wordt er afgeteld tot 0,00 km.
De totale afstand wordt van alle trainingseenheden samengeteld en op het beeldscherm weergegeven, ook wanneer de huidige gegevens met de toets "Reset" gewist zijn. Enkel wanneer de batterijen gewisseld worden, wordt ook de waarde van de totale afstand gewist.
7. CALORIEËN
De calorieën kunnen zoals bij tijd of afstand op- of aftellend ingesteld worden en worden tijdens de training berekend. Per training worden maximaal 9999 calorieën weergegeven.
BEMERKING BIJ DE CALORIEËNMETING:
Bij dit toestel wordt het energieverbruik berekend op basis van gemiddelde waarden. Om de waarden te berekenen wordt enkel het aantal tocren gebruikt. Aangezien het vermogen om energie te produceren (zog. rendement) voor elkeen echter verschillend is, kan het aangegeven energieverbruik noodzakelijk slechts een benadering zijn van het daadwerkelijke verbruik en kan dit niet voor therapeutische doeleinden gebruikt worden. Het energieverbruik tijdens de training wordt weergegeven in kcal (kilocaloricën). Voor de omrekening in Joule gebruikt u best deze formule: 1 kcal = 4,187 kJ.
8. PERCENTAGES POLSSLAGFREQUENTIE
Tijdens de training met polswaarden berekent de monitor, rekening houdend met uw persoonlijke gegevens, 3 percentages voor polsslagfrequencies overeenkomstig uw maximale polswaarde.
Bij de start van de training wisselt de weergave van de polsinstelling naar de huidige polswaarde.
Naast de polswaarde knippert het percentage van de hartslagfrequentie waarmee u precies traint.
Voorbeeld: Wannccr u wilt trainen met een percentage van 75%, maar het momenteel weergegeven percentage lager of hoger is, moet u uw prestatie overeenkomstig verminderen of verhogen, opdat uw pols zou dalen of stijgen. Dat effect bereikt u door de remwaarde of het toerental te wijzigen. Om de remwaarde te verstellen gebruikt u best de toetsen “+/-” op de monitor.
Wanneer u met andere waarden, dan de vooraf ingestelde waarden, wilt trainen, dan bascert u zich best niet op de percentages, maar enkel op uw huidige polswaarde.
BEMERKING: Vooraleer de monitor de polswaarde of het polspercentage kan weergeven, heeft hij minstens 10 seconden tijd nodig om de berekening te maken.
De trainingsintensiteit wordt tijdens de training op het "beeldscherm B" als balkdiagram (niveaus 1-8) weergegeven.
10. PROGRAMMA'S
De monitor bevat:
- "M" een manueel programma (8 niveaus/Levels)
- "P" programma met profielen in niveaus (10 verschillende profielen)
AANSCHAKELEN EN PROGRAMMEREN
Wanneer u de monitor aanschakelt, wordt de datummodus weergegeven.
INVOER GEGEVENS
Wanneer u nu bijv. tijdstip of datum niet wenst te veranderen, gebruikt u de toets "ENTER" zo vaak, totdat de trainingstijd 00:00 op het beeldscherm "A" verschijnt.
Op het beeldscherm "B" verschijnt tegelijkertijd een "M" voor het manuele programma.
Met de toets “+” kunt u overgaan op de programmakeuze, “P” = profielprogramma.
- Gebruik de toets "SELECT".
Beeldscherm "B" geeft dan de intensiteit weer als een vlak balkdiagram en als cijfer (1-8). Afwisselend wordt dan het toerental en de intensiteit (1-8) getoond.
Zonder invocer van trainingsgegevens, bijv. tijd / afstand, kunt u nu met de training beginnen. Kies de intensiteitniveaus met de toetsen “+/-”. Voor de training in het “manuele programma” met voorafgaande instelling van de gegevens kiest u het percentage met de toets “ENTER”. - Stel de waarde in met de toets "SET". De verstelling van de waarden gebeurt steeds optellend.
- Gebruik de toets "ENTER" zo vaak, totdat de tijdweergave opnieuw geselecteerd is. Begin dan met de training.
B. TRAINING MET PROFIELPROGRAMMA "P"
- Druk na de overgang van "M" naar "P" op de toets "SELECT". Selecteer met de toetsen "+/-" het programma 1 - 10. Bevestig met de toets "SELECT". Het niveauprofiel wordt weergegeven op het beeldscherm "B".
- Nu is het mogelijk om met de toetsen “+/-”de basisintensiteit (Level) te verhogen. Ga, indien gewenst, met de toets “ENTER” over naar de invoer van de trainingswaarden. Zonder invoer van waarden kunt u meteen met de training beginnen.
INSTELLING VAN TIJDSTIP EN DATUM
Na verbinding met het net of door met de pedalen te trappen en de toets "ENTER" in te drukken, wordt de invoer mogelijk gemaakt. Het jaartal "2005" knippert.
- Stel met de toets "SET" het jaartal in.
-
Druk op de toets "ENTER" om te bevestigen. Het cijfer van de maand "M" knippert.
-
Stel met de toets "SET" de maand in.
- Druk op de toets "ENTER". Het tijdstip (uren) "D" knippert.
- Stel met de toets "SET" de tijd in.
- Druk op de toets "ENTER". De minuten knipperen.
- Stel met de toets "SET" de minuten in
- Druk op de toets "ENTER" Nu is de invoer van de trainingsgegevens mogelijk.
VERDER BEMERKINGEN:
- Snelstart
Gebruik de pedalen bij aangesloten transformator om de monitor vanuit ruststand over te schakelen naar de invoermodus. - Op het beeldscherm "A" is telkens de invoer van waarden mogelijk wanneer een van de balken in de linkermarge weergegeven wordt.
- De verstelling (Target Setting) is enkel mogelijk, wanneer het parkeersymbool "P" op het beeldscherm "A" verschijnt.
- Tijdens de training kan de weerstand (Level) met de toetsen “+/-” versteld worden.
- Wanneer verschillende aftelfuncties ingesteld werden, weerklinkt een geluidssignaal bij de functie die als eerste op "nul" staat.
- Door op de toets “+” te drukken, wordt het geluid uitgeschakeld. Wanneer u nu verder traint, begint de functie automatisch vanaf “nul” weer op te tellen.
VERPLAATSEN
Wilt u uw trainer verplaatsen, doe dat dan op de hieronder omschreven manier. Het verkeerd optillen van een zwaar apparaat, kan immers rugletsel veroorzaken.
Plaats de trainer in een droge, stofvrije ruimte met minimale temperatuurverschillen. Met behulp van de transportrollen aan de voorkant is de C2 eenvoudig te verplaatsen. Ga voor de C2 staan en kantel het frame naar u toe. Nu kan het apparaat verreden worden. Pas op dat de vloer niet beschadigt wanneer u het toestel verplaatst. Bescherm tere vloermaterialen zoals parketvloeren enz. Om schade aan het apparaat te voorkomen, is het raadzaam de trainer op een droge plek met zo min mogelijk stof en temperatuurwisselingen te plaatsen.
ONDERHOUD
De Batavus apparaten hebben weinig onderhoud nodig. Het is raadzaam om zo nu en dan te controleren of alle bouten en moeren nog goed vast zitten. U kunt het apparaat schoonhouden door het af te nemen met een vochtige doek. Gebruik echter geen oplosmiddelen.
- De metalen delen kunt u het beste tegen de inwerking van transpiratievocht beschermen, om regelmatig deze delen te behandelen met teflonolie.
- Verwijder de kunststof behuizing van het apparaat nooit!
GEBRUIKSSTORINGEN
Ondanks voortdurende kwaliteitscontroles, kunnen er defecten of storingen optreden die het gevolg zijn van het niet goed functioneren van onderdelen die in de trainer zijn gebruikt. In de meeste gevallen is het onnodig om het gehele apparaat ter reparatie aan te bieden, aangezien de storing meestal kan worden opgelost door het vervangen van het defecte onderdeel.
Mochten er storingen optreden bij het gebruik van de trainer, neem dan onmiddellijk contact op met uw Batavus dealer. Vermeldt daarbij altijd het model en het serienummer van uw Batavus trainer, de eventuele storingscode en door wie de trainer is geïnstalleerd.
Vermeldt bij het bestellen van onderdelen het model, het serienummer van het apparaat en het nummer van het onderdeel. Op de laatste pagina's van deze gids vindt u de onderdelenlijst.
TECHNISCHE GEGEVENS
Lengte 102 cm
Breedte 55 cm
Hoogte 146 cm
Gewicht ....37 kg
De C2 voldoet aan de eisen van EUs EMC Directieven betreffende elektromagnetische compatibiliteit (89/336/EEC). Daarom is dit product met de CE label voorzien.
De C2 voldoet aan EN precisie- en veiligheidsnormen (EN-957).
Batavus is gerechtigd om specificaties te veranderen zonder daarover nader te berichten.
BELANGRIJK! De garantie vervalt bij schade als gevolg van het niet volgen van de instructies in deze gids betreffende het monteren, het instellen en het onderhouden van de apparatuur. De instructies dienen bij het in elkaar zetten, het onderhoud en het gebruik, zo zorgvuldig mogelijk te worden gevolgd. Veranderingen of modificaties, welke niet door Batavus zijn goedgekeurd, laten de Batavus product aansprakelijkheid geheel vervallen.
Wij wensen u veel plezierige trainingen met uw nieuwe Batavus trainingspartner!
INDICE
MONTAGGIO 39
UTILIZZO 41
PANNELLO 43
TRASPORTO ED IMMAGAZZINAGGIO ....45
MANUTENZIONE 45
DATI TECNICI 46
SimpelGids