Special 311 - Garagepoort MARANTEC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Special 311 MARANTEC in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Garagepoort in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Special 311 - MARANTEC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Special 311 van het merk MARANTEC.
GEBRUIKSAANWIJZING Special 311 MARANTEC
Deurtype: kanteldeur Noodontkoppeling Special 311, Art.Nr.: 152 115 Het is aan te bevelen om de kortste afstand van de geleidingsslede naar de deurmeenemer (A) te nemen. Stelschroef (B) zie afb. in de deurmeenemer brengen en vastschroeven. Binnenhandgreep (C) vervangen en de kabel door de handgreep naar beneden trekken. Schroefnippel (D) onder de handgreep op de staalkabel schuiven. De staalkabel iets aantrekken en de schroefnippel vastdraaien. Wanneer de meegeleverde handgreep niet gebruikt kan worden, dan in de bestaande handgreep volgens de afbeelding een gat boren. De bowdenkabel met de meegeleverde kabelgeleiders (E+F) vastzetten. Het is aan te bevelen om de kortste afstand van de geleidingsslede naar de slotkast te nemen, echter zonder scherpe bochten in de kabel te leggen. Let op: Bowdenkabel met stelschroef (B) en schroefnippel (D) afstellen! - Geleidingsrailprofiel
- Nippel (A) in geleidingsblokje (B) trekken.
- Huls van de bowdenkabel (C) in het tegenlager (D) van de geleidingsslede schuiven. - Geleidingsrailprofiel
- Nippel (A) in metalen hendel (B) trekken.
- Huls van de bowdenkabel (C) in het tegenlager (D) van de geleidingsslede schuiven. - Geleidingsrailprofiel
- Het trektouw (E) zo ver naar beneden trekken, tot het beweegbare schuifelement (B) in geleideslede voor de aanslag (F) ligt.
- Het trektouw vasthouden en de nippel (A) zie afb. in het schuifelement trekken.
- Het trektouw loslaten en de huls van de bowdenkabel (C) in het tegenlager (D) van de gelei- deslede schuiven.
- De huls van de bowdenkabel, zie afb., van onder in het tegenlager schuiven en ze naar boven indraaien. - Geleidingsrailprofiel
- Nippel (A) van de bowdenkabel in schuifmechanisme (B) van de geleidingsslede trekken.
- Huls van de bowdenkabel (C) in afstandshouder (D) van de geleidingsslede schuiven.
Deurtype: Sectionaaldeur, noodontkoppeling Special 302, Art. Nr. 564 453 Uitvoering slot zonder zijwaarts bewegende spaninrichting (Afgebeeld is het slot van binnen uit gezien aan de rechterkant gemonteerd) Binnenhandgreep (A) en draaigrendel (B) van het slot (vierkantige pin) afnemen en hoekstuk (D) aan de slotkast vastschroeven. Gebruik hiervoor de bevestigingsschroef (C) van het slot. Bowdenkabel indien nodig inkorten en met de stelschroef (E) aan het hoekstuk bevestigen. Draaigrendel(B) en vergrendelingshevel(F) op de vierkantige pin schuiven. De zeskantbout van de schroefnippel (G), overeenkomstig de afb, door de vergrendelingshevel (F) steken. De staalkabel door de schroefnippelboring schuiven en vastschroeven. De binnenhandgreep er weer opzetten en vastschroeven. Bowdenkabel met bijgeleverde kabelklemmen (H) aan de bevestigingskonsole (I) en aan de middenscharnieren (J) vastzetten. Kies de kortste afstand van de geleidingsslede naar de slotkast. Vermijd echter al te scherpe kromming in de kabel. Let op: Bowdenkabel met de stellschroef (E) spelingsvrij vastellen! Let op: Het rode kunststof schuifelement (afb. 1C, pos. E), van de vlakke geleidingsslede moet na de afstelling van de bowdenkabel naar voren geschoven staan (symbool ‘slot dicht’). Zie ook punt 7.
Deurtype: sectionaaldeur (overheaddeur) Noodontkoppeling Special 302, Art.Nr.: 564 453 Uitvoering slot met zijwaarts bewegende spaninrichting Koppelstuk (A) aan de linkerzijde van de slotkast ter plaatse van de slotgrendel (B) monteren. Bowdenkabel eventueel iets inkorten en vervolgens met de stelschroef (C) aan het koppelstuk vastzetten. De zeskantbout van de schroefnippel (D) aan de achterzijde van de slotgrendel door de boring steken en in de schroefnippel draaien. Daarna de staalkabel door de schroefnippel schuiven en vastdraaien. Bij sommige deurfabrikaten moet het gat in de slotgrendel nog aangebracht worden. De afstand is 48 mm vanuit de linkerzijde van de slotkast gemeten. Boren met staalboor ø 5,5 mm. De Bowdenkabel met behulp van de kabelklemmen (E) aan de bevestigingskonsole (F) en aan de middenscharnieren (G) vastzetten. Het is aan te bevelen om de kortste afstand van de geleidings- slede naar de slotkast te nemen, echter zonder scherpe bochten in de kabel te leggen. Let op: Bowdenkabel met stelschroef (C) zodanig afstellen dat het koppelstuk (A) vast tegen de slotkast aanligt!
Deurtype: Industriële sektionaaldeur (overheaddeur) Noodontkoppeling Special 315, Art.-Nr.: 46 007; 5 m lang Art.-Nr.: 46 008; 6 m lang Art.-Nr.: 46 009; 7 m lang Art.-Nr.: 46 010; 8 m lang Afstandshouder (A) aan de linkerkant van de slotkast op slotgrendel (B) moteren. Bowdenkabel eventueel iets inkorten en vervolgens met de stelschroef (C) aan de afstandshouder vastzetten. De zeskantbout van schroefnippel (D) van achteren door de boring van de slotgrendel steken en in de schroefnippel draaien. Daarna de staalkabel door de schroefnippel schuiven en vastdraaien. Bij sommige deurfabrikaten moet het gat in de slotgrendel nog geboord worden. De afstand is 48 mm vanaf de buitenzijde van de slotkast gemeten en aan de linkerzijde gezien. Boren met staalboor ø 5,5 mm. De bowdenkabel met behulp van een kabelgeleider (E) aan de bevestigingsconsole (F) en met andere kabelgeleiders aan de middenschanieren (G) vastzetten. Het is aan te bevelen om de kortste afstand van de geleidingsslede naar de slotkast te nemen, echter zonder scherpe bochten in de kabel te leggen. Naast de bovengenoemde kabelgeleiders kan de bowdenkabel ook nog met de meegeleverde kunststof kabelbandjes en plakklemmen aan het deurblad vastgezet worden. Let op: Bowdenkabel met stelschroef (C) zodanig afstellen dat de afstandshouder (A) vast tegen de slotkast aanligt!
Deurtype: binnen de geveldraaiende kanteldeur Noodontkoppeling Special 301, Art.Nr.: 564 452 Binnenhandgreep vervangen en afstandskonsole (A) met een parker 4,2 x 9,5 aan de linkerzijde van de slotkast (B) vastschroeven. Bij sommige deurfabrikaten moet het gat voor bevestiging van afstandskonsole (A) eerst geboord worden. De afstand is 60 mm boven de binnenhandgreep; vanuit het midden van de handgreep gemeten. Boren met metaalboor ø 3,5 mm. Bowdenkabel eventueel iets inkorten en vervolgens met de stelschroef (C) aan de afstandskonsole vastzetten. Schroefnippel (D) losdraaien en eraf halen. Daarna de staalkabel door het tegenoverliggende gat van de binnenhandgreep trekken en de schroefnippel onder de binnenhandgreep weer op de staalkabel schuiven. De staalkabel iets aantrekken en de schroefnippel vastdraaien. De bowdenkabel (E) met behulp van twee kabelgeleiders (F) aan de binnenzijde van het deurblad vastzetten. Het is aan te bevelen om de kortste afstand van de geleidingsslede naar de slotkast te nemen, echter zonder scherpe bochten in de kabel te leggen. Let op: Bowdenkabel met stelschroef (C) spelingvrij afstellen!Blz 19
Inkorten van de bowdenkabel (indien nodig). De juiste lengte vaststellen bij geopende deur. Huls van de bowdenkabel verwijderen, de staalkabel ver genoeg terugtrekken en de buitenman- tel op de juiste lengte doorknippen.De huls weer op het uiteinde van de buitenmantel schuiven. Vervolgens de schroefnippel over de staalkabel op de bowdenkabel schuiven en het overbljvende gedeelte van de staalkabel tot ca. 50 mm inkorten. Tip: Om het splijten van de staalkabel te voorkomen, de staalkabel eerst met isolatieband omwikkelen en dan pas doorknippen.
Na de montage en controle van de werking moet het deurslot vergrendeld worden. Bij gebruik van de noodontgrendeling wordt het deurslot ontgrendeld. Na gebruik van de noodontgrendeling erop letten dat de deur weer automatisch aangedreven wordt. De schuif (afb 1a / pos. B), metalen hendel (afb 1b / pos B) en het schuifmechanisme (afb. 1d / pos. 8) dienen dan weer in hun vergrendelingsstand te staan. De rode ontkoppelings-pin (beeld 1C/ positie G) van de vlakke geleideslede moet manueel in de richting van de pijl teruggeschoven worden. De symbolen (pictogrammen) aan de onderkant van de geleideslede wijzen op de ingestelde stand zie. afb.: De deur is ontkoppeld van de aandrijving.
- De voorzijde van het beweegbare schuifelement (B) staat tegenover de pijl van het symbool 'slot open'. De deur is met de aandrijving verbonden of zal na de volgende deurbeweging weer automatisch verbonden worden.
- De voorzijde van het beweegbare schuifelement (B) staat tegenover de pijl van het symbool 'slot dicht'. Let op: Regelmatig controleren of de noodontgrendeling goed functioneert.
Notice-Facile