Comfort 210 - Garagepoort MARANTEC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Comfort 210 MARANTEC in PDF-formaat.

📄 64 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice MARANTEC Comfort 210 - page 40
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MARANTEC

Model : Comfort 210

Categorie : Garagepoort

SKIP

Veelgestelde vragen - Comfort 210 MARANTEC

Download de handleiding voor uw Garagepoort in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Comfort 210 - MARANTEC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Comfort 210 van het merk MARANTEC.

GEBRUIKSAANWIJZING Comfort 210 MARANTEC

Nederlands Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing . . . .

Handleiding bij storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Inbedrijfstelling en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . .

22Blz. 40Nederlands Om montagefouten en beschadigingen aan de aandrijving en aan de deur te vermijden, dienen de instructies in deze handleiding nauwgezet opgevolgd te worden. De handleiding a.u.b. zorgvuldig bewaren, ze bevat namelijk belangrijke informatie over controle- en onderhoudswerkzaamheden. Benodigd gereedschap steek – ringsleutel sw 10 steek – ringsleutel sw 13 dopsleutel sw 10 dopsleutel sw 13 schroevendraaier nr. 8 schroevendraaier nr. 5 kruisschroevendraaier nr. 2 kruisschroevendraaier nr. 3 steenboor steenboor metaalboor tang metaalzaag boormachine duimstok

Voorbereiding Geleiderail en aandrijfaggregaat uit de verpakking nemen en klaar houden voor de montage. Opgelet: Tijdens boorwerkzaamheden de aandrijving met een folie of karton afdekken. Boorgruis en spanen kunnen storingen veroorzaken.

  • Voor de riemschijfhouder, respectievelijk kettingwielhouder (A) twee aanslagstukken (B) monteren.
  • Bij de voorinstelling van de eindschakelaars twee schakelnokken op de tandriem respectievelijk rollenketting aanbrengen (zie afb. 3).
  • De afgeschuinde schakelvlakken moeten naar het midden van de rails gericht zijn. Opgelet: De voorafstelling is afhankelijk van de lente van de geleiderail. De opgegeven maten in acht nemen. Lengte van de geleiderail L: 2960 mm 3180 mm 4090 mm Afstand X: 700 mm 900 mm 1700 mm A tandwielhouder / kettingwielhouder B aanslagstuk – eindschakelaar C schroef voor kunststof ø 4x6 – lenskop D schakelnok – bovendeel

Ophangklem op geleiderail aanbrengen. Funktie en positiebepaling van de ophangklemmen (zie punt 10) E schakelnok – onderste deel F schroef voor kunststof ø 3,5x12 – verzonken kop G tandriemverbinder / kettingverbinder Opgelet: Schakelstukken voor tandriem en ketting maken deel uit van het leveringspakket Comfort 210. De benodigde schakelstukken zijn te herkennen aan het profiel langs de binnenkant (tandriemvorm / kettingvorm) Bij de geleiderail met rollenketting de al voorgemonteerde schakelnok demonteren en meegebruiken. De geleiderail op de aandrijfkast plaatsen:

  • Adapterhuls (A) over de fijnvertande aandrijfas tot aan de aanslag schuiven.
  • Geleiderail in de juiste positie op de adapterhuls plaatsen, zijdelings uitrichten en met een lichte druk naar beneden duwen. Attentie: Geen geweld gebruiken! Wanneer de geleiderail parrallel aan het oppervlak van de aandrijfkast gericht is, dan volstaat een korte rukje aan de ketting of de geleideslede om de geleiderail zonder forceren op de aandrijfkast te schuiven. Geleiderail met twee klembeugels (C) en vier kruiskopschroeven (D) aan de aandrijfkast vastschroeven (zie afb. 4).

Montage bevestigingsplaat latei / deurkozijn. Bevestigingsplaat latei / deurkozijn (A) aan het geleiderail eindstuk (B) vastschroeven. Bevestigingsplaat latei / deurkozijn moet nog kunnen draaien. Garagedeuraandrijving aan een kanteldeur:

  • Bevestigingsplaat latei / deurkozijn (A) met geleiderail waterpas bevestigen aan het bovenste gedeelte van het deurkozijn, latei of aan het plafond. Let op: de bovenkant van het deurblad moet ca. 10 mm onder de geleiderail doorgaan als deze zijn hoogste punt bereikt (zie afb. 7 en 11).
  • De aandrijving kan zolang met een bok of evt. een huishoudtrap ondersteund worden om op een later tijdstip aan het plafond op te hangen.
  • De twee trekstanghoekjes (B) met het deuraansluitelement (C) verbinden en in het midden en aan de bovenkant van de deur met 4 schroeven vastzetten (metaalboor ø 5mm gebruiken).
  • Trekstang (D) met stift (F) in de geleideslede (E) plaatsen en 2 kunststof-schroeven vastzetten.
  • De trekstang met het deuraansluit-element verbinden. Sloten of grendels op de deur verwijderen of buiten gebruik stellen.

Garagedeuraandrijving aan een sectionaaldeur:

  • Bevestigingsplaat latei / deurkozijn (A) met de geleiderail waterpas bevestigen aan het bovenste gedeelte van het deurkozijn, latei of aan het plafond. Let op: de bovenkant van het deurblad moet ca. 10 mm onder de geleiderail doorgaan als deze zijn hoogste punt bereikt (zie afb. 8.1 en 11).
  • De aandrijving kan zolang met een bok of evt. een huishoudtrap ondersteund worden om op een later tijdstip aan het plafond op te hangen.
  • De twee trekstanghoekjes (B) met het deuraansluitelement (C) verbinden en in het midden en aan de bovenkant van de deur met 4 schroeven vastzetten (zie afb. 8.1). Metaalboor ø 5mm.
  • De aandrijving kan, indien nodig, tot 200 mm uit het midden gemonteerd worden.
  • Bij houten sectionaaldeuren de houtschroeven ø 5x35 mm gebruiken. Boor ø 3mm.
  • Twee zelftappende schroeven (D) zover in het deuraansluitelement draaien, tot de uiteinden van de schroeven tegen het deurblad aanliggen
  • Trekstang (E) met stift (G) in de geleideslede (F) plaatsen en met twee schroeven vastzetten.
  • De trekstang en trekstanghoekjes verbinden (zie afb. 8.1). Sloten of grendels op de deur verwijderen of buiten gebruik stellen. Attentie: Voor grote en zware sectionaaldeuren bijkomend de deuraansluitconsole Special 111 gebruiken, Art.-nr. 47 574 (zie afb. 8.2). (maakt geen deel uit van het leveringspakket).

Garagedeuraandrijving aan een binnen de gevel draaiende kanteldeur: Curvenarm Special 102, Art.nr. 564 865 en fotocel-set Special 606, Art.nr. 47 816 zijn hierbij vereist (maken geen deel uit van het leveringspakket Comfort 210) Voor de montage van de aandrijving, alle grendels van de deur buiten werking stellen of demonteren.

  • Bevestigingsplaat latei / deurkozijn (A) met de geleiderail waterpas bevestigen aan het bovenste gedeelte van het deurkozijn, latei of aan het plafond. Let op: de bovenkant van het deurblad moet ca. 10 mm onder de geleiderail doorgaan als deze zijn hoogste punt bereikt (zie afb. 9 en 11).
  • De aandrijving kan zolang met een bok of evt. een huishoudtrap ondersteund worden om op een later tijdstip aan het plafond op te hangen. Montage van de curvenarm:
  • Hoekprofiel (B) met behulp van 6 plaatschroeven aan de bovenkant van het deurblad vastschroeven (boor ø 5 mm).
  • Het midden van het hoekprofiel moet in lijn liggen met het midden van de geleiderail.
  • De curvenarm (C) in het hoekprofiel (B) steken en met twee hoekprofielen (D) op het verstevigingsprofiel (E) van het deurblad vastschroeven. Voorboren met een metaalboor ø 5 mm in het verstevigingsprofiel (4 x) Voorboren met een metaalboor ø 7 mm in de curvenarm (2x)Nederlands Blz. 43 Bevestigingswijze
  • De aandrijfkast met geleiderail zodanig ophangen, dat de top van het deurblad 10 mm onder de geleiderail doorgaat als deze op zijn hoogste punt is. (zie punt 7, 8 en 9).
  • De bevestigingswijze aan het plafond is afhankelijk van de situatie ter plaatse (bij gebruik van pluggen de juiste boordiameter en boordiepte in acht nemen).

Ophanging andrijfkast:

  • 1 Ophangbeugel (A) aan de aandrijfkast bevestigen (zie afb. 10 en 11).
  • De ophangbeugel afhankelijk van de inbouwsituatie verbuigen en indien nodig op de gewenste lengte afzagen. Ophanging van de geleiderail:
  • Ophangbeugel (A) door de ophangklem (B) schuiven, daarna buigen zoals op het voorbeeld (zie afb. 10).
  • De plaats van het ophangpunt, zoals aangegeven, zie afb. 11.
  • De hoekprofielen worden met twee schroeven M6 x 10 en met de bijbehorende zeskantmoeren aan de curvenarm vastgezet.
  • Schuifstang (G) met stift (J) in de geleideslede (F) vastzetten en met 2 kunsstof schroeven vastzetten.
  • De deur helemaal openen.
  • Schuifstang met de curvenarm (C) verbinden.
  • Aangegeven maten aanhouden. Door de geleiderrail te laten zakken en door het uit elkaar schuiven van de schuifstang wordt de openingshoogte van de deur groter. De schuifstang mag slechts zover uit elkaar getrokken worden, dat de drukrollen (H) niet tegen de begrenzingsbouten (I) stoten. Gloeilamp
  • De borgschroef vastdraaien. Na het geven van een impuls brandt de lamp ongeveer 3 minuten. Attentie: Voor het verwisselen van de gloeilamp altijd de netstekker eruit trekken. Gloeilampen vallen niet onder de garantie.Nederlands Blz. 44 Symbolen Betekenis LED brandt niet LED brandt LED knippert LED knippert snel groene en rode LED knipperen afwisselend groene en rode LED knipperen snel afwisselend

F Aansluitklemmen drukknop IMPULS en fotocel G Aansluitklemmen drukknop STOP T Zender fotocel R Ontvanger fotocel S3 Toets IMPULS S4 Toets STOP (bij aansluiting brug verwijderen) Snelontkoppeling:

  • Om de deur van de aandrijving los te koppelen, trekkoord (A) naar beneden trekken.
  • De daaropvolgende ontkoppeling is herkenbaar, wanneer de voorkant van het rode schuifelement (B) in de geleideslede tegenover de achterste pijl (symbool 'slot open') staat (zie afb. 13). Attentie: In ontkoppelde toestand mag de deur alleen met een langzame snelheid bewogen worden! Om bij het handbediend openen van de deur te voorkomen dat de geleideslede tegen de aandrijfkop komt, moet de loopweg van de deur met behulp van bijvoorbeeld stootbuffers begrensd worden. Om de automatische deurbeweging te herstellen, aan de trekkoord trekken en de aandrijving starten.

13Nederlands Blz. 45 Bedrijfstoestand Betekenis groene LED (A) brandt deur open rode LED (B) brandt deur dicht groene LED (A) en roder LED (B) branden deur staat tussen beide eindposities geen LED brandt deur is in beweging Storingsmeldingen Betekenis groene LED (A) knippert Uitschakelautomaat ‘open’ snel reageert rode LED (B) knippert snel Uitschakelautomaat ‘dicht’ reageert groene LED (A) en rode fotocel is niet aangesloten of defect. LED (B) knipperen snel groene LED (A) en rode elektronische besturing is defect LED (B) knipperen snel afwisselend.Nederlands Blz. 46

1. Instelling van de eindpositie 'deur open'

Na het inschakelen van de netspanning bevindt de besturing zich in de bedrijfstoestand.

  • De groene en rode LED branden.
  • Door op de druktoets

P te drukken loopt de deur naar de vooringestelde eindpositie 'deur OPEN' (zie punt 3).

  • De groene LED brandt.
  • Als de deur verder 'OPEN' moet lopen, dan moet de schakelnok op de ketting of op de tandriem in de pijlrichting (A+) verschoven worden (zie afb. 15.1).
  • Indien de deur niet zover open moet lopen, dan moet de schakelnok in de pijlrichting (B-) verschoven worden. Attentie: Bij instelwerkzaamheden aan de schakelnokken moet de netstekker altijd uit het stopcontact getrokken worden.

2. Instelling van de eindpositie 'deur DICHT'

Na het bereiken van de eindpositie 'deur OPEN' en het wederom indrukken van de program- meertoets

P loopt de deur naar zijn vooringestelde eindpositie ‘deur DICHT’ (zie punt 3).

  • Als de deur verder dicht moet lopen, dan moet de schakelnok op de ketting of op de tandriem (zie afb 15.2), in de pijlrichting (A+) verschoven worden.
  • Als de deur niet zover DICHT moet lopen, dan moet de schakelnok in de pijlrichting (B-) verschoven worden. A Schakelnok - bovenste gedeelte B Schakelnok – onderste gedeelte C Schroef voor kunststofschakelnok ø 3,5 x 12 – verzonken kop Handzender: A Batterij-knippercontrolelampje B Drukknop C Batterijvak – deksel D Batterij 12v A 23 E Programmeercontacten
  • Voor het vervangen van de batterij, het deksel openen.
  • Let erop dat de juiste polen contact maken. F Houder voor de handzender (voor montage aan de muur of aan de zonneklep) G Zonneklepklem. Attentie: Handzender enkel bedienen als zeker gesteld is, dat er zich geen personen, dan wel voorwerpen in het bewegingsbereik van de deur bevinden. Handzender buiten bereik van kinderen houden! Batterijen vallen niet onder de garantie.

1. Programmering van de uitschakelautomaat 'deur OPEN'

Dit is het instellen van de kracht waarmee de deur naar de eindpositie OPEN loopt, voordat de krachtbegrenzing van de besturing aanspreekt.

  • Door gelijktijdig (ca 3 sec.) op de druktoetsen

P te drukken wordt de programmeer- modus 'uitschakelautomaat open' geactiveerd.

  • De groene LED begint te knipperen.
  • De gewenste kracht met behulp van de toetsen
  • Met de programmeertoets

P in het geheugen vastleggen. De uitschakelautomaat zo gevoelig mogelijk instellen (max. 150 N aan de bovenkant van de deur)

2. Programmering van de uitschakelautomaat 'deur DICHT'

Dit is het instellen van de kracht waarmee de deur naar de eindpositie ‘DICHT’ loopt, voordat de krachtbegrenzing van de besturing aanspreekt.Nederlands Blz. 48

  • Door gelijktijdig (ca 3 sec.) op de druktoetsen

P te drukken wordt de programmeer- modus 'uitschakelautomaat dicht' geactiveerd.

  • De rode LED begint te knipperen. De gewenste kracht met behulp van de toetsen
  • Met de programmeertoets

P de gekozen waarde in het geheugen vastleggen. De uitschakelautomaat zo gevoelig mogelijk instellen (max. 150 N aan de onderkant van de deur) Door gelijktijdig (ca 3 sec.) op de toetsen

te drukken wordt de programmeermodus 'afstandsbediening' geactiveerd.

  • De groene en rode LED beginnen te knipperen en na het loslaten van de druktoetsen blijven ze continu branden.
  • De bewuste toets van de gecodeerde handzender indrukken, totdat de groene en de rode LED snel knipperen.
  • Met de programmeertoets

P de codering in het geheugen vastleggen

cNederlands Blz. 49 Verkabelingsschema A aandrijving Comfort 210 B veiligheidsstopcontact 230V, 50 Hz C besturingsprintplaat Comfort 210 D binnendrukknop met aansluitkabel (niet in het leveringspakket) E sleutelschakelaar (niet in het leveringspakket)

Schakelschema Comfort 210 M motor T1 transformator S1 eindschakelaar 'OPEN' S2 eindschakelaar 'DICHT' T zender fotocel R ontvanger fotocel S3 druktoets 'impuls' S4 druktoets 'stop' bn bruin gn groen Opgelet: Laagspanning! Verkeerde spanning aan de aansluitklemmen leidt tot beschadiging van de gehele elektronica. Opgelet: Plaatselijke veiligheidsvoorschriften in acht nemen! Net en schakelleidingen in ieder geval gescheiden leggen.

  • De groene en rode LED knipperen om en om.

wordt de aansluiting van een externe fotocel mogelijk.

  • De groene LED brandt. (de fotocel maakt geen deel uit van het leveringspakket Comfort 210).
  • Door het indrukken van de druktoets

kan de aandrijving ook zonder fotocel in werking gezet worden.

  • Met de programmeertoets

P de codering in het geheugen vastleggen.Nederlands Blz. 50 Storingshandleiding - voor de vakman - Eventueel optredende storingen als volgt verhelpen: Storingsindicatie Storing verhelpen De deur zet zich om onbekenderedenen vanzelf in beweging• Controleer of alle bevestigingen goed vastzittenControleer of de deur zich in storingsvrije toestandbevindt, goed gesmeerd en goed uitgebalanceerd is.• Koppel alle impulsgevers (drukknop aan de wand,sleuelschakelaar enz.) los van de aansluitklemmen.Sluit vervolgens stuk voor stuk een impulsgever weeraan en test ze één voor één. De deur moet zich dan in beweging zetten. Als de aandrijving zich in eenbepaald geval vanzelf in beweging zet, controleer debekabeling op een eventueel foutief contact. Mochtde oorzaak niet te traceren zijn, koppel dan debetreffende impulsgever los van de aansluitklem (punt 14)• Controleer de instelling van eindpositie ‘deur DICHT’(punt 22/2)• Controleer het ‘uitschakelautomatisme DICHT’• Controleer de aansluiting (punt 14) respectievelijk deprogrammering van de fotocel (punt 17/3)• Controleer of de deur zich in storingsvrije toestandbevindt, goed gesmeerd en goed uitgebalanceerd is.• Controleer de instelling van eindpositie ‘deur OPEN’(punt 15/1).• Controleer het ‘uitschakelautomatisme OPEN’ (punt 17/1).• Controleer de stroomaansluiting. Sluit aan hetstopcontact een lamp aan. Als de lamp brandt, is de stroomvoorziening in orde. Indien niet, dan dezekeringen controleren• Controleer de aansluiting aan de aansluitklem op deaandrijving (punt 14)• Cobntroleer de aansluitingen van de drukknopkastTe luid tijdens het gebruikDe aandrijving reageert niet op dedrukknop aan de wand• Controleer of de geleidingsslede gekoppeld is (punt 13)• Controleer de batterij van de handzender• Probeer een nieuwe codering (punt 17/3)• Breng de handzender aan op een andere plaats in deauto. Richt de handzender op de deur. Vervang debatterij• Controleer of de deur zich in storingsvrije toestandbevindt, goed gesmeerd en goed uitgebalanceerd is.• Controleer de instelling van eindpositie ‘deur DICHT’(punt 15/2).• Controleer het uitschakelautomatisme DICHT’ (punt 17/2).De aandrijving laat zich niet bedienen.De aandrijving zet zich in beweging,maar de deur gaat niet open.De aandrijving reageert alleen op detoets

P maar niet op de afstandsbe- diening.De reikwijdte van de handzenderbedraagt minder dan 6 m.De deur beweegt naar beneden, maarstopt nog voor de eindpositie ‘dicht’.De deur beweegt naar beneden, maarstopt nog voor de eindpositie ‘open’.De deur gaat alleen maar open

20Nederlands Blz. 51 Inbedrijfstelling: In de industriële sektor moeten elektrisch bediende ramen, deuren en poorten voor de eerste inbedrijfstelling (en daarna tenminste één ker per jaar) door een vakman gecontroleerd worden. Onderhoud: De Comfort 210 is grotendeels onderhoudsvrij. Let op volgende punten voor een storingsvrij functioneren.

  • De instelling van de uitschakelautomaat 'open' en 'dicht' regelmatig testen.
  • Alle bewegende delen van de deur en de aandrijving dienen regelmatig gecontroleerd te worden en goed te worden afgesteld.
  • De deur moet gemakkelijk met de hand bediend kunnen worden; daarom regelmatig controleren of de deur goed uitgebalanceerd is. Technische gegevens: Garagedeur-aandrijving Comfort 210 Aansluit waarden: 230 v 250 W (in bedrijf met verlichting) Bewegingssnelheid van de deur: 0,12 m/sec. Trek- en drukkracht: 500 N Looptijdbegrenzing: 88 Sec. Verlichting: 1 x 40 W E 14 gaat automatisch uit na ca. 180 sec. Stuurspanning: laagspanning 24 V DC Uitschakelautomatisme: Elektronische krachtbegrenzing door microprocessor en stroomsensor Beveiligingsgraad: alleen geschikt voor droge ruimtes.