DSPAX630SE - Home cinema versterker YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DSPAX630SE YAMAHA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DSPAX630SE YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Home cinema versterker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DSPAX630SE - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DSPAX630SE van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING DSPAX630SE YAMAHA
1 Leest u deze handleiding alstublieft zorgvuldig door om uzelf te verzekeren van de beste prestaties. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats, zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken.
2 Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek met tenminste 30 cm ruimte aan de bovenkant, 20 cm aan de rechter- en linkerkant en 10 cm aan de achterkant als ventilatieruimte — uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou.
3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren en transformatoren om bromgeluiden te voorkomen. Om brand of een elektrische schok te voorkomen, mag dit toestel niet worden blootgesteld aan regen, water en/of enige andere vloeistof.
4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurwisselingen van koud naar warm en zet dit toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. een kamer met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat er zich in het binnenwerk van het toestel condens kan vormen waardoor een elektrische schok, brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel kan ontstaan.
5 Zet de volgende dingen in geen geval bovenop dit toestel:
- Andere componenten, daar deze de afwerking van dit toestel kunnen beschadigen en/of doen verkleuren.
- Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand kunnen veroorzaken, het toestel kunnen beschadigen en/of kunnen leiden tot persoonlijk letsel.
- Voorwerpen die vloeistoffen bevatten, daar deze de gebruiker een elektrische schok kunnen bezorgen en/of dit toestel kunnen beschadigen.
6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin dit toestel stijgt, kan dit leiden tot brand, beschadiging van dit toestel en/of persoonlijk letsel.
7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als u alle aansluitingen heeft gemaakt.
8 Gebruik dit toestel nooit ondersteboven. Dit kan oververhitting en mogelijk beschadiging ten gevolge hebben.
9 Oefen geen overmatige kracht uit op de schakelaars, knoppen en/of snoeren.
10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt mag u alleen de stekker zelf vastpakken; trek nooit aan het snoer.
11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; hierdoor kan de afwerking aangetast worden. Gebruik slechts een schone, droge doek.
12 Gebruik dit toestel uitsluitend op het voltage dat op het toestel zelf vermeld staat. Het is gevaarlijk om dit toestel te gebruiken op een hoger voltage dan het opgegeven voltage, dit kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. YAMAHA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade die voortkomt uit gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan werd opgegeven.
13 Om schade door blikseminslag te voorkomen, dient u de stekker uit het stopcontact te halen bij onweer.
14 Zorg ervoor dat er geen vreemde voorwerpen en/of vloeistoffen in het toestel kunnen binnendringen.
15 Probeer niet zelf dit toestel aan te passen of te repareren. Neem contact op met bevoegd YAMAHA servicepersoneel wanneer u denkt dat reparatie of controle nodig is. Open in geen geval en onder geen enkele voorwaarde zelf de behuizing.
16 Wanneer u dit toestel langere tijd niet zult gebruiken (bijv. als u op vakantie gaat), dient u de stekker uit het stopcontact te halen.
17 Lees eerst het hoofdstuk "OPLOSSEN VAN PROBLEMEN" voor het opsporen van veel voorkomende bedieningsfouten voor u concludeert dat het toestel defect is.
18 Voor u dit toestel gaat verplaatsen, dient u op STANDBY/ON te drukken om het toestel uit (standby) te zetten en de stekker uit het stopcontact te halen.
19 VOLTAGE SELECTOR (Alleen modellen voor China en algemene modellen)
De netspanning keuzeschakelaar op het achterpaneel van dit toestel moet worden ingesteld op de netspanning in het gebied waar u het toestel gaat gebruiken VOOR u de stekker in het stopcontact steekt. U kunt kiezen uit 110/120/220/240 V wisselstroom, 50/60 Hz.
De stroomvoorziening van dit toestel is niet afgesloten zolang de stekker in het stopcontact zit, ook al is het toestel zelf uitgeschakeld. Dit is de zogenaamde standby-stand. In deze toestand is het toestel ontworpen een zeer kleine hoeveelheid stroom te verbruiken.
Alleen voor klanten in Nederland
Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.

Controleren van de inhoud van de doos .... 3
Batterijen in de afstandsbediening zetten .... 3
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES ..... 4
Voorpaneel 4
Afstandsbediening 6
Gebruik van de afstandsbediening 7
Display voorpaneel 8
VOORBEREIDINGEN
LUIDSPREKERS OPSTELLEN EN INSTELLEN .. 9
Luidsprekers 9
Opstellen van de luidsprekers 9
Aansluiten van de luidsprekers 10
AANSLUITINGEN 13
Voor u andere componenten gaat aansluiten ...... 13
Aansluiten van videocomponenten 14
Aansluiten van audiocomponenten 16
Aansluiten van de antennes 17
Aansluiten van externe versterkers 18
Aansluiten van een externe decoder .... 18
Aansluiten van netsnoeren 19
Inschakelen van de stroom 19
LUIDSPREKER-INSTELLINGEN 20
INSTELLEN VAN HET UITGANGSNIVEAU
VAN DE LUIDSPREKERS 21
Voor u begint 21
Gebruik van de testtoon 21
BASISBEDIENING
BASISWEERGAVE 23
Ingangsfuncties en aanduidingen 25
Selecteren van een geluidsveldprogramma .... 26
DIGITALE GELUIDSVELD BEWERKING (DSP) .. 29
Uitleg geluidsvelden 29
Hi-Fi DSP Geluidsveldprogramma's 29
CINEMA-DSP 30
Het geluidsonterp van de CINEMA-DSP Geluidsveldprogramma's 30
Voorprogrammeren van zenders 35
Afstemmen op een voorkeuzezender 37
Verwisselen van voorkeuzezenders 37
ONTVANGEN VAN RDS ZENDERS RX-V630RDS ... 38
Beschrijving RDS gegevens 38
Veranderen van de RDS functie 38
PTY SEEK functie 39
EON functie 39
SLAAPTIMER 40
Instellen van de slaaptimer 40
Annuleren van de slaaptimer 40
OPNAME 41
GEAVANCEERDE BEDIENING
SET MENU (INSTELMENU) 42
Instellen van onderdelen via het SET MENU ...... 43
1 SPEAKER SET (luidspreker instellingen) ...... 43
2 LFE LEVEL (LFE niveau) 45
3 SP DLY TIME (luidspreker-vertraging) .....45
4 D. RANGE (dynamisch bereik) 46
5 L/R BALANCE (balans tussen de linker en rechter hoofd-luidsprekers) 46
6 HP TONE CTRL (hoofdtelefoon toonregeling) ..46
7 I/O ASSIGN (ingang/uitgang toewijzing) ...... 46
8 INPUT MODE (begininstelling ingangsfunctie) 47
Invoeren van de fabrikantencode 49
Wissen van fabrikantencodes 49
Bedienen van andere componenten 50
REGELEN VAN DE NIVEAUS VAN DE EFFECT-LUIDSPREKERS .... 51
INSTELLEN VAN DE VERTRAGING ..... 52
INSTELLEN VAN DE PARAMETERS VOOR
PRO LOGIC II MUSIC 53
Wijzigen van parameters 53
Beschrijving PRO LOGIC IMusic parameters ..... 53
AANVULLENDE INFORMATIE
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN .... 54
WOORDENLIJST 58
Ingebouwde 6-kanaals eindversterker
◆Minimum RMS uitgangsvermogen (0,06% THV, 20 Hz – 20 kHz, 8Ω)
Hoofd: 75 W + 75 W
Midden: 75 W
Achter: 75 W + 75 W
Midden-achter: 75 W
Meervoudige digitale geluidsvelden
◆Dolby Pro Logic/Dolby Pro Logic Decoder
◆Dolby Digital/Dolby Digital EX decoder
◆DTS/DTS-ES geschikte decoder
◆CINEMA DSP: combinatie van YAMAHA DSP technologie en Dolby Pro Logic, Dolby Digital of DTS
◆Virtual CINEMA DSP
◆SILENT CINEMA DSP
Verfijnde AM/FM tuner RX-V630RDS
◆40 gemakkelijk toegankelijke voorkeuzezenders
◆Automatisch voorprogrammeren van voorkeuzezenders
◆Mogelijkheid tot herschikken van voorkeuzezenders (voorkeuzezenders bewerken)
Andere kenmerken
◆96-kHz/24-bits D/A converter
◆“SET MENU” instelmenu om dit toestel optimaal af te stemmen op uw audio/ videosysteem
◆Testtoon-generator voor gemakkelijke instelling van de luidspreker-balans
◆6-kanaals ingang voor externe decoder
◆S-Video in- en uitgangsaansluitingen
◆Component video in- en uitgangsaansluitingen
◆Optische en coaxiale digitale audio aansluitingen
◆Slaaptimer
◆ Afstandsbediening met voorgeprogrammeerde fabrikantencodes
■Over deze handleiding
- Dit document is de handleiding voor zowel de RX-V630RDS als de DSP-AX630SE. Aangezien de DSP-AX630SE niet uitgerust is met een tuner, gelden de beschrijvingen voor het gebruik daarvan niet voor de DSP-AX630SE. Voor de uitleg wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van afbeeldingen van de RX-V630RDS.
• geeft een handige tip bij de bediening aan. - Sommige handelingen zijn mogelijk met de toetsen op de afstandsbediening of via het hoofdtoestel zelf. Waar de namen van de toetsen op de afstandsbediening afwijken van die op het hoofdtoestel worden de namen van de toetsen op de afstandsbediening in deze handleiding tussen haakjes toegevoegd.
- Deze handleiding kan gedrukt zijn voor uw toestel geproduceerd werd. Daarom is het mogelijk dat bepaalde specificaties van uw toestel tijdens de fabricage bijvoorbeeld ter wille van verbeteringen gewijzigd zijn. In een dergelijk geval verlenen wij voorkeur aan het verbeteren van het product boven de bijwerking van de handleiding.

Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories.
"Dolby", "Pro Logic", en het dubbele-D symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories.
VAN START
Controleren van de inhoud van de doos
Controleer de doos en kijk of de volgende toebehoren inderdaad aanwezig zijn.
Afstandsbediening

Batterijen (4)
(AAA, R03, UM-4)

Afdekking VIDEO AUX aansluitingen voorkant

RX-V630RDS
AM ringantenne

75 Ohm/300 Ohm
antenne-adapter (Model
voor het V.K.)

FM binnenantenne
(Modellen voor de VS, Canada,
China, Korea en algemene
modellen)

(Modellen voor Europa, het V.K., Australië en Singapore)

Batterijen in de afstandsbediening zetten
Doe de batterijen in de juiste richting in het batterijvak door de + en - tekens op de batterijen te laten overeenkomen met de polariteitsmerktekens (+ en -) in het batterijvak.

1 Druk op het ▼ teken en schuif de klep van de afstandsbediening af.
2 Doe de vier meegeleverde batterijen (AAA, R03, UM-4) overeenkomstig de aanduidingen in het batterijvak.
3 Schuif de klep terug op zijn plaats tot deze vastklikt.
■Opmerkingen over batterijen
- Vervang de batterijen wanneer u merkt: dat het bereik van de afstandsbediening minder wordt; dat de indicator niet knippert; of dat het licht ervan zwakker wordt.
- Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar.
- Gebruik geen verschillende soorten batterijen door elkaar (zoals alkali en mangaan batterijen). Lees de aanwijzingen op de verpakking aandachtig door aangezien verschillende soorten batterijen qua vorm en kleur op elkaar kunnen lijken.
- Als de batterijen onverhoopt gelekt hebben, dient u ze onmiddellijk te verwijderen. Raak het uit de batterijen gelekte materiaal niet aan en laat het niet in contact komen met uw kleding enz. Maak het batterijvak goed schoon voor u er nieuwe batterijen in doet.
Als de afstandsbediening langer dan 2 minuten zonder batterijen blijft, of als de batterijen leeg zijn maar u ze in de afstandsbediening laat zitten, zal de inhoud van het geheugen mogelijk gewist worden. Als het geheugen van de afstandsbediening gewist is, dient u er nieuwe batterijen in te doen en moet u de fabrikantencode op nieuw invoeren die gewist zijn opnieuw programmeren.
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES
Voorpaneel

① STANDBY/ON toets
Hiermee zet u het toestel aan of uit (standby). Wanneer u dit toestel aan zet, zult u een klik horen, waarna er een vertraging zal optreden van 4 a 5 seconden voor dit toestel in staat is geluid te reproduceren.
Standby-stand
In de standby-stand blijft dit toestel een kleine hoeveelheid stroom verbruiken zodat het kan reageren op de infrarood signalen van de afstandsbediening.
② Sensor afstandsbediening
Deze ontvangt de signalen van de afstandsbediening.
③ Display voorpaneel
Hierop verschijnt de bedieningsinformatie van het toestel.
④ INPUT MODE toets
Hiermee selecteert u het prioriteitssignaal (AUTO, DTS, ANALOG) voor signaalbronnen die twee of meer soorten signalen leveren aan dit toestel. U kunt het prioriteitssignaal niet instellen wanneer u 6CH INPUT als signaalbron heeft ingesteld.
⑤ INPUT ◀/▷ toetsen
Hiermee selecteert u de signaalbron waar u naar wilt luisteren of lijken.
6 VOLUME draaiknop
Hiermee kunt u het volume van alle audiokanalen instellen. Dit heeft geen invloed op het OUT (REC) uitgangsniveau.
⑦ 6CH INPUT toets
Hiermee selecteert u de signaalbron die is aangesloten op de 6CH INPUT aansluitingen. Dit audiosignaal krijgt voorrang boven de met INPUT ◀/▷ (of de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening) geselecteerde signaalbron.
8 SILENT (PHONES hoofdtelefoon-aansluiting)
Via deze aansluiting kunt u het DSP effect beluisteren via een hoofdtelefoon. Wanneer u een hoofdtelefoon heeft aangesloten, zullen er verder geen signalen worden geproduceerd via de luidsprekers of de OUTPUT aansluitingen.
⑨ SPEAKERS A/B toetsen
Hiermee kunt u de set hoofd-luidsprekers die is aangesloten op de A en/of B aansluitingen aan of uit zetten.
⑩STEREO/EFFECT toets
Hiermee kunt u heen en weer schakelen tussen normale stereo weergave of weergave met DSP effecten. Wanneer STEREO is geselecteerd, worden signalen met 2 kanalen naar de linker en rechter hoofd-luidsprekers gestuurd zonder toegevoegde effecten en zullen alle Dolby Digital en DTS signalen (met uitzondering van het LFE kanaal) worden teruggemengd voor de linker en rechter hoofd-luidsprekers.
⑪ PROGRAM ◀/▷ toetsen
Hiermee kunt u het geluidsveldprogramma selecteren.
12 RX-V630RDS PRESET/TUNING ◀/▷ toetsen
Hiermee kunt u de voorkeuzezenders 1 t/m 8 selecteren wanneer de dubbele punt (:) op het display op het voorpaneel staat, of de afstemmen op een bepaalde frequentie wanneer de dubbele punt (:) niet op het display staat.
Verrichten van instellingen via het SET MENU.
13 RX-V630RDS A/B/C/D/E toets
Hiermee kunt u een van de groepen voorkeuzezenders A t/m E selecteren.
DSP-AX630SE NEXT
Hiermee kunt u de SET MENU instelfunctie openen.
14BASS draaiknop
Hiermee kunt u de lage frequentierespons voor het linker en het rechter hoofdkanaal instellen.
Draai de draaiknop naar rechts om de lage tonen te versterken en draai de draaiknop naar links om de lage tonen te verzwakken.
15TREBLE draaiknop
Hiermee kunt u de hoge frequentierespons voor het linker en het rechter hoofdkanaal instellen.
Draai de draaiknop naar rechts om de hoge tonen te versterken en draai de draaiknop naar links om de hoge tonen te verzwakken.
16VIDEO AUX aansluitingen
Dit zijn de aansluitingen voor audio- en videosignalen van een externe draagbare signaalbron (een spelcomputer bijv.). Selecteer V-AUX als signaalbron om de via deze aansluitingen ontvangen signalen te bekijken en beluisteren. Wanneer u de VIDEO AUX aansluiting op het voorpaneel niet gebruikt, dient u de meegeleverde afdekking erop te zetten, zoals u kunt zien op de afbeelding. Bewaar deze afdekking goed wanneer u deze niet gebruikt.

RX-V630RDS
⑰RDS MODE/FREQ toets
Bij ontvangst van een RDS zender kunt u met deze toets de displayfunctie omschakelen naar PS, PTY, RT en/of CT (als de zender deze RDS diensten ondersteunt) of kiezen voor display van de frequentie waarop afgestemd is.
18 PTY SEEK MODE toets
Hiermee kunt u de PTY SEEK functie inschakelen om het toestel naar een programma van een bepaald type te laten zoeken.
19PTY SEEK START toets
Druk op deze toets om het toestel te laten zoeken naar het met de PTY SEEK functie ingestelde programmatype.
20EON toets
Druk op deze toets om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS, SPORT) te kiezen wanneer u automatisch wilt afstemmen op een radioprogramma van dat type.
②PRESET/TUNING (EDIT) toets
Hiermee schakelt u de PRESET/TUNING ◀/▷ toetsen heen en weer tussen het kiezen van een voorkeuzezender en het afstemmen op een bepaalde frequentie (ten teken waarvan de dubbele punt (:) al of niet getoond zal worden).
Met deze toets kunt u ook twee voorkeuzezenders van plaats laten wisselen.
22 TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) toets
Met deze toets kunt u schakelen tussen automatisch en handmatig afstemmen.
23 MEMORY (MAN'L/AUTO FM) toets
Hiermee slaat u de huidige zender op in het geheugen.
24FM/AM toets
Met deze toets schakelt u de radio heen en weer tussen FM en AM.
Afstandsbediening
Dit hoofdstuk beschrijft de bedieningsorganen en functies van de afstandsbediening. De AMP functie moet zijn geselecteerd voor u het toestel kunt bedienen. Zie "KENMERKEN AFSTANDSBEDIENING" op de bladzijden 48 t/m 50.

①Infraroodvenster
Vanachter dit venster worden de infraroodsignalen uitgezonden. Richt dit venster op de component die u wilt bedienen.
②CODE SET toets
Deze toets wordt gebruikt bij het instellen van fabrikantencodes (zie bladzijde 49).
③Ingangskeuzetoetsen
Hiermee selecteert u de signaalbron en stelt u de afstandsbediening in voor gebruik met de geselecteerde broncomponent.
④DSP geluidsveldprogramma-toetsen
Hiermee kunt u een DSP programma instellen voor de versterkerfunctie (AMP). Druk herhaaldelijk op een van deze toetsen om een bepaald geluidsveldprogramma uit de gewenste groep in te stellen.
⑤LEVEL toets
Hiermee selecteert u het in te stellen effectkanaal.
6Overige toetsen
Dit gedeelte wordt gebruikt bij het wijzigen en doorvoeren van instellingen.
⑦TEST toets
Hiermee schakelt u de testtoon in om de niveaus van de luidsprekers in te stellen.
⑧TRANSMIT indicator
Dit lampje knippert wanneer de afstandsbediening signalen uitzendt.
9STANDBY toets
Druk hierop om het hoofdtoestel uit (standby) te zetten.
⑩ SYSTEM POWER toets
Hiermee kunt u het hoofdtoestel aan zetten.
⑪SLEEP toets
Met deze toets kunt u de slaaptimer inschakelen.
⑫6CH INPUT toets
Hiermee selecteert u de signaalbron die is aangesloten op de 6CH INPUT aansluitingen.
⑬AMP toets
Hiermee stelt u de afstandsbediening in op de AMP functie voor het bedienen van dit toestel.
14A toets
Hiermee stelt u de afstandsbediening in bediening van een andere component (niet noodzakelijkerwijs aangesloten op dit toestel) zonder de signaalbron voor dit toestel te veranderen.
⑮VOLUME +/- toetsen
Met deze toetsen kunt u het volume verhogen of verlagen.
16MUTE toets
Schakelt de geluidsweergave tijdelijk uit (dempen). Druk nogmaals op deze toets om de geluidsweergave te hervatten op het oorspronkelijk ingestelde niveau.
⑰ STEREO/EFFECT toets
Hiermee kunt u heen en weer schakelen tussen normale stereo weergave of weergave met DSP effecten. Wanneer STEREO is geselecteerd, worden signalen met 2 kanalen naar de linker en rechter hoofd-luidsprekers gestuurd zonder toegevoegde effecten en zullen alle Dolby Digital en DTS signalen (met uitzondering van het LFE kanaal) worden teruggemengd voor de linker en rechter hoofd-luidsprekers.
18 SET MENU toets
Hiermee schakelt u de SET MENU instelfunctie in.
Gebruik van de afstandsbediening

De afstandsbediening zendt een gerichte infrarode straal uit. U moet daarom de afstandsbediening direct op de sensor op het hoofdtoestel richten wanneer u dit met de afstandsbediening wilt bedienen.
■Omgaan met de afstandsbediening
- Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.
- Laat de afstandsbediening niet vallen.
- Stel de afstandsbediening niet bloot aan deze omstandigheden:
- hoge vochtigheid of temperatuur, zoals in de buurt van een verwarming, kachel of badkuip;
-stof; of - zeer lage temperaturen.
Display voorpaneel

flowchart
graph TD
A["Matrix"] --> B["VCR2/DVR"]
B --> C["VIRUAL SILENT"]
C --> D["DTS MOVIE THTR 12 ENTERTAINMENT"]
D --> E["V-AUX"]
E --> F["D-TV/CBL"]
F --> G["DVD"]
G --> H["MD/CDR"]
H --> I["TUNER CD"]
I --> J["MUTE SLEEP"]
J --> K["VOLUME"]
K --> L["dB mS"]
L --> M["L FE"]
L --> N["L RL"]
L --> O["RC"]
L --> P["RR"]
Q["Matrix"] --> R["VCR1"]
R --> S["D-TV/CBL"]
S --> T["MD/CDR"]
T --> U["TUNER CD"]
U --> V["MUTE SLEEP"]
V --> W["VOLUME"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style K fill:#bbf,stroke:#333
(RX-V630RDS)
①Processor indicators
Licht op wanneer de dts, DIGITAL, VIRTUAL, PROLOGC/Ⅱ of DSP functie in werking is.
MATRIX licht op wanneer de Dolby Digital EX decoder of de voor DTS-ES geschikte decoder wordt ingeschakeld.
②Signaalbron-indicator
Laat met een soort cursor de huidige signaalbron zien.
③MUTE indicator
Deze indicator gaat knipperen wanneer u het geluid tijdelijk heeft uitgeschakeld (gedempt).
④VOLUME niveau-aanduiding
Deze balkjes geven het volumeniveau aan.
5 PCM indicator
Deze licht op wanneer het toestel PCM (pulscode-modulatie) digitale audiosignalen produceert.
⑥SILENT indicator
Licht op wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten terwijl de digitale geluidsveldprocessor in werking is.
⑦Hoofdtelefoon indicator
Deze indicator zal oplichten wanneer er een hoofdtelefoon aangesloten is.
De naam van het geselecteerde DSP digitale geluidsveldprogramma zal oplichten wanneer u het ENTERTAINMENT, MOVIE THEATER 1, MOVIE THEATER 2 of ☐/DTS SURROUND DSP programma heeft ingesteld.
⑨Multi-informatie display
Hierop verschijnt het huidige DSP geluidsveldprogramma en andere informatie wanneer u instellingen wijzigt.
RX-V630RDS
⑩RDS indicator
De naam (namen) van de RDS gegevens die worden geleverd door de RDS zender waar u op heeft afgestemd zal (zullen) oplichten.
De EON indicator zal oplichten wanneer er is afgestemd op een RDS zender met EON gegevens over andere zenders.
De PTY HOLD indicator zal oplichten wanneer er gezocht wordt naar zenders in de PTY SEEK zoekfunctie.
⑪STEREO indicator
Licht op wanneer de "AUTO" afstem-indicator aan is en het toestel een sterk FM stereo signaal ontvangt.
⑫TUNED indicator
Licht op wanneer dit toestel op een zender afstemt.
⑬MEMORY indicator
Knippert als een zender kan worden opgeslagen.
14 AUTO indicator
Laat zien dat de tuner automatisch aan het afstemmen is.
⑮SLEEP indicator
Deze indicator licht op wanneer de slaaptimer is ingeschakeld.
⑯Ingangskanalen indicators
Deze geven de kanalen aan waaruit het ontvangen ingangssignaal bestaat.
LUIDSPREKERS OPSTELLEN EN INSTELLEN
Luidsprekers
Dit toestel is ontworpen voor gebruik met een systeem bestaande uit 6 luidsprekers, met linker en rechter hoofd-luidsprekers, linker en rechter achter-luidsprekers en met luidsprekers in het midden, voor en achter. Als verschillende merken luidsprekers (met verschillende weergave-karakteristieken) door elkaar gebruikt, is het mogelijk dat bijvoorbeeld een menselijke stem of andere geluiden niet vloeiend kan worden weergegeven. Wij raden u daarom aan luidsprekers van dezelfde fabrikant of luidsprekers met dezelfde weergave-karakteristieken te gebruiken.
De hoofd-lss wo gebr voor wg van de belangrijkste signalen plus de effectgeluiden. Dit zullen waarschijnlijk de luidsprekers van uw huidige stereosysteem zijn. De achter-luidsprekers worden gebruikt voor effect- en surroundgeluiden. De midden-luidspreker is bedoeld voor weergave van gecentreerde geluiden (dialogen, vocalen enz.). De midden achter-luidspreker werkt als aanvulling op de (linker en rechter) achter-luidsprekers en zorgt voor realistischer overgangen tussen geluiden van voren en van achteren.
Voor de hoofd-luidsprekers dient u modellen met een zeer hoog prestatieniveau te nemen, met voldoende vermogen voor het maximum uitgangsvermogen van uw audiosysteem. De andere luidsprekers hoeven niet aan dergelijke hoge eisen te voldoen. Voor een zeer accurate plaatsing van de geluidsweergave is het echter aan te bevelen modellen te gebruiken die gelijkwaardig zijn aan de hoofd-luidsprekers.
■Gebruik van een subwoofer verdiept het geluidsveld
U kunt uw systeem verder uitbreiden met een subwoofer. Een subwoofer helpt niet alleen bij de weergave van de lage tonen via een of alle kanalen, maar ook bij het zuiver weergeven van het LFE (Lage Frequentie Effecten) kanaal van Dolby Digital of DTS signalen. Het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer System is ideaal voor een natuurlijke en levendige reproductie van de lage tonen.
Opstellen van de luidsprekers
Raadpleeg de volgende afbeelding wanneer u uw luidsprekers gaat opstellen.

■Hoofd-luidsprekers
Zet de linker en rechter hoofd-luidsprekers op gelijke afstanden van de belangrijkste luisterplek. De afstand van elk van deze luidsprekers tot de video-monitor moet ook gelijk zijn.
■Midden-luidspreker
Breng de voorkant van de midden-luidspreker in lijn met de voorkant van het beeldscherm van de video-monitor. Plaats de luidspreker zo dicht mogelijk bij de monitor, bijvoorbeeld er direct onder of er bovenop en midden tussen de hoofd-luidsprekers.
■Achter-luidsprekers
Plaats deze luidsprekers achter de luisterplek en richt ze een beetje naar binnen, ongeveer 1,8 m boven de vloer.
■Midden achter-luidspreker
Plaats deze midden tussen de linker en rechter achterluidsprekers op dezelfde hoogte van de vloer.
Subwoofer
De plaatsing van de subwoofer is niet kritiek, vanwege het ongerichte karakter van de lage tonen. Het is wel beter de subwoofer in de buurt van de hoofd-luidsprekers te plaatsen. Keer de subwoofer een beetje naar het midden van de ruimte om weerkaatsingen via de wanden te verminderen.
Opmerking
- Als u geen effect-luidsprekers gebruikt (achter- midden- en/of midden-achter), dient u de SPEAKER SET instellingen via het SET MENU zo te wijzigen dat deze signalen naar andere aansluitingen waarop u wel luidsprekers heeft aangesloten worden geleid.
LET OP
Gebruik magnetisch afgeschermde luidsprekers. Als dit type luidspreker nog steeds het beeld van uw TV of monitor verstoord, zet ze dan verder bij de beeldbuis vandaan.
Aansluiten van de luidsprekers
Let er op dat u de linker (L) en de rechter (R) kanalen en ook de “+” (rood) en “-” (zwart) polariteit van de luidsprekers op de juiste manier aansluit. Als u de aansluitingen ondeugdelijk zijn, zullen de luidsprekers geen geluid produceren en als u luidsprekers verkeerd om aansluit (+ op -), zal de geluidsweergave onnatuurlijk zijn en weinig lage tonen bevatten.
LET OP
- Gebruik uitsluitende met de op het achterpaneel van dit toestel aangegeven impedantie.
- Zorg ervoor dat de luidsprekerdraden elkaar niet kunnen raken en ook geen metalen onderdelen van het toestel kunnen raken. Hierdoor kan het toestel zowel als de luidsprekers beschadigd raken.
Indien nodig kunt u na het opstellen en aansluiten met SET MENU de instellingen voor de luidsprekers wijzigen zodat deze overeenkomen met het aantal en de afmetingen van de luidsprekers in uw configuratie.
■Luidsprekerkabels

Een luidsprekersnoer bestaat eigenlijk uit een paar van isolatie voorziene draden naast elkaar. Een van deze draden heeft een afwijkende kleur of vorm, misschien heeft deze een streepje, een groef of een ribbel.
1 Strip ongeveer 10 mm van de isolatie van de uiteinden van beide draden.
2 Draai de blote uiteinden van de draden in elkaar om kortsluiting te voorkomen.
■Aansluiten op de SPEAKERS aansluitingen
Rood: positief (+)
Zwart: negatief (−)

1 Draai de knop van de aansluiting los.
2 Steek alleen het blote stukje draad in de opening in de zijkant van de aansluiting.
3 Draai de knop weer vast.
■MAIN SPEAKERS aansluitingen
U kunt hier indien gewenst twee luidsprekersystemen aansluiten. Als u slechts een enkel luidsprekersysteem gebruikt, kunt u kiezen of u de MAIN A of MAIN B aansluiting wilt gebruiken.
■REAR SPEAKERS aansluitingen
U kunt hier een achter-luidsprekersysteem aansluiten.
■CENTER SPEAKER aansluitingen
U kunt hier een midden-luidspreker aansluiten.
■REAR CENTER SPEAKER aansluitingen
U kunt hier een midden achter-luidspreker aansluiten.

De afbeelding toont de opstelling van de luidsprekers in de kamer.
■De SUBWOOFER aansluiting
Wanneer u een subwoofer met ingebouwde versterker gebruikt, inclusief het YAMAHA Active Servo Processing System, dient u de ingangsaansluiting van het subwoofersysteem te verbinden met deze aansluiting. De zeer lage tonen voor de hoofd-, midden- en/of achterkanalen worden dan naar deze aansluiting gestuurd overeenkomstig uw SPEAKER SET instellingen. De LFE (Lage Frequentie Effecten) signalen voor Dolby Digital of DTS materiaal worden eveneens naar deze aansluiting gestuurd overeenkomstig uw SPEAKER SET instellingen.
Opmerkingen
- De afsnijfrequentie voor de SUBWOOFER aansluiting is 90 Hz.
- Als u geen subwoofer gebruikt, dient u de signalen voor de linker en rechter hoofd-luidsprekers toe te wijzen door de instelling van het onderdeel "1E BASS" van de luidspreker-instellingen (SPEAKER SET) onder het SET MENU te wijzigen naar MAIN.
- Gebruik de bedieningsorganen van de subwoofer zelf om het volume daarvan te regelen. Het is ook mogelijk het volume in te stellen via de afstandsbediening van dit toestel (zie "REGELEN VAN DE NIVEAUS VAN DE EFFECT-LUIDSPREKERS" op bladzijde 51).
■IMPEDANCE SELECTOR Impedantie keuzeschakelaar
WAARSCHUWING
Verzet de impedantie keuzeschakelaar (IMPEDANCE SELECTOR) niet terwijl het toestel is ingeschakeld, daar dit het toestel kan beschadigen. Als dit toestel niet inschakelt wanneer er op de STANDBY/ON (of SYSTEM POWER) toets wordt gedrukt, is het mogelijk dat de impedantie keuzeschakelaar (IMPEDANCE SELECTOR) wellicht niet goed in een van de twee mogelijke standen staat. In dit geval dient u de keuzeschakelaar goed in de juiste stand te zetten terwijl het toestel uit (standby) staat.
Zet de schakelaar in de juiste stand (links of rechts) aan de hand van de impedantie van de luidsprekers in uw systeem. Verzet deze schakelaar alleen wanneer het toestel uit (standby) staat.

| Stand | Luidspreker | Impedantie |
| Links | Hoofd | Als u een paar hoofd-luidsprekers gebruikt, moet de impedantie van elke luidspreker tenminste 4 Ω bedragen.Als u twee paar hoofd-luidsprekers gebruikt, moet de impedantie van elke luidspreker tenminste 8 Ω bedragen. |
| Midden | De impedantie moet tenminste 6 Ω bedragen. | |
| Midden achter | De impedantie moet tenminste 6 Ω bedragen. | |
| Achter | De impedantie van elke luidspreker moet tenminste 6 Ω bedragen. | |
| Rechts | Hoofd | Als u een paar hoofd-luidsprekers gebruikt, moet de impedantie van elke luidspreker tenminste 8 Ω bedragen.Als u twee paar hoofd-luidsprekers gebruikt, moet de impedantie van elke luidspreker tenminste 16 Ω bedragen.[Alleen modellen voor Canada] De impedantie van elke luidspreker moet tenminste 8 Ω bedragen. |
| Midden | De impedantie moet tenminste 8 Ω bedragen. | |
| Midden achter | De impedantie moet tenminste 8 Ω bedragen. | |
| Achter | De impedantie van elke luidspreker moet tenminste 8 Ω bedragen. |
AANSLUITINGEN
Voor u andere componenten gaat aansluiten
LET OP
Sluit dit toestel en andere componenten niet aan op de netspanning voor u alle aansluitingen tussen de componenten heeft gemaakt.
- Let er op dat u alle aansluitingen op de juiste manier maakt, dus L (Links) op L, R (Rechts) op R, “+” op “+” en “-” op “-”. Sommige componenten hebben afwijkende aansluitingen of afwijkende benamingen voor de aansluitingen. Raadpleeg daarom de handleiding van elk van de op dit toestel aan te sluiten componenten.
- Wanneer u andere YAMAHA audiocomponenten (zoals een cassettedeck, MD-recorder en CD-speler of -wisselaar), dient u deze te verbinden met de aansl met hetzelfde nummer; 1, 3, 4 enz. YAMAHA gebruikt voor al haar producten hetzelfde labelsysteem.
- Nadat u alle aansluitingen heeft gemaakt, moet u ze nog een keer allemaal nalopen om te zien of alles in orde is.
- De naam van de aansluiting komt overeen met de aanduidingen bij gebruik van de ingangskeuzetoetsen.
■Digitale aansluitingen
Dit toestel heeft digitale aansluitingen om digitale signalen direct door te geven via hetzij coaxiale, hetzij optische glasvezelkabels. U kunt de digitale aansluitingen gebruiken om PCM, DTS en Dolby Digital bitstromen te verwerken. Om te kunnen genieten van multikanaals weergave van DVD materiaal enz. met DSP effecten, dient u digitale aansluitingen te maken. Alle digitale ingangsaansluitingen zijn geschikt voor digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz.
Opmerking
- De OPTICAL aansluitingen van dit toestel voldoen aan de EIA standaard. Als u een optische glasvezelkabel gebruikt die niet aan deze standaard voldoet, is het mogelijk dat het toestel niet naar behoren kan functioneren.

Aansluiten van videocomponenten
Raadpleeg tevens de aansluitvoorbeelden op de volgende bladzijde.
■Soorten video-aansluitingen
Dit toestel is uitgerust met de volgende drie soorten video-aansluitingen:

① VIDEO aansluiting
Voor een conventioneel composiet (samengesteld) videosignaal.
② S VIDEO aansluiting
Via deze aansluiting worden kleur en luminantie (helderheid) gescheiden doorgegeven waardoor een hogere beeldkwaliteit wordt bereikt.
③ COMPONENT VIDEO aansluitingen
Via deze aansluitingen worden beeldbepalende kleurverschillen (P B /C B , P R /C R ) en luminantie (helderheid) gescheiden doorgegeven waardoor de beste beeldkwaliteit wordt verkregen.
- Elk van deze video-aansluitingen werkt onafhankelijk van de andere. Signalen die binnenkomen via de composiet video, S-video of component video-ingangsaansluitingen worden uitsluitend gereproduceerd via de bijbehorende composiet, S-video of component video-uitgangsaansluitingen.
- Maak gebruik van los verkrijgbare kabels met de juiste stekkers en andere kenmerken voor het maken van de vereiste aansluitingen.
- De omschrijving van de component video-aansluitingen kan iets anders zijn op de andere componenten in uw systeem (bijv. Y, G, C R /Y, P B , P _R /Y, B-Y, R-Y enz.). Bij gebruik van deze aansluitingen dient u daarom tevens de handleiding van de andere betrokken component te raadplegen.
■Aansluiten van een videomonitor
Sluit de video-ingangsaansluiting van uw monitor aan op de MONITOR OUT VIDEO aansluiting.
Opmerking
- Als u dit toestel aansluit op een broncomponent via de S-video (of component video) aansluitingen, dient u uw monitor eveneens aan te sluiten via S-video (of component video) aansluitingen.
■Aansluiten van een DVD-speler/digitale TV/kabel-TV
Verbind de optisch digitale audio-uitgangsaansluiting van de component met de DIGITAL INPUT aansluiting en de video-uitgangsaansluiting van deze component met de VIDEO aansluiting van dit toestel. Sluit vervolgens de AUDIO aansluitingen van de component aan op de AUDIO aansluitingen van dit toestel.

- Als uw video-component is voorzien van een S-video of component video uitgangsaansluiting, kunt u de S-video uitgangsaansluiting van de component verbinden met de S VIDEO aansluiting van dit toestel, of de component video-uitgangsaansluitingen van de component met de COMPONENT VIDEO ingangsaansluitingen van dit toestel.
- De AUDIO aansluitingen zijn mede bedoeld voor een videocomponent zonder optisch digitale uitgangsaansluiting. Multikanaals weergave kan echter niet worden verkregen met audiosignalen die binnenkomen via de AUDIO aansluitingen.
■Aansluiten van een spelcomputer of camcorder
Verbind de optisch digitale audio-uitgangsaansluiting van uw video-component met de OPTICAL aansluiting op het voorpaneel en verbind de video-uitgangsaansluitingen van deze component met de VIDEO aansluiting op het voorpaneel.

- Als uw video-component is voorzien van een S-video uitgangsaansluiting, kunt u de S-video uitgangsaansluiting van de component verbinden met de S VIDEO aansluiting van dit toestel.
- De AUDIO aansluitingen zijn mede bedoeld voor een videocomponent zoals een camcorder zonder optisch digitale uitgangsaansluiting.
■Aansluiten van een videorecorder of digitale videorecorder (DVR)
Verbind de audio-ingangsaansluitingen van uw video-component met de AUDIO OUT aansluitingen en verbind de video-ingangsaansluiting van deze component met de VIDEO OUT aansluiting van dit toestel om beelden te kunnen opnemen.
Verbind de audio-uitgangsaansluitingen van uw video-component met de AUDIO IN aansluitingen en verbind de video-uitgangsaansluiting van deze component met de VIDEO IN aansluiting van dit toestel om videomateriaal afgespeeld op de broncomponent via dit toestel te kunnen weergeven.
U kunt een tweede videorecorder of digitale videorecorder aansluiten via de VCR 2/DVR aansluitingen.

- Als uw video-component is voorzien van een S-video ingangsaansluiting, kunt u de S-video ingangsaansluiting van de component verbinden met de S VIDEO OUT aansluiting van dit toestel.
- Als uw video-component is voorzien van een S-video uitgangsaansluiting, kunt u de S-video uitgangsaansluiting van de component verbinden met de S VIDEO IN aansluiting van dit toestel.
Opmerkingen
- Wanneer u eenmaal een component waarmee kan worden opgenomen heeft aangesloten op dit toestel, dient u deze altijd ingeschakeld te houden wanneer u dit toestel gebruikt. Als de stroom van een dergelijke component wordt uitgeschakeld, kan de weergave van andere componenten gestoord worden.
- Dit toestel heeft gescheiden circuits voor S-video en component videosignalen. Zorg er daarom voor dat dit toestel zowel op de broncomponenten als op de component waarmee u wilt opnemen is aangesloten via dezelfde soort video-aansluitingen.

flowchart
graph TD
A["Videorecorder 1"] -->|AUDIO OUTPUT| B["TV/digitale TV/kabel-TV"]
A -->|AUDIO INPUT| C["TV/digitale TV/kabel-TV"]
A -->|VIDEO INPUT| D["TV/digitale TV/kabel-TV"]
A -->|VIDEO OUTPUT| E["TV/digitale TV/kabel-TV"]
B --> F["COMPONENT VIDEO\nBioGainCu Y"]
B --> G["DVD-speler"]
C --> H["VIDEO OUTPUT"]
D --> I["VIDEO OUTPUT"]
E --> J["VIDEO OUTPUT"]
F --> K["VIDEO monitoring"]
G --> L["VIDEO monitoring"]
H --> M["VIDEO monitoring"]
I --> N["VIDEO monitoring"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
style H fill:#cfc,stroke:#333
style I fill:#cfc,stroke:#333
style J fill:#cfc,stroke:#333
style K fill:#ffc,stroke:#333
style L fill:#cfc,stroke:#333
style M fill:#ffc,stroke:#333
style N fill:#cfc,stroke:#333

Aansluiten van audiocomponenten
■Aansluiten van een CD-speler
Verbind de coaxiaal digitale uitgangsaansluiting van uw CD-speler met de DIGITAL INPUT CD aansluiting.

- De AUDIO aansluitingen zijn beschikbaar voor een CD-speler zonder coaxiaal digitale uitgangsaansluiting.
■Aansluiten van een CD-recorder of MD-recorder
Verbind de optisch digitale ingangsaansluiting van uw CD- of MD-recorder met de DIGITAL OUTPUT MD/CD-R aansluiting om digitale opnamen mogelijk te maken.
Verbind de optisch digitale uitgangsaansluiting van uw CD- of MD-recorder met de DIGITAL INPUT MD/CD-R aansluiting om op de opname-apparatuur afgespeeld materiaal via dit toestel te kunnen weergeven.

- De AUDIO aansluitingen zijn beschikbaar voor een CD- of MD-recorder zonder optisch digitale in- of uitgangsaansluitingen.
Opmerkingen
- Wanneer u opname apparatuur aansluit op dit toestel, dient u deze apparatuur ingeschakeld te houden terwijl u dit toestel gebruikt. Als de stroom is uitgeschakeld, is het mogelijk dat dit toestel de geluidssignalen van andere apparatuur vervormt.
- De DIGITAL OUTPUT aansluiting en de analoge OUT (REC) aansluitingen zijn geheel van elkaar gescheiden. Digitale signalen worden uitsluitend gereproduceerd via de DIGITAL OUTPUT aansluitingen, terwijl de OUT (REC) aansluiting uitsluitend analoge signalen reproduceert.
DSP-AX630SE Aansluiten van een tuner
Verbind de uitgangsaansluitingen van uw tuner met de TUNER aansluitingen.

→ geeft de signaalrichting aan
- geeft linker analoge signaalkabel aan
— geeft rechter analoge signaalkabel aan
- geeft coaxiale kabel aan
geeft optische glasvezelkabel aan
Aansluiten van de antennes RX-V630RDS
Dit toestel wordt geleverd met zowel een AM als een FM binnenantenne. In de meeste gevallen zullen deze antennes zorgen voor een voldoende ontvangst.
Sluit de antennes op de juiste wijze aan op de daarvoor bestemde aansluitingen.

75 Ohm/300 Ohm antenne-adapter (Model voor het V.K.)
1

Maak de meegeleverde 75 Ohm/300 Ohm antenneadapter open.
2

Ecnheid: mm
Snijd of knip de mantel van de 75 Ohm coaxkabel zoals afgebeeld en maak deze klaar voor de aansluiting.
3

Knip de draad en verwijder deze.
4
Druk samen met een tang.

Druk samen met een tang.
Doe de draad in de sleuf.
5

Doe de draad uit de kabel in de sleuf en druk deze vast met een tang.
■Aansluiten van de AM ringantenne
1 Zet de AM ringantenne in elkaar en sluit deze vervolgens aan op het toestel.

2Druk op het lipje en steek de draden van de ringantenne in de AM ANT en GND (aarde) aansluitingen.

3 Zet de AM ringantenne zo neer dat u de beste ontvangst krijgt.

Opmerkingen
- Zet de AM ringantenne zo ver mogelijk bij dit toestel vandaan.
- De AM ringantenne moet aangesloten blijven, ook al heeft u een AM buitenantenne op dit toestel aangesloten.
Een op de juiste manier aangesloten buitenantenne biedt een betere ontvangst dan een binnenantenne. Als u de ontvangst slecht vindt, kan een buitenantenne misschien soclaas bieden. Raadpleeg uw dichtstbijzijnde YAMAHA dealer of service-centrum omtrent de aansluiting van een buitenantenne.
Aansluiten van externe versterkers
Als u het uitgangsvermogen van de luidsprekers wilt opvoeren, of wanneer u een andere versterker wilt gebruiken, kunt u als volgt een externe versterker aansluiten op de OUTPUT aansluitingen.
Opmerking
- Wanneer er RCA (tulp-) stekkers verbonden zijn met de OUTPUT aansluitingen voor weergave via een externe versterker, zullen er ook signalen worden gereproduceerd via de SPEAKERS aansluitingen.

①SUBWOOFER aansluiting
Wanneer u een subwoofer met ingebouwde versterker gebruikt, inclusief het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer Systeem, dient u de ingangsaansluiting van het subwoofersysteem te verbinden met deze aansluiting. De zeer lage tonen voor de hoofd-, midden- en/of achterkanalen worden dan naar deze aansluiting gestuurd overeenkomstig uw SPEAKER SET instellingen. De LFE (Lage Frequentie Effecten) signalen voor Dolby Digital of DTS materiaal worden eveneens naar deze aansluiting gestuurd overeenkomstig uw SPEAKER SET instellingen.
Opmerkingen
- De afsnijfrequentie voor de SUBWOOFER aansluiting is 90 Hz.
- Als u geen subwoofer gebruikt, dient u de signalen voor de linker en rechter hoofd-luidsprekers opnieuw te bepalen door het onderdeel "1E BASS" van de SPEAKER SET instellingen onder het SET MENU instelmenu te wijzigen.
- Gebruik de bedieningsorganen van de subwoofer zelf om het volume daarvan te regelen. Het is ook mogelijk het volume in te stellen via de afstandsbediening van dit toestel (zie "REGELEN VAN DE NIVEAUS VAN DE EFFECT-LUIDSPREKERS" op bladzijde 51).
②MAIN aansluitingen
Hoofdkanaal uitgangsaansluitingen.
Opmerking
- De uitgangssignalen via deze aansluitingen kunnen worden geregeld door de BASS en TREBLE instellingen.
③ REAR CENTER aansluiting
Aansluiting voor het midden achterkanaal uitgangssignaal.
④CENTER aansluiting
Aansluitingen voor het middenkanaal uitgangssignaal.
⑤ REAR (SURROUND) aansluitingen
Achter-kanaal uitgangsaansluitingen.
Aansluiten van een externe decoder
Dit toestel is uitgerust met 6 extra ingangsaansluitingen (links en rechts MAIN, CENTER, links en rechts SURROUND en SUBWOOFER) voor gescheiden multikanaals ingangssignalen van een externe decoder, geluidsprocessor of voorversterker.
Sluit de uitgangsaansluitingen van uw externe decoder aan op de 6CH INPUT ingangsaansluitingen. Let er op dat de linker en rechter uitgangsaansluitingen worden aangesloten op de linker en rechter ingangsaansluitingen voor de hoofd en surround kanalen.
Opmerkingen
- Wanneer u 6CH INPUT selecteert als signaalbron, zal dit toestel automatisch de ingebouwde geluidsveldprocessor uitschakelen en zal het derhalve niet mogelijk zij te luisteren met een van de DSP programma's.
- Wanneer u 6CH INPUT selecteert als signaalbron, zullen de instellingen voor "1 SPEAKER SET" via het SET MENU buiten werking worden gesteld, met uitzondering van "1F MAIN Lv".
Aansluiten van netsnoeren

(Model voor Europa)
■Aansluiten van het netsnoer
Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
■Geschakelde netstroomaansluitingen (AC OUTLETS) (SWITCHED)
Modellen voor de VS, Canada, China, Europa, Singapore en algemene modellen .... 2 aansluitingen Modellen voor het V.K. en Australië .... 1 aansluiting U kunt deze gebruiken om andere componenten uit uw systeem van stroom te voorzien. De aan/uit toets STANDBY/ON (of SYSTEM POWER en STANDBY) van dit toestel zal vervolgens ook deze componenten bedienen. Deze netstroomaansluitingen kunnen een component van stroom voorzien wanneer dit toestel is ingeschakeld. Het maximale vermogen (totale stroomverbruik van de aangesloten componenten) dat kan worden aangesloten op deze AC OUTLETS hangt mede af van de plaats waar u het toestel heeft aangeschaft. Modellen voor China en algemene modellen .... 50 W Overige modellen .... 100 W
Inschakelen van de stroom
Pas wanneer alle aansluitingen gemaakt zijn, mag u dit toestel inschakelen.


1 Druk op STANDBY/ON (SYSTEM POWER op de afstandsbediening) om dit toestel aan te zetten.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
Het niveau van het hoofdvolume zal op het display op het voorpaneel getoond worden, gevolgd door de naam van het DSP programma.
2Zet de op dit toestel aangesloten video-monitor aan.
LUIDSPREKER-INSTELLINGEN
Dit toestel heeft 6 SPEAKER SET onderdelen op het SET MENU die u moet instellen aan de hand van het aantal luidsprekers in uw opstelling en hun afmetingen. De volgende tabel geeft een kort overzicht van deze SPEAKER SET onderdelen em laat de begininstellingen en andere mogelijke instellingen zien.
Als de begininstellingen in de volgende tabel niet geschikt zijn voor uw luidspreker-configuratie, dient u "1 SPEAKER SET" op de bladzijden 43-45 te raadplegen om deze instellingen te wijzigen.
Samenvatting SPEAKER SET onderdelen 1A t/m 1F
| Onderdeel | Beschrijving | Mogelijke instellingen (Fabrieksinstelling vet gedrukt) |
| 1A CENTER | Instelling aanwezigheid en afmetingen midden-luidspreker. | LRG/SML/NON |
| 1B MAIN | Instelling afmetingen hoofd-luidsprekers. | LARGE/SMALL |
| 1C REAR LR | Instelling aanwezigheid en afmetingen L/R achter-luidsprekers. | LRG/SML/NON |
| 1D REAR CT | Instelling aanwezigheid en afmetingen midden achter-luidspreker. | LRG/SML/NON |
| 1E BASS | Instelling van de luidspreker(s) voor reproductie van lage tonen. | SWFR/MAIN/BOTH |
| 1F MAIN Lv | Instelling van het niveau voor de hoofd-luidsprekers. | Nrm (Normal)/–10 dB |
INSTELLEN VAN HET UITGANGSNIVEAU VAN DE LUIDSPREKERS
Dit hoofdstuk legt uit hoe u de uitgangsniveaus voor de luidsprekers kunt instellen met behulp van de testtoon-generator. Deze instelling is nodig om de uitgangsniveaus van de zes luidsprekers die nodig zijn in surround geluidssystemen zoals waargenomen op de luisterplek met elkaar in evenwicht te brengen. Dit is belangrijk om de beste prestaties van de digitale geluidsveldprocessor en van de diverse decoders (Dolby Digital, Dolby Pro Logic, Dolby Pro Logic II en DTS) te kunnen waarborgen.
Opmerking
- Aangezien dit toestel de test niet kan uitvoeren wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten, moet eerst een eventueel op de PHONES aansluiting aangesloten hoofdtelefoon losmaken voor u de testtoon kunt gebruiken.
Voor u begint

1 Druk SPEAKERS A of B en selecteer welke hoofd-luidsprekers u wilt gebruiken.

Als u beide sets hoofd- luidsprekers wilt gebruiken, dient u zowel A als B in te drukken.
2Zet de BASS (lage tonen) en TREBLE (hoge tonen) regelaars op het voorpaneel in het midden.

Gebruik van de testtoon
Gebruik de testtoon om het uitgangsniveau van de luidsprekers in evenwicht te brengen. U dient het uitgangsniveau van elk van de luidsprekers te regelen met de afstandsbediening terwijl u op de luisterplek zit.


1 Druk op AMP.

2 Druk op TEST om de testtoon te laten klinken.

3 Regel het volume van dit toestel zo af dat u de testtoon goed kunt horen.
De testtoon zal (achtereenvolgens) klinken uit de linker hoofd-luidspreker, midden-luidspreker, rechter hoofd-luidspreker, rechter achter-luidspreker, midden achter-luidspreker, linker achter-luidspreker en uit de subwoofer. De toon klinkt 2,5 seconden lang uit elk van deze luidsprekers.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening

* De testtoon voor de subwoofer zal worden gereproduceerd na de linker achter-luidspreker (LEFT SURROUND).
Het display op het voorpaneel laat zien via welke luidspreker de testtoon op dit moment wordt geproduceerd.
Opmerking
- Als u de testtoon niet kunt horen, zet het volume dan laag, zet het toestel uit (standby) en controleer vervolgens alle luidspreker-aansluitingen.
4 Stel het niveau van de effect-luidsprekers in met <//> zodat dit overeenkomt met het niveau dat de hoofd-luidsprekers produceren.
Bij het instellen zal de testtoon uit de geselecteerde luidspreker klinken.

Opmerking
- Het niveau van de hoofd-luidsprekers kunt u regelen met de VOLUME knop (of VOLUME +/- op de afstandsbediening).
5 Druk op TEST om de testtoon te stoppen wanneer u klaar bent.

Opmerkingen
- Als "1A CENTER" van het SET MENU op NON (geen) staat, zal het signaal voor het middenkanaal automatisch worden weergegeven via de linker en rechter hoofd-luidsprekers.
- Als “1C REAR LR” van het SET MENU op NON (geen) staat, zult u bij stap 4 het uitgangsniveau van de rechter, linker en midden achter-luidsprekers niet kunnen instellen. De testtoon gaat de luidsprekers af, maar slaat de rechter, linker en midden achter-luidsprekers over.
- Als "1D REAR CT" van het SET MENU op NON (geen) staat, zult u bij stap 4 het uitgangsniveau van de midden achter-luidspreker niet kunnen instellen. De testtoon gaat de luidsprekers af, maar slaat de midden achter-luidspreker over.
- Als het onderdeel "1E BASS" van het SET MENU op MAIN staat, zal de testtoon de subwoofer overslaan.

- Het is niet nodig de luidsprekerniveaus bij te stellen wanneer u deze eenmaal correct heeft ingesteld (zolang u de luidsprekerconfiguratie niet verandert). U kunt nu in het vervolg gewoon luisteren en kijken naar het gewenste materiaal en het algehele volume regelen met de VOLUME knop (of VOLUME +/- op de afstandsbediening).
- Als u het uitgangsniveau van de effect-luidsprekers (midden, links achter, rechts achter en midden achter) niet tot het niveau van de hoofd-luidsprekers kunt verhogen, dient u het onderdeel "1F MAIN Lv" van het SET MENU instelmenu op -10 dB te zetten (zie bladzijde 45). Hierdoor zal het uitgangsniveau van de hoofd-luidsprekers tot ongeveer een derde van het normale niveau worden teruggebracht. Nadat u het onderdeel "1F MAIN Lv" van het SET MENU op -10 dB heeft gezet, dient u de uitgangsniveaus voor de midden, achter en achter-midden-luidsprekers opnieuw in te stellen.
BASISWEERGAVE

1 Druk op STANDBY/ON (SYSTEM POWER op de afstandsbediening) om de stroom in te schakelen.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
2Zet de op dit toestel aangesloten video-monitor aan.
3 Druk op SPEAKERS A of B om de hoofd-luidsprekers die u wilt gebruiken te kiezen.

Als u beide sets hoofd- luidsprekers wilt gebruiken, dient u zowel A als B in te drukken.
4 Druk herhaaldelijk kd op INPUT ◀/▷ (de ingangskeuzetoetsen op de asb) en sel de gewenste sbr.
De naam en ingangsfunctie van de geselecteerde signaalbron worden een paar seconden lang op het voorpaneel getoond.

Selecteren van de op de 6CH INPUT aansluitingen aangesloten audiobron
(Bij combinatie met een videobron)
- U moet de ingang selecteren waarop de videobron is aangesloten voor u de audiobron selecteert.
Druk op 6CH INPUT tot "6CH INPUT" verschijnt op het display op het voorpaneel.

flowchart
graph TD
A["6CH INPUT"] --> B["voorpaneel"]
C["6CH INPUT"] --> D["Afstandsbediening"]
B --> E["6CH INPUT"]
D --> E
Opmerking
- Als "6CH INPUT" wordt getoond op het display op het voorpaneel kan er geen andere signaalbron worden weergegeven. Om een andere signaalbron te selecteren dient u eerst op 6CH INPUT te drukken zodat "6CH INPUT" weer van het display op het voorpaneel verdwijnt.
5 Begin de weergave of stem af op een zender op de bronapparatuur.
Raadpleeg de handleiding van de betreffende apparatuur.
6 Stel het volume in op het gewenste niveau.
Het volumeniveau wordt digitaal aangegeven.
Voorbeeld: -70 dB
Instelbereik: VOLUME MUTE (minimum) t/m 0 dB (maximum)
De indicator voor het volumeniveau geeft het huidige volume ook aan met een balk.
Indien gewenst kunt u met BASS en TREBLE de weergave van de lage en de hoge tonen regelen. Deze instellingen gelden alleen voor de weergave via de hoofd-luidsprekers.

BASS

TREBLE

of

Afstandsbediening
Voorpaneel
Opmerkingen
- Als u de hoge of lage tonen teveel versterkt of verzwakt, is het mogelijk dat de toonkwaliteit van de midden- en achter-luidsprekers niet overeenkomt met die van de linker en rechter hoofd-luidsprekers.
- Als u opname-apparatuur heeft aangesloten op de VCR 1 OUT, VCR 2/DVR OUT of MD/CD-R OUT aansluitingen en u merkt dat er storing optreedt of dat het volume te laag is bij weergave van andere componenten, dan moet u proberen de opname-apparatuur in te schakelen, ook al gebruikt u deze apparatuur op het moment niet.
7 Selecteer indien gewenst een DSP programma.
Gebruik de PROGRAM ◀/▷ (DSP
programmatoetsen op de afstandsbediening) om een DSP programma te selecteren. Zie de bladzijden 29 t/m 33 voor details omtrent de DSP programma's. Bij gebruik van de afstandsbediening dient u eerst op AMP te drukken voor u een DSP programma kunt selecteren.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
■Achtergrondvideo (BGV) functie
De achtergrondvideo (BGV) functie stelt u in staat een videosignaal van een videobron te combineren met een audiosignaal van een audiobron. Zo kunt u bijvoorbeeld naar klassieke muziek luisteren terwijl u een video van een rustgevend landschap bekijkt.
Selecteer een signaalbron uit de video-groep en kies vervolgens een signaalbron uit de audio-groep met de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening. De BGV functie werkt niet als u de signaalbronnen instelt met de INPUT </> toetsen op het voorpaneel.

flowchart
graph TD
A["MD/CD/R-TUNERCD"] --> B["DVD"]
A --> C["DTV/CBL"]
A --> D["VAUX"]
A --> E["VCR"]
A --> F["VCRE/DVR"]
■Tijdelijk uitschakelen (dempen) van de geluidsweergave
Druk op MUTE op de afstandsbediening.
Druk nog een keer op MUTE om de geluidsweergave weer te hervatten.


- U kunt de geluidsweergave ook weer inschakelen door op VOLUME +/- enz. te drukken.
- Terwijl de geluidsweergave tijdelijk is uitgeschakeld (demping), zal de "MUTE" indicator knipperen op het display op het voorpaneel.
■Als u het toestel niet meer wilt gebruiken
Druk op STANDBY/ON (STANDBY op de afstandsbediening) om het toestel uit (standby) te zetten.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
Ingangsfuncties en aanduidingen
Dit toestel heeft diverse ingangsaansluitingen. U kunt het gewenste type ingangssignaal selecteren.
Wanneer u dit toestel aan zet, zal de ingangsfunctie worden ingesteld volgens de instelling van "8 INPUT MODE" van het SET MENU (zie bladzijde 47 voor details).
Druk net zo vaak op INPUT MODE (de ingangskeuzetoets die u heeft ingedrukt om deze signaalbron te selecteren op de afstandsbediening) tot de gewenste ingangsfunctie verschijnt op het display op het voorpaneel.

flowchart
graph TD
A["INPUT MODE"] --> B["Voorpaneel"]
C["CD"] --> D["MD/CD R"]
C --> E["TUNER"]
C --> F["DVD"]
C --> G["DRV/CBL"]
C --> H["VAUX"]
C --> I["VOR"]
C --> J["DR2/DVR"]
K["Afstandsbediening"] --> L["↓"]
L --> M["VCR/0A"]
L --> N["VCR 1"]
L --> O["V-AUX"]
L --> P["DFV/CBL"]
L --> Q["DVD"]
L --> R["MD/CD R"]
L --> S["TUNER"]
L --> T["CD"]
T --> U["VOLUME"]
U --> V["L"]
U --> W["R"]
X["Ingangsfunctie"] --> Y["DVD AUTO"]
AUTO: In deze stand zal het ingangssignaal automatisch als volgt worden geselecteerd:
1) Digitaal signalen
2) Analoge signalen
DTS: In deze functie worden alleen DTS gecodeerde digitale signalen geselecteerd, ook als er tegelijkertijd andere ingangssignalen beschikbaar zijn.
ANALOG: In deze functie worden alleen analoge signalen geselecteerd, ook als er tegelijkertijd digitale ingangssignalen beschikbaar zijn.
Opmerkingen
- Als u AUTO heeft geselecteerd, zal dit toestel automatisch het type signaal bepalen. Als er een Dolby Digital of DTS signaal wordt herkend, zal de decoder automatisch de bijbehorende instellingen verrichten.
- Bij weergave van Dolby Digital of DTS gecodeerde discs op sommige LD- of DVD-spelers, is het mogelijk dat de geluidsweergave eventjes stokt wanneer de weergave wordt hervat nadat er op de disc gezocht is omdat het digitale signaal opnieuw herkend en geselecteerd moet worden.
- Voor LD materiaal zonder digitale soundtrack, is het mogelijk dat er bij sommige LD-spelers geen geluid zal worden weergegeven. Zet in een dergelijk geval de ingangsfunctie op ANALOG te zetten.
■Opmerkingen omtrent digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz
De digitale ingangsaansluitingen van dit toestel zijn in staat digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96-kHz te verwerken. U wordt gewezen op het volgende wanneer dit toestel digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96-kHz ontvangt:
- DSP programma's kunnen niet worden gebruikt.
- Het geluid zal worden weergegeven als een normaal 2-kanaals stereosignaal, alleen via de linker en rechter hoofd-luidsprekers. (Er kan geluid worden geproduceerd door de subwoofer, afhankelijk van de SPEAKER MODE instellingen via het SET MENU.) Daarom kan het niveau van de effect-luidsprekers niet worden ingesteld terwijl u naar een dergelijke signaalbron luistert.
■Opmerkingen bij weergave van een DTS-CD/LD's
- Als het digitale uitgangssignaal van de speler op de een of andere manier is bewerkt, kunt u mogelijk het DTS signaal niet meer decoderen, ook al is er een digitale verbinding tussen dit toestel en de speler.
- Als u een DTS gecodeerd bronsignaal weergeeft en de ingangsfunctie op ANALOG zet, zal dit toestel de ruis behorend bij een rauw DTS signaal weergeven. In dit geval dient u de signaalbron aan te sluiten op een digitale ingangsaansluiting en dient u de ingangsfunctie op AUTO of DTS te zetten.
- Als u de ingangsfunctie op ANALOG zet terwijl er een DTS gecodeerd signaal wordt weergegeven, zal dit toestel geen geluid produceren.
- Als u een DTS gecodeerd bronsignaal weergeeft en de ingangsfunctie op AUTO zet;
- Zal dit toestel automatisch bij detectie van een DTS signaal naar de DTS-decodering functie schakelen (de "dts" indicator zal oplichten). De "dts" indicator kan direct na het einde van de weergave van een DTS gecodeerd bronsignaal gaan knipperen. Terwijl deze indicator aan het knipperen is, kan er alleen een DTS gecodeerd bronsignaal worden weergegeven. Als u nu een gewoon PCM bronsignaal wilt laten weergeven, dient u de ingangsfunctie terug op AUTO te zetten.
- De “dts” indicator kan gaan knipperen wanneer de ingangsfunctie op AUTO staat en er gezocht wordt of een stuk wordt overgeslagen bij weergave van een DTS gecodeerd bronsignaal. Als deze toestand 30 seconden of langer voortduurt, zal het toestel automatisch van de “DTS-decodering” functie overschakelen naar de ingangsfunctie voor digitale PCM signalen. De “dts” indicator zal vervolgens doven.
Selecteren van een geluidsveldprogramma
U kunt uw luister-ervaring verbeteren door een DSP geluidsveldprogramma te selecteren. Zie de bladzijden 29 t/m 33 voor details over elk van deze programma's.

1 Druk op AMP.

2 Druk op een van de DSP toetsen op de afstandsbediening om het gewenste programma te selecteren.
De naam van het geselecteerde programma verschijnt op het display op het voorpaneel.

flowchart
graph TD
A["Programmaam"] --> B["Sub-programmaam"]
B --> C["Digital Display"]
C --> D["Digital Display"]
D --> E["Sub-programmaam"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cff,stroke:#333
style D fill:#ffc,stroke:#333
style E fill:#cfc,stroke:#333
3 Nadat u het gewenste programma geselecteerd heeft, dient u herhaaldelijk op dezelfde toets te drukken om eventueel een sub-programma te selecteren.
Voorbeeld: Als u herhaaldelijk op MOVIE THEATER 1 drukt, zal het sub- programma heen en weer schakelen tussen "Sci-Fi" en "Spectacle".

flowchart
graph TD
A["HALL"] --> B["STAYS"]
C["JAZZ CLUB"] --> D["STAYS"]
E["BOOK CONCORT"] --> F["INTERM 1"]
G["ENTER TANKMENT"] --> H["INTERM 2"]
I["EX/YB"] --> J["+10"]
K["INTERO"] --> L["+10"]
M["EMER"] --> N["+10"]
O["SELECT"] --> P["9"]
Q["Select"] --> R["8"]
S["21"] --> T["↓"]
Programmanaam

Opmerkingen
- Dit toestel beschikt over 9 DSP programma's en sub-programma's. Welke programma's gebruikt kunnen worden hangt echter mede af van het formaat van het ingangssignaal daar niet alle sub-programma's gebruikt kunnen worden met alle ingangssignalen.
- De digitale geluidsveldprocessor kan niet worden gebruikt wanneer de geselecteerde signaalbron is aangesloten op de 6CH INPUT aansluitingen van dit toestel, of wanneer het ingangssignaal een digitaal signaal is met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz.
- De akoestiek van de ruimte waarin u en uw systeem zich bevinden heeft ook zijn weerslag op de weergave van het DSP programma. Zorg voor zo min mogelijk gereflecteerd geluid om het effect van het programma maximaal te benutten.
- Wanneer u een signaalbron selecteert, zal dit toestel automatisch het laatst met die signaalbron gebruikte DSP programma instellen.
- Wanneer u dit toestel uitschakelt (standby), worden de op dat moment ingeschakelde signaalbron en het gebruikte DSP programma automatisch opgeslagen in het geheugen, zodat deze automatisch kunnen worden ingesteld wanneer de volgende keer de stroom weer ingeschakeld wordt.
- Als er een Dolby Digital of DTS signaal binnenkomt en de ingangsfunctie op AUTO staat, zal het DSP programma (nr. 7–9) automatisch naar het geschikte decodeerprogramma overschakelen.
- Wanneer er een mono signaal wordt weergegeven met PRO LOGIC/Normal of PRO LOGIC/Enhanced of met PRO LOGIC II Movie, zal er geen geluid worden gereproduceerd via de hoofd- en achter-luidsprekers. Er zal alleen geluid klinken uit de midden-luidspreker. (Als "1A CENTER" van het SET MENU op NON (geen) is gezet, zal het middenkanaal worden weergegeven via de hoofd-luidsprekers.)

- U kunt ook een DSP programma selecteren met de PROGRAM ◀/▶ toetsen op het voorpaneel.
- Selecteer het programma dat u zelf het best vindt klinken. De namen van de programma's vormen slechts een ruwe richtlijn.
■Selecteren van PRO LOGIC II
U kunt 2-kanaals bronsignalen laten weergeven via vijf of zes gescheiden kanalen met behulp van PRO LOGIC II onder programma nr. 9.


1 Selecteer een 2-kanaals bronsignaal en begin de weergave op de broncomponent.
2Druk op AMP.

3 Druk op D/DTS SUR. Het eerder geselecteerde sub-programma verschijnt op het display op het voorpaneel.


4 Druk herhaaldelijk op SELECT om de decoder te selecteren; PRO LOGIC of PRO LOGIC II.

5 Nadat u de decoder geselecteerd heeft (PRO LOGIC II), kunt u de voor het weer te geven materiaal geschikte functie kiezen door op D/DTS SUR te drukken.
De instelling zal als volgt veranderen; PRO LOGIC IMovie ↔ PRO LOGIC Music


- U kunt PRO LOGIC, PRO LOGIC IMovie en PRO LOGIC II Music ook selecteren met de PROGRAM / toetsen op het voorpanel.
■ Weergeven van Dolby Digital Surround EX of DTS ES materiaal
Druk op EX/ES om de Dolby Digital EX decoder of de voor DTS-ES geschikte decoder in te schakelen.
De MATRIX indicator licht op.

Met elke druk op de EX/ES toets verandert het display als volgt: AUTO → Matrix6.1 → OFF.
AUTO: Deze functie schakelt automatisch tussen Dolby Digital EX en voor DTS-ES geschikte decoding aan de hand van het signaal. De midden achter-luidspreker werkt niet bij 5,1 kanaals signalen.
Matrix6.1: Deze instelling produceert 6 kanaals weergave van het ingangssignaal met behulp van de Dolby Digital EX decoder of de voor DTS-ES geschikte decoder. De midden achter-luidspreker kan worden gebruikt bij weergave van een 5,1 kanaals ingangssignaal.
OFF: De midden achter-luidspreker werkt niet bij deze instelling. (Behalve wanneer het DSP programma “6ch” is geselecteerd.)
Opmerkingen
- Er zal geen geluid worden weergegeven via de midden achterluidspreker als u de "1C REAR LR" of "1D REAR CT" instelling via het SET MENU op NON (geen) heeft gezet.
- De instelling wordt teruggezet op AUTO wanneer het toestel uit (standby) gezet wordt.
- Het is mogelijk dat het Dolby Digital Surround EX of DTS ES materiaal dat u wilt afspelen niet voorzien is van het signaal dat dit toestel nodig heeft om de Dolby Digital EX of de voor DTS-ES geschikte decoder in te schakelen. Om de decoder in te schakelen wanneer u een dergelijk bronsignaal afspeelt, dient u "Matrix6.1" te selecteren.
■Virtual CINEMA DSP
Via Virtual CINEMA DSP kunt u profiteren van alle DSP programma's zonder achter-luidsprekers. Er worden virtuele luidsprekers gesimuleerd om een natuurlijk geluidsveld te reproduceren.
U kunt naar VIRTUAL CINEMA DSP luisteren door “1C REAR LR” in het SET MENU op NON (geen) te zetten. De geluidsveldprocessor zal dan automatisch overschakelen naar VIRTUAL CINEMA DSP.
Opmerking
- Dit toestel wordt in de volgende gevallen toch niet in de Virtual CINEMA DSP gezet, ook al staat "1C REAR LR" op NON (geen):
- wanneer het 6ch Stereo, DOLBY DIGITAL Normal, Pro Logic Normal, Pro Logic I of DTS Normal programma is geselecteerd;
- wanneer het geluidseffect is uitgeschakeld;
- wanneer 6CH INPUT is geselecteerd als signaalbron;
- wanneer dit toestel digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz ontvangt;
- wanneer de testtoon wordt gebruikt; of
- wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten.
■SILENT CINEMA DSP
Het SILENT CINEMA DSP geluidsveldprogramma geeft u een krachtige weergave alsof de gesimuleerde luidsprekers daadwerkelijk aanwezig waren. U kunt naar weergave via SILENT CINEMA DSP luisteren als u een hoofdtelefoon aansluit op de PHONES aansluiting terwijl de digitale geluidsveldprocessor is ingeschakeld. U kunt alle DSP geluidsveldprogramma's gebruiken met de hoofdtelefoon. De "SILENT" indicator zal oplichten op het display op het voorpaneel van het toestel. (Als de geluidseffecten zijn uitgeschakeld, zult u naar normale stereoweergave van het bronsignaal luisteren.)
Opmerkingen
- Deze functie werkt niet wanneer 6CH INPUT is geselecteerd of het ingangssignaal een digitaal signaal is met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz.
- Het LFE kanaal zal worden gemengd en worden weergegeven via de hoofdtelefoon.
■Normale stereo-weergave
Druk op STEREO om de geluidseffecten uit te schakelen voor normale stereo-weergave.
Druk nog eens op STEREO om de geluidseffecten weer in te schakelen.

flowchart
graph TD
A["STEREO"] --> B["VOORpaneel"]
C["STEREO"] --> D["OF"]
E["STEREO"] --> F["AFstandsbediening"]
G["STEREO"] --> H["STEREO"]
Opmerkingen
- Als u de geluidseffecten uitschakelt zal er geen geluid worden gereproduceerd via de midden-luidspreker, de achter-luidsprekers en de midden achter-luidspreker.
- Als u de geluidseffecten uitschakelt terwijl er een Dolby Digital of DTS signaal wordt gereproduceerd, zal het dynamisch bereik van het signaal automatisch worden gecomprimeerd en zullen de signalen voor de midden- en achterkanalen worden gemengd met de signalen die worden weergegeven via de hoofd-luidsprekers.
- Het is mogelijk dat het volume aanzienlijk verlaagd wordt wanneer u de geluidseffecten uitschakelt of wanneer u "4 D. RANGE" via het SET MENU op MIN zet. Schakel in een dergelijk geval de geluidseffecten weer in.
- De signalen voor het LFE kanaal zullen naar de linker en rechter hoofd-luidsprekers of naar de subwoofer (of naar beide) worden gestuurd, afhankelijk van de instelling van "1E BASS" via het SET MENU.

Bij stereo weergave kunt u informatie zoals het type, formaat en de bemonsteringsfrequentie van het ingangssignaal ontvangen van de op het toestel aangesloten component op het display laten tonen.
(Terwijl er een signaal wordt weergegeven)
1 Druk op AMP.
2 Druk op √ om de gegevens voor het ingangssignaal te laten zien.

Uitleg geluidsvelden

Onder een geluidsveld verstaan we de "karakteristieke weerkaatsing van geluidsgolven in een bepaalde ruimte". In concertzalen en andere uitvoeringsruimtes kunnen we weerkaatsingen en nagalm van de geluiden die door de artiest(en) worden geproduceerd, samen met de directe geluiden zelf horen. De variaties in deze weerkaatsingen en nagalm tussen de diverse uitvoeringsruimtes vormen de karakteristieke en herkenbare geluidskwaliteit van elke ruimte.
YAMAHA heeft zijn technici over de hele wereld uitgestuurd om de geluidweerkaatsingen in beroemde concertzalen en uitvoeringsruimtes te meten en gedetailleerde informatie over de geluidsvelden te verzamelen, zoals de richting, de sterkte, het bereik en de vertraging van deze weerkaatsingen. Vervolgens hebben we deze enorme hoeveelheid informatie opgeslagen in de ROM chips van dit toestel.
■Recreëren van een geluidsveld
Het recreëren van het geluidsveld van een concertzaal of opera vereist dat de virtuele geluidsbronnen precies gelokaliseerd kunnen worden in uw luisterruimte. Het traditionele stereosysteem, met slechts twee luidsprekers, kan geen realistisch geluidsveld recreëren. YAMAHA's DSP heeft minstens vier effect-luidsprekers nodig om geluidsvelden te kunnen recreëren op basis van de gemeten geluidsveldgegevens. De processor regelt de sterkte en de vertraging van de signalen die worden weergegeven via de vier effect-luidsprekers om de virtuele geluidsbronnen in een volle cirkel rond de luisteraar te kunnen plaatsen.
Hi-Fi DSP Geluidsveldprogramma's
De volgende lijst geeft u een korte omschrijving van de door elk van de DSP programma's geproduceerde geluidsvelden. Vergeet niet dat de meeste hiervan zeer accurate nabootsingen zijn van echte akoestische omgevingen.
| Nr. | Programma | Kenmerken |
| 1 | CONCERT HALL | Een grote ronde concertzaal met een rijk surround effect. Duidelijke weerkaatsingen uit alle richtingen benadrukken de verlenging van de weergegeven geluiden. Het geluidsveld biedt een rijke weergave en uw virtuele zitplaats is ongeveer in het midden, dicht bij het podium. |
| 2 | JAZZ CLUB | Dit is het geluidsveld recht voor het podium in “The Bottom Line”, een beroemde jazzclub in New York met ruimte voor maximaal 300 toeschouwers. De weidse opstelling van de stoelen links en rechts zorgt voor een realistische en levendige weergave. |
| 3 | ROCK CONCERT | Dit is het ideale geluidsveldprogramma voor levendige, dynamische rockmuziek. De gegevens voor dit programma zijn verkregen in de meest populaire rockclub in LA. De virtuele zitplaats van de luisteraar bevindt zich iets links van het midden in de zaal. |
| 4 | ENTERTAINMENT/ Disco | Dit geluidsveldprogramma simuleert de akoestische omgeving van een drukke disco in het hart van een grote stad. Het geluid is massief en zeer geconcentreerd. De weergave wordt ook gekarakteriseerd door een hoog energetisch gehalte en een ervaring van “directheid”. |
| ENTERTAINMENT/ 6ch Stereo | Gebruik dit programma om de luisterplek zo groot mogelijk te maken. Dit geluidsveld is geschikt voor achtergrondmuziek bij feestjes. |
CINEMA-DSP
Het geluidsontwerp van de CINEMA-DSP Geluidsveldprogramma's
Filmmakers plaatsen de gesproken tekst doorgaans direct op het scherm, de effect-geluiden een beetje verder daarachter, de muziek nog verder achter het scherm en de omgevingsgeluiden overal rond de kijker. Al deze geluiden moeten natuurlijk synchroon blijven lopen met de beelden op het scherm.
CINEMA-DSP is een verbeterde versie van YAMAHA DSP, speciaal ontworpen voor soundtracks van films. CINEMA-DSP integreert de DTS, Dolby Digital en Dolby Pro Logic surround sound technologie met de YAMAHA DSP geluidsveldprogramma's om het surround geluidsveld samen te stellen. Hierdoor wordt de meest complete
filmgeluidsweergave bij u thuis gebracht. In de CINEMA-DSP geluidsveldprogramma's wordt YAMAHA's exclusieve DSP geluidsbewerking toegevoegd aan de linker en rechter hoofdkanalen en het middenkanaal, zodat de luisteraar kan genieten van realistische gesproken tekst, diepte in de geluidsweergave, soepele overgangen tussen geluidsbronnen en een surround geluidsveld dat zich verder dan het scherm zelf lijkt uit te strekken.
Wanneer het toestel een DTS of Dolby Digital signaal herkent, zal de CINEMA-DSP geluidsveldprocessor automatisch het meest geschikte geluidsveldprogramma voor dat signaal selecteren.

Naast DSP is dit toestel uitgerust met diverse zeer accurate decoders: een Dolby Pro Logic decoder voor Dolby Surround materiaal, een Dolby Pro Logic II decoder voor Dolby Surround en 2 kanaals materiaal, een Dolby Digital/DTS decoder voor multikanaals materiaal en een Dolby Digital EX of een voor DTS-ES geschikte decoder die een midden achterkanaal toevoegt. U kunt het CINEMA-DSP geluidsveldprogramma dat u selecteert afstemmen op deze decoders en het weergegeven signaal.
De 6-kanaals soundtracks van 70 mm films zorgen voor een precieze plaatsing van het geluidsveld en een rijke, diepe geluidsweergave, zonder gebruik te maken van matrix-bewerkingen. De MOVIE THEATER programma's van dit toestel bieden u dezelfde geluidskwaliteit en plaatsing als bij 6-kanaals soundtracks. De ingebouwde Dolby Digital of DTS decoder brengt weergave van professionele kwaliteit, bedoeld voor de bioscoop, bij u thuis. Met een MOVIE THEATER programma van dit toestel kunt u een dynamische weergave verkrijgen zodat u zich in uw eigen huiskamer in een geweldig theater kunt wanen, dankzij de Dolby Digital of DTS technologie.
■Dolby Digital/DTS + DSP geluidsveldeffect

Deze programma's maken gebruik van YAMAHA's drievoudig-veld DSP verwerking voor elk van de Dolby Digital of DTS signalen voor de voor, linker surround en rechter surround-kanalen. Deze bewerking stelt dit toestel in staat het immense geluidsveld en de surround ervaring van een Dolby Digital of DTS bioscoop te reproduceren zonder de duidelijke scheiding van alle kanalen op te geven.
■Dolby Digital EX/DTS-ES geschikt + DSP geluidsveldeffect
Deze programma's zorgen voor de maximale gewaarwording van ruimtelijke surround effecten met een extra midden-achter DSP geluidsveld door middel van het midden achterkanaal.
■Dolby Pro Logic + DSP geluidsveldeffect

De meeste films zijn voorzien van 4-kanaals (links, midden, rechts en surround) weergave door middel van Dolby Surround matrix verwerking van de gegevens die zijn opgeslagen in de linker en rechter audiosporen. Deze signalen worden verwerkt door de Dolby Pro Logic decoder. De MOVIE THEATER programma's zijn ontworpen om de ruimtelijkheid en de delicate nuances van het geluid die verloren kunnen gaan door het coderen en decoderen te herstellen.
■Dolby Pro Logic II
Dolby Pro Logic II decodeert Dolby Surround materiaal en produceert 5 gescheiden kanalen met het volle frequentiebereik (3 kanalen van voren en 2 kanalen van achteren). Beide bieden 2 instellingen: MOVIE voor weergave van films en MUSIC voor 2 kanaals muziek.
■Voor films: nr. 7 t/m 9
Afhankelijk van het ingangssignaal zal dit toestel automatisch de juiste decoder en DSP geluidsveldprogramma selecteren.
Tabel programmanamen voor elk ingangsformaat
| Nr. | IngangssignaalProgramma | 2 kanalen | 5,1 kanalen | 6,1 kanalen * | ||
| Stereo | DOLBY DIGITAL | DTS | DOLBY DIGITAL EX | DTS-ES geschikt | ||
| 7 | MOVIE THEATER 1 | 70 mm Spectacle | DGTL Spectacle | DTS Spectacle | Spectacle EX | Spectacle ES |
| 70 mm Sci-Fi | DGTL Sci-Fi | DTS Sci-Fi | Sci-Fi EX | Sci-Fi ES | ||
| 8 | MOVIE THEATER 2 | 70 mm Adventure | DGTL Adventure | DTS Adventure | Adventure EX | Adventure ES |
| 70 mm General | DGTL General | DTS General | General EX | General ES | ||
| 9 | DOLBY DIGITAL | — | Normal | — | Dolby D EX | — |
| — | Enhanced | — | Enhanced EX | — | ||
| DTS DIGITAL SUR | — | — | Normal | — | DTS-ES | |
| — | — | Enhanced | — | Enhanced ES | ||
| PRO LOGIC | Normal | — | — | — | — | |
| Enhanced | — | — | — | — | ||
| PRO LOGIC II | Movie | — | — | — | — | |
| Music | — | — | — | — | ||
* betekent dat de Dolby Digital EX of de voor DTS-ES geschikte decoder is ingeschakeld.

- Als er een Dolby Digital of DTS signaal wordt ontvangen terwijl de ingangsfunctie op AUTO staat, zal het DSP programma automatisch worden overgeschakeld naar het Dolby Digital of DTS geluidsveld.
- Wanneer Dolby Digital Surround EX materiaal of DTS ES materiaal wordt weergegeven terwijl AUTO is geselecteerd met de EX/ES toets op de afstandsbediening, zal de Dolby Digital EX decoder of de voor DTS-ES geschikte decoder normaal gesproken worden ingeschakeld en zal het bijbehorende DSP programma worden geselecteerd.
- EX/ES op de afstandsbediening kan worden gebruikt om Dolby Digital of DTS 5,1 bronsignalen weer te geven via de midden achterluidspreker. In dit geval zal de naam van het programma veranderen in de corresponderende naam voor weergave met 6,1 kanalen.
- Bij weergave van een 6,1 kanaals bronsignaal met de Dolby Digital EX decoder of de voor DTS-ES geschikte decoder uitgeschakeld, zal de naam van het programma veranderen in de bij 5,1 kanaals weergave behorende naam.
Opmerkingen
- De “DSP” indicator zal niet oplichten wanneer u programma nr. 9 selecteert, behalve bij de Enhanced (verbeterde) stand.
- Bij weergave van een mono signaal via het CINEMA DSP programma, zal het bronsignaal naar het middenkanaal worden gedirigeerd en zullen de hoofd- en achter-luidsprekers gebruikt worden voor geluidseffecten.
De volgende lijst geeft u een korte omschrijving van de door elk van de DSP programma's geproduceerde geluidsvelden. Vergeet niet dat de meeste hiervan zeer accurate nabootsingen zijn van echte akoestische omgevingen. Selecteer het DSP programma dat u het best vindt klinken, ongeacht de naam en de omschrijving die u hieronder aantreft.
| Nr. | Programma | Kenmerken | |
| 7 | MOVIE THEATER 1 | Spectacle | Dit programma reproduceert het extreem brede geluidsveld van een 70 mm bioscoop. Het geeft het brongeluid tot in detail weer zodat de video en de geluidsvelden zeer realistisch overkomen. Dit programma is ideaal voor alle soorten Dolby Surround, Dolby Digital of DTS videobronnen (vooral grootschalige films). |
| Sci-Fi | Dit programma reproduceert zeer duidelijk de gesproken tekst en de geluidseffecten van de nieuwste science fiction films resulterend in een brede en omhullende cinematografische ruimte zoals die wordt vormgegeven op de soundtracks. U kunt van uw science fiction films genieten in een virtuele ruimte die mogelijk gemaakt wordt door de meest geavanceerde technieken belichaamd in het weergegeven Dolby Surround, Dolby Digital en DTS materiaal. | ||
| 8 | MOVIE THEATER 2 | Adventure | Dit programma is ideaal voor de precieze weergave van de geluidsopbouw van de nieuwste 70 mm films en films met multikanaals soundtracks. Het geluidsveld wordt zo dicht mogelijk bij dat van de nieuwste bioscopen gehouden zodat de natrilling van het geluidsveld zelf zoveel mogelijk beperkt worden. |
| General | Dit programma is bedoeld voor de weergave van 70 mm en films met multikanaals soundtracks en wordt gekarakteriseerd door een zacht en omhullend geluidsveld. De aanwezigheid van het geluidsveld is relatief smal. Het spreidt zich ruimtelijk uit rond en in de richting van het scherm, waardoor het echo-effect van gesproken tekst beperkt wordt zonder aan duidelijkheid in te boeten. | ||
| 9 | Enhanced Mode | Dit programma simuleert de meervoudige surround-luidsprecker systemen van 35 mm bioscopen. De Dolby Pro Logic, Dolby Digital of DTS decodering en de digitale geluidsveld-bewerking zorgen voor exacte weergave van effecten zonder de oriëntatie van het oorspronkelijke geluid aan te tasten.De surround-effecten die in dit geluidsveld geproduceerd worden omhullen de kijker op natuurlijke wijze van achteren, links en rechts en naar het scherm toe. | |
■Voor audio-video bronnen: nr. 4 t/m 6
| Nr. | Programma | Kenmerken |
| 4 | ENTERTAINMENT/Game | Dit programma geeft diepte en ruimte aan het geluid bij videospelletjes. |
| ENTERTAINMENT/Concert Video | Dit programma geeft een diep en ruimtelijk gevoel aan de geluidsweergave van concertvideo's. | |
| 5 | TV SPORTS | Met dit programma kunt u genieten van verschillende soorten TV programma's, zoals nieuws, amusementsprogramma's, muziekprogramma's of sportprogramma's. Bij een stereo-uitzending van een sportwedstrijd, zal het commentaar in het midden van het geluidsveld geplaatst worden en de geluiden uit het publiek en de omgeving verspreid over de surroundkanalen worden willekeurige weergave, met een duidelijke beperking aan de achterkant. |
| 6 | MONO MOVIE | Dit programma is bedoeld voor de weergave van mono videomateriaal (bijvoorbeeld oudere films). Het programma reproduceert de optimum nagalm om het geluid diepte te geven terwijl er alleen gebruik gemaakt wordt van een aanwezigheid geluidsveld voor. |
Automatisch en handmatig afstemmen
Er zijn 2 manieren waarop u op een zender kunt afstemmen: automatisch of met de hand. Automatisch afstemmen is handig wanneer de ontvangst goed is en u geen storing ondervindt.
■Automatisch afstemmen

1 Druk op INPUT ◀/▷ (TUNER op de afstandsbediening) en selecteer de TUNER als signaalbron.

2 Druk op FM/AM en kies de gewenste band.
Op het display op het voorpaneel verschijnt "FM" of "AM".

3 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L
MONO) zodat de "AUTO" indicator op het display op het voorpaneel verschijnt.

Als een dubbele punt (:) verschijnt op het display, kunt u deze uitschakelen door op PRESET/TUNING (EDIT) te drukken.

4 Druk een keer op PRESET/TUNING ◀/▷ om het automatisch afstemmen te laten beginnen.
Druk op ▷ om hogere frequenties af te zoeken, of op ◀ voor lagere frequenties.

Wanneer u afgestemd heeft op een zender, zal de "TUNED" indicator oplichten en zal de frequentie van deze zender op het display op het voorpaneel getoond worden.

- Stem handmatig af als er bij het automatisch afstemmen niet gestopt wordt bij de gewenste zender, bijvoorbeeld omdat het signaal daarvan te zwak gevonden wordt.
■Handmatig afstemmen
Als het signaal van de gewenste zender te zwak is om automatisch op af te stemmen, moet u er met de hand op afstemmen.
1 Selecteer de TUNER en de band op dezelfde manier als bij de stappen 1 en 2 hierboven bij "Automatisch afstemmen" beschreven.
2 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de "AUTO" indicator op het display dooft.

Als een dubbele punt (:) verschijnt, kunt u deze uitschakelen door op PRESET/TUNING (EDIT) te drukken.

3 Druk op PRESET/TUNING ◀/▷ om handmatig af te stemmen op de gewenste zender.
Houd de toets ingedrukt om de frequenties sneller te doorlopen.

Opmerking
- Als u met de hand afstemt op een FM zender, zal de ontvangst automatisch worden omgeschakeld naar mono om optimaal gebruik te maken van de kwaliteit van het ontvangen signaal.
Voorprogrammeren van zenders
■Automatisch voorprogrammeren van zenders (voor FM zenders)
U kunt met de automatische voorprogrammeringsfunctie FM zenders op laten slaan in het geheugen. Het toestel zal automatisch gaan afstemmen op FM zenders met sterke signalen en zal maximaal de eerste 40 (8 zenders in 5 groepen) dergelijke zenders opslaan in het geheugen. Zo kunt u via het voorkeuzenummer gemakkelijk afstemmen op de gewenste zender (zie bladzijde 37).

1 Druk op FM/AM en selecteer de FM band.



2 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de "AUTO" indicator oplicht op het display op het voorpaneel.



3 Houd MEMORY (MAN'L/AUTO FM) tenminste 3 seconden ingedrukt.
Het voorkeuzenummer en de “MEMORY” en “AUTO” indicators gaan knipperen. Vervolgens zal na ongeveer 5 seconden het automatisch voorprogrammeren beginnen vanaf de op dit moment getoonde frequentie naar de hogere frequenties toe.

flowchart
graph TD
A["MEMORY"] --> B["MAN/LAUTO/EB"]
B --> C["A1: FM"]
C --> D["VCE/OR"]
C --> E["VCR1"]
C --> F["V-AUX"]
C --> G["CTV/GB"]
C --> H["OVID"]
C --> I["MD/CDR"]
C --> J["TUNER"]
C --> K["CD"]
K --> L["AUTO"]
K --> M["MENORI"]
K --> N["VOLUME"]
N --> O["L"]
N --> P["R"]
Als het automatisch voorprogrammeren is afgelopen, zal het display op het voorpaneel de frequentie van de laatst voorgeprogrammeerde zender laten zien.
Opmerkingen
- De gegevens voor een bepaalde voorkeuzezender zullen worden vervangen wanneer u onder het bijbehorende voorkeuzenummer een andere zender opslaat.
- Als het aantal ontvangen zenders niet genoeg is om tot voorkeuzenummer E8 te komen, zal het zoeken automatisch stoppen wanneer alle frequenties zijn afgezocht.
- Bij gebruik van deze functie worden alleen FM zenders die sterk genoeg zijn automatisch opgeslagen. Als de zender die u wilt voorprogrammeren niet sterk genoeg is, dient u hierop handmatig, dus in mono, op af te stemmen en deze vervolgens handmatig voor te programmeren via de procedure onder het kopje “Handmatig voorprogrammeren van zenders” op bladzijde 36.
Mogelijkheden automatisch voorprogrammeren
U kunt het eerste voorkeuzenummer waar vandaan het voorprogrammeren van FM zenders zal beginnen instellen en de richting waarin het toestel zal zoeken naar nieuwe zenders om voor te programmeren. Nadat u bij stap 3 op MEMORY heeft gedrukt:
-
Druk op A/B/C/D/E en PRESET/TUNING </> om het voorkeuzenummer voor de eerste voor te programmeren zender in te stellen. Het toestel zal stoppen met het voorprogrammeren van zenders als voorkeuzenummer E8 bereikt is.
-
Druk op PRESET/TUNING (EDIT) zodat de dubbele punt (:) van het display verdwijnt. Druk vervolgens op PRESET/TUNING < om naar zenders met een lagere frequentie te zoeken.
Geheugen back-up
De geheugen back-up functie voorkomt het verlies van de opgeslagen gegevens wanneer dit toestel uit (standby) wordt gezet, de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of er een stroomstoring optreedt. Als de stroomvoorziening echter langer dan een week wordt onderbroken, is het mogelijk dat het geheugen gewist zal worden. Als dit het geval is dient u de zenders opnieuw op te slaan.
■Handmatig voorprogrammeren van zenders
Dit toestel kan maximaal 40 zenders (8 zenders in 5 groepen) opslaan, ook met de hand.

Zie bladzijde 34 voor hoe u moet afstemmen.

Wanneer u op een zender heeft afgestemd, zal de frequentie daarvan op het display op het voorpaneel getoond worden.
2 Druk op MEMORY (MAN'L/AUTO FM).
De "MEMORY" indicator blijft ongeveer 5 seconden knipperen.

flowchart
graph LR
A["MANL-AUTO.BN"] --> B["→"]
B --> C["KNippert"]
3 Druk herhaaldelijk op A/B/C/D/E en kies een voorkeuzegroep (A t/m E) terwijl de "MEMORY" indicator knippert.
De letter voor deze groep wordt getoond; controleer of de dubbele punt (:) op het display verschijnt.

4 Druk op PRESET/TUNING ◀/▷ en selecteer een voorkeuzenummer (1 t/m 8) terwijl de "MEMORY" indicator nog knippert.
Druk op ▷ om een hoger voorkeuzenummer te kiezen. Druk op ◀ om een lager voorkeuzenummer te kiezen.

5 Druk op MEMORY (MAN'L/AUTO FM) op het voorpaneel terwijl de "MEMORY" indicator nog knippert.
De band en frequentie van de zender verschijnen op het display, samen met de voorkeuzegroep en het voorkeuzenummer dat u gekozen heeft.

Laat zien dat deze zender is opgeslagen onder C3.
6 Herhaal de stappen 1 t/m 5 om andere zenders op te slaan.
Opmerkingen
- De gegevens voor een bepaalde voorkeuzezender zullen worden vervangen wanneer u onder het bijbehorende voorkeuzenummer een nieuwe zender opslaat.
- De ontvangstmethode (stereo of mono) wordt samen met de frequentie van de zender opgeslagen.
Afstemmen op een voorkeuzezender
U kunt op de gewenste zender afstemmen door eenvoudigweg het bijbehorende voorkeuzenummer te selecteren.

1 Druk op A/B/C/D/E (A/B/C/D/E op de afstandsbediening) en kies de voorkeuzegroep.
De letter voor deze groep wordt getoond op het display en verandert als u op A/B/C/D/E drukt.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
2 Druk op PRESET/TUNING ◀/▷ (PRESET ∧/∨ op de afstandsbediening) en selecteer het voorkeuzenummer (1 t/m 8).
De voorkeuzegroep en het voorkeuzenummer verschijnen op het display op het voorpaneel, samen met de band en de frequentie van de zender en de "TUNED" indicator.

Verwisselen van voorkeuzezenders
U kunt zenders die zijn opgeslagen onder twee verschillende voorkeuzenummers met elkaar verwisselen. In het voorbeeld hieronder ziet u hoe de zenders onder de nummers "E1" en "A5" worden verwisseld.

1 Stem af op voorkeuzezender "E1" met de A/B/C/D/E en PRESET/TUNING ◀/▷ toetsen.
Zie "Afstemmen op een voorkeuzezender", links.
2 Houd PRESET/TUNING (EDIT) tenminste 3 seconden ingedrukt.
De aanduiding "EI" en de "MEMORY" indicator gaan knipperen op het display.

3 Stem af op voorkeuzezender "A5" met de A/B/C/D/E en PRESET/TUNING ◀/▷ toetsen.
De aanduiding "A5" en de "MEMORY" indicator gaan knipperen op het display.

4 Druk nog eens op PRESET/TUNING (EDIT).
De zenders die zijn opgeslagen onder de twee voorkeuzenummers worden verwisseld.

Laat zien dat het omwisselen van de zenders klaar is.
ONTVANGEN VAN RDS ZENDERS RX-V630RDS
Het Radio Data Systeem (RDS) is een data-transmissie systeem dat door FM zenders in een groot aantal landen wordt ondersteund.
RDS gegevens bevatten diverse soorten informatie, PS (Programma Service naam), PTY (Programma Type), RT (Radio Tekst), CT (Klok Tijd), EON (Verbeterd Ander Netwerk) enz. De RDS functie wordt uitgevoerd door de zenders die tot een netwerk behoren.
Beschrijving RDS gegevens
Dit toestel kan PS, PTY, RT, CT en EON gegevens verwerken wanneer er RDS uitzendingen worden ontvangen.
■PS (Programma Service naam):
De naam van de ontvangen RDS zender wordt getoond.
■PTY (Programmatype):
Het toestel onderscheidt 15 programmatypes voor RDS zenders.
| NEWS | Nieuws |
| AFFAIRS | Actualiteiten |
| INFO | Algemene informatie |
| SPORT | Sport |
| EDUCATE | Onderwijs |
| DRAMA | Theater |
| CULTURE | Cultuur |
| SCIENCE | Wetenschap |
| VARIED | Licht amusement |
| POP M | Pop |
| ROCK M | Rock |
| M.O.R. M | Middle-of-the-road muziek (easy listening) |
| LIGHT M | Licht klassiek |
| CLASSICS | Klassiek |
| OTHER M | Andere muziek |
■RT (Radiotekst):
Informatie over het programma (zoals de titel van het liedje, de naam van de artiest enz.) dat via de RDS zender wordt ontvangen zal op het display worden getoond tot een maximum van 64 alfanumerieke tekens, inclusief de umlaut. Als er andere tekens worden gebruikt in de RT gegevens, zullen deze worden getoond als onderstrepingen.
■CT (Klok-tijd):
De tijd op dit moment wordt getoond en elke minuut bijgewerkt. Als de gegevens tijdelijk niet beschikbaar zijn, kan de aanduiding "CT WAIT" getoond worden.
■EON (Verbeterd ander netwerk):
Raadpleeg de volgende bladzijde.
Veranderen van de RDS functie
Dit toestel beschikt over vier functies voor het weergeven van de RDS gegevens. Wanneer er een RDS zender ontvangen wordt, zullen de PS, PTY, RT en/of CT indicators oplichten op het display overeenkomstig de door de RDS zender ondersteunde RDS diensten. Druk herhaaldelijk op RDS MODE/FREQ om de door u gewenste gegevens in de onderstaande volgorde op het display te laten verschijnen.

flowchart
graph TD
A["POS MODE-FREQ"] --> B["PS functie"]
C["CON"] --> B
B --> D["PTY functie"]
D --> E["RT functie"]
E --> F["CT functie"]
F --> G["RDS functie uit"]
Opmerkingen
- Wanneer er een RDS zender wordt ontvangen, kunt u pas op RDS MODE/FREQ drukken wanneer een of meer RDS indicators oplichten op het display. Als u op deze toets drukt voor een van deze indicators oplicht, zal er niets gebeuren. De reden hiervoor is dat het toestel nog niet alle relevante RDS gegevens van de zender heeft kunnen ontvangen.
- U kunt geen RDS gegevens selecteren die niet door de zender worden ondersteund.
- Er kan geen gebruik gemaakt worden van de RDS diensten als het ontvangen signaal te zwak is. De RT functie in het bijzonder heeft een vrij grote hoeveelheid gegevens nodig om te functioneren, zodat het mogelijk is dat de RT gegevens niet kunnen worden getoond ook al zijn andere gegevens (PS, PTY enz.) al wel beschikbaar.
- Als de ontvangst slecht is, kunnen de RDS gegevens soms niet worden ontvangen. In een dergelijk geval kunt u op TUNING MODE drukken zodat de "AUTO" indicator op het display dooft. Alhoewel u hiermee overschakelt naar mono-ontvangst, is het mogelijk dat vanwege de verbeterde ontvangst van het eenvoudiger signaal, de RDS gegevens wel getoond kunnen worden.
- Als de signaalsterkte van de ontvangen RDS zender verminderd wordt door externe interferentie, is het mogelijk dat de RDS diensten halverwege worden afgebroken en er “...WAIT” op het display op het voorpaneel verschijnt.
PTY SEEK functie
Als u uw favoriete programmatype instelt, zal het toestel automatisch alle voorgeprogrammeerde RDS zenders afzoeken naar een zender die een programma van het gewenste type aan het uitzenden is.
1 Druk op PTY SEEK MODE om het toestel in de PTY SEEK functie te zetten.
Het programmatype van de huidige zender, of "NEWS" zal gaan knipperen op het display.

2 Druk op PRESET/TUNING ◀/▷ en kies het gewenste programmatype.
Het gekozen programmatype wordt getoond op het display op het voorpaneel.



3 Druk op PTY SEEK START om alle voorgeprogrammeerde RDS zender af te laten zoeken.
Het gekozen programmatype zal blijven knipperen en de "PTY HOLD" indicator zal oplichten op het display op het voorpaneel terwijl er naar een zender met het gewenste programmatype wordt gezocht.


PTY HOLD
Licht op
- Wanneer er een zender die een programma van het gewenste type aan het uitzenden is gevonden, zal het zoeken worden gestaakt bij die zender.
- Als de gevonden zender niet naar uw smaak is, dient u opnieuw op PTY SEEK START te drukken. Het toestel gaat vervolgens de rest van de voorgeprogrammeerde zenders afzoeken naar een met het door u gewenste programmatype.
■Annuleren van deze functie
Druk twee keer achter elkaar op PTY SEEK MODE.
EON functie
Deze functie maakt gebruik van de EON dienst op een netwerk van RDS zenders. Als u gewoon het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT) instelt, zal dit toestel automatisch alle voorgeprogrammeerde RDS zenders opzoeken die een programma van het gewenste type zullen gaan uitzenden en vervolgens pas naar de gevonden zender overschakelen wanneer de uitzending begint.
Opmerking
- Deze functie kan alleen worden gebruikt bij ontvangst van een RDS zender die de EON dienst ondersteunt. Wanneer u een dergelijke zender ontvangt, zal de "EON" indicator op het display op het voorpaneel oplichten.
1 Controleer of de "EON" indicator op het display op het voorpaneel oplicht.
Als de “EON” indicator niet oplicht, dient u af te stemmen op een andere RDS zender waarbij de “EON” indicator wel oplicht.
2 Druk net zo vaak op EON als nodig is om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT) in te stellen.
De naam van het geselecteerde programmatype verschijnt op het display op het voorpaneel.

- Wanneer er via een voorgeprogrammeerde RDS zender een programma van het gewenste type begint, zal het toestel automatisch overschakelen naar dat programma. (De EON indicator knippert.)
- Wanneer de uitzending van het programma van het gewenste type afgelopen is, zal er worden teruggeschakeld naar de oorspronkelijke zender (of naar een ander programma van het gewenste type).
■Annuleren van deze functie
Druk net zo vaak op EON tot er geen enkel programmatype oplicht op het display.
SLAAPTIMER
Met deze functie kunt u dit toestel automatisch uit laten schakelen na een door u bepaalde periode. De slaaptimer is handig wanneer u in slaap wilt vallen terwijl u naar uw favoriete slaapliedjes luistert via een door u geselecteerde signaalbron. De slaaptimer schakelt ook automatisch de op de netstroomaansluitingen (AC OUTLET(S)) externe componenten uit.
De slaaptimer kan alleen met de afstandsbediening worden ingesteld.

- Door een los verkrijgbare schakelklok an te sluiten op dit toestel kunt u deze ook als wekker gebruiken. Raadpleeg hiervoor de handleiding van de schakelklok.
Instellen van de slaaptimer

1 Selecteer een signaalbron en begin de weergave op de broncomponent.
2 Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijd in te stellen.
Met elke druk op SLEEP zal het display op het voorpaneel veranderen zoals hieronder staat aangegeven.


flowchart
graph LR
A["SLEEP 120 min"] --> B["SLEEP 90 min"]
C["SLEEP OFF"] <--_D["SLEEP 30 min"] <--_E["SLEEP 60 min"]

3 Nadat u de slaaptimer heeft ingesteld zal de "SLEEP" indicator op het display op het voorpaneel van dit toestel oplichten.
Vervolgens zal het display terugkeren naar de oorspronkelijke aanduiding.

Annuleren van de slaaptimer
Druk net zo vaak op SLEEP totdat de aanduiding "SLEEP OFF" (slaaptimer uit) verschijnt op het display op het voorpaneel.
Na een paar seconden zal "SLEEP OFF" verdwijnen, zal de "SLEEP" indicator doven en zal het display terugkeren naar de oorspronkelijke aanduiding.

- De slaaptimer kan ook worden geannuleerd door het hoofdtoestel uit te schakelen met STANDBY op de afstandsbediening (of STANDBY/ON op het voorpaneel), of door de stekker uit het stopcontact te halen.
OPNAME
Opname-instellingen en andere handelingen dienen te worden uitgevoerd op de opname-apparatuur. Raadpleeg hiervoor de handleiding van de betreffende apparatuur.


1 Zet dit toestel en alle aangesloten apparatuur aan.
2 Selecteer de signaalbron waarvan u wilt opnemen.

of

Afstandsbediening
3 Begin de weergave (of stem af op een zender) op de signaalbron.
4 Begin de opname op het opname-apparaat.
Opmerkingen
- Maak een test-opname voor u daadwerkelijk gaat opnemen.
- Wanneer dit toestel uit (standby) staat, kunt u niet opnemen van of met andere op dit toestel aangesloten apparatuur.
- De instelling van BASS, TREBLE, VOLUME, “5 L/R BALANCE” op het SET MENU en DSP geluidsveldprogramma’s heeft geen invloed op het opgenomen signaal.
-
Er kan niet worden opgenomen van een signaalbron die is aangesloten op de 6CH INPUT aansluitingen van dit toestel.
-
Een bepaald ingangssignaal zal niet worden gereproduceerd via hetzelfde OUT (REC) kanaal. (Het via VCR 1 IN ontvangen ingangssignaal zal bijvoorbeeld niet worden gereproduceerd via de VCR 1 OUT aansluiting.)
- U dient zichzelf op de hoogte te stellen van de in uw land geldende regelingen met betrekking tot de auteursrechten bij opname van platen, CD's, radio enz. Opnemen van auteursrechtelijk beschermd materiaal kan inbreuk maken op de daarop rustende rechten.
Als u een videobron afspeelt die gebruik maakt van versleutelde of gecodeerde signalen die kopieren van het materiaal tegen moeten gaan, is het mogelijk dat het beeld door deze signalen gestoord wordt.
■Bijzondere aandachtspunten bij het opnemen van DTS materiaal
Het DTS signaal is een digitale bitstroom. Als u probeert de DTS bitstroom digitaal op te nemen, zal slechts geruis worden opgenomen. Als u dus dit toestel wilt gebruiken om DTS gecodeerd bronmateriaal op te nemen, dient u aandacht te schenken aan de volgende punten.
Voor DTS gecodeerde LD's, DVD's en CD's en een speler die geschikt is voor weergave van DTS signalen, dient u de aanwijzingen uit de handleiding van de speler te volgen zodat deze een analoog signaal produceert.
■Timer-gestuurde weergave/opname
Dit toestel is in staat weergave of opname uit te voeren met behulp van een externe schakelklok (niet meegeleverd). Raadpleeg de handleiding van de component en de schakelklok die u wilt gebruiken.
Opmerkingen
- Opgeslagen gegevens zoals de ingangsbron zullen worden gereflecteerd in de timer-gestuurde weergave of opname.
- Als u niet wilt dat er geluid wordt geproduceerd wanneer u een timer-gestuurde opname uit laat voeren, dient u het volume laag te zetten.
Geheugen back-up
De geheugen back-up voorkomt dat opgeslagen gegevens (signaalbron, volumeniveau, menu-instellingen enzovoorts) verloren gaan wanneer de stroomvoorziening van het toestel wordt onderbroken. Als de stroomvoorziening echter langer dan een week wordt onderbroken, is het mogelijk dat het geheugen gewist zal worden.
SET MENU (INSTELMENU)
Het SET MENU instelmenu bestaat uit 10 onderdelen, waaronder de instelling van de luidsprekers. Kies het gewenste onderdeel en wijzig de ingestelde waarden indien nodig.

- U kunt de onderdelen op het SET MENU instelmenu wijzigen terwijl er een signaalbron wordt weergegeven.
Onderdelen Begininstellingen
1 SPEAKER SET
A CENTER LRG (groot)
B MAIN LARGE
C REAR LR LRG (groot)
D REAR CT LRG (groot)
E BASS BOTH
F MAIN Lv Nrm (Normal)
2 LFE LEVEL SP/HP 0 dB
3 SP DLY TIME
CENTER 0 ms
REAR CNTR 3 ms
4 D. RANGE SP/HP MAX
5 L/R BALANCE 0 dB voor L/R
6 HP TONE CTRL BASS/TRBL 0 dB
7 I/O ASSIGN
| A (component video ingang) | [A] DVD[B] D-TV/CBL |
| B (optische uitgang) | (1) MD/CDR |
| C (optische ingang) | (2) MD/CDR(3) DVD(4) D-TV/CBL |
| D (coaxiale ingang) | (5) CD |
8 INPUT MODE AUTO
- In de beschrijvingen van de diverse onderdelen op de volgende bladzijden is de standaardinstelling vet gedrukt.
Instellen van onderdelen via het SET MENU
■Op de afstandsbediening

Opmerking
- Voor sommige onderdelen zijn extra stappen nodig.
1 Druk op AMP.

2 Druk op SET MENU om het SET MENU te openen.

3 Druk net zo vaak op ∧√√ om het gewenste onderdeel (1 t/m 10) te selecteren.


- Herhaaldelijk op SET MENU drukken heeft hetzelfde effect als drukken op ∨.
4 Druk een keer op < / > om het geselecteerde onderdeel in te kunnen stellen.

De instelling die u het laatst heeft gewijzigd zal op het display op het voorpaneel verschijnen.
Afhankelijk van het geselecteerde onderdeel kan het mogelijk zijn met ∧/∨ een sub-onderdeel te selecteren.

5 Druk herhaaldelijk op < / > om de ingestelde waarde voor het geselecteerde onderdeel te wijzigen.

6 Druk net zo vaak op ∨√ tot het instelmenu verdwijnt, of druk op een DSP programmagroeptoets om het SET MENU instelmenu te verlaten.

DSP-AX630SE Op het voorpaneel

1 Druk op NEXT om het SET MENU te openen.

2 Druk herhaaldelijk op NEXT en selecteer het onderdeel dat u wilt instellen.

3 Druk herhaaldelijk op SET MENU -/+ om de geselecteerde instelling te wijzigen.

4 Druk net zo vaak op NEXT tot het menu verdwijnt of druk gewoon op PROGRAM ◀/▷ om het SET MENU te sluiten.

of

Geheugen back-up
De geheugen back-up functie voorkomt het verlies van de opgeslagen gegevens wanneer dit toestel uit (standby) wordt gezet, de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of er een stroomstoring optreedt. Als de stroomvoorziening echter langer dan een week wordt onderbroken, is het mogelijk dat het geheugen gewist zal worden. In dit geval zult u de instellingen opnieuw moeten uitvoeren.
1 SPEAKER SET (luidspreker instellingen)
Via deze onderdelen van het instelmenu kunt u de gereproduceerde signalen afstemmen op uw luidspreker- configuratie.
Opmerkingen
- Wanneer het ingangssignaal een digitaal signaal is met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz, zijn sommige onderdelen niet van toepassing.
- Wanneer u 6CH INPUT heeft geselecteerd als signaalbron, zullen de niveau-instellingen van de onderdelen 1A t/m 1E geen effect hebben.
■1A CENTER (midden-luidspreker)
Door een midden-luidspreker toe te voegen aan uw luidspreker-opstelling, zal dit toestel in staat zijn de gesproken tekst goed te plaatsen voor alle luisteraars en beeld en geluid optimaal met elkaar te laten overeenkomen.
Instel-mogelijkheden: LRG (groot), SML (klein), NON (geen)
LRG
Kies deze instelling als u een grote midden-luidspreker heeft. Het hele bereik van middenkanaal signalen wordt naar de midden-luidspreker gestuurd.
SML
Kies deze instelling als u een kleine midden-luidspreker heeft. De lage tonen (90 Hz en minder) zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel "1E BASS" worden gestuurd.
NON
Kies deze instelling als u geen midden-luidspreker heeft. Alle signalen voor het midden-kanaal zullen naar de linker en rechter hoofd-luidsprekers worden gestuurd.
■1B MAIN (hoofd-luidsprekers)
Instel-mogelijkheden: LARGE, SMALL
LARGE
Kies deze instelling als u grote hoofd-luidsprekers heeft. Het gehele bereik voor de linker en rechter hoofd-kanaal signalen zal naar de hoofd-luidsprekers worden gestuurd.
SMALL
Kies deze instelling als u kleine hoofd-luidsprekers heeft. De lage tonen (90 Hz en minder) zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel "1E BASS" worden gestuurd.
■1C REAR LR (achter-luidsprekers)
Instel-mogelijkheden: LRG (groot), SML (klein), NON (geen)
LRG
Kies deze instelling als u grote linker en rechter achter-luidsprekers heeft of wanneer u een achter-subwoofer heeft. Het hele bereik van achterkanaal signalen wordt naar de linker en rechter achter-luidsprekers gestuurd.
SML
Kies deze instelling als u kleine linker en rechter achterluidsprekers heeft. De lage tonen van 90 Hz en minder zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel "1E BASS" worden gestuurd.
NON
Kies deze instelling als u geen achter-luidsprekers heeft.

- Als u NON (geen) instelt bij onderdeel “1C REAR LR”, zal het toestel in de Virtual CINEMA DSP stand worden gezet. In dit geval zal de achter-midden-luidspreker automatisch op “NON” (geen) gezet worden en zal het onderdeel “1D REAR CT” (achter-midden-luidspreker) worden overgeslagen.
■1D REAR CT (midden achter-luidspreker)
Door een midden achter-luidspreker toe te voegen aan uw luidspreker-opstelling, kan dit toestel realistischer overgangen van voor naar achter en vice-versa weergeven.
Instel-mogelijkheden: LRG (groot), SML (klein), NON (geen)
LRG
Kies deze instelling als u een grote midden achterluidspreker heeft. Het hele bereik van midden achterkanaal signalen wordt naar de midden achterluidspreker gestuurd.
SML
Kies deze instelling als u een kleine midden achter-luidspreker heeft. De lage tonen (90 Hz en minder) zullen naar de luidsprekers die zijn geselecteerd via onderdeel "1E BASS" worden gestuurd.
NON
Kies deze instelling als u geen achter-midden-luidspreker heeft. Alle signalen voor het midden achterkanaal worden naar de linker en rechter achter-luidsprekers gestuurd.
■1E BASS (LFE/lage tonen uitgangsfunctie)
LFE signalen geven lage toon-effecten weer wanneer dit toestel Dolby Digital of DTS signalen reproduceert. Lage tonen in dit verband zijn tonen met een frequentie van 90 Hz of minder. De lage tonen worden naar beide hoofd-luidsprekers gestuurd en naar de subwoofer (u kunt een subwoofer gebruiken voor zowel reproductie in stereo als voor DSP programma's).
Instel-mogelijkheden: SWFR (subwoofer), MAIN, BOTH
SWFR
Kies deze instelling als u een subwoofer heeft. De LFE signalen zullen naar de subwoofer worden gestuurd.
MAIN
Kies deze instelling als u geen subwoofer heeft. De LFE signalen zullen naar de hoofd-luidsprekers worden gestuurd.
BOTH
De LFE signalen worden naar de subwoofer gestuurd. Zeer lage tonen die overeenkomstig andere luidspreker-instellingen voor de hoofdkanalen bedoeld zijn, worden zowel naar de hoofd-luidsprekers als naar de subwoofer gestuurd.
Opmerking
- Wanneer u MAIN kiest bij "1E BASS", zullen de zeer lage tonen (90 Hz en lager) voor het hoofdkanaal ook naar de hoofd-luidsprekers worden gestuurd als u SMALL (klein) heeft ingesteld voor de afmetingen van de hoofd-luidsprekers.
■1F MAIN Lv (hoofdniveau)
Verander deze instelling als u de volumeniveaus van de midden-, achter - (L/R) en midden achter-luidsprekers niet in evenwicht kunt brengen met dat van de hoofd-luidsprekers vanwege de ongewoon hoge prestaties van de hoofd-luidsprekers.
Instel-mogelijkheden: Nrm (normal), -10 dB
Nrm
Kies “Nrm”, als u het volume van uw effect-luidsprekers in evenwicht kunt brengen met dat van uw hoofd-luidsprekers via de testtoon.
-10 dB
Kies “-10 dB” als u het volume van uw effect-luidsprekers niet in evenwicht kunt brengen met dat van uw hoofd-luidsprekers via de testtoon.
2 LFE LEVEL (LFE niveau)
U kunt via deze functie het uitgangsniveau van de LFE (Lage Frequentie Effecten) regelen bij de weergave van Dolby Digital of DTS gecodeerd materiaal. De LFE signalen geven de lage frequentie effecten weer die worden toegevoegd aan sommige scènes.
Instelbereik:
SPEAKER (luidspreker) ...... -20 t/m 0 dB
HEADPHONE (hoofdtelefoon) ...... -20 t/m 0 dB
Begininstelling: 0 dB
1 Druk op √/∧ en selecteer het in te stellen onderdeel.
2 Druk op < om het LFE niveau te wijzigen.
Opmerking
- Regel het LFE uitgangsniveau in overeenstemming met het vermogen van uw subwoofer of hoofdtelefoon.
3 SP DLY TIME (luidsprekervertraging)
Met deze functie kunt u de vertraging voor de geluidsweergave via de midden en midden achterkanalen instellen. Deze functie werkt wanneer er geluid wordt geproduceerd via de midden-luidsprekers met een bronsignaal zoals Dolby Digital, DTS enz. In het ideale geval horen de midden en midden achter-luidsprekers op dezelfde afstand van de luisterplek te staan als de linker en rechter hoofd-luidsprekers. In de meeste situaties thuis zullen echter de midden en midden achter-luidsprekers op een lijn staan met de hoofd-, respectievelijk de achter-luidsprekers. Door de geluidsweergave via de midden en midden achter-luidsprekers iets te vertragen, kan de schijnbare afstand tussen deze luidsprekers en de luisterplek aangepast worden zodat ze op dezelfde afstand lijken te staan als de linker en rechter hoofd-luidsprekers en de linker en rechter achter-luidsprekers. Het juist instellen van de vertraging voor de midden-luidspreker is in het bijzonder van belang voor het geven van diepte aan de gesproken tekst.
Instelbereik:
CENTER 0 t/m 5 ms
REAR CNTR (midden achter) ..... 0 t/m 30 ms
Begininstelling:
CENTER 0 ms
REAR CNTR (midden achter) ..... 3 ms
Druk op < / > om de vertraging voor de midden- en midden achterkanalen te vergroten of te verkleinen.
Schijnbare plaats midden-luidspreker

flowchart
graph TD
L["Node L"] --> C["Node C"]
C --> R["Node R"]
R --> RL["Node RL"]
RL --> RC["Node RC"]
RC --> RR["Node RR"]
RR --> C
style C fill:#f9f,stroke:#333
style R fill:#ccf,stroke:#333
style RL fill:#cfc,stroke:#333
style RC fill:#fcc,stroke:#333
style RR fill:#cff,stroke:#333

- Door de vertraging met 1 ms te verhogen, wordt een afstand van ongeveer 30 cm verder weg van de luisterplek gesimuleerd.
4 D. RANGE (dynamisch bereik)
Deze functie kunt u gebruiken om het dynamisch bereik te regelen. Deze instelling is alleen effectief wanneer dit toestel Dolby Digital signalen decodeert.
Instel-mogelijkheden: MAX, STD (standaard), MIN (minimum)
MAX
Kies de "MAX" instelling voor speelfilms.
STD
Kies de "STD" instelling voor algemeen gebruik.
MIN
Kies de “MIN” instelling wanneer u bij zeer lage volumes luistert.
5 L/R BALANCE (balans tussen de linker en rechter hoofd-luidsprekers)
Gebruik deze instelling om het evenwicht tussen de volumes van de linker en rechter hoofd-luidsprekers te regelen.
Instelbereik: 20 stappen voor L/R
Begininstelling: 0 dB voor L/R
Druk op > om het volume van de linker hoofd-luidspreker te verminderen. Druk op < voor de rechter hoofd-luidspreker.
6 HP TONE CTRL (hoofdtelefoon toonregeling)
Met deze functie kunt u het niveau van de lage en hoge tonen regelen wanneer u een hoofdtelefoon gebruikt.
Instelbereik (dB):
BASS....-6 t/m +3
TRBL (hoge tonen) ...... -6 t/m +3
Begininstelling:
BASS 0 dB
TRBL....0 dB
7 I/O ASSIGN (ingang/uitgang toewijzing)
U kunt indien gewenst aansluitingen toewijzen aan de daarmee te gebruiken component als de instellingen voor de COMPONENT VIDEO ingangsaansluiting of DIGITAL INPUT/OUTPUT aansluitingen van dit toestel (de componentnamen voor deze aansluitingen) afwijken van de daadwerkelijk aangesloten component. Dit maakt het mogelijk de toewijzing van de aansluitingen te wijzigen en een breder scala aan apparatuur aan te sluiten. Na deze toewijzing kunt u die component selecteren met de INPUT </> toetsen (of met de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening).
■7A CMPNT-V INPUT voor de COMPONENT VIDEO INPUT aansluitingen [A] en [B]
Instel-mogelijkheden: [A] DVD, V-AUX, VCR 2/DVR,
VCR 1, D-TV/CBL
[B] DVD, V-AUX, VCR 2/DVR,
VCR 1, D-TV/CBL
■7B OPTICAL OUT voor de OPTICAL OUTPUT aansluiting (1)
Instel-mogelijkheden: (1) MD/CD-R, (DSP-AX630SE
TUNER), CD, V-AUX,
■7C OPTICAL IN voor de OPTICAL INPUT aansluitingen (2) t/m (4)
Instel-mogelijkheden: (2) MD/CD-R, (DSP-AX630SE
TUNER), CD, VCR 2/
DVR, VCR 1, D-TV/CBL,
DVD
■7D COAXIAL IN voor de COAXIAL INPUT aansluiting (5)
Instel-mogelijkheden: (5) MD/CD-R, (DSP-AX630SE
TUNER), CD, V-AUX,
- U kunt niet een onderdeel meer dan een enkele keer voor hetzelfde soort aansluiting instellen.
- Wanneer u een component aansluit op zowel de COAXIAL als de OPTICAL aansluitingen, zullen de ingangssignalen die binnenkomen via de COAXIAL aansluiting voorrang krijgen.
8 INPUT MODE (begininstelling ingangsfunctie)
Met deze functie kunt u de ingangsfunctie bepalen voor signaalbronnen die zijn aangesloten op de DIGITAL INPUT ingangsaansluitingen wanneer u het toestel aan zet (zie bladzijde 25 voor details omtrent de ingangsfunctie).
Instel-mogelijkheden: AUTO, LAST
AUTO
Kies deze instelling als u dit toestel automatisch wilt laten bepalen wat voor ingangssignaal er binnenkomt en aan de hand daarvan de juiste ingangsfunctie wilt laten kiezen.
LAST
Kies deze instelling als u dit toestel automatisch de ingangsfunctie die de vorige keer voor de betreffende signaalbron werd gebruikt wilt laten gebruiken.
U kunt de helderheid van het display op het voorpaneel van het toestel instellen.
Instelbereik: -4 t/m 0
Fabrieksinstelling: 0
10 MEM. GUARD (geheugen vergrendeling)
Gebruik deze functie om te voorkomen dat er per ongeluk instellingen van dit toestel worden gewijzigd.
Instel-mogelijkheden: ON, OFF
Selecteer ON (aan) om de volgende instellingen te vergrendelen:
- Alle onderdelen van het SET MENU instelmenu
- De uitgangsniveaus van de achter- en midden achter-luidsprekers en van de subwoofer
- DSP programma parameters
Opmerkingen
- Wanneer deze functie is ingeschakeld (ON), kunt u de testtoon niet meer gebruiken.
- Wanneer deze functie is ingeschakeld (ON), kunt u geen andere onderdelen van het SET MENU meer selecteren.
KENMERKEN AFSTANDSBEDIENING
De afstandsbediening kan niet alleen het hoofdtoestel, maar ook andere audio en video componenten van YAMAHA en van andere fabrikanten bedienen. Om die componenten te kunnen bedienen, moet u de afstandsbediening programmeren met de betreffende fabrikantencodes.
Set bedieningstoetsen
■Bedienen van dit toestel
De grijze toetsen hieronder kunt u gebruiken om dit toestel te bedienen wanneer de AMP functie is ingeschakeld. Druk op AMP om de AMP functie in te schakelen.

■Bedienen van andere componenten
De grijze sets bedieningstoetsen hieronder kunnen worden gebruikt om andere componenten te bedienen. De werking van elk van deze toetsen is mede afhankelijk van de component die u heeft geselecteerd. Selecteer de component die u wilt bedienen met de ingangskeuzetoetsen.
Met de [A] toets en de ingangskeuzetoetsen kunt u de set bedieningstoetsen voor de te bedienen component selecteren. * De [A] toets is bedoeld voor componenten die niet zijn aangesloten op dit toestel. Fabrieksinstelling: A...Videcorecorder

Sets bedieningstoetsen voor uw componenten
U kunt maximaal 9 verschillende componenten bedienen. U kunt fabrikantencodes invoeren en voor elke component verschillende functies programmeren op de afstandsbediening (zie bladzijde 50).
Invoeren van de fabrikantencode
U kunt andere componenten bedienen door een fabrikantencode te programmeren. U kunt een code invoeren voor elk van de 9 sets bedieningstoetsen.
De volgende tabel geeft de fabrieksinstellingen voor de te bedienen componenten (Archief: componenten-categorie) en de fabrikantencode voor elk van de sets bedieningstoetsen.
| Set bedieningstoetsen | Componentencategorie (archief) | Fabrikant | Code |
| CD | CD | YAMAHA | 0005 |
| MD/CD-R | MD | YAMAHA | 0024 |
| TUNER | TUNER | YAMAHA | 0003 |
| DVD | DVD | YAMAHA | 0098 |
| D-TV/CBL | - | - | - |
| V-AUX | - | - | - |
| VCR 1 | - | - | - |
| VCR 2/DVR | - | - | - |
| A | - | - | - |
1 Selecteer de broncomponent waarvoor u de code wilt programmeren met de ingangskeuzetoetsen of A.

2 Druk CODE SET in met een balpen of iets dergelijks.
De TRANSMIT indicator knippert twee keer.

3 Gebruik de cijfertoetsen om de vier cijfers van de fabrikantencode voor de gebruikte component in te voeren.
Raadpleeg de "LIJST MET FABRIKANTENCODES" aan het eind van deze handleiding.

De TRANSMIT indicator knippert twee keer.
Opmerkingen
- Als de fabrikant van uw component meer dan een code heeft, dient u elke code te proberen tot u de juiste gevonden heeft.
- Als u bij stap 3 meer dan 30 seconden wacht, zal de procedure worden geannuleerd. In dit geval dient u opnieuw te beginnen vanaf stap 2.
Wissen van fabrikantencodes
■Wissen van een eerder ingestelde fabrikantencode voor een set bedieningstoetsen
1 Druk op de ingangskeuzetoets of op A om de set bedieningstoetsen te selecteren waarvoor u de ingestelde fabrikantencode wilt wissen.

2 Druk CODE SET in met een balpen of iets dergelijks.
De TRANSMIT indicator knippert twee keer.

Opmerking
- Als u bij stap 2 niet binnen 30 seconden op een toets drukt, zal de procedure voor het wissen worden geannuleerd. In dit geval dient u opnieuw te beginnen vanaf stap 1.
3 Voer codenummer "0000" in.
De TRANSMIT indicator zal twee keer knipperen, waarna de fabrikantencode voor de geselecteerde component gewist zal zijn.

- U kunt alle ingestelde fabrikantencodes in een keer wissen door het codenummer "9990" in te voeren.
Bedienen van andere componenten
Wanneer u eenmaal de juiste fabrikantencode heeft ingevoerd, kunt u ook andere componenten bedienen. Vergeet echter niet dat sommige toetsen misschien niet werken met uw component. Wanneer u een signaalbron geselecteerd heeft, zal de afstandsbediening overschakelen naar de set bedieningstoetsen voor die component.

| DVD-speler Videorecorder | TV, digitale/kabel TV | CD-speler CD-/MD-recorder Tuner | ||||
| 1 AV POWER * | ^1 Aan/uit | ^*1 Aan/uit | ^*3 Videorecorder aan/uit | ^*1 Aan/uit | ^*1 Aan/uit | ^*1 Aan/uit |
| 2 TV POWER | ^*2 TV aan/uit | ^*2 TV aan/uit | ^*3 TV aan/uit | ^*3 TV aan/uit | ^*2 TV aan/uit | ^*2 TV aan/uit |
| 3 TV CH + | ^*4 TV volgende kanaal | ^*1 TV volgende kanaal | TV volgende kanaal | ^*2 TV volgende kanaal | ^*2 TV volgende kanaal | ^*2 TV volgende kanaal |
| TV CH - | ^*2 TV vorige kanaal | ^*2 TV vorige kanaal | TV vorige kanaal | ^*2 TV vorige kanaal | ^*2 TV vorige kanaal | ^*2 TV vorige kanaal |
| 4 TV VOL + | ^*2 TV volume hoger | ^*2 TV volume hoger | TV volume hoger | ^*2 TV volume hoger | ^*2 TV volume hoger | ^*2 TV volume hoger |
| TV VOL - | ^*2 TV volume lager | ^*2 TV volume lager | TV volume lager | ^*2 TV volumelager | ^*2 TV volume lager | ^*2 TV volume lager |
| 5 TV MUTE | ^*2 TV gcluid tijdelijk uit | ^*2 TV gcluid tijdelijk uit | TV gcluid tijdelijk uit | ^*2 TV gcluid tijdelijk uit | ^*2 TV gcluid tijdelijk uit | ^*2 TV gcluid tijdelijk uit |
| 6 TV INPUT | ^*2 TV ingang | ^*2 TV ingang | TV ingang | ^*2 TV ingang | ^*2 TV ingang | ^*2 TV ingang |
| 7 1-9, 0, +10 | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Voorkeuzezenders (1-8) |
| 8 TITLE | Titel | |||||
| 9 PRESET/CH ∧ | Op | Videorecorder volgende kanaal | Volgende voorkeuzezender | |||
| PRESET/CH ∨ | Necr | Videorecorder vorige kanaal | Vorige voorkeuzezender | |||
| PRESET/CH < | Links | |||||
| PRESET/CH > | Rechts | |||||
| SELECT | Selecteren | |||||
| 10 RETURN | Terug | |||||
| 11 REC/DISC SKIP | Disc overslaan | Opname | ^*3 Videorecorder opname | Disc overslaan | Opname (MD) | |
| > | Weergave | Weergave | ^*1 Vidorecorder weergave | Weergave | Weergave | |
| <|>|<| | Zoeken terug | Zoeken terug | ^*3 Vidorecorder zoeken terug | Zoeken terug | Zoeken terug | |
| >|>|> | Zoeken vooruit | Zoeken vooruit | ^*3 Videorecorder zoeken vooruit | Zoeken vooruit | Zoeken vooruit | |
| AUDIO | Audio | |||||
| □□ | Pauze | Pauze | ^*3 Videorecorder pauze | Pauze | Pauze | |
| <|>|<| | Overslaan terug | Overslaan terug | Overslaan terug | |||
| >|>|> | Overslaan vooruit | Overslaan vooruit | Overslaan vooruit | |||
| □ | Stop | Stop | ^*1 Videorecorder stop | Stop | Stop | |
| 12 ENTER | Titel/index | Invoeren | Invoeren | Index | Index | |
| 13 MENU | Menu | A/B/C/D/E | ||||
| 14 DISPLAY | Display | Display | Display | |||
*1 Deze toets werkt alleen wanneer de originele afstandsbediening van de component in kwestie voorzien is van een POWER toets.
*2 Met deze toetsen kunt u uw TV bedienen zonder de ingestelde signaalbron te veranderen als de juiste fabrikantencode is ingesteld voor D-TV/CBL.
*3 Via deze toetsen kunt u uw videorecorder bedienen zonder VCR als signaalbron te selecteren als u de juiste fabrikantencode heeft ingevoerd voor VCR.
REGELEN VAN DE NIVEAUS VAN DE EFFECT-LUIDSPREKERS
U kunt het uitgangsniveau van elk van de effect-luidsprekers (midden, links en rechts achter, midden achter en subwoofer) instellen terwijl u naar een signaalbron aan het luisteren bent.
Maak deze instellingen met de afstandsbediening.

1 Druk op AMP.

(Terwijl er een signaal wordt weergegeven)
2 Druk net zo vaak op LEVEL tot u de luidspreker(s) die u wilt instellen heeft geselecteerd.
Met elke druk op LEVEL zal er een andere luidspreker geselecteerd worden en als volgt worden aangegeven op het display op het voorpaneel: midden, rechts achter, midden achter, links achter en subwoofer.

flowchart
graph TD
A["LEVEL TITLE"] --> B["CENTER"]
B --> C["R SUR."]
C --> D["REAR CT"]
D --> E["L SUR."]
E --> F["SWFR"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333

- Als u op LEVEL heeft gedrukt, kunt u ook de in te stellen luidspreker(s) selecteren met √ / ∧.

flowchart
graph TD
A["LEVEL TITLE"] --> B["→"]
B --> C["+"]
style C fill:#f9f,stroke:#333,stroke-width:2px
3 Regel het volumeniveau van de geselecteerde luidspreker met de toetsen.
- Het instelbereik voor de midden, rechter en linker achter-luidsprekers is +10 dB t/m -10 dB. - Het instelbereik voor de subwoofer is 0 dB tot -20 dB.

Opmerkingen
- Wanneer de luidsprekerfuncties via "1A CENTER" en "1C REAR LR" op NON (geen) gezet zijn terwijl "1E BASS" op MAIN staat, kan het uitgangsniveau van die luidsprekers niet worden ingesteld omdat er via die luidsprekers geen geluid wordt geproduceerd.
- Wanneer u het luidspreker-niveau regelt via LEVEL, zullen de instellingen die u heeft gemaakt met de testtoon gewijzigd worden.
- Wij raden u aan de luidsprekers in te stellen volgens de procedure beschreven onder "Gebruik van de testtoon" op de bladzijden 21 en 22.
■Voor 6ch Stereo
U kunt het volumeniveau van elk kanaal in de 6 kanaals stereofunctie apart regelen.
Instelbereik: 0 t/m 100%
• CT level (niveau midden)
- RL level (niveau links achter)
- RR level (niveau rechts achter)
• RC level (midden achter niveau)
1 Selecteer 6ch Stereo.
2 Druk herhaaldelijk op ∧ / ∨ om de luidspreker(s) die u wilt instellen te selecteren.
3 Druk op < / > om het uitgangsniveau van de geselecteerde luidspreker te regelen.
Geheugen back-up
De geheugen back-up functie voorkomt het verlies van de opgeslagen gegevens wanneer dit toestel uit (standby) wordt gezet, de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of er een stroomstoring optreedt. Als de stroomvoorziening echter langer dan een week wordt onderbroken, is het mogelijk dat de opgeslagen gegevens gewist zullen worden. In dat geral moet u de vertraging stijd opnieuw instellen.
INSTELLEN VAN DE VERTRAGING
U kunt het tijdsverschil tussen het weergeven van een geluid door de hoofd-luidsprekers en het begin van de effectweergave via de achter-luidsprekers zelf instellen. Hoe groter dit verschil, hoe later het effect zal worden geproduceerd. De vertraging kan voor elk DSP programma apart worden ingesteld.
De volgende tabel toont de fabrieksinstellingen voor de vertraging.
| Programma | Fabrieksinstelling (ms) | |
| 1. | CONCERT HALL 45 | |
| 2. | JAZZ CLUB 30 | |
| 3. | ROCK CONCERT 15 | |
| 4. | DISCO 26 | |
| GAME 36 | ||
| CONCERT VIDEO 21 | ||
| 5. | TV SPORTS 10 | |
| 6. | MONO MOVIE 69 | |
| 7. | 70 mm SPECTACLE 23 | |
| DGTL SPECTACLE 15 | ||
| DTS SPECTACLE 15 | ||
| Spectacle EX/ES 15 | ||
| 70 mm SCI-FI 20 | ||
| Sci-Fi EX/ES 15 | ||
| DGTL SCI-FI | 15 | |
| DTS SCI-FI | 15 | |
| 8. | 70 mm ADVENTURE | 20 |
| DGTL ADVENTURE | 15 | |
| DTS ADVENTURE | 15 | |
| Adventure EX/ES | 15 | |
| 70 mm GENERAL | 20 | |
| DGTL GENERAL | 15 | |
| DTS GENERAL | 15 | |
| General EX/ES | 15 | |
| 9. | PRO LOGIC/NORMAL | 15 |
| DOLBY DIGITAL/NORMAL | 5 | |
| DTS DIGITAL SUR./NORMAL | 5 | |
| Dolby D EX/DTS ES | 5 | |
| PRO LOGIC/ENHANCED | 20 | |
| DOLBY DIGITAL/ENHANCED | 5 | |
| DTS DIGITAL SUR./ENHANCED | 5 | |
| Enhanced EX/ES | 5 | |
| PRO LOGIC II Movie | 15 | |
| PRO LOGIC II Music | 5 |
Maak deze instellingen met de afstandsbediening.

1 Druk op AMP.

(Terwijl er een signaal wordt weergegeven)
2 Selecteer het DSP programma waarvoor u de vertraging wilt aanpassen.
3 Druk op ∧ / ∨ zodat "DELAY" verschijnt op het display op het voorpaneel.

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B{Selection}
B -->|Yes| C["Comparison"]
B -->|No| D["Action"]
C --> E["End"]
D --> F["Next Step"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style F fill:#bbf,stroke:#333
4 Druk op < / > om de vertraging in te stellen.
Opmerkingen
- Bij bepaald bronmateriaal zal een te lange vertraging onnatuurlijk klinken.
- De weergave zal tijdelijk worden onderbroken terwijl de vertraging wordt ingesteld.
Geheugen back-up
De geheugen back-up functie voorkomt het verlies van de opgeslagen gegevens wanneer dit toestel uit (standby) wordt gezet, de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of er een stroomstoring optreedt. Als de stroomvoorziening echter langer dan een week wordt onderbroken, is het mogelijk dat de opgeslagen gegevens gewist zullen worden. In dat geval moet u de vertragingstijd opnieuw instellen.
INSTELLEN VAN DE PARAMETERS VOOR PRO LOGIC IIIMUSIC
Wijzigen van parameters
U kunt de waarden voor PRO LOGIC IMusic parameters aanpassen zodat de geluidsvelden accuraat worden gereproduceerd in uw kamer.
Maak deze instellingen met de afstandsbediening.

1 Druk op AMP.

2 Selecteer PRO LOGIQ Music.

3 Druk op ∧/∨ om de gewenste parameter te selecteren.

4 Druk op < / > om de waarde voor deze parameter te wijzigen.

5 Herhaal de stappen 3 en 4 hierboven als u nog andere parameters wilt wijzigen.
Opmerking
- Wanneer "10 MEM. GUARD" (geheugen vergrendeling) via het SET MENU aan (ON) heeft gezet, kunt u geen waarden van parameters wijzigen.
Geheugen back-up
De geheugen back-up functie voorkomt het verlies van de opgeslagen gegevens wanneer dit toestel uit (standby) wordt gezet, de stekker uit het stopcontact wordt gehaald of er een stroomstoring optreedt. Als de stroomvoorziening echter langer dan een week wordt onderbroken, is het mogelijk dat de opgeslagen gegevens gewist zullen worden. In dit geval zult u het uitgangsniveau opnieuw moeten instellen.
Beschrijving PRO LOGIC II Music parameters
■ PANORAMA
Functie: Indien ingeschakeld zal het stereo geluidsveld uitgebreid worden naar de surround-luidsprekers voor een omhullend effect.
Instel-mogelijkheden: OFF/ON, fabrieksinstelling is OFF.
DIMENSION
Functie: Verschuift het geluidsveld naar voren of naar achteren.
Instelbereik: -3 (naar achteren) t/m +3 (naar voren), fabrieksinstelling is STD (standaard).
■ CT WIDTH (Midden breedte)
Functie: Regelen van het door alle drie de voor- luidsprekers geproduceerde centrale geluidsbeeld. Hoe hoger de ingestelde waarde, hoe verder het centrale geluidsbeeld uitwaaiert naar de linker en rechter hoofd-luidsprekers.
Instelbereik: 0 (middenkanaal wordt weergegeven via de midden-luidspreker) t/m 7 (middenkanaal wordt uitsluitend weergegeven via de linker en rechter luidsprekers), fabrieksinstelling is 3.
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
Raadpleeg de onderstaande tabel wanneer dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem waar u mee te maken heeft niet hieronder vermeld staat of als de geboden oplossing niet werkt, dient u de stroom uit te schakelen, de stekker uit het stopcontact te halen en contact op te nemen met uw erkende YAMAHA dealer of Service-centrum.
■Algemeen
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Raadpleeg bladzijde |
| Het toestel gaat niet aan wanneer u op STANDBY/ON ( of SYSTEM POWER) drukt, of het toestel keert plotseling terug in de standby-stand direct nadat u de stroom hebt ingeschakeld. | De stekker zit niet of niet goed in het stopcontact. | Steck de stekker goed in het stopcontact. | — |
| De IMPEDANCE SELECTOR schakelaar op het achterpaneel staat niet helemaal in de juiste stand. | Zet de schakelaar helemaal naar een kant terwijl het toestel in de standby-stand staat. | 12 | |
| De beveiligingsschakeling is in werking getreden. | Controleer of alle luidspreker-draden goed zijn aangesloten zowel op dit toestel als op de luidsprekers en dat de draden geen contact maken met iets anders dan de bijbehorende aansluiting. | 10, 11 | |
| Dit toestel is blootgesteld aan een sterke externe elektrische schok (zoals blikseminslag of een sterke ontlading van statische elektriciteit). | Zet het toestel uit (standby), haal de stekker uit het stopcontact, doe deze na 30 seconden weer terug en probeer het opnieuw. | — | |
| Geen geluid. | Gebrekkige of onjuiste in- of uitgangsaansluitingen. | Zorg voor goede aansluitingen. Als dit het probleem niet oplost, is het mogelijk dat de snoeren defect zijn. | 10 – 16 |
| Onjuiste signaalbron. | Selecteer een geschikte signaalbron met INPUT ◀/▷ of 6CH INPUT (of de ingangskeuzetoetsen). | 23 | |
| De luidsprekers zijn niet goed aangesloten. | Zorg voor goede aansluitingen. | 10, 11 | |
| De hoofd-luidsprekers die u wilt gebruiken zijn niet goed geselecteerd. | Selecteer de te gebruiken set hoofd-luidsprekers met SPEAKERS A en/of B. | 23 | |
| Het volume staat te laag. | Verhoog het volume. | 24 | |
| De geluidsweergave is tijdelijk uitgeschakeld. | Druk op MUTE of op een andere bedieningstoets zodat de geluidsweergave wordt ingeschakeld en u het volume kunt regelen. | — | |
| Het toestel ontvangt digitale signalen van bijv. een CD-ROM die het toestel niet kan verwerken. | Geef signalen weer die door dit toestel gereproduceerd kunnen worden. | — | |
| Geen beeld. | Het uitgangssignaal en het ingangssignaal voor het beeld zijn verbonden met verschillende soorten video aansluitingen. | Zorg voor hetzelfde type video-aansluitingen (S VIDEO, VIDEO (composiet) of COMPONENT VIDEO) voor zowel het ingangssignaal als het uitgangssignaal. | 14, 15 |
| Het geluid valt plotseling weg. | De beveiligingsschakeling is in werking getreden vanwege kortsluiting enz. | Controlcer of de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar op de juiste stand staat en doe het toestel vervolgens weer aan. | 12 |
| Controleer of de luidspreker-draden geen contact maken en doe het toestel vervolgens weer aan. | — | ||
| De slaaptimer is in werking getreden. | Schakel de stroom in en probeer de signaalbron opnieuw te laten weergeven. | — | |
| De geluidsweergave is tijdelijk uitgeschakeld. | Druk op MUTE of een andere bedicningstoets om de weergave te hervatten en stel vervolgens het gewenste volume weer in. | — | |
| Geen geluid aan een kant. | Onjuiste aansluitingen. | Sluit de bedrading op de juiste manier aan. Als het probleem niet verdwijnt, is het mogelijk dat de kabels defect zijn. | 10, 11 |
| Onjuiste instelling van “5 L/R BALANCE” van het SET MENU. | Verricht de juiste instellingen. | 46 | |
| Er komt geen geluid uit de effect-luidsprekers. | De effecten zijn uitgeschakeld. | Druk op STEREO/EFFECT om deze in te schakelen. | 28 |
| Er wordt een Dolby Surround, Dolby Digital of DTS decoderend DSP geluidsveldprogramma gebruikt op materiaal dat niet Dolby Surround, Dolby Digital of DTS gecodeerd is. | Selecteer een ander DSP geluidsveldprogramma. | 26 – 33 | |
| Het ingangssignaal is een digitaal signaal met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz. | — | ||
| Er komt geen geluid uit de midden-luidspreker. | Het uitgangsniveau voor de midden-luidspreker staat op de minimum instelling. | Zet uw midden-luidspreker harder. | 51 |
| Het onderdeel “1A CENTER” van het SET MENU staat op NON (geen). | Selecteer de juiste instelling voor uw midden-luidspreker. | 43 | |
| Een van de Hi-Fi DSP programma’s (1 t/m 4) is geselectced (met uitzondering van 6ch Stereo). | Selecteer een ander DSP geluidsveldprogramma. | 26 – 33 | |
| Het Dolby Digital of DTS ingangssignaal bevat geen midden-kanaal. | — | ||
| Er komt geen geluid uit de achter-luidsprekers. | Het volume voor de achter-luidsprekers is op het minimum ingesteld. | Verhoog de niveaus van de achter-luidsprekers. | 51 |
| Er wordt een mono signaalbron afgespeeld met geluidsveldprogramma 9. | Selecteer een ander DSP geluidsveldprogramma. | 26 – 33 | |
| Er komt geen geluid uit de subwoofer. | Het onderdeel “1E BASS” van het SET MENU staat op MAIN terwijl er Dolby Digital of DTS gecodeerd materiaal wordt weergegeven. | Selecteer SWFR of BOTH. | 44 |
| Het onderdeel “1E BASS” van het SET MENU staat op SWFR of MAIN terwijl er 2-kanaals materiaal wordt weergegeven. | Selecteer BOTH. | 44 | |
| Het bronsignaal bevat geen zeer lage tonen (90 Hz of minder). | — | ||
| Slechte weergave van de lage tonen. | Het onderdeel “1E BASS” van het SET MENU staat op SWFR of BOTH terwijl uw systcem geen subwoofer bevat. | Selecteer MAIN. | 44 |
| De selectie van de uitgangsfunctie voor de (hoofd, midden, achter of midden achter) kanalen via het SET MENU komt niet overeen met uw luidspreker-configuratie. | Maak de juiste instellingen voor wat betreft de afmetingen van elk van uw luidsprekers. | 43 – 45 |
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Raadpleeg bladzijde |
| Er komt geen geluid uit de midden achter-luidspreker. | Het onderdeel “1C REAR LR” of “1D REAR CT” van het SET MENU staat op NON. | Selecteer LRG of SML. | 44 |
| De Dolby Digital EX decoder of de voor DTS-ES geschikte decoder is niet ingeschakeld. | Druk op de EX/ES toets op de afstandsbediening om dit in te schakelen. | 28 | |
| Er klinkt een ‘brom’. | Onjuiste aansluitingen. | Zorg voor goede aansluitingen. Als het probleem niet verdwijnt, is het mogelijk dat de kabels defect zijn. | 10 – 16 |
| Het volumeniveau kan niet worden verhoogd, of de weergave is vervormd. | De op de OUT (REC) aansluitingen van dit toestel aangesloten component staat uit. | Zet de betreffende component aan. | — |
| Geluidseffecten worden niet opgenomen. | De geluidseffecten kunnen niet worden opgenomen. | — | |
| Er kan niet worden opgenomen van een signaalbron door een component die is aangesloten op de DIGITAL OUTPUT aansluiting van dit toestel. | De signaalbron is niet aangesloten op de DIGITAL INPUT aansluitingen van dit toestel. | Sluit de signaalbron aan op de DIGITAL INPUT aansluitingen van dit toestel. | — |
| De DSP parameters en sommige andere instellingen van dit toestel kunnen niet worden gewijzigd. | Het onderdeel “10 MEM. GUARD” is ingeschakeld (ON) via het SET MENU. | Zet “10 MEM. GUARD” (geheugen vergrendeling) uit (OFF) via het SET MENU. | — |
| Het toestel functioneert niet naar behoren. | De interne microcomputer is op tilt geslagen door een externe elektrische schok (zoals blikscminslag of een ontlading van statische elektriciteit) of door een stroomvoorziening met een te laag voltage. | Haal de stekker uit het stopcontact en doe deze na ongeveer 30 seconden weer terug. | — |
| De aanduiding “CHECK SP WIRES” verschijnt op het display. | De luidspreker-snoeren maken kortsluiting. | Controleer of alle luidsprekerkabels goed zijn aangesloten. | — |
| U ondervindt storing van digitale of hoog-frequente apparatuur, of van dit toestel. | Dit toestel staat te dicht bij de betreffende apparatuur. | Zet dit toestel verder bij de betreffende apparatuur vandaan. | — |
| Het toestel gaat plotseling uit (standby). | De temperatuur binnenin het toestel is te hoog opgelopen en de beveiliging tegen oververhitting is in werking getreden. | Wacht tot dit toestel is afgekoeld en zet het dan weer aan. | — |
Tuner
RX-V630RDS
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Raadpleeg bladzijde | |
| FM | Ruis bij FM stereo-ontvangst. | Vanwege de kenmerken van FM stereo-uitzendingen, kan dit voorkomen wanneer de zender te ver weg is, of het door de antenne geproduceerde ingangssignaal te zwak is. | Controleer de antenne-aansluitingen.Probeer eens een hoge kwaliteits FM richtantenne. | 17 |
| Stem met de hand af. | 34 | |||
| Er treedt vervorming op en ook met een goede FM antenne is goede ontvangst onmogelijk. | Het signaal wordt via verschillende wegen ontvangen. | Zet de antenne zo dat het signaal nog maar op een enkele manier ontvangen wordt. | — | |
| Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. | De zender is te zwak. | Probeer eens een hoge kwaliteits FM richtantenne. | 17 | |
| Stem met de hand af. | 34 | |||
| Eerder voorgeprogrammeerde zenders kunnen niet meer worden opgeroepen. | Het toestel is te lang zonder stroom geweest. | Herhaal de procedure voor het voorprogrammeren. | 35, 36 | |
| AM | Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. | Zwak signaal of antenne los. | Zet de aansluitingen van de AM ringantenne goed vast en zet de antenne zo dat u de beste ontvangst verkrijgt. | 17 |
| Stem met de hand af. | 34 | |||
| Er klinken de hele tijd krakende en sissende geluiden. | Storing kan het resultaat zijn van onweer, TL verlichting, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. | Gebruik een geaarde buitenantenne. Dit zal wel wat helpen, maar het zal moeilijk blijven alle storingen te elimineren. | 17 | |
| Er klinken zoemende en huilende geluiden (vooral's avonds). | Er staat een televisie te dicht in de buurt. | Zet dit toestel verder bij de TV vandaan. | — | |
■Afstandsbediening
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Raadpleeg bladzijde |
| De afstandsbediening doet het niet, of niet goed. | Te ver weg of te scherpe hoek. | De afstandsbediening werkt binnen een maximum bereik van 6 m, onder een hoek van niet meer dan 30 graden afwijkend van loodrecht op het voorpaneel. | 7 |
| Er valt direct zonlicht of sterke verlichting (zoals van een TL lamp) op de infraroodsensor van het hoofdtoestel. | Verplaats dit toestel. | — | |
| De batterijen zijn te zwak. | Vervang alle batterijen door nieuwe. | 3 | |
| De fabrikantencode is niet correct ingesteld. | Stel de code correct in. | 49 | |
| Probeer een andere code voor dezelfde fabrikant. | — | ||
| Ook als de fabrikantencode correct is ingesteld, is het mogelijk dat bepaalde modellen niet reageren op de afstandsbediening. | — |
WOORDENLIJST
■Dolby Surround
Dolby Surround maakt gebruik van opnamen met 4 analoge kanalen om realistische en dynamische geluidseffecten te reproduceren: 2 linker en rechter hoofdkanalen (stereo), een middenkanaal voor de gesproken tekst (mono) en een achterkanaal voor speciale geluidseffecten (mono). Het achterkanaal reproduceert geluid binnen een beperkt frequentiebereik. Dolby Surround wordt algemeen gebruikt op videobanden en Laserdiscs en door veel TV en kabelzenders. De Dolby Pro Logic decoder die is ingebouwd in dit toestel maakt gebruik van een digitale signaalverwerking die automatisch het volume van de diverse kanalen stabiliseert ter verbetering van bewegende geluidseffecten en de richtingsgevoeligheid.
■Dolby Digital
Dolby Digital is een digitaal surroundsysteem dat u volledig gescheiden multikanaals geluidsweergave biedt. Met 3 voorkanalen (links, midden en rechts) en 2 stereo achterkanalen biedt Dolby Digital u 5 audiokanalen met het volle frequentiebereik. Daarnaast beschikt dit systeem over een extra kanaal speciaal voor lage toon-effecten, het LFE (Lage Frequentie Effect) kanaal, hetgeen het totaal brengt op '5,1' kanalen (het LFE kanaal telt als 0,1 kanaal). Met tweekanaals stereo voor de achter-luidsprekers is het mogelijk bewegende geluidseffecten preciezer weer te geven voor een betere surroundweergave dan mogelijk is met Dolby Surround. Het grote dynamische bereik (het verschil tussen het maximum en het minimum volume) dat kan worden weergegeven door de 5 kanalen met het volle frequentiebereik en de accurate plaatsing van de geluidsbronnen met behulp van de digitale geluidsverwerking waarborgt een voorheen ondenkbaar realistische ervaring.
Met dit toestel heeft u de keuze uit een ongeëvenaard aantal geluidsbronnen, van mono tot 5,1 kanaals systemen. Dolby Digital EX produceert 6 uitgangskanalen met het volle frequentiebereik van 5,1 kanaals bronsignalen. Dit wordt bereikt met behulp van een matrix decoder die 3 surroundkanalen berekend uit de 2 in de oorspronkelijke opname. Voor de beste resultaten dient Dolby Digital EX gebruikt te worden met film-soundtracks die zijn opgenomen in Dolby Digital Surround EX. Met dit extra kanaal verkrijgt u een meer dynamische en realistische weergave van bewegende geluidsbronnen, vooral in scènes waarin er iets over of rond je hoofd vliegt.
■Dolby Pro Logic II
Dolby Pro Logic II's een verbeterde techniek voor het decoderen van grote hoeveelheden gegevens van bestaand Dolby Surround materiaal. Deze nieuwe technologie maak weergave van 5 gescheiden kanalen mogelijk met 2 hoofdkanalen links en rechts, een middenkanaal en 2 achterkanalen links en rechts (in plaats van slechts een enkel achterkanaal bij de conventionele Pro Logic technologie). Naast de Movie functie voor weergave van films is er ook een Music functie voor weergave van materiaal met slechts 2 kanalen.
DTS digitale surroundweergave is een 6-kanaals digitaal systeem ontwikkeld ter vervanging van analoge filmsoundtracks dat snel aan populariteit wint in de filmwereld. Digital Theater Systems Inc. heeft een thuistheater-systeem ontwikkeld zodat u bij u thuis kunt profiteren van de ruimtelijke en natuurlijke DTS digitale surroundweergave.
Dit systeem is vrijwel vrij van vervorming en levert heldere 6-kanaals weergave (dat wil zeggen, linker, rechter en middenkanalen, 2 achterkanalen, plus een LFE 0,1 kanaal voor de subwoofer dus in andere woorden 5,1 kanalen).
Het toestel is uitgerust met een voor DTS-ES geschikte decoder die 6,1 kanaals weergave mogelijk maakt door een midden achterkanaal toe te voegen aan het bestaande 5,1 kanaals formaat. (Het midden achterkanaal wordt dynamisch samengesteld uit de linker en rechter achterkanalen.)
■LFE 0,1 kanaal
Dit kanaal is bedoeld voor de reproductie van de lage tonen. Het frequentiebereik voor dit kanaal loopt van 20 Hz t/m 120 Hz. Dit kanaal wordt maar voor 0,1 kanaal geteld omdat het alleen de lage tonen behelst, in vergelijking met het volle frequentiebereik van de andere 5 kanalen in een Dolby Digital of DTS systeem met 5,1 kanalen.
■CINEMA DSP (digitale geluidsveldprocessor)

Omdat de Dolby Surround en DTS systemen oorspronkelijk ontworpen zijn voor gebruik in bioscopen, werken deze het best in grote zalen met veel luidsprekers ontworpen voor de akoestische effecten. Aangezien de omstandigheden bij u thuis, de afmetingen van de kamer, het materiaal van de wanden, het aantal luidsprekers, enz. hiermee waarschijnlijk geen gelijkenis vertoont, zullen er ook verschillen zijn in de geluidsweergave. Gebaseerd op een enorme hoeveelheid verzamelde gegevens van echte uitvoeringsruimten, is de YAMAHA CINEMA DSP in staat YAMAHA's originele geluidsveld-technologie te gebruiken in combinatie met Dolby Pro Logic, Dolby Digital en DTS systemen om zo de kijk- en luisterervaring van de bioscoop bij u thuis te kunnen reproduceren.
■SILENT CINEMA
YAMAHA heeft een natuurlijk, realistisch DSP geluidsveldprogramma voor hoofdtelefoons ontwikkeld. De parameters voor hoofdtelefoons zijn aangepast aan de diverse geluidsvelden zodat alle geluidsveldprogramma's ook via de hoofdtelefoon weergegeven kunnen worden.
■Virtual CINEMA DSP
YAMAHA heeft het Virtual CINEMA DSP geluidsveldprogramma ontwikkeld om virtuele achterluidsprekers te simuleren zodat u ook zonder achterluidsprekers van de DSP geluidsvelden kunt profiteren. Het is zelfs mogelijk om van het CINEMA DSP geluidsveldprogramma te genieten met een minimaal systeem van slechts 2 luidsprekers zonder middenluidspreker.
■PCM (lineair PCM)
Lineair PCM is een signaalformaat voor ongecomprimeerde gedigitaliseerde analoge geluidssignalen, geschikt voor opname, transmissie en weergave. Dit is de methode waarmee CD's en DVD audio discs zijn opgenomen. Het PCM systeem maakt gebruik van een systeem waarbij het analoge signaal in zeer kleine stukjes wordt gehakt en per stukje gemeten wordt ('bemonsterd'). PCM staat voor "Puls Code Modulatie" en betekent dat het analoge signaal gecodeerd wordt als pulsjes en vervolgens o gemoduleerd voor opname.
■Bemonsteringsfrequentie en aantal kwantificeringsbits
Bij het digitaliseren van een analoog audiosignaal wordt het aantal keren dat het signaal per seconde gemeten wordt de bemonsteringsfrequentie genoemd, terwijl de mate van detail waarin het geluid wordt omgezet in een digitale waarde wordt aangegeven door het aantal kwantificeringsbits.
De signalen die kunnen worden weergegeven hangen mede af van de bemonsteringsfrequentie terwijl het dynamisch bereik, het verschil tussen maximum en minimum volume, afhangt van het aantal kwantificeringsbits. Hoe hoger de bemonsteringsfrequentie, hoe meer frequenties er kunnen worden weergegeven en hoe hoger het aantal kwantificeringsbits, hoe beter het volume kan worden gereproduceerd.
■S-videosignalen
In het S-video systeem wordt het videosignaal dat normaal gesproken wordt doorgegeven via een enkele kabel, gescheiden en doorgegeven via een S-videokabel als een zg. Y signaal voor de luminantie (helderheid) en een C signaal voor de kleuren. Door de S VIDEO aansluiting te gebruiken wordt verslechtering van het videosignaal voorkomen en wordt de beeldkwaliteit optimaal behouden.
■Component videosignaal
Een component videosignaal is opgedeeld in een Y signaal voor de luminantie (helderheid) en P_B/C_B en P_R/C_R signalen voor de chromatische (kleuren) beeldgegevens. Kleuren kunnen via dit systeem natuurgetrouwer worden gereproduceerd omdat al deze signalen geheel van elkaar gescheiden zijn. Het component signaal wordt ook wel een “kleurverschilsignaal” genoemd, omdat het luminantie-signaal en het kleursignaal van elkaar worden afgetrokken. Een monitor met component video ingangsaansluitingen is vereist om het component videosignaal te kunnen gebruiken.
TECHNISCHE GEGEVENS
AUDIO GEDEELTE
- Minimum RMS uitgangsvermogen voor hoofd, midden, achter, midden achter
20 Hz t/m 20 kHz, 0,06% THV, 8 Ω 75 W
1 kHz, 0,06% THV, 8 Ω 80 W
• DIN Standaard uitgangsvermogen
[Modellen voor Europa]
1 kHz, 0,7% THV, 4 Ω .... 125 W
• Maximum uitgangsvermogen (EIAJ) [Modellen voor China, Korea en algemene modellen] 1 kHz, 10% THV, 8 Ω .... 110 W
• Dynamisch uitgangsvermogen (IHF) 8/6/4/2 Ω 95/120/150/180 W
- Dempingsfactor 20 Hz t/m 20 kHz, 8 Ω ....80 of meer
- Frequentierespons CD naar Hoofd L/R .... 10 Hz t/m 100 kHz, -3 dB
- Totale Harmonische Vervorming 20 Hz t/m 20 kHz, 45 W, 8 Ω, Hoofd L/R ....0,06%
- Signaal-ruis verhouding (IHF-A Netwerk) CD (kortgesloten 250 mV) naar Hoofd L/R, Effect uit ..... 100 dB
- Residuele ruis (IHF-A Netwerk) Hoofd L/R 150 µV of minder
- Kanaalscheiding (1 kHz/10 kHz) CD (5,1 kΩ getermineerd) naar Hoofd L/R .... 60 dB/45 dB
- Toonregeling (Hoofd L/R) BASS versterking/verzwakking .... ±10 dB/50 Hz TREBLE versterking/verzwakking .... ±10 dB/20 kHz
- Uitgangsvermogen hoofdtelefoon 0,34 V/560 Ω
- Ingangsgevoeligheid CD, etc .... 150 mV/47 kΩ 6CH INPUT .... 150 mV/47 kΩ
- Uitgangsniveau OUT (REC) .... 150 mV/1,2 kΩ OUTPUT MAIN/CENTER/REAR CENTER/ REAR (SURROUND) .... 2,2 V/1,2 kΩ OUTPUT SUBWOOFER .... 4 V/1,2 kΩ
VIDEO GEDEELTE
- Videosignaal-type .... NTSC of PAL
- Composiet videosignaal-niveau .... 1 Vp-p/75 Ω
• S-Videosignaal-niveau Y .... 1 Vp-p/75 Ω C .... 0,286 Vp-p/75 Ω
- Component videosignaal-niveau Y .... 1 Vp-p/75 Ω P_B/C_B, P_R/C_R .... 0,7 Vp-p/75 Ω
• Signaal-ruis verhouding 50 dB
- Frequentierespons (MONITOR OUT) Composiet, S-Video .... 5 Hz t/m 10 MHz, -3 dB Component .... DC t/m 30 MHz, -3 dB
RX-V630RDS
FM GEDEELTE
- Afstembereik [Modellen voor de VS en Canada] .... 87,5 t/m 107,9 MHz [Overige modellen] .... 87,50 t/m 108,00 MHz
- 50 dB Rustgevoeligheid (IHF, 100% mod.) Mono/Stereo .... 2,0 μV (17,3 dBf) /25 μV (39,2 dBf)
- Selectiviteit (400 kHz) 70 dB
- Signaal-ruis verhouding (IHF) Mono/Sterco 76 dB/70 dB
- Harmonische vervorming (1 kHz) Mono/Stereo 0,2%/0,3%
- Stereoscheiding (1 kHz) 45 dB
- Frequentierespons .... 20 Hz t/m 15 kHz +0,5, -2 dB
AM GEDEELTE
- Afstembereik 530/531 t/m 1710/1611 kHz
- Bruikbare gevoeligheid 300 V/m
ALGEMEEN
- Stroomvoorziening
[Modellen voor de VS en Canada] ..... 120 V wisselstroom/60 Hz
[Modellen voor Australië] 240 V wisselstroom/50 Hz
[Modellen voor het V.K., Europa en Singapore] ...... 230 V wisselstroom/50 Hz
[Model voor Korea] 220 V wisselstroom/60 Hz
[Modellen voor China en algemene modellen] ..... 110/120/220/240 V wisselstroom, 50/60 Hz
- Stroomverbruik [Modellen voor de VS en Canada] 290 W/370 VA [Overige modellen] 290 W Standby-stand ongeveer 0,6 W
- Netstroom-aansluitingen [Modellen voor de VS, Canada, Europa en Singapore] ...... 2 (maximum totaal 100 W) [Modellen voor China en algemene modellen] ...... 2 (maximum totaal 50 W) [Modellen voor het V.K. en Australië] ......1 (maximum 100 W)
- Afmetingen (b x h x d) 435 x 161 x 390 mm
Afdekking VIDEO AUX aansluitingen voorkant
(Model voor het V.K.)
HX-V630RDS AM ringantenne
* Technische gegevens kunnen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.
LIST OF MANUFACTURER'S CODES LISTE DES CODES FABRICANTS LISTE DER HERSTELLER-CODES LISTA ÖVER TILLVERKARKODER LISTA DEI CODICI DEL FABBRICANTE LISTA DE CÓDIGOS DE FABRICANTES LIJST MET FABRIKANTENCODES
TV
ADMIRAL 0411, 0451, 0911, 1021, 1081
AIKO 0891
AKAI 0061, 0101, 0231, 1191, 1351, 1591, 1641, 1791, 1891, 1981
AKURA 1331
ALBA 1241, 1331, 2361
ALBIRAL 1971
AMSTRAD 1301, 1511
ANAM 1171
ARC EN CIEL 0571
ARCAM 0571, 0761
ARISTONA 0751
ARTHUR MARTIN 0451, 1641
ASA 0411, 0451, 0521, 0781, 0871, 1021, 1081, 1421, 2051, 2091, 2151, 2551
ASTRA 1511
ATANTIC 0761
ATLANTIC 0761
ATORI 1511
AUDIOSONIC 1181, 1321, 1511
AUSIND 0491, 1411
AUTOVOX 0091, 0351, 0481, 0491, 0601, 0781, 0951, 1051, 1081, 1391, 1421
BAIRD 1101, 1351
BANG & OLUFSEN 1081
BASIC LINE 1321, 1331
BAUER 1451
BAUR 0041, 0061, 0121, 0131, 0221, 1561
BEKO 2491, 2501
BLAUPUNKT 0221, 0231, 0241, 0251, 0471, 0741, 2201, 2211, 2221, 2231, 2241, 2261, 2571, 2581
BRANDT 0571, 0651, 0731, 0901, 1821
BRIONVEGA 1021, 1051, 1081
BRITANNIA 0761
BRUNS 0821, 0991, 1021, 1081
BSR 0391, 0691, 1621, 1901, 1981
BUSH 0451, 1241, 1331, 1641, 1741, 2131, 2151
BUSH (UK) 0481, 1561, 1611
CANDLE 0791
CENTURY 1021, 1081
CGE 0491, 0811, 0981, 1401, 1531, 1611, 1621, 1981, 2201, 2251, 2271
CITIZEN 0791
CLARIVOX 0821, 0961, 1971
CLATRONIC 1181, 1331
CONCERTO 0791
CONDOR 0761
CONTEC 0151, 1171
CONTINENTAL EDISON
0571, 0651, 0901
CRAIG 1171
CROSLEY 0021, 0491, 1021, 1081, 1401, 1981, 2201, 2251, 2271
CROWN 2541
CTC CLATRONIC 0261
CXC 1171