YAMAHA DSPAX2 - Ontvanger

DSPAX2 - Ontvanger YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DSPAX2 YAMAHA in PDF-formaat.

📄 473 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 🔧 SAV 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice YAMAHA DSPAX2 - page 406
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : YAMAHA

Model : DSPAX2

Categorie : Ontvanger

Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DSPAX2 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DSPAX2 van het merk YAMAHA.

GEBRUIKSAANWIJZING DSPAX2 YAMAHA

  • Las especificaciones están sujetas a cambios sin previo aviso.VOORZICHTIG VOORZICHTIG: LEES DIT VOOR U UW TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT. 1 Leest u deze handleiding alstublieft zorgvuldig door om uzelf te verzekeren van de beste prestaties. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats, zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken. 2 Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek met tenminste 30 cm ruimte aan de bovenkant, 20 cm aan de rechter- en linkerkant en 10 cm ruimte aan de achterkant als ventilatieruimte — uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. 3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren en transformatoren om bromgeluiden te voorkomen. Om brand of een elektrische schok te voorkomen, mag dit toestel niet worden blootgesteld aan regen, water en/of enige andere vloeistof. 4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurwisselingen van koud naar warm en zet dit toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. een kamer met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat er zich in het binnenwerk van het toestel condens kan vormen waardoor een elektrische schok, brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel kan ontstaan. 5 Zet de volgende dingen in geen geval bovenop dit toestel: – Andere componenten, daar deze de afwerking van dit toestel kunnen beschadigen en/of doen verkleuren. – Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand kunnen veroorzaken, het toestel kunnen beschadigen en/of kunnen leiden tot persoonlijk letsel. – Voorwerpen die vloeistoffen bevatten, daar deze de gebruiker een elektrische schok kunnen bezorgen en/of dit toestel kunnen beschadigen. 6 Dek dit toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn o.i.d., omdat op die manier de koeling belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin dit toestel stijgt, kan dit leiden tot brand, beschadiging van dit toestel en/of persoonlijk letsel. 7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als u alle aansluitingen heeft gemaakt. 8 Gebruik dit toestel nooit ondersteboven. Dit kan oververhitting en mogelijk beschadiging ten gevolge hebben. 9 Oefen geen overmatige kracht uit op de schakelaars, knoppen en/of snoeren. 10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt mag u alleen de stekker zelf vastpakken; trek nooit aan het snoer. 11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; hierdoor kan de afwerking aangetast worden. Gebruik slechts een schone, droge doek. 12 Gebruik dit toestel uitsluitend op het voltage dat op het toestel zelf vermeld staat. Het is gevaarlijk om dit toestel te gebruiken op een hoger voltage dan het opgegeven voltage, dit kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. YAMAHA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade die voortkomt uit gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan werd opgegeven. 13 Om schade door blikseminslag te voorkomen, dient u de stekker uit het stopcontact te halen in geval van onweer. 14 Zorg ervoor dat er geen vreemde voorwerpen en/of vloeistoffen in het toestel kunnen binnendringen. De stroomvoorziening van dit toestel is niet afgesloten zolang de stekker in het stopcontact zit, ook al is het toestel zelf uitgeschakeld. Dit is de zogenaamde standby-stand. In deze toestand is het toestel ontworpen een zeer kleine hoeveelheid stroom te verbruiken. Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories. “Dolby”, “AC-3”, “Pro Logic” en het dubbele-D symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. Confidential Unpublished Works. ©1992-1997 Dolby Laboratories, Inc. Alle rechten voorbehouden. Gefabriceerd onder licentie van Digital Theater Systems, Inc. US Pat. No. 5,451,942 en andere wereldwijde patenten, verkregen en aangevraagd. “DTS”, “DTS Digital Surround” en “DTS ES”, zijn handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc. Copyright 1996 Digital Theater Systems, Inc. Alle rechten voorbehouden. DOLBY DIGITAL 15 Probeer niet zelf dit toestel aan te passen of te repareren. Neem contact op met bevoegd YAMAHA servicepersoneel wanneer u denkt dat reparatie of controle nodig is. Open in geen geval en onder geen enkele voorwaarde zelf de behuizing. 16 Wanneer u dit toestel langere tijd niet zult gebruiken (bijv. als u op vakantie gaat), dient u de stekker uit het stopcontact te halen. 17 Lees eerst het hoofdstuk “Oplossen van problemen” voor het opsporen van veel voorkomende bedieningsfouten voor u concludeert dat het toestel defect is. 18 Voor u dit toestel gaat verplaatsen, dient u op STANDBY/ON te drukken om het toestel uit (standby) te zetten en de stekker uit het stopcontact te halen. Allen voor klanten in Nederland Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.1 Nederlands Inhoud Inleiding 2 Van start ................................................................................................................... 3 Bedieningsorganen en functies................................................................................. 4 Voorbereidingen 8 Opstelling luidspreker-systeem ................................................................................9 Aansluitingen ......................................................................................................... 10 In-beeld display (OSD) .......................................................................................... 19 Plaatsing van de luidsprekers ................................................................................. 20 Luidspreker-instellingen......................................................................................... 21 Uitgangsniveau luidsprekers ..................................................................................22 Basisbediening 24 Basisweergave ........................................................................................................ 25 Basisopname........................................................................................................... 29 Geavanceerde bediening 30 Onderdelen van het instelmenu (SET MENU) ...................................................... 31 Kenmerken afstandsbediening ............................................................................... 40 Regelen van de niveaus van de effect-luidsprekers ............................................... 51 Instellen van de slaaptimer ..................................................................................... 51 Aanvullende informatie 52 Digitale geluidsveld bewerking (DSP)................................................................... 53 CINEMA-DSP ....................................................................................................... 55 DSP parameters ......................................................................................................58 Aanhangsel 62 Oplossen van problemen ........................................................................................ 63 Technische gegevens .............................................................................................. 66Inleiding
  • Welkom in de opwindende wereld van digitaal amusement bij u thuis. Dit toestel is de meest complete en geavanceerde AV-versterker die op dit moment op de markt is. Alhoewel sommige van de meer vooruitstrevende mogelijkheden van dit toestel u wellicht niet bekend voorkomen, zijn ze toch gemakkelijk te bedienen. In dit toestel gebruikte state-of-the-art technologieën zoals Dolby Digital en DTS kunnen dezelfde audio ervaring bij u thuis brengen, zoals ze dat doen in kwaliteitsbioscopen over de hele wereld. Om het luisteren nog plezieriger te maken, beschikt dit toestel over een aantal exclusieve, digitaal gecreëerde luisteromgevingen, de zogenaamde digitale geluidsvelden. Als u een van deze geluidsveldprogramma’s kiest, is het alsof u getransporteerd wordt naar plekken als een open lucht amfitheater, een oude kerk, of een gezellige jazz club. Neem nu even rustig de tijd om meer over deze mogelijkheden te lezen en geniet van de nieuwe ervaringen die dit toestel u thuis bezorgt. Inleiding Kenmerken Dolby Digital en DTS decoder Dolby Digital Matrix 6.1/DTS ES decoder Digitale geluidsvelden (DSP) CINEMA-DSP: Dolby Digital + DSP en DTS + DSP Virtuele CINEMA DSP en HP CINEMA DSP Multi-functionele afstandsbediening Ingebouwde 8 kanaals eindversterker Van start 3 Controleren van de inhoud van de doos p. 3
  • Batterijen in de afstandsbediening zetten p. 3
  • Gebruiken van de afstandsbediening p. 3
  • Bedieningsorganen en functies 4 Voorpaneel p. 4
  • Aanduidingen op het display p. 5
  • Achterpaneel p. 6
  • Afstandsbediening Nederlands Van start Controleren van de inhoud van de doos Controleer de doos en kijk of de volgende toebehoren inderdaad aanwezig zijn. Batterijen in de afstandsbediening zetten Doe de batterijen in de juiste richting in het batterijvak door de + en – tekens op de batterijen te laten overeenkomen met de polariteitsmerktekens (+ en –) in het vak. Vervang de batterijen van tijd tot tijd. Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Gebruik geen verschillende soorten batterijen door elkaar (zoals alkali en mangaan batterijen). Lees de aanwijzingen op de verpakking aandachtig door aangezien verschillende soorten batterijen qua vorm en kleur op elkaar kunnen lijken. ■ Over het vervangen van de batterijen Als de batterijen leeg raken, zal het bereik van de afstandsbediening verminderen en zal de TRANSMIT indicator niet meer knipperen, of zwakker worden. Wanneer u een van deze omstandigheden bemerkt, dient u alle batterijen te vervangen. Opmerkingen:• Als de afstandsbediening langer dan 20 minuten zonder batterijen blijft, of als debatterijen leeg zijn maar u ze in de afstandsbediening laat zitten, zal de inhoud van hetgeheugen mogelijk gewist worden. Als het geheugen van de afstandsbediening gewist is,dient u er nieuwe batterijen in te doen en moet u eventueel eerder geprogrammeerdefuncties die gewist zijn opnieuw programmeren.• U moet RESET in het batterijvak indrukken met een balpen of iets dergelijks nadat unieuwe batterijen in de afstandsbediening heeft gezet voor u deze gaat gebruiken.(Hierdoor wordt de inhoud van het geheugen niet gewist.) Gebruiken van de afstandsbediening De afstandsbediening zendt een gericht infraroodsignaal uit. U moet de afstandsbediening rechtstreeks op de sensor op het hoofdtoestel richten wanneer u dit wilt bedienen. Wanneer de sensor afgedekt wordt of wanneer er zich een groot voorwerp tussen de afstandsbediening en het hoofdtoestel bevindt, kan de sensor de signalen niet ontvangen. Het is mogelijk dat de sensor de signalen niet naar behoren kan ontvangen wanneer er direct zonlicht of sterk kunstlicht (zoals een TL lamp of een stroboscoop) op valt. In dit geval dient u de richting van het licht of de positie van het hoofdtoestel te veranderen om te voorkomen dat het licht direct op de sensor valt. ■ Over het omgaan met de afstandsbediening Ga voorzichtig om met de afstandsbediening. Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening. Laat de afstandsbediening niet vallen. Stel de afstandsbediening niet langere tijd bloot aan: p. 73
  • hoge vochtigheid of hoge temperatuur, zoals in de buurt van een verwarming, kachel of bad; of

Bedieningsorganen en functies Voorpaneel Doe deze klep dicht wanneer u de bedieningsorganen erachter niet gebruikt. Druk zachtjes tegen de onderkant van het paneel om de klep open te doen.STANDBY /ON NATURAL SOUND AV AMPLIFIER DSP-AX2INPUT MODEINPUTVOLUMESILENTPHONESSPEAKERS

w e 1 STANDBY/ON Hiermee zet u het toestel aan (on) of uit (standby). Wanneer u dit toestelaan zet, zult u een klik horen, waarna er een vertraging zal optreden vanvier a vijf seconden voor dit toestel in staat is geluid te reproduceren.In de standby stand blijft dit toestel een kleine hoeveelheid stroomverbruiken zodat het klaar staat om te reageren op de afstandsbediening. 2 Sensor afstandsbediening 3 INPUT MODE Hiermee kunt u het soort audiosignaal voor de geselecteerdesignaalbron kiezen. 4 INPUT keuzetoetsen Hiermee kunt u de signaalbron kiezen. 5 VOLUME Hiermee kunt u het volume van alle audiokanalen instellen. Ditheeft geen invloed op het REC OUT uitgangsniveau. 6 PHONES Via deze aansluiting kunt u met een hoofdtelefoon naar degereproduceerde geluiden luisteren. Wanneer u hierop eenhoofdtelefoon aansluit, zullen er geen signalen wordengereproduceerd via de PREOUT aansluitingen of de luidsprekers.

Wanneer SPEAKERS A/B is ingeschakeld, kunt u hiermee deset hoofd luidsprekers die zijn aangesloten op de A en/of Baansluitingen op het achterpaneel inschakelen.

8 BASS EXTENSION ON/OFF

Als u de BASS EXTENSION heeft ingeschakeld, zal dezefunctie de weergave van de lage tonen via de linker en rechterhoofdkanalen met +6 dB (60 Hz) versterken terwijl toch dealgehele toonbalans behouden blijft. Deze extra versterking kannuttig zijn als u geen subwoofer gebruikt. De versterking kanonopgemerkt blijven als de hoofd-luidsprekers ingesteld zijn op“SMALL” (klein) en de uitgangsfunctie voor de lage tonen isingesteld op “SWFR”.

9 PROCESSOR DIRECT ON/OFF

Als u de PROCESSOR DIRECT functie heeft ingeschakeld,worden de BASS, TREBLE, BALANCE en BASSEXTENSION instellingen gepasseerd en wordt hetoorspronkelijke signaal onveranderd doorgegeven. 0 BASS Hiermee kunt u de hoge frequentierespons voor het linker enhet rechter hoofdkanaal instellen. Draai de draaiknop naarrechts om de lage tonen te versterken en draai de draaiknopnaar links om de lage tonen te verzwakken.5 Nederlands q TREBLE Hiermee kunt u de hoge frequentierespons voor het linker en het rechter hoofdkanaal instellen. Draai de draaiknop naar rechts om de hoge tonen te versterken. w REC OUT Hiermee kunt u de signaalbron kiezen die u naar de audio/video opname-apparatuur wilt leiden. e EFFECT Hiermee kunt u de effect-luidsprekers (midden, voor-effect, achter en achter-midden) aan of uit zetten. Als u deze luidsprekers met EFFECT uit zet, worden alle DTS en Dolby Digital audiosignalen naar de linker en rechter hoofdkanalen geleid, met uitzondering van het LFE-kanaal. r 6CH INPUT Hiermee kunt u schakelen tussen de 6CH INPUT functie en de normale ingangsfuncties. De 6CH INPUT functie heeft voorrang boven de met de INPUT keuzetoetsen geselecteerde signaalbron. U kunt de DSP geluidsveldprogramma’s niet gebruiken in combinatie met een externe decoder. t VIDEO AUX Via deze aansluitingen kunt audio- en videosignalen van een draagbare externe signaalbron, bijvoorbeeld een videocamera gebruiken. Om de signalen van deze aansluitingen te kunnen reproduceren, dient u V-AUX als signaalbron in te stellen. Om deze signaalbron weer te geven via de VCR 1 en VCR 2/DVR uitgangsaansluiting, dient u tevens VIDEO AUX in te stellen via de REC OUT keuzeschakelaar. y DSP PROGRAM keuzetoetsen Hiermee kunt u een DSP programma kiezen. Aanduidingen op het display 1 Processor indicators Als een van de DTS/VIRTUAL/Dolby Digital/DOLBY PRO LOGIC/DSP/Dolby Digital Matrix 6.1/DTS ES functies in werking is, zal de bijbehorende indicator oplichten. 2 PCM Deze zal oplichten wanneer dit toestel PCM (Pulscode modulatie) digitale audiosignalen aan het reproduceren is.

De indicator die hoort bij de set hoofd luidsprekers die u heeft gekozen zal oplichten. Wanneer beide sets luidsprekers zijn geselecteerd, zullen beide indicators oplichten. 4 Hoofdtelefoon Deze indicator zal oplichten wanneer u een hoofdtelefoon aansluit. 5 Multi-informatie display Hierop verschijnt het huidige DSP geluidsveldprogramma en andere informatie wanneer u instellingen wijzigt. 6 Aanduiding signaalbron Het pijltje geeft de huidige signaalbron aan. 7 BASS Licht op wanneer de BASS EXTENSION functie in werking is. 8 SLEEP Deze indicator licht op wanneer de slaaptimer is ingeschakeld. 9 P. DIRECT Licht op wanneer de PROCESSOR DIRECT functie in werking is. 0 STEREO Licht op wanneer de AUTO afstem-indicator aan is en het toestel een sterk FM stereo signaal ontvangt. q MEMORY Knippert als een zender kan worden opgeslagen. Bedieningsorganen en functiesInleiding

Bedieningsorganen en functies OPTICALMD/TAPE

Achterpaneel 1 Audio component aansluitingen 2 Video component aansluitingen 3 Antenne ingangsaansluitingen 4 Aansluitingen luidsprekers 5 AC OUTLETS Deze netstroomaansluitingen kunt u gebruiken om uw andere audio/video-apparatuur van stroom te voorzien. 6 IMPEDANCE SELECTOR

7 DIGITAL OPTICAL/COAXIAL

aansluitingen 8 6CH INPUT ingangsaansluitingen 9 PRE OUT/MAIN IN aansluitingen 0 Netsnoer Sluit de stekker hiervan aan op een stopcontact. Bij algemene modellen en modellen voor China en Groot- Brittannië, kan het netsnoer niet van het toestel worden losgekoppeld. q GND Aardaansluiting w RS232C/CTRL OUT Dit zijn uitbreidingsaansluitingen voor gebruik bij aanvullende speciale installaties. Raadpleeg uw dealer voor meer informatie. e q RF (AC-3) ingangsaansluiting Alleen voor algemene modellen en modellen voor China. (Modellen voor China en algemene modellen)7 Nederlands Bedieningsorganen en functies Afstandsbediening 1 CLEAR Hiermee kunt u geleerde instructies wissen. 2 RE-NAME Hiermee kunt u een ingevoerde naam opnieuw benoemen. 3 TRANSMIT Dit lampje knippert wanneer de afstandsbediening signalen uitzendt. 4 LEARN Hiermee start u de leerfunctie. 5 MACRO Hiermee activeert u de MACRO instelling.

Met deze schakelaar kunt u de macro-functie aan of uit zetten. 7 Signaalbron keuzetoetsen Hiermee selecteert u de gewenste signaalbron. 8 6CH INPUT Hiermee kunt u overschakelen naar de 6CH INPUT functiewanneer u gebruik maakt van een externe decoder. 9 Bedieningstoetsen Hiermee voert u de corresponderende bediening uit, afhankelijkvan de gekozen signaalbron.

0 Geluidsveldprogramma keuzetoetsen/ Cijfertoetsen Hiermee kiest u het gewenste geluidsveld. q MUTE Met deze toets kunt u de geluidsweergave tijdelijk uitschakelen.Druk nogmaals op deze toets om de geluidsweergave tehervatten op het oorspronkelijk ingestelde niveau. w VOLUME +/– Met deze toetsen kunt u het volume verhogen of verlagen. e EFFECT Deze toets schakelt de effect-luidsprekers (Midden, Voor,Achter en Achter-midden) aan of uit. r PARAMETER/SET MENU Hiermee kunt u kiezen tussen de PARAMETER of de SETMENU bedieningsfunctie. t Cursortoetsen Selecteren en instellen van DSP programma-parameters ofonderdelen van het instelmenu instellen, afhankelijk van destand van de PARAMETER/SET MENU schakelaar. y STANDBY Hiermee schakelt u het toestel uit (standby). u SYSTEM POWER Hiermee schakelt u het toestel in. i Display Hierop verschijnt informatie over de bediening. o Signaalbron toetsen Hiermee kunt u de signaalbron kiezen. p 10 KEY/DSP Hiermee kunt u kiezen of u de cijfertoetsen of de DSPprogramma’s wilt gebruiken. a LEVEL Hiermee kunt u het in te stellen luidspreker-kanaal kiezen enhet weergave-niveau instellen. s ON SCREEN Hiermee kunt u de in-beeld display functie voor uw video-monitor instellen. d SLEEP Hiermee kunt u de slaaptimer instellen. f TEST Hiermee kunt u d testtoon laten weergeven wanneer u deluidspreker-niveaus wilt instellen. g Infraroodvenster h LIGHT Hiermee kunt u de verlichting aan of uit zetten. Als u deze toets eenmaalindrukt, zal de verlichting ongeveer 10 seconden ingeschakeld worden.Druk nogmaals op deze toets om de verlichting uit te schakelen. j Klep k Å Toets Hiermee kunt u het bedieningsgebied omschakelen.Voorbereidingen

  • Voorbereidingen Opstelling luidspreker-systeem 9 Aansluitingen 10 Aansluiten van audio-apparatuur p. 10
  • Aansluiten van video-apparatuur p. 12
  • Aansluiten van luidsprekers p. 14
  • Aansluiten van subwoofers p. 16
  • Aansluiten van een externe decoder p. 17
  • Aansluiten van externe versterkers p. 17
  • Overige p. 18
  • In-beeld display (OSD) 19 In-beeld display functies p. 19
  • Instellen van de in-beeld display functie p. 19
  • Plaatsing van de luidsprekers 20 Luidspreker-instellingen 21 Uitgangsniveau luidsprekers 22 Voor u begint p. 22
  • Dolby Surround test p. 22
  • DSP test Nederlands Opstelling luidspreker-systeem De meest complete luidspreker-opstelling bestaat uit acht luidsprekers: de linker en rechter hoofd-luidsprekers, een midden-luidspreker, linker en rechter achter-luidsprekers, de linker en rechter voor-effect-luidsprekers en een achter-midden-luidspreker. Als u minder dan acht luidsprekers gebruikt, kunt u de signalen voor luidsprekers die u niet heeft naar andere luidsprekers in uw opstelling leiden. Met elk van deze opstellingen kunt u een subwoofer gebruiken om een vollere geluidsweergave te bereiken. ■ Opstelling met acht of zeven luidsprekers –Full Cinema DSP– Wanneer u naar speelfilms afspeelt, zal deze opstelling ten volle de krachtige en realistische geluidskwaliteit van het 70 mm multikanaals audiosysteem ten gehore brengen. De gesproken tekst komt als het ware direct van het scherm, de geluidseffecten zijn een stukje achter het scherm gepositioneerd en de muziek van de soundtrack is nog verder achter het scherm gepositioneerd om de weidsheid en de diepte van de presentatie te vergroten. Deze opstelling maakt het beste gebruik van de mogelijkheden van dit toestel. De midden achter-luidspreker wordt gebruikt bij 6-kanaals digitale surround weergave. ■ Opstelling met zes luidsprekers –Hi Fi DSP– Deze opstelling wordt het meest gebruikt voor audio-weergave met HiFi DSP geluidsveldprogramma’s. De gesproken tekst van een film wordt niet zo precies geplaatst als bij een opstelling met zeven of acht luidsprekers. Er wordt echter een dynamisch DSP (Digitale geluidsveld processor) geluidsveld gecreëerd hetgeen diepte geeft aan het geluid. Voor deze luidspreker-opstelling dient u onderdeel 1A. CENTER SP van het instelmenu (SET MENU) en onderdeel 1D. REAR CT SP op “NONE” (geen) te zetten. ■ Opstelling met vijf luidsprekers –Standaard 5.1 kanalen– Deze opstelling kan de hoogte van het geluidsveld niet zo goed tot uitdrukking brengen als de opstelling met zeven of acht luidsprekers. De gesproken tekst wordt echter geplaatst alsof deze direct van het scherm komt. Voor deze luidspreker-opstelling dient u onderdeel 1F. FRNT EFCT SP van het instelmenu (SET MENU) en onderdeel 1D. REAR CT SP op “NONE” (geen) te zetten. ■ Opstelling met vier luidsprekers –Vereiste minimum– In deze opstelling worden de signalen voor de midden-luidspreker en de voor- effect-luidspreker naar de linker en rechter hoofd-luidsprekers geleid. Voor deze luidspreker-opstelling dient u onderdeel 1A. CENTER SP, onderdeel 1F. FRNT EFCT SP en onderdeel 1D. REAR CT SP van het instelmenu (SET MENU) op “NONE” (geen) te zetten. Voor-effect-luidsprekers Midden-luidspreker Voor subwoofer Hoofd-luidsprekers Achter-luidsprekers Achter-midden-luidspreker Achter-subwoofer ( )Voorbereidingen p. 239

Aansluitingen Aansluiten van audio-apparatuur Voor u andere componenten aansluit, moet u eerst de stroomvoorziening uitschakelen van alle apparatuur die u wilt aansluiten, inclusief dit toestel en moet u bepalen welke aansluitingen bedoeld zijn voor de linker en rechter kanalen en welke de ingangs en welke uitgangsaansluitingen zijn. Wanneer u andere YAMAHA audio componenten (zoals een CD-speler of wisselaar, MD-speler of cassettedeck) gebruikt, dient u deze aan te sluiten op aansluitingen met hetzelfde nummerlabel. Yamaha gebruikt dit nummersysteem op alle producten. In de aansluitingsvoorbeelden op de volgende bladzijden: ■ Digitale aansluitingen Dit toestel heeft digitale aansluitingen om digitale signalen direct door te geven via hetzij coaxiale, hetzij optische glasvezelkabels. U kunt de digitale aansluitingen gebruiken om PCM, DTS en Dolby Digital bitstromen te verwerken. Wanneer u componenten aansluit op zowel de COAXIAL als de OPTICAL aansluitingen (voor CD en CABLE), zullen de ingangssignalen van de COAXIAL aansluiting voorrang krijgen. Alle digitale ingangsaansluitingen zijn geschikt voor 96 kHz/24 bits digitale signalen. ■ Over het stofkapje Trek het kapje uit de optische aansluiting voor u de optische glasvezelkabel aansluit. Gooi het kapje niet weg. Wanneer u de optische aansluiting niet gebruikt, moet u het kapje weer op zijn plaats zetten. Dit kapje beschermt de aansluiting tegen stof. De OPTICAL aansluitingen van dit toestel voldoen aan de EIA standaard. Als u een optische glasvezelkabel gebruikt die niet aan deze standaard voldoet, is het mogelijk dat dit toestel niet naar behoren kan functioneren. ■ Aansluiten van een draaitafel Deze ingangsaansluitingen zijn bedoeld om een draaitafel met een MM of hoog vermogen MC cartridge op aan te sluiten. Als u een draaitafel heeft met een laag vermogen MC cartridge, dient u een inline booster of MC-kop versterker te gebruiken voor u deze ingangsaansluitingen kunt gebruiken. De GND (aarde) aansluiting aardt de draaitafel niet. Het dient alleen om storing van het overgedragen signaal te verminderen. In sommige gevallen is het mogelijk dat u last heeft van ruis als u de GNG (aarde) aansluiting niet gebruikt. ■ Aansluiten van een CD-speler

  • De COAXIAL CD en OPTICAL CD igae kunt u gebruiken als uw CD-speler eveneens is voorzien van coaxiale of optisch digitale uitgangsaansluitingen.
  • Wanneer u een CD-speler aansluit op zowel de COAXIAL CD en OPTICAL CD ingangsaansluitingen, zullen de signalen die binnenkomen via de COAXIAL CD ingangsaansluiting voorrang krijgen. ■ Aansluiten van een MD- of DAT-deck
  • Wanneer u een recorder aansluit op dit toestel, dient u dat apparaat ingeschakeld te houden terwijl dit toestel in gebruik is. Als de recorder uit staat, kan het via dit toestel weergegeven geluid van andere componenten vervormd worden.
  • Wanneer u opneemt van een signaalbron die is aangesloten op dit toestel terwijl dit toestel uit staat, is het mogelijk dat het opgenomen geluid vervormd wordt. Om dit probleem te voorkomen, dient u dit toestel in te schakelen.
  • Wanneer u een CD-recorder aansluit op zowel de analoge als de digitale in- en uitgangsaansluitingen, zal de voorkeur worden gegeven aan de digitale signalen.11 Nederlands Aansluitingen

OUTPUTOUTPUTOUTPUTOUTPUTINPUTINPUTGROUNDOPTICALOUTPUTOPTICALINPUTOPTICALINPUTOPTICALOUTPUT COAXIALOUTPUT<Digitaal><Digitaal><Digitaal> <Digitaal> <Digitaal><Analoog><Analoog> <Analoog> <Analoog> <Analoog><Analoog> MD/Cassette- recorder CD-recorder CD-speler Draaitafel naar/van externe versterker naar/van externe bedieningseenheid van externe decoder (Modellen voor China en algemene modellen)Voorbereidingen

Aansluitingen Aansluiten van video-apparatuur Voor u enige apparatuur aansluit, dient u de stroomvoorziening voor alle componenten die u wilt aansluiten, inclusief dit toestel, af te sluiten en te bepalen welke aansluitingen voor de linker en rechter kanalen bedoeld zijn en welke de in en welke de uitgangsaansluitingen zijn. Wanneer u alle aansluitingen gemaakt hebt, dient u nogmaals te controleren of alles goed is aangesloten. ■ Over de video-aansluitingen Er zijn drie soorten video-aansluitingen. Videosignalen die binnenkomen via de VIDEO aansluitingen zijn conventionele composiet videosignalen. Videosignalen die binnenkomen via de S VIDEO aansluitingen zijn gescheiden in luminantie (Y) en kleur (C) videosignalen. De S-videosignalen zorgen voor een hogere kwaliteit kleurweergave. Videosignalen die binnenkomen via de COMPONENT VIDEO aansluitingen zijn gescheiden in luminantie (Y) en kleurverschil (P B/CB,

R/CR) videosignalen. De aansluitingen zijn derhalve ook gescheiden in drie voor elk signaal. De labels van de component video aansluitingen kunnen verschillen, afhankelijk van de gebruikte apparatuur (bijv. Y, C B, CR/Y, PB, PR/Y, B-Y, R-Y enz.). Component videosignalen leveren de hoogste kwaliteit beeldweergave. Als uw video component een S-video of component video uitgangsaansluiting heeft, kunt u deze op dit toestel aansluiten. Verbind de S-video uitgangsaansluiting van uw video component met de S-VIDEO aansluiting, of verbind de component uitgangsaansluitingen van uw video component met de COMPONENT VIDEO aansluitingen. Opmerkingen:

  • Elke soort video-aansluiting werkt onafhankelijk van de andere. Signalen die binnenkomen via de composiet video, S-video en component aansluitingen worden gereproduceerd via de corresponderende composiet video, S-video en component uitgangsaansluitingen.
  • Gebruik een in de handel verkrijgbare S-videokabel wanneer u iets aansluit op de S VIDEO aansluitingen en een in de handel verkrijgbare videokabel wanneer u iets aansluit op de COMPONENT VIDEO aansluitingen.

DVD-speler DTV/LD-speler Kabel TV/SAT Videorecorder 1/2 Monitor RF-Signaal uitgangsaansluiting (Alleen voor algemene modellen en modellen voor China.

  • <Modellen voor Euyropa en Groot-Brittannië> Als uw LD-speler is voorzien van een Dolby Digital RF signaal uitgangsaansluiting, kunt u deze aansluiten op dit toestel via een externe RF demodulator. (U kunt de Dolby Digital RF signaal uitgangsaansluiting van uw LD-speler verbinden met de COAXIAL aansluitingen met behulp van de “I/O ASSIGN” (I/O toewijzing) op het SET MENU.)Voorbereidingen

Aansluitingen Aansluiten van luidsprekers Dit hoofdstuk legt uit hoe u uw luidsprekers kunt aansluiten op dit toestel. Als u klaar bent met het aansluiten van de luidsprekers, kunt u via het instelmenu (SET MENU) de instellingen voor de uitgangssignalen wijzigen aan de hand van het aantal luidsprekers in uw opstelling. Voor u enig luidsprekersnoer aansluit, moet u eerst bepalen welke aansluitingen bedoeld zijn voor de linker en de rechter kanalen en moet u ook de + en – polariteit bepalen. Als u luidsprekers verkeerd om aansluit (+ op –), zal dit toestel geen helder geluid kunnen reproduceren. ■ Gebruik van luidsprekersnoeren Een luidsprekersnoer bestaat eigenlijk uit een paar van isolatie voorziene draden naast elkaar. Een van deze draden heeft een afwijkende kleur of vorm, misschien heeft deze een streepje, een groef of een ribbel. Om er zeker van te kunnen zijn dat u al uw luidsprekers met de juiste polariteit aansluit, moet u eerst het verschil bepalen tussen de twee draden van de door u gebruikte luidsprekersnoeren en moet u beslissen welke draad u zult gaan gebruiken voor de verschillende polen (+ en –), waarna u zich natuurlijk vervolgens altijd hieraan moet houden.

Strip 9 mm van de isolatie van de uiteinden van de draden.

Draai de ontblootte uiteinden van de draden in elkaar om kortsluiting te voorkomen.

Draai de knop van de aansluiting tegen de klok in los.

Steek alleen het ontblootte stukje draad in de spleet in de zijkant van de aansluiting en draai de knop weer vast. Opmerking:• Als uw luidsprekersnoeren zijn voorzien van bananenstekkers, dient u de knop vande aansluiting vast te draaien en de stekker in het gat van de knop te steken.(Behalve modellen voor Europa en Groot-Brittannië.)Let op:• Bevestig de luidsprekersnoeren zorgvuldig om kortsluiting te voorkomen. Als u destroom inschakelt en er kortsluiting optreedt, is het mogelijk dat dit toestelbeschadigd raakt, ook al zal de ingebouwde beveiliging automatisch de stroomuitschakelen. ■ Over de q RF (AC-3) signaal ingangsaansluiting <Alleen voor algemene modellen en modellen voor China.> Als uw LD-speler is voorzien van een q RF (AC-3) signaal uitgangsaansluiting, kunt u deze aansluiten op de q RF (AC-3) ingangsaansluiting van dit toestel. U dient hiertoe het 7D. COAXIAL IN (10) onderdeel van het SET MENU op “LD-RF” te zetten. Als er tegelijkertijd q RF (AC-3) en analoge signalen binnenkomen, zullen de RF signalen de voorkeur krijgen. Wanneer u q RF (AC-3) signalen wilt weergeven, dient u de ingangsfunctie op “D.D. RF” te zetten met behulp van INPUT MODE. Opmerking:

  • q RF (AC-3) signalen kunnen niet worden gereproduceerd met behulp van de REC OUT schakelaar. Wanneer geluid of beelden opneemt van een LD-speler, moet u de speler aansluiten op hetzij de DIGITAL OPTICAL, hetzij de analoge AUDIO aansluitingen. Let op:
  • Ook al sluit u een LD-speler met een q RF (AC-3) uitgangsaansluiting aan op dittoestel, u zult toch geen Dolby Digital geluid kunnen weergeven van elke LD schijf. Umoet een LD weergeven die Dolby Digital gecodeerd is om te kunnen profiteren vanDolby Digital weergave.Bananenstekker(Behalve modellen voor Europa en Groot-Brittannië.)15 Nederlands Aansluitingen CAUTIONSEE INSTRUCTION MANUAL FOR CORRECT SETTING.IMPEDANCE SELECTORSET BEFORE POWER ONFRONT REAR REAR CENTERCENTERMAIN A OR B A + B : 6

MIN./SPEAKER VOLTAGE SELECTOR Rechter voor- luidspreker Linker voor- luidspreker Achter-midden- luidspreker Rechter achter- luidspreker Linker achter- luidspreker Naar een andere component Subwoofersysteem Rechter hoofd- luidspreker B Linker hoofd- luidspreker B Rechter hoofd- luidspreker A Linker hoofd- luidspreker A Midden- luidspreker (Modellen voor China en algemene modellen)Voorbereidingen

Aansluitingen Aansluiten van subwoofers ■ Aansluiten van een voor subwoofer Sluit de ingangsaansluiting van uw subwoofer aan op een van PRE OUT/ MAIN IN SUBWOOFER aansluitingen. Opmerkingen:• De SUBWOOFER aansluitingen hebben een ingebouwd hoog cut-off filter(90 Hz). Wanneer u een subwoofer met eigen stroomvoorziening gebruikt, dient ude cut-off frequentie op “MAX” te zetten op uw subwoofer.• Via beide SUBWOOFER aansluitingen wordt hetzelfde signaal geproduceerd. ■ Aansluiten van een achter-subwoofer Door zowel voor als achter een subwoofer te gebruiken, kunnen de CINEMA-DSP geluidsveldprogramma’s realistische bioscoopeffecten reproduceren met een krachtige, dynamische geluidsweergave. Om gebruik te kunnen maken van deze dynamische weergave, moet u via het instelmenu (SET MENU) het onderdeel 1C. REAR L/R SP op “LARGE” (groot) zetten en dient u uw achter-luidsprekers en subwoofer aan te sluiten zoals hieronder staat aangegeven.

Sluit met luidsprekersnoeren de rechter + ingangsaansluiting van uw subwoofer aan op de REAR R + aansluiting en de rechter – ingangsaansluiting van uw subwoofer op de REAR R – aansluiting.

Sluit met luidsprekersnoeren de linker + ingangsaansluiting van uw subwoofer aan op de REAR L + aansluiting en de linker – ingangsaansluiting van uw subwoofer op de REAR L – aansluiting.

Sluit uw achter-luidsprekers aan op de uitgangsaansluitingen van de achter- subwoofer. Let er op dat u de achter-luidsprekers juist gepoold aansluit op de subwoofer. Opmerking:• Stel het volume voor de subwoofer in met de regelaars op de subwoofer zelf, nietmet dit toestel.

SubwoofersysteemRechter achter-luidsprekerLinker achter-luidspreker17 Nederlands Aansluitingen Aansluiten van een externe decoder Dit toestel is uitgerust met zes extra ingangsaansluitingen (links en rechts hoofd, midden, links en rechts surround en subwoofer) voor gescheiden multikanaals ingangssignalen van een externe decoder, geluidsprocessor of voorversterker. Sluit de uitgangsaansluitingen van uw externe decoder aan op de 6CH INPUT ingangsaansluitingen. Let er op dat de linker en rechter uitgangsaansluitingen worden aangesloten op de linker en rechter ingangsaansluitingen voor de hoofd en surround kanalen. Om naar de weergave van uw externe decoder te luisteren, dient u 6CH INPUT in te drukken op dit toestel of de afstandsbediening. Opmerkingen:• Wanneer u 6CH INPUT selecteert als signaalbron, zal dit toestel automatisch deingebouwde geluidsveldprocessor uitschakelen en zal het derhalve niet mogelijk zij teluisteren met een van de DSP programma’s.• Wanneer u 6CH INPUT als ingangsbron kiest, zal het wijzigen van SPEAKER SET ophet SET MENU geen effect hebben. Aansluiten van externe versterkers Als u het uitgangsvermogen van de luidsprekers wilt opvoeren, of wanneer u een andere versterker wilt gebruiken, kunt u als volgt een externe versterker aansluiten op de PRE OUT/MAIN IN aansluitingen.

q FRONT aansluitingen Voor-effect uitgangsaansluitingen. w REAR (surround) aansluitingen Achter-kanaal uitgangsaansluitingen. e SUBWOOFER aansluitingen Hoofd, midden en achter kanaal frequenties onder de 90 Hz worden weergegeven via deze aansluitingen. U kunt ook DTS en Dolby Digital LFE signalen via deze uitgangsaansluiting weergeven. Regel het volume voor de subwoofer met de daartoe bestemde regelaar op de subwoofer zelf. Het volume van de subwoofer kan niet worden geregeld door dit toestel. r CENTER aansluiting Uitgangsaansluiting middenkanaal. t REAR CENTER aansluiting Aansluiting voor het achter-midden-kanaal uitgangssignaal. y MAIN aansluitingen MAIN IN aansluitingen ........ Ingangsaansluiting voor de versterkers voor het hoofdkanaal van dit toestel. Wanneer u deze aansluitingen gebruikt, zulle signalen die binnenkomen via de voorversterker van dit toestel niet worden gereproduceerd via de hoofdversterker van dit toestel. MAIN OUT aansluitingen ... Hoofdkanaal uitgangsaansluitingen. De uitgangssignalen via deze aansluitingen kunnen worden geregeld door de BASS, TREBLE, BALANCE en BASS EXTENSION instellingen.Voorbereidingen

Aansluitingen Overige ■ IMPEDANCE SELECTOR schakelaar Kies de stand die overeenkomt met de specificaties van uw luidspreker-systeem. (Bovenste stand) FRONT EFFECT: De impedantie van elke luidspreker moet tenminste 6 Ohm bedragen. REAR: De impedantie van elke luidspreker moet tenminste 6 Ohm bedragen. REAR CENTER: De impedantie van de luidspreker moet tenminste 6 Ohm bedragen. CENTER: De impedantie van de luidspreker moet tenminste 4 Ohm bedragen. MAIN: Als u een paar hoofd-luidsprekers gebruikt, moet de impedantie van elke luidspreker tenminste 4 Ohm bedragen. Als u twee paar hoofd-luidsprekers gebruikt, moet de impedantie van elke luidspreker tenminste 8 Ohm bedragen. (Onderste stand) FRONT EFFECT: De impedantie van elke luidspreker moet tenminste 8 Ohm bedragen. REAR: De impedantie van elke luidspreker moet tenminste 8 Ohm bedragen. REAR CENTER: De impedantie van de luidspreker moet tenminste 8 Ohm bedragen. CENTER: De impedantie van de luidspreker moet tenminste 8 Ohm bedragen. MAIN: Als u een paar hoofd-luidsprekers gebruikt, moet de impedantie van elke luidspreker tenminste 8 Ohm bedragen. Als u twee paar hoofd-luidsprekers gebruikt, moet de impedantie van elke luidspreker tenminste 16 Ohm bedragen. ■ Aansluiten van het netsnoer Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn. Let op:

  • Gebruik geen ander netsnoer dan het meegeleverde. (alleen modellen voor Europa) ■ Netstroomaansluitingen (AC OUTLETS) U kunt deze gebruiken om andere componenten uit uw systeem van stroom te voorzien. De aan/uit toets (STANDBY/ON, SYSTEM POWER of STANDBY op de afstandsbediening) van dit toestel zal vervolgens ook deze componenten bedienen. Deze netstroomaansluitingen voorzien de aangesloten apparatuur alleen van stroom wanneer dit toestel is ingeschakeld. Het maximum vermogen (totaal opgenomen vermogen van de componenten) die kunnen worden aangesloten op de AC OUTLETS netstroomaansluitingen is 100 W. ■ Voltage keuzeschakelaar (Algemene modellen en modellen voor China) De voltage keuzeschakelaar op het achterpaneel van dit toestel moet worden ingesteld aan de hand van de netspanning bij u thuis VOOR u de stekker in het stopcontact steekt. WAARSCHUWING Verzet de impedantie keuzeschakelaar IMPEDANCE SELECTOR niet terwijl het toestel is ingeschakeld, daar dit het toestel kan beschadigen.

TOETS WORDT GEDRUKT: De impedantie keuzeschakelaar IMPEDANCE SELECTOR staat wellicht niet goed in een van de twee mogelijke standen. In dit geval dient u de keuzeschakelaar goed in de juiste stand te zetten terwijl het toestel uit (standby) staat.

AC OUTLETS IMPEDANCE SELECTOR schakelaar Netsnoer (alleen modellen voor Europa)

./SPEAKER IN./SPEAKER Netsnoer (Algemene modellen, modellen voor China en Groot-Brittannië) VOLTAGE SELECTOR (Voltage keuzeschakelaar) (Algemene modellen en modellen voor China)19 Nederlands In-beeld display (OSD) U kunt de bedieningsinformatie voor dit toestel laten weergeven op een video-monitor. Als u het instelmenu (SET MENU) en de instellingen voor de DSP geluidsveldprogramma’s op een scherm bekijkt, is het veel makkelijker om de beschikbare mogelijkheden en parameters te overzien dan wanneer u deze gegevens van het display op het voorpaneel moet lezen. Als er tevens een videobron wordt weergegeven, zal het in-beeld display over het beeld worden geprojecteerd. Als er geen videobron wordt gereproduceerd (of wanneer de signaalbron uit (standby) staat), kunt u het in-beeld display (blauwe achtergrond) in- of uitschakelen via “14 DISPLAY SET” op het SET MENU. In-beeld display functies U kunt de hoeveelheid gegevens die wordt getoond door het in-beeld display wijzigen. Volledige weergave .... Deze instelling laat de parameterwaarden voor het geluidsveldprogramma op de video-monitor zien. Verkorte weergave ..... Deze instelling laat onder in beeld dezelfde informatie zien als het display op het voorpaneel waarna de informatie van het beeld verdwijnt. Weergave uit .............. Deze instelling laat korte tijd de aanduiding “DISPLAY OFF” onder in beeld zien. Hierna zullen er geen aanduidingen van handelingen meer op het scherm verschijnen, behalve wanneer ON SCREEN gebruikt wordt. Opmerkingen:• Wanneer u kiest voor weergave van alle informatie op het scherm, zullen de INPUTkeuzetoetsen, VOLUME en sommige andere gegevens onder in beeld wordtweergegeven op dezelfde manier als op het display op het voorpaneel van het toestel.• Het signaal van het in-beeld display wordt niet gereproduceerd via de REC OUTkeuzeschakelaar en zal niet worden opgenomen met enig videosignaal.• De informatie betreffende het instelmenu (SET MENU) en de TEST DOLBY SUR enTEST DSP functies zal op het scherm verschijnen ongeacht de instelling voor het in-beeld display. Instellen van de in-beeld display functie

Wanneer u de stroom inschakelt, zullen de video-monitor en het display op het voorpaneel het hoofd volumeniveau een paar seconden laten zien en vervolgens overschakelen naar het huidige geluidsveldprogramma.

Druk herhaaldelijk op ON SCREEN op de afstandsbediening om de instelling voor de weergave van het in-beeld display te wijzigen. De instelling verandert als volgt: Volledige weergave, verkorte weergave, uit. Opmerkingen:• Als u een videobron kiest die componenten aangesloten heeft op zowel deS VIDEO IN als de composiet VIDEO IN aansluitingen en zowel de S VIDEO OUT als de composiet VIDEO OUT uitgangsaansluitingen zijn aangesloten op een video-monitor, dan zal het beeld zowel via de S VIDEO OUT als via de composietVIDEO OUT uitgangsaansluitingen worden weergegeven. Het in-beeld display zalechter alleen worden gereproduceerd via het S video uitgangssignaal. Als er geenvideosignaal binnenkomt, zal het in beeld display worden gereproduceerd via zowelde S-video als het composiet videosignaal.• Als uw video monitor alleen aangesloten is op de COMPONENT VIDEOaansluitingen van dit toestel, zal het in beeld display niet getoond worden. Let er opdat uw video monitor aangesloten is op de COMPONENT VIDEO aansluiting en hetzij de VIDEO, hetzij de S VIDEO aansluitingen, als u het in beeld display wilt kunnen zien.• Afspelen van videomateriaal met een anti-kopieersignaal, of van videosignalen dieveel ruis bevatten, kan resulteren in instabiele beeldweergave.

Plaatsing van de luidsprekers Waar u uw luidsprekers neerzet heeft grote invloed op hoe goed uw systeem zal klinken. ■ Plaatsing van de hoofd-luidsprekers Zet de linker en rechter hoofd-luidsprekers op gelijke afstanden van de belangrijkste luisterplek. Als u een TV of video-monitor in uw systeem heeft opgenomen, moet de afstand van elk van deze luidsprekers tot de TV of video-monitor ook gelijk zijn. ■ Plaatsing van de midden-luidspreker Als u een TV of video-monitor in uw systeem heeft, dient u de voorkant van de midden-luidspreker in lijn te brengen met de voorkant van het beeldscherm. Plaats de luidspreker zo dicht mogelijk bij de monitor, bijvoorbeeld er direct onder of er bovenop. Als u de luidspreker onder de monitor zet, kunnen de voor-effect- luidsprekers de hoogte van het geluid regelen in samenhang met de actie op het scherm (afhankelijk van de plaats van de luisteraar). Als u een projectiescherm gebruikt in uw systeem, dient u de midden-luidspreker onder het scherm te zetten. De luidspreker moet in dat geval in lijn gebracht worden met het midden van het scherm. ■ Plaatsing van de voor-effect, achter en achter- midden-luidsprekers De voor effect-luidsprekers moeten ongeveer 0,5 ~ 1 m buiten de hoofd- luidsprekers en voor in de ruimte geplaatst worden. Ze moeten naar de belangrijkste luisterplek gericht worden. Plaats de achter-luidsprekers achterin de ruimte en richt ook deze op de luisterplek. De achter-luidsprekers mogen verder uit elkaar gezet worden dan de voor-effect-luidsprekers. De voor-effect en achter- luidsprekers moeten ongeveer 1,8 m boven de vloer geplaatst worden. Wanneer u eenmaal naar materiaal aan het luisteren bent, kunt u de plaatsing van de luidsprekers aanpassen tot u een evenwichtige weergave via de hoofd, voor- effect en achter-luidsprekers heeft bereikt. ■ Wanneer u een projectiescherm gebruikt Plaats de luidsprekers zoals aangegeven op de afbeelding. De hoofd-luidsprekers horen ongeveer een kwart van de schermhoogte boven de onderrand van het scherm geplaatst te worden. Plaats de midden-luidspreker in het midden en direct onder het scherm. De midden-luidspreker zorgt ervoor dat de gesproken tekst precies gepositioneerd kan worden. Wanneer u een projectiescherm gebruikt met uw systeem, zullen de voor-effect- luidsprekers voor een betere effectkwaliteit zorgen. De CINEMA-DSP geluidsveldprogramma’s tillen het geluid van de midden-luidspreker naar boven en zorgen voor een natuurlijke weergave in overeenstemming met de videobeelden. ■ Plaatsing van de subwoofers Plaats de voor-subwoofer dicht bij de hoofd-luidsprekers. Keer de subwoofer een beetje naar het midden van de ruimte om weerkaatsing via de wanden te verminderen. Als u een achter-subwoofer gebruikt, dient u deze achter de belangrijkste luisterplek te plaatsen. De plaatsing van de achter-subwoofer is niet heel belangrijk vanwege het ongerichte karakter van de ultra-lage frequenties van het gereproduceerde geluid. Door een subwoofer van hoge kwaliteit toe te voegen aan de luidspreker- opstellingen op de bladzijde 9, zult u in staat zijn te genieten van krachtigere en realistischere filmeffecten, ook als u al grote hoofd-luidsprekers heeft. Opmerkingen:• Als u luidsprekers van verschillende merken (met verschillende toonkarakteristieken)door elkaar gebruikt in uw opstelling, is het mogelijk dat de overgangen in de toon vaneen bewegende menselijke stem en andere soorten geluiden niet helemaal soepelverlopen. We raden u daarom aan luidsprekers van een bepaalde fabrikant te gebruiken,of luidsprekers waarvan u zeker weet dat dezelfde toonkarakteristieken delen.U Kunt ook de uitgangsniveaus en de equalizatie van uw effect-luidsprekers regelen viahet instelmenu.• Als u kleine luidsprekers gebruikt, zal de toevoeging van een subwoofer degeluidseffecten in films benadrukken.Hoofd-luidsprekerHoofd-luidsprekerTV of video-monitorTV of video-monitorMidden-luidspreker

Voor-effect-luidsprekers Voor subwooferMidden-luidsprekerAchter-subwooferAchter-midden-luidsprekerAchter-luidsprekers1,8 mHoofd-luidspreker21 Nederlands Luidspreker-instellingen Dit toestel heeft zeven SPEAKER SET onderdelen in het instelmenu (SET MENU) die u moet instellen aan de hand van het aantal luidsprekers in uw opstelling en hun afmetingen. De volgende tabel geeft een kort overzicht van deze SPEAKER SET onderdelen em laat de begininstellingen en andere mogelijke instellingen zien. Als de begininstellingen niet geschikt zijn voor uw luidspreker opstelling, dient u deze via het instelmenu (SET MENU) te wijzigen. Samenvatting SPEAKER SET onderdelen 1A t/m 1G Onderdeel

Beschrijving Instelling van het uitgangssignaal voor het midden-kanaal, afhankelijk van de afmetingen van de midden-luidspreker. De mogelijke instellingen zijn LRG (groot), SML (klein) of NONE (geen). Instelling van het uitgangssignaal voor het hoofd-kanaal, afhankelijk van de afmetingen van de hoofd-luidsprekers. De mogelijke instellingen zijn LARGE (groot) of SMALL (klein). Instelling van het uitgangssignaal voor het achter-kanaal, afhankelijk van de afmetingen van de achter-luidsprekers. De mogelijke instellingen zijn LRG (groot), SML (klein) of NONE (geen). Instelling van het uitgangssignaal voor het achter-midden-kanaal, afhankelijk van de afmetingen van de achter-midden-luidspreker. De mogelijke instellingen zijn LRG (groot), SML (klein) of NONE (geen). Instelling van een luidspreker voor het LFE/Bass uitgangssignaal. De mogelijke instellingen zijn SWFR (subwoofer), MAIN (hoofd-) en BOTH (allebei). Instelling van het uitgangssignaal voor het voor-effect-kanaal. De mogelijke instellingen zijn YES (ja) of NONE (geen). Stelt het uitgangsniveau van het uitgangssignaal voor het hoofd-kanaal in. De mogelijke instellingen zijn Normal (normaal) of –10 dB. Begininstelling LRG LARGE LRG LRG BOTH YES Normal Opmerking:

  • Gebruik “L/R BALANCE” op het SET MENU wanneer u de balans van het uitgangsniveau tussen de linker en rechter hoofd-luidsprekers in wilt stellen.Voorbereidingen

Nadat u de Dolby Surround test heeft geselecteerd, zal “TEST DOLBY SUR.” op de video monitor en op het display op het voorpaneel verschijnen.

Stel met VOLUME +/– de testtoon voor elk van de luidsprekers in. Stel het uitgangsniveau zo in dat alle luidsprekers even luid klinken.

  • De testtoon komt achtereenvolgens uit d linker hoofd-luidspreker, de midden-luidspreker, rechter hoofd-luidspreker, rechter achter-luidspreker, midden achter-luidspreker en tenslotte uit de linker achter-luidspreker. De testtoon duurt telkens 2,5 seconden.
  • Houd h of g ingedrukt om de testtoon tijdlijk ergens te stoppen.
  • Gebruik h of g ook om een bepaalde luidspreker te selecteren.

Druk twee keer op TEST om de testtoon te laten stoppen wanneer u klaar bent. U kunt het uitgangsniveau van de effectkanalen (links achter, rechts achter, midden achter en midden) tot +10 dB opvoeren. Als het uitgangsniveau van de midden, achter en midden achter luidsprekers dan nog lager blijft dan dat van de hoofd-luidsprekers, dient u het onderdeel 1G. MAIN LEVEL zo in te stellen dat het volume van de hoofd-luidsprekers tot ongeveer een-derde van het normale niveau wordt teruggebracht. Nadat u het onderdeel 1G. MAIN LEVEL via het SET MENU heeft ingesteld op “–10 dB”, dient u de niveaus voor de midden, achter en midden achter luidsprekers opnieuw in te stellen.

EFFECT LEVEL L SUR. 0dB TEST DOLBY SUR. EFFECT LEVEL L SUR. 0dB Uitgangsniveau luidsprekers Dit hoofdstuk behandelt het instellen van de luidspreker-niveaus met behulp van de testtoon. Er zijn twee tests; Dolby Surround en DSP. Voor u begint

Zet de BASS en TREBLE regelaars op het voorpaneel op “0” (in het midden) en schakel de BASS EXTENSION uit.

Gebruik voor de volgende drie stappen de afstandsbediening. Ga op de belangrijkste luisterplek zitten en zet de PARAMETER/SET MENU schakelaar op de afstandsbediening op PARAMETER.

Zet de 10 KEY/DSP schakelaar op DSP en druk op q/DTS SUR.

Druk op TEST en selecteer de gewenste test. Kies “TEST DOLBY SUR.” om de uitgangsniveaus van de midden, achter- midden en links-achter en rechts-achter luidsprekers af te stemmen op dat van de linker en rechter hoofd-luidsprekers. Kies “TEST DSP” om de uitgangsniveaus van de voor-effect-luidsprekers in evenwicht te brengen met die van de hoofd-luidsprekers. BASS TREBLE23 Nederlands Uitgangsniveau luidsprekers DSP test

Nadat u de DSP test heeft geselecteerd, zal “TEST DSP” op de video monitoren op het display op het voorpaneel verschijnen.

Stel met VOLUME +/– de testtoon voor elk van de luidsprekers in. Stel hetuitgangsniveau van de voorste effect-luidsprekers zo in dat deze even hardklinken als de hoofd-luidsprekers.• De testtoon klinkt achtereenvolgens uit de voor-effect-luidsprekers en dehoofd-luidsprekers. De testtoon zal elke keer 2,5 seconden langweergegeven worden.

Regel het uitgangsniveau van de voor-effect-luidsprekers met de cursor + en – toetsen op de afstandsbediening zo af dat het uitgangsniveau van de voor-effect-luidsprekers en dat van de hoofd-luidsprekers hetzelfde klinkt.• De testtoon wordt automatisch weergegeven via de voor-effect-luidsprekersterwijl u het niveau regelt.Opmerkingen:• Als u de testtoon niet kunt horen, dient u eerst VOLUME in te stellen en vervolgensde stroom uit te schakelen en de luidsprekersnoeren en andere aansluitingen tecontroleren.• De testtoon kan apart worden weergegeven via de linker of de rechter voor-effect-luidspreker. Dit is handig wanneer u bijvoorbeeld de aansluitingen van dezeluidsprekers wilt controleren. Druk op h om de testtoon te laten weergeven via de linker luidspreker, of op g om de testtoon te laten weergeven via de rechter luidspreker. (Het in-beeld display zallaten zien via welke luidspreker de testtoon wordt weergegeven.)• U kunt het uitgangsniveau van de linker en de rechter voor-effect-luidsprekersechter niet apart regelen.• Als u op g drukt, kunt u de testtoon alleen horen via de rechter voor effect-luidspreker en door op h te drukken, alleen via de linker voor effect-luidspreker.Laat de toets in kwestie weer los om terug te keren naar de oorspronkelijke situatie.• De toonkwaliteit van de luidsprekers kan worden ingesteld met de onderdelen5. CENTER GEQ van het instelmenu (SET MENU).• Als het uitgangsniveau van de voor-effect-luidsprekers lager is dan dat van dehoofd-luidsprekers, zelfs nadat u dit met +10 dB verhoogd heeft, dient u onderdeel1G. MAIN LEVEL van het instelmenu (SET MENU) op “–10dB” te zetten.Hierdoor zal het uitgangsniveau van de hoofd-luidsprekers tot ongeveer een derdevan het normale niveau worden teruggebracht.Nadat u het onderdeel 1G. MAIN LEVEL van het instelmenu (SET MENU) op“–10dB” heeft gezet, dient u de TEST DOLBY SUR. procedure op de voorgaandebladzijde te herhalen.• Als u geen voor effect-luidsprekers gebruikt, dient u het onderdeel 1F. FRNT EFCTSP via het SET MENU op “NONE” (geen) te zetten, waarna het DSP voor effect-signaal gemengd zal worden met de signalen voor het hoofdkanaal.• Wanneer u een hoofdtelefoon heeft aangesloten op dit toestel, zullen de DolbySurround en DSP test niet functioneren. TEST DSP MAIN

  • Basisbediening Basisweergave 25 Aan en uit zetten van het toestel p. 25
  • Selecteren van een signaalbron p. 26
  • Ingangsfuncties en aanduidingen p. 27
  • Selecteren van een geluidsveldprogramma p. 28
  • Basisopname 29 Voorbereidingen Nederlands Basisweergave De bediening bij weergave wordt uiteen gezet aan de hand van de bedieningsorganen op het toestel zelf en die op de afstandsbediening. Hierbij wordt deze volgorde aangehouden: “naam van de toets (naam van de toets op de afstandsbediening)”. Aan en uit zetten van het toestel p. 2925

Druk op STANDBY/ON (of op SYSTEM POWER op de afstandsbediening) om de stroom in te schakelen.

  • Het voorpaneel (en het monitorscherm) zullen het ingestelde volumeniveau een paar seconden lang laten zien en vervolgens overschakelen naar het tonen van het op dit moment ingestelde geluidsveldprogramma.

Druk op STANDBY/ON (of op STANDBY op de afstandsbediening) om de stroom uit (standby) te schakelen. Opmerking:• De bedieningstoestand waarin het toestel zich bevindt wordt bij het uitschakelenopgeslagen in het geheugen van het toestel. Door een in de handel verkrijgbaretimer aan te sluiten op dit toestel, kunt u gemakkelijk op het door u gewenstetijdstip een signaalbron laten weergeven of opnemen.STANDBYSYSTEMPOWERVOLUMEEFFECT STANDBY /ON NATURAL SOUND AV AMPLIFIER DSP-AX2INPUT MODEINPUTVOLUMESILENTPHONESSPEAKERS

Basisweergave Selecteren van een signaalbron

Selecteer de gewenste signaalbron met de INPUT keuzetoetsen, of druk op een van de directe keuzetoetsen op de afstandsbediening.

  • De huidige signaalbron wordt op het display op het voorpaneel aangegeven met een pijltje.

Begin de weergave (of stem af op een zender) op de signaalbron.

  • Raadpleeg de handleiding van de betreffende component.

Regel het VOLUME met de draaiknop (of de VOLUME +/– toetsen op de afstandsbediening). Let op:

  • Als de op VCR 1, VCR 2/DVR, MD/TAPE of CD-R OUT aangesloten component is uitgeschakeld, is het mogelijk dat het weergegeven geluid vervormdraakt, of dat het volume te laag is. Schakel de betreffende component in eendergelijk geval in. ■ Achtergrondvideo (BGV) functie De achtergrondvideo (BGV) functie stelt u in staat een videosignaal van een videobron te combineren met een audiosignaal van een audiobron. (Zo kunt u bijvoorbeeld naar klassieke muziek luisteren terwijl u een video bekijkt.) Selecteer een signaalbron uit de video-groep en kies vervolgens een signaalbron uit de audio-groep met de afstandsbediening. Gebruik de ingangstoetsen op de afstandsbediening om uw keuze te maken. De BGV functie werkt niet als u de signaalbron kiest met de INPUT keuzetoetsen op het voorpaneel. INPUTD-TV/LD DVD

CABLEMD/TAPESAT CD-RVCR 1 TUNERVCR2/DVR

V-AUX PHONODe geselecteerde signaalbronVOLUME27 Nederlands Basisweergave Ingangsfuncties en aanduidingen Dit toestel heeft diverse ingangsaansluitingen. Als een externe component is aangesloten op meer dan een soort ingangsaansluiting, kunt u aangeven welk ingangssignaal voorrang moet krijgen. Druk op INPUT MODE op het voorpaneel of op een van de ingangskeuzetoetsen (druk deze herhaaldelijk in) op de afstandsbediening om de ingangsfunctie te zien of te wijzigen.AUTO:...........Deze functie wordt automatisch ingesteld wanneer u dit toestel inschakelt. In dezefunctie zal het ingangssignaal automatisch worden gekozen in deze volgorde:1) Dolby Digital of DTS gecodeerde signalen2) Digitale (PCM) signalen3) Analoge signalen DTS: ................. In deze functie worden alleen DTS gecodeerde digitale signalen geselecteerd, ook als er tegelijkertijd andere ingangssignalen beschikbaar zijn.ANALOG: ..... In deze functie worden alleen analoge signalen geselecteerd, ook als ertegelijkertijd digitale ingangssignalen beschikbaar zijn.<Wanneer LD is gekozen als signaalbron> (Alleen algemene modellen en modellen voor China)AUTO:........... In deze functie zal het toestel automatisch het ingangssignaal kiezen indeze volgorde:1) Dolby Digital RF gecodeerde signalen.2) DTS gecodeerde signalen3) Digitale (PCM) signalen4) Analoge signalenD.D.RF: ......... Dit toestel zal alleen Dolby Digital RF signalen selecteren.DTS: ..............In deze functie zal dit toestel zal alleen DTS gecodeerde digitale ingangssignalenselecteren, ook als er tegelijkertijd andere signalen binnenkomen.DGTL: ........... Dit toestel zal alleen digitale signalen die binnenkomen via deOPTICAL ingangsaansluitingen selecteren.ANALOG: .....Dit toestel zal alleen signalen selecteren die binnenkomen via de ANALOGingangsaansluitingen. Dit toestel zal geen Dolby Digital RF of DTS signalen selecteren.Opmerkingen:

  • Als er zowel via de COAXIAL als de OPTICAL aansluitingen digitale signalen binnenkomen, zal het digitale signaal van de COAXIAL aansluiting de voorrang krijgen.
  • Wanneer AUTO ingesteld staat, zal dit toestel automatisch het ingangssignaal proberen te herkennen. Als er een Dolby Digital of DTS signaal wordt gedetecteerd, zal de decoder automatisch naar de toepassellijke instelling overschakelen en een 5.1 kanaals signaal reproduceren.
  • In de volgende situatie kan de geluidsweergave worden onderbroken bij sommige LD en DVD-spelers: De ingangsfunctie staat op AUTO. Er wordt gezocht terwijl er een schijf wordt afgespeeld die gecodeerd is met Dolby Digital of DTS, waarna de weergave van deze schijf wordt hervat. De geluidsweergave zal nu kort worden onderbroken omdat het digitale signaal weer opnieuw moet worden gedetecteerd. ■ Opmerkingen bij weergave van een DTS gecodeerd bronsignaal
  • Als het digitale uitgangssignaal van de speler op de een of andere manier is bewerkt, kunt u mogelijk het DTS signaal niet meer decoderen, ook al is er een digitale verbinding tussen dit toestel en de speler.
  • Als u een DTS gecodeerd bronsignaal weergeeft en de ingangsfunctie op ANALOG zet, zal dit toestel de ruis behorend bij een rauw DTS signaal weergeven. Wanneer u een DTS bronsignaal wilt weergeven, moet u de signaalbron aansluiten op een digitaleingangsaansluiting en de ingangsfunctie op AUTO of DTS zetten.
  • Als u de ingangsfunctie op ANALOG zet terwijl er een DTS gecodeerd signaal wordt weergegeven, zal dit toestel geen geluid produceren.
  • Als u een DTS gecodeerd bronsignaal weergeeft en de ingangsfunctie op AUTO zet, zal er een moment slechts ruis worden weergegeven terwijl het toestel het signaal als DTS signaal aan het herkennen is en de DTS decoder aan het inschakelen is. Dit duidt niet op een storing. U kunt dit voorkomen door de ingangsfunctie van tevoren al op DTS te zetten.
  • Als u doorgaat met de weergave van een DTS gecodeerd signaal terwijl u de ingangsfunctie op AUTO laat staan, zal dit toestel automatisch naar de “DTS decodering” functie schakelen om te voorkomen dat er later ruis wordt weergegeven. (De “t” indicator zal oplichten op het display op het voorpaneel.) De “t” indicator zal direct na het einde van de weergave van een DTS gecodeerd bronsignaal gaan knipperen. Terwijl deze indicator aan het knipperen is, kan er alleen een DTS gecodeerd bronsignaal worden weergegeven. Als u nu een gewoon PCM bronsignaal wilt laten weergeven, dient u de ingangsfunctie terug op AUTO te zetten.
  • De “t” indicator zal gaan knipperen wanneer de ingangsfunctie op AUTO staat en er gezocht wordt of een stuk wordt overgeslagen bij weergave van een DTS gecodeerd bronsignaal. Als deze toestand 30 seconden of langer voortduurt, zal het toestel automatisch van de “DTS decodering” functie overschakelen naar de ingangsfunctie voor digitale PCM signalen, waarna de “t” indicator zal doven. ■ Opmerkingen bij weergave van een LD of DTS CD bronsignaal
  • Voor LD materiaal zonder digitaal geluidsspoor dient u de LD-speler aan te sluiten op de analoge ingangsaansluitingen en de ingangsfunctie op AUTO of op ANALOG te zetten.
  • Als de LD-speler een non-standaard signaal produceert, is dit toestel niet in staat te detecteren of dit een Dolby Digital of DTS signaal is. In een dergelijk geval zal de decoder automatisch overschakelen naar PCM of analoog.• Sommige A/V componenten, zoals LD-spelers, produceren verschillende audiosignalen via hun analoge en hun digitaleuitgangsaansluitingen. Verander de ingangsfunctie indien nodig.
  • Als u een LD-speler gebruikt, een met Dolby Digital gecodeerd signaal wilt weergeven en terugschakelt naar de normale weergave van pauze of nadat u een hoofdstuk hebt doorgespoeld, is het mogelijk dat u een kort moment voor het Dolby Digital signaal wordt weergegeven het PCM of analoge geluid kunt horen. AUTO:DOLBY D. AUTO:DTS AUTO:PCM AUTO:ANALOG AUTO:---
  • AUTO• DTS DTS DTS:---

Basisweergave Selecteren van een geluidsveldprogramma U kunt uw luister-ervaring verbeteren door een DSP geluidsveldprogramma te selecteren. De 25 DSP geluidsveldprogramma’s zijn verdeeld in 12 DSP programmagroepen.

Zet de 10 KEY/DSP schakelaar op de afstandsbediening op DSP.

Druk op het hoofdtoestel op de DSP toets en verdraai de MULTI JOG draaiknop om het gewenste geluidsveldprogramma te selecteren. Opmerkingen:• Als er een DTS of Dolby Digital signaal binnenkomt en de ingangsfunctie op“AUTO” staat, zal het geluidsveldprogramma automatisch naar het geschiktedecodeerprogramma overschakelen.• Kies een geluidsveldprogramma aan de hand van uw eigen voorkeur, niet gebaseerdop de naam van het programma. De akoestiek van de ruimte waarin u zich bevindt,heeft ook invloed op de geluidsweergave via het geluidsveldprogramma. U dient deweerkaatsing van geluid in de ruimte zoveel mogelijk te verminderen om het effectvan het programma te maximaliseren.• Wanneer u een signaalbron selecteert, zal het hoofdtoestel automatisch het laatstmet die signaalbron gebruikte geluidsveldprogramma instellen.• Wanneer u het hoofdtoestel uitschakelt, worden de op dat moment ingeschakeldesignaalbron en het gebruikte geluidsveldprogramma automatisch opgeslagen in hetgeheugen, zodat deze automatisch kunnen worden ingesteld wanneer de volgendekeer de stroom weer ingeschakeld wordt.• Wanneer de signaalbron digitale signalen met een hoge bemonsteringsfrequentievan 96 kHz produceert, kunnen de DSP geluidsveldprogramma’s niet wordentoegepast op de geluidssignalen. In dit geval zullen de signalen wordengereproduceerd als gewone 2 kanaals stereo signalen. ■ Virtuele CINEMA DSP en HP CINEMA DSP U kunt het virtuele CINEMA DSP geluidsveldprogramma ervaren door het onderdeel 1C. REAR L/R SP van het instelmenu (SET MENU) op “NONE” (geen) te zetten. De geluidsveld-bewerking wordt aldus gewijzigd in de virtuele CINEMA DSP, afhankelijk van het geselecteerde geluidsveldprogramma. Virtual CINEMA DSP stelt u in staat te profiteren van virtuele geluiden zonder achter-luidsprekers. De signalen voor de achter-luidsprekers worden weergegeven via de hoofd-luidsprekers. U kunt ook luisteren met HP (hoofdtelefoon) CINEMA DSP door uw hoofdtelefoon aan te sluiten op de PHONES aansluiting terwijl de DSP geluidsveldprogramma’s ingeschakeld zijn. Wanneer de signaalbron digitale signalen met een hoge bemonsteringsfrequentie van 96 kHz produceert, kunnen de Virtual CINEMA DSP en HP CINEMA DSP programma’s niet functioneren. Opmerking:

  • Dit toestel wordt in de volgende gevallen toch niet in de Virtual CINEMA DSP gezet, ook al staat “1C REAR L/R SP” op “NONE” (geen): – wanneer het 8ch Stereo, DOLBY DIGITAL/Normal of DTS/Normal programma is geselecteerd;– wanneer het geluidseffect is uitgeschakeld;– wanneer 6CH INPUT is geselecteerd als signaalbron;– wanneer dit toestel digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz ontvangt;– wanneer er een Dolby Digital KARAOKE bronsignaal wordt weergegeven;– wanneer de testtoon wordt gebruikt; of– wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten. ■ Normale stereo weergave Voor normale stereo weergave dien u op EFFECT te drukken om de effecten te annuleren. Opmerkingen:• Wanneer u de effecten uitschakelt, zal er geen geluid worden gereproduceerd via devoor-effect, midden, achter en achter-midden-luidsprekers.• Als u de effecten uitschakelt terwijl er DTS of Dolby Digital signalen worden verwerkt,zal het dynamisch bereik van het signaal automatisch worden gecomprimeerd.• Het volume wordt mogelijk heel erg verminderd wanneer u de effecten uitschakelt, ofwanneer u het instelmenu (SET MENU) wijzigt. Zet de effecten in dit geval weer aan. 6.1/ES Als u gebruik wilt maken van de achter- midden-luidspreker met een 5.1 kanaals signaalbron, dient u op 6.1/ES te drukken. 10KEY/DSP Hi-Fi DSP programma’s CINEMA-DSP programma’s Entertainment Game Concert Video Pop/Rock Classical/Opera TV Theater Mono Movie Variety/Sports Movie Theater 1 Spectacle Sci-Fi Movie Theater 2 Adventure General q/DTS SURROUND Normal/Matrix 6.1/ES Enhanced/6.1/ES EFFECT EFFECT OFF Concert Hall 1 Europe Hall A Europe Hall B Concert Hall 2 U.S.A. Hall C Live Concert Church Freiburg Royaumont Jazz Club Village Gate The Bottom Line Rock Concert Roxy Theatre Arena Stadium Anaheim Bowl Entertainment Disco 8ch Stereo29 Nederlands Basisopname Door middel van REC OUT kunt u opnemen van de ene signaalbron terwijl u luistert naar een andere. Voorbereidingen

Zet dit toestel en alle aangesloten apparatuur aan.

Kies de signaalbron waarvan u wilt opnemen met REC OUT.

  • Zet REC OUT op SOURCE om van de huidige signaalbron op te nemen.
  • Zet REC OUT op de signaalbron waarvan u wilt opnemen om op te nemen van een signaalbron die u niet weer wilt laten geven.

Begin de weergave (of stem af op een zender) op de signaalbron.

Begin de opname op het opname-apparaat.

  • Als u ondertussen naar een andere signaalbron wilt luisteren en REC OUT niet op SOURCE staat, kunt u de weer te geven signaalbron kiezen met de INPUT keuzetoetsen en vervolgens het volume naar eigen smaak instellen. Opmerkingen:• Maak een test-opname voor u daadwerkelijk gaat opnemen.• Wanneer dit toestel is uitgeschakeld, kunt u niet opnemen van het ene op dit toestelaangesloten apparaat naar het andere.
  • De instelling van BASS, TREBLE, BASS EXTENSION, BALANCE, VOLUME en DSP geluidsveldprogramma’s heeft geen invloed op het opgenomensignaal. ■ Bijzondere aandachtspunten bij het opnemen van DTS materiaal Het DTS signaal is een digitale bitstroom. Als u probeert de DTS bitstroom digitaal op te nemen, zal slechts geruis worden opgenomen. Als u dus dit toestel wilt gebruiken om DTS gecodeerd bronmateriaal op te nemen, dient u aandacht te schenken aan de volgende punten. Voor DTS gecodeerde LD’s, DVD’s en CD’s: Op de volgende manier kunnen alleen 2 kanaals analoge audiosignalen worden opgenomen:
  • LD’s: Zet de linker en rechter uitgangsaansluitingen van uw LD-speler op de analoge soundtrack.
  • DVD’s: Gebruik het discmenu om de gemengde 2 kanaals links en rechts audio uitgangsaansluitingen van de DVD-speler op de PCM of Dolby Digital soundtrack te zetten.
  • CD’s: Het op CD’s opgenomen DTS signaal kan alleen worden gereproduceerd als een digitale bitstroom en kan daarom niet worden opgenomen. STANDBY /ON REC OUT VIDEO AUX VCR 1 SAT CABLE D-TV/LD DVD SOURCE MD/TAPE CD-R TUNER

Geavanceerde bediening Onderdelen van het instelmenu (SET MENU) 31 Bedienen van het instelmenu (SET MENU) .......................................................... 32

15. MEMORY GUARD.........................................................................................39

  • Kenmerken afstandsbediening 40 Gebruik van de afstandsbediening p. 40
  • Bedieningstoetsen voor alle componenten p. 42
  • Programmeren van de fabrikantencode in de afstandsbediening p. 45
  • Programmeren van een nieuwe functie voor de afstandsbediening p. 46
  • Gebruiken van de macro-functie p. 47
  • Veranderen van de naam van de signaalbron op het display p. 49
  • Wissen van een geleerde functie of macro p. 49
  • Wissen van geleerde functies en instellingen Regelen van de niveaus van de effect-luidsprekers 51 Instellen van de slaaptimer 5131 Nederlands Onderdelen van het instelmenu (SET MENU) Het instelmenu (SET MENU) bestaat uit zestien onderdelen, inclusief de luidspreker-instellingen, midden-grafische equalizer en parameter initialisatie functies. Kies het toepasselijke onderdeel en stel de betreffende waarden in naar behoeven. Opmerkingen: p. 50
  • U kunt onderdelen van het instelmenu (SET MENU) wijzigen terwijl er een signaalbron gereproduceerd wordt.
  • Wij raden u aan de onderdelen van het instelmenu (SET MENU) in te stellen met behulp van een video-monitor. Het is gemakkelijker om de mogelijkheden te overzien op het scherm van de monitor dan op het display op het voorpaneel van dit toestel wanneer u de onderdelen van het instelmenu (SET MENU) instelt. Onderdelen

Omschrijvingen Selecteert de geschikte uitgangsfunctie voor uw midden-luidspreker. Selecteert de geschikte uitgangsfunctie voor uw hoofd-luidsprekers. Selecteert de geschikte uitgangsfunctie voor uw achter-luidsprekers. Selecteert de geschikte uitgangsfunctie voor uw achter-midden-luidspreker. Selecteert de uitgangsfunctie voor het LFE/BASS uitgangssignaal. Selecteert de geschikte uitgangsfunctie voor uw voor-effect- luidsprekers. Selecteert het uitgangsniveau voor uw hoofd-kanalen. Brengt het uitgangsniveau van de subwoofer in overeenstemming met dat van de andere luidsprekers. Regelt de balans tussen de linker en rechter kanalen. Regelt de toonbalans voor de hoofdtelefoon. Brengt de toonkwaliteit van de midden-luidspreker in overeenstemming met de hoofd-luidsprekers. Verandert de naam van de ingangen. Wijst de I/O aansluitingen toe aan de aangegeven signaalbronnen. Selecteert de aanvankelijke ingangsfunctie voor de diverse signaalbronnen. Initialiseert de parameters van een groep DSP programma’s. Regelt het uitgangsniveau van het LFE kanaal voor Dolby Digital signalen. Regelt het dynamisch bereik voor Dolby Digital signalen. Regelt het uitgangsniveau van het LFE kanaal voor DTS signalen. Selecteert de AUTO functie voor Dolby Digital Matrix 6.1 en DTS ES decodering. Regelt de vertraging voor de midden en achter-midden-luidsprekers. Selecteert de display-instellingen. Vergrendelt de DSP programma-parameters en andere instelmenu (SET MENU) instellingen. Instelling

Onderdelen van het instelmenu (SET MENU) Bedienen van het instelmenu (SET MENU) Voer de instellingen uit met de afstandsbediening. Sommige onderdelen vereisen extra stappen om de gewenste instelling te maken.

Druk herhaaldelijk op h of g om een onderdeel te kiezen van het SET MENU en gebruik vervolgens + of – om dat onderdeel in te stellen.

  • Het onderdeel dat u het laatst heeft ingesteld zal op het display verschijnen.
  • Sommige onderdelen zijn zelf weer onderverdeeld.

Druk op + of – om de instelling van het onderdeel te wijzigen.

Druk herhaaldelijk op h of g of op een DSP keuzetoets om het instelmenu te verlaten. PARAMETER / SET MENUCursortoetsen SET MENU 1/4 1 SPEAKER SET≥ 2 LOW FREQ.TEST3 L/R BALANCE4 HP TONE CTRLIn-beeld display (OSD)Voorpaneel display

-/+ : Enter33 Nederlands Onderdelen van het instelmenu (SET MENU)

1. SPEAKER SET (1A. CENTER SP t/m 1G. MAIN LEVEL)

Met deze functie kunt u de voor uw luidspreker-opstelling geschikte uitgangsfuncties selecteren. U moet de uitgangsfunctie instellen wanneer u een subwoofer gebruikt. ■ 1A. CENTER SP (midden-luidspreker) Door een midden-luidspreker toe te voegen aan uw luidspreker-opstelling, zal dit toestel in staat zijn de gesproken tekst goed te plaatsen voor alle luisteraars en beeld en geluid optimaal met elkaar te laten overeenkomen. Het in-beeld display zal een grote, kleine of helemaal geen midden-luidspreker laten zien afhankelijk van hoe u dit onderdeel instelt. De begininstelling is “LRG” (groot). Kies de “LRG” (groot) instelling als u een grote midden-luidspreker heeft. Het hele bereik van midden-kanaal signalen wordt naar de midden-luidspreker gestuurd. Kies de “SML” (klein) instelling als u een kleine midden-luidspreker heeft. De lage tonen van 90 Hz en minder zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel 1E. LFE/BASS OUT worden gestuurd. Kies de “NONE” (geen) instelling als u geen midden-luidspreker heeft. Alle signalen voor het midden-kanaal zullen naar de linker en rechter hoofd-luidsprekers worden gestuurd. De “NONE” (geen) instelling zal de gesproken tekst goed kunnen plaatsen voor de luisteraar op de belangrijkste luisterplek. ■ 1B. MAIN SP (hoofd-luidsprekers) Het display zal kleine of grote hoofd-luidsprekers tonen afhankelijk van hoe u dit onderdeel instelt. De begininstelling is “LARGE” (groot). Kies de “LARGE” (groot) instelling als u grote hoofd-luidsprekers heeft. Het gehele bereik voor de linker en rechter hoofd-kanaal signalen zal naar de hoofd-luidsprekers worden gestuurd. Kies de “SMALL” (klein) instelling als u kleine hoofd-luidsprekers heeft. De lage tonen van 90 Hz en minder zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel 1E. LFE/BASS OUT worden gestuurd.Opmerking:

  • Wanneer u de “MAIN” instelling kiest voor het onderdeel 1E. LFE/BASS OUT, zullen de lage tonen van 90 Hz en minder naar de hoofd-luidsprekers worden gestuurd ook al stelt u “SMALL” (klein) in voor de hoofd-luidsprekers zelf. ■ 1C. REAR L/R SP (achter-luidsprekers) Het in-beeld display zal grote, kleine of geen luidsprekers laten zien afhankelijk van hoe u dit onderdeel instelt. De begininstelling is “LRG” (groot). Kies de “LRG” (groot) instelling als u grote linker en rechter achter-luidsprekers heeft of wanneer u een achter-subwoofer heeft. Het hele bereik van achter-kanaal signalen wordt naar de linker en rechter achter-luidsprekers gestuurd. Kies de “SML” (klein) instelling als u kleine linker en rechter achter-luidsprekers heeft. De lage tonen van 90 Hz en minder zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel 1E. LFE/BASS OUT worden gestuurd.Kies de “NONE” (geen) instelling als u geen achter-luidsprekers heeft.
  • In dit geval zal de achter-midden-luidspreker automatisch op “NONE” (geen) gezet worden en zal het onderdeel 1D. REAR CT SP (achter-midden-luidspreker) worden overgeslagen.

Onderdelen van het instelmenu (SET MENU) ■ 1D. REAR CT SP (achter-midden-luidspreker) Door een achter midden-luidspreker toe te voegen aan uw luidspreker-opstelling, kan dit toestel realistischer overgangen van voor naar achter en vice-versa weergeven. De begininstelling is “LRG” (groot). Kies de “LRG” (groot) instelling als u een grote achter-midden-luidspreker heeft. Het hele bereik van achter-midden-kanaal signalen wordt naar de achter-midden-luidsprekers gestuurd. Kies de “SML” (klein) instelling als u een kleine achter-midden-luidspreker heeft. De lage tonen van 90 Hz en minder zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel 1E. LFE/BASS OUT worden gestuurd. Kies de “NONE” (geen) instelling als u geen achter-midden-luidspreker heeft. Het achter-midden signaal wordt naar de achter L/R luidsprekers gestuurd. ■ 1E. LFE/BASS OUT (Bas uitgangsfunctie) LFE signalen geven lage toon-effecten weer wanneer dit toestel DTS of Dolby Digital signalen reproduceert. Lage tonen in dit verband zijn tonen met een frequentie van 90 Hz of minder. De begininstelling is “BOTH” (allebei). Kies de “SWFR” (subwoofer) instelling als u een subwoofer heeft. De LFE signalen zullen naar de subwoofer worden gestuurd. Kies de “MAIN” instelling als u geen subwoofer heeft. De LFE signalen zullen naar de hoofd-luidsprekers worden gestuurd. Kies de “BOTH” (allebei) instelling als u een subwoofer heeft en de lage tonen uit het hoofd-kanaal wilt mengen met de LFE signalen. Opmerking:

  • De lage frequentie signalen van 90 Hz en minder van alle hoofd, midden, achter en achter-midden kanalen worden naar het LFE kanaal gestuurd wanneer u de kleine luidspreker instelling selecteert bij de onderdelen 1A, 1B, 1C en 1D. ■ 1F. FRNT EFCT SP (voor-effect-luidsprekers) Dit toestel gebruikt voor-effect luidsprekers om de virtuele geluidsbronnen van de geluidsveldprogramma’s te plaatsen. Als u geen voor- effect-luidsprekers gebruikt, kunt u de voor-effect signalen naar de hoofd-luidsprekers laten sturen. Het in-beeld display laat kleine of geen voor-effect-luidsprekers zien afhankelijk van hoe u dit onderdeel instelt. De begininstelling is “YES” (ja). Kies “YES” (ja) als u voor-effect-luidsprekers gebruikt. Kies “NONE” (geen) als u geen voor-effect-luidsprekers gebruikt. De voor-effect signalen zullen gemengd worden met de hoofd- kanalen.

Nederlands Onderdelen van het instelmenu (SET MENU)

Verander deze instelling als u de volumeniveaus van de voor, achter en midden-luidsprekers niet in evenwicht kunt brengen met dat van de hoofd-luidsprekers vanwege de ongewoon hoge prestaties van de hoofd-luidsprekers. De begininstelling is “Normal” (normaal). Kies “Normal”, als u het volume van uw effect-luidsprekers in evenwicht kunt brengen met dat van uw hoofd-luidsprekers via de Dolby Surround test. Kies “–10dB” als u het volume van uw effect-luidsprekers niet in evenwicht kunt brengen met dat van uw hoofd-luidsprekers via de Dolby Surround test.Opmerkingen:

  • Wanneer dit toestel digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz ontvangt, zijn de niveau-instellingen bij de onderdelen 1B en 1E mogelijk, maar die bij de onderdelen 1A, 1C, 1D en 1F niet.
  • Wanneer 6CH INPUT is geselecteerd als signaalbron, zijn de niveau-instellingen bij de onderdelen 1A t/m 1F niet mogelijk. 1G MAIN LEVEL“Normal -10dB

U kunt deze functie gebruiken om het volume van de subwoofer zo in te stellen dat dit overeenkomt met het volume van de andere luidsprekers in uw opstelling. Wijzig de instelling met de afstandsbediening terwijl u zich op de belangrijkste luisterplek bevindt.

Druk op + of – om de TEST TONE aan (“ON”) te zetten en regel vervolgens het volume met VOLUME + zodat u de toon goed kunt onderscheiden.

Druk herhaaldelijk op g om naar OUTPUT te gaan en druk op + of – om de luidspreker die u met de subwoofer wilt vergelijken te selecteren.

  • Als u “SUBWOOFER” kiest, zal de subwoofer geen testtonen boven 90 Hz weergeven. De testtoon zal niet noodzakelijkerwijs worden gereproduceerd via de geselecteerde luidsprekers. De weergavefunctie van de testtoon hangt af van de instellingen van het onderdeel 1. SPEAKER SET (luidspreker-instelling) van het instelmenu.

Druk herhaaldelijk op g om naar FREQ. te gaan en druk op + of – om de frequentie die u wilt gebruiken in te stellen.

Regel het volume van de subwoofer met de bedieningsorganen op de subwoofer zelf zodat dit overeenkomt met het volume van de luidspreker waarmee u de subwoofer vergelijkt. Opmerkingen:

  • Stel geen te hoog VOLUME in.
  • Als u geen testtoon kunt horen, dient u de stroom uit te schakelen en dient u te controleren of alle noodzakelijke aansluitingen correct zijn.
  • U kunt de TEST TONE niet aan (“ON”) zetten als er een hoofdtelefoon is aangesloten op dit toestel. ■ Over de testtoon De testtoon wordt geproduceerd door de toongenerator.De toongenerator produceert een smalle bandruis gecentreerd rond een bepaaldefrequentie door het band-doorgangsfilter.U kunt deze midden-frequentie instellen van 35 Hz t/m 250 Hz in stappen van eenzesde octaaf.U kunt de testtoon niet alleen gebruiken om het niveau van de subwoofer aan tepassen, maar ook om de frequentiekarakteristieken van uw luisterruimte bij lagetonen te controleren. Lage tonen ondervinden in het bijzonder invloed van depositie van de luisteraar, de plaatsing van de luidspreker, de polariteit van desubwoofer en andere omstandigheden.2 LOW FREQ.TESTTEST TONE………OFF2 LOW FREQ.TESTOUTPUT…MAIN L/R2 LOW FREQ.TESTFREQ.………………88Hz

Onderdelen van het instelmenu (SET MENU)

Gebruik deze mogelijkheid om de balans tussen de linker en rechter hoofd- luidsprekers in te stellen. De standaardinstelling is neutraal.

4. HP TONE CTRL (Hoofdtelefoon toonregeling)

Met deze functie kunt u het niveau van de lage en hoge tonen regelen wanneer u een hoofdtelefoon gebruikt. De begininstelling is 0 dB voor zowel de lage als de hoge tonen. Kies BASS (lage tonen) of TRBL (hoge tonen) en druk op + of – om het betreffende niveau te wijzigen. U kunt de niveaus instellen van –6 dB t/m +3 dB.

5. CENTER GEQ (Midden grafische equalizer)

Met deze functie kunt u via de ingebouwde 5 bands grafische equalizer de toonweergave van de midden-luidspreker aanpassen aan die van de linker en rechter hoofd-luidsprekers. U kunt kiezen uit de 100 Hz, 300 Hz, 1 kHz, 3 kHz of 10 kHz frequentiebanden.

Gebruik g om een hogere frequentieband te kiezen en h voor een lagere.

Druk op + of – om het niveau voor de betreffende frequentieband in te stellen. Opmerking:• U kunt de geluidsweergave via de midden-luidspreker volgen terwijl u ditonderdeel instelt met behulp van de Dolby Surround testtoon-generator. Druk opTEST voor u de bovenstaande procedure begint. De aanduiding “TEST DOLBYSUR.” zal verschijnen en de testtoon zal achtereenvolgens via de diverseluidsprekers worden weergegeven. Als u de bovenstaande procedure eenmaalbegonnen bent, zal de testtoon uit de midden-lsr blijven klinken en kunt u horenhoe het geluid verandert tw u de niveaus van de verschillende frequentiebandenregelt. Om de testtoon-generator uit te zetten, dient u net zo vaak op TEST edrukken totdat het oorspronkelijk ingestelde DSP programma weer verschijnt.

Gebruik deze functie om de naam van het ingangssignaal te veranderen zoals dit verschijnt op het in-beeld display of op het display op het voorpaneel.

Selecteer het ingangssignaal waarvan u de naam wilt veranderen door een van de ingangskeuzetoetsen in te drukken (of gebruik de INPUT keuzetoetsen).

Druk op + of – om het streepje onder het teken dat u wilt veranderen te laten knipperen.

Druk op h of g om het teken te kiezen dat u wilt gebruiken en + of – om naar het volgende teken te gaan.

  • Druk op g om het teken te wijzigen in deze volgorde, of druk op h om de reeks in omgekeerde volgorde te doorlopen. A~Z, spatie, 0~9, spatie, a~z, spatie, #, *, + enz.
  • Volg de bovenstaande procedure om de namen van andere ingangssignalen te wijzigen.

Druk herhaaldelijk op + of – om de INPUT RENAME functie weer te verlaten. 3L R

Nederlands Onderdelen van het instelmenu (SET MENU)

Gebruik deze mogelijkheid om de COMPONENT (A en B) aansluitingen en de DIGITAL INPUT/OUTPUT aansluitingen (1) t/m (10)* toe te wijzen aan de juiste signaalbronnen. U kunt de instelling wijzigen als er niet genoeg digitale ingangsaansluitingen zijn, afhankelijk van de signaalbronnen die u zelf gebruikt. (*(10) kan alleen worden geselecteerd voor algemene modellen en modellen voor China.) De standaardinstellingen zullen op het display worden getoond.

Gebruik deze mogelijkheid om de ingangsfunctie te bepalen voor signaalbronnen diezijn aangesloten op de DIGITAL INPUT aansluitingen wanneer u dit toestelinschakelt.Kies “AUTO” als u dit toestel automatisch wilt laten bepalen wat vooringangssignaal er binnenkomt en aan de hand daarvan de juiste ingangsfunctiewilt laten kiezen.Kies “LAST” als u dit toestel automatisch de ingangsfunctie die de vorigekeer voor de betreffende signaalbron werd gebruikt wilt laten gebruiken.

9. PARAMETER INI (Parameter initialisatie)

Met deze functie kunt de parameters voor elk DSP programma binnen een DSPprogrammagroep initialiseren. Wanneer u een DSP programmagroep initialiseert,zullen alle parameter waarden binnen die groep teruggezet worden op hunbegininstellingen.Druk op de DSP programmagroeptoets op de afstandsbediening voor de groepdie u wilt initialiseren.• Alle DSP programma’s binnen de geselecteerde groep worden teruggezetop hun begininstellingen.Herhaal deze stap als u andere DSP programmagroepen wilt initialiseren.Opmerkingen:• De asterisk (*) naast een DSP programmagroepnummer geeft aan dat de parameter-waarden van een of meer DSP programma’s in deze groep gewijzigd zijn.• De parameter-waarden van de DSP programma’s worden niet gewijzigd als u eenprogrammagroep zonder asterisk (*) initialiseert.• Wanneer de MEMORY GUARD functie aan (“ON”) staat, kunt u geenprogrammagroepen initialiseren.• U kunt de individuele DSP programma’s binnen een programmagroep niet apartinitialiseren.Let op:• Wanneer u een DSP programmagroep initialiseert is het niet meer mogelijk dittoestel automatisch terug te laten gaan naar de eerder ingestelde parameter-waarden.

7A. Voor de COMPONENT VIDEO INPUT aansluitingen [A] en [B] ■ 7B. Voor de OPTICAL OUTPUT aansluitingen (1) en (2) ■ 7C. Voor de OPTICAL INPUT aansluitingen (3) t/m (7) ■ 7D. Voor de COAXIAL INPUT aansluitingen (8) t/m (10)*

*IntroductionPreparationsBasic OperationGeavanceerdebedieningAdditionalInformationAppendix Onderdelen van het instelmenu (SET MENU)

U kunt via deze functie het uitgangsniveau van de LFE (Lage Frequentie Effecten)regelen bij de weergave van Dolby Digital gecodeerd materiaal. Deze instelling isalleen effectief wanneer dit toestel Dolby Digital signalen decodeert. De LFEsignalen geven de lage frequentie effecten weer die worden toegevoegd aansommige scènes.U kunt het niveau regelen in een bereik tussen 0 dB t/m –20 dB.• Regel het LFE uitgangsniveau in overeenstemming met het vermogen vanuw subwoofer of hoofdtelefoon. ■ 10B. D-RANGE (dynamisch bereik) Deze functie kunt u gebruiken om het dynamisch bereik te regelen. Deze instellingis alleen effectief wanneer dit toestel Dolby Digital signalen decodeert.Kies de “MAX” instelling voor speelfilms.Kies de “STD” (standaard) instelling voor algemeen gebruik.Kies de “MIN” instelling wanneer u bij zeer lage volumes luistert.

■ 11. LFE LEVEL Deze functie kunt u gebruiken om het uitgangsniveau van het LFE (LageFrequentie Effecten) kanaal in te stellen wanneer u DTS gecodeerd materiaalafspeelt. Deze instelling is alleen maar effectief wanneer dit toestel DTS signalendecodeert. Het LFE signaal bevat lage speciale effecttonen die alleen aan bepaaldescènes worden toegevoegd.U kunt het uitgangsniveau instellen van –10 dB t/m +10 dB.• Regel het LFE niveau overeenkomstig het vermogen van uw subwoofer ofhoofdtelefoon.

U kunt deze functie gebruiken om de DOLBY Digital Matrix 6.1 of DTS ES AUTOfunctie aan of uit te zetten.Kies “ON” (aan) om het hoofdtoestel in staat te stellen de Dolby DigitalMatrix 6.1 of DTS ES decoder automatisch in te schakelen wanneer ermateriaal met het bijbehorende identificatiesignaal wordt herkend.Kies “OFF” (uit) als u deze functie met de hand wilt bedienen door middelvan 6.1/ES op de afstandsbediening.10A LFE LEVELSP………………0dB

12 6.1/ES AUTO >ON OFF39 Nederlands Onderdelen van het instelmenu (SET MENU)

Met deze functie kunt u de vertraging voor de geluidsweergave via de midden enachter-midden kanalen instellen. Deze functie werkt wanneer dit toestel DTS of DolbyDigital signalen decodeert. In het ideale geval horen de midden en midden-achter-luidsprekers op dezelfde afstand van de luisterplek te staan als de linker en rechterhoofd-luidsprekers. In de meeste situaties thuis zullen echter de midden en achter-midden-luidsprekers op een lijn staan met de hoofd, respectievelijk de achter-luidsprekers. Door de geluidsweergave via de midden en achter-midden-luidsprekersiets te vertragen, kan de schijnbare afstand tussen deze luidsprekers en de luisterplekaangepast worden zodat ze op dezelfde afstand lijken te staan als de linker en rechterhoofd-luidsprekers en de linker en rechter achter-luidsprekers. Het juist instellen vande vertraging voor de midden-luidspreker is in het bijzonder van belang voor hetgeven van diepte aan de gesproken tekst.U kunt de vertraging instellen van 0 ms t/m 5 ms voor de midden-luidsprekeren van 0 ms t/m 30 ms voor de achter-midden-luidspreker.• Door de vertraging met 1 ms te verhogen, wordt een afstand van ongeveer30 cm verder weg van de luisterplek gesimuleerd.

U kunt de achtergrond van de in-beeld displays blauw laten worden als er geenvideobron wordt weergegeven (of wanneer de signaalbron is uitgeschakeld). ■ OSD SHIFT Met deze mogelijkheid kunt u de verticale positie van het in-beeld displayinstellen. ■ DIMMER U kunt de helderheid van het display op het voorpaneel instellen.

U kunt deze functie gebruiken om te voorkomen dat er per ongeluk wijzigingenworden aangebracht in de DSP programma parameterwaarden en andere instellingenvan dit toestel.Selecteer “ON” (aan) om met MEMORY GUARD de volgende instellingen tevergrendelen:• DSP programma parameters• Alle onderdelen van het instelmenu (SET MENU)• De uitgangsniveaus van de voor, achter en midden-luidsprekers en van desubwoofer• De instelling voor het in-beeld displayOpmerkingen:• Wanneer MEMORY GUARD aan (“ON”) staat, kunt u geen testfuncties gebruiken.• Wanneer MEMORY GUARD aan (“ON”) staat, kunt u geen ander onderdeel van hetinstelmenu selecteren.13 SP DLY TIMECENTER………………0ms

Kenmerken afstandsbediening De afstandsbediening is niet alleen in staat het hoofdtoestel te bedienen, maar ook andere apparatuur van Yamaha en ook audio en video componenten van andere fabrikanten, zowel met behulp van de leer-functie als via ingevoerde fabrikantencodes. De Macro functie maakt het gebruik van dit toestel ook gemakkelijker doordat u de mogelijkheid geboden wordt een reeks van handelingen onder een enkele toets te programmeren. Gebruik van de afstandsbediening <Bedieningstoetsen hoofdtoestel> De bedieningstoetsen voor het hoofdtoestel bevinden zich in het hieronder grijs aangegeven gebied. Deze zijn bedoeld voor het bedienen van dit toestel. U kunt de functies onder deze toetsen bedienen ongeacht welke Component bedieningstoetsen u geselecteerd heeft. <Bedieningstoetsen componenten> De bedieningstoetsen voor andere componenten bevinden zich in het hieronder grijs aangegeven gebied. Elke component heeft andere functies voor de aangegeven bedieningstoetsen. De component die u heeft geselecteerd met de een van de ingangskeuzetoetsen kan worden bediend en het display zal de bijbehorende naam van het ingangssignaal laten zien. Å toets en ingangskeuzetoetsen 10KEY/DSP keuzeschakelaar(Op dit momentstaat deze op DSP) De Å toets en de ingangskeuzetoetsen wijzigen de functies van de bedieningstoetsen voor elke component 10KEY/DSP schakelaar(Op dit moment staatdeze op 10KEY) Er zijn 14 verschillende sets bedieningstoetsen voor de diverse componenten. U kunt de fabrikantencode programmeren en andere afstandsbediening-functies voor elke set (In de OPTN set kan geen fabrikantencode worden geprogrammeerd).41 Nederlands Kenmerken afstandsbediening ■ SOURCE SELECT U kunt een andere component bedienen, onafhankelijk van de eerder geselecteerde signaalbron door op een ingangskeuzetoets te drukken.

Druk op SOURCE SELECT h of g om een component te selecteren en de afstandsbediening deze te laten bedienen.

Op het display kan het volgende verschijnen: V-AUX, TAPE, PHONO, TUNER, MD, CD, VCR 1, VCR 2, DVD, CD-R, CABLE (kabeltelevisie), SAT (satelliettuner), A, TV/LD (digitale en reguliere TV/LD-speler), OPTN (optie). ■ Over OPTN (optie) OPTN is een extra set bedieningstoetsen die u kunt programmeren met andere afstandsbediening-functies. (U kunt geen fabrikantencode programmeren voor deze set.) ■ Verlichtingsfunctie De actieve toetsen en het display zullen 10 seconden lang oplichten als u op LIGHT drukt.Geavanceerde bediening

*1 Bij bediening van een cassettedeck, dient u de fabrikantencode voor TAPE in te stellen voor u de afstandsbediening gaat gebruiken. Kenmerken afstandsbediening Bedieningstoetsen voor alle componenten De algemene bedieningstoetsen voor elke set worden hier getoond. Sommige hiervan functioneren wellicht niet, afhankelijk van de component die u ermee probeert te bedienen. POWER (Zet op 10KEY) Voorkeuzenummers 1 t/m 8 Voorkeuzegroepen A t/m E van links naar rechts. Voorkeuzegroep A/B/C/D/E Voorkeuze +/– ■ CD toets (CD set) ■ CD-R toets (CD-R set) POWERREC/PAUSEDISPLAYSEARCH STOP PLAY PAUSE Cijfertoetsen 1 t/m 9 Cijfertoets +10 Cijfertoets 0 De TV VOL +/–, TV INPUT, en TV MUTE toetsen functioneren als u de fabrikantencode voor de TV set heeft ingesteld. (Zet op 10KEY) POWERDISPLAYSEARCH STOP PLAY CLEARINDEX Fragmenten overslaan PAUSE (Pauze/Stop) Cijfertoetsen 1 t/m 9 Cijfertoets +10 Cijfertoets 0 DISC +/– (disc overslaan) De TV VOL +/–, TV INPUT, en TV MUTE toetsen functioneren als u de fabrikantencode voor de TV set heeft ingesteld. (Zet op 10KEY) POWERREC/PAUSEDISPLAYSEARCHSOUND STOP PLAY PAUSEINDEX Fragmenten overslaan Cijfertoetsen 1 t/m 9 Cijfertoets +10 Cijfertoets 0 De TV VOL +/–, TV INPUT, en TV MUTE toetsen functioneren als u de fabrikantencode voor de TV set heeft ingesteld. (Zet op 10KEY) Fragmenten overslaan43 Nederlands Kenmerken afstandsbediening ■ PHONO en V-AUX toetsen en OPTN set*

*2 De bedieningstoetsen werken niet als u niet eerst de fabrikantencode voor de broncomponent heeft ingesteld. ■ D-TV/LD toets (TV set*

*3 Stel de fabrikantencode voor de TV in voor u de afstandsbediening gaat gebruiken. Bij bediening van een LD- speler, dient u de fabrikantencode voor de LD in te stellen voor u de afstandsbediening gaat gebruiken. Als LD geselecteerd staat, kan de TV niet worden bediend. Zet indien nodig de TV code onder de PHONO toets. (Zet op 10KEY)De TV VOL +/–, TV INPUT, en TVMUTE toetsen functioneren als u defabrikantencode voor de TV setheeft ingesteld. DISPLAY POWER TV INPUT TV MUTE TV VOL +/– CH +/– U kunt uw videorecorder bedienenals u de code voor VCR1 heeftgeprogrammeerd.Cijfertoetsen 1 t/m 9Cijfertoets 10 of 0Enter(Zet op 10KEY) ■ DVD toets (DVD set) ■ VCR1 en VCR2/DVR toetsen (VCR sets*

*4 Stel de fabrikantencode voor de videorecorder in voor u de afstandsbediening gaat gebruiken. TITLESOUNDSEARCH PLAY PAUSE STOP CLEARPOWER MENU DISPLAYMenu-cursor/ENTERTerugCijfertoetsen 1 t/m 9Cijfertoets +10Cijfertoets 0Disc overslaanDe TV VOL +/–, TV INPUT, en TVMUTE toetsen functioneren als u defabrikantencode voor de TV setheeft ingesteld.Titel/index STOP PLAY PAUSETV/VIDEOPOWERCH +/–Terugspoelen/snel vooruitREC (twee keer drukken)Cijfertoetsen 1 t/m 9Cijfertoets 10 of 0De TV VOL +/–, TV INPUT, en TVMUTE toetsen functioneren als u defabrikantencode voor de TV setheeft ingesteld.Fragmenten overslaan(Zet op 10KEY)(Zet op 10KEY)Geavanceerde bediening

*5 Stel de fabrikantencode voor de kabeltelevisie- of satelliettuner in voor u de afstandsbediening gaat gebruiken. POWER MENU DISPLAY CH +/– Menu-cursor/ENTER U kunt uw videorecorder bedienen als u de code voor VCR1 heeft geprogrammeerd. Cijfertoetsen 1 t/m 9 Terugroepen Cijfertoets 0 Enter De TV VOL +/–, TV INPUT, en TV MUTE toetsen functioneren als u de fabrikantencode voor de TV set heeft ingesteld. ■ Å toets (ex. LD set*

*6 U kunt ook andere componenten die niet zijn aangesloten op dit toestel bedienen. (“Å” kan niet worden gebruikt als ingangskeuzetoets.) POWER STOP PLAY PAUSE CLEAR DISPLAY SEARCH SOUND CHAPTER +/– (hoofdstuk opzoeken) Cijfertoetsen 1 t/m 9 Cijfertoets +10 Cijfertoets 0 De TV VOL +/–, TV INPUT, en TV MUTE toetsen functioneren als u de fabrikantencode voor de TV set heeft ingesteld. Hoofdstuk/tijd (Zet op 10KEY) (Zet op 10KEY)45 Nederlands Programmeren van de fabrikantencode in de afstandsbediening U kunt andere componenten bedienen door een fabrikantencode te programmeren. Zo’n code kan worden geprogrammeerd voor elke set bedieningstoetsen, behalve voor de OPTN set. De Yamaha code is de standaardinstelling voor DVD, CD-R, CD, MD, TUNER en Å (LD code). Er is geen standaardinstelling voor VCR1, VCR2/DVR, V-AUX, PHONO, TAPE, CABLE en SAT.

Selecteer de broncomponent waarvoor u de code wilt programmeren met de ingangskeuzetoetsen.

Houd LEARN ongeveer drie seconden ingedrukt met een balpen of iets dergelijks.

Gebruik h/g en selecteer de naam van de fabrikant van uw component.

  • U zult de namen van de meeste audio-video fabrikanten wereldwijd in alfabetische volgorde op het display kunnen lezen.

Druk op POWER (of een willekeurige andere toets) op de afstandsbediening terwijl u deze op de te bedienen component richt om te controleren of de code juist is ingevoerd. Als de component niet met de afstandsbediening bedient kan worden, dient u een andere code voor dezelfde fabrikant te proberen.

Druk LEARN in om de voorgeprogrammeerde code te bevestigen.

  • Als u direct weer een andere code voor een ander apparaat wilt programmeren, dient u op ENTER te drukken en de stappen 1 t/m 4 te herhalen. Opmerking:
  • Als u al een functie heeft geprogrammeerd onder een van de toetsen, zal deze functie voorrang krijgen over de via de fabrikantencode geprogrammeerde functie voor die toets. ■ Bedienen van een andere component dan de door u geselecteerde broncomponent (signaalbron)

Herhaal de stappen 1 en 2 van de procedure onder “Programmeren van de fabrikantencode in de afstandsbediening”.

Kies een componenten categorie (Library) met q/w.

  • Er zijn 13 categorieën om een fabrikantencode te programmeren: L:TV, L:CAB (CABLE), L:DBS, L:SAT, L:VCR, L:DVD, L:LD, L:CD, L:MD, L:TAP (TAPE), L:TUN (TUNER), L:CDR, *L:AMP.

L:AMP heeft vier codes; YPC, DSP, NO en Zone2. “YPC” moetworden gekozen om dit toestel te bedienen. “DSP” is bedoeld voorhet bedienen van Yamaha DSP versterkers anders dan dit toestel.“NO” is bedoeld om de bedieningsfuncties van het hoofdtoestel tewissen. Dit model is niet uitgerust met een Zone 2 functie.

Herhaal de stappen 3 en 4 van de procedure onder “Programmeren van de fabrikantencode in de afstandsbediening”. Opmerking:

  • De aanduiding “ERROR” (fout) zal in de volgende situaties op het display verschijnen: wanneer u op een andere toets dan de cursortoetsen of ENTER drukt; wanneer u meer dan een toets tegelijkertijd indrukt; en wanneer een van de schakelaars MACRO ON/OFF, 10KEY/DSP of PARAMETER/ SET MENU in een andere stand wordt gezet. Kenmerken afstandsbediening Knipperenom en om LEARNGeavanceerde bediening

Programmeren van een nieuwe functie voor de afstandsbediening Als u functies wilt programmeren die niet inbegrepen zijn in de basisbediening via de fabrikantencode, of wanneer er geen fabrikantencode is voor het apparaat dat u wilt bedienen, dan dient u de volgende procedure uit te voeren. De programmeerbare toetsen komen overeen met de toetsen uit een set bedieningstoetsen, dus u kunt voor elke component, voor elke set apart toetsen programmeren. Het is ook mogelijk toetsen te programmeren in de set die bestemd is voor de bediening van het hoofdtoestel.

Leg deze afstandsbediening en de afstandsbediening van het andere apparaat ongeveer 5 a 10 cm uit elkaar op een plat oppervlak zodat de infraroodvensters op elkaar gericht zijn.

Selecteer een broncomponent.

Druk met een balpen of iets dergelijks LEARN in. Houd LEARN niet langer dan drie seconden ingedrukt. Het toestel zal dan namelijk in de stand gaan waarin u de fabrikantencode kunt instellen.

Druk de toets waaronder u de nieuwe functie wilt programmeren in en laat deze weer los.

Houd de toets op de andere afstandsbediening met de functie die u wilt overnemen ingedrukt totdat op het display op deze afstandsbediening de aanduiding “OK” verschijnt ten teken dat de functie geprogrammeerd is.

  • Wanneer het programmeren niet goed gegaan is zal de aanduiding “NG” (niet goed) verschijnen. Herhaal stap 4 totdat “OK” op het display verschijnt.

Herhaal de stappen 4 en 5 om nog meer functies over te nemen.

Druk LEARN nog een keer in om de leer-functie te verlaten. Opmerkingen:• Als u niet binnen 30 seconden een toets indrukt, zal de leer-functie worden geannuleerd.

  • Deze afstandsbediening zendt infrarood stralen uit. Als de andere afstandsbediening eveneens infrarood stralen gebruikt, is deze afstandsbediening in staat de meeste functies van de andere afstandsbediening te leren. Het kan echter onmogelijk blijken sommige speciale of extreem lange signalen te leren. (Raadpleeg tevens de handleiding van de andere afstandsbediening.) Wanneer het geheugen vol is, zal de aanduiding “FULL” verschijnen op het display van deze afstandsbediening en zal deze niet meer in staat zijn functies te leren. U kunt vervolgens minder gewenste geprogrammeerde functies wissen om ruimte te maken voor de nieuw te leren functies.
  • Ook al zijn de batterijen in de andere afstandsbediening nog krachtig genoeg om het bijbehorende apparaat te bedienen, is het toch mogelijk dat ze niet krachtig genoeg meer zijn om hun signalen over te brengen op deze afstandsbediening.
  • Wanneer de afstandsbedieningen te dicht bij elkaar liggen, of juist te ver uit elkaar, kan het programmeren onmogelijk blijken.
  • Direct invallend zonlicht stoort de infrarood stralen.
  • De aanduiding “ERROR” (fout) zal in de volgende situaties op het display verschijnen: wanneer u meer dan een toets tegelijkertijd indrukt; en wanneer de schakelaar MACRO ON/OFF in een andere stand wordt gezet.5~10 cmLEARNKnipperenom en omLEARN Kenmerken afstandsbediening47 Nederlands Kenmerken afstandsbediening Gebruiken van de macro-functie De macro-functie maakt het mogelijk een reeks handelingen uit te voeren met een druk op een enkele toets. Wanneer u bijvoorbeeld een CD wilt afspelen zou u normaliter eerst de betreffende componenten aan moeten zetten, vervolgens de CD-speler als signaalbron moeten selecteren en dan de weergavetoets in moeten drukken. Met de macro-functie kunt u al deze handelingen opslaan onder de CD macro-toets. De macro-toetsen (de ingangskeuzetoetsen en SYSTEM POWER / STANDBY) zijn in de fabriek voorgeprogrammeerd met macro- programma’s. U kunt natuurlijk ook uw eigen macro’s programmeren. *1 Om bepaalde Yamaha componenten die zijn aangesloten op dit toestel aan te kunnen zetten, kunt u deze aansluiten op de netstroomaansluitingen (AC OUTLETS) op het achterpaneel. *2 Als de gekozen macro aan/uit functies bevat, is het mogelijk dat de component uitschakelt wanneer deze al aan stond toen u op de macro toets drukte. Wanneer uw TV bijvoorbeeld al aan staat en u op de SYSTEM POWER macro toets drukt, dan zal de TV uit gaan. *3 De componenten waarop de weergave kan worden begonnen zijn: alle op afstand bedienbare YAMAHA MD-recorders, CD-spelers, CD-recorders en DVD-spelers. Bij gebruik van macro’s in de bediening van componenten anders dan deze, of van componenten van andere fabrikanten dan YAMAHA, dient u of het signaal van de weergavetoets (PLAY) van de afstandsbediening van de betreffende component te laten leren door deze afstandsbediening, of de juiste fabrikantencode in te voeren. (Bijv.) Druk op een macro-toets Verstuurt automatisch de signalen van elk van de toetsen in de geprogrammeerde volgorde (CD set*

)Geavanceerde bediening

Kenmerken afstandsbediening ■ Bedienen van de macro-functie

Zet de MACRO ON/OFF schakelaar op ON.

Druk op een macro-toets. Opmerkingen:• Zet de MACRO ON/OFF schakelaar op OFF als u klaar bentmet de macro-functie.• Terwijl het hoofdtoestel een macro-programma uitvoert zaldeze niet in staat zijn invoer van andere toetsen te verwerken,totdat de macro is afgewerkt (de TRANSMIT indicator zalophouden met knipperen).• Houd de afstandsbediening gericht op de component die doorde macro wordt bediend totdat de macro is afgelopen. ■ Programmeren van een macro U kunt de macro-functie gebruiken om een reeks commando’s van de afstandsbediening te versturen met een druk op een enkele toets.

Druk MACRO in met een balpen of iets dergelijks.

  • Als u niet binnen 30 seconden een handeling uitvoert, zal het programmeren van een nieuwe macro worden geannuleerd.

Druk op de macro-toets waaronder u de macro wilt programmeren.

  • Gebruik SOURCE SELECT h/g of de ingangskeuzetoetsen als u de broncomponent wilt veranderen. Als u hiervoor de ingangskeuzetoetsen gebruikt, zal dit de eerste stap in de nieuwe macro worden, terwijl SOURCE SELECT h/g alleen de geselecteerde broncomponent verandert.
  • Het display laat om en om de toets zien die u gekozen heeft voor deze macro en de naam van de component.

Druk in de gewenste volgorde de toetsen in voor de functies die u wilt opslaan in de macro.

  • Een macro kan maximaal uit 10 stappen bestaan (10 functies). (Bijv.)

Druk MACRO nog een keer in wanneer de reeks die u wilde opslaan geheel geprogrammeerd is.

  • De aanduiding “FULL” zal verschijnen nadat u 10 stappen heeft geprogrammeerd. Opmerkingen:• Wanneer het programmeren niet goed gegaan is zal de aanduiding “NG” (niet goed) verschijnen.
  • De aanduiding “ERROR” (fout) zal in de volgende situaties op het display verschijnen: wanneer u meer dan een toets tegelijkertijd indrukt; en wanneer de schakelaar MACRO ON/OFF in een andere stand wordt gezet.MACRO ON/OFFMacro-toetsenMACROKnipperenom en om

Knipperenom en omGeeft het aantalingevoerde macro-stappen aanMACRO49 Nederlands Kenmerken afstandsbediening Veranderen van de naam van de signaalbron op het display

Selecteer de signaalbron waarvan u de naam wilt veranderen met de ingangskeuzetoetsen.

Druk RE-NAME in met een balpen of iets dergelijks.

Gebruik de cursortoetsen h/g en selecteer een teken.

  • Druk op g om het teken te wijzigen in deze volgorde: A~Z, a~z, 0~9, spatie, -(streepje), / (slash).

Gebruik de cursortoetsen q/w om een teken in te voeren voor de volgende positie.

Druk RE-NAME nog een keer in om de nieuwe naam te bevestigen.

Als u direct nog een andere signaalbron een nieuwe naam wilt geven, dient u op ENTER te drukken en de stappen 1, 3 en 4 te herhalen. Wissen van een geleerde functie of macro

Selecteer de signaalbron waarvoor u een functie of macro wilt wissen met de ingangskeuzetoetsen zodat de naam daarvan op het display verschijnt.

Druk met een balpen of iets dergelijks LEARN in als u een geleerde functie wilt wissen, of MACRO als u een geprogrammeerde macro wilt wissen.

Houd CLEAR ingedrukt met een balpen of iets dergelijks en houd tegelijkertijd ongeveer 3 seconden lang de toets ingedrukt waaronder de functie of macro opgeslagen is die u wilt wissen.

  • De aanduiding “C:NG” verschijnt op het display wanneer het wissen niet gelukt is. Probeer in dit geval stap 3 opnieuw. U kunt nu andere geleerde functies en macro’s wissen door CLEAR ingedrukt te houden en de betreffende toetsen ingedrukt te houden.

Druk LEARN nog een keer in om het wissen van een geleerde functie te bevestigen, of druk MACRO nog een keer in om het wissen van een macro te bevestigen.

  • Als u een onder een bepaalde toets opgeslagen geleerde functie of macro wist, zal die toets vervolgens weer de in de fabriek voor die toets geprogrammeerde functie of macro terugkrijgen. RE-NAMEMACROLEARNKnipperenom en om

CLEARKnipperenom en omIngedrukt houdenMACROLEARN RE-NAMEGeavanceerde bediening

Kenmerken afstandsbediening Wissen van geleerde functies en instellingen

Druk CLEAR in met een balpen of iets dergelijks.

Druk op h/g en selecteer de te wissen functie. De functies worden op het display getoond in deze volgorde: (L: naam van een component) Wist alle geleerde functies voor deze component. Wist alle geleerde functies voor de bedieningstoetsen set van het hoofdtoestel. Wist alle geleerde functies. Wist alle macro’s. Wist alle nieuwe namen voor het display. Wist alle geprogrammeerde functies, inclusief door de fabrikantencodes geprogrammeerde functies. Hierdoor zal de afstandsbediening terugkeren naar de fabrieksinstelling.

Houd CLEAR nogmaals ongeveer 3 seconden ingedrukt.

  • De aanduiding “C:NG” verschijnt op het display als deze handeling mislukt.

Druk CLEAR in om het wissen te bevestigen.

  • Als u een onder een bepaalde toets opgeslagen geleerde functie of macro wist, zal die toets vervolgens weer de in de fabriek voor die toets geprogrammeerde functie of macro terugkrijgen. Opmerkingen:
  • Als de afstandsbediening langer dan twintig minuten zonder batterijen blijft liggen, of met lege batterijen erin, is het mogelijk dat de inhoud van het geheugen gewist wordt. Wanneer het geheugen is gewist, dient u nieuwe batterijen in de afstandsbediening te doen en moet u de gewiste functies opnieuw invoeren.
  • De aanduiding “ERROR” (fout) zal in de volgende situaties op het display verschijnen: wanneer u op een andere toets dan de cursortoetsen of ENTER drukt; wanneer u meer dan een toets tegelijkertijd indrukt; en wanneer een van de schakelaars MACRO ON/OFF, 10KEY/DSP of PARAMETER/ SET MENU in een andere stand wordt gezet.CLEARCLEARCLEARWanneer bijvoorbeeld DVDgeselecteerd is als de signaalbron.51 Nederlands Regelen van de niveaus van de effect-luidsprekers U kunt het volumeniveau van elke effect-luidspreker (midden, rechts achter, achter-midden, links achter, voor-effect en subwoofer) regelen terwijl u naar de weergave van een signaalbron luistert.

Drup ok LEVEL om de luidspreker (s) die u wilt instellen te selecteren. Met elke druk op deze toets zal de geselecteerde luidspreker veranderen en getoond worden op het display op het voorpaneel van het hoofdtoestel in deze volgorde: midden, rechts achter, achter-midden, links achter, voor-effect en subwoofer.

Regel het volumeniveau van de geselecteerde luidspreker met de + of – toetsen op de afstandsbediening. U kunt de midden, rechts achter, achter-midden, links achter en voor-effect- luidspreker instellen van +10 dB t/m –10 dB. U kunt de subwoofer instellen van 0 dB tot minimaal –20 dB. Opmerkingen:• U kunt de linker en rechter luidsprekers niet onafhankelijk van elkaar instellen.• Wanneer u het luidspreker-niveau regelt via LEVEL, zullen de instellingen die uheeft gemaakt met de Dolby Surround test en DTS test gewijzigd worden.• Wanneer de PARAMETER/SET MENU schakelaar op SET MENU staat, kunt u het luidspreker-niveau niet regelen me LEVEL. Met elke druk op LEVEL zal dan echter wel het huidig ingestelde niveau voor elk van de luidsprekers verschijnen.Kies van welke luidspreker u het niveau wilt zien met h of g.• De niveaus van de effect-luidsprekers kunnen niet worden ingesteld als er eenhoofdtelefoon is aangesloten op dit toestel. Instellen van de slaaptimer Met deze functie kunt u het hoofdtoestel automatisch uit laten schakelen na een door u bepaalde periode. De slaaptimer is handig wanneer u in slaap wilt vallen terwijl u naar uw favoriete slaapliedjes luistert via een door u geselecteerde signaalbron. De slaaptimer schakelt ook automatisch de op de netstroomaansluitingen (AC OUTLETS) externe componenten uit. De slaaptimer kan alleen met de afstandsbediening worden ingesteld. ■ Instellen van de slaaptimer

Selecteer een signaalbron met de INPUT keuzetoetsen en begin de weergave (of stem af op een zender) op de gekozen signaalbron.

Druk net zo vaak op SLEEP totdat de gewenste tijd waarna u wilt dat het hoofdtoestel automatisch uitschakelt ingesteld is. Met elke druk op SLEEP zal het display op het voorpaneel veranderen zoals hieronder staat aangegeven. Na een paar seconden zal het display terugkeren naar de oorspronkelijke aanduiding. ■ Annuleren van de slaaptimer

Druk net zo vaak op SLEEP totdat de aanduiding “SLEEP OFF” (slaaptimer uit) verschijnt op het display op het voorpaneel. Na een paar seconden zal het display terugkeren naar de oorspronkelijke aanduiding. Opmerking:• De slaaptimer kan ook worden geannuleerd door het hoofdtoestel uit te schakelenmet STANDBY op de afstandsbediening (of STANDBY/ON op het voorpaneelvan het hoofdtoestel), of door de stekker uit het stopcontact te halen.EFFECT LEVELCENTER 0dBEFFECT LEVELR SUR. 0dBEFFECT LEVELREAR CT 0dBEFFECT LEVELL SUR. 0dBEFFECT LEVELFRONT 0dBEFFECT LEVELSWFR 0dBMiddenRechts achterAchter-middenLinks achter Voor Subwoofer SLEEP 120 min SLEEP 90 min SLEEP OFF SLEEP 30 min SLEEP 60 minAanvullende informatie

  • Aanvullende informatie Digitale geluidsveld bewerking (DSP) 53 Uitleg geluidsvelden p. 53
  • HiFi DSP programma’s p. 54
  • CINEMA-DSP 55 Geluidsontwerp CINEMA-DSP p. 55
  • CINEMA-DSP programma’s p. 56
  • DSP parameters 58 Wijzigen van parameter instellingen p. 58
  • Beschrijving parameters p. 58
  • Terugzetten op de fabrieksinstelling Nederlands Digitale geluidsveld bewerking (DSP) Uitleg geluidsvelden Onder een geluidsveld verstaan we de “karakteristieke weerkaatsing van geluidsgolven in een bepaalde ruimte”. In concertzalen en andere uitvoeringsruimtes kunnen we weerkaatsingen en trillingen van de geluiden die door de artiest(en) worden geproduceerd, tezamen met de directe geluiden zelf horen. De variaties in deze weerkaatsingen en trillingen tussen de diverse uitvoeringsruimtes vormen de karakteristieke en herkenbare geluidskwaliteit van elke ruimte. Yamaha heeft zijn technici over de hele wereld uitgestuurd om de geluidweerkaatsingen in beroemde concertzalen en uitvoeringsruimtes te meten en gedetailleerde informatie over de geluidsvelden te verzamelen, zoals de richting, de sterkte, het bereik en de vertraging van deze weerkaatsingen. Vervolgens hebben we deze enorme hoeveelheid informatie opgeslagen in de ROM chips van dit toestel. ■ Recreëren van een geluidsveld Het recreëren van het geluidsveld van een concertzaal of opera vereist dat de virtuele geluidsbronnen precies gelokaliseerd kunnen worden in uw luisterruimte. Het traditionele stereosysteem met slechts twee luidsprekers, kan geen realistisch geluidsveld recreëren. Yamaha’s DSP heeft minstens vier effect-luidsprekers nodig om geluidsvelden te kunnen recreëren op basis van de gemeten geluidsveldgegevens. De processor regelt de sterkte en de vertraging van de signalen die worden weergegeven via de vier effect-luidsprekers om de virtuele geluidsbronnen in een volle cirkel rond de luisteraar te kunnen plaatsen. De DSP geluidsveldprogramma’s kunnen worden ingedeeld in twee soorten, op basis van de verwerkingsmethode van het geluidsveld: programma’s die alleen vroege weerkaatsingen gebruiken en programma’s die zowel vroege weerkaatsingen als natrillingen gebruiken. ■ E/R (Vroege weerkaatsing) Elk geluidsveld valt te onderscheiden door de structuur van het weerkaatste geluid. De verbeterde verwerkingscapaciteit van DSP technologie heeft de technici van Yamaha in staat gesteld zelfs heel kleine weerkaatsingen met grote vertragingen te kunnen opnemen in de geluidsveldgegevens. ■ 4ch REV. (Vierkanaals natrillingen) Dit type programma bestaat uit de weerkaatsing van het geluid en hoge kwaliteits digitale verwerking van de natrillingen van het geluid. De natrillingen vormen het belangrijkste element in het recreëren van het geluidsveld van bijvoorbeeld een kerk. Om een realistisch, ruimtelijk geluidsbeeld te kunnen opbouwen uit de natrillingsgegevens, heeft Yamaha vierkanaalsweergave natrillings technologie toegepast. ■ Illustratie van de virtuele geluidsbronnen en echo-patronen De virtuele geluidsbronnen en echo-patronen voor de DSP geluidsveldprogramma’s staan hieronder afgebeeld. De illustratie van de virtuele geluidsbronnen laat alleen vroege weerkaatsingen van het geluid zien, terwijl de illustratie van de echo-patronen zowel; weerkaatst geluid als natrillingen laat zien. p. 6153

Virtuele geluidsbronnenHet middelpunt van deze cirkels stelt de virtuelegeluidsbron voor.De straal van de cirkel geeft de sterkte van devirtuele geluidsbron aan.De directe geluidsbronDe luisterplekEcho-patronenDirecte geluidsbronVroegeweerkaatsingen Natrillingen50~80 msAanvullende informatie

HiFi DSP programma’s Concert Hall 1 Programmagroep 1 Concert Hall 2 Programmagroep 2 Church Programmagroep 3 Jazz Club Programmagroep 4 Rock Concert Programmagroep 5 Entertainment Programmagroep 7 ■ Europe Hall A Dit is een grote, waaiervormige concertzaal met ongeveer 2500 zitplaatsen. Er is relatief weinig weerkaatsing van de wanden en het geluid plant zich mooi en verfijnd voort. ■ Europe Hall B Een klassieke doosvormige concertzaal met ongeveer 1700 zitplaatsen. De zuilen en het sierlijke snijwerk geeft extreem complexe weerkaatsingen die een zeer volle, rijke geluidsweergave produceren. ■ U.S.A. Hall C Dit is een grote zaal met 2600 zitplaatsen met een redelijk traditioneel Europees ontwerp. De midden en hoge tonen worden mooi en rijk versterkt. ■ Live Concert Een grote ronde concertzaal met een rijk surround effect. Duidelijke weerkaatsingen uit alle richtingen benadrukken de verlenging van de weergegeven geluiden. Het geluidsveld biedt een rijke weergave en uw virtuele zitplaats is ongeveer in het midden, dicht bij het podium. ■ Freiburg Dit geluidsveldprogramma simuleert de akoestische omgeving van een grote kerk in deze schilderachtige stad in Zuid- Duitsland. De vertraging, de galm van de weerkaatsingen is zeer lang, terwijl de vroege weerkaatsingen minder zijn dan bij andere geluidsveldprogramma’s. ■ Royaumont Dit programma simuleert het geluidsveld van de refter (eetzaal) van een wonderschoon middeleeuws gotisch klooster in Royaumont, aan de rand van Parijs. ■ Village Gate Dit is het geluidsveld van een jazzclub in New York. Deze bevindt zich in een kelder en heeft een redelijk groot vloeroppervlak. De virtuele zitplaats van de luisteraar iets links van het midden van de zaal. ■ The Bottom Line Dit is het geluidsveld van een plek recht voor het podium in de “The Bottom Line”, een beroemde jazzclub in New York. Links en rechts is ruimte voor 300 toeschouwers en een geluidsveld met een zeer realistische en levendige weergave. ■ Roxy Theatre Dit is het ideale geluidsveldprogramma voor levendige, dynamische rockmuziek. De gegevens voor dit programma zijn verkregen in de meest populaire rockclub in LA. De virtuele zitplaats van de luisteraar bevindt zich iets links van het midden in de zaal. ■ Arena Een klassieke doosvormige concertzaal. Dit geluidsveldprogramma geeft u lange vertragingen tussen de directe geluiden en de effect-geluiden, met de uitermate ruimtelijke gewaarwording van een grote arena. Stadium Programmagroep 6 ■ Anaheim Dit programma produceert de lange vertragingen en het uitzonderlijke gevoel van ruimte van een stadion dat een diameter heeft van maar liefst 300 meter. ■ Bowl Dit programma geeft u het gevoel alsof u zich in een open-lucht stadion bevindt, met een typische komvormige plaatsing van de zetels. ■ Disco Dit geluidsveldprogramma simuleert de akoestische omgeving van een drukke disco in het hart van een grote stad. Het geluid is massief en zeer geconcentreerd. ■ 8ch Stereo Dit geluidsveld is geschikt voor achtergrondmuziek bij feesten en partijen, waar het geluid ook direct uit de achterkanalen gehoord kan worden. Het aantal luidsprekers dat gebruikt zal worden voor de weergave hangt af van de SPEAKER SET instelling in het SET MENU. Digitale geluidsveld bewerking (DSP)55 Nederlands CINEMA-DSP Geluidsontwerp CINEMA-DSP Filmmakers plaatsen de gesproken tekst doorgaans direct op het scherm, de effect geluiden een beetje verder daarachter en de muziek nog verder achter het scherm. Al deze geluiden moeten natuurlijk synchroon blijven lopen met de beelden op het scherm. CINEMA DSP is een verbeterde versie van YAMAHA DSP, speciaal ontworpen voor soundtracks van films. CINEMA DSP integreert de DTS, Dolby Digital en Dolby Pro Logic surround sound technologieën met de YAMAHA DSP geluidsveldprogramma’s om het surround geluidsveld samen te stellen. Hierdoor wordt de meest complete filmgeluidsweergave bij u thuis gebracht. In de CINEMA DSP geluidsveldprogramma’s, wordt Yamaha’s exclusieve DSP geluidsbewerking toegevoegd aan de linker en rechter hoofd kanalen en het midden kanaal, zodat de luisteraar kan genieten van realistische gesproken tekst, diepte in de geluidsweergave, soepele overgangen tussen geluidsbronnen en een surround geluidsveld dat zich verder dan het scherm zelf lijkt uit te strekken. Wanneer het toestel een DTS of Dolby Digital signaal herkent, zal de CINEMA DSP geluidsveldprocessor automatisch het meest geschikte geluidsveldprogramma voor dat signaal selecteren. ■ Bioscoop programma’s De zeskanaals soundtracks van 70 mm films zorgen voor een precieze plaatsing van het geluidsveld en een rijke, diepe geluidsweergave, zonder gebruik te maken van matrix bewerkingen. De bioscoop 70 mm programma’s van dit toestel bieden u dezelfde geluidskwaliteit en plaatsing als bij zeskanaals soundtracks. De ingebouwde Dolby Digital decoder brengt weergave van professionele kwaliteit, bedoeld voor de bioscoop, bij u thuis. Met een bioscoop programma van dit toestel kunt u een dynamische weergave verkrijgen zodat u zich in uw eigen huiskamer in een geweldig theater kunt wanen, dankzij de Dolby Digital technologie. Dolby Pro Logic + DSP geluidsveldeffect Deze programma’s zorgen voor een groot geluidsveld en een omhullend surround effect. Ze geven ook diepte aan het geluid van de hoofd-luidsprekers om zo de realistische weergave in een Dolby Stereo theater te reproduceren. Dolby Digital/DTS + DSP geluidsveldeffect Deze programma’s maken gebruik van yamaha’s drievoudig veld DSP proces voor elk van de Dolby Digital of DTS signalen voor de voor, liker surround en rechter surround kanalen. Deze bewerking stelt dit toestel in staat het immense geluidsveld de surround ervaring van een Dolby Digital of DTS bioscoop te reproduceren zonder de duidelijke scheiding van alle kanalen op te geven. Dolby Digital Matrix 6.1/DTS ES + DSP geluidsveldeffect Deze programma’s laten u een optimaal profiteren van de ruimtelijke surround effecten door middel van een extra achter-midden DSP geluidsveld, geproduceerd door het midden-achter kanaal. L SURROUND GELUIDSVELDR SURROUND GELUIDSVELDAV RUIMTEAANWEZIGHEID GELUIDSVELDGESPROKENTEKSTEFFECT MUZIEKAanwezigheidDSP geluidsveldSurround DSPgeluidsveldAanwezigheidDSP geluidsveldLinker surround DSPgeluidsveldRechter surround DSPgeluidsveldAanvullende informatie

CINEMA-DSP programma’s Afhankelijk van het ingangssignaal zal dit toestel automatisch de juiste decoder en DSP geluidsveldprogramma selecteren. Tabel programmanamen voor elk ingangsformaat

  • De Matrix decoder staat aan (ON). ■ Programmagroepen 7 (Game)~9 Dit zijn geluidsveldprogramma’s voor de audio-video signaalbronnen. ■ Programmagroepen 10~12 Ideaal voor de weergave van filmmateriaal dat gecodeerd is met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS. Wanneer u een nieuwere film die gecodeerd is met 6-kanaals digitale surround weergave afspeelt, kunt u profiteren van de volledige 6.1 kanaals weergave met behulp van de ingebouwde Matrix decoder. PRO LOGIC zal in werking treden wanneer het ingangssignaal analoog of PCM audio is, of is gecodeerd met Dolby Digital in twee kanalen. DOLBY DIGITAL zal in werking treden wanneer het ingangssignaal met Dolby Digital in meer dan twee kanalen is gecodeerd. DTS DIGITAL SUR zal in werking treden wanneer het ingangssignaal gecodeerd is met DTS. Opmerking:
  • Er zal geen geluid worden geproduceerd via de hoofd-luidsprekers wanneer er een mono bronsignaal wordt weergegeven terwijl er een geluidsveld uit de programmagroepen 7 (Game) en 8–12. CINEMA-DSP IngangssignaalProgramma-groep

ENTERTAINMENTCONCERT VIDEOTV THEATERMOVIE THEATER 1MOVIE THEATER 2PRO LOGICDOLBY DIGITALDTS DIGITAL SURStereo(2 kanaals) Game Classical/OperaPop/RockMono MovieVariety/Sports70 mm Spectacle70 mm Sci-Fi70 mm Adventure70 mm GeneralNormalEnhanced––––––––––––––––––––––––––––DOLBY DIGITAL(5.1 kanaals)–––––––––––––––––––––––––––––––––––DGTL SpectacleDGTL Sci-FiDGTL AdventureDGTL General––––––––––––––NormalEnhanced–––––––––––––– DTS (5.1 kanaals)–––––––––––––––––––––––––––––––––––DTS SpectacleDTS Sci-FiDTS AdventureDTS General––––––––––––––––––––––––––––NormalEnhancedDOLBY DIGITAL(6.1 kanaals)*–––––––––––––––––––––––––––––––––––Spectacle 6.1Sci-Fi 6.1Adventure 6.1General 6.1––––––––––––––Matrix 6.1Enhanced 6.1––––––––––––––DTS ES(6.1 kanaals)*–––––––––––––––––––––––––––––––––––Spectacle ESSci-Fi ESAdventure ESGeneral ES–––––––––––––––––––––––––––– Enhanced ES57 Nederlands CINEMA-DSP Concert Video Programmagroep 8 TV Theater Programmagroep 9 Movie Theater 1 Programmagroep 10 Movie Theater 2 Programmagroep 11 Dolby/DTS Surround Programmagroep 12 ■ Classical/Opera Dit programma biedt uitstekende diepte voor de vocale partijen en in het algemeen een duidelijke weergave door een proliferatie van natrillingen te voorkomen. Het surround geluidsveld is relatief bescheiden, maar levert een mooie weergave door gebruik te maken van gegevens die werden verzameld in een echte concertzaal. ■ Pop/Rock Dit programma produceert een enthousiaste atmosfeer en geeft u het gevoel of u zich daadwerkelijk bij een jazz of rock concert bevindt. ■ Mono Movie Dit programma is bedoeld voor de weergave van mono videomateriaal (bijvoorbeeld oudere films). Het programma reproduceert de optimum natringen om het geluid diepte te geven terwijl er alleen gebruik gemaakt wordt van een aanwezigheid geluidsveld. ■ Variety/Sports Alhoewel het aanwezigheid-geluidsveld relatief smal is, zal het surround geluidsveld de akoestische omgeving van een grote concertzaal simuleren. Met dit programma kunt u genieten van verschillende soorten TV programma’s, zoals nieuws, amusementsprogramma’s, muziekprogramma’s of sportprogramma’s. ■ Spectacle Dit programma reproduceert het extreem brede geluidsveld van een 70 mm bioscoop. Het geeft het brongeluid tot in detail weer zodat de video en de geluidsvelden zeer realistisch overkomen. Dit programma is ideaal voor alle soorten Dolby Surround videobronnen (vooral grootschalige films). ■ Sci-Fi Dit programma reproduceert zeer duidelijk de brede en omhullende cimatografische ruimte zoals die wordt vormgegeven op de soundtracks van de nieuwste science fiction films. ■ Adventure Dit programma is ideaal voor de precieze weergave van de geluidsopbouw van de nieuwste 70 mm films en films met multikanaals soundtracks. Het geluidsveld wordt zo dicht mogelijk bij dat van de nieuwste bioscopen gehouden zodat de natrilling van het geluidsveld zelf zoveel mogelijk beperkt worden. ■ General Dit programma is bedoeld voor de weergave van 70 mm en films met multikanaals soundtracks en wordt gekarakteriseerd door een zacht en omhullend geluidsveld. Het aanwezigheid geluidsveld is relatief smal. Het spreidt zich ruimtelijk uit rond en in de richting van het scherm, waardoor het effect van gesproken tekst beperkt wordt zonder aan duidelijkheid in te boeten. ■ Normal/Matrix 6.1/ES De ingebouwde decoder geeft exact de geluiden en geluidseffecten van het bronsignaal weer. Het zeer efficiente decodeerproces verbetert crosstalk en kanaalscheiding en de plaatsing van het geluid soepeler en preciezer. In dit programma wordt geen DSP effect toegevoegd. ■ Enhanced/6.1/ES Dit programma simuleert de meervoudige surround-luidspreker systemen van 35 mm bioscopen. De Dolby Surround decodering en de digitale geluidsveld-bewerking zorgen voor exacte weergave van effecten zonder de orientatie van het oorspronkelijke geluid aan te tasten. De surround-effecten die in dit geluidsveld geproduceerd worden omhullen de kijker op natuurlijke wijze van achteren, links en rechts en naar het scherm toe. Entertainment Programmagroep 7 ■ Game Dit programma voegt een diep ruimtelijk gevoel toe aan de geluidsweergave in video-spelletjes.Aanvullendeinformatie

DSP parameters U kunt zonder meer van een uitstekende weergave genieten met de voorgeprogrammeerde parameters. Alhoewel u in principe de begininstellingen niet hoeft te wijzigen, kunt u sommige van de parameters aanpassen om de signaalbron beter te laten overeenstemmen met de weergave in de ruimte waar u deze beluistert. Wijzigen van parameter instellingen

Zet uw video-monitor aan en druk op ON SCREEN en kies volledigeweergave van de gegevens.

Selecteer het geluidsveldprogramma dat u wilt aanpassen.

Druk op g of h en selecteer de gewenste parameter.

Druk op + of – om de waarde van de gekozen parameter te wijzigen.Wanneer u de parameter instelt op een andere waarde dan defabrieksinstelling, zal er een asterisk verschijnen bij de naam van de parameterop het scherm van de monitor.

Herhaal de stappen 3 t/m 5 hierboven zo vaak als nodig is om andereprogramma-parameters te wijzigen. Beschrijving parameters U kunt de waarden van bepaalde digitale geluidsveld parameters wijzigen zodat de geluidsvelden accuraat gereproduceerd kunnen worden in uw huiskamer. De volgende parameters zijn niet noodzakelijkerwijs allemaal aanwezig in elk programma. INIT. DLY (Begin-vertraging) [P. INT. DLY voor het presentie geluidsveld] Instelbereik 1 – 99 ms. Functie ................ Deze parameter wijzigt de schijnbare afstand tot het brongeluid door de vertraging te regelen tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing daarvan die de luisteraar hoort. Beschrijving........ Hoe kleiner deze waarde, hoe dichter de geluidsbron bij de luisteraar lijkt te staan. Hoe groter deze waarde, hoe verder deze bij de luisteraar vandaan lijkt te zijn. Voor een kleine ruimte hoort deze parameter op een kleine waarde ingesteldte worden, terwijl u voor een grote ruimte een grotere waarde dient in te stellen.

Roxy Theatre ≥ INIT.DLY…………15ms LIVENESS…………………5 REV.TIME…………1.6s REV.DELAY……100ms REV.LEVEL……………7% Programmanummer ProgrammanaamProgrammatype (sub-programma)Cursor ParametersVoorbeeld met het ROCK CONCERT programma.NiveauNiveauTijd Tijd TijdBegin-vertraging Begin-vertraging Begin-vertragingGeluidsbronWeerkaat-singsoppervlakKleine waarde = 1 ms Grote waarde = 99 msGeluidsbronVroegereflectiesNiveau59 Nederlands ROOM SIZE [P. ROOM SIZE voor het presentie geluidsveld] Instelbereik 0.1 – 2.0 Functie ................ Deze parameter regelt de schijnbare afmetingen van het surround geluidsveld. Hoe groter deze waarde, hoe groter het surround geluidsveld zal lijken. Beschrijving........ Omdat geluid herhaaldelijk weerkaatst wordt binnen een ruimte, zal naarmate de ruimte groter is, de tijd tussen de eerst gehoorde weerkaatsing en de daarop volgende toenemen. Door de tijd tussen deze achtereenvolgende weerkaatsingen te regelen, kunt u de schijnbare grootte van de virtuele uitvoeringsruimte wijzigen. Als u deze parameter wijzigt van 1 naar 2, verdubbelt u de schijnbare lengte van de ruimte. LIVENESS Instelbereik 0 – 10 Functie ................ Deze parameter regelt hoe weerkaatsend de virtuele wanden van de zaal moeten schijnen door de snelheid waarmee de vroege weerkaatsingen wegsterven te wijzigen. Beschrijving........ De vroege weerkaatsingen van een geluidsbron sterven veel sneller weg in een ruimte met geluidsabsorberende wanden, dan in een ruimte met heel erg weerkaatsende wanden. Een ruimte met geluidsabsorberende oppervlakken wordt ook wel “dood” genoemd, terwijl een ruimte met weerkaatsende oppervlakken “levendig” genoemd wordt. Met de parameter voor de levendigheid kunt u de snelheid van het wegsterven van de vroege weerkaatsingen instellen en op deze manier regelen hoe “levendig” de ruimte lijkt. S. DELAY (Surround vertraging) Instelbereik 0 – 49 ms. (Het bereik hangt mede af van het soort signaal.) Functie ................ Deze parameter regelt de vertraging tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing in het surround geluidsveld. S. INIT. DLY (Surround begin-vertraging) Instelbereik 1 – 49 ms. Functie ................ Deze parameter regelt de vertraging tussen het directe geluid en de eerst gehoorde weerkaatsing aan de surround-zijde van het geluidsveld. U kunt deze parameter alleen maar instellen wanneer u tenminste twee voor-kanalen en twee achter-kanalen gebruikt. S. ROOM SIZE (Surround afmetingen ruimte) Instelbereik 0.1 – 2.0 Functie ................ Deze parameter regelt de schijnbare afmetingen van het surround geluidsveld. DSP parameters Niveau Niveau Niveau Tijd Tijd Tijd Geluidsbron Vroege reflecties Geluidsbron Kleine waarde = 0.1 Grote waarde = 2.0 Niveau Niveau Tijd Tijd Geluidsbron Weinig gereflecteerd geluid Kleine waarde = 0 Grote waarde =10 Geluidsbron Dood Niveau Veel gereplecteerd geluid Levendig TijdAanvullende informatie

S. LIVENESS (Surround levendigheid) Instelbereik 0 –10 Functie ................ Deze parameter regelt de schijnbare weerkaatsing van de virtuele wanden in het surround geluidsveld. RC. INIT. DLY (Achter-midden begin-vertraging) Instelbereik 1 – 49 ms. Functie ................ Deze parameter regelt de vertraging tussen het directe geluid en de eerst gehoorde weerkaatsing in het achter-midden geluidsveld. RC. ROOM SIZE (Achter-midden afmetingen ruimte) Instelbereik 0.1 – 2.0 Functie ................ Deze parameter regelt de schijnbare afmetingen van het achter-midden geluidsveld. RC. LIVENESS (Achter-midden levendigheid) Instelbereik 0 – 10 Functie ................ Deze parameter regelt de schijnbare weerkaatsing van de virtuele wanden in het achter-midden geluidsveld. REV. TIME (Natril-tijd) Instelbereik 1.0 – 5.0 sec Functie ................ Deze parameter regelt hoelang het duurt voor de massieve achtereenvolgende natrillingen wegsterven bij 60 dB (en 1 kHz). Dit wijzigt de schijnbare afmetingen van de akoestische omgeving over een zeer breed bereik. Beschrijving........ Stel een langere natril-tijd in voor “dode” bronnen en luisteromgevingen, en een kortere tijd voor “levendige” bronnen en luisteromgevingen. REV. DELAY (Natril-vertraging) Instelbereik 0 – 250 ms. Functie ................ Deze parameter regelt het tijdverschil tussen het begin van het directe geluid en het begin van de natrillingen. Beschrijving........ Hoe groter deze waarde, hoe later de natrillingen zullen beginnen. Als de natrillingen later beginnen, zult u zich in een grotere akoestische omgeving wanen. DSP parameters 60 dB 60 dB 60 dB NatrillingenGeluidsbronNatrillingenNatril-tijd Natril-tijd Natril-tijdGeluidsbronKorte natrillingenLange natrillingenKleine waarde = 1.0 s Grote waarde = 5.0 s (dB) 60 dB NiveauGeluidsbronNatrillingenNatril-vertragingNatril-tijd Tijd Vroege reflecties61 Nederlands DSP parameters REV. LEVEL (Natril-niveau) Instelbereik 0 – 100 % Functie ................ Deze parameter regelt het volume van de natrillingen. Beschrijving........ Hoe groter deze waarde, hoe sterker de natrillingen. CT. DELAY (Midden vertraging) Instelbereik 0 – 50 ms. Functie ................ Deze parameters stellen de vertraging in voor de geluidsweergave van elk kanaal in de 8 kanaals stereofunctie. LS. DELAY (Linker surround vertraging) Instelbereik 0 – 50 ms. Functie ................ Deze parameters stellen de vertraging in voor de geluidsweergave van elk kanaal in de 8 kanaals stereofunctie. RC. DELAY (Midden achter vertraging) Instelbereik 0 – 50 ms. Functie ................ Deze parameters stellen de vertraging in voor de geluidsweergave van elk kanaal in de 8 kanaals stereofunctie. RS. DELAY (Rechter surround vertraging) Instelbereik 0 – 50 ms. Functie ................ Deze parameters stellen de vertraging in voor de geluidsweergave van elk kanaal in de 8 kanaals stereofunctie. FL. DELAY (Links voor vertraging) Instelbereik 0 – 50 ms. Functie ................ Deze parameters stellen de vertraging in voor de geluidsweergave van elk kanaal in de 8 kanaals stereofunctie. FR. DELAY (Rechts voor vertraging) Instelbereik 0 – 50 ms. Functie ................ Deze parameters stellen de vertraging in voor de geluidsweergave van elk kanaal in de 8 kanaals stereofunctie. NiveauGeluidsbronNatril-niveau Tijd Terugzetten op de fabrieksinstelling ■ Terugzetten van een parameter op de fabrieksinstelling Selecteer de parameter die terug wilt zetten op de fabrieksinstelling. Houd vervolgens + of – ingedrukt tot de waarde tijdelijk stopt met veranderen bij de fabrieksinstelling. (De asterisk bij de naam van de parameter op het scherm van de monitor zal verdwijnen.) ■ Terugzetten van alle parameters op de fabrieksinstelling Gebruik het instelmenu om alle waarden van alle parameters van alle DSP programma’s binnen de geselecteerde groep terug te zetten op de fabrieksinstelling. Deze handeling zet alle waarden van alle parameters van alle DSP programma’s in de geselecteerde groep in een keer terug op de fabrieksinstelling. Opmerkingen:

  • De beschikbare parameters voor sommige programma’s staan mogelijk op meer dan een pagina van het in-beeld display op het scherm van de monitor. Om door deze pagina’s te bladeren, dient u op g of h te drukken.
  • Wanneer de aanduiding “MEMORY GUARD!” (geheugen vergrendeling) op het sscherm verschijnt, kunt u geen waarden van parameters wijzigen. Schakel de vergrendeling van het geheugen uit via het instelmenu (SET MENU).Aanhangsel

Aanhangsel Oplossen van problemen 63 Technische gegevens 6663 Nederlands Oplossen van problemen Raadpleeg de onderstaande tabel wanneer dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem waar u mee te maken heeft niet hieronder vermeld staat of als de geboden oplossing niet werkt, dient u de stroom uit te schakelen, de stekker uit het stopcontact te halen en contact op te nemen met uw dealer of de dichtst bijzijnde Yamaha Audioproducten Service afdeling. Als dit toestel is blootgesteld aan sterke externe elektrische schokken (zoals een blikseminslag of grote ontlading van statische elektriciteit), of als u fouten maakt bij de bediening van het toestel, kan het voorkomen dat het toestel niet meer naar behoren kan functioneren. In dergelijke gevallen dient u de stroom uit te schakelen, de stekker uit het stopcontact te halen en deze na 30 seconden weer terug te doen, waarna vervolgens de mislukte handeling opnieuw dient te proberen. Algemeen Probleem Het toestel gaat niet aan wanneer u op STANDBY/ON drukt, of het toestel keert plotseling terug in de standby- stand direct nadat u de stroom hebt ingeschakeld. Brom Geen geluid of geen beeld Geen beeld Geen geluid aan een kant. Het volume verandert niet veel wanneer u dit met VOLUME probeert te regelen. Het geluid valt plotseling weg. Er komt geen geluid uit de effect-luidsprekers. Geen in-beeld display op de video monitor. Mogelijke oorzaak De stekker zit niet of niet goed in het stopcontact. De Impedantie keuzeschakelaar (IMPEDANCE SELECTOR) op het achterpaneel staat niet in de juiste stand. De beveiligingsschakeling is in werking getreden. Er is een gebrekkige kabel-aansluiting. De draaitafel is niet aangesloten op de GND (aarde) aansluiting. Het volume staat te laag. Gebrekkige of onjuiste in- of uitgangsaansluitingen. Onjuiste signaalbron. Het toestel staat in de DTS ingangsfunctie. Er komen digitale signalen anders dan PCM audio, Dolby Digital of DTS gecodeerde signalen binnen van een CD-ROM o.i.d. De signaalbron is op dit toestel aangesloten met een S videokabel, maar er is geen S video aansluiting tussen dit toestel en uw video monitor. Er is een gebrekkige kabel-aansluiting. MUTE staat aan. De component die is aangesloten op de MD/TAPE OUT of CD-R OUT aansluitingen van dit toestel staat uit. De beveiligingsschakeling is in werking getreden vanwege kortsluiting enz. De slaaptimer is in werking getreden. De geluidsweergave is uitgeschakeld. De effecten zijn uitgeschakeld. Er wordt een Dolby Surround of DTS decoderend geluidsveldprogramma gebruikt op materiaal dat niet Dolby Surround of DTS gecodeerd is. DISPLAY OFF staat ingesteld. BLUE BACK staat uit (OFF) via het DISPLAY SET menu. Wat te doen Steek de stekker goed in het stopcontact. Zet de schakelaar helemaal naar een kant (afhankelijk van uw luidsprekers) terwijl het toestel in de standby-stand staat. Controleer of alle luidspreker-draden goed zijn aangesloten zowel op dit toestel als op de luidsprekers en dat de draden geen contact maken met iets anders dan de bijbehorende aansluiting. Sluit de audiostekkers goed aan. Als dit het probleem niet oplost, is het mogelijk dat de snoeren defect zijn. Sluit de aardingsdraad van uw draaitafel aan op de GND (aarde) aansluiting van dit toestel. Verhoog het volume. Sluit de component op de juiste manier aan. Als dit het probleem niet oplost, is het mogelijk dat de snoeren defect zijn. Selecteer de juiste signaalbron met de INPUT keuzetoetsen. Druk op INPUT MODE om een andere ingangsfunctie te kiezen. Geef signalen weer die door dit toestel gereproduceerd kunnen worden. Sluit de S VIDEO MONITOR OUT aansluiting van dit toestel aan op de S video ingangsaansluiting van de TV of maak de S videokabel van de signaalbron los. Sluit alle kabels goed aan. Als dit het probleem niet oplost, is het mogelijk dat de snoeren defect zijn. Zet het VOLUME op de minimum instelling, druk op MUTE om de weergave te hervatten en stel vervolgens het gewenste volume weer in. Schakel de component in. Controleer of de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar in de juiste stand staat en zet het toestel vervolgens weer aan. Controleer of de luidspreker-draden elkaar niet raken en zet het toestel vervolgens weer aan. Annuleren de slaaptimer. Druk op MUTE of op andere bedieningstoetsen van dit toestel om de geluidsweergave te herstellen en stel het volume in. Druk op EFFECT om de effectgeluiden in te schakelen. Selecteer een ander geluidsveldprogramma. Stel “Full Display” of “Short Display” in. Stel “AUTO” in.Aanhangsel

Oplossen van problemen Probleem Er komt geen geluid uit de voor- effect-luidsprekers. Er komt geen geluid uit de midden-luidspreker. Er komt geen geluid uit de achter-effect-luidsprekers. Er komt geen geluid uit de subwoofer. Slechte weergave van de lage tonen. Het volumeniveau kan niet worden verhoogd, of de weergave is vervormd. DSP parameters en sommige andere instellingen van dit toestel kunnen niet worden gewijzigd. Het toestel functioneert niet naar behoren. Er kan niet worden opgenomen van een signaalbron door een cassettedeck of videorecorder die is aangesloten op dit toestel. De aanduiding “CHECK SP WIRES!” verschijnt op het display. Er wordt storing ondervonden van een TV of tuner in de buurt. U merkt dat de weergave via een hoofdtelefoon die direct aangesloten wordt op een CD- speler of cassettedeck slechter is dan voor u deze apparatuur aansloot op dit toestel. De aanduiding “INPUT DATA ERROR” verschijnt op het display en er wordt geen geluid weergegeven. Mogelijke oorzaak PRO LOGIC/Normal, DOLBY DIGITAL/ Normal of DTS DIGITAL SUR./Normal of DSP programma 12 is geselecteerd. Het niveau voor het voor effect kanaal staat op de minimum instelling. Het onderdeel 1F. FRNT EFCT van het instelmenu (SET MENU) staat op “NONE” (geen). Het onderdeel 1A. CENTER SP van het instelmenu (SET MENU) staat op “NONE” (geen). Een van de Hi-Fi DSP geluidsveldprogramma’s (1 t/m 7 (behalve “Game”)) wordt gekozen. Het Dolby Digital of DTS ingangssignaal bevat geen midden-kanaal. Het volume voor de linker en rechter achter- luidsprekers is op het minimum ingesteld. Er wordt een mono signaalbron afgespeeld met geluidsveldprogramma 12. Het onderdeel 1E. LFE/BASS OUT van het instelmenu (SET MENU) staat op “MAIN” (hoofd) terwijl er Dolby Digital of DTS gecodeerd materiaal wordt weergegeven. Het onderdeel 1E. LFE/BASS OUT van het instelmenu (SET MENU) staat op “SWFR” (subwoofer) of “MAIN” (hoofd) terwijl er 2-kanaals gecodeerd materiaal wordt weergegeven. Het onderdeel 1E. LFE/BASS OUT van het instelmenu (SET MENU) staat op “SWFR” (subwoofer) of “BOTH” (allebei) terwijl uw systeem geen subwoofer bevat. De selectie van de uitgangsfunctie voor de (Hoofd, Midden of Achter-) kanalen via het instelmenu (SET MENU) komt niet overeen met uw luidspreker-opstelling. De component die is aangesloten op de REC OUT aansluitingen van dit toestel staat uit. Het onderdeel 15. MEMORY GUARD van het instelmenu (SET MENU) staat “ON” (aan). De interne microcomputer is op tilt geslagen door een externe elektrische schok (zoals een blikseminslag of grote ontlading van statische elektriciteit) of door een ontoereikend voltage van de stroombron. De signaalbron is alleen met digitale aansluitingen op dit aangesloten. De luidspreker-snoeren maken kortsluiting. Dit toestel staat te dicht bij de component in kwestie. Dit toestel staat uit. Er wordt een niet standaard herkend bronsignaal weergegeven, of de component die het bronsignaal produceert werkt niet naar behoren. Wat te doen Selecteer een ander geluidsveldprogramma. Stel het volumeniveau van de voor-effect- luidsprekers in. Kies “YES”. Selecteer de juiste instelling voor uw midden- luidspreker. Selecteer een ander geluidsveldprogramma. Raadpleeg de handleiding van de op dit moment weergegeven signaalbron. Verhoog de niveaus van de linker en rechter achter- luidsprekers. Selecteer een ander geluidsveldprogramma. Kies “SWFR” of “BOTH”. Kies “BOTH”. Kies “MAIN”. Selecteer de juiste uitgangsfunctie voor elk kanaal aan de hand van de afmetingen van de luidsprekers in uw opstelling. Schakel de component in. Kies “OFF”. Haal de stekker uit het stopcontact en doe deze weer terug na ongeveer een minuut. Maak aanvullende analoge aansluitingen. Controleer of alle snoeren goed zijn aangesloten. Zet dit toestel verder bij de component in kwestie vandaan. Zet dit toestel aan. Controleer de signaalbron of zet de signaalbron uit en dan weer aan.65 Nederlands Afstandsbediening Probleem De afstandsbediening doet het niet. De afstandsbediening functioneert niet naar behoren. De afstandsbediening kan geen nieuwe functies “leren”. (De TRANSMIT indicator licht niet op of knippert niet.) Continue functies zoals de volume-instelling worden wel geleerd, maar werken slechts een ogenblik en stoppen dan. Mogelijke oorzaak De batterijen zijn leeg. De interne microcomputer is “vastgelopen”. Te ver weg of te scherpe hoek. Er valt direct zonlicht of sterke verlichting (zoals van een TL lamp) op de infraroodsensor van het hoofdtoestel. De interne microcomputer is “vastgelopen”. De batterijen van deze afstandsbediening en/of van de andere afstandsbediening zijn te zwak. De twee afstandsbedieningen liggen te ver uit elkaar of juist te dicht bij elkaar. De signaalcodering of modulatie van de andere afstandsbediening is niet geschikt voor deze afstandsbediening. Het geheugen is vol. De interne microcomputer is “vastgelopen”. Het leerproces is nog niet afgesloten. Wat te doen Vervang de batterijen door nieuwe en druk RESET in het batterijvakje in. Druk RESET in het batterijvakje in. De afstandsbediening werkt binnen een maximum bereik van 6 m, onder een hoek van niet meer dan 30 graden afwijkend van loodrecht op het voorpaneel. Verplaats dit toestel. Druk RESET in het batterijvakje in. Vervang de batterijen (en druk RESET in het batterijvakje in). Gebruik de afstandsbediening op de juiste afstand. Leren is niet mogelijk. Verder leren is niet mogelijk zonder eerst onnodige functies te wissen. Druk RESET in het batterijvakje in. Let er op dat u de functietoets op de andere afstandsbediening ingedrukt moet blijven houden totdat TRANSMIT langzaam gaat knipperen. Oplossen van problemenAanhangsel