GEBRUIKSAANWIJZING EGS 2600 EINHELL
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en volg de aanwijzingen ervan op. Maak u aan de hand van deze gebruiksaanwijzing vertrouwd met het toestel, het juiste gebruik alsook met de veiligheidsvoorschriften.


1. Belangrijke instructies!
- Bij het laden van de batterij zeker een beschermende bril en handschoenen dragen! Door het bijtend zuur bestaat verhoogd gevaar een verwonding op te lopen!
- Bij het laden van de batterij geen kledij van synthetische stoffen dragen om vonkvorming door elektrostatische ontlading te vermijden.
- WAARSCHUWING ! Explosieve gassen, vlammen en vonken vermijden.
- Het energiestation bevat componenten, zoals b.v. schakelaars en zekering die mogelijk lichtboog en vonken vormen. Let zeker op een goede verluchting in de garage of ruimte!
- Geen niet herlaadbare of defecte batterijen laden.
- Neem de instructies van de fabrikant van de batterij in acht.
- Let op ! Vlammen en vonken vermijden. Tijdens het laden komt ontplofbaar knalgas vrij.
- Het toestel beschermen tegen regen, spatwater en vochtigheid.
- Niet op een verwarmde ondergrond plaatsen.
- Voorzichtig ! Batterijzuur is bijtend. Spetters op huid en kledij onmiddellijk met zeepsop afwassen. Zuurspetters in het oog onmiddellijk met veel water spoelen (15 min.) en de dokter consulteren.
- Laad geen batterijen die niet oplaadbaar zijn.
- Neem de instructies en gegevens vermeld door de fabrikant van het voertuig aangaande het laden van de batterij in acht.
- Laad niet meerdere batterijen tegelijk.
- Hou kinderen weg van de batterij en het energiestation.
- Let op! Bij penetrante gaslucht bestaat acuut ontploffingsgevaar. Het toestel niet uitschakelen. Laadtangen niet verwijderen. De ruimte onmiddellijk goed verluchten. Batterij door de klantenservice laten controleren.
- Controleer uw toestel op beschadigingen.
Defecte of beschadigde componenten dienen deskundig door een klantendienst-werkplaats te worden hersteld of vervangen, behalve wanneer in deze gebruiksaanwijzing anders vermeld.
Beschadigde schakelaars dienen door een klantendienst-werkplaats te worden vervangen.
● Netspanning (230 V ~ 50 Hz) in acht nemen.
- Bij het aansluiten en laden van de batterij, het ingieten van zuur of het bijvullen van gedistilleerd water, beschermende handschoenen die bestand zijn tegen zuur en een beschermende bril dragen.
- Houd er rekening mee dat door ondeskundig hanteren van elektrische gereedschappen gevaren kunnen ontstaan die mogelijk door kinderen niet worden gezien.
- Bij niet-gebruik het energiestation altijd uitschakelen.
- Controleer het energiestation op beschadigingen telkens voordat u het in gebruik neemt.
Beheer van afvalstoffen
- Batterijen: alleen via motorrijtuigwerkplaatsen, speciale deponeerplaatsen of verzamelplaatsen voor speciaal afval. Informeer u bij het lokale gemeentebestuur.
Belangrijk!
- Het energiestation is voorzien van een onderhoudsvrije accubatterij. Deze wordt gedeeltelijk geladen geleverd.
- Vóór de eerste inbedrijfstelling dient de accu van het energiestation volledig te worden geladen.
- Als het energiestation vrij lang niet wordt gebruikt, ontlaadt zich de accu vanzelf.
- Gebruik voor het laden enkel het bijgeleverde voedingsgedeelte.
Compressor
- Maak uw kledij nooit met de perslucht schoon.
- Richt de persluchtstroom niet op personen of dieren.
- Hou alle ventilatiespleten vrij van verontreinigingen.
- De compressor mag geen stof of andere verontreinigingen aanzuigen.
- Gebruik de compressor niet voor hogedrukbanden zoals b.v. banden van vrachtwagens, tractors of aanhangwagens.
- Indien meerdere banden op spanning moeten worden gebracht, laat dan de compressor tussen de vulbeurten telkens ca. 10 minuten afkoelen. De maximale looptijd van het toestel mag 10 minuten niet overschrijden.
Milieubescherming
Denk eraan dat verpakkingsmateriaal, oude batterijen of defecte accu's niet bij het huisvuil thuishoren. U dient zich hiervan steeds op een behoorlijke manier te ontdoen.
2. Omvang van de levering:
1 energiestation met compressor, 1 laad-voedingsgedeelte, 1 verbindingskabel met sigarettenaansteker-stekker, 1 ventiel-adapterset
Uitgangsspanningen/ 12 V/10 A via
max. opgenomen vermogen : 1 sigarettenaansteker-stopcontact
Starthulpfunctie : 12 V / 600 A, max. 5 sec.
Voedingsgedeelte
Netspanning : 230 V ~ 50 Hz
Uitgang voedingsgedeelte
Nominale spanning : 12 V
Nominale stroom : 1000 mA
Nominaal vermogen : 12 VA
Lamp: 12V/3W
Compressor: 12 V / 18 bar
4. Laden van het energiestation met voedingsgedeelte
(Let op! de AAN / UIT-schakelaar (fig. 1, pos. 1) naar stand „OFF“ schakelen.)
4.1 Laden van het energiestation met voedingsgedeelte
- Verbindt de aansluitkabel van het bijgeleverde voedingsgedeelte met de laadbus „RECHARGE“ (fig. 1, pos. 2) van het toestel.
- Steek het voedingsgedeelte in een stopcontact met 230V ~ 50Hz. De rode LED (fig 1, pos. 3) gaat branden.
- De laadtijd bedraagt ca. 30 uur.
- Als u de rode knop (fig. 1, pos. 4) indrukt, geeft de ingebouwde voltmeter (fig. 1, pos. 5) de laadtoestand van de ingebouwde accu aan.
4.2 Laden van het energiestation met adapterkabel voor motorrijtuigen
Het energiestation kan via de auto-sigarettenaansteker worden geladen.
LET OP: De accu van het energiestation wordt tot ca. 12 V geladen. Het laden mag enkel tijdens de rit gebeuren omdat de autobatterij ontladen wordt. Start het voertuig nooit terwijl de auto-adapterkabel aangesloten is op de sigarettenaansteker.
- 12 V stekker van de bijgaande auto-adapterkabel in de auto-sigarettenaansteker en het andere uiteinde in de laadbus "Recharge" van het energiestation steken.
5. Uitgangen
Uitgang 12 V via sigarettenaansteker-aansluiting. 10 ampère max.:
- De 12 V uitgang (fig. 1, pos. 8) is met max. 10 A belastbaar, d.w.z. max. 10 A staan ter uwer beschikking.
- Let daarom op het opgenomen vermogen en stroomverbruik van de verbruiker om het energiestation niet te overbelasten. Indien u de vermogensgegevens van de verbruiker niet weet, kunt u de maximale stroom heel eenvoudig berekenen.
Rekenvoorbeeld:
Verbruiker: 12V / 50 W
De opgenomen stroom bedraagt:
50 W / 12 V = 4,17 A
- De bijgeleverde sigarettenaanstekerkabel kan worden gebruikt om een geschikte verbruiker aan te sluiten.
- Om de 12 V-uitgang te gebruiken, verwijdert u de beschermkap en sluit u uw verbruiker aan.
6. Bedrijfstijden voor mogelijke verbruikers
Hieronder zijn typische 12 V-verbruikers opgesomd. De werkelijke bedrijfsduur is afhankelijk van het effectieve verbruik in watt van het toestel en van de laadtoestand van de batterij.
| Verbruiker | Effectief | verbruik | Vermoedelijke |
| | | ononderbroken |
| | | bedrijfsduur |
Halogeenlamp
(HL 12-55,
Artikelnr. 10.955.00) 4,5 A 4 uur
Autocompressor 7 A 2,5 uur
Televisie met
satellietontvanger 4 A 4,5 uur
Koelbox 4 A 4,5 uur
12 V
dompelpomp 4,5 A 4 uur
Let op spannings- en stroomwaarden van de te voeden toestellen om het energiestation niet te overbelasten.
Een overbelasting kan leiden tot vernietiging van het toestel.
7. Bedienen van de lamp
Om de lamp in te schakelen gaat u als volgt te werk:
- De lamp (fig. 1, pos. 6) wordt met behulp van de schakelaar (fig. 1, pos. 7) in- of uitgeschakeld.
8. Starthulpfunctie voor het motorrijtuig
- De laadkabels met de pooltangen bevinden zich aan de achterkant van het toestel.
- Als u de laadkabels niet nodig hebt, neem ze dan niet uit het toestel.
- Let op! Gevaar voor kortsluiting bij het raken van de pooltangen.
- De starthulpfunctie van het energiestation kan enkel bij gedeeltelijk ontladen batterij van het motorrijtuig worden gebruikt. Dit betekent dat u enkel een beperkte capaciteit in de batterij van het motorrijtuig kunt inbrengen.
- Voor het starten bij volledig ontladen batterij is het energiestation niet geschikt.
De starthulpinrichting van het energiestation biedt een welkome hulp in geval van startmoeilijkheden op grond van onvoldoende capaciteit in de batterij van het voertuig.
Wij wijzen erop dat de voertuigen in standaarduitvoering reeds voorzien zijn van talrijke elektronische componenten (zoals b.v. ABS, ASR, injectiepomp, boordcomputer en autotelefoon). De verhoogde startspanning en zich voordoende piekspanningen kunnen tijdens het starten eventueel leiden tot defecten in de elektronische componenten. Gevolgschade veroorzaakt door hulp bij het starten kan niet door productaansprakelijkheid worden gedekt. Gelieve de instructies in de handleidingen voor auto, radio, autotelefoon enz. in acht te nemen. Let op! Enkel bij volledig geladen energiestation met volle capaciteit kunt u voor 5 seconden een stroom van 600 A ontnemen.
Gebruik van het energiestation als hulp bij het starten:
- Verbind de rode kabel (+) van het energiestation met de PLUS-pool (+) van de autobatterij.
- Verbind de zwarte kabel (-) van het energiestation met de massa van het voertuig, bijvoorbeeld op de massastrip of een andere blote plaats op het motorblok. Sluit de kabel zo ver mogelijk weg van de batterij aan om het ontbranden van mogelijk vrijkomend knalgas te voorkomen.
- Zet voor hulp bij het starten de schakelaar (fig. 1, pos. 1) in de stand „ON“.
- Zet het contact aan en wacht ca. 2 minuten. NIET STARTEN!
- U kunt nu proberen de motor te starten met het energiestation aangesloten. Let erop dat de startpoging niet langer dan 5 seconden duurt, omdat er tijdens het starten een zeer hoge stroom vloeit.
- Verwijder eerst de poolklem van de massastrip (minpool).
- Neem vervolgens de starthulpkabel los van de pluspool (+) van de autobatterij.
- Na deze startpoging moet het energiestation opnieuw worden opgeladen.
9. Batterijtoestandscontrole
De spanningsaanwijzer (fig. 1, pos. 5) geeft de toestand van de accu aan. Als u de rode knop (fig. 1, pos. 4) indrukt, slaat de spanningsaanwijzer uit.
● Groen: De accu is 50 tot 100 % vol geladen. - Geel: De accu is 0 tot 50 % geladen en moet worden opgeladen. - Rood: De accu is helemaal ontladen. Deze toestand kan bijvoorbeeld optreden na een hulpbeurt bij het starten. De accu moet beslist worden opgeladen. Als het toestel toch verder wordt gebruikt, kan de accu beschadigd raken. Om de levensduur van de accu te behouden, wordt aanbevolen de accu om de 3 à 5 maanden op te laden, ook als het toestel regelmatig wordt gebruikt.
10. Lamp vervangen
Let op! De lamp moet uitgeschakeld zijn.
Om van lamp te verwisselen gaat u als volgt te werk:
- Druk de lampafdekking (fig. 1, pos. 6) zijdelings iets samen en trek de afdekking naar voren af.
- Draai de lamp tegen de richting van de wijzers van de klok de lampfitting uit.
- Vervang de lamp door hetzelfde type (12V/0,3A).
- Draai de lamp met de wijzers van de klok mee de fitting in.
- Druk de lampafdekking (fig. 1 / pos. 6) terug op.
11. 12 Volt compressor
11.1 Banden op spanning brengen
Aanwijzing! Gebruik een drukmeter om de werkelijke bandenspanning te controleren. Neem beslist de handleiding van het voertuig voor het op spanning brengen van banden in acht.
- Verwijder de kap van het ventiel.
- Steek het aansluitstuk van de compressor helemaal op het ventiel (fig. 2, pos. 1).
- Beveilig het aansluitstuk door de sluithefboom andersom te leggen (fig. 2, pos. 2).
11.2 Vullen van luchtbedden etc.
Let op! Aangezien het soort materiaal van luchtbedden, rubberboten enz. kan de luchtdruk niet precies worden opgegeven. Let er dus op dat deze voorwerpen niet te hard worden opgepompt omdat die anders zouden kunnen springen.
- Kies de geschikte adapter en steek die het aansluitstuk van de luchtslang in.
Adapter 1 (fig. 3 / pos. 1): voor luchtbedden
Adapter 2 (fig. 3 / pos. 2): voor sportballen
Adapter 3 (fig. 3 / pos. 3): voor waterballen
- Beveilig het aansluitstuk door de sluithefboom andersom te leggen (fig. 2, pos. 2).
11.3 Inbedrijfstelling van de compressor
Let op! Gelieve de "Belangrijke instructies" onder punt 1 te lezen alvorens de compressor in bedrijf te stellen. Na 10 minuten looptijd van de compressor is een afkoelpauze van 10 minuten vereist.
- Voor het inschakelen de drukmanometer (fig. 4 / pos. 2) controleren.
- Voor het inschakelen de AAN / UIT-schakelaar (fig. 4, pos. 1) naar stand I brengen.
- Voor het uitschakelen de AAN / UIT-schakelaar (fig. 4, pos. 1) naar stand 0 brengen.
12. Onderhoud
- Bij alle schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden dient het energiestation principieel te worden uitgeschakeld en alle aansluitingen zijn van het toestel te verwijderen.
- Gebruik voor het schoonmaken van het oppervlak altijd zoveel mogelijk een zachte droge doek en geen agressieve oplosmiddelen. Indien absoluut noodzakelijk kunt u vuil met een slechts licht bevochtigde doek verwijderen.
13. Herstelling
Mocht er zich een defect voordoen laat dan het toestel enkel controleren door een geautoriseerde vakman of door een klantendienst-werkplaats.
14. Beheer van afvalstoffen
Zorg ervoor dat het toestel, de accessoires en de verpakking milieuvriendelijk worden gerecycleerd. Voor een soort bij soort recyclage zijn de kunststofstukken gekenmerkt.
De garantieduur begint op de koopdatum en bedraagt 2 jaar.
De garantie geldt voor gebreken aan de uitvoering of materiaal- en functiefouten.
Daarvoor benodigde onderdelen en het
arbeidsloon worden niet in rekening gebracht.
Geen garantie op verdere schaden.
uw contactpersoon van de klantenservice
Technische wijzigingen voorbehouden