35V EL - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 35V EL SABO in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - 35V EL SABO
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 35V EL - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 35V EL van het merk SABO.
GEBRUIKSAANWIJZING 35V EL SABO
Nederlands Originele gebruiksaanwijzing
1 INLEIDING Beste tuinliefhebber, als bij de trots op een verzorgd gazon ook nog het plezier aan het werk in de tuin komt, dan weet men pas wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe verticuteerder heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne high-tech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt, en dat verheugt u als u het wonderlijke resultaat ziet. Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden. Voordat u de verticuteerder voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw verticuteerder te vermijden. Gebruik de verticuteerder voorzichtig. De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De betekenis van de pictogrammen en symbolen wordt in de volgende hoofdstukken uitgelegd. De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat. Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw verticuteerder betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de verticuteerder als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen. Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein.
1 Model 2 Beschermklasse 3 Aansluitspanning 4 Productidentificatienummer met serienummer 5 Netfrequentie 6 Vermogen 7 Gewicht 8 Gecontroleerde veiligheid (afhankelijk van het model) 9 Motortoerental 10 Elektrische apparaten horen niet bij het huisvuil. Apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt brengen. 11 Bouwjaar 12 CE conformiteitsteken 13 Verticuteerder 14 Gegarandeerd geluidsdrukniveau
Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen: 31-V EL (SA725): Werkbreedte 310 mm 35-V EL (SA726): Werkbreedte 350 mm Gelieve de correcte modelbenaming van uw apparaat en het serienummer af te leiden van het typeplaatje.
Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen!
Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsafstand aanhouden / derden uit de gevarenzone houden!
Netsnoer van snijdende vorktanden verwijderd houden.
Op scherpe vorktanden letten – Voor de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden, of indien het snoer beschadigd is, het toestel van het net scheiden.
Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsbril dragen!
Elektrische apparaten horen niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt.
WAARSCHUWING Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.
WAARSCHUWING Derden uit de gevaarszone verwijderd houden! Het contact met de roterende snijdgereedschap kan tot zware letsels leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Verticuteer nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn.
WAARSCHUWING Elektrische schokken kunnen tot zware letsels leiden. De elektrische uitrusting mag niet worden veranderd. De aansluitleiding regelmatig op tekenen van beschadiging en veroudering controleren. Op vrije ligging van de kabel letten, niet knikken, schuren of knellen. Gebrekkige aansluitleidingen moeten worden vervangen. Het toestel niet met water afspuiten. De elektrische installatie zou beschadigd kunnen worden. Het uitwisselen van de messen steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren, omdat na reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messenas, bevestigingsdelen) overeenkomstig de bestaande richtlijn DIN EN 60335 een controle van de isolatiebeveiliging moet worden uitgevoerd.3
WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Controleer voor en tijdens het verticuteren het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.
WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende snijdgereedschap kan tot zware voetletsels leiden. De motor alleen achter de machine staand starten. Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen.
WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende snijdgereedschap kan tot zware hand- en voetletsels leiden. Bij lopende motor/messenas de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Vóór het verticuteren, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van het maaimes controleren, daarna de messen vóór elk verticuteren onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Versleten of beschadigde messen door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vervangen. Vóór het starten van de motor controleren of de gereedschappen verwijderd zijn.
WAARSCHUWING Elektrische schokken kunnen tot zware letsels leiden. Aansluitleiding van de verticuteerder verwijderd houden. Bij het starten er op letten, dat de aansluitkabel niet in de buurt van de behuizing ligt. Bij het verticuteren niet over de aansluitkabel rijden. Bij beschadiging het toestel uitschakelen en wachten tot het snijdgereedschap stilstaat, de netstekker uittrekken. Gebrekkige aansluitleidingen moeten worden vervangen.
VOORZICHTIG Als bij werkzaamheden aan het apparaat de netstekker niet wordt uitgetrokken, zou de motor gestart kunnen worden en kunnen zware verwondingen het gevolg zijn. Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor uitschakelen en de netstekker uittrekken. Houd er bij het onderhouden van de snijmessen rekening mee, dat zelfs als de spanningbron is uitgeschakeld de snijmessen bewogen kunnen worden. Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
WAARSCHUWING Het contact met het roterende snijdgereedschap kan leiden tot zware hand- en voetletsels. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. De motor uitschakelen en wachten tot het snijdgereedschap stilstaat: – wanneer het toestel moet worden aangeheven of gekanteld, bijv. voor transport; – bij het rijden buiten het grasperk op wegen of straten; – wanneer de machine gedurende korte tijd zonder toezicht blijft; – voor de verticuteerdiepte wordt ingesteld; – voor de grasopvangzak wordt afgenomen.
VOORZICHTIG Het contact met de scherpe kanten van de verticuteermessen kan tot letsels leiden. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen.
WAARSCHUWING Veiligheidsbril dragen! Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Verticuteer nooit zonder veiligheidsbril.
- Het toestel is uitsluitend bestemd voor het verticuteren van grasperken en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Gebruik conform de voorschriften"). Elke verder leidende toepassing geldt als niet conform de voorschriften; voor hieruit resulterende schade is de producent niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Bij het gebruik conform de voorschriften hoort ook het nakomen van de door de producent voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en instandhoudingvoorwaarden.
- Bij gebruik in openbare plantsoenen, parken, op sportvelden, langs de weg en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder voorzichtig te werk gaan.
- Niet gebruikt worden mag de verticuteerder met name voor onkruidverwijdering in steenvoegen, op terrassen of voetpaden, als motorhak en voor het egaliseren van grondoneffenheden zoals bijv. molshopen.
- Het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze verticuteerder sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.
ELEKTRO-VERTICUTEERDER Algemene veiligheidsinstructies
Voor uw eigen veiligheid en voor een zo optimaal mogelijke werking van uw machine raden wij u aan deze bedieningshandleiding zorgvuldig door te lezen. Neem de tijd om kennis te nemen van de bedieningselementen en de machine juist te gebruiken. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.
- Wij wijzen u erop dat de bestuurder of gebruiker van de machine aansprakelijk is voor het in gevaar brengen van andere personen, hun eigendommen en ongevallen waarbij deze betrokken zijn.
- Deze bedieningshandleiding hoort bij de machine en moet bij eventuele verdere verkoop aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd.
- Laat nooit kinderen en personen onder 16 jaar en andere personen die geen kennis hebben genomen van de bedieningshandleiding de machine gebruiken. Wij wijzen u op het volgende: De minimumleeftijd van gebruikers kan regionaal verschillen.
- Wijs iedereen die met het apparaat gaat werken op de mogelijke gevaren en hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit toestel mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren geïnstrueerd werden.
- Dit apparaat is niet ervoor bedoeld om te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens en/of bij gebrek aan kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is.
Verticuteer nooit in het bijzijn van andere personen, met name kinderen, of dieren.
- Berg de machine veilig op. Niet gebruikte machines moeten in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
- Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden!
- De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen van kabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders! De kabels moeten zodanig tegen de buitenkant van de boom liggen dat ze bij het neerklappen van de boom4 niet verpletterd of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. Voorbereidende maatregelen
- Tijdens het verticuteren moet altijd stevig, gesloten, antislip schoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Verticuteer niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.
- Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Gehoorbescherming dragen.
Controleer vóór en tijdens het verticuteren het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden.
Controleer voor en tijdens het verticuteren het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok! Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.
- Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een maairobot gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot werkoppervlak van de maairobot in acht worden genomen: – vóór het verticuteren op deze oppervlakken moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd. – wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation. – wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing. – de begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden. – rondslingerende kabelresten voor het verticuteren verwijderen. Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
- Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het verticuteren belemmeren. Vóór het verticuteren op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen.
- Om het goede en veilige bedrijf van een tuinapparaat te garanderen is een aansluitkabel van de minimum kwaliteit H05 RN-F (alternatief H05 VV-F) volgens DIN/VDE 0282/4, met een diameter van 3 x 1,5 mm² en een rubber of met rubber beklede aansluitkoppeling volgens DIN/VDE 0620-2-1 vereist. De aansluiting moet gebeuren aan een geaarde contactdoos 230 V wisselstroom.
- Bij gebruik van een kabel met kinderbeveiliging moet men erop letten dat de beveiliging foutloos werkt (licht loopt), aangezien anders de aansluitstekker van het apparaat kan worden beschadigd.
- De aansluitcontactdoos moet van een trage 16 A zekering zijn voorzien.
- Het gebruik van differentiaalstroom beveiligingsinrichtingen met een nominale differentiaalstroom van max. 30 mA of een gelijkwaardige beveiliging wordt aanbevolen.
De elektrische uitrusting mag niet veranderd worden. De aansluitleiding moet vóór elk verticuteren op tekenen van beschadiging en veroudering gecontroleerd worden en mag alleen in foutloze toestand worden gebruikt.
- Als het apparaat aan een stroomopwekker moet werken, eerst een geautoriseerde vakwerkplaats vragen welke stroomopwekker geschikt is.
- Voor het gebruik van de verticuteerder om gevaren te vermijden deze op een vaste zitting van de schroefverbindingen, de correcte montage en de toestand van de messenas controleren. Versleten en beschadigde messen en bevestigingsschroeven moeten worden uitgewisseld.
- De toestand van de pictogrammen moet bij elke inzet gecontroleerd worden. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Gebruik
- Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
Aansluitkabels uit de buurt van de snijdinrichting houden. Bij het verticuteren niet met de machine over de aansluitkabel rijden en bij het geleiden van de aansluitkabel steeds veiligheidsafstand aanhouden.
Indien de aansluitkabel wordt beschadigd, schakel dan het apparaat uit, wacht tot het snijdgereedschap stilstaat en trek de netstekker uit de contactdoos. Beschadigde aansluitkabels moeten worden vervangen. Let erop dat de kabel vrij ligt, kabel niet knikken, schuren of knellen.
- Verticuteer niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat.
- Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.
- Verticuteer alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets.
- Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
- niet te dicht bij gaten, sloten en taluds rijden. De machine kan plotseling over de kop gaan als een wiel over de rand van een gat of talud rijdt of als een rand plotseling meegeeft.
- De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
- Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Verticuteer op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
- Verticuteer niet op al te steile hellingen! Het verticuteren op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw verticuteerder is zo krachtig, dat hij nog kan verticuteren op hellingen die tot 46% (25° helling) aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide verticuteerders bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat.
- Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt.
- Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
- Houd de door de lengte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan.
- Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep!
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid.
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten):
– Veiligheidsschakelbeugel/-schakelhendel motorstop (13) De verticuteerder is uitgerust met een motorstop-inrichting. In het lopende bedrijf en op een moment van gevaar wordt door de beugel/hendel voor de motorstop los te laten de elektrische motor uitgeschakeld. De elektrische motor en het maaimes moeten tot stilstand komen (Opgelet! Het maaimes loopt na!). Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken. De beugel/hendel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. De functie van de veiligheidsschakelbeugel/-schakelhendel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel/-schakelhendel werkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is, moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden.5 Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten):
– Behuizing, grasopvangzak, uitwerpklep, deflector (8) Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsels door omhoog geslingerde voorwerpen. Het toestel mag niet met beschadigde behuizing c.q. zonder reglementair bevestigde opvangzak resp. deflector of tegen de behuizing aanliggende uitwerpklep worden gebruikt.
– Behuizing Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met het roterende maaimes. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
– Overtrekslang aan bovengedeelte van duwboom (11), motorkap (6) en motorconsole, afdekkingen (4), bevestigingsonderdelen, schakelaar-stekker-combinatie met kabel (1, 12), aansluitkabel, messchroef Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door aanraking van onder spanning staande onderdelen. De elektrische uitrusting mag niet worden veranderd. Defecte aansluitkabels moeten worden vervangen. Een aansluitkabel met minimale kwaliteit H 07 RN-F conform DIN/VDE 0282/4 gebruiken. Na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatieonderdelen moet conform bestaande norm DIN EN 60335 een isolatiecontrole worden uitgevoerd.
De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.
- Start of bedien de aanloopschakelaar voorzichtig, overeenkomstig de aanwijzingen van de producent.
Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisysteem staan.
Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het maaimes in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden.
Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
Schakel de motor uit door de beugel voor de motorstop los te laten, trek de netstekker uit, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan: – als de machine wordt verlaten; – voordat u de aansluitleiding controleert; – voordat u de machine controleert, reinigt of werkzaamheden eraan uitvoert; – voordat u blokkeringen losmaakt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert; – als er een vreemd voorwerp werd geraakt; – als de machine ongewoon begint te trillen.
- Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
- Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Wend u als er sterke trillingen optreden meteen tot een geautoriseerde vakwerkplaats.
- WAARSCHUWING De in deze bedieningshandleiding vermelde geluids- en trillingsniveaus zijn de maximum waarden voor de inzet van het apparaat. De inzet van een snij-element in onbalans, overmatige bewegingssnelheid of gebrekkig onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen. Daarom is het noodzakelijk om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat eventuele schade als gevolg van hoge geluidsniveaus en belasting door trilling wordt vermeden. Onderhoud het apparaat goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzes tijdens het werk. De in deze bedieningshandleiding opgesomde onderhoudswerkzaamheden uitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren en onderhouden.
Schakel de motor uit door de beugel voor de motorstop los te laten, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan, – als u de verticuteerder moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport; – als u de machine naar het verticuteervlak toe en weer weg transporteert; – bij het rijden buiten het gazon; – als u de machine korte tijd verlaat; – als u de verticuteerdiepte wilt instellen; – voordat u de grasvangzak eraf neemt.
- Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
- Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is.
U mag alleen bij uitgeschakelde motor de uitwerpklep openen en de grasopvangzak verwijderen.
Controleer elke keer voordat u gaat verticuteren of de grasopvangbak niet versleten is en of die nog goed functioneert.
Controleer elke keer voordat u gaat verticuteren de toestand en de goede bevestiging van de mesas. Versleten of beschadigde messen moeten absoluut worden vervangen. Het vervangen van de messen resp. werkzaamheden aan de mesas altijd door een vakwerkplaats laten uitvoeren. Door een verkeerd gemonteerde mesas kunnen delen loskomen, hetgeen ernstige verwondingen tot gevolg kan hebben.
Het uitwisselen van de messen steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren, omdat na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messenas, bevestigingsdelen) overeenkomstig de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatiebeveiliging moet worden uitgevoerd.
- Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.
Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd bij uitgeschakelde motor en uitgetrokken netstekker. Houd er bij het onderhouden van de snijmessen rekening mee, dat zelfs als de spanningbron is uitgeschakeld de snijmessen bewogen kunnen worden. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen.
De machine niet onder stromend water of met drukreinigingsapparaten reinigen. De elektrische inrichting zou beschadigd kunnen worden.
- De verticuteermachine alleen met verhoogde mesas opslaan. Een verlaagde mesas kan op den duur verbuigen en de gebruiksveiligheid van de verticuteermachine in gevaar brengen. Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
- Opmerkingen voor Zwitserland: Elektro-machines mogen alleen worden gebruikt wanneer een differentiaalstroom beveiligingsschakelaar met de max. schakelstroom van 30 mA is voorgeschakeld.
- Opmerking voor Oostenrijk: De koppelingscontactdoos van de aansluitkabel moet tegen spatwater beschermd zijn.6
1 Elektriciteitskabel aansluitstekker 2 Grendelelement 3 Hendel voor het neerlaten/uitheffen van de messenas 4 Afdekking 5 Ventilatiesleuven elektromotor 6 Motorkap 7 Draaggreep 8 Uitwerpklep 9 Trekontlasting voor elektriciteitskabel 10 Kabelgeleiding 11 Overtrekslang aan bovengedeelte van duwboom 12 Vergrendelingknop (rood) 13 Activeringsbeugel voor motor (veiligheidsschakelbeugel) (35-V EL) Activeringshendel voor motor (veiligheidsschakelhendel) (31-V EL, zonder afbeelding)
8 VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN Voor de montage bevinden zich de volgende afzonderlijke delen in de verpakking:
- Bovenste deel van de duwboom, klaar voor montage
- Onderste deel van de duwboom
- Gereedschapszakje met volgende inhoud: – Bedieningshandleiding met Conformiteitsverklaring – Garantiebepalingen (afhankelijk van het model) – Diverse montageonderdelen (trekontlasting, platkopschroeven, schijven, moeren, kabelgeleidingen, vleugelmoeren, kabelbinders). Mocht er toch een onderdeel ontbreken, neem dan contact op met uw gespecialiseerde vakhandelaar. Onderste deel van de duwboom aanbouwen (Afbeelding C1 ) Voor de montage van het onderste deel van de duwboom moet eerst de trekontlasting (1) over het onderste deel van de duwboom (2) worden geschoven. – De uiteinden van de boom langs buiten aan beide bevestigingspunten van de behuizing plaatsen. Er kunnen twee boomhoogtes ingesteld worden. – De bijgevoegde platkopschroeven (3) langs binnen door de behuizing en de boom steken. – Langs buiten telkens een schijf (4) op de schroeven schuiven en met de zelfremmende moeren (5) vastschroeven. Bovenste deel van de duwboom aanbouwen (Afbeelding C3 ) – Het bovenste gedeelte van de duwboom rechts en links zo op het onderste gedeelte zetten, dat de bevestigingsboringen van de beide gedeeltes van de duwboom overeenstemmen. – De kabelgeleidingen (1) van buiten naar binnen erdoor steken, beide gedeeltes van de duwboom met telkens een schijf (2) en een vleugelmoer (3) aan de binnenkant vastschroeven. – Kabel (4) en bowdenkabel (5) in de kabelgeleidingen (1) leggen. Daardoor wordt verhinderd dat de kabel resp. bowdenkabel bij het omklappen van de duwboom vastgeklemd raken. – Kabel en bowdenkabel met behulp van de kabelbanden (6) uit de gereedschapstas bevestigen aan het onderste gedeelte van de duwboom. BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. BELANGRIJK Let erop, dat de bowdenkabels bij optillen van de duwboom niet geknikt worden of bekneld raken!
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2
Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien! Met name de correcte montage en toestand van de mesas moet gecontroleerd worden (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesas“). Werkzaamheden aan de mesas altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren, aangezien na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. mesas, bevestigingsdelen) conform de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd. De verticuteerder is uitgerust met een motorstop-inrichting. Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel/- schakelhendel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel/schakelhendel wordt losgelaten, dan moet de motor zich uitschakelen en het maaimes tot stilstand komen (Opgelet! Het maaimes loopt na!). Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken. De beugel/hendel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
BELANGRIJK Als het apparaat aan een stroomopwekker moet werken, eerst een geautoriseerde vakwerkplaats vragen welke stroomopwekker geschikt is. Aanbrengen van de kabel (Afbeelding C2 ) OPGELET Om het goede en veilige bedrijf van het tuinapparaat te garanderen is een aansluitkabel van de minimum kwaliteit H05 RN-F (alternatief H05 VV-F) volgens DIN/VDE 0282/4, met een diameter van 3 x 1,5 mm² en een rubber of met rubber beklede aansluitkoppeling volgens DIN/VDE 0620-2-1 vereist. De aansluiting moet gebeuren aan een geaarde contactdoos 230 V wisselstroom, beveiliging 16 A traag. Bij gebruik van een kabel met kinderbeveiliging moet men erop letten dat de beveiliging foutloos werkt (licht loopt), aangezien anders de aansluitstekker van het apparaat kan worden beschadigd. – De aansluitkabel eerst in de schakelaar-stekker-combinatie aan de bovenste stang insteken. – Dan pas de kabel aan het stroomnet aansluiten. – Bij verwijderen van de kabel altijd eerst de stekker uit de contactdoos trekken.7 Bevestigen van de kabel in de trekontlasting (Afbeelding D2 ) OPGELET Om beschadigingen van de schakelaar-stekkercombinatie en van de kabel te verhinderen mag het apparaat niet zonder snoerontlasting gebruikt worden. De kabel moet in de snoerontlasting worden gehangen om hem veilig aan het apparaat te bevestigen. Daardoor wordt verhinderd dat hij uit de kabelstekkerdoos aan het apparaat wordt getrokken. Bovendien wordt de kabel op deze manier bij het draaien automatisch naar de andere kant omgelegd. – In de kabel een lus in de vorm van een halve cirkel vormen - ca. 80 cm van de aansluitkoppeling van de kabel vandaan. – De kabel in de snoerontlasting van beneden uit erdoor steken en rond de bevestigingsbeugels slaan. – Kabel aan beide uiteinden vastpakken en strak trekken in de snoerontlasting. Starten van de motor (Afbeelding A2 ) Vóór het starten van de motor erop letten, dat de mesas zich in de uitlichtpositie (1) bevindt Z2 . De motor alleen starten als u achter de verticuteerder staat. De verticuteerder in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de mesas en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. – Voor het inschakelen van de motor eerst op de rode knop drukken en deze ingedrukt houden. – Met de andere hand de schakelhendel (31-V EL) resp. De schakelbeugel (35-V EL) tegen het bovenste deel van de duwboom drukken. Tijdens de werking moet de schakelhendel resp. schakelbeugel in deze positie worden vastgehouden. – De rode knop kan dan losgelaten worden. BELANGRIJK Als de motor na 5 seconden na inschakelen van het apparaat niet aanloopt, dan
1. Schakelbeugel weer loslaten
2. Netstekker uittrekken!
3. Aansluitleiding controleren
4. Spanning aan het huis (zekering) controleren
5. Apparaat controleren op blokkeringen van de mesas
6. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
11 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING F ) Om de motor uit te schakelen, de schakelbeugel resp. schakelhendel loslaten. De motor wordt uitgeschakeld en het snijdgereedschap komt tot stilstand. Let op! Het snijdgereedschap loopt na!
Veiligheidsschakelbeugel resp. schakelhendel loslaten. – Het snijdgereedschap komt tot stilstand. – De motor wordt uitgeschakeld. OPGELET Vóór elk verticuteren controleren of de veiligheidsschakelbeugel/-schakelhendel foutloos functioneert. – Als de schakelbeugel/schakelhendel wordt losgelaten, dan moet de motor zich uitschakelen en het maaimes tot stilstand komen (Opgelet! Het maaimes loopt na!). Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken.
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2
Het instellen van de verticuteerdiepte mag alleen bij uitgeschakelde motor gebeuren! De werkdiepte is afhankelijk van de slijtage van de messen en moet bovendien op de betreffende gazon- en grondverhoudingen worden ingesteld. De verticuteerdiepte steeds op een effen gazonoppervlak controleren en instellen. Bij neergelaten messenas dienen de messen de grasnerf iets aan te ritsen. De werkdiepte van max. 3 mm is aan te bevelen. Bij een verzorgde gazon zonder stenen, kan de verticuteerdiepte iets groter worden ingesteld. Bij een gazonoppervlak met veel mos dient met een kleinere werkdiepte te worden begonnen. Instelling (Afbeelding Z2 + V2 ) Bij de levering bevindt de messenas zich in de uithefpositie (1) Z2 . – De verticuteerdiepte wordt met behulp van het grijze grendelelement (2) voorgeselecteerd. Het grendelelement licht naar onder drukken en in de gewenste positie opnieuw vergrendelen V2 . Dit grendelelement laat u toe, de ingestelde werkpositie telkens weer te vinden. – De messenas wordt met de links aangebrachte zwarte hendel (3) in de geselecteerde werkdiepte neergelaten. De hendel eerst voorzichtig naar achter drukken en dan tot aan de aanslag aan het grendelelement (2) trekken V2 . Voor de vermindering van de hefboomkrachten kan het toestel aan de bovenste duwboom licht worden aangeheven, tot de achterwielen geen bodemcontact meer hebben. – Voor het uitheffen van de messenas uit de werkdiepte wordt de hendel (3) eerst naar onder gedrukt en dan geheel naar voren geschoven. In pos. (1) is de messenas niet meer in arbeidspositie. De vooraf ingestelde verticuteerdiepte wordt hierdoor niet veranderd Z2 . Verticuteerproef – Bij het nieuwe toestel het grendelelement (2) in de "MIN" positie vergrendelen. – De motor starten. – Messenas neerlaten. – Het toestel langzaam in arbeidsrichting bewegen. Het arbeidsresultaat controleren. Indien het verticuteerresultaat niet tevredenstellend is, de messenas uitheffen, de motor uitschakelen en het grendelelement (2) in de volgende positie vergrendelen. – Opnieuw een verticuteerproef uitvoeren. Bij het blokkeren van de motor of steenslaggeluiden het toestel onmiddellijk uitschakelen. Geringere werkdiepte instellen. Na enkele werkuren kan een bijregelen van de messenas wegens slijtage noodzakelijk worden. Hoe intensiever het gebruik, hoe groter de slijtage van de messen. Harde resp. Zeer droge gronden versnellen de slijtage. De verticuteerdiepte dient dan net zo ingesteld te worden zoals bovenstaand is beschreven.
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Gebruik met grasopvangzak (accessoire) De verticuteerder kan ook met een extra opvangzak (bestelnummer zie originele reserveonderdelen en accessoires) worden gebruikt. WAARSCHUWING Bij gebruik van de grasvangzak moet deze volledig gemonteerd en in perfecte technische staat zijn. Opvangzak aan de verticuteerder hangen (Afbeelding R1 + S1 ) – Het frame van de opvangzak met de beugel vooraan in het opvangdoek plaatsen. De bovenste naden van het opvangdoek aan de beugel uitlijnen. – De profielen van de opvangzak op de stangen van het frame drukken R1 . – De uitwerpklep van de verticuteerder naar boven openen. – Til de opvangzak op met de draaggreep en hang deze met zijn beide zijdelingse haken boven in de verticuteerderbehuizing S1 . – De uitwerpklep op de opvangzak klappen. Let er bij het verticuteren op, dat de opvangzak op tijd wordt leeggemaakt. Alleen met een luchtdoorlatende opvangzak is een foutloos opnemen van het gras mogelijk. BELANGRIJK Opvangzak niet met warm water reinigen! Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding L ) – Motor uitschakelen en de stilstand van het snijdgereedschap afwachten. – Uitwerpklep aanheffen. – De gevulde opvangzak aan de draagbeugel van de verticuteerder uithangen – uitwerpklep sluit zelfstandig. – De opvangzak aan de draagbeugel en de onderzijde van de bodem vasthoudend grondig uitschudden.8 Gebruik zonder opvangzak WAARSCHUWING Bij het gebruik zonder opvangzak moet de uitwerpklep aan het verticuteerderchassis steeds gesloten zijn (naar onder geklapt).
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2
OPMERKING Om de mesas te ontzien, scherpe bochten vermijden en voor het keren die mesas verhogen. Verticuteren op hellingen OPGELET Het apparaat kan in bermen en op hellingen die tot 46% (25° helling) aflopen, worden ingezet. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg er altijd voor dat u stevig en stabiel staat. In principe mogen met de hand geleide verticuteerders bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat! Voeren van de kabel bij het verticuteren Kabel zodanig klaar leggen, dat de machine deze geleidelijk losjes over het bewerkte gras kan meetrekken. Bij het draaien legt de trekontlasting de kabel automatisch naar de andere kant. Pas op, dat de kabel niet in de buurt van het snijdgereedschap komt en geen lussen vormt. Regelmatig controleren of de kabel beschadigd is. Gebruik de kabel alleen in onberispelijke toestand. Controle van de bedrijfsveiligheid De verticuteerder is uitgerust met een motorstop-inrichting. Vóór elk verticuteren controleren of de veiligheidsschakelbeugel/-schakelhendel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel/schakelhendel wordt losgelaten, dan moet de motor zich uitschakelen en het maaimes tot stilstand komen (Opgelet! Het maaimes loopt na!). Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken. De beugel/hendel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Het bovenste gedeelte van de duwboom (isolatie) controleren op beschadigingen. Als de overtrekslang beschadigd is, absoluut de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken, aangezien anders verwondingen (elektrische schok) door aanraking van spanninggeleidende delen het gevolg kunnen zijn. Om de 10 bedrijfsuren schroeven en moeren van het apparaat controleren op goede bevestiging en eventueel aandraaien! Ter vermijding van gevaar ook vóór elk verticuteren de toestand en goede bevestiging van de messen controleren (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesas”). WAARSCHUWING Werkzaamheden aan de mesas, het openen of eraf nemen van met het apparaat verbonden afdekkingen altijd door een vakwerkplaats laten uitvoeren, aangezien na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. mesas, bevestigingsdelen, afdekkingen) conform norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd. Bovendien kunnen door een verkeerd gemonteerde mesas delen loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben. Bij blokkering van de mesas, bijv. door tegen een hindernis aan te rijden of door vreemde voorwerpen, door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren of delen van de verticuteerder beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Tijdelijke beperkingen Er bestaan plaatselijke voorschriften met betrekking tot de tijden, waarop verticuteerders mogen worden gebruikt. Informeert u zich a.u.b.voor het gebruik van de verticuteerder bij de desbetreffende instantie. Tips voor de verzorging van het gazon (Afbeelding M ) Bij het verticuteren het toestel in rechte banen met matige stapsnelheid geleiden. Veroorzaakt door de voorwaartse draairichting van de messenas is slechts een geringe duwkracht noodzakelijk. Naargelang de hoedanigheid van de grond is het gedeeltelijk noodzakelijk, de verticuteerder tegen de werkrichting in terug te houden. Het rijden van nauwe bochten vermijden. Bij sterk bemost of bij veel voorhanden onkruid in het gazon is het aanbevolen, een tweede keer, haaks op de eerste werkrichting te verticuteren. Bij het verticuteren zonder opvangzak voor de tweede verticuteerbeurt het uitgewerkte verticuteermateriaal verwijderen. Extra bovenop liggend verticuteermateriaal zou het verticuteerresultaat verslechteren, het toestel extra belasten en de werkzaamheden voor de operator onnodig verzwaren (sterkere duwkrachten). Het verwijderen/opnemen van het verticuteermateriaal gebeurt het makkelijkste door het op te zuigen met een TurboStar grasmaaier of kan manueel met de hark gebeuren.
16 ONDERHOUDSINTERVALLEN BELANGRIJK Vermijd schade! Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Indien u gebreken vaststelt, gelieve u dan te wenden tot een geautoriseerde vakwerkplaats. Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen. De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden. Vóór de eerste inbedrijfstelling
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- De mesas controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Vóór elk bedrijf
- Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen.
- Radius van de begrenzingskabel controleren (indien ook een automatische maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
- Toestand en goede bevestiging van de messen controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vervangen resp. vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
- Grasopvanginrichting controleren op slijtage of slechter functioneren.
- Het bovenste gedeelte van de duwboom (isolatie) controleren op beschadigingen.
- De aansluitleiding controleren op beschadigingen en veroudering. Om de 10 bedrijfsuren
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- Mesas controleren op slijtage en goede bevestiging. Na elk bedrijf
- De verticuteerder schoonmaken.
- De messen controleren op beschadigingen en slijtage. Bij de jaarlijkse inspectie
- Het gebied onder de snaarafdekking laten reinigen.
Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en een storingsvrij bedrijf! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken! Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit!9
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2
Reiniging (Afbeelding N3 ) Vuil en grasresten na het verticuteren verwijderen. De machine op de kant leggen, een borstel of een doek voor het schoonmaken gebruiken. De luchtspleten van de elektromotor (1) mogen niet door vuil en gras worden verstopt. BELANGRIJK Spuit de machine nooit met water schoon. De elektrische inrichting zou beschadigd kunnen worden. Opbergen De machine moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in gesloten ruimten opbergt. Omklappen van de duwboom – Voor de plaatsbesparende bewaring de beide vleugelmoeren zo ver losdraaien, dat de bovenste duwboom zonder weerstand naar de motor toe kan worden omgeklapt. – Kabel en bowdenkabel daarbij niet knikken of samendrukken. VOORZICHTIG Bij het omleggen van de duwboom voor transport- en opslagdoeleinden kan de boom bij het losdraaien van de vleugelmoeren onverwacht omslaan. Bovendien kunnen er drukplaatsen met pletgevaar ontstaan tussen het onderste en het bovenste gedeelte van de duwboom. Er bestaat verwondingsgevaar! BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. BELANGRIJK Let erop, dat de bowdenkabels bij optillen van de duwboom niet geknikt worden of bekneld raken! Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N ) – Als het apparaat gedragen moet worden, het niet vastpakken aan de uitwerpklep! Pak het voor vast aan de draaggreep en achter aan de dwarsboom van het onderstuk van de duwboom (zie afbeelding N ). Houd bij het optillen of dragen rekening met het gewicht van de machine (zie Technische gegevens). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken. Wij raden aan om het apparaat altijd met minstens twee personen op te tillen of te dragen. – Het apparaat op alle 4 wielen staand transporteren, om beschadigingen van de machine en verwondingen van personen te vermijden. – Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond, opdat het apparaat niet kan wegrollen voordat het wordt vastgezet. – De grasvangzak uithangen en tijdens het transport apart vastmaken. – Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn banden van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt met een etiket. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik. De aanwijzingen op dit etiket moeten bij gebruik van de sjorriem in acht worden genomen. – Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Beveilig het apparaat aan de wielen zo, dat het zich tijdens de rit niet beweegt. OPGELET De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te strak wordt vastgezet, dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn. Onderhoud van de messenas Controleer voor ieder verticuteren de toestand en vaste zitting van de messen. Versleten of beschadigde messen moeten absoluut worden uitgewisseld. WAARSCHUWING Het uitwisselen van de messen steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren, omdat na reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messenas, bevestigingsdelen) overeenkomstig de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatiebeveiliging moet worden uitgevoerd. Bovendien kunnen er door een verkeerd gemonteerde messenas delen loskomen, hetgeen tot zware letsels kan leiden.
– De complete messenset moet worden vervangen, als de slijtagegrens (ronde markering op het mes) is bereikt resp. een bijstellen van de verticuteerdiepte niet meer mogelijk is. – Bij de vervanging alleen originele verticuteermessen gebruiken! Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen. – Verticuteermessen ter vervanging moeten permanent met de naam en/of het logo van de firma of leverancier en met het deel-nr. zijn gekenmerkt.
Uitwisselen van de tandriem Om veiligheidstechnische redenen wijzen wij er uitdrukkelijk op, dat de aandrijfriem alleen door een origineel reserveonderdeel mag worden vervangen. Het uitwisselen van de tandriem steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
DAARVAN Storingen Mogelijke oorzaken Oplossing
Motor loopt na 5 seconden na inschakelen van het apparaat niet aan. Geen netspanning. Netstekker aansluiten C2 . Zekering controleren. Aansluitkabel beschadigd. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Mesas geblokkeerd. Verticuteerdiepte controleren. Mesas reinigen (eerst netstekker uittrekken!). Machine bij het starten iets kantelen.
Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
Motor valt uit Gras is te hoog Gras voormaaien Blokkering door vreemde voorwerpen Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Verticuteerdiepte te groot Verticuteerdiepte opnieuw instellen V2 .
Werkresultaat niet tevredenstellend Gras is te hoog Gras voormaaien Slijtage van de messen Bijregelen van de verticuteerdiepte V2 . Messenas door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitwisselen Verticuteerdiepte niet aan gras- en grondverhoudingen aangepast Verticuteerdiepte opnieuw instellen V2 .
Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
Messenas draait niet Tandriem defect. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren resp. uitwisselen.
Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen worden uitgevoerd door elektrotechnisch vakpersoneel. A.u.b. nooit zelf repareren! Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats. Dit geldt vooral voor apparaten met elektromotor, aangezien bij de reparatie van deze apparaten altijd een controle van de isolatiebescherming moet worden uitgevoerd. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert.10 19 TECHNISCHE GEGEVENS Motor Motor Wisselstrommotor Aansluitspanning 230 V Vermogen 1400 W (31-V EL) 1600 W (35-V EL) Toerental motor 3000 min
Verticuteerder Behuizing Slagbestendige kunststof (ABS) Werkbreedte 310 mm (31-V EL) 350 mm (35-V EL) Verticuteermessen 13 Stck (31-V EL) 15 Stck (35-V EL) Stuurboom in hoogte regelbaar 2-voudig Capaciteit opvangzak 50 liter Gewicht 18,5 kg (31-V EL) 20 kg (35-V EL) Lengte 1330 mm Breedte 490 mm Hoogte 990 mm Wielen voor / achter Ø 180 mm / Ø 180 mm Lagers voor / achter Glijlagers
Geluidsvermogen Gegarandeerd geluidsvermogen; gemeten conform 2000/14/CE
Geluidsdrukniveau Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens DIN EN 13684 Meetonzekerheden; conform ISO 4871
Trillingen Trillingen aan de stuurboom; gemeten volgens DIN EN 13684 Meetonzekerheden; conform EN 12096
SimpelGids